Herfstvakantie

Het is herfstvakantie en wat kun je dan beter doen dan een stukje fietsen? Dat is dan ook precies wat we gaan doen. We hebben al jaren op het programma staan dat we het museum ‘Beelden aan zee’ in Scheveningen gaan bezoeken. Dat lijkt ons een mooi doel voor de herfstvakantie. Maar om dit vanuit Baflo te doen is zelfs voor ons een beetje te hoog gegrepen, dus we rijden eerst naar Dronten en laten daar de auto staan.

Op de kaart zie ik oneindig lange, kaarsrechte wegen. In de praktijk zijn ze er ook maar de verwachte saaiheid mist. Het is een bijzonder landschap. Deels doet het aan (Noord-)Groningen denken met zijn verre uitzichten en eindeloze kleivelden. Maar toch is het anders. En dat komt met name door de windmolens die de horizon domineren. En hier zijn ze niet eens misplaatst.

Daarnaast is het wel bijzonder om hier te kunnen rijden. Niet eens zolang geleden was dit zeebodem. En nu is het gewoon vruchtbaar land. Het moet een feest geweest zijn voor een planoloog om hier wat van te mogen maken. Simcity of Civilization, maar dan in het echt. Vandaar de kaarsrechte wegen, de vierkante akkers en de boerderijen die op elkaar lijken.

Maar het zijn niet allemaal rechte wegen tussen akkers door. Er lopen prachtige fietspaden door de aangeplante bossen zoals het Larserbos en het Knarbos. En we zitten tijden langs de Hoge Vaart op een fietspad waar een enkele brommer langskomt maar overbevolkt wordt door paarden. En die zijn best groot als je er tussendoor moet.

Almere ken ik alleen van de snelweg, maar nu fietsen we er langs aan de zuidelijke rand via een mooi natuurgebied. Een heel andere kant van zo’n stedelijk gebied. Daarna de brug over naar Muiden in Noord-Holland.

Onderweg vermaken we ons door het zoeken van geocaches. Dat is altijd een leuke afwisseling van het fietsen en geeft je kans om de benen te strekken. 

Hier is het nog een klein stukje naar Nederhorst-den-Berg. Het is het eerste dorp waar we doorheen komen vandaag. Ik had er nog nooit van gehoord en zo kom je nog eens ergens. In de plaatselijke kroeg gaan we aan het bier en een maaltijd. In de Spiegelpolder hebben we een overnachting. De mevrouw had een onduidelijk verhaal over een jachthaven en een bootje. Als we er zijn, zie ik wat ze bedoelt. Ze woont op een eiland en je kunt er alleen via het water komen.

De wind spookt de hele nacht om ons huisje. Dinsdag wordt een ‘onstuimige’ dag volgens het weerbericht. En dat hebben we geweten. Het was al een lange dag met meer dan 90 kilometer maar met wind tegen is het helemaal bikkelen.

Gelukkig maakt de omgeving veel goed. Het is een waterrijk gebied met veel (grote) rivieren maar ook veel ‘waterland’.

Ondanks dat het herfstvakantie is, zijn er nauwelijks fietsers onderweg. Snap ik ook wel want wie heeft er met dit weer zin om te gaan fietsen. Grijs, af en toe motregen en een fikse wind. Maar wij genieten er niet minder om.

Ik dacht altijd dat Zuid Holland vol gebouwd was maar we komen door veel natuurgebieden. Dit is bijvoorbeeld bij de Nieuwkoopse plassen. Veel natuur heeft hier iets met water te maken en ze zijn meestal autovrij. Tenminste op de stukken waar wij doorheen gaan. Dat is het voordeel van een natuurroute laten maken door de fietsrouteplanner. Ook zijn mooie, brede fietspaden. Je ziet wel dat het hier rijker is dan in het noorden.

Om half zes komen we aan in Scheveningen, na 91kilometer. We overnachten bij een neef van me die een heel appartement voor ons beschikbaar heeft.

Dinsdag 24 april: Overasselt – Nijmegen(63 km)

Ze zijn er nog in Nederland. Magische plekken waar het verleden nog in het heden rondwaart. Waar dingen anders zijn dan ze lijken. En waar het gevoel belangrijker is dan de ratio. Op onze laatste dag bezoeken we er een paar.


We beginnen bij ‘De Koortsboom’. Er zijn meerdere legendes over. Maar de bekendste is dat de dochter van de heidense rover Walrick ziek is. Het is een aflopende zaak, totdat Willibrordus hem helpt. Hij moet zich bekeren en een lapje van stof, door haar gedragen, in een boom hangen. Het helpt. Ze wordt beter. Walrick is zo blij dat hij een kapel maakt en een eik plant waar de zieken kunnen bidden. Maar zijn rovervrienden nemen hem dat niet in dank af en vermoorden hem en zijn dochter. Van de regen in de drup noemen we zoiets.


Afijn, de kapel is blijven staan (of later hier gebouwd) en mensen kwamen nog steeds om van de koorts (vroeger ging men daar vaak dood aan) of andere kwalen af te komen. En er zijn al die tijd nog bomen waarin mensen lapjes hangen. Bijvoorbeeld als ze last van hun rug hebben of zo. 


Het is in elk geval een magisch plekje. In de muur staan twee beelden waarvan een van Maria. Daaronder zit een ‘echte’ steen uit Lourdes gemetseld. Allemaal fetisjen die mensen op de een of andere manier het geloof moeten geven dat ze geholpen kunnen worden. Of het nu ziekte, leed of tegenspoed is. En het lijkt al duizenden jaren te werken.


We blijven in de bomen want we fietsen door naar ‘De Kabouterboom’. Je verwacht dan iets kleins zoals een bonsai-boompje maar niets is minder waar. Het gaat hier om een boom van 600 jaar oud en een omvang van 8,5 meter. Hij staat in de buurt van Berg en Dal in het bos. 


Ik moet zeggen dat het een imposante jongen is, die je niet snel over het hoofd ziet. Vaak rotten dit soort oude bomen van binnenuit waardoor ze open splijten. En een of andere zieke geest dacht dat het leuk was om de binnenkant in de fik te steken. Dat is niet gelukt maar hij is wel wat verkoold van binnen. Gezien zijn toestand en de plek waar hij staat, vraag ik me af of hij er over vijf jaar nog is. Wel weer een magische plek in het bos waar een bijzondere sfeer hangt.


Wij vinden bomen van 600 jaar niet oud genoeg en gaan op zoek naar bomen die 8500 jaar oud zijn. Kan dat? Ja, dat kan. In de Millingerwaard zijn ze bij het baggeren eikenbomen tegengekomen die zo lang geleden in rivierklei zijn weggezakt. Daardoor zijn ze min of meer geconserveerd en hebben ze de tand des tijds overleefd. 


Nu zijn ze als symbool overeind gezet, maar ook omdat ze staand minder snel vergaan dan liggend. Een soort van ‘Woodhenge’, naar Stonehenge waar ze de stenen overeind hebben gezet. Alleen Stonehenge is wel 4000 jaar jonger.


