Vent

Het is met leven net als met fietsen; Als je denkt dat er geen wind is, dan heb je hem meestal behoorlijk mee.

Dag 107:

Alles is anders hier. Ondanks dat het hier ‘maar’ 31 graden wordt, voelt het veel benauwder. Er zit meer vocht in de lucht, dus ik zweet als een bootwerker. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het koelt dan ook nauwelijks af. Waren in Spanje om acht uur ’s ochtends de straten uitgestorven, hier is iedereen al op de been. Ook op de camping is het druk op tijden waarop ik meestal alleen over het terrein liep. Het landschap is anders, veel groener, veel bossen en andere gewassen. En we zien ineens veel meer fietsers. Niet alleen mannen op de racefiets, maar ook bepakte fietsers op weg naar Barcelona.

Dit eerste traject is nog veel klimmen. Gisteren hadden we de hoogste klim, maar vandaag moeten we naar 320 meter. We hebben duidelijk last van de warmte want het gaat moeizaam vandaag. Vooral Mevr. van der Veeke lijkt haar dag niet te hebben. Na de klim dalen we af naar Thuir. Van daar is het een min-of-meer vlak stuk naar Corbiere en Ille-sur-Tet. De route loopt deels langs grotere wegen en boomgaarden. De plukkers zijn druk bezig het fruit binnen te halen en ook hier oogst het hoofddeksel van Mevr. van der Veeke de nodige consternatie.

Omdat het zo moeizaam gaat en we voldoende tijd hebben om in Avignon te komen (ik heb daar op de 19e een afspraak met iemand die onze vervolg routeboekjes heeft ontvangen) besluiten we om een uur al de camping op te zoeken in Ille-sur-Tet. Eerst doen we boodschappen en slaan flink in met meloen, bier, water en limonade. We hoeven immers toch niet verder.

De praktijk is weerbarstiger. De camping Municipal Le Colomer  is vol en we kunnen er niet meer bij. Dit maken we nooit mee. Als fietsers is er altijd wel een plekje voor ons. Maar goed, nu worden we weggestuurd. Vijf kilometer van de route blijkt een andere camping te zijn. De campingbeheerder van Le Colomer belt voor ons en ze hebben nog één plek en die mogen wij. Het is tegen mijn principes om zo ver uit de route te gaan. Immers de vijf kilometer heen en terug brengt ons ook tien kilometer verder in de route. Maar deze keer doen we het toch.

De andere camping la Garenne blijkt eigenlijk ook vol maar de dame van de receptie zoekt toch een plekje voor ons. We kunnen kiezen tussen een plek in de zon tussen gasflessen en een auto. Of op een parkeerplaats tussen de bungalows, vlak langs de autoweg. Maar wel met later wat schaduw. En dat voor €26. Soms moet je het nemen zoals het komt, dus we kiezen de tweede plek. Uiteindelijk kunnen we er een aardige mouw aan passen want tegenover ons is een ongebruikte bungalow met een terras in de schaduw en fijne stoelen. Daar brengen we de middag door. ’s Avonds kunnen we er ook koken aan de picknick-tafel van de bungalow. Het probleem van de volle campings schijnt hier meer voor te komen, dus maar eens zien hoe we de komende dagen onderdak vinden. Voorlopig zijn we weer een dag verder.

Dag 108:

Vandaag hebben we een prachtige fietsdag door de Pyreneeën. Het is een beetje koeler en er waait ook een stevige wind. Soms tegen maar de verkoeling is erg welkom. We beginnen met een klimmetje om uit Ille-sur-Tet te komen. Er zijn hier bijzondere rotsformaties van Les Orgues d’Ille-sur-Tet. Ze zijn gemaakt door moeder natuur die er geduldig gedurende miljoenen jaren water en wind tegenaan gooide. Uiteindelijk houdt je een soort van schoorstenen over. In de verte lijkt het soms ook wel een kasteelruïne.

