Een jaar later

Vandaag, precies een jaar geleden, trokken we de deur achter ons dicht, stapten we op de fiets en reden we Baflo uit. Om 140 dagen later pas weer terug te komen. Het was de reis van ons leven. Hoe anders was het geweest als we dit jaar waren gegaan. Of de Corona uitbraak was één jaar eerder. Dit pleit er des te meer voor dromen niet te lang uit te stellen.

Maar goed, onze reis is klaar. De fotoboeken zijn af, het lichaam is weer helemaal uitgerust en de herinneringen zijn gemaakt. Onderweg schreef ik blogs over wat we meemaakten, wat we zagen en hoe we de dingen ervoeren. Mocht je dat (nog) eens na willen lezen dan is deze link een mooi startpunt.

In deze blog blikken we even terug. Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag cijfers verzamel en dat heb ik onderweg ook gedaan. Je leest hier over afgelegde afstanden per dag en hoe snel dat ging. Verschilt dat per land? En wat gaven we eigenlijk uit? Per dag en in totaal? Is kamperen goedkoper in Spanje of Portugal? En wat ging er allemaal stuk?
Je leest het allemaal hier.

Het is niet de afstand of de hoogte, maar het gaat om de manier waarop je er gaat komen.

In totaal fietsten we 6880 kilometer door 7 landen. Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens met betrekking tot afstand en snelheid (detail info hier). Op sommige dagen fietsten we in meerdere landen. Het land waar de gegevens aan toegekend zijn, is het land waar we overnachtten.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Ik vroeg me af of het land waar je fietst invloed heeft op dit soort gegevens. Om dit inzichtelijker te maken heb ik een paar gegevens in een grafiekje gezet. Ik heb Luxemburg hieruit gelaten omdat één dag niet een goed beeld geeft. Wat dat betreft zeggen Duitsland en België ook minder met maar vier fietsdagen. Toch heb ik deze laten staan.

Klik op de grafiek om hem groter te zien.

In Portugal fietsten we per dag gemiddeld het minst aantal kilometers. En in Nederland het meest. Frankrijk en Spanje komen ongeveer hetzelfde uit, De enige verklaring van de lagere waarden van Portugal, die ik kan bedenken, is dat er in Portugal zo veel moois te zien was. We hebben daar veel stil gestaan en gezeten om naar de zee te kijken. En ons vergapen aan de prachtige azulejo’s en de kerken. En misschien waren we toen al wat moe.

Wat betreft hoogtemeters (dat is het gemiddeld aantal meters dat we moeten klimmen per dag) scoort Spanje hoger dan Portugal. Dat kan zijn omdat we in Portugal gemiddeld minder kilometers per dag fietsten. Maar voor mijn gevoel was Portugal gewoon vlakker. Zeker langs de kust. Met name op de Camino moesten we in Spanje vaak en veel klimmen. Frankrijk krijgt een groot deel van de hoogtemeters doordat we de col du Somport opgeklommen zijn.

Nederland scoort in beide gevallen het laagst. Ons land is vlak en heeft goede (fiets) wegen. En we fietsten een deel met andere mensen (Loes, Kees en Corrie). Dan maken we langere dagen en fietsen we meer en sneller door.

Dat we in Nederland meer doorfietsten is ook in deze overzichten te zien. Het bewogen gemiddelde is de gemiddelde snelheid die je hebt als je aan het fietsen bent. Bergop gaat dat langzamer, met wind mee sneller. Dat in Portugal het bewogen gemiddelde laag is kan aangeven dat het in Portugal toch zwaarder fietsen was. Ik kan me niet herinneren dat we veel wind tegen hadden. Wel moesten we langs de kust voor elk dorp afdalen en weer omhoog klimmen. En waarschijnlijk dat inmiddels ook de vermoeidheid een rol ging spelen. Alhoewel de Spaanse kilometers natuurlijk bestaan uit een deel vóór en een deel ná Portugal. En het deel na Portugal waren we ook vermoeid.

Het totaal gemiddelde is het aantal kilometers op een dag gedeeld door de totale tijd, inclusief rustpauzes. Daar zie je dat dit voor Frankrijk, Spanje en Portugal niet heel veel scheelt maar er wel kleine verschillen tussen zitten. In Spanje deden we het rustiger aan en maakten we in het tweede deel vaak korte dagen. In Portugal ging het nog rustiger. Steeds meer te zien, denk ik.Op de heenweg in Frankrijk hadden we koud en nat weer. Dat nodigt ook niet uit tot lange pauzes.

Een kanttekening die ik wel moet maken is dat deze gegevens uit de GPS komen. Bij koffie- en lunchpauzes zet ik die vaak uit waardoor hij niet meer verder telt. Dus het eigenlijke totale gemiddelde ligt in werkelijkheid lager dan hier getoond. Meestal zaten we rond negen uur op de fiets en tussen vier en vijf zochten we de overnachtingsplaats op.

Ik wil overal naartoe, maar nergens zijn.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

In totaal hebben we 140 overnachtingen gehad (als ik de laatste nacht thuis ook meetel). Hiervan hebben we precies de helft gekampeerd. De andere overnachtingen waren in hostels, Airbnb, hotels of bij familie en vrienden.

Zoals verwacht is kamperen het goedkoopst. Verrassend om te zien, vind ik, dat de gemiddelde prijs voor een camping in de verschillende landen niet zoveel verschilt. De campings in Spanje en Portugal zijn niet veel goedkoper dan in Nederland. Waarschijnlijk rekenen ze daar op buitenlandse toeristen die een hogere prijs gewend zijn. Twee keer kampeerden we (noodgedwongen) wild. Dit is erg goedkoop maar ook wat onrustig. En ik mis mijn douche na een dag zweten.

Voor een pelgrim hebben we relatief weinig in hostels/auberges gezeten. We kamperen liever en waren toch ook wat afgeschrikt door de luizenplagen die de hostels soms teisteren. De prijs voor de hostel is ook relatief hoog en dat komt omdat ik altijd probeer een privé-kamer te krijgen en die is duurder dan een bed op een slaapzaal.

We zaten 35 nachten in een Airbnb. Uit de cijfers valt af te leiden dat dit goedkoper is dan een hotel. De helft hiervan was tijdens rustdagen in grotere steden (Porto, Sintra, Avignon, Aken), dus relatief duur omdat we dan voor een heel appartement kozen zodat we zelf kunnen koken. De Airbnb bracht ons ook vaak op verrassende plaatsen bij mensen thuis. Booking.com deed dat ook soms. Dat vind ik erg leuk omdat je zo een kijkje bij de mensen thuis kunt krijgen en wat meer contact hebt.

Tenslotte de hotels. Deze waren het duurst en die koos ik als er geen andere mogelijkheden waren. Je ziet ook dat die best wel duur zijn. Maar dan had je soms de luxe van een airco en dat was in de hitte van Spanje en Portugal geen overbodige luxe.

Ik maak altijd een foto van onze overnachting. Hieronder een compilatie.

Noot: De compilatie is 30 Mb dus kan even duren om geheel te laden.

Geld is als mest; het is alleen goed als het wordt verspreid.

Ik kan precies bepalen wat zo’n reis nu eigenlijk kost. Maar het is lastig in te schatten waar dat geld nu precies in zit. Via de afschrijvingen over die periode, kan ik er deze keer wel een gooi naar doen. Als je de vaste lasten, van thuis, zoals belastingen, ziektekosten, energie, etc. niet meerekent dan hebben we gedurende die 140 dagen € 12.606 uitgegeven. Dat is per maand ongeveer € 2750, per week € 630 en per dag €90. Hierin zitten de kosten van het overnachten, het eten, de drankjes, vervoerskosten (pont, taxi, trein), musea en ook wat kosten die we thuis extra maken zoals de overbuurjongetjes die ik betaalde voor het bijhouden van de tuin en wat we onderweg aan spullen (fietsreparatie, kleding etc.) kochten.

Elke dag zijn we voor het ontbijt (fruit, yoghurt en muesli) ongeveer €5 kwijt. Hetzelfde bedrag zijn we ook voor de lunch kwijt (wat brood en beleg).  Elke dag hadden we wel een paar drankjes (bier en cider) die we meestal in de super kochten maar soms ook op een terras dronken. De prijs varieert daarom tussen de €5 en de €10. Als we zelf koken, dan zijn we ergens tussen de €15 en €20 kwijt. Maar in Spanje en Portugal name we vaak een Menu del Dia. Dat was niet duur maar voor twee personen moet je toch wel op €25-30 rekenen. In andere landen ben je zo €50 kwijt als je met zijn tweeën uit eten gaat. We hebben er niet op bezuinigd. Hieronder zie je het staatje met betrekking tot onze kook activiteiten.

En wat je niet moet onderschatten is de koffie onderweg. Normaal kook ik onderweg wat water en gooi er wat oploskoffie in. Kosten per kop ongeveer €0,05. In Spanje en Portugal was de koffie goedkoop (€0,75 – € 1,25) en erg lekker dus we namen dat vaak. Maar opgeteld is dat ook een behoorlijk bedrag. Dit zie je niet terug in onderstaand staatje omdat ik dat meestal contant moest betalen.

Het is ontzettend lastig om de kosten per land te bepalen. Want soms pinnen we in het ene land contant geld dat we in het andere land uitgeven. Een hotel in Frankrijk betaal ik met de credit card maar die wordt pas afgeschreven als we in Spanje zijn. Toch heb ik zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd per land wat vergelijkbare uitgaven te bepalen. In onderstaand overzicht zie je de kosten per dag (of keer). De overige kosten is een totaal van wat we in dat land uitgegeven hebben.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Zoals gezegd is de koffie in Spanje en Portugal (3 bakjes per keer) geschat. De boodschappen in Spanje en Portugal zijn relatief goedkoper (waarbij België wat vertekend is, daar waren we maar kort en gingen we ook drie van de vier keer uit eten). Naast dit uitgegeven geld hebben we ook nog in totaal €4650 gepind en dus contant uitgegeven. Met name in Spanje en Portugal hebben we veel met contant geld gedaan.

Per dag € 90 is best veel. Dat kan een stuk goedkoper. Met wild kamperen bespaar je gemiddeld € 36 per dag. Ga je in een auberge op de slaapzaal, dan ben je meestal minder dan € 10 kwijt. Ga je nooit uit eten en koop je geen bier dan bespaar je zo‘n € 15 – € 30 gemiddeld per keer. En zelf koffie zetten bezuinigt ook.

Haalbaar moet onder de € 30-50 per dag zijn. Alleen campings (€ 17), zelf koken (€ 20), geen biertje en eigen koffie maken. Maar wij hebben in dit geval niet op een euro meer of minder gekeken.

Wie pech heeft, verdrinkt in een zitbad.

Veel mensen hebben, bij zo’n lange reis, de angst dat er van alles stuk gaat aan de fiets. Op zich viel dat bij ons wel mee. Ik had de fietsen voor die tijd na laten kijken bij onze fietsenbouwer, een nieuwe ketting en goede banden gegeven. In principe kan ik bijna alles zelf maken onderweg. Wat een probleem op kan leveren is een gescheurd frame of een kapot wiel. In het eerste geval zoek ik een lasser want de fietsen zijn van staal. In het tweede geval bel ik mijn fietsenbouwer en laat ik een wiel opsturen. Gelukkig gebeurde beide niet. Maar wat ging er wel mis onderweg?

In Frankrijk begon mijn trapper te kraken. Zelfs wat extra smering kon niet voorkomen dat de hele lagers aan gort gingen. Bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker haal ik een paar nieuwe.

Ergens in Spanje krijg ik een kraak in de aandrijving. Via deductie kom ik op de trapas. Twee keer laat ik de cracks aandraaien maar de kraak blijft. Via een email-overleg met de fietsenbouwer concluderen we dat ik er zeker mee thuis kan komen. Later verdwijnt de kraak. Thuisgekomen blijkt dat de trapas wel aan zijn einde is maar dat dit niet de oorzaak was. Het geluid kwam van de speling van de crank(s) op de trapas. Daar was wat ruimte in gekomen die bij hogere temperaturen groter wordt omdat de een van staal is en de andere van aluminium.

In totaal heb ik 5 lekke banden gehad. Mevr. Van der Veeke geen. Ook hier zijn vrouwen dus in het voordeel. Twee van mijn lekken komen omdat de buitenband van het voorwiel versleten is en zo dun dat er zomaar wat doorheen prikt. Ik vervang hem in Avignon. Voor de rest zijn het fantastische fietsen en hebben ze ons overal zonder problemen gebracht. Zelfs als we door rivierbeddingen stuiteren met 25 kilo bagage geven ze geen krimp.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zoals ik het doe je het moet doen, want anders zou ik het niet doen.

Ik ben van de uitgebreide voorbereiding maar welke dingen zouden we anders doen als met de kennis van nu nog zouden moeten vertrekken?

Een ding waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat als je zo lang onderweg bent, je chronisch moe wordt. De eerste maand gaat nog wel, de tweede ook. Maar daarna kom je in een situatie dat de batterij niet meer volledig oplaadt als je (wat) rust neemt. Als ik weer op een lange reis zou gaan, dan zou ik na elke twee tot drie maanden wat langer op één plek willen blijven. Het probleem hierbij is dat dan bij mij de verveling toeslaat. Ik kan dat alleen als ik op die plek wat te doen heb, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Iets anders waar je rekening mee moet houden is dat het klimmen met bagage een aanslag is op het lichaam. Dit telt op bij de vermoeidheid. Hou dus rekening met meer tijd als je veel hoogtemeters hebt. Een probleem hierbij is dat dit niet altijd te plannen is qua overnachting. Soms moet je gewoon door tenzij je kunt wildkamperen.

We weten nu wat hitte met je doet. In Portugal waren we redelijk vroeg in het seizoen. Maar in Spanje zaten we in de hitte waarbij de temperatuur overdag opliep naar 35-40 graden Celsius. Het liefst wil je vroeg vertrekken, maar de zon komt daar later op. Beter is om in Spanje en Portugal (maar ik denk dat het voor alle zuidelijke landen geldt) niet in juli/augustus te fietsen. Maar bij zo’n lange reis is dit lastig te vermijden.

En als laatste was de heimwee toch ook onderschat. Nu hadden we natuurlijk nooit ingepland dat ons eerste kleinkind een paar maanden voor vertrek geboren zou worden. Maar op een gegeven moment gaan de kinderen én het kleinkind aan een onzichtbare draad trekken. Misschien hadden we tussendoor toch een weekje naar huis moeten gaan. Alhoewel ik me afvraag wat dit met het reisgevoel doet.

Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middag-temperaturen verwacht van één uur `s middags tot zes uur `s avonds.

Het weer is een variabele waar we geen invloed op hebben. In de weken voor vertrek was het prachtig en warm weer in Nederland. Dat sloeg helaas om. Het eerste deel in Nederland hadden we veel wind en regen. En lage temperaturen. Eigenlijk ging dit door tot de Pyreneeën. Vaak werd de tien graden niet eens gehaald. Vaak moest het regenpak aan. Gelukkig beïnvloede dat onze stemming niet. Als we op de fiets onderweg zijn, dan zijn we blij.

Toen we de Pyreneeën overstaken en afdaalden naar Spanje werd de lucht al snel blauw. En eigenlijk hebben we dat weerbeeld, blauwe lucht en zon, gehad totdat we weer terug in Nederland kwamen. Tot Santiago was het vaak nog fris in de ochtend en werd het ’s middags pas warm. Zo ook langs de Portugese kust. We zaten toen nog een beetje in het voorjaar.

Na Lissabon gingen we dwars door Spanje naar Zaragoza. Het gebied heet de Extremadura en het kan daar heet worden. In de middag wel tussen de 35 en 40 graden Celsius.  We hebben daar ons ritme moeten aanpassen. Zo vroeg mogelijk op pad en zorgen dat je voor de ergste hitte (14 uur) een plek in de schaduw hebt. We wilden een lange siësta houden maar het probleem is dat je onderweg weinig plekken vindt waar je dat kunt doen. Zaragoza was helemaal een braadpan. Daar kun je in de zomer eigenlijk ’s middags niet op straat zijn.

