Wild

One’s destination is never a place, but a new way of seeing things. – Henry Miller

Dag 45:

Ondanks dat we vandaag nog een kleine 50 kilometer fietsen, voelt het toch als een rustdag. Het traject is vlak en we hebben een klein duwtje in de rug. Al na 10 kilometer maken we een koffie aan de oever van de Rio Pisuerga. Deze vormt de grens met het vroegere koninkrijk van Leon. Tegenwoordig is het de provincie Palencia. De lopers moeten hier ook overheen en we zien er veel langs komen zo vroeg in de ochtend.

Bij Boadille del Camino is het druk. De Guarda Civil heeft een feestje en heeft zich hier verzameld. Het lijkt erop dat ze met de collega’s en families een etappe van de Camino lopen. Alles is uit de kast getrokken. Ik zie Guarda op de motor, in de auto, op de fiets en er cirkelt zelfs een helikopter boven ons. Ik realiseer me twee dingen; Mijn fiets heeft nog nooit zo veilig gestaan. En ik ben blij dat ik een helm draag. Want bij zoveel politie is er vast een pennenlikker bij die me anders bekeurd had.

Door de mensen zie je haast niet dit Boadilla del Camino meer te bieden heeft. De kerk van Santa Maria met bovenop meerdere ooievaars(nesten), die zich overigens niets aantrekken van een helikopter, en een gotische zuil van de rechterlijke macht uit de 15e eeuw. Misdadigers werden hier tentoongesteld als ze hun straf moesten uitzitten.

Bij Fromiste is het nog drukker. Het is een grotere stad en er komen zelfs bussen met toeristen heen omdat er zoveel te zien is. We komen eerst langs het Canal de Castilla. In tweehonderd kilometer overbrugt dit kanaal een hoogteverschil van 150 meter door 49 sluizen. Hier zien we er een paar. Het bijzondere is dat  ze gebogen lopen zodat er twee schepen naast elkaar geschut konden worden. Aan het kanaal is, in de 18e eeuw, bijna 100 jaar gebouwd en het is eigenlijk nooit af gekomen. Nu is het cultureel erfgoed.

In Fromiste zelf zijn meerdere kerken. We kijken eerst bij de San Pedro. Die begint net vol te lopen vanwege een bruiloft. Mooi om te zien hoe iedereen zich opgedirkt heeft hiervoor. Samen met de gasten stromen we stiekem de kerk nog even in om binnen te kijken.
De andere kerk waar we kijken is de kloosterkerk van St. Martin. In zijn pure vorm is dit een hoogtepunt van de romaanse bouwkunst. Bijzonder zijn de stenen figuren in de dakranden. We kijken er niet binnen want de Camino begint zo commercieel te worden dat je vanaf nu moet betalen om in de kerk te mogen kijken. En dat doen we niet want we hebben er al zoveel gezien.

In Villalcázar de Sirga torent de kerk ver boven het dorp uit. Ook daar gaan we even kijken maar de kerk is gesloten want er is een dorpsfeest. Ook aan de buitenkant is de kerk de moeite waard.

Carion des Condes is ons eindpunt van de dag. Camping El Eden heeft een mooi plekje voor ons als we tegen drieën arriveren. Het stadje heeft een lange pelgrimshistorie maar wij kiezen voor het luieren op de camping.
Ik probeer nog wel het lek in mijn matje te vinden. Want elke ochtend wordt ik op de grond wakker. Het gaat wel zo langzaam dat ik tot een uur of vijf goed lig, dus het is een heel klein gaatje. Ik spons het hele bed af maar kan hem niet vinden. Afijn, ik heb ik elk geval weer een schoon matje en lig morgen weer op de grond.

’s Avonds gaan we in het stadje wat eten. Op de Plaza Major is het druk. De hele stad komt hier flaneren, kletsen en eten. Ik denk omdat het zaterdag is. Wij eten paella op een terrasje en slaan het allemaal gade. Het is beter dan tv.

