Santiago en het einde van de wereld.

Wat voor een rups het einde van de wereld is, is voor een vlinder het begin.

Nu we in Santiago zijn, lijkt het me goed een klein beetje historie te geven over deze pelgrimsreis. Onderstaande informatie heb ik uit het boekje van Clemens Sweermans, de maker van de routeboekjes.

St. Jacob was naar Spanje geweest om het geloof te verkondigen. In het jaar 44 is hij teruggekeerd naar Jeruzalem. Een slechte beslissing, want hij verloor daar zijn hoofd. Zijn volgelingen waren ook niet zo slim en stapten, met zijn lijk,  in een bootje zonder roer en dreven aan land bij Iria Flavia, in de monding van de Rio Ulla, het huidige Padron. Daar moesten ze een draak verslaan en stieren temmen. Pas toen mochten ze verder landinwaarts om de apostel te begraven op een grafveld in Amoa, het huidige Santiago, alleen maar om jarenlang vergeten te worden.

In 813 had de kluizenaar Pelayo, na een avondje doorzakken, een droom waarin hij werd gewezen op het vergeten graf. De heuvel waar Jacobus lag werd door sterren verlicht, vandaar de naam Compostella. (Campus Stellea betekent ‘veld van sterren’). Allerlei belangrijke mensen gingen zich ermee bemoeien en er kwam een kerkje (wat later een kathedraal werd).

Naast de sukkel met schelp en waterzak die je meestal ziet, is St. Jacobus ook bekend als de Matamoros, oftewel de Morendoder. Op een essentieel moment in de strijd tegen de Moren kwam hij te paard en besliste de strijd. Stoere vent zo.

Mensen kregen hier lucht van en de eerste pelgrims dienden zich aan. Om boete te doen voor een misdaad, het krijgen van een gunst of om religieuze redenen. De route heet dan nog de Sterrenweg. En als wij denken dat we het moeilijk hebben, vroegaah was het nog veel erger. Moren, Noormannen en bandieten vielen eeuwenlang de pelgrims lastig. Onder de regering van Keizer Karel de Grote werd het beter voor de pelgrims. Er werden wegen aangelegd, Moren, Noormannen en bandieten werden verdreven en er werden kloosters en abdijen gebouwd voor de opvang.

Pelgrims gaan gekleed op een van de volgende manieren; Een zware mantel, een hoed met brede rand, een stok en een water- en broodzak is de ene manier. De andere manier is stijlvol gekleed in een grijze driekwart broek, dito sneldrogend shirt en Vaude fietstassen voor water en brood (zie hier). Vroeger sliepen de pelgrims in portalen van kerken (als misdadiger moest je eerst een aflaat halen voordat je de kerk in mocht) en refugios. Tegenwoordig zijn het hotels, Airbnb, Booking.com of simpele auberges. Deze laatste moet je zien als een soort hostels met slaapzalen waar je met een geloofsbrief (credential, dat papier waarop wij de stempels verzamelen) terecht kon.

De Codex Calixtinus noemt vier belangrijke routes door Frankrijk. Drie daarvan komen bij St. Jean-Pied-de-Port samen om via Roncevalles (de Roelantspas) de Pyreneeën over te gaan. Dit is de Navarra route. Een oudere route loopt via Oleron- Ste. Marie en de Col de Somport. Deze heet de Aragon route en dat is de route die wij nemen. Beide routes komen weer bij Pamplona samen en gaan daarna verder via de meest gebruikte route, de Camino Francés (of Camino Real = Koningsroute). Daarnaast zijn er nog meer routes zoals de Romeinse route en de meer noordelijk gelegen kustroute. Kun je het nog een beetje volgen? Ik niet en ik ben blij dat ik een GPS heb met daarop waar we langs moeten fietsen.

Nu is de Santiago route Europees cultureel erfgoed. Door de massale trek van de pelgrims (soms kwamen er wel 4000 pelgrims op een dag langs) is er veel uitwisseling geweest van culturen, (bouw)kunst en kennis. Overigens waren de meeste pelgrims analfabeet maar door de rijk versierde kerken en glas-in-lood ramen konden ze toch plaatjes kijken. Met name het laatste deel, door Spanje, kent veel culturele hoogtepunten. En dat hebben wij nu allemaal bekeken.

