Vrijdag 11 augustus: Van Frossay naar Nantes

The true fruit of travel is perhaps the feeling of being nearly everywhere at home.
Freya Stark

kaart-11-8

Vandaag is nog een klein stukje naar Nantes. Dat hebben we bewust zo gedaan zodat we tijdens de middag nog tijd hebben om in de stad te kijken. Ik heb daarom ook een hotel geboekt in het centrum in plaats van de camping ter noorden van de stad. En deze keer was het hotel niet duur.

We volgen eerst nog een tijd lang het kanaal. De route naar Nantes blijkt te lopen via de zuid-oever van de Loire. En deze blijft heel lang landelijk en rustig. Pas als we Nantes echt naderen, komen we in de bebouwing.

Nantes is de zesde grote stad van Frankrijk met 300.000 inwoners. En dat is van afstand te zien. Wij steken eerst over naar Ille de Nantes waar ook de Machines de l’Ill te zien zijn. Een combinatie van de tekeningen van Leonardo da Vinci en de fantasie van Jules Verne. Het meest bekend is de olifant, en we vallen met de neus in de boter, want hij komt net langs. Een fantastische machine. 

Het is een ontdek-park voor kinderen en ook de draaimolen is een bezienswaardigheid op zich.

In de stad zijn een paar dingen die we willen bekijken. We komen als eerste bij de luxe Passage Pommeraye. Een shopping-mall die ze gewoon erg mooi en luxe hebben gemaakt.

Daarna gaan we richting het kasteel en de kathedraal. Daarbij komen we langs Place Royale, die inderdaad zeer royaal is opgezet. Het valt ons op dat Nantes er erg mooi uitziet. Er staat weinig in de steigers en de gebouwen zijn allemaal goed onderhouden. Het is sowieso een verademing dat een deel van het centrum autovrij is. Dat maakt het zoveel plezieriger.

Het Chateau des Ducs de Bretagne is gewoon open voor het publiek. Dit wil zeggen dat je gewoon op de binnenplaats en de kantelen kunt wandelen. Het chateau is gebouwd in de 9e of 10e eeuw, maar later steeds uitgebreid. Onder andere Blauwbaard heeft hier gevangen gezeten en ik kan me zo voorstellen dat er zo een prinses uit een van de ramen kan hangen.

Naast gebouwen bekijken, hebben we ook nog een missie. Het gas om te koken is bijna op en ook een van mijn weinige paar sokken is versleten. Voor beide vinden we een vervanging door even te Googlen en maps te gebruiken.

Daarna gaan we nog bij de kathedraal kijken. De bouw begon in de 14e eeuw maar pas in de 19e eeuw was hij af. Van de zijkanten is hij vrij sober, maar van voren is het een mooi schouwspel.


In de kerk is een mooie tombe van François de tweede. De allegorische figuren die zo’n graf versieren zijn altijd een genot om naar te kijken.

Hierna rest ons niets anders dan op een terrasje te gaan zitten en naar de mensen te kijken. We vinden Nantes een leuke stad om een tijdje te blijven. Bij slechter weer kun je ook nog een paar musea bezoeken. Tegen zes uur hebben we best honger maar omdat de Fransen zo laat eten, is er nog niets open. Voor straf nemen we nog een drankje.

Hiermee is de Velodysee afgesloten. Morgen beginnen we aan de Normandië-Bretagne route die ons in een kleine 800 kilometer tot vlak bij België moet brengen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 40,1 (totaal 915)
Aantal hoogtemeters: 235
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 893
Inter-Hotel Grand Hotel de Nantes (€ 56,40)

 

Donderdag 10 augustus: Van La Bernerie-en-Retz naar Frossay

Als je teveel tegenwind hebt, fiets je misschien de verkeerde kant op.

 kaart-10-8

Toen ik informatie zocht op internet kwam ik vooral Franse pagina’s tegen. En met Google Translate is het heel makkelijk om hier een vertaling van te krijgen. De pagina van la Bernerie-en-Retz gaf dit resultaat:

La Bernerie-en-Retz is bekend van de bouw van kutjes.

Nu kan het zijn omdat we vlak bij Pornic zitten, dat hij er dit van maakt maar het is wel verwarrend. Bij het terugvertalen van de pagina kwam ik erachter dat hij ‘chattes’ de ene keer vertaalt met ‘kutjes’, dan weer met ‘katten’ maar ook met ‘poezen’. Uiteindelijk gaat het om platbodems die ze in het moeras gebruiken waarbij het roer van achter naar voren gewisseld kan worden. Een beetje als onze treinen, zodat we voor en achteruit kunnen rijden/varen. We hopen er een te zien (de boot dan), maar ondanks dat we het hele dorp doorgaan, komen we er geen een tegen. Wel komen we een bakker tegen zodat we brood voor de dag kunnen inslaan.

Het is een gevarieerde dag vandaag waarin we veel te zien krijgen. Inmiddels zitten we in zuid-Bretagne en het gebied hier is bekend om zijn neo-megalithische overblijfselen. In andere woorden, hunebedden, menhirs en stenen cirkels. We komen er meteen twee tegen. 

De eerste is de Dolmen du Pre d’air. Hiervan resten alleen nog de stenen in een cirkelvormige figuur. 

