Dinsdag 21 augustus: Niederland – Koppl

66 km (totaal 1599 km) 

627 hoogtemeters

Camping Huberbauer (€17,50)


De reis zit erop

Hoofd vol met ervaringen

Genieten van rust


Door het heldere weer vannacht en het hoge gras zou een dweilpauze in de tent niet misstaan. Maar goed, het is weer prachtig weer vandaag en de tent drogen we later wel. Het is de laatste dag fietsen. Eerst naar Salzburg. Dan het allereerste deel van de route die we nog niet gedaan hebben. En tenslotte nog een verbindingsstukje naar de camping waar de auto staat. De route van vandaag is weer uitzonderlijk mooi. Nauwelijks autowegen, veel spannende paadjes en veel door de natuur.

We komen nog even in Duitsland. Dat zet het aantal landen van deze vakantie op vijf. Ik zie het alleen aan de GPS en Mevr. van der Veeke zit goed op te letten en ziet nog een bordje in de berm. Als we in Oostenrijk terugkomen is er helemaal geen indicatie dat dit gebeurt. Zo vervagen alle grenzen natuurlijk.

Naar Salzburg toe worden de bergen steeds lager. Je zou het nauwelijks bergen meer kunnen noemen, het zijn meer heuvels. Maar soms stoppen we even om te kijken waar we vandaan komen. Om het afscheid te verzachten tonen de bergen zich op hun mooist.

Bad Reichenhall is een Duitse plaats die vooral bekend is van zijn zout- en pekelproductie. Je kon er in baden, je kon het drinken en je kon het snuiven. In 1834 is de stad bijna tot de grond toe afgebrand omdat ze een brandende bezem niet blusten. En waarom niet? Omdat er toevallig een overheidcommissie op bezoek was en die wilden ze niet verstoren. Verkeerde keuze lijkt me. Ons valt op dat ze de stad daarna weer mooi opgebouwd hebben. Hier is geen sprake van vergane glorie. Het is een prachtige en levendige stad.

Meestal maak ik onderweg zelf een bakje koffie. Omdat het een feestelijke dag is -onze schoondochter Rosa is jarig- nemen we eens een keer een koffie en een gebakje bij de bakker.

Bij kasteel Marzol staan we even stil. Het is in de 15e eeuw gebouwd en is zoals een kasteel moet zijn. Vier hoektorens, kantelen en een robuuste uitstraling. Ik mis alleen de prinses in de toren.

Via fietspaden worden we Salzburg binnen geleid. De stad wordt gedomineerd door een vesting op een onneembare rots. Hier wordt al sinds mensenheugenis zout gewonnen. Vandaar de naam Salzburg en de Salzkammergut regio. Ook de ligging aan de rivieren Saalach en Salzach heeft aan de economische ontwikkeling meegeholpen. De stad is ooit Keltisch begonnen, onder de Romeinen ontwikkeld en later een bisdom geworden. En natuurlijk is Mozart hier geboren. Zonder hem hadden we nooit de Mozartkugeln gehad.

In het centrum moeten we ons weer een weg banen door Japanners en Chinezen maar we krijgen toch een kleine indruk van de stad. Hij is prachtig. Morgen trekken we een dag ervoor uit om hem goed te bekijken. Voor nu geef ik één foto en dat is meteen een reden om naar Salzburg te gaan.

In principe zit de route er nu op, maar we hebben nog een stukje van 20 kilometer wat we bij aanvang hebben overgeslagen. Die loopt boven de stad langs en betekent toch weer even klimmen voor ons. We hebben genoeg geoefend dus dit is geen probleem. En dan nog even puzzelen om bij de camping terug te komen waar de auto staat. Ook dat lukt en tegen half vijf sluiten we de ronde af met bijna 1600 kilometer op de teller. Het was weer een fijne tocht en ik ben altijd blij dat het zonder ongelukken en grote pech afgesloten kan worden.

