Later is allang begonnen

Volgend jaar (2019) kunnen we eindelijk doen wat we al heel lang in de planning hadden. Eigenlijk stelden we het steeds uit. Iets om ‘later’ te doen. Maar ‘later’ is allang begonnen. En daar zijn we eindelijk achter gekomen. Volgend jaar is Mevr. van der Veeke met pensioen en ik heb een jaar vrij genomen. Dit geeft ons de mogelijkheid om langer op fietsreis te gaan. Om precies te zijn, het plan is om zes maanden onderweg te zijn.

In die tijd kun je een hoop doen. Wij hebben besloten het binnen Europa te houden omdat we vliegen zo belastend vinden voor het milieu. We vertrekken dus vanaf huis en hopen, na ongeveer zes maanden, ook weer thuis de oprit op te fietsen.

En wat gaan we doen met die zee van tijd?
We beginnen met Pelgrimeren. Wat?! Ja, pelgrimeren. Als je dit Googelt dan kom je op de volgende definitie:

Van oorsprong is een pelgrimstocht een tocht naar een plaats met een speciale (godsdienstige) betekenis. Tegenwoordig hebben pelgrimstochten een aantrekkingskracht op reizigers die op zoek zijn naar rust en bezinning.

Maar waarom doen wij dit dan? We zijn niet religieus maar we zitten wel op een kantelpunt in het leven; de overgang van een werkend leven naar een niet-werkend leven. Voor ons een mooi moment van bezinning daarom hebben we als eerste doel om naar Santiago de Compostella te fietsen. En hier leiden vele wegen heen.

santigo

Wij maken gebruik van de St. Jacobs fietsroute van de Europafietser. Deze loopt van Haarlem tot aan Santiago.Voordat we in Haarlem zijn moeten we dan nog een stukje fietsen. Daarbij kiezen we er voor om via St. Jacobiparochie, in Friesland, te gaan. Dit leek ons wel een gepast startpunt. Beginnen bij Jacobus en eindigen bij Jacobus. De fietsroute loopt ongeveer zo:

stjacob_overzicht

Als we in Santiago de Compostella zijn, dan staat er ongeveer een kleine 2700 kilometer op de teller. We gaan dan natuurlijk ook nog even door naar Cabo de Finisterre, oftewel het einde van de wereld. Het gebruik is dat de pelgrim dan zijn kleren verbrand, maar dat gaan wij maar even niet doen want om nu naakt verder te gaan is ook weer zo wat.

Daarna wordt het coddiwomple. Maar dan is er nog zoveel tijd over en Portugal staat al een tijd op de lijst, dus we gaan via de kust zuidwaarts naar Lissabon. Hier is geen fietsroute van, maar met de hulp van wat mede-fietsers heb ik toch een mooi traject bij elkaar kunnen harken. We gaan natuurlijk via Porto, Sintra en Lissabon. In concept ziet dit stuk er zo uit:

`Portugal

Dit stuk is een dikke 700 km maar omdat ik denk dat we her en der wel even willen blijven hangen, verwacht ik dat we er meer dan twee weken over doen. Het kan maar zo zijn dat we hier een weekje vakantie gaan vieren.

coddiwomble

In Lissabon kan je niet veel westelijker, dus we kiezen voor de oostelijke richting. En laat daar nu net een mooie route voor zijn. Deze loopt van Lissabon, via Madrid, ongeveer naar Barcelona en heet de Ruta Iberica.

ruta iberica

De bedoeling is dat we bij Barcelona uitkomen, dus ergens bij Zaragoza slaan we rechtsaf. En dan zijn we wel weer een kilometer of 1500 verder. Een dingetje is wel de mogelijke hitte in juli en augustus. Maar we hopen dat te ondervangen door vroeg op pad te gaan en op het heetst van de dag een siësta te houden. Voor het stukje naar Barcelona moet ik nog even puzzelen maar ik ben er van overtuigd dat dit gaat lukken.

Eigenlijk zijn we dan pas halverwege. Hoe we daarna verder gaan, lees je in de volgende blog.

Wordt vervolg.

Dinsdag 21 augustus: Niederland – Koppl

66 km (totaal 1599 km)
627 hoogtemeters
Camping Huberbauer (€17,50)

De reis zit erop
Hoofd vol met ervaringen
Genieten van rust

Door het heldere weer vannacht en het hoge gras zou een dweilpauze in de tent niet misstaan. Maar goed, het is weer prachtig weer vandaag en de tent drogen we later wel. Het is de laatste dag fietsen. Eerst naar Salzburg. Dan het allereerste deel van de route die we nog niet gedaan hebben. En tenslotte nog een verbindingsstukje naar de camping waar de auto staat. De route van vandaag is weer uitzonderlijk mooi. Nauwelijks autowegen, veel spannende paadjes en veel door de natuur.

We komen nog even in Duitsland. Dat zet het aantal landen van deze vakantie op vijf. Ik zie het alleen aan de GPS en Mevr. van der Veeke zit goed op te letten en ziet nog een bordje in de berm. Als we in Oostenrijk terugkomen is er helemaal geen indicatie dat dit gebeurt. Zo vervagen alle grenzen natuurlijk.

Naar Salzburg toe worden de bergen steeds lager. Je zou het nauwelijks bergen meer kunnen noemen, het zijn meer heuvels. Maar soms stoppen we even om te kijken waar we vandaan komen. Om het afscheid te verzachten tonen de bergen zich op hun mooist.

Bad Reichenhall is een Duitse plaats die vooral bekend is van zijn zout- en pekelproductie. Je kon er in baden, je kon het drinken en je kon het snuiven. In 1834 is de stad bijna tot de grond toe afgebrand omdat ze een brandende bezem niet blusten. En waarom niet? Omdat er toevallig een overheidcommissie op bezoek was en die wilden ze niet verstoren. Verkeerde keuze lijkt me. Ons valt op dat ze de stad daarna weer mooi opgebouwd hebben. Hier is geen sprake van vergane glorie. Het is een prachtige en levendige stad.

