Maandag 4 augustus: Schermbeck – Stokkum

The whole object of travel is not to set foot on foreign land; it is at last to set foot on one’s own country as a foreign land.

– G. K. Chesterton

We hebben het onweer van gisteren prima doorstaan. Alles staat er nog en het is niet eens allemaal heel erg nat. Vandaag fietsen we het laatste deel van de route ‘Fietsen naar Praag’. 

We beginnen met een klein stukje langs het kanaal en dan naar Gartrop. Hier staat nog een kasteeltje wat we even bekijken. Je kunt er helaas niet in. 

Krudenburg is een mooi authentiek stadje. Er is ook een ruïne, maar die zien we niet direct.

Het stuk tot Wesel is door de bossen. 

Op een zonnig plekje drogen we de tent even en drinken we koffie. Daarna gaan we Wesel is. Bij deze plaatsnaam moet ik altijd aan echo’s denken. ‘Hoe heet de burgemeester van Wezel?’ schreeuwen we dan altijd. 

Na Wesel komen we langs de Rijn en in een rivieren landschap. Hollandser kan het haast niet. Het is net alsof we bij Nijmegen over de dijk gaan. 

Bij ‘Grav-Insel’ ligt de grootste camping van Europa. Er is zelfs een Edeka supermarkt bij. Omdat onze koffiemelk op is, doen we die even aan. Het is werkelijk gigantisch. Gewoon een grote stad, maar dan met tenten en caravans. Niet ons kopje thee.

We fietsen nog een tijd langs een ‘planeten’ weg. Deze hebben we vorig jaar ook in Engeland gezien. De planeten van ons zonnestelsel zijn op relatieve afstand van elkaar langs het fietspad gezet. Bij Pluto en Jupiter is de afstand kilometers. De Aarde en Mars staan vlak bij elkaar. Leuk gedaan.

De Rijn brengt ons via de plaatsjes Rees en Bienen in Emmerich. 

Rees heeft veel mooie beelden in het dorp staan.

Bienen heeft nog een kasteel maar de beelden zonder hoofd geven het een verwaarloosde uitstraling.

In Emmerich sluiten we de route af met een sorbet aan de boulevard. Missie voltooid en nu alleen nog maar naar huis. Dat gaan we de komende dagen doen. 

Iets boven Emmerich gaan we de grens over. We zijn weer in Nederland. In Stokkum vinden we een mini camping. Een veldje met meer fietsers en kleine tentjes. Minimale faciliteiten maar erg knus. Het is dan ook maar €13. We eten nasi, komkommersalade en yoghurt na. ’s Avonds is het voor het eerst echt fris. Geen onweer vanavond. Ik hoop dat we dan wel kunnen slapen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 84,6 (totaal 1700)

Afstand tot Baflo: 166 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 186

Hier zijn we 

Zondag 3 augustus : Hamm – Schermbeck

Travel is more than the seeing of sights; it is a change that goes on, deep and permanent, in the ideas of living.

– Miriam Beard

De overnachting was mét ontbijt. Dus om acht uur schuiven we aan in de eetzaal. Ze hebben een ruime keus voor ons uitgestald. Yoghurt, fruit, warme broodjes en veel soorten beleg. We laten het ons goed smaken.

Vandaag is een lange dag met veel kilometers. We hebben een camping gepland voorbij Dorsten. Dat betekent veel doortrappen vandaag. Het landschap wordt steeds Nederlandser om ons heen. Ik maak nog maar weinig foto’s. Was dit eerder 50 per dag, nu maak ik er nog maar vijf.

Inmiddels zit het hoofd vol met indrukken. Er kan niet veel meer bij. En zeker als het indrukken zijn die ‘normaal’ lijken, dan worden ze al gauw overgeslagen. Hadden we dit landschap aan het begin gehad, dan was er nog ruimte voor geweest. Nu niet meer. Ondanks dat na drie weken vakantie al het ‘onkruid’ uit net hoofd gewied is. 

Het eerste deel van de dag fietsen we nog langs het Datteln-Hamm kanaal. In Werne moeten we even op zoek naar een bakker die op zondag open is. We vinden er een op de markt. We kopen het gebak van de dag en een paar broodjes. Hier is veel meer horeca open dan in het oosten. En er zitten ook nog mensen.

Daarna gaan we de Cappenberg op. Dit is de laatste klim van de route. Viaducten en bruggen daargelaten. Maar deze klim mag eigenlijk geen naam hebben in vergelijking met de anderen. We zijn zo boven.

Cappenberg is ook een slot. Je kunt zo het terrein oplopen en dat doen we dan ook. In de kerk zijn om vijf uur de vespers. Zo lang kunnen we niet wachten maar als je de deur van de kerk opent, dan hoor je ze oefenen.

Na een stuk door het binnenland komen we bij het Wesel-Datteln kanaal. Hier is veel industrie, kern- en energiecentrales. Allemaal voor het hongerige Ruhr-gebied.

Bij Haltern am See hebben we weer de keus; de waterroute of door de stad. We kiezen voor de eerste. Deze is korter en we hebben inmiddels wel genoeg steden gezien. De route leidt ons via gravel- en modderpaden door een ‘naturpark’.

En we fietsenveel langs het kanaal. Hier is eindelijk scheepvaart en veel mensen zijn aan het zwemmen in het kanaal. 

Fietsen langs het kanaal bevalt goed. Lekker vlak en er is genoeg te zien. We kiezen er daarom voor om het kanaal nog wat verder te volgen in plaats van de route langs de Lippe. Die meandert veel meer.

Aan de hand van de kaarten hadden we Dorsten veel stedelijker verwacht. Dat is het niet. Tussen de onderste en bovenste helft van deze stad loopt het kanaal en de Lippe als een soort van groene ader.

Camping ‘Schult am Anker’ is een conglomeratie van caravans en hutjes. Ze zitten duidelijk niet op fietsers te wachten. Er is bratwurst en bier aan grote tafels. Daar is geen plek voor ons. Ze vragen wat we komen doen. Als ik aangeef dat we willen kamperen dan komt er ‘kein platz’. Je kunt hier alleen terecht als je van te voren reserveert.

De volgende camping is een besloten camping. Daarna komen we bij de ‘Sybergshof’. Deze heeft een omhegd plekje voor ons. Hiervoor betalen we €14 en douchen is €1 per keer. Helemaal goed.

Omdat de winkels op zondag dicht zijn, gaan we uit eten in Gahlen. Daar is ook weer een restaurant dat om zes uur sluit, maar een ander heeft billijkere openingstijden. Saskia wil al een hele tijd bratkartoffln en dat is nu gelukt. 

