Nomaden

Paradise is not a location. It is an attitude of the mind — Christopher Titmuss

Dag 40

We zijn weer op tijd op pad. Bij de Auberge in de tuin sliep het op zich prima, maar we hadden een erg vervelende lantaarnpaal naast de tent staan. Die had zo’n fel licht dat ik zelf met gesloten ogen zag dat hij aansprong en na 15 seconden weer uit. Dat gebeurde ongeveer elke minuut. Als je slaapt, dan heb je daar geen last van, maar als je wakker ligt, dan is dat heel vervelend. Maar los daarvan was het hier prima vertoeven.

We komen nu in een gebied waar de wegen kaarsrecht lopen. Vanuit Los Arcos kun je Torros del Rio zo’n beetje zien liggen.

’s Ochtends gaan we altijd eerst op zoek naar boodschappen voor de dag. Wat brood, kaas en worst. Dit moet op tijd want de vraag is wanneer we (weer) wat tegen komen. Daarnaast is alles gesloten tussen twaalf en vier. In de kleinere dorpjes moet je heel alert zijn op waar de winkel is, want je herkent hem vaak niet. Zo ook in Sansol. Ze hebben er van alles en je kunt er zelfs koffie drinken. Het is dan wel Senseo koffie, maar toch.

Veel van de dorpen zie je al van verre. Ze liggen op een heuvel in het landschap of gewoon een hoopje huizen bij elkaar. Vaak gecentreerd rond een kerk of een klooster of abdij. Dit is Torros del Rio waar we langs komen.

Logrono is eigenlijk de eerste grote Spaanse stad die we tegenkomen. Het doet me een beetje denken aan Madrid waar ik een half jaar heb gewerkt. Logrono is een mooie, welvarende stad. De gebouwen zien er netjes uit, er is weinig leegstand en er worden volop flats in de buitenwijken gebouwd. Logrono is nu de drukke hoofdstad van de Rioja, je kent het wel van de Spaanse wijn. We komen langs de Santa Maria de Palacio (uit de 13e eeuw) en wippen toch even naar binnen. Ook hier een overvloedige hoeveelheid goud. Als ooit de temperatuur gaat stijgen in Spanje, dan stroomt het goud hier van de muren in de straten en de goten. Je kunt de welvaart van een stad ook afmeten aan de parken. Wij komen door een mooi groen park waar de grasvelden ook overdag nog gesproeid worden. Leuke stad, dat Logrono.

Het nadeel van een grote stad is dat het er druk is en dat de wegen meer gericht zijn op de auto’s. Wij volgen een stuk de wandelweg die ons mooi de stad uit leidt en langs het stuwmeer. Het voordeel is dat hij lekker rustig is, maar we moeten er wel flink voor klimmen. Op zich niet erg, want dan heb je ook weer een afdaling.

In Navaretta houden we een lange stop. Daar komen we Ria ook weer tegen, die graag op zichzelf fietst. Het is weer ruim boven de 30 graden en dan heeft een terras in de schaduw met een koel drankje magnetische krachten. Wij doen dat in Navarrete waar we tegenover de monumentale kerk La Asunción zitten. Ook hier weer een partij goud waar the Pirates of the Carabean jaloers op zijn. Maar goed bewaakt door Jacobus. Wat je hier ook veel ziet is een liggend beeld van Jezus in een glazen kastje. Mensen raken die even aan. Waarschijnlijk een teken van devotie.

We eindigen vandaag op de camping in Najera. Deze ligt in een voormalige arena en het is een mooi plekje, ondanks dat de camping zelf behoorlijk gedateerd en verlopen is. In de super hebben we onze eigen tapas, wijn en bier gehaald. Zo brengen we een rustige avond door waar ik geen tijd heb voor het verslag. Als het donker wordt en de muggen de avond claimen, duiken we in de slaapzak. Het nomadenbestaan bevalt tot nu toe goed.

Dag 41:

Als we Navarreta verlaten zien we de grotwoningen nog liggen. Waarschijnlijk hebben hier vroeger mensen gewoond. Verder kan ik er niets van vinden op internet.

Vandaag is het vooral veel fietsen en er is niet zoveel te zien onderweg. Daarom zijn we blij als we een stenen puntmuts zien staan in het veld. Het blijkt een GuardaViñas te zijn. Een stenen hutje, specifiek uit dit gebied om te schuilen bij slecht weer.

De andere attractie van de dag fietst met ons mee. Mevr. van der Veeke heeft gisteren bij een Action-achtige winkel een sombrero gekocht voor €1,95. Daar heeft ze de bovenkant uit geknipt en  dit restant heeft ze op de fietshelm bevestigd. Zo heeft ze meer schaduw op het gezicht en hebben we bij elke stop aanspraak van de lokale bevolking. Het doet me denken aan een oude tv-serie van de vliegende non. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. Is dit een geniale vondst waar iedereen straks mee fietst of denkt men dat ik met de dorpsgek uit Baflo op stap ben?

