Woensdag 8 augustus: Osp (Slovenië) – Triban (Kroatië)

64 km (totaal 912 km) – 654 hoogtemeters.
Eco Gecko mini (€20,=)

Afkoelen gewenst
Blauwe vlakte fluistert zacht
Van zadel in zee

Vannacht zijn we een beetje hersteld en we gaan weer met frisse moed op stap. Dit moet ook wel want gisteren zijn we ongeveer 200 meter afgedaald naar de camping. Dat voelde heerlijk en als een kadotje maar vanochtend is dat de eerste missie om die hoogtemeters weer terug te pakken. Een kleine bonus is dat we onder het hoogste en langste viaduct van Slovenië gaan.

Wij stappen hierna over op de Parenzana route. Daarover zo meer. Maar het is nog wel even een gepuzzel om op die route te komen. We gaan daarbij over de kleinste paadjes waar, zo het lijkt, al lange tijd geen fietsers zijn geweest.

Ooit liep er een spoorlijn van Trieste naar het huidige Porec. Dit deel van Istrië hoorde toen nog bij Italië en Porec heette niet Porec maar Parenzo. Het spoorlijntje werd La Parenzana genoemd en liep in Slovenië voornamelijk langs de kust. In Kroatië ging het meer het binnenland in. Het lijntje is niet meer. In Slovenië hebben ze er een prachtig fietspad van gemaakt. Mooi asfalt en bankjes. In Kroatië staat wel overal dat ze er geld voor gekregen hebben van de EU, maar dat is (nog) niet aan een fietspad besteed. Wij willen La Parenzana tot Porec volgen. Want het fijne van een fietsroute over een oude spoorlijn is, dat hij niet te steil wordt.

Istrië heeft een Italiaans ogend landschap. We zien cipressen, olijfbomen en heel veel wijngaarden. Het heeft acht eeuwen onder gezag van de Venetianen gezeten. Door de handel ontwikkelden zich de steden aan de kust. Koper (Capodistria), Piran (Pirano), Porec (Parenzo) en Pula (Pola). De meeste steden zijn hier tweetalig aangegeven. Na de eerste wereldoorlog viel Istrië toe aan Italië. Met name Mussolini zorgde voor het ‘veritalianiseren‘ van Istrië. Andere talen dan Italiaans werden verboden en veel Italiaanse kolonisten werden binnengehaald. Maar na de tweede wereldoorlog draaide alles om. Istrië hoort dan bij Joegoslavië en de Italianen werden terug naar hun land gestuurd. Het liep hier leeg maar dat had wel het voordeel dat het hier heel authentiek bleef, zeker in het binnenland.

De route loopt langs Koper, maar we willen zo’n mooie en bekende stad niet overslaan. Het heeft vele namen gehad. De Grieken noemde het Aegida, de Romeinen Capris en de Byzantijnen Justinopolis. Toen het in de 12e eeuw in handen kwam van de patriarchen van Aquileia werd het Caput Histria genoemd, het hoofd van Istrië. Door de vele handel in zout en graan groeide de stad. Het centrum oogt nog steeds Venetiaans, dus daar gaan we even kijken.

We fietsen over mooie paden langs de kust van de Adriatische zee. Overal zijn mensen aan het zonne- en zee-baden. Langs de weg staan palmbomen. We komen onder het Strunjan Nature Reserve door. Door het lokale microklimaat is het hier uiterst geschikt om dadelpruimen te laten groeien. Hier wordt 30% van die dingen geproduceerd.

Maar ik geniet nog het meest van de koele zeewind die hier waait. En het is heel erg rustig overal. Nergens de drukte van Zandvoort of Scheveningen.


In Izola gaan we ook even kijken. Mooie straatjes maar niet zo mooi als in Koper. En ze verkopen hier wel mooie hoedjes en dat is een van de zwakheden van Mevr. van der Veeke. 

Daarna gaat de spoorlijn meer het binnenland in. Waar wuivende rietvelden staan en uitgebreide wijngaarden.

En de spoorlijn moest soms ook door bergen heen en dan werd er een tunnel gemaakt. Daar zijn wij heel blij mee. Niet alleen zijn tunnels cool, ze sparen ook de spieren.

Iets meer in het binnenland klimmen we langzaam omhoog. Het fietst heel gemakkelijk en het voordeel hiervan is dat we mooie uitzichten krijgen. Zoals je ziet veel wijngaarden en in de verte de Adriatische zee.

Bij Fazan tikken we nog even de kust aan. Het water ziet er zo aanlokkelijk uit dat we strippen tot het ondergoed en er even induiken. Het is heerlijk om even af te koelen en je droogt zo weer op.

Hierna gaan we de grens met Kroatië over. We dringen ons tussen de rij met auto’s en voor het eerst moeten we weer ons paspoort laten zien. De Parenzana gaat hier gewoon door. Op een steenslagpad klimmen we langzaam omhoog met uitzicht op de baai waar we net omheen gefietst zijn. Je hebt nu mooi zicht op de zoutpannen aan de kust. Ze zijn nog steeds in gebruik om zout te winnen. Ook zien we in Kroatië veel reclame langs de weg voor truffels, fruit, wijn en grappa.

Het is inmiddels weer 34 graden en in een dorpje willen we wat drinken. Het eerste Kroatische contact is heel goed. Het meisje in de bar spreekt goed Engels, accepteert euro’s bij uitzondering en vraagt of ze onze bidons met koud water kan vullen. Ondanks dat Kroatië in de EU zit, maakt het nog geen gebruik van de euro. We moeten dus eerst ergens Kuna’s zien te pinnen. Over de Parenzana in Kroatië zijn we niet zo tevreden. Het zijn smalle paden, vaak wandelpaden met erg grove steenslag. Er is nauwelijks te fietsen. Al snel zoek ik steeds meer naar asfaltvarianten want eigenlijk heb je hiervoor een MTB voor nodig met weinig of geen bagage.

