Vrijdag 11 augustus: Van Frossay naar Nantes

The true fruit of travel is perhaps the feeling of being nearly everywhere at home.
Freya Stark

kaart-11-8

Vandaag is nog een klein stukje naar Nantes. Dat hebben we bewust zo gedaan zodat we tijdens de middag nog tijd hebben om in de stad te kijken. Ik heb daarom ook een hotel geboekt in het centrum in plaats van de camping ter noorden van de stad. En deze keer was het hotel niet duur.

We volgen eerst nog een tijd lang het kanaal. De route naar Nantes blijkt te lopen via de zuid-oever van de Loire. En deze blijft heel lang landelijk en rustig. Pas als we Nantes echt naderen, komen we in de bebouwing.

Nantes is de zesde grote stad van Frankrijk met 300.000 inwoners. En dat is van afstand te zien. Wij steken eerst over naar Ille de Nantes waar ook de Machines de l’Ill te zien zijn. Een combinatie van de tekeningen van Leonardo da Vinci en de fantasie van Jules Verne. Het meest bekend is de olifant, en we vallen met de neus in de boter, want hij komt net langs. Een fantastische machine. 

Het is een ontdek-park voor kinderen en ook de draaimolen is een bezienswaardigheid op zich.

In de stad zijn een paar dingen die we willen bekijken. We komen als eerste bij de luxe Passage Pommeraye. Een shopping-mall die ze gewoon erg mooi en luxe hebben gemaakt.

Daarna gaan we richting het kasteel en de kathedraal. Daarbij komen we langs Place Royale, die inderdaad zeer royaal is opgezet. Het valt ons op dat Nantes er erg mooi uitziet. Er staat weinig in de steigers en de gebouwen zijn allemaal goed onderhouden. Het is sowieso een verademing dat een deel van het centrum autovrij is. Dat maakt het zoveel plezieriger.

Het Chateau des Ducs de Bretagne is gewoon open voor het publiek. Dit wil zeggen dat je gewoon op de binnenplaats en de kantelen kunt wandelen. Het chateau is gebouwd in de 9e of 10e eeuw, maar later steeds uitgebreid. Onder andere Blauwbaard heeft hier gevangen gezeten en ik kan me zo voorstellen dat er zo een prinses uit een van de ramen kan hangen.

Naast gebouwen bekijken, hebben we ook nog een missie. Het gas om te koken is bijna op en ook een van mijn weinige paar sokken is versleten. Voor beide vinden we een vervanging door even te Googlen en maps te gebruiken.

Daarna gaan we nog bij de kathedraal kijken. De bouw begon in de 14e eeuw maar pas in de 19e eeuw was hij af. Van de zijkanten is hij vrij sober, maar van voren is het een mooi schouwspel.


In de kerk is een mooie tombe van François de tweede. De allegorische figuren die zo’n graf versieren zijn altijd een genot om naar te kijken.

Hierna rest ons niets anders dan op een terrasje te gaan zitten en naar de mensen te kijken. We vinden Nantes een leuke stad om een tijdje te blijven. Bij slechter weer kun je ook nog een paar musea bezoeken. Tegen zes uur hebben we best honger maar omdat de Fransen zo laat eten, is er nog niets open. Voor straf nemen we nog een drankje.

Hiermee is de Velodysee afgesloten. Morgen beginnen we aan de Normandië-Bretagne route die ons in een kleine 800 kilometer tot vlak bij België moet brengen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 40,1 (totaal 915)
Aantal hoogtemeters: 235
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 893
Inter-Hotel Grand Hotel de Nantes (€ 56,40)

 

Zaterdag 1 augustus: Van Esquelbecq naar Nieuwpoort

Met wat weemoed verlaten we de camping. Het is wel een erg mooi plekje hier, waar we ons erg thuis voelden. Maar goed, er is geen ontkomen aan. We moeten verder.

Vandaag fietsen we grotendeels langs de IJzer. In Esquelbecq is het nog een stroompje waar je zo naar de overkant kunt springen. Maar gedurende de dag zal het groeien tot een behoorlijke rivier.

Wormhout is het eerste dorp dat we tegenkomen. Bekend van de oudste windmolen van Vlaanderen én van de wenende Maria. Dat dit in 1406 gebeurde en dat ze daar nu nog steeds roem van willen trekken, is een beetje sneu. We gaan toch even kijken bij de St. Maartens kerk. Het is wederom een optocht van Maria’s in de kerk. We zien nergens tranen meer, maar een staat meer in de schijnwerpers dan de anderen. Dat zal de huilebalk dan wel zijn en in 600 jaar zijn de tranen wel weg.

Wat ik veel merkwaardiger vind is dat er ook een engel met een nijptang staat. Wat!? Ja, een nijptang. Nu weet ik dat Jezus met spijkers aan het kruis hing, maar dat ze toen ook al nijptangen hadden is toch wat schokkend. Was dit een timmer-engel? Of een tandarts-engel en trok hij er tanden mee? Een raadsel wat me de rest van de dag bezig houdt.