Daarna komen we bij de Dolmen de la Joselerie. Je ziet meerdere kamers. Hij lijkt nog het meest op onze hunebedden en is behoorlijk goed behouden gebleven.

Er zijn nog veel meer ‘dolmen‘ in de omgeving maar we kiezen ervoor ze niet allemaal af te fietsen. In plaats daarvan gaan we door naar Pornic. Een naam die bij mij andere associaties oproept dan bij Mevr. van der Veeke. Hoe dan ook, de stad ligt er mooi bij als we via de haven naderen. Het is er wel druk, maar niet zo druk als in de zuidelijkere badplaatsen. Ik heb het idee, des te verder we naar het noorden komen, des te rustiger het wordt. In Pornic drinken we voor de verandering eens een kopje koffie op een terras. Dat kan lekker in de zon, want het weer is helemaal opgeklaard in de loop van de ochtend. We hebben alleen een straffe noordenwind tegen en dat is af en toe best ploeteren.

Laat nooit een stotteraar plaatsnamen bedenken want dan krijg je gevallen als dit; St. Michel Chef-Chef. Het is een leuk stadje waarvan je de kathedraal al van verre kunt zien, bovenop de berg. In de kerk is een mooi beeld van St. Micheal die de demon (soms is het een draak) doodt, en er zijn overal versierselen van schelpdieren.

Na St. Michel-Chef-Chef komen we nog een menhir tegen. Je weet wel, die dingen die Obelix altijd op zijn rug draagt. Het is een flinke jongen deze. 

We hebben het laatste stukje langs de Atlantische oceaan als we via St. Brevin-l’Ocean naar St. Brevin-les-Pins fietsen. Dit is ons noordelijkste puntje langs de kust van Frankrijk. Hier mondt ook de Loire uit in de oceaan. We kijken nog een keer uit over zee, samen met het serpent dat hier aan land is gekropen.


Dit is nog niet het einde van de Velodysee, want die loopt voor ons door tot Nantes, maar we nemen afscheid van de kust. De Velodysee is een groot Zandvoort aan Zee van 800 kilometer lang. We hebben genoten van de boulevards, het vakantiegevoel en de zee. Maar niet eerder zijn we zoveel drukte tegengekomen op de fietspaden, de stadjes en de campings. Een groot contrast met Noorwegen, van vorig jaar, wat erg rustig was, maar ook koud en nat.

Vanaf nu gaan we voornamelijk oostwaarts. En dat is fijn, want dan hebben we de wind niet steeds tegen. In het binnenland draait hij zelfs wat naar west zodat we hem soms mee hebben.

Paimboeuf verrast me. Ten eerste komen we daar een van de weinige vuurtorens tegen die niet aan zee staat. Deze is een meter of zeven hoog, doet het al sinds 1855 en heeft een bereik van 20 kilometer.

Maar in Paimboeuf wonen blijkbaar veel kunstenaars. Een gewone gevel is maar gewoon dus hij wordt hier opgeleukt. We zien verschillende uitvoeringen waarvan ik deze wel erg mooi vind.

Ook woont er een kunstenaar in het dorp die goed is met metaal. Daar weet hij leuke figuren van te maken. Je komt ze overal tegen.

Langs het Canal Maritime de-la Basse Loire is het nog een klein stukje naar Camping Municipal du Migron. Eindelijk weer een camping waar je niet op je knieën hoeft te liggen voor een plaatsje. Het is een camping uit mijn dromen. Groot grasveld met bomen. Veel ruimte. Een plek waar je droog aan picknick-tafels kunt koken. En een schappelijke prijs. Het is er allemaal.


Morgen gaan we door naar Nantes. Daar hopen we zo vroeg aan te komen dat we de stad nog kunnen bekijken. En dan is de Velodysee echt afgelopen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 67,0 (totaal 875)
Aantal hoogtemeters: 354
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 905
Camping Municipal La Migron (€8,=)

Woensdag 9 augustus: Van St. Jean-de-Monts naar La Bernerie-en-Retz

Pluviophile
(N) a lover of rain; Someone who finds joy and peace of mind during rainy days

kaart-09-8

Het heeft de hele nacht geregend. En ook ’s ochtends, als we opstaan, regent het ook. Wat dat betreft kon de hoteldag niet beter gekozen worden. We ontbijten op de kamer met ons standaard yoghurt/fruit ontbijt. Dit spaart weer €20 uit. Daarna gaan we op pad.

Op de boulevard zien we nog net de pier van St. Jean-de-Monts. Die hadden we gisteren even gemist.


Het is 13 graden en de stoffige paden zijn modderpaden geworden. Dit fietst wat zwaarder dan droge paden en de fiets ziet er na een tijdje niet meer uit.


Notre-Dame-des-Monts zien we alleen vanaf de zandpaden en we komen er niet aan de boulevard. Hier wordt in juli een groot vliegerfestival gehouden. Met de wind van vandaag zou dat prima kunnen. We doen er wel even boodschappen. Dit komt mooi uit want dan kunnen we meteen even schuilen voor de bui.

 

Vlak voor La Barre-des-Monts komen we een hoge uitkijktoren tegen. Daar klimmen we natuurlijk even op. Terwijl we dit doen worden we meerdere keren ingehaald door mensen die de trappen als training omhoog lopen. Het uitzicht valt wat tegen. Het zou zeker helpen om de bomen wat te toppen zodat je ook wat kunt zien.

