Donderdag 16 augustus: Pontebba (Italië) – Villach (Oostenrijk)

64 km (totaal 1340 km) – 486 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

De top is bereikt
De daling gaat beginnen
Rust voor de benen

Zoals ik al vertelde, is het in vele dorpen feest. Zo ook in Pontebba. Op een gewone woensdagavond gaat het tekeer alsof we in de auto van Bolhuis zitten (Baflo’s grapje). Ik snap nu ook waarom hier zoveel aardbevingen voor komen. Maar hoe hard ze ook hun best doen, wij vallen gewoon om half elf in slaap. 

Het ontbijt wordt de volgende ochtend in het café eronder geserveerd. En het is eigenlijk wat we van een Italiaans ontbijt verwachten; koffie, sapje en croissant. In het café is het alweer druk als we vertrekken. De eerste fietsers zitten er en de dorpelingen staan er om een espresso te nemen.

Wij gaan verder over de prachtige fietsroute. We passeren San Catharine, Malborghetto en Ugovizza waarbij we gestaag de hoogtemeters maken. Deze dorpen zien we in de verte liggen want meestal fietsen we er hoog boven langs. Het fietspad is rustig en af en toe passeren we een tunnel. Hieronder een paar foto’s.

Ondanks dat het de Tarvisio pas heet, ligt het hoogste punt bij Camporosso. Daar is het 820 meter hoog terwijl het bij Tarvisio ‘maar‘ 756 meter hoog is. Camporosso is trouwens een belangrijk bedevaartsoord. Daar zien we niets van, ook geen verdwaalde pelgrims. Of ze moeten toevallig op de fiets zijn. Van de plaats Tarvisio zien we iets meer maar het is er wel een gekkenhuis met fietsers. Velen gaan daar met de auto of trein heen om een fiets te huren en alleen maar af te dalen. Amateurs! Wij gaan gauw verder want nu zitten wij ook in de afdaling. En ook hier zijn de uitzichten adembenemend.

Grenzen van Sjengen-landen zijn tegenwoordig onzichtbaar. Ik heb hem op de GPS gemarkeerd, dus ik zie precies wanneer we erover heen gaan. En als je even zoekt is er meestal nog wel een grenspaal te vinden.

Het fietspad loopt hoog boven de autowegen. Soms moeten we een klein stukje klimmen maar voornamelijk is het dalen over spannende paadjes in het bos. Bij Arnoldstein komen we weer een stukje op de autoweg. Hier gaan we even bij het oude klooster kijken. Het is mooi gerestaureerd. Voor €3 p.p. kunnen we erin.

Langs de rivier de Gall gaan we door naar Villach. Het is een mooi steenslagpad langs het water. We doen er een paar caches en een lunch. Omdat er geen bankjes zijn, gaan we gewoon met de tarp in de berm zitten. Het levert verbaasde blikken op van de mensen die langs komen. In Pontebba heb ik lekkere broodjes gehaald, een stukje worst en kaas uit Cividale. Het is smikkelen.

De camping ligt een stuk buiten de stad, dus we laten Villach voor wat het is. Langs de Drau gaan we richting Neufellach. Om bij de camping te komen moeten we door een aantal woonwijken. En als je van de rivier af gaat, moet je klimmen. 

We hadden in de Google recensies al gelezen dat de camping gedateerd is. En dat klopt. Een oud vrouwtje doet de receptie, het restaurant en de bar en probeert vijf mensen tegelijk te helpen. Daar raak je ook gedateerd van. We krijgen een prima plek waar je alleen lopend of met de fiets kunt komen. Wat ons betreft helemaal goed want voor de rest zijn het veel campers en grote caravans op doorreis. Hier gaan we morgen een verdiende rustdag houden.


profiel-16-08

kaart-16-08

Woensdag 15 augustus: Pinzano – Pontebba

64 km (totaal 1276 km) – 645 hoogtemeters.
B&B Melanie (€70,=)

Verrassend uitzicht 
Streelt zintuigen en zinnen
Schoonheid overal

Het heeft tot een uur of twaalf geregend maar dat tikken op de tent klinkt heel rustgevend. Om een uur of twee kwam er nog wat jeugd uit het dorp langs maar daar hadden we geen last van. En vanochtend kwamen mannen in uniform en pistool (soort boswachter, maar die dragen toch geen pistool?) even checken. De ene boswachter was zelf ook een fietsreiziger, dus het was helemaal goed. Bij vertrek worden we nog aangevallen door een roedel honden. We willen er wel een meenemen maar de fietstas zit nog vol met katjes.

Ik heb best trek dus bij de bakker in Fiagogna kopen we eerst de boel leeg. En dan zoeken we een bankje op waar we kunnen ontbijten. We zitten onder de kerk die elk kwartier (!) de klokken laat bim-bammen. Je zou er maar tegenover wonen… wij hebben in elk geval koffie, een croissant en, naar Italiaans gebruik, taart bij het ontbijt.

Daarna hebben we een prachtige fietsdag met de mooiste uitzichten. Ik dacht dat we blasé waren maar de ooh’s en aah’s klinken alom. Via een aantal smalle dalen fietsen we richting Oostenrijk. Om ons heen hoge bergen met veel groen. En omdat het gisteren geregend heeft, is het wat afgekoeld.

Daarnaast komen we prachtige dorpjes tegen. Het begint een beetje een mix te worden tussen Italië en Oostenrijk. Zo rij je bijvoorbeeld Trasagish binnen.

De route loopt grotendeels over rustige autowegen. Braulins, Bordano en Pioverne passeren. We komen ook over de Strade di Bottecchia, vernoemd naar de Italiaanse wielrenner Ottavio Bottecchia. Hij was de eerste Italiaan die de tour won. Hij stierf op 32 jarige leeftijd onder mysterieuze omstandigheden.

Maar er zijn ook autovrije delen. Nadeel is wel dat het dan vaak grindpaden zijn, maar de bruggetjes en de afwezigheid van auto’s maakt veel goed.

