Zondag 2 augustus: Van Nieuwpoort naar Brugge

Het is een frisse, heldere nacht. Dat betekent meestal dat het ’s ochtends regent aan de binnenkant van de buitentent. Maar we staan in de zon en het lukt om alles niet al te nat mee te krijgen. We hebben vandaag een korte dag. Het is maar een kilometer of veertig naar Brugge en daar blijven we een extra dag.

We fietsen een eindje van de kust af. Aan de kust is het een eindeloze rij van flats. Vanuit de verte is dit goed te zien. Iedereen wil blijkbaar aan de kust wonen. En iedereen die een racefiets heeft in België is op pad vanochtend. Er zwermen hele kuddes, voornamelijk, mannen in gelijke kledij over de fietspaden en wegen. Tegen de middag houdt dit pas een beetje op.

We komen eerst in Leffinge. Heel vroeger werd hier zout gewonnen. Tegenwoordig is het bekend van de kathedraal van het Noorden. Een enorme kerk met dertien torentjes. Waarom dertien? Omdat de toenmalige bisschop in 1813 in dit dorp was geboren. Wij zijn op zoek naar een winkel voor wat lekkers. We zien een traiteur-slager. Volgens de dame in de winkel is er geen bakker in het dorp. We kopen dus maar een broodje krabsalade bij haar. Als we het dorp uit fietsen komen we langs de bakker. Hij is open.

In Oudenburg gaan we op zoek naar de abdij die gesticht was door Arnoldus. Hij is de beschermheilige van de bierbrouwers en hij kon water in bier veranderen. Een handige eigenschap lijkt me. Er is nu geen abdij meer maar wel een abdijhoeve. En die is natuurlijk dicht op zondag.

Vandaag is het kanaaldag. We fietsen vrijwel de hele dag langs het kanaal. Eerst het kanaal Nieuwpoort-Plassendale. Bij Zandvoorde gaan we over op het kanaal Gent-Brugge. Dit is lekker vlak en met mooi asfalt. We halen hier een dubbele snelheid ten opzichte van Bretagne en Engeland. Maar het is ook een beetje saai op den duur. Gelukkig zijn er soms wegafzettingen om ons af te leiden.

We komen bij de blinde ezelspoort Brugge binnen. De naam refereert aan een dubieus biermerk. Waarschijnlijk zat er verkeerde alcohol in (waar je blind van wordt) dus je bent een ezel als je drinkt. Een stelletje vraagt of we een foto van hun kunnen nemen en doen ons de wederdienst.

We rijden door het centrum van Brugge. Op de markt hebben ze een spiegelhuisje neergezet waarin je mooie selfies kan maken met de gebouwen van Brugge erbij. Omdat we selfies-stick-loos zijn, doen we dat natuurlijk.

Brugge heeft één camping. Of eigenlijk campinkje. Op het tentenveldje krijgen we een mini plaatsje (het zijn allemaal miniplaatsjes). We hebben geen grote tent, maar hij past er net op. Gedurende de middag en avond vult het veldje zich tot de nok. Best gezellig met fietsers, wandelaars en andere toeristen. Wij gaan nog even in de stad eten want de winkels zijn dicht en we hebben geen boodschappen kunnen doen. Morgen gaan we Brugge wat beter bekijken.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 48,6 (totaal 1444)
Afstand tot Baflo: 327 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 32

kaart-24

Zaterdag 1 augustus: Van Esquelbecq naar Nieuwpoort

Met wat weemoed verlaten we de camping. Het is wel een erg mooi plekje hier, waar we ons erg thuis voelden. Maar goed, er is geen ontkomen aan. We moeten verder.

Vandaag fietsen we grotendeels langs de IJzer. In Esquelbecq is het nog een stroompje waar je zo naar de overkant kunt springen. Maar gedurende de dag zal het groeien tot een behoorlijke rivier.

Wormhout is het eerste dorp dat we tegenkomen. Bekend van de oudste windmolen van Vlaanderen én van de wenende Maria. Dat dit in 1406 gebeurde en dat ze daar nu nog steeds roem van willen trekken, is een beetje sneu. We gaan toch even kijken bij de St. Maartens kerk. Het is wederom een optocht van Maria’s in de kerk. We zien nergens tranen meer, maar een staat meer in de schijnwerpers dan de anderen. Dat zal de huilebalk dan wel zijn en in 600 jaar zijn de tranen wel weg.