We willen eigenlijk via het eiland Ille-de-Noirmoutier fietsen. Dit is ook de route, maar dat heeft wat plannings-uitdagingen. Je gaat dan via de Passage du Gois weer naar het vasteland. Maar deze weg is alleen, twee keer per dag, anderhalf uur voor, en anderhalf uur na eb berijdbaar. Vandaag is het om 00:44 (die hebben we dus al gemist) en om 13:00 uur eb. Het komt dus mooi uit dat we er rond kwart voor twaalf zijn.

Maar we moeten eerst nog het eiland op. Dit gaat via een hoge brug en ik kan me voorstellen dat dit bij veel wind lastig is. Je hebt in elk geval een mooi uitzicht naar alle kanten.


De passage is een unieke locatie en bijna Unesco erfgoed omdat hij twee keer per dag boven water komt. Je rijdt dan min of meer ruim vier kilometer over de bodem van de zee en om je heen zie je de drooggevallen delen. Overigens valt de uniekheid wel mee. In Engeland, bij St. Micheals Mount, is dit ook het geval. Door de regen is de lucht heel helder en het licht heel mooi.

Dit had heel prachtig kunnen zijn als het geen gekkenhuis met auto’s was geweest. Het is één lange file van auto’s van, naar en op de passage. Mensen parkeren lukraak her en der om het wad op te kunnen gaan. En de smalle weg wordt door auto’s, motoren, fietsers en wandelaars gebruikt. Dit was zoveel mooier geweest zonder al dat blik. Maar goed, de mensen in de auto’s zullen wel klagen over de fietsers. Je kunt het onderlopen van de passage hier live zien.

We zijn blij als we uit deze drukte zijn en fietsen door een heel rustige gebied met veel oesterkwekerijen en kleine haventjes. Het verschil tussen eb en vloed is hier enorm en dat zie je duidelijk in de havens.

Omdat we morgen het laatste stukje langs de kust fietsen en daarna het binnenland in gaan, willen we nog een keer vers uit de zee eten. In het haventje van Les Brochets komen we langs een authentiek restaurantje. Je kunt de oesters zelf uitkiezen als je wilt. Nu ben ik ik niet zo van een slok zeewater, dus ik ga veilig voor de mosselen en Mevr. van der Veeke kiest deze keer voor sardines.

Met de buik vol gaan we naar Les Moutiers-en-Retz. Naast een mooie kerk is er een lantaarn voor de doden. Dit is een metselwerk van variabele vorm met aan de bovenkant drie openingen. In de schemering wordt hierin een lamp gehesen ter herinnering aan de doden. Vandaag staat hij tussen de rommelmarkt maar is niet te koop.

In La Bernerie-en-Retz gaan we op zoek naar een camping. De eerste is een met vier-sterren. Die slaan we over. Dan komen we bij een twee-sterren camping. Deze heeft achterin een ruim veld maar dit is zo hobbelig dan we geen vlak plekje kunnen vinden. Het ligt tussen twee snelwegen en de sanitaire voorzieningen liggen een kilometer verderop.

We zoeken dus nog even door. Aan de oceaan is een andere twee-sterren camping. Als ik daar informeer kijkt de mevrouw alsof ik haar vraag de oceaan met een theelepel leeg te scheppen. Na veel zuchten en steunen is er geen plek. Met wat aandringen en vermoeid kijken is er een plekje tussen twee caravans. Als ik aangeef dat we wel een klein tentje hebben, maar niet zo klein geeft ze het op, maar haar man nog niet. Uiteindelijk krijgen we gewoon een plek met uitzicht op de oceaan

Bij het opzetten van de tent, zie ik dat er een scheurtje in zit bij een naad. Ik kan dit gelukkig repareren met spullen die ik mee heb, maar het is wel zorgelijk. We hopen dat de tent het deze vakantie uithoudt. Voordeel is dat we mogen uitkijken naar een nieuwe.

Het spettert steeds af en aan. Toch kunnen we droog onze avondmaaltijd eten op een bankje aan de boulevard achter de tent. Diner met uitzicht. Vanwege de kou kruipen we vroeg in de tent. En met de branding op de achtergrond en het tikken van de regen op de tent, vallen we zo in slaap. Morgen gaan we van de kust af, het binnenland in. 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 68,1(totaal 808)
Aantal hoogtemeters: 291
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 927
Camping la Goelette (€18,90)

 

Dinsdag 8 augustus: Van St. Hillaire-de-Riez naar St. Jean-de-Monts

Ik sta even stil en dat is een hele vooruitgang.
Bertolt Brecht

kaart-08-8

Ons tentje ziet er vandaag zo uit:


Na 10 dagen fietsen zijn we wat moe. Nu hebben we soms wel een korte dag gehad, maar 40 kilometer fietsen is geen rustdag. Vandaag nemen we een echte rustdag maar helemaal zonder te fietsen gaat niet lukken. De weersvoorspelling was slecht en om dan een hele rustdag in het tentje te moeten zitten, zag ik niet zitten. Ik heb dus in het volgende plaatsje een hotel geboekt. Voor het geld waar we normaal gesproken een week voor kamperen hebben we nu een kamer voor één nacht. Wel een luxe kamer, met bad en zitje, maar toch. En ik had gehoopt op wifi maar zelfs voor dit geld, is het in Frankrijk niet te koop.

