De best verborgen schatten van Nederland (23)

Noot:
Deze blog maakt deel uit van een serie van artikelen over bijzondere plekken in Nederland. Het overzicht van alle plekken kun je vinden op mijn website. Daar kun je ook info-boekjes, kaartjes en gpx (route) bestanden downloaden.

Maandag 22 juni 2020

Ook deze post-corona-lockdown willen we graag weer op stap. Daarom begin ik zo langzamerhand weer meerdaagse fietstochtjes en Pieterpad wandelingen te plannen. Maar het vrije gevoel is er wel een beetje af. Kon je vroeger, als fietser, altijd zo bij een camping komen aanwaaien, dat is nu voorbij. Trekkersveldjes zijn gesloten en, omdat half Nederland nu op vakantie gaat in eigen land, moet je tegenwoordig je plek van te voren boeken. Ik heb dat dan ook gedaan en daardoor verandert het karakter van de tocht wel. In plaats van een trektocht, wordt het nu meer een standplaatstocht. Maar goed, het zij zo. We genieten er niet minder om en in de kop van Noord-Holland en Texel plan ik twee fietstochten waarbij we ons in Rusland, India en op Paaseiland wanen en langs een aantal mooie verborgen schatten komen.

Kerk Andijk

Stel dat je in Andijk woont en gereformeerd bent. Je gaat naar een houten kerk op palen die bij storm staat te schudden in de wind. Met de bollen heb je een hoop geld verdiend en het steekt je dat de katholieke kerk in het aanpalende dorp Wervershoof veel groter en mooier is.
Dan stap je over de zonde van hoogmoed heen en huur je de bekende Groninger architect Egbert Reitsma in. Die laat je een gebouw neerzetten waar niemand omheen kan. Veel bakstenen, veel glas in lood en veel expressieve driehoeken. Volgens sommigen het hoogtepunt van kerkbouw in de expressionistische bouwtrant van de Amsterdams school.

De toren moet een inspiratie zijn geweest voor de NASA die vervolgens zijn raketten op dezelfde manier ontwerpt. Het is een joekel van een kerk die degelijkheid  uitstraalt. Er kunnen 1200 mensen in en met name de binnenkant is prachtig door zijn ruimte met paraboolvormig gewelf. Helaas is de kerk gesloten (wat is dat toch met de gastvrijheid van God?) maar het schijnt er ook erg kleurig te zijn. Een aantal jaren na de bouw vond men dit iets vrij en werd alles met bruin overgeschilderd. Gelukkig kwam men later weer tot inkeer en nu zijn de oude kleuren hersteld. Je kunt hier een indruk krijgen van die binnenkant.

Nog wat andere feitjes; de kerk is in 1929-1930 gebouwd. Hij staat op 275 palen van 14 meter. Hiervan zitten er 56 onder de toren die 45 meter hoog is. Ook toen al was financiële planning een puinhoop. In plaats van de geschatte 125.000 gulden, werd het 185.000 gulden. Meer informatie kun je op Wikipedia vinden.

De kerk van Andijk ligt iets buiten de route en we komen er met de auto langs. Voor de volgende schatten heb ik een fietsrondje gepland. Dat is toch de mooiste manier om ze te bezoeken.

We fietsen eerst naar Winkel (de eerste winkel in Winkel die we zien heet geen winkel maar shop) om gelijk in de prijzen te vallen.

Dinsdag 23 juni 2020
76 km

Het Nederlands Kremlin

Toen Ger Leegwater op 40-jarige leeftijd gescheiden was, begon hij zich te vervelen. Hij kocht een stukje land in de buurt van Winkel en begon te bouwen met materialen die hij her en der vond. Het werd een obsessie en nu, 35 jaar later, staan er een paar bijzondere gebouwen in de polder en waan je je in Rusland.

Het is een privé-tuin dus ook de bezichtiging is op afspraak. Ik heb al wat heen en weer zitten mailen maar het is niet gelukt om tot een afspraak te komen. Als we er zijn, staat er op grote borden dat het gesloten is. Maar het hek staat open en ik kan het niet nalaten om naar binnen te lopen. In de schuur annex smederij vind ik een man. Onder de spinnenwebben, vlekken op zijn kleren en bezig met wat ijzer. Het blijkt Ger te zijn. Nadat ik een bijdrage doe voor de broodnodige materialen verandert alles en kunnen we gewoon de tuin in.

Het is lastig om geen sympathie voor Ger te voelen. Een bijzondere man die over van alles (dikke vrouwen, schoonfamilie, Italiaanse kunst, de Coronacrisis en Griekse mythologie) een mening heeft. Zijn passie is het bouwen van dit soort follies. Hij staat blij op als hij weer aan een torentje mag werken. Dat hij een bijzondere man is en ten volle geniet van  het leven is aan zijn filmpjes te zien die hij met zijn vrouw maakt. En zoals hij in de filmpjes is, zo is hij ook in het echt.

Het helpt dat hij vroeger smid is geweest. Hij kent de materialen en weet hoe ze vervormd kunnen worden. Zo klust hij dag-in, dag-uit aan zijn creaties. Vaak figuren uit de (Griekse) mythologie. Een van zijn opmerkelijkste uitspraken is; ‘Ik heb helemaal geen tijd om dood te gaan, dit moet eerst af.’ Hij heeft een uitgebreide site met informatie, foto’s, filmpjes en interviews. Andere informatie vind je hier. Gewoon een keer langs gaan. En ook al is hij niet open, vanaf de weg er omheen is ook genoeg te zien.

Hierna fietsen we door naar Kolhorn. Het landschap doet denken aan Noord-Groningen maar is toch anders. Enerzijds is er de leegte en de weidse uitzichten. Anderzijds zie je in Groningen weinig stolpboerderijen en fiets je niet op dijkjes. We hebben er prachtig weer bij en genieten met straaltjes.

Kolhorn

Rik Zaal roemt Kolhorn om zijn prachtige straatjes. Het dorpje, uit de veertiende eeuw, heeft geen bezienswaardigheden maar het is zelf de bezienswaardigheid. Aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. We naderen het via de ringdijk waardoor je het in de diepte ziet liggen. Het heeft inderdaad een paar schattige straatjes maar het grootste deel van het dorp is niet bijster interessante nieuwbouw. Is het de moeite waard? Dat mag je zelf beoordelen aan de foto’s. De leuke straatjes zijn overigens alleen lopend te bereiken. Wat ik nog het meest bijzonder vind is dat het tot 1844 aan de Zuiderzee lag. Nu lijkt het pal midden in Noord-Holland te liggen. Het IJsselmeer is 15 kilometer verderop. Wikipedia heeft een pagina over Kolhorn.

Kapel bij Keins

Iets boven Schagen ligt het gehucht Keins. In de 15e eeuw spoelden hier de golven nog tegen de dijk en een van de dingen die het meenam was een Mariabeeldje. Waar kwam dat beeld vandaan? Het spannende verhaal is dat het met een kanonskogel van een Portugees schip is afgeschoten. Aannemelijker is dat het van het Portugese schip Ariadne is afgeslagen toen het voor het Vlie was verongelukt. Ze maken het beeld schoon in een put en vanaf die tijd gebeuren hier wonderen met het water uit de put. Er wordt een kapelletje voor gebouwd en dat trekt mensen:

Wonderbare gunsten waren het loon deze devotie, en deden weldra ganse scharen van gelovigen toevloeien om er hunne noodwendigheden aan de ‘Troosteres der bedrukten’ te openbaren.

In de reformatie (1586) wordt de kapel vernield door de woesteling Taet Gerritszen en het beeld verdwijnt. Bijna 350 jaar (1930) later komt hetzelfde beeldje ineens weer boven water (deze keer figuurlijk bedoeld). Het wordt gevonden in een sloot in de Wieringermeer. Een waarlijk mysterie. Wat is er in de tussentijd gebeurd met het beeld? Tijdelijk in een zwart gat verdwenen? Je zou er een boek over kunnen schrijven.Er wordt een nieuwe kapel gebouwd met een replica van dit beeld. En daar zitten we nu naar te kijken.

En de put is er ook nog. Weliswaar afgesloten maar er staat in de kerk een emmertje met wonderwater. Zoals gewoonlijk smeer ik wat op mijn rug want je weet maar nooit. En ook deze keer wordt ik teleurgesteld.

Maar het verhaal is nog niet klaar. In een visioen ziet wichelroedeloper Wigbolt Vleer dat hij naar Keins moet. Op de Afsluitdijk begint zijn wichelroede al te trillen en bij Keins slaat de roede helemaal op hol. Het blijkt dat Keins op de Michaëlslijn ligt. Deze zogenaamde leylijn loopt van Santiago de Compostela, via Carnac en Le Mont Saint Michel, naar Hargen en de Keins en verder naar Oosterland op Wieringen, Harlingen en Wijnaldum, Sylt en Stockholm om vervolgens 4000 km van zijn beginpunt te eindigen in Archangelsk. Op leylijnen ervaart men de positieve kracht en kalmerende werking van aardstralen. Vandaar dat het plekje bij de put een weldadige rust uitstraalt. Het kan niet op want in totaal werden vanuit de put 132 leylijnen aangetroffen. Hiermee is de waterput op de Keins het sterkste leycentrum van Nederland. Mijn telefoon begint spontaan op te laden en we besluiten onszelf ook te regenereren met een bammetje bij de put. Geheel verfrist, uitgerust en opgeladen kunnen we verder.

Hierna moeten we een lang stuk overbruggen. Het is heerlijk om weer te fietsen. De zon schijnt, we hebben de wind in de rug en het landschap is aangenaam. Onderweg doen we nog de nodige caches en zo naderen we ongemerkt Medemblik. Daar is het druk en omdat de brug eruit ligt, moeten we een stuk omfietsen om bij Kasteel Radboud te komen. Dat is niet erg want zo zien we ook nog wat van Medemblik.

Kasteel Radboud

In Coronatijd kun je ook niet zomaar een museum binnenlopen. Er moet gereserveerd worden. Gelukkig kan dat een half uurtje van tevoren. Dat reserveren heeft ook voordelen. Stonden de andere bezoekers vroeger op je tenen, nu kun je alleen door het kasteel dwalen. Het kasteel, uit 1288, staat aan de oostkant van de ingang van de haven. Het is een van de kastelen die Floris V liet bouwen om de west-Friezen onder de duim te kunnen houden. Officieel heet het kasteel Medemblik maar de legende is dat het gebouwd is op de funderingen van de burcht van koning Radboud van de Friezen, die volgens de Divisiekroniek (1517) van Cornelius Aurelius in Medemblik zijn koninklijk woonstede zou hebben gehad.

Al in de 16e eeuw verloor het zijn functie en verviel daarna compleet. Er heeft ook nooit een adellijk geslacht gewoond om het onderhoud te kunnen en willen doen. In de 19e eeuw is het weer opgeknapt en nu is het eigendom van de Nationale Monumentenorganisatie. Interessant feitje is dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog de Nachtwacht hier een tijdje veilig heeft gestaan.
We kunnen rustig alles bekijken. Je kunt goed zien dat het later opnieuw opgebouwd is. Het is veel te netjes en modern. Daardoor mis ik een beetje het ruige kasteel gevoel. Er staan wat harnassen en op zolder is een tentoonstelling van piraten en plunderaars. Je krijgt een audiotour mee met veel informatie. Voor informatie en het boeken van je bezoek kun je terecht op de website.

Tegen de wind in fietsen we het stuk terug naar de camping. We hebben daarvoor een mooie route die grotendeels over een steenslagpad door de velden en natuurgebieden loopt. Compleet met uitkijktorens.

We hebben een mooi schaduwplekje op de camping en de luxe van de auto. In de super hebben we voor €0,65 een zak ijsblokjes gekocht en daardoor heb ik zelfs koud bier. Het lijkt wel even vakantie.

Woensdag 24 juni 2020
21 km

De volgende dag verkassen we richting Den Helder. Alle boerderijen langs de duinen lijken wel een camping te zijn geworden. We vinden een kleintje iets boven Julianadorp. Vanuit hier doen we eerst een fietstocht naar Den Helder om de Lange Jaap en de hindoetempel te bekijken. In Den Helder heb ik als kind gewoond. Ik was te klein om daar wat van te herinneren maar we gaan toch even kijken of het huis er nog staat.

Lange Jaap

Door de duinen loopt de LF1 fietsroute. Al snel zien we de Lange Jaap opdoemen in de verte. Ik ben gek op vuurtorens, het symbool van de zee en met zijn rode kleur een archetype vuurtoren.

Lange Jaap is ontworpen door vuurtorenkeizer Quirinus Harder en in 1877/1878 gebouwd uit 1088 gietijzeren platen (506 ton) die met bouten aan elkaar bevestigd zijn.  Het is, met zijn 55 meter, de hoogste, nog werkende, vuurtoren van Nederland (een tijdje was dat deze). In eerste instantie werd het licht gegenereerd door olielampen (Argands) voor een stilstaande lens. In 1903 werd er een draaiend lenzenstelsel van gemaakt dat dreef in een bak met kwik. Bij een harde storm schudt de toren heen en weer en spat het kwik in het rond. Geen fijne werkomgeving. De twee schitteringen in tien seconden waren op 36 km afstand te zien.

In 1942 werd het licht elektrisch. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren onklaar gemaakt. In 1945 kwam er noodverlichting en in 1949 een nieuw lenzenstelsel met vier schitteringen in 20 seconden. Waarom dit anders is dan twee schitteringen in tien seconden is me niet duidelijk. Pas in 1965 is de kwikbak vervangen door een kogellager. Het licht van de vuurtoren is op 54 kilometer afstand te zien en de toren werd in 1988 een rijksmonument.

Langs de noordzee fietsen we verder naar Den Helder. Het is inmiddels heet en druk. Van de Corona is weinig te merken. In de stad is het even zoeken naar mijn voormalig woonhuis. Inmiddels is de nummering veranderd maar uiteindelijk vind ik het terug. Samen met wat herinneringen. We eten een ijsje en gaan weer op pad.

Hindoetempel Den Helder

Als je het niet weet, dan is hij nauwelijks te vinden. En je komt er ook niet toevallig langs. In een woonwijk, tussen scholen en kantoren staat een kleurig gebouw. In Den Helder was altijd al een hindoetempel. Pas in 2013 kreeg het er een kleurige toren (‘Raja Gopuram’) bij. Vijftien Indiase en acht Sri Lankaanse kunstschilders zijn hier een tijd mee bezig geweest. De motieven moeten bewoners beschermen tegen kwaad. Ze hebben er een mooie locatie voor een feestje van gemaakt..

Het grootste deel van de dag (08:00–10:00, 11:30–13:30, 18:00–20:00) kun je hem bezoeken mits je een dag de spare-ribs en de hamburgers laat staan en je op blote voeten gaat. Natuurlijk weten wij het zo weer te plannen dat hij dicht is. Bijzonder om zoiets in Nederland te zien. De kleuren doen me beseffen dat we eigenlijk maar een grauw volkje zijn. Meer informatie hier.

De rest van de dag brengen we door op het strand. Het is bakken en braden daar. We hebben geen zwemkleding mee en gelukkig zit het FKK gedeelte naast de strandtoegang.

Donderdag 25 juni 2020
76 km

De volgende dag pakken we vroeg in en zorgen we dat we de boot van half negen hebben. In dit seizoen gaat de boot één keer per uur. Op het halve uur vanaf Den Helder en op het hele uur vanaf Texel. De Soepboermaffia heeft hier nog geen invloed op de prijzen. We kunnen voor het belachelijk lage bedrag van €5 oversteken, inclusief de fiets. Wel moeten we een mondkapje op.

