Niks moet, niksen mag

Heerlijk, zo’n lange kerstvakantie. Alle tijd om na te denken over de toekomst. In de vorige blog heb je kunnen lezen hoe we het eerste deel van de komende reis gaan invullen. Daar hadden we nog het idee om bij Barcelona over te steken naar Sicilië en dan door naar Italië. Inmiddels zijn we van dat idee af. Barcelona in fietsen blijkt een uitdaging te zijn. Er gaat geen boot rechtstreeks naar Sicilië (wel via Sardinië) en we vinden het jammer ons door deze twee Italiaanse eilanden heen te moeten ‘haasten’. Tenslotte geeft de vulkaan op Sicilië aan dat we even niet welkom zijn. Daarom zijn we overgegaan op Plan B.

Op de eerder genoemde route Ruta Iberica slaan we nog steeds rechtsaf, maar nu doen we dat bij Morata. Via een stuk van 190 kilometer kun je aansluiten op de Andalusië route bij het plaatsje Albarracin.

andalusia

De Andalusië route volgen we noordwaarts totdat we bij Girona komen. Net als de rest van Spanje is het hier nergens vlak. Als ik de hoogteprofielen in het boekje mag geloven, gaan we flink wat hoogtemeters maken. Alhoewel dit natuurlijk zweten wordt, geeft het ons ook prachtige uitzichten en mooie afdalingen. Zo dicht bij Barcelona, gaan we er ook een dagje heen. Maar dan laten we het huishouden op de camping staan en gaan we met de trein op en neer.

barcelona

Het woord Barcelona blijft nog even nazingen want we volgen hierna de ‘Fietsen naar Barcelona’ route nog een tijdje maar dan in omgekeerde volgorde. We steken voor de tweede keer de Pyreneeën over en dan gaan we door naar Avignon. Hier zijn we eerder geweest toen we de Groene weg naar Baflo deden. Het is een gezellige stad met in de zomer een mooi festival, dus het is geen straf om daar weer langs te gaan.
Het leuke is dat we hier weer een fietsroute op kunnen pakken. Het voordeel van fietsroutes is dat iemand anders al uitgezocht heeft waar de mooiste weggetjes lopen en wat de minst steile route is. Een nadeel is dat je een kwartetspel aan (prijzige) boekjes moet kopen. Gelukkig heb ik ook wat kunnen lenen, wat de kosten een beetje drukt. We hebben het immers minder breed nu we beide zonder werk zitten.

provence

Het boekje van ‘de Provence’ heeft een wirwar van routes en daar koppel ik er een paar van aan elkaar om ons van Avignon naar Nice te brengen. Helaas weer weinig vlak hier, waarbij de Gorge du Verdon de kroon spant. Zeker qua schoonheid, maar ook qua hoogte. Het zij zo want ‘Wie mooi wil zien moet pijn lijden’ luidt het gezegde immers.
Bij Nice pakken we toch mooi even het zevende land (van de tien) mee door via de dwergstaat van Monaco te gaan. Vanaf daar volgen we nog een klein stukje langs de kust alvorens naar het noorden af te slaan. Het wordt tijd om weer huiswaarts te gaan.

overzichtskaart

Het brengt ons in een, voor ons, onbekend stuk Italië. Palmbomen, druiven en rijstvelden domineren het landschap. Dus op tafel krijgen we bounty’s, wijn en nasi. Over de Simplonpas beklimmen moet ik nog even over nadenken maar het kan ook zijn dat we inmiddels benen als boomstammen hebben en zonder moeite omhoog rijden. Het zou, met zijn dik 2000 meter, wel het letterlijke hoogtepunt van de vakantie zijn.
Vanaf Basel lopen verschillende fietsroutes naar Nederland toe. Wij gaan gebruik maken van de Rome-route, maar dan weer in omgekeerde volgorde.

overzichtskaart-deel1Deze gehele route loopt van Maastricht tot Rome, en wij gebruiken daar maar een klein deel van. En deze brengt ons wel weer in Nederland.

Vanuit Maastricht moet ik nog een route maken. Alle bekende routes naar Groningen hebben we al gedaan (Fietserpad, 10-Provinciën route, etc.). Dat geeft niet want met de fietsrouteplanner puzzel ik wel wat moois bij elkaar.
Mocht je nu een beetje de draad kwijt zijn dan heb ik hier een overzicht van het hele rondje.

overzicht routes

Na een kleine 9000 kilometer en zes maanden hopen we dan Baflo weer in te fietsen. Maar het kan ook zijn dat we er halverwege achter komen dat een lange fietsreis niet ons ding is. In dat geval is er altijd nog de trein. Kortom, we gaan het zien. En jullie ook want ik hoop onderweg weer af en toe een verhaaltje te schrijven. Of in elk geval wat foto’s laten zien. Maar tot het zover is, moet je nog even geduld hebben. Het geplande vertrek is eind april/begin mei. Tot dan!