Als ik de auto op wil halen, dan doet hij helemaal niets meer. De accu is compleet leeg. Ik moet even nadenken hoe dit kan gebeuren want de auto heeft hier een beveiliging voor. Maar dit jaar heb ik een anti-marter apparaat laten installeren en die by-passed deze beveiliging en trekt rechtstreeks stroom van de accu. Na een maand is die wel ongeveer leeg. Gelukkig biedt de Oostenrijkse wegenwacht uitkomst. Even de lader erop en hij doet het weer. Ik moet wel even 30 kilometer rondjes rijden maar dit is weer eens wat anders dan fietsen.

Hiermee sluit ik deze verslagronde weer af. Ik wil speciaal Saskia bedanken voor alle bijdragen in de vorm van tekstcontrole, foto’s, haiku’s en natuurlijk de onmisbare gezelligheid. Een tocht ‘maak’ je samen. En de lezers bedankt voor het lezen en de opbeurende commentaren. Het is altijd leuk om een reactie te krijgen. Misschien tot een volgende tocht.

Advertenties

Maandag 20 augustus: Zell am See – Niederland

52 km (totaal 1533 km) 

237 hoogtemeters

Camping Steinpass (€23,=)


Zonder verwachting

Komt de grote verrassing

Wie had dat gedacht?


Met weemoed moet ik toegeven dat het einde van de vakantie nadert. Je kunt het wel ontkennen, maar hij staat echt om de hoek. We zien Salzburg, en dus het einde, bij elke kilometer dichterbij komen. Desalniettemin proberen we zo goed mogelijk nog van elke dag te genieten en vandaag was dat niet moeilijk. Want de route is erg mooi en de gemakkelijke dag, die we gisteren verwacht hadden wordt vandaag gerealiseerd. Ik kan niet anders dan blij worden als ik ’s ochtends mijn tent uit kruip en dit als eerste zie.

We zitten iets beter in het ritme dan gisteren en dus weer op tijd op pad. Onverwachte bonus is dat ik de tent droog in kan pakken. Via kleine wegen gaan we naar Maishofen waar we boodschappen doen. Daarna komen we in Gerling waar zowaar de kerk open staat. Het is een oude kerk waarvan de historie teruggaat tot de middeleeuwen. Bij de renovatie in 1971 kwam het fresco van St. Christophorus tevoorschijn. Als reizigers is het altijd goed als we deze tegenkomen. Binnen is het allemaal bling-bling wat ze goed beschermen want je kunt wel kijken,  maar je kunt er niet in.

Saalfelden is een redelijk groot dorp. Ik zou het geen stad willen noemen. Typisch Oostenrijks met een centraal plein, kerk en natuurlijk fonteinen. Historisch gezien is het een opstandige gemeenschap want ze weigerden vroeger aan hun belastingplicht te voldoen. Hier begint ook ons laatste traject. Dat vieren we door een koffie met ‘schnecke’ en uitzicht te consumeren. We hebben mooi zicht op de burcht en als je goed kijkt, dan zie je het witte kerkje nog. Het is me opgevallen dat kerkjes vaak bovenop onmogelijke plaatsen staat. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan om naar de kerk te (kunnen) gaan.

Vandaag is het voornamelijk dalen via speelse wegen. Het dal wordt steeds smaller zodat trein, auto en fiets om de beschikbare ruimte moeten vechten. Maar, in tegenstelling tot gisteren, is er steeds nog ruimte voor een vrijliggend fietspad. 

Zo passeren we Weissbach (bei Lofer), St. Martin (bei Lofer) en Lofer zelf. Dit is weer een Oostenrijks plaatje van een dorp met een mooi centraal plein. De kerk heeft deze keer geen spitse toren maar een ui.

Het leuke van fietsen is dat je langs plekjes komt die je met de auto nooit zou zien. Zo fietsen we een hele tijd langs de Saalach. Waren de riviertjes in Slovenië, Kroatië en Italië bijna leeg, hier stroomt het nog voldoende. Ook vandaag is het weer warm, dus alleen het zicht al op zo’n snelstromende beek geeft verkoeling.

We passeren Unken en Niederlande. Je waant je bijna thuis. Hier bevindt zich ook de laatste camping voor Salzburg. Het was te ver om in een keer door te fietsen, dus daarom maken we de laatste dagen wat minder kilometers. Het is weer een prachtige camping met een mooi uitzicht. We vinden een mooi plekje, met schaduw, onder een boom. Enig nadeel is dat je de weg steeds hoort. De uitbater is een oudere hippie met één tand. Ik check in en vraag of hij ook bier verkoopt. Nee, dat doet hij niet maar hij wil me er wel een geven. En neem er ook een voor je vrouw mee. Een camping met gratis bier is natuurlijk nooit weg! De rest van de middag kunnen we vakantie vieren. Morgen zijn we weer terug bij ons startpunt.