Het viel niet mee om hier te komen. Omdat de Millingerwaard hevig op de schop genomen wordt onder het mom van natuurbeheer (maar wij denken dat hier puur economische motieven achter zitten) zijn de wegen die ik in mijn GPS heb ineens verdwenen. Daardoor kan het dat we de palen wel kunnen zien liggen, maar dat we daar niet kunnen komen zonder waterfietsen.


Uiteindelijk lukt het ons door een stuk omfietsen over zanderige hobbelpaden en een stuk lopen om er te komen. En het is het waard. Ook hier weer een magische plek waar het verleden tastbaar wordt.


Hierna moeten we twee pontjes hebben. De eerste is een voetveer, die ons over de Waal zet. Hiervoor is het wat plannen omdat hij maar een keer in het uur gaat. Gelukkig is het er niet druk. De tweede zet ons over het Pannerdense Kanaal en gaat continu. Daar zijn we de enige passagiers.


Als laatste stopplaats van deze fietstocht hebben we Kasteel Doornenburg. Ik moet zeggen dat dit het kasteligste kasteel is dat ik ben tegengekomen. Deze burcht, uit de dertiende eeuw, is een van de grootste en best bewaarde van Nederland. Het bestaat uit een voorburcht en een hoofdburcht, gescheiden door een houten (vroeger ophaal) brug. 


Het ziet er heel oud uit, maar dat is maar schijn. Want het was tot de 19e eeuw bewoond en begon toen te vervallen. Van 1937 tot 1941 is men met de restauratie bezig geweest zodat het in 1945 door de Britten plat gebombardeerd kon worden. 

Tussen 1947 en1968 is het weer compleet opnieuw opgebouwd. Ik ken het natuurlijk van mijn televisieheld Floris. Het kasteel kwam vaak in de opnames voor en ik wist niet dat het zo mooi rood was, omdat Floris nog in zwart-wit was.


Hierna fietsen we langs de Waal terug naar de auto. Het is nog even bikkelen omdat we een fikse wind tegen hebben. Maar op een paar sputters na blijft het de hele dag droog. En met10 graden niet echt warm. Ik fiets met berijpte  (blote) kuiten en kijk jaloers naar Mevr. van der Veeke die wel handschoenen meeneemt als het 28 graden is.

ps-kaart-6

We hebben weer een prachtige tocht gehad waar ik een paar conclusies aan kan verbinden;

1. Er is heel veel moois te zien in Nederland.
2. Het kan in één week net zo heet zijn als in Zuid-Frankrijk en net zo koud zijn als in Noorwegen.
3. Bij mooi weer fietsen alle mannen van boven de 60 in blokjesoverhemden.
4. Onder het mom van natuurbeheer worden veel economische projecten verstopt.
5. Met Mevr. van der Veeke is het altijd gezellig fietsen.

Tot de volgende keer.

Maandag 23 april: Kessel – Overasselt (91 km)

Vandaag zitten er wat dingen mee, er vallen wat dingen tegen,  maar de grootste verrassing komt toch wel aan het einde van de dag. We moeten lange stukken overbruggen en er zijn maar weinig plekken om te bezoeken vandaag. En de temperatuur is tien graden lager dan gisteren. Maar toch genieten we weer met straaltjes.

De eerste stop is het kloosterdorp Steyl. Hiervoor steken we met het pontje over. Dat kost maar €0,70 per persoon en als je dan ook nog een privé-pont hebt, dan is dat geen geld. Het is overigens niet het enige pontje van de dag. Er volgen er later nog meer.


Steyl is een kloosterdorp. Maar liefst drie kloosters staan hier en dat is allemaal te danken aan de inmiddels heilig verklaarde pater Arnold Janssen. Wat moet je als je in Duitsland woont en daar kun je geen kloosters verzamelen? Dan ga je naar Nederland waar dit wel kan. In de loop der jaren zijn duizenden mannen en vrouwen hier opgeleid en uitgezonden naar allerlei landen in de wereld. En al die mensen hebben lokale spulletjes verzameld en mee terug genomen. Dat is allemaal in het Missiemuseum geplaatst. Daarnaast stralen de kloostertuinen een serene rust uit en komen mensen hier om te mediteren. Dit alles spreekt ons wel aan. Tot zover de theorie.


De praktijk is dat het museum (wat je kon verwachten) op maandag dicht is en de kloostertuinen beter gesloten zijn als een Russische basis met kernonderzeeërs. We kunnen dus nergens in. En dat vinden we jammer. Want we hebben net de Mensengenezer van Koen Peters gelezen. Die gaat over het kloosterleven en de missionarissen die naar Afrika gestuurd werden. Dan was dit een mooie ondersteuning van het boek geweest. Dat het museum dicht is, kan ik begrijpen, maar waarom dat kerken, kloosters en tuinen dicht zijn vind ik lastiger te begrijpen. Desalniettemin zetten we Steyl op ons lijstje om later nog eens te bezoeken en dat zou jij ook moeten doen.

Vandaag hebben we de hele dag de Maas in het zicht. En we steken hem een paar keer over. Je komt soms bijzondere dingen tegen zoals dit paar overmaatse laarzen, waarmee Mevr. van der Veeke op grotere voet denkt te gaan leven. Daarnaast is er steeds wat te zien en is het erg leuk fietsen vandaag. We zijn blij met de wind mee in de ochtend. Maar tegen de middag komt hij wat meer uit het westen en dat is net waar we heen fietsen. Dan merk je pas hoe weinig wind er de afgelopen dagen was. Met name op het einde van de dag is het best bikkelen.

Ook doen we al een paar dagen verschillende geocaches. Vandaag is een ervan heel bijzonder. Het is een kastje met drie knoppen links en drie knoppen rechts. Een kijkgat en een codeslot. De hint is ‘links twee tegelijk, rechts twee tegelijk en kijk’. Met een beetje puzzelen vinden we de code door de juiste knoppen in te drukken en door het gaatje te kijken. Prachtig gedaan.

Na een flink stuk fietsen komen we bij de tweede attractie van de dag. Die doet een goede gooi naar de beste deceptie van 2018. In het boekje van Natuurmonumenten heeft Kasteel Ooijen een slotgracht en twee mooie torentjes. In het echt lijkt het er in de verste verte niet op. We fietsen er nog een keer omheen omdat de torens misschien vanuit een andere hoek wel zichtbaar worden, maar nee. Het blijft een groot, wit, vervallen huis. En het zit ook nog eens vol met Polen, net als de naastliggende camping. Jammer, we hadden er meer van verwacht.

Naschrift: we zaten gewoon helemaal verkeerd. Toevallig heet deze camping zo, maar het echte kasteel Oijen ligt bij Oss. Waarschijnlijk heb ik bij het Googlen de verkeerde op Google maps gezocht en die bracht ons naar deze teleurstelling. My bad.