Zondag 22 april: Asten (Heusden) – Kessel (77 km)

Bij het ontbijt ontspint zich een interessante discussie met de boerin, waar we verblijven. Wij vonden de Mariapeel erg mooi. En dat was dan met name om de rust en de natuur. Maar zij vindt de natuur daar één groot drama. En dat is omdat ze het weer in de oude staat proberen te herstellen, als veengebied. De boerin vindt het gebied, zoals het nu is, juist veel beter. Minder water en minder insecten. En het wordt nu helemaal overhoop gegooid. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Vooruitgang is niet altijd slecht. Ze dist een hele samenzweringstheorie op met geld, macht en tegenstrijdige belangen. En ondertussen worden onze vers gebakken broodjes koud. Maar het geeft natuurlijk wel voedsel tot nadenken.

Wij vertrekken richting de Groote Peel. En ook dit natuurgebied zit onder beheer, dus daar is ook van alles mis. Volgens de boerin. Helaas kunnen we er deze keer niet doorheen fietsen. Er staat nadrukkelijk dat het verboden is, dus dan doen we het ook niet. We moeten maar een andere keer terugkomen om er te wandelen want de Groote Peel is erg mooi. Er is niemand te zien en het zindert van de vogelgeluiden. Het is een gebied van 1400 hectare waar de littekens van de turfwinning nog duidelijk zichtbaar zijn. Maar er zijn ook open velden, bossen met manshoge varens, heide, moeras en struwelen. Het is een erkend wetland voor een kleine honderd vogelsoorten. Maar zoals gezegd; we moeten ervoor terugkomen.


Daarna gaan we door naar Thorn, ongeveer 30 kilometer verderop. Het weer is mooi en het landschap afwisselend. We zien verschillende boomgaarden in bloei staan.


In Thorn is een hoop te doen. Het begint te lijken alsof we op bedevaart zijn. Want als eerste komen we bij Kapel onder de Linden, iets ten noordwesten van Thorn. Het is een rijk versierde, aan Maria opgedragen, kapel. Hij wordt ook wel de Loretokapel genoemd. Waarom? Omdat het huis van Maria ‘op magische wijze’ verplaatst was naar het Italiaanse Loretto en de indeling hier is gebaseerd op dat huis. Kun je het nog volgen? 

Ons maakt het niet uit. Het is weer een mooi sereen plekje, waar we alleen zijn.

Vanaf hier is het een klein stukje naar Thorn. Ook wel ‘het witte stadje’ genoemd. We zijn hier al meerdere malen doorheen gekomen, dus het voelt bekend. Dat de huizen wit zijn heeft een reden. Zometeen vertel ik meer over de kerk, maar toen de Fransen kwamen en de adel weg moest vluchten, trok het gepeupel in hun huizen. Dat ging goed totdat de Fransen belasting gingen heffen op de grootte van de open haard en de ramen. Dus de haard werd verkleind en de ramen gedeeltelijk dichtgemetseld. Maar dat zag er natuurlijk niet uit én mensen konden zien dat je niet teveel te makken had. Dat werd opgelost door de gevel wit te schilderen en zo ontstond het witte stadje.

De abdijkerk is weer een ander verhaal. Aan het einde van de 10e eeuw werd hier een klooster gesticht volgens de regel van de heilige Benedictus. Dit groeide uit tot een stichting voor (aantoonbaar!) hoog adelijke dames en dat wordt dan een stift genoemd. Het werd ook bestuurd door een vrouw. En niet alleen het stadje, maar ook een groot gebied eromheen. Je kunt je voorstellen dat deze middeleeuwse jonge, maagdelijke dolle-Mina’s als een magneet op elke ridder in de omtrek werkten. Het staatje had wel sterke banden met Duitsland, maar toch was het een soort van Liechtenstein. Dat ging goed tot begin 1800, als de Fransen komen. Die maken er korte metten mee en een hoop gebouwen van de abdij worden gesloopt. 


Later wordt dit door Cuijpers (die we straks ook in Roermond tegen komen) weer gerestaureerd in neogotische stijl. Maar van het interieur bleef hij af. Dat bleef een bombastische barokke versiering.

Maar waar ik met name voor kom is de mummie. Die ligt rechts achterin de kerk in een crypte. Lange tijd dacht men dat dit om de 18e eeuwse monnik Quanjel (alleen de naam al) ging, maar het blijkt een pijprokende, corpulente meneer uit de 17e eeuw te zijn. Later werd hij een actief lid van de weight-watchers want hij zit nu wat ruimer in zijn vel. Maar lang zo ruim niet als de gratenbaal die ernaast ligt.

En tot mijn verrassing ligt er nog een fraai relikwie. Ze hebben hier namelijk <tromgeroffel> de arm van St. Benedictus (maar niet heus) in een mooi kokertje liggen. Dat is extra smullen vandaag.

Verder is hier nog veel meer te zien, maar dan moet je maar een keertje zelf langs gaan. Wij hebben het geluk dat we binnen naar de film over de abdij zitten te kijken terwijl het even met bakken uit de lucht komt. Zijn al die kerken, heiligen en relikwieën toch nog ergens goed voor.


We volgen de komende tijd de Maas en hij brengt ons eerst in Roermond en daar komen we in een gekkenhuis terecht. Niet alleen is er de hele dag een soort loopfestijn, er is ook nog een of andere markt die alles in de stad shock-en-klem zet. 