Meestal maak ik onderweg zelf een bakje koffie. Omdat het een feestelijke dag is -onze schoondochter Rosa is jarig- nemen we eens een keer een koffie en een gebakje bij de bakker.

Bij kasteel Marzol staan we even stil. Het is in de 15e eeuw gebouwd en is zoals een kasteel moet zijn. Vier hoektorens, kantelen en een robuuste uitstraling. Ik mis alleen de prinses in de toren.

Via fietspaden worden we Salzburg binnen geleid. De stad wordt gedomineerd door een vesting op een onneembare rots. Hier wordt al sinds mensenheugenis zout gewonnen. Vandaar de naam Salzburg en de Salzkammergut regio. Ook de ligging aan de rivieren Saalach en Salzach heeft aan de economische ontwikkeling meegeholpen. De stad is ooit Keltisch begonnen, onder de Romeinen ontwikkeld en later een bisdom geworden. En natuurlijk is Mozart hier geboren. Zonder hem hadden we nooit de Mozartkugeln gehad.

In het centrum moeten we ons weer een weg banen door Japanners en Chinezen maar we krijgen toch een kleine indruk van de stad. Hij is prachtig. Morgen trekken we een dag ervoor uit om hem goed te bekijken. Voor nu geef ik één foto en dat is meteen een reden om naar Salzburg te gaan.

In principe zit de route er nu op, maar we hebben nog een stukje van 20 kilometer wat we bij aanvang hebben overgeslagen. Die loopt boven de stad langs en betekent toch weer even klimmen voor ons. We hebben genoeg geoefend dus dit is geen probleem. En dan nog even puzzelen om bij de camping terug te komen waar de auto staat. Ook dat lukt en tegen half vijf sluiten we de ronde af met bijna 1600 kilometer op de teller. Het was weer een fijne tocht en ik ben altijd blij dat het zonder ongelukken en grote pech afgesloten kan worden.

Als ik de auto op wil halen, dan doet hij helemaal niets meer. De accu is compleet leeg. Ik moet even nadenken hoe dit kan gebeuren want de auto heeft hier een beveiliging voor. Maar dit jaar heb ik een anti-marter apparaat laten installeren en die by-passed deze beveiliging en trekt rechtstreeks stroom van de accu. Na een maand is die wel ongeveer leeg. Gelukkig biedt de Oostenrijkse wegenwacht uitkomst. Even de lader erop en hij doet het weer. Ik moet wel even 30 kilometer rondjes rijden maar dit is weer eens wat anders dan fietsen.

Hiermee sluit ik deze verslagronde weer af. Ik wil speciaal Saskia bedanken voor alle bijdragen in de vorm van tekstcontrole, foto’s, haiku’s en natuurlijk de onmisbare gezelligheid. Een tocht ‘maak’ je samen. En de lezers bedankt voor het lezen en de opbeurende commentaren. Het is altijd leuk om een reactie te krijgen. Misschien tot een volgende tocht.

profiel-21-08

kaart-21-08

Maandag 20 augustus: Zell am See – Niederland

52 km (totaal 1533 km)
237 hoogtemeters
Camping Steinpass (€23,=)

Zonder verwachting
Komt de grote verrassing
Wie had dat gedacht?

Met weemoed moet ik toegeven dat het einde van de vakantie nadert. Je kunt het wel ontkennen, maar hij staat echt om de hoek. We zien Salzburg, en dus het einde, bij elke kilometer dichterbij komen. Desalniettemin proberen we zo goed mogelijk nog van elke dag te genieten en vandaag was dat niet moeilijk. Want de route is erg mooi en de gemakkelijke dag, die we gisteren verwacht hadden wordt vandaag gerealiseerd. Ik kan niet anders dan blij worden als ik ’s ochtends mijn tent uit kruip en dit als eerste zie.

We zitten iets beter in het ritme dan gisteren en dus weer op tijd op pad. Onverwachte bonus is dat ik de tent droog in kan pakken. Via kleine wegen gaan we naar Maishofen waar we boodschappen doen. Daarna komen we in Gerling waar zowaar de kerk open staat. Het is een oude kerk waarvan de historie teruggaat tot de middeleeuwen. Bij de renovatie in 1971 kwam het fresco van St. Christophorus tevoorschijn. Als reizigers is het altijd goed als we deze tegenkomen. Binnen is het allemaal bling-bling wat ze goed beschermen want je kunt wel kijken,  maar je kunt er niet in.

Saalfelden is een redelijk groot dorp. Ik zou het geen stad willen noemen. Typisch Oostenrijks met een centraal plein, kerk en natuurlijk fonteinen. Historisch gezien is het een opstandige gemeenschap want ze weigerden vroeger aan hun belastingplicht te voldoen. Hier begint ook ons laatste traject. Dat vieren we door een koffie met ‘schnecke’ en uitzicht te consumeren. We hebben mooi zicht op de burcht en als je goed kijkt, dan zie je het witte kerkje nog. Het is me opgevallen dat kerkjes vaak bovenop onmogelijke plaatsen staat. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan om naar de kerk te (kunnen) gaan.

Vandaag is het voornamelijk dalen via speelse wegen. Het dal wordt steeds smaller zodat trein, auto en fiets om de beschikbare ruimte moeten vechten. Maar, in tegenstelling tot gisteren, is er steeds nog ruimte voor een vrijliggend fietspad. 

Zo passeren we Weissbach (bei Lofer), St. Martin (bei Lofer) en Lofer zelf. Dit is weer een Oostenrijks plaatje van een dorp met een mooi centraal plein. De kerk heeft deze keer geen spitse toren maar een ui.

Het leuke van fietsen is dat je langs plekjes komt die je met de auto nooit zou zien. Zo fietsen we een hele tijd langs de Saalach. Waren de riviertjes in Slovenië, Kroatië en Italië bijna leeg, hier stroomt het nog voldoende. Ook vandaag is het weer warm, dus alleen het zicht al op zo’n snelstromende beek geeft verkoeling.