Zondag 19 augustus: Badbruck – Zell am See

53 km (totaal 1481 km) 

456 hoogtemeters

Camping Seecamp (€30,20)


Zell am See als doel

Benieuwd naar groene pistes

Zomers tafereel


We denken dat we vandaag een rustige en gemakkelijke dag hebben met maar een kleine 60 kilometer. Daarom doen we wat rustiger aan en zitten pas rond half tien op de fiets. De uitzichten zijn vandaag zonder meer mooi, maar de route is wat minder mooi dan gisteren. We zitten veel langs autowegen alhoewel je dat op deze foto niet zou zeggen.

Bad Hofgastein is ook weer een kuuroord én een skidorp (in de winter). We vinden er een bakker die open is en er is al allerlei volk op straat. Maar het volgende dorp, Dorfgastein vinden we meer Oostenrijks. Het hotel heeft een mooie muurschildering, de bakken zitten vol met bloemetjes en de kerk is prominent aanwezig. Het is met zijn 1627 inwoners overigens de kleinste gemeenschap in de Gastein vallei.

Om in Lend te komen moeten we door een tunnel van anderhalve kilometer. Samen met de auto’s, en ik kan je vertellen dat dit een enorme herrie is. Het lijkt wel een spinningles van Wim waar de muziek ook zo hard staat dat je oordoppen nodig hebt. Ik wilde dat ik ze meegenomen had. Verder is hij goed te doen omdat we over een afgescheiden fietspad gaan. Alleen bij tegenliggers moeten we even langs elkaar heen manoeuvreren.

Bij Lend moeten ik even zoeken omdat het weer een spaghetti van wegen is, maar dankzij de GPS vind ik de juiste. We dalen hier meteen 100 meter steil naar beneden en komen daarbij vloekende fietsers met rode koppen tegen die omhoog moeten. Benjaminse maakt hier geen vrienden mee.

Lend is ook weer zo’n mooi dorpje. Een fontein, bloembakken, bloemetjes en een kerk. Wij vinden het mooi genoeg om even een boterhammetje te eten. Hier in Oostenrijk hebben ze tenminste weer bruine broodjes want in Italië was zelfs het volkorenbrood wit.

Bij Taxenbach is er weer een tunnel maar hier worden de fietsers er omheen geleid. Heerlijk even een stukje zonder auto’s en Mevr. van der Veeke weet zelfs nog even een cache te scoren die aan een touwtje in het ravijn hangt.

Zo gaan we langzaam richting Zell am See. Het fietsen gaat vandaag wat moeizaam en valt me zwaar. Komt het door de lange dag van gisteren? Of omdat ik dacht dat het gemakkelijk zou worden? In elk geval zijn we blij dat het eind van vandaag in zicht komt.

Zell am See kennen we van de wintersport. Dan is alles wit. We zien de pistes liggen waar we afgesuisd zijn maar dat zijn nu groene weiden. Ook in de zomer is het hier een gekkenhuis met mensen want in het dorp staan de auto’s vast omdat de parkeergarage vol is. Hebben we met de fiets gelukkig geen last van. Werner von Trapp, je weet wel…van die zingende familie, kwam hier trouwens vandaan.

De camping in Zell am See is net zo vol als het stadje. Er is een tentenveldje en omdat we op tijd zijn, kunnen we nog een mooi plekje vinden. Met uitzicht op het meer en -eindelijk- de Grossglockner én een bankje. Vooral dat laatste is fijn, want ik ben door mijn stoeltje gezakt. En het helpt natuurlijk dat we een klein tentje hebben. Mevr. van der Veeke duikt, met kleren en al, in het meer want het is weer een hete dag. Ik houd het gewoon bij een douche. En omdat de winkels dicht zijn, hebben we geen eten kunnen kopen. Dan maar uit eten en ik moet toegeven, zo’n Oostenrijkse schnitzel is geen straf.

