Donderdag 24 juli : Marianske Lazke – Brand

Darovanému koni na zuby nehleď.
(Don’t look at a gift horse’s teeth.)

Vandaag is de laatste dag in Tsjechië. Via rustige wegen gaan we eerst naar Cheb. En hierbij moet weer flink geklommen worden. In Dolno Zandov vallen de gevels van de boerderijen op. Het is een bepaalde ‘Frankisches’ stijl die hier ooit door een rijke boer geïntroduceerd werd. Het bestaat al een aantal eeuwen in deze vorm.

Cheb is een oude vestingstad met veel Duitse kolonisten. In de tweede Wereldoorlog wilden ze graag bij het derde rijk horen. Na het verliezen van deze oorlog hebben de Tsjechen deze Duitsers verjaagd maar de stad bleef daarna ‘fout’. Slowaken en zigeuners vestigden zich hier. Samen met oost-Europese prostituees en Vietnamese straathandelaren. Wij worden verrast door deze stad want het ziet er gewoon allemaal (weer) mooi uit. Het kan zich zeker meten met Plzen qua schoonheid en gebouwen. We lopen door een gezellige winkelstraat en het wemelt van de terrasjes. Leuke stad om te bezoeken.

We hebben hierna een heel stuk autoweg naar de grens toe. Er is gelukkig een goede vluchtstrook en het loopt af, dus we kunnen wel vaart maken. Vlak voor de grens komen we op de Wallenstein route en via een naamloze grensovergang verlaten we het land. Het is dat ik op de GPS zie dat er op de grens een kunstwerk paal staat anders hadden we het niet geweten.

Nog even een paar indrukken van Tsjechië. Het is een mooi land. Met veel natuurschoon, goede fiets (infra)voorzieningen. Én het is ontzettend goedkoop. Wat me ook opviel was de zichtbare armoede, zeker in het oosten. Het drankgebruik (het is volkomen normaal om al om 10 uur aan de pils te zitten) en het xenofobe gedrag van de Tsjechen. Vooral dat laatste heeft me erg gestoord. Als ik hier een volgende keer heen zou gaan, dan zou ik me iets meer in de gebruiken van de Tsjechen verdiepen en wat meer van de taal leren. Misschien dat je met simpele zinnetjes wel contact krijgt, want het is mij niet gelukt. Toch valt de balans positief uit. Ik ga hier zeker nog een keer heen want het is én genieten in de grote steden én genieten in de nationale parken.

Ondanks dat het vlakbij is, voelt het toch anders in Duitsland. De routes zijn ‘speelser’. Ze variëren wat meer in op en neer, er zitten wat meer bochten in en er is door de dorpjes veel meer te zien. Ook is het hier een stuk verzorgder en welvarender.

En we kunnen weer een praatje maken. Ik had het niet bewust gemist, maar het voelt gewoon heel fijn om op straat aangesproken te worden met de vraag waar de reis heen gaat. Iets wat ons in Tsjechië nooit overkomen is.

Er is regen en onweer voorspeld. In de verte zien we ook dreigende wolken hangen. Het flitst en het dondert. Volgens de wind zouden we ingehaald moeten worden door het onweer en een tijdje lijkt dit ook het geval. Maar we ontspringen de dans en in de loop van de middag is het weer blauw en zonnig.

De route gaat vrij vlak door. We hopen in Marktredwitz een camping te vinden. Het blijkt alleen een camperplek te zijn. Gezien het goede weer willen we toch eigenlijk wel kamperen. Volgens het boekje is er een camping in Brand, een eindje verder op de route. (Het verwarrende is dat we een paar kilometer terug ook door een Brand zijn gekomen maar dat is een andere Brand.) Dat betekent dat we nog een kilometer of 20 verder moeten én dat we het eerste deel van de klim naar de Fichtelberg al moeten doen. En die wilden we eigenlijk voor morgen bewaren. Uiteindelijk kiezen we toch voor de camping in Brand, doen wat boodschappen en gaan op weg.

In tegenstelling tot gisteren gaat het klimmen aan het einde van de dag nu beter. Het gaat niet vanzelf maar redelijk goed komen we boven. De klims staan altijd met pijltjes in de route. Als het wat moeilijk gaat fantaseer ik dat de routemaker een pijltje verkeerd heeft gezet. En dat we in plaats van een klim een afdaling krijgen. Dat gebeurt nooit, dus soms help ik een beetje. De klims omcirkel ik altijd de dag ervoor. En soms omcirkel ik ook een afdaling. Zodat ik toch een gelukje lijk te hebben.

Eigenlijk willen we eerst nog eten voor we naar de camping gaan. In Ebnath is alles gesloten of opgedoekt. Bij de enige die open lijkt, informeer ik even. Maar de vrouw achter de tap eet, denk ik, zelf alles op gezien haar omvang en het feit dat ze ‘kein fressen’ voor ons heeft. Daarom maar door naar Brand, we hebben altijd onze noodmaaltijd nog. In Bernlohe Fuhrmannsreuth komen we langs een kroeg. Ze gaan net open en we worden hartelijk ontvangen. Ze serveren een uitstekende maaltijd. Een een Radler. Daar was ik wel aan toe.

Op de plek waar de GPS zegt dat de camping moet zijn, is alleen een huis. Er is niemand thuis. Even vragen (dat kan hier weer, heerlijk!) vertelt ons dat hij iets verderop zit.

Als we daar aankomen dan blijkt dat de camping betere tijden gekend heeft. Er staan wat caravans, in verschillende staten van ontbinding, en er zijn wat ongemaaide weitjes. Het lijkt wel een Roma kamp. Maar verder fietsen is geen optie. Ook hier blijkt het allemaal wel mee te vallen.

