Zaterdag 18 augustus: Villach – Badbruck

107 km – waarvan ongeveer 82 gefietst (totaal 1428 km)
1052 hoogtemeters – waarvan ongeveer 552 gefietst.
Camping Pub Gastein (€18,=)

Soms zit alles mee
Geboren voor het geluk
Drijf mee op de stroom

18-8-18, zo’n magische datum moet wel geluk brengen. En dat deed het voor ons. Als ik het optimaal had kunnen plannen, dan had het niet beter kunnen lopen vandaag. Een dag waarin alles meezit.
De rustdag heeft ons goed gedaan. Volledig uitgerust en uitgeslapen, sta ik om half zeven al onder de douche. En voor achten zitten we op de fiets.

Het eerste deel van de dag volgen we nog steeds de R1, en die heet hier de Drauradweg. Dat is een fietsroute langs de rivier de Drau. Het is een mooie route over fietspaden zonder auto’s. Vaak asfalt en soms steenslag. En een paar keer moeten we hem oversteken en aan de andere kant verder gaan.

Het is een rivier met allerlei stuwen erin. Dit heeft tot gevolg dat er totaal geen scheepvaart is. Geen beroeps-, maar ook geen pleziervaart. Is wel wat saai maar omdat er nauwelijks wind staat fiets je wel steeds naast een spiegel. Voor het eerst sinds tijden fietsen we ook helemaal vlak. En dat schiet lekker op. Nu pas merk je hoeveel extra energie het klimmen met bagage kost.

Een ander feit is dat je om en langs alle dorpjes fietst. We passeren Puch (de ouderen onder ons herkennen de brommer), Kellerberg, Feffernitz en Freistritz zonder er iets van te zien. Alleen Spittal gaan we even doorheen. We hadden gehoopt dat de route langs slot Porcia zou lopen, maar dat doet hij niet. We krijgen er zelfs geen glimp van mee en we zijn Spittal alweer uit voor we er erg in hebben. Hierna komen we meer in de velden en minder aan de Drau. Fijn die afwisseling. Geen kabbelend water maar vers gemaaid gras en hooi dat ligt te drogen. Heerlijke geuren.

We komen wel langs Teurnia, een oude Romeinse nederzetting. Het was een decadente toestand toen met wijn uit Palestina, oesters en andere zeevruchten en ze hadden vloerverwarming en wifi. Nou ja, misschien dat laatste niet.

Bij Mollbrucke verlaten we de Drau. Die gaat met een lus weer richting het zuiden en wij gaan naar het noorden. We stappen over op fietsroute R8, die de Glocknerroute wordt genoemd. Om ons heen worden de bergen hoger naarmate we meer in het Hohe Tauern natuurpark komen. In 1971 kwamen Tirol, Salzburgerland en Karinthië overeen dat ze een groot gebied authentiek willen houden. En op dit moment is dit het grootste natuurpark van Europa. Met meer dan 300 bergen boven de 3000 meter zeker indrukwekkend te noemen.

Voor Obervellach krijgen we nog een paar kleine klimmetjes. Hadden we natuurlijk kunnen weten als een naam met ‘ober’ begint. Ik heb liever die obers waar je wat bij kunt bestellen. Maar goed, in Obervellach komen we voor een moreel dilemma. Om van Obervellach naar Malnitz te komen moet je een klim van 500 meter in zes kilometer doen. Dat is bijna 10% en daar zijn we zeker twee uur mee bezig. En inmiddels hebben we ook al 76 kilometer op de teller.

Het alternatief is een buschauffeur een goede dag bezorgen. We rijden langs de bushalte waar net de bus naar Mallnitz op het punt staat te vertrekken. En de chauffeur heeft niemand in de bus. Hij leeft helemaal op als ik vraag of we met de fiets in de bus kunnen. Dat kan. We hoeven niet eens de tassen eraf te halen. Voor €15,20 kopen we 500 hoogtemeters. Ik had natuurlijk liever gefietst, maar soms moet je je verantwoordelijkheid pakken en doen wat er gedaan moet worden.

Tip voor fietsers; deze bus gaat elke dag. ’s Ochtends twee keer en ’s middags tussen 13 en 17 uur om vijf over het uur bij de Seilbahnplatz.

Tien minuten later zet de chauffeur ons bij het station in Mallnitz er weer uit. Hier moeten we met de trein door de Tauerntunnel, net als de auto’s. We betalen hiervoor €9,40 voor twee personen en twee fietsen. De reis duurt ongeveer 12 minuten. Deze trein gaat de hele dag door elk uur. Dus we kunnen een kaartje kopen en bijna meteen instappen.

In Bockstein stappen we weer uit. Het is nu een nietszeggend plaatsje maar in het verleden was het de goudmijn van Oostenrijk. Iets verderop ligt Bad Gastein. Het is  een prachtig plaatsje waarvan de hoogtijdagen in de vorige eeuw lagen.

Het is een vakantie-en een kuuroord waar de groten der aarde kwamen. Onder andere Elisabeth van Oostenrijk en Hongarije (ook bekend als Sissi) en de sjah van Perzië kwamen hier. Men dicht heilzame kwaliteiten toe aan het water dat radon bevat maar de werking is nooit bewezen. 

Het centrum is ontzettend steil en volgebouwd met een soort van mini-wolkenkrabbers, zonder dat je dit doorhebt omdat alles tegen de rotsen aan is gebouwd. Het is gesitueerd rond een waterval die door het hele dorp gaat. In drie fasen heb je een verval van 341 meter en hierdoor wordt de lucht negatief geïoniseerd ( ja, ja…) wat bijdraagt aan de gezondheid. Wij zien er ineens 10 jaar jonger uit en alle vermoeidheid is weg.

Hoe het ook zij, het is een fascinerend dorp om doorheen te gaan. Door de teruggang in het toerisme is het wel wat vergane glorie geworden en staan veel hotels leeg of in verval. Wij waren in elk geval blij dat we hier naar beneden konden gaan en niet omhoog. Volgens Benjaminse ‘even doorzetten’ maar volgens mij gewoon een uur lopen want ik kwam met rokende remmen beneden.

We hebben inmiddels een flink aantal kilometers erop zitten. Daarom pakken we de eerste camping die we tegenkomen. De beschrijving vond ik maar zo-zo door de naam; pubcamping en kegelbaan. Maar het is de mooiste en goedkoopste die we hebben deze vakantie. De uitbater is een kordate man die van duidelijk houdt op een vriendelijke manier. We hebben een groen grasveld, prachtig uitzicht en een heerlijke douche. Zo zie je maar dat je beter niet op je eigen interpretatie af kunt gaan, maar meer op de feiten. We koken ons maal en ’s avonds zitten we in de campingkroeg. Want op deze hoogte (840 meter) is het knap koud ’s avonds. Eigenlijk voor het eerst deze vakantie.

profiel-18-08

Kaart-18-08