Met moeite weten we ons een weg te banen naar de Munsterkerk waar de goddelozen, gedreven door het weer, het plein hebben veranderd in één groot verleidelijk terras. Het kost veel moeite maar we gaan toch voor de kerk. Het blijkt dat Pierre Cuijpers, die meer dan 80 kerken verbouwde, ook hier heeft huisgehouden met zijn neogotiek. Toch doet deze kerk wat saai aan, na de kerk van Thorn, ondanks het kleurige praalgraf van graaf Gerard van Gelre en zijn vrouw Margareta van Brabant.


In Roermond was ook een Karthuis klooster en daar gaan we naar op zoek. Zo’n klooster bestond uit een aantal individuele monnikenhuisjes die door een kruisgang met elkaar verbonden waren en een paar gemeenschappelijke ruimten hadden. Een soort van studentenflat, zeg maar. Alleen mochten ze hier niet praten.

Ik had verwacht dat er nog wat van het klooster zou staan, maar we vinden alleen een groot grasveld, omgeven door nieuwbouw flats. Tot overmaat van ramp, worden we ook nog weggestuurd want het park sluit om vier uur. Blijkbaar heb ik mijn huiswerk niet goed gedaan want ergens blijkt nog de schedel van Dionysius te liggen en is er een mooie muurschildering, die we niet zien. Gemiste kans.


Dan maar door naar Kessel. We worden achtervolgd door een tweede bui die wat begint de sputteren als we net op de pont over de Maas zitten. En voor hij echt los kan barsten vinden we een overdekt terras waar we deze bedevaartsdag afsluiten met een gewijd water.

ps-kaart-4.jpg

11 augustus: Preikestolen

Numinous

Describing an experience that makes you fearful yet fascinated, awed yet attracted – the powerful, personal experience of being overwhelmed and inspired.

Vandaag gaan we naar de Preikestolen toe. Wat het precies is kun je het beste op de link lezen. Het is er een perfecte dag voor want het is volop zonnig. Dit betekende wel een koude nacht door de heldere hemel. Toen ik vannacht op de thermometer keek gaf hij maar één graad aan. Brrr. Het was dus een koud ontbijt en vroeg want we wilden de bus van iets over acht hebben. Terwijl we er staan te wachten komt er een Duitser aan die ons een lift aanbiedt. Helemaal super. Tegen half negen starten we de wandeltocht en we doen ongeveer twee uur over de drie kilometer naar boven.

Het is een beetje een foto-blog geworden maar de plaatjes waren zo fantastisch. Bij de foto’s zal ik nog het een en ander toelichten.

 

 

 

Het parkeerterrein ligt op ongeveer 300 meter. Daarna stijg je nog een keer 300 meter.

 

Het pad is grotendeels grove stenen waar je van steen naar steen stap/springt.

 

Zo vroeg zijn er nog niet heel veel mensen op pad en kun je in eigen tempo rustig naar boven klauteren.

 

Sommige stukken worden met houten vlonders overbrugd. Begin deze week, toen het weeralarm actief was, stond hier een halve meter water op.

 

Onderweg komen we een meertje tegen. Hier kamperen ook mensen die op tijd wilden zijn voor de zonsopkomst.

 

Zo klimmen en klauteren we door.

 

En dan staan we ineens bovenop.

 

En natuurlijk wil ik even op het puntje zitten.

 

We kijken alle kanten op, genieten van de uitzichten en maken heel veel foto’s.

 

Uitzicht naar Lysebotn

 

Nog mooier uitzicht naar Lysebotn.

 

Mevr. van der Veeke springt een gat in de lucht van plezier.

 

Ondertussen is het wel wat drukker geworden.

 

Dus we maken wat ruimte en eten een broodje met uitzicht.

 

Nog één laatste blik voor we gaan.

 

En er zijn zowaar ook nog twee caches.

 

Op de weg terug naar beneden is het ook wat drukker geworden. Het lijkt wel het Volendam van Noorwegen. Veel mensen zijn niet goed voorbereid, lopen op slippers of daarvan zie je dat ze gewoon de conditie niet hebben. Daarom waren er in het begin van de week ook zoveel reddingsacties en werd de Preikestolen afgesloten.

Wij klauteren tegen de stroom in naar beneden. Op het parkeerterrein staat dezelfde Duitser van de heenweg en we krijgen weer een lift. We voelen ons gezegend dat we zo’n mooie dag hebben gehad voor deze tocht. Een onvergetelijke ervaring.

10 augustus: Van Sandnes naar Jorpenland

There is no place like home but that is no reason to stay.

kaart-10-08-2

Met spijt in het hart nemen we afscheid van Esther, Lamberto en Ruth. Het was wel erg gezellig hier. En ook erg comfortabel. Maar de weg lonkt en er is geen reden om langer te blijven hangen. We laden de fietsen op, zeggen goeiendag en gaan.

