Vrijdag 18 augustus – Zondag 20 augustus: van Bernay naar Jumièges naar Arques-la-Bataille naar Vironchaux

We maakten niet zoveel mee. Kenmerkend voor Noord-Frankrijk. Het is hier nog steeds prachtig. De dorpjes geven veel afleiding en de huizen zijn mooi. Maar, los van dat er in elk dorp een oorlogsmonument staat, is er niet zoveel te doen. Daarom wat dagen gecombineerd, tot er wat meer te vertellen is. Alleen wat foto’s met een korte tekst. Scheelt me ook wat tijd, want het maken van een verslag kost me ’s avonds toch telkens weer een paar uur.

Vrijdag 18 augustus:  van Bernay naar Jumièges

The only trip you will regret is the one you don’t take.

kaart-18-8

 


Ik verbaas me elke keer weer over de enorme kerken die in elk gat staan. Dit is in Sequingy.


Voor menhir Fang rijden we een stukje om (en heuvelop). Maar hij staat midden in een veld met gewas. En dat willen we niet beschadigen. Daarom een afstandelijke foto.

 


In elk dorp is wel een ruïne van een kasteel, kerk of abdij te vinden. Dit is de oude burchttoren bij Brionne. Overigens een aardig dorpje.

“.

Veel kleine weggetjes vandaag. Maar soms ook over grote drukke wegen. Toch ben ik positief over de route. Hij is mooi.

En we zien een enorme hoeveelheid vakwerkhuizen.


Met een pontje moeten we de Seine oversteken om in Jumièges te komen. En in Frankrijk hebben deze mannen gewoon koffie en theepauze en dan ligt de boel stil. Ook de sluiting van alle winkels tussen 1 en 3 is soms lastig als we tussen deze tijd de enige winkel tegenkomen van de dag. Dit betekent dat we soms om 10 uur al boodschappen moeten doen en er vervolgens nog 60 kilometer mee rondfietsen, heuvel op en af.

De restanten van de Benedicter abdij in Jumièges. Tijdens de revolutie van 1789 opgeblazen maar de torens van 46 meter hoog staan er nog.


Het is wel weer een dure camping maar met een eigen kraan en mooie afgeschermde plekken. Dat is ook wel nodig want het waait ontzettend.

profiel18-8

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,2 (totaal 1380)
Aantal hoogtemeters: 574
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 589
Camping de la Foret (€ 24,10)

Zaterdag 19 augustus: van Jumièges naar Arques-la-Bataille

Home is not a place, it is a feeling.

kaart-19-8

Het weer hier is als schuifkaas. Nu is de kans groot dat je niet weet wat schuifkaas is, dus dat zal ik eerst even uitleggen. Mijn opa kwam uit een groot gezin. En het was arm. Hij werd op 14-jarige leeftijd vanuit Brabant naar Sauwerd (Groningen) gestuurd om bij een boer te werken. Afijn, zo ging dat in die tijd maar ze hadden dus niet veel te makken. Als er brood gegeten moest worden dan werd die belegd met een plak kaas. En het was de bedoeling dat je bij elke hap de kaas wat opschoof met je tanden. Aan het einde van het brood had je dus een plak kaas over. En die kon op de boterham van broer of zus. Het weer is hier net zo. Elke dag beloven ze dat het morgen mooi wordt. Het schuift steeds een stukje op. 

Ook vandaag staan we op met regen. En onderweg moet het regenpak aan tijdens een hoosbui. Maar dat zijn we wel gewend, dus geen probleem. In de loop van de dag wordt het beter en ’s avonds zelfs mooi. Het is wel koud. 12 graden bij het opstaan. Maar ook dat wordt later hoger, zo rond de 20. ’s Avonds op de camping is het weer behoorlijk fris. En ook de wind doet een duit in het zakje. Veel tegen maar het laatste stuk, als we moe worden, mee.

We zien weer veel vakwerkhuizen, maar soms zijn het nepperds. Dan verven ze gewoon bruine strepen op een witte muur. Dat is hier overigens niet het geval. Bij de meer vervallen huizen zie je hoe de leem de ruimte tussen de balken opvult.


De oude boerderijen zijn nog uit de Vikingentijd. Ze lijken op omgekeerde schepen en liggen van oost naar west om maximaal van de zon te kunnen profiteren. De trap zit aan de beschutte oostzijde. En op het dak zijn irissen geplant. De wortels houden het riet van het dak bij elkaar.


We fietsen een heel stuk over het plateau de Caux. Door de ligging op 100-200 meter boven zee heeft het een eigen, vooral winderig, klimaat. Dat merken we wel. Er is veel landbouw en veeteelt.


Er hebben hier vroeger ontzettend veel rijke mensen gewoond. Dat zien we aan de enorme hoeveelheid chateaus. De een nog groter en luxer dan de andere. Overigens zijn er veel leegstaand en in erg slechte staat van onderhoud. Het kost een vermogen om zoiets bij te houden. En na de Franse revolutie had de adel geen mensen meer om te misbruiken voor dit werk of voor inkomsten. Dus kwamen ze leeg en vervielen.


Typisch Frans boerenlandschap. De oogst is binnengehaald en de rollen met stro liggen in het veld te drogen.


De municipal ligt rond een meertje. ’s avonds is het hier feest en zijn we blij dat we een plekje ver van het gebral gekozen hebben. Na 9 uur kruip ik weer in de tent want het wordt veel te koud. Mevr. van der Veeke zit daar dan al een tijdje in, met ski-broek en donsjas. Vroeg in de tent vind ik overigens niet erg. We gaan op tijd slapen want we zijn ook weer op tijd op.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 80,1 (totaal 1460)
Aantal hoogtemeters: 647
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 538
Camping municipal des deux Riviéres (€ 15,40)

Zondag 20 augustus: van Arques-la-Bataille naar Vironchaux

I don’t want to know what time it is. I don’t want to knwo what day it is or where I am. Non of that matters.
Alex Supertramp

kaart-20-8

Door de heldere nacht, is de tent erg nat geworden. En wederom lijkt het beloofde mooie weer opgeschoven te zijn. Voor vandaag lijkt er meer op het programma te staan, maar uiteindelijk valt het tegen. Veel is niet te vinden of ligt zo ver buiten de route dat we er niet voor om willen rijden. Omdat het zondag is en de boodschappen problematisch lijken te worden, gaan we in Eu uit eten. Een uitstekende keuze zo blijkt later. Hieronder de hoogtepunten van de dag.

Boven Arques-la-Bataille staan de ruïnes van een 11e eeuws kasteel. We zagen het al vanaf de camping maar dat was te ver weg om een foto te maken. Vanochtend lukt dit wel.


Koffie maken we vaak onderweg. Op officiële fietsroutes staan mooie bankjes en picknicktafels. Hier staat weinig. We komen dan bij kerken, scholen, gemeentehuizen of hier, bij Jezus, terecht. Als er maar een trapje is om op te zitten, dan zijn we al tevreden. De plekjes worden ook geselecteerd op uitzicht. En in Frankrijk eten we er dan altijd een croissantjes bij.