In Bambecque willen we ook even in de kerk kijken. Volgens de gids heeft het een mooi interieur. Maar de kerk zit op slot. Ik blijf dat gek vinden, een kerk die op slot zit. Stel dat je met hoge nood moet bidden? Ik dacht dat het huis van God altijd open stond. Maar niet in Noord-Frankrijk waar ook de Maria’s als criminelen achter tralies opgesloten worden.

Iets verderop vindt er een blijde gebeurtenis plaats. Het tellertje van Mevr. vd Veeke gaat voor de tweede keer door de 10.000 km grens. Dit vinden we een feit dat we feestelijk met gebak moeten vieren. En dat doen we samen met de Maria-smurf. Ze wil geen gebakje, maar gezellig dat ze erbij was.

Tijdens de feestelijkheden hebben we natuurlijk een prachtig uitzicht.

In Oost-Capel gaan we op zoek naar de grenspalen uit 1819. Deze zouden voor de kerk moeten staan maar we kunnen ze niet vinden. Het blijkt dat we bij het verkeerde dorp zijn. Een ontzettend aardige bejaarde mevrouw vertelt ons dat we in Roesbrugge zijn. We zijn dus ongemerkt (zelfs met de gps heb ik het niet doorgehad) in België gekomen. Vandaar dat we de mensen ineens kunnen verstaan en de borden weer leesbaar zijn. Het illustreert ook hoe slecht het routeboekje (Bas van der Post) is. De kaartjes zijn niet te volgen, de teksten noemen plaatsen die niet op de kaart staan en de foto’s zijn soms tenenkrommend. Zonder gps was ik allang de weg kwijt geweest en nu dus een hele grens.

Bij Fintele maken we koffie. Het is bekend van de overtoom. Hier werden schepen over land getrokken van de rivier de IJzer naar de Loovaart. Later is hier een sluis voor gebouwd. Dat ze van het echte handwerk hielden bewijst ook de hooipiete. Dit was een brug waarvan de planken afgebroken moesten worden als er een schip langs kwam. Hij ligt nu als een stapel hout langs de kant.

Bij de Knokkebrug gaan we weer over de IJzer. Hier stond vroeger fort Knokke die in de 16e eeuw moest voorkomen dat de Spanjaarden het land binnenvielen. Het heeft jaren geduurd voor Sinterklaas het land weer in kon.

Diksmuide zien we al van verre door zijn grote IJzertoren. Het is een monument tegen de oorlog. Op vier kanten staat in vier talen Nooit meer oorlog. Maar daarnaast is het ook een symbool van de verzelfstandiging van Vlaanderen. Op de toren staat in grote letters AVV/VVK wat staat voor Alles Voor Vlaanderen / Vlaanderen Voor Kristus. De toren is trouwens een nieuwe versie die na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd nadat de eerste opgeblazen was. De ruïne van de oude wordt als monument bewaard en in de restanten is een crypte waarin de stoffelijke resten van enkele bekende soldaten is opgeborgen. Naast al dit oorlogsgeweld is Diksmuide een stadje met een mooi herbouwde grote markt. Het heeft als bijnaam boterstad vanwege de boter en de kaas die er geproduceerd wordt.

We gaan niet snel een museum in maar bij de Dodengang kijken we toch even. De meneer van het museum spreekt ons streng toe als we een kaartje voor vier euro kopen. We moeten hier minstens een uur besteden. In de eerste wereldoorlog is hier een loopgravenoorlog geweest die volledig escaleerde. Achteraf vraag je je af waar men mee bezig was, maar toen was het net als de kikker in heet water. Als je maar langzaam opwarmt, komt het niet in de kikker op om eruit te springen.

Op slechts een paar vierkante kilometer werd een gruwelijke strijd onder erbarmelijk omstandigheden uitgevochten. De expositie laat het in verhalen, foto’s en films zien. Daarnaast zijn de werkelijke loopgraven hier nagebouwd. Wij zouden niet overleven hier. Door onze lengte steken we boven de loopgraven uit en zou binnen de kortste keren het hoofd eraf geschoten worden.

Over het voormalige spoortraject Nieuwpoort-Diksmuide steken we een stukje af. We gaan niet naar Veurne maar rechtstreeks naar Nieuwpoort. Hiermee korten we de kilometers van vandaag in van over de 100 naar iets van zeventig. Lang genoeg vinden we.

Nieuwpoort is natuurlijk bekend van de slag bij Nieuwpoort. Grappig detail is dat Maurits in 1600 op weg was naar de piraten die de kust onveilig maakten en en-passant op het Spaanse leger stuitte. En toen die maar even versloeg. Een keerpunt in de geschiedenis. Er is veel gevochten om de plekken hier door Engelsen, Fransen, Duitsers, Nederlanders én Oostenrijkers. Het stadje zelf is niet groot, maar wel mooi. Op weg naar de camping gaan we even over de grote Markt met zijn prachtige gebouwen.

