Donderdag 17 augustus: van Sées naar Bernay

Komorebi (Japanese)

Sunlight that filters through the leaves of trees


De voorspelde regen is gekomen. Gelukkig hadden we gisteren alles al zo veel mogelijk ingepakt, dus het meeste zit droog in de tas. De tent kan ik van binnenuit afbreken zodat uiteindelijk alleen de buitentent nat in de zak gaat. Onder het grondzeiltje voel ik wat hards. Het blijkt de kurk van de ciderfles te zijn, die we gisteren lieten ploppen. De camping heeft overdekte bankjes. Daar ontbijten we, samen met twee Belgische motorrijders. Dan kan het volledige regenpak aan en kunnen we gaan.

Sées hebben we nog niet bekeken omdat de camping ten zuiden van de stad ligt. Je ziet van verre de kathedraal al liggen met zijn torens van 80 meter hoog. Het is een mooi gotisch gebouw uit de 13e en 14e eeuw. We zijn vroeg vandaag dus hij is nog op slot. Maar als ik aan de deur rammel komt er een mevrouw aan die om ‘cinq minutes’ vraagt. En dan kunnen we alsnog binnen kijken. Met name de gebrandschilderde ramen  zijn prachtexemplaren. Links en rechts is een groot rozet, in de torens, met fantastische beeltenissen.

Vandaag hebben we eerst een stukje afdaling. Dan moeten we nog een klein stukje klimmen. En daarna gaat de route min of meer naar beneden. De eerste kilometers vliegen voorbij, temeer omdat we ook wind mee hebben. Het regenpak is wel een dilemma. Het regent te weinig om hem aan te doen, maar teveel om hem uit te doen. Vooral met klimmen is het zweten erin. Hij gaat al vrij snel toch weer uit en dat gaat prima gedurende de dag. Alleen in de middag hebben we een fikse bui.

Volgens het boekje is het hier paardenland. Maar we zien vooral lege weiden en auto’s met trailers. Waarschijnlijk zijn de paarden ook op vakantie. 

We fietsen in het departement Orne en dit is bekend van de camembert. Een gevluchte priester met het recept kwam terecht in de plaats Camembert. Het recept gaf hij aan Marie Havel, die hem onderdak gaf. Marie en kinderen maakten er de huidige versie van. In 1890 werden de karakteristieke ronde doosje van spaanplaat bedacht en sindsdien is er weinig meer veranderd.

Esschaffour ligt er verlaten bij. Ooit heeft Marquis de Sade hier gewoond. Wij vinden de kerk fascinerend. Buiten is een beeld van een jongetje die niet zo vrolijk kijkt. Zijn ingewanden vallen eruit. In de kerk vinden we een vitrine met allerlei botjes, waarschijnlijk relikwieën. En ook hier zijn de ramen weer prachtig. Dit geeft ons voldoende om over na te denken de komende kilometers door de bossen.

Bij St. Evroult-Notre-Dame-du-Bois (de namen lijken steeds langer te worden) zijn de restanten van een abdij. In de 11e tot en met de 14e eeuw was dit een wetenschappelijk centrum. Vele grote geesten leefden hier. Een vijftal monniken trok naar Engeland en begon in een schuur les te geven. Dat heet nu Cambridge. Uiteindelijk is het klooster de das omgedaan door slecht onderhoud. De abten woonden elders en vonden het niet zo belangrijk. Zo ging het van kwaad tot erger. Uiteindelijk zijn de laatste monniken vertrokken in 1791. Plundering van de materialen en verder verval hebben het gemaakt tot wat het nu is.


Inmiddels zijn we door Basse-Normandië heen en overgestapt naar Haute-Normandië. Het zijn veel rustige wegen door bossen. We zien regelmatig wild en vandaag steken drie hertjes de weg over.

De afgelopen tijd hebben we gewoon op de kaart gereden. Nu komen we weer een tijd langs een fietsroute, de Vallée de la Charentonne, langs het gelijknamige riviertje.Dit is gemakkelijk omdat er dan bordjes staan met route aanwijzigingen. En vaak is er een betere infrastructuur in de vorm van picknickplaatsen en bankjes. Maar deze heeft zijn beste tijd gehad. Veel bordjes zijn weg, scheef gevallen of vervaagd. Jammer want het is wel een mooie route. 

Ook zien we het landschap veranderen. Meer glooiend en veel bos. En met het landschap, de huizen. Het zijn veel vakwerkhuizen zoals we die in Duitsland gezien hebben. Tussen de balken wordt het met leem opgevuld en als ze geld hadden werd het gepleisterd.