Onderweg zien we best veel. Hier in Noord-Frankrijk verandert het landschap en de huizen. Het is wat rommeliger hier. Veel vervallen spul en veel gebouwd zonder richtlijnen, waardoor je een allegaartje krijgt. Toch is het interessant om hier te fietsen. Er is veel te zien en soms kom je in het landschap getuigen tegen uit het verleden, zoals deze oude spoorbrug. Er loopt nu een wandelpad overheen.


In Eu (een woord wat veel in kruiswoordpuzzels gebruikt wordt) worden we weer even verrast. Je komt van een rommelige landelijkheid in een mooi, geordend en goed onderhouden stad. Het kasteel uit de 16e eeuw hebben ze omgebouwd naar Hotel de Ville, met een mooie tuin ervoor. Het is een overweldigend gebouw wat in perfecte staat is. Als je ervoor staat, weet je niet waar je moet kijken, zo groot en zo breed is het. De foto doet flink te kort, maar blijft indrukwekkend.


Naast het oude kasteel, staat er ook een 12e eeuwse Gotische kerk in Eu. Ook prachtig om naar te kijken alhoewel ik wel moet zeggen dat ik wat uitgekeken ben op kerken. Eu zelf is trouwens een mooi stadje maar op zondag is hier alles gesloten. We vinden met moeite een open restaurant en hebben een (eet)pauze van anderhalf uur. Eu is overigens een dubbelstad (net als Baflo en Rasquert) met le Treport dat een paar kilometer verder aan de kust ligt.


Het gebied waar we vandaag doorheen fietsen is een grootschalig landbouwgebied. Kleine boertjes zie je hier niet, alleen maar efficiënte grote akkers en weiden. Normandië produceert 10% van de tarwe en rundvlees van het land. Veel wordt voor de export gebruikt. We zien veel gewassen zoals graan, mais, vlas en andere dingen die ik niet herken.


In St. Blimont fietsen we tegen de oude, 15e eeuwse, wachttoren annex klokkentoren aan. Je kunt er ook nauwelijks omheen. Mooi dat ze dit soort dingen in stand houden maar je ziet wel veel achterstallig onderhoud. Er zijn ook veel te veel kerken en torens, die allemaal geld nodig hebben.


Saint-Valery-sur-Somme (waarom sommige plaatsen St. heten en andere Saint, voluit gespeld, heb ik geen logica in kunnen ontdekken) is een toeristisch kuststadje. Er is wat te doen want de auto’s staan heinde en verre geparkeerd en je ziet massa’s mensen lopen. Wij kiezen ervoor het stadje uit de verte te bekijken. Er moeten nog teveel kilometers gedaan worden vandaag.


We komen laat aan op de camping, het is al na zessen. De camping heeft zijn beste tijd gehad maar heeft een kroeg/restaurant waar het hele dorp ’s avonds zit te eten en drinken. Wij vinden het ook fijn om warm binnen te kunnen zitten want het begint wat te spetteren. Ik hoop dat ze het morgen weer mis hebben met het weer want er is regen voorspeld.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 88,0 (totaal 1548)
Aantal hoogtemeters: 591
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 470
Camping les Peupliers (€ 19,30)

Donderdag 17 augustus: van Sées naar Bernay

Komorebi (Japanese)
Sunlight that filters through the leaves of trees

kaart-17-8

De voorspelde regen is gekomen. Gelukkig hadden we gisteren alles al zo veel mogelijk ingepakt, dus het meeste zit droog in de tas. De tent kan ik van binnenuit afbreken zodat uiteindelijk alleen de buitentent nat in de zak gaat. Onder het grondzeiltje voel ik wat hards. Het blijkt de kurk van de ciderfles te zijn, die we gisteren lieten ploppen. De camping heeft overdekte bankjes. Daar ontbijten we, samen met twee Belgische motorrijders. Dan kan het volledige regenpak aan en kunnen we gaan.

Sées hebben we nog niet bekeken omdat de camping ten zuiden van de stad ligt. Je ziet van verre de kathedraal al liggen met zijn torens van 80 meter hoog. Het is een mooi gotisch gebouw uit de 13e en 14e eeuw. We zijn vroeg vandaag dus hij is nog op slot. Maar als ik aan de deur rammel komt er een mevrouw aan die om ‘cinq minutes’ vraagt. En dan kunnen we alsnog binnen kijken. Met name de gebrandschilderde ramen  zijn prachtexemplaren. Links en rechts is een groot rozet, in de torens, met fantastische beeltenissen.

Vandaag hebben we eerst een stukje afdaling. Dan moeten we nog een klein stukje klimmen. En daarna gaat de route min of meer naar beneden. De eerste kilometers vliegen voorbij, temeer omdat we ook wind mee hebben. Het regenpak is wel een dilemma. Het regent te weinig om hem aan te doen, maar teveel om hem uit te doen. Vooral met klimmen is het zweten erin. Hij gaat al vrij snel toch weer uit en dat gaat prima gedurende de dag. Alleen in de middag hebben we een fikse bui.

Volgens het boekje is het hier paardenland. Maar we zien vooral lege weiden en auto’s met trailers. Waarschijnlijk zijn de paarden ook op vakantie. 

We fietsen in het departement Orne en dit is bekend van de camembert. Een gevluchte priester met het recept kwam terecht in de plaats Camembert. Het recept gaf hij aan Marie Havel, die hem onderdak gaf. Marie en kinderen maakten er de huidige versie van. In 1890 werden de karakteristieke ronde doosje van spaanplaat bedacht en sindsdien is er weinig meer veranderd.

Esschaffour ligt er verlaten bij. Ooit heeft Marquis de Sade hier gewoond. Wij vinden de kerk fascinerend. Buiten is een beeld van een jongetje die niet zo vrolijk kijkt. Zijn ingewanden vallen eruit. In de kerk vinden we een vitrine met allerlei botjes, waarschijnlijk relikwieën. En ook hier zijn de ramen weer prachtig. Dit geeft ons voldoende om over na te denken de komende kilometers door de bossen.

Bij St. Evroult-Notre-Dame-du-Bois (de namen lijken steeds langer te worden) zijn de restanten van een abdij. In de 11e tot en met de 14e eeuw was dit een wetenschappelijk centrum. Vele grote geesten leefden hier. Een vijftal monniken trok naar Engeland en begon in een schuur les te geven. Dat heet nu Cambridge. Uiteindelijk is het klooster de das omgedaan door slecht onderhoud. De abten woonden elders en vonden het niet zo belangrijk. Zo ging het van kwaad tot erger. Uiteindelijk zijn de laatste monniken vertrokken in 1791. Plundering van de materialen en verder verval hebben het gemaakt tot wat het nu is.


Inmiddels zijn we door Basse-Normandië heen en overgestapt naar Haute-Normandië. Het zijn veel rustige wegen door bossen. We zien regelmatig wild en vandaag steken drie hertjes de weg over.