Een goed Engels sprekende Duitse vrouw geeft ons een sleutel. Daarmee kunnen we in de wc en douche. Vroeger was hier een ‘freibad’ (zwembad). Maar sinds de gemeente dit gesloten heeft en laat vervallen, gaat het hard achteruit. Vroeger stonden hier wel zestig tenten en caravans. Nu nog een handje vol dat stug volhoudt.

Saskia vindt een mooi plekje in een weide waar het gras enkelhoog staat. In de avondzon zetten we de tent op. Het is inmiddels al half acht. Daarna hebben we voor 50 cent een heerlijke douche. Voor de camping hoeven we niets te betalen. Volgens de vrouw van de sleutel is het ‘maar één nachtje’ en de camping ‘is niet zoveel meer’. Dat is mooi. We zitten nog een tijdje buiten maar als de mugjes aan tafel willen gaan, vinden wij het tijd voor bed.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 90 (totaal 831)

Afstand tot Baflo: 530 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 1101

Hier zijn we 

Woensdag 23 juli : Plzen – Marianske Lazne

Hlad je nejlepší kuchař. 

(Honger is de beste kok. )

Het was een dag met weinig spectaculaire gebeurtenissen. Maar niet zonder hoogtepunt want in de middag klimmen we bijna naar 800 meter hoogte.

Plzen uit fietsen was een fluitje van een cent. Al vrij snel komen we op binnenweggetjes en dat is het beeld van de dag geweest. De route gaat veel buiten de dorpjes om. Soms zien we een mooie in de verte liggen. Listany is een goed voorbeeld. Op een heuvel met het dorp gedomineerd door de kerk.

De dag begint makkelijk maar al snel moeten we klimmen. Het eerste stuk gaat dat prima. Later op de dag kost het toch wel wat moeite. In het bos maken we soms een koffie om even bij te komen.

Via een cache komen we bij een prachtig kapelletje in het bos. Er zijn meerdere bronnen en de verhalen gaan dat blinden hier ziende vertrekken en lammen hun krukken achter laten. Het water van de ene bron is drinkbaar maar we durven het toch niet aan.

Tegen 12 uur bereiken we Konstantiovy Lazne. Er zijn hier natuurlijk bronnen en het dorpje heeft veel kuur hotels. Het ziet er in elk geval sjiek uit. Een kleine kopie van Marianske Lazne, waar we vanmiddag eindigen.

Bij Klaster Tepla zijn ze met de brug bezig. Met Saskia’s glimlach en charme laten ze ons er wel langs want we hebben net een afdaling gehad. Omfietsen zou zeker een uur kosten.

Klaster Tepla is al heel oud. Zeker van de 12e eeuw en in de tussentijd is het twaalf keer geplunderd, zes keer afgebrand, overleefde twee pest epidemieën en dreigde zes keer gesloten te worden. Ze zijn er dus wel wat gewend. En het heeft een van de grootste en oudste bibliotheken van het land. Ze zijn druk bezig met de restauratie ervan. We eten er een ijsje en bekijken het eens goed. Let op de torens. De ene is al wel opgepoetst en de andere nog niet.

Daarna klimmen we bijna aan een stuk tot Marianske Lazne. Er staat een lekkere bries en de temperatuur is wat lager dan de afgelopen dagen. Dat maakt het iets gemakkelijker. Maar daar staat weer tegenover dat het wegdek soms heel slecht is.

En soms is het wegdek helemaal weg.

Marianske Lasne is een luxe kuuroord. Er staan alleen maar paleizen. Het lijkt wel een sprookjesplaats want de ene is nog mooier en nog groter dan de andere.

Zelfs na 26 jaar weet ze me nog te verbazen. Het lijkt wel of iemand anders bezit heeft genomen van haar lichaam en geest. Niet eerder heb ik haar naar een hot-dag horen talen. Ze heeft een hongerklop en spied in een zijstraatje een wok restaurant. Daar eten we noedels met kip en groenten. Alles samen voor nog geen €8. Daar kun je nauwelijks zelf voor gaan koken. 

Daarna is het voornamelijk afdalen naar de camping Luxor. Onze laatste in Tsjechië. Het is weer een koopje voor 180 kr.

Het is eindelijk ook een ‘echte’ camping zoals we die gewend zijn. Met de buik al vol hebben we een rustige avond. We merken dat we wat hoger zitten (600 M) want later op de avond heb ik voor het eerst de lange broek en de trui aan. Morgen verlaten we Tsjechië en kijken we wat Duitsland ons te bieden heeft. In het routeboekje zie ik dat het in elk geval weer klimmen wordt, want we gaan het Fichtelgebergte in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 78,8 (totaal 741)

Afstand tot Baflo: 570 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 972

Hier zijn we 

Dinsdag 22 juli : Komarov – Plzen

Malé ryby taky ryby. 

(Small fish is also fish.)

Het heeft de hele nacht door geregend. In bijbelse proporties. We zijn blij dat we droog liggen. Nu had dit in het tentje ook goed gegaan, maar dit is toch wel iets comfortabeler.

Als we vertrekken is het nog steeds grijs. Op de hellingen hangen tussen de bomen flarden mist. Ik begin met een jasje aan, maar dat kan na een paar kilometer al uit. Het is eindelijk lekker fris. Dit komt ook door het briesje dat er staat.

We maken er vandaag een korte dag van. We lopen voor op het schema… Huh, wacht… We liepen toch achter? Ja, die verleden tijd is goed. Liepen. In Praag had ik tweeënhalve dag gepland en daar zijn we maar één dag geweest. En de etappe gisteren had ik korter gepland omdat de camping al na 45 kilometer was. Die hebben we overgeslagen en daardoor lopen we nu ineens weer een halve dag voor.

Afijn, op de route ligt Plzen. Dit is de vierde stad van Tsjechië. En het is de laatste grote stad die we in Tsjechië tegenkomen. Daarom besluiten we hier vroeg aan te komen en nog even af te kicken van de pracht en praal.