Een klim is vermoeiend maar het levert vaak ook prachtige uitzichten op. Eenmaal boven steken we over naar een ander dal. Je kunt ver kijken en het uitzicht is adembenemend.  Hier doen we het eigenlijk voor. En de foto’s geven maar een deel van de werkelijkheid weer. Je moet hier gewoon staan. Dus allemaal op de fiets en naar de Pyreneeën.

De afdaling is de beloning van de klim. Maar de afdaling is niet altijd fijn. Soms is het wegdek te slecht en soms is de afdaling ook te steil. Dan ben je continu aan het remmen. Maar de afdaling vandaag is een feest. Niet te steil, mooi asfalt en lekker lang.


Ook komen we vandaag door het dorpje Latour-de-France. Een dorp met een gewild naambord. Zo gewild dat ze er zelfs camera’s op de plaatsnaamborden hebben gezet tegen diefstal. Wij kunnen hem toch niet meenemen, dus ik laat hem zitten. Ook hebben alle dorpen hier een laan met platanen. Wij noemen dat dichterlijk een lommerrijke laan maar de praktijk is dat het daar altijd heerlijk koel is. We mogen er graag langs fietsen.

De route daarna is nogal geaccidenteerd. Voor mijn gevoel ben ik de rest van de dag aan het klimmen. Daarom maken we er weer een korte dag van. Na 47 kilometer zijn we in Tuchan. Ik heb voor de zekerheid maar gemaild of er een plek is op de camping, en die zou er moeten zijn. Bij aankomst wordt dat in eerste instantie ontkend, maar als ik de mail noem gaat er een lichtje branden. We kiezen een plekje onder een grote olijfboom en met veel schaduw. De camping heeft een bar en een restaurant. Vandaag laten we ons verwennen. Op deze manier houdt ik het nog wel even vol op de fiets.

Dag 109:

Het is weer een stralende dag en vannacht is de wind gaan liggen. Het is nog steeds iets koeler en dat is fijn fietsen. We beginnen met een klim naar de Col d’Extreme. Dat klinkt erger dan het is want met zijn 251 meter zou ik hem niet dit predicaat geven. We zijn dus zo boven en ook zo weer beneden. We zitten overigens in het Parc Naturel Regional de la Narbonnaise en Méditerranee. Een hele mond vol maar het zegt gewoon dat het hier mooi is.

Vandaag rijden we eindeloos langs wijngaarden. Onder andere komt hier de Corbieres wijn vandaan. Naast wijnranken zie je hier ook veel Katharenkastelen op de bergtoppen staan. De Katharen (oftwel de ‘zuiveren’) was een religieuze beweging die tijdens de 12e en 13e eeuw veel aanhang had met een andere kijk op het geloof. Ze zaten vooral in het Languedoc gebied waar we nu doorheen fietsen. Zoals vaak gebeurt bij een afwijkende mening in het geloof, ging het hun slecht af. Uiteindelijk zijn ze uitgeroeid door de ridders van de kruistochten waarbij de inquisitie de laatste leden uitrookte. Maar nu heb ik het idee dat de beweging nog springlevend is want in veel dorpen zie je het teken staan.

In de loop van de middag steekt de wind weer op en heeft af en toe stormachtige vlagen. Het is de tramontana, meestal uit het noordwesten en zo ook nu. We hebben hem gedeeltelijk mee, dus niet alleen verkoeling maar ook een duwtje in de rug. Sowieso is dit een meteorologisch interessant gebied want ze hebben ook regelmatig last van zware regenval en overstromingen. Wat dat betreft hebben we geluk.

We eindigen vandaag in Salleles d’Aude. Al die druiven die hier verbouwd worden en tot wijn gemaakt moeten natuurlijk ergens in vervoerd worden. Nu zijn dat flessen maar de wijn werd ook al in de Romeinse tijd gemaakt. En toen werden amforen van 26 liter gebruikt. Die amforen werden hier in Salleles in een grote pottenbakkerij gemaakt.

De camping is klein (13 plaatsen) en ik heb niet gereserveerd. Maar we hebben geluk want er is nog een plaatsje voor ons. Gelukkig een beetje in de luwte want het stormt nog steeds. Het is inmiddels ook bewolkt en met 26 graden voelt het bijna koud aan voor ons. Vannacht maar weer eens in de slaapzak in plaats van erop.