We hebben nog geld nodig en boodschappen. Dat lijken we in Buje te kunnen doen, maar, net als in Italië, liggen alle dorpen hier op een heuvel. Buje wordt ‘the sentinel (schildwacht) of Istria’ genoemd. Dus dat betekent omhoog ploeteren. Hetzelfde geldt voor Triban, waar de camping is. Maar het is het helemaal waard. Zelden zo’n mooie kleine camping gezien. Klein veldje in the-middle-of-nowhere, schoon, een wasmachine die we mogen gebruiken en banken buiten waar we kunnen koken en eten. Er is maar één nadeel; in de stapel hout en stenen naast onze tent huist een ‘viper‘ (giftige adder). Dus morgen eerst maar de schoenen schudden voor ik ze aantrek.

profiel-08-08

kaart-08-08

Dinsdag 7 augustus: Divace – Osp

26 km (totaal 848 km) – 206 hoogtemeters.
Camping Vovk (€24,50)

Geen hellingen deze keer
Ondergronds is lekker koel
Wondere wereld

Door vermoeidheid hebben we slecht geslapen. Je ligt wel en je slaapt wel, maar het lichaam is zo overbelast dat je ’s ochtends nog moe wakker wordt. We zitten om half negen aan het ontbijt. Normaal gesproken zitten we dan op de fiets met het ontbijt achter de kiezen en de tent op de bagagedrager. 

Vanochtend gaan we de grotten van Skocjan bezoeken. In ongeveer een kwartiertje lopen we naar de grotten. 

Er staat al een rijtje mensen voor de kassa maar we kunnen de tour van 10 uur nog boeken. Ongeveer samen met ongeveer de hele bevolking van Baflo.

De grotten zijn enorm en indrukwekkend. Het is lastig dit op de foto te zetten, maar hieronder toch een paar pogingen. Wat ik niet weer kan geven is de enorme ruimte daar ondergronds. Groter dan een kathedraal.

De gids vertelt allerlei interessante dingen. Hoe lang het duurt om 1 cm stalactiet te maken (150 jaar), hoe oud de grotten zijn (3 miljoen jaar) en het verschil tussen de grot die onder water loopt en de grot die droog blijft. Wij kijken onze ogen uit. Langs de wand van de grotten is een heel pad gemaakt die we aflopen. Als je in de buurt bent, dan is dit echt een aanrader.

Aan het einde van de tour loop je de grot uit en kun je door de krater weer naar boven lopen. Ook dit is indrukwekkend.

Bovenop lopen we nog even naar het uitzichtpunt. Daar heb je een mooi uitzicht over het landschap en het dorpje wat er tegenover op de rand van de krater ligt. Wanneer zou deze naar beneden storten?

Tip voor fietsers: er is een fijne plek om je fiets neer te zetten en daar zijn ook ‘kooien’ om je waardevolle spullen in op te bergen. Je kunt dus met een gerust hart een bezoek brengen aan de grotten.

Zo rond half een stappen we op de fiets. We merken dat de vermoeidheid van gisteren nog in de benen zit en komen nauwelijks de hellingen op. En als we dan, door een verkeerde routekeuze van mij, ook nog op een steenslagpad komen met vuistdikke stenen, is het helemaal klaar. We gaan voor de eerste camping. Maar eerst eten we nog een ijsco met uitzicht.

Om bij die camping te komen dalen we wel een paar honderd meter af. Het zij zo. De spieren staan hiervoor te juichen op de banken en morgen zien we wel verder. De camping ligt prachtig. De wand waar we tegenaan kijken is een mekka voor klimmers. Ze hebben koud bier, en zelfs speciale biertjes. Die neem ik iets teveel in omdat de campingbaas me, na een zwaar bier, trakteert op een ander zwaar biertje en ik heb geleerd dat het niet netjes is om af te slaan. Enigszins beneveld koken we ons maaltje en lig ik er vroeg in om mijn roes uit te slapen.

Maandag 6 augustus: Ljubljana – Divaca

94 km (totaal 822 km) – 1159 hoogtemeters.
B&B Osterija Na Planinci (€77,54)

Eenvoudige dag
Onverwacht en onvoorzien
Dodelijk vermoeid

Elke vakantie zit hij er wel bij. Zo een waarvan je denkt ‘Man, man… wat een dag’. Ik dacht dat we een korte gemakkelijke dag zouden hebben, maar niets is minder waar. Toen we om kwart voor acht (!) ’s avonds aankwamen vroeg ik me af hoe we hem overleefd hebben. Met meer kilometers dan de andere dagen en zelf meer hoogtemeters dan de beklimming van de Vrsic pas.

Het begon allemaal zo goed. We wilden graag de grotten in Slovenië  zien. Die van Postonja stonden op het programma, maar dat zijn de bekendste en die zijn erg druk. Die van Skocjan zijn wat minder bekend, minder druk, maar minstens net zo mooi. De camping is wat te ver van deze grotten vandaan, dus ik boek een B&B op loopafstand van de grotten. Ik mail ze dat we tussen twee en drie arriveren en dat we dan nog de grotten gaan bekijken. Waar ik geen rekening mee heb gehouden is de afstand, de klimmetjes en de stomme fouten die ik maak.

Maar goed, eerst wat anders. In principe volgen we de fietsroutes van Benjaminse; Midden-Europa 1 en, straks vanuit Venetië, Midden-Europa 2. De ronde die we de afgelopen dagen door Slovenië hebben gedaan is een eigen route. Benjaminse komt niet in Ljubljana, dus ik heb vanuit hier een aansluiting gemaakt op zijn route. Daarbij was niet zoveel keus. We moeten naar het zuiden en er loopt een snelweg (A1) en een tweebaans weg, parallel aan de snelweg. De laatste nemen wij en deze loopt veel door industrieel gebied. Hij is erg druk maar er is een fietsstrook. We passeren plaatsjes als Brezovica, Drenov Gric en Sinja Gorica. De laatste plaats is door een vertaalfout Zwijnenpoel genoemd in plaats van Hemelsblauw. Omdat het vlak is, schiet het lekker op. Die twee uur aankomst gaan we wel halen.

Omdat we langs een drukke weg zitten, is er geen geschikt koffieplekje. Daarom drinken we koffie op een terras in Vrhnica. Om de prijs hoeven we het niet te laten want voor een koffie en een cappuccino zijn we €2,50 kwijt. Vrhnica was vroeger een van de rijkste marktsteden van Slovenië. Het lag strategisch op de handelsroute van Wenen naar Trieste (net als Ljubljana) en de route van Rijeka en Klagenfurt. Maar toen het gebypassed werd door een belangrijke spoorlijn was er geen economische groei meer. Nu is het alleen nog een voorstad van Ljubljana. 