De drukke wegen waar we gisteren op zaten zijn gelukkig niet kenmerkend voor de route. Vandaag hebben we rustige wegen, off-road tracks door de velden en bospaadjes. Prachtige routes. En mooie koffieplekjes.

Vlak voor Strasice rijden we even om vanwege een oude boerderij.

Daarna komen we bij Rokycany. Ook een grotere stad. Groot geworden door het ijzerwerk. We gaan even door het centrum maar het is niet echt bijzonder.

Door de overvloedige regenval zijn de kabbelende beekjes veranderd in woeste waterstromen. We kruisen ze een paar maal en soms blijven ze ternauwernood boven water. Ook op de weg staat vaak veel water. De fietsen zien er aan het einde van de dag niet uit. 

Het eerste deel van de dag dalen we veel. Dat fietst wel lekker zo zonder inspanning. Maar in de loop van de middag wordt dit ruimschoots ingehaald. Daardoor naderen we Plzen vanaf een heuvel en zien we het in de verte liggen. De naburige voorsteden steken mooi af met hun moderne architectuur. 

De campings zijn ver buiten de stad, dus we zoeken weer een pension. We komen weer eens in een stad die volkomen opengebroken ligt. Dat maakt het zoeken niet gemakkelijker. We ploegen veel door het zand en de stenen. Het eerste pension zit al vol ondanks het vroege tijdstip. Bij de tweede, Pivnice U Salzmannů, is nog wel een kamer voor ons.  Het zit in een van de meest historische pubs van Plzen en daar zijn het iets andere prijzen dan gisteren. Hier betalen we 1450 kr. Maar daar krijgen we dan ook een mooie ruime kamer voor, op de hoek van de markt en midden in het centrum. De fietsen mogen in de kelder. We douchen, wassen en gaan de stad even in.

Plzen is een studentenstad en de Skoda komt er vandaan. Toch is de stad voornamelijk bekend van het bier (Pilsner Urquell). Dat maken ze hier al vanaf de 14e eeuw. Eerst met heel veel losse brouwerijtjes, maar vanaf 1842 als één bedrijf. En sinds die tijd gaat het goed met ze. In Tsjechië wordt, per hoofd van de bevolking, het meeste bier ter wereld gedronken. We kunnen dat beamen want we zien veel mensen om 11 uur ’s ochtends al met zo’n goud-gele rakker zitten.

We hadden een tour door de brouwerij willen maken maar daarvoor is de tijd te krap. Wat we wel doen is de gebouwen van het centrale marktplein bekijken. 

We zien de kathedraal (met de Pilzen Madonna, verzin zelf maar wat dit kan zijn) en we beklimmen de toren (301 treden, 100 extra hoogtemeters vandaag). Het is de hoogste van het land.

Daarna kijken we in de synagoge. Hier is ook een mooie foto tentoonstelling over het leven in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Het weer is helemaal opgeklaard en we hebben weer blauwe luchten en hete straten. Daar wordt ik dorstig van en we gaan dan ook wat drinken. Één keer raden wat…

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 60 (totaal 662)

Afstand tot Baflo:  623 km

Aantal hoogtemeters: 528

Hier zijn we 

Maandag 21 juli : Praag – Komarov

Chudobná to myš, co jen jednu díru má.
(It is a poor mouse that has only one hole.)

Na dagen van hitte is er nu minder goed weer voorspeld. Vannacht vielen er een paar druppels op de tent. En er was een harde donderslag, maar daar bleef het dan ook bij. We rijden met tropische temperaturen Praag ook weer uit.

We zijn nu van de Greenway af en zitten op de route van de Europafietsers. Hiermee volgen we eerst de rivier de Moldau een tijdje. Een mooi fietspad wat kwistig gebruikt wordt door skaters, fietsers en hardlopers.

Het boekje bevat minder informatie dan het Greenway boekje terwijl er genoeg te zien is. Bijvoorbeeld het klooster bij Lety. En al die leegstaande fabrieken hier. Wat produceerden die? En waarom doen ze dat nu niet meer?

Na Revnice wordt het een aaneenschakeling van dorpjes. Of eigenlijk een groepje huizen. We zien geen scholen. En weinig dorpsplein. En geen grote kerken meer. Hing er ten oosten van Praag nog op elke straathoek een Jezus of Maria, hier moet je ze met een vergrootglas zoeken.

Het landschap is ook anders. Was het in het oosten nog bezaaid met korenvelden, hier zie je wat meer veeteelt. En ook grote stukken braakliggende grond. Wat meer beboste hellingen en daar tegenaan een dorpje dat een Oostenrijkse uitstraling heeft.

Een enkel dorpje heeft een winkel. Daar kijken we naar uit. Als de oranje-witte kleuren van de Coop in zicht komen, zijn we helemaal blij. Door de warmte blijf je drinken en water smaakt op den duur niet meer. We mixen het dus met wat anders. Soms cola, soms sinas en soms ijsthee.

Een van de dorpjes die eruit springt is Neumetely. Een langgerekt geheel dat goed onderhouden huizen, tuintjes en een straatbeeld heeft. En een Coop.

Iets verderop zien we een paar Nederlandse fietsers staan. We stoppen om even een praatje te maken en het blijkt een collega te zijn van mij. Harm-Jan Fonk is samen met zijn kinderen en zijn zus de route aan het fietsen. Bijzonder om hem hier tegen te komen. We wisselen wat informatie uit en gaan weer elk onze kant op.

De weg daarna valt een beetje tegen. Een drukke autoweg, die doorloopt tot het eindpunt van de dag. De landschappen zijn nog steeds aardig. Maar de weg gewoon minder leuk.

Horrovice is een grotere stad. We kijken even bij het klooster en het kasteel.

