Dinsdag 15 juli : Satov – Langau

Bez práce nejsou koláče. (Zonder werk ook geen koekje).

Het was een onrustige nacht. De vermoeidheid, de warmte en de buren die laat thuis kwamen maakten me regelmatig wakker. Maar toch weer lekker in het eigen tentje. Gedurende de nacht is het iets meer gaan waaien en de temperatuur is om zeven uur al een comfortabele 20 graden. We breken het spul af, ontbijten en vertrekken rond half negen.

Bij Hnanice gaan we even van de route af. Er is een kerk met een bron met ‘magical powers’. Dat heeft altijd onze interesse. We krijgen er helaas niets van te zien want alles zit potdicht. Zelfs voor God moet je hier een afspraak maken.

Dan komen we in ‘Podiyi National park’. Het ecologisch systeem is hier mooi intact gebleven omdat het verboden gebied was tijdens de koude oorlog. Hier zullen we het grootste deel van de dag in fietsen. Het is heerlijk in de bossen, dus lekker koel en dat hebben we ook wel nodig want het is hier een en al klimmen. 

Grote stukken moeten we lopen. Het is dan te steil of de ondergrond is te ruig. Maar vaak is het ook beide. Na een eerste wandeling over wat een oude Romeinse weg lijkt komen we een hutje met een man tegen. Naast een veld vol met wijnranken. Hij blijkt van het bijbehorende wijnhuis te zijn en je kunt hier proeven. Voor mij is tien uur iets te vroeg en we moeten ook nog heel wat kilometers, dus ik sla even over.

We blijven in de bossen klimmen en dalen. Het schiet niet echt op want klimmen gaat met nets iets minder dan 5 km/uur en dalen met net iets meer. Tegen 12 uur hebben we nog geen 20 kilometer gedaan. 

Toch gaan we bij Cizov even kijken bij het monument van de koude oorlog. Het laat zien hoe het er ten tijde van het ijzeren gordijn heeft uitgezien. Dat was geen fijne tijd. Families werden verdeeld. Alles wat in de grensstreek lag werd plat gegooid. En allerlei markante punten in het landschap, zoals kappelletjes, eeuwenoude wegen en herkenningspunten werden opgeruimd. In die tijd is het land min of meer zijn ziel verloren. Je kunt zien dat men het weer terug probeert te vinden. Wij denken dat ze op de goede weg zijn.

Midden in het bos slaan we voor een cache even van de route af. Er is een ‘Lusthof’ gebouwd op een kruispunt van dierenpaden. Bij ‘lusthof’ heb ik bepaalde gedachten. Het blijkt een jagershut te zijn. We vinden het een mooi plekje. Mooi genoeg om de overgebleven pizza van gisteren op te eten en een soepje te maken.

Het is inmiddels wel duidelijk dat we het geplande einddoel van de dag niet gaan halen. Dat zat op 82 kilometer. En in de loop van de middag zitten wij nog niet op dertig. We stellen de plannen bij. Op iets van 43 kilometer zit een camping net over de grens in Oostenrijk. Dit geeft meteen een bepaalde rust. En we bekijken dan ook onderweg alles wat te bekijken valt.

Bij Vranov is het feest. Het ligt aan een meer en heel zuid-Tsjechië is uitgelopen om hier vakantie te vieren. Erg gezellig. En erg aanlokkelijk om te blijven want het alternatief is een klim van 300 naar 500 meter. Dat klinkt niet zo veel, maar het moet in een paar kilometer gebeuren. Halverwege is er gelukkig even een stop want we kunnen het kasteel bekijken. 

Daarna gaat de klim door tot ongeveer het eindpunt, Safov. Met veel moeite vinden we hier de vervallen Joodse begraafplaats. Joden hebben het zwaar te verduren gehad in deze regio. Vandaar dat de begraafplaats er ook niet echt florisant bij ligt.

Hierna wippen we de grens over. We doen eerst boodschappen in Langnau. Toch frappant dat we maar een paar kilometer verderop zitten en de prijzen zijn verdubbeld. Bij de camping zit een bejaard echtpaar. Grote consternatie als we willen inboeken. Maar het lukt allemaal. Oma slaat krasse taal uit. De muntjes voor de douche die stop je niet in het apparaat, maar die ‘schmeissen Sie d’rein!’. Het kost €11, iets duurder dan gisteren. Daar was de douche inclusief. Hier betalen we voor elke beurt een euro.