Venzone is een prachtig dorpje. We naderen het via een lange brug en zoals het daar tegen de groene berg geplakt ligt, is het een plaatje. In de bossen zitten lynxen, beren, steenbokken, reeën en gemzen. Het dorp heeft veel last gehad van de aardbeving in 1976. Niet eens zo lang geleden. Een ingestorte kerk hebben ze als monument laten liggen. Ook hier is er weer een soort van rommelmarkt. Eigenlijk komen we dit in bijna elk dorp tegen. En in veel dorpen merken we dat het feest is.

Maar wij komen voor de mummies van Venzone. De natuurlijke omstandigheden waren dusdanig dat mummificatie vanzelf optrad door de juiste temperatuur, vochtvrij en de aanwezigheid van calciumsulfaat in de bodem. Naast de kathedraal staat een huisje waar je met een muntje naar binnen kunt. Dat muntje haal ik in een aanpalend café voor €1,50. Mummies zijn fascinerend. Eng en intrigerend tegelijkertijd. Ze zijn uit de 16e tot en met de 18e eeuw. In totaal zijn er 21 waarvan er 5 tentoongesteld worden. Natuurlijk netjes met een lendendoek.

Hierna moeten we een stuk over een drukke provinciale weg. Er is weliswaar een fietsstrook naast, maar je zit wel op dezelfde weg als de auto’s. Alleen een witte lijn is de scheiding. Dit gaat een aantal kilometers door tot Carnia. Daarna is het een rommeltje. De route lijkt over een oude spoorlijn te lopen maar die is bedekt met vuistgrote keien en compleet overgroeid. Hier is niet te fietsen. Dan maar weer op de snelweg verder. Bij Resiutta blijkt wat de bedoeling is. Hier komt de droom van elke fietser; De Alpe-Adria-radweg. Een mooi vrijliggend fietspad over een oude spoorlijn.

We gaan door een aantal oude spoortunnels. Je voelt aan de temperatuur al of hij lang of kort is. Hoe kouder, des te langer. En erbinnen gaan de lichtjes aan terwijl je langsfietst.

De tunnels voorkomen een hoop klimmen. Maar ook de oude spoorbruggen zijn geschikt gemaakt voor de fietsers. Het is hier overigens ongelofelijk druk (niet aan de foto’s te zien). Veel dagjesmensen die stroomafwaarts fietsen en met de trein terug gaan. Wij fietsen stroomopwaarts en gestaag klimmen we tot boven de 500 meter. Het voelt als een fikse tegenwind, dus goed te doen.

Zo fietsen we de laatste 30 kilometer naar Pontebba. Een enkele keer moeten we nog even flink aan de bak maar al met al is het een gemakkelijke dag.

Pontebba is gezellig druk en de terrassen zitten vol. Gezinnen, racefietsers en veel fietsreizigers. Via Google hebben we een B&B in het centrum gevonden. Weer een luxe nacht na gisteren. En omdat dit de laatste nacht is in Italië gaan we voor een echte pizza. Morgen doen we het laatste stukje naar de Tarvisio en dalen dan af naar Villach. En daar hopen we dat de plek en het weer geschikt zijn om een rustdag te nemen. Want we zijn het helemaal met Ben en Willem eens.

profiel-15-08

kaart-15-08

Dinsdag 14 augustus: Budoia – Pinzano

55 km (totaal 1212 km) – 430 hoogtemeters.
Wild kamperen (€0,=)

Het gaat weer omhoog
De benen geven het op
Natuurplek nodig

Zonder spijt nemen we afscheid van el Ranch. Na de koude douche van vanochtend kan ik alleen maar concluderen dat het eigenlijk een verlopen bende is. We zoeken de route weer op en komen als eerste in Aviano. Aan de naam kun je al raden wat hier is; een Italiaanse luchtmachtbasis. Daar zien we overigens niet veel van. Wel van de markt, waar Mevr. van der Veeke nog een stukje verse kaas aanschaft.

Daarna maken we de geleidelijke klim af waar we gisteren mee begonnen zijn. Een korte heftige klim heeft ook wel wat want dit zeurt gewoon kilometers door. Alsof je continu tegen een harde wind in moet fietsen. Het voordeel is wel dat we een groot deel een mooi fietspad door de vallei hebben. Vlak voor Maniago steken we het dal over via een brug. Het valt op dat de rivierbeddingen hier droog liggen. Het meeste water stroomt ondergronds. De beddingen zijn eigenlijk alleen bij heftige regenval gevuld als de grond het niet snel genoeg kan verwerken.

En soms zit er ook gewoon een dam in waardoor er weinig waterstand is. Het water is ook hier, net als in Slovenië en Kroatië, erg mooi azuurblauw.

Het kan zijn dat we wat blasé worden want ik maak niet zoveel foto’s meer. Het kan ook zijn dat we gewoon moe zijn. Inmiddels zitten we in de vierde week en het lichaam vindt het welletjes. We hebben wel wat rustdagen gehad, maar dan sjouwden we meestal door een stad. Tenslotte kan het natuurlijk ook gewoon de Prosecco zijn van gisteren.

In elk geval rijgen we de kilometers aan elkaar. Het verkeer is niet druk en vaak hebben we een mooi pad door de velden. We fietsen eigenlijk weer terug naar waar we twee weken geleden waren. Richting Sloveense grens en de Vrsic. Zien we hem daar in de verte liggen. De fietsroute die we volgen is de FVG 3. FVG is de afkorting van de regionaam Friuli Venezia Giulia.

Plekjes voor koffie en een boterham zijn hier lastig te vinden. Ze hebben dan wel fietsroutes maar de verdere aankleding ontbreekt vaak. Wij zoeken dan een plekje bij een kerk of bij een begraafplaats. Daar is schaduw, er zijn bankjes of een trap waar je kunt zitten en, als je geluk hebt, ook nog een kraan. De Italiaanse begraafplaatsen zijn anders dan in Nederland. Hier doet de Lidl goede zaken met de kunstbloemen.