De camping ligt iets buiten de stad en is een bezienswaardigheid op zich. Niet eerder stonden we op zo’n reusachtige camping. Er zijn hier meer mensen dan in Baflo wonen. De dame bij de receptie kijkt wat twijfelend want de meer dan 1000 (!) plekken zitten eigenlijk vol. Ze heeft nog een plekje op een tentenveldje. We krijgen plek 1055A (dus B en C kunnen ook nog komen). Met €14 is hij niet duur en de faciliteiten zijn goed. Op het tentenveldje staan meer fietsers en het is er best knus. Je hebt niet het idee dat je op een grote camping staat.

We koken er een potje van tortellinie met pesto/kip saus en een selderijsalade. Ons plekje is in de onder- en opgaande zon, dus helemaal goed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 70,8 (totaal 1395)
Afstand tot Baflo: 356 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 107

kaart-23

Donderdag 30 juli: Van Guînes naar Esquelbecq

De voorspelling was regen vanochtend. In eerste instantie leken ze het fout te hebben want het ziet er prima uit. Maar tijdens het opbreken van de tent blijk ik het fout te hebben en regent het even. Dat is even kleine paniek als alles open en bloot ligt. Dit is ook de enige regen gebleven vandaag, dus we mogen niet mopperen.

We hebben nog een kilometer of twintig te gaan voor we op de LF1 zitten. Deze kilometers gaan voornamelijk door de bossen heen. Er mogen geen auto’s komen maar er zitten wel snelheidsdrempels in de weg. Bij elke afdaling moeten we dus flink in de remmen. We zien ook dat ze hier nog bosbouw doen met een paard. Wel kettingzagen maar om de bomen te verslepen wordt een één-pk’er gebruikt.

Bij Alembon komen we op de LF1. Maria staat ons op te wachten op de hoek. Voor de kerk. Eigenlijk hebben we hiermee het gros van de bezienswaardigheden in deze streek gehad. Kerken en kapelletjes. Tijdens de Franse revolutie zijn veel kerken en kloosters beschadigd. Sommigen zijn ingestort en vervallen. Anderen zijn, zo goed en zo kwaad als het kan (oftewel met de Franse slag) gerepareerd. Ik ben zelf niet religieus (meer), maar ik vind het altijd mooi om in de kerkjes te kijken. Vooral de Rooms-Katholieke kerken hebben veel pracht en praal.

Een andere bijzonderheid, voor ons, is de broodautomaat. De Fransman kan niet zonder zijn pain, dus in bakkerloze dorpen staat zo’n automaat. Helaas voor ons zijn de croissantjes op en wittebrood houden we niet zo van.

De kerk van Clerques staat bekend om zijn oude romaanse toren van wit zandsteen. En om de houten en marmeren beelden in de kerk. Wij kunnen er nog een derde eigenschap aan toevoegen; je kunt er ook uitstekend koffie maken in de zon en uit de wind. De kerk staat open, dus we kijken ook even binnen. Relatief sober maar wel met mooie beelden.

In Tournehem-sur-la-Hem fietsen we onder de toegangspoort van het kasteel door. Veel meer is er niet over van dit kasteel, dat in de 12e eeuw gebouwd werd en in de 15e eeuw verwoest. De voornaamste  bewoners hadden klinkende namen: Philips de Stoute, Philips de Goede en Antoinne de grote Bastaard. Met zulke namen heb je reputaties op te houden.

Verderop komen we in een kapel een vergadering van Maria’s tegen. Één beeld was niet genoeg. Wel zo gezellig voor haar, want meestal zit ze én alleen én opgesloten achter tralies.

Dit deel van de route bevat nog de laatste klimmetjes van de vakantie. We fietsen door een golvend terrein met veel landbouw. Graan, koolzaad en iets wat ik niet thuis kan brengen. Het is onder aan de steel afgesneden en ligt in lange rijen plat op het veld. Een boer is bezig het te keren. De knop is een bolletje van ongeveer een halve centimeter doorsnee en dat bevat een paar zaadjes, iets groter dan sesamzaad. Geen idee wat het is. (@Willem: als je dit leest, weet jij wat het is?)

We kijken even bij Blockhaus d’Eperleques. Tijdens de tweede wereldoorlog hebben de Duitsers hier een bunker neergezet om V2 raketten te bouwen én de brandstof te produceren. De geallieerden wisten dit en bombardeerden de zaak plat. Toen werd er een kleinere bunker neergezet, maar met een dikker (5 meter!) plafond. Die staat er nog steeds, maar door al dat gedoe is er nooit één raket geproduceerd.

Bij Watten is met name het interieur van de kerk bijzonder. Prachtige beelden en zelfs een Mariagrot. Vaak zit hierin iets uit Lourdes verwerkt in de hoop dat dit nog wat extra kracht geeft. Mooi om hier even binnen te kijken en te genieten van de drie-D schilderijen van de kruisiging.

Bij de Wattenberg gaan we nog één keer omhoog naar 71 meter. Bovenop staat een houten molen uit de 17e eeuw en de toren van een voormalige abdij. Wij genieten nog eenmaal van het uitzicht over het gebied waar we vandaan komen. In de verte zien we de kerncentrale en haven van Duinkerken liggen.