Dan maar een bammetje onderweg aan een zandpad.

Vandaag fietsen we veel in een Maasheggen landschap. Dit betekent dat het land is verdeeld in kleinere percelen die gescheiden zijn door, veelal lage, heggen van meidoorn en/of sleedoorn. Wij zijn er blij mee want deze heggetjes houden ons wat uit de wind.

Dan maar door naar het Kruisheren klooster dat 40 kilometer verderop is. Deze ligt bij Sint Agatha en is een uitbreiding van de kapel die daar in de 13e eeuw is gebouwd. Het klooster is van de Orde van het Heilige Kruis en daarom worden de monniken Kruisheren genoemd. Eens waren er tientallen van dit soort kloosters, verspreid over Europa, maar door de reformatie is dit aantal sterk gereduceerd. Na de reformatie waren er nog maar vier kruisheren over en daarmee konden ze net overleven. Nu is het het oudst bewoonde klooster van Nederland maar gezien de daling van de religie in Nederland zal dat niet lang meer duren. Het gebouw is nog wel het archief van andere, ter ziele gegane, kloosters. Het staat er strak maar ook verlaten bij. Daarom valt het ons wat tegen. Een voordeel is wel dat de kloostertuin gewoon toegankelijk is, dus daar nemen we nog een kijkje.


In Cuijk doen we boodschappen en dan gaan we door naar ons overnachtingsadres. En eigenlijk is dit de grootste verrassing van de dag. Het is een idyllisch gelegen huisje in een natuurgebied. We hebben niet alleen een slaapkamer, maar ook een keuken, douche en woonkamer tot onze beschikking. De huisbaas steekt de speciale, Deense Bekassinen (wereldberoemd, maar niemand kent hem…)voor ons aan en we hebben een heerlijke plek voor de nacht. Ik kan wel stellen dat dit de mooiste Vrienden op de Fiets is die we hebben gehad. En zo is er weer een dag voorbij. Morgen is de laatste dag en gaan we weer de auto opzoeken.

ps-kaart-5

Zondag 22 april: Asten (Heusden) – Kessel (77 km)

Bij het ontbijt ontspint zich een interessante discussie met de boerin, waar we verblijven. Wij vonden de Mariapeel erg mooi. En dat was dan met name om de rust en de natuur. Maar zij vindt de natuur daar één groot drama. En dat is omdat ze het weer in de oude staat proberen te herstellen, als veengebied. De boerin vindt het gebied, zoals het nu is, juist veel beter. Minder water en minder insecten. En het wordt nu helemaal overhoop gegooid. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Vooruitgang is niet altijd slecht. Ze dist een hele samenzweringstheorie op met geld, macht en tegenstrijdige belangen. En ondertussen worden onze vers gebakken broodjes koud. Maar het geeft natuurlijk wel voedsel tot nadenken.

Wij vertrekken richting de Groote Peel. En ook dit natuurgebied zit onder beheer, dus daar is ook van alles mis. Volgens de boerin. Helaas kunnen we er deze keer niet doorheen fietsen. Er staat nadrukkelijk dat het verboden is, dus dan doen we het ook niet. We moeten maar een andere keer terugkomen om er te wandelen want de Groote Peel is erg mooi. Er is niemand te zien en het zindert van de vogelgeluiden. Het is een gebied van 1400 hectare waar de littekens van de turfwinning nog duidelijk zichtbaar zijn. Maar er zijn ook open velden, bossen met manshoge varens, heide, moeras en struwelen. Het is een erkend wetland voor een kleine honderd vogelsoorten. Maar zoals gezegd; we moeten ervoor terugkomen.


Daarna gaan we door naar Thorn, ongeveer 30 kilometer verderop. Het weer is mooi en het landschap afwisselend. We zien verschillende boomgaarden in bloei staan.


In Thorn is een hoop te doen. Het begint te lijken alsof we op bedevaart zijn. Want als eerste komen we bij Kapel onder de Linden, iets ten noordwesten van Thorn. Het is een rijk versierde, aan Maria opgedragen, kapel. Hij wordt ook wel de Loretokapel genoemd. Waarom? Omdat het huis van Maria ‘op magische wijze’ verplaatst was naar het Italiaanse Loretto en de indeling hier is gebaseerd op dat huis. Kun je het nog volgen? 

Ons maakt het niet uit. Het is weer een mooi sereen plekje, waar we alleen zijn.

Vanaf hier is het een klein stukje naar Thorn. Ook wel ‘het witte stadje’ genoemd. We zijn hier al meerdere malen doorheen gekomen, dus het voelt bekend. Dat de huizen wit zijn heeft een reden. Zometeen vertel ik meer over de kerk, maar toen de Fransen kwamen en de adel weg moest vluchten, trok het gepeupel in hun huizen. Dat ging goed totdat de Fransen belasting gingen heffen op de grootte van de open haard en de ramen. Dus de haard werd verkleind en de ramen gedeeltelijk dichtgemetseld. Maar dat zag er natuurlijk niet uit én mensen konden zien dat je niet teveel te makken had. Dat werd opgelost door de gevel wit te schilderen en zo ontstond het witte stadje.

De abdijkerk is weer een ander verhaal. Aan het einde van de 10e eeuw werd hier een klooster gesticht volgens de regel van de heilige Benedictus. Dit groeide uit tot een stichting voor (aantoonbaar!) hoog adelijke dames en dat wordt dan een stift genoemd. Het werd ook bestuurd door een vrouw. En niet alleen het stadje, maar ook een groot gebied eromheen. Je kunt je voorstellen dat deze middeleeuwse jonge, maagdelijke dolle-Mina’s als een magneet op elke ridder in de omtrek werkten. Het staatje had wel sterke banden met Duitsland, maar toch was het een soort van Liechtenstein. Dat ging goed tot begin 1800, als de Fransen komen. Die maken er korte metten mee en een hoop gebouwen van de abdij worden gesloopt. 


Later wordt dit door Cuijpers (die we straks ook in Roermond tegen komen) weer gerestaureerd in neogotische stijl. Maar van het interieur bleef hij af. Dat bleef een bombastische barokke versiering.

Maar waar ik met name voor kom is de mummie. Die ligt rechts achterin de kerk in een crypte. Lange tijd dacht men dat dit om de 18e eeuwse monnik Quanjel (alleen de naam al) ging, maar het blijkt een pijprokende, corpulente meneer uit de 17e eeuw te zijn. Later werd hij een actief lid van de weight-watchers want hij zit nu wat ruimer in zijn vel. Maar lang zo ruim niet als de gratenbaal die ernaast ligt.

En tot mijn verrassing ligt er nog een fraai relikwie. Ze hebben hier namelijk <tromgeroffel> de arm van St. Benedictus (maar niet heus) in een mooi kokertje liggen. Dat is extra smullen vandaag.