We vinden een mooi plekje achteraan bij het water. Het is lekker rustig want we zijn de enige kampeerders. De douche en toiletten hebben we voor onszelf. Je moet wel steeds de deur op slot doen. En dat doe ik getrouw omdat ik van deze krasse knar geen straf wil hebben. We sluiten de dag af aan het meertje. De natuur heeft er weer wat moois voor ons van gemaakt. Morgen maar eens kijken of we meer kilometers kunnen maken.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 50,9 (totaal 261)

Afstand tot Baflo: 816

Hier zijn we 

Maandag 14 juli : Poysdorf – Satov

Čeho nelze předělati, darmo na to žehrati. (Je hoeft niet te klagen over wat je toch niet kunt veranderen).

We verlaten Poysdorf op tijd. En met goede herinneringen. Het was heerlijk loungen in de ‘winterzimmer’ na een lekkere maaltijd. 

Vandaag hebben we de dag met de meeste geplande kilometers deze vakantie. Meer dan 92 op papier maar volgens het hoogteprofiel zijn grote delen vlak. Toch beginnen we met klimmen. Poysdorf ligt in een dal, de enige manier om eruit te komen is omhoog. 

We zijn nog fit en de omgeving is inspirerend genoeg. Landerijen met wijnranken zover we kunnen kijken. 

Het is hier niet voor niets onderdeel van het ‘weinviertel’. De zon schijnt uitbundig en er is een licht windje voor de verkoeling. Nu nog helemaal goed.

Het eerste dorpje dat we tegenkomen is Herrnbaumgarten, ook wel het ‘verruckter dorf’. Ze doen hier bijzondere dingen. Zo is er de jaarlijkse 24 uurs race met slakken. Ook de kampioenschappen handdoeken gooien door politici vinden hier plaats. 

Ze kennen het sokkenpad en er is een flessenpostkantoor. Als klap op de vuurpijl is er het nonseum. Ik dacht dat dit over nonnen ging , maar het blijkt een verzameling van nonsense dingen te zijn. Ik had ze graag gezien maar het museum is dicht.

Bij Valtice gaan we de grens over. Het landschap is hetzelfde, maar aan de dorpjes merk je dat je in een ander land bent. In Oostenrijk was alles wel erg mooi en netjes. Hier zijn de huizen slecht onderhouden en ogen arm en vervallen. Zelfs de kerk staat er verveloos bij. Toch voel ik me wel thuis want snorren zijn hier in. 

Bij de kerk in Uvaly doen we onze eerste Tsjechische cache en dat vieren we met een koffie op het stoepje voor de deur. In Poysdorf hebben we wat lekkers gehaald en dat kan erbij. De cache informatie vertelt over Uvaly. Het heeft veel te lijden gehad van de Russische bezetting.

In Oostenrijk hadden we mooi asfalt. Hier is het meestal beroerd tot zeer beroerd. Het rare is dat er soms ineens een goede kilometer tussen zit. Op zich is slecht wegdek niet erg maar wel jammer als je tijdens de afdalingen steeds in de remmen moet.

De route loopt over een stuk waar vroeger het ‘IJzeren gordijn’ was. Een stuk geschiedenis dat eigenlijk pas heel recent is gebeurd. Op de borden lezen we van de geslaagde en minder geslaagde vluchtpogingen naar het westen. Het verklaart ook deels waarom de staat van de omgeving hier vaak zo slecht is.

In Mikuluv trekken we wat Tsjechische kronen uit de automaat. Ik ben verbaasd dat ik maar één briefje krijg als ik 2000 kronen (ongeveer 80 euro) pin. Bij de eerste boodschappen doen ze er wat moeilijk over maar uiteindelijk accepteren ze het toch.

Na Mikuluv zien we dat de weg ook anders kan. De EuroVelo 9 is een prachtig fietspad met picknick plaatsen (foto). Wel aangelegd met Europese subsidie. We maken er graag gebruik van. En wij niet alleen. Ook skaters, steppers en fietsers zijn op pad. Vaak families, met kindertjes, en groepjes vrienden op dagtocht. Het valt ons op dat je hier ook een mooi fiets racepakje aan mag als je langzaam fietst.