Dag 110:

Vandaag is kanalendag. In Salleles d’Aude kwamen we er al een tegen met een gigantische sluis. Dit was een aftakking van het Canal du Midi waar we een groot deel van de dag langs zitten. Het kanaal is overigens Unesco werelderfgoed.

Maar eerst komen we nog bij het Oppidum d’Enserune. Hier woonden de eerste inwoners uit de streek. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht op de voormalige Etang de Montady. Dit meertje werd in de 12e eeuw drooggelegd door radiaal kanalen te graven. Iets wat je nu, 800 jaar later, nog steeds ziet.

Het Canal du Midi (Kanaal van het zuiden) is 240 km lang en loopt van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee. In de 16e eeuw kwam Jean-Piquet uit Beziers op het idee en hij had ook nog wat geld om het uit te voeren. In die tijd waren er nog geen graafmachines en ruim 12.000 arbeiders gingen met de schop aan het werk. Uiteindelijk kostte het hem al zijn geld en hij maakte nog niet eens de openstelling mee in 1680 want een half jaar eerder overleed hij. Nu wordt het met name nog gebruikt voor pleziervaart. Wij fietsen er een groot aantal kilometers langs. Soms op een mini-paadje door een bamboebos, maar soms ook op een prachtig fietspad. Het is erg in trek bij de fietsers want we zien er veel. Met name families omdat het zo gemakkelijk fietsen is.

In de verte zien we Beziers met zijn kathedraal liggen. Ook dit was een Kathaarse conclave. In 1209 werden hier 30.000 mensen afgeslacht door de kruisvaarders. Alleen omdat ze wat anders geloofden dan de kerk. Pas in de 19e eeuw kwam het er weer een beetje bovenop. Vooral door de wijnbouw.

In Beziers komen we ook bij een van de mooiste sluizencomplexen in het Canal du Midi. Dit zijn de Ecluses de Fonserannes. Een stelsel van 9 sluisjes die enkele tientallen hoogtemeters overbruggen. Als we er langs komen gaat er net wat pleziervaart doorheen. Mooi om te zien.

De route gaat niet helemaal langs de Middellandse zee. Maar wij nemen de extra kilometers voor lief om dit toch nog even te aanschouwen. En omdat het lekker warm is, kan Mevr. van der Veeke niet de verleiding weerstaan om even pootje te baden.

De campings zijn hier een gekkenhuis. We kennen dat van de Velodysee. Het zijn massale, dure campings met veel zwembaden die veel te vol zijn, geen belang hebben bij een nachtje van een fietser en handen vol geld kosten. Daarom hebben we een Airbnb in Bessan geboekt. We verwachten een heerlijk appartementje maar het blijkt een omgebouwde garage te zijn. De fietsen zouden binnen kunnen staan. Nu klopt dat helemaal maar er werd niet bij verteld dat er dan geen ruimte meer is voor ons. Afijn, met wat passen, schikken en meten weten we toch alles erin te krijgen. Zo maak je elke dag wat nieuws mee.

Dag 111:

Het mooie weer houdt niet op alhoewel het wel een stuk koeler is geworden. Er waait nog steeds een harde wind en vandaag hebben we hem tegen. Langs het riviertje de Herault meanderen we noordwaarts. Het is leuk fietsen en soms brengt een geocache ons onverwacht bij een watermolen.

Het eerste grote stadje wat we tegenkomen is Pézenas. Het was de stad van Molière, de Franse toneelschrijver. En dat feit is niet over het hoofd te zien, als je in het stadje bent. Evenals de horden toeristen die hier door de straten lopen. Blijkbaar is er niet veel anders te doen want ze zitten allemaal hier. Pézenas bestond al in de Romeinse tijd, heeft grote bloei gekend en de bestuurders van de Languedoc zaten hier. Het is te zien aan de huizen en de geveltjes. Ondanks de toeristen is het een mooi stadje om te bezoeken. Door de mooie huizen maar ook omdat hier de meeste winkels gevuld worden door kunstenaars. En we zien een hoop mooie dingen hier.