Vanaf Vrhnica begint het te stijgen. We gaan van 300 naar 500 meter. De weg is nog steeds druk en er is geen fietsstrook meer. De vrachtwagens razen langs ons heen. Niet fijn. We zijn blij als we in Logitec zijn. Hier pakken we de route van Benjaminse weer op en worden de wegen en de drukte beter.

Logitec is een lelijke industriestad. Geen reden om er te blijven. Vanaf Kalce gaan we het Karstgebergte in. Het is flink klimmen want we moeten stijgen tot 800 meter. De weg is niet druk maar de zon brandt en het is gemeen steil. Daarnaast wordt ik steeds gefopt, want telkens als ik denk dat we in de afdaling komen, klimt de weg weer na de volgende bocht.

Tijdens het stijgen zet ik de gps altijd op de hoogtemeter. Ik zie dat we langzaam de 800 meter halen. En de 820 meter. En daarna de 850 meter. Dat is vreemd!? Dus ik schakel terug naar de route op de gps en zie dat we drie kilometer geleden al een afslag gemist hebben. Knap waardeloos en dit overkomt me zelden. Het zij zo, we rijden weer drie kilometer terug en pakken alsnog de afslag.

Dit blijkt een gravelpad door het bos te zijn. Lekker koel en licht dalend. Dit pad brengt ons tot bij Predjama Castle.

Ondanks dat het een van de hoogtepunten is van Slovenië, gaan we niet kijken bij Predjama Castle. De weg erheen valt in een gat, die moeten we daarna weer omhoog, en het is dan vanaf de parkeerplaats nog een stuk omhoog lopen naar het kasteel. Ik heb dus alleen een foto van het bord voor je. Maar ik wil je het verhaal van het kasteel niet onthouden, daarvoor is het te leuk.

Het kasteel is gebouwd in de 13e eeuw, genesteld in een grot. In de 15e eeuw zat baron Erasmus Lueger erin en die plunderde de handelsreizigers op weg naar Trieste. Daar waren de heren van Habsburg niet blij mee en ze belegerden het kasteel in de hoop hem uit te hongeren. Maar na een aantal maanden bekogelde Erasmus de belegeraars met verse kersen. Deze haalde hij via een geheim gangenstelsel uit andere dorpen. Toch werd hij verslagen. Op een schijterige manier. De wc was als uitbouw aan de buitenmuur gehangen. Toen hij erop zat, werd dit gesignaleerd door een omgekochte bediende. En met de broek op de knieën werd hij door een kanonskogel ontlast.

Voor het eerst hebben we al het water op. Er zijn geen waterplaatsen hier, dus we vragen een vrouw in een tuin. Ze spreekt geen Engels maar toch krijgen we de bidons vol terug. Ik heb inmiddels het B&B gemaild dat we later zijn. Ik krijg een cryptische mail terug maar daaruit kunnen we wel concluderen dat hun bar en restaurant dicht zijn. In Senozece halen we daarom wat te drinken voor na aankomst. Het stadje ligt van navel tot kruin open. Ondertussen worden we door een onweer op de hielen gezeten. De druppen voelen we al af en toe. Omdat we wat willen eten fietsen we via Divaca, een grotere stad met meerdere restaurants. We hebben mazzel want Divaca ligt onderaan een afdaling. Zo suizen we naar beneden en weten we het onweer voor te blijven.

Vanaf hier is het nog een paar kilometer naar de B&B. De maaltijd ging vergezeld van alcohol en dat merken we nu. Als slakken kruipen we naar de overnachting toe. Deze blijkt aan het einde van een dal in een mini-dorpje te liggen. Het is inmiddels half acht en de zon staat laag. In de velden zijn mensen met de hand aardappels aan het rooien.

De B&B is gesloten en er is niemand. Ik bel de nummers op de deur, maar er wordt niet opgenomen. Blijkbaar verwachten ze ons niet meer. Gelukkig komt er na een tijdje een dame die ons incheckt. Ondanks dat het op booking.com volgeboekt stond, zijn we de enige gasten. Het voelt een beetje als bij Norman Bates in Psycho. Maar het is een heerlijke kamer met ligbad en airco. In de tuin komen we wat bij. Het was me het dagje wel.

profiel-06-08

kaart-06-08

Zondag 5 augustus: Ljubljana

0 km (totaal 728 km) – 0 hoogtemeters.
Hostel DIC (€51)

Rustig slenteren
Kijken onze ogen uit
Wat een mooie stad

Overnachten in een hostel vind ik altijd leuk. Het heeft iets studentikoos, er zijn veel jongelui en er hangt een relaxte sfeer. Ook ontbijten in de zaal met al die jongeren (wij zijn de oudsten hier) is altijd gezellig. Doet me denken aan de kampen waar ik als puber naartoe ging. Na een uitgebreid ontbijt met eieren en spek gaan we de stad in. Eerst wat historie over Ljubljana.

De stad is in het eerste jaar na Christus begonnen als een Romeinse nederzetting met de naam Emona. Toen woonden er ongeveer 5000 mensen. De stad lag op een strategische plek en groeide flink. Nog steeds zijn veel Romeinse restanten terug te vinden.

In de 5e eeuw kwamen de Hunnen, Ostrogoths en Lombardijnen en die  plunderden de zaak en branden alles plat. In de 6e eeuw vestigden de eerste Slavische volkeren zich hier. In 1144 werd de stad het eerst genoemd in de geschriften als Laibach en in de middeleeuwen is de stad in vele handen geweest. Het kasteel was sterk genoeg om de Turken (alweer die Turken…) in de 15e eeuw tegen te houden, maar niet sterk genoeg om de zware aardbeving van 1511 te weerstaan. De stad was een grote puinhoop. De eeuwen daarna is alles weer opgebouwd. In de 18e eeuw kwam er een spoorverbinding met Wenen en Trieste waardoor er grote economische groei ontstond. In 1895 was er een tweede zware aardbeving waardoor ze weer opnieuw konden beginnen. Tijdens de tweede wereldoorlog was de stad bezet door de Italianen en de Duitsers, die er één groot concentratiekamp van maakten. Na de oorlog, in 1945, werd het de hoofdstad van de socialistische republiek van Slovenië binnen Joegoslavië en het bleef de hoofdstad toen Slovenië in 1991 een onafhankelijk land werd.