In Broglie kunnen we het weer niet laten om in de kerk te kijken. Geen gekke dingen hier maar wel weer mooie beelden en brandschilderingen in de ramen. 

Als we de kerk uitkomen, zien we een donkere lucht aankomen. Tot nu toe hebben we veel geluk gehad. We hopen dat dit ook overwaait. Tussen Broglie en Bernay liep vroeger een spoorlijntje. Als je de rails eruit haalt en er asfalt in gooit, dan heb je een mooi fietspad. In Frankrijk noemen ze dit een voie verte. Die vluchten we op voor de bui. Maar het mag niet baten en even later spoelt het. Onder de bomen vinden we wat beschutting.

En na regen komt zonneschijn, dus een tijdje later fietsen we door een tunnel. Het zonlicht maakt er alle tinten groen van, die je kunt bedenken. En dat is prachtig, maar ook wat saai. Door de bomen heb je geen uitzicht.

Vanwege de verwachtte regen hebben we een hotel geboekt in Bernay. Het mag ook wel een keer luxe. Of, zoals Willem zou zeggen, je laatste broek heeft toch geen zakken. Het is midden in het centrum. De fietsen mogen binnen staan. Maar wederom zitten we op de bovenste verdieping. Dus dat betekent met elk vier tassen, stuurtas en tent/slaapzakken naar boven sjouwen. Gelukkig is er wel een lift. Kamperen voelt heerlijk vrij, maar een eigen badkamer en wc is ook een verwennerij. In het hotel kunnen we natuurlijk niet koken, dus we gaan ook uit eten. We vinden een perfect Frans restaurant. Het is er druk met autochtonen en dat is altijd een goed teken. Een schot in de roos want we krijgen een heerlijke, authentieke Franse maaltijd voorgezet. Met de buik vol, evalueren we de dag. We kunnen alleen maar concluderen dat, ondanks dat het weer niet zo goed was, het weer goed was.


Getallen van de dag

Aantal kilometers: 74,2 (totaal 1307)

Aantal hoogtemeters: 580

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 630

Hotel le Lion d’Or (€ 68,=)

Woensdag 16 augustus: van Sille Plage naar Sées

Travelling is about finding those things you never knew you were looking for.


Vandaag hebben we een fikse etappe op de kalender staan. Volgens het boekje zitten we in de zwaarste etappe omdat we in de (uitlopers van) de Alpen Mancelles zitten én we bereiken ook het hoogste punt van de tocht.

In Saint-Georges-de-Gaultier is, volgens het boekje, de enige winkel die we vandaag tegenkomen. Maar die winkel is dicht. Permanent. Net als de bakker en de slager. Ze hebben allen witgeverfde ruiten. Een fenomeen dat we in veel dorpjes zien. De mensen trekken weg en voor de middenstand is er geen boterham meer te verdienen. De enigen die stand houden zijn de kappers. Sjonge, wat zien we veel kappers in alle dorpjes. Frankrijk moet een van de best gekapte landen zijn van Europa. Eigenlijk is er niets in dit dorpje dat interessant is voor een toerist. Zelfs de kapel van St. Anne kunnen we niet vinden. Staat nergens aangegeven. Dan maar weer verder. 

Inmiddels zijn we ongemerkt uit Bretagne gefietst en zitten we nu in Normandië. Niet dat daar al heel veel van te merken is, gewoon een geografisch feitje.

Hierna komen we in twee dorpjes die wél weten hoe je toeristen moet trekken. Het eerste is St. Leonard-des-Bois. Er is een Centre Commerce, en er is zowaar wat te doen. Bij de tabak wordt koffie gedronken, binnen en buiten. En bij de bakker staat een rij. Mevr. van der Veeke gaat hier voor het brood en de croissants heen en wordt zelfs verleid door een brownie. Die blijft niet goed in de fietstas, dus die gaan we meteen consumeren.

De kerk hebben ze mooi opgeknapt. Binnenin zijn fresco’s te zien en ook een mooie beeldenvoorstelling. Als je op een knopje drukt, wordt hij even verlicht. Maar wel achter glas.

Maar het kan de concurrentie met St. Céneri-le-Gérie nog niet aan. Dit pareltje van Frankrijk ligt echt ontzettend mooi in de bocht van de Sarthe. Het kerkje is bovenop een heuvel geplaatst alsof het wist dat in de komende honderden jaren allerlei schilders en fotografen zouden komen.