Wat ik veel merkwaardiger vind is dat er ook een engel met een nijptang staat. Wat!? Ja, een nijptang. Nu weet ik dat Jezus met spijkers aan het kruis hing, maar dat ze toen ook al nijptangen hadden is toch wat schokkend. Was dit een timmer-engel? Of een tandarts-engel en trok hij er tanden mee? Een raadsel wat me de rest van de dag bezig houdt.

In Bambecque willen we ook even in de kerk kijken. Volgens de gids heeft het een mooi interieur. Maar de kerk zit op slot. Ik blijf dat gek vinden, een kerk die op slot zit. Stel dat je met hoge nood moet bidden? Ik dacht dat het huis van God altijd open stond. Maar niet in Noord-Frankrijk waar ook de Maria’s als criminelen achter tralies opgesloten worden.

Iets verderop vindt er een blijde gebeurtenis plaats. Het tellertje van Mevr. vd Veeke gaat voor de tweede keer door de 10.000 km grens. Dit vinden we een feit dat we feestelijk met gebak moeten vieren. En dat doen we samen met de Maria-smurf. Ze wil geen gebakje, maar gezellig dat ze erbij was.

Tijdens de feestelijkheden hebben we natuurlijk een prachtig uitzicht.

In Oost-Capel gaan we op zoek naar de grenspalen uit 1819. Deze zouden voor de kerk moeten staan maar we kunnen ze niet vinden. Het blijkt dat we bij het verkeerde dorp zijn. Een ontzettend aardige bejaarde mevrouw vertelt ons dat we in Roesbrugge zijn. We zijn dus ongemerkt (zelfs met de gps heb ik het niet doorgehad) in België gekomen. Vandaar dat we de mensen ineens kunnen verstaan en de borden weer leesbaar zijn. Het illustreert ook hoe slecht het routeboekje (Bas van der Post) is. De kaartjes zijn niet te volgen, de teksten noemen plaatsen die niet op de kaart staan en de foto’s zijn soms tenenkrommend. Zonder gps was ik allang de weg kwijt geweest en nu dus een hele grens.

Bij Fintele maken we koffie. Het is bekend van de overtoom. Hier werden schepen over land getrokken van de rivier de IJzer naar de Loovaart. Later is hier een sluis voor gebouwd. Dat ze van het echte handwerk hielden bewijst ook de hooipiete. Dit was een brug waarvan de planken afgebroken moesten worden als er een schip langs kwam. Hij ligt nu als een stapel hout langs de kant.

Bij de Knokkebrug gaan we weer over de IJzer. Hier stond vroeger fort Knokke die in de 16e eeuw moest voorkomen dat de Spanjaarden het land binnenvielen. Het heeft jaren geduurd voor Sinterklaas het land weer in kon.

Diksmuide zien we al van verre door zijn grote IJzertoren. Het is een monument tegen de oorlog. Op vier kanten staat in vier talen Nooit meer oorlog. Maar daarnaast is het ook een symbool van de verzelfstandiging van Vlaanderen. Op de toren staat in grote letters AVV/VVK wat staat voor Alles Voor Vlaanderen / Vlaanderen Voor Kristus. De toren is trouwens een nieuwe versie die na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd nadat de eerste opgeblazen was. De ruïne van de oude wordt als monument bewaard en in de restanten is een crypte waarin de stoffelijke resten van enkele bekende soldaten is opgeborgen. Naast al dit oorlogsgeweld is Diksmuide een stadje met een mooi herbouwde grote markt. Het heeft als bijnaam boterstad vanwege de boter en de kaas die er geproduceerd wordt.

We gaan niet snel een museum in maar bij de Dodengang kijken we toch even. De meneer van het museum spreekt ons streng toe als we een kaartje voor vier euro kopen. We moeten hier minstens een uur besteden. In de eerste wereldoorlog is hier een loopgravenoorlog geweest die volledig escaleerde. Achteraf vraag je je af waar men mee bezig was, maar toen was het net als de kikker in heet water. Als je maar langzaam opwarmt, komt het niet in de kikker op om eruit te springen.