De route loopt veel buiten dorpjes om. Dat vinden we jammer want dan zien we nog niets van Tsjechië. Het landschap zelf zou in Nederland kunnen zijn. Daarom gaan we bij Hevlin even het dorp in. Wat weer opvalt is de slechte staat van de huizen, niet onderhouden tuinen en geen stoep. Alsof het een hele buurt met familie flodders is.

In Dyjakovice bereikt de toestand van de straat een dieptepunt. Het ziet eruit als een opengebroken weg bij ons. Hier is deze toestand permanent. Schrijnend is wel dat het kasteel aan die zelfde straat er wél mooi bij staat. Ze hadden dat geld beter anders kunnen besteden.

Met temperaturen boven de 30 graden is het erg heet. We moeten daarom veel drinken. Lange wegen tussen velden door worden afgewisseld door dorpjes waar we wat vocht kunnen kopen. In Slup kijken we bij het toeristische hoogtepunt, de watermolen. Het valt wat tegen en er is ook nog geen ijscokraam.

Zo tikken we de kilometers af tot Satov. Wie kent het niet? Van de wijnkelders die beschilderd zijn door de één-armige man. En dat gaat twee keer zo langzaam…

Ik kon in deze omgeving alleen een camping vinden een stukje over de grens in Oostenrijk. Maar bij het sportveld in Satov blijkt ook een camping te zijn. Het is een prachtig veldje onder abrikozenbomen. Ze Vallen zo in je mond. Het veldje is omgeven door wijnranken en zonnebloemen. Een droomplek en hier betalen we 179 kronen (ongeveer 7 euro) voor. Als het tentje staat ga ik een wijn en een bier halen in de bijbehorende kantine. Hiervoor moet ik omgerekend €1,46 (!) afrekenen. 

Alle winkels waren al dicht toen we boodschappen wilden doen. We hebben eigenlijk geen eten en zijn dus blij dat ze hier ook een pizza verkopen. En zo eindigt onze eerste dag in Tsjechië. Met een buik vol met bier en pizza, terwijl de abrikozen om ons heen naar beneden komen, genieten we van het schouwspel van de zonsondergang. Het kon minder.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 91,5 (totaal 210)

Afstand tot Baflo: 837

Hier zijn we

Zondag 13 juli : Wenen – Poysdorf

For the first time in my life, the weather was not something that touched me, caressed me, froze me or sweated me, but became me.

— Jack Kerouac

We staan op tijd op en om twintig over acht zitten we op de fiets. Alle bakkers zijn dicht op zondag, dus we hebben een paar broodjes gebietst bij het ontbijtbuffet. Anders hebben we helemaal niets te eten onderweg.

De stad uit is altijd even puzzelen maar met het Donau kanaal als leidraad gaat het zonder moeite. Die Hundertwasser, waar we gisteren wat huizen van hebben gezien, hebben ze ook gevraagd eens een fabriek te versieren. We komen er langs. Het resultaat is verbluffend. Je houdt iets over wat helemaal niet meer op een fabriek lijkt.

Eenmaal buiten Wenen zitten we op de eurovelo 9. Deze loopt over een oude spoorlijn. En als je daarop zit, dan is het altijd goed. Je weet dat het niet teveel stijgt en klimt en hier zijn de fietspaden mooi geasfalteerd. De route die we doen is de ‘Greenway’ naar Praag. Deze vermijdt zoveel mogelijk de autowegen en zoekt de mooie fietspaden op. En dat doen ze goed.

Het weer is boven verwachtingen. Een graad of vijfentwintig, bewolkt, dus niet te warm, en een klein briesje, meestal mee. 

Het kaartlezen is even wennen. Ze zijn niet noordgericht en elk kaartje heeft weer een eigen draai zodat er zoveel mogelijk op de bladzijde past. Maar de eurovelo is prima aangegeven, dus de route is, in combinatie met de GPS, goed te volgen.

Het eerste stadje dat we tegenkomen is Wolkersdorf. Het is er uitgestorven. Net als de andere stadjes die we tegenkomen. Ik denk dat de Oostenrijkers op zondag allemaal in hun kelder gaan zitten want we zien niemand nergens niet.

Het landschap wordt enerzijds gedomineerd door de grote graanvelden. Volgens het boekje is het de graanschuur van Wenen. Anderzijds is het een wijngebied, dus de druiven zijn ook goed vertegenwoordigd. Tel daarbij op de velden met zonnebloemen, wat windmolens en je hebt een landschap wat, voor mij, on-Oostenrijks aandoet. Het lijkt meer op Frankrijk. Gelukkig zijn de dorpjes wel op en top Oostenrijks met hun typische huizen en altijd wel een ui op de toren van de kerk.