Hieronder wat foto’s van hoe we de dag doorgebracht hebben. Indien van toepassing, heb ik onder de foto(s) wat uitleg gezet. Alhoewel het een hoofdstad is, voelt de stad aan vergelijkbaar met Groningen. Het centrum is compleet autovrij wat een hele prettige sfeer geeft. Alles is goed te belopen. Mensen zijn vrolijk, het weer is mooi en iedereen is vriendelijk. Kortom het is een stad waar ik zou willen wonen.


Omdat de Ljubljanica door de stad loopt, zijn er een hoop bruggen. Gisteren liet ik de Drakenbrug al zien, dit is de Triple Bridge. In 1842 als normale brug gebouwd maar uitgebreid met twee voetgangersbruggen in 1929 en 1932. In dat verband kan de naam Joze Plecnik niet ongenoemd blijven, de architect van deze uitbreiding en de architect van zo’n beetje de rest van de stad. 

Vroeger was dit een houten brug waar de schoenlappers hun werk deden. Totdat Joze Plecnik er zijn oog op liet vallen en dacht ‘dat kan beter’. Nu ziet hij er zo uit. Hij heet de Cobblers Bridge.


Het kasteel op de heuvel zie je overal in de stad.


Het kasteel is niet te missen als je in de stad bent. Het staat er al meer dan 900 jaar op de heuvel van 375 meter hoog en is een van de trekpleisters van de stad. Door de aardbevingen en de meerdere keren herbouw is het een beetje een allegaartje geworden. Je kunt er met een funiculaire naar boven (€4,40) maar wij lopen gewoon omhoog en naar beneden. Zijn we wel gewend. We gaan er niet in, wat, uiteraard tegen betaling, ook kan.


En als je dan boven bent, dan heb je mooie uitzichten over de stad.

Water in een stad maakt het altijd gezelliger. Er zijn rondvaartboten, er wordt op ge-SUPped en er zijn natuurlijk vele restaurants en terrassen aan het water. Het brengt leven in de stad, zeker als het een stromende rivier is.


De dichter France Preseren heeft een eigen plein en standbeeld verdiend door, onder andere, het volkslied (A Toast) te dichten. Nog een reden waarom ik van dit land houd, als je het proosten van een glas tot volkslied verheft. Maar goed, dit plein, gelegen aan de Triple Bridge is de centrale ontmoetingsplek van de stad.


Uitzicht over de Triple Bridge naar Preseren Trg (square).

Bij elke stad horen muzikanten. Ze geven karakter en sfeer. Naar deze hebben we een paar keer staan luisteren. Ze deden het goed.


De bibliotheek bezoeken we ook van binnen (€5 pp) want dat is een verhaal apart. Het is de grootste van Slovenië en natuurlijk weer ontworpen door Joze Plecnik (hij had waarschijnlijk niks anders te doen). Joze zag de bibliotheek als een wereld van concepten en metaforen. De buitenkant moet beschermend zijn en is gebouwd van stenen van oude romeinse muren. De ramen op de bovenste verdiepingen lijken op open boeken. De zware deur en de donkere trap zijn een metafoor voor initiatie in de wereld van kennis. Die trap leidt naar de centrale leeszaal waar de verlichting plaats vindt. En zo zijn er veel meer boodschappen verstopt in het gebouw. Wij kijken onze ogen uit. De extra tentoonstelling over verboden boeken (and yet they read them) is mooi en als bonus was het er lekker koel.

 

Een van de vele mooie straatjes waar we doorheen slenterden.


En natuurlijk eten we een ijsje. Het hoort bij het weer en de stad.

Al met al hebben we een schitterende dag gehad. Er was een minpuntje; de was. Die hadden we gisteren ingeleverd en we kregen de belofte dat we die vanmiddag schoon op konden halen. Daar keken we naar uit want alles begint wel te ruiken, ondanks dat je het dagelijks uitspoelt. Maar toen we, in blijde verwachting, er naar vroegen bleek dat ze hem vergeten waren. En geloof me, na een nacht en een dag in een dichte zak gaat het niet frisser ruiken. Dus moesten we alsnog aan de bak en hangt nu de kamer vol.

Zaterdag 4 augustus: Koritnica – Ljubljana

77 km (totaal 728 km) – 732 hoogtemeters.
Hostel DIC (€51)

Zo maar onverwacht
Een stad van feest en plezier
Fijne afwisseling

De camping had niet beter kunnen liggen. We rijden eraf, slaan linksaf en zitten gelijk in de klim van vandaag. We hoeven vandaag ‘maar’ 500 meter omhoog. En dan hebben we min of meer een afdaling tot Ljubljana aan toe. Het eerste deel tot aan Podbrdo gaat geleidelijk met maar een paar procent.

Hierbij volgen we voornamelijk het riviertje de Baca stroomopwaarts. Het gaat door smalle kloven die gekleed zijn in 50 tinten groen. En omdat het zulke smalle kloven zijn, fietsen we veel in de schaduw.

Zo komen we bij Podbrdo. Dit zou je bij ons een lintdorp noemen, zij het dat ze hier niet anders kunnen. De kloof is niet breder. Een nadeel (of een voordeel, het is maar hoe je het bekijkt) is dat het hier het grootste deel van de dag in de schaduw ligt. Het duurt lang voordat de zon boven de berg uit is en hij zit er vrij snel, aan de andere kant, weer achter. Het dorp ligt aan het einde van de langste spoorwegtunnel (6327 meter) van Slovenië. En het bijzondere is dat het dorp eigenaar is van een deel van de tunnel. Het dorpje wordt natuurlijk omringd door vele pieken. Een ervan, de Crna Prst (ja, probeer dat maar eens uit te spreken) is bekend bij botanisten. Op de zonnige zijde van deze berg groeien hele zeldzame planten. Maar als dorp vinden wij het er niet uitzien door de industrie en het rommelige karakter.

