Coronawandeling

Binnen zitten is geen optie voor ons. Zeker niet als het mooi weer is. Wandelen kan altijd en op het Hogeland is ruimte genoeg om de gewenste afstand te houden. Recent hebben we  Waddenland routeland gevonden. Op dit moment zijn er nog maar een paar (wandel)routes maar hopelijk in de toekomst meer. Eerder deden we de route bij het Reitdiep die ons van Garnwerd naar Sauwerd bracht en terug. Afgelopen vrijdag kozen we voor de verhalen van het Zouteland. Bij Zouteland moet ik altijd aan Zeeland denken door de hit van Bløf maar hier in het hoge noorden hebben we ook een zout land.

Je downloadt de app op je telefoon, gaat naar het startpunt en vanaf daar wordt je begeleid door een route en onderweg poppen,op de juiste plaatsen, interessante weetjes op het scherm.

De theefabriek.

Wij starten in Houwerzijl bij de Theefabriek. Ooit had Houwerzijl een open verbinding met de zee en woonden hier alleen zeelieden en vissers. In de 18e eeuw kwam het in het binnenland te liggen vanwege de inpolderingen en werd het een gewoon boerendorp. De theefabriek is natuurlijk gesloten vanwege de Corona en het staat in de steigers. Nu is dé periode om onderhoud te doen. Het voormalige kerkje herbergt nu een theeschenkerij en het enige theemuseum van Nederland.

Alleen maar ruimte (klik om hem groter te zien).

Vanuit Houwerzijl gaan wij richting Zoutkamp. Je staat binnen no-time tussen de velden. Voor weidse gezichten moet je echt in Groningen zijn. En hier in Noord-Groningen helemaal. Nog niet zo heel lang geleden was dit gewoon nog wad/zee dat onderhevig was aan het spel van eb en vloed. Ik kan me goed voorstellen dat er maar weinig nodig is om naar deze staat terug te gaan. Ondanks de blauwe luchten en de zon is het fris. Er staat een straffe wind maar het is heerlijk om hier buiten te zijn. En je komt geen mens tegen dus de 1,5 meter wordt hier gemakkelijk 1,5 kilometer.

Reitdiep, uitzicht op Zoutkamp.

Bij het Reitdiep kunnen we niet verder en we volgen het water richting Zoutkamp. We hebben in het buitenland mooie uitzichten gehad maar gewoon hier naast de deur is het ook prachtig. Op een bankje drinken we koffie en zien in de verte Zoutkamp al liggen. We moeten door het Spookbos om in het dorp te komen. Het bos heeft deze naam gekregen omdat iemand ooit zijn buurman voor de gek wist te houden door zich als een spook voor te doen. Wij zien geen spoken maar alleen wat kinderen. Zelfs de kleine jongetjes dragen hier een oorbel met een scheepje. Als een drenkeling gevonden wordt met zo’n oorbel dan weet men dat het om een visser uit Zoutkamp gaat.

In de haven/De kleurige huisjes/Kaap Garmt.

Zoutkamp dankt zijn naam aan het feit dat hier in de late middeleeuwen nog zout werd gewonnen uit zoutveen. Daarna werd het een vissersplaats maar was het ook een militaire verdedigingsschans. De inwoners werden ‘Schelleviskoppen’ of ‘Vlintboksems’ genoemd. Na het afsluiten van de Lauwerszee ging de visserij hard achteruit. Toch zijn er nu nog steeds wat vissersboten met de code ZK in de haven aanwezig. De meeste doen wat onderhoud en we zien er ook een uitvaren naar de Waddenzee. Aan het feit dat er veel horeca is, kun je opmaken dat het hier vaak druk is. Nu is alles dicht en zien we enkel een hondenuitlater op straat. Gelukkig is de viskar bij de sluis wel open en daar scoor ik, op een afstand van anderhalve meter, een vers lekkerbekje. Staand op de sluis zie je de Kaap Garmt liggen. Een toren met daaronder een drenkelingenhuisje zoals op de Engelsmanplaat stond.

Panserpad.