Het weer is goed, wel een harde woei en een temperatuur die net de 11 graden haalt. Handschoenenweer. We gaan eerst naar Stavanger om daar de veerboot naar Tau te nemen. Het is ongeveer 17 kilometer en al snel zitten we op een mooi fietspad langs het fjord dat ons midden in Stavanger brengt.

In Stavanger zien we nu een ander gedeelte van het centrum. Door de stad heen zagen we gisteren al Banksy-achtige graffiti, maar dit is wel een hele fraaie.

Bij de boot is het druk. Een lange rij auto’s waar we gelukkig langs kunnen. Maar ook met voetgangers is het drukker dan we tot nu toe meegemaakt hebben. Je moet benedendeks een kaartje kopen en ook daar is het dringen. De overtocht is overigens niet duur (Nok 106) maar het is wel erg fris onderweg. En omdat onze fietsen op de enige plek met uitzicht staan, is het daar erg gewild.

Vanuit Tau naar de camping is ook ongeveer 17 kilometer. Een groot deel gaat over de enige grote weg die hier loopt. Soms op en soms neer. Een cache geeft onderweg nog wat afleiding. Het is bij een eeuwenoude eik, die zo hol is dat je erin kunt staan.

In Jorpenland doen we boodschappen. Ze verkopen ook gebraden kippetjes. Die schaffen we eentje aan en in een haven verderop maken we hiervan onze warme maaltijd van de dag. Samen met een salade en een cider zitten we heerlijk te smikkelen.

Het is nog een klein stukje naar de camping. Inmiddels zitten we weer op kleinere wegen en de uitzichten worden weer fraai.

Voor camping Preikestolen moeten we alvast een stukje klimmen. Bij het inschrijven waarschuwen ze dat het wat nat is. Dit is een understatement. Het is een grote camping en er is nauwelijks een plekje te vinden waar het water niet omhoog komt als je stil staat. Omdat we op tijd zijn, hebben we nog veel keus. Uiteindelijk vinden we een plekje dat net iets minder nat is dan de rest. De tarp gebruiken we als extra onderzeil. Op grote stukken van het veld is het gras compleet kapot gereden.

Langzaam loopt de camping vol. Af en aan regent het en moeten we even naar binnen. Zelfs met alle kleren aan is het kleumen buiten. Dus zoeken we het restaurant maar op. Daar is het lekker warm én hebben ze Irish coffee.

De weersvoorspelling voor morgen is erg goed. We lopen dan naar de Preikestolen omhoog en hopen op een mooi uitzicht. Voorlopig is het fijn om weer op de fiets onderweg te zijn én om weer in het tentje te liggen.

profiel-10-08

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 49,3 waarvan 35,2 fietskilometers (totaal 1100)
Aantal hoogtemeters: 428
Camping Preikestolen (Nok 240/€ 25,80)

9 augustus: Rustdag Stavanger

Wie zijn eigen weg gaat, kan door niemand worden ingehaald.

Vandaag geldt nog steeds de weerwaarschuwing maar die is meer gericht op de wind dan op de regen. Ruth is niet lekker dus Esther gaat met haar naar de dokter. Maar ze voorziet ons nog wel van informatie van een stadswandeling door Stavanger. We nemen de bus naar het centrum. Bij Breivatnet, een klein meertje midden in de stad , stappen we uit en volgen de wandeling. Die brengt ons op een paar interessante plekken.

We beginnen met de kathedraal van Stavanger. Het eerste stenen gebouw dat hier stond. Het is in 1125 gebouwd, waarschijnlijk door Engelsen. En het is de enige in Noorwegen die sinds de middeleeuwen ongewijzigd is en al die tijd in gebruik is geweest. Wij zijn met name onder de indruk van het mooie houtsnijwerk van de preekstoel en er hangen vier prachtige schilderijen met houtsnijwerk. Bovendien was het een koopje om binnen te komen.

Daarna gaan we via het centrale plein Torget naar de haven (Vågen) van Stavanger. Er liggen twee gigantische cruiseschepen in de haven. Ze konden gisteren niet uitvaren vanwege het weeralarm. Hier is ook de vismarkt, maar daar is op dit moment niets te doen. Waarschijnlijk omdat de vis en het fruit gewoon uit de kramen waait.


We lopen door naar het oude gedeelte van Stavanger. Hier staan dezelfde witte houten huisjes als in Bergen. 173 hebben ze er hier weten te bewaren uit de 17e en 18e eeuw en ze staan er mooi bij. Daar hebben ze zelfs prijzen voor gekregen.

In het oude stadsgedeelte ligt ook het blikjesmuseum. Stavanger heeft economisch gezien een aantal voor- en tegenslagen gehad met houten scheepsbouw, stalen scheepsbouw, olie en gas maar ook het inblikken van vis. Begin vorige eeuw werkte 50% van de bevolking in de (vis)conserven. Het hele proces van de aflevering van de vis, roken of bakken, verwerken en inblikken werd hier gedaan. Ook de blikken werden hier gestanst. Het hele verhaal is mooi te zien in een historische film. Voor de etiketten zijn meer dan 40.000 (!) verschillende ontwerpen gemaakt. Het was overigens nog een heel gesteggel want ze noemde het sardientjes in blik en dat mocht niet volgens de Fransen omdat Sardientjes alleen in de Middellandse zee worden gevangen.