De afgelopen tijd hebben we gewoon op de kaart gereden. Nu komen we weer een tijd langs een fietsroute, de Vallée de la Charentonne, langs het gelijknamige riviertje.Dit is gemakkelijk omdat er dan bordjes staan met route aanwijzingen. En vaak is er een betere infrastructuur in de vorm van picknickplaatsen en bankjes. Maar deze heeft zijn beste tijd gehad. Veel bordjes zijn weg, scheef gevallen of vervaagd. Jammer want het is wel een mooie route. 

Ook zien we het landschap veranderen. Meer glooiend en veel bos. En met het landschap, de huizen. Het zijn veel vakwerkhuizen zoals we die in Duitsland gezien hebben. Tussen de balken wordt het met leem opgevuld en als ze geld hadden werd het gepleisterd.

In Broglie kunnen we het weer niet laten om in de kerk te kijken. Geen gekke dingen hier maar wel weer mooie beelden en brandschilderingen in de ramen. 

Als we de kerk uitkomen, zien we een donkere lucht aankomen. Tot nu toe hebben we veel geluk gehad. We hopen dat dit ook overwaait. Tussen Broglie en Bernay liep vroeger een spoorlijntje. Als je de rails eruit haalt en er asfalt in gooit, dan heb je een mooi fietspad. In Frankrijk noemen ze dit een voie verte. Die vluchten we op voor de bui. Maar het mag niet baten en even later spoelt het. Onder de bomen vinden we wat beschutting.

En na regen komt zonneschijn, dus een tijdje later fietsen we door een tunnel. Het zonlicht maakt er alle tinten groen van, die je kunt bedenken. En dat is prachtig, maar ook wat saai. Door de bomen heb je geen uitzicht.

Vanwege de verwachtte regen hebben we een hotel geboekt in Bernay. Het mag ook wel een keer luxe. Of, zoals Willem zou zeggen, je laatste broek heeft toch geen zakken. Het is midden in het centrum. De fietsen mogen binnen staan. Maar wederom zitten we op de bovenste verdieping. Dus dat betekent met elk vier tassen, stuurtas en tent/slaapzakken naar boven sjouwen. Gelukkig is er wel een lift. Kamperen voelt heerlijk vrij, maar een eigen badkamer en wc is ook een verwennerij. In het hotel kunnen we natuurlijk niet koken, dus we gaan ook uit eten. We vinden een perfect Frans restaurant. Het is er druk met autochtonen en dat is altijd een goed teken. Een schot in de roos want we krijgen een heerlijke, authentieke Franse maaltijd voorgezet. Met de buik vol, evalueren we de dag. We kunnen alleen maar concluderen dat, ondanks dat het weer niet zo goed was, het weer goed was.

profiel17-8

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 74,2 (totaal 1308)
Aantal hoogtemeters: 580
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 630
Hotel le Lion d’Or (€ 68,=)

 

Woensdag 16 augustus: van Sille Plage naar Sées

Travelling is about finding those things you never knew you were looking for.

kaart-16-8

Vandaag hebben we een fikse etappe op de kalender staan. Volgens het boekje zitten we in de zwaarste etappe omdat we in de (uitlopers van) de Alpen Mancelles zitten én we bereiken ook het hoogste punt van de tocht.

In Saint-Georges-de-Gaultier is, volgens het boekje, de enige winkel die we vandaag tegenkomen. Maar die winkel is dicht. Permanent. Net als de bakker en de slager. Ze hebben allen witgeverfde ruiten. Een fenomeen dat we in veel dorpjes zien. De mensen trekken weg en voor de middenstand is er geen boterham meer te verdienen. De enigen die stand houden zijn de kappers. Sjonge, wat zien we veel kappers in alle dorpjes. Frankrijk moet een van de best gekapte landen zijn van Europa. Eigenlijk is er niets in dit dorpje dat interessant is voor een toerist. Zelfs de kapel van St. Anne kunnen we niet vinden. Staat nergens aangegeven. Dan maar weer verder. 

Inmiddels zijn we ongemerkt uit Bretagne gefietst en zitten we nu in Normandië. Niet dat daar al heel veel van te merken is, gewoon een geografisch feitje.

Hierna komen we in twee dorpjes die wél weten hoe je toeristen moet trekken. Het eerste is St. Leonard-des-Bois. Er is een Centre Commerce, en er is zowaar wat te doen. Bij de tabak wordt koffie gedronken, binnen en buiten. En bij de bakker staat een rij. Mevr. van der Veeke gaat hier voor het brood en de croissants heen en wordt zelfs verleid door een brownie. Die blijft niet goed in de fietstas, dus die gaan we meteen consumeren.

De kerk hebben ze mooi opgeknapt. Binnenin zijn fresco’s te zien en ook een mooie beeldenvoorstelling. Als je op een knopje drukt, wordt hij even verlicht. Maar wel achter glas.

Maar het kan de concurrentie met St. Céneri-le-Gérie nog niet aan. Dit pareltje van Frankrijk ligt echt ontzettend mooi in de bocht van de Sarthe. Het kerkje is bovenop een heuvel geplaatst alsof het wist dat in de komende honderden jaren allerlei schilders en fotografen zouden komen.

De kerk is uit de 12e eeuw en veel van de 14e eeuwse fresco’s zijn behouden gebleven. Vroeger waren veel kerken van binnen prachtig beschilderd. Het waren de stripboeken voor de armen en ongeletterden maar in de meeste kerken is dit ook vervaagd, overgeverfd of gewoon afgebladderd. Hier niet. Met name de rode kleuren zijn nog goed zichtbaar.

En ook het uitzicht vanaf de kerk is de moeite waarde. Het is echt prachtig hier.

Als je wat verder doorloopt, kom je bij een kapel van St. Ceneri. Deze ligt aan de rivier in het veld. De kapel is bijzonder al is het maar om de menhir die in de kapel verwerkt is. Hij schijnt bij allerlei kwalen te helpen. Onder andere om kinderen van hun incontinentie af te helpen en gesteriliseerde vrouwen kunnen hier zomaar weer kinderen krijgen door over de steen te aaien. Voor de zekerheid hou ik Mevr. van der Veeke er vandaan, want op een derde koter zit ik niet te wachten.

Voor de rest is het veel klimmen vandaag. De landschappen zijn wederom anders dan eerder. Soms bossen en soms gewoon landbouwgebieden. Wat je in Frankrijk vaak ziet is dat ze oude richtingsborden gewoon laten staan, wat dat betreft hechten ze wel aan cultuur. Leuk om te zien. Door het mooie weer laten we menig zweetdruppel.


Zo klimmen we verder naar het hoogste punt van even boven de 400 meter. Voordat we daar zijn, komen we een fenomeen tegen die voor veel mensen ongemerkt blijft. We passeren de grens van het westelijk halfrond naar het oostelijk halfrond. Voor ons betekent dit dat we de trappers even om moeten keren omdat ze nu andersom draaien. Maar dit is een klusje van niks en ik heb speciaal de pedaalsleutel hiervoor meegenomen dus we zijn zo weer onderweg.

