Niks moet, niksen mag

Heerlijk, zo’n lange kerstvakantie. Alle tijd om na te denken over de toekomst. In de vorige blog heb je kunnen lezen hoe we het eerste deel van de komende reis gaan invullen. Daar hadden we nog het idee om bij Barcelona over te steken naar Sicilië en dan door naar Italië. Inmiddels zijn we van dat idee af. Barcelona in fietsen blijkt een uitdaging te zijn. Er gaat geen boot rechtstreeks naar Sicilië (wel via Sardinië) en we vinden het jammer ons door deze twee Italiaanse eilanden heen te moeten ‘haasten’. Tenslotte geeft de vulkaan op Sicilië aan dat we even niet welkom zijn. Daarom zijn we overgegaan op Plan B.

Op de eerder genoemde route Ruta Iberica slaan we nog steeds rechtsaf, maar nu doen we dat bij Morata. Via een stuk van 190 kilometer kun je aansluiten op de Andalusië route bij het plaatsje Albarracin.

andalusia

De Andalusië route volgen we noordwaarts totdat we bij Girona komen. Net als de rest van Spanje is het hier nergens vlak. Als ik de hoogteprofielen in het boekje mag geloven, gaan we flink wat hoogtemeters maken. Alhoewel dit natuurlijk zweten wordt, geeft het ons ook prachtige uitzichten en mooie afdalingen. Zo dicht bij Barcelona, gaan we er ook een dagje heen. Maar dan laten we het huishouden op de camping staan en gaan we met de trein op en neer.

barcelona

Het woord Barcelona blijft nog even nazingen want we volgen hierna de ‘Fietsen naar Barcelona’ route nog een tijdje maar dan in omgekeerde volgorde. We steken voor de tweede keer de Pyreneeën over en dan gaan we door naar Avignon. Hier zijn we eerder geweest toen we de Groene weg naar Baflo deden. Het is een gezellige stad met in de zomer een mooi festival, dus het is geen straf om daar weer langs te gaan.
Het leuke is dat we hier weer een fietsroute op kunnen pakken. Het voordeel van fietsroutes is dat iemand anders al uitgezocht heeft waar de mooiste weggetjes lopen en wat de minst steile route is. Een nadeel is dat je een kwartetspel aan (prijzige) boekjes moet kopen. Gelukkig heb ik ook wat kunnen lenen, wat de kosten een beetje drukt. We hebben het immers minder breed nu we beide zonder werk zitten.

provence

Het boekje van ‘de Provence’ heeft een wirwar van routes en daar koppel ik er een paar van aan elkaar om ons van Avignon naar Nice te brengen. Helaas weer weinig vlak hier, waarbij de Gorge du Verdon de kroon spant. Zeker qua schoonheid, maar ook qua hoogte. Het zij zo want ‘Wie mooi wil zien moet pijn lijden’ luidt het gezegde immers.
Bij Nice pakken we toch mooi even het zevende land (van de tien) mee door via de dwergstaat van Monaco te gaan. Vanaf daar volgen we nog een klein stukje langs de kust alvorens naar het noorden af te slaan. Het wordt tijd om weer huiswaarts te gaan.

overzichtskaart

Het brengt ons in een, voor ons, onbekend stuk Italië. Palmbomen, druiven en rijstvelden domineren het landschap. Dus op tafel krijgen we bounty’s, wijn en nasi. Over de Simplonpas beklimmen moet ik nog even over nadenken maar het kan ook zijn dat we inmiddels benen als boomstammen hebben en zonder moeite omhoog rijden. Het zou, met zijn dik 2000 meter, wel het letterlijke hoogtepunt van de vakantie zijn.
Vanaf Basel lopen verschillende fietsroutes naar Nederland toe. Wij gaan gebruik maken van de Rome-route, maar dan weer in omgekeerde volgorde.

overzichtskaart-deel1Deze gehele route loopt van Maastricht tot Rome, en wij gebruiken daar maar een klein deel van. En deze brengt ons wel weer in Nederland.