Op de terugweg bleef het weer mooi en werden de temperaturen aangenamer. Pas zo rond Luxemburg begonnen we terug te verlangen naar de hitte.

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries.

Tenslotte nog wat over de landen waar we doorheen zijn gekomen. Nederland en België wil ik weinig over zeggen. Dat was bekend terrein. Ook Frankrijk was bekend maar dit keer kwamen we door een grotendeels onbekend stuk. En we zaten deze keer op de Camino dus de nadruk lag op het kerkelijke. We hebben dan ook tientallen kleine en grote kerken gezien. Soms sober maar heel vaak uitbundig. Met name de kathedralen maakten veel indruk.

Bij de zuidgrens van Frankrijk moesten we over de Pyreneeën. Dat was vanaf de Franse kant heftig. Maar ook prachtig. Ik heb weinig van de Pyreneeën gezien maar dit nodigt zeker uit tot een nieuwe afspraak.

Op de terugweg komen we ook weer een lang stuk door Frankrijk. Eerst in het zuiden naar Avignon en dan vanaf Mulhouse naar Aken. En alhoewel het Frankrijk was, voelde het als Duitsland. Veel vakwerk, kleurige dorpjes en heel veel druiven.

Spanje is een verrassing. We hadden er een keer gefietst met Cycletours maar dat was in een toeristisch gebied bij Barcelona. Eerst zitten we nog op de Camino die hier pas echt begint te leven. Veel wandelaars, veel gezelligheid en mooie steden met prachtige kerken en kathedralen. De kers op de taart had Santiago de Compostella moeten zijn maar het echte einde voelde ik pas bij Finisterre.

Na Lissabon gingen we nog een stuk door Spanje. Nu meer het binnenland in de vorm van Extremadura. Het was er leeg en erg heet. Kleine dorpjes maar overal een bar (voor koffie) en een winkeltje. En we komen erachter dat Spanje echt niet vlak is. Veel klimmen en dalen. Maar dit geeft ook weer prachtige uitzichten. Hoogtepunten in dit deel zijn Badejoz, Guadalupe, Segovia en Zaragoza. Ook Spanje staat weer op de wensenlijst voor een bezoek.

Maar het meest heb ik genoten van Portugal. We fietsten een langs stuk langs de kust wat voor een kind van de zee altijd een genot is. Het mooie weer, de grote golven, de authentieke dorpjes en de vriendelijke mensen maken het reizen daar één groot feest. Ik ben daar een fan geworden van azulejo’s. Daarnaast waren de grote steden die we bezochten ook hoogtepunten. Ik heb hele goede herinneringen aan Porto en Sintra. Lissabon is ook prachtig maar het eendaagse bezoek was eigenlijk te kort. Naar Portugal wil ik graag nog vaker. Het stuk langs de kust wil ik nog wel eens doen. Lissabon wat beter bezoeken en het deel onder Lissabon hebben we nog niet gezien. Gelukkig hebben we nog zeeën van tijd.

Nogmaals, het was de reis van ons leven. En ik had geluk met mijn reisgezelschap. Om 140 dagen continu met elkaar door te brengen, moet je elkaar heel goed aanvoelen. Er is wel eens wrijving geweest maar ik mag me een gelukkig mens rekenen met Saskia als (reis)partner.

Ik sluit af met de selfie-parade. Dat is de foto die we (bijna) elke dag maakten. Deze heb ik achter elkaar gezet en worden telkens 2 seconden getoond. Ik hoop dat deze foto’s weergeven hoeveel we genoten hebben.

Noot: De selfie-parade is 30 Mb, laden kan dus even duren.

Spexit (*)

Je zorgen maken over dingen die nog niet gebeurd zijn, is als rente betalen over geld dat je nog niet geleend hebt.

Dag 104:

Vandaag hebben we een dag in Zaragoza. Zaragoza zelf komt op mij over als een moderne, schone, mooi gerestaureerde stad. Veel flatgebouwen en weinig verpaupering. De fonteinen en de parken in het centrum maken het helemaal een feest. Veel mensen ontvluchten in de zomer de stad dus het is relatief leeg nu. We slapen uit en gaan daarna eerst naar het station om de treinreis morgen te regelen. Dat had wat voeten in aarde, maar daar kom ik morgen op terug

Daarna gaan we naar het Aljaferia paleis. Dit is een Islamitisch paleis dat in de 11e eeuw gebouwd is. Het is uniek omdat het een mooi bewaard voorbeeld is van de Spaan Islamitische architectuur en vergelijkbaar met het Alahambra uit Granada. Meer informatie erover kun je hier lezen. Hieronder wat fotografische indrukken.

Het is heet in Zaragoza. In de middag vlucht iedereen naar binnen. Wij ook. We eten een menu del diaz en trekken ons terug voor de siësta. Pas na half vijf begeven we ons weer op straat en dan is het deze temperatuur.

We lopen naar het oude centrum, Casco Viejo. Rondom de Plaza del Pilar gebeurt het allemaal. Het is een mooi plein met een fontein. Maar het belangrijkste is de kathedraal. We hebben er al veel gezien maar qua schilderwerken spant deze de kroon. Er zijn prachtige fresco’s van Goya in de kerk te zien. De kathedraal is opgedragen aan Maria op de pilaar. Dat zou ze gedaan hebben tijdens een verschijning aan de apostel  Jacobus de meerdere. Jawel, dezelfde waarvoor wij naar Santiago zijn gegaan. Dus eigenlijk zijn we weer een beetje op bedevaart. Die Maria is, net als de zwarte Maria, een soort van aankleedpop. Er zijn verschillende jurkjes die ze aangedaan kan hebben.

Voor de rest kijken we een beetje in het centrum rond. Zoals gezegd, gezellig en modern. Zaragoza is een stad waar je best een weekend kunt besteden. Maar doe dat dan in een minder hete periode.

Dag 105:

We slaan een stukje van de route over. In de originele planning zouden we meer naar het oosten gaan en dan via de Andalusië route noordwaarts naar Girona. Maar we zijn een beetje klaar met het klimwerk en de Andalusië route is heel veel klimmen, ongeveer 14.000 hoogtemeters. Daarom zijn we doorgegaan naar Zaragoza om van hier de trein te pakken naar Figueres. Hiermee slaan we ook ongeveer 600 kilometer over. Maar treinen in Spanje heeft nog de nodige uitdagingen.

Treinen met de fiets in Spanje is niet zo gemakkelijk als in Nederland waar je overal de fiets naar binnen kan schuiven. Je hebt hier verschillende soorten treinen en in sommige kan de fiets (meestal) zo mee (regionale treinen), soms heb je een reservering nodig (media distance treinen) en soms moet de fiets ingepakt zijn, net als in het vliegtuig (HSL lijnen). Ik heb inmiddels veel over de spoorwegen van Spanje geleerd en dat is met name door de hulp van Paul Gieling, een medefietser die in Zaragoza woont. Van hem heb ik de link naar de RENFE website gekregen en ik heb de RENFE Horarios app geïnstalleerd. Een soort van Spaanse reisplanner. Hier heb eindeloos mee zitten plannen en puzzelen.

Wij moeten dus regionaal treinen en dat gaat langzaam. We gaan eerst van Zaragoza naar Barcelona. Dat duurt ongeveer vijfenhalf uur. Daar stappen we over op een ander boemeltje naar Figueres.  Die doet er nog eens meer dan twee uur over. De eerste trein was duidelijk, die heeft Paul ook regelmatig genomen. Maar bij het plannen van de tweede trein staat er Bus at station. Ik weet niet wat dat betekent. Sommige mensen kunnen zich compleet overgeven aan de gebeurtenissen zonder iets aan voorbereiding te doen. Soms ben ik jaloers op dat soort mensen. Maar soms ben ik ook blij dat ik (over) georganiseerd ben. Ik wil gewoon weten wat dit betekent voor mij.

De receptionist van het hotel belt voor me om te informeren maar de klantenservice van RENFE (de Spaanse NS) moet duidelijk op een cursus klantvriendelijkheid. We komen er niet uit. Gelukkig wijst Paul me op een leesfout. Er staat niet Bus at station maar Buy at station. Het zijn ook zulke kleine lettertjes! Het betekent dat je het kaartje niet online kan kopen. Toch wil ik het zeker weten dus we zijn bij het station naar de infobalie gegaan. Een Engelssprekende mevrouw helpt ons uitstekend en verzekert ons dat de fiets mee kan op beide treinen. Ze schrijft ook een briefje voor ons om de kaartjes aan het loket te kopen. Want ook daar kunnen en willen ze geen Engels. Bij het loket staan we een tijdje in de rij en worden verrast door een Engels sprekende heer die ons weer uitstekend helpt. We hebben de kaartjes (€91,10). Het enige is dat er maar één regionale trein per dag naar Barcelona gaat. Die mogen we dus niet missen en daarom kijk ik van te voren even hoe dat werkt. Waar we met de fiets erin kunnen, is de instap hoog of laag en hoe het eruit ziet.  Tot zover de voorbereiding.

Op de reisdag zelf gaat alles volgens plan. We zijn op tijd op het station om de trein van 11:16 te halen. Er staan al twee fietsen en er kunnen er drie staan. De fiets van Mevrouw van der Veeke mag, van de conducteur, gewoon op de bank zitten. En dan is het vijfenhalf uur naar buiten kijken naar het Spaanse landschap.

In Barcelona gaan er meerdere treinen naar Figueres. We hebben kaartjes voor de tweede (In Spanje koop je een kaartje voor een bepaalde trein op een bepaalde tijd) maar we zijn op tijd om de eerste nemen. Die gaat zelfs vanaf hetzelfde perron dus we hoeven niet met de fietsen van perron te verhuizen. En we nemen hem gewoon. De conducteur kijkt wel even naar de kaartjes maar doet niet moeilijk. Ook hier is het leuk naar buiten kijken omdat de trein langs de kust rijdt en we strand na strand voorbij zien komen. Om half acht stappen we in Figueres uit. Hier heb ik weer een Airbnb geboekt. Er was weinig keus. Of een hotel van een paar honderd euro. Of een Airbnb van €37. Dan neem ik natuurlijk de laatste. Het is een simpele kamer bij een familie thuis, tegenover het station. Helaas wel op de tweede verdieping dus we moeten met de tassen en de fietsen omhoog in de lift. De fietsen passen alleen rechtop erin. Maar goed, uiteindelijk staan de fietsen in de woonkamer en de tassen in de slaapkamer. Alle stress en zorgen zijn dus voor niets geweest. Maar ik ben wel blij met de voorbereiding. Zo hebben we toch een aantal verkeerde keuzes kunnen voorkomen.

Inmiddels is het al laat en moeten we nog eten. Gelukkig zijn we gewend aan het Spaanse ritme van laat eten. Alles is hier naar achteren verschoven. Ze beginnen ’s ochtends later. De hoofdmaaltijd is ‘s middags na twee uur. En ’s avonds kun je voor negen uur eigenlijk nergens terecht voor een hapje. Het is nog een erfenis van Franco die ooit voor een verkeerde tijdzone koos. En de Spanjaarden willen daar nu niet meer vanaf. Voor ons is dat nu gunstig. We nemen de laatste kans om een paella te eten. Het is een mooie afsluiting van Spanje. Morgen zijn we weer in Frankrijk.

Dag 106:

Het patroon, als we een Airbnb bij een familie thuis hebben, is inmiddels wel duidelijk. ’s Ochtends zie je niemand bij vertrek. In drie keer verhuizen we onze spullen weer naar beneden. Een lift voor alle tassen en een lift per fiets. In Zaragoza koelde het ’s nachts nog wel wat af. Hier zakt de temperatuur niet onder de 24 graden. Het is dus al warm bij vertrek.

We beginnen met een nieuw routeboekje. Het is er weer een van Benjaminse en het is de ‘Onbegrensd fietsen naar Barcelonaroute. En ook deze doen we andersom dus in ons geval heet het ‘Onbegrensd fietsen uit Barcelona’. We beginnen met een klimdag. We gaan over de Pyreneeën om uit Spanje en in Frankrijk te komen. Het is deze keer geen hoge pas. We hoeven maar tot 720 meter. Maar we beginnen wel op bijna 0. De eerste 20 kilometer gaan vrij vlak via Cabanes, Pont de Molins en Boadella d’Emporda.

De namen beginnen al Frans te klinken en we hebben een mooi uitzicht op de Pyreneeën. Bij Aguilana begint de echte klim die we gewoon gestaag doen. Het kost een paar uur en dan ben je boven. Op het hoogste punt is de grens, maar dat is niet te zien. Alleen een bordje l’Alt de Emporda. In het Frans is het de Col de Manrell.

De Spaanse weg houdt hier op. Wij gaan via een zandpad verder. Ik vermoed dat het een oude smokkelweg is. Gelukkig zijn de grenzen tegenwoordig open, anders zouden we weer illegaal een land binnengaan.

Na een kilometer of wat wordt het weer asfalt en hebben we een heerlijk afdaling met prachtige uitzichten naar beneden. In Maureillas las Illas (klinkt toch Spaans) nemen we de eerste camping die we tegenkomen. Het is goed voor vandaag. Het is fijn om weer te kamperen. Ondanks dat het een stuk minder warm is dan in Zaragoza, blijft het zweten en voelt het drukkend. Op de camping doen we zo weinig mogelijk. Gelukkig hebben we onderweg al warm gegeten, dus vanavond hoeven we alleen een boterham te maken. De Spaanse les kan opgeruimd worden en Google Translate anders ingesteld. We gaan weer over op het Frans.

(*) Spanje Exit.

Helemaal goed zo

Live for the moments you cannot put into words.

Dag 99:

Wat was het weer een fantastische dag vandaag. Heerlijk weer, mooie dorpjes en betoverende landschappen. De Extremadura was bijzonder om door te fietsen maar ik houd toch meer van dit landschap met zeeën van zonnebloemen, goudgele akkers en fraaie vergezichten.

We verlaten Santa Cruz in de vroegte. Onze gastvrouw moest er zelfs eerder voor opstaan om ons eruit te laten. Als je hier ontbijt wilt, dan kan dat pas vanaf half tien (!). Nou, dan hebben wij de eerste 25 kilometer er al op zitten. Ik maak gewoon op de kamer een muesli en fruit ontbijtje en we gaan. Ook nog veel goedkoper. Afijn, we trappen naar Castillejo de Roblodo. Een gat met een paar huizen maar hier wordt wel een aardige wijn geproduceerd. Daarna naar Langa del Duero.

Hier hopen we koffie te vinden en voor de bar van de piscine municipal zien we ook meerdere mensen zitten. Maar de bar blijkt gesloten en de mensen zitten hier voor de gratis wifi. In het dorp kunnen we ook niets vinden dus uiteindelijk zitten wij ook voor de piscine maar dan om een eigen koffie te maken en gebruiken en-passant ook de wifi.

Naar San Esteban de Gormaz fietsen we door een agrarisch landschap met eindeloze velden zonnebloemen, gemaaide graanvelden en lage -mij onbekende- gewassen die besproeid worden.

En een achtergrond van heuvels die hier en daar besprenkeld zijn met resten van kastelen. Het is heerlijk om door de sproeiers heen te fietsen om een beetje af te koelen.

Zo komen we enigszins vochtig in San Esteban aan. En als je de bocht om komt en het dorp in zijn volle glorie ziet liggen, dan valt mijn mond in elk geval even open.