Verder is hier nog veel meer te zien, maar dan moet je maar een keertje zelf langs gaan. Wij hebben het geluk dat we binnen naar de film over de abdij zitten te kijken terwijl het even met bakken uit de lucht komt. Zijn al die kerken, heiligen en relikwieën toch nog ergens goed voor.


We volgen de komende tijd de Maas en hij brengt ons eerst in Roermond en daar komen we in een gekkenhuis terecht. Niet alleen is er de hele dag een soort loopfestijn, er is ook nog een of andere markt die alles in de stad shock-en-klem zet. 


Met moeite weten we ons een weg te banen naar de Munsterkerk waar de goddelozen, gedreven door het weer, het plein hebben veranderd in één groot verleidelijk terras. Het kost veel moeite maar we gaan toch voor de kerk. Het blijkt dat Pierre Cuijpers, die meer dan 80 kerken verbouwde, ook hier heeft huisgehouden met zijn neogotiek. Toch doet deze kerk wat saai aan, na de kerk van Thorn, ondanks het kleurige praalgraf van graaf Gerard van Gelre en zijn vrouw Margareta van Brabant.


In Roermond was ook een Karthuis klooster en daar gaan we naar op zoek. Zo’n klooster bestond uit een aantal individuele monnikenhuisjes die door een kruisgang met elkaar verbonden waren en een paar gemeenschappelijke ruimten hadden. Een soort van studentenflat, zeg maar. Alleen mochten ze hier niet praten.

Ik had verwacht dat er nog wat van het klooster zou staan, maar we vinden alleen een groot grasveld, omgeven door nieuwbouw flats. Tot overmaat van ramp, worden we ook nog weggestuurd want het park sluit om vier uur. Blijkbaar heb ik mijn huiswerk niet goed gedaan want ergens blijkt nog de schedel van Dionysius te liggen en is er een mooie muurschildering, die we niet zien. Gemiste kans.


Dan maar door naar Kessel. We worden achtervolgd door een tweede bui die wat begint de sputteren als we net op de pont over de Maas zitten. En voor hij echt los kan barsten vinden we een overdekt terras waar we deze bedevaartsdag afsluiten met een gewijd water.

ps-kaart-4.jpg

Zaterdag 21 april: Oirschot – Asten (Heusden) (98 km)

Vandaag wordt een lange dag. Omdat ik geen overnachting kon vinden bij het geplande eindpunt moest ik steeds verder van de route afwijken en dat betekent meer kilometers. Maar het gaat zoals het gaat en als we steeds de trappers naar beneden blijven duwen, dan komen we er vanzelf. We worden in elk geval gewekt door een koor van vogels ondanks het wat mistige landschap. En het is een fijn ontbijt van yoghurt en fruit. Net als de zon wat meer door begint te breken stappen we op de fiets.

Onze eerste stop is Oirschot. In de 15e en 16e eeuw kende Oirschot een bloeiperiode en toen zijn ook het raadhuis en de St. Petruskerk gebouwd. Ik sta een beetje raar te kijken want het komt me zo bekend voor. Als ik even teruggraaf in de archieven blijkt dat we hier bij de Ronde van Nederland én bij de 10-provinciën-route ook overnacht hebben.  Evengoed blijft het een mooi stadje.

Daarna zitten we (maar niet zoals op de foto…) tijden langs het Wilhelminakanaal terwijl we Best en Son en Breugel passeren. Via Lieshout en Laarbeek gaan we wat meer richting het noorden om bij de Spijkerkapel, alias de Maria Magdalenekapel alias het Essinks Kapelleke komen. 


Het is de enige kapel in Nederland die aan Maria Magdalena gewijd is. Voor de onzaligen onder ons; dit is niet de moeder van Jezus. Van de kapel wordt verteld dat hij helende krachten heeft. Mits je spijkers offert… ja, je leest het goed. Heb je nog ergens wat roestig spijkergoed liggen, neem het mee, sla het hier in een boom en je bent verlost van zweren, puisten en huiduitslag. Je moet wel de weg heen en terug zwijgend afleggen. Voor sommige mensen zal dit een uitdaging zijn.

De spijkers slaan (pun intended) natuurlijk op de spijkers waarmee Christus aan het kruis gespijkerd zat. Daar is overigens nog een aardige legende van. Overal kom je drie spijkers (beide handen elk en voeten een) tegen maar het waren er eigenlijk vier. De laatste zou zijn hart moeten doorboren maar de zigeuners hebben die gestolen waardoor het lijden werd verzacht (of de oud ijzer prijs was erg gunstig). Tot 1980 kwamen er daarom veel zigeuners hier ter bedevaart.

Vanaf de Spijkerkapel is het maar een klein stukje naar het dorp Handel. Ook hier staat weer een gigantische rooms-katholieke kerk maar interessanter is het processiepark erachter. In het lommerrijke park heerst een serene rust. Je kunt er de kruisweg in beeld vinden en een rozenkransweg waar, door beelden, de geheimen van de rozenkrans worden ontsluierd. Klinkt als een spannende detective, maar het is echt de moeite waard om daar te kijken, ondanks dat de beelden wat vervallen aandoen omdat ze door weer en wind geteisterd zijn. 


Daarnaast is er een openluchtkerk en een heilige bron waarvan ik het water meteen op al mijn kwalen smeer. Baat het niet… en we merken dat het een heerlijke lunch-plek is.

Nu moeten we eerst weer een behoorlijk stuk fietsen naar Venray. Het zijn lange rechte wegen hier. Er is gelukkig weinig wind en veel zon. Het landschap is afwisselend genoeg zodat het niet saai wordt. En de kilometers moeten toch gemaakt worden.


In Venray gaan we op zoek naar het Odapark. Tussen veel bomen is een prachtige collectie beeldhouwkunst te zien. Het leuke is dat ze niet perse een eeuwigheidswaarde hoeven hebben. 


Ik citeer Rik zaal; ‘Het materiaal is vaak onderhevig aan verval. Het gaat niet om de eeuwigheid maar om de context van de eigen tijd…De totaliteit van natuur en kunst die, net als de wereld zelf, blijft veranderen.’Je ziet ook dat sommige beelden in verval zijn. Maar goed, die worden straks weer vervangen door nieuwe exemplaren met een tijdelijk leven.

Omdat het zo’n lange dag zou worden hebben we getwijfeld of we de Mariapeel over moesten slaan of niet. Maar het fietsen gaat lekker en daarom trekken we zuidwaarts naar dit natuurgebied. En we krijgen er geen spijt van. Er is even een uitdaging aan het begin, maar daar trekken we ons niets van aan.

Het is weer een uniek natuurgebied dat een beetje apocalyptisch, unheimisch en surrealistisch aandoet. Uitdijend veenmos verstikte de boomwortels van berken die daardoor het loodje legden. De stronken zakten vaak in het veen en fossiliseerden. Als een turfsteker op zo’n ‘peelpuist’ stuitte, dan werd hij daar niet blij van. Ondanks dat het veenmos maar 1 millimeter per jaar groeit, was het toch teveel voor de bomen. Het veen is veel afgegraven maar nu proberen ze dit natuurgebied weer in evenwicht te krijgen door het veenmos te laten groeien waardoor er weer hoogveen ontstaat. Wij genieten van de serene rust en de prachtige beelden die het biedt. Ook dit is weer een aanrader om te bezoeken.