Het geplande slechte weer is toch gekomen. ’s Nachts veel regen en als we uitslapen klettert er nog veel meer regen op de tent. Dit heeft ook weer een voordeel want zo spoelt het stof van alle spullen af. Verder doen we rustig aan. Ik doe wat fietsonderhoud en als door een wonder kunnen we toch nog droog ontbijten en inpakken. 

Zelfs bij dit slechte weer trekken de mensen naar het strand. Samen met de kinderen wat met een schepnetje tussen de rotsen harken of zo.

Wij hoeven maar een kilometer of 15 te fietsen. Onderweg schuilen we even bij een koffiebar. Eindelijk ook eens een echte koffie.Het is tenslotte een rustdag.

Als we St. Jean-de-Monts naderen trekt het weer bij. De lucht vertoont wat blauw en de zon laat zich zien. Zijn we blij mee.


De kamer is officieel pas om drie uur beschikbaar, maar we mogen er eerder in. Vanaf nu hebben we een zee van tijd om te lezen, verslagen bij te werken en te niksen. Zouden we vaker moeten doen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 16,2 (totaal 740)
Aantal hoogtemeters: 37
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 954
Hotel de la Foret (€134,50)

Maandag 7 augustus: Van Longeville sur Mer naar St. Hillaire-de-Riez

Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.
Johan Cruijf

kaart-07-8

Het is een heerlijk rustige camping hier. Maar wel een van de regeltjes en het oude vrouwtje houdt deze scherp in de gaten. Zo stond er een bordje dat de douche is afgesloten tot acht uur. Nu sta ik meestal rond zeven uur op en dan wil ik ook onder de douche. Er was niets afgesloten, dus ik ga gewoon de douche in en kleed me uit. Helaas…gedist door een bejaarde. Ze heeft het water afgesloten tot acht uur. 

Eigenlijk zijn we toe aan een rustdag, maar omdat we er al uit zijn, besluiten we toch maar te gaan fietsen. Van een bevriende fietser hebben we een lijstje met campings gekregen. Er is een geschikte na ongeveer 70 kilometer. Dat lijkt ons wel wat, ook om daar een rustdag te houden. 

Vandaag is gelukkig minder saai. We bezoeken een aantal grotere en kleinere badplaatsen, krijgen een rondleiding in een oud klooster en gaan door de rollercoaster van de duinpaden.


Ondanks dat het nog vroeg is, staan de auto’s in rijen in Jard-sur-Mer. Blijkbaar is er weer een of ander feest. Voor ons toch wel een reden om door te gaan.


Voor het klooster, Abbeye de Lieu-Dieu, rijden we even om. Ik heb het idee dat Frankrijk weinig geeft om zijn historie. In Engeland had op zijn minst een bordje gestaan, maar hier is geen enkele indicatie dat er wat is. Voor het klooster zit een meisje op een stoel. Het blijkt een gids te zijn. Eigenlijk is het nog geen tijd voor de rondleiding maar ons wil ze wel een quick-tour geven. En met wat aandringen zelfs in het Engels.


Het klooster is in 1198 gebouwd in opdracht van Richard van Leeuwenhart, koning van Engeland, Normandië en alles wat hier in de buurt ligt. Het klooster was in het begin succesvol. De monniken wisten hoe ze land moeten inpolderen en dat hielp bij de ontwikkeling. In de dertiende eeuw werd het toch meerdere malen geplunderd en tijdens de 100-jarige oorlog behoorlijk stuk gemaakt. In 1720 verlieten de laatste monniken de restanten. In 2013 is het opgekocht door iemand en die probeert het weer een beetje in ere te herstellen, ondanks dat een groot deel van de gebouwen weg is.

Onze gids vertelt hierover, hoe het er vroeger uitzag, de aanpassingen aan de deuren, de hostie-maker en waarom de put niet in het midden van de binnenplaats staat (God moet altijd in het centrum kunnen staan). Erg interessant allemaal, zeker na de intellectuele woestijnen van de afgelopen dagen.


Hierna fietsen we door het min of meer drooggelegde Les Marais de Guittière, waar de kweekvijvers nog goed zichtbaar zijn, en komen we weer aan de kust waar we via een ketting van dorpjes naar Les Sables-d’Ollone gaan. 


Voor de kust van Port Bourgenay blijken afdrukken van dinosauruspoten te zijn. Maar ook dit wordt niet toeristisch uitgebuit want in de zomer worden ze door zeestromingen met zand bedekt en er wordt geen moeite gedaan dit zichtbaar te houden, laat staan te markeren.


We zien les Sables-d’Olonne al van verre liggen als een mondaine badplaats en dichterbij gekomen blijkt het dit ook te zijn. Een mooie boulevard met stranden en heel veel mensen. Tijd om een ijsco te eten en even naar de mensenmassa te kijken. We volgen de boulevard tot de oude haven en gaan dan weer de bossen in.


Het voordeel van de bossen is dat het wat koeler is, want het is weer een behoorlijk hete dag geworden. En de paden zijn hier, in tegenstelling tot gisteren, heel speels. Veel bochtjes en op en neer gaande wegen maken het fietsen hier tot een feest. Ondanks dat het best wel druk is, maar een extra slalom meer of minder, maakt niet uit.