Het onweer is laat vanavond. Maar het lijkt heviger dan ooit. We zitten nog een tijdje buiten maar het lijkt wel of we in een fotostudio zitten met al die flitsen. Voor de zekerheid bind ik alles goed vast. Zelfs de fietsen. Ze zouden maar wegwaaien, dan kunnen wij niet verder morgen. Als het donker wordt, begint het te regenen. Tijd om naar bed te gaan. Daar doet de donder ons schudden op de luchtbedden. Maar het getik van de regen sust ons zo in slaap. Verder niets meer gemerkt van het slechte weer.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 94,9 (totaal 1615)

Afstand tot Baflo: 190 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 320

Hier zijn we 

Zaterdag 2 augustus : Paderborn – Hamm

It always rains on tents. Rainstorms will travel thousands of miles, against prevailing winds for the opportunity to rain on a tent. 

– Dave Barry

Vandaag volgen we weer de Römer-Lippe route. Deze heeft veelal rustige gravelpaden en hier en daar wat asfalt. Je merkt dat het zaterdagochtend is omdat er meer joggers zijn dan door de week.

In Delbruck gaan we op zoek naar brood en wat lekkers voor bij de koffie. Ik denk slim te zijn en volg het ‘Altcentrum’. Dit brengt me bij het bejaardentehuis in plaats van het oude centrum, zoals ik dacht. De route brengt ons gewoon langs een grote supermarkt met inpandige bakker.

Daarna fietsen we een hele tijd langs het ‘Boker’ kanaal. Het is 32 kilometer lang en in 1853 geopend. Dus met de hand gegraven. Maar het is zo smal en er zitten sluisjes in, dat mij het nut ontgaat van dit kanaal. Waarom hebben ze niet gewoon een goede weg aangelegd? Hier hebben nauwelijks boten doorheen kunnen gaan. Thuis maar eens nazoeken.

Als we bij Lippstadt komen, gaan we even van de route af om de stad in te gaan. Er is een mooie witte kerk en een prachtig bronzen beeld te zien.

In Hellinghausen hebben we een mooie cache. Het vertelt van twee zusters. Een rijk en een arm. De rijke wil de arme niets geven, zelfs niet als haar kinderen verhongeren. Ze wenst liever dat haar brood in steen verandert, dan dat ze het aan haar zus geeft. De volgende dag is haar brood een steen geworden en daar schrikt ze zich dood van. Het grappige is dat het stenen brood in het kerkje ligt.

De vervolg kilometers zijn wat verwarrend omdat alle namen hier op elkaar lijken. Moeten we nu naar Hellinghausen, Bellinghausen of Vellinghausen? Gelukkig schept de GPS duidelijkheid in deze verwarring.

We hebben nu een lang stuk langs rivier de Lippe. We passeren een enorme kerncentrale. De eerste van velen hier. Vlak voor Hamm ruilen we die voor het Datteln-Hamm kanaal. Hier hebben we twee keuzes; het kanaal verder volgen of een rondje buitenom. Bij dat laatste belooft het boekje van alles. Klapper is wel het zelf bediende pontje over de Lippe. Maar ook Schloss Oberwies en Haus Hessen krijgen we te zien. Mag je niet missen.

Ik zie de bui al hangen. Er zwerven kuddes e-bike bejaarden rond. En als we bij het pontje komen zien we de mensenmassa al staan. Op een bankje zitten drie heksen. Als ik ‘lijk’ voor te dringen (ik doe het niet) heb ik hun toorn al te pakken. Je mag maar met zes mensen tegelijk op het pontje, terwijl er wel tien op passen. Als ik dat noem, dan lijkt het of ik ze een oneerbaar voorstel doe. ‘Nee, zo doen we dat hier in Duitsland niet’. Ik moet gewoon geduldig wachten tot ik aan de beurt ben. De dames zijn met hun partners van de fietsclub op stap. Je beweegt het pontje door aan een ketting te trekken. Gelukkig doen zij dat maar het is wel jammer dat ze met twee man terug komen om de heksen op te halen. We gaan er toch bij en overschrijden de limiet. Gelijk loopt net pontje vast en is moeizaam weer los te trekken. Hulde voor de fietsmannen. Ze kunnen prima trekken, maar dat zou ik ook met zulke vrouwen.

Aan de overkant gaan we er snel vandoor. We kijken nog even bij Schloss Oberwies waar een trouwerij gaande is. Van Haus Hessen is een meisjes gymzaal gemaakt.

Bij het hostel, waar we willen kamperen, is niemand. Alleen tussen 5-6 is iemand aanwezig. Er zit een meisjes voetbalkamp in en de trainer geeft aan waar we waarschijnlijk de tent op kunnen zetten. Hanneke en Jan, van de vorige camping, arriveren ook. We zetten het tentje op en ik doe even boodschappen bij de dichtstbijzijnde super. We hadden gehoopt weer voor €5 mee te kunnen eten bij het hostel, maar dat zit er niet in. In plaats daarvan eten we paella, een salade met haringsaus en een yoghurt toetje.

De meneer van het hostel is inmiddels gearriveerd. Voor €9,50 per persoon kunnen we kamperen én ontbijten. Het kan niet zonder ontbijt. De mededeling dat ik net ontbijt in de winkel gehaald hebt doet hem niet heroverwegen. Hij kent maar één manier en dat is nu eenmaal mét ontbijt.

Om ons heen rommelt het weer in de lucht. Maar we krijgen respijt. Pas als het eten op is en de afwas is gedaan barst het los. Ik kan net geen koffie meer zetten, maar dat kan even later in de dweilpauze. De rest van de avond brengen we door in het tentje terwijl het gezellig tikt. En aangezien je dan niet veel anders kunt doen dan slapen, brengt Saskia dat in de praktijk. Ik hou het nog iets langer vol, maar moet tenslotte ook toegeven aan het sluiten van de ogen. Morgen maar zien wat het weer brengt.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 85,9 (totaal 1520)

Afstand tot Baflo: 207 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 86

Hier zijn we 

Vrijdag 1 augustus : Warburg – Paderborn

All journeys have secret destinations of which the traveler is unaware.

– Martin Buber

Op deze camping zijn veel fietsers. Het ligt dan ook op een keerpunt. Onze vorige camping was 65 kilometer terug. Vandaar dat mensen hier vaak op uitkomen. Elke dag komen we wel zo’n 20 tot 30 mensen tegen die naar Praag gaan. En nu zitten hier op de camping wel tien. Het is ook voor het eerst dat we mensen tegenkomen die ook naar huis fietsen. Jan en Hanneke hebben niet alleen dezelfde bagage als wij, maar ook nog een kar erachter met twee peuters erin. En daarmee fietst Jan dezelfde bergen omhoog als wij. Respect voor deze gozer!