Inmiddels loopt het al tegen vijven. In Helenaveen vinden we een terras in de zon. Ze serveren prima gemarineerde spare-ribs en voor Mevr. van der Veeke een portie asperges. En dat komt ons wel goed uit want we zitten weer in een soort van tuinhuisje op het platteland. 

Tegen half acht komen we daar aan met een persoonlijke ontvangst. Het huisje blijkt nog mooier en ruimer te zijn dan gisteren. En uiteindelijk zijn we blij dat het zo’n lange dag was, want nu konden we er extra van genieten.


ps-kaart-3

Vrijdag 20 april: Uden – Oirschot (71 km)

Bij het ontbijt hebben we vers gebakken brood dat onze gastvrouw voor ons gemaakt heeft. Het ligt dampend op mijn bord en met een plak kaas erop smaakt het heerlijk. Tegen negen uur stappen we op de fiets. Het belooft weer een zonovergoten dag te te worden. Helemaal goed.

Onze eerste stop is een begraafplaats in Veghel. Het is gelegen bij een enorm katholiek complex dat een klooster, kerk en kapel omvat. Toevallig zie ik dat de kapel nu een moskee is geworden. Maar goed, het gaat ons om de begraafplaats waar iemand een grafkelder met een berg erop gemaakt heeft. Erop staat natuurlijk een kruisbeeld en wat side-kicks. Maar eronder is een nis met een hek en daarachter het vagevuur en een horde lijdende mensen. Het is er niet gezellig en je kunt je maar beter goed gedragen als je daar niet terecht wilt komen.

Met de hitte van dat vagevuur besluit ik mijn pijpen af te ritsen en mijn jasje uit de doen. De temperaturen gaan vandaag zeker hels worden.

We gaan weer een kilometer of tien verder naar kasteel Heeswijk. Het is uit de 11e eeuw, maar er is flink aan gesleuteld en bijgebouwd. En dan met name door de jonkers Louis en Alberic. Tegenwoordig zouden we ze ‘hoarders’ noemen, want ze verzamelden alles wat los en vast zat. Als er te weinig ruimte was bouwden ze er gewoon wat bij. En als dat niet genoeg was, schroefden ze gewoon de verzameling porselein aan het plafond. ‘Omdenken’ noemen we zoiets. In hun testament proberen ze nog het een en ander af te dwingen maar de erfgenamen zijn er wel klaar mee en verkopen alles. Tegenwoordig hebben ze weer wat van de originele verzameling hersteld en de collectie kan bezocht worden. Helaas niet op de dag dat wij er zijn. Dit is een van de dagen dat het kasteel beschikbaar is voor trouwerijen. Er is er een bezig, maar we mogen toch even door de poort kijken.

Hierna is het een langer stuk naar Den Bosch. Volgens Rik Zaal is de kathedraal (St. Jan) de meest flamboyant gotische kerk van Nederland. Aan de buitenkant is alles versierd wat versierd kan worden. Binnen is hij wat soberder, wat ik ook wel weer mee vind vallen. Er is nog steeds genoeg te zien. Een apart geval is de Mariakapel. Ik kon er niet zo in lopen, want dat vinden ze wat storend, maar het is een regelrechte wondermachine. Alleen al in het jaar 1383 vonden er 286 plaats. Kun je nagaan hoeveel het er nu wel niet zijn. Wij hebben op het moment geen wonder nodig, dus we verlaten de kerk zonder te bidden.

Het volgende wat op het programma staat is de ‘Tempel van Empel‘. Als ik de beschrijving nog eens doorlees, krijg ik het sterke vermoeden dat er gewoon niets is. Ooit was het een klein heiligdom, gewijd aan de Bataafse oppergod Herculis Magasanus. Vermoeden ze. Want ze hebben er wat Romeins afval gevonden. Maar er staat nu niets meer en het is gedegradeerd tot een grasveldje in een nieuwbouwwijk. Ik kijk even op streetview en het is inderdaad een grasveldje naast een bouwput. Daar willen we niet 15 kilometer voor omrijden. Temeer omdat het fietsen me vandaag zwaar afgaat. Of het door de warmte komt of de slopers in mijn lichaam, ik krijg de trappers nauwelijks rond. Maar ik mag niet zeuren, we hebben verderop wat geboekt, dus we moeten wel verder.

In Helvoirt doen we boodschappen. We zitten vanavond in een tuinhuisje in een natuurgebied dus we moeten zelf wat te eten meenemen. Het wordt een maaltijdsalade.

Gelukkig is het prachtig fietsen. We gaan door het natuurgebied Kampina, met vennetjes bos en heide. Het is ook een stiltegebied, maar daar trekken de vogels zich niets van aan. Wij vinden het er mooi en ik fleur weer wat op.

Hierna hebben we nog één attractie op het programma. Iets boven Oirschot ligt het natuurgebied de Mortelen. Een landschap van weitjes, walletjes een bomenrijen. Sommigen zouden zeggen een coulissenlandschap maar hier zeggen ze een kamertjeslandschap. En dat klopt helemaal.

Per geluk passeren we een soort van kroeg-boerderij. Ze tappen een heerlijke Grimbergen dubbel en met een portie hapjes erbij wordt ik weer helemaal het heertje. Ik kan wel zeggen dat het een medicinale werking op mij heeft. 


Daarna is het nog een paar kilometer naar ons overnachtingsadres. Ze hebben een heel huisje voor ons en in de koelkast staan nog wat bier-wezen waar ik me over ontferm op het aanpalende terras. Het was weer een perfecte dag met goede afloop.

ps-kaart-2

Donderdag 19 april: Nijmegen – Uden (62 km)

Tegen half elf stappen we op de fiets in Noord-Nijmegen (Lent). Ondanks dat we vroeg vertrokken heeft het even geduurd door de files en ongelukken (niet van ons). En bij de eerste meters voelt het fietsen weer heerlijk. Dat komt natuurlijk ook door het prachtige weer. Meestal zit het tegen, maar soms zit het mee en dat is de komende dagen. Fietsten we vorige jaar in de mei vakantie nog in hagel en regen, nu gaat de temperatuur de 28 graden halen.

We volgens eerst een tijd de noord-oever van de Waal en daar hebben we mooi zicht op ‘de Oversteek‘. Deze stadsbrug is in 2013 gebouwd voor 140 miljoen euro. De architecten kregen alle vrijheid en het is een mooie brug geworden. Het is de grootste enkele boogbrug van Europa. Eén boog spaart materiaal uit en is minder verven. Iets waar ik nooit bij stil heb gestaan is dat een brug het waterpeil verhoogd. Die mocht hier maar één millimeter worden, dus de pijlers worden gestroomlijnd. De naam van de brug verwijst naar de waaloversteek die in 1944, tijdens de oorlog, plaats vond. Ter nagedachtenis hieraan zijn er 48 paar lichtmasten op de brug geplaatst die in het tempo van de opmars van zuid naar noord oplichten. Helaas zien wij dat niet. Daar schijnt de zon te hard voor.