We passeren Unken en Niederland. Je waant je bijna thuis. Hier bevindt zich ook de laatste camping voor Salzburg. Het was te ver om in een keer door te fietsen, dus daarom maken we de laatste dagen wat minder kilometers. Het is weer een prachtige camping met een mooi uitzicht. We vinden een mooi plekje, met schaduw, onder een boom. Enig nadeel is dat je de weg steeds hoort. De uitbater is een oudere hippie met één tand. Ik check in en vraag of hij ook bier verkoopt. Nee, dat doet hij niet maar hij wil me er wel een geven. En neem er ook een voor je vrouw mee. Een camping met gratis bier is natuurlijk nooit weg! De rest van de middag kunnen we vakantie vieren. Morgen zijn we weer terug bij ons startpunt.

profiel-20-08

kaart-20-8

Zondag 19 augustus: Badbruck – Zell am See

53 km (totaal 1481 km)
456 hoogtemeters
Camping Seecamp (€30,20)

Zell am See als doel
Benieuwd naar groene pistes
Zomers tafereel

We denken dat we vandaag een rustige en gemakkelijke dag hebben met maar een kleine 60 kilometer. Daarom doen we wat rustiger aan en zitten pas rond half tien op de fiets. De uitzichten zijn vandaag zonder meer mooi, maar de route is wat minder mooi dan gisteren. We zitten veel langs autowegen alhoewel je dat op deze foto niet zou zeggen.

Bad Hofgastein is ook weer een kuuroord én een skidorp (in de winter). We vinden er een bakker die open is en er is al allerlei volk op straat. Maar het volgende dorp, Dorfgastein vinden we meer Oostenrijks. Het hotel heeft een mooie muurschildering, de bakken zitten vol met bloemetjes en de kerk is prominent aanwezig. Het is met zijn 1627 inwoners overigens de kleinste gemeenschap in de Gastein vallei.

Om in Lend te komen moeten we door een tunnel van anderhalve kilometer. Samen met de auto’s, en ik kan je vertellen dat dit een enorme herrie is. Het lijkt wel een spinningles van Wim waar de muziek ook zo hard staat dat je oordoppen nodig hebt. Ik wilde dat ik ze meegenomen had. Verder is hij goed te doen omdat we over een afgescheiden fietspad gaan. Alleen bij tegenliggers moeten we even langs elkaar heen manoeuvreren.

Bij Lend moeten ik even zoeken omdat het weer een spaghetti van wegen is, maar dankzij de GPS vind ik de juiste. We dalen hier meteen 100 meter steil naar beneden en komen daarbij vloekende fietsers met rode koppen tegen die omhoog moeten. Benjaminse maakt hier geen vrienden mee.

Lend is ook weer zo’n mooi dorpje. Een fontein, bloembakken, bloemetjes en een kerk. Wij vinden het mooi genoeg om even een boterhammetje te eten. Hier in Oostenrijk hebben ze tenminste weer bruine broodjes want in Italië was zelfs het volkorenbrood wit.

Bij Taxenbach is er weer een tunnel maar hier worden de fietsers er omheen geleid. Heerlijk even een stukje zonder auto’s en Mevr. van der Veeke weet zelfs nog even een cache te scoren die aan een touwtje in het ravijn hangt.

Zo gaan we langzaam richting Zell am See. Het fietsen gaat vandaag wat moeizaam en valt me zwaar. Komt het door de lange dag van gisteren? Of omdat ik dacht dat het gemakkelijk zou worden? In elk geval zijn we blij dat het eind van vandaag in zicht komt.

Zell am See kennen we van de wintersport. Dan is alles wit. We zien de pistes liggen waar we afgesuisd zijn maar dat zijn nu groene weiden. Ook in de zomer is het hier een gekkenhuis met mensen want in het dorp staan de auto’s vast omdat de parkeergarage vol is. Hebben we met de fiets gelukkig geen last van. Werner von Trapp, je weet wel…van die zingende familie, kwam hier trouwens vandaan.

De camping in Zell am See is net zo vol als het stadje. Er is een tentenveldje en omdat we op tijd zijn, kunnen we nog een mooi plekje vinden. Met uitzicht op het meer en -eindelijk- de Grossglockner én een bankje. Vooral dat laatste is fijn, want ik ben door mijn stoeltje gezakt. En het helpt natuurlijk dat we een klein tentje hebben. Mevr. van der Veeke duikt, met kleren en al, in het meer want het is weer een hete dag. Ik houd het gewoon bij een douche. En omdat de winkels dicht zijn, hebben we geen eten kunnen kopen. Dan maar uit eten en ik moet toegeven, zo’n Oostenrijkse schnitzel is geen straf.

profiel-19-08

kaart-19-08

Zaterdag 18 augustus: Villach – Badbruck

107 km – waarvan ongeveer 82 gefietst (totaal 1428 km)
1052 hoogtemeters – waarvan ongeveer 552 gefietst.
Camping Pub Gastein (€18,=)

Soms zit alles mee
Geboren voor het geluk
Drijf mee op de stroom

18-8-18, zo’n magische datum moet wel geluk brengen. En dat deed het voor ons. Als ik het optimaal had kunnen plannen, dan had het niet beter kunnen lopen vandaag. Een dag waarin alles meezit.
De rustdag heeft ons goed gedaan. Volledig uitgerust en uitgeslapen, sta ik om half zeven al onder de douche. En voor achten zitten we op de fiets.

Het eerste deel van de dag volgen we nog steeds de R1, en die heet hier de Drauradweg. Dat is een fietsroute langs de rivier de Drau. Het is een mooie route over fietspaden zonder auto’s. Vaak asfalt en soms steenslag. En een paar keer moeten we hem oversteken en aan de andere kant verder gaan.