Daarna lopen we via het concerthuis (handige plas-stop)weer terug naar de haven. Daar komen we een van de 23 beelden tegen van de kunstenaar Antony Gormly. Het is een afgietsel van zijn lichaam. Ze hebben er vier jaar over gediscussieerd of die rommel hier wel mocht staan. Ze zijn allemaal 1.95 meter hoog en kijken allemaal in dezelfde richting (10 graden west). Dat is de richting van het standbeeld in de haven, die uitkijkt over zee. Maar elk beeld staat 1.95 meter hoger of lager dan een van de andere beelden. Dus eigenlijk zijn ze virtueel gestapeld.

We gaan op weg naar het meest kleurige straatje van Stavanger. Daarbij komen we langs de brandtoren Valbergtårnet. Ergens in 1850 gebouwd en het was toen het hoogste gebouw van Stavanger. Omdat de stad grotendeels van hout was, waren ze als de dood voor brand. En daarom stond er hier continu een mannetje op de uitkijk.

Het kleurige straatje is Ovre Holmegate en wordt ook wel eens Stavangers Notting Hill genoemd. Er zat een kapper in die wel wat kleur kon gebruiken. Daarom werd alles volgens het kleurenschema van de artiest Craig Flannagan geschilderd. Je zou er haast vrolijk van worden.

Dit leidt ons naar de buitenhaven van Stavanger, waar ook de veerboten aanmeren. Hier is het olie en gas museum. Het is er erg druk binnen en het is best prijzig, dus we slaan hem even over.

In plaats daarvan gaan we naar het scheepvaart museum waar we gratis naar binnen kunnen met ons blikjes-kaartje. Ze hebben een mooie audio rondleiding die alles vertelt van de scheepsbouw en de scheepvaart die hier de afgelopen 200 jaar heeft plaats gevonden.

Hierna hebben we nog een klein beetje tijd over. Met ons kaartje kunnen we ook in Ledaal. Dit huis is rond 1800 voor de scheepsmagnaat Gabriel Schanche Kielland gebouwd. Er is niets te doen, dus ze staan te popelen om ons een privé rondleiding te geven. Zo leren we veel interessante feitjes. Dat alles in het huis zo symmetrisch mogelijk moest en dat er daarom nep-deuren in zitten en dat daardoor de schoorsteen een rare draai moest maken om midden op het huis uit te komen. Maar ook dat er een paar kamers voor de koninklijke familie gereserveerd zijn waar ze bijna nooit gebruik van maken. Het meest interessant vind ik de oude schilderijen die laten zien hoe Stavanger er lang geleden uitzag. Je had vanaf Ledaal vrij uitzicht tot de haven. Iets wat nu echt niet meer kan.

We zijn inmiddels moe gesjouwd. Tijd om de bus terug te nemen. Dat is wel even zoeken maar met wat sms-hulp van Esther vinden we hem. Met Ruth gaat het gelukkig wat beter. Vanavond staat sushi op het menu. Nog niet eerder in deze vorm gehad, maar zeker voor herhaling vatbaar. Erg lekker en ook erg gezellig met Esther en Lamberto. Een mooi einde van een interessante dag. Morgen zijn alle weer-alarmen ingetrokken en kunnen we weer op de fiets.

 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 0 (totaal 1058)
Aantal hoogtemeters: 0
Logeren bij Esther en Lamberto

7 augustus: Van Bergen naar Sandnes

You can never cross the ocean unless you have the courage to lose sight of the shore.

 boot-kaart

We hebben een rustige ochtend. We hoeven pas om half een bij de boot te zijn en we moeten uiterlijk om twaalf uur uit het appartement zijn. Het is niet zo’n best weer, dus we dralen zo lang mogelijk.

Ook op een druilerige zondag is het in Bergen druk en lopen nog steeds busladingen toeristen rond. We navigeren daar doorheen naar de haven. En daar moeten we nog een tijdje in de regen wachten. Jammer dat nog niemand op het idee is gekomen een bushokje voor de motorrijders en fietsers te bouwen. De overtocht kost ons €76.

We mogen wel als eerste aan boord en dat betekent dat we een mooi plekje aan het raam kunnen krijgen. Het is eigenlijk een prachtige cruise want je vaart tussen de fjorden door en hebt constant prachtige uitzichten. 

Alleen werkt het weer niet echt mee.

Later wordt het droger. De landschappen komen mooier uit . Ik blijf het bijzonder vinden dat de Noren op de meest onmogelijke plaatsen huizen weten te bouwen. Compleet geïsoleerd en hoog maar wat zullen die mensen genieten als ze elke dag uit het raam kijken.

Ook zien we diverse vuurtorentjes onderweg. Daar wordt ik altijd even blij van.

Zo naderen we Stavanger. Op een min of meer kaal eiland zie ik nog een huis staan. Je vraagt je af wat mensen drijft om hier te gaan wonen.

We mogen ook weer als eerste van boord. 