Vanuit Maastricht moet ik nog een route maken. Alle bekende routes naar Groningen hebben we al gedaan (Fietserpad, 10-Provinciën route, etc.). Dat geeft niet want met de fietsrouteplanner puzzel ik wel wat moois bij elkaar.
Mocht je nu een beetje de draad kwijt zijn dan heb ik hier een overzicht van het hele rondje.

overzicht routes

Na een kleine 9000 kilometer en zes maanden hopen we dan Baflo weer in te fietsen. Maar het kan ook zijn dat we er halverwege achter komen dat een lange fietsreis niet ons ding is. In dat geval is er altijd nog de trein. Kortom, we gaan het zien. En jullie ook want ik hoop onderweg weer af en toe een verhaaltje te schrijven. Of in elk geval wat foto’s laten zien. Maar tot het zover is, moet je nog even geduld hebben. Het geplande vertrek is eind april/begin mei. Tot dan!

Advertenties

Later is allang begonnen

Volgend jaar (2019) kunnen we eindelijk doen wat we al heel lang in de planning hadden. Eigenlijk stelden we het steeds uit. Iets om ‘later’ te doen. Maar ‘later’ is allang begonnen. En daar zijn we eindelijk achter gekomen. Volgend jaar is Mevr. van der Veeke met pensioen en ik heb een jaar vrij genomen. Dit geeft ons de mogelijkheid om langer op fietsreis te gaan. Om precies te zijn, het plan is om zes maanden onderweg te zijn.

In die tijd kun je een hoop doen. Wij hebben besloten het binnen Europa te houden omdat we vliegen zo belastend vinden voor het milieu. We vertrekken dus vanaf huis en hopen, na ongeveer zes maanden, ook weer thuis de oprit op te fietsen.

En wat gaan we doen met die zee van tijd?
We beginnen met Pelgrimeren. Wat?! Ja, pelgrimeren. Als je dit Googelt dan kom je op de volgende definitie:

Van oorsprong is een pelgrimstocht een tocht naar een plaats met een speciale (godsdienstige) betekenis. Tegenwoordig hebben pelgrimstochten een aantrekkingskracht op reizigers die op zoek zijn naar rust en bezinning.

Maar waarom doen wij dit dan? We zijn niet religieus maar we zitten wel op een kantelpunt in het leven; de overgang van een werkend leven naar een niet-werkend leven. Voor ons een mooi moment van bezinning daarom hebben we als eerste doel om naar Santiago de Compostella te fietsen. En hier leiden vele wegen heen.

santigo

Wij maken gebruik van de St. Jacobs fietsroute van de Europafietser. Deze loopt van Haarlem tot aan Santiago.Voordat we in Haarlem zijn moeten we dan nog een stukje fietsen. Daarbij kiezen we er voor om via St. Jacobiparochie, in Friesland, te gaan. Dit leek ons wel een gepast startpunt. Beginnen bij Jacobus en eindigen bij Jacobus. De fietsroute loopt ongeveer zo:

stjacob_overzicht

Als we in Santiago de Compostella zijn, dan staat er ongeveer een kleine 2700 kilometer op de teller. We gaan dan natuurlijk ook nog even door naar Cabo de Finisterre, oftewel het einde van de wereld. Het gebruik is dat de pelgrim dan zijn kleren verbrand, maar dat gaan wij maar even niet doen want om nu naakt verder te gaan is ook weer zo wat.

Daarna wordt het coddiwomple. Maar dan is er nog zoveel tijd over en Portugal staat al een tijd op de lijst, dus we gaan via de kust zuidwaarts naar Lissabon. Hier is geen fietsroute van, maar met de hulp van wat mede-fietsers heb ik toch een mooi traject bij elkaar kunnen harken. We gaan natuurlijk via Porto, Sintra en Lissabon. In concept ziet dit stuk er zo uit:

`Portugal

Dit stuk is een dikke 700 km maar omdat ik denk dat we her en der wel even willen blijven hangen, verwacht ik dat we er meer dan twee weken over doen. Het kan maar zo zijn dat we hier een weekje vakantie gaan vieren.