Hier nemen we een lange pauze en bekijken het dorp van uiterst links tot uiterst rechts. Links is het oudere gedeelte met de fraaie Romaanse San Miguel kerk waar we naar omhoog lopen. Je hebt hier ook goed uitzicht op het kasteel. Aan de rechterkant is het nieuwe gedeelte met de winkels. We zoeken eigenlijk weer een café met raciones maar meer dan een paar pinchos kunnen we niet vinden. Want vanavond zitten we in ‘the middle of nowhere’ en daar is geen restaurant of bar. We hebben inmiddels wel brood en beleg, dus verhongeren zullen we niet.

Na San Sebastian komen we door een gebied met veel fruitteelt. Kilometerslang rijden we tussen de boomgaarden door. Daarna moeten we wat omhoog klimmen en dan zien we pas de omvang van deze boomgaard. Op de foto hieronder lijkt het een meer maar het is boomgaard die met netten is afgedekt.

Aan de andere kant van de klim dalen we af door alweer een prachtig landschap met heuvels, kalksteen en kronkelende wegen. Op de achtergrond zien we het kasteel van Gormaz steeds dichterbij komen. We zagen het vanochtend al in de verte liggen, maar nu fietsen we er onderlangs. Een gedeelte lijkt gerestaureerd. Het moet, met zijn 390 meter lengte, een imposant geval zijn geweest in zijn hoogtij dagen. Het is in 790 gebouwd door emir Abd-Er-Rahman en dus een Moors kasteel dat verdedigde tegen christelijke invallen.

Hier zit ook onze overnachting in de buurt. La Casa Grande de Quintanas de Gormaz blijkt een on-Spaans koloniaal-achtig huis te zijn met een prachtige smaakvolle inrichting en een begripvolle gastvrouw, Marie-Jose, die weet waar ik nu het meest behoefte aan heb.

Daarnaast is ze bereid om vanavond voor ons een maaltijd te koken. We eten heerlijk met een lokale wijn en groenten uit eigen tuin. Ze proberen zo ecologisch mogelijk te leven door hun eigen groente te telen, vee te houden (en op te eten) en ze hebben zonnepanelen. Dat laatste zie je hier weinig (particulier). Van Marie-Jose begrijpen we dat de politiek hier nog niet helemaal klaar voor is. Bij ons krijg je subsidie, hier moet je er een extra belasting over betalen. Op ons balkon met uitzicht over de velden zitten we de avond uit en beseffen we hoe goed we het hebben, dat we dit allemaal mee mogen maken.

Dag 100:

Marie-Jose is heel flexibel en zo kunnen we al om half acht ontbijten. En het is een goed ontbijt, dus we kunnen er weer even tegen. Het kasteel van Gormaz ligt er in het ochtendlicht nog mooier bij dan gisteren.

Via Morales komen we in Berlango de Duero. Hier staat wederom het restant van een kasteel op de heuvel. Wij gaan door een van de stadspoorten naar de Plaza Major. Er is één bar open maar dat is genoeg voor onze koffie. Bij de apotheek staat een rijtje mensen te wachten op de apotheker. Ze nemen het hier niet zo nauw met de openingstijden. Even later zie ik hem uit de kroeg komen en de deur open doen.

We zitten nu in de provincie Soria. Ze zeggen dat het een van de leegste van Spanje is en dat kunnen we duidelijk zien. Andaluz is zo’n klein, leeggelopen dorpje. Bij de waterpomp hebben we een leuk gesprekje met een oudere (86 jaar) Spanjaard. Hij heeft heel lang in Duitsland gewerkt en diept wat van die talenkennis op. Mensen halen vaak water uit de (natuurlijke) bron omdat het lekkerder is dan het chloorwater dat hier uit de kraan komt.

Via de wandel/fietsroute van Senda del Duero gaan we verder. Het is een mooi pad maar wel erg stoffig. Langs de Duero strijken we neer voor een korte siësta.

In Almazan heb ik een hostel/hotel geboekt aan de Plaza Major. Als we er aankomen, is het nog rustig. Bij de buurman kunnen we een menu del dia krijgen en dan gaan we naar onze kamer die een sauna blijkt te zijn maar waar we toch maar gaan zitten. Zolang je niet beweegt, zweet je niet. Mevr. van der Veeke neemt dat wel erg letterlijk en valt meteen in slaap. ’s Avonds storten we ons in het Spaanse nachtleven dat zich vooral op straat en de terrassen afspeelt.

We hebben wat te vieren. Het is de honderdste dag dat we op pad zijn en vandaag zijn we de 5000 kilometer gepasseerd. Een goede reden om te proosten.

Dag 101:

Het was een slechte nacht. En het is geen goed plan om een kamer te boeken aan het centrale plein boven een bar. De kamer heeft wel geluidsisolerende ramen maar als het binnen een sauna is, dan wil je die ramen toch graag open doen. En als je dat doet, dan wordt het wel wat koeler maar dan lig je vol in de polonaises van het plein. En die gingen tot half vijf door. Maar goed, het zij zo. Soms zit het mee, meestal zit het tegen…

In Almazan zoeken we in alle vroegte nog een bakker op want de verwachting is dat we vandaag niets tegen gaan komen. Het is een verwachting die uitkomt. Soria is inderdaad leeg en dat werd vandaag pijnlijk duidelijk. De meeste dorpen die we tegenkomen zijn compleet vervallen. Er is nog een enkele boer die er woont om de enorme landerijen te bebouwen. Een beetje een trieste bedoening. De leegloop is een algemeen probleem zoals je hier kunt lezen. En dus ook geen bar, we maken gewoon zelf weer een koffie voor de kerk of langs de weg. De route is knap inspannend vandaag. Het golft de hele dag op en neer. De temperaturen lopen weer op zodat we de natte T-shirt tactiek weer toepassen. Bij een waterplek maken we de jurk of T-shirt helemaal nat en trekken hem weer aan. Heerlijk om zo’n koude lap op je bast te hebben. Door de verdamping van het water blijf ik lekker koel.

Naast de landschappen is er niet zoveel meer te zien. En wat betreft de bezienswaardigheden, kerken, mooie dorpjes en fraaie straatjes voel ik me een beetje als een kind in een snoepwinkel die vrijelijk mag snoepen. Op een gegeven moment heb je genoeg gehad. Je bent nog niet misselijk maar je hebt ook geen behoefte meer aan een snoepje erbij. Daarom laat ik het bij een paar landschapsfoto’s van de dag.

De overnachting vandaag was een probleem. Aangezien het zo leeg is hier en de dorpen leeggelopen, kon ik niets vinden. Op de site van de route zag ik gelukkig een berichtje van een Nederlands echtpaar dat een kamer aanbiedt, even van de route af. Zo komen we bij Willem en Klien in Reznos terecht. Ook een leeggelopen dorp dat zij weer een beetje leven proberen in te blazen. Wij zijn er blij mee, temeer omdat we ook een vorkje mee kunnen prikken en we in een authentiek Spaans huisje kunnen slapen. Het zal hier in elk geval rustiger zijn dan afgelopen nacht.

Dag 102:

Het wordt steeds warmer en dat heeft ook tot gevolg dat het ’s nachts nauwelijks afkoelt. Ik kan hier weer gewoon zonder jas vertrekken want het is om 8 uur al 22 graden. Vandaag hebben we weer een leeg stuk land. Eerst nog een deeltje Soria en dan steken we over naar Aragon. Het wordt hier meer hobbit-land. Hoge heren kijken op je neer met hun ongeschoren hellingen. Het zijn woestelingen die weer prachtige uitzichten geven. Ertussen een aantal dorpjes die nog in de middeleeuwen lijken te bestaan. We passeren Aranda de Moncayo, Jarque, Gotor en Illueca. We dalen langzaam af van de hoogvlakte waar we de laatste weken op zaten. Toen zaten we meestal tussen de 1000 en 1200 meter. Vandaag eindigen we op 400 en morgen gaan we nog lager.

Na het middaguur wordt de hitte verstikkend. Het liefst zitten we dan ergens in de schaduw of binnen. Meestal lukt het om rond deze tijd aan te komen. Vandaag zitten we weer eens in een Auberge. Is relatief goedkoop en mijn inschatting is dat we de kamer niet hoeven te delen. In de praktijk blijkt dat we de hele hostel niet hoeven te delen. Het is lekker koel en in de middag kan ik mijn boek uitlezen. Morgen gaan we door naar de braadpan die Zaragoza heet. We willen proberen weer een uurtje eerder te vertrekken om van de ochtendkoelte gebruik te maken. En omdat er meer dan 80 kilometer op het programma staan.

Dag 103:

’s Nachts wordt ik wakker van de hitte en dwaal ik door de gangen om wat ramen open te zetten. Er is toch niemand anders in het gebouw. Beneden zie ik dat ze het ontbijt voor morgen klaar hebben gezet. Er zit een pak perensap bij en die breek ik vast aan. Lekker even voor de dorst.

Mooi op tijd weg zoals te zien is op de kerkklok van Morata de Jalon.

We zijn dan ook ’s ochtends op tijd eruit en op pad om de hitte voor te zijn. De route is hier wat onduidelijk. Origineel loopt hij via bospaden op en neer maar ze zijn hier ook bezig met de aanleg van een nieuwe weg. Volgens de website zou die nu onderhand klaar moeten zijn. We komen erachter dat de weg er al wel ligt, maar nog zeker niet klaar is. Er staan afschrikwekkende borden die manen hier weg te blijven. Daar trekken we ons niets van aan. Met de fiets kunnen we er wel op, zij het dat we hem soms een eens stukje over een gat moeten tillen. Vinden we niet erg want we zijn hierdoor helemaal alleen op de weg maar ik knijp hem wel dat we teruggestuurd worden of dat we uiteindelijk toch niet verder kunnen en terug moeten. Maar het valt mee. De mensen die we tegenkomen reageren niet. Zonder problemen komen we bij la Almunia waar we de gewone route weer op kunnen pikken en bij de bakker brood kunnen halen.

Hierna volgen we een lang stuk door het dal van de Ria de Jalon. De route gaat deels over steenslagwegen, deels over de autowegen en deels door de dorpjes Calatorea, Epila (met het klooster op de heuvel), Urea de Jalon (met de toren op de heuvel), Bardalur en Bardoles. Onderweg is er genoeg te zien met de uitgehakte woningen, nu schuren, in de rotswanden.

We naderen de braadpan van Zaragoza en het wordt steeds heter. Het laatste stuk zitten we langs het Canal Imperial de Aragon. Dit water geeft een beetje verkoeling en brengt ons via een rustige route de stad in. Er is een camping in Zaragoza maar we kiezen toch voor een hotelkamer in de stad. Die heeft airco en geeft ons ook meer mogelijkheden om de stad in te gaan want de camping ligt er een stuk buiten. Zo komen we na 84 kilometer om half twee, in hotel Horus terecht, een voormalige chocoladefabriek. De kamer is heerlijk koel, dus we nemen eerst de tijd om bij te komen. Bij de super om de hoek haal ik wat te eten en te drinken. In de avond is de ergste hitte weg en dan lopen we de stad in om wat te eten en te drinken. De eerste kennismaking met Zaragoza is positief. Morgen maar eens kijken wat het meer te bieden heeft.

Alles is anders

A journey is like a marriage.  The certain way to be wrong is to think you control it. – John Steinbeck

Dag 95:

Op zondagochtend door Segovia rijden is magisch. Er is haast niemand op straat en dat geeft het viaduct een andere uitstraling, mede door het ochtendlicht. We gaan buitenom Segovia heen dus we zien het kasteel uit een andere hoek. En we zien verschillende ballonnen in de lucht hangen. Die maken gebruik van het heldere weer en de ochtend om Segovia op zijn mooist te zien. Volgens de Lonely Planet is dat het mooiste wat je kunt doen in Segovia. Het is zonnig vandaag na de grijze dag gisteren. Het lijken wel Franse temperaturen met negen graden, dus ik diep mijn jasje onder uit de tas op en Mevr. van der Veeke rijdt het eerste stuk met handschoenen aan.

Het grootste deel van de dag zitten we op een via verde. Deze keer de Via Verde del Valle del Eresma. Op zondag worden die bevolkt door, veelal oudere, mountain-bikers. De route loopt buiten de dorpen om dus we komen pas na 50 kilometer in de bebouwde kom. Gelukkig hebben we in Segovia nog een bakker kunnen vinden die open was en daar hebben we wat lekkers voor bij de koffie gekocht. Aan de via verde zoeken we een steen op en hebben koffie met gebak.

Dat is bij Nava de la Ascuncion en inmiddels loopt het tegen enen. Wij besluiten te doen wat de Spanjaarden ook doen op zondag om een uur. We strijken neer op een terras, bestellen wat te drinken en wat pinchos. Dit zijn kleine hapjes, in ons geval wat gebakken stokbroodjes belegd met lekkers. Het is even heerlijk bijkomen in de schaduw.

Maar goed, Coca en de camping lokt, dus we gaan verder. In Coca staat een van de mooiste kastelen (waarin de Moorse Mudejar invloeden duidelijk te zien zijn) van Spanje dat op zondag blijkbaar dicht is en er is geen kip. Het ziet er prachtig uit, een sprookje. Daarna zoeken we de camping op, die iets buiten het centrum ligt. Ik maak me wat zorgen of hij er wel is, ondanks dat ik gisteren WhatsApp contact heb gehad. Ik heb geen enkel bordje erheen gezien. Mijn zorgen zijn voor niets want 100 meter voor de camping staat een bordje en hij is er wel. En we kunnen er wat eten want we hebben geen boodschappen kunnen doen onderweg. Er wordt voor ons een verse salade gemaakt en we bestellen Serojas, zonder te weten wat het is. Het blijkt een kruising te zijn tussen flammkuchen en pizza. Met de buik vol zoeken we een plaatsje in de schaduw op de camping om de tent op te zetten. Er is één andere gast en die gaat in de loop van de middag weg. Weer alleen op de camping dus. De rest van de dag rusten we uit. De enige inspanning is als ik af en toe naar de bar loop voor een nieuw koud biertje. Het was een fietsdag zoals een fietsdag hoort te zijn.

Dag 96:

Ondanks dat we niet heel vroeg vertrekken, moeten we David, de campingbaas, toch uit zijn bed halen om ons van de camping te laten. Alle hekken zijn op slot. Het is zondag en lekker rustig op de weg. Alles is anders hier. De temperatuur, het weer en met name het landschap. Het landschap waar we ’s ochtends door komen doet me veel denken aan Les Landes in Frankrijk. Veel naaldbossen, stuifzand en kaarsrechte lange wegen. Het verschil dat hier de bomen wat verder uit elkaar staan om het schaarse water beter te verdelen en dat er (nog steeds) veel hars wordt gewonnen. Alle bomen bloeden hier.

In Ceullar komen we in een grotere stad. Hier is een Chinese winkel die een soort kruising tussen de Action en Blokker is en daar koop ik een waslijn en wasknijpers. Mijn onderbroekjes kunnen weer lekker wapperen. Ook zoeken we hier de fietsenmaker op. Die is helaas gesloten zoals veel winkels hier op maandagochtend. Vroeger (of nog steeds) was dat in Nederland ook zo. Maar ik ben zo gewend aan het feit dat je bij ons ten alle tijden in de winkel terecht kan, dat ik hier soms op het verkeerde been sta. In Cuellar is wel een mooi kasteel uit de 11e eeuw.

Vanaf hier neigt het wegdek licht naar beneden en dat fietst heerlijk. Zeker omdat de wind ons ook nog een duwtje in de rug geeft. Het landschap verandert. Je ziet hier veel ‘losse heuvels’ in het landschap staan. En daartussen veel landbouw en veeteelt. Het graan is inmiddels van de velden dus die zijn goudgeel met kastelen van hooibalen. Ik vind het een prachtig uitzicht.