Het is een rivier met allerlei stuwen erin. Dit heeft tot gevolg dat er totaal geen scheepvaart is. Geen beroeps-, maar ook geen pleziervaart. Is wel wat saai maar omdat er nauwelijks wind staat fiets je wel steeds naast een spiegel. Voor het eerst sinds tijden fietsen we ook helemaal vlak. En dat schiet lekker op. Nu pas merk je hoeveel extra energie het klimmen met bagage kost.

Een ander feit is dat je om en langs alle dorpjes fietst. We passeren Puch (de ouderen onder ons herkennen de brommer), Kellerberg, Feffernitz en Freistritz zonder er iets van te zien. Alleen Spittal gaan we even doorheen. We hadden gehoopt dat de route langs slot Porcia zou lopen, maar dat doet hij niet. We krijgen er zelfs geen glimp van mee en we zijn Spittal alweer uit voor we er erg in hebben. Hierna komen we meer in de velden en minder aan de Drau. Fijn die afwisseling. Geen kabbelend water maar vers gemaaid gras en hooi dat ligt te drogen. Heerlijke geuren.

We komen wel langs Teurnia, een oude Romeinse nederzetting. Het was een decadente toestand toen met wijn uit Palestina, oesters en andere zeevruchten en ze hadden vloerverwarming en wifi. Nou ja, misschien dat laatste niet.

Bij Mollbrucke verlaten we de Drau. Die gaat met een lus weer richting het zuiden en wij gaan naar het noorden. We stappen over op fietsroute R8, die de Glocknerroute wordt genoemd. Om ons heen worden de bergen hoger naarmate we meer in het Hohe Tauern natuurpark komen. In 1971 kwamen Tirol, Salzburgerland en Karinthië overeen dat ze een groot gebied authentiek willen houden. En op dit moment is dit het grootste natuurpark van Europa. Met meer dan 300 bergen boven de 3000 meter zeker indrukwekkend te noemen.

Voor Obervellach krijgen we nog een paar kleine klimmetjes. Hadden we natuurlijk kunnen weten als een naam met ‘ober’ begint. Ik heb liever die obers waar je wat bij kunt bestellen. Maar goed, in Obervellach komen we voor een moreel dilemma. Om van Obervellach naar Malnitz te komen moet je een klim van 500 meter in zes kilometer doen. Dat is bijna 10% en daar zijn we zeker twee uur mee bezig. En inmiddels hebben we ook al 76 kilometer op de teller.

Het alternatief is een buschauffeur een goede dag bezorgen. We rijden langs de bushalte waar net de bus naar Mallnitz op het punt staat te vertrekken. En de chauffeur heeft niemand in de bus. Hij leeft helemaal op als ik vraag of we met de fiets in de bus kunnen. Dat kan. We hoeven niet eens de tassen eraf te halen. Voor €15,20 kopen we 500 hoogtemeters. Ik had natuurlijk liever gefietst, maar soms moet je je verantwoordelijkheid pakken en doen wat er gedaan moet worden.

Tip voor fietsers; deze bus gaat elke dag. ’s Ochtends twee keer en ’s middags tussen 13 en 17 uur om vijf over het uur bij de Seilbahnplatz.

Tien minuten later zet de chauffeur ons bij het station in Mallnitz er weer uit. Hier moeten we met de trein door de Tauerntunnel, net als de auto’s. We betalen hiervoor €9,40 voor twee personen en twee fietsen. De reis duurt ongeveer 12 minuten. Deze trein gaat de hele dag door elk uur. Dus we kunnen een kaartje kopen en bijna meteen instappen.

In Bockstein stappen we weer uit. Het is nu een nietszeggend plaatsje maar in het verleden was het de goudmijn van Oostenrijk. Iets verderop ligt Bad Gastein. Het is  een prachtig plaatsje waarvan de hoogtijdagen in de vorige eeuw lagen.

Het is een vakantie-en een kuuroord waar de groten der aarde kwamen. Onder andere Elisabeth van Oostenrijk en Hongarije (ook bekend als Sissi) en de sjah van Perzië kwamen hier. Men dicht heilzame kwaliteiten toe aan het water dat radon bevat maar de werking is nooit bewezen. 

Het centrum is ontzettend steil en volgebouwd met een soort van mini-wolkenkrabbers, zonder dat je dit doorhebt omdat alles tegen de rotsen aan is gebouwd. Het is gesitueerd rond een waterval die door het hele dorp gaat. In drie fasen heb je een verval van 341 meter en hierdoor wordt de lucht negatief geïoniseerd ( ja, ja…) wat bijdraagt aan de gezondheid. Wij zien er ineens 10 jaar jonger uit en alle vermoeidheid is weg.

Hoe het ook zij, het is een fascinerend dorp om doorheen te gaan. Door de teruggang in het toerisme is het wel wat vergane glorie geworden en staan veel hotels leeg of in verval. Wij waren in elk geval blij dat we hier naar beneden konden gaan en niet omhoog. Volgens Benjaminse ‘even doorzetten’ maar volgens mij gewoon een uur lopen want ik kwam met rokende remmen beneden.

We hebben inmiddels een flink aantal kilometers erop zitten. Daarom pakken we de eerste camping die we tegenkomen. De beschrijving vond ik maar zo-zo door de naam; pubcamping en kegelbaan. Maar het is de mooiste en goedkoopste die we hebben deze vakantie. De uitbater is een kordate man die van duidelijk houdt op een vriendelijke manier. We hebben een groen grasveld, prachtig uitzicht en een heerlijke douche. Zo zie je maar dat je beter niet op je eigen interpretatie af kunt gaan, maar meer op de feiten. We koken ons maal en ’s avonds zitten we in de campingkroeg. Want op deze hoogte (840 meter) is het knap koud ’s avonds. Eigenlijk voor het eerst deze vakantie.

profiel-18-08

Kaart-18-08

Donderdag 16 augustus: Pontebba (Italië) – Villach (Oostenrijk)

64 km (totaal 1340 km) – 486 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

De top is bereikt
De daling gaat beginnen
Rust voor de benen

Zoals ik al vertelde, is het in vele dorpen feest. Zo ook in Pontebba. Op een gewone woensdagavond gaat het tekeer alsof we in de auto van Bolhuis zitten (Baflo’s grapje). Ik snap nu ook waarom hier zoveel aardbevingen voor komen. Maar hoe hard ze ook hun best doen, wij vallen gewoon om half elf in slaap. 