coddiwomble

In Lissabon kan je niet veel westelijker, dus we kiezen voor de oostelijke richting. En laat daar nu net een mooie route voor zijn. Deze loopt van Lissabon, via Madrid, ongeveer naar Barcelona en heet de Ruta Iberica.

ruta iberica

De bedoeling is dat we bij Barcelona uitkomen, dus ergens bij Zaragoza slaan we rechtsaf. En dan zijn we wel weer een kilometer of 1500 verder. Een dingetje is wel de mogelijke hitte in juli en augustus. Maar we hopen dat te ondervangen door vroeg op pad te gaan en op het heetst van de dag een siësta te houden. Voor het stukje naar Barcelona moet ik nog even puzzelen maar ik ben er van overtuigd dat dit gaat lukken.

Eigenlijk zijn we dan pas halverwege. Hoe we daarna verder gaan, lees je in de volgende blog.

Wordt vervolg.

Herfstvakantie

Het is herfstvakantie en wat kun je dan beter doen dan een stukje fietsen? Dat is dan ook precies wat we gaan doen. We hebben al jaren op het programma staan dat we het museum ‘Beelden aan zee’ in Scheveningen gaan bezoeken. Dat lijkt ons een mooi doel voor de herfstvakantie. Maar om dit vanuit Baflo te doen is zelfs voor ons een beetje te hoog gegrepen, dus we rijden eerst naar Dronten en laten daar de auto staan.

Op de kaart zie ik oneindig lange, kaarsrechte wegen. In de praktijk zijn ze er ook maar de verwachte saaiheid mist. Het is een bijzonder landschap. Deels doet het aan (Noord-)Groningen denken met zijn verre uitzichten en eindeloze kleivelden. Maar toch is het anders. En dat komt met name door de windmolens die de horizon domineren. En hier zijn ze niet eens misplaatst.

Daarnaast is het wel bijzonder om hier te kunnen rijden. Niet eens zolang geleden was dit zeebodem. En nu is het gewoon vruchtbaar land. Het moet een feest geweest zijn voor een planoloog om hier wat van te mogen maken. Simcity of Civilization, maar dan in het echt. Vandaar de kaarsrechte wegen, de vierkante akkers en de boerderijen die op elkaar lijken.

Maar het zijn niet allemaal rechte wegen tussen akkers door. Er lopen prachtige fietspaden door de aangeplante bossen zoals het Larserbos en het Knarbos. En we zitten tijden langs de Hoge Vaart op een fietspad waar een enkele brommer langskomt maar overbevolkt wordt door paarden. En die zijn best groot als je er tussendoor moet.

Almere ken ik alleen van de snelweg, maar nu fietsen we er langs aan de zuidelijke rand via een mooi natuurgebied. Een heel andere kant van zo’n stedelijk gebied. Daarna de brug over naar Muiden in Noord-Holland.

Onderweg vermaken we ons door het zoeken van geocaches. Dat is altijd een leuke afwisseling van het fietsen en geeft je kans om de benen te strekken. 

Hier is het nog een klein stukje naar Nederhorst-den-Berg. Het is het eerste dorp waar we doorheen komen vandaag. Ik had er nog nooit van gehoord en zo kom je nog eens ergens. In de plaatselijke kroeg gaan we aan het bier en een maaltijd. In de Spiegelpolder hebben we een overnachting. De mevrouw had een onduidelijk verhaal over een jachthaven en een bootje. Als we er zijn, zie ik wat ze bedoelt. Ze woont op een eiland en je kunt er alleen via het water komen.

De wind spookt de hele nacht om ons huisje. Dinsdag wordt een ‘onstuimige’ dag volgens het weerbericht. En dat hebben we geweten. Het was al een lange dag met meer dan 90 kilometer maar met wind tegen is het helemaal bikkelen.

Gelukkig maakt de omgeving veel goed. Het is een waterrijk gebied met veel (grote) rivieren maar ook veel ‘waterland’.

Ondanks dat het herfstvakantie is, zijn er nauwelijks fietsers onderweg. Snap ik ook wel want wie heeft er met dit weer zin om te gaan fietsen. Grijs, af en toe motregen en een fikse wind. Maar wij genieten er niet minder om.

