Pieterpad (2)

Donderdag 12 december
Van Winsum naar Groningen (20 km)

‘Chaotisch’ is het beste woord voor de start van deze etappe. Ik kan het niet anders noemen. Nadat we met de bus van Baflo naar het zwembad in Winsum zijn gegaan, kruipen we door de bosjes om op de route te komen. Terwijl dit nergens voor nodig is, we kunnen ook 50 meter omlopen. Even verderop willen borden ons terug laten lopen. Zijn we helemaal voor niks door de bosjes gekropen. Ze zijn hier duidelijk aan het werk geweest, maar nu kun je er toch weer langs. En na de eerste afslag denken we dat we, aan de track te zien, verkeerd zijn gelopen. Die loopt door het weiland naar de Garnwerderweg en wij lopen via Schillingeham. Veel mooier en later blijkt ook dat dit de gewijzigde route is.

Het traject vandaag is grotendeels bekend. Ontelbare keren heb ik deze route al gefietst. Maar goed, nu doen we het een keer op de langzame manier. Ik kan melden dat het toch anders is dan fietsen.We beginnen met wat omtrekkende bewegingen om Garnwerd. Veel over fietspaden en omdat het winter is, zijn er niet veel fietsers onderweg dus we voelen ons vrij. Waar mogelijk gaan we even de dijk op voor het uitzicht. Dijken zijn hier veel want we zitten nog steeds in het Middag-Humsterland. Een landschap dat voornamelijk gevormd is door de waterloop van de Hunze toen het nog onder het eb en vloed regime viel. De dijkjes geven mooie uitzichten op het landschap en de restanten van de oude meanderende Hunze.

Garnwerd is een oud slapend wierdedorpje. Het kwam pas tot bloei toen het aan het Reitdiep kwam te liggen. Dat was in 1629 toen het Reitdiep uitgegraven werd. Ik vind dat onvoorstelbaar dat ze in die tijd zo’n kanaal hebben uitgegraven. Met de hand! Afijn, voor Garnwerd was het wel fijn. We willen eigenlijk koffiedrinken bij Café Hamming dat een authentiek interieur heeft. Maar die is pas om elf uur open. Gelukkig is bij Garnwerd aan zee wel op tijd de wekker gegaan. Ze serveren een heerlijke Velvet cake. En als we lopen, dan mogen we aan het lekkers.

Garnwerd heeft nog een mooie molen en claimt het smalste straatje van Nederland te hebben. Ook de gietijzeren ophaalbrug ziet er oud uit. Maar die is van 1933. Voor die tijd was er een voetveer. Dat kwam van de Wierummerschouw waar we later langs komen. Op een hete zomerdag ben ik ooit van deze brug gesprongen in het Reitdiep. Garnwerd blijft een plaatje, in welk seizoen je er ook komt.

We gaan terug over de brug en volgen de LF-fietsroute naar Wetsingerzijl. Zijl is het Groninger woord voor sluis. Deze zijl is al in 1634 gebouwd in het Sauwerdermaar. In 1867 is er een versie met 5 paar deuren gekomen. In 1929 ging hij buiten bedrijf en verviel. Nu hebben ze er 1 miljoen (!) euro in gestopt en is hij in zijn oude luister hersteld. Gewelfde gemetselde muren met ijzeren banden. Dit noemen ze ‘wulfmuren’.

Iets verderop is de Wetsingersluis. Waarom de ene een zijl heet en de andere een sluis, is me een raadsel. Deze is als schutsluis in het Reitdiep geplaatst om de stad te beschermen tegen hoog en zout water. Er zit een prachtige ijzeren draaibrug op. Voor ons doen ze hem net even open.

Oostum is de volgende stop. Het is een kerkje op een afgegraven wierde met een paar huizen eromheen. Je kan het geen dorp meer noemen. De kerk is een mooie stopplaats. Aan de achterkant staat een bankje waar je in de zon kunt zitten. En er is een openbaar toilet. Als wij er zijn, is de kerk open en kunnen we binnen ons bammetje doen.

Het kerkje is gebouwd in de 13e eeuw met drie traveeën (muurvakken). Toen in de 14e eeuw de toren werd toegevoegd kwam er een halve travee te vervallen. Het zadeldak op de toren is bijzonder omdat het dwars staat. Ongebruikelijk voor deze regio. De dakbedekking zijn overigens ‘monniken’ en ‘nonnen’. Halfronde pannen die beurtelings met de bolle en de holle kant naar boven liggen. Iets wat we eerder ook bij andere Groninger kerken zagen. Het is een van de meest gefotografeerde en geschilderde kerken van Groningen.

Via een Dode Laan (kortste weg naar het kerkhof, nu komen we er net vandaan) lopen we door de velden naar Wierummerschouw. Het woord schouw verwijst naar het feit dat hier vroeger een pontje was. Juist ja, het pontje wat later naar Garnwerd is gegaan. Hier moeten we een omleiding volgen. Omdat vorig jaar al de Paddenpoelsterbrug eruit is gevaren moeten we een stukje omlopen via de nieuwe brug bij Dorkwerd. Die Paddenpoelsterbrug is een soap op zich. Sommige boze tongen beweren dat het opzet was omdat ze van het van Starkenborghkanaal een scheepvaart-snelweg willen maken en dan ligt zo’n brug maar in de weg. Feit is in elk geval dat er weinig schot zit in de vervanging. Zelfs een noodbrug of een pontje voor de fietsers en wandelaars kan niet voor 2022 gerealiseerd worden. Ook de Tweede Kamer maakt zich er druk om. Wij kunnen er weinig aan veranderen dus we lopen gewoon om. Inmiddels begint het lijf langzamerhand te protesteren maar de stad komt in zicht en gelukkig hebben we nog wat afleiding.

Waar nu het nieuwe ICT/Kennis-gebied Zernike uit de grond gestampt wordt, stond vroeger het Galgenveld. Hier werden de misdadigers opgehangen als afschrikking voor de reizigers met snode plannen, die de stad binnen kwamen. Als herinnering staat er een metalen hand met gedicht.

Als we de wijk Selwerd binnenkomen, staat er het kunstwerk Levensloop. Alhoewel het heel toepasselijk lijkt, al die schoenen, voor het Pieterpad, het heeft er niets mee te maken. Het gaat over de vele (80) verschillende nationaliteiten die in deze wijk wonen.

Via een interessante route gaan we door de stad naar het station. Er is onderweg veel te zien maar voor ons, als Groningers, is het allemaal gesneden (Groninger) koek. We komen langs de Noorderbegraafplaats, door het Noorderplantsoen en langs de Noorderhaven. Allemaal mooi.

Maar de spieren en heupen willen op dit moment maar één ding en dat is naar huis gaan. Dus alle andere bezienswaardigheden laten we even links liggen en spoeden ons naar het station. Daar zijn ze al helemaal in kerstsfeer en dit maakt de stationshal er nog mooier op.

Ondanks dat deze etappe de bekende weg was, hebben we toch genoten. En na ’s avonds een uurtje gezeten te hebben, komt het lijf ook weer wat bij. Mooi dat we weer een stukje verder zijn en op naar het volgende traject!

Pieterpad (1)

Zondag 1 december
Van Pieterburen naar Winsum (12 km)

Kleine wolkjes verlaten mijn mond als ik adem. We kijken uit over een donkere massa klei en heldere luchten. De luchten zijn in de herfst op zijn mooist. Als in oudhollandse schilderijen. Complexe wolken, in de oneindige verte, met de belofte van regen. In het veld gakken de ganzen en voeren een evacuatie oefening uit. Met honderden stijgen ze op, cirkelen even boven ons en dalen weer neer. We lopen in het Middag-Humsterland, Groningse wierden- en marengebied, en sinds 2005 Nationaal landschap.

Ja, je leest het goed. We fietsen niet, maar we lopen. In de winter is het te koud om te fietsen en daarom heb ik deel 1 van het Pieterpad besteld en afgelopen zaterdag binnen gekregen.

In feite is elke dag geschikt om te beginnen, dus waarom vandaag niet. Ondanks dat er natte bytes mijn buienradar-app binnenstromen gaan we gewoon op pad. De eerste etappe is van Pieterburen naar Winsum. Twaalf kilometer. Dat moet zelfs voor ons, als notoire fietsers, te doen zijn.

Om in Pieterburen te komen nemen we de bus. Je kunt hier aan de provinciale weg bij Baflo instappen en 10 minuten later sta je bij het startpunt van het Pieterpad. Gemakkelijker kunnen we het niet maken.

Pieterburen kennen we al. Reden om meteen de rood-witte bordjes te volgen. Even langs de kerk, ‘Domies-toen’ en binnen no-time staan we met de schoenen in de modder en het hoofd in de ruimte.

Het Groninger land is relatief kort geleden land geworden. Lang was het hier zee met ambities. Pas zo’n 2500 jaar geleden begon men hier wierden op te werpen. Verhogingen in het landschap zodat je niet twee keer per dag natte voeten kreeg. De Romeinen noemden het boomloze baggerhopen en in feite waren het niet meer dan dat. Op de wierden werden hutten gebouwd en deze wierden groeiden van huiswierden tot dorpswierden. Kerken zijn onvermijdelijk en zo groeiden de dorpen zoals we die nu om ons heen zien. Want zeker de kerk en de doden (begraafplaatsen) moesten droog blijven. Sommigen waren wel vijf meter hoog.

In de 19e eeuw kwam men erachter dat die wierden eigenlijk bestonden uit vruchtbare grond want het groeide aan door aarde, mest en huisvuil. Een soort van composthoop naast de voordeur. Dat kon natuurlijk goed verkocht worden. Begin 19e eeuw werd het voor 55 cent de ton afgegraven en verkocht. Via modderschepen werd het afgevoerd en kijken wij tegen gemutileerde wierden aan. Tegenwoordig is men weer bezig dit te herstellen.

Het land wordt nu minder beheerst door de getijden. Was het vroeger de Hunze die de stad Groningen met de zee verbond. Na het ontbochten hiervan heeft het de naam Reitdiep gekregen. Dat water hier nog een grote rol speelt zie je aan de vele bruggetjes waarmee we het water oversteken.

We hebben hier vaak gefietst maar wandelen is toch anders. Het is prachtig om door de velden te lopen. Nog meer dan met het fietsen wordt je gedwongen te vertragen. Nog meer zit je in het landschap en nog meer worden al je zintuigen aangesproken.  Zonder moeite en voor we het weten komen we door Eenrum, een wierde-dorp pur-sang. Boven op de bult staat de kerk, uit de 13e eeuw. Voor het eerst zie ik hier ook de waterpompen staan waarvan de rode wel erg in het oog springt.

Langs de hoofdweg lopen we naar Mensingeweer. Vroeger liep hier de provinciale weg doorheen. Tegenwoordig is er een rondweg en daar is het dorp flink van opgeknapt. Bij de molen doen we een cache en via het hoogholtje steken we het water over. Het is hier heerlijk rustig nu. Onderweg komen we nauwelijks mensen tegen ondanks dat het, tegen verwachting in, prachtig weer is.

Langs Mensingeweerster loopdiep komen we in Winsum. Ik ben hier honderdduizend keer geweest maar kom toch in steegjes die ik niet eerder heb gezien. Winsum is een dubbeldorp dat, naast Winsum op de zuidelijke wierde, ook nog bestaat uit Obergum, op de noordelijkwe wierde. Beide delen worden verbonden door ‘de Boog’, midden in het dorp. Net als alle dorpen hier, is er in Winsum ook een haven. En in die haven de Jeneverbrug. Uit het boekje leer ik dat deze naam komt omdat er een café aan beide zijden was. Tegenwoordig zit er een Chinees dus misschien moet het nu de Pekingbrug worden.

Vanuit Winsum kunnen we de trein naar Baflo nemen. Maar dan moeten we nog een klein uurtje wachten. Het is maar 5 kilometer, dus dat kan er nog wel bij.  Enigszins stijf in de heupen komen we thuis. De eerste etappe zit erop. We kijken uit naar de rest. 