Het ontbijt wordt de volgende ochtend in het café eronder geserveerd. En het is eigenlijk wat we van een Italiaans ontbijt verwachten; koffie, sapje en croissant. In het café is het alweer druk als we vertrekken. De eerste fietsers zitten er en de dorpelingen staan er om een espresso te nemen.

Wij gaan verder over de prachtige fietsroute. We passeren San Catharine, Malborghetto en Ugovizza waarbij we gestaag de hoogtemeters maken. Deze dorpen zien we in de verte liggen want meestal fietsen we er hoog boven langs. Het fietspad is rustig en af en toe passeren we een tunnel. Hieronder een paar foto’s.

Ondanks dat het de Tarvisio pas heet, ligt het hoogste punt bij Camporosso. Daar is het 820 meter hoog terwijl het bij Tarvisio ‘maar‘ 756 meter hoog is. Camporosso is trouwens een belangrijk bedevaartsoord. Daar zien we niets van, ook geen verdwaalde pelgrims. Of ze moeten toevallig op de fiets zijn. Van de plaats Tarvisio zien we iets meer maar het is er wel een gekkenhuis met fietsers. Velen gaan daar met de auto of trein heen om een fiets te huren en alleen maar af te dalen. Amateurs! Wij gaan gauw verder want nu zitten wij ook in de afdaling. En ook hier zijn de uitzichten adembenemend.

Grenzen van Sjengen-landen zijn tegenwoordig onzichtbaar. Ik heb hem op de GPS gemarkeerd, dus ik zie precies wanneer we erover heen gaan. En als je even zoekt is er meestal nog wel een grenspaal te vinden.

Het fietspad loopt hoog boven de autowegen. Soms moeten we een klein stukje klimmen maar voornamelijk is het dalen over spannende paadjes in het bos. Bij Arnoldstein komen we weer een stukje op de autoweg. Hier gaan we even bij het oude klooster kijken. Het is mooi gerestaureerd. Voor €3 p.p. kunnen we erin.

Langs de rivier de Gall gaan we door naar Villach. Het is een mooi steenslagpad langs het water. We doen er een paar caches en een lunch. Omdat er geen bankjes zijn, gaan we gewoon met de tarp in de berm zitten. Het levert verbaasde blikken op van de mensen die langs komen. In Pontebba heb ik lekkere broodjes gehaald, een stukje worst en kaas uit Cividale. Het is smikkelen.

De camping ligt een stuk buiten de stad, dus we laten Villach voor wat het is. Langs de Drau gaan we richting Neufellach. Om bij de camping te komen moeten we door een aantal woonwijken. En als je van de rivier af gaat, moet je klimmen. 

We hadden in de Google recensies al gelezen dat de camping gedateerd is. En dat klopt. Een oud vrouwtje doet de receptie, het restaurant en de bar en probeert vijf mensen tegelijk te helpen. Daar raak je ook gedateerd van. We krijgen een prima plek waar je alleen lopend of met de fiets kunt komen. Wat ons betreft helemaal goed want voor de rest zijn het veel campers en grote caravans op doorreis. Hier gaan we morgen een verdiende rustdag houden.


profiel-16-08

kaart-16-08

Vrijdag 10 augustus: Porec (Kroatië) – Mestre (Italië)

29 km (totaal 1005 km) – 102 hoogtemeters.
Camping Rialto (€27,=)

Als de weg weg is
En de kluts is compleet kwijt
Goede raad is duur

We staan om zes uur op en zitten om half zeven op de fiets. En dat allemaal om op tijd bij de boot te zijn die ons naar Venetië gaat brengen. Ondanks de airco heb ik niet zo goed geslapen want het was een stressvol gebeuren om de kaartjes hiervoor goed te krijgen.
Op dinsdag heb ik die via internet geboekt voor vrijdag via Venezia lines. Twee personen en twee fietsen, creditcard gegevens invullen, betalen en klaar. Maar niet heus.
De bevestiging heeft namelijk maar één fiets. Dus eerst mailen. Na een dag nog geen reactie. Bellen naar het kantoor in Italië. Wordt niet opgenomen. Nog een keer bellen en nog een keer bellen. Contact.
Uitgelegd wat het probleem is. De mevrouw spreekt half Italiaans en half Engels, dus ik kan haar moeilijk volgen. Maar goed, er was nog maar plek voor één fiets toen ik boekte. Terwijl ik er wel twee op kon geven. En nu? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Ze begrijp ons probleem. De fiets kan niet achter blijven. Ze gaat overleggen met haar supervisor en ze mailt me terug.
Wat er ook komt, geen mail. Weer zelf gemaild en nog geen mail.

Inmiddels zitten we in Kroatië en bel ik het kantoor daar. Een goed Engels sprekende mevrouw uitgelegd wat er aan de hand is. Ze snapt het helemaal. Natuurlijk kan ik Mevr. van der Veeke en/of haar fiets niet achterlaten. De fiets kan zo extra bijgeboekt worden en ik kan betalen bij inchecken. Helemaal opgelucht, maar ik vraag of ze mij hiervan een bevestiging wil sturen. Geen probleem, komt eraan. Have a good journey. Voor de zekerheid mail ik ook nog even dat ik op de bevestiging wacht.