In Valeriano beraden we ons op het plan. Er schijnt een kampeerplek te zijn over een paar kilometer, maar, behalve de plek, kan ik er niets over vinden op internet. Wat betreft hotels en B&B is er de komende 25 kilometer niets. En over 25 kilometer is er ook een camping, maar dan zitten we al in een stuk van de klim naar de Tarvisio pas. En we zijn eigenlijk gewoon moe. Dus we gaan eerst kijken bij de onbekende kampeerplaats.

En die vinden we. Een stuk buiten Pinzano is een voetbalveldje en er is een grasveld. Verder is alles afgesloten. Geen wc, geen water, geen wifi en geen stroom.  En ook geen andere essentiële levensbehoeften. Toch besluiten we hier te blijven.

Er is een overkapping waar we droog kunnen zitten. Iets verderop is de rivier waar we onszelf kunnen wassen. Van een hond-uitlatende vrouw horen we dat er verderop een drankengroothandel zit waar ik wat water kan kopen. En zelfs een koud biertje. Het enige is dat we geen boodschappen hebben gedaan. Het eten bestaat uit brood en kaas. En we hebben nog noedels als noodmaaltijd. Daarvoor terug krijgen we heel veel ruimte en rust.

Tegen half vijf begint het weer te regenen. En dat blijft het de hele avond doen. Ik schrijf dit verslag onder het afdak terwijl Mevr. van der Veeke lekker ligt te lezen in de tent. We warmen de noedels op en eten alles wat we nog hebben. De avond brengen we door met koffie en thee en lekker lezen. Morgen doen we het eerste deel van de Tarvisio. 

profiel-14-08

kaart-14-08

Maandag 13 augustus: Biadene – Budoia

82 km (totaal 1157 km) – 812 hoogtemeters.
Agriturismo al Ranch (€50,=)

 Prosecco alom
Dorstmakende zonneschijn
Uitstel, geen afstel

Het ontbijt is ontzettend luxe. Eigenlijk ligt er alleen maar taart en wat yoghurts, dus ik ontbijt voornamelijk met taart. Vanochtend is de dochter er, maar die spreekt ook alleen Italiaans. Ze lijkt wat ongemakkelijk met de situatie. Misschien krijgen ze niet veel buitenlandse toeristen. We laden de fietsen op en gaan. Er staat een fikse dag gepland.

We fietsen het grootste gedeelte vandaag nog door het Proseccco gebied. We hebben eerder door noord-Italië gefietst en dat was niet zo bijzonder. Daarom hadden we weinig verwachtingen van dit gedeelte en ik moet zeggen dat het me 100% meevalt. Het is hier gewoon mooi fietsen, rustige wegen, weinig toerisme en fantastische uitzichten. De dorpjes zijn ontegenzeggelijk mooi. En dat wordt ook gereflecteerd in hun naam. Laten we wel wezen, als je Ciano del Montana heet of Crosetta del Montana, dan moet het toch wel mooi zijn?

In Bigolino gaan we even in de kerk kijken. Volgens een legende is hier ooit een beeld van Maria met kind gevonden, beide met een roos in de hand, in de rivierbedding van de Piave. Tot op heden wordt dit beeld tijdens een paar weken in mei bij een feestelijke processie door het dorp getransporteerd. In de kerk zie ik wel een beeld, maar de rozen hebben blijkbaar het loodje gelegd.

Wij volgen de Strade del Prosecco richting het noord-oosten.

De uitzichten zijn fraai. Overal druiven om ons heen, de hellingen staan er vol mee. Het schijnt dat de vraag naar Prosecco de laatste jaren flink omhoog is gegaan, wat natuurlijk een mooie opsteker is voor dit gebied, we zien zelfs nieuwe wijngaarden in aanplant.

Vanaf Campea krijgen we weer een klimmetje voor onze kiezen. Het voordeel hiervan is wel dat je mooie uitzichten krijgt.

Een (klein) nadeel is dat we flink op de pedalen moeten. Het is hier ook rond de 31-32 graden, net als in Kroatië, maar omdat de warmte droger is, voelt het minder heet aan.

En af en toe zijn er waterplaatsen waar we even kunnen afkoelen. Vaak maak ik de pet of buff helemaal nat en dan kan deze lekker verdampen op mijn hoofd zodat het voor een aangename afkoeling zorgt.

Revine komt in zicht. Het ligt mooi tegen de berg aangeplakt waarbij de San Mateo kerk goed zichtbaar is. Het is overigens een aartspriester locatie. Vanaf hier hebben we een lange geleidelijke afdaling die wel 25 km duurt.

Vittorio Veneto is een grote stad. We drinken hier even wat want de hitte en het klimmen geven veel dorst. Op een terras bestellen we beide twee consumpties. Daarvan zijn ze vaak wat in verwarring maar meestal komt het goed. De stad heeft mooie oude gebouwen.

Hierna hebben we aantal mooie weggetjes. Ik ben in het algemeen geen fan van Benjaminse, maar dit heeft hij toch mooi gedaan. We komen langs prachtige plekjes en soms staat er ineens een pareltje voor je.

Om ons heen ontstaat overal onweer. Als we terugkijken waar we vandaan komen dan ziet het zwart.

Maar ook voor ons komen zwarte wolken, flitst het als bij een paparazzi-fotograaf en rommelt de donder. Het wordt steeds donkerder en ik kan de gps niet meer zonder verlichting aflezen. Op een paar kilometer voor onze eindbestemming barst het los. Er is geen houden aan en er zit niets anders op dan te schuilen onder een afdak bij een huis. Daar zitten we zeker een minuut of 25 waarbij ik nog even in slaap val in de deuropening. Gelukkig komt er niemand uit het huis.