Op een van de heuvels is het kasteel van Penafiel gebouwd. Het ziet er imposant uit maar schijnt vrij smal te zijn. Penafiel is een behoorlijk stadje. We zoeken hier de winkel op om eten te kopen. De camping, El Riberduero, is de duurste tot nu toe (€28,40) maart het is een erg mooie camping met veel schaduw, grote plekken en rust.

Dag 97:

We merken dat het lijf wat moe is en extra rust wil. Na bijna 100 dagen reizen is deze vermoeidheid wat chronischer. We willen goed voor dit lijf zorgen dat ons al zo ver gebracht heeft. En het is hier een mooi plekje, dus we houden nog een dag rust. Dat geeft mij gelegenheid een peluqueria te zoeken. Dat lukt, maar ik zat wel met samengeknepen billen toen ze de tondeuse erin zette en het leek alsof ik kaal geschoren werd. Maar het resultaat is volgens Mevr. van der Veeke weer prima.

Ik kijk ook even in het stadje rond. Het is een stadje zoals zo velen die we al gezien hebben. Alleen het Plaza del Coso is bijzonder. Het is een plein met gewone huizen er omheen. Op het plein ligt de arena  voor stierengevechten (doen ze dat nog?) en de rechten om vanaf de balkons van de huizen te mogen kijken ligt niet bij de bewoners maar bij de gemeente die de plekken aan de hoogste bieder verkoopt.

En voor de rest doen we lekker rustig aan zodat de volgende kilometers net zo plezierig zijn als de vorige.

Dag 98:

Het is een frisse dag maar dat vinden we niet erg. Het wordt nog warm genoeg later op de dag. Het is fijn om weer op de fiets te zitten. Zoals eerder gezegd is het landschap hier heel anders dan voor we de Sierra de Guaderama overstaken. Hier zie je velden met gewassen. Groene druiven en mais, geel als het koren geoogst is, Daartussen kale heuvels, met vaak een kasteel erop. We zitten nu in het gebied van de rivier de Duero, iets wat je vaak in de plaatsnamen terugziet. Er worden veel druiven verbouwd in dit Ribera del Duero wijngebied, met name de Tempranillo druif (Fino tinto).  Hierbij zijn Penafiel en Roa de Duero het belangrijkste leveranciers van de druiven. En Aranda de Duero is het centrum omdat er veel bodega’s zitten Deze hebben grotten in de heuvels om de wijn bij constante temperatuur op te slaan. En die grotten zijn onderling verbonden met een gangenstelsel.

Wij banen ons eerst een weg naar Roa de Duaro. Via drukke en minder drukke autowegen. Op het pleintje doen we een koffie terwijl de lokale bevolking al aan het bier en de wijn zit. Daarna door naar Aranda de Duero. Dit is een minder inspirerend stuk. Langs een autoweg, lange wegen en een oostenwind tegen. Het enige voordeel is dat het helemaal vlak is. Het laatste deel is een mooi paadje langs de Duero. Aranda is een grotere stad met meerdere fietsenmakers. Ik ben nog steeds niet gerust op mijn krakende trapas. Inmiddels weet ik dat er of speling in de cranks zit of in de trapas. Ik vind een fietsenmaker die deze voor mij wil aandraaien. Daarna is het iets beter, maar nog niet over. Blijft alleen nog de trapas over en die vervangen vertrouw ik niet elke fietsenmaker toe. Ook eten we hier wat en doen we boodschappen voor vanavond.

We hebben weer de luxe van een hotel. De komende 250 kilometer is er geen camping dus we moeten terugvallen op andere overnachtingen. En de eerste hebben we in Santa Cruz de la Salceda. De stadjes hier zien er authentiek en net zo mooi uit als hun namen klinken. In Fuentelceped bewonderen we de zandstenen huizen en slaperige pleintjes. Die komen ’s avonds pas tot leven als de hele bevolking uit hun huizen komt om de dag door te nemen. Het voelt hier als een zwoele zomeravond.

Wandelvakantie

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Dag 91:

We zorgen dat we weer vroeg op de fiets zitten. De klim van gisteren heeft ons bijna boven gebracht, dus we beginnen met een gemakkelijke afdaling. De weg is net opnieuw geasfalteerd dus we zoeven naar beneden. Het compenseert een klein beetje het slechte wegdek dat we een groot deel van de rest van de dag hebben.

In Pelehustan slaan we af naar links. We zitten hier in niemandsland dat we doorkruisen via een oud weggetje dat naar een groeve toe leidde. Erg rustig maar ook erg slecht wegdek. We klimmen stuiterend weer naar 900 meter en dalen dan weer een stuk met ingeknepen remmen en aangeknepen billen. Het is vandaag weer warm maar we hebben veel schaduw van de bossen waar we doorheen fietsen. Daarnaast houden we vandaag verschillende keren het t-shirt onder de kraan. Door de verdamping van het water koel je zo een paar graden af. In dit gebied zien we veel steengroeves waar enorme hoeveelheden marmer klaar liggen. Zou iemand dat nog gaan kopen?

Afgezien van het klimmen, dalen en de fraaie landschappelijke uitzichten gebeurt er vandaag niet zoveel. Zo komen we redelijk op tijd bij Pelayos de la Presa aan. Daar zitten twee campings. Camping la Infermeria, die niet zo goed uit de recensies komt maar aan de route ligt en camping La Ardilla Rojo waar we weer honderd meter voor moeten klimmen maar beter schijnt te zijn. We gaan eerst voor de camping aan de route. Die lijkt gesloten te zijn maar als we er staan komt er iemand aan die er tuinwerk doet. Die belt iemand die ons te woord staat, maar op zijn beurt ook weer iemand anders moet opbellen om te vragen of we er kunnen staan. Dat kan en het kost €18. Dat is wel prijzig voor een camping zonder voorzieningen (want alles is dicht) maar hij laat ons een plekje in de schaduw zien dus we zijn al snel verkocht. We lijken weer een van de weinige gasten te zijn maar later op de dag komt er toch van alles aan vaste gasten binnen. Wij brengen de middag in de schaduw door en dat blijkt toch prettiger te zijn dan in de zon op de weg.

Dag 92:

Vandaag staan er maar 45 kilometers op het programma. Dat lijkt weinig, maar we zijn er wel de hele dag mee bezig. Klimmen in de zon is niet fijn. Maar klimmen door een rivierbedding is ook geen feest. En dat is wat we vandaag meerdere keren moeten doen.

De route leidt ons vandaag eerst een stukje over een via verde langs de Rio Alberche. Zo in het ochtendlicht, ligt het er als een plaatje bij. Het is helaas maar een kort stukje en dan moeten we over een keienpad weer uit het dal omhoog zien te komen. De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.

Gelukkig hebben we daarna weer asfalt en via Navas del Rey, Chaperia, Colomar de Arroyo en Fresnedillas de la Olivia gaan we richting El Escorial. Hiervoor moeten we klimmen naar 1100 meter. Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten. Hier is niet te fietsen, zelfs niet door ons en zeker niet met 25 kilo bagage. Ook hier loop ik weer hele stukken. Het lijkt wel een wandelvakantie. Door deze ontberingen vergeten we haast naar het landschap te kijken. Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is. En dat scheelt een hoop. Hier ronden we ook het eerste deel van de Ruta Iberica (en dat is voor ons het tweede boekje) af.

El Escorial is bijzonder. Waar vind je een gebouw met 4000 (!) slaapkamers? We zien het van buiten want we zijn er in 2001 al geweest toen ik een half jaar in Madrid werkte. We willen liever naar de camping om uit te rusten. Iets voorbij El Escorial is een grote familiecamping met zwembaden en alle toeters en bellen. De prijs is er ook naar want niet eerder betaalde ik €28 voor een nachtje kamperen. Wat voor ze pleit is dat ze nog een (ruim) tentenveld hebben. In deze tijd waarin haast niemand meer met de tent kampeert, is dat bijzonder. En er staan zowaar een aantal tenten. Allemaal Spanjaarden, we komen hier nauwelijks toeristen tegen. We komen ook geen fietsreizigers tegen. Af en toe een wielrenner maar niemand met tassen. Blijkbaar zijn wij de enige gekken die dit in de zomer doen.

Minpunt is wel dat ik mijn waslijn vergeten ben bij de vorige camping en dat is een groot gemis. Meestal is het eerste wat ik doe; na aankomst de waslijn ophangen zodat mijn kleding kan uitwaaien en drogen na het wassen. Het voelt alsof ik mijn kind vergeten ben op de parkeerplaats. Maar zo snel mogelijk op zoek naar een ander kind. In de super hebben we een fles sangria gekocht. En bij de bar kan ik een zak met ijsklontjes kopen. Die twee samen blijkt een gouden combinatie die ons de middag en avond doorhelpt.

Dag 93:

De enige manier om de camping te bereiken was via een drukke weg. En dat is ook de enige manier om er weer weg te komen. We bijten op onze tanden en gaan over een smal strookje, naast de auto’s, richting Guadarrama. Gelukkig hebben de automobilisten in Spanje het beter voor met fietsers dan in Portugal. Ze nemen de tijd, gaan met een ruime boog om je heen en vaak krijg je ook nog een duim omhoog.

In de route van vandaag zit de hoogste top. Dat is de Puerto de Navacerrada met 1860 meter. Op de camping zitten we op ongeveer 1000 meter. Cercedilla ligt op ongeveer 1200 meter. Vanaf daar klim je naar de Puerto de Navacerrada. En dan daal je weer af naar Segovia, wat weer op 1000 meter ligt. Dus 800 meter klimmen en 800 meter dalen. Maar… er zijn ook andere mogelijkheden.

Je kunt in Cercedilla de trein pakken naar Segovia. Die gaat door de tunnel en dan sla je de klim en de afdaling over. Er is ook een smalspoorlijntje dat je boven naar de pas brengt. Het is daar een wintersport gebied, maar in de zomer rijdt dit treintje ook een paar keer per dag. Dan heb je niet de klim, maar wel de afdaling. En dat is precies wat we doen. We zijn op tijd om de eerste rit van 9:35 te halen. Voor €9,20 p.p. zijn we in een half uurtje boven. En dan hebben we een heerlijke afdaling. Helaas zonder uitzichten want er staan overal hoge bomen langs de weg, maar als je een fietser bent, weet je dat de afdaling het uiterste genot is. Zelfs zonder uitzicht.

In de afdaling komen we langs La Granja de San Ildefonso. Heel vroeger stond hier een jachthut, gewijd aan Sint Aldefonsus, voor de koningen. Deze werd in beheer gegeven aan de monniken die hier een boerderij (granje) stichten (vandaar de naam). Daarna liet koning Felipe V hier een soort van Versailles bouwen met prachtige romantische tuinen die je gezien moet hebben. Dat willen we graag doen maar de bewaking daar is allergisch voor fietsen. Nadat we eerst ruzie krijgen met een suppoost, worden we even later nagefloten door een bewaker. Met net zo’n fluitje als de veldwachter ongeveer 100 jaar geleden in Nederland had. Kortom, we worden min of meer het dorp uitgejaagd.  Zodra het woord ‘romantisch’ op de proppen komt is Mevr. van der Veeke niet te stuiten. Ik pas dus op de fietsen terwijl zij toch een kijkje gaat nemen. De tuinen zijn mooi maar de fonteinen staan in de zomer allemaal uit en daardoor mist het toch een beetje het sprankelende.

Hierna dalen we door naar Segovia. De camping zit voor het dorp en we vinden een prachtig plekje. We besluiten hier een dag extra te blijven om Segovia beter te kunnen bekijken.

Dag 94:

Het is twintig graden kouder dan een paar dagen geleden. Het lijkt alsof we in een ander landschap en een ander weertype zijn gekomen door het passeren van de berg. Vandaag is bewolkt, het regent zelfs even. Prima weer om een stad te bezoeken.

Segovia wordt gezien als een van de mooiste steden van Spanje. En na er geweest te zijn, kan ik dat alleen maar beamen. Er is heel veel gerestaureerd, eigenlijk is elke straat mooi. Er is een bijzonder viaduct, een sprookjes kasteel en mooie kerken. En veel huizen hebben een sjiek patroon in de muren. Er is één ding wat niet voor hun spreekt en dat is het streekgerecht. Dat bestaat uit compleet geroosterde baby-varkentje (conchinillo asado). Op de plaatjes ziet het er erg zielig uit. De bedoeling is dat je het geroosterde beest opensnijdt, opeet en daarna het bord stukgooit.

Segovia is wederom Unesco werelderfgoed en het is een mythische stad. Er wordt gefluisterd dat hij gesticht is door de god Hercules of de zoon van Noah (je weet wel van die klimaatverandering een tijd geleden). De stad bestond al toen Jezus op aarde rondliep. Eerst Romeins, later zaten de Moren hier totdat ze in de 10e eeuw eruit gegooid werden. In de middeleeuwen was het populair bij de adel  en daarna vergeten totdat in 1960 het toeristenbureau een campagne startte. En terecht want er is veel moois te zien.

Allereerst natuurlijk het aquaduct dat dwars door de stad loopt. Gebouwd in de eerste eeuw door de Romeinen. Een kunststukje met 20.000 stenen en geen druppel cement. Met 163 bogen en 28 meter hoog zorgde het voor de aanvoer van water in de stad.

Alcazar is van een andere orde. Gelegen aan de rand van de stad, is het een sprookjes kasteel met Arabische invloeden. De naam komt van het Arabische All -qasr (fort). De fundamenten staat er al in de Romeinse tijd en in de 13e-14e eeuw is het herbouwd. Helaas compleet afgefakkeld in 1962 en toen weer opnieuw gebouwd, met een beetje extra. Mocht je een Disney-fan zijn en het komt je bekend voor, dan komt dat omdat het model stond voor kasteel van ‘de schone slaapster’ in Orlando.

De kathedraal is ook prachtig, alleen al van buiten. We gaan er niet in want we hebben inmiddels zoveel kerken gezien. Ze hebben er 200 jaar over gedaan en van binnen zijn er 20 kapellen.

Verder struinen we nog wat door deze, best grote, stad waarbij we nog wat van de bezienswaardigheden bekijken. Het is gewoon een fijne stad om in te zijn omdat alles zo opgeruimd, mooi en gerestaureerd is. Kortom, de moeite waard om een keer te bezoeken.

De zwarte maagd

Travel is glamorous only in retrospect. – Paul Theroux

Dag 87:

We verlaten Madrigalejo om half acht. Het is nu zelfs al warm. In de stad met al dat steen en asfalt blijft de warmte veel langer hangen. Gisterenavond hebben we nog een kroegentocht gedaan. Nou ja, de eerste was dicht en bij de tweede zijn we gaan zitten.  Het leven speelt zich hier ’s avonds op straat af. Er wordt dan flink bijgetankt met bier. In Nederland heb ik nog nooit literflessen bier gezien. Hier wel.

Maar goed, vandaag sluiten wij aan op een Via Verde. In andere landen heet het greenway of voie verte. Het zijn oude spoorlijnen die ze omgebouwd hebben tot fietspaden. In Spanje liggen er een aantal zoals je op dit kaartje kunt zien. Er zitten er meerdere in onze tocht en de Via Verde del Guadiana is de eerste. Met de Via Verdes is hetzelfde probleem als veel andere openbare voorzieningen in Spanje en Portugal. Iemand heeft een lumineus idee. Laten we een speeltuin, buurthuis, park ,Via Verde aanleggen. Dat wordt gedaan maar er wordt geen rekening mee gehouden dat dit ook onderhouden moet worden. Je ziet dan de betreffende faciliteit langzaam vervallen en zo is het ook met deze fietsweg. Het pad is soms niet meer te zien door het onkruid en er vallen gaten in. Maar gelukkig is er nog goed op te fietsen en het is heerlijk rustig. Geen auto’s, geen andere fietsers en geen mensen. En wel mooie natuur en uitzichten. We hebben het wel even benauwd als we onderweg twee loslopende  blaffende honden ter grootte van een kalf achter ons aan komen. Ze hebben hier veel waakhonden die meestal als een Cujo tekeer gaan. Maar dan zitten ze vast of achter een hek. Gelukkig geven deze na een tijdje de moed op. Blaffende honden vind ik hier sowieso een probleem. Ik hoor ze elke nacht als ik in mijn tent lig. En dat gaat dan de hele nacht door.