En van al deze fietsers zijn wij als eerste op pad vanochtend. Meestal is dat niet zo. Als we rond half negen vertrekken zijn anderen allang weg. 

Het voordeel van vroeger op pad gaan is dat het nog lekker koel is en rustig op de weg. We volgen nog steeds de Diemel. En al vrij snel komen we bij de laatste echte puist in het hoogteprofiel. We gaan over de Schneefelder berg. Deze is 427 meter hoog. Dat betekent dat wij ruim 250 meter moeten klimmen. Het is weer even wennen en langzaam komen we boven. Daarna volgt een lome afdaling tussen lommerrijke lanen.

We stappen even over op de Altenau route. Dit riviertje staat trouwens helemaal droog. En al een tijdje aan de begroeiing te zien. We hebben hier een leuke cache. Want op het moment dat ik hem gevonden heb, heeft Saskia hem ook gevonden. We kijken elkaar smalend aan, want beide denken we dat de ander ongelijk heeft. Maar we hebben beide gelijk want er liggen er twee!

De vakwerkhuizen zijn nu echt voorbij. Het zijn nu gestuukte  huizen en ook al wat baksteen. Een enkele keer is er nog wel een soort van semi-vakwerkhuis. Je ziet nog wel vakken met balken, maar geen versieringen en kleurtjes. Het landschap wordt ook steeds Hollandser.

En er zijn weer religieuze beelden langs de weg. De meeste heiligen worden opgesloten als criminelen, maar Jezus hangt altijd open en bloot langs de weg. Telkens kijk ik of hij een baardje heeft of niet. Want vorige week was hij als bezienswaardigheid zonder baard. Ik had het idee dat dit wel vaker zo was. Niet dus. Elke Jezus die ik tegenkom heeft een baard. Let er maar eens op.

In Altern komen we pas de eerste bakker tegen. Koffietijd is allang voorbij maar dat houdt Saskia niet tegen om een dubbele portie te kopen. 

Hier gaan we ook op zoek naar de ‘Spieker’. Dit is een van de echte vakwerkhuizen in deze streek. Hij staat er al 400 jaar. We kunnen het tenslotte niet laten en moeten voorzichtig afkicken. En ik moet toegeven. De ‘Spieker’ staat er mooi bij.

Iets voorbij Etteln staat de ‘Kluskapelle’. Een kerkje opgedragen aan de heilige Lucia. We kunnen ook even binnen kijken en constateren dat ze binnen gelukkig niet achter de tralies hoeft. Voor de kerk eten we het gebak op en stellen vast dat het tijdstip van opeten niet van invloed is op de smaak.

Bij Paderborn hebben we een stukje Alma route. Daarna gaan we dwars door Paderborn heen. We kennen de stad van de borden en nu zien we hoe hij eruit ziet. Er is een grote kermis en ook markt. We mogen er niet fietsen en gaan lopend door de meute. Zo zien we alles goed. In Paderborn hebben we ook een missie. Het gas om te koken is bijna op en ik heb tot nu toe geen nieuw blikje kunnen vinden. In Paderborn is een grote outdoorshop en we zijn weer een week gered. Hopelijk redden we het hiermee tot het einde van de tocht.

Via Römer-Lippe route gaan we de stad weer uit. We komen langs ‘Schloss Neuhaus’. Saskia denkt dat het een stadje is en ik een slot. Het is beide. Ze hebben een prachtige tuin waar we doorheen kunnen fietsen.

De camping voor vandaag was een dilemma. De ‘Stauterrassen’ staat slecht bekend. Er is nog een camping een aantal kilometers van de route en er is een ‘Jugend zeltplatz’. Omdat de ‘Stauterrassen’ als eerste op de route ligt gaan we toch even kijken.

Zelden zijn we zo vriendelijk en enthousiast begroet. De man is een grappenmaker. We kunnen een Radler krijgen en voor het tentje is een krappe, maar prima plek. En het is ook niet erg duur voor €11,30. Als er wat op te merken is, dan is dit het feit dat er maar één douche is en dat die €1 voor 2 minuten kost. Maar die dingen hebben met elkaar te maken. Kort douchen geeft geen ‘stau’.

We eten gebakken kip, Duitse aardappelsalade en groene salade van komkommer, tomaten en en olijven. Het blijft lang warm ’s avonds, dus af en toe haal ik nog een biertje. Wat dit betreft is het een ideale camping. Zo zouden er meer moeten zijn.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 76,0 (totaal 1434)

Afstand tot Baflo: 232 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 486

Hier zijn we 

Donderdag 31 juli : Hemeln – Warburg

One’s destination is never a place, but a new way of seeing things. 

– Henry Miller

Op de een of andere manier lukt het ons altijd in de buurt van een lantaarnpaal op de camping te gaan staan. En daar komen we dan pas achter als we in bed het lampje uit doen. Ook hier weer. Ik lig er niet wakker van maar ik heb het liever donker. Toch slapen we prima. Dat is dan weer het voordeel van een hele dag inspanning.

We vervolgen de Weser route. Ook vandaag loopt hij weer grotendeels langs een autoweg. Hij is nodig om van de Werra naar de Diemel te komen. Verder is hij niet echt mooi.

Bij Bürsfelde doen we een cache bij de abdij. In de beschrijving lezen we dat je hem ook kunt bezoeken. We kijken even binnen. Hij is Spartaans. Maar wel een mooi altaar. Het is nu een dorpshuis. De dames uit het dorp staan met z’n allen de kaarsenstandaards te reinigen.

Het valt me op dat je op al die rivieren, die we volgen, geen bootjes ziet. Wel kano’s, maar geen motorbootjes. Terwijl de Duitsers toch wel een bootjesvolk zijn. 

Op verschillende plaatsen gaan pontjes over. Bij een van die plaatsen zien we vijfmaal hoe de pont heen en weer gaat terwijl we koffie drinken. Erbij hebben we een stukje Duits gebak. Dat kunnen ze goed, gebak maken. Dat halen we elke dag. We fietsen het er toch wel weer af. Bladerdeeg met maanzaad is een van de favorieten. Dat hebben we vandaag ook. 

Bij Wahnbeck gaan wij met de pont over de Werra. We zijn de enige klanten voor deze vaart ondanks dat hij nog tien minuten wacht. We vragen of er wel eens aanvaringen zijn met kano’s. Deze worden vaak door amateurs gehuurd om stroomafwaarts te gaan en je kunt niet echt remmen met zo’n ding. De schipper vertelt dat hij vorige week nog een paar onder heeft gehad. Het midden van de kiel is glad, daar ga je zo onderdoor. Maar bij de loopbruggen, daar blijven ze onder steken. En omdat hij ook niet kan remmen, worden ze dan doodgedrukt als hij bij de kant komt. Gelukkig heeft hij dit nog niet meegemaakt. Hij vertelt ook dat het water nog steeds aan het stijgen is. Dat ziet hij aan de hoeveelheid drijfhout wat langs komt. In een paar minuten zijn we over en kunnen we weer verder.