Zaterdag 18 augustus: Villach – Badbruck

107 km – waarvan ongeveer 82 gefietst (totaal 1428 km) – 

1052 hoogtemeters – waarvan ongeveer 552 gefietst

Camping Pub Gastein (€18,=)

Soms zit alles mee

Geboren voor het geluk

Drijf mee op de stroom


18-8-18, zo’n magische datum moet wel geluk brengen. En dat deed het voor ons. Als ik het optimaal had kunnen plannen, dan had het niet beter kunnen lopen vandaag. Een dag waarin alles meezit.

De rustdag heeft ons goed gedaan. Volledig uitgerust en uitgeslapen, sta ik om half zeven al onder de douche. En voor achten zitten we op de fiets.

Het eerste deel van de dag volgen we nog steeds de R1, en die heet hier de Drauradweg. Dat is een fietsroute langs de rivier de Drau. Het is een mooie route over fietspaden zonder auto’s. Vaak asfalt en soms steenslag. En een paar keer moeten we hem oversteken en aan de andere kant verder gaan.

Het is een rivier met allerlei stuwen erin. Dit heeft tot gevolg dat er totaal geen scheepvaart is. Geen beroeps-, maar ook geen pleziervaart. Is wel wat saai maar omdat er nauwelijks wind staat fiets je wel steeds naast een spiegel. Voor het eerst sinds tijden fietsen we ook helemaal vlak. En dat schiet lekker op. Nu pas merk je hoeveel extra energie het klimmen met bagage kost.

Een ander feit is dat je om en langs alle dorpjes fietst. We passeren Puch (de ouderen onder ons herkennen de brommer), Kellerberg, Feffernitz en Freistritz zonder er iets van te zien. Alleen Spittal gaan we even doorheen. We hadden gehoopt dat de route langs slot Porcia zou lopen, maar dat doet hij niet. We krijgen er zelfs geen glimp van mee en we zijn Spittal alweer uit voor we er erg in hebben. Hierna komen we meer in de velden en minder aan de Drau. Fijn die afwisseling. Geen kabbelend water maar vers gemaaid gras en hooi dat ligt te drogen. Heerlijke geuren.

We komen wel langs Teurnia, een oude Romeinse nederzetting. Het was een decadente toestand toen met wijn uit Palestina, oesters en andere zeevruchten en ze hadden vloerverwarming en wifi. Nou ja, misschien dat laatste niet.

Bij Mollbrucke verlaten we de Drau. Die gaat met een lus weer richting het zuiden en wij gaan naar het noorden. We stappen over op fietsroute R8, die de Glocknerroute wordt genoemd. Om ons heen worden de bergen hoger naarmate we meer in het Hohe Tauern natuurpark komen. In 1971 kwamen Tirol, Salzburgerland en Karinthië overeen dat ze een groot gebied authentiek willen houden. En op dit moment is dit het grootste natuurpark van Europa. Met meer dan 300 bergen boven de 3000 meter zeker indrukwekkend te noemen.

Voor Obervellach krijgen we nog een paar kleine klimmetjes. Hadden we natuurlijk kunnen weten als een naam met ‘ober’ begint. Ik heb liever die obers waar je wat bij kunt bestellen. Maar goed, in Obervellach komen we voor een moreel dilemma. Om van Obervellach naar Malnitz te komen moet je een klim van 500 meter in zes kilometer doen. Dat is bijna 10% en daar zijn we zeker twee uur mee bezig. En inmiddels hebben we ook al 76 kilometer op de teller.

Het alternatief is een buschauffeur een goede dag bezorgen. We rijden langs de bushalte waar net de bus naar Mallnitz op het punt staat te vertrekken. En de chauffeur heeft niemand in de bus. Hij leeft helemaal op als ik vraag of we met de fiets in de bus kunnen. Dat kan. We hoeven niet eens de tassen eraf te halen. Voor €15,20 kopen we 500 hoogtemeters. Ik had natuurlijk liever gefietst, maar soms moet je je verantwoordelijkheid pakken en doen wat er gedaan moet worden.