Bij Logrosan houdt de Via Verde op. In een churreria drinken we een koffie en eten we wat churros. Boven een vetpan hangt een spuit waar lange drollen deeg uit komen. Die vallen in het vet en worden gefrituurd. En die eet je met dikke chocolademelk. Een beetje als uitgerekte oliebollen. Lekker maar ook erg vet. Gelukkig kunnen we het hebben.

We komen langzamerhand weer in een bergachtiger gedeelte van Spanje. Voor Cañamero moeten we weer eens naar 600 meter. Cañamera is trouwens een gezellig stadje op zaterdagmiddag. Langs de hoofdstraat, die door het dorp loopt, zijn overal terrasjes en overal staan mensen te kletsen. De meeste kijken wel als we langs komen. En ze groeten vrolijk terug als wij Hola! roepen. Wij gaan door naar Guadalupe. Hier vinden we een nog mooiere camping dan twee dagen geleden. Alsof je in het bos staat. Er is een zwembad, een kroeg en een restaurant bij. In de laatste eten we een menu del dia voor €8. We staan er overigens ook voor iets meer dan €8. Geen geld en we hoeven niet eens voor de fietsen te betalen. Een prima plek voor een rustdag want we hebben er alweer 11 fietsdagen opzitten. En Guadalupe is de moeite waard maar daarover morgen meer.

Dag 88:

We zijn vroeg in Guadalupe, alweer een Unesco site. Het wordt gedomineerd door een enorm klooster (Monesterio de Nuestra Señora de Guadalupe) waar de stad(je) omheen is gebouwd. Dit klooster is in 1340 gebouwd nadat een schaapherder het beeld van de zwarte madonna hier had gevonden. Deze zou gemaakt zijn door de discipel Lucas. De plek is al eeuwenlang een plek om heen te pelgrimeren. Zelfs Columbus is hier geweest en mocht de naam Guadalupe je bekend voorkomen. Hij heeft een  Caribische eiland naar deze plaats vernoemd. Het is een ontzettend rijk klooster geweest maar in de 19e eeuw verlaten en later weer in ere hersteld door de Franciscaner monniken. En bij wat ik nu zie kan ik alleen maar concluderen dat het weer een rijk klooster is.

Je kunt het klooster alleen bekijken met een guided tour. We betalen hier €5 p.p. voor maar dit geld is goed besteed ondanks dat de gids alleen Spaans spreekt. We hebben het geluk dat een tweetalig stel voor ons wat dingen vertaalt. De tour duurt een uur en leidt je door een aantal kamers waar ik dingen zie, die ik niet eerder heb gezien. Je mag geen foto’s maken zeggen ze in het Spaans maar dat versta ik niet, dus ik heb er stiekem toch wat gemaakt. Vooral de kamer met de enorme boeken (40-50 kilo per stuk, daarom zitten er wieltjes onder) en de kamer met de kunst (er hangen meerdere El Greco’s  en een Rubens. Ook de Jezus die uit één slagtand  van een olifant is gemaakt (ze zeggen door Michelangelo) , is een juweeltje. De kamer met de relikwieën en de sacristie zijn ook het bekijken waard. Ongewijzigd sinds de 17e eeuw. Zoveel pracht, schilderijen (er hangen 8 enorme schilderijen van Zurbaran die speciaal hiervoor gemaakt zijn) en beschilderende zuilen en plafonds. Je raakt niet uitgekeken. Aan het einde van de tour kom je bij het heilige der heilige, de Camarin waar de zwarte madonna staat.

Er zijn niet veel zwarte Madonna’s. Bij ons in het westen hebben we de gewoonte Jezus, Maria en andere heilige figuren met een roomblanke huid af te beelden. Maar eigenlijk is dat heel onlogisch. Deze mensen kwamen uit en leefden in Noord-Afrika. En de mensen zijn daar zwart. Iets om over na te denken…

Afijn, dit beeld is uit donker cederhout gesneden en de verschillende lagen pantserbeits hebben het alleen maar donkerder gemaakt. Het is trouwens maar een klein beeldje en ze kijkt wat sip ondanks dat ze gekleed is in een jurk met parels en juwelen. Normaal gesproken kijkt ze hoog boven het altaar uit over de kerk maar voor ons draait ze zich even om (met de hulp van een pater die het plateau een zwieper geeft). De gelovigen mogen dan haar voeten kussen en dit is een vreemd stukje toneel. Aan de voeten zit een touwtje met daaraan een plaatje. Die mogen de mensen aflebberen en dat wordt dan ook gretig gedaan. Ik sla even over. Na het bezoek aan het klooster slenteren we nog even door de straatjes. Er is veel authentieks bewaard gebleven waaronder de overhangende balkons en de stadspoorten.

Ondanks deze touristenmagneet is Guadalupe nog redelijk ongerept. Ja, er zijn wat souvenirwinkeltjes en de Plaza Major staat vol met terrasjes maar het is veel lokale bevolking en je struikelt niet over de Aziaten met hun selfie-sticks. Een aanrader om te bezoeken.

Dag 89:

Vandaag is een dag met uitdagingen. Ten eerste heb ik geen overnachting kunnen vinden op een redelijke afstand (tussen de 30 en 70 km). Ten tweede moet er flink geklommen worden tot Puerto de San Vicente. Daarna gaan we over de Via Verda de la Jara. Op internet lees ik onheilspellende berichten over deze route. Ingestorte tunnels en achterstallig onderhoud maken hem onbegaanbaar. En door deze drie krijgen we waarschijnlijk een lange dag met veel kilometers wat betekent dat we ’s middags in de Iberische oven moeten fietsen. Maar goed, wat uitdaging houdt je scherp dus we tackelen ze gewoon een voor een.

Het klimmen lossen we op door op tijd te vertrekken. We staan in het donker op en voor half acht zitten we op de fiets zodat het nog redelijk koel is tijdens de klim. En inmiddels zijn we zo getraind dat het klimmen vrij gemakkelijk gaat. Het is gewoon doormalen met de benen en uiteindelijk zitten we tegen half twaalf bij de pas op 800 meter ondanks dat we in Alia nog een bakje hebben gedaan.

Hierna kun je op twee manieren naar de Via Verde. Een stuk naar het zuid-oosten en dan aansluiten. Of een kortere route via El Campillo de Jara waarmee je veel noordelijker op de Via Verde aansluit en dus een stuk overslaat. Wij kiezen voor de laatste optie omdat we al genoeg kilometers voor vandaag voorzien. Het scheelt 12 kilometer, maar we moeten er wel wat extra voor klimmen.

In El Campillo kijken we of ze een menu del dia hebben. Want dan hoeven we vanavond niet te koken, hoe we ook overnachten. Met de bardame hebben we wat spraakverwarring over het menu. Dat sluiten we kort met ‘todo es bien’ en daarmee krijgen we een prima maaltijd. Deze rekken we zo lang mogelijk want voor de overnachting kom ik eigenlijk nog maar op één optie uit: wildkamperen. En dat kan prima want we zitten langs de Via Verde dus er komt (’s avonds) niemand meer langs. Als we de tent zo laat mogelijk opzetten dan moet dat kunnen. Daarnaast heb ik gezien dat er soms bankjes en kranen zijn. De grote onbekende is alleen; ‘In welke staat is de Via verde?’.

Als we het verblijf niet langer kunnen rekken, gaan we weer op pad. En van een café met airco naar 38 graden is best wel een overgang. Gelukkig gaat het vanaf hier alleen maar naar beneden. We zoeken de Via Verder op en kunnen alleen maar constateren dat er inderdaad veel achterstallig onderhoud is. De oude stationnetjes staan op instorten, de picknickbanken zijn verrot en de weg is soms overgroeid. Gelukkig kunnen we er prima op fietsen. En door de 18 tunnels hebben we af en toe wat schaduw. De langste tunnel is een kilometer en er is geen verlichting. Lopend, met een zaklamp, is deze te doen. Alleen de vleermuizen zijn niet zo blij met ons. Er vliegen er hordes voor ons uit. Er is verder niemand dus na een aantal kilometers besluiten we in de schaduw van een (korte) tunnel te gaan zitten om de tijd door te komen. Dat houden we een uurtje vol en inmiddels loopt het al tegen zessen. De hitte is nog steeds overweldigend. Volgens mij leggen de kippen hier gekookte eieren. Maar we moeten toch verder.

Als de route langs Aldenueve de Barbarroya gaat, zoeken we even het centrum op om te vragen of hier misschien toch nog een overnachting is en om nog wat kouds te drinken. Er is geen overnachting maar ze hebben heerlijk koude Radler die in glazen geschonken wordt, die uit de diepvries komen. Samen tikken we er vijf weg.

Het wordt dus wildkamperen. Ik heb een voorkeursplek en daar gaan we naartoe. Ondertussen is de hemel volgelopen met donkere wolken. Die lossen hun belofte in en het gaat regenen. In een tunnel zitten we de grootste buien uit en gaan dan verder. Zo kom je de tijd wel door.

Mijn voorkeur blijkt ook uiteindelijk de keus te zijn. Er is een bankje waarop we onze avondboterham kunnen doen, een bron om te wassen en ik vind een stukje van het pad af een redelijk vlak plekje. De boterham doen we tijdens de volgende bui. Het bankje staat onder een redelijk dichte vijgenboom dus de boterham wordt niet soppig.

Als het droog is, zetten we de tent op, wassen we ons bij de bron (speciaal voor dit soort evenementen heb ik een washand mee J) en kruipen in de tent. Om ons heen dondert en flitst het als een paparazzi-evenement maar wij liggen lekker in het tentje. Nog wel te zweten maar de slaap komt snel als je 80 kilometer in de benen hebt zitten.

Dag 90:

Ondanks dat ik goed geslapen heb, was het toch een onrustige nacht. De hele nacht heeft het gebliksemd en gedonderd en er vielen toch wel enorme buien uit de lucht. Hebben we zowaar weer een schone tent. En het is een beetje afgekoeld. We ruimen op en pakken in. Mooi zo’n zonsopkomst als alles weer zo helder is en ontbijten doen we verderop bij een picknicktafel.

Bij Calera y Chozas houdt de Via Verde op. Hierna zitten we tijden op een vluchtstrook naast een grote weg. Eerst tot Talavera de la Reine. Dit is een grotere stad waar we op zoek gaan naar een fietsenmaker. Tijdens het klimmen komen er weer verschrikkelijke kraakgeluiden uit mijn aandrijving. Ik vermoed dat het de pedalen (weer) zijn en die wil ik laten vervangen. De fietsenmaker vinden we en ik heb een paar nieuwe pedalen voor €13. Het kraken lijkt eerst verholpen maar in de loop van de dag komt het toch weer terug. Over naar plan B; mijn fietsenbouwer Marten mailen.

Na Talavera gaat het omhoog. We moeten van 300 naar 900 meter en dat valt niet mee. In het begin gaat het gelukkig nog geleidelijk. Want tot San Romain de Los Montes zitten we weer op een vluchtstrook. In San Romain worden we overigens wel voor het eerst door de Guardia Civil aangesproken. Nee, niet over het wildkamperen. Ze vragen of alles goed gaat. We zoeken een café om wat te drinken en bij te komen en daar begeleiden ze ons naartoe. Door de politie naar de kroeg gebracht! Het moet niet gekker worden.

Hierna begint de klim heftiger te worden. Eerst naar Castille de Bayuela (560 m) en het laatste stuk naar El Real de San Vicente is heftig. Zelfs voor ons doen. Het is heet en steil met wel twee kilometer lang meer dan 12%. Ik ga lopen maar Mevr. van der Veeke zet hardnekkig door. Die is niet van de fiets te krijgen. Iets boven El Real hebben we een Airbnb geboekt en redelijk oververhit en stuk komen we daar aan. We constateren dat het niet zozeer de hoogtemeters zijn, we hebben er minder dan gisteren, maar dat het de hitte is die ons nekt. Gelukkig heeft onze gastvrouw een koud biertje voor ons en nu kunnen we bijkomen. ’s Avonds regent het weer, maar nu zitten we lekker binnen te genieten van de koelte die het brengt.

The heat is on…

The thing with heat is, no matter how cold you are, no matter how much you need warmth, it always, eventually, becomes too much. – Victoria Aveyard

Dag 83:

Als je ooit in Vila Vicoza terecht komt, neem dan een overnachting in Casa do Colegio Velho. Prachtig huis, prachtige badkamer (ik heb nog nooit zoveel marmer gezien) en een optimale gastvrijheid. De eigenaresse lijkt wel een adellijke freule en komt ’s ochtends nog even in haar peignoir bij ons ontbijt zitten om verhalen te vertellen over vroeger. Als we vertrekken krijgen we een doosje met zelf gebakken cake mee.

Wij gaan eerst richting Elvas en dat begint met een afdaling waarmee we de eerste tien kilometer nauwelijks wat hoeven doen. Tijd voor koffie dus en dat hebben ze in Sao Romao, waar de oude mannetjes op een bankje sterke verhalen zitten te vertellen maar stilvallen als Mevr. van der Veeke met haar helm-hoed langs komt.

In Elvas zoeken we het Amoreira aquaduct op dat in de 16e eeuw gebouwd is om de stad van water te voorzien. Een indrukwekkend bouwsel zoals het er nu zelfs nog staat. Ze moesten wel want de enige voorziening was een antieke Moorse waterput. Verder is Elvas een vestingstad en dat kunnen we zien aan de dubbele muren en poorten. Het was lastig binnen komen hier. Niet alleen door de poorten, we moeten er ook een flink stuk voor omhoog. Ondanks dat het een Unesco site is, vind ik het geen stad met een bijzondere uitstraling.

Wat omhoog gaat, moet ook weer naar beneden dus de eerste kilometers naar Badejoz krijgen we cadeau. Het landschap is hier zo mogelijk nog leger. Badejoz is Spaans, dus we gaan hier ook weer de grens over en verliezen meteen een uur. Dat vinden we op zich niet erg want dan zijn we vanaf nu vroeger op pad en dan is het nog relatief koel.

In Badejoz heb ik een hostel geboekt maar daar is wat mis. Wat begrijp ik niet want we lopen hier meteen weer tegen de taalbarrière aan. Mijn Spaans is rudimentair en hun Engels is niet bestaand. Maar we zijn in een ander hostel geplaats, een klein stukje verderop. En de meneer daar spreekt Engels én heeft net een leerboek Nederlands aangeschaft. Verder is hij erg vriendelijk en behulpzaam. De fietsen kunnen op de binnenplaats en wij kruipen in de kamer met de airco aan.

Tegen de avond gaan we de stad in. Badajoz is de grootste stad van de Extremadura en zo dicht bij de grens heeft het vele vijandelijke schermutselingen meegemaakt. Gelukkig is het centrum redelijk compact zodat we een rondje kunnen maken over het Plaza de Espana, Plaza Alta, de Alcazaba de Bajoz (Moorse vesting) en de leuke straatjes in de stad.

Tegen zeven uur beginnen we wel wat trek te krijgen, maar we moeten weer wennen aan het Spaanse ritme. De eetgelegenheden gaan hier pas om negen uur open. Dat valt niet mee. Gelukkig kan er wel gedronken worden en tapas besteld. Ik heb het gevoel dat we hier de enige toeristen zijn, zo ver in het binnenland. Vandaar dat niemand een andere taal dan Spaans spreekt, zelfs de jongelui niet. Wat ze wel veel doen hier is erg luid praten. Met name het personeel in een bar zit tegen de schreeuwgrens aan als ze wat tegen elkaar zeggen. Voor morgen hebben we een flink traject op de rol staan. Maar wel vlak én langs het water. En hopelijk kunnen we dan weer kamperen. Dan kunnen we tenminste zelf bepalen hoe laat we willen eten.