Bij Bretignolles-sur-Mer komen we weer het bos uit. Eigenlijk is de hele Franse Atlantische kust één grote badplaats want overal is strand, zee en mensen.

 

Na een kilometer of zeventig komen we bij de beoogde camping. We zijn best moe en verheugen ons op een mooi plekje. In de fietstas wacht een koude Desperado op ons.

Maar helaas is de camping vol, maar er is nog één plekje voor een klein tentje. Gezien de eerdere ervaringen, wil ik het toch eerst even zien. Het blijkt te liggen naast een auto, tussen twee (hete) asfaltwegen en tegenover de wc. En er is geen schaduw. We bedanken vriendelijk en gaan naar de volgende camping.
Dat is een vier-sterren camping. Eigenlijk weten we dat we dit niet moeten doen, maar we zijn erg moe. Ook hier zijn ze vol, maar voor ons hebben ze nog wat. Het blijkt een betonplaat tussen twee auto’s te zijn. Ook hier bedanken we vriendelijk voor het meedenken.

Wat nu? We kunnen terugfietsen maar dat is tegen onze principes. Maar dat zijn wel de campings die het dichtstbij liggen. De volgende camping langs de route is tien kilometer verderop. En weer een paar kilometer verder zijn er meerdere. Toch maar door dan.

Hiervoor moeten we door St. Gilles-Croix-de-Vie en dit blijkt een hele grote plaats te zijn. En iedereen wil erin en eruit. Met de auto. Maar zo slecht als de wifi hier is, zo goed zijn de fietspaden. Heel veel vrijliggend, naast de autowegen. Ook in de stad. En de Fransen zijn erg fijn voor fietsers. Bijna overal stoppen ze voor ons en geven ze voorrang. De stad door is voor ons dus geen probleem. En er is ontzettend veel te zien hier. Mooie boulevards, stranden, winkels en mensen. Het is geen straf om de extra tien kilometers te doen. We raken zelfs over de vermoeidheid heen.

Aan de rand van de stad is, op loopafstand van het strand, een twee-sterren camping. Ook deze is vol maar ook hier hebben ze nog één plekje voor ons. Het is een klein stukje gras, bij een vaste sta-caravan . Het ligt rustig, we zijn moe en het is al na zessen, dus we nemen het. En het is inderdaad de laatste, want de volgende fietsers worden weggestuurd.


Hierna moeten we snel de tent opzetten, want er is een weer-alarm. Ze verwachten windstoten en hoosbuien. En inderdaad, om ons heen betrekt het al aardig. Toch weten we het kamp op te slaan, te douchen en te eten voor het los zal barsten. Het valt mee, er vallen wel wat dikke druppen, maar uiteindelijk kunnen we zelfs nog buiten koffie drinken.Voor morgen is de voorspelling niet zo goed. We laten het gewoon over ons heen komen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 80,7 (totaal 724)
Aantal hoogtemeters: 349
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 957
Camping la Padrelle (€14,44 )

 

Zondag 6 augustus: Van La Rochelle naar Longeville sur Mer

People ask me why I do this.
I wonder why they don’t.

kaart-06-8

Vandaag lijkt wel kanalendag. We zitten eerst 22 kilometer langs het Canal du Marans a la Rochelle en dan kilometers lang langs het Canal Maritime de Marans a la Mer. In het begin is het wel leuk. Er is van alles te zien en het licht filtert mooi door de bomen.

Soms is het zelfs een beetje spannend als we een steile brugafgang hebben. Bij het hobbelpad daarna lijkt het of we op de Rallarvegen zitten. Niet zo koud maar wel zo hobbelig.

Op den duur gaat het toch wat saai worden. We komen de eerste 50 kilometer geen dorp of stad tegen. De route buigt meestal vlak ervoor af. Het landschap lijkt op Nederland, op de zonnebloemen na. We komen wel ontzettende veel fietsreizigers tegen. Dit is een populaire route, ook bij de Fransen. Veel gezinnen met een fietskar voor de kleine kindjes of bagage. Veel stelletjes ook. Al met al zijn het tientallen die we tegenkomen of inhalen. Op geen andere route hebben we dit meegemaakt.

Uiteindelijk komen we bij L’Aiguillon-sur-Mer weer bij de kust. Helaas zijn de dorpjes daar niet zoals in het zuiden, met mooie boulevards. We komen wel door de haven. Het is eb en de bootjes liggen droog. Je moet hem dan ook niet te hoog aan de paal binden want dan gaat het niet goed.

Er is ook een rommelmarkt, want ook hier is het feest. Wij hebben geen ruimte voor rommel, dus we gaan verder. Ook dit laatste stuk is weinig inspirerend want het loopt weer langs een drukke D-weg. Tegen een uur of vier gaan we op zoek naar een camping. Het is wel toeristisch hier, want er zijn er genoeg. De eerste slaan we over omdat hij te dicht bij de drukke weg ligt. De tweede heeft vier sterren en is met zijn €36 veel te duur voor ons. We hoeven geen zwemparadijs. Bij de derde hebben ze geen ruimte voor ons. Komt trouwens hoogst zelden voor dat we als fietsers geweigerd worden.