Maar wat er ook komt, geen bericht. Niet op woensdag en niet op donderdag. Als we in Porec zijn, fiets ik langs het kantoor en leg weer het probleem uit. Ze weten van niets?! Maar zegt hij: ‘send me an email and I will mail you back‘. Ik dacht het even niet, ik wil het NU geregeld hebben. Nou dat kan, als ik de extra fiets dan ook meteen betaal. ‘Geen probleem, ik mail het wel’ zeg ik hem. Maar hij wil het toch echt contant hebben. Afijn, ik krijg een nieuw ticket met twee personen en twee fietsen. Eindelijk geregeld.

P

Tips voor fietsers:

  • Zorg dat je op tijd boekt want de fietsplaatsen zijn beperkt (6-8). Minimaal een aantal dagen van te voren.
  • Boeken kan via de site. Eerste stap gegevens invullen. Tweede stap fietsen toevoegen. Derde stap betalen (credit card).
  • Controleer je bevestiging. Staat alles er goed op?
  • Mailen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Bellen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Kantoortje zit in Porec bij het plein. Ga daar langs als het niet goed is.
  • Vraag daar om geschreven bevestiging.
  •  Zorg dat je op tijd in de haven bent want het is daar druk.
  • Vergeet niet om in de haven ook nog in te checken. Je hebt dan je paspoort(en) nodig.

Dus om zeven uur staan we bij de boot te wachten, die om half acht komt. Er staat al een rijtje mensen en het is wat chaotisch. Het blijkt dat ik me binnen ook nog een keer moet melden om een instapkaart te krijgen. De fietsen moeten afgeladen worden en zij zorgen voor het inladen van de spullen. Prima geregeld.

Binnenin is het een soort van vliegtuig. Krappe stoeltjes, maar wel airco en er is koffie en broodjes te krijgen. Zo jassen we er het laatste Kroatische geld doorheen. De overtocht zou twee uur en een kwartier duren. Met een vertrek van acht uur, zouden we er om kwart over tien moeten zijn. Om kwart voor twaalf fietsen we de haven uit.

Want… als we Venetië naderen mag de boot niet inhalen of snel varen. Dat kost een half uur. We mogen pas van boord als de boten met toeristen voor ons gelost zijn. Dat duurt een half uur. En we moeten door de douane. Dat duurt ook een half uur. Maar goed, we zijn er. Met alle fietsen en alle spullen. Nu alleen nog naar de camping en dat proces is een nachtmerrie.

Het eerste deel gaat goed. Op de lange brug naar het vasteland is een mooi fietspad aangelegd. Maar dan. We zitten links van 4 snelwegen, 6 spoorbanen en een water. En we moeten naar de andere kant. Er zou een tunneltje onder de weg moeten zijn, maar die kan ik niet vinden en staat ook niet (voor mij zichtbaar) aangegeven. Meerdere keren vragen leidt ons steeds verder van het tunneltje vandaan. We komen alleen maar opgebroken wegen tegen waar we niet verder kunnen. Opritten naar snelwegen en doodlopende wegen. Na een uur zoeken en 10 kilometer verder ben ik er helemaal wanhopig van. Uiteindelijk komen we er. Hiervoor tillen we de fietsen over een hek bij een spoorweg, steken we deze over en lopen er en stuk langs. Daarna fietsen we een stuk op de snelweg en steken we die ook over. Ik wens het niemand toe. Ook mezelf nooit meer. Maar we zijn in Mestre, waar ook de camping is.

Tip voor fietsers:
Blijf doorzoeken op de plek waar aangegeven staat waar de oplossing is. Laat je niet door anderen wegleiden. Ze snappen vaak niet wat het is om te fietsen en sturen je zo de snelweg op omdat dat de enige weg is die ze kennen.


De camping heeft een mooi schaduwrijk plekje voor ons. Geen gras, wel droge grond. We komen wat bij van de stress, douchen en gaan naar de stad terug. Dat doen we met de bus. Retourtje kost €3 (pp) en de bus stopt voor de camping. Het is leuk alvast even in de stad te lopen. Morgen volgt het Venetië verslag, maar nu vast een foto.


kaart-10-08

Woensdag 8 augustus: Osp (Slovenië) – Triban (Kroatië)

64 km (totaal 912 km) – 654 hoogtemeters.
Eco Gecko mini (€20,=)

Afkoelen gewenst
Blauwe vlakte fluistert zacht
Van zadel in zee

Vannacht zijn we een beetje hersteld en we gaan weer met frisse moed op stap. Dit moet ook wel want gisteren zijn we ongeveer 200 meter afgedaald naar de camping. Dat voelde heerlijk en als een kadotje maar vanochtend is dat de eerste missie om die hoogtemeters weer terug te pakken. Een kleine bonus is dat we onder het hoogste en langste viaduct van Slovenië gaan.

Wij stappen hierna over op de Parenzana route. Daarover zo meer. Maar het is nog wel even een gepuzzel om op die route te komen. We gaan daarbij over de kleinste paadjes waar, zo het lijkt, al lange tijd geen fietsers zijn geweest.

Ooit liep er een spoorlijn van Trieste naar het huidige Porec. Dit deel van Istrië hoorde toen nog bij Italië en Porec heette niet Porec maar Parenzo. Het spoorlijntje werd La Parenzana genoemd en liep in Slovenië voornamelijk langs de kust. In Kroatië ging het meer het binnenland in. Het lijntje is niet meer. In Slovenië hebben ze er een prachtig fietspad van gemaakt. Mooi asfalt en bankjes. In Kroatië staat wel overal dat ze er geld voor gekregen hebben van de EU, maar dat is (nog) niet aan een fietspad besteed. Wij willen La Parenzana tot Porec volgen. Want het fijne van een fietsroute over een oude spoorlijn is, dat hij niet te steil wordt.