Ik dacht altijd dat Zuid Holland vol gebouwd was maar we komen door veel natuurgebieden. Dit is bijvoorbeeld bij de Nieuwkoopse plassen. Veel natuur heeft hier iets met water te maken en ze zijn meestal autovrij. Tenminste op de stukken waar wij doorheen gaan. Dat is het voordeel van een natuurroute laten maken door de fietsrouteplanner. Ook zijn mooie, brede fietspaden. Je ziet wel dat het hier rijker is dan in het noorden.

Om half zes komen we aan in Scheveningen, na 91kilometer. We overnachten bij een neef van me die een heel appartement voor ons beschikbaar heeft.

Dinsdag 21 augustus: Niederland – Koppl

66 km (totaal 1599 km)
627 hoogtemeters
Camping Huberbauer (€17,50)

De reis zit erop
Hoofd vol met ervaringen
Genieten van rust

Door het heldere weer vannacht en het hoge gras zou een dweilpauze in de tent niet misstaan. Maar goed, het is weer prachtig weer vandaag en de tent drogen we later wel. Het is de laatste dag fietsen. Eerst naar Salzburg. Dan het allereerste deel van de route die we nog niet gedaan hebben. En tenslotte nog een verbindingsstukje naar de camping waar de auto staat. De route van vandaag is weer uitzonderlijk mooi. Nauwelijks autowegen, veel spannende paadjes en veel door de natuur.

We komen nog even in Duitsland. Dat zet het aantal landen van deze vakantie op vijf. Ik zie het alleen aan de GPS en Mevr. van der Veeke zit goed op te letten en ziet nog een bordje in de berm. Als we in Oostenrijk terugkomen is er helemaal geen indicatie dat dit gebeurt. Zo vervagen alle grenzen natuurlijk.

Naar Salzburg toe worden de bergen steeds lager. Je zou het nauwelijks bergen meer kunnen noemen, het zijn meer heuvels. Maar soms stoppen we even om te kijken waar we vandaan komen. Om het afscheid te verzachten tonen de bergen zich op hun mooist.

Bad Reichenhall is een Duitse plaats die vooral bekend is van zijn zout- en pekelproductie. Je kon er in baden, je kon het drinken en je kon het snuiven. In 1834 is de stad bijna tot de grond toe afgebrand omdat ze een brandende bezem niet blusten. En waarom niet? Omdat er toevallig een overheidcommissie op bezoek was en die wilden ze niet verstoren. Verkeerde keuze lijkt me. Ons valt op dat ze de stad daarna weer mooi opgebouwd hebben. Hier is geen sprake van vergane glorie. Het is een prachtige en levendige stad.

Meestal maak ik onderweg zelf een bakje koffie. Omdat het een feestelijke dag is -onze schoondochter Rosa is jarig- nemen we eens een keer een koffie en een gebakje bij de bakker.

Bij kasteel Marzol staan we even stil. Het is in de 15e eeuw gebouwd en is zoals een kasteel moet zijn. Vier hoektorens, kantelen en een robuuste uitstraling. Ik mis alleen de prinses in de toren.

Via fietspaden worden we Salzburg binnen geleid. De stad wordt gedomineerd door een vesting op een onneembare rots. Hier wordt al sinds mensenheugenis zout gewonnen. Vandaar de naam Salzburg en de Salzkammergut regio. Ook de ligging aan de rivieren Saalach en Salzach heeft aan de economische ontwikkeling meegeholpen. De stad is ooit Keltisch begonnen, onder de Romeinen ontwikkeld en later een bisdom geworden. En natuurlijk is Mozart hier geboren. Zonder hem hadden we nooit de Mozartkugeln gehad.

In het centrum moeten we ons weer een weg banen door Japanners en Chinezen maar we krijgen toch een kleine indruk van de stad. Hij is prachtig. Morgen trekken we een dag ervoor uit om hem goed te bekijken. Voor nu geef ik één foto en dat is meteen een reden om naar Salzburg te gaan.

