Laatste loodjes

A good traveler has no fixed plans, and is not intent on arriving – Lao Tzu

Dag 51:

Vandaag hebben we de laatste grote klim in de Santiago route op het programma staan. We gaan nog één keer naar iets boven de 1300 meter. Een klim van 700 meter. Dat is 100 meer dan de klim van eergisteren en 100 minder dan de klim naar de Somport. We zijn lekker uitgerust maar tegen de kou doe je niets. Het is weer 6 graden als we opstaan. Erg afwijkend van mijn verwachtingen van Spanje, maar het zij zo.

De weg is erg rustig, af en toe komt er een auto langs. We zitten op de oude weg, er loopt een nieuwe snelweg parallel en die zien we soms boven ons en soms onder ons.

Gestaag klimmen we omhoog. Bij Las Herrerias denken we aan de koffie te kunnen maar de wandelroute duikt naar beneden naar het dorp en de fietsroute gaat er omheen. We willen graag de hoogte houden dus dan maar een eigen koffie. Daarvoor vinden we een perfect plekje in de zon.

Bij Puerto Pedrafite komen we Galicië binnen. Hier halen we alsnog de koffie in. We zitten inmiddels op 1100 meter en het is al 12 uur geweest. Het gaat gestaag, maar niet hard. Puerto Pedrafite is het begin van Galicië en hier ligt ook een waterscheiding.

Vanaf hier vloeit het water naar het westen. Het landschap verandert ook. Omdat het hier meer regent, is het groener. Meer bossen en weiden. Van oudsher (6e eeuw vóór Christus!) vestigde zich hier een Keltische cultuur en die is nog steeds behouden gebleven, ondanks de overheersing door de Romeinen, De Germanen, de Westgoten en de Moren. We zien het aan de gestapelde stenen muurtjes, de tweetalige borden en horen het aan de gaida (kleine doedelzak) muziek. Een mooi voorbeeld is Cebreiro, waar we als eerste hoogtepunt doorheen komen.

Cebreiro is een dorpje met maar 20 huizen en een pré-romaans kerkje. Het bestond al in de 9e eeuw en kreeg in de 10e eeuw de titel van hospital voor pelgrims. Het kerkje is nog in zijn oorspronkelijke staat en heeft een prachtig genade-beeld van Santa Maria la Real. Ook is er de mythe van de heilige graal, die hier verstopt zou zijn. In de kerk staat dan ook een beker in een glazen kastje, maar het lijkt me sterk dat dit de echte is. Het dorpje is overigens een nationaal monument.

Een ander opvallend bouwwerk is de Palloza. Dit is een ovaal verblijf met een rieten dak wat deels ondergronds ligt. Het blijkt goed bestand tegen de extreme winterse omstandigheden hier. Onderweg zien we er overigens meer.

Bij Cebreiro nemen we een lange pauze met het Menu del Dia. Je zou denken dat hierna de afdaling begint, maar dat is niet waar. We dalen eerst een stukje, klimmen weer wat, dalen wat en klimmen dan naar 1335 meter bij Alto de Poio. Het hoogste punt van deze route. Daar staat een beeld van een zwoegende pelgrim tegen de wind in.

En vanaf hier is het een orgastisch heerlijke afdaling.  Mooi asfalt, een bijna lege weg en 690 meter die we naar beneden gaan.

Dat brengt ons in Triacastela. We wilden eigenlijk verder, maar Ria zit hier in een Auberge waar ze ook nog plaats hebben voor ons. Voor €8 per persoon krijgen we een stapelbed op een zaaltje van 4 stapelbedden. Dat is goedkoper dan de camping gisteren. We kiezen eieren voor ons geld, halen een pak Sangria in de aanpalende supermarkt en sluiten daarmee de dag af.

Dag 52:

Het was een onrustige nacht. In een Auberge deel je de kamer met andere reizigers. Bij ons kwamen vier Spaanse mannen erbij, die op de mountainbike de wandelroute fietsen. Het leek me twee vaders met hun zoons. In plaats van naar de centrale ruimte te gaan, hielden ze de hele avond een stand-up meeting op de kamer terwijl wij daar lagen te lezen. En nadat het licht uit ging, begon er een te zagen of zijn leven ervan af hing. De ramen trilden in de sponningen. De enige manier om dit te overleven was het luisteren naar muziek. Gelukkig werd het om half twee rustiger.
Dit duurde tot ongeveer half zes. Het plafond en de vloer boven ons is een en dezelfde plank. Om half zes beginnen de eerst lopers al te stommelen en in te pakken. Niet zachtjes, maar in polonaise. Ik weet zeker dat ik flarden van André van Duins ‘Er staat een paard in de gang’ hoorde, en het betreffende paard deed mee in de polonaise. Maar goed, dat is het Auberge leven en je moet het eens meemaken. Een voordeel is wel dat we vandaag vroeg op pad waren inclusief een ‘hug’ van onze herbergier Manu (Manuel).