Santo Domingo de la Calzade is een grote plaats waar we doorheen komen. Hier maken we in een parkje in het centrum een boterhammetje. En dan kan gelijk de tent even drogen. Tijdens de siesta is het altijd erg rustig, dus niemand heeft last van ons.

Santo Domingo heeft ook weer een hoop geschiedenis. In de kerk wordt een levende haan en kip gehouden. Dit heeft te maken met een legende. Een familie met zoon was op reis naar Santiago. In dit stadje werd overnacht in een herberg en de dochter van de waard was niet vies van de zoon. Maar de zoon zag dat niet zitten, je bent tenslotte niet voor niets op weg naar Santiago. De dochter had wat moeite met deze afwijzing en verstopte haar tafelzilver in zijn tas om hem vervolgens van diefstal te beschuldigen. De straf daarvoor was ophangen en zo geschiedde. Vader en moeder helemaal in de mineur maar gaan toch –te voet- naar Santiago. Op de terugweg komen ze weer door Santo Domingo en de zoon blijkt daar nog steeds (uit) te hangen. En na zoveel weken aan de galg leeft hij ook nog. Pa en ma zoeken de rechter op die hun niet gelooft. Hij zegt dat de zoon net zo levend is als de gebraden kip op zijn bord. Blijkbaar was die niet goed aangebakken, want hij komt weer tot leven en vliegt weg. Grote consternatie, zoon krijgt pardon en een legende is geboren. Het laat mij wel met een hoop vraagtekens achter, maar daar denk ik nog over na.

Wij fietsen daarna met een grote boog naar Belorado om de drukkere N120 te vermijden. Er steekt een behoorlijke wind op en die hebben we tegen. Dit, in combinatie met de eindeloos lange wegen, brengt grote wanhoop bij me teweeg. Het is ronduit ploeteren. Ik geloof dat ik liever een steile berg op rijdt, dan dit. Want dan weet je dat je daarna een afdaling hebt. En bij tegen wind heb je niets wat je opbouwt. Ik zie het einde niet dichterbij komen en we doen over de 12 kilometers bijna anderhalf uur. Ik kom totaal gesloopt aan. Het voordeel is wel dat het door de wind niet te warm is. En we hebben vandaag een pension geboekt dus we hoeven geen tent op te zetten. Ria slaapt elders in de stad en zij zoekt een restaurant uit waar we voor €11 een culinair hoogstandje eten. Morgen is er regen voorspeld en zakt de temperatuur 15 graden. Ook dan gaan we de Tiera de Campos op, een soort hoogvlakte die bekend staat om zijn tegenwind. Ik hoop dat we daar niet teveel last van gaan krijgen.

Dag 42:

Geen wind maar wel regen, de hele nacht, en ook ’s ochtends regent het nog flink. We talmen wat omdat  we op een warme kamer zitten maar uiteindelijk moeten we er toch aan geloven. Ik heb weer vier lagen kleding aan, inclusief regenpak en regenschoenen. De temperatuur is 25 (!) graden lager dan gisteren en komt niet boven de 5 graden uit.
De route mijdt de drukke N120 en daar zijn we blij mee. We zitten er een stukje op en daar wordt je niet vrolijk van met al dat vrachtverkeer. En zeker niet in de regen. We kiezen een rustige weg door de groene Montes de Oca. Het is wel wat om maar dat hebben we er voor over.

De rest van de dag is het broek-uit-broek-aan weer. Je regent helemaal nat en je droogt weer op. Dan krijg je het in een klimmetje te warm, dus de regenbroek gaat uit. Niet snel daarna gaat het weer regenen en moet de regenbroek weer aan. Herhaal dit elk uur en je weet hoe onze dag eruit ziet.

Door de regen maak ik weinig foto’s en hebben we, behalve het landschap, weinig te zien. In San Juan de Ortega stoppen we even bij het klooster en de romaanse kerk. Meer om een broodje te eten dan om dit te bekijken.

Burgos is weer een grote stad. Ik heb een Airbnb geboekt op loopafstand van het centrum. We willen de kathedraal bekijken en een indruk van de stad krijgen. En dat lukt. Burgos is een stad met veel winkelstraten die autovrij zijn. Positief afwijkend van de andere (grotere) Spaanse steden die we gezien hebben. De kathedraal bekijken we via een bliksembezoek want het is bijna sluitingstijd. En dat is jammer want er is ontzettend veel te zien. We eten op authentieke Spaanse wijze in een tapasrestaurant. Je bestelt wat hapjes en drankjes aan de bar. Het is er erg druk met Spanjaarden en het eten is ook erg goed. Nu missen we alleen het avond-flaneren nog, want daar is het wat te koud voor vandaag.