Bad Karlshafen wordt ook wel de witte Barokstad genoemd. Ze hebben de meeste huizen hier wit geverfd. Net als het stadje Thorn in Limburg. Weinig vakwerk hier. Dat begint nu echt af te nemen.

We verlaten de Weser en gaan over op Diemel route. Deze rivier mondt uit in Weser. Dit betekent dan ook dat we nu stroomopwaarts fietsen, terwijl we tot nu toe steeds stroomafwaarts gingen.

Vlak voor Trendelburg begint de fiets te zwabberen. Nu gebeurt dat af en toe met bagage, maar dit fietst wel erg dweilerig. Het blijkt dat mijn achterband aan het leeglopen is. Er zit een glas in. En net in een stuk zonder schaduw. Geen nood, er gaat een andere binnenband in en we kunnen verder. De andere band plak ik ’s avonds op de camping.

Trendelburg zelf ligt hoog. Te hoog om even naartoe te fietsen. We doen het dan maar met het zicht op de burcht vanuit de verte. Ook mooi.

Al het slechte weer is helemaal voorbij. Het is behoorlijk heet en heel veel zon. En een lichte wind tegen. De dalen worden breder en de heuvels minder hoog. Dit is wel wat saaier fietsen. Het zijn lange rechte wegen door de weilanden. Er is weinig afleiding. En saai fietsen maakt, bij ons, sneller vermoeid. Je gaat dan ook dingen voelen. Bijvoorbeeld je kont, waar we anders nooit last van hebben. Het gaat vandaag dan ook wat moeizamer dan andere dagen. We slepen ons voort tot Warburg. Met regelmatig eens een stop in de schaduw.

De camping bij Warburg wordt gerund door een Gé Braadslee alias juffrouw mier. Ze zal zeker boven de 65 zijn en ze maakt zicht overal druk om. Puffend en steunend. Ze wordt geholpen door een van de campinggasten, een Hollandse meneer. Het is hier sowieso weer een Hollandse enclave. En Hollandse prijzen. We betalen €17, en het douchen is inclusief.

We hebben geen eten gehaald en kunnen op de camping meedoen met de bbq. Maar gezien het publiek hebben we daar niet zo’n zin in. We fietsen even naar de stad. De ‘altstadt’ is beneden. Die is best mooi maar er is alleen een terras voor drinken geopend. De ‘neustadt’ ligt bovenop de berg. We moeten er flink voor klimmen maar omdat we geen bagage hebben huppelen we als gazelle’s omhoog. Boven kost het ook moeite om wat te eten te krijgen. Het eerste restaurant sluit de keuken al om half zeven (!). Bij de Thai kun je alleen nog binnen zitten. Iets verderop is nog een Italiaan. Die heeft wel een plekje buiten. En daar eten we prima. Na het eten suis ik met 52 km/uur weer naar beneden. En daarna naar de camping. Daar buiken we verder uit en dan naar bed. En deze keer gelukkig niet onder een lantaarnpaal.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 81,6 (totaal 1358)

Afstand tot Baflo: 276 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 448

Hier zijn we 

Woensdag 30 juli : Eschwege – Hemeln

The use of traveling is to regulate imagination by reality, and instead of thinking how things may be, to see them as they are.

– Samuel Johnson

We starten met een degelijk Duits ontbijt. In een eetzaal vol met uitgelaten kinderen. Blijkbaar huist de jeugdherberg ook een kinderkamp. Maar beter zo dan een lege zaal.

Als we vertrekken miezert het. Dat de jas aan moet is duidelijk. Maar met de broek is het altijd draaikonten. Liever niet, want je gaat er zo van zweten. Maar het kan ook net te hard regenen. Ik kies voor niet en alhoewel ik gedurende de dag af en toe blijf twijfelen, is het toch een goede keus geweest. De lichaamswarmte was net wat hoger dan de neerslag graad.

Vandaag hebben we het laatste stuk langs de Werra. Volgens het boekje weer uitermate mooi. Bij Jestad snijden we een stukje af. Niet voor de afstand maar omdat het off-road is en mooi langs de rivier. Als we daar fietsen, is er geen teken van beschaving zichtbaar. Ik kan me voorstellen dat een reiziger 200 jaar geleden hetzelfde uitzicht moet hebben gehad.

.

We komen elke dag wel zo’n 20-30 fietsers tegen die náár Praag gaan. Meestal in clustertjes, want ze komen ongeveer allemaal van dezelfde camping. Je haalt er zo uit wie Nederlander, Duitser of anders is. Dat zie je aan de bouw, de houding en het boekje in de stuurtas. Vandaag zijn we nog niemand tegen gekomen en dat verhoogt het effect van het alleen zijn (maar niet eenzaam!)

Allendorf is bijzonder door zijn romantische straatjes, fonteinen en zijn koopmanshuizen. Het is de ene straat met vakwerkhuizen na de andere. We fietsen er doorheen en het staat er inderdaad allemaal fraai bij. Goed dat ze het ook allemaal zo mooi bijhouden.

Wij blijven de Werra steeds volgen. Hij kronkelt om de heuvels heen, wij kronkelen om de heuvels heen. Soms asfalt, soms steenslag en soms modder. Soms regent het en soms is het droog. 

Soms een stadje, soms een brug en soms een kasteel.

En onderweg veel kunstige fietsen.

Er staat vandaag aardig wat wind en we hebben hem nog tegen ook. Dat betekent gewoon stoempen. En dan gaan de gedachten allerlei kanten op. Zo vraag ik me dan af of je bij een gestage regen natter wordt als je langzaam gaat (omdat je langer onderweg bent) of als je sneller gaat (omdat je dan door de hogere voorwaartse snelheid met meer druppels in aanraking komt). Ik ben er nog niet uit. Misschien dat Steven of zijn even slimme vriendin Rosa hier een wetenschappelijk onderbouwd antwoord op heeft. Zo heb ik ook nog het probleem van de klotsende fles, maar daarover een andere keer. Saskia wordt door hele andere dingen bezig gehouden. Als ze een stel ziet met dezelfde jasjes, dan filosofeert ze of ze die in de uitverkoop met korting hebben gekocht.