In Budoia zit een grote super. Ik doe daar nog even de boodschappen en koop in elk geval weer een fles Prosecco om het af te leren. Daarna gaan we naar al Ranch. Als je een definitie van vergane glorie wilt hebben, dan moet je hier gaan kijken. Het was ooit een mooie paardenstal met overnachtingsmogelijkheid, restaurant en bar. Nu is dit alles in verval geraakt. De kamer is adequaat. Wat je voor €50 mag verwachten, hij is in elk geval schoon. De rest is gewoon vervallen. We zouden hier moeten kunnen eten volgens booking.com maar dat is gereduceerd tot een weekend-service. Gelukkig had ik daar al een klein beetje rekening mee gehouden bij het boodschappen doen. Op de veranda koken we onze eigen pasta maaltijd met de ingrediënten die we nog hebben. Een mager maal, maar wel voedzaam. Het was een vermoeiende dag dus we gaan er op tijd in. Kijken wat morgen weer brengt. Ik hoop dan dat we weer kunnen kamperen want de tent begint al te klagen dat hij zo lang in de zak moet.

profiel-13-08

kaart-13-08

Zondag 12 augustus: Mestre – Biadene

70 km (totaal 1075 km) – 264 hoogtemeters.
Artemide Relais (€70,=)

Land van Prosecco
Water klatert naar de gaard
Irrigeert de druif.

Zo’n rustdag is leuk maar het is heerlijk om weer op de fiets te zitten. Dat is toch de plek waar ik me het fijnst voel. Onderweg, in het landschap en ervaringen opdoen. We sjoemelen een beetje. Volgens de route gaan we eerst weer naar Mestre terug en dan via Favero Veneto naar het noordoosten. Wij gaan rechtstreeks naar Favero en snijden daarmee een paar kilometer af. 

Het is zondag en Favoro Veneto is nog in diepe rust. Net als alle andere dorpen die we onderweg tegen komen. Er is geen winkel open en er is niets te doen. Favero heeft overigens drie kerken waarvan de laatste twee aan het einde van de vorige eeuw gebouwd zijn. Ik vraag me af of dat nu nog lukt; kerken bouwen. Wij hebben vandaag veel klokkengeluid gehoord maar nauwelijks kerkgangers gezien. Wij fietsen in elk geval gewoon door. Ik zou het landschap hier haast Hollands willen noemen. Vlak, maisvelden, lange rechte wegen en zelfs een wind tegen. 

Vanaf Quarto d’Altino komen we langs de rivier de Sile. Deze stad dankt zijn naam aan het feit dat hij een kwart mijl van de Romeinse stad Altinum lag. Behalve dit feit heeft de stad weinig te bieden, dus we meanderen gewoon lekker met de Sile mee. Er staat een baksteenfabriek, wat te verwachten is bij zo’n rivier.

Bij Lughignana komen we de oude kerk tegen, die ze mooi in stand houden en wit afsteekt tegen de blauwe lucht. Ook hier beieren de klokken maar zien we niemand ter kerke gaan of komen. Ooit waren ze verbonden met het Casier klooster, maar vanwege ‘communicatie‘-moeilijkheden werd dit weer onthecht. We hebben het dan over de 15e eeuw. Je gaat je afvragen wat dit betekende. Hadden ze een coach nodig of zo?

We blijven de Sile volgen en in Casier komen we een heus botenkerkhof tegen. Minstens een tiental houten schepen ligt hier gewoon te rotten half in en half uit het water. Bijzonder. In Nederland zouden ze dit allang opgeruimd hebben.

Treviso is een grote stad waar we doorheen gaan. De stad heeft wallen uit de 15e eeuw en is een van de mooiste steden uit de Veneto-streek. Wij drinken wat op het Piazza della Prefettura, het sociale hart van de stad. We hadden ook graag even in de Duomo van St. Pieter gekeken maar die was op slot. En dat op zondag. Nu snap je ook waarom er geen kerkgangers meer zijn, als je toch voor een gesloten deur komt. 

We kiezen ervoor de route door het Prosecco gebied te volgen, in plaats van rechtstreeks naar Oostenrijk te fietsen. Daarom gaan we richting Volpago del Montello. In dit gebied worden vele druivenrassen verbouwd maar de Prosecco druif nog het meest. De naam heeft overigens niets met secco (droog) te maken maar met het dorp Prosek dat in het Sloveens sprekende deel van het Karstgebergte bij Trieste ligt.

Ons valt het bewateringssysteem op dat we steeds langs de weg zien liggen. Vanuit de bergen wordt water, via meertjes, sloten en een soort van goten, geleid naar de akkers hier. Niet alleen de wijngaarden, maar ook de boomgaarden en maisakkers. Het is heerlijk fietsen naast dit kabbelende water.

In de achtergrond zien we de enige ‘berg’ in dit gebied. Il Montello ligt er nu eenzaam bij maar in de eerste wereldoorlog was dit een waar slagveld. Nu kun je over de berg en om de berg. Het eerste is voor de racefietsers, wij gaan er gewoon lekker omheen.

Na Volpagio komen we op de Strade del Vino del Montello. Een prachtig weggetje dat je links een uitzicht geeft over de vallei met zijn wijngaarden terwijl je langs een irrigatiekanaal met gurgelend water fietst. 

Daarna komen we in de buurt van Montebelluna en Biadene. In de laatste plaats heb ik een overnachting geboekt want er zijn hier geen campings. Onze B&B zit ergens afgelegen dus we willen graag nog wat te drinken halen. Het is tenslotte weer dorstig weer. We vragen een dame op een oude fiets of er in het dorp wat te vinden is. Ze neemt ons mee naar een kroeg, maar die blijkt gesloten. Daarom draagt ze ons over aan een bekende die ons meeneemt naar een feesttent. In eerste instantie lijken ze daar alleen koud water te hebben maar toch weet ik er een fles Prosecco te scoren. We zitten er tenslotte middenin! Maar door een communicatiefout (ze spreken alleen Italiaans) denken ze dat we één glas willen en openen de fles. Voor ons is dat geen probleem, we tikken het glas weg, de kurk gaat weer op de fles en die kan in de fietstas. 