Rik Zaal is redelijk lyrisch over Texel. Hij noemt het natuurwonder de Slufter, de Eierlandse duinen en de brede zandstranden. We gaan dat allemaal zien en meer. Na aankomst op Texel (waarom zeggen we eigenlijk op Texel maar in Groningen?) is het ’t gemakkelijkst om de Waddenkant te pakken (dus tegen de klok in). Hier zoeken we eerst een plekje voor het uitgestelde ontbijt. Het begint al warm te worden. Daarna zoeken we de eerste verborgen schat van de dag op.

Fort de Schans

Dit fort is in 1574 aangelegd. In die tijd was hier nog de buitengaatse ankerplaats van de Rede van Texel en die moest hij beschermen. Later groeide de schans uit naar een waar fort waar zelfs Napoleon aandacht voor had. Sterker, hij is er in eigen persoon geweest in 1811 en laat twee steunforten bouwen. Na de Franse tijd begint het verval en in 1930 graaft men een stuk af voor dijkverzwaringen. Eind jaren negentig neemt natuurmonumenten de restanten over en dit is wat er nu nog van overgebleven is. Wat begroeide heuvels en een kanon. We struinen wat rond. Omdat er inmiddels een grote dijk voor ligt, vind ik het moeilijk voor te stellen hoe het geweest is.

We blijven de dijk volgen en fietsen zo naar de noordkant van het eiland. Soms met de blik op de Waddenzee en soms naar het binnenland. Van alle Waddeneilanden geeft Texel me het minst het gevoel op een eiland te zijn omdat het zo groot is.

Bij de Schicht staan we even stil. Dit is het monument voor de versterkte zeedijken. Als je goed kijkt, zie je hun contouren in het monument. Bovenaan Texel ligt Cocksdorp. We zien het alleen uit de verte omdat we via de vuurtoren willen gaan. Hier is het druk. Veel fietsers, maar ook veel auto’s. Het lijkt wel of iedereen hier naar het strand wil. Wij fietsen een beetje verder en gaan bij paal 28 het strand op. Zo zien we meteen een stukje van de Eijerlandse duinen.

We verlaten het strand en gaan meer richting het binnenland. Hierbij komen we langs het duingebied van de Slufter. Het is een door duinen omsloten strandvlakte die in verbinding staat met de zee waardoor de invloed van eb en vloed aanwezig is. Hierdoor ontstaat een kwelderlandschap. De slufter is eigenlijk de naam van de kreek/kreken die door het gebied stromen. Tegenwoordig wordt ook op andere plaatsen van slufters en sluftervorming gesproken om door de duinen ingesnoerde strandvlaktes aan te duiden, waar de invloed van eb en vloed aanwezig is. Het zijn toponiemen; ze zijn afgeleid van De Slufter op Texel.
Je kunt er niet met de fiets doorheen maar je kunt er wel goed wandelen. Voor ons is het te heet en we hebben nog twee missies op het programma.

De Slufter.

De Moai van Texel

Het zijn inmiddels tropische temperaturen waarbij we ons in Spanje wanen. We fietsen naar de Eilandgalerij, vlakbij het vliegveld. Hier staat een heel speciaal beeld.

In 1721 vertrekken drie schepen vanuit de rede van Texel om het onbekende Zuidland te vinden. Dat vinden ze niet maar wel een onbekend bewoond eiland. En omdat het Pasen is, noemt Jacob Roggeveen het ‘Paascheyland’. Wij kennen het van de enorme stenen hoofden die lijken te horen bij enorme ingegraven lijven. Ze worden Moai genoemd.

In 1972 zoeken de bewoners van Paaseiland al contact met Texel. Het ligt dan wat gevoelig omdat Paaseiland nog bij Chili hoort. In de jaren negentig wordt dit contact vernieuwd door de Texelse kunstenaar Niek Welboren. Dit heeft als resultaat dat een van de beste beeldhouwers van Paaseiland, Bene Aukara Tuki Pate, naar Texel komt. Daar staat een stuk tufsteen van 6000 kilo gereed. Als de kunstenaar klaar is, staat op Texel ook een Moai. Hij heet de dromer van Rapa Nui. Zijn kijkrichting is de plek waar zijn broeders staan. Een prachtig beeld.

De galerij hoeft niet open te zijn om het beeld te bezoeken. Het staat gewoon voor de deur. Maar als de galerij wel open is, dan heb je een bonus. Binnen hangen veel tekeningen en schilderijen en staan er beelden. Het is een oud schooltje en een klaslokaal is nog authentiek ingericht. Heerlijk om even terug te keren naar je jeugd. Maar het mooiste is de serene tuin met prachtige beelden. Een oase van rust. Hier moeten wel leylijnen lopen, zo inspirerend is het. Meer informatie over de galerij vind je hier.

De kemphaan

In het gidsje van Natuurmonumenten lees ik dat er op Texel een speciaal soort molentjes staan. Dit zijn volledig houten wipwatermolentjes. Bij een wipmolen is het hele bovenhuis met staart draaibaar. Bijzonder is dat deze niet gebruikt worden om water uit de polder te krijgen maar om water in de polder te krijgen zodat het een waterreservaat voor vogels kan worden. De molen waar we gaan kijken heet de Kemphaan. Deze molen is bij de bouw in 1934 uitgerust met stroomlijnwieken, een met de hand omklapbare staart, een houten vijzel en een achtkantige toren. In 1957 krijgt de molen een nieuwe vierkante toren en een vaste staart. Een jaar later is het gestroomlijnde wiekenkruis vervangen door langere houten roeden met een oud-Hollands wieksysteem. In 1969 neemt een elektrisch aangedreven gemaal met stalen vijzel de taak van de molen over. Sindsdien is De Kemphaan niet meer in gebruik. En dat is te zien.

We moeten er een weiland voor in maar van de molen is weinig over. Zelfs de wieken zijn weg. Een beetje een teleurstelling dit. Verderop zie ik nog een paar molentjes staan waarvan de wieken nog wel aanwezig zijn. Maar daar kunnen we alleen van afstand naar kijken.

Inmiddels gutst het zweet door de bilnaad en zijn we toe aan wat vocht. We zoeken een strand op bij paal 12 om het einde van de middag nog even mee te pakken. In de zon zitten is te heet dus we confisqueren een parasol op het terras. Dat is iets teveel genieten want we vertrekken veel te laat. We moeten racen om de boot te halen. Maar goed, dat lukt net dus efficiënter kan het grote genieten niet. Texel heeft ons verrast. Het is een eiland waar je prima kan zijn. Relatief rustig en goedkoop te komen. Het enige nadeel voor ons is dat het zo ver rijden is. Maar we komen zeker terug.

Een jaar later

Vandaag, precies een jaar geleden, trokken we de deur achter ons dicht, stapten we op de fiets en reden we Baflo uit. Om 140 dagen later pas weer terug te komen. Het was de reis van ons leven. Hoe anders was het geweest als we dit jaar waren gegaan. Of de Corona uitbraak was één jaar eerder. Dit pleit er des te meer voor dromen niet te lang uit te stellen.

Maar goed, onze reis is klaar. De fotoboeken zijn af, het lichaam is weer helemaal uitgerust en de herinneringen zijn gemaakt. Onderweg schreef ik blogs over wat we meemaakten, wat we zagen en hoe we de dingen ervoeren. Mocht je dat (nog) eens na willen lezen dan is deze link een mooi startpunt.

In deze blog blikken we even terug. Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag cijfers verzamel en dat heb ik onderweg ook gedaan. Je leest hier over afgelegde afstanden per dag en hoe snel dat ging. Verschilt dat per land? En wat gaven we eigenlijk uit? Per dag en in totaal? Is kamperen goedkoper in Spanje of Portugal? En wat ging er allemaal stuk?
Je leest het allemaal hier.

Het is niet de afstand of de hoogte, maar het gaat om de manier waarop je er gaat komen.

In totaal fietsten we 6880 kilometer door 7 landen. Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens met betrekking tot afstand en snelheid (detail info hier). Op sommige dagen fietsten we in meerdere landen. Het land waar de gegevens aan toegekend zijn, is het land waar we overnachtten.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Ik vroeg me af of het land waar je fietst invloed heeft op dit soort gegevens. Om dit inzichtelijker te maken heb ik een paar gegevens in een grafiekje gezet. Ik heb Luxemburg hieruit gelaten omdat één dag niet een goed beeld geeft. Wat dat betreft zeggen Duitsland en België ook minder met maar vier fietsdagen. Toch heb ik deze laten staan.

Klik op de grafiek om hem groter te zien.

In Portugal fietsten we per dag gemiddeld het minst aantal kilometers. En in Nederland het meest. Frankrijk en Spanje komen ongeveer hetzelfde uit, De enige verklaring van de lagere waarden van Portugal, die ik kan bedenken, is dat er in Portugal zo veel moois te zien was. We hebben daar veel stil gestaan en gezeten om naar de zee te kijken. En ons vergapen aan de prachtige azulejo’s en de kerken. En misschien waren we toen al wat moe.

Wat betreft hoogtemeters (dat is het gemiddeld aantal meters dat we moeten klimmen per dag) scoort Spanje hoger dan Portugal. Dat kan zijn omdat we in Portugal gemiddeld minder kilometers per dag fietsten. Maar voor mijn gevoel was Portugal gewoon vlakker. Zeker langs de kust. Met name op de Camino moesten we in Spanje vaak en veel klimmen. Frankrijk krijgt een groot deel van de hoogtemeters doordat we de col du Somport opgeklommen zijn.

Nederland scoort in beide gevallen het laagst. Ons land is vlak en heeft goede (fiets) wegen. En we fietsten een deel met andere mensen (Loes, Kees en Corrie). Dan maken we langere dagen en fietsen we meer en sneller door.

Dat we in Nederland meer doorfietsten is ook in deze overzichten te zien. Het bewogen gemiddelde is de gemiddelde snelheid die je hebt als je aan het fietsen bent. Bergop gaat dat langzamer, met wind mee sneller. Dat in Portugal het bewogen gemiddelde laag is kan aangeven dat het in Portugal toch zwaarder fietsen was. Ik kan me niet herinneren dat we veel wind tegen hadden. Wel moesten we langs de kust voor elk dorp afdalen en weer omhoog klimmen. En waarschijnlijk dat inmiddels ook de vermoeidheid een rol ging spelen. Alhoewel de Spaanse kilometers natuurlijk bestaan uit een deel vóór en een deel ná Portugal. En het deel na Portugal waren we ook vermoeid.

Het totaal gemiddelde is het aantal kilometers op een dag gedeeld door de totale tijd, inclusief rustpauzes. Daar zie je dat dit voor Frankrijk, Spanje en Portugal niet heel veel scheelt maar er wel kleine verschillen tussen zitten. In Spanje deden we het rustiger aan en maakten we in het tweede deel vaak korte dagen. In Portugal ging het nog rustiger. Steeds meer te zien, denk ik.Op de heenweg in Frankrijk hadden we koud en nat weer. Dat nodigt ook niet uit tot lange pauzes.

Een kanttekening die ik wel moet maken is dat deze gegevens uit de GPS komen. Bij koffie- en lunchpauzes zet ik die vaak uit waardoor hij niet meer verder telt. Dus het eigenlijke totale gemiddelde ligt in werkelijkheid lager dan hier getoond. Meestal zaten we rond negen uur op de fiets en tussen vier en vijf zochten we de overnachtingsplaats op.

Ik wil overal naartoe, maar nergens zijn.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

In totaal hebben we 140 overnachtingen gehad (als ik de laatste nacht thuis ook meetel). Hiervan hebben we precies de helft gekampeerd. De andere overnachtingen waren in hostels, Airbnb, hotels of bij familie en vrienden.

Zoals verwacht is kamperen het goedkoopst. Verrassend om te zien, vind ik, dat de gemiddelde prijs voor een camping in de verschillende landen niet zoveel verschilt. De campings in Spanje en Portugal zijn niet veel goedkoper dan in Nederland. Waarschijnlijk rekenen ze daar op buitenlandse toeristen die een hogere prijs gewend zijn. Twee keer kampeerden we (noodgedwongen) wild. Dit is erg goedkoop maar ook wat onrustig. En ik mis mijn douche na een dag zweten.

Voor een pelgrim hebben we relatief weinig in hostels/auberges gezeten. We kamperen liever en waren toch ook wat afgeschrikt door de luizenplagen die de hostels soms teisteren. De prijs voor de hostel is ook relatief hoog en dat komt omdat ik altijd probeer een privé-kamer te krijgen en die is duurder dan een bed op een slaapzaal.

We zaten 35 nachten in een Airbnb. Uit de cijfers valt af te leiden dat dit goedkoper is dan een hotel. De helft hiervan was tijdens rustdagen in grotere steden (Porto, Sintra, Avignon, Aken), dus relatief duur omdat we dan voor een heel appartement kozen zodat we zelf kunnen koken. De Airbnb bracht ons ook vaak op verrassende plaatsen bij mensen thuis. Booking.com deed dat ook soms. Dat vind ik erg leuk omdat je zo een kijkje bij de mensen thuis kunt krijgen en wat meer contact hebt.

Tenslotte de hotels. Deze waren het duurst en die koos ik als er geen andere mogelijkheden waren. Je ziet ook dat die best wel duur zijn. Maar dan had je soms de luxe van een airco en dat was in de hitte van Spanje en Portugal geen overbodige luxe.

Ik maak altijd een foto van onze overnachting. Hieronder een compilatie.

Noot: De compilatie is 30 Mb dus kan even duren om geheel te laden.

Geld is als mest; het is alleen goed als het wordt verspreid.

Ik kan precies bepalen wat zo’n reis nu eigenlijk kost. Maar het is lastig in te schatten waar dat geld nu precies in zit. Via de afschrijvingen over die periode, kan ik er deze keer wel een gooi naar doen. Als je de vaste lasten, van thuis, zoals belastingen, ziektekosten, energie, etc. niet meerekent dan hebben we gedurende die 140 dagen € 12.606 uitgegeven. Dat is per maand ongeveer € 2750, per week € 630 en per dag €90. Hierin zitten de kosten van het overnachten, het eten, de drankjes, vervoerskosten (pont, taxi, trein), musea en ook wat kosten die we thuis extra maken zoals de overbuurjongetjes die ik betaalde voor het bijhouden van de tuin en wat we onderweg aan spullen (fietsreparatie, kleding etc.) kochten.

Elke dag zijn we voor het ontbijt (fruit, yoghurt en muesli) ongeveer €5 kwijt. Hetzelfde bedrag zijn we ook voor de lunch kwijt (wat brood en beleg).  Elke dag hadden we wel een paar drankjes (bier en cider) die we meestal in de super kochten maar soms ook op een terras dronken. De prijs varieert daarom tussen de €5 en de €10. Als we zelf koken, dan zijn we ergens tussen de €15 en €20 kwijt. Maar in Spanje en Portugal name we vaak een Menu del Dia. Dat was niet duur maar voor twee personen moet je toch wel op €25-30 rekenen. In andere landen ben je zo €50 kwijt als je met zijn tweeën uit eten gaat. We hebben er niet op bezuinigd. Hieronder zie je het staatje met betrekking tot onze kook activiteiten.

En wat je niet moet onderschatten is de koffie onderweg. Normaal kook ik onderweg wat water en gooi er wat oploskoffie in. Kosten per kop ongeveer €0,05. In Spanje en Portugal was de koffie goedkoop (€0,75 – € 1,25) en erg lekker dus we namen dat vaak. Maar opgeteld is dat ook een behoorlijk bedrag. Dit zie je niet terug in onderstaand staatje omdat ik dat meestal contant moest betalen.