Dag 43:

Het leuk van een Airbnd bij mensen thuis is dat je kunt zien hoe ze leven hier in Spanje. We zitten op een flatje, driehoog, bij Valerie. Ze heeft een heel klein woonkamertje, een keukentje en badkamer en drie slaapkamers. Daarvan verhuurt ze er twee. Omdat ze veel aan het werk is (als naaister), kunnen we het hele huis gebruiken. En vooral ’s ochtends is dat heel fijn. Zo kunnen we rustig opstaan en ontbijten. We vertrekken pas tegen tien uur. In Burgos gaan we langs de Decathlon want het gas is weer op. Ondanks dat het niet veel klimmen is, gaat het moeizaam vandaag. Daarom maken we er ook een relatief korte dag van.

Ik vraag me af wanneer je stopt om een toerist te zijn en een reiziger wordt. Bij de laatste gaat het meer om het onderweg zijn en minder om de dingen te zien. Ik heb het gevoel dat ik op het moment alleen maar ergens naartoe ga om er weer weg te kunnen gaan. Verder reizen lijkt belangrijker dan genieten van de dingen. De interesse voor de bezienswaardigheden is aan het afnemen. De zoveelste kerk met romaanse bogen en met goud bekleedt. En alweer een mooi landschap. Op een gegeven moment zie ik het niet meer en heb ik iemand anders nodig om te realiseren hoe bijzonder het is. Ik werkte in een prachtig gebouw maar ik had dat pas door als ik een bezoeker had die met open mond naar de prachtige (werk)omgeving zat te kijken. En eigenlijk is dat jammer, als de toerist in je verdwijnt. Er is nog zoveel moois te zien en het is goed je te blijven verwonderen. Mogelijk dat ook het slechtere weer van vandaag er invloed op had. En wat zeker meespeelt is de vermoeidheid. Als ik moe wordt, dan neem ik het allemaal niet meer op. Het is gewoon tijd voor een rustdag.

De landschappen waar we doorheen gaan, zijn prachtig. De geur van het land, het graan dat op de velden golft alsof het water is en de jubelende vogels. Door de afgelopen regen is het landschap kraakhelder en kunnen we heel ver kijken. Ondanks de vermoeidheid genieten we hier nog met straaltjes van.

Bij het naderen van Castrojirez rijden we onder de boog van het voormalige klooster van San Anton door. Het klooster is opgeheven en ze hebben de weg gewoon door de poort heen gelegd. Vroeger waren hier nissen waar ze brood en wijn voor late pelgrims neerlegden. De monniken waren goed in het bestrijden van de ziekte Antoniusvuur. Al in de 17e eeuw werd de orde opgeheven.

Castrojeriz ligt aan de voet van een heuvel met daarbovenop de restanten van een tempeliersburcht uit de 8e eeuw. De burcht heeft veel belegeringen doorstaan. Maar een aardbeving in 1755 was teveel en nu is het een ruïne.

Ik voel me al de hele dag niet goed. Duizelingen, rillingen en een knallende hoofdpijn. Ik denk dat ik gewoon griep heb. Goed dat we morgen een dagje rust nemen.

Dag 44:

De regen van de nacht heeft het tentje en de fietstassen weer lekker schoongespoeld. Het is hier nog steeds knap winderig. Westenwind, dus als we zouden gaan fietsen dan zouden we hem tegen hebben. Maar we gaan vandaag niet fietsen. Na een nacht koorts zou het ook een uitdaging worden. Het lijkt nu wat beter te gaan. Het lukt me zelfs om tot negen uur te blijven liggen.

Na het ontbijt lopen we even het dorp in. Het is ontzettend langgerekt (de hoofdstraat is twee kilometer lang) dus een flink stuk lopen. Maar het is fijn om even wat anders met de spieren te doen. Het is altijd al een belangrijke etappeplaats geweest van de camino. Vroeger had het acht hospitales, drie kloosters en zes kerken. Van de laatste zijn er nog drie over waaronder de Santa Maria del Manzano. Deze zie je prachtig liggen als je het dorp nadert.

Voor de rest zijn het wat verweerde straatjes en toch wel veel leegstand. Blijkbaar leveren de camino-gangers niet voldoende op om het complete dorp welvarend te houden. We zien wel dat de huizen langs de hoofdweg gerestaureerd en goed onderhouden zijn.

En wat ze hier hebben is nog een dorpsomroeper. Met een bel loopt ze door de straten. Als iemand het raam open doet, geeft ze de nieuwtjes door. We kunnen het niet precies verstaan maar we begrijpen wel dat Juan vandaag ziek is.

Het is lekker om een beetje bij te komen in de zon. De temperatuur is overigens niet zo hoog meer. Na de laatste hete dagen zitten we nu tussen de 10 en de 17 graden. En ’ s nachts ruim onder de tien. Ik slaap weer met een trui aan. Maar voor het fietsen is dit wel fijner dan de hitte. Als het goed is, draait de wind morgen. Een duwtje in de rug zou wel fijn zijn.