Vanaf hier is het weer flink klimmen. Het lichaam heeft er wel moeite mee, maar we merken dat het wel steeds gemakkelijker gaat. Meestal ga ik wat sneller dan Mevr. van der Veeke, maar dan wacht ik meestal even in de bocht.

En dan kijk ik of het een mooi plaatje is. Als dat zo is, dan komt het fototoestel uit de stuurtas en maakt ik een foto. Ze is een gewillig model (en ze heeft geen keus…)

Het is een naamloze pas en we blijven er dan ook niet lang. De afdaling gaat geleidelijk en onze eerste prioriteit is het vinden van een koffieplekje. Ik heb in Podbrdo bij een uitstekend Engels sprekend bakkersmeisje een heerlijke appelflap gehaald. En dan kunnen we meteen de tent drogen, want die ging behoorlijk nat in de zak. Zo’n plekje vinden we een paar kilometer onder de top.

Het is een afdaling als in een droom. Heerlijk geleidelijk en de omgeving is alsof we in Lord of the Rings fietsen. Zoveel bergtoppen om je heen en zoveel bomen. Het is hier ontzettend mooi. Mensen zwaaien onderweg en iedereen groet.

Hoe dichter we bij Ljubljana komen, des te groter worden de (voor)steden. De bergen worden lager, het weer stabieler en warmer. Ook worden de huizen luxer en is het minder ‘boers’ dan in het binnenland. 


Een van de grotere steden waar we doorkomen is Zelezniki. Deze stad is bekend van zijn ijzersmelterijen. De eerste stond er al in 1422. In 1826 is dit zo’n beetje opgehouden, maar ze hadden nog meer ijzers in het vuur. De stad is ook bekend van het kantklossen. Er is zelfs een school voor.

Bij Skofja Loka krijgen we echt het idee van een grotere stad. De stad is bekend van zijn Passiespelen. Nee, dit heeft niets met erotiek te maken maar slaat op de religieuze passiespelen over het lijden van Christus. Daarnaast is hier een Kapucijner klooster (niet van die bonen, alhoewel ik me kan voorstellen dat ze het wel veel eten. Gewoon omdat het past bij de naam) waar ze heel veel boeken en heel veel oude boeken hebben. De belangrijkste is een Jurij Dalmatins bijbel (eerste vertaling van de bijbel in het Sloveens) uit 1584. Daarnaast nog meer oude boeken waaronder een eerste druk van het grote Jip-en-Janneke boek.

Vanaf hier is het wat puzzelen om in Ljubljana te komen. Mijn gps-route leidt ons naar een snelweg waar je met fietsen én paard en wagen niet mag komen. Weten we gelijk weer waar we staan. Gelukkig zijn er fietsbordjes die ons op weg helpen.

Hiermee komen we op een fietspad langs de snelweg die ons tot in het centrum brengt. We zouden eerst op de camping 6 km boven de stad kamperen maar dat plan heb ik omgegooid. Bij zo’n grote stad vind ik het leuker om erin te zitten dus ik heb een hostel geboekt. We komen op de campus terecht die zomers toch leeg staat. Voor Mevr. van der Veeke is dit een trip down memory lane. Tijdens haar studie zat ze ook in zo’n soort kamer. Alleen hier zitten ze er met drie personen in en zij zat alleen. Wij zijn er eigenlijk wel blij mee want het is heel veel ruimte. Douche en toilet delen we met andere kamers maar daarvoor is het geen geld om zo dicht in het centrum te zitten.

Om te eten lopen we even het centrum in. Wat een bruisende en gezellige stad is Ljubljana. Het centrum is grotendeels autovrij en dat maakt het heel prettig om in te zijn. Iedereen loopt te flaneren en is vrolijk. We vinden een luxe ogend restaurant maar waarvan de prijzen meevallen. De ober is grappig en erg vriendelijk. Omdat ik hem help afruimen krijgen we het toetje gratis. Morgen gaan we verder kijken in de stad.  

profiel-04-08

kaart-04-08

Vrijdag 3 augustus: Kobarid – Koritnica

38 km (totaal 651 km) – 443 hoogtemeters.
Camping Sorli  (€19,26)

Het tempo omlaag
Vandaag eens geen geploeter
Ritme ontregeld

Ik ben een beetje uit mijn ritme vandaag. Gisteren ging al onverwacht anders en omdat we vandaag een kort stuk hebben, gaat het ook anders. We hebben zo weinig kilometers omdat er tussen de geplande camping en Ljubljana geen andere camping ligt. Daarom vandaag kort en morgen gaan we in een keer door naar de hoofdstad van Slovenië. Waar we overigens weer een niet-fietsdag hebben. Ik wil het geen rustdag noemen want we zullen genoeg door de stad sjouwen.

In elk geval doen we vanochtend rustig aan -toch tijd genoeg- en hebben we ook nog geen ontbijt omdat we gisteren geen boodschappen hebben gedaan. Dus na vertrek van de camping gaan we eerst ontbijt halen (yoghurt en fruit). En dan moeten we ook nog een plek vinden om het op te eten.

Je zou denken dat dit gemakkelijk is, want we fietsen nog steeds langs de Soca. Maar niet heus. Het zijn steile overs met veel brandnetels. Soms is er een plekje bij een parkeerplaats, maar ik laat mijn fiets niet graag onbeheerd achter. Je hebt nog wel even een mooi uitkijkje naar de bergen.

Uiteindelijk belanden we in een weiland, maken we ontbijt en eten we het op. Wel in de schaduw want het is alweer een hete dag. Daarna gaan we verder langs de Soca. Het gaat veel door kleine slapende dorpjes. Vaak zie je vanaf het begin-bebouwde-kom-bord het einde-bebouwde-kom-bord ook al. Maar het zijn stuk voor stuk plaatjes. Ladra, Kammo, Volarje en Gabrje. Simpele, oude huizen uit granieten stenen, maar ook vaak gestuct. Veel bloemetjes op de houten balkons en kronkelige straatjes. En hier zie je nog steeds de boerderijen en de schuren in het dorp.

En natuurlijk is er in elk, zichzelf respecterend, dorp een watertappunt. Vaak een simpele trog en soms maken ze er wat moois van.