Onze B&B ligt tegen de helling aan. Maar dan heb je ook een prachtig uitzicht. Ondanks dat Booking.com schreeuwde dat er nog nog maar één kamer beschikbaar was, zijn we de enige in het gebouw. Ik bel de eigenaar en ondertussen maken we de fles Prosecco soldaat terwijl we uitkijken vanaf ons balkon.

De huisbaas is een oude fietser die geen woord Engels spreekt. Met handen en voeten voeren we een gesprek. Lastig, maar we begrijpen elkaar. De kamer is weer fantastisch. Ruim, mooie badkamer en airco. Op loopafstand ligt het restaurant Osti Nati. We zijn vroeg en kunnen nog een tafel bemachtigen. Het eten is er fantastisch en de sfeer echt Italiaans. Authentieker kun je het, volgens mij, niet krijgen. Met volle buiken rollen we terug naar onze kamer. Het kon minder. 

profiel-12-08

kaart-12-08

Zaterdag 11 augustus: Venetië 

0 km (totaal 1005 km) – 0 hoogtemeters.
Camping Rialto (€27,=)

Stad zo wonderschoon
Overspoeld door toeristen
Ambivalentie

Deze keer geen achtergrondinformatie over Venetië. Daarover is genoeg te vinden op internet. We hebben de stad gisterenmiddag/avond en vandaag bezocht. Ik heb meer dan 100 foto’s gemaakt. De bedoeling was daar de tien mooiste uit te zoeken. Dat bleek te lastig want ik blijf op 12 steken. Die zie je hieronder.

De gevoelens over Venetië zijn wat dubbel. Het is ontegenzeggelijk een prachtige stad. Met zijn kanalen, bootjes, oude panden, kerken, pleinen en pallazo’s. Maar het is er zo druk en zo vercommercialiseerd dat ik me er niet prettig voel. Hoge prijzen voor alles. Dringen met de bootjes in de kanalen. Een deel van de uitbaters weet hoe je het de toerist naar de zin moet maken. Maar een groter deel is gewoon arrogant en maakt misbruik van de situatie. Natuurlijk is dit in elke grote toeristische stad zo, maar zelden heb ik er zo’n weerzin bij gevoeld als hier.

Toch hebben we ons vermaakt. We hebben veel gelopen en daardoor ook veel gezien. Natuurlijk de Rialto brug, het San Marco plein, de brug der zuchten en het ‘ghetto‘ van de Joden. Veel hoofdstraten en ook veel achteraf straatjes. Veel kanalen en veel bruggetjes. En teveel gondels. 

Daarnaast hebben we een Vaporetto genomen. Dat is een soort openbaar vervoer die je door de stad brengt. Voor €7,50 (pp) kun je er 75 minuten gebruik van maken. Als je in de buurt van het Le Roma plein op lijn 1 stapt, kun je meer dan een uur over het Grande Canal varen en zie je alles mooi vanaf het water. Wel uitstappen voordat je naar Lido gaat.

Heb ik er spijt van? Nee. Zou ik er nog een keer heen willen? Ja, maar dan in een wat minder drukke tijd. Zoal die bestaat. Mevr. van der Veeke was overigens weer gids in de stad. Zij heeft met straaltjes genoten. 

 

Vrijdag 10 augustus: Porec (Kroatië) – Mestre (Italië)

29 km (totaal 1005 km) – 102 hoogtemeters.
Camping Rialto (€27,=)

Als de weg weg is
En de kluts is compleet kwijt
Goede raad is duur

We staan om zes uur op en zitten om half zeven op de fiets. En dat allemaal om op tijd bij de boot te zijn die ons naar Venetië gaat brengen. Ondanks de airco heb ik niet zo goed geslapen want het was een stressvol gebeuren om de kaartjes hiervoor goed te krijgen.
Op dinsdag heb ik die via internet geboekt voor vrijdag via Venezia lines. Twee personen en twee fietsen, creditcard gegevens invullen, betalen en klaar. Maar niet heus.
De bevestiging heeft namelijk maar één fiets. Dus eerst mailen. Na een dag nog geen reactie. Bellen naar het kantoor in Italië. Wordt niet opgenomen. Nog een keer bellen en nog een keer bellen. Contact.
Uitgelegd wat het probleem is. De mevrouw spreekt half Italiaans en half Engels, dus ik kan haar moeilijk volgen. Maar goed, er was nog maar plek voor één fiets toen ik boekte. Terwijl ik er wel twee op kon geven. En nu? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Ze begrijp ons probleem. De fiets kan niet achter blijven. Ze gaat overleggen met haar supervisor en ze mailt me terug.
Wat er ook komt, geen mail. Weer zelf gemaild en nog geen mail.

Inmiddels zitten we in Kroatië en bel ik het kantoor daar. Een goed Engels sprekende mevrouw uitgelegd wat er aan de hand is. Ze snapt het helemaal. Natuurlijk kan ik Mevr. van der Veeke en/of haar fiets niet achterlaten. De fiets kan zo extra bijgeboekt worden en ik kan betalen bij inchecken. Helemaal opgelucht, maar ik vraag of ze mij hiervan een bevestiging wil sturen. Geen probleem, komt eraan. Have a good journey. Voor de zekerheid mail ik ook nog even dat ik op de bevestiging wacht.

Maar wat er ook komt, geen bericht. Niet op woensdag en niet op donderdag. Als we in Porec zijn, fiets ik langs het kantoor en leg weer het probleem uit. Ze weten van niets?! Maar zegt hij: ‘send me an email and I will mail you back‘. Ik dacht het even niet, ik wil het NU geregeld hebben. Nou dat kan, als ik de extra fiets dan ook meteen betaal. ‘Geen probleem, ik mail het wel’ zeg ik hem. Maar hij wil het toch echt contant hebben. Afijn, ik krijg een nieuw ticket met twee personen en twee fietsen. Eindelijk geregeld.