Hierna bereiken we het hoogste punt van de route, dit is bij de Croix-de-Médavy. Verderop is een rotonde waar acht wegen elkaar kruisen. Daar kiezen wij er een van en dat is degene die afdaalt naar Sées.

De camping is onwaarschijnlijk goedkoop. We krijgen weer een prima plekje vlakbij het sanitair. Tegenover de campings is een grote super waar we eten, bier en cider halen. Het was best wel een inspannende dag, maar wederom mooi.


profiel16-8

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 69,2 (totaal 1234)
Aantal hoogtemeters: 928
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 692
Camping municipal le Clos Normand (€ 8,50)

 

Zondag 13 augustus: Van la Possonnière naar Durtal

Traveling it the company of those we love is home in motion.
Leigh Hunt

kaart-13-8

Vandaag is een rustige dag. Het is tenslotte zondag. Op straat zien we nauwelijks mensen. In het eerste deel nog wat fietsers die de Loire en Velo doen, maar zodra wij de Loire verlaten hebben, zien we geen fietsers meer. Al met al was het een wat tamme dag,  maar we maken toch nog wel iets mee.

Savennieres is het eerste dorp dat we tegenkomen. En we doen er maar meteen boodschappen voor de dag want op zondag weet je maar nooit wanneer je een open winkel tegenkomt. We kopen brood, eten voor vandaag én ontbijt voor de volgende dag voor minder dan €15. Het blijkt een erg mooi dorpje te zijn met oude straatjes, een kerk en de karakteristieke zandstenen muren.

In la Pointe worden we aangehouden door Didier Biezin, die alle fietsers noteert en, indien mogelijk, een praatje met ze maakt. Hij tekent alles aan op een kaart en in een boekje. Nationaliteit, waar we vandaan komen en wat we gaan doen. Er hangt zelfs een krantenartikel over hem. Zo hoor ik dat wel 800.000 mensen de Loire en Velo doen. Als een volleerd interviewer schrijft hij alles op en we moeten op de foto met hem voor zijn Wall-of-Fame. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we met de dorpsgek te maken hebben.

Met alle oponthoud kunnen we ook wel een koffie doen. We komen net langs een botanische tuin met uitzicht op de Loire. Er zijn mindere plekken, dus we maken er maar meteen gebruik van.

Uiteindelijk komen we bij St. Mathurin-sur-Loire. Het is een dorpje aan de dijk van de Loire. Voor ons is het het afscheid van deze rivier. Wij gaan naar het noorden en de Loire gaat naar het westen door. Ik moet zeggen dat het mooi fietsen is langs dit water. Alles perfect aangegeven, prachtige fietspaden, vaak autovrij en mooie landschappen.

We vinden het des te meer jammer omdat we de rest van de dag op D-wegen zitten. Nu is het op zondag niet druk,  maar het is toch minder leuk fietsen. We zitten in de Vallée de l’Authion waarvan de Fransen zeggen dat het net Nederland is. Maar goed, ik acht hun niet als de kenners van ons land. Het is meer een platgeslagen Frankrijk. Weilanden en soms kom je wat bijzonders op een paal tegen. Daarnaast merk ik dat het hier meer kerkelijk wordt. We zien meer Christussen langs de weg en de kerk(jes) zijn meer versierd.

En ook zien we veel velden vol met zonnebloemen. We merken dat we laat in het seizoen zijn, want ze zijn al bijna uitgebloeid.

En af en toe naderen we een dorp, waarbij altijd de kerktoren erboven uitsteekt. Van Sermaise hebben we hoge verwachtingen. In de oudheid regeerden hier vier nomadische stammen waarvan de krijgers, mannen en vrouwen, gevreesd waren. Ze zijn door de Romeinen verslagen en moesten in dienst. Velen gingen ook naar Hadrians Wall in Engeland. Later werd de Via Agrippa (weg naar Tours) gebouwd en deze werd beschermd door vijf steden, waaronder Sermaise, waar een fort stond. Het werd een koninkrijk Samation dat liep van de Baltische zee tot de Zwarte zee. Maar aan alles komt een eind en de Gothen maakten er korte metten mee. Met zo’n historie moet er wat te zien zijn, toch? Maar ook hier is alles gesloten en kun je en kanon op straat afschieten. Het dorp bestaan nu trouwens nog maar uit een paar huizen en een kerk. Zo zie je dat alles vergankelijk is.

Ons einddoel van vandaag is Durtal. Het klinkt me meer Duits dan Frans in de oren. Als we het dorp binnenrijden, over de brug, weten we niet waar we moeten kijken. Over de rivier heb je een prachtig uitzicht.

Maar het chateau dat er staat trekt ook wel de aandacht.

Het hele dorp is hier omheen gebouwd en er is een hoop te beleven. Wij slaan dit even over en gaan naar de camping. Ze hebben een mooi plekje voor ons. In de zon zetten we het tentje op. Vandaag zijn we eens wat vroeger aangekomen, dus we kunnen wat extra uitrusten. Is ook wel nodig want we zijn er best moe van geworden vandaag. Ik merk dat als we minder afleiding hebben, we meer vermoeid raken. Vanavond maar weer op tijd naar bed.


Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,8 (totaal 1077)
Aantal hoogtemeters: 287
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 793
Camping les Portes d’Anjou (€ 15,30)

 

Zaterdag 12 augustus: Van Nantes naar la Possonnière

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic of creativity. When we get home, home is still the same. But something in out mind has been changed, and that changes everything.
Jonah Lehrer

kaart-12-8

Nantes uit is even puzzelen, maar al snel zitten we op een superfietspad langs de Loire. En de rest van de dag blijven we bij deze rivier. De routemaker kon niet goed beslissen aan welke kant hij wilde fietsen, dus gedurende de dag wisselen we regelmatig van kant.

Het weer is vandaag wat minder. Zwaar bewolkt, 16 graden en de voorspelling van regen. Het miezert ook af en aan, maar aan het einde van de dag mogen we niet klagen. Het viel mee. En de harde wind in de rug was vandaag een enorme bonus. Vandaar dat we wat extra kilometers gemaakt hebben.

Tot Mauves-sur-Loire zitten we op een breed fietspad geklemd tussen rivier en autoweg. Van de laatste zien we niets. We horen ook weinig want het is ontzettend rustig vandaag.

Bij Mauves steken we de Loire over. Het zijn vaak lange bruggen want de Loire is hier breed. Hangbruggen schenen in de mode te zijn, maar ook een soort van spoorbruggen zijn gebruikelijk. Deze staat er al sinds 1882. Weinig roest valt me op.

Aan de andere kant komen we op een smal pad, nu ingeklemd tussen het spoor en de Loire. Regelmatig schrik ik me een ongeluk als er zo’n TGV langs komt denderen. Maar het pad vereist alle aandacht door zijn bochten en hobbels.