In Unterolberndorf komen we langs de ‘Grünen Jäger’. Je gelooft het niet maar hier heeft een groep opstandelingen uit Uganda een staatsgreep voorbereid. En die is nog gelukt ook!

Bij Hornsburg is de eerste klim. Om daarvoor aan te sterken doen we een koffie en een broodje in de zon. 

Bij een tankstation heb ik de broodvoorraad aan kunnen vullen. Van de pomphouder hoor ik ook dat Nederland gisteren de troostfinale gewonnen hebben en dus derde zijn geworden. Zijn we weer helemaal bij.

Het klimmen is zweten, maar wat omhoog gaat, moet ook weer naar beneden. Kreuzstetten bereiken we dus zonder moeite. Hier is de ‘Ochsenberg’. Een aarden wal voor fortificaties. Hij moet er zijn, maar voor mij is hij uitstekend gecamoufleerd want ik zie hem niet. Wat dat betreft was de ‘Luisenmühle’ beter te zien.

Daarna is het vele klimmen en dalen tot we bij Ladendorf aankomen. Een van de meest opmerkelijke dingen die ik hier zie is toch wel de kartonnen Jezus die aan een kruis hangt. Blijkbaar worden de echte beelden teveel gestolen of is het teveel werk. 

In Ladendorf eten we een ijsje en bestuderen we de lucht. Tot nu toe hebben wij steeds in de zon gefietst. Maar om ons heen is een congres van donkere wolken. We hopen dat we het tentje hebben staan voor het losbarst.

Het stuk dat we dan fietsen is mooi maar niet noemenswaardig. We vermijden voornamelijk de dorpjes en fietsen veel door de velden. Het valt ons op dat mensen hier nauwelijks groeten. De jongere mensen wel, als je zelf wat zegt, maar de oudere mensen niet. Wij hebben het vermoeden dat de Oostenrijkers licht xenofobisch zijn. Dat blijkt ook uit de laatste foto die ik gisteren publiceerde. Het maakt ons niet uit. Wij blijven vrolijk groeten.

We passeren Paasdorf, Mistelbach en Willersdorf. De donkere luchten zitten ons op de hielen. Bij Ebersdorf gaat het mis. Het begint eerst licht te regenen. We schuilen even. Daarna lijkt het droger te worden maar dat is slechts schijn. Met nog een paar kilometer te gaan breekt er een zondvloed los waar Noach moedeloos van zou worden. Er zit niets anders op dan het regenpak aan te doen. Helaas voorkomt dit niet dat het water in mijn schoenen loopt en al snel trap ik soppend verder. Als verzopen katten rijden we Poysdorf, onze eindbestemming van vandaag, binnen. Het ziet er niet naar uit dat het vandaag nog droog wordt dus we hebben weinig trek in een camping. Bij gasthaus ‘de bierbuik’ hebben ze een kamer voor 80 euro. Dat vinden we te duur en het ruikt er ook niet fris. Saskia heeft een bordje gezien van Erna Lewitsch. Daar krijgen we een heel appartement voor €70. Ik had me op het kamperen verheugd, maar dit lijkt ons toch beter gezien de toestand van de lucht.

Na het douchen lijkt het droger te worden en ’s avonds schijnt de zon weer. Toch zijn we blij met ons appartementje want er is een heerlijk zonnige ‘winterkamer’ met fijne bankjes bij.

Ik heb wel zin in een biertje maar voor die tijd verkennen we Poysdorf nog even. Er een een prachtige kerk. Maar zonder ui.

Maar nog mooier vind ik het biertje bij de Italiaan ‘di Mare’ (er is geen zee te bekennen in de buurt dus waarom hij zo heet?). Zelden heb ik zo lekker gegeten voor zo weinig geld. Een risotto met garnalen, tomaat en ui en Saskia gaat voor een vegetarische ovenschotel met spinazie, tomaat een ui. En beide een salade.

De rest van de avond besteden we in ons domein. Buiten schijnt de zon. Morgen gaan we kamperen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 87,8 (totaal 118)

Afstand tot Baflo: 879 km

Huidige positie