Zure melk

eindeloos wad
mijn wereld mijn thuis

stappen dwalen door de ruimte
stappen in het zwarte zand

linkervoet rechtervoet
linkervoet rechtervoet

eeuwig ritme
eb en vloed

— Luc ten Klooster

Als melk te lang stilstaat, dan wordt het zuur. En wat voor melk geldt, geldt ook voor ons. We moeten op stap. Elke bestemming is goed, maar sommige bestemmingen zijn beter dan anderen. Ons oog valt op Ameland. Een bestemming aan zee is altijd plus één voor mij. En wat het nog beter maakt is dat het deze maand Kunstmaand op Ameland is.

Kunst is altijd wat schimmig. Veel kunst vind ik de grootst mogelijke rotzooi dat op een rommelmarkt nog weggegooid zou worden. Maar goed, wie ben ik om daar een oordeel over te (kunnen) geven. Kunst wordt voor mij mooi als het je in het diepst van je ziel raakt. En geraakt worden willen we. Dus op naar Holwerd!

De veerboot is laat. We wachten in de hal op zijn aankomst. De ruimte wordt grotendeels gevuld door grijze bloemkolen. Een jeugdiger persoon heb ik de term fossiel horen noemen. Ons voorland. Ook het jouwe, mits je het geluk hebt om lang genoeg te kunnen wachten. Maar goed, hier zitten wij, als Coelacanthen, tussen. Want de enige mensen die tijd en geld  hebben om op een doordeweekse dag naar Ameland te gaan zijn drugsdealers en bejaarden. En wij horen zeker niet bij de eerste groep. Groot voordeel is wel dat we sneller zijn dan de rest. We staan dan ook als eerste bij de fietsverhuur en laten de rest daarna ver achter ons.

En we hebben geluk. Het wordt tegen verwachting in zowaar mooi weer. Het strand voelt altijd als thuiskomen. Misschien omdat ik ooit in een huis aan een boulevard van Katwijk aan Zee ben geboren. Ik zou uren kunnen slenteren langs de vloedlijn. Net als de strandlopertjes die overigens ook niet van natte voeten houden. Voetjes waaraan de achterteen mist zodat ze ook wel de drieteenstrandlopers worden genoemd.

Ook zien we veel zeesterren op het strand. Normaal gesproken zie je die nauwelijks. Zeesterren houden zich vast aan harde voorwerpen zoals mosselbanken, dijkstenen en scheepswrakken. Tijdens stormen moeten ze door het natuurgeweld hun ondergrond soms loslaten. Ook speelt de kou in de wintermaanden daarbij een rol. De dieren raken verlamd van de kou, waardoor ze zich niet meer goed kunnen vasthouden. Ze komen dan te zweven in het water. Bij een oostenwind ontstaat er een onderstroom richting land en spoelen ze massaal aan.

Maar goed, genoeg gelummeld aan het strand. Er moet kunst bekeken worden. In Hollum, Ballum, Nes en Buren zijn iets meer dan 40 plekken waar je wat kunt zien. Hierbij kom je op plaatsen waar je normaal gesproken niet komt. Zoals kerken (daar komen we nooit), bejaardentehuizen (nog niet aan toe) en cafés (daar komen we helemaal nooit). In twee dagen fietsen we het hele eiland af en zien meer kunst dan ons lief is. Daarbij is kunst, Kunst en rommel. Er zijn mensen die een houten karretje betimmeren, er een prijskaartje van €240 op hangen en het kunst noemen. Ik noem dat rommel. Of ik begrijp het niet. Maar er zijn ook prachtige voorwerpen in glas, fantastische schilderijen en mooie beelden. Het meest wordt ik geraakt door een uitzonderlijke foto expositie van Luc ten Klooster over Rixt van het Oerd.

Een eiland in de herfst is relatief leeg. Door de week is het nog leger. Heerlijk al die rust en ruimte. In de loop van de middag komt de mist opzetten en in het schemerduister fietsen we met vochtige wenkbrauwen de laatste kilometers naar huis. Bij de Spar halen we voor € 2,45 een fles Glühwein en trekken ons terug in het comfortabele appartementje terwijl Ameland verder opgeslokt wordt door de mist. Op tv vinden we een zender die oude nummers speelt uit de tijd van gillende gitaren en lang haar. Vroeger was alles beter maar tegenwoordig hebben we het ook niet slecht.

Hieronder een overzicht van een deel van de werken die we gezien hebben en die ik (meestal positief) opmerkelijk vind.

Home Sweet Home

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic to creativity. When we get home, home is still the same, but something in our minds has changed, and that changes everything.

Dag 133:

We hebben besloten om een extra dag in Aken te blijven om de stad te bekijken en wat energie op te doen voor het laatste stukje naar huis. Aken geeft me een beetje hetzelfde gevoel als Groningen. Niet al te groot, studentenstad, oude gebouwen en een winkelstraat. Een gezellige stad. Je kunt mooi in één dag de bezienswaardigheden bekijken, als je geen musea doet. Want dan heb je een dag extra nodig.
In dit soort gevallen is Mevr. van der Veeke reisleider. Ze zoekt op internet uit wat we gaan bekijken en zoekt er wat achtergrond bij. Zo heeft ze een top-10 gemaakt en tegelijk een stadswandeling uitgezocht die ons bij de meest mooie dingen langs laat lopen.

Aken is natuurlijk bekend van Karel de Grote (7e-8e eeuw) die de stad als residentie had van het Karolingische rijk. Hij liet hier zijn paleis bouwen maar ook de eerste aanzet tot de Dom, die ook wel de Mariekerk genoemd werd. Aken is ook bekend van zijn thermische bronnen die ertoe geleid hebben dat het een kuuroord is geworden. Door de eeuwen heen zijn er vele grote namen geweest om hier in het hete water te plonzen. Wij hebben helaas geen tijd voor een kuur, maar we kijken wel even bij de Elisenbrunnen. Het water wat er stroomt stinkt naar zwavel en is heet.

Achter de bron is een leuk parkje met de fontein ‘Kreislauf des Geldes’, een opvallende beeldenpartij. Overal in Aken staan overigens beelden wat de stad erg de moeite waard maakt.

Daarna gaan we naar de schatkamer van de Dom. Hier hebben ze een (groot) aantal religieuze schatten en relikwieën verzameld. Het is een mooie collectie maar ik blijf er moeite mee hebben dat de kerk dit allemaal over de ruggen van de arme mensen heeft verzameld. Indrukwekkend vind ik de schilderijen en de relikwie van Karel de Grote.

Daarna gaan we de Dom in. Het eerste gebouw in Duitsland dat op de Unesco Werelderfgoed lijst kwam te staan. Ook dit is een toonbeeld van rijkdom en kunst. Het was lang geleden dat we in een kerk waren. Alles is in tip-top conditie en het is een feest voor het oog om hier rond te lopen. Mooi concept vind ik dat je niet mag fotograferen, tenzij je een kleine bijdrage (€1) betaalt. Sympathiek en zo harken ze toch een aardig bedrag binnen want iedereen wil er wel een euro voor betalen.

Voor de rest volgen we de stadswandeling en komen we langs een aantal markante punten. Het Rathaus staat aan de voorkant helaas in de steigers, maar de achterkant is ook mooi. Haus Löwenstein is het oudste gebouw (1345) in Aken maar ziet er nog prima uit. En van alle beelden in de stad is Poppenbrunnen nog wel een van de mooiste. Tenslotte heeft Aken een boel mooie winkels, iets waar Mevr. van der Veeke met name van geniet. Want op het winkelvlak is het de laatste maanden wat karig geweest. Nu kan ze dat allemaal even inhalen. Pech is wel dat al dat moois niet in haar fietstas past.

Dag 134:

Het is koud en bewolkt. Voor het eerst sinds maanden hebben we flinke plensbuien. Gisteren middag ook al maar toen zaten we binnen. Tijdens twee grote buien kunnen we gelukkig schuilen, dus we houden het redelijk droog.

Het landschap tussen Aken en Maastricht is flink heuvelachtig, dus we nemen afscheid van de route met een paar laatste klimmetjes. Al na een kilometer of zeven gaan we bij Lemiers over de grens. Niet eerder was ik zo lang in het buitenland. Een record van 128 dagen. Overigens zijn we maar een klein stukje in Nederland. Vlak na Maastricht gaan we weer de grens over naar België. In Maastricht hebben we eerder op de Markt een heerlijke wok gegeten. Als we er langs komen, zie ik dat hij er nog steeds zit. Mooie gelegenheid om alvast een warme maaltijd naar binnen te schuiven. Een soort van gezonde McDonalds want het wordt vers gemaakt met veel groenten.

Voor de weg naar huis is geen route. Ik heb via de routeplanner van de fietsersbond zelf een route naar het noorden gemaakt. Tenminste, ik heb opgeven wat ik wilde en hij heeft de route gemaakt. Ik had gekozen voor een autoluwe natuurroute en wordt niet teleurgesteld. Er worden prachtige fietspaden gekozen maar soms wat kunstmatig om drukke weg of dorp heen. Die lusjes slaan we natuurlijk over. We zitten eerst langs de Maas maar komen al vrij snel op een fietspad langs de Zuid-Willemsvaart. Mooi fietsen met als minpuntje dat we wind tegen hebben.

Eindpunt van de dag is Maaseik. Zo brengen we toch nog een nacht in het buitenland door. Na veel wikken en wegen besluiten we toch een B&B te boeken. De campings zijn er erg kaal en het weer is koud en nat. Zo zitten we toch weer luxe, met stroom en wifi in een warme slaapkamer. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

Dag 135:

De overnachting in B&B de Koddige Kater is met ontbijt. We worden er flink verwend. Zelden heb ik zo’n lekker ontbijtje gehad met ‘scrambled eggs and bacon’. De Koddige Kater is een smaakvol ingericht pand met (eet)cafe. We zien dat dit maar één dag in de maand open is, De eigenaar vertelt ons over het ontstaan van het B&B. Het pand was een bouwval dat vanaf de grond weer opnieuw opgebouwd is. Al zijn geld ging erin maar vlak voor de opening werd een slopende ziekte bij zijn vrouw vastgesteld. Dat lijkt nu onder controle maar daardoor konden ze het niet zo exploiteren zoals ze wilden. Vandaar dat het bij die ene dag bleef. Jammer, de entourage verdient meer.

Wij verlaten in alle vroegte Maaseik. Op de markt nagestaard door de gebroeders van Eyck. Vrij snel komen we bij Thorn weer op Nederlands grondgebied. Dit gaat zonder merkbare grensovergang. In Thorn, het witte stadje, zijn we vaker geweest dus we fietsen er alleen doorheen.

Verderop komen bij het kanaal Wessem-Nederweert. Deze brengt ons en één rechte streep noordwaarts. Ze doen nog een poging om ons tegen te houden, maar dat gaat niet lukken. Het is de zoveelste afgesloten weg waar ze geen goed alternatief voor aangeven. Als fietser moet je het zelf maar uitzoeken, vaak door kilometers om te fietsen.

Voor de rest zitten we veel in de Limburgse bossen met hier en daar een klimmetje. Het weer is wat vriendelijker dan gisteren en het is mooi fietsen, over een mooie route, door een mooi landschap. Al vroeg in de middag zijn we in Deurne waar we de camping opzoeken.

Het leukste van de dag moet nog komen. Onze fietsvrienden Kees en Corrie fietsen dit weekend met ons mee. Kees zien we ’s middags al en Corrie komt ’s avonds pas want ze moest nog werken. We vinden het erg leuk dat ze een stukje met ons meefietsen. Dat voelt als een welkom onthaal in Nederland.

Dag 136:

Vandaag krijgen we een nog grotere verrassing dan gisteren. Onze goede vrienden Anko en Aukje, uit ons dorp, zijn in de buurt en stellen voor om ergens koffie te drinken. Het lukt een rendez-vous af te spreken. We vinden het ontzettend leuk om ze weer te zien en beseffen nu pas hoe lang we weg zijn geweest. Een hele fijne ontmoeting.