De kerk is uit de 12e eeuw en veel van de 14e eeuwse fresco’s zijn behouden gebleven. Vroeger waren veel kerken van binnen prachtig beschilderd. Het waren de stripboeken voor de armen en ongeletterden maar in de meeste kerken is dit ook vervaagd, overgeverfd of gewoon afgebladderd. Hier niet. Met name de rode kleuren zijn nog goed zichtbaar.

En ook het uitzicht vanaf de kerk is de moeite waarde. Het is echt prachtig hier.

Als je wat verder doorloopt, kom je bij een kapel van St. Ceneri. Deze ligt aan de rivier in het veld. De kapel is bijzonder al is het maar om de menhir die in de kapel verwerkt is. Hij schijnt bij allerlei kwalen te helpen. Onder andere om kinderen van hun incontinentie af te helpen en gesteriliseerde vrouwen kunnen hier zomaar weer kinderen krijgen door over de steen te aaien. Voor de zekerheid hou ik Mevr. van der Veeke er vandaan, want op een derde koter zit ik niet te wachten.

Voor de rest is het veel klimmen vandaag. De landschappen zijn wederom anders dan eerder. Soms bossen en soms gewoon landbouwgebieden. Wat je in Frankrijk vaak ziet is dat ze oude richtingsborden gewoon laten staan, wat dat betreft hechten ze wel aan cultuur. Leuk om te zien. Door het mooie weer laten we menig zweetdruppel.


Zo klimmen we verder naar het hoogste punt van even boven de 400 meter. Voordat we daar zijn, komen we een fenomeen tegen die voor veel mensen ongemerkt blijft. We passeren de grens van het westelijk halfrond naar het oostelijk halfrond. Voor ons betekent dit dat we de trappers even om moeten keren omdat ze nu andersom draaien. Maar dit is een klusje van niks en ik heb speciaal de pedaalsleutel hiervoor meegenomen dus we zijn zo weer onderweg.

Hierna bereiken we het hoogste punt van de route, dit is bij de Croix-de-Médavy. Verderop is een rotonde waar acht wegen elkaar kruisen. Daar kiezen wij er een van en dat is degene die afdaalt naar Sées.

De camping is onwaarschijnlijk goedkoop. We krijgen weer een prima plekje vlakbij het sanitair. Tegenover de campings is een grote super waar we eten, bier en cider halen. Het was best wel een inspannende dag, maar wederom mooi.



Getallen van de dag

Aantal kilometers: 69,2 (totaal 1233)

Aantal hoogtemeters: 928

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 692

Camping municipal le Clos Normand (€ 8,50)

Dinsdag 15 augustus: van Durtal naar Sille Plage

Do or do not. There is no try.

Master Yoda


Na zo’n rustdag staan we natuurlijk te trappelen om weer op de fiets te stappen. En we hebben geluk. We moeten vandaag meer dan 80 kilometer. Het zit namelijk zo dat hier de campings niet zo dik gezaaid zijn. Dus er moet gepland worden. Er is een camping na 40 kilometer, wat we te weinig vinden, en een na 80 kilometer. Het wordt dus dat laatste. 

Mensen vragen zich soms af, hoe we dat overzien, zo’n lang stuk naar Nederland. Dat overzien we ook niet, maar we knippen het op in stukjes. Het boekje waar we nu op fietsen heeft steeds ongeveer 20 kilometer per kaartje. Dat betekent dus vandaag vier kaartjes. Op de kaartjes is minimaal op de helft, maar vaak ook op elke kwart wat te zien of te doen. Dus elke 5-10 kilometer hebben we even wat te bekijken.


Kaartje 1, kilometer 5

Kwamen we op de Velodysee nog honderden fietsers per dag tegen, hier is het een goede dag als we er twee zien. Het voordeel is dan ook dat we veel meer aanspraak hebben en toejuichingen krijgen. Ze leggen zelfs bosjes bloemen naast de weg om ons aan te moedigen. Mevr. van der Veeke fietst daarom een stuk met een bosje in het stuur.

Kaartje 1, kilometer 10

In le Bailleul kijken we even voor boodschappen. Het is nog vroeg maar vandaag is een kerkelijke feestdag, Maria ter Hemelvaart, en veel winkels zijn gesloten. Wij vinden alleen een kerk. Gesloten, dus ook niet met veel Maria-ter-hemel-vaarders. Blijkbaar wonen hier alleen atheïsten.

