Eindeloze wegen

Wandering re-establishes the original harmony which once existed between man and the universe – Anatole France

Dag 028:

We hadden het al een keer eerder meegemaakt maar nu overkomt het ons weer. We logeren bij een familie, maar als we opstaan en vertrekken is er niemand te zien. We doen natuurlijk wel stilletjes, maar ik kan me niet voorstellen dat men ons niet hoort, als we 10 tassen de trap afsjouwen. En het is ook niet in het holst van de nacht, maar om een christelijk half negen. Maar goed, we trekken de deur achter ons dicht en vertrekken.
En wat ik ook vreemd vind is dat je hier zomaar graven langs de weg ziet. Gewoon in de berm. Bij ons is het dan nog een herdenkingsteken, een kruisje en een lichtje. Maar hier staan er soms een, soms meer, van die enorme grafdozen vol met lijken. Bijzonder.

Het is vandaag eindelijk zoals we gehoopt hadden dat het zou zijn. Bij het opstaan een zonnetje en dan eerst in de koelte van de ochtend fietsen. Na tienen kan het jasje uit en na elven fiets ik in pelgrimstenue; T-shirt en korte broek.

We zijn weer zonder ontbijt vertrokken. In Targon kopen we niet alleen een stokbrood maar er gaan ook een paar warme appelgebakjes onder de snelbinder. En bij de eerste gelegenheid gaan die erin als koek.

Cadillac ken ik alleen als automerk. Maar het blijkt een stadje in Frankrijk te zijn dat er al sinds 1280 staat. Op zich zou het een mooi historisch centrum kunnen hebben als er niet overal blik staat geparkeerd. Het is zo storend dat ik nauwelijks een foto maak terwijl de Place de la Republique best het aanzien waard is. We kijken even in de kerk en fietsen door beide overgebleven poorten. Daarna steken we de Garonne over via een meccano brug.

Hierna komen we in Les Landes, een gebied van uitgestrekte (productie) bossen. Een deel is aangewezen als natuurpark. Tot Landiras is het nog redelijk druk met verkeer maar daarna zijn we grotendeels alleen. Het zijn lange rechte wegen door de bossen wat als voordeel heeft dat je een auto al een half uur van tevoren aan ziet komen. Er zijn weinig dorpen en nog minder voorzieningen.

Les Landes was oorspronkelijk een onherbergzaam gebied met moerassen en zandverstuivingen. De herders die hier schapen hoedden, deden dat op stelten. En ook huizen, schuren en kippenhokken stonden op palen. Onder Napoleon werden hier op grote schaal dennen geplant en met deze arbeiders ontstonden er kleine dorpjes .Via spoorlijntjes werd het hout afgevoerd. De spoorlijnen zijn allang opgeruimd. De dorpjes zijn er nog.

Veel campings zijn hier nog dicht, daarom hadden we een grote afstand op het programma. De camping in Hostens gaat pas per 1 juli open maar we gaan toch even kijken omdat we er vlak langs komen. Ze zijn de camping klaar aan het maken voor het seizoen en vinden het geen probleem als we een nachtje blijven staan. We zijn de enigen en hebben de beschikking over 12 toiletten en 12 douches. En we mogen er niets voor betalen. Zo hebben we een heerlijk luie middag in de zon. Voor mij is het zelfs wat te warm en ik zoek de schaduw op. Het is een mooie dag zo.

Dag 029:

Geen koude nacht, wel een vochtige door het gebrek aan wind en de heldere hemel. We staan op in de zon maar later in de dag betrekt het. Op zich niet erg, want het is fijner fietsen met 23 graden en geen zon.
Vandaag is een saaie dag. Als je denkt dat de Flevopolder leeg is, dat zou je hier eens moeten kijken. Zelfs de GPS heeft moeite met het weergeven van de tracks omdat de afstand tussen twee punten zo groot is vanwege de kaarsrechte wegen.

Het enige wat hier te zien is zijn kerkjes. We komen eerst langs die van Retis. Een eeuwenoud gebouwtje en je kunt duidelijk het portaal zien waar de pelgrims vroeger onder konden slapen. Hij is op slot, maar door het open hek ervoor kunnen we toch naar binnen kijken.
In Biganon staat het oudste kerkje van deze streek. Jammer dat hij gesloten is want binnen zijn mooie muurschilderingen. Naast de kerk staat de bron van Ste. Ruffine. Deze zou helpen tegen huidziekten, maar ik vind het erbinnen een vieze modderpoel.
Tenslotte komen we langs de kerk in Moustay. Ook deze is gesloten, dus we kunnen ook hier de muurschilderingen niet zien. Wel staat er een steen voor dat het nog 1000 km naar Santiago is. Dit geldt voor de wandelaars. Voor ons is het nog een paar honderd kilometer verder.

Hierna hebben we het wel gehad met het plezier en zijn het alleen nog kaarsrechte wegen door bossen. Her en der is een bos gekapt, het veld ontruimd en is er wat landbouw. Het doet me denken aan Finland met als enige verschil dat het hier asfalt wegen zijn, terwijl het in Finland steenslag wegen waren. Een voordeel is wel dat het vlak fietsen is en dat we lekker opschieten. Tot in de middag wanneer een tegenwind wat begint op te spelen.

We passeren plaatsjes als Pissos (waar een glasblazer en een pottenbakker zit, op dat niveau zitten we nu), Labouheyre (centrumfunctie van het gebied maar ik zou er nog niet dood gevonden willen worden), Escourse (daar mochten ze meer schapen houden) en eindigen in Onesse-et-Laharie.