Maar goed, daarna moet er toch echt weer gefietst worden. Dat gaat met Kees en Corrie anders dan met z’n tweeën. Het tempo ligt nu een stuk hoger dan we gewend zijn om te fietsen, dus we moeten flink aanpoten. Dat doen we overigens zonder een spier te vertrekken.

En de pauzes met hun zijn véél langer en ook véél gezelliger. Kees is een wandelende encyclopedie en weet heel veel te vertellen van de omgeving waar we doorheen gaan.

Door het platteland van Limburg en Brabant meanderen we ons weer een weg naar de Maas. In Boxmeer doen we boodschappen en moeten we een tijdje schuilen voor de enige bui van de dag. Met koffie en brownies is dit geen straf. Bij Cuijk is het kermis en moeten we omrijden om bij de pont te komen. In Groesbeek vinden we een mooie kleine camping waar we als enigen op het trekkersveldje staan en het centrum binnen loopafstand zit.

Dag 137:

We kunnen de tent verrassend droog inpakken. Eerst gaan we naar Nijmegen waar we koffie drinken met kraakverse cheesecake. Hij werd gemaakt terwijl we wachten en smaakt goddelijk. Via de spoorbrug steken we de Waal over. Het deel hierna is het minste van de hele route. Er is hier veel bebouwing en weinig keus in fietspaden. In Elst doen we even boodschappen en lopen vast op de rommelmarkt. Bij Driel steken we de Neder-Rijn over via een voet/fietsveer.

Aan de overkant hebben we een lange lunch want we hebben afgesproken met andere fietsvrienden, Gaele en Loes, die van de jubileum bijeenkomst van de Wereldfietser komen. Loes heeft de eerste dagen van de tocht met ons mee gefietst. In de tussentijd heeft ze op de ukelele leren spelen. Niet zo goed als mijn favoriete ukelele-speelster maar goed genoeg om op te treden bij het wereldfiets-weekend. Met name Mevr. van der Veeke vindt het jammer dat ze dit gemist heeft want ze is nogal van het meezingen. Gelukkig geeft Loes, speciaal voor ons, een privé optreden zodat dit gemis slechts een herinnering is.

Door deze lange pauzes zijn er nog maar weinig kilometers gemaakt. We fietsen dus nog even flink door. Bij Wolfheze nemen we met spijt afscheid van Kees en Corrie. Het klikt erg goed met hun op allerlei vlakken en het is gezellig fietsen met hun.

Wij gaan nog een stukje noordwaarts over de Veluwe. Op een gegeven moment willen we door het Nationaal Park Hoge Veluwe van Otterloo naar Hoenderloo maar daar schijn je voor te moeten betalen. Twintig euro kosten die acht kilometer. Dat vinden we wat teveel en rijden om. Een minder leuke weg maar voor het geld dat we uitsparen kopen we later bier en bitterballen. Bij Hoenderloo willen we naar de natuurcamping, maar die ligt in het park. Naast de campingprijs moet je dan ook de entree in het park betalen. Dat doen we nog steeds niet dus we gaan op zoek naar een andere camping. Dat leek makkelijk maar de ene camping is gesloten en de andere bestaat gewoon niet. Gelukkig is er nog meer keus en vinden we er nog een. Het is al laat en in de schemering koken we ons potje. Weer een stukje dichter bij huis.

Dag 138:

Het was een heldere, dus weer een koude en natte nacht. En daarom ook een beetje kleumen bij het ontbijt omdat we nog niet in de zon kunnen zitten. Vandaag zitten we het grootste deel van de dag in het bos. Kudos voor de fietsrouteplanner dat er zo’n mooie route gemaakt kan worden. En omdat het maandagmorgen is, zien we niemand. Het is zo rustig in het bos, dat we meermalen de wilde zwijnen tegenkomen.

En voor de rest is het alleen maar erg mooi. Het compenseert een beetje de droogte van Spanje en we genieten enorm van het groen. Van saaie routes langs autowegen krijg je geen energie maar hier hebben we de neiging om steeds harder te gaan fietsen door de route die op en neer gaat en ook veel smalle bochtige paden. Heerlijk.

Pas bij Zwolle komen we weer tussen de mensen. Ook leuk om even door de stad te gaan. Vanavond slapen we bij onze fietsvriendin Ria en om bij haar te komen gaan we via het Haersterveer. Dit is een van de mooiste pontjes van Nederland. Door met twee klossen aan het touw te trekken en heen en weer te lopen, gaat het pontje naar de overkant. Nog helemaal handwerk dus.

Bij Ria komen is altijd feest. Ze verwent ons altijd enorm met drankjes (ze haalt speciale biertjes voor me!) en zet ons altijd een lekkere maaltijd voor. Een heerlijke douche en dito bed maken het af. Met Ria hebben we het Spaanse deel naar Santiago de Compostella gefietst. Daarna hebben we haar niet meer gesproken en hebben dus veel bij te praten. Het wordt dan ook iets later dan anders.

Dag 139:

Na een verwenontbijt nemen we afscheid van Ria. Het is nog ongeveer 130 kilometer naar huis en dat willen we in twee dagen doen. We zien wel hoe ver we vandaag komen. De buienradar dreigt met regen bij vertrek, maar het is een loos alarm. We houden het tot de middag droog.

De nattigheid zit hem niet alleen in de lucht. Ook het landschap is waterig genoeg. We blijven omgeven door water en hebben regelmatig een pont. Altijd leuk. We zitten een tijd in het nationaal park van de Weerribben en daarna komen we in het Drents-Friese Wold. De bossen zijn hier anders dan op de Veluwe. Minder oud en een andere tint groen. Zo buiten de vakantie en met niet heel mooi weer is het hier erg rustig. En ook een prachtige omgeving. Spanje was mooi, Portugal was genieten en Frankrijk prachtig. Maar in ons eigen land is het ook de moeite waard.

In de loop van de middag krijgen we wat last van buien. Het kamperen bij deze nattigheid trekt niet zo. We nemen een B&B in Appelscha en zitten de laatste avond heerlijk comfortabel in onze eigen studio. Dit heeft als voordeel dat we ook nog een keer ons eigen maaltje kunnen maken. We zijn er bijna.

Dag 140:

Het laatste stukje vandaag. Als we opstaan is het blauw maar de buienradar voorspelt niet veel goeds. Er gaat een grote storing over het land en we houden het niet droog. Het maakt ons niet uit. Vandaag komen we thuis!

Eerst gaan we koffiedrinken bij Wim (en Marjan) van Eeden in Veenhuizen. We komen er vlak langs en sinds ze er wonen hebben we hun prachtige huis en tuin nog niet kunnen bewonderen. Door het Drentse en, later, Groninger landschap snellen we naar huis. ‘Snellen?’ Ja, er staan een fikse wind en die hebben we in de rug. Dat schiet lekker op. Inmiddels is de regen ook gearriveerd en hebben we het regenpak aan. Het is eigenlijk de eerste echte regen die we in maanden hebben. En dat geeft meteen een probleem dat we al maanden niet gehad hebben. Om een broodje te eten moet het wel even droog zijn. Dat lijkt het niet te worden dus onze laatste lunch hebben we bij de McDonalds in Hoogkerk. Tegen twee uur rijden we Baflo binnen. Het was 140 dagen geleden dat we vertrokken. In de tussentijd hebben we bijna 7000 kilometer afgelegd en zeven landen gezien. Het is een heerlijk gevoel om weer thuis te komen tussen de eigen spullen. De overbuurjongens hebben de tuin spik-en-span bijgehouden en alles ziet er verzorgd uit. Ik verheug me op mijn eigen bed en de luxe die we thuis hebben ondanks dat we de afgelopen maanden prima zonder konden. Ik verheug me ook op het weerzien met kinderen en kleinkinderen.

Los hiervan hebben we een prachtige reis gehad waarin we veel gezien en gedaan hebben. We hebben andere culturen leren kennen, heel veel leuke en lieve mensen ontmoet en landschappen gezien die ik nooit zal vergeten. De reis is voorbij. Het was mooi zo.

Dit is de een na laatste blog van deze reis. Er komt er nog een met een evaluatie en cijfertjes overzicht. (Ik ben gek op getallen en ik heb van alles bijgehouden.) Ik hoop dat je met deze blog een indruk hebt gekregen van de reis, de landen en de mensen. Ik vond het leuk om te doen, ook al was het veel werk en had ik er niet altijd de energie voor na een dag fietsen. Tot de volgende reis.

Waterwegen

Your true traveler finds boredom rather agreeable than painful. It is the symbol of his liberty-his excessive freedom. He accepts his boredom, when it comes, not merely philosophically, but almost with pleasure. – Aldous Huxley

Dag 126:

Het was heerlijk om weer in een B&B te zitten maar onze kamer was ’s nachts erg warm. Dus het was nog een keer zwemmen, maar dan in bed, Ook hier is de temperatuur, voor deze tijd van het jaar, veel te hoog. Normaal geven we de voorkeur aan een fruit-yoghurt ontbijt, maar we hebben niets dus we zijn blij met het Franse ontbijt. Dit bestaat uit niet meer dan een (chocolade) croissant, wat stokbrood met jam en koffie/thee. Michel, onze gastheer, denkt wel met ons mee want hij heeft een extra stokbroodje voor ons gehaald voor onderweg. Hij vertelt ons dat hij ook de burgemeester is van Raville en hij (her)kent het probleem met de leeglopende dorpen. In zijn jeugd woonden hier 100 mensen meer (nu nog ongeveer 250) en was er nog een kroeg. Maar toen die uitbater met pensioen ging, wilde niemand het overnemen en werd het gesloten. Zo gaat het ook met de andere voorzieningen. Het is tekenend voor Noord-Frankrijk en daarom zijn er geen winkels meer hier.

Toch heeft het lege landschap wel wat voor ons fietsers. De wegen zijn rustig en de uitzichten op elke heuvel weer nieuw. Wij heuvelen ons een weg door dit landschap via Varize, Hayes, Vry en Vigy. In dit laatste dorp vinden we eindelijk weer een winkel annex tabac annex pompstation en kunnen we ook wat beleg op het brood van de burgemeester kopen. Via Kedang-sur-Canner komen we bij Kœningsmacker. Hier vinden we een super om de boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. En hier komen we ook bij de Moezel, die we een stukje zullen volgen. Iets verderop is het dorpje Malling. Deze heeft een municipal langs de Moezel. Hier strijken we neer voor de nacht.

Dag 127:

Het bevalt hier zo goed dat we besluiten nog een dag te blijven. Alle ingrediënten zijn aanwezig; Een mooi plekje, een picknicktafel, stroom, mooi weer en rust. Ik moet alleen even 10 kilometer op en neer naar Kœningsmacker maar voor de rest doen we niet veel vandaag. Heerlijk om even bij te komen.

Dag 128:

Vandaag fietsen we door drie landen. Maar we beginnen langs de Moezel. Bij een (grote) rivier fietsen is altijd leuk. Het is meestal vlak, lekker koel en er is altijd wat te zien met de bootjes. Maar dat laatste valt wat tegen. Op dit deel van de Moezel is weinig scheepvaart en er komen ook nauwelijks bootjes langs. De oevers zijn kilometerslang gevuld met caravans. Het is geen camping maar blijkbaar mogen mensen hier hun sleurhut parkeren. De oevers lopen hier redelijk steil omhoog en zijn beplant met druivenranken. Hier komt de bekende Moezelwijn vandaag. Door de hellingen pakken ze veel zon, staan beschut en door de Moezel blijven de temperatuursschommelingen beperkt. Hier verbouwen ze onder andere de Riesling, de Pinot Gris, de Pinot Rosé en de Gewurztraminer.