Dag 55:

Nu de Santiago-mijlpaal erop zit hebben we zomaar twee hele dagen vrij genomen van het fietsen. We hebben een mooi appartementje op 10 minuten lopen van het grote plein (Praza do Obradoro) voor de kathedraal. Mevr. van der Veeke begint met uitslapen, maar ik heb belangrijker zaken aan mijn hoofd. Ik loop er de laatste weken bij als een landloper, dus ik wil eerst naar de kapper. Het is wat lastig uit te leggen wat ik wil en zelfs de foto’s van een eerdere knipbeurt helpen niet maar het eindresultaat ben ik (en, veel belangrijker, Mevr. van der Veeke) tevreden mee,

Het regent de hele dag door maar ’s middags nemen we toch nog even een kijkje bij de kathedraal. We hebben geluk en pech. Geluk omdat de buitenkant eindelijk uit de steigers is en die kunnen we mooi zien. Pech omdat ze nu de binnenkant vol met steigers hebben gebouwd waardoor je niets, en met name St. Jacobus, niet goed kunt zien. Je kunt er nog wel even achter langs lopen en het beeld omarmen, zoals alle pelgrims doen.

Daarnaast brand ik (voor de zoveelste keer) een kaarsje voor een (oud) collega van me. Renske Vera is een jonge vrouw. Een fijne collega, altijd stond ze klaar als database beheerder. Altijd vrolijk en en levenshouding waar je jaloers op kan zijn. Ik heb groot respect voor haar. Maar de ziekte met de grote K heeft heer geclaimd. Het ging vrij redelijk maar de laatste berichten, die ik van haar krijg, zijn niet positief. Ik hoop dat ze dit nog leest.

Aan het einde van de dag zitten we, samen met Ria, lekker te borrelen bij een leuk café (Casino) in de stad. En daarna eten we in een Spaanse cafetaria waar ze een uitstekend menu del dia serveren (Cafe Candliejas). Beide punten heb ik op de kaart aangegeven. Ria gaat morgen richting Finisterre en daarna naar huis. Dus het is een soort van afscheidsmaal.

Dag 56:

Vandaag regent het nog steeds, maar minder vaak dan gisteren. Wij doen nog een rondje door de stad. Santiago is een mooie compacte stad, een beetje zoals Groningen. En het is eveneens een studentenstad, dus gezellig. De meeste gebouwen staan er mooi bij en het is leuk slenteren door Santiago. Overal zijn blije mensen, overal zijn souvenirwinkels maar we komen ook voor het eerst weer bedelaars tegen We gaan eerst naar de markthallen. Dat is leuk, maar niet bijzonder. Daarna gaan we naar het Museo do Pobo Galego. Dit is het antropologische- en volksmuseum van Galicië.

Het is gevestigd in het voormalig Santo Domingo klooster. Het is een prachtige tentoonstelling die alle aspecten van het Spaanse, en specifiek, het Gallische leven laat zien. Het mooist vind in de helix trap in het klooster. Het zijn drie trappen die verweven zijn in een draaiing.

Verder slenteren we door de stad om alles nog een (laatste) keer te bekijken. Zo komen we bij het Museo das Peregrinacions. Deze laat in een tentoonstelling het pelgrimeren in het algemeen, het pelgrimeren naar Santiago in het bijzinder en de groei van Santiago zien. Een uiterst boeiende tentoonstelling die de moeite waard is. En met je compostolaat betaal je maar de helft (€1,20) dus dat kan geen struikelblok zijn.

Het einde van de dag en de avond is het lekker loungen in ons luxe appartement. Morgen weer op de fiets richting Finisterre. Ik heb er nu alweer zin in.

Dag 57:

We zijn nog niet klaar met onze Santiago-reis. Voor ons houdt deze pas op bij Finisterre, het einde van de wereld. Daarheen fietsen hebben we in twee stukken gesplitst. Op het kruispunt in de route waar we afbuigen (Olveiroa) naar Portugal heb ik een Auberge geboekt. Daar laten we onze spullen staan en gaan op en neer naar Finisterre. Dat is dan ongeveer 65 kilometer. En dan hebben we vandaag ook 62 kilometer. Maar het zijn geen leuke kilometers vandaag. Om Santiago uit te komen moeten we langs grote, drukke wegen. Op een gegeven moment zitten we zelfs op een vierbaans snelweg waar we alleen op een smalle strook kunnen fietsen terwijl het verkeer langs ons heen raast. Na ongeveer 10 kilometer wordt het een tweebaansweg waar ze nog altijd met 100 km/uur langs komen. Wij noemen dit hesjes-wegen. Hier doen we onze bouwvakkers hesjes aan om beter zichtbaar te zijn.