Het is ontzettend lastig om de kosten per land te bepalen. Want soms pinnen we in het ene land contant geld dat we in het andere land uitgeven. Een hotel in Frankrijk betaal ik met de credit card maar die wordt pas afgeschreven als we in Spanje zijn. Toch heb ik zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd per land wat vergelijkbare uitgaven te bepalen. In onderstaand overzicht zie je de kosten per dag (of keer). De overige kosten is een totaal van wat we in dat land uitgegeven hebben.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Zoals gezegd is de koffie in Spanje en Portugal (3 bakjes per keer) geschat. De boodschappen in Spanje en Portugal zijn relatief goedkoper (waarbij België wat vertekend is, daar waren we maar kort en gingen we ook drie van de vier keer uit eten). Naast dit uitgegeven geld hebben we ook nog in totaal €4650 gepind en dus contant uitgegeven. Met name in Spanje en Portugal hebben we veel met contant geld gedaan.

Per dag € 90 is best veel. Dat kan een stuk goedkoper. Met wild kamperen bespaar je gemiddeld € 36 per dag. Ga je in een auberge op de slaapzaal, dan ben je meestal minder dan € 10 kwijt. Ga je nooit uit eten en koop je geen bier dan bespaar je zo‘n € 15 – € 30 gemiddeld per keer. En zelf koffie zetten bezuinigt ook.

Haalbaar moet onder de € 30-50 per dag zijn. Alleen campings (€ 17), zelf koken (€ 20), geen biertje en eigen koffie maken. Maar wij hebben in dit geval niet op een euro meer of minder gekeken.

Wie pech heeft, verdrinkt in een zitbad.

Veel mensen hebben, bij zo’n lange reis, de angst dat er van alles stuk gaat aan de fiets. Op zich viel dat bij ons wel mee. Ik had de fietsen voor die tijd na laten kijken bij onze fietsenbouwer, een nieuwe ketting en goede banden gegeven. In principe kan ik bijna alles zelf maken onderweg. Wat een probleem op kan leveren is een gescheurd frame of een kapot wiel. In het eerste geval zoek ik een lasser want de fietsen zijn van staal. In het tweede geval bel ik mijn fietsenbouwer en laat ik een wiel opsturen. Gelukkig gebeurde beide niet. Maar wat ging er wel mis onderweg?

In Frankrijk begon mijn trapper te kraken. Zelfs wat extra smering kon niet voorkomen dat de hele lagers aan gort gingen. Bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker haal ik een paar nieuwe.

Ergens in Spanje krijg ik een kraak in de aandrijving. Via deductie kom ik op de trapas. Twee keer laat ik de cracks aandraaien maar de kraak blijft. Via een email-overleg met de fietsenbouwer concluderen we dat ik er zeker mee thuis kan komen. Later verdwijnt de kraak. Thuisgekomen blijkt dat de trapas wel aan zijn einde is maar dat dit niet de oorzaak was. Het geluid kwam van de speling van de crank(s) op de trapas. Daar was wat ruimte in gekomen die bij hogere temperaturen groter wordt omdat de een van staal is en de andere van aluminium.

In totaal heb ik 5 lekke banden gehad. Mevr. Van der Veeke geen. Ook hier zijn vrouwen dus in het voordeel. Twee van mijn lekken komen omdat de buitenband van het voorwiel versleten is en zo dun dat er zomaar wat doorheen prikt. Ik vervang hem in Avignon. Voor de rest zijn het fantastische fietsen en hebben ze ons overal zonder problemen gebracht. Zelfs als we door rivierbeddingen stuiteren met 25 kilo bagage geven ze geen krimp.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zoals ik het doe je het moet doen, want anders zou ik het niet doen.

Ik ben van de uitgebreide voorbereiding maar welke dingen zouden we anders doen als met de kennis van nu nog zouden moeten vertrekken?

Een ding waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat als je zo lang onderweg bent, je chronisch moe wordt. De eerste maand gaat nog wel, de tweede ook. Maar daarna kom je in een situatie dat de batterij niet meer volledig oplaadt als je (wat) rust neemt. Als ik weer op een lange reis zou gaan, dan zou ik na elke twee tot drie maanden wat langer op één plek willen blijven. Het probleem hierbij is dat dan bij mij de verveling toeslaat. Ik kan dat alleen als ik op die plek wat te doen heb, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Iets anders waar je rekening mee moet houden is dat het klimmen met bagage een aanslag is op het lichaam. Dit telt op bij de vermoeidheid. Hou dus rekening met meer tijd als je veel hoogtemeters hebt. Een probleem hierbij is dat dit niet altijd te plannen is qua overnachting. Soms moet je gewoon door tenzij je kunt wildkamperen.

We weten nu wat hitte met je doet. In Portugal waren we redelijk vroeg in het seizoen. Maar in Spanje zaten we in de hitte waarbij de temperatuur overdag opliep naar 35-40 graden Celsius. Het liefst wil je vroeg vertrekken, maar de zon komt daar later op. Beter is om in Spanje en Portugal (maar ik denk dat het voor alle zuidelijke landen geldt) niet in juli/augustus te fietsen. Maar bij zo’n lange reis is dit lastig te vermijden.

En als laatste was de heimwee toch ook onderschat. Nu hadden we natuurlijk nooit ingepland dat ons eerste kleinkind een paar maanden voor vertrek geboren zou worden. Maar op een gegeven moment gaan de kinderen én het kleinkind aan een onzichtbare draad trekken. Misschien hadden we tussendoor toch een weekje naar huis moeten gaan. Alhoewel ik me afvraag wat dit met het reisgevoel doet.

Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middag-temperaturen verwacht van één uur `s middags tot zes uur `s avonds.

Het weer is een variabele waar we geen invloed op hebben. In de weken voor vertrek was het prachtig en warm weer in Nederland. Dat sloeg helaas om. Het eerste deel in Nederland hadden we veel wind en regen. En lage temperaturen. Eigenlijk ging dit door tot de Pyreneeën. Vaak werd de tien graden niet eens gehaald. Vaak moest het regenpak aan. Gelukkig beïnvloede dat onze stemming niet. Als we op de fiets onderweg zijn, dan zijn we blij.

Toen we de Pyreneeën overstaken en afdaalden naar Spanje werd de lucht al snel blauw. En eigenlijk hebben we dat weerbeeld, blauwe lucht en zon, gehad totdat we weer terug in Nederland kwamen. Tot Santiago was het vaak nog fris in de ochtend en werd het ’s middags pas warm. Zo ook langs de Portugese kust. We zaten toen nog een beetje in het voorjaar.

Na Lissabon gingen we dwars door Spanje naar Zaragoza. Het gebied heet de Extremadura en het kan daar heet worden. In de middag wel tussen de 35 en 40 graden Celsius.  We hebben daar ons ritme moeten aanpassen. Zo vroeg mogelijk op pad en zorgen dat je voor de ergste hitte (14 uur) een plek in de schaduw hebt. We wilden een lange siësta houden maar het probleem is dat je onderweg weinig plekken vindt waar je dat kunt doen. Zaragoza was helemaal een braadpan. Daar kun je in de zomer eigenlijk ’s middags niet op straat zijn.

Op de terugweg bleef het weer mooi en werden de temperaturen aangenamer. Pas zo rond Luxemburg begonnen we terug te verlangen naar de hitte.

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries.

Tenslotte nog wat over de landen waar we doorheen zijn gekomen. Nederland en België wil ik weinig over zeggen. Dat was bekend terrein. Ook Frankrijk was bekend maar dit keer kwamen we door een grotendeels onbekend stuk. En we zaten deze keer op de Camino dus de nadruk lag op het kerkelijke. We hebben dan ook tientallen kleine en grote kerken gezien. Soms sober maar heel vaak uitbundig. Met name de kathedralen maakten veel indruk.

Bij de zuidgrens van Frankrijk moesten we over de Pyreneeën. Dat was vanaf de Franse kant heftig. Maar ook prachtig. Ik heb weinig van de Pyreneeën gezien maar dit nodigt zeker uit tot een nieuwe afspraak.

Op de terugweg komen we ook weer een lang stuk door Frankrijk. Eerst in het zuiden naar Avignon en dan vanaf Mulhouse naar Aken. En alhoewel het Frankrijk was, voelde het als Duitsland. Veel vakwerk, kleurige dorpjes en heel veel druiven.

Spanje is een verrassing. We hadden er een keer gefietst met Cycletours maar dat was in een toeristisch gebied bij Barcelona. Eerst zitten we nog op de Camino die hier pas echt begint te leven. Veel wandelaars, veel gezelligheid en mooie steden met prachtige kerken en kathedralen. De kers op de taart had Santiago de Compostella moeten zijn maar het echte einde voelde ik pas bij Finisterre.

Na Lissabon gingen we nog een stuk door Spanje. Nu meer het binnenland in de vorm van Extremadura. Het was er leeg en erg heet. Kleine dorpjes maar overal een bar (voor koffie) en een winkeltje. En we komen erachter dat Spanje echt niet vlak is. Veel klimmen en dalen. Maar dit geeft ook weer prachtige uitzichten. Hoogtepunten in dit deel zijn Badejoz, Guadalupe, Segovia en Zaragoza. Ook Spanje staat weer op de wensenlijst voor een bezoek.

Maar het meest heb ik genoten van Portugal. We fietsten een langs stuk langs de kust wat voor een kind van de zee altijd een genot is. Het mooie weer, de grote golven, de authentieke dorpjes en de vriendelijke mensen maken het reizen daar één groot feest. Ik ben daar een fan geworden van azulejo’s. Daarnaast waren de grote steden die we bezochten ook hoogtepunten. Ik heb hele goede herinneringen aan Porto en Sintra. Lissabon is ook prachtig maar het eendaagse bezoek was eigenlijk te kort. Naar Portugal wil ik graag nog vaker. Het stuk langs de kust wil ik nog wel eens doen. Lissabon wat beter bezoeken en het deel onder Lissabon hebben we nog niet gezien. Gelukkig hebben we nog zeeën van tijd.

Nogmaals, het was de reis van ons leven. En ik had geluk met mijn reisgezelschap. Om 140 dagen continu met elkaar door te brengen, moet je elkaar heel goed aanvoelen. Er is wel eens wrijving geweest maar ik mag me een gelukkig mens rekenen met Saskia als (reis)partner.

Ik sluit af met de selfie-parade. Dat is de foto die we (bijna) elke dag maakten. Deze heb ik achter elkaar gezet en worden telkens 2 seconden getoond. Ik hoop dat deze foto’s weergeven hoeveel we genoten hebben.

Noot: De selfie-parade is 30 Mb, laden kan dus even duren.

Zure melk

eindeloos wad
mijn wereld mijn thuis

stappen dwalen door de ruimte
stappen in het zwarte zand

linkervoet rechtervoet
linkervoet rechtervoet

eeuwig ritme
eb en vloed

— Luc ten Klooster

Als melk te lang stilstaat, dan wordt het zuur. En wat voor melk geldt, geldt ook voor ons. We moeten op stap. Elke bestemming is goed, maar sommige bestemmingen zijn beter dan anderen. Ons oog valt op Ameland. Een bestemming aan zee is altijd plus één voor mij. En wat het nog beter maakt is dat het deze maand Kunstmaand op Ameland is.

Kunst is altijd wat schimmig. Veel kunst vind ik de grootst mogelijke rotzooi dat op een rommelmarkt nog weggegooid zou worden. Maar goed, wie ben ik om daar een oordeel over te (kunnen) geven. Kunst wordt voor mij mooi als het je in het diepst van je ziel raakt. En geraakt worden willen we. Dus op naar Holwerd!

De veerboot is laat. We wachten in de hal op zijn aankomst. De ruimte wordt grotendeels gevuld door grijze bloemkolen. Een jeugdiger persoon heb ik de term fossiel horen noemen. Ons voorland. Ook het jouwe, mits je het geluk hebt om lang genoeg te kunnen wachten. Maar goed, hier zitten wij, als Coelacanthen, tussen. Want de enige mensen die tijd en geld  hebben om op een doordeweekse dag naar Ameland te gaan zijn drugsdealers en bejaarden. En wij horen zeker niet bij de eerste groep. Groot voordeel is wel dat we sneller zijn dan de rest. We staan dan ook als eerste bij de fietsverhuur en laten de rest daarna ver achter ons.

En we hebben geluk. Het wordt tegen verwachting in zowaar mooi weer. Het strand voelt altijd als thuiskomen. Misschien omdat ik ooit in een huis aan een boulevard van Katwijk aan Zee ben geboren. Ik zou uren kunnen slenteren langs de vloedlijn. Net als de strandlopertjes die overigens ook niet van natte voeten houden. Voetjes waaraan de achterteen mist zodat ze ook wel de drieteenstrandlopers worden genoemd.

Ook zien we veel zeesterren op het strand. Normaal gesproken zie je die nauwelijks. Zeesterren houden zich vast aan harde voorwerpen zoals mosselbanken, dijkstenen en scheepswrakken. Tijdens stormen moeten ze door het natuurgeweld hun ondergrond soms loslaten. Ook speelt de kou in de wintermaanden daarbij een rol. De dieren raken verlamd van de kou, waardoor ze zich niet meer goed kunnen vasthouden. Ze komen dan te zweven in het water. Bij een oostenwind ontstaat er een onderstroom richting land en spoelen ze massaal aan.

Maar goed, genoeg gelummeld aan het strand. Er moet kunst bekeken worden. In Hollum, Ballum, Nes en Buren zijn iets meer dan 40 plekken waar je wat kunt zien. Hierbij kom je op plaatsen waar je normaal gesproken niet komt. Zoals kerken (daar komen we nooit), bejaardentehuizen (nog niet aan toe) en cafés (daar komen we helemaal nooit). In twee dagen fietsen we het hele eiland af en zien meer kunst dan ons lief is. Daarbij is kunst, Kunst en rommel. Er zijn mensen die een houten karretje betimmeren, er een prijskaartje van €240 op hangen en het kunst noemen. Ik noem dat rommel. Of ik begrijp het niet. Maar er zijn ook prachtige voorwerpen in glas, fantastische schilderijen en mooie beelden. Het meest wordt ik geraakt door een uitzonderlijke foto expositie van Luc ten Klooster over Rixt van het Oerd.

Een eiland in de herfst is relatief leeg. Door de week is het nog leger. Heerlijk al die rust en ruimte. In de loop van de middag komt de mist opzetten en in het schemerduister fietsen we met vochtige wenkbrauwen de laatste kilometers naar huis. Bij de Spar halen we voor € 2,45 een fles Glühwein en trekken ons terug in het comfortabele appartementje terwijl Ameland verder opgeslokt wordt door de mist. Op tv vinden we een zender die oude nummers speelt uit de tijd van gillende gitaren en lang haar. Vroeger was alles beter maar tegenwoordig hebben we het ook niet slecht.

Hieronder een overzicht van een deel van de werken die we gezien hebben en die ik (meestal positief) opmerkelijk vind.

Home Sweet Home

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic to creativity. When we get home, home is still the same, but something in our minds has changed, and that changes everything.

Dag 133:

We hebben besloten om een extra dag in Aken te blijven om de stad te bekijken en wat energie op te doen voor het laatste stukje naar huis. Aken geeft me een beetje hetzelfde gevoel als Groningen. Niet al te groot, studentenstad, oude gebouwen en een winkelstraat. Een gezellige stad. Je kunt mooi in één dag de bezienswaardigheden bekijken, als je geen musea doet. Want dan heb je een dag extra nodig.
In dit soort gevallen is Mevr. van der Veeke reisleider. Ze zoekt op internet uit wat we gaan bekijken en zoekt er wat achtergrond bij. Zo heeft ze een top-10 gemaakt en tegelijk een stadswandeling uitgezocht die ons bij de meest mooie dingen langs laat lopen.