We zitten nog maar een klein stukje in Frankrijk en ik heb nog twee Franse postzegels. Zonde om die weg te gooien maar hier zijn geen toeristische kaartjes te koop. Uiteindelijk vinden we twee kaarten bij de bloemenwinkel, al zijn die drie keer zo duur als de postzegel. Niet echt economisch dus. Toch zien we dit niet als belemmering. Een kaartje gaat naar Marten, de bouwer van onze fietsen die ons al meer dan 6000 km vervoeren. Over asfalt, hobbelpaden en rivierbeddingen. Fantastische fietsen.

Bij Apach gaan we geruisloos de grens over naar Duitsland. Apach ken je waarschijnlijk niet maar het ligt vlak naast Schengen. Hier werd op het schip, Princesse Marie Astrid, het verdrag over vrij personenverkeer getekend. Daarom waren we nergens illegaal ondanks dat we soms via slinkse wegen een land binnenkwamen.

We blijven een tiental kilometers de Moezel in Duitsland volgen totdat we uiteindelijk bij Wormeldange de rivier oversteken en in Luxemburg komen.

We verlaten de Moezel dus dat is helaas weer klimmen. Gelukkig is het niet te steil en niet te hoog. Via Mensdorf, Olingen en Rodenbourg gaan we het binnenland van Luxemburg in. Ze noemen het hier le Bon Pays, of het Gutland. Een golvend, vruchtbaar landschap met een zacht klimaat wat de lokale boeren welvaart gaf. We komen ook langs de zendmasten van Radio Luxemburg. Menigeen heeft daar vroeger op het transistorradio’tje naar geluisterd. Ik weet niet eens of ze nu nog in de lucht zijn, maar de masten staan er nog.

Daarna dalen we af door het Mullerthal of het dal van de Ernz Noire. Het is Luxemburg op zijn mooist. Een smalle kloof met watervallen, geërodeerde rotsformatie en bijzondere flora.

En dit alles ligt in een diffuus groen licht door de hoge ligging van de bomen. Prachtig om doorheen te fietsen. Hier vinden we ook de camping voor de nacht. We zetten de tent op naast een beekje. Het geluid van stromend water is rustgevend, maar je moet er wel steeds van plassen. Door de kloof zitten we wel snel in de schaduw. En ‘s avonds wordt het koud en nat. Mevr. van der Veeke zoekt haar skibroek weer op en ik slaap voor het eerst weer met sokken aan. Morgen zon en dan kunnen we weer opwarmen.

Dag 129:

We hebben pech en geluk. De weg waar we langs willen, is barree. Maar omrijden is voor een fietser geen optie hier. Het is een heel eind en heel veel klimmen. We zijn burgerlijk ongehoorzaam en gaan gewoon de weg in. Het helpt dat het zaterdag is, want ze zijn niet aan het werk. Vorig jaar zijn hier grote overstromingen geweest en ze leggen geulen aan om het water beter af te voeren. Met een beetje laveren kunnen we er gewoon langs. Het betekent ook dat we de enige weggebruikers zijn en dat is fijn. Er zijn veel groepen motorrijders op de weg die langs scheuren. Ik klaag niet want ik heb hier zelf ook gereden op de motor.

Ik was vergeten hoe mooi en woest Luxemburg is. Zo dichtbij een paradijs voor wandelen, fietsen en watersport. We zitten de hele dag langs riviertjes. Eerst de Sauer en later de Our.

Ook wisselen we meermalen tussen Duitsland en Luxemburg waardoor ik niet altijd weet in welk land ik ben. Mevr. van der Veeke wil graag kaffee mit küchen in plaats van oploskoffie langs de weg maar ze moet tot Vianden wachten om die te vinden. En dan heb je ook wat. Apfelstrudel mit vanillesauze und eis. In Vianden staat ook het prachtige kasteel boven op de berg. Het stamt uit de middeleeuwen en kwam in 1417 in bezit van de Nassaus. In 1820 werd het door Willem I verkocht en in verval geraakt nu is het weer fraai gerestaureerd.

Bij Vianden moeten we een stukje klimmen om bij het stuwmeer te komen. Daarna blijven we af en aan de Our volgen. We komen op prachtige off-road paden door de natuur. Langs de Our is het vlak fietsen en soms is er geen ruimte voor een weg en dan moeten we klimmen. Als ik het weerbericht mag geloven, is het de laatste dag boven de 30 graden. Of dit goed of slecht is, weet ik nog niet.

Zoals Mevr. van der Veeke snakte naar küchen, zo graag wilde ik een schnitzel. Bij Untereisenbach vinden we die en we hebben een lange lunchpauze. Gelukkig is het nog maar een klein eindje naar de camping bij Dasburg. Het zijn zware kilometers omdat ze omhoog lopen en het bier in de benen is gezakt. Bier!? Ja, schnitzel zonder bier is als een tang zonder varken.

Op de camping vinden we eindelijk het malse gras in een groene omgeving waar we al die maanden naar verlangden. Het zal wel weer nat worden vanavond maar dat hebben we er graag voor over. Morgen is het 10 graden koeler en verlaten we Luxemburg. We hopen dan ergens in België terecht te komen. Maar het kan ook Duitsland worden.

Dag 130:

We zijn ineens van de zomer in de herfst gestapt. Het is zomaar 15 graden kouder en bewolkt. Geheel verkeerd gekleed zit ik op de fiets. Voor het eerst in lange tijd heb ik het koud. Maar niet voor lang, we moeten eerst stijgen naar Dasburg en daarna nog hoger. En dat gaat met een flink percentage. Ondanks dat ik het koud heb, loopt het zweet in de bilnaad. Na een uurtje klimmen zijn we boven en zouden we heel graag een kafee mit küchen willen hebben. Maar ook hier in Luxemburg zijn de dorpen zonder voorzieningen. Van oudsher is het een arm gebied. Tot in het eind van de jaren vijftig was het schrale grond waar je weinig mee kon. Daarnaast werden de landjes bij elke erfenis kleiner verdeeld. Hier kwamen twee oplossingen voor; kunstmest en vertrekkende jeugd. Hiermee kon er voor meer welvaart worden gezorgd.

We volgen een tijdje een heuvelrug en dalen dan af naar België. Ook weer tijdelijk, want soms zitten we ineens weer in Duitsland. En om de landelijke verwarring nog groter te maken; In Belgie spreken ze soms Duits en in Duitsland soms Frans. Afijn, hier pakken we wel de Vennbahn Radweg op. In 2014 was het de fietsroute van het jaar. 125 kilometer, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer, over een oude spoorbaan. En sinds die tijd stond hij ook al op mijn lijstje om te fietsen.

De spoorlijn werd 125 jaar geleden aangelegd tussen Aken en Luxemburg Om steenkolen te vervoeren naar het Ruhrgebied. Hoogteverschillen werden zoveel mogelijk weggewerkt met viaducten, bruggen en taluds. Daarom is hij ook zo mooi fietsbaar. Ondanks de heuvels in het terrein is de gemiddelde stijging maar 2%. De spoorlijn was in gebruik tot de 2e Wereldoorlog. Daarna was het economisch belang niet zo groot meer en de oorlogsvernielingen aanzienlijk zodat hij niet meer opgelapt werd. In de jaren 90 is geprobeerd er een toeristisch treintje van te maken, maar dat is nooit rendabel gekregen. Daarna is de lijn verbouwd naar een fietspad waar wij nu over fietsen. Het heeft wel 15 miljoen gekost maar dan heb je ook wat. Het is inderdaad een feest om te berijden. Veelal mooi asfalt, voldoende rustplaatsen , mooie omgeving en gemakkelijk te fietsen. We zijn niet de enigen die er gebruik van maken. In al die maanden hebben we nooit zoveel andere fietsers gezien. Via St. Vith zoeken we een kleine camping op in Deidenberg. In de avondzon warmen we nog op. Maar als ook de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de temperatuur dramatisch. In de kantine kunnen we de avond uitzitten tot we in de slaapzak kruipen. Hierbij is Mevr. van der Veeke volledig gekleed en ik heb ook meer aan dan de afgelopen maanden.

Dag 131:

Met 6 graden Celsius vannacht was het fris, maar we hebben het niet koud gehad in de slaapzak. Ik had de omschakeling liever geleidelijk gehad, dan hadden we er nu aan kunnen wennen. Het was een heldere, natte nacht en nu is het weer mooi weer. Ik heb mijn hemmetje onder uit de tas gediept en met de zon erbij warmt het snel op.

We zitten de hele dag op de Vennbahn Radweg. Hij gaat bijna de hele dag geleidelijk omhoog, dus niet gemakkelijk fietsen. De omgeving houdt ons in het begin nog geboeid. Heuvels, kloven en vergezichten. En daarnaast restanten uit een eerder tijdperk. Later in de dag komen we meer tussen de bomen en wordt het wat saai. We hebben nog even een afleiding als, tijdens de koffie, een oude mannenclub langs komt. Ze vragen waar ze bier kunnen krijgen. Ik wijs op mijn horloge dat het pas half elf is. Voor hun is dat geen beperking. Bij gebrek aan bier komt de schnapps uit de tas. Ze zijn tussen de 70 en de 80, dus ze hebben weinig meer te verliezen.

We komen langs Monschau maar besluiten het te laten voor wat het is. Vanaf de Vennbahn ga je een diep gat in. Erheen gaat wel, maar om eruit te komen moeten we 150 meter klimmen. Daar hebben we vandaag geen zin in. We zijn daarom op tijd op de camping en dat is fijn. Er is een tentenveld met veel ruimte in de zon. En er is een tafel met stoelen voor de fietsers beschikbaar. Zo zouden meer campings moeten zijn.

Dag 132:

Vandaag hebben we het laatste stukje Vennbahn Radroute. Nog 30 kilometer tot Aken. Daar hebben we voor twee nachten een AirBnB geboekt bij David om de stad te kunnen bekijken. Maar 30 kilometer dus en ook nog allemaal afdalend. Makkie vandaag. We staan dus wat later op en de tent staat ’s ochtends in de zon zodat hij kan drogen. We doen lang over de koffie en de lunch want we kunnen pas om twee uur aankomen. Voor de rest is het veel bosbaden vandaag. Het zijn prachtige groene bossen en we rollen zo vanzelf naar Aken. Het lijkt erop dat het klimmen voor deze reis erop zit.

Hittegolf

It’s so hot, the sweat walks over my back.

Dag 122:

Bij vertrek gaan we door Eguisheim. Ze zijn alles aan het klaarmaken voor het grote wijnfeest dat dit weekend gaat plaatsvinden. We horen de kurken ploppen. Er worden 20.000 mensen verwacht. Je betaalt een toegangsprijs en dan krijg je een glaasje. Daarmee kun je dan bij de verschillende wijnhuizen gaan proeven. Dit verklaart meteen waarom het zo druk was op de camping. Maar zoveel mensen is voor mij een reden om te vertrekken.

De dorpjes waar we doorheen komen zijn allen mooi. Ze hebben allemaal een toegangspoort, veel vakwerkhuisjes in het centrum en veel bloemetjes. De een heeft wat meer blik staan dan de ander. Voor mij wordt het dan weer wat minder mooi. Turckheim, Katzelthal, Sigolsheim en Bergheim zijn de meest in het oog springende namen met de mooiste huisjes. Maar geen van deze dorpjes is zo mooi als Eguisheim. Daarmee hebben we de lat iets te hoog gelegd.

Daarnaast fietsen we natuurlijk ook veel door de velden. En dan bedoel ik de wijnvelden want je ziet druiven, zover het oog reikt. Het droge klimaat en de goede bodem heeft ervoor gezorgd dat de Elzas een wijngebied bij uitstek is geworden. Rassen die hier groeien zijn de Sylvaner, de Riesling, de Tokay d’Alsace, de Pinot Blanc, de Muscat, de Gewurztraminer en de Pinot Noir. En elk wijnhuis geeft er dan weer zijn eigen ‘smaak’ aan.