In principe zit de route er nu op, maar we hebben nog een stukje van 20 kilometer wat we bij aanvang hebben overgeslagen. Die loopt boven de stad langs en betekent toch weer even klimmen voor ons. We hebben genoeg geoefend dus dit is geen probleem. En dan nog even puzzelen om bij de camping terug te komen waar de auto staat. Ook dat lukt en tegen half vijf sluiten we de ronde af met bijna 1600 kilometer op de teller. Het was weer een fijne tocht en ik ben altijd blij dat het zonder ongelukken en grote pech afgesloten kan worden.

Als ik de auto op wil halen, dan doet hij helemaal niets meer. De accu is compleet leeg. Ik moet even nadenken hoe dit kan gebeuren want de auto heeft hier een beveiliging voor. Maar dit jaar heb ik een anti-marter apparaat laten installeren en die by-passed deze beveiliging en trekt rechtstreeks stroom van de accu. Na een maand is die wel ongeveer leeg. Gelukkig biedt de Oostenrijkse wegenwacht uitkomst. Even de lader erop en hij doet het weer. Ik moet wel even 30 kilometer rondjes rijden maar dit is weer eens wat anders dan fietsen.

Hiermee sluit ik deze verslagronde weer af. Ik wil speciaal Saskia bedanken voor alle bijdragen in de vorm van tekstcontrole, foto’s, haiku’s en natuurlijk de onmisbare gezelligheid. Een tocht ‘maak’ je samen. En de lezers bedankt voor het lezen en de opbeurende commentaren. Het is altijd leuk om een reactie te krijgen. Misschien tot een volgende tocht.

profiel-21-08

kaart-21-08

Maandag 20 augustus: Zell am See – Niederland

52 km (totaal 1533 km)
237 hoogtemeters
Camping Steinpass (€23,=)

Zonder verwachting
Komt de grote verrassing
Wie had dat gedacht?

Met weemoed moet ik toegeven dat het einde van de vakantie nadert. Je kunt het wel ontkennen, maar hij staat echt om de hoek. We zien Salzburg, en dus het einde, bij elke kilometer dichterbij komen. Desalniettemin proberen we zo goed mogelijk nog van elke dag te genieten en vandaag was dat niet moeilijk. Want de route is erg mooi en de gemakkelijke dag, die we gisteren verwacht hadden wordt vandaag gerealiseerd. Ik kan niet anders dan blij worden als ik ’s ochtends mijn tent uit kruip en dit als eerste zie.

We zitten iets beter in het ritme dan gisteren en dus weer op tijd op pad. Onverwachte bonus is dat ik de tent droog in kan pakken. Via kleine wegen gaan we naar Maishofen waar we boodschappen doen. Daarna komen we in Gerling waar zowaar de kerk open staat. Het is een oude kerk waarvan de historie teruggaat tot de middeleeuwen. Bij de renovatie in 1971 kwam het fresco van St. Christophorus tevoorschijn. Als reizigers is het altijd goed als we deze tegenkomen. Binnen is het allemaal bling-bling wat ze goed beschermen want je kunt wel kijken,  maar je kunt er niet in.

Saalfelden is een redelijk groot dorp. Ik zou het geen stad willen noemen. Typisch Oostenrijks met een centraal plein, kerk en natuurlijk fonteinen. Historisch gezien is het een opstandige gemeenschap want ze weigerden vroeger aan hun belastingplicht te voldoen. Hier begint ook ons laatste traject. Dat vieren we door een koffie met ‘schnecke’ en uitzicht te consumeren. We hebben mooi zicht op de burcht en als je goed kijkt, dan zie je het witte kerkje nog. Het is me opgevallen dat kerkjes vaak bovenop onmogelijke plaatsen staat. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan om naar de kerk te (kunnen) gaan.

Vandaag is het voornamelijk dalen via speelse wegen. Het dal wordt steeds smaller zodat trein, auto en fiets om de beschikbare ruimte moeten vechten. Maar, in tegenstelling tot gisteren, is er steeds nog ruimte voor een vrijliggend fietspad. 