Kaart 1, kilometer 20

In Parcé-sur-Sarthe steken we de Sarthe over. We zijn op zoek naar een koffieplekje en die hopen we langs de waterkant te vinden. Helaas loopt de weg te ver van het water vandaan om een geschikt plekje te vinden. We krijgen wel een mooi uitzicht over het riviertje.

Kaart 2, kilometer 23

In Avoise vinden we een mooi koffieplekje aan het water. We komen in gesprek met een chauffeur die oude Franse auto’s naar Nederland importeert en hier een afspraak heeft met een verkoper. Als we langs de kerk fietsen horen we het gezang van de gelovigen. Het lijkt wel zondag. Inmiddels is het landschap aan het veranderen. Er moet meer geklommen worden en de dorpjes worden steeds mooier. En er is (weer) geen kip op straat, dus het is lekker rustig fietsen. Rotondes kunnen we linksom, rechtsom of helemaal niet om nemen.

Kaart 2, kilometer 25

En soms zijn er meerdere dingen te bekijken in één dorp. Als we Avoise uitfietsen komen we bij een oude wasplaats. Ze hebben hem mooi opgeknapt.

Kaart 2, kilometer 30

Het ene dorpje is hier nog ouder dan het andere. Voor Asnieres-sur-Végre fietsen we graag even om. Het lijkt alsof de tijd hier stil heeft gestaan en ze doen alle moeite om het in die staat te houden.

Kaart 2, kilometer 40

In Avesse komen we wederom een wasplaats tegen. In een andere vorm dan die bij Avoise maar zeker niet minder mooi. En hier blijkt ook nog een cache te liggen die we nog even doen.

Kaart 3, kilometer 50

Het dorp St. Denis-d’Orques zien we al vanaf ver op een heuvel liggen. De routemaker heeft besloten er omheen te gaan, in plaats van er doorheen. En daar zijn we blij mee. Zo omzeilen we een loeisteile weg. Er worden vandaag al genoeg hoogtemeters gemaakt met drie klimmen in de route. Neemt niet weg dat het dorp er van afstand mooi uitziet.

Kaart 3, kilometer 55

We zijn toe aan een lunchpauze maar aangezien dit geen Franse route is, zijn er nergens bankjes langs de weg. Gelukkig zijn ze hier gelovig en voorziet Jezus regelmatig in een hangplek. Daar strijken we even neer en we krijgen gezelschap. 

Kaart 3 kilometer 60

De eerste echte klim zit erop. We zijn gestegen naar ongeveer 250 meter. Als we achterom kijken zien we het veranderende landschap ten opzichte van de Atlantique en het platgeslagen Frankrijk. Altijd mooi om zo terug te kijken op je eigen prestaties. (Willem, kun je hem vinden tussen de zonnebloemen?) Hierna dalen we weer een stuk af naar Torcé-Viviers-en-Charnie.

Kaart 4, kilometer 70

De tweede klim was wat minder steil en de afdaling was heerlijk. Daarna is de derde klim en deze keer is het een echte col. Weliswaar niet zo hoog, maar we later er genoeg zweetdruppels bij om er even voor op de foto te gaan. Toch worden we wat genept want 100 meter na de col slaan we af en klimmen we nog enkele tientallen meters. Maar goed, ik denk dat een col de laagste doorgang van een heuvel betekent en niet de hoogste.

Kaart 4, kilometer 85

Het was een pittige dag en we zijn blij dat we op de camping aankomen. Ondanks dat ze een forfait-velo hebben, krijgen we daarvoor ook een normale plaats. En dat zijn geen kleintjes hier. Ons tentje valt helemaal weg in het hoekje van de plaats. Een grote bonus van de camping is dat ze koud bier en koude rosé verkopen. Onderweg was al het water op, dus we lusten wel wat. Bij de tent wordt de eerder gekochte pasta-maaltijd gemaakt en geconsumeerd. En de fles rosé raakt langzaam leeg. Het was weer een mooie fietsdag vandaag.


Getallen van de dag

Aantal kilometers: 85,2 (totaal 1164)

Aantal hoogtemeters: 930

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 740 

Camping de la Foret (€ 18,38)

Maandag 14 augustus: Rustdag Durtal

Ô mon fleuve du Loir

qu’ heureuses sont

les sources

qu’ heureux

les calmes flots

et qu’ heureuses

les courses



Het zat er natuurlijk al een tijdje aan te komen. Soms, vanuit mijn ooghoeken, zag ik hem al. En de non-verbale communicatie van Mevr. van der Veeke werd steeds verbaler zonder iets hardop te zeggen. Uiteindelijk kun je er niet omheen. Er moet een rustdag komen.