Zo meanderen we richting de camping. Het is weinig klimwerk vandaag, dus relatief gemakkelijk fietsen. Ik wist niet dat Slovenië zo mooi was. De bergen en bossen van Noorwegen, maar dan met een warmer klimaat. De mensen zijn vriendelijk en overal is wat te zien.

Tolmin is een redelijk grote stad waar we de boodschappen voor vanavond doen. Het heeft een oud centrum en boven op een rots/berg zijn de restanten van een oud kasteel te zien. Wij vinden het niet zo bijzonder. Wel leuk vind ik de vele spiegels in de dorpen. Door de grote hoek zie ik Mevr. van der Veeke en mijzelf tegelijk in de spiegel ondanks dat we meestal niet vlak achter elkaar rijden. En als er ook nog een mooie poster naast hangt, dan ben ik helemaal verkocht.

Het is niet geheel vlak, dus soms heb je een mooie uitkijk over het land. De bergen worden heuvels en het is groen en warm.

Het laatste stuk hebben we nog een klim van 100 meter. Ik merk dat de spieren sterker zijn geworden want het gaat steeds gemakkelijker. Het begint te regenen maar dat vinden we niet erg. Je koelt er lekker van af en het zijn meestal korte buien. Tegen half drie komen we op de camping aan. Door allerlei stops hebben we het toch nog weten te rekken. Het is een nieuwe camping langs een riviertje. Het blijft steeds af en aan druppen en regenen dus het opzetten van de tent is nog een uitdaging. Maar goed, uiteindelijk staat hij.

Morgen beginnen we met een klim van 300 naar 800 meter. Daarna is het een lange afdaling naar Ljubljana. Daar zijn we twee nachten. Maar eens kijken of we weer aan een stad kunnen wennen. 

profiel-03-08

kaart-03-08

 

Donderdag 2 augustus: Kobarid – Cividale – Kobarid

0 km (totaal 613 km) – 0 hoogtemeters.
Camping Lazar  (€25,92)

Familievrienden
Paradijselijk onthaald
Gerecupereerd.

Vandaag hebben we een ‘wilde’ rustdag. Niet dat we het dan heel wild gaan doen, maar het geeft aan dat hij ongepland is. Het zit namelijk zo;

Mevr. van der Veeke woonde als kind in de Spreeuwenstraat in Hengelo. Daar woonden natuurlijk ook andere mensen, die zij kende. En één stel van die mensen is uiteindelijk geëmigreerd naar Italië, naar een dorpje waar we nu niet zover vandaan zitten. En met de huidige  communicatiemiddelen is het zo gemakkelijk om even contact te zoeken en dat is gedaan. Dat heeft als gevolg gehad dat we om half 10 door Erik en Irene bij de camping opgehaald worden om meegenomen te worden naar hun huis in Italië. Ongeveer drie kwartier rijden.

Dat ging niet geheel vlekkeloos. Ondanks dat het allemaal Schengen is, was er toch een controle aan de grens. We moesten alle papieren inleveren, zelfs het wc-papier. Maar Erik was zijn papieren vergeten. Er volgde een rappe discussie in het Italiaans met wat borstgeklop. Daarna werden de papieren die ze wel hadden tot in de vouwen gecontroleerd en uiteindelijk mochten we door. Niet veel later kwamen we in hun paradijsje aan. Een oud grenswacht huisje, op de berg, en prachtig gerenoveerd.

We krijgen een heerlijke lunch geserveerd, want Irene kan koken als met sterren. In de loop van de middag krijgen we een tour door Cividale. En laat Adèle, de zus van Irene er al vanaf haar achttiende wonen, en gids zijn. We krijgen alles te horen en te zien van dit dorp dat tot het Unesco Werelderfgoed gerekend wordt. Hier een paar plaatjes.

Ceasar heeft hier ooit de eerste steen gelegd. Waarschijnlijk niet in eigen persoon, want ik zie hem nog geen stenen leggen, maar gedelegeerd. 

In tegenstelling tot de meeste Rooms-Katholieke kerken, is deze kerk in Cividale niet zo rijk versierd, behalve het Mariabeeld dat jaarlijks in de processie ging.

De Duivelsbrug, en niet de enige in Europa met dezelfde legende.

Tegen een uur of acht worden we weer op de camping afgezet. Het komt niet vaak voor, maar we hebben een dag geen kilometer gefietst. We zijn wel heerlijk uitgerust en verzorgd.

 

 

 

 

Woensdag 1 augustus: Kransjka Gora – Kobarid

72 km (totaal 613 km) – 1117 hoogtemeters.
Camping Lazar  (€25,92)

Haarspeld na haarspeld
Het lijf zwoegt zich in het zweet
Keien in de bocht

Op tijd opgestaan? Check! Goed uitgerust? Check! Ecologisch (lees:koud) gedoucht? Check! Goed ontbeten? Check! Op tijd vertrokken? Check! Kortom, we hebben er alles aan gedaan om de omstandigheden naar onze hand te zetten. Om half acht rijden we van de camping weg. We kopen nog broodjes voor de lunch en dan begint het klimmen.

Het was een goede beslissing om de klus uit te stellen. Ik zou haast willen zeggen, een van de betere in mijn leven. Met een graad of achttien is het veel beter te doen. Bovendien is het zo vroeg nog lekker rustig op de weg. Net buiten Kransjka Gora ligt een meertje waar het overdag erg druk is. Nu is er niets te doen.

We starten op ongeveer 840 meter. We stijgen in ongeveer 10 kilometer naar 1611 meter. Dit betekent  770 meter in 10 kilometer wat omgerekend gemiddeld 7,7% is. (Als je meer wilt weten van hoogteprofielen en hoe je ze moet lezen, dan heb ik er hier een artikel over geschreven). In de praktijk blijkt dat het nogal varieert. Er zijn steilere stukken en minder steile stukken. Wij hebben twee keer moeten lopen omdat het boven de 15% zat

De Vrsic pas ligt in de Julische Alpen, is 1611 meter hoog en is de hoogste pas in Slovenië. Het is ook de hoogste pas die we ooit, met fiets en bagage, hebben gedaan. De pas verbindt Boven-Carnolio met de Trenta Vallei. De weg heeft 50 haarspeldbochten. 24 aan de, voor ons, stijgende kant. En 26 aan de dalende kant. Aan de stijgende kant zijn de haarspeldbochten bestraat met klinkertjes.