Dag 84:

Om de hitte te ontlopen willen we zo vroeg mogelijk op pad. Ik heb de wekker op half zeven gezet maar zie dat het dan nog donker is. Pas om kwart over zeven komt de zon op. We draaien ons nog een keer om en zitten om acht uur op de fiets.

Het is fiks bewolkt en even lijkt het alsof het gaat regenen. Maar dat is schijn. Uiteindelijk blijft de bewolking tot een uur of een. Na tweeën is het weer erg warm. Maar dan hebben wij onze 70 kilometer er al opzitten. Vlak buiten Badajoz komen we bij het Canal de Montijo en daar blijven we ook zo’n 60 kilometer naast zitten. Soms links en soms rechts. Het water wordt gebruikt om de landbouw te voorzien. We zien veel mais, rijstvelden, olijf- en fruitbomen hier. Mevr. van der Veeke kan het niet laten om een pruim te stelen. Hij blijkt later heerlijk te smaken.

Merida is de hoofdstad van de Extremadura en is een verzamelplaats van oude Romeinse overblijfselen. Maar er zijn ook nog veel Moorse invloeden te zien. We komen binnen via de Romeinse brug en zien op de heuvel de Alcazaba al liggen. In deze stad struikel je over de Romeinse brokstukken. Je moet wel bijna overal voor betalen als je ze wilt zien. Dat willen wij niet (het betalen én het zien) dus we fietsen even langs een paar high-lights waarvan de tempel van Diane de mooiste is.

De camping blijkt aan de snelweg te liggen, dus we moeten een stuk over de vluchtstrook. En daar zitten we in de schaduw de middag uit. ’s Avonds koken we onze eigen maaltijd, zoals gepland.

Dag 85:

De routine van het opstaan zit er nog niet helemaal in. Ik ga er om zeven uur uit, maar om half negen zitten we pas op de fiets. Wat gebeurt er dan in die tijd? Nou, opstaan (beiden), douchen (ik), yoga (Mevr. van der Veeke), slaapspullen opruimen (Mevr. van der Veeke), ontbijt maken (ik), afwassen (ik), tassen inpakken (beiden), tent opbreken (beiden) en vertrekken (beiden). Het blijkt dat we daar gewoon anderhalf uur voor nodig hebben. Morgen maar weer wat vroeger eruit.

Het begint helaas als een stralende dag. Gisteren hadden we ’s ochtends nog wat bewolking waardoor het langer koel blijft. Vandaag gaat de koperen ploert meteen op volle kracht. Misschien omdat het voor ons een feestelijke dag is, want we zijn 31 jaar getrouwd.

Trouwdag selfie.

Qua route is het niet bijzonder. We zitten veel op of langs een drukke weg. Na een kilometer of 15 komen we weer langs een kanaal. Deze keer is het Canal de Orellana. Er stroomt flink wat water in om de velden te voorzien van water. Alleen het gurgelen van het water geeft al verkoeling. Maar het is in werkelijkheid ook gewoon koeler langs het water.

We hebben een korte dag van 40 kilometer. Hier in het binnenland zijn weinig campings en vaak liggen ze te dichtbij of te ver. Zelfs het vinden van andere accommodatie is een probleem waar ik veel tijd aan besteed. Op de afstanden die wij willen (en kunnen) fietsen is niets (betaalbaars) te vinden. Maar uiteindelijk is het gelukt door er vandaag een korte dag van te maken, morgen iets uit de route te gaan en overmorgen hebben we dan weer een camping. Ook de boodschappen doen is plannen. Voor negen uur en na twee uur zijn de winkels gesloten. In de periode dat ze wel open zijn, moeten we maar net door een dorpje komen. Het wordt steeds leger, dus ook steeds lastiger om brood en beleg te vinden.

Maar de korte dag is helemaal niet erg. We zijn lekker vroeg op de mooiste Spaanse camping tot nu toe. Camping E.L. 301 even voor Miajadas heeft een groen grasveld, een plekje tussen de bomen, een zwembad en een (weg)restaurant. Van de kinderen hebben we wat geld gekregen om deze feestelijke dag te vieren en daarmee kunnen we precies het menu del dia betalen. Maar de camping ligt ook langs de snelweg (niet heel storend) en we moeten hier € 4,30 voor de fietsen betalen. Heel bijzonder.

We buiken uit in de schaduw en af en toe een bezoek aan het zwembad. Ik geloof dat we een goede manier hebben gevonden om de warme middagen door te komen.

Dag 86:

Het lijkt erop dat we nu de juiste opsta-tijd hebben gevonden. Mevr. van der Veeke is er om zes uur uitgegaan om yoga te doen. Ik draai me nog een half uurtje om en daarna begint het inpak en ontbijt circus. Ruim voor 8 uur zitten we op de fiets. Het is nog 19 graden dus lekker koel. Zelfs de zonnebloemen zijn nog niet wakker.

Vandaag komen we één plaats tegen; Miajadas. Het is het dorp van de tomaat. We zagen al eindeloze velden met (lage) tomatenplanten en die eindigen allemaal hier. Ze hebben volgende week zelfs een tomaten festival. We zijn nog te vroeg voor de supermarkt, dus we nemen eerst een koffie.

Daarna komen we weer langs het Canal de Orellana.

Een heerlijk rustige weg waar je eigenlijk niet in mag, dus we zien alleen maar verkeer dat met het kanaal te maken heeft. Een paar auto’s dus. En een kanaal-inspecteur op een brommertje dat langs tuft en even een praatje maakt. Hij waarschuwt ons om niet in het kanaal te gaan zwemmen, dat is gevaarlijk. Hij vraagt waar we vandaan komen en zijn mond valt open als ik hem onze route laat zien.

Om half een zijn we al op onze eindbestemming. We zijn vroeg op pad gegaan, het is vlak en Mevr. van der Veeke fietst tegenwoordig als Joop Zoetemelk / Bernard Hinault / Greg Lemont / Geraint Thomas (* doorhalen wat niet je favorieten zijn of kies afhankelijk van je geboortejaar). In Madrigalejo heb ik een hostel geboekt. We moeten hier wel zes kilometer voor omfietsen maar het is het waard. We krijgen een mini-appartementje met keuken, eettafel, bank, badkamer, bed én airco. En we mogen gebruik maken van de wasmachine. In de koelte van de kamer brengen we onze middag door waarbij ik alle tijd heb voor de foto’s, verslagen, mail en andere zaken.

Op de blog zie ik ook een kleine reden tot festiviteiten. De blog is meer dan 100.000 keer bezocht. Alle lezers bedankt. Dit geeft me het gevoel dat ik het niet alleen voor mezelf doe.

Sjoemelen

Wise choices can put us in control of situations where we might otherwise be tempted to compromise our principles. We cannot control all that happens to us; however, we can choose to be in control of our responses.  – L. Lionel Kendrick

Dag 59:

Ondanks dat we de camino afgesloten hebben, doen we vandaag toch nog een stuk Santiago route. Het is eigenlijk de heen route, vanuit Santiago, naar Finisterre, maar dan in omgekeerde richting. Vanuit Ponte Olveira is het eerst een klein stukje klimmen. En dan een kilometerslange afdaling naar Noia. Van dit kustplaatsje wordt gezegd dat de ark van Noah hier in de baai eindigde. Vandaar de naam. Als hij dat nu zou doen, dan weet ik zeker dat hij meteen de trossen weer los zou gooien want het deel van Noia waar wij doorheen komen is vervallen en verwaarloosd. Maar ze schenken er wel een goede koffie, dus wij leggen wel even aan.

Want hierna komt een lange klim. We zitten op zeeniveau en moeten naar 400 meter. Gelukkig is het een geleidelijke klim en daarna hebben we weer een lange afdaling naar Padron.

Padron is een halteplaats voor de Portugese camino. En ook hier zien we de Santiago relieken weer langs komen. We komen langs de Fuente del Carmen, een fontein met een afbeelding van het onthoofde lichaam van Jacobus in een bootje. De paal waar dit bootje aangemeerd zou hebben ligt in Padron. Zeggen ze. En de originele paal(= Padron, vandaar de naam) staat in de kerk, onder het altaar. Zeggen ze. Daar nemen we ook even een kijkje. Er zit ook een stempelgrage meneer, maar wij doen niet meer aan stempels.

Het is weer een lange dag met veel kilometers en hoogtemeters. Dus het laatste stuk slepen we ons, en met name Mevr. van der Veeke, naar Pontevea. We eten eerst nog een uitstekende maaltijd bij pizzeria la Mama. Hier heb ik de hele avond en nacht nog plezier van vanwege een verkeerde garnaal. Ik blijk een kamer geboekt te hebben in een kuuroord met de uitstraling van het hotel van Norman Bates. Want we lijken weer de enige gasten te zijn. Maar wel mooi en luxe. En met verplicht uitslapen, want het ontbijt wordt pas vanaf 9 uur geserveerd. Ik ben er nog niet uit of dit nu een voordeel of een nadeel is. Dat weet ik morgen pas.

Dag 60:

De dag begint met een conflict. Tussen het hoofd en het hart, de logica en het gevoel. De afgelopen dagen hadden we al steeds veel hoogtemeters. En als ik naar het hoogteprofiel kijk van de komende dagen, dan wordt dat niet anders. We gaan vijf heuvelruggen kruisen. Daarnaast is het een, voornamelijk, stedelijk overbruggingsstuk waar we doorheen moeten om bij de kust te komen. Mevr. van der Veeke ziet dit allemaal niet zitten en komt met de suggestie om een taxi te bellen. En daar is niets tegenin te brengen als ik naar de argumenten kijk. Toch zegt het gevoel dat dit sjoemelen is. Het is tegen onze principes. Dit doen we (bijna) nooit. En zeker niet in deze hoeveelheid.

Twee uur later zet een taxi ons, de fietsen en de fietstassen bij Baiona eruit. 120 kilometer verder en aan de kust. Het kost €150 euro maar het scheelt 3 dagen klimmen, een muitende vrouw, zeven ruzies en ongeveer tweeduizend dodelijke blikken. Het is alsof we naar een ander universum getransporteerd zijn. Hier hangt de bekende Spaanse strandstemming. Het weer is warmer, de mensen vrolijker en de stemming opperbest. De beste investering ooit.

Er ligt een mooi fietspad langs de kust. We ruiken de zee en zien de branding opspatten. De meeuwen krijsen. Heel anders dan de Camino, alhoewel hier de Portugese Camino langs loopt. We fietsen een stuk langs de kust en als we een camping zien liggen, is de verleiding te groot. Het tentje mag eindelijk weer uit de zak en we loungen een middag met uitzicht op zee. Hier word ik betoverd door de golven en de branding. Uren kan ik er naar kijken. Het verveelt nooit. Als ik oud ben, neem ik een tiny-house aan zee. Overdag kijken naar de golven, ’s avonds staren in het vuur.

Ik had gedacht dat het hier drukker zou zijn, maar we zijn weer de enigen op de camping. In de cafetaria willen we ‘s avonds wat gaan eten. Het lijkt wel of we in Fawlty Towers terecht zijn gekomen. Met moeite kunnen we een dikke puber van zijn game-computer losweken. Hij moet tenslotte toch het eten voor ons maken. Dat wordt even respectloos behandeld als wij. De wortelsoep is net zo slecht als eerder deze reis. Maar de hoofdmaaltijd is redelijk. Kippenpootjes, groene pepers en patat. We moeten weer even in het ritme komen van boodschappen doen. Ik hoop morgen weer zelf te kunnen koken. In de tent vallen we in slaap met het geluid van de branding. Een beter slaapmiddel is er niet.

Dag 61:

Weer een dag vol verrassingen. We blijven de kust volgen en komen eerst in het prachtige dorpje Oia. Vanaf hier houden we de zee rechts. Het pad volgt soms een fietspad naast de grotere weg. Maar hele stukken zitten we ook op de Camino en is het gravel of steenslag.

Bi A Guarda steken we over naar de andere kant van dit schiereiland. Dat betekent een klein stukje klimmen. In Camposancos gaat de pont die ons naar Portugal moet brengen. Maar als we daar komen, blijkt dat deze op maandag niet vaart. Gelukkig is er een camping vlakbij. Daar maar wachten op morgen. Hebben we zomaar weer een rustige dag. Maar op weg naar de camping drink ik nog even koffie in een kroegje. De barkeeper is een gezellige, behulpzame man die ons wijst op een service dat je met een bootje overgezet kunt worden. Hij belt voor ons en een half uur later laden we de spullen in een motorbootje.

In een kwartier zijn we aan de overkant, in Portugal. En dat voor €10. (de pont zou €7 gekost hebben). Ik weet nu niet of we legaal of illegaal in Portugal zijn maar zolang we niet aangehouden worden, is het goed.

In Portugal is het even zoeken naar de weg. We hebben geen fietsroute, maar ik heb een eigen route samengesteld uit tochten van andere mensen. Deze leidt ons eerst het bos in. Gelukkig kunnen onze fietsen daar tegen alhoewel het wel wat zwaarder fietst. Daarna komen we op de Ecovia do Atlantico. Dit is een fietsroute die met Europees geld aangelegd wordt. Sommige delen zijn klaar en sommige stukken niet. En dan houdt het fietspad ineens op. Met die route en mijn track gaan we de komende dagen richting Porto. Maar voor vandaag vinden we het bij Gelfa genoeg en zoeken we camping Sereia da Gelfa  op.

De receptie is een en al marmer en goud, dus ik verwacht er heel wat van. Maar ik denk dat na de receptie het geld op was want de camping valt wat tegen. Hij is voornamelijk bevolkt door caravans die eens hebben kunnen rijden, maar nu uitgebouwd zijn tot woonschuren en er staan enorme tenten waar meerdere generaties permanent lijken te wonen. Kortom het doet meer aan als een vluchtelingenkamp dan een luxe camping. Iets buiten deze pittoreske setting weten we toch een rustig plekje te vinden. De andere faciliteiten bevestigen echter het beeld; het zwembad is gesloten, net als de bar, ondanks dat de deuren open staan en er voldoende personeel rondloopt. Niemand wil me een biertje verkopen.

Gelukkig hebben we daarop geanticipeerd en hebben we in Spanje nog anderhalve liter Sangria gekocht. Moest er wel een eind mee fietsen, maar het was elke kilometer waard. Bij de tent koken we een maaltijd van bonen, gehaktballetjes en mais. Een heerlijk maal na al die menu’s de Peregrino.

Dag 62:

Vandaag moeten we wennen aan Portugal. Maar misschien moet Portugal ook aan ons wennen. Wij zijn het meest verrast door de route. We zijn gewend uitgezochte routes te fietsen. Dan zijn er weinig verrassingen. Je weet dat de weg te fietsen is, dat je ergens uitkomt en als het steil wordt, dan kun je dat lezen in de beschrijving.
Nu rijden we een eigen route en die heeft een eigen wil. Wegen die als weg op de GPS staan, blijken karrensporen met vuistdikke stenen te zijn. Stippelpaadjes zijn vaak wandelpad maar hier zijn het prachtig aangelegde fietspaden. Soms moeten we door het zand duwen en soms zijn het geitenpaadjes waar je langs komt. En dan hebben we nog te maken met het feit dat heel veel wegen hier gewoon met kinderkopjes bestraat zijn. We stuiteren vandaag heel wat af en ’s avonds op de camping kijk ik eerst of ik al mijn vullingen nog heb.