Tip voor fietsers; deze bus gaat elke dag. ’s Ochtends twee keer en ’s middags tussen 13 en 17 uur om vijf over het uur bij de Seilbahnplatz.

Tien minuten later zet de chauffeur ons bij het station in Mallnitz er weer uit. Hier moeten we met de trein door de Tauerntunnel, net als de auto’s. We betalen hiervoor €9,40 voor twee personen en twee fietsen. De reis duurt ongeveer 12 minuten. Deze trein gaat de hele dag door elk uur. Dus we kunnen een kaartje kopen en bijna meteen instappen.

In Bockstein stappen we weer uit. Het is nu een nietszeggend plaatsje maar in het verleden was het de goudmijn van Oostenrijk. Iets verderop ligt Bad Gastein. Het is  een prachtig plaatsje waarvan de hoogtijdagen in de vorige eeuw lagen.

Het is een vakantie-en een kuuroord waar de groten der aarde kwamen. Onder andere Elisabeth van Oostenrijk en Hongarije (ook bekend als Sissi) en de sjah van Perzië kwamen hier. Men dicht heilzame kwaliteiten toe aan het water dat radon bevat maar de werking is nooit bewezen. 

Het centrum is ontzettend steil en volgebouwd met een soort van mini-wolkenkrabbers, zonder dat je dit doorhebt omdat alles tegen de rotsen aan is gebouwd. Het is gesitueerd rond een waterval die door het hele dorp gaat. In drie fasen heb je een verval van 341 meter en hierdoor wordt de lucht negatief geïoniseerd ( ja, ja…) wat bijdraagt aan de gezondheid. Wij zien er ineens 10 jaar jonger uit en alle vermoeidheid is weg.

Hoe het ook zij, het is een fascinerend dorp om doorheen te gaan. Door de teruggang in het toerisme is het wel wat vergane glorie geworden en staan veel hotels leeg of in verval. Wij waren in elk geval blij dat we hier naar beneden konden gaan en niet omhoog. Volgens Benjaminse ‘even doorzetten’ maar volgens mij gewoon een uur lopen want ik kwam met rokende remmen beneden.

We hebben inmiddels een flink aantal kilometers erop zitten. Daarom pakken we de eerste camping die we tegenkomen. De beschrijving vond ik maar zo-zo door de naam; pubcamping en kegelbaan. Maar het is de mooiste en goedkoopste die we hebben deze vakantie. De uitbater is een kordate man die van duidelijk houdt op een vriendelijke manier. We hebben een groen grasveld, prachtig uitzicht en een heerlijke douche. Zo zie je maar dat je beter niet op je eigen interpretatie af kunt gaan, maar meer op de feiten. We koken ons maal en ’s avonds zitten we in de campingkroeg. Want op deze hoogte (840 meter) is het knap koud ’s avonds. Eigenlijk voor het eerst deze vakantie.

Vrijdag 17 augustus: rustdag Villach

6 km (totaal 1346 km) – 34 hoogtemeters.

Camping Gerli (€18,60)


Lekker luieren

Een boek, wat zon en een bier

Hebben we verdiend


Vandaag nemen we het ervan. Beetje uitslapen, koffiedrinken, lezen en wat fietsonderhoud doen. Ik moet wel even op de fiets om boodschappen te doen, maar daar blijft het dan ook bij.

Ik heb de drankjes koud gezet voor later in de middag. En dan morgen weer op de fiets.


Donderdag 16 augustus: Pontebba (Italië) – Villach (Oostenrijk)

64 km (totaal 1340 km) – 486 hoogtemeters.

Camping Gerli (€18,60)

De top is bereikt

De daling gaat beginnen

Rust voor de benen

Zoals ik al vertelde, is het in vele dorpen feest. Zo ook in Pontebba. Op een gewone woensdagavond gaat het tekeer alsof we in de auto van Bolhuis zitten (Baflo’s grapje). Ik snap nu ook waarom hier zoveel aardbevingen voor komen. Maar hoe hard ze ook hun best doen, wij vallen gewoon om half elf in slaap. 

Het ontbijt wordt de volgende ochtend in het café eronder geserveerd. En het is eigenlijk wat we van een Italiaans ontbijt verwachten; koffie, sapje en croissant. In het café is het alweer druk als we vertrekken. De eerste fietsers zitten er en de dorpelingen staan er om een espresso te nemen.