De pas wordt al heel lang gebruikt maar dan meestal lopend of met lastdier. In 1909 is de weg verbreed om de afvoer van gekapt hout te verbeteren. In de eerste wereldoorlog bleek hij van strategisch belang. Door 10.000 Russische krijgsgevangenen is de huidige weg aangelegd. Dit duurde tot 1917. Daarom wordt deze weg nu ook wel  ‘de Russische weg’ genoemd. Onderweg is nog een Russische kapel om de gevallenen te herdenken. Het Sloveense vršič betekent letterlijk ‘kleine top’, een verkleinwoord van het woord ‘vrh’ dat top betekent. Ongeveer halverwege vinden we een plekje om even bij te komen. We maken een bakje koffie en eten wat lekkers. Het shirt plakt aan mijn lijf ondanks de relatief lage temperaturen. Op de achtergrond kijken de machtige bergen op ons neer. Moeilijk te zien op de foto maar rechts bovenin zit een gat in de berg. 

De verzuring begint langzaam in te treden. Het lichaam vraagt zich af waar we eigenlijk mee bezig zijn en of dit wel nodig is. Eigenlijk wil het gewoon stoppen en gaat in overlevingsmodus. Voor mijn zintuigen betekent dit dat ze in een soort van tunnelvisie gaan. Ik heb steeds minder aandacht voor mijn omgeving en zie steeds minder van de schoonheid waar we eigenlijk in fietsen. Terwijl er genoeg te zien is onderweg, zoals deze plek waar ze honderden torentjes van stenen hebben gebouwd.

In het laatste deel zit nog een vrij steile klim. Ik moet zelfs nog 100 meter lopen. Maar uiteindelijk komen we, na drie uur, boven met een gevoel van euforie. We hebben dit toch maar even gedaan. Daarnaast beseffen we dat we tegen de grenzen van ons kunnen aanzitten. Ik riep altijd dat ik de Mont Ventoux ook wel met bagage kan beklimmen, maar nu weet ik dat ik dat niet meer ga redden. Niet met een fiets van 17 kilo en dertig kilo bagage.

Boven genieten we van het uitzicht en nemen we de tijd om bij te komen. Ik vind het altijd weer verbazingwekkend hoe snel het herstel is. Maar goed, we zijn er nog niet. We hebben morgen een afspraak op de camping in Kobarid, dus we moeten nog 45 kilometer. Gelukkig kunnen we eerst met een afdaling beginnen. En deze keer is de zwaartekracht mijn vriend. Nog maar 26 haarspeldbochten en geen klinkers. Het asfalt is goed dus vaak zit ik boven de 50 km/uur. En er is nu ruimte om te genieten van de uitzichten. 

Uiteindelijk vlakt de weg wat meer uit en worden de snelheden lager. We zitten weer rond de 800 meter. Het wordt ook weer een stuk warmer omdat we na het middaguur zitten.

We hebben de hele tijd op de enige, grotere weg gezeten die hier loopt. Bij Bovec drinken we wat. Hier is ook een deel van The Chronicles of Narnia verfilmd. We gaan verder op een kleinere weg waar nauwelijks verkeer is en volgen het riviertje de Soca. We komen hiermee ook in een meer toeristisch gebied. Dat merken we aan het feit dat er meer campings zijn en je bij iedere hoek kunt raften, kanoën en canyonningen. Maar het water in de rivier staat erg laag en we zien menigmaal een kano over de keien schuren om verder te komen.

Ik kan vertellen dat we aardig stuk zitten. We pauzeren om het uur even. Ook de hitte begint zijn tol te eisen. In de schaduw is het te doen, maar sommige stukken in de zon zitten op wel 35 graden, zie ik op mijn thermometer. Mijn lichaam heeft zich wel eens beter gevoeld (ook wel eens minder trouwens). Voor Kobarid hebben we nog twee korte klimmetjes die gelukkig niet al te steil zijn. Daar tegenover staan er twee heerlijke afdalingen. 

Kobarid is bekend van de slag van Caporetto (1917). Hemingway baseerde er zijn boek A Farewell to Arms op. De plek is al sinds de prehistorie bewoond en met name in de Romeinse tijd van strategisch belang geweest. Misschien dat er daarom in Kobarid vier campings zijn. We zoeken Camp Lazar op. Op een tentenveldje mogen we een plekje uitzoeken. Maar omdat we later dan normaal zijn, lukt dit met moeite. Ik vind het altijd vervelend dat, als je al zo vermoeid bent, je nog met de onderste lagen van de piramide van Maslov bezig moet zijn. Het weer is dreigend, dus we willen graag de tent snel hebben staan. We zijn te moe om te koken, dus we gaan lekker uit eten. Het lijkt wel een patroon te worden, bij elke pas die we doen. Maar daar kan ik mee leven.

profiel-01-08

kaart-01-08

 

 

 

Dinsdag 31 juli: Bled – Kransjka Gora

40 km (totaal 541 km) – 635 hoogtemeters.
Camping Natura Eco  (€32,50)

Soms loopt het anders
Flexibiliteit gewenst
Geef je er aan over

Vandaag moet het dan gebeuren. De bedoeling is om over de Vrsic pas te gaan die tot 1611 meter gaat. We zijn uitgerust en er helemaal klaar voor.  Hieronder zie je het profiel. Fikse uitdaging, maar moet toch te doen zijn.

Toch loopt het niet altijd zoals je denkt. Het begon allemaal goed. We zijn op tijd weg in Bled. Als we gaan is het nog rustig en redelijk koel. We beginnen meteen met een klim om bij het meer weg te komen. Maar de benen voelen goed en het gaat zonder problemen.

Al vrij snel zitten we in het Triglavski National Park. Dit park bestrijkt 4% van Slovenië en is vernoemd naar Mount Triglav (drie toppen), de hoogste met zijn 2864 meter. Hij is beroemd en staat zelfs op de vlag. Vroeger geloofde men dat deze toppen een driehoofdige god huisde die wat te zeggen had over de lucht, de aarde en de onderwereld. We zien hem pas later maar genieten wel van de rust en de schoonheid van het park. Dat is ook de reden dat we er doorheen gaan.