De vierde camping wordt gerund door een oud vrouwtje. Ik schat haar zeker boven de zeventig. Maar ze pakt alles rustig aan en neemt alle tijd voor je. Natuurlijk heeft ze nog een plekje voor ons. En omdat we zonder auto zijn, krijgen we zelfs korting. Het sanitair is, net zoals het vrouwtje, gedateerd. Maar het is wel schoon. Ze verkoopt bier en rosé, en we hebben een mooi plekje met veel schaduw want het is weer behoorlijk warm geworden vandaag. Heel anders dan vanochtend. Toen had ik echt wel de jas nodig.

Het is een stukje lopen naar het strand, maar we doen het toch even. Hoge duinen hier en een smal strand. Het is eb, dus dan lijkt het nog wat breder. Het is een genot om over het strand te lopen en als de branding aan je voeten likt, dan spoelen alle zorgen weg.

 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 76,8 (totaal 643)
Aantal hoogtemeters: 192
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 964
Camping le Sous-Bois (€15,22)

 

Zaterdag 5 augustus: Van Rochefort naar La Rochelle

When nothing goes right, to left.

kaart-05-8

Het zat niet helemaal mee vandaag. Ik stap voor de derde keer in een verse hondendrol, we hebben een minder leuk stuk langs een snelweg en het regent behoorlijk onderweg. Maar we eindigen met bier, lekker eten en zon op een terras met uitzicht, dus al met al hebben we niets te klagen.

Vandaag besluiten we een rustige dag te nemen. In ons geval betekent dit dat we minder dan 40 kilometers gaan fietsen. Het begint in elk geval droog. Wel een stuk frisser dan gisteren, maar we kunnen gewoon buiten ontbijten.
Zoals elke dag halen we eerst bij de bakker een verse croissant voor bij de koffie.

We gaan eerst nog de hele stad door en dan komen we langs de snelweg tussen Rochefort en la Roche. We hoeven niet op de snelweg te fietsen maar op een weg parallel. Voor de herrie maakt dit niet uit. Tot overmaat van ramp begint het eerst te sputteren, en daarna serieus te regenen. De regenjas moet aan. Ondertussen zoeken en vinden we een plek om de koffie én croissant te nuttigen. Een soort van tweede ontbijt. 

De tweede helft van de route is beter. Geen snelweg en geen regen. Bij les Boucholeurs komen we weer aan de kust. Ze zijn het dorp aan het opleuken voor het feest van volgende week.

Chatelaillon-Plage ligt er ook mooi bij. En zo naderen we langzaam la Rochelle. We komen eerst lang de jachthaven. Hier ligt een oerwoud van masten. Wat een geld ligt hier in het water. Zelden zag ik zoveel grote boten bij elkaar.

Er is één camping, vlak voor het centrum. Bij de ingang staat een bord. Vol voor campers, vol voor caravans en vol voor tenten. We proberen het toch en er is natuurlijk plek. We moeten het wel delen met een ander tentje maar daarom is het weer niet duur. Helaas loopt de kwaliteit van deze camping mijlenver achter van de vorige. Sanitair is in noodgebouwen en ronduit vies. In het doucheputje ligt bijna een hele pruik. Voor het eerst zet ik de fietsen met de ketting op slot. Toch zijn we blij dat we terecht kunnen want we zitten op loopafstand van het (oude) centrum van la Rochelle.

En la Rochelle is een plaatje. Het lijkt zo uit Game of Thrones te komen. Hier kwam je niet zomaar de haven binnen. Aan de ene kant staat de kettingtoren en aan de andere kant de St. Niklaastoren. 


In het centrum kun je over de koppen lopen. Er is markt en er zijn straatjes met winkeltjes. Mevr. van der Veeke is helemaal in haar nopjes. We slenteren wat rond en drinken her en der op een terras een bier en een cider. Dat laatste drink je natuurlijk uit een kopje.


Eten vinden valt nog niet mee. Wij hebben om zes uur al honger, maar de Fransen eten pas laat. Toch lukt het om een geschikte maaltijd, met uitzicht op de haven te vinden. 


Terug bij de tent begint het al snel fris te worden. Er staat ook een harde wind. Mevr. van der Veeke trekt haar ski-broek aan (ja, die heeft ze mee…) maar al snel vinden we het welletjes. Het was een prima rustdag.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 38,7 (totaal 566)
Aantal hoogtemeters: 118
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 973
Camping municipal le Soleil (€11,20)

 

Vrijdag 4 augustus: Van St. Palais-sur-Mer naar Rochefort

Let’s wander where the WIFI is weak.

kaart-04-8

St. Palais is echt mooi en heel mondain. Meer badplaats als dit kun je niet krijgen. Het vakantiegevoel druipt eraf. Overal zonnige mensen, gebruind en gezond. Je struikelt over de hardlopers en iedereen kijkt blij. Dit valt me op als we er weer uit fietsen. Ondanks dat het zwaar bewolkt is. De voorspelling was de hele dag regen, maar ik heb de tent droog in kunnen pakken.

Toen we aan deze kant kwamen dacht ik dat de hele kust uit rotsen zou bestaan. Maar het blijkt alleen dit deel te zijn. Volgens internet is het een mysterieuze rots. Maar het kan ook zijn dat Google translate dit ervan maakt.

We komen langs de vuurtoren Tete de Negra. Op de een of andere manier had ik andere verwachtingen bij zo’n naam. In elk geval een bruine bovenkant of zo. Maar hij is gewoon rood.