Daarna door naar ons eindpunt van de dag. Dat is Kamarov. Hier is geen camping dus we moeten op zoek naar een pension. In het boekje staan wel adressen, maar niet op mijn GPS. Iemand aanspreken in het dorp geeft eerst weinig response. Soms rennen ze gewoon weg. Niemand spreekt wat anders dan Tsjechisch. Ook de jongeren niet. Ze ratelen wat in het Tsjechisch. Als ik dan in het Nederlands terug praat, krijgen ze door dat dit niet werkt. En ondanks dat het een gat van niets is, herkennen ze de adressen ook niet.

Uiteindelijk weet een dame ons naar het hostel te leiden. Een oudere dame, die toch al niet moeders mooiste is, zonder voortanden doet de deur open. Het is geen hostel meer, maar een pension.

Het is een oude school waar wat slaapkamertjes in gemaakt zijn. Daar krijgen wij er een van en het lijkt niet veel soeps. Toch zijn we er blij mee want de lucht was eerst dreigend, maar nu gaan alle sluizen open. De fietsen kunnen in de hal staan en we douchen weer samen in de kleedkamer van de gymzaal. Een fijne douche. We betalen hier 200 kr. (8 euro) voor en eenmaal geïnstalleerd voelt het best goed.

Ondertussen gaat buiten de Zondvloed door. Toch moeten we ook nog eten. In de regen lopen we het dorp in. We kopen ontbijt voor morgen en informeren bij de winkelier. Daar komt geen woord uit. We spreken wat rondhangende jeugd aan. ‘Restaurant’ is kilometers verderop. We lopen nog maar even door en daar is de reddende pizzeria. Ze serveren uitstekende salades en omdat ze wifi hebben rekken we het eten nog wat op met extra kopjes koffie. Zo kan ik de reisverslagen van de afgelopen dagen posten.

Het blijft maar regenen, dus we komen nat weer thuis. In de kamer is het nog lekker warm, dus dat droogt zo. Voor het eerst, sinds een week, weer in een normaal bed. Ik kijk er naar uit.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 67,8 (totaal 602)

Afstand tot Baflo: 644

Aantal hoogtemeters: 516

Hier zijn we

Zondag 20 juli : Praag

Co můžeš udělat dnes, neodkládej na zítřek. 

(Wat je vandaag kunt doen, daar moet je niet tot morgen mee wachten. )

Het was fantastisch in Praag. Het is zondermeer de mooiste stad die ik ooit heb mogen bezoeken. Wat een prachtige gebouwen. Wat een mooie straatjes. Wat een gezelligheid. Maar ook, wat een hitte. En wat een drukte.

We hebben geen musea bezocht maar ons meer laten (ver)leiden tot de geest van de stad zelf. Hieronder een kleine foto impressie. En een paar details.

– Er was een Hara Krishna bijeenkomst. Niet dat ik erbij wil, maar die lui weten wel van feestvieren zeg.

– het was zo heet dat er continu tankauto’s rondreden die water spoten. En iedereen ging daaronder.

– Mooi vond ik de oude markt met de astronomische klok.

– Mooi vond ik een aantal gebouwen.

– we hebben ons twee keer laten verwennen door een Thaise massage. Een keer het onderstel en een keer de rug en schouders.

– alleen al op een terrasje gaan zitten kost geld. En de fooi die tellen ze vast bij de rekening op. Het waren opeens weer west-Europese prijzen.

– bij het pinnen werd ik op het verkeerde been gezet. Normaal staat er 1000 (€40), 2000 (€80). Hier staat er een nul meer waardoor ik ineens met €800 aan kronen sta.

Maar voor de rest een geweldige dag gehad. 

Leuke straatmuzikanten

Beeld op de Charles bridge.

Een nog mooier beeld op de Charles Bridge

De avond valt.

Zonsondergang over het paleis.

Bijna donker

Wencelas plein.

Graffiti.

Feest vierders.

De astronomische klok

Even achter de water auto staan.

Huizen aan de oude markt.

Synagoge in de Joodse wijk.

Uitzicht over de stad.

Charles bridge.

Zaterdag 19 juli : Tinec nad Sazavou – Praag

Vyhni se opilému, jakož i bláznu. 

(Avoid a drunkard as well as a fool.)

Afgelopen nacht was een van de slechtste van mijn leven. Ik had al verteld dat het hier heel druk is op de camping. En veel kampvuurtjes. En waar kampvuren zijn materialiseren automatisch gitaren. Ook bij de groep naast ons. Helaas. Nu vind ik wat gitaarspel en gezang -even- niet erg. Maar als je denk dat je Kurt Cobain bent en zingt als manke Nelis én dit blijft volhouden tot half een, dan heb ik er wel even genoeg van gehad. Dan mag van mij de gitaar wel in het kampvuur. En in dit geval de zanger ook. Maar dit was nog niet het ergste van deze nacht.

Soms schrik je een beetje. Soms wat meer. Wat hartkloppingen en dan is het weer goed. En soms schrik je héél erg. Een moment van pure paniek. Dit was zo’n moment.

Om half vier wordt ik -deels- wakker. Saskia is aan het gillen en duwt iets weg bij de ingang van de binnentent. Ik weet niet wat het is, maar ik veer omhoog en voel iets hards bij diezelfde ingang. En dat kan helemaal niet. Want daar hoort alleen lucht te zijn. Ik begin het ook weg te duwen en meteen begin ik ook te schreeuwen. Dat gaat zo een minuut door. We schreeuwen en we duwen ‘iets’ weg. Het lijkt een scène uit een aflevering van Scooby Doo.