Maar los van dat gestuiter zijn er ook prachtige routes over vlonders door de duinen en fietspaden langs de boulevards.  En we hebben het geluk dat we op een oude Romeinse weg zitten en lopend over een brug van stenen mogen. We zien hele mooie dingen van Portugal. Viano do Castello is een prachtige stad met een mooi centrum. De kerken zijn hier heel anders dan in Spanje met meer Moorse invloeden. We zien betegelde huizen en komen door kleine dorpjes. Kortom, we zijn de hele dag bezig met dik 50 kilometer maar zijn hier heel voldaan over.

Misschien moest ik aan Portugal wennen, maar met de Portugezen is goed om te gaan. Het is een aanraak-graag volk.Een hand op de schouder, even de arm aantikken. Er gaat een bepaalde warmte en intimiteit vanuit. Ze spreken vaak ook redelijk Engels of Frans en zijn minder xenofoob dan de Spanjaarden.

De campings zijn nog steeds erg rustig en we hebben alle keus voor een mooi plekje. Bij de tent koken we weer een maaltje. Af en toe sputtert het maar tussen de druppels door kunnen we alles warm krijgen en opeten. De camping heeft een doorgang naar het strand en voor het eerst deze vakantie staan we met de blote voeten in de Atlantische oceaan. We kunnen maar een conclusie trekken: het was een mooie dag vandaag.

Dag 63:

Vandaag fietsen we naar Porto. Het is weer een stuk langs de kust. Die verveelt eigenlijk nooit. We komen weer door authentieke vissersdorpjes, fietsen veel langs het strand en vaak over houten loopbruggen waar ook de camino over loopt.

Afwijkend is wel dat we met regen opstaan. Vannacht heeft het geregend, maar ook vanochtend tikte het nog op de tent. Wel kunnen we droog ontbijten maar als we onderweg zijn, miezert het nog steeds. Dat lossen we op door een koffie te doen bij een strandtent. Daarna is het droog en gedurende de middag begint zelfs de zon weer te schijnen.

In een klein dorpje stoppen we bij een bijzonder restaurantje. De abuelo (grootvader) staat op een bbq de vis en het vlees te bakken. Tweelingzussen bedienen. Ik kan ze alleen uit elkaar houden omdat de een bril draagt en de ander niet. En ze doen dit met een zekere flair. We eten uitstekend met vis die zojuist uit de oceaan gehaald is. En omdat we de tafel delen met een Portugese Duitser komen we veel te weten over de gebruiken.

Povoa de Varzim is een grote badplaats vergelijkbaar met Katwijk aan zee. Een boulevard, strand met strandtentjes en veel winkeltjes. Maar hier hebben ze prachtige tegeltableaus. Ik dacht dat wij er wat van konden met ons Delfts blauw maar hier zie ik ze nog veel mooier.

Vila do Condo is een heel oud stadje dat we even in fietsen. Het oude centrum, bij de haven, is inderdaad mooi maar door de totale constipatie met auto’s (zoals in veel Portugese steden) verliest het veel van zijn charme. Iets verderop moeten we een heel stuk omfietsen omdat de route langs de zee is afgesloten. In Portugal doen ze niet aan het aangeven van omleidingen en we moeten onze eigen weg zoeken. En naar het binnenland gaan betekent automatisch klimmen. Een zweterig stukje.

Iets voor Porto, in Leixoes, moeten we de inham Rio Leca oversteken. Er zijn twee bruggen. Een kleinere weg met een fietspad en de snelweg. Natuurlijk willen we de eerste maar die brug staat open en lijkt voorlopig ook niet dicht te gaan. Dan maar via de snelweg. Dat blijkt een stressvolle onderneming te zijn op een strook van minder dan een meter terwijl het verkeer met 120 km/uur langs je heen raast. Als we erop zitten, blijkt aan de andere kant van de vangrail een looppad te zijn. Gevoed door de stress til ik de fietsen (ongeveer 50 kg met bagage) erover heen. De komende dagen herinnert mijn rug eraan dat dit geen handige actie is.

Ook Porto in fietsen is geen feest. Grote, drukke wegen met veel verkeer dat geen enkele rekening houdt met fietsers. Die laatste paar kilometers slopen me volledig en ik ben blij als we bij onze Airbnb aankomen. Een mooi hostel met veel faciliteiten maar wel met een prive-kamer. Alleen jammer dat we weer op de bovenste verdieping zitten. Dit betekent dat we alle bagage zes trappen omhoog moeten sjouwen. In de hostel is het gezellig met andere reizigers, waar we samen mee eten. Het kon minder.

Santiago en het einde van de wereld.

Wat voor een rups het einde van de wereld is, is voor een vlinder het begin.

Nu we in Santiago zijn, lijkt het me goed een klein beetje historie te geven over deze pelgrimsreis. Onderstaande informatie heb ik uit het boekje van Clemens Sweermans, de maker van de routeboekjes.

St. Jacob was naar Spanje geweest om het geloof te verkondigen. In het jaar 44 is hij teruggekeerd naar Jeruzalem. Een slechte beslissing, want hij verloor daar zijn hoofd. Zijn volgelingen waren ook niet zo slim en stapten, met zijn lijk,  in een bootje zonder roer en dreven aan land bij Iria Flavia, in de monding van de Rio Ulla, het huidige Padron. Daar moesten ze een draak verslaan en stieren temmen. Pas toen mochten ze verder landinwaarts om de apostel te begraven op een grafveld in Amoa, het huidige Santiago, alleen maar om jarenlang vergeten te worden.

In 813 had de kluizenaar Pelayo, na een avondje doorzakken, een droom waarin hij werd gewezen op het vergeten graf. De heuvel waar Jacobus lag werd door sterren verlicht, vandaar de naam Compostella. (Campus Stellea betekent ‘veld van sterren’). Allerlei belangrijke mensen gingen zich ermee bemoeien en er kwam een kerkje (wat later een kathedraal werd).

Naast de sukkel met schelp en waterzak die je meestal ziet, is St. Jacobus ook bekend als de Matamoros, oftewel de Morendoder. Op een essentieel moment in de strijd tegen de Moren kwam hij te paard en besliste de strijd. Stoere vent zo.

Mensen kregen hier lucht van en de eerste pelgrims dienden zich aan. Om boete te doen voor een misdaad, het krijgen van een gunst of om religieuze redenen. De route heet dan nog de Sterrenweg. En als wij denken dat we het moeilijk hebben, vroegaah was het nog veel erger. Moren, Noormannen en bandieten vielen eeuwenlang de pelgrims lastig. Onder de regering van Keizer Karel de Grote werd het beter voor de pelgrims. Er werden wegen aangelegd, Moren, Noormannen en bandieten werden verdreven en er werden kloosters en abdijen gebouwd voor de opvang.

Pelgrims gaan gekleed op een van de volgende manieren; Een zware mantel, een hoed met brede rand, een stok en een water- en broodzak is de ene manier. De andere manier is stijlvol gekleed in een grijze driekwart broek, dito sneldrogend shirt en Vaude fietstassen voor water en brood (zie hier). Vroeger sliepen de pelgrims in portalen van kerken (als misdadiger moest je eerst een aflaat halen voordat je de kerk in mocht) en refugios. Tegenwoordig zijn het hotels, Airbnb, Booking.com of simpele auberges. Deze laatste moet je zien als een soort hostels met slaapzalen waar je met een geloofsbrief (credential, dat papier waarop wij de stempels verzamelen) terecht kon.

De Codex Calixtinus noemt vier belangrijke routes door Frankrijk. Drie daarvan komen bij St. Jean-Pied-de-Port samen om via Roncevalles (de Roelantspas) de Pyreneeën over te gaan. Dit is de Navarra route. Een oudere route loopt via Oleron- Ste. Marie en de Col de Somport. Deze heet de Aragon route en dat is de route die wij nemen. Beide routes komen weer bij Pamplona samen en gaan daarna verder via de meest gebruikte route, de Camino Francés (of Camino Real = Koningsroute). Daarnaast zijn er nog meer routes zoals de Romeinse route en de meer noordelijk gelegen kustroute. Kun je het nog een beetje volgen? Ik niet en ik ben blij dat ik een GPS heb met daarop waar we langs moeten fietsen.

Nu is de Santiago route Europees cultureel erfgoed. Door de massale trek van de pelgrims (soms kwamen er wel 4000 pelgrims op een dag langs) is er veel uitwisseling geweest van culturen, (bouw)kunst en kennis. Overigens waren de meeste pelgrims analfabeet maar door de rijk versierde kerken en glas-in-lood ramen konden ze toch plaatjes kijken. Met name het laatste deel, door Spanje, kent veel culturele hoogtepunten. En dat hebben wij nu allemaal bekeken.

Dag 55:

Nu de Santiago-mijlpaal erop zit hebben we zomaar twee hele dagen vrij genomen van het fietsen. We hebben een mooi appartementje op 10 minuten lopen van het grote plein (Praza do Obradoro) voor de kathedraal. Mevr. van der Veeke begint met uitslapen, maar ik heb belangrijker zaken aan mijn hoofd. Ik loop er de laatste weken bij als een landloper, dus ik wil eerst naar de kapper. Het is wat lastig uit te leggen wat ik wil en zelfs de foto’s van een eerdere knipbeurt helpen niet maar het eindresultaat ben ik (en, veel belangrijker, Mevr. van der Veeke) tevreden mee,

Het regent de hele dag door maar ’s middags nemen we toch nog even een kijkje bij de kathedraal. We hebben geluk en pech. Geluk omdat de buitenkant eindelijk uit de steigers is en die kunnen we mooi zien. Pech omdat ze nu de binnenkant vol met steigers hebben gebouwd waardoor je niets, en met name St. Jacobus, niet goed kunt zien. Je kunt er nog wel even achter langs lopen en het beeld omarmen, zoals alle pelgrims doen.

Daarnaast brand ik (voor de zoveelste keer) een kaarsje voor een (oud) collega van me. Renske Vera is een jonge vrouw. Een fijne collega, altijd stond ze klaar als database beheerder. Altijd vrolijk en een levenshouding waar je jaloers op kan zijn. Ik heb groot respect voor haar. Maar de ziekte met de grote K heeft heer geclaimd. Het ging vrij redelijk maar de laatste berichten, die ik van haar krijg, zijn niet positief. Ik hoop dat ze dit nog leest.

Aan het einde van de dag zitten we, samen met Ria, lekker te borrelen bij een leuk café (Casino) in de stad. En daarna eten we in een Spaanse cafetaria waar ze een uitstekend menu del dia serveren (Cafe Candliejas). Beide punten heb ik op de kaart aangegeven. Ria gaat morgen richting Finisterre en daarna naar huis. Dus het is een soort van afscheidsmaal.

Dag 56:

Vandaag regent het nog steeds, maar minder vaak dan gisteren. Wij doen nog een rondje door de stad. Santiago is een mooie compacte stad, een beetje zoals Groningen. En het is eveneens een studentenstad, dus gezellig. De meeste gebouwen staan er mooi bij en het is leuk slenteren door Santiago. Overal zijn blije mensen, overal zijn souvenirwinkels maar we komen ook voor het eerst weer bedelaars tegen We gaan eerst naar de markthallen. Dat is leuk, maar niet bijzonder. Daarna gaan we naar het Museo do Pobo Galego. Dit is het antropologische- en volksmuseum van Galicië.

Het is gevestigd in het voormalig Santo Domingo klooster. Het is een prachtige tentoonstelling die alle aspecten van het Spaanse, en specifiek, het Gallische leven laat zien. Het mooist vind in de helix trap in het klooster. Het zijn drie trappen die verweven zijn in een draaiing.

Verder slenteren we door de stad om alles nog een (laatste) keer te bekijken. Zo komen we bij het Museo das Peregrinacions. Deze laat in een tentoonstelling het pelgrimeren in het algemeen, het pelgrimeren naar Santiago in het bijzonder en de groei van Santiago zien. Een uiterst boeiende tentoonstelling die de moeite waard is. En met je compostolaat betaal je maar de helft (€1,20) dus dat kan geen struikelblok zijn.

Het einde van de dag en de avond is het lekker loungen in ons luxe appartement. Morgen weer op de fiets richting Finisterre. Ik heb er nu alweer zin in.

Dag 57:

We zijn nog niet klaar met onze Santiago-reis. Voor ons houdt deze pas op bij Finisterre, het einde van de wereld. Daarheen fietsen hebben we in twee stukken gesplitst. Op het kruispunt in de route waar we afbuigen (Olveiroa) naar Portugal heb ik een Auberge geboekt. Daar laten we onze spullen staan en gaan op en neer naar Finisterre. Dat is dan ongeveer 65 kilometer. En dan hebben we vandaag ook 62 kilometer. Maar het zijn geen leuke kilometers vandaag. Om Santiago uit te komen moeten we langs grote, drukke wegen. Op een gegeven moment zitten we zelfs op een vierbaans snelweg waar we alleen op een smalle strook kunnen fietsen terwijl het verkeer langs ons heen raast. Na ongeveer 10 kilometer wordt het een tweebaansweg waar ze nog altijd met 100 km/uur langs komen. Wij noemen dit hesjes-wegen. Hier doen we onze bouwvakkers hesjes aan om beter zichtbaar te zijn.

Door het verkeer is er weinig aandacht voor het landschap. Het is wel mooi, maar het sneeuwt een beetje onder door het verkeersgeweld. Het zij zo, ik denk ook dat het niet anders kan. De grote weg zoekt de gemakkelijkste route. Zodra je hiervan afwijkt, wordt het meteen klimmen. En naar het einde van de wereld zijn ook maar weinig wegen.
Toch is er nog wel wat te zien. Bij het oversteken van de Rio Tabre zien we verderop de Ponta Vella liggen. Volgens sommigen een meesterwerk in de Romaanse bouwkunst.

Na A Pereira wordt de weg gelukkig wat rustiger. Het is wel fijn asfalt en dat maakt het op en neer klimmen wat gemakkelijker. Ik kan merken dat de rust het lichaam goed heeft gedaan. Het klimmen gaat een stuk gemakkelijker.

Bij Brandomil komen we nog een mooie brug tegen. Het onderstel is nog uit de Romeinse tijd, want vroeger liep hier een Romeinse weg. Er is een nieuwe brug op gebouwd en die ligt er als een plaatje bij. En met Mevr. van der Veeke erop wordt hij alleen maar mooier.

Zo komen we vrij gemakkelijk op ons overnachtingsadres. Een mooie, moderne auberge met alle faciliteiten. Morgen ronden we de Santiagoreis af.

Dag 58:

Vandaag is de langste dag en dat wordt gevierd met prachtig weer. Eigenlijk een van de mooiste dagen, qua weer, die we gehad hebben tot nu toe. Vandaag fietsen we op en neer naar Finisterre, oftewel het einde van de wereld. Ik heb het wat onderschat want met 74 kilometers en 1356 hoogtemeters (de meeste tot nu toe) is het een flinke kluif. Maar goed, we doen het gewoon en het blijkt een prachtige dag te zijn. Eigenlijk meer hoogtepunt dan de aankomst in Santiago.

We klimmen eerst een stukje. En daarna is het een lange afdaling naar Cee. Het is lang geleden dat we op zeeniveau waren en voor het eerst zien we dan ook daadwerkelijk de zee want Cee ligt aan het water.

Cee, maar eigenlijk meer Concubion aan de overkant.

Na Cee moeten we weer de landtong over en daar ligt natuurlijk een berg. Maar als we daar overheen zijn, zien we het plaatsje Fisterra en links daarvan Cabo Finisterre liggen.

Fisterra was eigenlijk een vissersdorpje maar door de Camino en de stroom pelgrims is het nu meer een toeristisch oord geworden. Je struikelt er over de albergues, de souvenirwinkeltjes en de horecagelegenheden.  Maar je komt er doorheen als je naar het einde van de wereld wilt. Dit is niet het meest westelijke puntje van Europa (daar komen we later nog in Portugal) maar het is een goede tweede. Wij hebben nog één vakje over op onze pelgrimspas en daar komt de laatste stempel.