De route leidt ons langs de boulevard en de stranden. Aan de ooh en aah kreetjes van Mevr. van der Veeke te horen geniet ze erg van dit landschap. Er staat zelfs een bordje dat het tres difficile gaat worden. Een kolfje naar onze hand. Het is een mooi geaccidenteerd stuk met prachtige uitzichten naar zee.

Na la Palmyre gaan we weer het bos in. Het is hier een ander soort bos dan in het eerste deel. Daar waren het voornamelijk productie naaldbomen. Hier zie je meer variatie aan bomen, waaronder veel loofbomen. Ook komen we steeds dezelfde mensen tegen. Een jongen meet veel te grote vuilniszakken, die flapperen. En een jong stel op een tandem die steeds giechelen. Met hun spelen we een hele tijd haasje over.

In de buurt van Ronce-les-Bains komen we overal bassins met water tegen. De bordjes geven uitkomst. Dit is het gebied van de huitres (oesters) en garnalen. Hier moeten we ook la Seudre oversteken ze hebben daarvoor een grote brug aangelegd. Gelukkig niet te steil.

Als we de route volgen, dan gaan we veelal om de plaatsen heen. Het is veel leuker om er doorheen te gaan. Dat doen we bij Marennes. Hier staat de St. Peters kerk. Met zijn 85 meter is het de hoogste toren van Charente-Maritime volgens Google is hij meerdere malen platgebrand, iets wat me best een uitdaging lijkt met zo’n stenen gevaarte.


Daarnaast is Marennes vooral bekend van de groene oester. Het is een soort merknaam geworden, net als Cognac. Ik had er nog nooit van gehoord (de oester dan, cognac is me wel bekend. Zit alcohol in hè…)

2017-08-04 13.16.17

Hierna volgt een stuk door moeraslanden. Soms is het net Nederland. Weilanden met koeien, alleen zakken ze hier wat weg. Bij iedere koe staat een wit vogeltje. Je kunt zien dat hier vroeger ook oesters gekweekt werden vanwege de bassins. Ik vermoed dat de eb en vloed hier niet meer komt. Het is helemaal verlaten. Voor ons komt dat goed uit want het  begint harder te regenen en bij een verlaten boerderij kunnen we even droog zitten om wat te eten en drinken.


Vanaf Bellevue komen we langs een kanaal, ze hebben een voie verte, een oud treintraject, omgebouwd fietspad. De stations staan er nog. Is voor ons wel fijn, want dan hoeven we niet echt hard te klimmen.


In St. Clement worden we nog even naar een oude bron gelokt. In Frankrijk doen ze niet aan bordjes met uitleg. Alleen de geldschieters worden even genoemd. 

Bij Tonnay-Charente gaan we onder een grote hangbrug door. Het stadje is vrij oud en er staan veel oude gebouwen. Via de rivierkade en het centrum gaan we door naar Rochefort. Dit is een drukke weg met veel industrie. Het lijkt wel of iedereen naar Rochefort wil. Later zien we dat dit klopt. Er is een muziekfestival.


De camping die we zoeken ligt iets van de route af. We hebben een route langs de haven. Hier ligt ook de Hermione. Het schip waarmee Lafayette naar Amerika ging. Hiervan zagen we een paar dagen geleden het Vrijheidsbeeld. Er is een hele expositie en een nagebouwd speelschip voor kinderen. 


Bij de camping worden we verrast door de prijs. Kijk, zo kan het ook. Eindelijk weer eens een tentenveldje. Daar hebben we een mooi plekje. Er is schoon en ruim sanitair en gratis wifi. En dat allemaal voor maar €7,32.

’s Avonds lopen we nog even de stad in. Het ziet er hier wat vervallen uit. En het is geen bruisend uitgaanscentrum. Op de markt zijn twee brasseries waar gegeten en gedronken wordt. Wij doen er nog een drankje en overdenken de dag. Er is weer geen reden om ontevreden te zijn.


Getallen van de dag
Aantal kilometers: 83,5 (totaal 527)
Aantal hoogtemeters: 260
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 986
Camping municipal le Rayonnement (€ 7,32)

 

Donderdag 3 augustus: Van Carcans-plage naar St. Palais-sur-Mer

Coddiwomple
To travel in a purposeful manner towards a vague destination.

kaart-03-8

Vandaag is grotendeels een herhaling van gisteren. Behalve dat we geen blote man zijn tegengekomen. Heb je hem nog kunnen vinden in de foto? Dat klopt, want hij zat er niet in.

De eerste 35 kilometer gaan we weer door het bos. Dan komen we door Montalivet-les-Bains. Een soort van vakantiestadje. Er is markt en dat maakt het gezellig om doorheen te lopen. Even wat afwisseling van de bomen. Bij de super koopt Mevr. van der Veeke wederom een liter Gazpacho. Voor wie dit niet weet, dit is koude (vaak tomaten)soep. En die verdwijnt in de stuurtas en af en toe lurkt ze eraan als ware het een bidon. Ik moet toegeven, het is heerlijk in de warmte. Ook als het bewolkt is, zoals vandaag.

Daarna duiken we weer voor 20 kilometer het bos in, op zoek naar een lunchplek. Die komt niet. In L’Amélie rijden we naar het strand in de hoop een bankje te vinden. En we eindigen aan een Moule-et-frites maaltijd. En daar hoort natuurlijk een bier bij. Zomaar, overdag.