We klimmen tot ongeveer 800 meter. Het laatste stukje is lopen want 18% halen we niet met bagage. Daarna hebben we een afdaling naar Mojstrana, op 600 meter, waar het tijd is voor koffie. We vinden een plekje in de schaduw want de temperatuur gaat alweer richting de dertig graden. Er komt een aardige Sloveen langs die een praatje maakt. Hij vraagt waar we heen gaan en stelt ons helemaal gerust. De Vrsic is prima te beklimmen met de fiets. ‘At the top you just zig-zag your way up’. Daardoor vergeten we helemaal om in het dorp te gaan kijken naar de walnotenboom met een omtrek van vijf meter. Andere keer dan maar van mijn bucket-list strepen.

Na Mojstrana komen we op een, door de EU gesubsidieerde, fietsroute. Het is aangelegd op een oude spoorweg, mooi asfalt en veel koffiebankjes erlangs.

Op sommige plekken zijn de restanten van de spoorlijn nog te zien.


De uitzichten worden er alleen maar mooier op. We denken zelfs Mount Triglav te zien liggen maar het zijn zoveel punten dat we het niet zeker weten. Het is in elk geval wel erg fraai.

In een van de gesubsidieerde hutjes, vlak voor Kransjka Gora, doen we lunch. Inmiddels zit de temperatuur op de 33 graden. Oftewel ‘snikheet’ zoals ik een Hollandse dame hoorde zeggen. We worden er helemaal door lamgeslagen. Maar goed, dit is waar we voor gekozen hebben, dit is wat we gaan doen.

Maar eenmaal op de fiets zien we het niet zitten. Het zweet gutst uit alle poriën en ik voel me als een kip in een braadzak. Bij Mevr. van der Veeke is het al niet anders. Verder dan haar ondergoed gaat ze niet en ook dat helpt al niet meer. Tijd om de plannen om te gooien. In Kransjka Gora zit een eco-camping. Het is nog wel vroeg, maar we besluiten toch voor vandaag er een punt achter te zetten. Dan doen we morgenochtend de klim met de hoop dat het wat koeler is. Daarna hebben we een afdaling en dan doen we de 40 geplande kilometers naar Kobarid erbij. Zo zitten we weer helemaal op schema. Kransjka Gora is trouwens een mooi plaatsje en een plaatje. Het is een wintersport gebied en tegen de hellingen zien we de ski-liften en pistes liggen. Wij doen er even boodschappen want we verwachten dat de eco-camping niet aan bier doet. Een correct vermoeden blijkt later.

De Naturo Eco camping ligt mooi in het bos. Ze hebben tenten te huur en je kunt slapen in een ‘ druppel’, zoals je op de foto ziet (€80 per nacht). Volgens de website mogen er alleen tentjes staan en ze doen er alles aan om ecologisch te zijn. Tot zover de theorie. Want de praktijk komt anders op mij over. Er is één veld, met bomen, waar iedereen maar een plekje moet zoeken. Leuk als er alleen tentjes zijn, maar er staan ook campers, caravans en zelfs een omgebouwde truck. Ecologisch betekent dat als jij onder de douche staat en iemand gaat afwassen, dan halveert je water. Het afwassen is trouwens met koud water. Douchen niet veel warmer.  Ecologisch betekent dat je je vuilnis er niet kwijt kunt en dat je met 100 mensen drie wc’s en drie douches moet delen. En ecologisch betekent niet dat als je met een kleine eco-footprint komt je minder betaalt. Een camper met een persoon kost de helft van twee fietsers met een klein tentje. Kortom, het eco-label wordt weer misbruikt om extra te kunnen vragen. Toch staan we er prima als we eenmaal een plekje in de schaduw onder de bomen hebben gevonden. En ik ben blij met het biertje dat ik heb meegenomen. Langzaam stroomt de camping voller en voller. Ecologisch vol, zullen we maar zeggen. Wij zijn in elk geval uitgerust en wagen morgen weer een poging om de Vrsic pas op te komen.

profiel-31-07

kaart-31-07

 

Maandag 30 juli: Bled

7 km gewandeld
Camping Bled (€33,40)

Tijd voor ontspanning
Het koele blauwe water
Wast vermoeidheid weg

Vandaag hebben we een rustdag. Niet dat ik dan langer in de tent blijf liggen. Want om kwart voor zeven ben ik wel uitgelegen en daarnaast brandt de zon net op de tent. Maar we doen wel wat rustiger aan. Het enige wat op het programma staat is een rondje om het meer.

Het meer van Bled is in de ijstijd gevormd en is ongeveer 2100 bij 1380 meter. In het meer ligt het enige natuurlijke eiland van Slovenië. 

Al in de IJzertijd is hier bewoning geweest en omdat het zover van de handelsroutes lag hebben de Romeinen er weinig belangstelling voor gehad. 

Door de mooie ligging en de warme wateren was het meer al vroeg in trek bij de middeleeuwse pelgrims die kwamen bidden in de kerk op het eilandje. Maar de heer van het kasteel in de 18e eeuw vond het maar niets en wilde het meer leegpompen om van de klei bakstenen te maken. Gelukkig ging dat niet door. Een Zwitserse dokter zag de mogelijkheden en opende in 1855 een kuuroord. Niet lang daarna kon je hier met de trein komen en sindsdien is het hier een gekkenhuis,

Het kasteel kan zo in Game of Thrones. In de 11e eeuw gebouwd en in de16e eeuw fors uitgebreid. Op het eiland staat ‘the church of the Assumption’ uit de 17e eeuw. Veel mensen gaan er met een gondelbootje heen zoals je op de foto’s kunt zien.  Het is een mooi eilandje maar ik zou er niet willen wonen want de klokken hebben last van ADHD, zo vaak horen we ze beieren.

Wij houden het bij een rondje om het meer maar we willen natuurlijk wel de bekende Bled cake proeven. Dit blijkt een soort van tompouce te zijn zonder glazuur. Wel lekker. Hieronder wat foto’s van de dag.

 

 

 

 

 

Er mag een hoop ook niet.

 

En ik neem nog even een duik in het koele blauwe water.