De kaap is al sinds prehistorische tijden een mythologische rituele plaats. Er zijn minstens drie zonnen-altaren gevonden waar bij zonsondergang offers werden gebracht met als thema ‘herboren worden’. Hier lag het einde van de sterrenbaan, de voorloper van de camino. Walvissen brachten een eer aan Sta Maria, in deze omgeving ligt de mysterieuze stad Doyo bedolven en Romeinen bouwden er een zonnealtaar. Kortom het is een magische plek waar je geweest moet zijn. Voor ons zit de magie niet in deze dingen maar in het feit dat hier kilometerpaal 0 van de camino staat.

Op dit punt staat ook de vuurtoren. En als je daar omheen loopt dan kom je op de uitstekende rots in zee die de kaap moet voorstellen. Hierna zie je eigenlijk alleen maar water. Maar als je de andere kant op kijkt, zie je waar we vandaan komen. We maken daar nog een paar foto’s en eten er een meegebracht broodje. Dat wordt opgemerkt door de lokale bevolking, die een hapje mee komt eten.

Hiermee ronden we onze camino af. Wat ons betreft is het klaar ondanks dat we in Portugal nog regelmatig de Portugese camino tegen zullen komen. Maar dan fietsen we van Santiago af, in plaats van er naartoe. Het was een prachtige tocht en ik kan hem iedereen aanraden, als je de tijd ervoor hebt en voor neemt.

Hiermee eindigt onze pelgrimsreis naar Santiago. We gaan hierna richting Portugal. Er zullen dan minder blogs komen want het schrijven, informatie zoeken, foto’s uitzoeken en bewerken en het plaatsen kost elke dag best veel tijd. Het begint haast op werk te lijken. Waarschijnlijk ga ik straks naar één blog per week. Maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus we zien wel.

Laatste loodjes

A good traveller has no fixed plans, and is not intent on arriving – Lao Tzu

Dag 51:

Vandaag hebben we de laatste grote klim in de Santiago route op het programma staan. We gaan nog één keer naar iets boven de 1300 meter. Een klim van 700 meter. Dat is 100 meer dan de klim van eergisteren en 100 minder dan de klim naar de Somport. We zijn lekker uitgerust maar tegen de kou doe je niets. Het is weer 6 graden als we opstaan. Erg afwijkend van mijn verwachtingen van Spanje, maar het zij zo.

De weg is erg rustig, af en toe komt er een auto langs. We zitten op de oude weg, er loopt een nieuwe snelweg parallel en die zien we soms boven ons en soms onder ons.

Gestaag klimmen we omhoog. Bij Las Herrerias denken we aan de koffie te kunnen maar de wandelroute duikt naar beneden naar het dorp en de fietsroute gaat er omheen. We willen graag de hoogte houden dus dan maar een eigen koffie. Daarvoor vinden we een perfect plekje in de zon.

Bij Puerto Pedrafite komen we Galicië binnen. Hier halen we alsnog de koffie in. We zitten inmiddels op 1100 meter en het is al 12 uur geweest. Het gaat gestaag, maar niet hard. Puerto Pedrafite is het begin van Galicië en hier ligt ook een waterscheiding.

Vanaf hier vloeit het water naar het westen. Het landschap verandert ook. Omdat het hier meer regent, is het groener. Meer bossen en weiden. Van oudsher (6e eeuw vóór Christus!) vestigde zich hier een Keltische cultuur en die is nog steeds behouden gebleven, ondanks de overheersing door de Romeinen, De Germanen, de Westgoten en de Moren. We zien het aan de gestapelde stenen muurtjes, de tweetalige borden en horen het aan de gaida (kleine doedelzak) muziek. Een mooi voorbeeld is Cebreiro, waar we als eerste hoogtepunt doorheen komen.

Cebreiro is een dorpje met maar 20 huizen en een pré-romaans kerkje. Het bestond al in de 9e eeuw en kreeg in de 10e eeuw de titel van hospital voor pelgrims. Het kerkje is nog in zijn oorspronkelijke staat en heeft een prachtig genade-beeld van Santa Maria la Real. Ook is er de mythe van de heilige graal, die hier verstopt zou zijn. In de kerk staat dan ook een beker in een glazen kastje, maar het lijkt me sterk dat dit de echte is. Het dorpje is overigens een nationaal monument.

Een ander opvallend bouwwerk is de Palloza. Dit is een ovaal verblijf met een rieten dak wat deels ondergronds ligt. Het blijkt goed bestand tegen de extreme winterse omstandigheden hier. Onderweg zien we er overigens meer.

Bij Cebreiro nemen we een lange pauze met het Menu del Dia. Je zou denken dat hierna de afdaling begint, maar dat is niet waar. We dalen eerst een stukje, klimmen weer wat naar Alto de San Roque. Hier staat een beeld van een zwoegende pelgrim tegen de wind in., Dan dalen wat en klimmen dan naar 1335 meter bij Alto de Poio. Het hoogste punt van deze route.

En vanaf hier is het een orgastisch heerlijke afdaling.  Mooi asfalt, een bijna lege weg en 690 meter die we naar beneden gaan.

Dat brengt ons in Triacastela. We wilden eigenlijk verder, maar Ria zit hier in een Auberge waar ze ook nog plaats hebben voor ons. Voor €8 per persoon krijgen we een stapelbed op een zaaltje van 4 stapelbedden. Dat is goedkoper dan de camping gisteren. We kiezen eieren voor ons geld, halen een pak Sangria in de aanpalende supermarkt en sluiten daarmee de dag af.

Dag 52:

Het was een onrustige nacht. In een Auberge deel je de kamer met andere reizigers. Bij ons kwamen vier Spaanse mannen erbij, die op de mountainbike de wandelroute fietsen. Het leek me twee vaders met hun zoons. In plaats van naar de centrale ruimte te gaan, hielden ze de hele avond een stand-up meeting op de kamer terwijl wij daar lagen te lezen. En nadat het licht uit ging, begon er een te zagen of zijn leven ervan af hing. De ramen trilden in de sponningen. De enige manier om dit te overleven was het luisteren naar muziek. Gelukkig werd het om half twee rustiger.
Dit duurde tot ongeveer half zes. Het plafond en de vloer boven ons is een en dezelfde plank. Om half zes beginnen de eerst lopers al te stommelen en in te pakken. Niet zachtjes, maar in polonaise. Ik weet zeker dat ik flarden van André van Duins ‘Er staat een paard in de gang’ hoorde, en het betreffende paard deed mee in de polonaise. Maar goed, dat is het Auberge leven en je moet het eens meemaken. Een voordeel is wel dat we vandaag vroeg op pad waren inclusief een ‘hug’ van onze herbergier Manu (Manuel).

We hebben eerst nog een stuk afdaling tegoed. Die brengt ons in Samos, een plaatsje dat totaal gedomineerd wordt door het Monasterio San Juan de Samos, een van de oudste kloosters van Spanje. Op dit moment wonen er nog maar weinig paters, maar je kunt er als pelgrim ook overnachten. Jammer, gemiste kans, had ik wel willen doen.

Overigens is in Galicië de taal iets afwijkend van het normale Spaans, het Castilliaans. Iets wat ook voorkomt in de omgeving van Barcelona (de taal is daar het Catalaans) en uiteraard in Baskenland waar op borden naast Spaanse ook Baskische teksten staan. Het Galicisch (Galego) is een mix van Spaans en Portugees. Zo staat bijv. de letter ‘x’ in het Galego gelijk aan de letter ‘j’ in het Spaans. Xunta in het Galego is dus Junta in het Spaans, een term die de overheid aanduidt. En Sint Jacob heet er San Xacobeo. En het monasteria San Juan wordt hier San Xulian genoemd..

Saria is de volgende stad waar we doorheen komen. Het is een lelijke stad en voor we het weten zijn we er alweer uit, inclusief de omleiding omdat een brug eruit ligt. Ik kan er weinig over vertellen en nog minder van laten zien. Wel kijken we even op de markt in Paradela, de volgende plaats. Lokale specialiteit is de pulpo, grote inktvissen die gekookt en in stukjes geknipt worden. Sommigen eten het rauw maar dat gaat niet altijd goed.

We gaan door naar Portomarin, een stadje aan het stuwmeer in de Rio Mino. Helaas ligt het op een heuvel en moeten we flink klimmen om in het centrum te komen.

Het centrum oogt heel ordelijk met een strak stratenplan. Het is namelijk opnieuw opgebouwd toen het oude Portomarin in het stuwmeer verdween. Een aantal gebouwen is steen voor steen afgebroken en hogerop weer opgebouwd, waaronder de San Nicolas kerk die eruit ziet als een vesting.

Het landschap is wel groener dan de afgelopen dagen, maar er is ook duidelijk minder te zien. Geen verre uitzichten en zelfs als we op een heuvel zitten, is er weinig uitzicht door het struikgewas. We zijn wel even verbaasd over de Horreos. Ik dacht eerst dat het een soort van mausoleum was, maart het blijken karakteristieke graanschuren voor dit gebied te zijn. Ze komen overigens ook in Portugal voor.

Het wordt uiteindelijk een zware dag met veel hoogtemeters. Ook de laatste 13 kilometer blijkt flink klimmen te zijn. Ik had dat niet zo ingeschat op het profiel, maar het valt best wel tegen. Gelukkig hebben we een mooi B&B geboekt in het mini-dorpje Castromaior, iets van de weg af. Hier kunnen we even bijkomen. Santiago komt al aardig in zicht.

Dag 53:

Voor het eerst is het mistig als we opstaan. Voor de veiligheid doen we onze hesjes aan want we hebben vandaag een lang stuk langs drukkere N-wegen. Maar het eerste deel zitten we nog samen met de lopers op de route. Vanaf hier is het gewoon belachelijk druk. Het is minder dan 100 kilometer en de meeste lopers beginnen hier dus. Het zijn heel veel Amerikanen, Aziaten en Spanjaarden. En dan nog wat andere nationaliteiten. De sfeer is gemoedelijk het Bueno Camino klinkt dan ook regelmatig.

Er is niet veel te zien vandaag maar voor Ligonde is een stenen kruis uit de 16e eeuw. Alle wandelaars laten hem links liggen, maar ik vind de afbeeldingen erop bijzonder genoeg om even te stoppen. En als we dan stilstaan, dan stoppen de wandelaars ook meteen, nieuwsgierig waar we naar kijken. Aan de ene zijde is Christus afgebeeld en aan de andere kant Maria met haar dode zoon. Een beeld met veel expressie.

Iets voor Paleis de Rei komen we op de N547 en daar blijven we op tot Melide. Het is een drukke weg met veel  verkeer. Gelukkig is het zondag, dus er is niet zoveel vrachtverkeer, maar het is gewoon minder leuk fietsen. Het landschap is aardig met wat bos en af en toe een dorpje. En daar is dan weer een kerkje, een pelgrimsbegraafplaats of een oude brug. Pas in Melide komt er wat leven in de brouwerij. Het kerkje in het begin van Melide heeft een bijzonder kruis. Geen Christus die eraan hangt, maar alledaagse voorwerpen, zoals een ladder, een hamer, een nijptang en een beker.

Melide zelf is druk. Al het verkeer loopt door het centrum en moet op elkaar wachten. Een soort van Onderdendam maar dan in het groot. Wij nestelen ons op een terras in het centrum om dit aan te zien en bestellen daarbij een Sangria en wat te eten. Zo zien we het Spaanse zondagsleven aan ons voorbij trekken.

Hierna is het nog 20 kilometer zwoegen naar onze overnachting. Het zijn weer veel korte klimmetjes vandaag die opgeteld tot boven de 900 hoogtemeters komen. Dat is meer dan de klim naar Cruz de Ferro. De mist is allang opgelost en het wordt Spaans warm. We tikken Arzua nog even aan, de laatste grote stad vóór Santiago. De landschappen beginnen weer wat open te raken en ondanks het zweten genieter we er wel weer van.

Het vinden van een overnachtingsplek hier was wat problematisch. Omdat er zoveel lopers zijn, zit alles snel vol. En de prijzen zijn verdubbeld. Maar bij een Casa in the middle of nowhere, dat niet eens zover van de route blijkt te liggen, lukt het nog om een mooie kamer te krijgen. Het is een bejaard echtpaar dat alleen Spaans spreekt. Met handen, voeten en Google Translate komen we een heel eind. In de riante tuin slijten we onze laatste uren. Morgen zijn we in Santiago.

Dag 54:

Omdat we gisteren geen boodschappen hebben kunnen doen, besluiten we eens een Spaans ontbijt te nemen. En, zoals we al dachten, is dit niet heel uitgebreid. We krijgen wat fruit en yoghurt, wat geroosterde stukjes stokbrood, wat jam en koffie. We kunnen er even op vooruit maar als ik dan een ontbijt koop, dan geef ik de voorkeur aan een Engels ontbijt.

Het is vandaag nog 30 kilometer maar met een hoop klimmetjes want in deze korte afstand halen we nog meer dan 700 hoogtemeters. De route kan ik alleen maar mooi noemen. We gaan grotendeels door het binnenland en door kleine dorpjes. We zien hier veel eucalyptusbomen die de neiging hebben om te vervellen. Op de grond liggen enorme stukken bast waardoor er nauwelijks wat anders groeit. Een ander probleem is dat deze bomen wat olieachtig zijn en dat een bosbrand hier een probleem is. Ook zien we dat veel van de huizen een soort eigen watertorentje hebben. Ziet er futuristisch uit met al die ufo’s op een paal.

Het duurt erg lang voordat we een glimp opvangen van de kathedraal van Santiago. Pas een kilometer of twee voor de stad, zie je net de puntjes van de torens.

Daarna is het door smalle straatjes klimmen naar het plein. Tegen 1 uur zijn we er. Mijn GPS track houdt op ergens aan de zijkant van de kathedraal die behoorlijk in de steigers staat. Ondanks het feit dat ik blij ben met het bereikte einddoel, denk ik wel ‘is dit het nou?’. We vraag een voorbijganger een foto te maken en beraden ons op het vervolg.

Maar we moeten nog om de kathedraal heen om op het plein te komen. En dat is veel mooier. En ook veel drukker. Ik maak foto’s van een andere fietser en hij maakt foto’s van ons. Er hangt hier een jubelstemming en het is heel leuk om hier een tijdje te blijven kijken. Want iedereen is blij dat hij of zij is aangekomen. En de een is daar wat emotioneler bij dan de ander,

We zijn blij dat we er zijn na 54 dagen, 2945 kilometers en 22435 hoogtemeters. Het voelt heel goed om dit op eigen kracht gedaan te hebben. Het lijf is tot heel wat in staat als je er de tijd voor neemt.

We zoeken het pelgrimsburo op om ons compostolaat te halen. En hier blijkt dat we niet de enigen zijn. We staan bijna twee uur in de rij voordat we aan de beurt zijn. En het is heel leuk om in de rij te staan want je staat daar met allemaal mensen die blij zijn dat ze het gehaald hebben. Sommigen hebben een kortere afstand gelopen of gefietst maar iedereen is in een fijne stemming.

Uiteindelijk krijg je een soort diploma (aflaat) waarmee al je zonden worden kwijtgescholden. Ik ben weer helemaal onschuldig.

Als laatste gaan we nog even een kopje thee drinken bij de huiskamer van het St. Jacobsgenootschap waar we lid van zijn geworden. Samen met wat andere fietsers en wandelaars wisselen we onze ervaringen uit.

Ik heb in Santiago een paar nachten een Airbnb appartementje geboekt. Hier gaan we eerst even bijkomen en vakantie vieren. En later gaan we Santiago nog eens goed bekijken. Deel 1 van onze reis is hiermee nog niet afgelopen. Later in de week gaan we door naar Finisterre, oftewel ‘het einde van de wereld’. Hier staat kilometerpaal 0 van de Santiago route. En dan hebben we hem echt helemaal gedaan.