In Esquelbecq vinden we het genoeg voor vandaag. Camping Les Rosés heeft een mooi beschut plekje, in de zon voor ons. Bij de Aldi (die er exact zo uitziet als de Aldi in Winsum, alleen wat producten verschillen) hebben we een maaltijd van gebakken aardappeltjes en vlees gekocht. En een fles Normandische cider. Daarmee krijgen we de buik vol. De camping heeft ook een auberge met een terras. Daar drinken we later nog een biertje. Het lijkt weer een koude nacht te worden, dus morgen hopelijk mooi weer.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 67 (totaal 1324)
Afstand tot Baflo: 392kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 655

kaart-21

profiel-21

Woensdag 15 juli : Van St. Efflam naar Roscoff

Als we opstaan, dan is de lucht metaalachtig grijs. Het sputtert ook wat. We pakken nog redelijk droog in, maar daarna is het ook gedaan met het droge weer.

We verlaten St. Efflam op niveau. Beneden zien we het kapelletje liggen waar de stoffelijke resten van deze semi-legendarische Bretonse heilige werden gevonden in 994 (!). We hadden graag even gekeken maar hij is ook weer niet zo interessant om hiervoor af te dalen en weer omhoog te klimmen.

Vandaag is het laatste stuk in Bretagne. Vanavond gaan we op de boot naar Engeland. Er moet nog een flink stuk overbrugd worden, maar daar hebben we dan ook tot 10 uur vanavond voor.

We beginnen met eerst weer door de haven van Locquirec te fietsen. En als ik door de haven zeg, dan bedoel ik het deel waar normaal gesproken de boten liggen.

Locquirec heeft trouwens meer vreemde gebruiken. Van een geocache bij een oude wasplaats leren we dat deze aan een heilige gewijd was. En van hem stond er een houten beeld. De wasvrouwen die graag een goede man wilden hebben legden een speld in het neusgat (!) van dit beeld. Als het er de volgende dag nog niet uitgevallen was, dan kwam het allemaal goed. Bijzonder.

Ondanks de regen, die steeds harder begint te vallen, proberen we te genieten van dit laatste stuk Bretonse kust. De uitzichten liegen er niet om. Ik denk dat met een beetje zon, dit alles wat sprankelender is. Maar goed, je kunt niet alles hebben.

Op zoek naar een plek om koffie te maken komen we in een bijzondere situatie. In de hoek van een weiland in-the-middle-off-nowhere staat een rij stoelen. Er zijn twee, soort van katheter-achtige, timmerwerken met vreemd gevormde blokjes. En wat bielzen om op te zitten. We kunnen alleen maar gissen naar wat dit is. Een tribunaal? Een heidens gebruik? Als je naalden in neusgaten van heiligen schuiven normaal vindt, dan kan dit van alles zijn. Al snel begint het weer harder te regenen, dus we gaan verder.

In de punt van Primel-Trégastel komen we nog één keer langs een strand. Eigenlijk hebben we deze steeds alleen bij eb gezien.

Om een uur of een willen we toch wel wat eten. Er wijst een bordje van de weg af naar een crêperie. Deze zie je veel in Frankrijk. Je kunt er voornamelijk pannenkoeken eten, maar vaak ook andere dingen. We hebben best wel zin in een pannenkoek.

Maar helaas. Hij is gesloten. We verwachten niet veel op de komende route, dus dan maar een broodje. Het regent inmiddels zo hard, dat het brood weg zou spoelen als we buiten gaan zitten. Een bushokje biedt uitkomst. We zitten er prima. Op een bankje, uit de regen met brood, worst en kaas en een soepje.

Soms denken mensen dat we dit als een mislukte vakantie zien. Dit voelen we helemaal niet zo. Natuurlijk, mooi weer is fijner, maar regen hoort erbij. We nemen het zoals het komt.

Morlaix is een grote plaats op de route. Vreemd genoeg is het hier droog en heeft het ook niet geregend. Het ligt beschut in een dal. Misschien dat de regen er daarom aan voorbij gaat.

Midden in de stad is een reusachtige spoorbrug die het stadsgezicht bepaalt. Morlaix kent vele smalle steile straatjes met middeleeuwse vakwerkhuizen. Vroeger was het een grote havenstad die zijn geld verdiende met de handel met Engeland.

Wij zijn de regen alweer compleet vergeten. Ik laat me dan ook graag door Mevr. vd Veeke trakteren op een ijsco.

Hierna is het nog een lang stuk door het binnenland. Inmiddels is het min of meer droog. We hebben nog een mooie ‘dolmen’ (een soort hunebed) op het programma staan. En ondanks dat de boer hier zijn rommel dumpt, ziet hij er best mooi uit.

De laatste plaats voor Roscoff is St-Pol-de-Leon met zijn prachtige kathedraal. We besluiten hier wat te eten, zodat we niet in Roscoff op zoek hoeven. In de kleine straatjes vinden we een restaurantje waar we voor €14 een voorgerecht (vissoep), een hoofdgerecht (salade Terroir) en een kopje cider krijgen. Helemaal goed.