Na een kleine dertig kilometer vinden we het goed voor vandaag. We willen al een paar dagen een rustdag want het lijf is moe. Maar tot nu toe konden we geen geschikte plek vinden. In Adissan is een camping met een plekje voor ons. Niet ideaal want is het weer een steenvlakte maar wel rustig en met schaduw. ’s Middags denk ik even boodschappen te kunnen doen in Adisson. Maar de epicierie blijkt opgedoekt. Het enig wat ze nog hebben is een mooie muurschildering. Vijf kilometer verderop is wel een supermarkt. Op deze manier maak ik toch nog de kilometers van de dag. Het begint wel steeds harder te waaien en ondanks dat we redelijk beschut zitten, waait toch de salade van je bord. Maar de wind geeft ook wat verkoeling want het is inmiddels weer boven de 30 graden.

Dag 112:

Vandaag een rustdag. De enige activiteit is boodschappen doen wat heen en terug toch nog10 kilometer is. De rest van de dag lezen we, werken de verslagen bij en rusten lekker uit.

Spexit (*)

Je zorgen maken over dingen die nog niet gebeurd zijn, is als rente betalen over geld dat je nog niet geleend hebt.

Dag 104:

Vandaag hebben we een dag in Zaragoza. Zaragoza zelf komt op mij over als een moderne, schone, mooi gerestaureerde stad. Veel flatgebouwen en weinig verpaupering. De fonteinen en de parken in het centrum maken het helemaal een feest. Veel mensen ontvluchten in de zomer de stad dus het is relatief leeg nu. We slapen uit en gaan daarna eerst naar het station om de treinreis morgen te regelen. Dat had wat voeten in aarde, maar daar kom ik morgen op terug

Daarna gaan we naar het Aljaferia paleis. Dit is een Islamitisch paleis dat in de 11e eeuw gebouwd is. Het is uniek omdat het een mooi bewaard voorbeeld is van de Spaan Islamitische architectuur en vergelijkbaar met het Alahambra uit Granada. Meer informatie erover kun je hier lezen. Hieronder wat fotografische indrukken.

Het is heet in Zaragoza. In de middag vlucht iedereen naar binnen. Wij ook. We eten een menu del diaz en trekken ons terug voor de siësta. Pas na half vijf begeven we ons weer op straat en dan is het deze temperatuur.

We lopen naar het oude centrum, Casco Viejo. Rondom de Plaza del Pilar gebeurt het allemaal. Het is een mooi plein met een fontein. Maar het belangrijkste is de kathedraal. We hebben er al veel gezien maar qua schilderwerken spant deze de kroon. Er zijn prachtige fresco’s van Goya in de kerk te zien. De kathedraal is opgedragen aan Maria op de pilaar. Dat zou ze gedaan hebben tijdens een verschijning aan de apostel  Jacobus de meerdere. Jawel, dezelfde waarvoor wij naar Santiago zijn gegaan. Dus eigenlijk zijn we weer een beetje op bedevaart. Die Maria is, net als de zwarte Maria, een soort van aankleedpop. Er zijn verschillende jurkjes die ze aangedaan kan hebben.

Voor de rest kijken we een beetje in het centrum rond. Zoals gezegd, gezellig en modern. Zaragoza is een stad waar je best een weekend kunt besteden. Maar doe dat dan in een minder hete periode.

Dag 105:

We slaan een stukje van de route over. In de originele planning zouden we meer naar het oosten gaan en dan via de Andalusië route noordwaarts naar Girona. Maar we zijn een beetje klaar met het klimwerk en de Andalusië route is heel veel klimmen, ongeveer 14.000 hoogtemeters. Daarom zijn we doorgegaan naar Zaragoza om van hier de trein te pakken naar Figueres. Hiermee slaan we ook ongeveer 600 kilometer over. Maar treinen in Spanje heeft nog de nodige uitdagingen.