In Oudon staat nog een middeleeuws kasteel wat gedomineerd wordt door de donjon, een enorme toren. Een imposant gebouw dat er helemaal gaaf bijstaat.

Ancenis is de volgende plaats op de route. Ook hier weer een enorme brug, maar deze keer een hangbrug. Er zit ook nog een fietsbrug naast, maar om de een of andere manier missen we die compleet. We zijn dan ook afgeleid door een paar bezienswaardigheden.


We gaan eerst kijken bij een hunebed, de Pierre Couvretiere. Het ligt er wat vreemd bij in een vijver, in een parkje in een industriegebied. Ik heb ze er mooier bij zien liggen. De legende is dat de duivel met drie stenen de stad binnen moest komen voordat de haan kraaide. Natuurlijk lukt dit niet en van schrik liet hij de stenen vallen.

Het chateau d’Ancenis is in 984 begonnen als houten versterking met een greppel. In de loop van de eeuwen is het uitgebouwd tot bastion van formaat en had een overdekte ophaalbrug. Uniek in Frankrijk.

Na Ancenis gaan we een stukje van de Loire af. Hier ligt een groot industrieterrein dat grind of zo wint uit de Loire. En daar mogen we niet doorheen. Het is best wel een mooi stukje landelijk met bomen waar we een leuk lunchplekje vinden.

Om ons heen zien we het Franse platteland zoals ik dat ken. Anders dan aan de Atlantische kust, krijg je hier wat meer met de Franse slag te maken. Het is allemaal wat meer vervallen en verwaarloosd. In de verte zie je altijd wel ergens een dorp met een kerk, vaak op een heuvel. Weiden, koeien en gewassen. Kortom, net als Nederland maar toch heel anders.

In St. Florent-leVieil doen we boodschappen. Er is een klooster en het kent een roerig verleden met veel geweld. Daar zien we gelukkig niets meer van. 

Montjean-sur-Loire was vroeger een mijnbouwplaats. Er werden tot ruim tweehonderd meter diep kolen gedolven. In 1892 was het op en sloot de mijn. We zien de restanten er nog van staan. Ook komen we hier verschillende kunstwerken tegen langs de route. Veelal vissen, maar ook een enkele krokodil en (Anko de) haan.

De route leidt ons hierna via het Ille-de-Chalonnes. Dit is een van de weinige bewoonde eilanden in de Loire. Hier wordt vooral hennep (voor touw) en wilgentenen verbouwd. Als we het eiland verlaten steken we natuurlijk weer de Loire over. Tot nu toe zagen we nauwelijks scheepvaart op de Loire. We zien voor het eerst een soort woonboot langskomen.

In la Possonnière vinden we het wel goed voor vandaag. De naam van de plaats verwijst naar een oude inhoudsmaat. Een posson is ongeveer 0,119 liter (lekker handig). In het haventje is een municipal. De eerste kennismaking met de campingbazin verloopt wat stroef. Ze is ook de schoonmaakster en heeft net de faciliteiten schoongemaakt. Het moet nog drogen, maar wij zijn wat verkleumd en willen graag douchen. Tent staat al en de bedjes zijn opgeblazen. De taalbarrière helpt hier ook niet mee. Maar met behulp van de handen en voeten komen we er wel uit en even later zitten we schoon aan tafel. Het enige nadeel hier is dat we langs het spoor zitten. Met enige regelmaat dendert er een trein langs.


In het haventje is een guingette (een soort tijdelijke strandtent aan de rivier) waar gegeten wordt en op zaterdagavond worden er vrolijke Franse liederen gespeeld. Toevallig tappen ze ook een biertje. Daar gaan we nog even kijken. Het is best gezellig daar en iedereen zingt de liederen mee want overal liggen boeken met de teksten. Daar zitten we een tijd te kletsen met twee Franse fietsers. Iets te laat rollen we ons bed in, maar slapen er niet minder om.


Getallen van de dag
Aantal kilometers: 89,1 (totaal 1004)
Aantal hoogtemeters: 202
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 840
Camping municipal le Port (€ 10,40)

 

 

Vrijdag 11 augustus: Van Frossay naar Nantes

The true fruit of travel is perhaps the feeling of being nearly everywhere at home.
Freya Stark

kaart-11-8

Vandaag is nog een klein stukje naar Nantes. Dat hebben we bewust zo gedaan zodat we tijdens de middag nog tijd hebben om in de stad te kijken. Ik heb daarom ook een hotel geboekt in het centrum in plaats van de camping ter noorden van de stad. En deze keer was het hotel niet duur.

We volgen eerst nog een tijd lang het kanaal. De route naar Nantes blijkt te lopen via de zuid-oever van de Loire. En deze blijft heel lang landelijk en rustig. Pas als we Nantes echt naderen, komen we in de bebouwing.

Nantes is de zesde grote stad van Frankrijk met 300.000 inwoners. En dat is van afstand te zien. Wij steken eerst over naar Ille de Nantes waar ook de Machines de l’Ill te zien zijn. Een combinatie van de tekeningen van Leonardo da Vinci en de fantasie van Jules Verne. Het meest bekend is de olifant, en we vallen met de neus in de boter, want hij komt net langs. Een fantastische machine. 

Het is een ontdek-park voor kinderen en ook de draaimolen is een bezienswaardigheid op zich.

In de stad zijn een paar dingen die we willen bekijken. We komen als eerste bij de luxe Passage Pommeraye. Een shopping-mall die ze gewoon erg mooi en luxe hebben gemaakt.

Daarna gaan we richting het kasteel en de kathedraal. Daarbij komen we langs Place Royale, die inderdaad zeer royaal is opgezet. Het valt ons op dat Nantes er erg mooi uitziet. Er staat weinig in de steigers en de gebouwen zijn allemaal goed onderhouden. Het is sowieso een verademing dat een deel van het centrum autovrij is. Dat maakt het zoveel plezieriger.

Het Chateau des Ducs de Bretagne is gewoon open voor het publiek. Dit wil zeggen dat je gewoon op de binnenplaats en de kantelen kunt wandelen. Het chateau is gebouwd in de 9e of 10e eeuw, maar later steeds uitgebreid. Onder andere Blauwbaard heeft hier gevangen gezeten en ik kan me zo voorstellen dat er zo een prinses uit een van de ramen kan hangen.

Naast gebouwen bekijken, hebben we ook nog een missie. Het gas om te koken is bijna op en ook een van mijn weinige paar sokken is versleten. Voor beide vinden we een vervanging door even te Googlen en maps te gebruiken.

Daarna gaan we nog bij de kathedraal kijken. De bouw begon in de 14e eeuw maar pas in de 19e eeuw was hij af. Van de zijkanten is hij vrij sober, maar van voren is het een mooi schouwspel.


In de kerk is een mooie tombe van François de tweede. De allegorische figuren die zo’n graf versieren zijn altijd een genot om naar te kijken.

Hierna rest ons niets anders dan op een terrasje te gaan zitten en naar de mensen te kijken. We vinden Nantes een leuke stad om een tijdje te blijven. Bij slechter weer kun je ook nog een paar musea bezoeken. Tegen zes uur hebben we best honger maar omdat de Fransen zo laat eten, is er nog niets open. Voor straf nemen we nog een drankje.