De route kan ik zondermeer fraai noemen. We fietsen aan de voet van de Vogezen. Soms hebben we daar wat last van en moeten we flink klimmen. En dat geeft dan weer mooie uitzichten. Het is hier ook mooi fietsen omdat het rustige wegen zijn. Vaak fietspaden, soms een oude Romeinse weg en voor de rest hele rustige wegen met weinig autoverkeer. Zo komen we in Barr aan, ook weer een mooi Elzasser stadje. De camping wordt bestierd door een oudere mevrouw die me erg aan mijn oma en mijn moeder doet denken. Ze is heel gezellig en vertrouwelijk. En de camping heeft mooie schaduwplekjes want we zitten nog steeds in een hittegolf met temperaturen boven de 30 graden. Barr had een grote super waar we lekkere dingen hebben kunnen halen. En met deze temperaturen kunnen we genieten van een zwoele zomeravond.

Dag 123:

Op zondagochtend is het altijd fijn fietsen. Het is dan heerlijk rustig op de weg. We zitten vandaag in het laatste stukje Elzas. Waar ze van wijn houden én van fietsen. En dat kunnen we beamen want het is een feest om hier met de fiets doorheen te gaan. Wij volgen af en aan de EuroVelo 5. Het voordeel van de fietsroute is dat er voorzieningen zijn. Mooie bankjes langs de weg en fietspaden zonder auto’s.

We verwachten op zondag geen winkel open te vinden dus boodschappen is lastig. In Marmoutiers vinden we een restaurant. Het eten is hier niet duur want het is een luxe restaurant en we zijn voor minder dan €50,= klaar. Het voelt wel raar om in onze bezwete fietskleding tussen de lunchende bejaarden te zitten. In Saverne komen we voor het eerst weer een grotere stad tegen. Op het centrale plein hebben ze een mooie fontein waar Mevr. van der Veeke haar fiets even wast.

Ik maak gebruik van een van de paraplu’s waar koele lucht wordt verspreid. Want ook vandaag is het weer erg warm.

Sauverne is de stad waarmee we de Elzas verlaten. We komen dan langs het kanaal van de Marne naar de Rijn. Dit is fijn fietsen want het is koel en vlak. Het kanaal loopt door een groot deel van Oost-Frankrijk en maakt het mogelijk om van Parijs naar Straatsburg te gaan. In het kanaal zijn 154 sluizen. In de jaren 60 van de vorige eeuw is er een scheepslift aangelegd die 17 sluizen verving. Dat heet het Plan Incline. Vroeger werd het kanaal voornamelijk commercieel gebruikt, maar nu zien we alleen pleziervaart langs komen. Vlak daarbij vinden we een camping. Ze hebben een trekkersveldje met voorzieningen voor fietsers. Een stopcontact en een paar overdekte picknicktafels. We staan voor het eerst met meer fietsers op een veldje wat erg gezellig is.

Dag 124:

Het is een vochtige nacht, de tent gaat nat in de zak. We volgen eerst een stukje het kanaal dat niet meer in gebruik is door de lift. De waterloop wordt langzaamaan terug geclaimd door de natuur en de sluishuisjes raken in verval. Dat is jammer want het zijn best mooie huisjes. Als je hier een café zou beginnen dan doe je goede zaken.

Na het kanaal komen we in Sarrebourg. Niet een bijzonder stadje maar we gaan wel even bij de Chapelle des Cordeliers langs. Hier hangt een werk – la Paix- van de kunstenaar Chagall. Een enorm glas-in-lood raam dat in opdracht gemaakt is. Het is prachtig om naar te kijken en hoe langer je kijkt, des te meer details je ziet.

We hebben de Elzas met de Vogezen voorgoed verlaten en komen in Lotharingen. Het land wordt hier opener. De bergen worden vervangen door heuvels. En de wijngaarden door landbouw en veeteelt. Het is het gebied van de Etangs. Door de lemen ondergrond ontstonden hier vele meertjes, al dan niet natuurlijk. Er werd vis in uitgezet en na een aantal jaren liet men de etang leeg lopen om de vis van de bodem te rapen. De drooggevallen grond was erg vruchtbaar en werd gebruikt voor landbouw. Ook nu zijn er nog vele Etangs en die worden voornamelijk als visvijvers gebruikt.

Het is een leeg deel van (Noord-) Frankrijk. De dorpen zijn hier klein. Twee boerderijen, een paar huizen en soms een kerk. Het is niet zo dat de dorpen zijn leeg gelopen want er is geen leegstand. Er zijn gewoon weinig mensen en  daarmee ook ontzettend weinig voorzieningen. We hebben het geluk nog een rijdende bakker tegen te komen want anders komen we niet aan brood. En later komen we nog een pomp annex garage tegen waar een bejaard stel wat frisdrank verkoopt. Over vijf jaar is die ook gesloten. Maar we zien geen winkel om boodschappen te doen. We komen één restaurant tegen. Gelukkig rond 12 uur en ze hebben een menu-du-jour. Hiermee kunnen we de boodschappen uitstellen tot morgen.

De leegte betekent ook dat er weinig campings zijn. Er is er één langs de route. Maar voor de ingang moet je 5 kilometer omfietsen terwijl de achteringang op 500 meter van de route ligt. We gokken erop maar er staat een groot hek. In de gids lezen we dat je de receptie kan bellen en dan doen ze het hek open. Ik verwacht dat ze dan op een knop duwen maar er moet apart iemand met de auto en een sleutel komen. En er wordt wel even duidelijk gemaakt dat dit niet de bedoeling is. Afijn we zijn binnen en er is een terras waar we nog even een koud biertje kunnen doen. Morgen zitten we nog steeds in de leegte maar daar hebben we een plan voor gemaakt.

Dag 125:

We kunnen de camping helaas niet weer verlaten door de achteringang. Er zit niets anders op dan gewoon om te fietsen. Na een half uur en 7 kilometer zijn we dus weer op 500 meter van ons beginpunt. Ik wordt altijd een beetje sacherijnig van dit soort nodeloze kilometers, maar het zij zo.

De route van vandaag is gelijk aan gisteren. Het enige bezienswaardige wat we tegenkomen is een vergadering van ooievaars. We heuvelen door het landschap en dat is vermoeiend. De temperatuur is nog weer hoger dan gisteren. En gedurende de 50 kilometer zien we precies één winkel. Die verkoopt bloemen en die kun je niet eten. Maar de uitzichten zijn mooi dus we genieten nog steeds van het fietsen.

Er was op redelijke afstand geen camping dus voor vanavond hebben we een B&B geboekt. Le Vieux Nayeu is een heerlijk plek. Er is een koelkast met drankjes, een mooie tuin en er is zelfs een zwembad. Hier maken we graag gebruik van bij deze hitte. En er wordt vanavond een maaltijd voor ons verzorgd. De andere kamers zijn bezet door een aantal tolken. Het geeft een soort hostel-gevoel. Ben benieuwd wat we gaan spreken. Morgen hopen we in meer bewoond gebied te komen. Dan kunnen we weer boodschappen doen en zelf koken op de camping.

Metamorfose

Het weer voor vanavond is 99% kans op wijn .

Dag 117 en 118:

We hebben twee dagen vakantie in Avignon. Ik heb in het oude centrum een appartementje geboekt op de eerste verdieping. Het is heerlijk om hier naar beneden te kijken waar gestaag een stroom toeristen langs komt. Uren kan ik hier zitten en alleen maar kijken. Tegenover ons zit een luxe bakker waar we taartjes en belegde broodjes halen.

Het appartement heeft een wasmachine, dus alle kleding die we hebben ruikt weer fris. En tussendoor lopen we regelmatig de stad in. Avignon is een overzichtelijke, niet te grote stad. Sowieso heb ik na één dag al mijn oriëntatie op orde en voelt het een beetje als thuis. Ook ’s avonds is het gezellig in Avignon. De grootste drukte is dan voorbij maar er is nog genoeg te doen. En tegen de schemering gaat de verlichting aan dus het geeft mooie plaatjes. Hieronder mijn foto impressie van Avignon.

Mijn voorband is na 6000 kilomeer zo kaal als een pizza van Iglo. Daarom krijg ik bij het minste of geringste een lekke band. Ik ga in Avignon op zoek naar een fietsenmaker. Ten zuiden van de stad, iets buiten het oude centrum zit Dynamo Cycles. Het is een fietsenzaak zoals je er alleen maar van kunt dromen. Opgeruimd en overzichtelijk. En Rémi Champion is uiterst kundig op het fietsgebied. Hij helpt me aan een nieuwe voorband, een lekkere koffie en een gezellig praatje. Mocht je ooit in Avignon een fietsenmaker nodig hebben dan is dit waar je heen moet gaan.

We zijn weer helemaal klaar voor het laatste stuk naar huis.

Dag 119:

De wekker gaat om vijf uur. Vroeger zouden de kinderen geroepen hebben dat dit geen vakantie maar een strafkamp is, maar we kunnen het hebben. Als paarden ons om vijf uur wakker klossen, dan kunnen we ook zelf op die tijd opstaan. We zijn zo vroeg op omdat onze eerste trein al om 6:21 gaat.

In het oorspronkelijke plan zouden we door de Provence, via de Gorge du Verdon, naar noord-Italië fietsen en daarna naar Bazel in Zwitserland. Als we dat zouden doen, dan komen we pas ergens in november thuis. Dat vinden we te laat. Daarnaast is de lokroep van kinderen en Tygo sterker aan het worden. Daarom treinen we van Avignon naar Mulhouse, iets onder Bazel, in drie trajecten. Eerst naar Lyon, dan naar Belfort en tenslotte naar Mulhouse. Het kost ons een dag en € 160 en daarmee winnen we enkele honderden kilometers en hopen we ergens in september thuis te komen.

In Avignon hebben we geluk. We kunnen van de stationshal zo in de trein en omdat hij hier start, is er ruimte genoeg. Lyon is een enorm station met liften waar twee fietsen tegelijk in passen. En de fiets kan zo de trein in gereden worden maar er zijn meerdere fietsers en de trein is kleiner. Iets meer dringen dus. In Belfort hebben we pech. We moeten hier twee uur wachten en gaan even de stad in. Ze zijn het station aan het verbouwen en er is geen lift. Fiets en bagage moet eerst de trap af en dan weer op gesjouwd worden. En dat twee keer. Gelukkig kunnen we in Mulhouse weer in de lift. Al met al een treinreis die prima te doen is met de fiets.

Onderweg zien we de metamorfose voor het raam voorbij trekken. In plaats van stenige bergen, krijgen we beboste hellingen en groene weiden. Droge beddingen worden brede rivieren. En zandstenen gebouwen worden vervangen door vakwerkhuizen. Naar buiten kijken is genieten. En het is hard werken om lui te zijn maar het schijnt heel goed en nodig te zijn. Ik begin deze manier van reizen wel te waarderen maar ben blij dat we, na een paar dagen rust, morgen gewoon weer een stukje fietsen.

Dag 120:

Het is heerlijk om weer op de fiets te zitten. Zeker omdat het prachtig weer is. Je merkt dat het hier veel meer op het fietstoerisme ingesteld is, dan in het zuiden. Er zijn veel fietsroutes, veel fietspaden en langs die fietspaden zijn eindelijk weer voorzieningen zoals bankjes. Het eerste deel fietsen we tijden door het bos. Het voelt fijn om weer tussen het groen te zitten. Begrijp me niet verkeerd, Spanje en Portugal was mooi, maar ik voel me beter thuis in een groene omgeving. Het fietsen gaat gemakkelijk en dat komt ook omdat het hier vlak is. Zo tikken we ongemerkt de kilometers af.

De Elzas hier heeft last van een identiteitscrisis. Het is Frankrijk, maar het voelt als Duitsland. Wat wil je ook met namen als Mulchhouse, Pfaffenheim, Hattstatt en Eguisheim. Door de eeuwen heen is het gebied van land gewisseld en als laatste was het Frankrijk die de pot won. De mensen die we hier spreken zijn ook tweetalig en ik merk dat ze eerder de voorkeur aan het Duits geven dan aan het Frans. De dorpjes doen, met hun vakwerk en kleurtjes, ook erg Duits aan. Voor ons is het even een mentale omschakeling. Ik heb nog steeds de neiging om “Si, si, si” en “Por favor” te zeggen, laat staan dat ik nu ineens “Ja” en “Danke” ga zeggen.