Het fietsen ging vandaag heel makkelijk. Na de bier iets minder makkelijk, maar nog steeds komen we vlot vooruit. Soulac-sur-Mer is vlakbij en we kijken nog even uit over zee.

Hoe verder we hier in de punt van Gironde komen, des te vervallener het wordt. Soulac-sur-Mer is gewoon vergane glorie. Er lopen nog wel wat toeristen rond, maar veel minder dan bij de andere plaatsen die we bezochten. De huizen zijn vervallen en verveloos. We passeren een gesloten hotel met de ruiten ingegooid. Het is het gewoon niet meer.

Toch worden we nog even verbaasd doordat we een statue of Liberty tegen komen. Hier is een Fransman ooit naar Amerika vertrokken. Daar waren ze zo blij mee, dat het beeld werd opgericht.

In Pointe-de-Grave sluiten we ons eerste deel van de Velodysee af. We nemen de veerboot naar Royan. Hij ligt al klaar en we kunnen er zo op fietsen. Voor het schappelijke bedrag van €10 worden we overgezet naar Royan. Komt goed uit, want het begint net wat te regenen.


Royan is het tegenovergestelde. Wat een bruisende plaats. Kermis, stranden, boulevards en massa’s mensen. Het is erg gezellig hier. 


Langs de boulevard vervolgen we de route. We komen langs de typische vissershutjes.


En hier staan weer enorme villa’s, de een nog mooier en groter, dan de ander. We kijken onze ogen uit.


Het leuke van hier fietsen is dat je telkens langs afgesloten baaitjes komt met een zandstrand. En overal is het druk.

In St. Palais-sur-Mer zoeken we een camping. Het is wel welletjes voor vandaag. Ze hebben een speciaal tarief voor fietsers, maar dat is ook nog ruim 22 euro. We hebben het er graag voor over. Een mooi en schoon toiletgebouw (met wc-papier, de goedkope campings hebben dit niet. En wat moet je dan? Vier rollen kopen en de komende tijd met wc-papier rondrijden zodat ze denken dat je een schijtert bent. Of met alternatieve middelen vegen?) en we zitten op 50 meter van een baai met strand. Helaas is de wifi wel weer ruk. Dat is slecht geregeld in Frankrijk. Ook bij de grote supers is het niet beschikbaar. Uploaden van de verslagen lukt maar mondjesmaat. Je moet dus soms even geduld hebben.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 84,1 (totaal 443)
Aantal hoogtemeters: 231
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 1018
Camping le Domaine de Bernezac (€22,02)

 

Woensdag 2 augustus: Van les Arbousiers naar Carcans-plage

Rivers know this: There is no hurry. We shall get there some day.
Winnie the Pooh

kaart-02-8

Over het stuk van vandaag heb ik niets kunnen vinden op internet. Nu we hier fietsen, is dit ook wel duidelijk. Het is gewoon een mooi fietspad langs de kust. Links de duinen, rechts het bos. Niets meer en niets minder. Behalve dan die naakte man die we onderweg tegenkwamen. Niets bijzonders dus.


Het gaat kilometer na kilometer door. Gebeurt en dan helemaal niets? Jawel hoor. We zoeken, en vinden, af en toe een cache.


En soms komen we langs strandopgangen. Het mooie hiervan is, dat er picknickbankjes zijn om even koffie te maken. En omdat we in Frankrijk zijn, halen we ’s ochtends croissantjes voor bij de koffie. Ze smaken hier beter dan thuis.


In Lacanua-Océen buigt de route wat af naar het binnenland. Maar je kunt ook gewoon weer door de duinen en het bos. Wij houden wel van duinen en bos. Temeer omdat het ook de kortere weg is naar Carcans-plage. Waar we geen rekening mee hebben gehouden, is dat het een hobbelig betonpad is. Dat zijn we niet gewend van de Velodysee.


We besluiten het opgebouwde kilometer-tegoed van gisteren meteen te verzilveren. De, ongeveer 25 kilometer, die we daar bespaard hebben, fietsen we vandaag minder. We eindigen in Carcans-plage, een strandcamping. De camping is wederom ‘complet‘, maar voor fietsers maken ze een uitzondering. Op het overloop-veldje vinden we een plekje naast een grote tafel. Vanavond dineren we in luxe. Omdat we een keer op tijd op de camping zijn, kan er ook een wasje gedaan worden. En ze hebben eindelijk wifi, dus ik kan de afgelopen verslagen posten. Nu gaat dat niet van een leien dakje, want als er meer dan drie mensen op zitten lukt het al niet meer.


Na het eten lopen we natuurlijk weer even naar het strand. Het is hier een feest door alle eettentjes, ijssalons en toeristenwinkeltjes. We missen hier wel één essentieel attribuut. Dat kon er niet meer bij in de fietstas, maar zonder een surfplank hoor je er hier niet bij.

Op het strand slenteren we langs de vloedlijn. Ik voel me dan altijd een beetje Micheal Jackson in de clip van Billy Jean. Onder al mijn voetstappen licht het zand op. En het brengt herinneringen boven aan de strandvakanties, als kind, in Zeeland. Het was weer een mooie dag.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 49,2 (totaal 360)
Aantal hoogtemeters: 214
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 1077
Camping l’Ocėan  (€26,44)