Aken is natuurlijk bekend van Karel de Grote (7e-8e eeuw) die de stad als residentie had van het Karolingische rijk. Hij liet hier zijn paleis bouwen maar ook de eerste aanzet tot de Dom, die ook wel de Mariekerk genoemd werd. Aken is ook bekend van zijn thermische bronnen die ertoe geleid hebben dat het een kuuroord is geworden. Door de eeuwen heen zijn er vele grote namen geweest om hier in het hete water te plonzen. Wij hebben helaas geen tijd voor een kuur, maar we kijken wel even bij de Elisenbrunnen. Het water wat er stroomt stinkt naar zwavel en is heet.

Achter de bron is een leuk parkje met de fontein ‘Kreislauf des Geldes’, een opvallende beeldenpartij. Overal in Aken staan overigens beelden wat de stad erg de moeite waard maakt.

Daarna gaan we naar de schatkamer van de Dom. Hier hebben ze een (groot) aantal religieuze schatten en relikwieën verzameld. Het is een mooie collectie maar ik blijf er moeite mee hebben dat de kerk dit allemaal over de ruggen van de arme mensen heeft verzameld. Indrukwekkend vind ik de schilderijen en de relikwie van Karel de Grote.

Daarna gaan we de Dom in. Het eerste gebouw in Duitsland dat op de Unesco Werelderfgoed lijst kwam te staan. Ook dit is een toonbeeld van rijkdom en kunst. Het was lang geleden dat we in een kerk waren. Alles is in tip-top conditie en het is een feest voor het oog om hier rond te lopen. Mooi concept vind ik dat je niet mag fotograferen, tenzij je een kleine bijdrage (€1) betaalt. Sympathiek en zo harken ze toch een aardig bedrag binnen want iedereen wil er wel een euro voor betalen.

Voor de rest volgen we de stadswandeling en komen we langs een aantal markante punten. Het Rathaus staat aan de voorkant helaas in de steigers, maar de achterkant is ook mooi. Haus Löwenstein is het oudste gebouw (1345) in Aken maar ziet er nog prima uit. En van alle beelden in de stad is Poppenbrunnen nog wel een van de mooiste. Tenslotte heeft Aken een boel mooie winkels, iets waar Mevr. van der Veeke met name van geniet. Want op het winkelvlak is het de laatste maanden wat karig geweest. Nu kan ze dat allemaal even inhalen. Pech is wel dat al dat moois niet in haar fietstas past.

Dag 134:

Het is koud en bewolkt. Voor het eerst sinds maanden hebben we flinke plensbuien. Gisteren middag ook al maar toen zaten we binnen. Tijdens twee grote buien kunnen we gelukkig schuilen, dus we houden het redelijk droog.

Het landschap tussen Aken en Maastricht is flink heuvelachtig, dus we nemen afscheid van de route met een paar laatste klimmetjes. Al na een kilometer of zeven gaan we bij Lemiers over de grens. Niet eerder was ik zo lang in het buitenland. Een record van 128 dagen. Overigens zijn we maar een klein stukje in Nederland. Vlak na Maastricht gaan we weer de grens over naar België. In Maastricht hebben we eerder op de Markt een heerlijke wok gegeten. Als we er langs komen, zie ik dat hij er nog steeds zit. Mooie gelegenheid om alvast een warme maaltijd naar binnen te schuiven. Een soort van gezonde McDonalds want het wordt vers gemaakt met veel groenten.

Voor de weg naar huis is geen route. Ik heb via de routeplanner van de fietsersbond zelf een route naar het noorden gemaakt. Tenminste, ik heb opgeven wat ik wilde en hij heeft de route gemaakt. Ik had gekozen voor een autoluwe natuurroute en wordt niet teleurgesteld. Er worden prachtige fietspaden gekozen maar soms wat kunstmatig om drukke weg of dorp heen. Die lusjes slaan we natuurlijk over. We zitten eerst langs de Maas maar komen al vrij snel op een fietspad langs de Zuid-Willemsvaart. Mooi fietsen met als minpuntje dat we wind tegen hebben.

Eindpunt van de dag is Maaseik. Zo brengen we toch nog een nacht in het buitenland door. Na veel wikken en wegen besluiten we toch een B&B te boeken. De campings zijn er erg kaal en het weer is koud en nat. Zo zitten we toch weer luxe, met stroom en wifi in een warme slaapkamer. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

Dag 135:

De overnachting in B&B de Koddige Kater is met ontbijt. We worden er flink verwend. Zelden heb ik zo’n lekker ontbijtje gehad met ‘scrambled eggs and bacon’. De Koddige Kater is een smaakvol ingericht pand met (eet)cafe. We zien dat dit maar één dag in de maand open is, De eigenaar vertelt ons over het ontstaan van het B&B. Het pand was een bouwval dat vanaf de grond weer opnieuw opgebouwd is. Al zijn geld ging erin maar vlak voor de opening werd een slopende ziekte bij zijn vrouw vastgesteld. Dat lijkt nu onder controle maar daardoor konden ze het niet zo exploiteren zoals ze wilden. Vandaar dat het bij die ene dag bleef. Jammer, de entourage verdient meer.

Wij verlaten in alle vroegte Maaseik. Op de markt nagestaard door de gebroeders van Eyck. Vrij snel komen we bij Thorn weer op Nederlands grondgebied. Dit gaat zonder merkbare grensovergang. In Thorn, het witte stadje, zijn we vaker geweest dus we fietsen er alleen doorheen.

Verderop komen bij het kanaal Wessem-Nederweert. Deze brengt ons en één rechte streep noordwaarts. Ze doen nog een poging om ons tegen te houden, maar dat gaat niet lukken. Het is de zoveelste afgesloten weg waar ze geen goed alternatief voor aangeven. Als fietser moet je het zelf maar uitzoeken, vaak door kilometers om te fietsen.

Voor de rest zitten we veel in de Limburgse bossen met hier en daar een klimmetje. Het weer is wat vriendelijker dan gisteren en het is mooi fietsen, over een mooie route, door een mooi landschap. Al vroeg in de middag zijn we in Deurne waar we de camping opzoeken.

Het leukste van de dag moet nog komen. Onze fietsvrienden Kees en Corrie fietsen dit weekend met ons mee. Kees zien we ’s middags al en Corrie komt ’s avonds pas want ze moest nog werken. We vinden het erg leuk dat ze een stukje met ons meefietsen. Dat voelt als een welkom onthaal in Nederland.

Dag 136:

Vandaag krijgen we een nog grotere verrassing dan gisteren. Onze goede vrienden Anko en Aukje, uit ons dorp, zijn in de buurt en stellen voor om ergens koffie te drinken. Het lukt een rendez-vous af te spreken. We vinden het ontzettend leuk om ze weer te zien en beseffen nu pas hoe lang we weg zijn geweest. Een hele fijne ontmoeting.

Maar goed, daarna moet er toch echt weer gefietst worden. Dat gaat met Kees en Corrie anders dan met z’n tweeën. Het tempo ligt nu een stuk hoger dan we gewend zijn om te fietsen, dus we moeten flink aanpoten. Dat doen we overigens zonder een spier te vertrekken.

En de pauzes met hun zijn véél langer en ook véél gezelliger. Kees is een wandelende encyclopedie en weet heel veel te vertellen van de omgeving waar we doorheen gaan.

Door het platteland van Limburg en Brabant meanderen we ons weer een weg naar de Maas. In Boxmeer doen we boodschappen en moeten we een tijdje schuilen voor de enige bui van de dag. Met koffie en brownies is dit geen straf. Bij Cuijk is het kermis en moeten we omrijden om bij de pont te komen. In Groesbeek vinden we een mooie kleine camping waar we als enigen op het trekkersveldje staan en het centrum binnen loopafstand zit.

Dag 137:

We kunnen de tent verrassend droog inpakken. Eerst gaan we naar Nijmegen waar we koffie drinken met kraakverse cheesecake. Hij werd gemaakt terwijl we wachten en smaakt goddelijk. Via de spoorbrug steken we de Waal over. Het deel hierna is het minste van de hele route. Er is hier veel bebouwing en weinig keus in fietspaden. In Elst doen we even boodschappen en lopen vast op de rommelmarkt. Bij Driel steken we de Neder-Rijn over via een voet/fietsveer.

Aan de overkant hebben we een lange lunch want we hebben afgesproken met andere fietsvrienden, Gaele en Loes, die van de jubileum bijeenkomst van de Wereldfietser komen. Loes heeft de eerste dagen van de tocht met ons mee gefietst. In de tussentijd heeft ze op de ukelele leren spelen. Niet zo goed als mijn favoriete ukelele-speelster maar goed genoeg om op te treden bij het wereldfiets-weekend. Met name Mevr. van der Veeke vindt het jammer dat ze dit gemist heeft want ze is nogal van het meezingen. Gelukkig geeft Loes, speciaal voor ons, een privé optreden zodat dit gemis slechts een herinnering is.

Door deze lange pauzes zijn er nog maar weinig kilometers gemaakt. We fietsen dus nog even flink door. Bij Wolfheze nemen we met spijt afscheid van Kees en Corrie. Het klikt erg goed met hun op allerlei vlakken en het is gezellig fietsen met hun.

Wij gaan nog een stukje noordwaarts over de Veluwe. Op een gegeven moment willen we door het Nationaal Park Hoge Veluwe van Otterloo naar Hoenderloo maar daar schijn je voor te moeten betalen. Twintig euro kosten die acht kilometer. Dat vinden we wat teveel en rijden om. Een minder leuke weg maar voor het geld dat we uitsparen kopen we later bier en bitterballen. Bij Hoenderloo willen we naar de natuurcamping, maar die ligt in het park. Naast de campingprijs moet je dan ook de entree in het park betalen. Dat doen we nog steeds niet dus we gaan op zoek naar een andere camping. Dat leek makkelijk maar de ene camping is gesloten en de andere bestaat gewoon niet. Gelukkig is er nog meer keus en vinden we er nog een. Het is al laat en in de schemering koken we ons potje. Weer een stukje dichter bij huis.

Dag 138:

Het was een heldere, dus weer een koude en natte nacht. En daarom ook een beetje kleumen bij het ontbijt omdat we nog niet in de zon kunnen zitten. Vandaag zitten we het grootste deel van de dag in het bos. Kudos voor de fietsrouteplanner dat er zo’n mooie route gemaakt kan worden. En omdat het maandagmorgen is, zien we niemand. Het is zo rustig in het bos, dat we meermalen de wilde zwijnen tegenkomen.

En voor de rest is het alleen maar erg mooi. Het compenseert een beetje de droogte van Spanje en we genieten enorm van het groen. Van saaie routes langs autowegen krijg je geen energie maar hier hebben we de neiging om steeds harder te gaan fietsen door de route die op en neer gaat en ook veel smalle bochtige paden. Heerlijk.

Pas bij Zwolle komen we weer tussen de mensen. Ook leuk om even door de stad te gaan. Vanavond slapen we bij onze fietsvriendin Ria en om bij haar te komen gaan we via het Haersterveer. Dit is een van de mooiste pontjes van Nederland. Door met twee klossen aan het touw te trekken en heen en weer te lopen, gaat het pontje naar de overkant. Nog helemaal handwerk dus.

Bij Ria komen is altijd feest. Ze verwent ons altijd enorm met drankjes (ze haalt speciale biertjes voor me!) en zet ons altijd een lekkere maaltijd voor. Een heerlijke douche en dito bed maken het af. Met Ria hebben we het Spaanse deel naar Santiago de Compostella gefietst. Daarna hebben we haar niet meer gesproken en hebben dus veel bij te praten. Het wordt dan ook iets later dan anders.

Dag 139:

Na een verwenontbijt nemen we afscheid van Ria. Het is nog ongeveer 130 kilometer naar huis en dat willen we in twee dagen doen. We zien wel hoe ver we vandaag komen. De buienradar dreigt met regen bij vertrek, maar het is een loos alarm. We houden het tot de middag droog.

De nattigheid zit hem niet alleen in de lucht. Ook het landschap is waterig genoeg. We blijven omgeven door water en hebben regelmatig een pont. Altijd leuk. We zitten een tijd in het nationaal park van de Weerribben en daarna komen we in het Drents-Friese Wold. De bossen zijn hier anders dan op de Veluwe. Minder oud en een andere tint groen. Zo buiten de vakantie en met niet heel mooi weer is het hier erg rustig. En ook een prachtige omgeving. Spanje was mooi, Portugal was genieten en Frankrijk prachtig. Maar in ons eigen land is het ook de moeite waard.

In de loop van de middag krijgen we wat last van buien. Het kamperen bij deze nattigheid trekt niet zo. We nemen een B&B in Appelscha en zitten de laatste avond heerlijk comfortabel in onze eigen studio. Dit heeft als voordeel dat we ook nog een keer ons eigen maaltje kunnen maken. We zijn er bijna.

Dag 140:

Het laatste stukje vandaag. Als we opstaan is het blauw maar de buienradar voorspelt niet veel goeds. Er gaat een grote storing over het land en we houden het niet droog. Het maakt ons niet uit. Vandaag komen we thuis!

Eerst gaan we koffiedrinken bij Wim (en Marjan) van Eeden in Veenhuizen. We komen er vlak langs en sinds ze er wonen hebben we hun prachtige huis en tuin nog niet kunnen bewonderen. Door het Drentse en, later, Groninger landschap snellen we naar huis. ‘Snellen?’ Ja, er staan een fikse wind en die hebben we in de rug. Dat schiet lekker op. Inmiddels is de regen ook gearriveerd en hebben we het regenpak aan. Het is eigenlijk de eerste echte regen die we in maanden hebben. En dat geeft meteen een probleem dat we al maanden niet gehad hebben. Om een broodje te eten moet het wel even droog zijn. Dat lijkt het niet te worden dus onze laatste lunch hebben we bij de McDonalds in Hoogkerk. Tegen twee uur rijden we Baflo binnen. Het was 140 dagen geleden dat we vertrokken. In de tussentijd hebben we bijna 7000 kilometer afgelegd en zeven landen gezien. Het is een heerlijk gevoel om weer thuis te komen tussen de eigen spullen. De overbuurjongens hebben de tuin spik-en-span bijgehouden en alles ziet er verzorgd uit. Ik verheug me op mijn eigen bed en de luxe die we thuis hebben ondanks dat we de afgelopen maanden prima zonder konden. Ik verheug me ook op het weerzien met kinderen en kleinkinderen.

Los hiervan hebben we een prachtige reis gehad waarin we veel gezien en gedaan hebben. We hebben andere culturen leren kennen, heel veel leuke en lieve mensen ontmoet en landschappen gezien die ik nooit zal vergeten. De reis is voorbij. Het was mooi zo.

Dit is de een na laatste blog van deze reis. Er komt er nog een met een evaluatie en cijfertjes overzicht. (Ik ben gek op getallen en ik heb van alles bijgehouden.) Ik hoop dat je met deze blog een indruk hebt gekregen van de reis, de landen en de mensen. Ik vond het leuk om te doen, ook al was het veel werk en had ik er niet altijd de energie voor na een dag fietsen. Tot de volgende reis.