Ook het lichaam deed een duit in het potje. Je kunt niet zomaar ongestraft 15 dagen achter elkaar fietsen. Elke dag. De batterij laadt ’s nachts wel weer op. Maar steeds een beetje minder. Totdat er niets meer in komt. Dan is er een volledige reset nodig om weer vol te raken. En daarom vandaag rust.

Maar wat doe je dan op zo’n rustdag? Ik weet niet beter dan tent opbreken, fietsen, tent opzetten, bier drinken, eten en slapen. Het voelt wat onwennig. Als een vis die op het land komt.

Allereerst blijven we wat langer liggen. Nu is dat met mijn rug niet altijd een feest, maar vanochtend heb ik doorgezet. Het is tenslotte een rustdag. Dan moet er gerust worden. Tot de zon op het tentje brandt en je op golven van zweet eruit begint te drijven. Toch weer een nieuwe ervaring vandaag.

Alles gaat wat langzamer. Alsof je in de slow-motion zit. Het is tenslotte een rustdag, dus waarom zou je het snel doen? Langzaam douchen, langzaam afdrogen, langzaam naar de wc en langzaam ontbijt. Als het maar rustig gaat.

Wij besluiten er ook een wasdag van te maken. Na twee weken is alles wat vies, muffig en morsig. Prima, zou je denken maar het hele wasgebeuren is allesbehalve rustig. Er is één wasmachine op de camping en, omdat het een mooie, warme dag is, wil iedereen wassen. De wasmachine moet veroverd worden. En als alles dan schoon is, moet het opgehangen worden. Hoeveel waslijn (en knijpers) denk je dat er in de fietstas zitten?

Maar goed, dan is het leed geleden. Koffie, boek en uitrusten. In de verte horen we de ezel balken en de kerkklok van het dorp luidt sloom de uren af. ‘Lekker rustig hè’, zeggen we tegen elkaar. Ik zie de buurvrouw voor de derde keer naar de wc gaan. De vis begint nu toch wat naar adem te happen. 


In een folder lees ik van een wandeling door Durtal. Dat moet hem dan maar worden. Het is inderdaad een mooi dorpje. We zien alle kanten van het kasteel en meer. Ook leuk dat we van la Loire naar le Loir zijn overgestapt. Klinkt alsof het in de familie blijft.

Al het eten en drinken is op. In het dorp is alles dicht. Het is tenslotte maandag, tussen de middag en een Frans dorp. Dan maar naar de Lidl. Die is altijd open. Mogen we toch nog even op de fiets. Zoals iedereen weet, moet je nooit boodschappen doen als je honger hebt. Je neemt veel te veel mee. Zo zitten we om drie uur aan een bacchanaal van eten en drinken.


Meer boek, meer drinken en de dag kruipt voort. Wij kruipen met de schaduw mee. Ik zie de was drogen en lees nog wat. Ook knip ik de teennagels. Per saldo kan dit op elk dag, maar het is alleen toegestaan op rustdagen. Daar zijn ze voor uitgevonden. De ezel balkt nog een keer in de verte. Ik schuif weer een keer in de schaduw. Wat een rust. Tenslotte mag de was opgeruimd worden. Even weer in de benen. En het laatste bier gaat open.

Aan het einde van de middag aanschouw ik het arriveren van de nieuwe gasten. Campers, zo groot als stadsbussen, installeren zich tegenover ons. Stroom aansluiten. Tafel en stoeltjes naar buiten. En natuurlijk de antenne installeren want er moet vanavond wel tv gekeken worden.


Goed, het klinkt allemaal wat cynisch. Maar het was een heerlijke rustdag. Ik kan me geen betere voorstellen. Heerlijk weer, een mooie camping en een leuk dorpje. En toch ben ik blij dat we morgen weer op de fiets stappen. Bewegen doet me goed.


Getallen van de dag

Aantal kilometers: 2 (totaal 1079)

Aantal hoogtemeters: 5

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 793

Camping les Portes d’Anjou (€ 15,30)

Zondag 13 augustus: Van la Possonnière naar Durtal

Traveling it the company of those we love is home in motion.

Leigh Hunt


Vandaag is een rustige dag. Het is tenslotte zondag. Op straat zien we nauwelijks mensen. In het eerste deel nog wat fietsers die de Loire en Velo doen, maar zodra wij de Loire verlaten hebben, zien we geen fietsers meer. Al met al was het een wat tamme dag,  maar we maken toch nog wel iets mee.