Bij boerderij Panser (ik ga er automatisch Duits van praten) komen we op het Panserpad. Dit is een van de oude kerkenpaden die tussen de dorpen lag die wel en geen kerk hadden. De paden waren meestal maar één baksteen breed en gingen via de kortste weg recht door de weilanden. Het Panserpad liep tussen Zoutkamp (toen geen kerk) naar Vierhuizen (wel een kerk).

Hierbij komen we langs de boerderij Beusum. Vroeger stond hier de borg Bewsum die ergens in de 15e eeuw gebouwd was. Begin 18e eeuw is hij weer afgebroken. Een paar stenen in de gevel zijn de enige herinnering aan de borg. Wel zegt men dat het spookt op de boerderij. Vanuit de kwelders kwamen de ‘witte wieven’ naar de boerderij. Binnen spookt het ook want soms zie je de voormalige boerin in haar nachtgewaad langs zweven. En dat kan schrikken zijn.

De kerk van Vierhuizen.

Als je de wandeling doet, neem dan even de tijd om in Vierhuizen te kijken. Tot begin 20e eeuw lag dit dorpje (dat veel meer dan vier huizen heeft) nog aan zee. Het duurde lang voordat het ingepolderd was omdat de kerk van Zoutkamp en de kerk van Vierhuizen ruzie maakten over de grond.

Het 12e-eeuwse kerkje ziet er prachtig uit maar heeft een roerige geschiedenis. Zo dicht aan zee had het last van de natuurlijke elementen. Menig storm geselde het gebouwtje. Een jaar of tien geleden stond het op instorten maar omdat het aan het tv-programma ‘de Restauratie’ meedeed en won, kon het voor 1 miljoen euro gerestaureerd worden. En dat is te zien. Ook van binnen ziet het er prachtig uit.

De Chinese inktsteen/De steen van Klaas Jans.

Ook buiten is genoeg te zien. De Chinese kunstenaar Ping heeft hier met behulp van negen granieten blokken een platform gebouwd dat een Chinese inktsteen moet voorstellen. Het grootste deel zit onder de grond en ik ben er niet echt van onder de indruk. Voor mij ziet het eruit als een slordig stuk beton.

Veel leuker is de grafsteen van Klaas Jans. Hij werd maar 28 jaar. Zijn relaas staat in dichtvorm op zijn steen. Hij leed al jaren aan een liesbreuk en in de winter in 1787 schaatste (!) hij over het Reitdiep naar Groningen om daar de dokter op te zoeken. De dokter was niet thuis en onverrichterzake schaatste hij weer naar huis. De uitputting en de koorts deden hem de das om:

ik kwam zoo thuis
Doornat gesweet van pijn en kruis
Bij mijn geliefde vrouw en kroost.
Direkt na ’t bed, ‘k was afgeslooft.
Terstond gehaald twee ars om raad
Vlijt angewend, maar ’t was te laad.
Want ziet, geen kruid voor mij zij kenden
Moest ik den derden dag ten enden
Mijn leeftijd zijn, dus ben ik net
Ten tijnde dag in ’t graf gezet.
Vanwaar ik weer verijsen zal
Vaarwel geliefde, looft God al.

Bij het verlaten van Vierhuizen komen we langs het kerkhof dat gek genoeg niet bij de kerk ligt. Ze hebben een prachtig (onderhouden) hekwerk met symbolen van leven en dood die ons wijzen op de tijdelijkheid van het aardse leven. Van boven naar onder de uil (symbool van de nacht/dood), een zandloper met vleugels (de tijd vervliegt en de mens is vergankelijk), de zeis (gereedschap van de dood) en de ouroboros (symbool van de wedergeboorte).

Hierna wandelen we over de oude kwelderwal richting Ulrum. Dit is de opgehoogde oever van een riviertje dat vroeger door het wad liep. Vanaf de 9e eeuw werd deze wal bewoond en ontstond een rij van wierden waar later Vierhuizen, Ulrum, Leens en Wehe-den-Hoorn uit ontstonden. Het is een mooie route die grotendeels via kleine, verlaten weggetjes door de velden loopt. Geen coronaproblemen hier.

Via Niekerk komen we na 15 kilometer weer bij Houwerzijl. Hier kun je een extra lusje maken van 3 kilometer en dat doen we natuurlijk ook nog even. Hierbij komen we langs Vliedorp of wat daar van over is. En dat is bar weinig. Een heuvel waar vroeger de kerk op heeft gestaan en wat grafstenen.