Zo komen we in Han.-Munden. Het heeft even geduurd voor we erachter waren waar ‘Han.’ een afkorting van is, maar het blijkt ‘Hannoversch’ te zijn. Het is hier zo mogelijk nog mooier dan Allersdorf met zijn 700 (daar heb je ze weer) vakwerkhuizen. Ook hier fietsen we het hele stadje rond om alles te bekijken.

Bij Hann.-Munden houdt de Werra route helaas op. Hij komt hier samen met de Fulda en dan worden ze gezamenlijk de Weser. Met de bijbehorende Weser route. De eerste indrukken van deze route zijn niet zo goed. We zitten het eerste deel langs een drukke autoweg. Weliswaar op een eigen fietspad maar met lawaai van de auto’s. En dat was iets wat bij de Werra niet gebeurde. 

Bij Hemeln moeten we kiezen. Daar kamperen of nog 15 kilometer verder? Het is inmiddels droog en helder geworden. En omdat de extra kilometers alleen maar van het traject van morgen gaan besluiten we hier te blijven. 

De dame van de receptie is een echte Duitse tante. Streng en kortaf. We moeten €15 betalen en voor de douche nog eens 50 cent. In de douche zie ik trouwens het meest vreemde bordje hangen dat ik ooit ben tegengekomen. Ik mag hier niet mijn haren, wenkbrauwen en wimpers verven. Huh!? En mijn snor dan? Tegenover ons zit een kluizenaar in een caravan. Wij dachten dat hij onbewoond is, maar soms zien we even een schim in de voortent.

We hebben geen boodschappen kunnen doen. De ‘bistro’ serveert hier worst en patat, dus we kiezen voor een blik linzensoep die we aanvullen met Macedonische groenten. En een Magnum na. Die kunnen we wel hebben want mijn broek wordt veel te ruim. In de avondzon brengen we de tijd door. De verwachtingen voor morgen zijn goed. We hebben er zin in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 71,9 (totaal 1276)

Afstand tot Baflo: 295 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 388

Hier zijn we 

Dinsdag 29 juli : Heringen – Eschwege

A rainy day is the perfect time for a walk in the woods. 

– Rachel Carson

Afgelopen nacht heeft het een aantal keren geregend. Ik werd er wakker van. Geen onweer regen, maar buiige regen. Als we opstaan is het bijna droog. Dat ’bijna’ slaat op dat het nog wel af en toe druppelt. Wat dat betreft ben ik blij dat we nu niet onder de bomen staan. Want dan blijft het druppelen. We hebben gisteren de plaats zo gekozen dat we ’s ochtends in de zon staan. En die is er nu even niet. Ik droog toch maar de tent af, wetende dat het mogelijk zinloos is. Maar ja, de zon gaat ook elke dag zinloos ten onder, want de volgende dag moet zij toch weer op. We ontbijten onder een licht grijze lucht, pakken in en zijn weer op weg.

De planning is om er vandaag een rustige dag van te maken. Op ongeveer 70 kilometer is een camping waar we goede berichten van horen. Het is ook wel lekker een keertje op tijd op de camping te zijn. Helaas gaat dit allemaal niet lukken, zoals je verderop kunt lezen.

We hadden hem gisteren al de hele tijd in het zicht en nu fietsen we er langs; Monte Kali. 135 miljoen ton (dat zijn negen nullen als je het in kilo’s rekent) zoutafval. Ik vraag me af waarom het zo goed blijft liggen. Ik zou verwachten dat het weer naar beneden zou spoelen, maar blijkbaar kleeft het of zo. Wel leuk in de winter. Zet er een ski lift op en je kunt skiën.

De route loopt een stukje door een moeras. En hoe leg je daar een fietspad aan? Nou dat is eigenlijk vrij simpel. Die bouw je op palen. Volgens mij hebben we die in Nederland ook wel. In Drenthe, meen ik. Het blijft een mooi gezicht.

We fietsen veel langs de voormalige grens tussen oost- en west-Duitsland. Regelmatig komen we borden tegen en gedenktekens. Zo ook hier. De opening van de grens was op op 18-11-1989 om 5:45. Het was toen een groot volksfeest. En alhoewel er nu geen grenzen meer zijn, zie je het toch als je in het oostelijk deel of in het westelijk deel fietst. 

Onderweg doen we nog steeds caches. Het leukst zijn de schatten waar een verhaal bij zit. Hier hebben we een over twee rivaliserende vrouwen. Ze wilden dezelfde man. Terwijl ze met sikkels aan het oogsten waren kwam het tot een handgemeen. Ze overleefden het beide niet en als waarschuwing voor alle (dames let op!) vrouwen werd hier de ‘Sichelstein’ geplaatst. En nu de steen er toch staat, is er meteen maar een rastplatz voor fietsers van gemaakt.

Eigenlijk hebben we inmiddels wel weer genoeg kerken gezien. Maar in Untersuhl maken we toch even een uitzondering voor de ronde kerk. Het is inderdaad een rond gebouw en rond van binnen. Eigenlijk een hele brede toren die van boven smaller wordt. We kunnen er ook in en van binnen is hij mooi versierd met fresco’s. 

In Gerstungen gaan we even naar het marktplein. Het symbool van de stad is een ooievaar. Deze komt terug in de fontein. Er is ook de legende van Limpertstein.

Ondertussen zijn we compleet vakwerkhuis moe geworden. Ik voel me een beetje voor de gek gehouden want het zijn hier eigenlijk allemaal vakwerkhuizen. Net als bij ons bakstenen huizen. Ik kan me voorstellen dat in een Duitse reisgids staat: ’let op de karakteristieke bakstenen huizen in Baflo’. En dat mensen bij ons door de straat rijden en foto’s maken. Ik probeer het te vermijden vanaf nu maar helemaal lukt het niet.

Vandaag hebben we ook weer meerdere stukken onverhard. Dat  is toch wel het leuke van de Werra route. Die afwisseling. Een nadeel is wel dat je vaak -langs- dorpjes en bezienswaardigheden gaat. Voor de mooiste ruïne van Thüringen rijden we ook even om. Dat is de Brandenburg. We zien hem alleen in de verte.

Ook Creuzburg en zijn kasteel zien we alleen in de verte. We gaan ook hier niet naartoe.

Volgens het boekje komen we nu in het mooiste deel van de Werra route. We hebben de Werra inmiddels van een kabbelend beekje in een echte rivier zien veranderen. Hier loopt hij door een dal. Het lijkt wel een gorge, maar ik kan me niet voorstellen dat de Werra dit uitgesleten heeft. Ik moet wel het boekje gelijk geven; het is een mooi stuk.

Het plaatsje Mihla fietsen we even in. Het is duidelijk een voormalige oost-Duitse stad. Kazerne achtige flats, staatsbedrijven en oost-Duitse keitjes op de wegen waar Saskia graag even over wil stuiteren. 