P

Tips voor fietsers:

  • Zorg dat je op tijd boekt want de fietsplaatsen zijn beperkt (6-8). Minimaal een aantal dagen van te voren.
  • Boeken kan via de site. Eerste stap gegevens invullen. Tweede stap fietsen toevoegen. Derde stap betalen (credit card).
  • Controleer je bevestiging. Staat alles er goed op?
  • Mailen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Bellen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Kantoortje zit in Porec bij het plein. Ga daar langs als het niet goed is.
  • Vraag daar om geschreven bevestiging.
  •  Zorg dat je op tijd in de haven bent want het is daar druk.
  • Vergeet niet om in de haven ook nog in te checken. Je hebt dan je paspoort(en) nodig.

Dus om zeven uur staan we bij de boot te wachten, die om half acht komt. Er staat al een rijtje mensen en het is wat chaotisch. Het blijkt dat ik me binnen ook nog een keer moet melden om een instapkaart te krijgen. De fietsen moeten afgeladen worden en zij zorgen voor het inladen van de spullen. Prima geregeld.

Binnenin is het een soort van vliegtuig. Krappe stoeltjes, maar wel airco en er is koffie en broodjes te krijgen. Zo jassen we er het laatste Kroatische geld doorheen. De overtocht zou twee uur en een kwartier duren. Met een vertrek van acht uur, zouden we er om kwart over tien moeten zijn. Om kwart voor twaalf fietsen we de haven uit.

Want… als we Venetië naderen mag de boot niet inhalen of snel varen. Dat kost een half uur. We mogen pas van boord als de boten met toeristen voor ons gelost zijn. Dat duurt een half uur. En we moeten door de douane. Dat duurt ook een half uur. Maar goed, we zijn er. Met alle fietsen en alle spullen. Nu alleen nog naar de camping en dat proces is een nachtmerrie.

Het eerste deel gaat goed. Op de lange brug naar het vasteland is een mooi fietspad aangelegd. Maar dan. We zitten links van 4 snelwegen, 6 spoorbanen en een water. En we moeten naar de andere kant. Er zou een tunneltje onder de weg moeten zijn, maar die kan ik niet vinden en staat ook niet (voor mij zichtbaar) aangegeven. Meerdere keren vragen leidt ons steeds verder van het tunneltje vandaan. We komen alleen maar opgebroken wegen tegen waar we niet verder kunnen. Opritten naar snelwegen en doodlopende wegen. Na een uur zoeken en 10 kilometer verder ben ik er helemaal wanhopig van. Uiteindelijk komen we er. Hiervoor tillen we de fietsen over een hek bij een spoorweg, steken we deze over en lopen er en stuk langs. Daarna fietsen we een stuk op de snelweg en steken we die ook over. Ik wens het niemand toe. Ook mezelf nooit meer. Maar we zijn in Mestre, waar ook de camping is.

Tip voor fietsers:
Blijf doorzoeken op de plek waar aangegeven staat waar de oplossing is. Laat je niet door anderen wegleiden. Ze snappen vaak niet wat het is om te fietsen en sturen je zo de snelweg op omdat dat de enige weg is die ze kennen.


De camping heeft een mooi schaduwrijk plekje voor ons. Geen gras, wel droge grond. We komen wat bij van de stress, douchen en gaan naar de stad terug. Dat doen we met de bus. Retourtje kost €3 (pp) en de bus stopt voor de camping. Het is leuk alvast even in de stad te lopen. Morgen volgt het Venetië verslag, maar nu vast een foto.


kaart-10-08

Donderdag 9 augustus: Triban – Porec (Parenzo)

64 km (totaal 976 km) – 699 hoogtemeters.
Apartments Ivicek Stojakovic (€70,=)

De Parenzana
Rotsblokken, keien en grind
De weg die mij sloopt

Met weemoed nemen we afscheid van de camping. Soms voelt een locatie gewoon goed en valt alles op zijn plek. Dit is er zo een. 

Vandaag had ik op het programma staan om de Parenzana door het binnenland te doen, maar door de ervaringen van gisteren houden we het eerst maar even bij het asfalt. We reizen door het dal van de Mirna, de weg is rustig en er is nog veel schaduw. Dat is wel nodig ook want bij vertrek stond de thermometer al op 29 graden.

Zo slingeren we ons door dit stukje oud Italië. Het gaat langzaam omhoog, dus goed te doen. Hier en daar staat één huis en is het meteen een plaatsje met bijbehorend unieke plaatsnaambord. Bijzonder.

In Sterna vinden we het even genoeg. Tijd voor koffie. Meteen worden we belegerd door een nest jonge katjes. Mevr. van der Veeke stopt er meteen een paar in de fietstas, maar gelukkig zie ik dat op tijd.

Alleen als we Oprtalj naderen moeten we even op de pedalen. Je ziet het al in de verte op een heuvel liggen. Het laatste stukje ga ik overigens weer lopen. Ben over de schroom heen en het gaat net zo snel.

In het dorp lijkt het of de tijd stil heeft gestaan. Op de hoek van het pleintje zitten oude mannetjes koffie te drinken en huisvrouwen staan te roddelen in de straat. Sommige huizen zijn vervallen en andere zijn weer prachtig.

Ook het uitzicht vanaf hier is mooi. Je kijkt zo over de vallei uit naar alle kanten. De lucht trilt in de hitte. Ik zou hier uren kunnen zitten, maar dan wel in de schaduw met een koel drankje.

Maar goed, dat gaat nu even niet lukken. De afdaling lonkt. In een serie van haarspeldbochten storten we ons naar beneden en verliezen onze hoogte tot op het bot. Daarmee komen we in Livade, wie kent het niet? Nee, ken je het niet? Hier is ooit een van de grootste truffels ooit gevonden. Ze hebben er zelfs een monument voor opgericht.