We hebben eerst nog een stuk afdaling tegoed. Die brengt ons in Samos, een plaatsje dat totaal gedomineerd wordt door het Monasterio San Juan de Samos, een van de oudste kloosters van Spanje. Op dit moment wonen er nog maar weinig paters, maar je kunt er als pelgrim ook overnachten. Jammer, gemiste kans, had ik wel willen doen.

Overigens is in Galicië de taal iets afwijkend van het normale Spaans, het Castilliaans. Iets wat ook voorkomt in de omgeving van Barcelona (de taal is daar het Catalaans) en uiteraard in Baskenland waar op borden naast Spaanse ook Baskische teksten staan. Het Galicisch (Galego) is een mix van Spaans en Portugees. Zo staat bijv. de letter ‘x’ in het Galego gelijk aan de letter ‘j’ in het Spaans. Xunta in het Galego is dus Junta in het Spaans, een term die de overheid aanduidt. En Sint Jacob heet er San Xacobeo. En het monasteria San Juan wordt hier San Xulian genoemd..

Saria is de volgende stad waar we doorheen komen. Het is een lelijke stad en voor we het weten zijn we er alweer uit, inclusief de omleiding omdat een brug eruit ligt. Ik kan er weinig over vertellen en nog minder van laten zien. Wel kijken we even op de markt in Paradela, de volgende plaats. Lokale specialiteit is de pulpo, grote inktvissen die gekookt en in stukjes geknipt worden. Sommigen eten het rauw maar dat gaat niet altijd goed.

We gaan door naar Portomarin, een stadje aan het stuwmeer in de Rio Mino. Helaas ligt het op een heuvel en moeten we flink klimmen om in het centrum te komen.

Het centrum oogt heel ordelijk met een strak stratenplan. Het is namelijk opnieuw opgebouwd toen het oude Portomarin in het stuwmeer verdween. Een aantal gebouwen is steen voor steen afgebroken en hogerop weer opgebouwd, waaronder de San Nicolas kerk die eruit ziet als een vesting.

Het landschap is wel groener dan de afgelopen dagen, maar er is ook duidelijk minder te zien. Geen verre uitzichten en zelfs als we op een heuvel zitten, is er weinig uitzicht door het struikgewas. We zijn wel even verbaasd over de Horreos. Ik dacht eerst dat het een soort van mausoleum was, maart het blijken karakteristieke graanschuren voor dit gebied te zijn. Ze komen overigens ook in Portugal voor.

Het wordt uiteindelijk een zware dag met veel hoogtemeters. Ook de laatste 13 kilometer blijkt flink klimmen te zijn. Ik had dat niet zo ingeschat op het profiel, maar het valt best wel tegen. Gelukkig hebben we een mooi B&B geboekt in het mini-dorpje Castromaior, iets van de weg af. Hier kunnen we even bijkomen. Santiago komt al aardig in zicht.

Dag 53:

Voor het eerst is het mistig als we opstaan. Voor de veiligheid doen we onze hesjes aan want we hebben vandaag een lang stuk langs drukkere N-wegen. Maar het eerste deel zitten we nog samen met de lopers op de route. Vanaf hier is het gewoon belachelijk druk. Het is minder dan 100 kilometer en de meeste lopers beginnen hier dus. Het zijn heel veel Amerikanen, Aziaten en Spanjaarden. En dan nog wat andere nationaliteiten. De sfeer is gemoedelijk het Bueno Camino klinkt dan ook regelmatig.

Er is niet veel te zien vandaag maar voor Ligonde is een stenen kruis uit de 16e eeuw. Alle wandelaars laten hem links liggen, maar ik vind de afbeeldingen erop bijzonder genoeg om even te stoppen. En als we dan stilstaan, dan stoppen de wandelaars ook meteen, nieuwsgierig waar we naar kijken. Aan de ene zijde is Christus afgebeeld en aan de andere kant Maria met haar dode zoon. Een beeld met veel expressie.

Iets voor Paleis de Rei komen we op de N547 en daar blijven we op tot Melide. Het is een drukke weg met veel  verkeer. Gelukkig is het zondag, dus er is niet zoveel vrachtverkeer, maar het is gewoon minder leuk fietsen. Het landschap is aardig met wat bos en af en toe een dorpje. En daar is dan weer een kerkje, een pelgrimsbegraafplaats of een oude brug. Pas in Melide komt er wat leven in de brouwerij. Het kerkje in het begin van Melide heeft een bijzonder kruis. Geen Christus die eraan hangt, maar alledaagse voorwerpen, zoals een ladder, een hamer, een nijptang en een beker.