We volgen nu de Rome route van Benjaminse. Deel een gaat van Maastricht naar Bazel. Wij volgen die andersom. Bij de laatste onderhandelingen heeft Mevr. van der Veeke bedongen dat zij de dagplanning mag doen. Ze heeft voor de camping in Eguisheim gekozen. Dat is een bijzonder stadje, maar daarover morgen meer. Want ze heeft namelijk ook meteen de joker voor een rustdag ingezet. Het schijnt nog een week mooi weer te zijn, dus we willen daar nog optimaal van genieten door het laatste stuk een beetje te rekken. Tenslotte is het zo dat als we weer thuis zijn, de reis afgelopen is.

Dag 121:

We zijn in Eguisheim blijven hangen omdat het een van de mooiste dorpjes van Frankijk is. Het is een eeuwenoud wijndorpje dat uitermate goed bewaard is gebleven. De huisjes zijn prachtig gekleurd, het is een Ville fleurie met het hoogste aantal sterren en de straten zijn van klinkertjes. Als je een dorp ‘sprookjesachtig’ zou mogen noemen, dan is het Eguisheim wel. Het wordt zo mooi  onderhouden met behulp van de parkeergelden. Aan de rand van het dorp is een grote parkeerplaats en daar moet betaald worden. Erg fijn zo’n dorp waar weinig auto’s rijden. Zouden ze vaker moeten doen. Verder zitten we hier in het Elzasser wijngebied. Je struikelt over de wijnhuizen, ook hier in het dorp. Als je wilt, kun je dagenlang dronken zijn op degustations. Ik vermoed dat dat ons niet gaat lukken want als we met beladen fietsen het terrein op komen, dan weten ze dat ze aan ons geen dozen wijn zullen slijten.

Het centrum van Euisheim bestaat uit meerdere cirkelvormige straatjes en het leuke daarvan is dat je om elke bocht weer een ooohhh-moment hebt omdat je een nieuw stukje straat ziet. Het dorp is oorspronkelijk rondom een kasteel (Chateau des Comtes d’Eguisheim) gebouwd. Daarvan is nu alleen nog de kapel over. Vanaf het plein met de Fontaine Saint Leon heb je er een mooi zicht op. Natuurlijk staan er klepperde ooievaars op de toren.  De ooievaar is overigens het symbool van de Elzas. Maar de populatie ging de laatste decennia behoorlijk achteruit. Grotendeels omdat de omgeving minder ooievaar-vriendelijk werd, maar vooral omdat de ooievaar overwintert in Afrika en daar zagen ze het als voedselhulp uit Europa. Tegenwoordig kortwieken ze de ooievaars zodat ze niet naar Afrika kunnen vliegen en sindsdien gaat het beter.

Ik was een beetje van de kerken af, maar deze is minstens net zo mooi als de huisjes in het dorp. Dat komt door de beschilderde binnenkant. Vroeger zagen de meeste kerken er zo uit met een stripboek op de muren voor de ongeletterden. Hier gaat het verhaal voornamelijk over Paus Leo IX die oorspronkelijk uit dit dorp kwam.

In zo ’n dorp loop je natuurlijk over de koppen maar we kiezen ervoor om ’s ochtends op tijd te gaan kijken. Vandaar dat je op de foto’s bijna geen (andere) mensen ziet. Mocht je in de buurt zijn, dan zou ik hier zeker een kijkje nemen.

Lek(ker)

Als je getrouwd bent moet je dikwijls ruzie maken, want daardoor leer je iets van elkaar. – Goethe

Dag 113:

Voor de statistieken. Gisteren had ik een lekke band. De eerste. Aan het einde van de middag zag ik dat de achterband plat was. Er zat een scheurtje in de binnenband terwijl de buitenband onbeschadigd was. Band vervangen en hierna op zoek naar een nieuwe.

Sommige dagen zijn gewoon een feest om mee te maken. Vandaag was er zo een. Hij wordt gedomineerd door de l’Herault. Deze rivier ontspringt in de Cevennen en loopt door tot de Middellandse Zee. En onderweg heeft hij (zij?) een paar aardige kloven uitgesleten. En daar fietsen wij doorheen. En we zitten langs, boven en in de l’Herault. Maar goed, voordat we zover zijn, moeten we eerst nog een stukje overbruggen. En dat is geen straf want het is hier landschappelijk nog steeds de moeite waard. Overal om ons heen zien we wijngaarden, groene bergen en goudgele dorpjes.

Ook komen we regelmatig nog Katharenkruizen tegen. En de ouderwetse richtingaanwijzers hebben ook wel wat. Zo maken ze die tegenwoordig niet meer.

Wij sluiten aan bij de l’Herault bij St. Jean de Foss. Hier is ook meteen de Duivelsbrug. Hier zijn er vele van volgens Wikipedia. En dan staat die van ons er nog niet eens bij. De Pont du Diable is in de 11e eeuw gebouwd door monniken en natuurlijk ook weer Unesco Werelderfgoed. Er springen mensen vanaf en soms gaat dat niet goed aan de gedenkstenen te zien. Ik vind het gewoon leuk om naar beneden te kijken naar de mensen die er onderdoor zwemmen en de kano’s die door de l’Herault gaan.

Daarna fietsen we door de kloof naar het noorden. Het is hier druk met toeristen. Veel canyoning, kanoën en gewoon dagjesmensen die een strandje opzoeken. Voorbij het punt waar je nog auto’s kunt parkeren wordt het steeds rustiger. Tot aan het punt waar het dorpje St. Guilhem le Desert begint. Het ligt eigenlijk in een kloof dwars op de kloof van de l’Herault (heet dat dan een zij-kloof?)

St. Guilhem (oftwel Willem met de Hoorn) was natuurlijk niet altijd een sint. Het was de kleinzoon van Karel Martel en een goede vriend en adviseur van Karel de Grote. Na veel knokkerij tegen de Saracenen wil hij met een soort van pensioen. Hij krijgt van Karel de Grote een splinter van het kruis (ja, ja…) en sticht op de huidige plek van St. Guilhem een klooster. Dit groeit uit tot een bedevaartsoord (ook een Santiago route loopt hier langs). Het ging goed totdat de toeristen het dorpje 40 jaar geleden ontdekte. Het is nu een verzamelplaats van galerijen, pottenbakkerswinkels, macramé-shops en alternatieve modewinkels. Afgewisseld door restaurants en souvenirwinkels natuurlijk. Het is inderdaad een mooi bewaard Frans dorpje en het is zeker de moeite waard om even in rond te struinen. In de kelders onder de huizen zijn veel winkeltjes en eentje serveert ook een biologische maaltijd met ingrediënten uit de omgeving. Daar schuiven we even aan.

Daarna gaan we verder door de kloof. Mevr. van der Veeke kan de verleiding van het koele water niet weerstaan en duikt er even in, met kleren en al. Is op zich geen probleem want met deze warme wind ben je in een kwartier weer droog.

De rotsen in de kloof laten mooi de laagjesopbouw van de gesteenten zien gedurende de millennia. En ook de uitzichten mogen er wezen. We kiezen een camping aan de l ‘Hearault. Het is een van de duurste tot nu toe maar door de hartelijke ontvangst maakt me dat niet uit. Het is verrassend hoe een praatje en wat vriendelijkheid je perceptie over de prijs kunnen veranderen. We vinden een mooi plekje aan het water. Ook hier duikt Mevr. van der Veeke meteen weer de rivier in. Een heerlijk koele afsluiting van een prachtige dag.

Dag 114:

Was gisteren een prachtige dag, vandaag was het beduidend minder. Ondanks dat de landschappen nog steeds betoverend zijn, gaat het fietsen moeizaam. Ik heb het gevoel dat we de hele dag klimmen en niet opschieten. Mevr. van der Veeke is moe en de warmte helpt niet mee. Dat maakt ons mopperig en snel geïrriteerd. Het is 113 dagen goed gegaan, maar nu barst de bom toch even. Schreeuwend staan we tegenover elkaar op de weg. Buurtbewoners kijken schielijk en gegeneerd de andere kant op. Gelukkig kunnen ze het niet verstaan. Nadat alles eruit is, fietsen we mokkend verder. De omgevingstemperatuur is boven de 30 graden maar de sfeer ijzig. Zo komen we hangend en wurgend aan in Cardet. Het is een camping onder Nederlands beheer en daarom voornamelijk bevolkt door Nederlanders. Op een open veldje langs de rivier zoeken we een mooi stukje gras op voor de tent. Met een koude fles rosé komen we toch weer nader tot elkaar. En samen aan de pizza maakt het af. Het is goed om de dingen uit te spreken, zelfs als dit moet op (te) luide toon. Morgen gaan we gewoon weer vrolijk en met wat meer begrip voor elkaar op weg. We zijn niet voor niets meer dan 30 jaar getrouwd.

Dag 115:

Om vijf uur worden we beide wakker van een nachtmerrie. Nee, niet de gebeurtenissen van gisteren, maar er loopt een paard om de tent. Ik hoorde hem al aan komen klossen maar dacht toen nog dat het een hert was. Dat had ik nog weg kunnen jagen maar het paard trekt zich niets van mij aan. Wat haar betreft staan wij gewoon in een bord met het lekkerste en groenste gras. Nu ben ik niet bang voor paarden maar heb wel respect voor hun grootte. En ik ben ongerust dat het op een gegeven moment over de tent, en ons, heen loopt. Maar zij graast gewoon en let goed op. Nu gaat dat grazen met een hels kabaal als je doodstil in je tent ligt. Zo liggen we de tijd uit tot zeven uur, als we opstaan. Het paard blijkt wel vaker uit te breken horen we later.

Vandaag hebben we een lange dag met meer dan 70 kilometer, omdat er in de tussenliggende kilometers geen camping is. En net zo veel klimmetjes en warmte als gisteren. We hebben dus een tactiek bedacht om dit beter door te komen. We nemen vaker pauze voor een koffie of om gewoon even te zitten. Tussen de middag nemen we zelfs even een siësta om de ogen dicht te doen in de schaduw van een boom. En op die manier werken we ons een weg door de 70 kilometer. En dat gaat goed. Wel hadden we wat vaker wat kouds willen drinken. Maar er is gewoon helemaal niets in de dorpjes. In Spanje lag de helft van de dorpen in puin maar er was altijd wel een bakker en een of meerdere kroegen. Hier in Frankrijk zijn de dorpjes mooi gerestaureerd maar er is geen enkele voorziening. Gelukkig vinden we wel af en toe een waterpomp om de kleding nat te maken. Want een beetje afkoeling helpt ook goed om met de warmte om te gaan. Tegen vijf uur zijn we in Conneaux waar de winkel gelukkig nog open is. Hadden we vorige week nog last van volle campings, nu zijn ze allemaal grotendeels leeg en kunnen we steeds een fijne plek vinden. Dat maakt het een stuk gemakkelijker. En het zal alleen maar rustiger worden want de Nederlandse én de Franse vakantie is bijna voorbij.

Dag 116:

Het is nog maar een klein stukje naar Avignon dus we doen het erg rustig aan. Pas om tien uur hebben we het spul ingepakt en op de fiets. Mijn voorband is wat slap, dus die pomp ik op. Uiteindelijk moet ik hem een paar kilometer verderop toch wisselen.

Het laatste stukje is vlak en gemakkelijk fietsen. In de verte zien we de bergen nog liggen. Het is onze laatste blik op de Cevennen. Onderweg doe ik nog her en der een geocache. Mevr. van der Veeke neemt deze gelegenheid te baat om de bramenstruiken te plunderen. Bij Montfaucon worden we nog even verrast door het mooie kasteel op de heuvel.