Zo passeren we Weissbach (bei Lofer), St. Martin (bei Lofer) en Lofer zelf. Dit is weer een Oostenrijks plaatje van een dorp met een mooi centraal plein. De kerk heeft deze keer geen spitse toren maar een ui.

Het leuke van fietsen is dat je langs plekjes komt die je met de auto nooit zou zien. Zo fietsen we een hele tijd langs de Saalach. Waren de riviertjes in Slovenië, Kroatië en Italië bijna leeg, hier stroomt het nog voldoende. Ook vandaag is het weer warm, dus alleen het zicht al op zo’n snelstromende beek geeft verkoeling.

We passeren Unken en Niederland. Je waant je bijna thuis. Hier bevindt zich ook de laatste camping voor Salzburg. Het was te ver om in een keer door te fietsen, dus daarom maken we de laatste dagen wat minder kilometers. Het is weer een prachtige camping met een mooi uitzicht. We vinden een mooi plekje, met schaduw, onder een boom. Enig nadeel is dat je de weg steeds hoort. De uitbater is een oudere hippie met één tand. Ik check in en vraag of hij ook bier verkoopt. Nee, dat doet hij niet maar hij wil me er wel een geven. En neem er ook een voor je vrouw mee. Een camping met gratis bier is natuurlijk nooit weg! De rest van de middag kunnen we vakantie vieren. Morgen zijn we weer terug bij ons startpunt.

profiel-20-08

kaart-20-8

Zondag 19 augustus: Badbruck – Zell am See

53 km (totaal 1481 km)
456 hoogtemeters
Camping Seecamp (€30,20)

Zell am See als doel
Benieuwd naar groene pistes
Zomers tafereel

We denken dat we vandaag een rustige en gemakkelijke dag hebben met maar een kleine 60 kilometer. Daarom doen we wat rustiger aan en zitten pas rond half tien op de fiets. De uitzichten zijn vandaag zonder meer mooi, maar de route is wat minder mooi dan gisteren. We zitten veel langs autowegen alhoewel je dat op deze foto niet zou zeggen.

Bad Hofgastein is ook weer een kuuroord én een skidorp (in de winter). We vinden er een bakker die open is en er is al allerlei volk op straat. Maar het volgende dorp, Dorfgastein vinden we meer Oostenrijks. Het hotel heeft een mooie muurschildering, de bakken zitten vol met bloemetjes en de kerk is prominent aanwezig. Het is met zijn 1627 inwoners overigens de kleinste gemeenschap in de Gastein vallei.

Om in Lend te komen moeten we door een tunnel van anderhalve kilometer. Samen met de auto’s, en ik kan je vertellen dat dit een enorme herrie is. Het lijkt wel een spinningles van Wim waar de muziek ook zo hard staat dat je oordoppen nodig hebt. Ik wilde dat ik ze meegenomen had. Verder is hij goed te doen omdat we over een afgescheiden fietspad gaan. Alleen bij tegenliggers moeten we even langs elkaar heen manoeuvreren.

Bij Lend moeten ik even zoeken omdat het weer een spaghetti van wegen is, maar dankzij de GPS vind ik de juiste. We dalen hier meteen 100 meter steil naar beneden en komen daarbij vloekende fietsers met rode koppen tegen die omhoog moeten. Benjaminse maakt hier geen vrienden mee.

Lend is ook weer zo’n mooi dorpje. Een fontein, bloembakken, bloemetjes en een kerk. Wij vinden het mooi genoeg om even een boterhammetje te eten. Hier in Oostenrijk hebben ze tenminste weer bruine broodjes want in Italië was zelfs het volkorenbrood wit.

Bij Taxenbach is er weer een tunnel maar hier worden de fietsers er omheen geleid. Heerlijk even een stukje zonder auto’s en Mevr. van der Veeke weet zelfs nog even een cache te scoren die aan een touwtje in het ravijn hangt.

Zo gaan we langzaam richting Zell am See. Het fietsen gaat vandaag wat moeizaam en valt me zwaar. Komt het door de lange dag van gisteren? Of omdat ik dacht dat het gemakkelijk zou worden? In elk geval zijn we blij dat het eind van vandaag in zicht komt.