Savennieres is het eerste dorp dat we tegenkomen. En we doen er maar meteen boodschappen voor de dag want op zondag weet je maar nooit wanneer je een open winkel tegenkomt. We kopen brood, eten voor vandaag én ontbijt voor de volgende dag voor minder dan €15. Het blijkt een erg mooi dorpje te zijn met oude straatjes, een kerk en de karakteristieke zandstenen muren.

In la Pointe worden we aangehouden door Didier Biezin, die alle fietsers noteert en, indien mogelijk, een praatje met ze maakt. Hij tekent alles aan op een kaart en in een boekje. Nationaliteit, waar we vandaan komen en wat we gaan doen. Er hangt zelfs een krantenartikel over hem. Zo hoor ik dat wel 800.000 mensen de Loire en Velo doen. Als een volleerd interviewer schrijft hij alles op en we moeten op de foto met hem voor zijn Wall-of-Fame. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we met de dorpsgek te maken hebben.

Met alle oponthoud kunnen we ook wel een koffie doen. We komen net langs een botanische tuin met uitzicht op de Loire. Er zijn mindere plekken, dus we maken er maar meteen gebruik van.

Uiteindelijk komen we bij St. Mathurin-sur-Loire. Het is een dorpje aan de dijk van de Loire. Voor ons is het het afscheid van deze rivier. Wij gaan naar het noorden en de Loire gaat naar het westen door. Ik moet zeggen dat het mooi fietsen is langs dit water. Alles perfect aangegeven, prachtige fietspaden, vaak autovrij en mooie landschappen.

We vinden het des te meer jammer omdat we de rest van de dag op D-wegen zitten. Nu is het op zondag niet druk,  maar het is toch minder leuk fietsen. We zitten in de Vallée de l’Authion waarvan de Fransen zeggen dat het net Nederland is. Maar goed, ik acht hun niet als de kenners van ons land. Het is meer een platgeslagen Frankrijk. Weilanden en soms kom je wat bijzonders op een paal tegen. Daarnaast merk ik dat het hier meer kerkelijk wordt. We zien meer Christussen langs de weg en de kerk(jes) zijn meer versierd.

En ook zien we veel velden vol met zonnebloemen. We merken dat we laat in het seizoen zijn, want ze zijn al bijna uitgebloeid.

En af en toe naderen we een dorp, waarbij altijd de kerktoren erboven uitsteekt. Van Sermaise hebben we hoge verwachtingen. In de oudheid regeerden hier vier nomadische stammen waarvan de krijgers, mannen en vrouwen, gevreesd waren. Ze zijn door de Romeinen verslagen en moesten in dienst. Velen gingen ook naar Hadrians Wall in Engeland. Later werd de Via Agrippa (weg naar Tours) gebouwd en deze werd beschermd door vijf steden, waaronder Sermaise, waar een fort stond. Het werd een koninkrijk Samation dat liep van de Baltische zee tot de Zwarte zee. Maar aan alles komt een eind en de Gothen maakten er korte metten mee. Met zo’n historie moet er wat te zien zijn, toch? Maar ook hier is alles gesloten en kun je en kanon op straat afschieten. Het dorp bestaan nu trouwens nog maar uit een paar huizen en een kerk. Zo zie je dat alles vergankelijk is.

Ons einddoel van vandaag is Durtal. Het klinkt me meer Duits dan Frans in de oren. Als we het dorp binnenrijden, over de brug, weten we niet waar we moeten kijken. Over de rivier heb je een prachtig uitzicht.

Maar het chateau dat er staat trekt ook wel de aandacht.

Het hele dorp is hier omheen gebouwd en er is een hoop te beleven. Wij slaan dit even over en gaan naar de camping. Ze hebben een mooi plekje voor ons. In de zon zetten we het tentje op. Vandaag zijn we eens wat vroeger aangekomen, dus we kunnen wat extra uitrusten. Is ook wel nodig want we zijn er best moe van geworden vandaag. Ik merk dat als we minder afleiding hebben, we meer vermoeid raken. Vanavond maar weer op tijd naar bed.


Getallen van de dag

Aantal kilometers: 72,8 (totaal 1077)

Aantal hoogtemeters: 287

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 793

Camping les Portes d’Anjou (€ 15,30)

Zaterdag 12 augustus: Van Nantes naar la Possonnière

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic of creativity. When we get home, home is still the same. But something in out mind has been changed, and that changes everything.

