Zonnesteek

If you reject the food, ignore the customs, fear the religion and avoid the people, you might better stay at home – James Michener

Dag 36

We hebben het weer overleefd maar ik heb wel steeds gedoucht met het gordijn open. Je weet maar nooit. Vandaag lijkt het weer warmer te worden dan gisteren maar als we vertrekken ben ik blij dat ik mijn hemd en jasje nog aan heb. Beide gaan overigens gedurende de dag uit.
We halen wat pan en beleg en kunnen op stap. Voorlopig zitten we op de N240. Nog steeds niet heel druk maar wel regelmatig vrachtverkeer.
Berdun kun je niet missen zoals het op de heuvel ligt. Het schijnt een monument van middeleeuwse stedenbouw te zijn, maar wij kunnen de moed niet verzamelen om daar even omhoog te klimmen.

Verder verbazen we ons over de vreemde rotsformaties die hier zijn ontstaan. Het lijken wel gestort beton maar het is volkomen natuurlijk.

De N240 wordt op den duur vervangen door de nieuwe A21. Sommige stukken ervan zijn al klaar en dat haalt veel van het autoverkeer van de N240. De reden van de nieuwe weg is het stuwmeer van Yesa. Ze willen het peil ervan behoorlijk verhogen en dan komt de N240 onder water te staan. En niet alleen de weg, ook de dorpen en andere infrastructuur. Hiervoor werd de stuwdam verhoogd maar de berghelling blijkt te instabiel te zijn. Daarom wordt nu, vlak achter de bestaande, een nieuwe stuwdam gebouwd. Foutje, bedankt…

De route gaat wat op en neer en de zon brandt ongenadig op ons neer. Ik wist dat ik het zou gaan zeggen, maar had niet verwacht dat het zo snel zou zijn; Mag het ietsje koeler? Gelukkig krijgen we onderweg soms nog een aanmoediging. Het getal wordt steeds kleiner.

De zon en de klimmetjes van de afgelopen dagen doen ons besluiten om op tijd te stoppen. We hebben de afspraak om onze fietsvriendin Ria op zaterdag in Punta la Reina te ontmoeten. Dat is twee fietsdagen en we hebben er drie. Dus ook nog een rustdag. Die kunnen we op verschillende plekken nemen, maar we besluiten hem zo snel mogelijk te verzilveren. We zijn wel aan wat rust toe. In Sanguesa lijkt een leuke camping te zitten met een supermarkt vlakbij. Daarnaast is er in het dorpje genoeg te zien. We vinden een prachtig plekje op de camping en met deze temperaturen lijkt het net vakantie.

Dag 37

Vandaag even niet op de fiets. We liggen een half uurtje langer dan anders. Het is ’s ochtends nog even koel en de tent staat dan nog in de schaduw. Na het ontbijt gaan we even het stadje in. Het is een historisch pelgrimsstadje met wel drie kerken en twee kloosters. En een dag zonder kerken is een dag niet geleefd, dus we gaan er met frisse moed weer in.

De eerste kerk is de Santa Maria la Real uit de 12e eeuw. Ook hier weer een portaal met beeldhouwwerk. Toch is het het interieur dat onze monden laat openvallen. Zoveel bling-bling en zoveel reliëfschilderijen. En als topstuk een monstrans uit de 15e eeuw, een van de oudste in Spanje. Je kijkt je ogen uit. In de kerk zit een bejaarde man die me van alles probeert uit te leggen door met een lampje op onderdelen te schijnen. Ik knik en herhaal af en toe een woord. Ik versta er te weinig van maar hij is helemaal blij.

Het oogt inderdaad als een authentiek Spaans stadje. Veel oude gebouwen en ook de sfeer op straat is anders dan in Nederland. Men is meer op straat om het op straat zijn. In Nederland zijn we altijd onderweg ergens naartoe en hebben we nooit tijd. Wat ik ook leuk vind is de graffiti die ze op blinde muren hebben gemaakt. Zoveel boeiender dan een kale muur.

 De hoofdweg loopt dwars door het dorp en daar gaan we even doorheen. We drinken een bakkie koffie (1 euro) en er is een markt die als een magneet aan Mevr. van der Veeke trekt. Maar de afspraak is dat het in de tassen moet passen, dus uiteindelijk wordt er niets gekocht.

We kijken even bij de kloosters (die dicht zijn) en lopen dan langs de Santiagokerk (die wel open is). De Spanjaarden hebben het slim bekeken. Als je wat in de kerk wilt zien, dan heb je licht nodig. En dat krijg je door een euro in een kastje te gooien. Dan kun je vijf minuten kijken en dan gaat het weer uit. Ook de kaarsjes zijn elektronisch. Je gooit er een muntje in en dan floept een van de lampjes aan. Natuurlijk ook beter voor het milieu.

De Santiagokerk heeft Jacobus op de voorkant staan. En ook binnen is hij in de schilderingen te vinden, als je goed kijkt.

Vermoeid van zoveel kijk-inspanning lopen we terug naar de camping. Het is inmiddels alweer boven de 25 graden. Alleen in de schaduw is het een beetje uit te houden. Zo brengen we de rest van de dag door. Lunch, kopje thee, biertje en een goed boek. De supermarkt zit vlakbij dus voor ’s avonds halen we de ingrediënten voor een lekker maaltje. Het is lekker zo’n rustdag maar ik vind het ook weer fijn om morgen op de fiets te stappen.