Zell am See kennen we van de wintersport. Dan is alles wit. We zien de pistes liggen waar we afgesuisd zijn maar dat zijn nu groene weiden. Ook in de zomer is het hier een gekkenhuis met mensen want in het dorp staan de auto’s vast omdat de parkeergarage vol is. Hebben we met de fiets gelukkig geen last van. Werner von Trapp, je weet wel…van die zingende familie, kwam hier trouwens vandaan.

De camping in Zell am See is net zo vol als het stadje. Er is een tentenveldje en omdat we op tijd zijn, kunnen we nog een mooi plekje vinden. Met uitzicht op het meer en -eindelijk- de Grossglockner én een bankje. Vooral dat laatste is fijn, want ik ben door mijn stoeltje gezakt. En het helpt natuurlijk dat we een klein tentje hebben. Mevr. van der Veeke duikt, met kleren en al, in het meer want het is weer een hete dag. Ik houd het gewoon bij een douche. En omdat de winkels dicht zijn, hebben we geen eten kunnen kopen. Dan maar uit eten en ik moet toegeven, zo’n Oostenrijkse schnitzel is geen straf.

profiel-19-08

kaart-19-08

Zaterdag 18 augustus: Villach – Badbruck

107 km – waarvan ongeveer 82 gefietst (totaal 1428 km)
1052 hoogtemeters – waarvan ongeveer 552 gefietst.
Camping Pub Gastein (€18,=)

Soms zit alles mee
Geboren voor het geluk
Drijf mee op de stroom

18-8-18, zo’n magische datum moet wel geluk brengen. En dat deed het voor ons. Als ik het optimaal had kunnen plannen, dan had het niet beter kunnen lopen vandaag. Een dag waarin alles meezit.
De rustdag heeft ons goed gedaan. Volledig uitgerust en uitgeslapen, sta ik om half zeven al onder de douche. En voor achten zitten we op de fiets.

Het eerste deel van de dag volgen we nog steeds de R1, en die heet hier de Drauradweg. Dat is een fietsroute langs de rivier de Drau. Het is een mooie route over fietspaden zonder auto’s. Vaak asfalt en soms steenslag. En een paar keer moeten we hem oversteken en aan de andere kant verder gaan.

Het is een rivier met allerlei stuwen erin. Dit heeft tot gevolg dat er totaal geen scheepvaart is. Geen beroeps-, maar ook geen pleziervaart. Is wel wat saai maar omdat er nauwelijks wind staat fiets je wel steeds naast een spiegel. Voor het eerst sinds tijden fietsen we ook helemaal vlak. En dat schiet lekker op. Nu pas merk je hoeveel extra energie het klimmen met bagage kost.

Een ander feit is dat je om en langs alle dorpjes fietst. We passeren Puch (de ouderen onder ons herkennen de brommer), Kellerberg, Feffernitz en Freistritz zonder er iets van te zien. Alleen Spittal gaan we even doorheen. We hadden gehoopt dat de route langs slot Porcia zou lopen, maar dat doet hij niet. We krijgen er zelfs geen glimp van mee en we zijn Spittal alweer uit voor we er erg in hebben. Hierna komen we meer in de velden en minder aan de Drau. Fijn die afwisseling. Geen kabbelend water maar vers gemaaid gras en hooi dat ligt te drogen. Heerlijke geuren.

We komen wel langs Teurnia, een oude Romeinse nederzetting. Het was een decadente toestand toen met wijn uit Palestina, oesters en andere zeevruchten en ze hadden vloerverwarming en wifi. Nou ja, misschien dat laatste niet.

Bij Mollbrucke verlaten we de Drau. Die gaat met een lus weer richting het zuiden en wij gaan naar het noorden. We stappen over op fietsroute R8, die de Glocknerroute wordt genoemd. Om ons heen worden de bergen hoger naarmate we meer in het Hohe Tauern natuurpark komen. In 1971 kwamen Tirol, Salzburgerland en Karinthië overeen dat ze een groot gebied authentiek willen houden. En op dit moment is dit het grootste natuurpark van Europa. Met meer dan 300 bergen boven de 3000 meter zeker indrukwekkend te noemen.