Voor de rest slingeren we, net als de Werra, verder van dal naar dal. De hele dag is het prima weer. Soms zien we zelfs zon. In de middag dreigt er weer onweer. Helaas waait het niet over. We schuilen even onder de bomen maar het lijkt er toch op dat dit even gaat duren. In het Duits heet het daarom ook ’Dauer-regen’. Er zit niets anders op dan het regenpak aan te trekken en door te gaan.

Ook in regen is het hier mooi. De regen verandert het landschap. De bossen worden groener. Alles lijkt net even een tikkeltje scherper. Het ruikt anders. En de wolken hangen als flarden tussen de bergen. Het is een mooi gezicht. Dus ondanks de nattigheid genieten we toch weer. 

Het ene dorpje dat we tegenkomen is nog mooier dan het andere. Vooral Treffurt, Heldra (waar nog een wachthuisje uit de tijd van de gescheiden Duitslanden staat )en Altenburschla springen eruit. Bij dit laatste plaatsje hadden we die mooie camping gepland. Maar als het plenst gaan we geen tent opzetten. We fietsen nog maar even door. Als het droog wordt, gaan we kamperen in Eschwege. En anders proberen we daar de jeugdherberg.

Het regent nog steeds als we bij de jeugdherberg komen. Ze hebben nog een plekje voor ons op een gedeelde kamer. Bij even doorvragen kunnen we voor een paar euro meer een eigen kamer met wastafel en een douche op de gang krijgen. En plots is daar ook een eigen kamer met eigen douche. En dat voor €55, inclusief ontbijt. Voor €5 euro per persoon kunnen we aanschuiven voor het eten. Terwijl ik daar druipend voor de balie sta, vind ik het allemaal prima.

De kamer is gigantisch. Het is een familiekamer met een vide en wel 6 bedden. We kunnen mooi de tent drogen en de andere spulletjes wassen. Er er zijn voldoende stopcontacten om alles op te laden.

Als eten krijgen we schnitzels met ham en kaas. De aardappelkroketten zijn op, maar de kokin maakt voor ons nog even aardappelpuree. En er zijn verschillende salades. 

Terwijl het buiten nog steeds regent kunnen wij lekker ruim zitten. Wat lezen en aan de verslagen werken. Dat laatste kost aardig wat tijd. En daarna voor de verandering weer in een gewoon bed. Het beddengoed is van degelijke kwaliteit. Niet gewassen met wasverzachter maar met stijfsel. We zullen er niet minder om slapen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 85,1 (totaal 1204)

Afstand tot Baflo: 342 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 297

Hier zijn we 

Maandag 28 juli : Henfstädt – Heringen

People travel to faraway places to watch, in fascination, the kind of people they ignore at home.

– Dagobert D. Runes

Via een hoop kunst- en vliegwerk weten we de tent een beetje te drogen voor we op pad gaan. We beginnen vandaag aan de Werra, we eindigen aan de Werra en tussendoor zitten we ook aan de Werra. Vandaar dat dit waarschijnlijk de Werra route heet.

Iedereen die graag eens in Duitsland wil gaan fietsen, kan ik de Werra route aanbevelen. Hij is erg mooi. Goed bewegwijzerd en overal prachtige picknickplaatsen. Landschappelijk is hier heel veel te zien en de dorpjes zijn plaatjes. Stuk voor stuk.

Bij Meiningen gaan we even van de route af om zo’n plaatje te bekijken. Het is mooi daar. Een leuk marktplein met natuurlijk een bijbehorende toren.

Af en toe zijn er wat afsluitingen in de route. Meestal fietsen we dan gewoon door. Je kunt er meestal, lopend, wel via de berm langs. Maar soms maken ze zelfs speciale bruggetjes voor fietsers. En daar zijn we heel blij mee. Want ik heb een hekel aan terugfietsen.

Als we op een van de mooie picknick plaatsen, voor Wernshausen, wat zitten te eten komen er een paar mannen langs met jerrycans. Iets verderop zit een hele goede bron. Hij komt speciaal hier het water halen omdat het zo gezond is. Het zou een gemiste kans zijn om onze bidons niet te vullen. Naast de twee H’s en de O zit bijna het hele verdere periodieke systeem erin. Ik ga even kijken, maar gooi mijn bidons nog niet leeg. Ik drink eerst een handvol van het water. En het is werkelijk niet te zuipen. Nog erger dan een slok zeewater. Het is daarna een tijdje spoelen met gewoon water, maar pas later in de middag raak ik de smaak wat kwijt. Eigenlijk had je het al kunnen zien aan de bron en de afvoer.

Bij Breitungen is er een Herren-Breitungen en een Frauen-Breitungen. Even zijn we bang dat we moeten opsplitsen zodat ieder door zijn eigen deel gaat. Maar gelukkig leidt de route ons middendoor en kunnen we bij elkaar blijven.

De wegen waar we over gaan zijn veelal vlak tot licht aflopend. We fietsen gemakkelijk 23 km/uur en zo maken we vandaag heel wat kilometers. De temperatuur is weer hoog en het is drukkend warm. Daarom is soms een beetje afwisseling wel leuk. Dat komt bij Tiefenort. Daar gaan we een stuk off-road langs de Werra. Het is wel stuiteren maar ook mooi en wat koeler tussen de bomen. Op een veldje langs het water doen we even een dutje op de tarp.

Bij Philippstal doemen in de verte hoge witte bergen op. Dit is een vreemd gezicht hier. Het is een kaliberg en er zijn er meer van. Ze zijn opgebouwd gedurende 100 jaar en bevatten het (kali)zoutafval dat niet economisch gebruikt kan worden. Morgen komen we langs Monte Kali die meer dan 500 meter hoog is. En dan te bedenken dat de mijnen tot 700 meter diep gaan. Erg indrukwekkend.

In Heringen doen we eerst nog even boodschappen voor we naar de camping gaan. Die zit bij het ‘Freibad’. Daar zitten ze wel vaker. We worden opgevangen door Jo, een Nederlander. We betalen dan ook meteen Nederlandse prijzen (€17) voor de camping. Jo is een slimme man. Hij plaatst de fietsers op de grasveldjes bij de caravans die niet bezet zijn. Soms meerdere fietsers voor één caravan. Zo vangt hij dus vaker voor hetzelfde plekje. De camping is overigens weer het verbazen waard. Er zitten veel Nederlanders die samen met wat Duitsers de hele dag bier drinken op het terras. Onderwijl onzin uitkramend in een koeterwaals Duits. Ik heb er een tijdje gezeten en ik geloofde mijn oren niet. Op de camping staan caravans te vervallen en er staan prachtige campers. Ik heb het idee dat hier veel mensen zitten die in de buurt werken want de volgende ochtend vertrekken er een hoop tussen half zes en acht.