Hiermee is de Velodysee afgesloten. Morgen beginnen we aan de Normandië-Bretagne route die ons in een kleine 800 kilometer tot vlak bij België moet brengen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 40,1 (totaal 915)
Aantal hoogtemeters: 235
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 893
Inter-Hotel Grand Hotel de Nantes (€ 56,40)

 

Donderdag 10 augustus: Van La Bernerie-en-Retz naar Frossay

Als je teveel tegenwind hebt, fiets je misschien de verkeerde kant op.

 kaart-10-8

Toen ik informatie zocht op internet kwam ik vooral Franse pagina’s tegen. En met Google Translate is het heel makkelijk om hier een vertaling van te krijgen. De pagina van la Bernerie-en-Retz gaf dit resultaat:

La Bernerie-en-Retz is bekend van de bouw van kutjes.

Nu kan het zijn omdat we vlak bij Pornic zitten, dat hij er dit van maakt maar het is wel verwarrend. Bij het terugvertalen van de pagina kwam ik erachter dat hij ‘chattes’ de ene keer vertaalt met ‘kutjes’, dan weer met ‘katten’ maar ook met ‘poezen’. Uiteindelijk gaat het om platbodems die ze in het moeras gebruiken waarbij het roer van achter naar voren gewisseld kan worden. Een beetje als onze treinen, zodat we voor en achteruit kunnen rijden/varen. We hopen er een te zien (de boot dan), maar ondanks dat we het hele dorp doorgaan, komen we er geen een tegen. Wel komen we een bakker tegen zodat we brood voor de dag kunnen inslaan.

Het is een gevarieerde dag vandaag waarin we veel te zien krijgen. Inmiddels zitten we in zuid-Bretagne en het gebied hier is bekend om zijn neo-megalithische overblijfselen. In andere woorden, hunebedden, menhirs en stenen cirkels. We komen er meteen twee tegen. 

De eerste is de Dolmen du Pre d’air. Hiervan resten alleen nog de stenen in een cirkelvormige figuur. 

Daarna komen we bij de Dolmen de la Joselerie. Je ziet meerdere kamers. Hij lijkt nog het meest op onze hunebedden en is behoorlijk goed behouden gebleven.

Er zijn nog veel meer ‘dolmen‘ in de omgeving maar we kiezen ervoor ze niet allemaal af te fietsen. In plaats daarvan gaan we door naar Pornic. Een naam die bij mij andere associaties oproept dan bij Mevr. van der Veeke. Hoe dan ook, de stad ligt er mooi bij als we via de haven naderen. Het is er wel druk, maar niet zo druk als in de zuidelijkere badplaatsen. Ik heb het idee, des te verder we naar het noorden komen, des te rustiger het wordt. In Pornic drinken we voor de verandering eens een kopje koffie op een terras. Dat kan lekker in de zon, want het weer is helemaal opgeklaard in de loop van de ochtend. We hebben alleen een straffe noordenwind tegen en dat is af en toe best ploeteren.

Laat nooit een stotteraar plaatsnamen bedenken want dan krijg je gevallen als dit; St. Michel Chef-Chef. Het is een leuk stadje waarvan je de kathedraal al van verre kunt zien, bovenop de berg. In de kerk is een mooi beeld van St. Micheal die de demon (soms is het een draak) doodt, en er zijn overal versierselen van schelpdieren.

Na St. Michel-Chef-Chef komen we nog een menhir tegen. Je weet wel, die dingen die Obelix altijd op zijn rug draagt. Het is een flinke jongen deze. 

We hebben het laatste stukje langs de Atlantische oceaan als we via St. Brevin-l’Ocean naar St. Brevin-les-Pins fietsen. Dit is ons noordelijkste puntje langs de kust van Frankrijk. Hier mondt ook de Loire uit in de oceaan. We kijken nog een keer uit over zee, samen met het serpent dat hier aan land is gekropen.


Dit is nog niet het einde van de Velodysee, want die loopt voor ons door tot Nantes, maar we nemen afscheid van de kust. De Velodysee is een groot Zandvoort aan Zee van 800 kilometer lang. We hebben genoten van de boulevards, het vakantiegevoel en de zee. Maar niet eerder zijn we zoveel drukte tegengekomen op de fietspaden, de stadjes en de campings. Een groot contrast met Noorwegen, van vorig jaar, wat erg rustig was, maar ook koud en nat.

Vanaf nu gaan we voornamelijk oostwaarts. En dat is fijn, want dan hebben we de wind niet steeds tegen. In het binnenland draait hij zelfs wat naar west zodat we hem soms mee hebben.

Paimboeuf verrast me. Ten eerste komen we daar een van de weinige vuurtorens tegen die niet aan zee staat. Deze is een meter of zeven hoog, doet het al sinds 1855 en heeft een bereik van 20 kilometer.

Maar in Paimboeuf wonen blijkbaar veel kunstenaars. Een gewone gevel is maar gewoon dus hij wordt hier opgeleukt. We zien verschillende uitvoeringen waarvan ik deze wel erg mooi vind.

Ook woont er een kunstenaar in het dorp die goed is met metaal. Daar weet hij leuke figuren van te maken. Je komt ze overal tegen.

Langs het Canal Maritime de-la Basse Loire is het nog een klein stukje naar Camping Municipal du Migron. Eindelijk weer een camping waar je niet op je knieën hoeft te liggen voor een plaatsje. Het is een camping uit mijn dromen. Groot grasveld met bomen. Veel ruimte. Een plek waar je droog aan picknick-tafels kunt koken. En een schappelijke prijs. Het is er allemaal.


Morgen gaan we door naar Nantes. Daar hopen we zo vroeg aan te komen dat we de stad nog kunnen bekijken. En dan is de Velodysee echt afgelopen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 67,0 (totaal 875)
Aantal hoogtemeters: 354
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 905
Camping Municipal La Migron (€8,=)

Woensdag 9 augustus: Van St. Jean-de-Monts naar La Bernerie-en-Retz

Pluviophile
(N) a lover of rain; Someone who finds joy and peace of mind during rainy days

kaart-09-8

Het heeft de hele nacht geregend. En ook ’s ochtends, als we opstaan, regent het ook. Wat dat betreft kon de hoteldag niet beter gekozen worden. We ontbijten op de kamer met ons standaard yoghurt/fruit ontbijt. Dit spaart weer €20 uit. Daarna gaan we op pad.

Op de boulevard zien we nog net de pier van St. Jean-de-Monts. Die hadden we gisteren even gemist.


Het is 13 graden en de stoffige paden zijn modderpaden geworden. Dit fietst wat zwaarder dan droge paden en de fiets ziet er na een tijdje niet meer uit.