Door het verkeer is er weinig aandacht voor het landschap. Het is wel mooi, maar het sneeuwt een beetje onder door het verkeersgeweld. Het zij zo, ik denk ook dat het niet anders kan. De grote weg zoekt de gemakkelijkste route. Zodra je hiervan afwijkt, wordt het meteen klimmen. En naar het einde van de wereld zijn ook maar weinig wegen.
Toch is er nog wel wat te zien. Bij het oversteken van de Rio Tabre zien we verderop de Ponta Vella liggen. Volgens sommigen een meesterwerk in de Romaanse bouwkunst.

Na A Pereira wordt de weg gelukkig wat rustiger. Het is wel fijn asfalt en dat maakt het op en neer klimmen wat gemakkelijker. Ik kan merken dat de rust het lichaam goed heeft gedaan. Het klimmen gaat een stuk gemakkelijker.

Bij Brandomil komen we nog een mooie brug tegen. Het onderstel is nog uit de Romeinse tijd, want vroeger liep hier een Romeinse weg. Er is een nieuwe brug op gebouwd en die ligt er als een plaatje bij. En met Mevr. van der Veeke erop wordt hij alleen maar mooier.

Zo komen we vrij gemakkelijk op ons overnachtingsadres. Een mooie, moderne auberge met alle faciliteiten. Morgen ronden we de Santiagoreis af.

Dag 58:

Vandaag is de langste dag en dat wordt gevierd met prachtig weer. Eigenlijk een van de mooiste dagen, qua weer, die we gehad hebben tot nu toe. Vandaag fietsen we op en neer naar Finisterre, oftewel het einde van de wereld. Ik heb het wat onderschat want met 74 kilometers en 1356 hoogtemeters (de meeste tot nu toe) is het een flinke kluif. Maar goed, we doen het gewoon en het blijkt een prachtige dag te zijn. Eigenlijk meer hoogtepunt dan de aankomst in Santiago.

We klimmen eerst een stukje. En daarna is het een lange afdaling naar Cee. Het is lang geleden dat we op zeeniveau waren en voor het eerst zien we dan ook daadwerkelijk de zee want Cee ligt aan het water.

Cee, maar eigenlijk meer Concubion aan de overkant.

Na Cee moeten we weer de landtong over en daar ligt natuurlijk een berg. Maar als we daar overheen zijn, zien we het plaatsje Fisterra en links daarvan Cabo Finisterre liggen.

Fisterra was eigenlijk een vissersdorpje maar door de Camino en de stroom pelgrims is het nu meer een toeristisch oord geworden. Je struikelt er over de albergues, de souvenirwinkeltjes en de horecagelegenheden.  Maar je komt er doorheen als je naar het einde van de wereld wilt. Dit is niet het meest westelijke puntje van Europa (daar komen we later nog in Portugal) maar het is een goede tweede. Wij hebben nog één vakje over op onze pelgrimspas en daar komt de laatste stempel.

De kaap is al sinds prehistorische tijden een mythologische rituele plaats. Er zijn minstens drie zonnen-altaren gevonden waar bij zonsondergang offers werden gebracht met als thema ‘herboren worden’. Hier lag het einde van de sterrenbaan, de voorloper van de camino. Walvissen brachten een eer aan Sta Maria, in deze omgeving ligt de mysterieuze stad Doyo bedolven en Romeinen bouwden er een zonnealtaar. Kortom het is een magische plek waar je geweest moet zijn. Voor ons zit de magie niet in deze dingen maar in het feit dat hier kilometerpaal 0 van de camino staat.

Op dit punt staat ook de vuurtoren. En als je daar omheen loopt dan kom je op de uitstekende rots in zee die de kaap moet voorstellen. Hierna zie je eigenlijk alleen maar water. Maar als je de andere kant op kijkt, zie je waar we vandaan komen. We maken daar nog een paar foto’s en eten er een meegebracht broodje. Dat wordt opgemerkt door de lokale bevolking, die een hapje mee komt eten.

Hiermee ronden we onze camino af. Wat ons betreft is het klaar ondanks dat we in Portugal nog regelmatig de Portugese camino tegen zullen komen. Maar dan fietsen we van Santiago af, in plaats van er naartoe. Het was een prachtige tocht en ik kan hem iedereen aanraden, als je de tijd ervoor hebt en voor neemt.

Hiermee eindigt onze pelgrimsreis naar Santiago. We gaan hierna richting Portugal. Er zullen dan minder blogs komen want het schrijven, informatie zoeken, foto’s uitzoeken en bewerken en het plaatsen kost elke dag best veel tijd. Het begint haast op werk te lijken. Waarschijnlijk ga ik straks naar één blog per week. Maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus we zien wel.