Wij worden voor een stacaravan gezet die in vergevorderde staat van ontbinding is. Jo zegt dat het zijn caravan is, maar hij gebruikt hem niet meer. Alles aan de hut is groen, mossig en schimmelig. We hebben er geen last van want we staan een stukje verderop. Terwijl we de tent opzetten vallen er dikke druppen. Ook vandaag dreigt het onweer weer. Maar het zet niet echt door. Het is een temperatuur uit Zuid-Frankrijk en bij de tent koken we een heerlijk maaltje van gerookte zalm, ravioli gevuld met spinazie en een salade. We hebben meloen toe.

Na de afwas heb ik het wel gehad. Het was een lange dag en vermoeiend, dus we kruipen er op tijd in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 96,4 (totaal 1119)

Afstand tot Baflo: 365 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 356

Hier zijn we 

Zondag 27 juli : Lichtenfels – Henfstädt

All roads are flat … it’s just that some are on an incline.

– unknown

Op zondag zijn de winkels dicht in Duitsland. Ontbijt hebben we gisteren al gehaald, maar de broodjes voor vandaag nog niet. Gelukkig komt er een bakker op de camping. En dat weten de andere gasten ook. Dus na 20 minuten heeft Saskia wat broodjes en koeken weten te bemachtigen. Hiermee kunnen we op weg. Op de bagagedrager zit de tent in twee zakjes. Gisterenavond heeft het geregend. De buitentent gaat nat in het ene zakje. De binnentent, die relatief droog is, gaat in het andere zakje.

Je kunt je het haast niet voorstellen, maar Lichtenfels is nog rustiger dan gisteren als we er doorheen komen. Na Lichtenfels moeten we een heuvel op. Je kunt er ook omheen, dus we kiezen daarvoor. 

Het is hierna maar een klein stukje naar Coburg. Vanaf deze kant komend, zien we helaas het kasteel op de heuvel niet. Dat zien we pas later, als we Coburg uitrijden en achterom kijken.

Coburg zelf is op zondagochtend erg rustig. Bij binnenkomst worden we al verrast door de mooie gebouwen en de fonteinen. Saskia maakt gebruik van de gelegenheid om haar fiets even af te spoelen.

Op de Matktplatz zijn de gebouwen nog mooier. Ik houd wel van die kleurtjes. In Groningen zijn de gebouwen veel saaier op de grote Markt. En het is daar ook een ratjetoe van oude en nieuwe gebouwen. Hier is alles in stijl. Zet er een standbeeld bij en een fontein en je bent helemaal het mannetje.

Om alles goed in ons op te kunnen nemen, gaan we op een terras een koffie doen. Een beetje tegen onze principes, maar hier zit een lepeltje bij en een mooi uitzicht. Er zijn hier wederom weinig mensen op straat. Er is wel een groep die een rondleiding krijgt door de stad. Maar de mannen vinden onze fietsen, en dan met name de Rohloff, veel interessanter.

Op het terras zit een handjevol mensen. Het leeft hier blijkbaar niet om met mooi weer in een stadje wat te nuttigen op een terras. Misschien dat mensen in de middag wel komen?

Hierna volgen we een tijdje de Main-Coburg route. Deze gaat veel door de velden en af en toe door mooie dorpjes. We zitten hier op de grens van wat vroeger oost- en west-Duitsland was. Het is lekker rustig op de weg. Iedereen is op familiebezoek en wij hebben de uitzichten voor onszelf.

We zouden de rustdag uitsmeren over twee dagen. En dan zou Bad Rodach het eindpunt zijn. Daar staan we om half een en we voelen ons fit genoeg om verder te gaan. De volgende camping is 40 kilometer verderop, een simpele kano camping. Zonder voorzieningen en de winkels zijn dicht, dus we besluiten in Bad Rodach te eten. Volgens het boekje zijn hier wel véél voorzieningen. Dat klopt. Er zijn wel drie ijssalons en een koffietent. De Duitse eetgelegenheden zijn gesloten, alleen een Italiaans restaurant is open. Daar hebben we geen pech mee. Ze serveren een uitstekende maaltijd. Vooral Saskia is in haar nopjes met de tagliatelle met cantharellen. Precies zoals haar moeder die maakte. Ik heb spaghetti met zeevruchten. Kan ik goed op fietsen. En salade erbij maakt het af.

We volgen nu de ‘Werra ober Main’ route. Net als de De andere dagen hebben de wolken om ons heen vergadering. Er worden pittige argumenten ter tafel gebracht. De sfeer wordt steeds grimmiger. We fietsen een tijdje met flinke druppels maar zonder overtuigende argumenten. Het lijkt weer goed te gaan maar vlak voor Hildburghausen moeten we er toch aan geloven. Ik hield de schuilmogelijkheden al in de gaten. We fietsen in een stukje bos. Voor we erin gingen zie ik een picknick bank met dak. Ik gok erop dat die ook bij de uitgang van het bos staat. Ik heb goed gegokt. En daar schuilen we een uur. Het regent zo hard dat het water in de rij moet staan voor de grond. 

Door de windvlagen zitten we niet helemaal droog. Midden op tafel is het het droogst. Dus ik heb de tarp als cape over ons heen. En omdat we niets te doen hebben en mijn buik vol zit met eten val ik in slaap. Op de tafel. Een heerlijk dutje gedaan. 

Na een tijdje breekt het weer open. Het regent nog wel dus we gaan met regenpak aan verder. Met name mijn schoenen wil ik graag droog houden. Het is het enige paar wat ik mee heb.

Van Hilburghausen zien we niet veel. Wel veel verregende fietsers. Ook overvallen door het onweer, net als wij.

Hier gaan we over op de Werra route. Dit is een prachtig stuk. Mooie uitzichten over de landschappen. Af en toe klimmen, en dan weer dalen. Vlak voor de dorpjes hebben ze drempels en goten in de weg gemaakt om de fietsers af te remmen. Levensgevaarlijk. Dit zou verboden moeten worden.

Kloster Vessra is een openlucht museum met een mooi klooster, de Henneberger grafkamer en mooie fresco’s. We hadden het graag gezien maar het is dicht. Misschien omdat het al na vijven is? Dan Themar. Hier zien we weer mooie vakwerkhuizen. En de stadsmuur. Gelukkig kunnen ze die niet afsluiten.

Henfstädt is een model dorpje. Het ligt tussen de velden en aan de Werra. Het is erg klein en de vakwerkhuizen staan er mooi bij. Evenals het kerkje.