Avignon zijn we in 2012 ook geweest toen we de Groene Weg naar Baflo fietsten. We komen langs de camping waar we toen gestaan hebben en uit nostalgische overwegingen nemen we nog even een kijkje. Het is nog net zo. Toen stond het tentenveld vol. Nu is er niet een kampeerder.

Avignon is zoals ik me herinner met het pauselijk paleis op de heuvel en de halve Pont d’Avignon van het bekende rijmpje. Het is hier druk. Veel toeristen en ook heel veel fietsers. Ik heb hier voor een paar dagen een Airbnb appartementje gehuurd. Het blijkt midden in het oude centrum te liggen en de hele dag komen er groepen langs wandelen met een gids. Hier gaan we een paar dagen vrij nemen. De was doen, maar voornamelijk even bijkomen. Het is heerlijk de luxe van een bank, keuken, bed, eigen douche en stopcontact te hebben. Kamperen is fijn maar deze luxe is een feest.

Vent

Het is met leven net als met fietsen; Als je denkt dat er geen wind is, dan heb je hem meestal behoorlijk mee.

Dag 107:

Alles is anders hier. Ondanks dat het hier ‘maar’ 31 graden wordt, voelt het veel benauwder. Er zit meer vocht in de lucht, dus ik zweet als een bootwerker. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het koelt dan ook nauwelijks af. Waren in Spanje om acht uur ’s ochtends de straten uitgestorven, hier is iedereen al op de been. Ook op de camping is het druk op tijden waarop ik meestal alleen over het terrein liep. Het landschap is anders, veel groener, veel bossen en andere gewassen. En we zien ineens veel meer fietsers. Niet alleen mannen op de racefiets, maar ook bepakte fietsers op weg naar Barcelona.

Dit eerste traject is nog veel klimmen. Gisteren hadden we de hoogste klim, maar vandaag moeten we naar 320 meter. We hebben duidelijk last van de warmte want het gaat moeizaam vandaag. Vooral Mevr. van der Veeke lijkt haar dag niet te hebben. Na de klim dalen we af naar Thuir. Van daar is het een min-of-meer vlak stuk naar Corbiere en Ille-sur-Tet. De route loopt deels langs grotere wegen en boomgaarden. De plukkers zijn druk bezig het fruit binnen te halen en ook hier oogst het hoofddeksel van Mevr. van der Veeke de nodige consternatie.

Omdat het zo moeizaam gaat en we voldoende tijd hebben om in Avignon te komen (ik heb daar op de 19e een afspraak met iemand die onze vervolg routeboekjes heeft ontvangen) besluiten we om een uur al de camping op te zoeken in Ille-sur-Tet. Eerst doen we boodschappen en slaan flink in met meloen, bier, water en limonade. We hoeven immers toch niet verder.

De praktijk is weerbarstiger. De camping Municipal Le Colomer  is vol en we kunnen er niet meer bij. Dit maken we nooit mee. Als fietsers is er altijd wel een plekje voor ons. Maar goed, nu worden we weggestuurd. Vijf kilometer van de route blijkt een andere camping te zijn. De campingbeheerder van Le Colomer belt voor ons en ze hebben nog één plek en die mogen wij. Het is tegen mijn principes om zo ver uit de route te gaan. Immers de vijf kilometer heen en terug brengt ons ook tien kilometer verder in de route. Maar deze keer doen we het toch.

De andere camping la Garenne blijkt eigenlijk ook vol maar de dame van de receptie zoekt toch een plekje voor ons. We kunnen kiezen tussen een plek in de zon tussen gasflessen en een auto. Of op een parkeerplaats tussen de bungalows, vlak langs de autoweg. Maar wel met later wat schaduw. En dat voor €26. Soms moet je het nemen zoals het komt, dus we kiezen de tweede plek. Uiteindelijk kunnen we er een aardige mouw aan passen want tegenover ons is een ongebruikte bungalow met een terras in de schaduw en fijne stoelen. Daar brengen we de middag door. ’s Avonds kunnen we er ook koken aan de picknick-tafel van de bungalow. Het probleem van de volle campings schijnt hier meer voor te komen, dus maar eens zien hoe we de komende dagen onderdak vinden. Voorlopig zijn we weer een dag verder.

Dag 108:

Vandaag hebben we een prachtige fietsdag door de Pyreneeën. Het is een beetje koeler en er waait ook een stevige wind. Soms tegen maar de verkoeling is erg welkom. We beginnen met een klimmetje om uit Ille-sur-Tet te komen. Er zijn hier bijzondere rotsformaties van Les Orgues d’Ille-sur-Tet. Ze zijn gemaakt door moeder natuur die er geduldig gedurende miljoenen jaren water en wind tegenaan gooide. Uiteindelijk houdt je een soort van schoorstenen over. In de verte lijkt het soms ook wel een kasteelruïne.

Een klim is vermoeiend maar het levert vaak ook prachtige uitzichten op. Eenmaal boven steken we over naar een ander dal. Je kunt ver kijken en het uitzicht is adembenemend.  Hier doen we het eigenlijk voor. En de foto’s geven maar een deel van de werkelijkheid weer. Je moet hier gewoon staan. Dus allemaal op de fiets en naar de Pyreneeën.

De afdaling is de beloning van de klim. Maar de afdaling is niet altijd fijn. Soms is het wegdek te slecht en soms is de afdaling ook te steil. Dan ben je continu aan het remmen. Maar de afdaling vandaag is een feest. Niet te steil, mooi asfalt en lekker lang.


Ook komen we vandaag door het dorpje Latour-de-France. Een dorp met een gewild naambord. Zo gewild dat ze er zelfs camera’s op de plaatsnaamborden hebben gezet tegen diefstal. Wij kunnen hem toch niet meenemen, dus ik laat hem zitten. Ook hebben alle dorpen hier een laan met platanen. Wij noemen dat dichterlijk een lommerrijke laan maar de praktijk is dat het daar altijd heerlijk koel is. We mogen er graag langs fietsen.

De route daarna is nogal geaccidenteerd. Voor mijn gevoel ben ik de rest van de dag aan het klimmen. Daarom maken we er weer een korte dag van. Na 47 kilometer zijn we in Tuchan. Ik heb voor de zekerheid maar gemaild of er een plek is op de camping, en die zou er moeten zijn. Bij aankomst wordt dat in eerste instantie ontkend, maar als ik de mail noem gaat er een lichtje branden. We kiezen een plekje onder een grote olijfboom en met veel schaduw. De camping heeft een bar en een restaurant. Vandaag laten we ons verwennen. Op deze manier houdt ik het nog wel even vol op de fiets.

Dag 109:

Het is weer een stralende dag en vannacht is de wind gaan liggen. Het is nog steeds iets koeler en dat is fijn fietsen. We beginnen met een klim naar de Col d’Extreme. Dat klinkt erger dan het is want met zijn 251 meter zou ik hem niet dit predicaat geven. We zijn dus zo boven en ook zo weer beneden. We zitten overigens in het Parc Naturel Regional de la Narbonnaise en Méditerranee. Een hele mond vol maar het zegt gewoon dat het hier mooi is.

Vandaag rijden we eindeloos langs wijngaarden. Onder andere komt hier de Corbieres wijn vandaan. Naast wijnranken zie je hier ook veel Katharenkastelen op de bergtoppen staan. De Katharen (oftwel de ‘zuiveren’) was een religieuze beweging die tijdens de 12e en 13e eeuw veel aanhang had met een andere kijk op het geloof. Ze zaten vooral in het Languedoc gebied waar we nu doorheen fietsen. Zoals vaak gebeurt bij een afwijkende mening in het geloof, ging het hun slecht af. Uiteindelijk zijn ze uitgeroeid door de ridders van de kruistochten waarbij de inquisitie de laatste leden uitrookte. Maar nu heb ik het idee dat de beweging nog springlevend is want in veel dorpen zie je het teken staan.

In de loop van de middag steekt de wind weer op en heeft af en toe stormachtige vlagen. Het is de tramontana, meestal uit het noordwesten en zo ook nu. We hebben hem gedeeltelijk mee, dus niet alleen verkoeling maar ook een duwtje in de rug. Sowieso is dit een meteorologisch interessant gebied want ze hebben ook regelmatig last van zware regenval en overstromingen. Wat dat betreft hebben we geluk.

We eindigen vandaag in Salleles d’Aude. Al die druiven die hier verbouwd worden en tot wijn gemaakt moeten natuurlijk ergens in vervoerd worden. Nu zijn dat flessen maar de wijn werd ook al in de Romeinse tijd gemaakt. En toen werden amforen van 26 liter gebruikt. Die amforen werden hier in Salleles in een grote pottenbakkerij gemaakt.

De camping is klein (13 plaatsen) en ik heb niet gereserveerd. Maar we hebben geluk want er is nog een plaatsje voor ons. Gelukkig een beetje in de luwte want het stormt nog steeds. Het is inmiddels ook bewolkt en met 26 graden voelt het bijna koud aan voor ons. Vannacht maar weer eens in de slaapzak in plaats van erop.

Dag 110:

Vandaag is kanalendag. In Salleles d’Aude kwamen we er al een tegen met een gigantische sluis. Dit was een aftakking van het Canal du Midi waar we een groot deel van de dag langs zitten. Het kanaal is overigens Unesco werelderfgoed.

Maar eerst komen we nog bij het Oppidum d’Enserune. Hier woonden de eerste inwoners uit de streek. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht op de voormalige Etang de Montady. Dit meertje werd in de 12e eeuw drooggelegd door radiaal kanalen te graven. Iets wat je nu, 800 jaar later, nog steeds ziet.

Het Canal du Midi (Kanaal van het zuiden) is 240 km lang en loopt van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee. In de 16e eeuw kwam Jean-Piquet uit Beziers op het idee en hij had ook nog wat geld om het uit te voeren. In die tijd waren er nog geen graafmachines en ruim 12.000 arbeiders gingen met de schop aan het werk. Uiteindelijk kostte het hem al zijn geld en hij maakte nog niet eens de openstelling mee in 1680 want een half jaar eerder overleed hij. Nu wordt het met name nog gebruikt voor pleziervaart. Wij fietsen er een groot aantal kilometers langs. Soms op een mini-paadje door een bamboebos, maar soms ook op een prachtig fietspad. Het is erg in trek bij de fietsers want we zien er veel. Met name families omdat het zo gemakkelijk fietsen is.

In de verte zien we Beziers met zijn kathedraal liggen. Ook dit was een Kathaarse conclave. In 1209 werden hier 30.000 mensen afgeslacht door de kruisvaarders. Alleen omdat ze wat anders geloofden dan de kerk. Pas in de 19e eeuw kwam het er weer een beetje bovenop. Vooral door de wijnbouw.

In Beziers komen we ook bij een van de mooiste sluizencomplexen in het Canal du Midi. Dit zijn de Ecluses de Fonserannes. Een stelsel van 9 sluisjes die enkele tientallen hoogtemeters overbruggen. Als we er langs komen gaat er net wat pleziervaart doorheen. Mooi om te zien.

De route gaat niet helemaal langs de Middellandse zee. Maar wij nemen de extra kilometers voor lief om dit toch nog even te aanschouwen. En omdat het lekker warm is, kan Mevr. van der Veeke niet de verleiding weerstaan om even pootje te baden.

De campings zijn hier een gekkenhuis. We kennen dat van de Velodysee. Het zijn massale, dure campings met veel zwembaden die veel te vol zijn, geen belang hebben bij een nachtje van een fietser en handen vol geld kosten. Daarom hebben we een Airbnb in Bessan geboekt. We verwachten een heerlijk appartementje maar het blijkt een omgebouwde garage te zijn. De fietsen zouden binnen kunnen staan. Nu klopt dat helemaal maar er werd niet bij verteld dat er dan geen ruimte meer is voor ons. Afijn, met wat passen, schikken en meten weten we toch alles erin te krijgen. Zo maak je elke dag wat nieuws mee.