Wij gaan verder. Op de volgende heuvel (270 m) ligt Motovun, alweer zo’n middeleeuws stadje. Het stadje is niet alleen heel oud, het is ook onderdeel van de folklore van Kroatië. Het is de stad van de reus Veli Jose, die symbool staat voor de Kroatische populatie van Istrië die onderdrukt werd door de Duitsers en Italianen. Het is bedacht door de nationalist Vladimir Nazor, een van de bekendste Kroatische schrijvers. Wij bewonderen het in elk geval vanuit de verte en laten de reus rustig verder slapen.

We hebben het al moeilijk genoeg want dit deel kunnen we geen asfalt pakken en moeten we over de Parenzana. Een deel hebben ze vernieuwd wat betekent dat we in een grindbak rijden waar je zomaar Jos verstappen tegen kunt komen. Maar ook op de niet vernieuwde delen hebben we het zwaar. Je moet zo geconcentreerd rijden om de vuistgrote stenen te vermijden en het beste pad te kiezen, dat je geen gelegenheid hebt om om je heen te kijken. We zijn blij als we bij Meloni weer op de weg kunnen.

Het is heet en de vermoeidheid bouwt toch weer op. Met veel stops voor brood en drinken banen we ons een weg naar Porec. Daar zoeken we eerst het kantoor van de ferry op. Morgen vertel ik daar meer over. Daarna gaan we naar een terras en verwennen we onszelf met een koud drankje. Porec is het Volendam van Kroatië. Ik hoor meer Hollands en Duits om me heen dan lokale talen. En de straten zijn gevuld met souvenirwinkeltjes. Toch slenteren we even rond, je komt er tenslotte niet elke dag.

We eten een pizza in de stad en zoeken ons appartement op. Dat heb ik geboekt omdat we morgen om 7 uur al in de haven moeten zijn. Het ligt een paar kilometer van de haven en is super-de-luxe. De camping van gisteren was mooi, maar een kamer met airco heeft ook wel wat. We genieten nu extra van de luxe. Morgen steken we over naar Italië en dan staat Venetië als eerste op het programma.


profiel-09-08

kaart-09-08

 

Woensdag 8 augustus: Osp (Slovenië) – Triban (Kroatië)

64 km (totaal 912 km) – 654 hoogtemeters.
Eco Gecko mini (€20,=)

Afkoelen gewenst
Blauwe vlakte fluistert zacht
Van zadel in zee

Vannacht zijn we een beetje hersteld en we gaan weer met frisse moed op stap. Dit moet ook wel want gisteren zijn we ongeveer 200 meter afgedaald naar de camping. Dat voelde heerlijk en als een kadotje maar vanochtend is dat de eerste missie om die hoogtemeters weer terug te pakken. Een kleine bonus is dat we onder het hoogste en langste viaduct van Slovenië gaan.

Wij stappen hierna over op de Parenzana route. Daarover zo meer. Maar het is nog wel even een gepuzzel om op die route te komen. We gaan daarbij over de kleinste paadjes waar, zo het lijkt, al lange tijd geen fietsers zijn geweest.

Ooit liep er een spoorlijn van Trieste naar het huidige Porec. Dit deel van Istrië hoorde toen nog bij Italië en Porec heette niet Porec maar Parenzo. Het spoorlijntje werd La Parenzana genoemd en liep in Slovenië voornamelijk langs de kust. In Kroatië ging het meer het binnenland in. Het lijntje is niet meer. In Slovenië hebben ze er een prachtig fietspad van gemaakt. Mooi asfalt en bankjes. In Kroatië staat wel overal dat ze er geld voor gekregen hebben van de EU, maar dat is (nog) niet aan een fietspad besteed. Wij willen La Parenzana tot Porec volgen. Want het fijne van een fietsroute over een oude spoorlijn is, dat hij niet te steil wordt.

Istrië heeft een Italiaans ogend landschap. We zien cipressen, olijfbomen en heel veel wijngaarden. Het heeft acht eeuwen onder gezag van de Venetianen gezeten. Door de handel ontwikkelden zich de steden aan de kust. Koper (Capodistria), Piran (Pirano), Porec (Parenzo) en Pula (Pola). De meeste steden zijn hier tweetalig aangegeven. Na de eerste wereldoorlog viel Istrië toe aan Italië. Met name Mussolini zorgde voor het ‘veritalianiseren‘ van Istrië. Andere talen dan Italiaans werden verboden en veel Italiaanse kolonisten werden binnengehaald. Maar na de tweede wereldoorlog draaide alles om. Istrië hoort dan bij Joegoslavië en de Italianen werden terug naar hun land gestuurd. Het liep hier leeg maar dat had wel het voordeel dat het hier heel authentiek bleef, zeker in het binnenland.

De route loopt langs Koper, maar we willen zo’n mooie en bekende stad niet overslaan. Het heeft vele namen gehad. De Grieken noemde het Aegida, de Romeinen Capris en de Byzantijnen Justinopolis. Toen het in de 12e eeuw in handen kwam van de patriarchen van Aquileia werd het Caput Histria genoemd, het hoofd van Istrië. Door de vele handel in zout en graan groeide de stad. Het centrum oogt nog steeds Venetiaans, dus daar gaan we even kijken.

We fietsen over mooie paden langs de kust van de Adriatische zee. Overal zijn mensen aan het zonne- en zee-baden. Langs de weg staan palmbomen. We komen onder het Strunjan Nature Reserve door. Door het lokale microklimaat is het hier uiterst geschikt om dadelpruimen te laten groeien. Hier wordt 30% van die dingen geproduceerd.

Maar ik geniet nog het meest van de koele zeewind die hier waait. En het is heel erg rustig overal. Nergens de drukte van Zandvoort of Scheveningen.


In Izola gaan we ook even kijken. Mooie straatjes maar niet zo mooi als in Koper. En ze verkopen hier wel mooie hoedjes en dat is een van de zwakheden van Mevr. van der Veeke. 