Op slechts een paar vierkante kilometer werd een gruwelijke strijd onder erbarmelijk omstandigheden uitgevochten. De expositie laat het in verhalen, foto’s en films zien. Daarnaast zijn de werkelijke loopgraven hier nagebouwd. Wij zouden niet overleven hier. Door onze lengte steken we boven de loopgraven uit en zou binnen de kortste keren het hoofd eraf geschoten worden.

Over het voormalige spoortraject Nieuwpoort-Diksmuide steken we een stukje af. We gaan niet naar Veurne maar rechtstreeks naar Nieuwpoort. Hiermee korten we de kilometers van vandaag in van over de 100 naar iets van zeventig. Lang genoeg vinden we.

Nieuwpoort is natuurlijk bekend van de slag bij Nieuwpoort. Grappig detail is dat Maurits in 1600 op weg was naar de piraten die de kust onveilig maakten en en-passant op het Spaanse leger stuitte. En toen die maar even versloeg. Een keerpunt in de geschiedenis. Er is veel gevochten om de plekken hier door Engelsen, Fransen, Duitsers, Nederlanders én Oostenrijkers. Het stadje zelf is niet groot, maar wel mooi. Op weg naar de camping gaan we even over de grote Markt met zijn prachtige gebouwen.

De camping ligt iets buiten de stad en is een bezienswaardigheid op zich. Niet eerder stonden we op zo’n reusachtige camping. Er zijn hier meer mensen dan in Baflo wonen. De dame bij de receptie kijkt wat twijfelend want de meer dan 1000 (!) plekken zitten eigenlijk vol. Ze heeft nog een plekje op een tentenveldje. We krijgen plek 1055A (dus B en C kunnen ook nog komen). Met €14 is hij niet duur en de faciliteiten zijn goed. Op het tentenveldje staan meer fietsers en het is er best knus. Je hebt niet het idee dat je op een grote camping staat.

We koken er een potje van tortellinie met pesto/kip saus en een selderijsalade. Ons plekje is in de onder- en opgaande zon, dus helemaal goed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 70,8 (totaal 1395)
Afstand tot Baflo: 356 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 107

kaart-23

De groene weg naar Baflo

Afgelopen zomer fietsten we ‘de groene weg naar de Middellandse zee’. Maar eigenlijk ook weer niet want we fietsten helemaal niet naar de Middellandse zee. We fietsen er vandaan. Daarom heb ik onze tocht maar ‘de groene weg naar Baflo’ genoemd. Met als subtitel ‘van Middellandse zee tot Waddenzee’. Omdat dit een serieze zaak is, zijn we dan ook begonnen met het dippen van de grote teen in de Middellandse zee. Ongeveer vier weken en bijna 1900 kilometer later ging diezelfde teen in de Waddenzee.

We hadden in het begin zand

Daarna werd het erg warm

We zagen vreemde bouwwerken

Overal lagen de balen stro in het veld

We genoten van Luxemburg

Ontmoeten mensen die nog veel stoerder zijn dan wij

En komen via de pontjes in Nederland weer thuis

Tijdens de tocht hield ik een reisverslagje bij. Met soms wat foto’s, als de bandbreedte het toeliet. Inmiddels is het alweer winter. Wat? De winter is al weer bijna voorbij. Maar de foto’s en de verhalen blijven. Ik heb er eerst een boek voor mezelf van gemaakt. En omdat ik de informatie toch had, heb ik hem ook maar weer toegevoegd aan mijn fiets site.

Op deze plek kun je het allemaal vinden. Wat we per dag gedaan hebben. Hoe ons tentje op de campings stond. Waar we allemaal koffie hebben gedronken. In woord en beeld. Met best wel wat foto’s. Ook kun je er de GPS routes vinden. En wat misschien wel gemakkelijk is, in die route staan ook alle campings waar je langs komt. En ik heb een schema’tje gemaakt met de afstanden tussen die campings en de verschillende plaatsen.
Ik heb in elk geval veel plezier gehad tijdens de reis. Misschien dat een klein beetje daarvan doorgegeven kan worden met het reisverslag.