Dag 111:

Het mooie weer houdt niet op alhoewel het wel een stuk koeler is geworden. Er waait nog steeds een harde wind en vandaag hebben we hem tegen. Langs het riviertje de Herault meanderen we noordwaarts. Het is leuk fietsen en soms brengt een geocache ons onverwacht bij een watermolen.

Het eerste grote stadje wat we tegenkomen is Pézenas. Het was de stad van Molière, de Franse toneelschrijver. En dat feit is niet over het hoofd te zien, als je in het stadje bent. Evenals de horden toeristen die hier door de straten lopen. Blijkbaar is er niet veel anders te doen want ze zitten allemaal hier. Pézenas bestond al in de Romeinse tijd, heeft grote bloei gekend en de bestuurders van de Languedoc zaten hier. Het is te zien aan de huizen en de geveltjes. Ondanks de toeristen is het een mooi stadje om te bezoeken. Door de mooie huizen maar ook omdat hier de meeste winkels gevuld worden door kunstenaars. En we zien een hoop mooie dingen hier.

Na een kleine dertig kilometer vinden we het goed voor vandaag. We willen al een paar dagen een rustdag want het lijf is moe. Maar tot nu toe konden we geen geschikte plek vinden. In Adissan is een camping met een plekje voor ons. Niet ideaal want is het weer een steenvlakte maar wel rustig en met schaduw. ’s Middags denk ik even boodschappen te kunnen doen in Adisson. Maar de epicierie blijkt opgedoekt. Het enig wat ze nog hebben is een mooie muurschildering. Vijf kilometer verderop is wel een supermarkt. Op deze manier maak ik toch nog de kilometers van de dag. Het begint wel steeds harder te waaien en ondanks dat we redelijk beschut zitten, waait toch de salade van je bord. Maar de wind geeft ook wat verkoeling want het is inmiddels weer boven de 30 graden.

Dag 112:

Vandaag een rustdag. De enige activiteit is boodschappen doen wat heen en terug toch nog10 kilometer is. De rest van de dag lezen we, werken de verslagen bij en rusten lekker uit.

Spexit (*)

Je zorgen maken over dingen die nog niet gebeurd zijn, is als rente betalen over geld dat je nog niet geleend hebt.

Dag 104:

Vandaag hebben we een dag in Zaragoza. Zaragoza zelf komt op mij over als een moderne, schone, mooi gerestaureerde stad. Veel flatgebouwen en weinig verpaupering. De fonteinen en de parken in het centrum maken het helemaal een feest. Veel mensen ontvluchten in de zomer de stad dus het is relatief leeg nu. We slapen uit en gaan daarna eerst naar het station om de treinreis morgen te regelen. Dat had wat voeten in aarde, maar daar kom ik morgen op terug

Daarna gaan we naar het Aljaferia paleis. Dit is een Islamitisch paleis dat in de 11e eeuw gebouwd is. Het is uniek omdat het een mooi bewaard voorbeeld is van de Spaan Islamitische architectuur en vergelijkbaar met het Alahambra uit Granada. Meer informatie erover kun je hier lezen. Hieronder wat fotografische indrukken.

Het is heet in Zaragoza. In de middag vlucht iedereen naar binnen. Wij ook. We eten een menu del diaz en trekken ons terug voor de siësta. Pas na half vijf begeven we ons weer op straat en dan is het deze temperatuur.

We lopen naar het oude centrum, Casco Viejo. Rondom de Plaza del Pilar gebeurt het allemaal. Het is een mooi plein met een fontein. Maar het belangrijkste is de kathedraal. We hebben er al veel gezien maar qua schilderwerken spant deze de kroon. Er zijn prachtige fresco’s van Goya in de kerk te zien. De kathedraal is opgedragen aan Maria op de pilaar. Dat zou ze gedaan hebben tijdens een verschijning aan de apostel  Jacobus de meerdere. Jawel, dezelfde waarvoor wij naar Santiago zijn gegaan. Dus eigenlijk zijn we weer een beetje op bedevaart. Die Maria is, net als de zwarte Maria, een soort van aankleedpop. Er zijn verschillende jurkjes die ze aangedaan kan hebben.

Voor de rest kijken we een beetje in het centrum rond. Zoals gezegd, gezellig en modern. Zaragoza is een stad waar je best een weekend kunt besteden. Maar doe dat dan in een minder hete periode.

Dag 105:

We slaan een stukje van de route over. In de originele planning zouden we meer naar het oosten gaan en dan via de Andalusië route noordwaarts naar Girona. Maar we zijn een beetje klaar met het klimwerk en de Andalusië route is heel veel klimmen, ongeveer 14.000 hoogtemeters. Daarom zijn we doorgegaan naar Zaragoza om van hier de trein te pakken naar Figueres. Hiermee slaan we ook ongeveer 600 kilometer over. Maar treinen in Spanje heeft nog de nodige uitdagingen.

Treinen met de fiets in Spanje is niet zo gemakkelijk als in Nederland waar je overal de fiets naar binnen kan schuiven. Je hebt hier verschillende soorten treinen en in sommige kan de fiets (meestal) zo mee (regionale treinen), soms heb je een reservering nodig (media distance treinen) en soms moet de fiets ingepakt zijn, net als in het vliegtuig (HSL lijnen). Ik heb inmiddels veel over de spoorwegen van Spanje geleerd en dat is met name door de hulp van Paul Gieling, een medefietser die in Zaragoza woont. Van hem heb ik de link naar de RENFE website gekregen en ik heb de RENFE Horarios app geïnstalleerd. Een soort van Spaanse reisplanner. Hier heb eindeloos mee zitten plannen en puzzelen.

Wij moeten dus regionaal treinen en dat gaat langzaam. We gaan eerst van Zaragoza naar Barcelona. Dat duurt ongeveer vijfenhalf uur. Daar stappen we over op een ander boemeltje naar Figueres.  Die doet er nog eens meer dan twee uur over. De eerste trein was duidelijk, die heeft Paul ook regelmatig genomen. Maar bij het plannen van de tweede trein staat er Bus at station. Ik weet niet wat dat betekent. Sommige mensen kunnen zich compleet overgeven aan de gebeurtenissen zonder iets aan voorbereiding te doen. Soms ben ik jaloers op dat soort mensen. Maar soms ben ik ook blij dat ik (over) georganiseerd ben. Ik wil gewoon weten wat dit betekent voor mij.

De receptionist van het hotel belt voor me om te informeren maar de klantenservice van RENFE (de Spaanse NS) moet duidelijk op een cursus klantvriendelijkheid. We komen er niet uit. Gelukkig wijst Paul me op een leesfout. Er staat niet Bus at station maar Buy at station. Het zijn ook zulke kleine lettertjes! Het betekent dat je het kaartje niet online kan kopen. Toch wil ik het zeker weten dus we zijn bij het station naar de infobalie gegaan. Een Engelssprekende mevrouw helpt ons uitstekend en verzekert ons dat de fiets mee kan op beide treinen. Ze schrijft ook een briefje voor ons om de kaartjes aan het loket te kopen. Want ook daar kunnen en willen ze geen Engels. Bij het loket staan we een tijdje in de rij en worden verrast door een Engels sprekende heer die ons weer uitstekend helpt. We hebben de kaartjes (€91,10). Het enige is dat er maar één regionale trein per dag naar Barcelona gaat. Die mogen we dus niet missen en daarom kijk ik van te voren even hoe dat werkt. Waar we met de fiets erin kunnen, is de instap hoog of laag en hoe het eruit ziet.  Tot zover de voorbereiding.

Op de reisdag zelf gaat alles volgens plan. We zijn op tijd op het station om de trein van 11:16 te halen. Er staan al twee fietsen en er kunnen er drie staan. De fiets van Mevrouw van der Veeke mag, van de conducteur, gewoon op de bank zitten. En dan is het vijfenhalf uur naar buiten kijken naar het Spaanse landschap.

In Barcelona gaan er meerdere treinen naar Figueres. We hebben kaartjes voor de tweede (In Spanje koop je een kaartje voor een bepaalde trein op een bepaalde tijd) maar we zijn op tijd om de eerste nemen. Die gaat zelfs vanaf hetzelfde perron dus we hoeven niet met de fietsen van perron te verhuizen. En we nemen hem gewoon. De conducteur kijkt wel even naar de kaartjes maar doet niet moeilijk. Ook hier is het leuk naar buiten kijken omdat de trein langs de kust rijdt en we strand na strand voorbij zien komen. Om half acht stappen we in Figueres uit. Hier heb ik weer een Airbnb geboekt. Er was weinig keus. Of een hotel van een paar honderd euro. Of een Airbnb van €37. Dan neem ik natuurlijk de laatste. Het is een simpele kamer bij een familie thuis, tegenover het station. Helaas wel op de tweede verdieping dus we moeten met de tassen en de fietsen omhoog in de lift. De fietsen passen alleen rechtop erin. Maar goed, uiteindelijk staan de fietsen in de woonkamer en de tassen in de slaapkamer. Alle stress en zorgen zijn dus voor niets geweest. Maar ik ben wel blij met de voorbereiding. Zo hebben we toch een aantal verkeerde keuzes kunnen voorkomen.

Inmiddels is het al laat en moeten we nog eten. Gelukkig zijn we gewend aan het Spaanse ritme van laat eten. Alles is hier naar achteren verschoven. Ze beginnen ’s ochtends later. De hoofdmaaltijd is ‘s middags na twee uur. En ’s avonds kun je voor negen uur eigenlijk nergens terecht voor een hapje. Het is nog een erfenis van Franco die ooit voor een verkeerde tijdzone koos. En de Spanjaarden willen daar nu niet meer vanaf. Voor ons is dat nu gunstig. We nemen de laatste kans om een paella te eten. Het is een mooie afsluiting van Spanje. Morgen zijn we weer in Frankrijk.

Dag 106:

Het patroon, als we een Airbnb bij een familie thuis hebben, is inmiddels wel duidelijk. ’s Ochtends zie je niemand bij vertrek. In drie keer verhuizen we onze spullen weer naar beneden. Een lift voor alle tassen en een lift per fiets. In Zaragoza koelde het ’s nachts nog wel wat af. Hier zakt de temperatuur niet onder de 24 graden. Het is dus al warm bij vertrek.

We beginnen met een nieuw routeboekje. Het is er weer een van Benjaminse en het is de ‘Onbegrensd fietsen naar Barcelonaroute. En ook deze doen we weer andersom dus in ons geval heet het ‘Onbegrensd fietsen uit Barcelona’. We beginnen met een klimdag. We gaan weer over de Pyreneeën om uit Spanje en in Frankrijk te komen. Het is deze keer geen hoge pas. We hoeven maar tot 720 meter. Maar we beginnen wel op bijna 0. De eerste 20 kilometer gaan vrij vlak via Cabanes, Pont de Molins en Boadella d’Emporda.

De namen beginnen al Frans te klinken en we hebben een mooi uitzicht op de Pyreneeën. Bij Aguilana begint de echte klim die we gewoon gestaag doen. Het kost een paar uur en dan ben je boven. Op het hoogste punt is de grens, maar dat is niet te zien. Alleen een bordje l’Alt de Emporda. In het Frans is het de Col de Manrell.

De Spaanse weg houdt hier op. Wij gaan via een zandpad verder. Ik vermoed dat het een oude smokkelweg is. Gelukkig zijn de grenzen tegenwoordig open, anders zouden we weer illegaal een land binnengaan.

Na een kilometer of wat wordt het weer asfalt en hebben we een heerlijk afdaling met prachtige uitzichten naar beneden. In Maureillas las Illas (klinkt toch Spaans) nemen we de eerste camping die we tegenkomen. Het is goed voor vandaag. Het is fijn om weer te kamperen. Ondanks dat het een stuk minder warm is dan in Zaragoza, blijft het zweten en voelt het drukkend. Op de camping doen we zo weinig mogelijk. Gelukkig hebben we onderweg al warm gegeten, dus vanavond hoeven we alleen een boterham te maken. De Spaanse les kan opgeruimd worden en Google Translate anders ingesteld. We gaan weer over op het Frans.

(*) Spanje Exit.