Zondag 19 augustus: Badbruck – Zell am See

53 km (totaal 1481 km)
456 hoogtemeters
Camping Seecamp (€30,20)

Zell am See als doel
Benieuwd naar groene pistes
Zomers tafereel

We denken dat we vandaag een rustige en gemakkelijke dag hebben met maar een kleine 60 kilometer. Daarom doen we wat rustiger aan en zitten pas rond half tien op de fiets. De uitzichten zijn vandaag zonder meer mooi, maar de route is wat minder mooi dan gisteren. We zitten veel langs autowegen alhoewel je dat op deze foto niet zou zeggen.

Bad Hofgastein is ook weer een kuuroord én een skidorp (in de winter). We vinden er een bakker die open is en er is al allerlei volk op straat. Maar het volgende dorp, Dorfgastein vinden we meer Oostenrijks. Het hotel heeft een mooie muurschildering, de bakken zitten vol met bloemetjes en de kerk is prominent aanwezig. Het is met zijn 1627 inwoners overigens de kleinste gemeenschap in de Gastein vallei.

Om in Lend te komen moeten we door een tunnel van anderhalve kilometer. Samen met de auto’s, en ik kan je vertellen dat dit een enorme herrie is. Het lijkt wel een spinningles van Wim waar de muziek ook zo hard staat dat je oordoppen nodig hebt. Ik wilde dat ik ze meegenomen had. Verder is hij goed te doen omdat we over een afgescheiden fietspad gaan. Alleen bij tegenliggers moeten we even langs elkaar heen manoeuvreren.

Bij Lend moeten ik even zoeken omdat het weer een spaghetti van wegen is, maar dankzij de GPS vind ik de juiste. We dalen hier meteen 100 meter steil naar beneden en komen daarbij vloekende fietsers met rode koppen tegen die omhoog moeten. Benjaminse maakt hier geen vrienden mee.

Lend is ook weer zo’n mooi dorpje. Een fontein, bloembakken, bloemetjes en een kerk. Wij vinden het mooi genoeg om even een boterhammetje te eten. Hier in Oostenrijk hebben ze tenminste weer bruine broodjes want in Italië was zelfs het volkorenbrood wit.

Bij Taxenbach is er weer een tunnel maar hier worden de fietsers er omheen geleid. Heerlijk even een stukje zonder auto’s en Mevr. van der Veeke weet zelfs nog even een cache te scoren die aan een touwtje in het ravijn hangt.

Zo gaan we langzaam richting Zell am See. Het fietsen gaat vandaag wat moeizaam en valt me zwaar. Komt het door de lange dag van gisteren? Of omdat ik dacht dat het gemakkelijk zou worden? In elk geval zijn we blij dat het eind van vandaag in zicht komt.

Zell am See kennen we van de wintersport. Dan is alles wit. We zien de pistes liggen waar we afgesuisd zijn maar dat zijn nu groene weiden. Ook in de zomer is het hier een gekkenhuis met mensen want in het dorp staan de auto’s vast omdat de parkeergarage vol is. Hebben we met de fiets gelukkig geen last van. Werner von Trapp, je weet wel…van die zingende familie, kwam hier trouwens vandaan.

De camping in Zell am See is net zo vol als het stadje. Er is een tentenveldje en omdat we op tijd zijn, kunnen we nog een mooi plekje vinden. Met uitzicht op het meer en -eindelijk- de Grossglockner én een bankje. Vooral dat laatste is fijn, want ik ben door mijn stoeltje gezakt. En het helpt natuurlijk dat we een klein tentje hebben. Mevr. van der Veeke duikt, met kleren en al, in het meer want het is weer een hete dag. Ik houd het gewoon bij een douche. En omdat de winkels dicht zijn, hebben we geen eten kunnen kopen. Dan maar uit eten en ik moet toegeven, zo’n Oostenrijkse schnitzel is geen straf.

profiel-19-08

kaart-19-08