Rond half negen arriveren we bij de haven. Hiermee hebben we onze eerste en enige deadline van deze vakantie gehaald. De boot had ik namelijk al geboekt en betaald.

Normaal schuiven we altijd aan in de rij (die er nu al staat), maar even binnen informeren leert ons dat je beter tot een uur of tien in de wachtruimte kan zitten. We zien dat ze zelfs een douche hebben. Voor anderhalve euro komen we daar weer helemaal fris uit.

Na tienen sluiten we aan en kunnen we zo aan boord. We hebben het prachtig gehad in Bretagne. Genoten van de stranden. Gezwoegd op de hellingen. Een mooie omgeving met vriendelijke mensen.

Hieronder een overzicht van de route. Het lijkt niet zo veel, maar toch genoeg om ons zes dagen bezig te houden.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 87 (totaal 456)

Afstand tot Baflo: 892 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 1183

kaart-6

profiel-6

Dinsdag 14 juli : Van Tréguier naar St. Efflam

We gaan vandaag eerst terug naar Tréguier om weer op de route te komen. Dat geeft ons meteen gelegenheid om bij de bakker wat lekkers te halen. Als we fietsen doen we dat meestal. Iets lekkers bij de koffie. Als we dat thuis zouden doen, dan zouden we zeker te dik worden, maar hier fietsen we de calorieën er toch zo weer af.

Het is vandaag ‘quatorze julliet’, een feestdag in Frankrijk. Dat vieren ze net als Koninginnedag bij ons met veel wandeltochten. We komen net in zo’n meute terecht. Toch lukt het me bij Tréguiers een foto te maken van de oude brug, mét Mevr. vd Veeke, maar zonder wandelaars. Daarna begint de klim om het dorp uit te komen. Dat doet zeer op de koude spieren.

In Engeland gaan we altijd op zoek naar stenen cirkels. In Bretagne blijken dit vaak menhirs te zijn. Dat zijn van die stenen waar Obelix altijd mee rond zeult. Hier zijn er twee achter elkaar. Een staat wat verderop in het veld. Het lijkt niet meer dan een paaltje. Maar de volgende is imposant genoeg. Ze hebben er hortensia’s omheen gezet. Voor mij is het een suggestieve vorm, maar Mevr. vd Veeke wil het niet zien.

Deze menhir de Kerloc’hs was wat ondergeploegd. In 1991 gevonden in het veld en met cement weer in elkaar gezet. Het roze graniet suggereert dat hij hier uit de buurt komt. De plek is wat dubieus omdat hij zo dicht langs de weg staat. Wij vinden hem in elk geval een mooi exemplaar.

De volgende stop die op ons lijstje staat is de kerk van St. Gonery en zijn omliggende gronden. Het is een bijzonder verhaal alleen al door de geknakte torenspits op het kerkje. Binnenin is een 16e-eeuwse reliekenkast en mausoleum. De missionaris Gonery liep hier in de 6e eeuw rond om zieltjes te winnen. Hij is heilig verklaard en daarna was het gebruikelijk om grond van de kerk in een zakje om je nek te hangen als je last had van koorts of angsten. Ze hebben het hoofd (de schedel) van St. Gonery nog steeds en een keer per jaar wordt die mee op tournee genomen. Tijdens dit evenement klimmen durfals naar de spits van de toren om er gekleurde linten op te hangen. Dat maakt je held van de dag en levert je een beker wijn op. Volgens mij moeten er gemakkelijkere manieren zijn om aan je alcohol behoeften te komen.

Maar dit alles gaat aan ons voorbij. Zoals ik al eerder zei; ‘ soms zit het mee, meestal zit het tegen’. De kerk is in renovatie en we kunnen ook hier er niet in.

We fietsen een stukje naar het strand voor een geocache. Er blijkt een picknick bank te staan. Een mooie gelegenheid om koffie te maken en de gebakjes weg te werken. De eclair de chocolat smaakt mij prima. Mevr. vd Veeke doet het met een appeltaartje. Ook lekker.

De route van Kees wijkt hierna af van de Tour de Manche. Kees pakt ‘La Gouffre’ nog even mee. We vragen ons af waarom. Maar als we er zijn is het duidelijk. Volgens Kees ‘…bij eb komt er een maanlandschap tevoorschijn van roze-, geel- en grijsgetint puin‘. Het is hier inderdaad prachtig. We kijken onze ogen uit. Wat een bijzonder landschap. Ook vanwege de vele huisjes die hier vaak tussen granieten mega-stenen staan ingeklemd.

Hier blijkt ook hoe makkelijk je elkaar kwijt kunt raken. Als ik een bocht om ga, verlies ik Mevr. vd Veeke. Zij ziet dit niet en fietst vrolijk rechtdoor. Binnen no-time zijn we kilometers uit elkaar en alleen de mobiele telefoon kan ons weer bij elkaar brengen.