Ik ben eigenlijk nog in slaap maar het lijkt een nachtmerrie en het lichaam giert van de adrenaline. We komen erachter dat er een man in ons voortentje zit. Ik zit tegen zijn hoofd aan te duwen. Hij zit op de knieën. We doen de rits open en kijken. Hij blijft eerst naar beneden kijken. Dan kijkt hij ons met lodderige ogen aan. Ik was bang dat hij ons wilde overvallen. Maar hij blijkt zo dronken te zijn als een tor. Waarschijnlijk vergist hij zich in de tent. Hij spreekt geen Engels en geen Duits. Langzaam ontstaat er wat verstandhouding. Op het moment dat hij zijn hand uitsteekt en we handen schudden, weet ik dat we eruit zijn. Nu hoeven we hem alleen nog de tent uit te werken. Dat lukt na een tijdje. Ik zet hem in de goede richting en hij waggelt die kant op. Even ben ik bang dat hij in het water valt, maar het gaat goed. Je begrijpt dat de slaap hierna niet snel meer komt. Een traumatische ervaring en het duurt dan ook een dag of wat voor we hierover zijn.

Een paar uur later staan we op, drogen de tent en vertrekken. Hier zijn geen goede herinneringen gemaakt. Toch was het een mooi plekje.

De route naar Praag is niet zo lang meer. Ongeveer een 50 kilometer staan vandaag op het programma. Waarvan de laatste 20 eigenlijk door, de buitenwijken van, Praag lopen.

Onderweg zien we niet heel veel bijzonders. Het hart zit al in Praag. Toch staan we even stil bij een golfclub in Stirin. Een prachtig gebouw.

Ik ben elke keer weer verbaasd hoe gemakkelijk je zo’n grote stad binnenkomt. We fietsen kleine stukjes door woonwijken, maar het grootste deel gaat door bossen en parken. En soms door het water.

We hebben goede berichten gehoord over de camping (Camping Caravaning) op het schiereilandje in de Moldau (Vltava). En ze blijken helemaal te kloppen. We komen op een mini veldje met uitzicht over de rivier. De douches zijn perfect, de fietsen kunnen binnen gestald worden en we kunnen onze elektronische spulletjes opladen bij de receptie. Het is wel iets prijziger (320 kr. per nacht) dan wat we eerder betaalden, maar ik vind het elke kroon waard.

Bij binnenkomst krijgen we een beschrijving (in het Nederlands!) hoe je met de tram (enkele reis 32 kr.) in de stad komt. En dat doen we ’s middags dan ook. Praag is fantastisch. Maar daarover morgen meer.

Getallen van de dag

Aantal kilometers:  49,4(totaal 534)

Afstand tot Baflo: 658

Aantal hoogtemeters : 409

Hier zijn we 

Vrijdag 18 juli : Tabor – Tynec nad Sazavou

Nežeň se očima, ale ušima. 

(Choose a wife rather by your ear than by your eye)

Regende het gisteren nog, vandaag is het weer strak blauw. Maar zo’n heldere nacht betekent weer een hoop vocht. Om half negen is alles droog genoeg om in te pakken. Alleen de was gaat nat mee, maar die drogen we onderweg wel.

Bij Borotin komt het fototoestel voor het eerst uit de tas vandaag. Je wordt een beetje blasé van alle uitzichten, daardoor maak ik veel minder foto’s dan de eerste dagen. Maar de beschrijving geeft aan dat Borotin een ‘picturesque village’ is en dat kan ik helemaal beamen.

In Cerveny Ujezd gaan we op zoek naar villa Vallila. Hier schijnen mooie sculpturen in de muren verwerkt te zijn. Na wat vragen vinden we het. En het zijn inderdaad mooie sculpturen. We waren al nieuwsgierig hoe je ‘the rapid passage of time’ en ‘how time causes wrinkles’ zou moeten weergeven. Nou zo dus! Helaas staat het gebouw in de steigers dus er is geen goede foto van te maken.

Misschien dat je hier nog wat kunt vinden.

Sedlec-Prcice is een tweeling dorp. Net zoiets als Baflo en Rasquert maar dan wat groter. We komen eerst in Prcice. Dat heeft een mooi groot plein, maar weinig schaduw. 

Met deze temperaturen is het bakken en braden hier. We aanschouwen het vanuit de schaduw en gaan even op zoek naar de ‘Prcice clodhopper’. Die kun je verdienen bij de jaarlijkse wandeling van Praag naar Prcice. Bijzondere lui, die Tsjechen…

Onderweg doen we nog een broodje. Op een plek waar alles bij elkaar komt binnen één foto. Als je goed kijkt zIe je het bordje van de Greenway, een vereringsbeeld (toch wel een kenmerk van dit land, er staat er een om de honderd meter), onze vervoersmiddelen, de was aan de lijn (tekenend voor hoe we leven als zwervers) en wijzelf.

Ook komen we hier een Engels echtpaar, Jack en Nicola, tegen waar we een praatje mee maken. Ze zijn al drie (!) jaar onderweg, door heel  Europa trekkend. Op de fiets.

Het gebied waar we nu doorheen gaan is ook een wintersport gebied. Dat zien we aan de bordjes voor de skiliften en soms zie je ook een ski helling vrij gemaakt van bossen. Het tekent een beetje de dag. We moesten veel klimmen. 

Maar vanaf Neveklov is het voornamelijk dalen. Neveklov is een mooi stadje. Hier weten ze wel hoe je een centraal plein mooi moet inrichten. Alleen zijn ze in Neveklov een beetje in de barok blijven hangen. Een barokken kerk met barokken poorten en op het plein een barokken plaque. Voor mij iets te barokkig.

In Tinec nad Sazavou treffen we voor het eerst een vollere camping. We betalen 140 Kr. om rondom een sportveld te mogen kamperen. We kunnen gebruik maken van de sanitaire faciliteiten van het sportveld. Het ligt langs een rivier en er staan ook legio kanovaarders. Wel gezellig zo. Voor de douche betalen we nog 70 Kr. Hiervoor zitten drie generaties dames die de sleutels beheren van de douche. Na betaling, lopen ze mee om de deur te openen. Niet alleen de camping is gezellig, ook de douche. Het zijn er twee naast elkaar dus we kunnen tegelijk douchen.