Istrië heeft een Italiaans ogend landschap. We zien cipressen, olijfbomen en heel veel wijngaarden. Het heeft acht eeuwen onder gezag van de Venetianen gezeten. Door de handel ontwikkelden zich de steden aan de kust. Koper (Capodistria), Piran (Pirano), Porec (Parenzo) en Pula (Pola). De meeste steden zijn hier tweetalig aangegeven. Na de eerste wereldoorlog viel Istrië toe aan Italië. Met name Mussolini zorgde voor het ‘veritalianiseren‘ van Istrië. Andere talen dan Italiaans werden verboden en veel Italiaanse kolonisten werden binnengehaald. Maar na de tweede wereldoorlog draaide alles om. Istrië hoort dan bij Joegoslavië en de Italianen werden terug naar hun land gestuurd. Het liep hier leeg maar dat had wel het voordeel dat het hier heel authentiek bleef, zeker in het binnenland.

De route loopt langs Koper, maar we willen zo’n mooie en bekende stad niet overslaan. Het heeft vele namen gehad. De Grieken noemde het Aegida, de Romeinen Capris en de Byzantijnen Justinopolis. Toen het in de 12e eeuw in handen kwam van de patriarchen van Aquileia werd het Caput Histria genoemd, het hoofd van Istrië. Door de vele handel in zout en graan groeide de stad. Het centrum oogt nog steeds Venetiaans, dus daar gaan we even kijken.

We fietsen over mooie paden langs de kust van de Adriatische zee. Overal zijn mensen aan het zonne- en zee-baden. Langs de weg staan palmbomen. We komen onder het Strunjan Nature Reserve door. Door het lokale microklimaat is het hier uiterst geschikt om dadelpruimen te laten groeien. Hier wordt 30% van die dingen geproduceerd.

Maar ik geniet nog het meest van de koele zeewind die hier waait. En het is heel erg rustig overal. Nergens de drukte van Zandvoort of Scheveningen.


In Izola gaan we ook even kijken. Mooie straatjes maar niet zo mooi als in Koper. En ze verkopen hier wel mooie hoedjes en dat is een van de zwakheden van Mevr. van der Veeke. 

Daarna gaat de spoorlijn meer het binnenland in. Waar wuivende rietvelden staan en uitgebreide wijngaarden.

En de spoorlijn moest soms ook door bergen heen en dan werd er een tunnel gemaakt. Daar zijn wij heel blij mee. Niet alleen zijn tunnels cool, ze sparen ook de spieren.

Iets meer in het binnenland klimmen we langzaam omhoog. Het fietst heel gemakkelijk en het voordeel hiervan is dat we mooie uitzichten krijgen. Zoals je ziet veel wijngaarden en in de verte de Adriatische zee.

Bij Fazan tikken we nog even de kust aan. Het water ziet er zo aanlokkelijk uit dat we strippen tot het ondergoed en er even induiken. Het is heerlijk om even af te koelen en je droogt zo weer op.

Hierna gaan we de grens met Kroatië over. We dringen ons tussen de rij met auto’s en voor het eerst moeten we weer ons paspoort laten zien. De Parenzana gaat hier gewoon door. Op een steenslagpad klimmen we langzaam omhoog met uitzicht op de baai waar we net omheen gefietst zijn. Je hebt nu mooi zicht op de zoutpannen aan de kust. Ze zijn nog steeds in gebruik om zout te winnen. Ook zien we in Kroatië veel reclame langs de weg voor truffels, fruit, wijn en grappa.

Het is inmiddels weer 34 graden en in een dorpje willen we wat drinken. Het eerste Kroatische contact is heel goed. Het meisje in de bar spreekt goed Engels, accepteert euro’s bij uitzondering en vraagt of ze onze bidons met koud water kan vullen. Ondanks dat Kroatië in de EU zit, maakt het nog geen gebruik van de euro. We moeten dus eerst ergens Kuna’s zien te pinnen. Over de Parenzana in Kroatië zijn we niet zo tevreden. Het zijn smalle paden, vaak wandelpaden met erg grove steenslag. Er is nauwelijks te fietsen. Al snel zoek ik steeds meer naar asfaltvarianten want eigenlijk heb je hiervoor een MTB voor nodig met weinig of geen bagage.

We hebben nog geld nodig en boodschappen. Dat lijken we in Buje te kunnen doen, maar, net als in Italië, liggen alle dorpen hier op een heuvel. Buje wordt ‘the sentinel (schildwacht) of Istria’ genoemd. Dus dat betekent omhoog ploeteren. Hetzelfde geldt voor Triban, waar de camping is. Maar het is het helemaal waard. Zelden zo’n mooie kleine camping gezien. Klein veldje in the-middle-of-nowhere, schoon, een wasmachine die we mogen gebruiken en banken buiten waar we kunnen koken en eten. Er is maar één nadeel; in de stapel hout en stenen naast onze tent huist een ‘viper‘ (giftige adder). Dus morgen eerst maar de schoenen schudden voor ik ze aantrek.

profiel-08-08

kaart-08-08

Dinsdag 7 augustus: Divace – Osp

26 km (totaal 848 km) – 206 hoogtemeters.
Camping Vovk (€24,50)

Geen hellingen deze keer
Ondergronds is lekker koel
Wondere wereld

Door vermoeidheid hebben we slecht geslapen. Je ligt wel en je slaapt wel, maar het lichaam is zo overbelast dat je ’s ochtends nog moe wakker wordt. We zitten om half negen aan het ontbijt. Normaal gesproken zitten we dan op de fiets met het ontbijt achter de kiezen en de tent op de bagagedrager. 

Vanochtend gaan we de grotten van Skocjan bezoeken. In ongeveer een kwartiertje lopen we naar de grotten. 

Er staat al een rijtje mensen voor de kassa maar we kunnen de tour van 10 uur nog boeken. Ongeveer samen met ongeveer de hele bevolking van Baflo.

De grotten zijn enorm en indrukwekkend. Het is lastig dit op de foto te zetten, maar hieronder toch een paar pogingen. Wat ik niet weer kan geven is de enorme ruimte daar ondergronds. Groter dan een kathedraal.