Van de weekdagen hebben we alle besef verloren. Feestdagen als Hemelvaart en Pinksteren gaan geruisloos langs ons heen. Die worden hier blijkbaar niet gevierd. We hebben geen idee meer of het woensdag of zondag is. Voor ons is er alleen nog gisteren, vandaag en morgen. En dat maakt het leven lekker simpel.

Dag 46:

We fietsen toch nog even terug het dorp in om naar de Santa Maria del Camino te kijken. Het portaal laat de sage zien van de 100 maagden die aan de Moren geschonken zouden moeten worden maar gered werden door een kudde woedende stieren. Ik had nog nooit 100 maagden gezien, dus ik was wel nieuwsgierig. Nou ik kan zeggen dat deze wel een face-lift en een likje verf kunnen gebruiken. Wat dat betreft staat de Santiagokerk , in het centrum, er beter bij. Jammer dat er zo’n foeilelijk afdak boven zit maar zo is het wel wat beter bestand tegen weer en wind.

De eerste 20 kilometer delen we deze keer de weg met de wandelaars. We komen er honderden tegen. Dat betekent ook 100 keer ‘Bueno Camino’ zeggen, vele malen bellen, als ze breeduit lopen, en hun minachtende blikken tolereren. Want een fietser staat lager in de camino-rangorde dan een wandelaar. Het leuk is wel dat Mevr. van der Veeke voldoende consternatie brengt met haar hoed. Emoties die ik heb langs zien komen zijn verbazing, afschuw, schrik, vermaak en bewondering.  Zo is er altijd wat te doen.

Ledigos laten we links liggen en zo komen we bij Sahagún. In 904 gesticht met de komst van een klooster. Meerdere malen door de Moren verwoest en weer opgebouwd. Daarna zeer welvarend geweest maar als we er nu doorheen fietsen, is daar niets van over. We komen binnen via een industrieterrein. Daarna door vervallen straten naar de Plaza Major. Dat is wel een aardig pleintje. Maar zodra je daar weer voorbij bent, is het weer armoe troef. Bij het verlaten van de stad komen we nog langs de resten van de grote San Benito abdij, maar die dwingt weinig respect af omdat hij ingebouwd is door een kermis. Het mooiste van Sahagún vonden we nog de graffiti en de klepperende ooievaars op de kerk.

Daarna hebben we een stuk van 31 kilometer over het Castilaanse hoogland. Het is hier leeg en verlaten en je kunt erg ver kijken. In het heilige jaar 1993 is hier een mooie wandelweg aangelegd van ongeveer 25 kilometer. Daarnaast zijn platanen geplant. Die zijn nu groot genoeg om er een mooie lange bomenrij van te maken. Wij rijden op de oude weg ernaast. Deze wordt nauwelijks meer gebruikt omdat ze een kilometer verderop, parallel, een snelweg hebben aangelegd. Het is heerlijk fietsen hier en met zulke wijdse blikken hebben de gedachten ook meer ruimte.

Hiermee halen we vandaag de 70 kilometer en eindigen in Reliegos. Een slaperig klein dorpje met een paar auberges, wat huizen en een alimentacion. Deze wordt gerund door een vrolijk mannetje dat nodig naar de tandarts moet. Maar hij heeft wel alles wat we zoeken, waaronder anderhalve liter Sangria. Hij is trouwens een representatief voorbeeld van de meeste Spanjaarden. Ze zijn aardig, belangstellend, in voor een grapje en innemend. Spanje heeft me positief verrast. Een fijn land om in te zijn.

In het dorp zou een zona acampada moeten zijn, een eenvoudige kampeerplaats. Wij kunnen hem niet vinden en het mannetje van de alimentacion wijst ons naar een picknickplaats voor wandelaars waar wel een kraan is. Bij gebrek aan beter zetten we hier de tent op.