Wij gaan verder over de prachtige fietsroute. We passeren San Catharine, Malborghetto en Ugovizza waarbij we gestaag de hoogtemeters maken. Deze dorpen zien we in de verte liggen want meestal fietsen we er hoog boven langs. Het fietspad is rustig en af en toe passeren we een tunnel. Hieronder een paar foto’s.

Ondanks dat het de Tarvisio pas heet, ligt het hoogste punt bij Camporosso. Daar is het 820 meter hoog terwijl het bij Tarvisio ‘maar‘ 756 meter hoog is. Camporosso is trouwens een belangrijk bedevaartsoord. Daar zien we niets van, ook geen verdwaalde pelgrims. Of ze moeten toevallig op de fiets zijn. Van de plaats Tarvisio zien we iets meer maar het is er wel een gekkenhuis met fietsers. Velen gaan daar met de auto of trein heen om een fiets te huren en alleen maar af te dalen. Amateurs! Wij gaan gauw verder want nu zitten wij ook in de afdaling. En ook hier zijn de uitzichten adembenemend.

Grenzen van Sjengen-landen zijn tegenwoordig onzichtbaar. Ik heb hem op de GPS gemarkeerd, dus ik zie precies wanneer we erover heen gaan. En als je even zoekt is er meestal nog wel een grenspaal te vinden.

Het fietspad loopt hoog boven de autowegen. Soms moeten we een klein stukje klimmen maar voornamelijk is het dalen over spannende paadjes in het bos. Bij Arnoldstein komen we weer een stukje op de autoweg. Hier gaan we even bij het het oude klooster kijken. Het is mooi gerestaureerd. Voor €3 p.p. kunnen we erin.

Langs de rivier de Gall gaan we door naar Villach. Het is een mooi steenslagpad langs het water. We doen er een paar caches en een lunch. Omdat er geen bankjes zijn, gaan we gewoon met de tarp in de berm zitten. Het levert verbaasde blikken op van de mensen die langs komen. In Pontebba heb ik lekkere broodjes gehaald, een stukje worst en kaas uit Cividale. Het is smikkelen.

De camping ligt een stuk buiten de stad, dus we laten Villach voor wat het is. Langs de Drau gaan we richting Neufellach. Om bij de camping te komen moeten we door een aantal woonwijken. En als je van de rivier af gaat, moet je klimmen. 

We hadden in de Google recensies al gelezen dat de camping gedateerd is. En dat klopt. Een oud vrouwtje doet de receptie, het restaurant en de bar en probeert vijf mensen tegelijk te helpen. Daar raak je ook gedateerd van. We krijgen een prima plek waar je alleen lopend of met de fiets kunt komen. Wat ons betreft helemaal goed want voor de rest zijn het veel campers en grote caravans op doorreis. Hier gaan we morgen een verdiende rustdag houden.


Woensdag 15 augustus: Pinzano – Pontebba

64 km (totaal 1276 km) – 645 hoogtemeters.

B&B Melanie (€70,=)


Verrassend uitzicht 

Streelt zintuigen en zinnen

Schoonheid overal


Het heeft tot een uur of twaalf geregend maar dat tikken op de tent klinkt heel rustgevend. Om een uur of twee kwam er nog wat jeugd uit het dorp langs maar daar hadden we geen last van. En vanochtend kwamen mannen in uniform en pistool (soort boswachter, maar die dragen toch geen pistool?) even checken. De ene boswachter was zelf ook een fietsreiziger, dus het was helemaal goed. Bij vertrek worden we nog aangevallen door een roedel honden. We willen er wel een meenemen maar de fietstas zit nog vol met katjes.

Ik heb best trek dus bij de bakker in Fiagogna kopen we eerst de boel leeg. En dan zoeken we een bankje op waar we kunnen ontbijten. We zitten onder de kerk die elk kwartier (!) de klokken laat bim-bammen. Je zou er maar tegenover wonen… wij hebben in elk geval koffie, een croissant en, naar Italiaans gebruik, taart bij het ontbijt.