De gids vertelt allerlei interessante dingen. Hoe lang het duurt om 1 cm stalactiet te maken (150 jaar), hoe oud de grotten zijn (3 miljoen jaar) en het verschil tussen de grot die onder water loopt en de grot die droog blijft. Wij kijken onze ogen uit. Langs de wand van de grotten is een heel pad gemaakt die we aflopen. Als je in de buurt bent, dan is dit echt een aanrader.

Aan het einde van de tour loop je de grot uit en kun je door de krater weer naar boven lopen. Ook dit is indrukwekkend.

Bovenop lopen we nog even naar het uitzichtpunt. Daar heb je een mooi uitzicht over het landschap en het dorpje wat er tegenover op de rand van de krater ligt. Wanneer zou deze naar beneden storten?

Tip voor fietsers: er is een fijne plek om je fiets neer te zetten en daar zijn ook ‘kooien’ om je waardevolle spullen in op te bergen. Je kunt dus met een gerust hart een bezoek brengen aan de grotten.

Zo rond half een stappen we op de fiets. We merken dat de vermoeidheid van gisteren nog in de benen zit en komen nauwelijks de hellingen op. En als we dan, door een verkeerde routekeuze van mij, ook nog op een steenslagpad komen met vuistdikke stenen, is het helemaal klaar. We gaan voor de eerste camping. Maar eerst eten we nog een ijsco met uitzicht.

Om bij die camping te komen dalen we wel een paar honderd meter af. Het zij zo. De spieren staan hiervoor te juichen op de banken en morgen zien we wel verder. De camping ligt prachtig. De wand waar we tegenaan kijken is een mekka voor klimmers. Ze hebben koud bier, en zelfs speciale biertjes. Die neem ik iets teveel in omdat de campingbaas me, na een zwaar bier, trakteert op een ander zwaar biertje en ik heb geleerd dat het niet netjes is om af te slaan. Enigszins beneveld koken we ons maaltje en lig ik er vroeg in om mijn roes uit te slapen.

Vrijdag 3 augustus: Kobarid – Koritnica

38 km (totaal 651 km) – 443 hoogtemeters.
Camping Sorli  (€19,26)

Het tempo omlaag
Vandaag eens geen geploeter
Ritme ontregeld

Ik ben een beetje uit mijn ritme vandaag. Gisteren ging al onverwacht anders en omdat we vandaag een kort stuk hebben, gaat het ook anders. We hebben zo weinig kilometers omdat er tussen de geplande camping en Ljubljana geen andere camping ligt. Daarom vandaag kort en morgen gaan we in een keer door naar de hoofdstad van Slovenië. Waar we overigens weer een niet-fietsdag hebben. Ik wil het geen rustdag noemen want we zullen genoeg door de stad sjouwen.

In elk geval doen we vanochtend rustig aan -toch tijd genoeg- en hebben we ook nog geen ontbijt omdat we gisteren geen boodschappen hebben gedaan. Dus na vertrek van de camping gaan we eerst ontbijt halen (yoghurt en fruit). En dan moeten we ook nog een plek vinden om het op te eten.

Je zou denken dat dit gemakkelijk is, want we fietsen nog steeds langs de Soca. Maar niet heus. Het zijn steile overs met veel brandnetels. Soms is er een plekje bij een parkeerplaats, maar ik laat mijn fiets niet graag onbeheerd achter. Je hebt nog wel even een mooi uitkijkje naar de bergen.

Uiteindelijk belanden we in een weiland, maken we ontbijt en eten we het op. Wel in de schaduw want het is alweer een hete dag. Daarna gaan we verder langs de Soca. Het gaat veel door kleine slapende dorpjes. Vaak zie je vanaf het begin-bebouwde-kom-bord het einde-bebouwde-kom-bord ook al. Maar het zijn stuk voor stuk plaatjes. Ladra, Kammo, Volarje en Gabrje. Simpele, oude huizen uit granieten stenen, maar ook vaak gestuct. Veel bloemetjes op de houten balkons en kronkelige straatjes. En hier zie je nog steeds de boerderijen en de schuren in het dorp.

En natuurlijk is er in elk, zichzelf respecterend, dorp een watertappunt. Vaak een simpele trog en soms maken ze er wat moois van.

Zo meanderen we richting de camping. Het is weinig klimwerk vandaag, dus relatief gemakkelijk fietsen. Ik wist niet dat Slovenië zo mooi was. De bergen en bossen van Noorwegen, maar dan met een warmer klimaat. De mensen zijn vriendelijk en overal is wat te zien.

Tolmin is een redelijk grote stad waar we de boodschappen voor vanavond doen. Het heeft een oud centrum en boven op een rots/berg zijn de restanten van een oud kasteel te zien. Wij vinden het niet zo bijzonder. Wel leuk vind ik de vele spiegels in de dorpen. Door de grote hoek zie ik Mevr. van der Veeke en mijzelf tegelijk in de spiegel ondanks dat we meestal niet vlak achter elkaar rijden. En als er ook nog een mooie poster naast hangt, dan ben ik helemaal verkocht.

Het is niet geheel vlak, dus soms heb je een mooie uitkijk over het land. De bergen worden heuvels en het is groen en warm.

Het laatste stuk hebben we nog een klim van 100 meter. Ik merk dat de spieren sterker zijn geworden want het gaat steeds gemakkelijker. Het begint te regenen maar dat vinden we niet erg. Je koelt er lekker van af en het zijn meestal korte buien. Tegen half drie komen we op de camping aan. Door allerlei stops hebben we het toch nog weten te rekken. Het is een nieuwe camping langs een riviertje. Het blijft steeds af en aan druppen en regenen dus het opzetten van de tent is nog een uitdaging. Maar goed, uiteindelijk staat hij.

Morgen beginnen we met een klim van 300 naar 800 meter. Daarna is het een lange afdaling naar Ljubljana. Daar zijn we twee nachten. Maar eens kijken of we weer aan een stad kunnen wennen. 

profiel-03-08

kaart-03-08