Volgens het boekje is er hier een kano camping. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik me daarbij voor moet stellen. En ondanks dat het een mini dorpje is kan ik de kano camping niet meteen vinden. Hij schijnt iets verderop aan de route te liggen, als ik iemand vraag.

Als je geen verwachtingen hebt, is alles een verrassing. Zo ook hier. Het eerste wat we zien is een bar.

Daar had ik dus echt niet op gerekend. Ze hebben een heerlijk koude Radler. Voor de rest ziet het er wat anarchistisch uit. 

De man vertelt dat het eigenlijk geen camping is. Hij runt er een kano verhuur bedrijf. Je kunt hier instappen en dan de Werra stroomafwaarts doen. Verderop haalt hij jou en de kano dan weer op. Hoe verder je gaat, des te meer je betaalt. Het loopt goed. In het weekend is alles verhuurd.

Op een veldje staan wat trucks. Zelf ‘woont’ hij in twee VW bussen die op elkaar gestapeld zijn. Wij mogen onze tent op het veldje opzetten. 

We mogen ook gebruik maken van zijn douche. Dat is een buiten douche. De planten groeien uit de vloer maar hij is heerlijk warm. De prijs voor het kamperen is variabel. Je mag hem geven wat je het waard vindt.

Het is best gezellig in zijn kroeg. Voor het avondeten bestellen we warme worsten en bier. Samen met de broodjes die we nog hebben wordt dit het avondmaal. Er vallen even nog een paar druppels, maar de rest van de avond blijft het droog. We rekenen af. Ik betaal voor de camping hetzelfde als wat ik gisteren in Lichtenfels betaalde. Moe maar voldaan kruipen we erin. Hadden we gisterenavond nog een rock concert iets verderop, nu hebben we de Werra naast de deur. En omdat hier een verval zit, maakt het meer kabaal dan gisteren. Toch kost het ons weinig moeite om in slaap te vallen. De vermoeidheid doet gewoon zijn werk. Want het waren vandaag nog best wat hoogtemeters.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 84,1 (totaal 1023)

Afstand tot Baflo: 422 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 733

Hier zijn we 

Zaterdag 26 juli : Wirsberg – Lichtenfels

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries. 

– Aldous Huxley

We zijn erg vroeg wakker. Voor zevenen staan we al naast de tent, die overigens lekker droog is gebleven vannacht. Dit geeft ons extra tijd voor het ontbijt en inpakken.

We hebben vandaag een etappe van 85 kilometer gepland en morgen een rustdag. Maar we doen het anders. Want het voelt raar om niet te fietsen, dus we verdelen de rustdag over deze etappe. Zo krijgen we twee kortere etappes en géén dag zonder fietsen.

Het eerste stukje is langs de snelweg. Wel op een fietspad maar het is niet prettig rijden. Gelukkig gaan we gauw weer de velden in. In de verte zien we langzaam de Plassenburgt in zicht komen. Een enorm kasteel uit 1135, boven op een heuvel bij Kulmbach.

In Kulmbach vallen we met de neus in de boter. We komen voor het rococo dorpshuis…

…maar er is een dorpsfeest en iedereen is in lokale klederdracht gehuld. De heren allen in lederhosen en de dames in deerndeljurkjes. Zelfs een bus Japenners heeft zich verkleed.

Mijn ogen maken overuren en we lopen een tijdje rond in het dorp. Het kost wat moeite maar toch fietsen we uiteindelijk verder. De route gaat afwisselend door weilanden en dorpjes. 

En soms een houten brug. Waarom die overdekt zijn is me niet duidelijk. Misschien voor de sneeuw ’s winters?

Een aantal dingen vallen me op. 

Net als in Nederland is er hier in elk dorp wel een kapper. Als het dorp uit één huis zou bestaan, dan zou er een kapper in zitten. Kappers, meestal kapsters, zijn overal. Als de wereld ooit door één organisatie overgenomen wordt, dan zijn het de kappers en kapsters.

Veel dorpjes hebben een kerk. En soms heeft die kerk een spitse toren en soms een ui-vormige toren. Waarom dit verschil er is en wat dit verschil aanduidt, ben ik nog niet achter. Ik hoop dat een van de lezers van dit verslag dit me kan vertellen.

In Tsjechië was er in elk dorp wel een winkeltje. Het was niet veel, maar het was er wel. Hier is dit niet zo. De kleine dorpswinkeltjes zijn verdwenen en bij de grotere plaatsen staat een grote supermarkt. Hierdoor moeten we vaak even zoeken naar wat drinken. We vinden het bij tankstations, een ‘snackbar’ (zien we heel soms) of bij de plaatselijke bakker, die ook langzaam aan het verdwijnen is.

Het fietsen gaat erg gemakkelijk. Het is vlak of dalend. Weinig hoogtemeters vandaag en dat zal de rest van de route wel zo blijven. We hebben er flink de vaart in en tegen één uur zitten we al boven de 40 kilometer. Bij een meertje vlak voor Lichtenfels houden we een uurtje pauze en doen nog een dutje.  We verwijderen ook twee teken bij mij. Gisteren ook al een bij Saskia. Het is oppassen hier en de tekentang gaat in de stuurtas.

Daarna door naar de camping. Die is groot en staat aardig vol met caravans en campers. Langs de waterkant is nog voldoende ruimte voor tentjes en voor €10 kunnen we hier een nachtje staan. Ook vandaag worden we weer achtervolgd door onweer. We zetten dus snel het spul op maar de regen blijft uit tot de avond.

Aan het einde van de middag fietsen we nog even Lichtenfels in. Ik was nog nooit in Lichtenfels geweest en toen we er tien minuten waren wist ik zeker dat het de eerste en de laatste keer zou zijn. Wat een dooie boel daar. Het is zaterdag, einde van de dag. Mooi weer een een prachtig marktplein. En wat doen ze dan in Lichtenfels? Ze ruimen de terrassen op. We kunnen ook niets meer te eten krijgen. Na vijf uur zijn we de enigen nog op straat. Het is de stad van de rietvlechters en dat zijn duidelijk geen feestneuzen. Er zijn nog wel wat mooie gebouwen en een stadspoort te zien.

Op de terugweg doen we boodschappen bij de Edeka. Vanavond eten we paella, salade en een toetje. De regenwolken draaien wat om ons heen. Tot een uur of acht. Dan hebben ze er genoeg van en storten hun lading uit. De rest van de avond brengen we in het tentje door. Bij de receptie wordt het weekend gevierd. Knödel, varkensknieen en zuurkool. En een man met een gitaar. Aan de andere kant, een paar weilanden verderop, is een hard-rock concert. Er wonen hier zeker niet alleen mandenvlechters.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 58 (totaal 939)

Afstand tot Baflo: 476 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 231

Hier zijn we