Jonah Lehrer


Nantes uit is even puzzelen, maar al snel zitten we op een superfietspad langs de Loire. En de rest van de dag blijven we bij deze rivier. De routemaker kon niet goed beslissen aan welke kant hij wilde fietsen, dus gedurende de dag wisselen we regelmatig van kant.

Het weer is vandaag wat minder. Zwaar bewolkt, 16 graden en de voorspelling van regen. Het miezert ook af en aan, maar aan het einde van de dag mogen we niet klagen. Het viel mee. En de harde wind in de rug was vandaag een enorme bonus. Vandaar dat we wat extra kilometers gemaakt hebben.

Tot Mauves-sur-Loire zitten we op een breed fietspad geklemd tussen rivier en autoweg. Van de laatste zien we niets. We horen ook weinig want het is ontzettend rustig vandaag.

Bij Mauves steken we de Loire over. Het zijn vaak lange bruggen want de Loire is hier breed. Hangbruggen schenen in de mode te zijn, maar ook een soort van spoorbruggen zijn gebruikelijk. Deze staat er al sinds 1882. Weinig roest valt me op.

Aan de andere kant komen we op een smal pad, nu ingeklemd tussen het spoor en de Loire. Regelmatig schrik ik me een ongeluk als er zo’n TGV langs komt denderen. Maar het pad vereist alle aandacht door zijn bochten en hobbels.

In Oudon staat nog een middeleeuws kasteel wat gedomineerd wordt door de donjon, een enorme toren. Een imposant gebouw dat er helemaal gaaf bijstaat.

Ancenis is de volgende plaats op de route. Ook hier weer een enorme brug, maar deze keer een hangbrug. Er zit ook nog een fietsbrug naast, maar om de een of andere manier missen we die compleet. We zijn dan ook afgeleid door een paar bezienswaardigheden.


We gaan eerst kijken bij een hunebed, de Pierre Couvretiere. Het ligt er wat vreemd bij in een vijver, in een parkje in een industriegebied. Ik heb ze er mooier bij zien liggen. De legende is dat de duivel met drie stenen de stad binnen moest komen voordat de haan kraaide. Natuurlijk lukt dit niet en van schrik liet hij de stenen vallen.

Het chateau d’Ancenis is in 984 begonnen als houten versterking met een greppel. In de loop van de eeuwen is het uitgebouwd tot bastion van formaat en had een overdekte ophaalbrug. Uniek in Frankrijk.

Na Ancenis gaan we een stukje van de Loire af. Hier ligt een groot industrieterrein dat grind of zo wint uit de Loire. En daar mogen we niet doorheen. Het is best wel een mooi stukje landelijk met bomen waar we een leuk lunchplekje vinden.

Om ons heen zien we het Franse platteland zoals ik dat ken. Anders dan aan de Atlantische kust, krijg je hier wat meer met de Franse slag te maken. Het is allemaal wat meer vervallen en verwaarloosd. In de verte zie je altijd wel ergens een dorp met een kerk, vaak op een heuvel. Weiden, koeien en gewassen. Kortom, net als Nederland maar toch heel anders.

In St. Florent-leVieil doen we boodschappen. Er is een klooster en het kent een roerig verleden met veel geweld. Daar zien we gelukkig niets meer van. 

Montjean-sur-Loire was vroeger een mijnbouwplaats. Er werden tot ruim tweehonderd meter diep kolen gedolven. In 1892 was het op en sloot de mijn. We zien de restanten er nog van staan. Ook komen we hier verschillende kunstwerken tegen langs de route. Veelal vissen, maar ook een enkele krokodil en (Anko de) haan.

De route leidt ons hierna via het Ille-de-Chalonnes. Dit is een van de weinige bewoonde eilanden in de Loire. Hier wordt vooral hennep (voor touw) en wilgentenen verbouwd. Als we het eiland verlaten steken we natuurlijk weer de Loire over. Tot nu toe zagen we nauwelijks scheepvaart op de Loire. We zien voor het eerst een soort woonboot langskomen.

In la Possonnière vinden we het wel goed voor vandaag. De naam van de plaats verwijst naar een oude inhoudsmaat. Een posson is ongeveer 0,119 liter (lekker handig). In het haventje is een municipal. De eerste kennismaking met de campingbazin verloopt wat stroef. Ze is ook de schoonmaakster en heeft net de faciliteiten schoongemaakt. Het moet nog drogen, maar wij zijn wat verkleumd en willen graag douchen. Tent staat al en de bedjes zijn opgeblazen. De taalbarrière helpt hier ook niet mee. Maar met behulp van de handen en voeten komen we er wel uit en even later zitten we schoon aan tafel. Het enige nadeel hier is dat we langs het spoor zitten. Met enige regelmaat dendert er een trein langs.