Melide zelf is druk. Al het verkeer loopt door het centrum en moet op elkaar wachten. Een soort van Onderdendam maar dan in het groot. Wij nestelen ons op een terras in het centrum om dit aan te zien en bestellen daarbij een Sangria en wat te eten. Zo zien we het Spaanse zondagsleven aan ons voorbij trekken.

Hierna is het nog 20 kilometer zwoegen naar onze overnachting. Het zijn weer veel korte klimmetjes vandaag die opgeteld tot boven de 900 hoogtemeters komen. Dat is meer dan de klim naar Cruz de Ferro. De mist is allang opgelost en het wordt Spaans warm. We tikken Arzua nog even aan, de laatste grote stad vóór Santiago. De landschappen beginnen weer wat open te raken en ondanks het zweten genieter we er wel weer van.

Het vinden van een overnachtingsplek hier was wat problematisch. Omdat er zoveel lopers zijn, zit alles snel vol. En de prijzen zijn verdubbeld. Maar bij een Casa in the middle of nowhere, dat niet eens zover van de route blijkt te liggen, lukt het nog om een mooie kamer te krijgen. Het is een bejaard echtpaar dat alleen Spaans spreekt. Met handen, voeten en Google Translate komen we een heel eind. In de riante tuin slijten we onze laatste uren. Morgen zijn we in Santiago.

Dag 54:

Omdat we gisteren geen boodschappen hebben kunnen doen, besluiten we eens een Spaans ontbijt te nemen. En, zoals we al dachten, is dit niet heel uitgebreid. We krijgen wat fruit en yoghurt, wat geroosterde stukjes stokbrood, wat jam en koffie. We kunnen er even op vooruit maar als ik dan een ontbijt koop, dan geef ik de voorkeur aan een Engels ontbijt.

Het is vandaag nog 30 kilometer maar met een hoop klimmetjes want in deze korte afstand halen we nog meer dan 700 hoogtemeters. De route kan ik alleen maar mooi noemen. We gaan grotendeels door het binnenland en door kleine dorpjes. We zien hier veel eucalyptusbomen die de neiging hebben om te vervellen. Op de grond liggen enorme stukken bast waardoor er nauwelijks wat anders groeit. Een ander probleem is dat deze bomen wat olieachtig zijn en dat een bosbrand hier een probleem is. Ook zien we dat veel van de huizen een soort eigen watertorentje hebben. Ziet er futuristisch uit met al die ufo’s op een paal.

Het duurt erg lang voordat we een glimp opvangen van de kathedraal van Santiago. Pas een kilometer of twee voor de stad, zie je net de puntjes van de torens.

Daarna is het door smalle straatjes klimmen naar het plein. Tegen 1 uur zijn we er. Mijn GPS track houdt op ergens aan de zijkant van de kathedraal die behoorlijk in de steigers staat. Ondanks het feit dat ik blij ben met het bereikte einddoel, denk ik wel ‘is dit het nou?’. We vraag een voorbijganger een foto te maken en beraden ons op het vervolg.

Maar we moeten nog om de kathedraal heen om op het plein te komen. En dat is veel mooier. En ook veel drukker. Ik maak foto’s van een andere fietser en hij maakt foto’s van ons. Er hangt hier een jubelstemming en het is heel leuk om hier een tijdje te blijven kijken. Want iedereen is blij dat hij of zij is aangekomen. En de een is daar wat emotioneler bij dan de ander,

We zijn blij dat we er zijn na 54 dagen, 2945 kilometers en 22435 hoogtemeters. Het voelt heel goed om dit op eigen kracht gedaan te hebben. Het lijf is tot heel wat in staat als je er de tijd voor neemt.

We zoeken het pelgrimsburo op om ons compostolaat te halen. En hier blijkt dat we niet de enigen zijn. We staan bijna twee uur in de rij voordat we aan de beurt zijn. En het is heel leuk om in de rij te staan want je staat daar met allemaal mensen die blij zijn dat ze het gehaald hebben. Sommigen hebben een kortere afstand gelopen of gefietst maar iedereen is in een fijne stemming.

Uiteindelijk krijg je een soort diploma (aflaat) waarmee al je zonden worden kwijtgescholden. Ik ben weer helemaal onschuldig.

Als laatste gaan we nog even een kopje thee drinken bij de huiskamer van het St. Jacobsgenootschap waar we lid van zijn geworden. Samen met wat andere fietsers en wandelaars wisselen we onze ervaringen uit.

Ik heb in Santiago een paar nachten een Airbnb appartementje geboekt. Hier gaan we eerst even bijkomen en vakantie vieren. En later gaan we Santiago nog eens goed bekijken. Deel 1 van onze reis is hiermee nog niet afgelopen. Later in de week gaan we door naar Finisterre, oftewel ‘het einde van de wereld’. Hier staat kilometerpaal 0 van de Santiago route. En dan hebben we hem echt helemaal gedaan.