Iets verderop zijn we blij dat we op tijd zijn. Tijdens hoog tij staat dit onder water. Nu fietsen we over de zeebodem naar de overkant. Het is maar een kort stukje, maar omrijden betekent weer een klim extra.

In Port Blanc doen we weer decadent. In plaats van een broodje te smeren, schuiven we weer aan op een terras. Het is dan ook een prachtig plekje. Onder het toeziend oog van Maria en met uitzicht op het strand. Ik ga voor een authentieke Bretonse salade. En die vult behoorlijk. We nemen er ook een kopje (!) cider bij (cider wordt hier niet in glazen geschonken, maar in stenen kopjes). Daar heb ik nog lang plezier van want bij de eerste klim hierna zakt hij in de benen.

Hierna fietsen we een stuk door het binnenland. Kees weet ingenieuze paadjes te vinden. In sommige gevallen worstelen we ons door de begroeiing heen.

Bij Lannion tikken we nog even de kust aan. Ook hier weer witte stranden. Ik verbaas me er nog steeds over dat ze zo leeg zijn. Het is tenslotte vakantie en zelfs een feestdag. We zien hier overigens ook weinig Nederlanders.

Lannion is een grote stad op onze route. We gaan er dwars doorheen. Het had wel zondag kunnen zijn, zo rustig is het. De stad uit is weer zweten. En nu zonder de doorkijkjes naar zee.

Na Ploumilliau komen we op een voie verte. Het is een geschenk uit de hemel. Licht dalend kunnen we kilometers vooruit zonder te trappen. Uiteindelijk dalen we af naar St. Efflam, ons eindpunt van de dag. Het laatste stukje is langs een drukkere autoweg, maar dat is dan ook de enige weg die hier is.

De camping is een drie-sterren municipal. Mooie ruime plekken, goede voorzieningen en natuurlijk koude cider. We zetten het tentje op en ploppen de fles open. Er is zelfs nog tijd om een wasje te doen. De avondmaaltijd bestaat uit broodjes.

Later op de avond lopen we nog even naar het strand. Bij eb is het wel een kilometer breed. Toch vinden we dat we op zijn minst nog even moeten pootje baaien in het Kanaal. En het is niet eens zo koud.

Daarna kruipen we toch maar in de tent. Het is wel goed zo. We worden niet eens meer wakker van het vuurwerk.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 73,4 (totaal 369)

Afstand tot Baflo: 880 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 953

kaart-5

profiel-5

Zondag 12 juli: Van Matignon naar Pordic.

Het was een zware dag. Met veel kilometers omhoog. Volgens mij meer kilometers omhoog dan naar beneden. ‘Hé’, zie ik je denken. ‘Dat kan toch helemaal niet, natuurkundig gezien?’. Toch is het zo. Alleen in Bretagne.

Via Pleboule komen we weer langs de kust. In de ochtend is het steeds eb en genieten we van de drooggevallen baaien. Ik hou van de zilte zeegeur en de jammerende meeuwen op de achtergrond. Ze zeggen dat geur ergens diep in de hersenen zit. En aangezien ik aan de zee geboren ben, roept deze geur iets heel dieps op. Ik ben het gelukkigst aan zee.


We gaan eerst naar fort La Latte. Eerder stonden we voor een dicht hek. Nu herhaalt de geschiedenis zich. Ze zijn pas om half elf open en dat betekent meer dan een half uur wachten. Dat doen we niet dus we bewaren dit fort voor een latere keer en doen het nu wel met de ‘gewone’ uitzichten.


Daarna Cap Frehel. Deze hebben we de vorige keer links laten liggen. En dat gemis willen we graag goed maken


Het is er prachtig. Het is de winderigste plek van Bretagne maar vandaag houdt hij zich in.  Ik heb wat met vuurtorens en deze is de moeite waard. We lopen helemaal naar het uiterste puntje en kijken over het Kanaal uit. Hier fietsen we tenslotte omheen.


Dit deel van de reis zit vol met herinneringen. We maken koffie op het zelfde plekje als waar we met Lucas en Ria zaten. Lucas was toen al een heel stuk omhoog geklommen toen Ria hem belde dat hier een mooi plekje was. Dat zijn geklommen kilometers voor niets. Maar hij kwam terug en we hebben toen ook genoten van het uitzicht. Helaas kan dat nooit meer want Lucas is er niet meer. De goede herinneringen aan hem blijven. Er is nu een fietspad langs de weg gemaakt. We dalen gelukkig stukken en hebben mooie uitzichten op stranden.


Daarna hebben we af en aan off-road stukken. Dat vind ik altijd lastig fietsen. Maak daarbij steeds de zelfde fout als in de rij bij de supermarkt. Steeds lijkt de andere rijbaan beter, maar als ik eenmaal overgestoken ben, dan lijkt het eerste spoor weer beter.