‘S Avonds gaan we eens een keer uit eten. Het is onze trouwdag en dat moet gevierd worden. Dat lukt prima met een goede maaltijd.

Als we teruglopen zien we van verre al de zwarte wolk boven de camping hangen. Het is er nog weer voller geworden en velen stoken een vuurtje of een BBQ op. En terwijl de duisternis valt, kijken we uit over het veld. En we denken; het was goed zo vandaag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 71,8 (totaal 485)

Afstand tot Baflo: 

Hoogtemeters : 882

(Ik heb gemerkt dat mijn GPS dit getal ook bijhoudt per dag. Voor de fietsers is dit een leuk getal om te weten.)

Hier zijn we 

donderdag 17 juli: Homi Lotha – Tabor

Do zavřených úst nevletí moucha.  (A closed mouth catches no flies.)

Het is erg vochtig als we opstaan. De was is alleen maar natter geworden en van de tent druipt het water naar beneden. We hangen daarom alles maar even in de zon terwijl we ontbijten.

We zijn vrijwel meteen na vertrek in de stad Jindrichuv Hradec. Dit is meteen de grootste stad die we tot nu toe tegenkomen. Het heeft van oudsher op een kruispunt van wegen gelegen en is daardoor gegroeid. Het is jammer dat het centrale plein zo ontsiert wordt door blik want de huizen aan dit plein zijn erg mooi. 

We fietsen even door de stad heen en nemen de grandeur in ons op. Heel anders dan in het oosten van Tsjechië waar alleen de kerk er mooi uitziet. Ook hier is natuurlijk weer een kasteel, deze keer met molen.

Als we de stad verlaten zitten we niet op de ‘Greenway’, maar op een van de alternatieven. En dat is jammer want dit is gewoon een autoweg. Na een paar kilometer kunnen we weer op de route aansluiten. 

Dat brengt ons in Studnice. Uit ervaring kunnen we zeggen dat daar niets is. Alleen één oorlogsmonument voor beide wereldoorlogen. Het is in deplorabele staat. Blijkbaar zijn alle veteranen, die het moeten onderhouden, dood. Voor ons is het een mooi plekje voor de koffie. Deze keer met Tsjechische koeken.

Als we Studnice verlaten zien we ineens een stenen cirkel. Daar doe je ons altijd een plezier mee. We wisten niet dat die hier ook waren. Het gras binnen de cirkel staat tot heuphoogte maar dat maakt hem alleen maar mooier. Helemaal blij fietsen we verder.

Zonder kasteel doe je hier niet mee. We bewonderen het kasteel van Pluhuv Zdar en daarna die van Cervena Lotha. Vooral die laatste ligt er erg mooi bij in zijn rode kleur. En dat vinden een hoop andere mensen ook want het is hier druk. 

Het boekje verbaasd ons telkens weer door zijn bijzondere taalgebruik. In Dirna is een ‘devotional pillar’. We zijn wat teleurgesteld als het gewoon een oorlogsmonument is. Ongeveer dezelfde als waar we koffie bij hebben gedronken.

We zijn er zo klaar mee.

In Tupcapy doen we een tweede koffie en een broodje op de stoep van de ‘Church of St James’, terwijl de huisvrouwen achter ons het gazon maaien. We hebben wel eens rustiger gezeten.

Ons ons heen zien we weer een vergadering van donkere wolken ontstaan. We lijken de dans aardig te ontspringen maar als we van Plana naar Lom fietsen moeten we toch even schuilen in een bushokje. Het blijft wat regenen, dus de jas gaat aan. Later horen we dat we geluk hebben gehad. Het heeft gehoosd, inclusief bijbehorende storm. 

In Tabor dalen we helemaal af naar de rivier. Dat dalen is wel lekker, maar het centrum van Tabor logt bovenop een heuvel. We moeten uiteindelijk ook weer omhoog want dat centrum willen we graag zien. 

Tabor is nog groter dan Jindrichuv Hradec en nog mooier. Het staat al mee dan 600 jaar boven de rivier de Luznic. De legendarische krijger Jan Zizka heeft de stad groot gemaakt. 

Het centrale plein is dan ook naar hem genoemd. De huizen aan dit plein zijn weer prachtig. We kijken onze ogen uit.

Iets boven Tabor kunnen we op autokamp ‘Mali Jordan’ terug. Hoe dichter we bij Praag komen, hoe duurder het wordt. Hier betalen we 264 Kr. inclusief drie keer douchen. Hier komen we we ook andere Nederlanders tegen. Een vader met zijn zoon die gemiddeld 125 km (!) per dag doen. Verder is het niet druk op de camping. 

Ook hier koken we zelf weer een maaltijd. Helaas begint het aan het einde te regenen zodat we het toetje in de tent moeten eten. De regen duurt maar een half uurtje dus voor het donker wordt kunnen we nog afwassen en opruimen. Ik zit nog even bij de aanpalende kroeg, maar ook die sluit om negen uur, dus we liggen er vroeg in vandaag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 67,7 (totaal 413)

Afstand tot Baflo: 715

Hier zijn we 

Woensdag 16 juli : Langau – Homi Lotha

Bůh dá den, Bůh dá pokrm. (Each day brings it own bread).

In tegenstelling tot gisteren rijden we vandaag veel op de gewone weg. Dat maakt het klimmen wat gemakkelijker en het dalen een genot. En omdat we wegen hebben waar weinig auto’s komen, is dat helemaal goed. De route is ook iets minder heftig dan gisteren. We hopen vandaag iets meer kilometers te kunnen maken terwijl we wel weten dat het reisschema, dat ik thuis achter mijn computer gemaakt heb, echt niet haalbaar is.