Notre-Dame-des-Monts zien we alleen vanaf de zandpaden en we komen er niet aan de boulevard. Hier wordt in juli een groot vliegerfestival gehouden. Met de wind van vandaag zou dat prima kunnen. We doen er wel even boodschappen. Dit komt mooi uit want dan kunnen we meteen even schuilen voor de bui.

 

Vlak voor La Barre-des-Monts komen we een hoge uitkijktoren tegen. Daar klimmen we natuurlijk even op. Terwijl we dit doen worden we meerdere keren ingehaald door mensen die de trappen als training omhoog lopen. Het uitzicht valt wat tegen. Het zou zeker helpen om de bomen wat te toppen zodat je ook wat kunt zien.

We willen eigenlijk via het eiland Ille-de-Noirmoutier fietsen. Dit is ook de route, maar dat heeft wat plannings-uitdagingen. Je gaat dan via de Passage du Gois weer naar het vasteland. Maar deze weg is alleen, twee keer per dag, anderhalf uur voor, en anderhalf uur na eb berijdbaar. Vandaag is het om 00:44 (die hebben we dus al gemist) en om 13:00 uur eb. Het komt dus mooi uit dat we er rond kwart voor twaalf zijn.

Maar we moeten eerst nog het eiland op. Dit gaat via een hoge brug en ik kan me voorstellen dat dit bij veel wind lastig is. Je hebt in elk geval een mooi uitzicht naar alle kanten.


De passage is een unieke locatie en bijna Unesco erfgoed omdat hij twee keer per dag boven water komt. Je rijdt dan min of meer ruim vier kilometer over de bodem van de zee en om je heen zie je de drooggevallen delen. Overigens valt de uniekheid wel mee. In Engeland, bij St. Micheals Mount, is dit ook het geval. Door de regen is de lucht heel helder en het licht heel mooi.

Dit had heel prachtig kunnen zijn als het geen gekkenhuis met auto’s was geweest. Het is één lange file van auto’s van, naar en op de passage. Mensen parkeren lukraak her en der om het wad op te kunnen gaan. En de smalle weg wordt door auto’s, motoren, fietsers en wandelaars gebruikt. Dit was zoveel mooier geweest zonder al dat blik. Maar goed, de mensen in de auto’s zullen wel klagen over de fietsers. Je kunt het onderlopen van de passage hier live zien.

We zijn blij als we uit deze drukte zijn en fietsen door een heel rustige gebied met veel oesterkwekerijen en kleine haventjes. Het verschil tussen eb en vloed is hier enorm en dat zie je duidelijk in de havens.

Omdat we morgen het laatste stukje langs de kust fietsen en daarna het binnenland in gaan, willen we nog een keer vers uit de zee eten. In het haventje van Les Brochets komen we langs een authentiek restaurantje. Je kunt de oesters zelf uitkiezen als je wilt. Nu ben ik ik niet zo van een slok zeewater, dus ik ga veilig voor de mosselen en Mevr. van der Veeke kiest deze keer voor sardines.

Met de buik vol gaan we naar Les Moutiers-en-Retz. Naast een mooie kerk is er een lantaarn voor de doden. Dit is een metselwerk van variabele vorm met aan de bovenkant drie openingen. In de schemering wordt hierin een lamp gehesen ter herinnering aan de doden. Vandaag staat hij tussen de rommelmarkt maar is niet te koop.

In La Bernerie-en-Retz gaan we op zoek naar een camping. De eerste is een met vier-sterren. Die slaan we over. Dan komen we bij een twee-sterren camping. Deze heeft achterin een ruim veld maar dit is zo hobbelig dan we geen vlak plekje kunnen vinden. Het ligt tussen twee snelwegen en de sanitaire voorzieningen liggen een kilometer verderop.

We zoeken dus nog even door. Aan de oceaan is een andere twee-sterren camping. Als ik daar informeer kijkt de mevrouw alsof ik haar vraag de oceaan met een theelepel leeg te scheppen. Na veel zuchten en steunen is er geen plek. Met wat aandringen en vermoeid kijken is er een plekje tussen twee caravans. Als ik aangeef dat we wel een klein tentje hebben, maar niet zo klein geeft ze het op, maar haar man nog niet. Uiteindelijk krijgen we gewoon een plek met uitzicht op de oceaan

Bij het opzetten van de tent, zie ik dat er een scheurtje in zit bij een naad. Ik kan dit gelukkig repareren met spullen die ik mee heb, maar het is wel zorgelijk. We hopen dat de tent het deze vakantie uithoudt. Voordeel is dat we mogen uitkijken naar een nieuwe.

Het spettert steeds af en aan. Toch kunnen we droog onze avondmaaltijd eten op een bankje aan de boulevard achter de tent. Diner met uitzicht. Vanwege de kou kruipen we vroeg in de tent. En met de branding op de achtergrond en het tikken van de regen op de tent, vallen we zo in slaap. Morgen gaan we van de kust af, het binnenland in. 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 68,1(totaal 808)
Aantal hoogtemeters: 291
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 927
Camping la Goelette (€18,90)

 

Dinsdag 8 augustus: Van St. Hillaire-de-Riez naar St. Jean-de-Monts

Ik sta even stil en dat is een hele vooruitgang.
Bertolt Brecht

kaart-08-8

Ons tentje ziet er vandaag zo uit:


Na 10 dagen fietsen zijn we wat moe. Nu hebben we soms wel een korte dag gehad, maar 40 kilometer fietsen is geen rustdag. Vandaag nemen we een echte rustdag maar helemaal zonder te fietsen gaat niet lukken. De weersvoorspelling was slecht en om dan een hele rustdag in het tentje te moeten zitten, zag ik niet zitten. Ik heb dus in het volgende plaatsje een hotel geboekt. Voor het geld waar we normaal gesproken een week voor kamperen hebben we nu een kamer voor één nacht. Wel een luxe kamer, met bad en zitje, maar toch. En ik had gehoopt op wifi maar zelfs voor dit geld, is het in Frankrijk niet te koop.

Het geplande slechte weer is toch gekomen. ’s Nachts veel regen en als we uitslapen klettert er nog veel meer regen op de tent. Dit heeft ook weer een voordeel want zo spoelt het stof van alle spullen af. Verder doen we rustig aan. Ik doe wat fietsonderhoud en als door een wonder kunnen we toch nog droog ontbijten en inpakken. 

Zelfs bij dit slechte weer trekken de mensen naar het strand. Samen met de kinderen wat met een schepnetje tussen de rotsen harken of zo.

Wij hoeven maar een kilometer of 15 te fietsen. Onderweg schuilen we even bij een koffiebar. Eindelijk ook eens een echte koffie.Het is tenslotte een rustdag.

Als we St. Jean-de-Monts naderen trekt het weer bij. De lucht vertoont wat blauw en de zon laat zich zien. Zijn we blij mee.