De laatste is wel een aardig plaatsje met wat voorzieningen. Ook hier gaat de camping pas halverwege juni open maar we gaan toch even kijken. En niet voor niets, want we krijgen gewoon een plekje. De voorzieningen zijn minimaal en we moeten de normale 18 euro aftikken maar we vinden het kamperen gewoon lekker. En zeker als de camping zo leeg is, voelt het heel prettig.

Bij de super in het dorp haal ik wat te drinken en we koken gewoon ons eigen maaltje bij de tent. We hebben de beschikking over een tafel en stoelen, dus dat is een extra luxe. Mensen vragen wel eens hoe gastronomisch het onderweg is. Nou, niet dus. Toch vinden wij dat we in het algemeen lekker eten. Soms uit, en dan vaak tussen de middag een Plat du Jour. ’s Avonds bij de tent eten we dan brood en een soepje. Maar regelmatig koken we ook.

We hebben één pitje (brander) mee. Daar koken we alles op. Water voor de koffie en thee maar ook de maaltijden. Het zijn simpele gerechten die in één pan (bonen) of in twee (pasta/rijst en een saus) gemaakt worden. We koken dan eerst de pasta of de rijst. Die wordt tegen gaar aan gekookt en dat gaart dan nog even na in een neopreen hoesje. Die pan heeft ook een speciale bodem die het water snel doet koken. De andere pan heeft een tefal bodem en daar maken we de saus in. Iets van vlees of vis, met room en soms mais. Soms zijn er ook kant-en-klare sauzen die ook lekker zijn. En vaak hebben we er nog een salade bij. We eten overigens alles (ontbijt en avondeten) uit twee vouwbakjes. Als er geen afwaskeuken is, dan kook ik wat water in een pannetje en daarin wassen we af. Na het eten altijd nog een bakje thee en koffie op de Jetboil. Die heeft twee kopjes kokend water in 60-90 seconden. Daar maak ik onderweg ook koffie mee. Zoals je ziet kan het heel simpel en toch smakelijk. Andere favoriete maaltijd zijn een (diepvries) zak met paella, nasi of een lokaal gerecht. Ook dat is makkelijk op te warmen in één pan. Of kopen een gebraden kip die we met salade eten.

Dag 030:

Het weer is de hele tijd al als schuifkaas. We mogen aan het mooie weer ruiken, maar het komt er niet. De Josti-band was vannacht behoorlijk bezig op de tent maar vanochtend is het droog.  Op de camping lopen wat mannen gewichtig te doen met mappen onder de arm en dikke buiken. Maar niemand die echt werk doet. Toch moet er nog heel wat gebeuren voordat de camping open kan gaan. Maar goed, dat is iets uit ons verleden en nu kunnen we het gewoon aanschouwen.
Het weer is grijs en tien graden kouder dan gisteren. Via de radio hoor ik dat het in Nederland zonniger en warmer is. Er is dus voor andere mensen geen reden om naar Zuid-Frankrijk te komen.

We fietsen vandaag het laatste stuk door Les landes. Net zo saai als de dagen ervoor. De routemaker weet het inmiddels ook niet meer en heeft het alleen nog over dingen die er niet meer zijn.
Ik maak vandaag welgeteld twee foto’s:

De eerste bij het dorp Lesperon, waar we doorheen komen. Het dorp bestaat uit drie gedeeltes; Tireveste (trek je vest uit), Tiregilet (trek het hemd uit) en Tireculotte (trek de broek uit). In vroeger tijden werden de pelgrims hier van overbodige ballast afgeholpen. Ik zie langs de route grote dure huizen staan. Zullen wel handelaren in tweedehands kleren en lompen zijn. Voor Mevr. van der Veeke is het inmiddels trek-een-extra-trui-en-sokken aan.

De tweede foto maak ik bij Buglose waar we voor het gemeentehuis een bammetje doen. In het halve uur dat we daar zitten komt er één auto langs. Verder zien we niemand. Ik snap nu ook wel waarom de campings hier dicht zijn.

Na ruim 50 kilometer zitten we in Dax. De Pyreneeën komen in zicht. We besluiten vóór het geweld van het klimmen begint, een rustdag te nemen. Uiteindelijk boeken we een compleet appartement voor twee dagen voor € 100. Het is heerlijk om zoveel ruimte te hebben. En er is snelle wifi want ik zat al een paar dagen te kijken waar ik de laatste aflevering van GoT kan downloaden. Op vijf minuten lopen zit een grote Intermarche waar we boodschappen doen. Vanavond hebben we een lekker maaltje van biefstuk, gebakken aardappelen en een salade. En morgen lekker met de benen omhoog.

Dag 031:

Heerlijk zo’n dag niets doen. Even uitslapen en ontbijten. Bij de bakker om de hoek een lekker taartje halen en koffie drinken. Doet een mens goed.

We hadden vandaag nog wel een missie. In Spanje is een fietshelm verplicht. Zoals je op de foto’s kunt zien, fietst Mevr. van der Veeke al sinds Baflo met een helm maar ik heb het de laatste 1800 kilometer met een petje gedaan. Maar nu moet ik er toch aan geloven. In Dax zit een grote Intersport waar we heen fietsen. En ik vind daar niet alleen een helm maar ook een vervanging voor de driekwart broek waar ik al 27 jaar (!) mee doe en een vervanging voor het verschoten Aldi-shirtje waar ik al een paar jaar mee fiets. De laatste is met €2,99 niet te duur. Met deze outfit ga ik bij de wedstrijd voor de best geklede fiets-pelgrim hoge ogen gooien!.

Nu zijn we helemaal klaar voor de klim over de Pyreneeën. Deze knippen we in een paar stukken want in een keer naar 1800 meter klimmen is zelfs voor onze, inmiddels gespierde, kuiten teveel. Maar daarover later mee.