Het wordt vandaag een lange dag  en omdat op zondag de winkels dicht zijn kunnen we geen boodschappen doen. We besluiten ‘moules et frites’ te eten tussen de middag. Dat moet je op zijn minst een keer gedaan hebben in Bretagne. Het is een klein tentje aan het strand en we moeten onderhandelen om een plekje te krijgen. Het is het waard want we hebben een heerlijk authentieke maaltijd.


Ondertussen is het wel gaan regenen. Niet heel hard maar wel van het niveau ‘jas-aan’. Hiermee vervolgen we onze weg. Bij Les Ponts Neufs zitten we weer op een voie verte. Ze hebben van de oude spoorlijn een fietspad gemaakt. En daarbij hebben ze ook de mooie spoorbrug meegenomen. Het scheelt ons in elk geval een stuk dalen en weer omhoog klimmen.


St. Brieuc is uitgestorven. Het is inmiddels ook na vijven. Waar we nu zitten is een druk, stedelijk gebied. Op zich minder leuk fietsen. De stad ligt aan een monding. Dat betekent eerst steil dalen en daarna weer klimmen om er uit te komen. 

Eigenlijk maken we er een iets te lange dag van. We compenseren wel de kilometers van gisteren maar door het vele klimmen worden we gewoon erg moe. Het blijken uiteindelijk een kleine 1000 hoogtemeters te zijn. Mijn benen zijn in elk geval op. We slepen ons op het laatst naar Pordic. Daar zijn twee campings. De eerste camping accepteert geen tentjes meer. Maar de tweede camping ontvangt ons erg vriendelijk. Ze hebben een mooi plaatsje voor ons. Voor een fietser is hij best wel duur met €20,10. De koude cider compenseert dit gevoel dan weer ondanks dat  deze ook iets duurder is dan de vorige. Maar al had hij € 16 gekost, ik had hem nog genomen. Hij smaakt in elk geval verdiend na deze dag.


Alle uitdagingen zijn nog niet voorbij. Bij het opblazen van de matjes blijkt er een probleem met het ventiel te zijn. Die is erin geschoten. Met wat schudden en schuiven weten we hem eruit te halen. En na wat prutsen zit hij er weer in. Want om na zo’n dag als dit op de grond te moeten slapen is echt niet fijn. 

We eten wat boterhammetjes als avondeten. Daarna douchen en in de kantine zitten omdat er stroom en wifi is. Om 10 uur worden we eruit gegooid. En dat is mooi want we willen inmiddels ook wel horizontaal.

 

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 88,5 (totaal 225)

Afstand tot Baflo: 842 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 958

kaart-3

profiel-3

Zaterdag 11 juli : van Cherrueix naar Matignon.

Was het gisterenavond nog windstil, ’s nachts waait er een harde wind. Saskia gaat er nog uit om de tarp te redden die los over de fietsen ligt. Tegen de ochtend neemt de wind iets af. Het is zwaar bewolkt als we opstaan, maar nog wel 18 graden. De wind heeft het voordeel dat we het tentje kurkdroog in kunnen pakken, maar we hebben hem wel de hele dag tegen.


Via een eigen alternatief gaan we naar de route terug. In de verte zien we Mont Dol al liggen als een granieten puist in het landschap. Het is gelijk de eerste steile klim die we hebben. Hijgend komen we boven.

Er zijn diverse legendes over deze ‘berg’ van 65 meter hoog. De bekendste is wel dat Saint Michel hier gevochten heeft met de duivel en dat dit gevecht zijn sporen heeft achter gelaten in het landschap. Die zien we niet. Er is wel een kapel (gesloten), een toren (met twee dronken jongelui) en een molen. En er zijn natuurlijk de uitzichten over het landschap. In de verte kunnen we zelfs Mont St. Michel nog zien liggen. De dronken jongens in de toren zijn geslaagd voor hun opleiding en dat moet gevierd worden. Dat belet ze niet om even laten in de auto weg te rijden. Typische gevallen voor een kruisje en een bosje bloemen langs de weg. Saskia probeert ze nog even te overtuigen dat dit een slecht idee is, maar het vindt geen vruchtbare grond. Wij hopen ze in elk geval niet meer tegen te komen.


Hierna leidt de route ons weer richting kust. In Hirel wordt het druk. Veel mensen met een auto willen ook graag van de zee genieten. Wij doen dat zonder auto maar wel met een kopje koffie. Er is genoeg te zien. Op het wad annex strand zijn ze een soort van feestmarkt aan het opbouwen. Veel krasse knarren die niet voor elkaar onder willen doen. 


Als we Hirel weer verlaten begint het te regenen. Zelfs zo hard dat de regenjas even aan moet. Het is gelukkig de enige regen van de dag want hierna klaart het op en hebben we weer veel zon en warmte.

Via binnenland gaan we eerst naar St Coulomb. Dit zijn bekende buurten. Met Lucas en Ria hebben we hier eerder gefietst. Toen in de herfst met grijze luchten. Met zon ziet het er toch wel anders uit.

Vlak voor St. Malo komen we langs de ‘jardin de Fernand’. Die heeft meer rommel verzameld dan malle Pietje in zijn leven gezien heeft. Veel fietsen met poppen erop. Met elektromotoren bewegen sommige stukken ook nog. Heel bijzonder.