Voor Obervellach krijgen we nog een paar kleine klimmetjes. Hadden we natuurlijk kunnen weten als een naam met ‘ober’ begint. Ik heb liever die obers waar je wat bij kunt bestellen. Maar goed, in Obervellach komen we voor een moreel dilemma. Om van Obervellach naar Malnitz te komen moet je een klim van 500 meter in zes kilometer doen. Dat is bijna 10% en daar zijn we zeker twee uur mee bezig. En inmiddels hebben we ook al 76 kilometer op de teller.

Het alternatief is een buschauffeur een goede dag bezorgen. We rijden langs de bushalte waar net de bus naar Mallnitz op het punt staat te vertrekken. En de chauffeur heeft niemand in de bus. Hij leeft helemaal op als ik vraag of we met de fiets in de bus kunnen. Dat kan. We hoeven niet eens de tassen eraf te halen. Voor €15,20 kopen we 500 hoogtemeters. Ik had natuurlijk liever gefietst, maar soms moet je je verantwoordelijkheid pakken en doen wat er gedaan moet worden.

Tip voor fietsers; deze bus gaat elke dag. ’s Ochtends twee keer en ’s middags tussen 13 en 17 uur om vijf over het uur bij de Seilbahnplatz.

Tien minuten later zet de chauffeur ons bij het station in Mallnitz er weer uit. Hier moeten we met de trein door de Tauerntunnel, net als de auto’s. We betalen hiervoor €9,40 voor twee personen en twee fietsen. De reis duurt ongeveer 12 minuten. Deze trein gaat de hele dag door elk uur. Dus we kunnen een kaartje kopen en bijna meteen instappen.

In Bockstein stappen we weer uit. Het is nu een nietszeggend plaatsje maar in het verleden was het de goudmijn van Oostenrijk. Iets verderop ligt Bad Gastein. Het is  een prachtig plaatsje waarvan de hoogtijdagen in de vorige eeuw lagen.

Het is een vakantie-en een kuuroord waar de groten der aarde kwamen. Onder andere Elisabeth van Oostenrijk en Hongarije (ook bekend als Sissi) en de sjah van Perzië kwamen hier. Men dicht heilzame kwaliteiten toe aan het water dat radon bevat maar de werking is nooit bewezen. 

Het centrum is ontzettend steil en volgebouwd met een soort van mini-wolkenkrabbers, zonder dat je dit doorhebt omdat alles tegen de rotsen aan is gebouwd. Het is gesitueerd rond een waterval die door het hele dorp gaat. In drie fasen heb je een verval van 341 meter en hierdoor wordt de lucht negatief geïoniseerd ( ja, ja…) wat bijdraagt aan de gezondheid. Wij zien er ineens 10 jaar jonger uit en alle vermoeidheid is weg.

Hoe het ook zij, het is een fascinerend dorp om doorheen te gaan. Door de teruggang in het toerisme is het wel wat vergane glorie geworden en staan veel hotels leeg of in verval. Wij waren in elk geval blij dat we hier naar beneden konden gaan en niet omhoog. Volgens Benjaminse ‘even doorzetten’ maar volgens mij gewoon een uur lopen want ik kwam met rokende remmen beneden.

We hebben inmiddels een flink aantal kilometers erop zitten. Daarom pakken we de eerste camping die we tegenkomen. De beschrijving vond ik maar zo-zo door de naam; pubcamping en kegelbaan. Maar het is de mooiste en goedkoopste die we hebben deze vakantie. De uitbater is een kordate man die van duidelijk houdt op een vriendelijke manier. We hebben een groen grasveld, prachtig uitzicht en een heerlijke douche. Zo zie je maar dat je beter niet op je eigen interpretatie af kunt gaan, maar meer op de feiten. We koken ons maal en ’s avonds zitten we in de campingkroeg. Want op deze hoogte (840 meter) is het knap koud ’s avonds. Eigenlijk voor het eerst deze vakantie.

profiel-18-08

Kaart-18-08