Daarna is het nog een kilometer of twintig fietsen naar Sandvik waar mijn oud collega’s Esther en Lamberto, met hun dochtertje Ruth, wonen. We worden daar allerhartelijkst ontvangen. Erg leuk om ze na al die jaren weer eens te zien en te spreken. We hebben heel veel vragen over de Noren en Noorwegen, dus genoeg gespreksstof.

Helaas heeft Esther ook slecht nieuws. Voor de komende twee dagen is een weeralarm afgegeven. Code geel. Dat moeten we dus maar even uitzitten. Daarom is het des te fijner dat we zo welkom zijn bij Esther en Lamberto.

 kaart-fiets

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 215,7 waarvan 198 met de boot en 19 met de fiets (totaal 1064)
Aantal hoogtemeters: 20
Logeren bij Esther en Lamberto

5 augustus: Van Haugland naar Bergen

I travelled in the most inefficient way possible and it took me exactly where I wanted to go.

kaart-05-08

De zon schijnt als we opstaan, maar het is slechts van korte duur. Zodra we onderweg zijn komt de bewolking en die blijft zo’n beetje de hele dag. Pluspunt is dat het wel droog blijft en dat schijnt wel bijzonder te zijn voor deze streken.

We zakken via het (schier)eiland Radøy af naar Bergen. Ik vraag me af, als je een brug aanlegt naar een eiland, is het dan nog een eiland of wordt het dan een schiereiland? In elk geval zitten we eerst nog in een minder bevolkt deel van Noorwegen. Een plek waar de bomen de huizen terugvorderen, een bushokje de beste plaats is om koffie te drinken en waar de muurtjes typisch Engels zijn. Misschien dat de Noormannen dit wel mee naar Engeland hebben genomen tijdens hun plundra-tochten.

Gisteren noemde ik het ook al. Het landschap is hier anders. Meer vervallen en rommelig. Beetje verveloos en niet zo mooi en opgeruimd als in de eerdere delen van Noorwegen die we bezochten. Nu kan ik me ook voorstellen dat het vocht alles aantast. Het moet hier wel schimmelen met al die regen. Het voelt ook de hele tijd klam en vochtig aan. 

Via Hella, Byrkjeland en Sæbo komen we bij Alversund en Knarvik (waar de krasse knarren wonen). Langzaam wordt het voller en drukker. We moeten nu een serie van bruggen over.

Eerst bij Alversund waar we Alverstraumen oversteken via de Alverflatenbrua. Alver komt van het oude Noorse woord Alviòra, dat aangeeft dat het weer hier van alle kanten komt. En dat geloven we wel. De brug heeft één rijbaan maar wel een aparte baan voor fietsers en voetgangers. Als we erop rijden, samen met ander verkeer, wiebelt hij wel.

Iets verderop komen we bij Knarvik, een van de grotere steden hier (met het grootste winkelcentrum van de buurt, maar dat heb ik Mevr. van der Veeke niet verteld). Het is omgeven door vier fjorden; Osterfjorden, Sørfjorden, Byfjorden en Radfjorden. Via de iets grotere Hagelsundbrua gaan we over naar het (schier)eiland Flatøy. Daar moeten we nog flink voor klimmen.

Het eilandje Flatøy is eigenlijk een kruispunt van snelwegen en bruggen die de verbinding vormt tussen het noordelijke Nordhordaland en Bergen. Wij gaan de Nordhordalandsbrua over die met zijn anderhalve kilometer een flinke jongen is.

We volgen de kustlijn tot Bergen en hadden gedacht dat dit een makkelijke tocht zou worden. Niets is minder waar. Het gaat hier continu op en neer en het is zeer vermoeiend fietsen. Een beetje zoals aan de zuidkust van Noorwegen. En we zitten steeds in bebouwing en met auto’s om ons heen. Het is hier gewoon druk en dat zijn we niet meer gewend. Wel zien we soms vreemde bordjes. Wat we daar nu weer van moeten denken?

Als we Bergen naderen hebben we een mooi uitzicht op de stad. Bijzonder vind ik dat de grotere scheepvaart hier midden in de stad aankomt. Morgen gaan we de stad beter bekijken.

Via Airbnb hebben we een appartementje op loopafstand van de binnenstad kunnen regelen. Het ligt in een studentenwijk en na wat klimwerk worden we opgevangen door Anja. Ik vermoed dat het haar woning is en dat ze wat bijverdient door bij haar vriend(in) te logeren en dit te verhuren. Het is een mooi plekje met veel ruimte, een ingerichte keuken, een heerlijke douche en wifi. We vinden dit veel fijner dan een hotel want je kunt gewoon lekker in je pyjama op de bank hangen en je eigen potje koken. Het enige nadeel is dat we steeds drie trappen op moeten en dat kost moeite na zo’n zware fietsdag. Maar goed, daar is nog wel overheen te komen.


profiel-05-08

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 60,4 (totaal 1039)
Aantal hoogtemeters: 955
Airbnb adres op Tartargaten 1 (€ 101)

4 augustus: Van Takle naar Haugland

Should – would – could – did

kaart-04-08

Vandaag verlaten we het Sognefjorden. We gaan richting westkust en zakken dan af naar Bergen, waar we morgen hopen aan te komen.