In het haventje is een guingette (een soort tijdelijke strandtent aan de rivier) waar gegeten wordt en op zaterdagavond worden er vrolijke Franse liederen gespeeld. Toevallig tappen ze ook een biertje. Daar gaan we nog even kijken. Het is best gezellig daar en iedereen zingt de liederen mee want overal liggen boeken met de teksten. Daar zitten we een tijd te kletsen met twee Franse fietsers. Iets te laat rollen we ons bed in, maar slapen er niet minder om.


Getallen van de dag

Aantal kilometers: 89,1 (totaal 1004)

Aantal hoogtemeters: 202

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 840

Camping municipal le Port (€ 10,40)

Vrijdag 11 augustus: Van Frossay naar Nantes

The true fruit of travel is perhaps the feeling of being nearly everywhere at home.

Freya Stark

Vandaag is nog een klein stukje naar Nantes. Dat hebben we bewust zo gedaan zodat we tijdens de middag nog tijd hebben om in de stad te kijken. Ik heb daarom ook een hotel geboekt in het centrum in plaats van de camping ter noorden van de stad. En deze keer was het hotel niet duur.

We volgen eerst nog een tijd lang het kanaal. De route naar Nantes blijkt te lopen via de zuid-oever van de Loire. En deze blijft heel lang landelijk en rustig. Pas als we Nantes echt naderen, komen we in de bebouwing.

Nantes is de zesde grote stad van Frankrijk met 300.000 inwoners. En dat is van afstand te zien. Wij steken eerst over naar Ille de Nantes waar ook de Machines de l’Ill te zien zijn. Een combinatie van de tekeningen van Leonardo da Vinci en de fantasie van Jules Verne. Het meest bekend is de olifant, en we vallen met de neus in de boter, want hij komt net langs. Een fantastische machine. 

Het is een ontdek-park voor kinderen en ook de draaimolen is een bezienswaardigheid op zich.

In de stad zijn een paar dingen die we willen bekijken. We komen als eerste bij de luxe Passage Pommeraye. Een shopping-mall die ze gewoon erg mooi en luxe hebben gemaakt.

Daarna gaan we richting het kasteel en de kathedraal. Daarbij komen we langs Place Royale, die inderdaad zeer royaal is opgezet. Het valt ons op dat Nantes er erg mooi uitziet. Er staat weinig in de steigers en de gebouwen zijn allemaal goed onderhouden. Het is sowieso een verademing dat een deel van het centrum autovrij is. Dat maakt het zoveel plezieriger.

Het Chateau des Ducs de Bretagne is gewoon open voor het publiek. Dit wil zeggen dat je gewoon op de binnenplaats en de kantelen kunt wandelen. Het chateau is gebouwd in de 9e of 10e eeuw, maar later steeds uitgebreid. Onder andere Blauwbaard heeft hier gevangen gezeten en ik kan me zo voorstellen dat er zo een prinses uit een van de ramen kan hangen.

Naast gebouwen bekijken, hebben we ook nog een missie. Het gas om te koken is bijna op en ook een van mijn weinige paar sokken is versleten. Voor beide vinden we een vervanging door even te Googlen en maps te gebruiken.

Daarna gaan we nog bij de kathedraal kijken. De bouw begon in de 14e eeuw maar pas in de 19e eeuw was hij af. Van de zijkanten is hij vrij sober, maar van voren is het een mooi schouwspel.


In de kerk is een mooie tombe van François de tweede. De allegorische figuren die zo’n graf versieren zijn altijd een genot om naar te kijken.

Hierna rest ons niets anders dan op een terrasje te gaan zitten en naar de mensen te kijken. We vinden Nantes een leuke stad om een tijdje te blijven. Bij slechter weer kun je ook nog een paar musea bezoeken. Tegen zes uur hebben we best honger maar omdat de Fransen zo laat eten, is er nog niets open. Voor straf nemen we nog een drankje.

Hiermee is de Velodysee afgesloten. Morgen beginnen we aan de Normandië-Bretagne route die ons in een kleine 800 kilometer tot vlak bij België moet brengen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 40,1 (totaal 915)

Aantal hoogtemeters: 235

Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 893

Inter-Hotel Grand Hotel de Nantes (€ 56,40)