Zolang we westwaarts gaan, evenwijdig aan de grens, volgen we nog steeds het voormalig ijzeren gordijn. Wel zien we dat het steeds een beetje welvarender wordt. De tuintjes zijn onderhouden en de huizen zIjn minder vervallen dan in het oosten. Blijkbaar is hier meer rijkdom. We passeren mooie dorpjes. Stalky is bijvoorbeeld zo’n mooi grens stadje met een gotische kerk. Uhercie is wat groter en er staat een prachtig kasteel dat ze volop aan het renoveren zijn. Tijdens de communistische periode is veel adel verdreven en was het zelfs verboden om onderhoud aan je huis (of kasteel) te doen.

En Vratenin kan zo meedoen aan de verkiezingen van mooiste dorp van het jaar. Iedereen heeft hier zijn best gedaan het er zo mooi mogelijk uit te laten zien. Het heeft niet voor niets een beschermd dorpsgezicht.

Omdat het zo warm is kopen we vaak wat te drinken. Meestal in dorpswinkeltjes en als je hier binnen stapt, dan gaat de tijd 50 jaar terug. Ze hebben alles maar op een manier die ik alleen uit oude films ken. Veel stof erop, nog ingepakt in de grootverpakking en in stellingen. Bij ons zie je soms mensen aan de (gratis)koffie bij de coop. Hier hangen altijd wel mannen, met dikke buiken, rond en ze zijn aan het bier. Ook ’s ochtends.

Ik vind het lastig om contact te krijgen met de Tsjechen. Ze zijn erg gesloten. Zelfs na een ‘dobri den’ (goedendag)lukt het niet een praatje te maken. Ik spreek geen Tsjechisch en zijn spreken niets anders dan Tsjechisch. Ook de jongeren niet. Die zouden toch wel een vreemde taal leren op school? Als ik ze aanspreek dan deinzen ze haast fysiek terug. Dat maak ik meestal alleen maar mee aan het einde van de vakantie als ik de lucht niet meer uit mijn kleren krijg. Maar we blijven vrolijk groeten. Meestal met ‘Ahoy’ (wat wel een beetje vreemde begroeting is aangezien Tsjechië volgens mij nooit zeevarend is geweest).

De Tsjechische taal klinkt onbegrijpelijk voor mij. En het ziet er ook onbegrijpelijk uit. De verhouding klinkers en medeklinkers is net andersom. En dat strooien ze ook nog kwistig met dakjes en streepjes boven de letters. Ik kan er niets mee.  

Slavonice is een iets groter stadje. Het heeft een centraal plein met mooie huizen eromheen. En met middeleeuwse graffiti. Dat probleem is dus niet van deze tijd. 

We zien voor het eerst ook meer toeristen. Weinig buitenlanders. De meeste toeristen zijn hier Tsjechisch. Overigens trekken wij ook regelmatig bekijks. Er zijn wel genoeg fietsers, maar niet op onze manier. De Tsjechen gaan meestal in een hutje op de camping of in een pension. En niet met een volledig huishouden zoals wij.

Om half twee zijn we in Stare Mesto. Dit was het originele einddoel van gisteren. Dat hadden we dus never-nooit-niet gehaald. De straat wordt opnieuw geasfalteerd. Moeten er toch langs, omrijden is geen optie. Hiermee laten we verse sporen achter in de straat. Dat zal de komende jaren wel hobbelen.

Via een Cache komen we weer bij een prachtig kappelletjes in bos. Anders waren we hier zo voorbij gereden. Het is vlak bij kasteel Landstejn, een van de grotere toeristische attracties in deze buurt. Het middeleeuwse kasteel bewaakte de grens tussen Moravië, Bohémia en Oostenrijk. In 1771 brandde het af, maar de restanten zijn de moeite waard.

In Nova Bystrice kopen we eten voor de avond. Terwijl Saskia boodschappen doet, merk ik dat er open wifi is. Daar maak ik graag gebruik van om de achterstallige reisverslagen te posten,

Dan is het nog maar een kleine 10 km naar camping. Dit loopt weer door een nationaal park. Ze noemen het ook wel Tsjechisch Canada. Een mooi oud bos wat een serene rust uitademt. Het is genieten om er doorheen te fietsen. De camping ligt middenin dit park. Dat vond ik al wat verdacht, en als we hem bereiken dan wordt dit bewaarheid. Er staan wat huisjes te vervallen en het gras is niet gemaaid. 

In het naastliggende gebouw is niemand thuis en alles zit dicht. Nu zouden we kunnen wildkamperen maar ik heb nauwelijks water meer bij me. Er zit niets anders op dan doorgaan. Op zich is dit niet zo’n ramp want Jindrichuv Hradec ligt maar 15 kilometer verderop en als we eerder wat zien, dan nemen we dat.

De weg door het bos komt uiteindelijk langs een hutje waar ze koffie en bier schenken. Daar informeren we even of zij een camping weten. De uitbater neemt voornamelijk zijn eigen goederen af en heeft een kegel van jewelste. Communiceren gaat ook hier lastig. Uiteindelijk weet ik duidelijk te maken dat we een camping zoeken en hij weet aan te duiden waar die is. Gezien zijn toestand vertrouwen we dit niet helemaal en besluiten maar de route te volgen. 

Een stukje verderop komen we langs een fietsroute bord en verrek…, er staan ook overnachtingen op. Het lastige is wel dat het symbooltje van een tentje niet alleen een camping kan betekenen maar ook een pension of een hotel. Toch komt het aardig overeen met de beschrijving van de drinkebroeder dus we besluiten er maar heen te gaan.

Het blijkt een hotel te zijn. Een van de gasten kan voor ons vertalen want ook hier leren ze geen talen op school. We vragen hier nog naar de camping maar ze weten van niets. En ook alle kamers zitten vol. Als we uitleggen dat we niet veel verder kunnen, mogen we in de tuin kamperen. Douchen kan in de sauna. De waard is wel slim genoeg om hier 150 kronen voor te vragen. Bijna net zo duur als bij het sportveld een paar dagen geleden. Toch zijn we hier blij mee.