Wij fietsen verder langs de Waal en steken hem bij Ewijk over. Anders komen we hier altijd met de auto langs, nu een keer op de fiets. 


Via Winssen en Deest meanderen we naar Appeltern waar we met de pont over de Maas gaan. 

Dat brengt ons in Megen, een prachtig oud dorpje aan de Maas. Wij komen specifiek voor de Gevangenentoren, een laatste restant van de 14e eeuwse stadswallen.  Criminelen zaten hier hun tijd uit voor verhoor, veroordeling en executie. En dat ging niet zachtzinnig. Bekend is dat in 1805 de smid nog 6 gulden betaald kreeg voor het maken van  vier duimschroeven. Dat roept twee vragen bij me op; best een hoog bedrag, dus die dingen zullen wel lastig zijn om te maken. En waarom vier? Of zouden ze aan duo-marteling doen? Afijn, nu is het de woonstee van een ooievaar die er een enorm nest bovenop gemaakt heeft.

Vanuit Megen gaan we zuidwaarts naar Uden. De temperatuur voelt inmiddels tropisch en het is tijd voor wat ‘bosbaden’. Natuurlijk doen wij ook aan deze nieuwe trend mee om het bos binnen te laten komen door alle zintuigen. De bossen worden slechts onderbroken door Berghem, wat we best een grote plaats vinden.


In Uden gaan we op zoek naar het museum voor religieuze kunst. Deze zit in de abdij Maria Refugie, waar de nonnen zich nog afsluiten achter dikke tralies. De tentoonstelling is erg ruim opgezet waardoor er niet zoveel te zien is. Wat me opvalt is dat Jezus in beelden altijd als een sexloze Barbie wordt weergegeven. En dat de meeste heiligen hun handen en voeten zijn kwijtgeraakt in de afgelopen eeuwen. Maar waar ik het meest van geniet is het abdijbiertje en de kindertentoonstelling die heel veel informatie over (ook andere) religies geeft en een paar kwisjes heeft die best moeilijk zijn.

We overnachten bij twee bejaarde Vrienden op de Fiets in het centrum. Soms vraag je je af waarom mensen dit doen, maar hier gaat het hun duidelijk om de gezelligheid en aanspraak. We kunnen niet te lang blijven zitten want we hebben een eet-afspraak met tante Liny, een zus van mijn vader. Bij terugkomst maken we het goed en drinken nog een glaasje met hun. Niet te lang want zo’n eerste dag fietsen is een aanslag op het lichaam en we verlangen naar het bed.

ps-kaart-1

Eindelijk weer!

Dit jaar zijn we best wel laat met het op de fiets stappen. Door allerlei oorzaken is het niet gelukt dit eerder te doen. Ik heb inmiddels geleerd dat ‘het gaat zoals het gaat’ en dat het geen zin heeft om spijt te hebben van gemaakte keuzes. Je hebt immers toen die keus gemaakt op basis van de kennis die voorhanden was en het leek toen de beste keus te zijn. Dus allemaal water onder de brug…

Afijn, inmiddels is het wel zover. Komende donderdag stappen we dus wel op de fiets voor een rondje door Gelderland, Brabant en limbo-land. Het is dan nog geen mei-vakantie maar door de andere vakantieplannen van Mevr. van der Veeke heb ik wat moeten schuiven, schikken, passen en meten om toch nog een leuk rondje eruit te persen. Hieronder zie je de route. We starten in Nijmegen en gaan linksom.

Ik heb me weer laten inspireren door het boekje van Rik Zaal en Natuurmonumenten. En ook een boek met de naam ‘Onverwacht dichtbij’ heeft bijgedragen aan de locaties (blauwe vlaggetjes) die we gaan bezoeken. Het is weer een bond palet geworden van steden, musea, natuurgebieden en hier en daar een mummie of een kabouterboom. Je ziet het wel langs komen, want ik probeer weer elke dag een stukje hierover te plaatsen.

Een onverwachte bonus is het feit (ik hoop dat hij dit leest) dat Gert gekluisterd zit in een bejaardentehuis. Hij is herstellende van een dubbele onderbeenbreuk en kan even geen kant op. Ik hoop dan ook dat hij uit verveling onze bezochte locaties gaat aanvullen met bij elkaar gegooglede extra informatie al is het alleen maar om mij terecht te wijzen op fake-nieuws. 

Het weer ziet er goed uit. Maar ondanks dit gaan we niet kamperen maar overnachten we bij Vrienden op de Fiets. Het was deze keer een crime om plekken te vinden maar ik heb toch doorgezet omdat broeder Griep, Zuster Verkoudheid en neef Keelpijn in strijd zijn om controle te krijgen over mijn lichaam. Ik weet nog niet wie er wint. Tot die tijd stappen we gewoon donderdagochtend op de fiets en hoop ik je donderdagavond de eerste blog te kunnen sturen. Tot dan.

 

De best verborgen schatten van Nederland (9)

Dinsdag 5 mei : Leiden – Dordrecht (81 km)

Volgens de weerberichten ligt er een ‘onstuimige dag’ voor ons. Nu ben ik zelf meer van de onstuimige nachten, maar je hebt het niet altijd voor het kiezen.

We slapen in een soort van kas en de regen heeft afgelopen nacht veel op het dak getrommeld. Doet een beetje aan kamperen denken en hierdoor hebben we uitstekend geslapen. Ondanks de ADHD haan die naast ons hutje huist. Daar moeten ze een ‘uit-knop’ op maken. Voorlopig schijnt nu de zon en gaan we zelfs buiten ontbijten. 

Mevrouw L. wil ons duidelijk maken hoe het hier tijdens het Leidens ontzet was. Toen hadden ze alleen brood en haring. Ons ontbijt bestaat uit alleen brood en kaas. En wat jam. Een beetje karig. We hebben haar overigens sinds de aankomst gisteren niet meer gezien.

Voorlopig bestaat de onstuimigheid uit een harde wind tegen. Zeker windkracht zes. Vandaag gaan we naar het zuidelijkste punt in de route. Vanaf morgen hebben we wind mee. Als hij tenminste niet draait. Er is veel bebouwing hier en er is altijd wel een stad, dorp, weg of spoorlijn in het zicht. Dat geeft soms een beetje luwte. En er zijn ook veel mooie fietspaden langs het water. Eigenlijk ligt alles hier langs het water. Met de zon op het fluitenkruid en koolzaad is het prachtig fietsen. Zo rijden we Delft binnen.