St. Malo naderen we over de boulevard. Volgens het gidsje zijn de zeeën hier smaragd blauw. En dat is niet gelogen. Het omlijst de prachtige uitzichten die we op de stad hebben. 


St. Malo dankt zijn naam overigens aan de monnik MacLou, uit Wales, die hier de piraten kwam kerstenen. Vorige keer hebben we al genoeg gezien van deze prachtige stad dus nu volgen we gewoon de route. En dat is lastig genoeg. Deels door de hoeveelheid mensen die hier rond lopen, deels door de kinderkopjes waar echt niet over te fietsen valt, maar ook omdat we de route andersom fietsen en er is hier veel een-richtings verkeer. Maar met stukjes lopen is dit allemaal op te lossen.


Zo komen we bij de haven waar we met een bootje overgezet worden. Voor €10,80 p.p. Hebben we een mini-cruise met prachtige uitzichten op St. Malo en Dinard. 


Dinard is vooral populair bij de rijken der aarde. En aan het aantal bootjes in de haven te zien, zijn ze er allemaal.


Voor mij geen schommelend bootje. Ik moet de fietsen met bagage de trap op tillen. Ze zijn niet zo gewend aan (bepakte) fietsers. Dinard is erg druk dus we zijn blij als we via een ‘voie verte’ de stad kunnen verlaten. Deze brengt ons in alle rust en schaduw in Pleurtuit.


Daarna fietsen we veel door het binnenland en het gaat alweer aardig op en neer. Bij een 16e eeuws kapelletje maken we een kopje thee. Het is helaas niet open.

P

De ruïne van kasteel Guildo kan ons niet zoveel meer boeien. We worden al aardig moe. Daardoor besluiten we de camping in Matignon op te zoeken. Een paar kilometer eerder dan de dagplanning. Matignon is ook een feest van herkenning. Bij de fontein in het dorp werden we eerder door overijverige tuinmannen met een bladblazer geföhnd. Nu is de uitdaging echter de supermarkt. Het lijkt wel of heel Bretagne hier boodschappen aan het doen is voor de komende weken. In de mega-winkel vecht ik mijn paar boodschappen bij elkaar. Liever was ik nog drie keer Mont Dol op gefietst.

De camping in Matignon is best mooi. We mogen overal staan behalve op plek 61. Maar dat is wat lastig want bij de meeste plekken staat geen nummer. We kiezen er op goed geluk een. Blijkbaar de juiste, want niemand komt het claimen. Voor dik dertien euro krijgen we een plek waar onze tent zes keer op past.

Een andere pré van de camping is dat ze koude cider hebben. Hiermee kunnen we ons eindelijk overgeven aan de vermoeidheid. Want we zijn best moe van een dag tegen de wind in fietsen. In de avondzon kook ik een pasta maaltijd met chorizo worst. Een prima afsluiting van een mooie dag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 81,6 (totaal 136)

Afstand tot Baflo: 814 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 604

kaart-2

profiel-2

De groene weg naar Baflo

Afgelopen zomer fietsten we ‘de groene weg naar de Middellandse zee’. Maar eigenlijk ook weer niet want we fietsten helemaal niet naar de Middellandse zee. We fietsen er vandaan. Daarom heb ik onze tocht maar ‘de groene weg naar Baflo’ genoemd. Met als subtitel ‘van Middellandse zee tot Waddenzee’. Omdat dit een serieze zaak is, zijn we dan ook begonnen met het dippen van de grote teen in de Middellandse zee. Ongeveer vier weken en bijna 1900 kilometer later ging diezelfde teen in de Waddenzee.

We hadden in het begin zand

Daarna werd het erg warm

We zagen vreemde bouwwerken

Overal lagen de balen stro in het veld

We genoten van Luxemburg

Ontmoeten mensen die nog veel stoerder zijn dan wij

En komen via de pontjes in Nederland weer thuis

Tijdens de tocht hield ik een reisverslagje bij. Met soms wat foto’s, als de bandbreedte het toeliet. Inmiddels is het alweer winter. Wat? De winter is al weer bijna voorbij. Maar de foto’s en de verhalen blijven. Ik heb er eerst een boek voor mezelf van gemaakt. En omdat ik de informatie toch had, heb ik hem ook maar weer toegevoegd aan mijn fiets site.

Op deze plek kun je het allemaal vinden. Wat we per dag gedaan hebben. Hoe ons tentje op de campings stond. Waar we allemaal koffie hebben gedronken. In woord en beeld. Met best wel wat foto’s. Ook kun je er de GPS routes vinden. En wat misschien wel gemakkelijk is, in die route staan ook alle campings waar je langs komt. En ik heb een schema’tje gemaakt met de afstanden tussen die campings en de verschillende plaatsen.
Ik heb in elk geval veel plezier gehad tijdens de reis. Misschien dat een klein beetje daarvan doorgegeven kan worden met het reisverslag.