We zetten het tentje op en douchen. Het is inmiddels half acht en we moeten nog koken. Dat wordt een geïmproviseerd maal van vis, tomaat en noedels. En wat komkommertjes erbij. Het sneue is dat we bij net hotel voor €4 uitgebreid kunnen eten. Maar het eten is nu eenmaal gekocht en niet houdbaar tot morgen. Het is tegen onze principes om dit weg te gooien. Uiteindelijk smaakt het prima.

De volgende uitdaging is de afwas. Dat kunnen we niet bij het hotel doen. Ook daarvoor is een oplossing, we hebben sinds kort een opvouwbare wasbak en daarmee klaren we de klus.

En omdat de muggen ook aan tafel gaan kruipen we op tijd in het tentje. Morgen is er weer een dag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 84,7 (totaal 345)

Afstand tot Baflo: 758

Hier zijn we 

Dinsdag 15 juli : Satov – Langau

Bez práce nejsou koláče. (Zonder werk ook geen koekje).

Het was een onrustige nacht. De vermoeidheid, de warmte en de buren die laat thuis kwamen maakten me regelmatig wakker. Maar toch weer lekker in het eigen tentje. Gedurende de nacht is het iets meer gaan waaien en de temperatuur is om zeven uur al een comfortabele 20 graden. We breken het spul af, ontbijten en vertrekken rond half negen.

Bij Hnanice gaan we even van de route af. Er is een kerk met een bron met ‘magical powers’. Dat heeft altijd onze interesse. We krijgen er helaas niets van te zien want alles zit potdicht. Zelfs voor God moet je hier een afspraak maken.

Dan komen we in ‘Podiyi National park’. Het ecologisch systeem is hier mooi intact gebleven omdat het verboden gebied was tijdens de koude oorlog. Hier zullen we het grootste deel van de dag in fietsen. Het is heerlijk in de bossen, dus lekker koel en dat hebben we ook wel nodig want het is hier een en al klimmen. 

Grote stukken moeten we lopen. Het is dan te steil of de ondergrond is te ruig. Maar vaak is het ook beide. Na een eerste wandeling over wat een oude Romeinse weg lijkt komen we een hutje met een man tegen. Naast een veld vol met wijnranken. Hij blijkt van het bijbehorende wijnhuis te zijn en je kunt hier proeven. Voor mij is tien uur iets te vroeg en we moeten ook nog heel wat kilometers, dus ik sla even over.

We blijven in de bossen klimmen en dalen. Het schiet niet echt op want klimmen gaat met nets iets minder dan 5 km/uur en dalen met net iets meer. Tegen 12 uur hebben we nog geen 20 kilometer gedaan. 

Toch gaan we bij Cizov even kijken bij het monument van de koude oorlog. Het laat zien hoe het er ten tijde van het ijzeren gordijn heeft uitgezien. Dat was geen fijne tijd. Families werden verdeeld. Alles wat in de grensstreek lag werd plat gegooid. En allerlei markante punten in het landschap, zoals kappelletjes, eeuwenoude wegen en herkenningspunten werden opgeruimd. In die tijd is het land min of meer zijn ziel verloren. Je kunt zien dat men het weer terug probeert te vinden. Wij denken dat ze op de goede weg zijn.

Midden in het bos slaan we voor een cache even van de route af. Er is een ‘Lusthof’ gebouwd op een kruispunt van dierenpaden. Bij ‘lusthof’ heb ik bepaalde gedachten. Het blijkt een jagershut te zijn. We vinden het een mooi plekje. Mooi genoeg om de overgebleven pizza van gisteren op te eten en een soepje te maken.

Het is inmiddels wel duidelijk dat we het geplande einddoel van de dag niet gaan halen. Dat zat op 82 kilometer. En in de loop van de middag zitten wij nog niet op dertig. We stellen de plannen bij. Op iets van 43 kilometer zit een camping net over de grens in Oostenrijk. Dit geeft meteen een bepaalde rust. En we bekijken dan ook onderweg alles wat te bekijken valt.

Bij Vranov is het feest. Het ligt aan een meer en heel zuid-Tsjechië is uitgelopen om hier vakantie te vieren. Erg gezellig. En erg aanlokkelijk om te blijven want het alternatief is een klim van 300 naar 500 meter. Dat klinkt niet zo veel, maar het moet in een paar kilometer gebeuren. Halverwege is er gelukkig even een stop want we kunnen het kasteel bekijken. 

Daarna gaat de klim door tot ongeveer het eindpunt, Safov. Met veel moeite vinden we hier de vervallen Joodse begraafplaats. Joden hebben het zwaar te verduren gehad in deze regio. Vandaar dat de begraafplaats er ook niet echt florisant bij ligt.

Hierna wippen we de grens over. We doen eerst boodschappen in Langnau. Toch frappant dat we maar een paar kilometer verderop zitten en de prijzen zijn verdubbeld. Bij de camping zit een bejaard echtpaar. Grote consternatie als we willen inboeken. Maar het lukt allemaal. Oma slaat krasse taal uit. De muntjes voor de douche die stop je niet in het apparaat, maar die ‘schmeissen Sie d’rein!’. Het kost €11, iets duurder dan gisteren. Daar was de douche inclusief. Hier betalen we voor elke beurt een euro.

We vinden een mooi plekje achteraan bij het water. Het is lekker rustig want we zijn de enige kampeerders. De douche en toiletten hebben we voor onszelf. Je moet wel steeds de deur op slot doen. En dat doe ik getrouw omdat ik van deze krasse knar geen straf wil hebben. We sluiten de dag af aan het meertje. De natuur heeft er weer wat moois voor ons van gemaakt. Morgen maar eens kijken of we meer kilometers kunnen maken.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 50,9 (totaal 261)

Afstand tot Baflo: 816

Hier zijn we