Wel met de luxe van een picknicktafel. Hier koken we een eenvoudige maaltijd van pasta, vis en tomatensaus. En een sinaasappel na. Een mens heeft maar weinig nodig om tevreden te zijn. En ik kan melden dat anderhalve liter Sangria daar wel bij helpt. Er schijnen nog wolven in dit gebied te leven maar vlakbij staat de pelgrim die vannacht over ons waakt. Dus wat kan er mis gaan? Helemaal wild wordt het niet want ik zit ’s avonds in het tentje gewoon de laatste aflevering van GoT te kijken. En die aflevering is eigenlijk de enige teleurstelling van de dag.

Dag 47:

Ik heb prima geslapen, maar Mevr. van der Veeke lag niet helemaal gerust. Gelukkig is er niets spannender gebeurd dan een koude nacht. Het was helder en daardoor een temperatuur van 4 graden. We zijn gewoon weer terug op het niveau van enkele weken geleden. Ik draag meerdere lagen kleding en de eerste uren fietsen we met handschoenen aan.
In Mansilla de las Mulos kunnen we wat boodschappen doen. Hier splitst de fietsroute zich ook weer af van de wandelcamino. En dat vind ik jammer want het is toch wel gezellig met meer camino-gangers op straat. Je komt meer (open) horeca tegen en de openingstijden van de winkels zijn ook wat gunstiger. Én er zijn vaak mooie beelden onderweg te zien.

In Vega de Infanzones moeten we een keus maken. Willen we wel via Leon of niet? We kiezen voor het laatste ondanks dat Leon wel de moeite waard lijkt te zijn. Maar we merken dat we weinig zin hebben in een grote stad waar de voornaamste trekpleister de kathedraal is. En daar hebben we er nu al zoveel van gezien. We geven de voorkeur aan de rust en de ruimte en nemen de route onderlangs.

We komen hiermee ver buiten het camino-gebied en je ziet meteen wat voor positief effect de camino heeft. Daar zijn de dorpen redelijk tot goed onderhouden, er is leven en er is ruimte voor commerciële activiteiten. De dorpen waar we nu doorheen komen zijn verlaten en doods en er is niets te doen of te vinden. Geen bar, geen alimentacion en geen restaurant. In sommige dorpen is nog wat opleving doordat er bodega’s zijn, maar dat is dan ook alles.

In Villar de Mazarife komen de routes weer samen en we gaan door naar Hospital de Orbigo. Hier is een prachtige brug over de Rio Orbigo.

Hij lijkt erg lang deze brug maar de rivier heeft meerdere malen bewezen dat deze breedte nodig is. Van oorsprong Romeins en met 18 stenen boogjes is het een lust voor het oog. En natuurlijk is er een legende bij van Don Suero.

We hebben een lange dag vandaag. Dit doen we om gunstig voor de klim naar Cruz de Ferro uit te komen. Maar het laatste stuk valt tegen omdat de wind opsteekt en die hebben we pal tegen. Door op tijd pauzes in te lassen en rustig aan te doen, lukt het goed om de afstand te overbruggen zonder uitgeput te zijn. We hebben zelfs nog wat energie over om de bezienswaardigheden van Astorga te bekijken.

Het is een mooi stadje dat een knooppunt van routes is. Enerzijds natuurlijk de Camino, maar ook de Zilverroute, die vanuit Sevilla naar het noorden loopt, komt hier langs. Verder is het voormalig bisschoppelijk paleis een plaatje. Het is ontworpen door Gaudi die ook wat projectjes in Barcelona was gestart.

Ernaast staat de kathedraal. Ook al ben je net zo kerkenmoe als ik, het valt niet te ontkennen dat ze hier ook weer flink hun best hebben gedaan er wat moois van te maken. In de gevel is een klein getralied venster te zien met de tekst ‘Gedenkt mijn toestand, gisteren ik, vandaag gij’. Hier lieten vrouwen zich als boetedoening inmetselen en ze leefden van wat de voorbijgangers naar binnen gooiden.