Daarna gaat de spoorlijn meer het binnenland in. Waar wuivende rietvelden staan en uitgebreide wijngaarden.

En de spoorlijn moest soms ook door bergen heen en dan werd er een tunnel gemaakt. Daar zijn wij heel blij mee. Niet alleen zijn tunnels cool, ze sparen ook de spieren.

Iets meer in het binnenland klimmen we langzaam omhoog. Het fietst heel gemakkelijk en het voordeel hiervan is dat we mooie uitzichten krijgen. Zoals je ziet veel wijngaarden en in de verte de Adriatische zee.

Bij Fazan tikken we nog even de kust aan. Het water ziet er zo aanlokkelijk uit dat we strippen tot het ondergoed en er even induiken. Het is heerlijk om even af te koelen en je droogt zo weer op.

Hierna gaan we de grens met Kroatië over. We dringen ons tussen de rij met auto’s en voor het eerst moeten we weer ons paspoort laten zien. De Parenzana gaat hier gewoon door. Op een steenslagpad klimmen we langzaam omhoog met uitzicht op de baai waar we net omheen gefietst zijn. Je hebt nu mooi zicht op de zoutpannen aan de kust. Ze zijn nog steeds in gebruik om zout te winnen. Ook zien we in Kroatië veel reclame langs de weg voor truffels, fruit, wijn en grappa.

Het is inmiddels weer 34 graden en in een dorpje willen we wat drinken. Het eerste Kroatische contact is heel goed. Het meisje in de bar spreekt goed Engels, accepteert euro’s bij uitzondering en vraagt of ze onze bidons met koud water kan vullen. Ondanks dat Kroatië in de EU zit, maakt het nog geen gebruik van de euro. We moeten dus eerst ergens Kuna’s zien te pinnen. Over de Parenzana in Kroatië zijn we niet zo tevreden. Het zijn smalle paden, vaak wandelpaden met erg grove steenslag. Er is nauwelijks te fietsen. Al snel zoek ik steeds meer naar asfaltvarianten want eigenlijk heb je hiervoor een MTB voor nodig met weinig of geen bagage.

We hebben nog geld nodig en boodschappen. Dat lijken we in Buje te kunnen doen, maar, net als in Italië, liggen alle dorpen hier op een heuvel. Buje wordt ‘the sentinel (schildwacht) of Istria’ genoemd. Dus dat betekent omhoog ploeteren. Hetzelfde geldt voor Triban, waar de camping is. Maar het is het helemaal waard. Zelden zo’n mooie kleine camping gezien. Klein veldje in the-middle-of-nowhere, schoon, een wasmachine die we mogen gebruiken en banken buiten waar we kunnen koken en eten. Er is maar één nadeel; in de stapel hout en stenen naast onze tent huist een ‘viper‘ (giftige adder). Dus morgen eerst maar de schoenen schudden voor ik ze aantrek.

profiel-08-08

kaart-08-08

Dinsdag 7 augustus: Divace – Osp

26 km (totaal 848 km) – 206 hoogtemeters.
Camping Vovk (€24,50)

Geen hellingen deze keer
Ondergronds is lekker koel
Wondere wereld

Door vermoeidheid hebben we slecht geslapen. Je ligt wel en je slaapt wel, maar het lichaam is zo overbelast dat je ’s ochtends nog moe wakker wordt. We zitten om half negen aan het ontbijt. Normaal gesproken zitten we dan op de fiets met het ontbijt achter de kiezen en de tent op de bagagedrager. 

Vanochtend gaan we de grotten van Skocjan bezoeken. In ongeveer een kwartiertje lopen we naar de grotten. 

Er staat al een rijtje mensen voor de kassa maar we kunnen de tour van 10 uur nog boeken. Ongeveer samen met ongeveer de hele bevolking van Baflo.

De grotten zijn enorm en indrukwekkend. Het is lastig dit op de foto te zetten, maar hieronder toch een paar pogingen. Wat ik niet weer kan geven is de enorme ruimte daar ondergronds. Groter dan een kathedraal.

De gids vertelt allerlei interessante dingen. Hoe lang het duurt om 1 cm stalactiet te maken (150 jaar), hoe oud de grotten zijn (3 miljoen jaar) en het verschil tussen de grot die onder water loopt en de grot die droog blijft. Wij kijken onze ogen uit. Langs de wand van de grotten is een heel pad gemaakt die we aflopen. Als je in de buurt bent, dan is dit echt een aanrader.

Aan het einde van de tour loop je de grot uit en kun je door de krater weer naar boven lopen. Ook dit is indrukwekkend.

Bovenop lopen we nog even naar het uitzichtpunt. Daar heb je een mooi uitzicht over het landschap en het dorpje wat er tegenover op de rand van de krater ligt. Wanneer zou deze naar beneden storten?

Tip voor fietsers: er is een fijne plek om je fiets neer te zetten en daar zijn ook ‘kooien’ om je waardevolle spullen in op te bergen. Je kunt dus met een gerust hart een bezoek brengen aan de grotten.

Zo rond half een stappen we op de fiets. We merken dat de vermoeidheid van gisteren nog in de benen zit en komen nauwelijks de hellingen op. En als we dan, door een verkeerde routekeuze van mij, ook nog op een steenslagpad komen met vuistdikke stenen, is het helemaal klaar. We gaan voor de eerste camping. Maar eerst eten we nog een ijsco met uitzicht.

Om bij die camping te komen dalen we wel een paar honderd meter af. Het zij zo. De spieren staan hiervoor te juichen op de banken en morgen zien we wel verder. De camping ligt prachtig. De wand waar we tegenaan kijken is een mekka voor klimmers. Ze hebben koud bier, en zelfs speciale biertjes. Die neem ik iets teveel in omdat de campingbaas me, na een zwaar bier, trakteert op een ander zwaar biertje en ik heb geleerd dat het niet netjes is om af te slaan. Enigszins beneveld koken we ons maaltje en lig ik er vroeg in om mijn roes uit te slapen.