En dat gaat niet zonder slag of stoot. Om uit het dal te komen moet er geklommen worden. En wel 300 meter in drie kilometer. Dat geeft de eerste watervallen van de dag. In de bilnaad wel te verstaan. Af en toe kijken we om en zien we het Sognefjorden  steeds verder in de diepte liggen.

En om extra uit te rusten onderweg doe ik soms net of ik wat interessante foto’s maak.


Na de pas dalen we net zo snel af. In de verte zien we het volgende fjord alweer liggen.


Het is het Austgulenfjorden en het ligt erbij als een spiegel. Je ziet niet waar het water overgaat in de kant. Een mooi fenomeen om te kijken. Ik wordt er haast door gebiologeerd tijdens het koffie drinken.


Hierna volgen we dit fjord langs de oever. Ook hier zijn weer nauwelijks auto’s. Het is een mooi stukje route dat ik uit de tracks van Kees Swart heb gehaald. Kees weet altijd de mooie weggetjes te vinden.


Aan het einde van het Austgulenfjorden komen we weer op fietsroute 1. Dit wordt ook wel de Noordzee-route genoemd en deze hebben we langs de zuidkust ook een stuk gevolgd. Het is een grotere weg dus we komen nu zomaar ineens vijf auto’s per uur tegen. En weer een tunnel maar omdat dit een grotere weg is, is de tunnel ook wat luxer. Er zit zelfs verlichting in. Toch kleden we ons plichtsgetrouw om voor we het gat induiken.

Uiteindelijk komen we in Slovag. Klinkt als een Oost-Europese stad, maar het is echt in Noorwegen. Ik had uitgezocht dat de pont om kwart over het uur gaat. Met wat racen zijn we op tijd. Maar geen boot. Volgens het schema wat er hangt gaat hij om kwart voor. Foutje of nieuwe tijden? Hoe dan ook het geeft ons tijd om wat te eten voor de boot aankomt.

De pont brengt ons voor Nok. 70 in twintig minuten naar Leivag. Daar zien we meteen dat we nog op de goede weg zitten.

Het landschap is hier anders. Niet perse vlakker of minder stenig. Zelfs niet minder ruig. Maar wel meer gecultiveerd. Veel meer huizen en minder hoge bergen. En de weg gaat wat meer op en neer dan toen we langs de fjorden fietsten. Dat is ook wel te zien aan het aantal hoogtemeters van vandaag. Met al die bossen lijkt het op Zweden of Finland. Maar we zien ook stenen muurtjes en dat doet weer aan Engeland denken. De koeien tenslotte herinneren ons aan Nederland.

Het zijn allemaal eilanden en schiereilanden hier aan de westkust. Er loopt eigenlijk maar één grote weg die af en toe een aftakking heeft die dood loopt. Tegen alle weersvoorspellingen in hebben we een mooie dag vandaag. Veel bewolking maar warm en zelfs af en toe wat zon. We verheugen ons dan ook om vanmiddag weer de tent op te zetten.

Helaas mag het niet zo zijn. Ongeveer vijf kilometer voor de camping (de eerste sinds vanochtend) begint het te regenen. En niet zomaar regen maar de Bergense variant van Noorse regen. Dikke druppen in een dicht gordijn. Zo spoelen we richting camping met in gedachten toch maar weer een hutje. We schrikken nog even als er geen symbool voor hutjes staat, maar ze zijn er wel op de camping. De campingbaas heeft waarschijnlijk meelij met twee verzopen Nederlanders want we krijgen zelfs wat korting.

En daar zijn we blij mee want als we kijken bij de weinige tentplekjes die er zijn, soppen we in het gras. Daar waar je blijft staan vormt zich een vijvertje rond je voeten. Op de campings in dit deel van Noorwegen zie je zelden een tent staan. We snappen ook wel waarom. Meestal zijn het caravans met enorme vaste uitbouwen, veel groter dan de caravan. Zal wel met de reglementen te maken hebben.

Bij de camping hoort ook een haventje. Van boven ziet het er prachtig uit.

Tegen de avond komt de zon tevoorschijn en klaart het weer op. We hopen dat we morgen weer zo’n mooie dag krijgen. Want ondanks de bui zijn we erg tevreden met het weer. Want het stereotype beeld van Bergen en regen klopt wel volgens de mensen die we hier spreken. Dus we mogen echt niet klagen.

profiel-04-08

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 76,9 (totaal 979)
Aantal hoogtemeters: 1066
Hutje op camping Vagenes (Nok. 500/€ 53,76)

3 augustus: Van Bjordal naar Takle

We do not take a trip, the trip takes us.

kaart-03-08

We zijn volledig opgeladen en uitgerust en gaan weer met plezier op de fiets. De lucht is bewolkt maar met een belofte van mooi weer. De temperatuur blijft steken op 13 graden en dat is net iets meer dan de gemiddelde temperatuur hier in juli en augustus. 

Vandaag volgen we nog steeds de oever Van de Sognefjorden. De uitzichten zijn weer mooi en de wegen leeg.