Verder is Astorga bekend van de chocolade en de mantecada, een soort botercakeje die we eerder ook in Geraardsbergen (mattentaart) hebben gegeten.
Er is hier geen camping en we zijn weer eens toe aan een gewoon bed waarbij ik niet op de grond eindig, dus ik heb een hotel geboekt. Daar komen we lekker bij van een vermoeiende dagen kan alles weer opgeladen worden.

Dag 48:

Bijzonder dat zo’n hotelkamer bij binnenkomst als een vreemde aanvoelt en bij vertrek als een vriend. Op de een of andere manier, misschien door het verspreiden van je spullen, maak je de kamer ‘eigen’. We verlaten hem met weemoed. Het was goed toeven hier.

Vandaag staat in het teken van de klim naar de Cruz de Ferro. Dit is met zijn 1504 meter het hoogste punt van het Spaanse deel van de Camino. Daarom zijn we gisteren ook wat langer doorgegaan, zodat we vandaag min of meer meteen met de klim kunnen beginnen. Het eerste deel loopt nog gestaag omhoog en is goed te fietsen. Het is wel fris met 9 graden en een koude tegenwind. Gelukkig is er onderweg genoeg afleiding. We rijden eerst even Castrillo de los Polvazares binnen. Althans, dat proberen we want op die keitjes is niet te fietsen. Het is een karakteristiek voorbeeld van een dorp in de Maragateria streek. Kenmerkend zijn de smalle natuurstenen straatjes en vooruitstekende balkons. Zo vroeg in de ochtend ligt het in een rode gloed

Hierna klimmen we langzaam omhoog. We passeren Sta. Catalina de Somozo (waar we koffie drinken), El Ganso (met een scheef ooievaarsnest op de kerk), Rabinal del Camino (waar we nog een keer koffie drinken) en Foncebadon (waar niets te doen is). Door de klim op te knippen in stukjes lukt het goed om het vol te houden. We moeten tenslotte wel 600 meter omhoog. Hieronder wat foto’s van de klim.

Uiteindelijk komen we bij Cruz de Ferro. Dit simpele ijzeren kruis, bovenop een boomstam, staat bovenop een steenhoop dat de grens markeert tussen Maragateria en El Bierzo.

Pelgrims leggen hier in het algemeen een steen erbij op de hoop. Meestal wordt die van thuis meegenomen en dit symboliseert het afleggen van ‘een last’ en daarmee het ingaan van een nieuwe levensfase. Ook ik heb een steen meegenomen van thuis zoals je in de eerste blog hebt kunnen lezen. Die voeg ik toe aan de bult. Hiermee laat ik wat achter en begin ik wat nieuws.

Als wij er aankomen, zijn we bijna alleen. Later komen er hele groepen, zelfs met een bus, die het monument bevolken. Tijd voor ons om verder te gaan.

Helaas zijn we nog niet uitgeklommen. We dalen een stukje naar Manjarin. Hier heeft een groep, die zich Tempeliers noemt, een alternatieve auberge opgericht. Bij het verblijf krijg je een gratis hersenspoeling.

Vanaf hier klimmen we weer boven de 1500 meter en daarna begint de vrije val naar beneden. Het is erg steil maar je kunt niet heel hard door het slechte wegdek. Ik sta regelmatig met rokende remmen aan de kant te wachten op Mevr. van der Veeke. Die, op haar beurt, ook met rokende remmen aankomt. Gelukkig heb ik reserve blokjes mee. Maar de uitzichten zijn adembenemend en regelmatig moet er ook een foto gemaakt worden.

Bij El Acebo zien we weer wat beschaving. Door de camino is het dorp weer opgeknapt met de karakteristieke buitentrappen en de uitstekende balkons.

In Molinaseca bewonderen we de boogbrug en de San Nicolaskerk, die er als een vesting bijstaat.

Ons eindpunt van vandaag is Ponferrada. Een grotere stad dan ik gedacht had.  De naam komt van de granieten brug met de ijzeren leuning, die hier vroeger, speciaal voor de pelgrims, gebouwd is. Van die brug is niets meer over, maar het laatste bastion (12e – 14e eeuw) van de Tempeliers staat er nog wel. Het kan zo naar Disneyworld in Parijs.