Volgens Rik Zaal is het stratenplan van Delft overzichtelijk: ‘Een stratenplan gebaseerd op de Oude Delft en de Nieuwe Delft, twee grachten die parallel aan elkaar van noord naar zuid lopen.’ Ook zegt hij ‘…onontkoombaar prachtige stad…mooie straten, grachten en pleinen…niet één lelijk huis‘. En het is allemaal waar. Wij vergapen ons met name aan de gebouwen en kerken op de Markt. De nieuwe kerk is bekend van de grafkelder van de Oranjes. Veel toeristen komen hier naar kijken en het is dan ook vergeven van de buitenlanders. Saskia kijkt liever naar de winkeltjes met Delfts blauw. Ik zoek voor de verandering eens een terras op want ik lust onderhand wel een keertje appeltaart met slagroom. Begeleid door het Carillon (dat niet van ophouden weet, ik verdenk de toeristen ervan dat ze er steeds geld in gooien) werken we dat naar binnen in een aangenaam zonnetje.


Helaas is dat van korte duur. Nog voor we Delft uit zijn, komt er een hoosbui van Bijbelse proporties die gelijk alle onstuimigheid van de dag voor zijn rekening neem. Op een industrie terrein schuilen we onder een inham van de deur omringd door donder en bliksem. Hier kunnen we niet de hele dag blijven staan, dus met regenpak aan gaan we door naar Rotterdam.  Onderweg gaat de harde regen over in nog hardere regen en we schieten even een open garage in. Het voordeel van de harde wind is, dat het ook zo weer over is.


In Rotterdam stappen we over op een cruise. En de fietsen mogen ook mee. En dat allemaal voor nog geen €2,50. Een deel van het openbaar vervoer wordt door waterbussen ingevuld waar we gewoon met de ov-kaart mee kunnen reizen. Deze brengt ons van de Erasmus brug, over de Nieuwe-Maas naar Kinderdijk. En best snel. Op de GPS zie ik dat hij snelheden van bijna 40 km/uur haalt.


Rik Zaal zegt over Kinderdijk het volgende: ‘het is een zo ongelofelijk gezicht, die 19 stevige, wat lompe Hollandse bovenkruiers daar aan weerskanten van het boezemkanaal, dat de molens van Kinderdijk tot de typisch Hollandse toeristische attracties behoren die iedere buitenlander gezien wil hebben. En ook voor niet snobistische Nederlanders…’. Wij zijn geen snobs, dus natuurlijk willen wij ze ook zien.


Het begint al goed met twee toerbussen die shock-en-klem zitten bij de ingang. Daarnaast staat er inmiddels zo’n harde wind dat het voor de zak-Japanners en Chinezen gevaarlijk is. Zij mogen alleen de dijk op, verzwaard met zandzakken zodat ze niet opstijgen.


De 18e eeuwse molens zijn een prachtig schouwspel. In basis gelijk aan elkaar maar omdat ze door verschillende aannemers gebouwd zijn, zijn er kleine verschillen. Op deze plek zijn alle technologieën van waterbeheer vanaf de middeleeuwen bij elkaar te zien. Leuk detail is overigens dat Kinderdijk de eerste Nederlandse plaats was met een elektriciteitsvoorziening (1886).

Over de herkomst van de naam Kinderdijk verschillen de meningen. Oorspronkelijk heette het Elshout. Je mag kiezen uit een van de volgende legendes:
– Vernoemd na het aanspoelen van een wiegje tijdens de St. Elisabeths vloed.
– de dijk is met kinderarbeid aangelegd.
– ene Jan met heel veel kinderen heeft er gewoond.
– de dijk was laag ten opzichte de andere dijken, een kinder-dijk dus.

Wij fietsen de hele dijk af, laverend tussen de toeristen door. Daarna via Alblasserdam en Hendrik-Ido-Ambacht (wie verzint dit soort namen?) en over de Brug-over-de-Noord  naar Dordrecht. Die brug was nog even een hindernis. De wind stond er vol op. Het voelde als een steile helling in Engeland.

In Dordrecht heb ik als kind een jaar of vijf gewoond. Het bijzondere is dat het voelde als thuiskomen. Ik heb er niet heel veel herinneringen meer aan en het is ontzettend veranderd maar het gevoel blijft. 


Rik Zaal noemt Dordrecht wat suf. Maar wel met de prachtige Wolvershaven met ‘…uitsluitend goedgelukte bouwkunst uit vele eeuwen‘. Als kind heb ik hier veel gespeeld zonder dat ik me hier van bewust was. Nu kan ik er wel van genieten. Ook de ijzeren Damiatebrug is een plaatje. Deze brengt ons naar het Groothoofd. Hier houdt de stad op en heb je uitzicht op de oude Maas, de beneden-Merwede en de Noord. Hier kun je eindeloos kijken naar alle schepen die langs komen.


Toch wint de dorst het van het kijkgenot. In de stad is het gezellig vanwege de Bevrijdingsdag festivals. Op een terrasje in de zon kunnen we ook hier eindeloos naar kijken. Maar meneer N. wacht op ons dus op een gegeven moment staan we toch weer op. Wel met lichte tegenzin.

Onze kamer is een voormalige kinderkamer van een man alleen waarvan de kinderen het huis uit zijn. Bedenk hier zelf maar wat bij. Dat is het leuke van Vrienden op de Fiets. We douchen en daarna eten we bij de lokale hipster tent ‘Khotinsky’. Ze serveren een heerlijke prak, die er wel ingaat na een uitputtende dag. Terug bij meneer N. maken we nog een praatje. Hij is ook fervent fietser dus we hebben genoeg stof voor discussie. Maar lang houden we dit niet vol. We liggen er vroeg in.

kaart-7

De best verborgen schatten van Nederland (8)

Maandag 4 mei : IJmuiden – Leiden (83 km)

Mevrouw van B. zorgt goed voor ons. Vers fruit, vers geperste sinaasappelsap en warme broodjes. Voor onderweg geeft ze ook nog wat mee. ‘Dat kunnen jullie wel gebruiken’ roept ze. Fijn adres hier in IJmuiden. Het weer ziet er ook een stuk beter uit dan gisteren. Aangename temperatuur en geen water van boven. Het belooft een mooie dag te worden.

We gaan eerst naar begraafplaats Westerveld bij Driehuis. Dit ligt tegen IJmuiden aan. Volgens Rik Zaal ‘een prachtig kerkhof, door tuinarchitect L. Zocher in 1888 in de duinen aangelegd‘. Bijzonder voor die tijd was dat het een begraafplaats voor alle gezindten was. Iets wat nu normaal is. 

Blonken de graven in Marken uit in soberheid, hier kan het niet  gek genoeg. Omdat het op een heuvel ligt, konden er complete portalen uitgegraven worden. Alleen het huisnummer en de bel ontbreken. Ook op andere manieren werd aangegeven dat je geld hebt en dat je dat graag wilt laten zien.