Het dorpje ontstond in de 13e eeuw en was een plaats (vlie=vlucht) waar mensen bij hoog water heen konden gaan. Het was niet hoog genoeg om de Corona-, nee ik bedoel natuurlijk de kerstvloed van 1717 te weerstaan. 32 huizen, 48 mensen, 142 koeien, 29 paarden, 16 varkens en 194 schapen legden het loodje. Het dorp was al een tijdje aan het leeg lopen maar dit was de nekslag. In 1750 stond er geen huis meer en de kerk is in 1800 afgebroken. De begraafplaats bleef nog in gebruik tot begin 20e eeuw. Het is een magisch plekje.

Via een hoogholtje steken we de Houwerzijstervaart over. Hoogholtje is de Groninger naam voor de hoge bruggetjes. Wat ik niet wist is dat als ze van ijzer zijn, ze dan officieel een ‘hoogiezertje’ heten en bij beton een ‘hoogbetonje.

Bij de theefabriek pikken we de auto weer op. Groningen is prachtig en het is heerlijk om hier een frisse neus te halen. Zo kunnen we er weer even tegen.

Pieterpad (2)

Donderdag 12 december
Van Winsum naar Groningen (20 km)

‘Chaotisch’ is het beste woord voor de start van deze etappe. Ik kan het niet anders noemen. Nadat we met de bus van Baflo naar het zwembad in Winsum zijn gegaan, kruipen we door de bosjes om op de route te komen. Terwijl dit nergens voor nodig is, we kunnen ook 50 meter omlopen. Even verderop willen borden ons terug laten lopen. Zijn we helemaal voor niks door de bosjes gekropen. Ze zijn hier duidelijk aan het werk geweest, maar nu kun je er toch weer langs. En na de eerste afslag denken we dat we, aan de track te zien, verkeerd zijn gelopen. Die loopt door het weiland naar de Garnwerderweg en wij lopen via Schillingeham. Veel mooier en later blijkt ook dat dit de gewijzigde route is.

Het traject vandaag is grotendeels bekend. Ontelbare keren heb ik deze route al gefietst. Maar goed, nu doen we het een keer op de langzame manier. Ik kan melden dat het toch anders is dan fietsen.We beginnen met wat omtrekkende bewegingen om Garnwerd. Veel over fietspaden en omdat het winter is, zijn er niet veel fietsers onderweg dus we voelen ons vrij. Waar mogelijk gaan we even de dijk op voor het uitzicht. Dijken zijn hier veel want we zitten nog steeds in het Middag-Humsterland. Een landschap dat voornamelijk gevormd is door de waterloop van de Hunze toen het nog onder het eb en vloed regime viel. De dijkjes geven mooie uitzichten op het landschap en de restanten van de oude meanderende Hunze.

Garnwerd is een oud slapend wierdedorpje. Het kwam pas tot bloei toen het aan het Reitdiep kwam te liggen. Dat was in 1629 toen het Reitdiep uitgegraven werd. Ik vind dat onvoorstelbaar dat ze in die tijd zo’n kanaal hebben uitgegraven. Met de hand! Afijn, voor Garnwerd was het wel fijn. We willen eigenlijk koffiedrinken bij Café Hamming dat een authentiek interieur heeft. Maar die is pas om elf uur open. Gelukkig is bij Garnwerd aan zee wel op tijd de wekker gegaan. Ze serveren een heerlijke Velvet cake. En als we lopen, dan mogen we aan het lekkers.

Garnwerd heeft nog een mooie molen en claimt het smalste straatje van Nederland te hebben. Ook de gietijzeren ophaalbrug ziet er oud uit. Maar die is van 1933. Voor die tijd was er een voetveer. Dat kwam van de Wierummerschouw waar we later langs komen. Op een hete zomerdag ben ik ooit van deze brug gesprongen in het Reitdiep. Garnwerd blijft een plaatje, in welk seizoen je er ook komt.