De kamer is officieel pas om drie uur beschikbaar, maar we mogen er eerder in. Vanaf nu hebben we een zee van tijd om te lezen, verslagen bij te werken en te niksen. Zouden we vaker moeten doen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 16,2 (totaal 740)
Aantal hoogtemeters: 37
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 954
Hotel de la Foret (€134,50)

Maandag 7 augustus: Van Longeville sur Mer naar St. Hillaire-de-Riez

Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.
Johan Cruijf

kaart-07-8

Het is een heerlijk rustige camping hier. Maar wel een van de regeltjes en het oude vrouwtje houdt deze scherp in de gaten. Zo stond er een bordje dat de douche is afgesloten tot acht uur. Nu sta ik meestal rond zeven uur op en dan wil ik ook onder de douche. Er was niets afgesloten, dus ik ga gewoon de douche in en kleed me uit. Helaas…gedist door een bejaarde. Ze heeft het water afgesloten tot acht uur. 

Eigenlijk zijn we toe aan een rustdag, maar omdat we er al uit zijn, besluiten we toch maar te gaan fietsen. Van een bevriende fietser hebben we een lijstje met campings gekregen. Er is een geschikte na ongeveer 70 kilometer. Dat lijkt ons wel wat, ook om daar een rustdag te houden. 

Vandaag is gelukkig minder saai. We bezoeken een aantal grotere en kleinere badplaatsen, krijgen een rondleiding in een oud klooster en gaan door de rollercoaster van de duinpaden.


Ondanks dat het nog vroeg is, staan de auto’s in rijen in Jard-sur-Mer. Blijkbaar is er weer een of ander feest. Voor ons toch wel een reden om door te gaan.


Voor het klooster, Abbeye de Lieu-Dieu, rijden we even om. Ik heb het idee dat Frankrijk weinig geeft om zijn historie. In Engeland had op zijn minst een bordje gestaan, maar hier is geen enkele indicatie dat er wat is. Voor het klooster zit een meisje op een stoel. Het blijkt een gids te zijn. Eigenlijk is het nog geen tijd voor de rondleiding maar ons wil ze wel een quick-tour geven. En met wat aandringen zelfs in het Engels.


Het klooster is in 1198 gebouwd in opdracht van Richard van Leeuwenhart, koning van Engeland, Normandië en alles wat hier in de buurt ligt. Het klooster was in het begin succesvol. De monniken wisten hoe ze land moeten inpolderen en dat hielp bij de ontwikkeling. In de dertiende eeuw werd het toch meerdere malen geplunderd en tijdens de 100-jarige oorlog behoorlijk stuk gemaakt. In 1720 verlieten de laatste monniken de restanten. In 2013 is het opgekocht door iemand en die probeert het weer een beetje in ere te herstellen, ondanks dat een groot deel van de gebouwen weg is.

Onze gids vertelt hierover, hoe het er vroeger uitzag, de aanpassingen aan de deuren, de hostie-maker en waarom de put niet in het midden van de binnenplaats staat (God moet altijd in het centrum kunnen staan). Erg interessant allemaal, zeker na de intellectuele woestijnen van de afgelopen dagen.


Hierna fietsen we door het min of meer drooggelegde Les Marais de Guittière, waar de kweekvijvers nog goed zichtbaar zijn, en komen we weer aan de kust waar we via een ketting van dorpjes naar Les Sables-d’Ollone gaan. 


Voor de kust van Port Bourgenay blijken afdrukken van dinosauruspoten te zijn. Maar ook dit wordt niet toeristisch uitgebuit want in de zomer worden ze door zeestromingen met zand bedekt en er wordt geen moeite gedaan dit zichtbaar te houden, laat staan te markeren.


We zien les Sables-d’Olonne al van verre liggen als een mondaine badplaats en dichterbij gekomen blijkt het dit ook te zijn. Een mooie boulevard met stranden en heel veel mensen. Tijd om een ijsco te eten en even naar de mensenmassa te kijken. We volgen de boulevard tot de oude haven en gaan dan weer de bossen in.


Het voordeel van de bossen is dat het wat koeler is, want het is weer een behoorlijk hete dag geworden. En de paden zijn hier, in tegenstelling tot gisteren, heel speels. Veel bochtjes en op en neer gaande wegen maken het fietsen hier tot een feest. Ondanks dat het best wel druk is, maar een extra slalom meer of minder, maakt niet uit.

Bij Bretignolles-sur-Mer komen we weer het bos uit. Eigenlijk is de hele Franse Atlantische kust één grote badplaats want overal is strand, zee en mensen.

 

Na een kilometer of zeventig komen we bij de beoogde camping. We zijn best moe en verheugen ons op een mooi plekje. In de fietstas wacht een koude Desperado op ons.

Maar helaas is de camping vol, maar er is nog één plekje voor een klein tentje. Gezien de eerdere ervaringen, wil ik het toch eerst even zien. Het blijkt te liggen naast een auto, tussen twee (hete) asfaltwegen en tegenover de wc. En er is geen schaduw. We bedanken vriendelijk en gaan naar de volgende camping.
Dat is een vier-sterren camping. Eigenlijk weten we dat we dit niet moeten doen, maar we zijn erg moe. Ook hier zijn ze vol, maar voor ons hebben ze nog wat. Het blijkt een betonplaat tussen twee auto’s te zijn. Ook hier bedanken we vriendelijk voor het meedenken.

Wat nu? We kunnen terugfietsen maar dat is tegen onze principes. Maar dat zijn wel de campings die het dichtstbij liggen. De volgende camping langs de route is tien kilometer verderop. En weer een paar kilometer verder zijn er meerdere. Toch maar door dan.

Hiervoor moeten we door St. Gilles-Croix-de-Vie en dit blijkt een hele grote plaats te zijn. En iedereen wil erin en eruit. Met de auto. Maar zo slecht als de wifi hier is, zo goed zijn de fietspaden. Heel veel vrijliggend, naast de autowegen. Ook in de stad. En de Fransen zijn erg fijn voor fietsers. Bijna overal stoppen ze voor ons en geven ze voorrang. De stad door is voor ons dus geen probleem. En er is ontzettend veel te zien hier. Mooie boulevards, stranden, winkels en mensen. Het is geen straf om de extra tien kilometers te doen. We raken zelfs over de vermoeidheid heen.

Aan de rand van de stad is, op loopafstand van het strand, een twee-sterren camping. Ook deze is vol maar ook hier hebben ze nog één plekje voor ons. Het is een klein stukje gras, bij een vaste sta-caravan . Het ligt rustig, we zijn moe en het is al na zessen, dus we nemen het. En het is inderdaad de laatste, want de volgende fietsers worden weggestuurd.


Hierna moeten we snel de tent opzetten, want er is een weer-alarm. Ze verwachten windstoten en hoosbuien. En inderdaad, om ons heen betrekt het al aardig. Toch weten we het kamp op te slaan, te douchen en te eten voor het los zal barsten. Het valt mee, er vallen wel wat dikke druppen, maar uiteindelijk kunnen we zelfs nog buiten koffie drinken.Voor morgen is de voorspelling niet zo goed. We laten het gewoon over ons heen komen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 80,7 (totaal 724)
Aantal hoogtemeters: 349
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 957
Camping la Padrelle (€14,44 )