Maar hoe mooi de uitzichten ook zijn, op een gegeven moment gaat  het wel vervelen. Daarom zijn we blij als er ineens een bordje met een toeristische attractie langs de weg staat. Reden om af te stappen en te kijken bij het Massnes Villmarksmuseum.

Als we voor de deur staan, komt de meneer aangesneld, blij met klanten. Voor Nok 130 kunnen we een ongelofelijke collectie opgezette dieren bekijken. Dit is iemand met een roeping en een hobby. Hij vertelt dat alleen de herten geschoten zijn. Alle overige dieren zijn naar hem gebracht nadat ze zijn aangereden, tegen elektriciteitsmasten of ramen zijn gevlogen. Het zijn allemaal dieren die op Noors grondgebied voorkomen. En hij is al een tijdje bezig want ik zie er ook een paar dinosaurussen tussen staan.

Toch moet ik toegeven dat ze stuk voor stuk, bijzonder goed geprepareerd en opgezet zijn. De houdingen en uitdrukkingen zijn fantastisch. En ik verwacht achter elke hoek ook een opgezette Noorse man en vrouw tegen te komen. Doet me een beetje denken aan het verhaal van Roald Dahl over ‘The Landlady’. Wij vinden het in elk geval een mooie stop.

Daarna is er gelukkig wat meer afleiding. Een bijzondere brug, veel viskwekerijen in de fjorden en een begraafplaats in het plaatsje Oppdal waar alleen maar mensen met de achternaam Oppdal liggen. Hoe bijzonder.

Tot nu toe zaten we op een klein weggetje, maar bij Ytre Oppedal moeten we helaas een stuk via de grote E39. Dit is de doorgaande weg van Bergen naar het noorden. Met een pont gaan de mensen hier over naar Lavik. Voor ons betekent dit omkleden tot wegwerkers temeer omdat we ook weer drie tunnels krijgen. De eerste nog tijdens de grote weg, maar die is verlicht en dat scheelt een slok op een borrel.

Daarna krijgen we nog twee onverlichte tunnels. We zitten weer op een kleiner weggetje maar dat neemt niet weg dat we toch nog een aantal auto’s ontmoeten in de tunnels. En eentje loopt in een bocht waardoor je het einde niet ziet. Aardedonker is het, materiaal voor nachtmerries. 

Eenmaal uit de tunnels is de zon doorgebroken. Noorwegen is met een zonnetje nog mooier.

Dat is even mazzel hebben want dit gebied is het meest natte van Noorwegen. In 1990 viel hier 5546 mm water en de zomer van 1964 viel hier 1284 mm water waarmee het nog steeds de natste in de historie is.

Wij fietsen echter lekker in de zon en komen op een bijzondere cache plaats. Een aantal krasse knarren heeft hier een voormalige watermolen uit 1785 gerestaureerd. Aan de molen was onder andere een stamper en een slijpmachine gekoppeld. Het is een magisch plekje door al het mos. Wat natuurlijk weer een gevolg is van al die regen.

Ondanks dat we op een zonnige camping komen, besluiten we toch om weer de tent niet op te zetten. Ik heb namelijk bij de Coop de weersvoorspelling van de avond en morgen gezien en die belooft niet veel goeds. Daarom blijft de tent droog in de zak en hebben wij een kamer in het haventje van de camping.

Het is een fijn plekje aan het fjord. In de verte zien we hoge kale bergen, een pontje, vissers en heel veel water. Hier kunnen we uren zitten en over het water staren.

Dat doen we dan ook, ondertussen cider sippend en broodjes etend. We hebben vanmiddag in Yttre Oppdal al warm gegeten. Maar op een gegeven moment komt toch de verwachte regen en moeten we weer naar binnen. We hebben genoten van het mooie weer en kijken uit naar de volgende etappe van morgen.

profiel-03-08

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 53,7 (totaal 902)
Aantal hoogtemeters: 549
Kamer op camping Botnen in Takle (Nok. 450/€ 48,38)

2 augustus: Rustdag Bjordal

Smultroställe

Lit. “a place of wild strawberries”; a special place discovered, treasured, returned to for solace and relaxation; a personal idyll, free from stress or sadness.

Vandaag was een rustdag. De eerste van deze vakantie. We hebben een comfortabel hutje dat gewoon ‘goed aanvoelt’. Dus vanochtend een beetje uitslapen, ontbijtje en koffie. Ondertussen even een wasje doen en wat boodschappen bij de winkel verderop.

Schijnbaar is dit de manier waarop andere mensen hun vakantie doorbrengen. Leuk voor een dag, maar ik moet er niet aan denken dit twee weken te moeten doen. Dat zou pas een straf zijn.

En de rest van de middag wat lezen en internetten. Via Airbnb een overnachtingsplek in Bergen geregeld en de boot van Bergen naar Stavanger geboekt. En toen was het zomaar ineens weer 5 uur.

Morgen gelukkig weer op de fiets.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 4,4 (totaal 854)
Aantal hoogtemeters: 12
Hutje op camping Nesheim in Bjordal (Nkr. 750/€ 80,64)