Waterwegen

Your true traveler finds boredom rather agreeable than painful. It is the symbol of his liberty-his excessive freedom. He accepts his boredom, when it comes, not merely philosophically, but almost with pleasure. – Aldous Huxley

Dag 126:

Het was heerlijk om weer in een B&B te zitten maar onze kamer was ’s nachts erg warm. Dus het was nog een keer zwemmen, maar dan in bed, Ook hier is de temperatuur, voor deze tijd van het jaar, veel te hoog. Normaal geven we de voorkeur aan een fruit-yoghurt ontbijt, maar we hebben niets dus we zijn blij met het Franse ontbijt. Dit bestaat uit niet meer dan een (chocolade) croissant, wat stokbrood met jam en koffie/thee. Michel, onze gastheer, denkt wel met ons mee want hij heeft een extra stokbroodje voor ons gehaald voor onderweg. Hij vertelt ons dat hij ook de burgemeester is van Raville en hij (her)kent het probleem met de leeglopende dorpen. In zijn jeugd woonden hier 100 mensen meer (nu nog ongeveer 250) en was er nog een kroeg. Maar toen die uitbater met pensioen ging, wilde niemand het overnemen en werd het gesloten. Zo gaat het ook met de andere voorzieningen. Het is tekenend voor Noord-Frankrijk en daarom zijn er geen winkels meer hier.

Toch heeft het lege landschap wel wat voor ons fietsers. De wegen zijn rustig en de uitzichten op elke heuvel weer nieuw. Wij heuvelen ons een weg door dit landschap via Varize, Hayes, Vry en Vigy. In dit laatste dorp vinden we eindelijk weer een winkel annex tabac annex pompstation en kunnen we ook wat beleg op het brood van de burgemeester kopen. Via Kedang-sur-Canner komen we bij Kœningsmacker. Hier vinden we een super om de boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. En hier komen we ook bij de Moezel, die we een stukje zullen volgen. Iets verderop is het dorpje Malling. Deze heeft een municipal langs de Moezel. Hier strijken we neer voor de nacht.

Dag 127:

Het bevalt hier zo goed dat we besluiten nog een dag te blijven. Alle ingrediënten zijn aanwezig; Een mooi plekje, een picknicktafel, stroom, mooi weer en rust. Ik moet alleen even 10 kilometer op en neer naar Kœningsmacker maar voor de rest doen we niet veel vandaag. Heerlijk om even bij te komen.

Dag 128:

Vandaag fietsen we door drie landen. Maar we beginnen langs de Moezel. Bij een (grote) rivier fietsen is altijd leuk. Het is meestal vlak, lekker koel en er is altijd wat te zien met de bootjes. Maar dat laatste valt wat tegen. Op dit deel van de Moezel is weinig scheepvaart en er komen ook nauwelijks bootjes langs. De oevers zijn kilometerslang gevuld met caravans. Het is geen camping maar blijkbaar mogen mensen hier hun sleurhut parkeren. De oevers lopen hier redelijk steil omhoog en zijn beplant met druivenranken. Hier komt de bekende Moezelwijn vandaag. Door de hellingen pakken ze veel zon, staan beschut en door de Moezel blijven de temperatuursschommelingen beperkt. Hier verbouwen ze onder andere de Riesling, de Pinot Gris, de Pinot Rosé en de Gewurztraminer.

We zitten nog maar een klein stukje in Frankrijk en ik heb nog twee Franse postzegels. Zonde om die weg te gooien maar hier zijn geen toeristische kaartjes te koop. Uiteindelijk vinden we twee kaarten bij de bloemenwinkel, al zijn die drie keer zo duur als de postzegel. Niet echt economisch dus. Toch zien we dit niet als belemmering. Een kaartje gaat naar Marten, de bouwer van onze fietsen die ons al meer dan 6000 km vervoeren. Over asfalt, hobbelpaden en rivierbeddingen. Fantastische fietsen.

Bij Apach gaan we geruisloos de grens over naar Duitsland. Apach ken je waarschijnlijk niet maar het ligt vlak naast Schengen. Hier werd op het schip, Princesse Marie Astrid, het verdrag over vrij personenverkeer getekend. Daarom waren we nergens illegaal ondanks dat we soms via slinkse wegen een land binnenkwamen.

We blijven een tiental kilometers de Moezel in Duitsland volgen totdat we uiteindelijk bij Wormeldange de rivier oversteken en in Luxemburg komen.

We verlaten de Moezel dus dat is helaas weer klimmen. Gelukkig is het niet te steil en niet te hoog. Via Mensdorf, Olingen en Rodenbourg gaan we het binnenland van Luxemburg in. Ze noemen het hier le Bon Pays, of het Gutland. Een golvend, vruchtbaar landschap met een zacht klimaat wat de lokale boeren welvaart gaf. We komen ook langs de zendmasten van Radio Luxemburg. Menigeen heeft daar vroeger op het transistorradio’tje naar geluisterd. Ik weet niet eens of ze nu nog in de lucht zijn, maar de masten staan er nog.

Daarna dalen we af door het Mullerthal of het dal van de Ernz Noire. Het is Luxemburg op zijn mooist. Een smalle kloof met watervallen, geërodeerde rotsformatie en bijzondere flora.

En dit alles ligt in een diffuus groen licht door de hoge ligging van de bomen. Prachtig om doorheen te fietsen. Hier vinden we ook de camping voor de nacht. We zetten de tent op naast een beekje. Het geluid van stromend water is rustgevend, maar je moet er wel steeds van plassen. Door de kloof zitten we wel snel in de schaduw. En ‘s avonds wordt het koud en nat. Mevr. van der Veeke zoekt haar skibroek weer op en ik slaap voor het eerst weer met sokken aan. Morgen zon en dan kunnen we weer opwarmen.

Dag 129:

We hebben pech en geluk. De weg waar we langs willen, is barree. Maar omrijden is voor een fietser geen optie hier. Het is een heel eind en heel veel klimmen. We zijn burgerlijk ongehoorzaam en gaan gewoon de weg in. Het helpt dat het zaterdag is, want ze zijn niet aan het werk. Vorig jaar zijn hier grote overstromingen geweest en ze leggen geulen aan om het water beter af te voeren. Met een beetje laveren kunnen we er gewoon langs. Het betekent ook dat we de enige weggebruikers zijn en dat is fijn. Er zijn veel groepen motorrijders op de weg die langs scheuren. Ik klaag niet want ik heb hier zelf ook gereden op de motor.

Ik was vergeten hoe mooi en woest Luxemburg is. Zo dichtbij een paradijs voor wandelen, fietsen en watersport. We zitten de hele dag langs riviertjes. Eerst de Sauer en later de Our.

Ook wisselen we meermalen tussen Duitsland en Luxemburg waardoor ik niet altijd weet in welk land ik ben. Mevr. van der Veeke wil graag kaffee mit küchen in plaats van oploskoffie langs de weg maar ze moet tot Vianden wachten om die te vinden. En dan heb je ook wat. Apfelstrudel mit vanillesauze und eis. In Vianden staat ook het prachtige kasteel boven op de berg. Het stamt uit de middeleeuwen en kwam in 1417 in bezit van de Nassaus. In 1820 werd het door Willem I verkocht en in verval geraakt nu is het weer fraai gerestaureerd.

Bij Vianden moeten we een stukje klimmen om bij het stuwmeer te komen. Daarna blijven we af en aan de Our volgen. We komen op prachtige off-road paden door de natuur. Langs de Our is het vlak fietsen en soms is er geen ruimte voor een weg en dan moeten we klimmen. Als ik het weerbericht mag geloven, is het de laatste dag boven de 30 graden. Of dit goed of slecht is, weet ik nog niet.

Zoals Mevr. van der Veeke snakte naar küchen, zo graag wilde ik een schnitzel. Bij Untereisenbach vinden we die en we hebben een lange lunchpauze. Gelukkig is het nog maar een klein eindje naar de camping bij Dasburg. Het zijn zware kilometers omdat ze omhoog lopen en het bier in de benen is gezakt. Bier!? Ja, schnitzel zonder bier is als een tang zonder varken.

Op de camping vinden we eindelijk het malse gras in een groene omgeving waar we al die maanden naar verlangden. Het zal wel weer nat worden vanavond maar dat hebben we er graag voor over. Morgen is het 10 graden koeler en verlaten we Luxemburg. We hopen dan ergens in België terecht te komen. Maar het kan ook Duitsland worden.

Dag 130:

We zijn ineens van de zomer in de herfst gestapt. Het is zomaar 15 graden kouder en bewolkt. Geheel verkeerd gekleed zit ik op de fiets. Voor het eerst in lange tijd heb ik het koud. Maar niet voor lang, we moeten eerst stijgen naar Dasburg en daarna nog hoger. En dat gaat met een flink percentage. Ondanks dat ik het koud heb, loopt het zweet in de bilnaad. Na een uurtje klimmen zijn we boven en zouden we heel graag een kafee mit küchen willen hebben. Maar ook hier in Luxemburg zijn de dorpen zonder voorzieningen. Van oudsher is het een arm gebied. Tot in het eind van de jaren vijftig was het schrale grond waar je weinig mee kon. Daarnaast werden de landjes bij elke erfenis kleiner verdeeld. Hier kwamen twee oplossingen voor; kunstmest en vertrekkende jeugd. Hiermee kon er voor meer welvaart worden gezorgd.

We volgen een tijdje een heuvelrug en dalen dan af naar België. Ook weer tijdelijk, want soms zitten we ineens weer in Duitsland. En om de landelijke verwarring nog groter te maken; In Belgie spreken ze soms Duits en in Duitsland soms Frans. Afijn, hier pakken we wel de Vennbahn Radweg op. In 2014 was het de fietsroute van het jaar. 125 kilometer, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer, over een oude spoorbaan. En sinds die tijd stond hij ook al op mijn lijstje om te fietsen.

De spoorlijn werd 125 jaar geleden aangelegd tussen Aken en Luxemburg Om steenkolen te vervoeren naar het Ruhrgebied. Hoogteverschillen werden zoveel mogelijk weggewerkt met viaducten, bruggen en taluds. Daarom is hij ook zo mooi fietsbaar. Ondanks de heuvels in het terrein is de gemiddelde stijging maar 2%. De spoorlijn was in gebruik tot de 2e Wereldoorlog. Daarna was het economisch belang niet zo groot meer en de oorlogsvernielingen aanzienlijk zodat hij niet meer opgelapt werd. In de jaren 90 is geprobeerd er een toeristisch treintje van te maken, maar dat is nooit rendabel gekregen. Daarna is de lijn verbouwd naar een fietspad waar wij nu over fietsen. Het heeft wel 15 miljoen gekost maar dan heb je ook wat. Het is inderdaad een feest om te berijden. Veelal mooi asfalt, voldoende rustplaatsen , mooie omgeving en gemakkelijk te fietsen. We zijn niet de enigen die er gebruik van maken. In al die maanden hebben we nooit zoveel andere fietsers gezien. Via St. Vith zoeken we een kleine camping op in Deidenberg. In de avondzon warmen we nog op. Maar als ook de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de temperatuur dramatisch. In de kantine kunnen we de avond uitzitten tot we in de slaapzak kruipen. Hierbij is Mevr. van der Veeke volledig gekleed en ik heb ook meer aan dan de afgelopen maanden.

Dag 131:

Met 6 graden Celsius vannacht was het fris, maar we hebben het niet koud gehad in de slaapzak. Ik had de omschakeling liever geleidelijk gehad, dan hadden we er nu aan kunnen wennen. Het was een heldere, natte nacht en nu is het weer mooi weer. Ik heb mijn hemmetje onder uit de tas gediept en met de zon erbij warmt het snel op.

We zitten de hele dag op de Vennbahn Radweg. Hij gaat bijna de hele dag geleidelijk omhoog, dus niet gemakkelijk fietsen. De omgeving houdt ons in het begin nog geboeid. Heuvels, kloven en vergezichten. En daarnaast restanten uit een eerder tijdperk. Later in de dag komen we meer tussen de bomen en wordt het wat saai. We hebben nog even een afleiding als, tijdens de koffie, een oude mannenclub langs komt. Ze vragen waar ze bier kunnen krijgen. Ik wijs op mijn horloge dat het pas half elf is. Voor hun is dat geen beperking. Bij gebrek aan bier komt de schnapps uit de tas. Ze zijn tussen de 70 en de 80, dus ze hebben weinig meer te verliezen.

We komen langs Monschau maar besluiten het te laten voor wat het is. Vanaf de Vennbahn ga je een diep gat in. Erheen gaat wel, maar om eruit te komen moeten we 150 meter klimmen. Daar hebben we vandaag geen zin in. We zijn daarom op tijd op de camping en dat is fijn. Er is een tentenveld met veel ruimte in de zon. En er is een tafel met stoelen voor de fietsers beschikbaar. Zo zouden meer campings moeten zijn.

Dag 132:

Vandaag hebben we het laatste stukje Vennbahn Radroute. Nog 30 kilometer tot Aken. Daar hebben we voor twee nachten een AirBnB geboekt bij David om de stad te kunnen bekijken. Maar 30 kilometer dus en ook nog allemaal afdalend. Makkie vandaag. We staan dus wat later op en de tent staat ’s ochtends in de zon zodat hij kan drogen. We doen lang over de koffie en de lunch want we kunnen pas om twee uur aankomen. Voor de rest is het veel bosbaden vandaag. Het zijn prachtige groene bossen en we rollen zo vanzelf naar Aken. Het lijkt erop dat het klimmen voor deze reis erop zit.

Hittegolf

It’s so hot, the sweat walks over my back.

Dag 122:

Bij vertrek gaan we door Eguisheim. Ze zijn alles aan het klaarmaken voor het grote wijnfeest dat dit weekend gaat plaatsvinden. We horen de kurken ploppen. Er worden 20.000 mensen verwacht. Je betaalt een toegangsprijs en dan krijg je een glaasje. Daarmee kun je dan bij de verschillende wijnhuizen gaan proeven. Dit verklaart meteen waarom het zo druk was op de camping. Maar zoveel mensen is voor mij een reden om te vertrekken.

De dorpjes waar we doorheen komen zijn allen mooi. Ze hebben allemaal een toegangspoort, veel vakwerkhuisjes in het centrum en veel bloemetjes. De een heeft wat meer blik staan dan de ander. Voor mij wordt het dan weer wat minder mooi. Turckheim, Katzelthal, Sigolsheim en Bergheim zijn de meest in het oog springende namen met de mooiste huisjes. Maar geen van deze dorpjes is zo mooi als Eguisheim. Daarmee hebben we de lat iets te hoog gelegd.

Daarnaast fietsen we natuurlijk ook veel door de velden. En dan bedoel ik de wijnvelden want je ziet druiven, zover het oog reikt. Het droge klimaat en de goede bodem heeft ervoor gezorgd dat de Elzas een wijngebied bij uitstek is geworden. Rassen die hier groeien zijn de Sylvaner, de Riesling, de Tokay d’Alsace, de Pinot Blanc, de Muscat, de Gewurztraminer en de Pinot Noir. En elk wijnhuis geeft er dan weer zijn eigen ‘smaak’ aan.

De route kan ik zondermeer fraai noemen. We fietsen aan de voet van de Vogezen. Soms hebben we daar wat last van en moeten we flink klimmen. En dat geeft dan weer mooie uitzichten. Het is hier ook mooi fietsen omdat het rustige wegen zijn. Vaak fietspaden, soms een oude Romeinse weg en voor de rest hele rustige wegen met weinig autoverkeer. Zo komen we in Barr aan, ook weer een mooi Elzasser stadje. De camping wordt bestierd door een oudere mevrouw die me erg aan mijn oma en mijn moeder doet denken. Ze is heel gezellig en vertrouwelijk. En de camping heeft mooie schaduwplekjes want we zitten nog steeds in een hittegolf met temperaturen boven de 30 graden. Barr had een grote super waar we lekkere dingen hebben kunnen halen. En met deze temperaturen kunnen we genieten van een zwoele zomeravond.