Daarna hebben we een prachtige fietsdag met de mooiste uitzichten. Ik dacht dat we blasé waren maar de ooh’s en aah’s klinken alom. Via een aantal smalle dalen fietsen we richting Oostenrijk. Om ons heen hoge bergen met veel groen. En omdat het gisteren geregend heeft, is het wat afgekoeld.

Daarnaast komen we prachtige dorpjes tegen. Het begint een beetje een mix te worden tussen Italië en Oostenrijk. Zo rij je bijvoorbeeld Trasagish binnen.

De route loopt grotendeels over rustige autowegen. Braulins, Bordano en Pioverne passeren. We komen ook over de Strade di Bottecchia, vernoemd naar de Italiaanse wielrenner Ottavio Bottecchia. Hij was de eerste Italiaan die de tour won. Hij stief op 32 jarige leeftijd onder mysterieuze omstandigheden.

Maar er zijn ook autovrije delen. Nadeel is wel dat het dan vaak grindpaden zijn, maar de bruggetjes en de afwezigheid van auto’s maakt veel goed.

Venzone is een prachtig dorpje. We naderen het via een lange brug en zoals het daar tegen de groene berg geplakt ligt, is het een plaatje. In de bossen zitten lynxen, beren, steenbokken, reeën en gemsen. Het dorp heeft veel last gehad van de aardbeving in 1976. Niet eens zo lang geleden. Een ingestorte kerk hebben ze als monument laten liggen. Ook hier is er weer een soort van rommelmarkt. Eigenlijk komen we dit in bijna elk dorp tegen. En in veel dorpen merken we dat het feest is.

Maar wij komen voor de mummies van Venzone. De natuurlijke omstandigheden waren dusdanig dat mummificatie vanzelf optrad door de juiste temperatuur, vochtvrij en de aanwezigheid van calciumsulfaat in de bodem. Naast de kathedraal staat een huisje waar je met een muntje naar binnen kunt. Dat muntje haal ik in een aanpalend café voor €1,50. Mummies zijn fascinerend. Eng en intrigerend tegelijkertijd. Ze zijn uit de 16e tot en met de 18e eeuw. In totaal zijn er 21 waarvan er 5 tentoongesteld worden. Natuurlijk netjes met een lendendoek.

Hierna moeten we een stuk over een drukke provinciale weg. Er is weliswaar een fietsstrook naast, maar je zit wel op dezelfde weg als de auto’s. Alleen een witte lijn is de scheiding. Dit gaat een aantal kilometers door tot Garnia. Daarna is het een rommeltje. De route lijkt over een oude spoorlijn te lopen maar die is bedekt met vuistgrote keien en compleet overgroeid. Hier is niet te fietsen. Dan maar weer op de snelweg verder. Bij Resiutta blijkt wat de bedoeling is. Hier komt de droom van elke fietser; De Alpe-Adria-radweg. Een mooi vrijliggend fietspad over een oude spoorlijn.

We gaan door een aantal oude spoortunnels. Je voelt aan de temperatuur al of hij lang of kort is. Hoe kouder, des te langer. En erbinnen gaan de lichtjes aan terwijl je langsfietst.

De tunnels voorkomen een hoop klimmen. Maar ook de oude spoorbruggen zijn geschikt gemaakt voor de fietsers. Het is hier overigens ongelofelijk druk (niet aan de foto’s te zien). Veel dagjesmensen die stroomafwaarts fietsen en met de trein terug gaan. Wij fietsen stroomopwaarts en gestaag klimmen we tot boven de 500 meter. Het voelt als een fikse tegenwind, dus goed te doen.

Zo fietsen we de laatste 30 kilometer naar Pontebba. Een enkele keer moeten we nog even flink aan de bak maar al met al is het een gemakkelijke dag.

Pontebba is gezellig druk en de terrassen zitten vol. Gezinnen, racefietsers en veel fietsreizigers. Via Google hebben we een B&B in het centrum gevonden. Weer een luxe nacht na gisteren. En omdat dit de laatste nacht is in Italië gaan we voor een echte pizza. Morgen doen we het laatste stukje naar de Tarvisio en dalen dan af naar Villach. En daar hopen we dat de plek en het weer geschikt zijn om een rustdag te nemen. Want we zijn het helemaal met Ben en Willem eens.