Dag 38

De rustdag heeft ons goed gedaan, het fietsen gaat gemakkelijk vandaag, ondanks de flinke afstand en de hoogtemeters. Het landschap is afwisselend en mooi. We zitten op veel rustige wegen en er is genoeg te zien. Vanwege de warmte besluiten we eens te proberen een uurtje eerder weg te gaan. De wekker staat op 6 uur maar die horen we niet eens door het gekwetter van alle vogels. Voor 8 uur zitten we op de fiets. Het is nog heerlijk koel en rustig. Al vrij snel komen we bij de kloof van Lumbier. We gaan door een tunneltje dat pikkedonker is. De enige manier om er doorheen te komen is de zaklamp van de telefoon aan te zetten en te gaan lopen. Als we uit de tunnel komen, zien we een fantastisch landschap. De kloof is gevormd door het uitschuren van het water. Boven ons zien we de vale gieren zweven op de thermiek.

We passeren dorpjes als Indurain, Tabar, Turrilas en Ardanaz. De meeste liggen boven op heuvels. Voor ons een reden om er niet heen te gaan omdat de route al golvend genoeg is.

We gaan met een ruime boog onder Pamplona door. Ondanks dat we de kerken onderhand wel gezien hebben, kijken we toch even bij Santa Maria de Eunate, waar we langs komen. Het is een achthoekige kapel uit de 12e eeuw met 35 fijne boogjes. Van de oorsprong is weinig bekend. Een van de theorieën is dat de Tempeliers het gebouwd hebben. Een andere zegt dat bewoners van omliggende dorpjes het gebouwd hebben. Maakt niet uit, het is gewoon een sereen plekje waar het heerlijk toeven is in de schaduw.

Hierna voegen we ons bij de drukke route die van Saint Jean Pied de Porte komt. Dit merk je meteen. Drommen wandelaars bevolken de wegen. En ook de commercie is duidelijk anders. De camino is een industrie op zich. Maar het brengt ook een hoop gezelligheid met zich mee. Overal om je heen hoor je ‘Bon Camino’ en iedereen is even vriendelijk. Ons eindpunt van de dag is Puente la Reina. Het is een oud pelgrimsdorpje met een boogbrug over de Rio Arga, gebouwd voor de pelgrims op bevel van de koningin, waar het dorpje zijn naam aan ontleent.

Voor de camping moeten we een steil grindpad op. De enige keus is hier lopen en duwen. Bovenop is een camping en een auberge.  De camping heeft een mooi uitzicht over Puenta la Reina, een picknicktafel per plek en heel veel muggen per plek. We kunnen mee-eten bij de Auberge. Voor een tientje krijgen we een pelgrimsmenu dat ik alleen maar adequaat kan noemen.

Ondertussen heeft Ria zich bij ons gevoegd. Ondanks dat ze halfdood aankomt, zijn we blij met haar gezelschap. En ze heeft een pakketje voor ons meegenomen uit Nederland. Onze routeboekjes voor het traject na Lissabon en twee nieuwe fietskettingen. De laatste zet ik meteen op de fietsen, dan hoef ik ze niet mee te slepen. Ik hoop dat we hiermee onze reis kunnen uitfietsen. Het is best lang warm buiten, maar de vermoeidheid en de muggen lokken ons de tent in.

Dag 39

Het is al warm als we opstaan. Voor het eerst vertrek ik in korte broek en T-shirt. Voor Ria is het de eerste dag, dus die moet helemaal acclimatiseren.
Cirauqui is weer zo’n dorpje dat mooi op een heuvel ligt. Ook hier is weer een middeleeuwse boogbrug/Romaans kerkje/Pelgrimspleintje (* doorhalen wat niet van toepassing is), maar dat hebben we genoeg gezien, dus we laten het links liggen. Ondanks de weinig kilometers vandaag hebben we meer dan 600 hoogtemeters. Dat en een temperatuur van boven de 30 graden maakt het een inspannende dag.

In Estella (of Lizarra in het Baskisch, het is hier tweetalig, net als in Friesland) houden we een stop in de schaduw voor een boterham en een bakkie koffie. De laatste halen we bij een café want voor minder dan een euro zo’n lekker koffie is natuurlijk geen keus. Estella werd ook wel ‘Estella la Bella’ genoemd in de middeleeuwen. De pelgrims werden hier goed verzorgd en het water was helder. Ook nu is het nog een mooi plaatsje met kerken, paleizen, feesten en daverende stieren door de straten. Vandaag zijn het daverende fietsers want er is een wielerwedstrijd. Tijd voor ons om te vertrekken.

Iets verderop ligt het Monasterio de Irache. In 1050 konden pelgrims hier al terecht en de 12e-eeuwse kerk heeft twee kruisgangen die mooi gerestaureerd zijn. Het staat bekend om zijn Gregoriaanse gezangen. Maar dat boeit ons allemaal niet want er is hier een heuse wijnfontein!
Er zit hier ook een wijnbedrijf en die heeft voor de pelgrims twee kranen gemaakt. De ene tapt koud water en de andere rode wijn. Even overweeg ik hier de tent op te zetten, maar de dames willen verder.

Voor de rest ploeteren we ons in de hitte voort. Het mag voor mij wel een paar graden lager. Maar het landschap is prachtig, je ruikt de zoete geur van de brem en een verfrissend windje bij een afdaling maakt veel goed. Bij Los Arcos vinden we het welletjes. Bij een Auberge hebben ze een grasveldje waar je de tent op mag zetten. Dat doen we dan ook. Er is een automaat waar je voor €1 euro een blikje koud bier kan krijgen. Voor mij is dat bijna zo goed als een wijnfontein. Morgen zien we weer verder.