Dag 123:

Op zondagochtend is het altijd fijn fietsen. Het is dan heerlijk rustig op de weg. We zitten vandaag in het laatste stukje Elzas. Waar ze van wijn houden én van fietsen. En dat kunnen we beamen want het is een feest om hier met de fiets doorheen te gaan. Wij volgen af en aan de EuroVelo 5. Het voordeel van de fietsroute is dat er voorzieningen zijn. Mooie bankjes langs de weg en fietspaden zonder auto’s.

We verwachten op zondag geen winkel open te vinden dus boodschappen is lastig. In Marmoutiers vinden we een restaurant. Het eten is hier niet duur want het is een luxe restaurant en we zijn voor minder dan €50,= klaar. Het voelt wel raar om in onze bezwete fietskleding tussen de lunchende bejaarden te zitten. In Saverne komen we voor het eerst weer een grotere stad tegen. Op het centrale plein hebben ze een mooie fontein waar Mevr. van der Veeke haar fiets even wast.

Ik maak gebruik van een van de paraplu’s waar koele lucht wordt verspreid. Want ook vandaag is het weer erg warm.

Sauverne is de stad waarmee we de Elzas verlaten. We komen dan langs het kanaal van de Marne naar de Rijn. Dit is fijn fietsen want het is koel en vlak. Het kanaal loopt door een groot deel van Oost-Frankrijk en maakt het mogelijk om van Parijs naar Straatsburg te gaan. In het kanaal zijn 154 sluizen. In de jaren 60 van de vorige eeuw is er een scheepslift aangelegd die 17 sluizen verving. Dat heet het Plan Incline. Vroeger werd het kanaal voornamelijk commercieel gebruikt, maar nu zien we alleen pleziervaart langs komen. Vlak daarbij vinden we een camping. Ze hebben een trekkersveldje met voorzieningen voor fietsers. Een stopcontact en een paar overdekte picknicktafels. We staan voor het eerst met meer fietsers op een veldje wat erg gezellig is.

Dag 124:

Het is een vochtige nacht, de tent gaat nat in de zak. We volgen eerst een stukje het kanaal dat niet meer in gebruik is door de lift. De waterloop wordt langzaamaan terug geclaimd door de natuur en de sluishuisjes raken in verval. Dat is jammer want het zijn best mooie huisjes. Als je hier een café zou beginnen dan doe je goede zaken.

Na het kanaal komen we in Sarrebourg. Niet een bijzonder stadje maar we gaan wel even bij de Chapelle des Cordeliers langs. Hier hangt een werk – la Paix- van de kunstenaar Chagall. Een enorm glas-in-lood raam dat in opdracht gemaakt is. Het is prachtig om naar te kijken en hoe langer je kijkt, des te meer details je ziet.

We hebben de Elzas met de Vogezen voorgoed verlaten en komen in Lotharingen. Het land wordt hier opener. De bergen worden vervangen door heuvels. En de wijngaarden door landbouw en veeteelt. Het is het gebied van de Etangs. Door de lemen ondergrond ontstonden hier vele meertjes, al dan niet natuurlijk. Er werd vis in uitgezet en na een aantal jaren liet men de etang leeg lopen om de vis van de bodem te rapen. De drooggevallen grond was erg vruchtbaar en werd gebruikt voor landbouw. Ook nu zijn er nog vele Etangs en die worden voornamelijk als visvijvers gebruikt.

Het is een leeg deel van (Noord-) Frankrijk. De dorpen zijn hier klein. Twee boerderijen, een paar huizen en soms een kerk. Het is niet zo dat de dorpen zijn leeg gelopen want er is geen leegstand. Er zijn gewoon weinig mensen en  daarmee ook ontzettend weinig voorzieningen. We hebben het geluk nog een rijdende bakker tegen te komen want anders komen we niet aan brood. En later komen we nog een pomp annex garage tegen waar een bejaard stel wat frisdrank verkoopt. Over vijf jaar is die ook gesloten. Maar we zien geen winkel om boodschappen te doen. We komen één restaurant tegen. Gelukkig rond 12 uur en ze hebben een menu-du-jour. Hiermee kunnen we de boodschappen uitstellen tot morgen.

De leegte betekent ook dat er weinig campings zijn. Er is er één langs de route. Maar voor de ingang moet je 5 kilometer omfietsen terwijl de achteringang op 500 meter van de route ligt. We gokken erop maar er staat een groot hek. In de gids lezen we dat je de receptie kan bellen en dan doen ze het hek open. Ik verwacht dat ze dan op een knop duwen maar er moet apart iemand met de auto en een sleutel komen. En er wordt wel even duidelijk gemaakt dat dit niet de bedoeling is. Afijn we zijn binnen en er is een terras waar we nog even een koud biertje kunnen doen. Morgen zitten we nog steeds in de leegte maar daar hebben we een plan voor gemaakt.

Dag 125:

We kunnen de camping helaas niet weer verlaten door de achteringang. Er zit niets anders op dan gewoon om te fietsen. Na een half uur en 7 kilometer zijn we dus weer op 500 meter van ons beginpunt. Ik wordt altijd een beetje sacherijnig van dit soort nodeloze kilometers, maar het zij zo.

De route van vandaag is gelijk aan gisteren. Het enige bezienswaardige wat we tegenkomen is een vergadering van ooievaars. We heuvelen door het landschap en dat is vermoeiend. De temperatuur is nog weer hoger dan gisteren. En gedurende de 50 kilometer zien we precies één winkel. Die verkoopt bloemen en die kun je niet eten. Maar de uitzichten zijn mooi dus we genieten nog steeds van het fietsen.

Er was op redelijke afstand geen camping dus voor vanavond hebben we een B&B geboekt. Le Vieux Nayeu is een heerlijk plek. Er is een koelkast met drankjes, een mooie tuin en er is zelfs een zwembad. Hier maken we graag gebruik van bij deze hitte. En er wordt vanavond een maaltijd voor ons verzorgd. De andere kamers zijn bezet door een aantal tolken. Het geeft een soort hostel-gevoel. Ben benieuwd wat we gaan spreken. Morgen hopen we in meer bewoond gebied te komen. Dan kunnen we weer boodschappen doen en zelf koken op de camping.

Metamorfose

Het weer voor vanavond is 99% kans op wijn .

Dag 117 en 118:

We hebben twee dagen vakantie in Avignon. Ik heb in het oude centrum een appartementje geboekt op de eerste verdieping. Het is heerlijk om hier naar beneden te kijken waar gestaag een stroom toeristen langs komt. Uren kan ik hier zitten en alleen maar kijken. Tegenover ons zit een luxe bakker waar we taartjes en belegde broodjes halen.

Het appartement heeft een wasmachine, dus alle kleding die we hebben ruikt weer fris. En tussendoor lopen we regelmatig de stad in. Avignon is een overzichtelijke, niet te grote stad. Sowieso heb ik na één dag al mijn oriëntatie op orde en voelt het een beetje als thuis. Ook ’s avonds is het gezellig in Avignon. De grootste drukte is dan voorbij maar er is nog genoeg te doen. En tegen de schemering gaat de verlichting aan dus het geeft mooie plaatjes. Hieronder mijn foto impressie van Avignon.

Mijn voorband is na 6000 kilomeer zo kaal als een pizza van Iglo. Daarom krijg ik bij het minste of geringste een lekke band. Ik ga in Avignon op zoek naar een fietsenmaker. Ten zuiden van de stad, iets buiten het oude centrum zit Dynamo Cycles. Het is een fietsenzaak zoals je er alleen maar van kunt dromen. Opgeruimd en overzichtelijk. En Rémi Champion is uiterst kundig op het fietsgebied. Hij helpt me aan een nieuwe voorband, een lekkere koffie en een gezellig praatje. Mocht je ooit in Avignon een fietsenmaker nodig hebben dan is dit waar je heen moet gaan.

We zijn weer helemaal klaar voor het laatste stuk naar huis.

Dag 119:

De wekker gaat om vijf uur. Vroeger zouden de kinderen geroepen hebben dat dit geen vakantie maar een strafkamp is, maar we kunnen het hebben. Als paarden ons om vijf uur wakker klossen, dan kunnen we ook zelf op die tijd opstaan. We zijn zo vroeg op omdat onze eerste trein al om 6:21 gaat.

In het oorspronkelijke plan zouden we door de Provence, via de Gorge du Verdon, naar noord-Italië fietsen en daarna naar Bazel in Zwitserland. Als we dat zouden doen, dan komen we pas ergens in november thuis. Dat vinden we te laat. Daarnaast is de lokroep van kinderen en Tygo sterker aan het worden. Daarom treinen we van Avignon naar Mulhouse, iets onder Bazel, in drie trajecten. Eerst naar Lyon, dan naar Belfort en tenslotte naar Mulhouse. Het kost ons een dag en € 160 en daarmee winnen we enkele honderden kilometers en hopen we ergens in september thuis te komen.

In Avignon hebben we geluk. We kunnen van de stationshal zo in de trein en omdat hij hier start, is er ruimte genoeg. Lyon is een enorm station met liften waar twee fietsen tegelijk in passen. En de fiets kan zo de trein in gereden worden maar er zijn meerdere fietsers en de trein is kleiner. Iets meer dringen dus. In Belfort hebben we pech. We moeten hier twee uur wachten en gaan even de stad in. Ze zijn het station aan het verbouwen en er is geen lift. Fiets en bagage moet eerst de trap af en dan weer op gesjouwd worden. En dat twee keer. Gelukkig kunnen we in Mulhouse weer in de lift. Al met al een treinreis die prima te doen is met de fiets.

Onderweg zien we de metamorfose voor het raam voorbij trekken. In plaats van stenige bergen, krijgen we beboste hellingen en groene weiden. Droge beddingen worden brede rivieren. En zandstenen gebouwen worden vervangen door vakwerkhuizen. Naar buiten kijken is genieten. En het is hard werken om lui te zijn maar het schijnt heel goed en nodig te zijn. Ik begin deze manier van reizen wel te waarderen maar ben blij dat we, na een paar dagen rust, morgen gewoon weer een stukje fietsen.

Dag 120:

Het is heerlijk om weer op de fiets te zitten. Zeker omdat het prachtig weer is. Je merkt dat het hier veel meer op het fietstoerisme ingesteld is, dan in het zuiden. Er zijn veel fietsroutes, veel fietspaden en langs die fietspaden zijn eindelijk weer voorzieningen zoals bankjes. Het eerste deel fietsen we tijden door het bos. Het voelt fijn om weer tussen het groen te zitten. Begrijp me niet verkeerd, Spanje en Portugal was mooi, maar ik voel me beter thuis in een groene omgeving. Het fietsen gaat gemakkelijk en dat komt ook omdat het hier vlak is. Zo tikken we ongemerkt de kilometers af.

De Elzas hier heeft last van een identiteitscrisis. Het is Frankrijk, maar het voelt als Duitsland. Wat wil je ook met namen als Mulchhouse, Pfaffenheim, Hattstatt en Eguisheim. Door de eeuwen heen is het gebied van land gewisseld en als laatste was het Frankrijk die de pot won. De mensen die we hier spreken zijn ook tweetalig en ik merk dat ze eerder de voorkeur aan het Duits geven dan aan het Frans. De dorpjes doen, met hun vakwerk en kleurtjes, ook erg Duits aan. Voor ons is het even een mentale omschakeling. Ik heb nog steeds de neiging om “Si, si, si” en “Por favor” te zeggen, laat staan dat ik nu ineens “Ja” en “Danke” ga zeggen.

We volgen nu de Rome route van Benjaminse. Deel een gaat van Maastricht naar Bazel. Wij volgen die andersom. Bij de laatste onderhandelingen heeft Mevr. van der Veeke bedongen dat zij de dagplanning mag doen. Ze heeft voor de camping in Eguisheim gekozen. Dat is een bijzonder stadje, maar daarover morgen meer. Want ze heeft namelijk ook meteen de joker voor een rustdag ingezet. Het schijnt nog een week mooi weer te zijn, dus we willen daar nog optimaal van genieten door het laatste stuk een beetje te rekken. Tenslotte is het zo dat als we weer thuis zijn, de reis afgelopen is.

Dag 121:

We zijn in Eguisheim blijven hangen omdat het een van de mooiste dorpjes van Frankijk is. Het is een eeuwenoud wijndorpje dat uitermate goed bewaard is gebleven. De huisjes zijn prachtig gekleurd, het is een Ville fleurie met het hoogste aantal sterren en de straten zijn van klinkertjes. Als je een dorp ‘sprookjesachtig’ zou mogen noemen, dan is het Eguisheim wel. Het wordt zo mooi  onderhouden met behulp van de parkeergelden. Aan de rand van het dorp is een grote parkeerplaats en daar moet betaald worden. Erg fijn zo’n dorp waar weinig auto’s rijden. Zouden ze vaker moeten doen. Verder zitten we hier in het Elzasser wijngebied. Je struikelt over de wijnhuizen, ook hier in het dorp. Als je wilt, kun je dagenlang dronken zijn op degustations. Ik vermoed dat dat ons niet gaat lukken want als we met beladen fietsen het terrein op komen, dan weten ze dat ze aan ons geen dozen wijn zullen slijten.

Het centrum van Euisheim bestaat uit meerdere cirkelvormige straatjes en het leuke daarvan is dat je om elke bocht weer een ooohhh-moment hebt omdat je een nieuw stukje straat ziet. Het dorp is oorspronkelijk rondom een kasteel (Chateau des Comtes d’Eguisheim) gebouwd. Daarvan is nu alleen nog de kapel over. Vanaf het plein met de Fontaine Saint Leon heb je er een mooi zicht op. Natuurlijk staan er klepperde ooievaars op de toren.  De ooievaar is overigens het symbool van de Elzas. Maar de populatie ging de laatste decennia behoorlijk achteruit. Grotendeels omdat de omgeving minder ooievaar-vriendelijk werd, maar vooral omdat de ooievaar overwintert in Afrika en daar zagen ze het als voedselhulp uit Europa. Tegenwoordig kortwieken ze de ooievaars zodat ze niet naar Afrika kunnen vliegen en sindsdien gaat het beter.

Ik was een beetje van de kerken af, maar deze is minstens net zo mooi als de huisjes in het dorp. Dat komt door de beschilderde binnenkant. Vroeger zagen de meeste kerken er zo uit met een stripboek op de muren voor de ongeletterden. Hier gaat het verhaal voornamelijk over Paus Leo IX die oorspronkelijk uit dit dorp kwam.

In zo ’n dorp loop je natuurlijk over de koppen maar we kiezen ervoor om ’s ochtends op tijd te gaan kijken. Vandaar dat je op de foto’s bijna geen (andere) mensen ziet. Mocht je in de buurt zijn, dan zou ik hier zeker een kijkje nemen.

Lek(ker)

Als je getrouwd bent moet je dikwijls ruzie maken, want daardoor leer je iets van elkaar. – Goethe

Dag 113:

Voor de statistieken. Gisteren had ik een lekke band. De eerste. Aan het einde van de middag zag ik dat de achterband plat was. Er zat een scheurtje in de binnenband terwijl de buitenband onbeschadigd was. Band vervangen en hierna op zoek naar een nieuwe.

Sommige dagen zijn gewoon een feest om mee te maken. Vandaag was er zo een. Hij wordt gedomineerd door de l’Herault. Deze rivier ontspringt in de Cevennen en loopt door tot de Middellandse Zee. En onderweg heeft hij (zij?) een paar aardige kloven uitgesleten. En daar fietsen wij doorheen. En we zitten langs, boven en in de l’Herault. Maar goed, voordat we zover zijn, moeten we eerst nog een stukje overbruggen. En dat is geen straf want het is hier landschappelijk nog steeds de moeite waard. Overal om ons heen zien we wijngaarden, groene bergen en goudgele dorpjes.