Ook is hier in 1913 het eerste crematorium van Nederland gebouwd. Toen was cremeren nog verboden, het werd gedoogd. Eigenlijk kon je pas legaal verbrand worden in Nederland in 1955. En als het dan toch niet mag laten we er dan ook maar een mooi gebouw voor neerzetten. Het is een soort van raket geworden zodat de zielen zo gelanceerd konden worden.

Om al die as te kunnen stallen werd een columbarium aangelegd door Bouwmeester Dudok. Als we binnenkomen rijden we daar meteen in. Mooi vind ik dat er voor uniforme urnen is gekozen. Het lijkt daardoor wel een veld met kabouters.

Hierna maken we een uitstapje naar Zaandam. Er staat een harde wind die we nu nog deels mee en van opzij hebben. Met de pont steken we het Noordzeekanaal over. Een tochtje dat goed bevalt. Die zou ik nog wel een keer willen doen.

Soeters in Zaandam is een verhaal apart. Het centrum daar leek nog het meest op Grozny tijdens het hoogtepunt van de oorlog. ‘Je wilt er nog niet dood gevonden worden’ volgens wethouder Luiten. Toen ook nog de voedselindustrie als grootste werkverschaffer verdween leek de stad gedoemd. Totdat Soeters kwam, zag en overwon. Met Zaanse huisjes. Sommigen vinden het wat over-the-top met al die Zaanse identiteit. Maar hoe je het ook wendt of keert, het is een blikvanger worden. Daarnaast is de winkelstraat ‘inverdan’ (verspringende rooilijn) aangelegd. Voeg wat loopbruggen en watertjes toe en je hebt een neo-traditioneel geheel. Wij vinden het in elk geval prachtig.

We fietsen daarna eerst hetzelfde stuk terug en nemen voor de tweede keer de pont over het Noordzee kanaal. Dit is overigens niet zonder gevaar. In de instructies lees ik wat ik moet doen bij brand, ontploffing, lek raken, man/vrouw overboord en aanvaring.

Daarna gaan we zuidwaarts. Nu pal tegen de wind in. We laten daarbij Haarlem grotendeels links liggen. Het is wel fijn om lekker door de velden te fietsen in plaats van de stad. De extra wind nemen we op de koop toe. Het valt ons op dat hier overal drukte en lawaai is. Er is altijd wel een snelweg of spoorlijn in het zicht. En als je die niet hoort, dan zijn het wel de vliegtuigen die over vliegen. Overal zijn mensen en overal zijn huizen. Wat hebben we het in Groningen dan lekker rustig.

Het fort bij de Liebrug is er ook een van de Amsterdams stelling. Er zitten nu allerlei bedrijfjes in en een wijnhandelaar.

Iets verderop belanden we midden in een vergadering van reigers. Hierbij is het belangrijkste punt op de agenda; ‘hoe krijgen we meer vis’. Er wordt heftig over gediscussieerd maar een echt plan van aanpak komt er niet. Ik heb niet het idee dat ik kan bijdragen, dus we gaan door.


Het gemaal de Cruquius is de verrassing van de dag. Het ligt in het gelijknamige dorp, waarbij het dorp vernoemd is naar het gemaal. Hoe komt het aan zo’n naam? Het is vernoemd naar zijn schepper Nicolaus Samuelis Cruquius (die overigens gewoon geboren is als Nikolaas Kruik, maar dat klinkt nergens naar). Rik Zaal noemt het ‘…neogotisch fabrieksachtig gebouw met kantelen…’ En een ‘…bouwwerk dat rond is als een middeleeuwse donjon’. Voor ons ziet het eruit als een kasteel met reusachtige draaimolen aan de buitenkant.

Binnenin huist een stoommachine met de grootste cilinder van de wereld. Het is nog een tijdje spannend geweest of hij er wel zou komen. Want de voorstanders van de windmolens hadden niets met dit nieuwerwetse gedoe. Uiteindelijk heeft onze toenmalige koning Willem I de strijd beslecht door voor de vooruitgang te kiezen.

We kunnen met onze museum jaarkaart erin en worden opgevangen door een kleefbejaarde. We hebben het eerst niet door maar hij blijkt onze persoonlijke gids te zijn. Hij is wat teleurgesteld dat we de film niet willen zien omdat we niet heel veel tijd hebben. Maar hij pareert deze aanval goed door ons een demonstratie van het apparaat aan te bieden. Dat willen we wel. Als hij eenmaal opgewarmd is, valt hij niet meer te stuiten. Een bevlogen mens die ons gepassioneerd vertelt over zijn hobby. We leren dat het gemaal een van drie was die het Haarlemmermeer heeft leeggepompt. Het is een Engelse machine die met vijf slagen per minuut bij elke slag 64.000 liter water oppompte. Van 1849 tot 1933 in bedrijf geweest. Daarna vervallen en gered van de sloop door ingenieurs die het historisch belang van de machine inzagen. De restauratie duurt twintig jaar, maar dan heb je ook wat. Onze prins Pils heeft hem weer geopend in 2002. En nu zien wij hem ook in werking. Indrukwekkend is het juiste woord hiervoor. Je voelt je klein als de machtige zuiger op en neer gaat en je ziet buiten de enorme hoeveelheid water die opgepompt wordt. Prachtig om te zien en echt een aanrader. Neem dan wel wat meer tijd. Het is het waard.

Hierna is het lijden om in Leiden te komen. (Eigenlijk niet echt, maar het was zo mooi om het op te kunnen schrijven.) een lang stuk tegen de wind in en tussen de bebouwing door. We hebben gelukkig wat luwte van de nieuwe aanplant maar de directe nabijheid van snelwegen maakt het geen memorabele tocht. De zon maakt veel goed en al ploeterend bereiken we uiteindelijk Leiden. 

We zijn hier niet eerder geweest en concluderen dat het een mooie stad is met dezelfde gezelligheid als Groningen. Rik Zaal noemt specifiek de Leidse Burcht die we dan ook even opzoeken. Als je naar boven klimt, heb je een mooi uitzicht over de stad. Als we naar beneden gaan struikelen we opeens over een terras en vallen pardoes op een lounge bank. Voordat we op kunnen staan is er al een ober en de bestelling is onvermijdelijk. Dat de bank in de zon staat maakt het dragelijk. 

Daarna kijken we nog wat verder rond en specifiek bij de Hooglandse kerkgracht, die Rik Zaal ook noemt. Ze hebben de gracht gedempt en er een soort van Ramblas van gemaakt. Ik denk dat niemand dit weet want er is niets te doen.


Snel doen we boodschappen want we worden rond zes uur bij onze vriend op de fiets verwacht. mevrouw T. Is een zakelijk tiep. Ze heeft een mooi huisje voor ons maar verder zit er weinig kraak en smaak aan. Gelukkig hebben we die zelf meegenomen. We borrelen eerst buiten en zelfs de maaltijd kunnen we nog in de buitenlucht nuttigen. Een waardige afsluiting voor een zonnige en interessante dag.


kaart-6