We gaan terug over de brug en volgen de LF-fietsroute naar Wetsingerzijl. Zijl is het Groninger woord voor sluis. Deze zijl is al in 1634 gebouwd in het Sauwerdermaar. In 1867 is er een versie met 5 paar deuren gekomen. In 1929 ging hij buiten bedrijf en verviel. Nu hebben ze er 1 miljoen (!) euro in gestopt en is hij in zijn oude luister hersteld. Gewelfde gemetselde muren met ijzeren banden. Dit noemen ze ‘wulfmuren’.

Iets verderop is de Wetsingersluis. Waarom de ene een zijl heet en de andere een sluis, is me een raadsel. Deze is als schutsluis in het Reitdiep geplaatst om de stad te beschermen tegen hoog en zout water. Er zit een prachtige ijzeren draaibrug op. Voor ons doen ze hem net even open.

Oostum is de volgende stop. Het is een kerkje op een afgegraven wierde met een paar huizen eromheen. Je kan het geen dorp meer noemen. De kerk is een mooie stopplaats. Aan de achterkant staat een bankje waar je in de zon kunt zitten. En er is een openbaar toilet. Als wij er zijn, is de kerk open en kunnen we binnen ons bammetje doen.

Het kerkje is gebouwd in de 13e eeuw met drie traveeën (muurvakken). Toen in de 14e eeuw de toren werd toegevoegd kwam er een halve travee te vervallen. Het zadeldak op de toren is bijzonder omdat het dwars staat. Ongebruikelijk voor deze regio. De dakbedekking zijn overigens ‘monniken’ en ‘nonnen’. Halfronde pannen die beurtelings met de bolle en de holle kant naar boven liggen. Iets wat we eerder ook bij andere Groninger kerken zagen. Het is een van de meest gefotografeerde en geschilderde kerken van Groningen.

Via een Dode Laan (kortste weg naar het kerkhof, nu komen we er net vandaan) lopen we door de velden naar Wierummerschouw. Het woord schouw verwijst naar het feit dat hier vroeger een pontje was. Juist ja, het pontje wat later naar Garnwerd is gegaan. Hier moeten we een omleiding volgen. Omdat vorig jaar al de Paddenpoelsterbrug eruit is gevaren moeten we een stukje omlopen via de nieuwe brug bij Dorkwerd. Die Paddenpoelsterbrug is een soap op zich. Sommige boze tongen beweren dat het opzet was omdat ze van het van Starkenborghkanaal een scheepvaart-snelweg willen maken en dan ligt zo’n brug maar in de weg. Feit is in elk geval dat er weinig schot zit in de vervanging. Zelfs een noodbrug of een pontje voor de fietsers en wandelaars kan niet voor 2022 gerealiseerd worden. Ook de Tweede Kamer maakt zich er druk om. Wij kunnen er weinig aan veranderen dus we lopen gewoon om. Inmiddels begint het lijf langzamerhand te protesteren maar de stad komt in zicht en gelukkig hebben we nog wat afleiding.

Waar nu het nieuwe ICT/Kennis-gebied Zernike uit de grond gestampt wordt, stond vroeger het Galgenveld. Hier werden de misdadigers opgehangen als afschrikking voor de reizigers met snode plannen, die de stad binnen kwamen. Als herinnering staat er een metalen hand met gedicht.

Als we de wijk Selwerd binnenkomen, staat er het kunstwerk Levensloop. Alhoewel het heel toepasselijk lijkt, al die schoenen, voor het Pieterpad, het heeft er niets mee te maken. Het gaat over de vele (80) verschillende nationaliteiten die in deze wijk wonen.

Via een interessante route gaan we door de stad naar het station. Er is onderweg veel te zien maar voor ons, als Groningers, is het allemaal gesneden (Groninger) koek. We komen langs de Noorderbegraafplaats, door het Noorderplantsoen en langs de Noorderhaven. Allemaal mooi.

Maar de spieren en heupen willen op dit moment maar één ding en dat is naar huis gaan. Dus alle andere bezienswaardigheden laten we even links liggen en spoeden ons naar het station. Daar zijn ze al helemaal in kerstsfeer en dit maakt de stationshal er nog mooier op.

Ondanks dat deze etappe de bekende weg was, hebben we toch genoten. En na ’s avonds een uurtje gezeten te hebben, komt het lijf ook weer wat bij. Mooi dat we weer een stukje verder zijn en op naar het volgende traject!