Ook komen we regelmatig nog Katharenkruizen tegen. En de ouderwetse richtingaanwijzers hebben ook wel wat. Zo maken ze die tegenwoordig niet meer.

Wij sluiten aan bij de l’Herault bij St. Jean de Foss. Hier is ook meteen de Duivelsbrug. Hier zijn er vele van volgens Wikipedia. En dan staat die van ons er nog niet eens bij. De Pont du Diable is in de 11e eeuw gebouwd door monniken en natuurlijk ook weer Unesco Werelderfgoed. Er springen mensen vanaf en soms gaat dat niet goed aan de gedenkstenen te zien. Ik vind het gewoon leuk om naar beneden te kijken naar de mensen die er onderdoor zwemmen en de kano’s die door de l’Herault gaan.

Daarna fietsen we door de kloof naar het noorden. Het is hier druk met toeristen. Veel canyoning, kanoën en gewoon dagjesmensen die een strandje opzoeken. Voorbij het punt waar je nog auto’s kunt parkeren wordt het steeds rustiger. Tot aan het punt waar het dorpje St. Guilhem le Desert begint. Het ligt eigenlijk in een kloof dwars op de kloof van de l’Herault (heet dat dan een zij-kloof?)

St. Guilhem (oftwel Willem met de Hoorn) was natuurlijk niet altijd een sint. Het was de kleinzoon van Karel Martel en een goede vriend en adviseur van Karel de Grote. Na veel knokkerij tegen de Saracenen wil hij met een soort van pensioen. Hij krijgt van Karel de Grote een splinter van het kruis (ja, ja…) en sticht op de huidige plek van St. Guilhem een klooster. Dit groeit uit tot een bedevaartsoord (ook een Santiago route loopt hier langs). Het ging goed totdat de toeristen het dorpje 40 jaar geleden ontdekte. Het is nu een verzamelplaats van galerijen, pottenbakkerswinkels, macramé-shops en alternatieve modewinkels. Afgewisseld door restaurants en souvenirwinkels natuurlijk. Het is inderdaad een mooi bewaard Frans dorpje en het is zeker de moeite waard om even in rond te struinen. In de kelders onder de huizen zijn veel winkeltjes en eentje serveert ook een biologische maaltijd met ingrediënten uit de omgeving. Daar schuiven we even aan.

Daarna gaan we verder door de kloof. Mevr. van der Veeke kan de verleiding van het koele water niet weerstaan en duikt er even in, met kleren en al. Is op zich geen probleem want met deze warme wind ben je in een kwartier weer droog.

De rotsen in de kloof laten mooi de laagjesopbouw van de gesteenten zien gedurende de millennia. En ook de uitzichten mogen er wezen. We kiezen een camping aan de l ‘Hearault. Het is een van de duurste tot nu toe maar door de hartelijke ontvangst maakt me dat niet uit. Het is verrassend hoe een praatje en wat vriendelijkheid je perceptie over de prijs kunnen veranderen. We vinden een mooi plekje aan het water. Ook hier duikt Mevr. van der Veeke meteen weer de rivier in. Een heerlijk koele afsluiting van een prachtige dag.

Dag 114:

Was gisteren een prachtige dag, vandaag was het beduidend minder. Ondanks dat de landschappen nog steeds betoverend zijn, gaat het fietsen moeizaam. Ik heb het gevoel dat we de hele dag klimmen en niet opschieten. Mevr. van der Veeke is moe en de warmte helpt niet mee. Dat maakt ons mopperig en snel geïrriteerd. Het is 113 dagen goed gegaan, maar nu barst de bom toch even. Schreeuwend staan we tegenover elkaar op de weg. Buurtbewoners kijken schielijk en gegeneerd de andere kant op. Gelukkig kunnen ze het niet verstaan. Nadat alles eruit is, fietsen we mokkend verder. De omgevingstemperatuur is boven de 30 graden maar de sfeer ijzig. Zo komen we hangend en wurgend aan in Cardet. Het is een camping onder Nederlands beheer en daarom voornamelijk bevolkt door Nederlanders. Op een open veldje langs de rivier zoeken we een mooi stukje gras op voor de tent. Met een koude fles rosé komen we toch weer nader tot elkaar. En samen aan de pizza maakt het af. Het is goed om de dingen uit te spreken, zelfs als dit moet op (te) luide toon. Morgen gaan we gewoon weer vrolijk en met wat meer begrip voor elkaar op weg. We zijn niet voor niets meer dan 30 jaar getrouwd.

Dag 115:

Om vijf uur worden we beide wakker van een nachtmerrie. Nee, niet de gebeurtenissen van gisteren, maar er loopt een paard om de tent. Ik hoorde hem al aan komen klossen maar dacht toen nog dat het een hert was. Dat had ik nog weg kunnen jagen maar het paard trekt zich niets van mij aan. Wat haar betreft staan wij gewoon in een bord met het lekkerste en groenste gras. Nu ben ik niet bang voor paarden maar heb wel respect voor hun grootte. En ik ben ongerust dat het op een gegeven moment over de tent, en ons, heen loopt. Maar zij graast gewoon en let goed op. Nu gaat dat grazen met een hels kabaal als je doodstil in je tent ligt. Zo liggen we de tijd uit tot zeven uur, als we opstaan. Het paard blijkt wel vaker uit te breken horen we later.

Vandaag hebben we een lange dag met meer dan 70 kilometer, omdat er in de tussenliggende kilometers geen camping is. En net zo veel klimmetjes en warmte als gisteren. We hebben dus een tactiek bedacht om dit beter door te komen. We nemen vaker pauze voor een koffie of om gewoon even te zitten. Tussen de middag nemen we zelfs even een siësta om de ogen dicht te doen in de schaduw van een boom. En op die manier werken we ons een weg door de 70 kilometer. En dat gaat goed. Wel hadden we wat vaker wat kouds willen drinken. Maar er is gewoon helemaal niets in de dorpjes. In Spanje lag de helft van de dorpen in puin maar er was altijd wel een bakker en een of meerdere kroegen. Hier in Frankrijk zijn de dorpjes mooi gerestaureerd maar er is geen enkele voorziening. Gelukkig vinden we wel af en toe een waterpomp om de kleding nat te maken. Want een beetje afkoeling helpt ook goed om met de warmte om te gaan. Tegen vijf uur zijn we in Conneaux waar de winkel gelukkig nog open is. Hadden we vorige week nog last van volle campings, nu zijn ze allemaal grotendeels leeg en kunnen we steeds een fijne plek vinden. Dat maakt het een stuk gemakkelijker. En het zal alleen maar rustiger worden want de Nederlandse én de Franse vakantie is bijna voorbij.

Dag 116:

Het is nog maar een klein stukje naar Avignon dus we doen het erg rustig aan. Pas om tien uur hebben we het spul ingepakt en op de fiets. Mijn voorband is wat slap, dus die pomp ik op. Uiteindelijk moet ik hem een paar kilometer verderop toch wisselen.

Het laatste stukje is vlak en gemakkelijk fietsen. In de verte zien we de bergen nog liggen. Het is onze laatste blik op de Cevennen. Onderweg doe ik nog her en der een geocache. Mevr. van der Veeke neemt deze gelegenheid te baat om de bramenstruiken te plunderen. Bij Montfaucon worden we nog even verrast door het mooie kasteel op de heuvel.

Avignon zijn we in 2012 ook geweest toen we de Groene Weg naar Baflo fietsten. We komen langs de camping waar we toen gestaan hebben en uit nostalgische overwegingen nemen we nog even een kijkje. Het is nog net zo. Toen stond het tentenveld vol. Nu is er niet een kampeerder.

Avignon is zoals ik me herinner met het pauselijk paleis op de heuvel en de halve Pont d’Avignon van het bekende rijmpje. Het is hier druk. Veel toeristen en ook heel veel fietsers. Ik heb hier voor een paar dagen een Airbnb appartementje gehuurd. Het blijkt midden in het oude centrum te liggen en de hele dag komen er groepen langs wandelen met een gids. Hier gaan we een paar dagen vrij nemen. De was doen, maar voornamelijk even bijkomen. Het is heerlijk de luxe van een bank, keuken, bed, eigen douche en stopcontact te hebben. Kamperen is fijn maar deze luxe is een feest.

Vent

Het is met leven net als met fietsen; Als je denkt dat er geen wind is, dan heb je hem meestal behoorlijk mee.

Dag 107:

Alles is anders hier. Ondanks dat het hier ‘maar’ 31 graden wordt, voelt het veel benauwder. Er zit meer vocht in de lucht, dus ik zweet als een bootwerker. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het koelt dan ook nauwelijks af. Waren in Spanje om acht uur ’s ochtends de straten uitgestorven, hier is iedereen al op de been. Ook op de camping is het druk op tijden waarop ik meestal alleen over het terrein liep. Het landschap is anders, veel groener, veel bossen en andere gewassen. En we zien ineens veel meer fietsers. Niet alleen mannen op de racefiets, maar ook bepakte fietsers op weg naar Barcelona.

Dit eerste traject is nog veel klimmen. Gisteren hadden we de hoogste klim, maar vandaag moeten we naar 320 meter. We hebben duidelijk last van de warmte want het gaat moeizaam vandaag. Vooral Mevr. van der Veeke lijkt haar dag niet te hebben. Na de klim dalen we af naar Thuir. Van daar is het een min-of-meer vlak stuk naar Corbiere en Ille-sur-Tet. De route loopt deels langs grotere wegen en boomgaarden. De plukkers zijn druk bezig het fruit binnen te halen en ook hier oogst het hoofddeksel van Mevr. van der Veeke de nodige consternatie.

Omdat het zo moeizaam gaat en we voldoende tijd hebben om in Avignon te komen (ik heb daar op de 19e een afspraak met iemand die onze vervolg routeboekjes heeft ontvangen) besluiten we om een uur al de camping op te zoeken in Ille-sur-Tet. Eerst doen we boodschappen en slaan flink in met meloen, bier, water en limonade. We hoeven immers toch niet verder.

De praktijk is weerbarstiger. De camping Municipal Le Colomer  is vol en we kunnen er niet meer bij. Dit maken we nooit mee. Als fietsers is er altijd wel een plekje voor ons. Maar goed, nu worden we weggestuurd. Vijf kilometer van de route blijkt een andere camping te zijn. De campingbeheerder van Le Colomer belt voor ons en ze hebben nog één plek en die mogen wij. Het is tegen mijn principes om zo ver uit de route te gaan. Immers de vijf kilometer heen en terug brengt ons ook tien kilometer verder in de route. Maar deze keer doen we het toch.

De andere camping la Garenne blijkt eigenlijk ook vol maar de dame van de receptie zoekt toch een plekje voor ons. We kunnen kiezen tussen een plek in de zon tussen gasflessen en een auto. Of op een parkeerplaats tussen de bungalows, vlak langs de autoweg. Maar wel met later wat schaduw. En dat voor €26. Soms moet je het nemen zoals het komt, dus we kiezen de tweede plek. Uiteindelijk kunnen we er een aardige mouw aan passen want tegenover ons is een ongebruikte bungalow met een terras in de schaduw en fijne stoelen. Daar brengen we de middag door. ’s Avonds kunnen we er ook koken aan de picknick-tafel van de bungalow. Het probleem van de volle campings schijnt hier meer voor te komen, dus maar eens zien hoe we de komende dagen onderdak vinden. Voorlopig zijn we weer een dag verder.

Dag 108:

Vandaag hebben we een prachtige fietsdag door de Pyreneeën. Het is een beetje koeler en er waait ook een stevige wind. Soms tegen maar de verkoeling is erg welkom. We beginnen met een klimmetje om uit Ille-sur-Tet te komen. Er zijn hier bijzondere rotsformaties van Les Orgues d’Ille-sur-Tet. Ze zijn gemaakt door moeder natuur die er geduldig gedurende miljoenen jaren water en wind tegenaan gooide. Uiteindelijk houdt je een soort van schoorstenen over. In de verte lijkt het soms ook wel een kasteelruïne.

Een klim is vermoeiend maar het levert vaak ook prachtige uitzichten op. Eenmaal boven steken we over naar een ander dal. Je kunt ver kijken en het uitzicht is adembenemend.  Hier doen we het eigenlijk voor. En de foto’s geven maar een deel van de werkelijkheid weer. Je moet hier gewoon staan. Dus allemaal op de fiets en naar de Pyreneeën.

De afdaling is de beloning van de klim. Maar de afdaling is niet altijd fijn. Soms is het wegdek te slecht en soms is de afdaling ook te steil. Dan ben je continu aan het remmen. Maar de afdaling vandaag is een feest. Niet te steil, mooi asfalt en lekker lang.


Ook komen we vandaag door het dorpje Latour-de-France. Een dorp met een gewild naambord. Zo gewild dat ze er zelfs camera’s op de plaatsnaamborden hebben gezet tegen diefstal. Wij kunnen hem toch niet meenemen, dus ik laat hem zitten. Ook hebben alle dorpen hier een laan met platanen. Wij noemen dat dichterlijk een lommerrijke laan maar de praktijk is dat het daar altijd heerlijk koel is. We mogen er graag langs fietsen.

De route daarna is nogal geaccidenteerd. Voor mijn gevoel ben ik de rest van de dag aan het klimmen. Daarom maken we er weer een korte dag van. Na 47 kilometer zijn we in Tuchan. Ik heb voor de zekerheid maar gemaild of er een plek is op de camping, en die zou er moeten zijn. Bij aankomst wordt dat in eerste instantie ontkend, maar als ik de mail noem gaat er een lichtje branden. We kiezen een plekje onder een grote olijfboom en met veel schaduw. De camping heeft een bar en een restaurant. Vandaag laten we ons verwennen. Op deze manier houdt ik het nog wel even vol op de fiets.

Dag 109:

Het is weer een stralende dag en vannacht is de wind gaan liggen. Het is nog steeds iets koeler en dat is fijn fietsen. We beginnen met een klim naar de Col d’Extreme. Dat klinkt erger dan het is want met zijn 251 meter zou ik hem niet dit predicaat geven. We zijn dus zo boven en ook zo weer beneden. We zitten overigens in het Parc Naturel Regional de la Narbonnaise en Méditerranee. Een hele mond vol maar het zegt gewoon dat het hier mooi is.

Vandaag rijden we eindeloos langs wijngaarden. Onder andere komt hier de Corbieres wijn vandaan. Naast wijnranken zie je hier ook veel Katharenkastelen op de bergtoppen staan. De Katharen (oftwel de ‘zuiveren’) was een religieuze beweging die tijdens de 12e en 13e eeuw veel aanhang had met een andere kijk op het geloof. Ze zaten vooral in het Languedoc gebied waar we nu doorheen fietsen. Zoals vaak gebeurt bij een afwijkende mening in het geloof, ging het hun slecht af. Uiteindelijk zijn ze uitgeroeid door de ridders van de kruistochten waarbij de inquisitie de laatste leden uitrookte. Maar nu heb ik het idee dat de beweging nog springlevend is want in veel dorpen zie je het teken staan.

In de loop van de middag steekt de wind weer op en heeft af en toe stormachtige vlagen. Het is de tramontana, meestal uit het noordwesten en zo ook nu. We hebben hem gedeeltelijk mee, dus niet alleen verkoeling maar ook een duwtje in de rug. Sowieso is dit een meteorologisch interessant gebied want ze hebben ook regelmatig last van zware regenval en overstromingen. Wat dat betreft hebben we geluk.