De tempeliers was een ridderorde die oorspronkelijk was opgericht om de pelgrims te beschermen. Later werden ze een van de eerste bankinstituten ter wereld. Uiteindelijk zijn ze ten onder gegaan aan de alcohol. Hun laatste motto was dan ook ‘bibe plus quam vis destruit‘.


We konden mogelijk bij een auberge kamperen maar bij Cruz de Ferro heb ik toch weer een hotel geboekt. We zijn best moe maar vooral verkleumd door de tocht. Tot Ponferrada is de de temperatuur niet in de dubbele cijfers gekomen. En de inspanning warmde niet echt op omdat we zulke efficiënte fietsmachines zijn geworden. Om dan een avond bij de koude tent te moeten zitten, dat wil ik Mevr. van der Veeke niet aandoen. Ze heeft tenslotte weer een prachtige prestatie geleverd vandaag. Zo zitten we weer comfortabel en kunnen we zelfs de energie opbrengen om nog in de stad te gaan eten. Successen moeten tenslotte gevierd worden

Dag 49:

Als ik onder de douche sta, dan voelt het lichaam nog moe. De klim van gisteren en de vele kilometers de dagen ervoor hebben hun tol geëist van ons lichaam. Gelukkig hebben we vandaag een korte dag met maar 35 kilometer. Die brengt ons bij een camping die vlak voor de volgende klim ligt. We doen lekker rustig aan en zitten pas om 10 uur op de fiets. Al na 8 kilometer zitten we aan de eerst koffie en bij 15 kilometer de tweede. De koffie is hier spotgoedkoop én lekker. Daar kun je zelf niet voor maken. En zolang we op dezelfde route zitten als de wandelaars, zijn er gelegenheden genoeg.

Het Bierzo dal is groen. Er zijn hier fruitbomen, wijnvelden en groene bossen. En het is ook heuvelachtig. Het hoogteprofiel heeft me hierin een beetje misleid want ik verwachte eigenlijk een gemakkelijk stukje en nu zwoegen we weer omhoog en omlaag.

In Villafranca de Bierzo gaan we over op de laatste etappe van de Santiago-reis. Vanaf hier is het ongeveer nog 200 kilometer naar Santiago. Het is een mooi stadje dat eigenlijk door Franse migranten opgebouwd is nadat het tijdens de Reconquista vernield was. De Santiagokerk hier heeft een bijzondere functie. Onder de ‘Poort van vergeving’ konden de pelgrims die te ziek, zwak en misselijk waren om verder te gaan toch een aflaat van hun zonden krijgen. Wij kunnen gelukkig nog een stukje verder, zeker nadat we een menu del dia hebben weggewerkt. Voor €12 heb je dan een drie-gangenmenu met een drankje. Kun je niet zelf voor koken. Daarnaast kijken we even in het gerestaureerde Calle del Agua maar die valt wat tegen. Daar moeten ze echt wat beter hun best doen want we hebben veel mooier gezien.

Na dit dorp begint min of meer de klim naar Cebreiro op 1300 meter. We doen alleen de eerste 10 kilometer en dat gaan als stroop in een trechter in de winter. We kunnen maar een conclusie trekken; het lijf is weer moe en wil meer rust dan deze korte dag. We hebben geluk dat we een prachtig campingplekje vinden. Aan het einde van een doodlopende weg ligt een mooi veldje. Er is een kantine bij met wel 20 soorten bier. Helemaal goed. Hier kunnen we weer eens een wasje doen en morgen lekker bijkomen. Want verder is hier helemaal niets te doen.

Dag 50:

Zzzzzzz-gaap-zzzzz-spetter-spetter-smak-smak-slurp-zzzz-smak-smak-gaap-zzzzz-smak-smak-slurp-gaaap-zzzzzzz