We eindigen vandaag in Salleles d’Aude. Al die druiven die hier verbouwd worden en tot wijn gemaakt moeten natuurlijk ergens in vervoerd worden. Nu zijn dat flessen maar de wijn werd ook al in de Romeinse tijd gemaakt. En toen werden amforen van 26 liter gebruikt. Die amforen werden hier in Salleles in een grote pottenbakkerij gemaakt.

De camping is klein (13 plaatsen) en ik heb niet gereserveerd. Maar we hebben geluk want er is nog een plaatsje voor ons. Gelukkig een beetje in de luwte want het stormt nog steeds. Het is inmiddels ook bewolkt en met 26 graden voelt het bijna koud aan voor ons. Vannacht maar weer eens in de slaapzak in plaats van erop.

Dag 110:

Vandaag is kanalendag. In Salleles d’Aude kwamen we er al een tegen met een gigantische sluis. Dit was een aftakking van het Canal du Midi waar we een groot deel van de dag langs zitten. Het kanaal is overigens Unesco werelderfgoed.

Maar eerst komen we nog bij het Oppidum d’Enserune. Hier woonden de eerste inwoners uit de streek. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht op de voormalige Etang de Montady. Dit meertje werd in de 12e eeuw drooggelegd door radiaal kanalen te graven. Iets wat je nu, 800 jaar later, nog steeds ziet.

Het Canal du Midi (Kanaal van het zuiden) is 240 km lang en loopt van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee. In de 16e eeuw kwam Jean-Piquet uit Beziers op het idee en hij had ook nog wat geld om het uit te voeren. In die tijd waren er nog geen graafmachines en ruim 12.000 arbeiders gingen met de schop aan het werk. Uiteindelijk kostte het hem al zijn geld en hij maakte nog niet eens de openstelling mee in 1680 want een half jaar eerder overleed hij. Nu wordt het met name nog gebruikt voor pleziervaart. Wij fietsen er een groot aantal kilometers langs. Soms op een mini-paadje door een bamboebos, maar soms ook op een prachtig fietspad. Het is erg in trek bij de fietsers want we zien er veel. Met name families omdat het zo gemakkelijk fietsen is.

In de verte zien we Beziers met zijn kathedraal liggen. Ook dit was een Kathaarse conclave. In 1209 werden hier 30.000 mensen afgeslacht door de kruisvaarders. Alleen omdat ze wat anders geloofden dan de kerk. Pas in de 19e eeuw kwam het er weer een beetje bovenop. Vooral door de wijnbouw.

In Beziers komen we ook bij een van de mooiste sluizencomplexen in het Canal du Midi. Dit zijn de Ecluses de Fonserannes. Een stelsel van 9 sluisjes die enkele tientallen hoogtemeters overbruggen. Als we er langs komen gaat er net wat pleziervaart doorheen. Mooi om te zien.

De route gaat niet helemaal langs de Middellandse zee. Maar wij nemen de extra kilometers voor lief om dit toch nog even te aanschouwen. En omdat het lekker warm is, kan Mevr. van der Veeke niet de verleiding weerstaan om even pootje te baden.

De campings zijn hier een gekkenhuis. We kennen dat van de Velodysee. Het zijn massale, dure campings met veel zwembaden die veel te vol zijn, geen belang hebben bij een nachtje van een fietser en handen vol geld kosten. Daarom hebben we een Airbnb in Bessan geboekt. We verwachten een heerlijk appartementje maar het blijkt een omgebouwde garage te zijn. De fietsen zouden binnen kunnen staan. Nu klopt dat helemaal maar er werd niet bij verteld dat er dan geen ruimte meer is voor ons. Afijn, met wat passen, schikken en meten weten we toch alles erin te krijgen. Zo maak je elke dag wat nieuws mee.

Dag 111:

Het mooie weer houdt niet op alhoewel het wel een stuk koeler is geworden. Er waait nog steeds een harde wind en vandaag hebben we hem tegen. Langs het riviertje de Herault meanderen we noordwaarts. Het is leuk fietsen en soms brengt een geocache ons onverwacht bij een watermolen.

Het eerste grote stadje wat we tegenkomen is Pézenas. Het was de stad van Molière, de Franse toneelschrijver. En dat feit is niet over het hoofd te zien, als je in het stadje bent. Evenals de horden toeristen die hier door de straten lopen. Blijkbaar is er niet veel anders te doen want ze zitten allemaal hier. Pézenas bestond al in de Romeinse tijd, heeft grote bloei gekend en de bestuurders van de Languedoc zaten hier. Het is te zien aan de huizen en de geveltjes. Ondanks de toeristen is het een mooi stadje om te bezoeken. Door de mooie huizen maar ook omdat hier de meeste winkels gevuld worden door kunstenaars. En we zien een hoop mooie dingen hier.

Na een kleine dertig kilometer vinden we het goed voor vandaag. We willen al een paar dagen een rustdag want het lijf is moe. Maar tot nu toe konden we geen geschikte plek vinden. In Adissan is een camping met een plekje voor ons. Niet ideaal want is het weer een steenvlakte maar wel rustig en met schaduw. ’s Middags denk ik even boodschappen te kunnen doen in Adisson. Maar de epicierie blijkt opgedoekt. Het enig wat ze nog hebben is een mooie muurschildering. Vijf kilometer verderop is wel een supermarkt. Op deze manier maak ik toch nog de kilometers van de dag. Het begint wel steeds harder te waaien en ondanks dat we redelijk beschut zitten, waait toch de salade van je bord. Maar de wind geeft ook wat verkoeling want het is inmiddels weer boven de 30 graden.

Dag 112:

Vandaag een rustdag. De enige activiteit is boodschappen doen wat heen en terug toch nog 10 kilometer is. De rest van de dag lezen we, werken de verslagen bij en rusten lekker uit.

Spexit (*)

Je zorgen maken over dingen die nog niet gebeurd zijn, is als rente betalen over geld dat je nog niet geleend hebt.

Dag 104:

Vandaag hebben we een dag in Zaragoza. Zaragoza zelf komt op mij over als een moderne, schone, mooi gerestaureerde stad. Veel flatgebouwen en weinig verpaupering. De fonteinen en de parken in het centrum maken het helemaal een feest. Veel mensen ontvluchten in de zomer de stad dus het is relatief leeg nu. We slapen uit en gaan daarna eerst naar het station om de treinreis morgen te regelen. Dat had wat voeten in aarde, maar daar kom ik morgen op terug

Daarna gaan we naar het Aljaferia paleis. Dit is een Islamitisch paleis dat in de 11e eeuw gebouwd is. Het is uniek omdat het een mooi bewaard voorbeeld is van de Spaan Islamitische architectuur en vergelijkbaar met het Alahambra uit Granada. Meer informatie erover kun je hier lezen. Hieronder wat fotografische indrukken.

Het is heet in Zaragoza. In de middag vlucht iedereen naar binnen. Wij ook. We eten een menu del diaz en trekken ons terug voor de siësta. Pas na half vijf begeven we ons weer op straat en dan is het deze temperatuur.

We lopen naar het oude centrum, Casco Viejo. Rondom de Plaza del Pilar gebeurt het allemaal. Het is een mooi plein met een fontein. Maar het belangrijkste is de kathedraal. We hebben er al veel gezien maar qua schilderwerken spant deze de kroon. Er zijn prachtige fresco’s van Goya in de kerk te zien. De kathedraal is opgedragen aan Maria op de pilaar. Dat zou ze gedaan hebben tijdens een verschijning aan de apostel  Jacobus de meerdere. Jawel, dezelfde waarvoor wij naar Santiago zijn gegaan. Dus eigenlijk zijn we weer een beetje op bedevaart. Die Maria is, net als de zwarte Maria, een soort van aankleedpop. Er zijn verschillende jurkjes die ze aangedaan kan hebben.

Voor de rest kijken we een beetje in het centrum rond. Zoals gezegd, gezellig en modern. Zaragoza is een stad waar je best een weekend kunt besteden. Maar doe dat dan in een minder hete periode.

Dag 105:

We slaan een stukje van de route over. In de originele planning zouden we meer naar het oosten gaan en dan via de Andalusië route noordwaarts naar Girona. Maar we zijn een beetje klaar met het klimwerk en de Andalusië route is heel veel klimmen, ongeveer 14.000 hoogtemeters. Daarom zijn we doorgegaan naar Zaragoza om van hier de trein te pakken naar Figueres. Hiermee slaan we ook ongeveer 600 kilometer over. Maar treinen in Spanje heeft nog de nodige uitdagingen.

Treinen met de fiets in Spanje is niet zo gemakkelijk als in Nederland waar je overal de fiets naar binnen kan schuiven. Je hebt hier verschillende soorten treinen en in sommige kan de fiets (meestal) zo mee (regionale treinen), soms heb je een reservering nodig (media distance treinen) en soms moet de fiets ingepakt zijn, net als in het vliegtuig (HSL lijnen). Ik heb inmiddels veel over de spoorwegen van Spanje geleerd en dat is met name door de hulp van Paul Gieling, een medefietser die in Zaragoza woont. Van hem heb ik de link naar de RENFE website gekregen en ik heb de RENFE Horarios app geïnstalleerd. Een soort van Spaanse reisplanner. Hier heb eindeloos mee zitten plannen en puzzelen.

Wij moeten dus regionaal treinen en dat gaat langzaam. We gaan eerst van Zaragoza naar Barcelona. Dat duurt ongeveer vijfenhalf uur. Daar stappen we over op een ander boemeltje naar Figueres.  Die doet er nog eens meer dan twee uur over. De eerste trein was duidelijk, die heeft Paul ook regelmatig genomen. Maar bij het plannen van de tweede trein staat er Bus at station. Ik weet niet wat dat betekent. Sommige mensen kunnen zich compleet overgeven aan de gebeurtenissen zonder iets aan voorbereiding te doen. Soms ben ik jaloers op dat soort mensen. Maar soms ben ik ook blij dat ik (over) georganiseerd ben. Ik wil gewoon weten wat dit betekent voor mij.

De receptionist van het hotel belt voor me om te informeren maar de klantenservice van RENFE (de Spaanse NS) moet duidelijk op een cursus klantvriendelijkheid. We komen er niet uit. Gelukkig wijst Paul me op een leesfout. Er staat niet Bus at station maar Buy at station. Het zijn ook zulke kleine lettertjes! Het betekent dat je het kaartje niet online kan kopen. Toch wil ik het zeker weten dus we zijn bij het station naar de infobalie gegaan. Een Engelssprekende mevrouw helpt ons uitstekend en verzekert ons dat de fiets mee kan op beide treinen. Ze schrijft ook een briefje voor ons om de kaartjes aan het loket te kopen. Want ook daar kunnen en willen ze geen Engels. Bij het loket staan we een tijdje in de rij en worden verrast door een Engels sprekende heer die ons weer uitstekend helpt. We hebben de kaartjes (€91,10). Het enige is dat er maar één regionale trein per dag naar Barcelona gaat. Die mogen we dus niet missen en daarom kijk ik van te voren even hoe dat werkt. Waar we met de fiets erin kunnen, is de instap hoog of laag en hoe het eruit ziet.  Tot zover de voorbereiding.

Op de reisdag zelf gaat alles volgens plan. We zijn op tijd op het station om de trein van 11:16 te halen. Er staan al twee fietsen en er kunnen er drie staan. De fiets van Mevrouw van der Veeke mag, van de conducteur, gewoon op de bank zitten. En dan is het vijfenhalf uur naar buiten kijken naar het Spaanse landschap.

In Barcelona gaan er meerdere treinen naar Figueres. We hebben kaartjes voor de tweede (In Spanje koop je een kaartje voor een bepaalde trein op een bepaalde tijd) maar we zijn op tijd om de eerste nemen. Die gaat zelfs vanaf hetzelfde perron dus we hoeven niet met de fietsen van perron te verhuizen. En we nemen hem gewoon. De conducteur kijkt wel even naar de kaartjes maar doet niet moeilijk. Ook hier is het leuk naar buiten kijken omdat de trein langs de kust rijdt en we strand na strand voorbij zien komen. Om half acht stappen we in Figueres uit. Hier heb ik weer een Airbnb geboekt. Er was weinig keus. Of een hotel van een paar honderd euro. Of een Airbnb van €37. Dan neem ik natuurlijk de laatste. Het is een simpele kamer bij een familie thuis, tegenover het station. Helaas wel op de tweede verdieping dus we moeten met de tassen en de fietsen omhoog in de lift. De fietsen passen alleen rechtop erin. Maar goed, uiteindelijk staan de fietsen in de woonkamer en de tassen in de slaapkamer. Alle stress en zorgen zijn dus voor niets geweest. Maar ik ben wel blij met de voorbereiding. Zo hebben we toch een aantal verkeerde keuzes kunnen voorkomen.

Inmiddels is het al laat en moeten we nog eten. Gelukkig zijn we gewend aan het Spaanse ritme van laat eten. Alles is hier naar achteren verschoven. Ze beginnen ’s ochtends later. De hoofdmaaltijd is ‘s middags na twee uur. En ’s avonds kun je voor negen uur eigenlijk nergens terecht voor een hapje. Het is nog een erfenis van Franco die ooit voor een verkeerde tijdzone koos. En de Spanjaarden willen daar nu niet meer vanaf. Voor ons is dat nu gunstig. We nemen de laatste kans om een paella te eten. Het is een mooie afsluiting van Spanje. Morgen zijn we weer in Frankrijk.

Dag 106:

Het patroon, als we een Airbnb bij een familie thuis hebben, is inmiddels wel duidelijk. ’s Ochtends zie je niemand bij vertrek. In drie keer verhuizen we onze spullen weer naar beneden. Een lift voor alle tassen en een lift per fiets. In Zaragoza koelde het ’s nachts nog wel wat af. Hier zakt de temperatuur niet onder de 24 graden. Het is dus al warm bij vertrek.

We beginnen met een nieuw routeboekje. Het is er weer een van Benjaminse en het is de ‘Onbegrensd fietsen naar Barcelonaroute. En ook deze doen we andersom dus in ons geval heet het ‘Onbegrensd fietsen uit Barcelona’. We beginnen met een klimdag. We gaan over de Pyreneeën om uit Spanje en in Frankrijk te komen. Het is deze keer geen hoge pas. We hoeven maar tot 720 meter. Maar we beginnen wel op bijna 0. De eerste 20 kilometer gaan vrij vlak via Cabanes, Pont de Molins en Boadella d’Emporda.

De namen beginnen al Frans te klinken en we hebben een mooi uitzicht op de Pyreneeën. Bij Aguilana begint de echte klim die we gewoon gestaag doen. Het kost een paar uur en dan ben je boven. Op het hoogste punt is de grens, maar dat is niet te zien. Alleen een bordje l’Alt de Emporda. In het Frans is het de Col de Manrell.

De Spaanse weg houdt hier op. Wij gaan via een zandpad verder. Ik vermoed dat het een oude smokkelweg is. Gelukkig zijn de grenzen tegenwoordig open, anders zouden we weer illegaal een land binnengaan.

Na een kilometer of wat wordt het weer asfalt en hebben we een heerlijk afdaling met prachtige uitzichten naar beneden. In Maureillas las Illas (klinkt toch Spaans) nemen we de eerste camping die we tegenkomen. Het is goed voor vandaag. Het is fijn om weer te kamperen. Ondanks dat het een stuk minder warm is dan in Zaragoza, blijft het zweten en voelt het drukkend. Op de camping doen we zo weinig mogelijk. Gelukkig hebben we onderweg al warm gegeten, dus vanavond hoeven we alleen een boterham te maken. De Spaanse les kan opgeruimd worden en Google Translate anders ingesteld. We gaan weer over op het Frans.

(*) Spanje Exit.