Treinen met de fiets in Spanje is niet zo gemakkelijk als in Nederland waar je overal de fiets naar binnen kan schuiven. Je hebt hier verschillende soorten treinen en in sommige kan de fiets (meestal) zo mee (regionale treinen), soms heb je een reservering nodig (media distance treinen) en soms moet de fiets ingepakt zijn, net als in het vliegtuig (HSL lijnen). Ik heb inmiddels veel over de spoorwegen van Spanje geleerd en dat is met name door de hulp van Paul Gieling, een medefietser die in Zaragoza woont. Van hem heb ik de link naar de RENFE website gekregen en ik heb de RENFE Horarios app geïnstalleerd. Een soort van Spaanse reisplanner. Hier heb eindeloos mee zitten plannen en puzzelen.

Wij moeten dus regionaal treinen en dat gaat langzaam. We gaan eerst van Zaragoza naar Barcelona. Dat duurt ongeveer vijfenhalf uur. Daar stappen we over op een ander boemeltje naar Figueres.  Die doet er nog eens meer dan twee uur over. De eerste trein was duidelijk, die heeft Paul ook regelmatig genomen. Maar bij het plannen van de tweede trein staat er Bus at station. Ik weet niet wat dat betekent. Sommige mensen kunnen zich compleet overgeven aan de gebeurtenissen zonder iets aan voorbereiding te doen. Soms ben ik jaloers op dat soort mensen. Maar soms ben ik ook blij dat ik (over) georganiseerd ben. Ik wil gewoon weten wat dit betekent voor mij.

De receptionist van het hotel belt voor me om te informeren maar de klantenservice van RENFE (de Spaanse NS) moet duidelijk op een cursus klantvriendelijkheid. We komen er niet uit. Gelukkig wijst Paul me op een leesfout. Er staat niet Bus at station maar Buy at station. Het zijn ook zulke kleine lettertjes! Het betekent dat je het kaartje niet online kan kopen. Toch wil ik het zeker weten dus we zijn bij het station naar de infobalie gegaan. Een Engelssprekende mevrouw helpt ons uitstekend en verzekert ons dat de fiets mee kan op beide treinen. Ze schrijft ook een briefje voor ons om de kaartjes aan het loket te kopen. Want ook daar kunnen en willen ze geen Engels. Bij het loket staan we een tijdje in de rij en worden verrast door een Engels sprekende heer die ons weer uitstekend helpt. We hebben de kaartjes (€91,10). Het enige is dat er maar één regionale trein per dag naar Barcelona gaat. Die mogen we dus niet missen en daarom kijk ik van te voren even hoe dat werkt. Waar we met de fiets erin kunnen, is de instap hoog of laag en hoe het eruit ziet.  Tot zover de voorbereiding.

Op de reisdag zelf gaat alles volgens plan. We zijn op tijd op het station om de trein van 11:16 te halen. Er staan al twee fietsen en er kunnen er drie staan. De fiets van Mevrouw van der Veeke mag, van de conducteur, gewoon op de bank zitten. En dan is het vijfenhalf uur naar buiten kijken naar het Spaanse landschap.

In Barcelona gaan er meerdere treinen naar Figueres. We hebben kaartjes voor de tweede (In Spanje koop je een kaartje voor een bepaalde trein op een bepaalde tijd) maar we zijn op tijd om de eerste nemen. Die gaat zelfs vanaf hetzelfde perron dus we hoeven niet met de fietsen van perron te verhuizen. En we nemen hem gewoon. De conducteur kijkt wel even naar de kaartjes maar doet niet moeilijk. Ook hier is het leuk naar buiten kijken omdat de trein langs de kust rijdt en we strand na strand voorbij zien komen. Om half acht stappen we in Figueres uit. Hier heb ik weer een Airbnb geboekt. Er was weinig keus. Of een hotel van een paar honderd euro. Of een Airbnb van €37. Dan neem ik natuurlijk de laatste. Het is een simpele kamer bij een familie thuis, tegenover het station. Helaas wel op de tweede verdieping dus we moeten met de tassen en de fietsen omhoog in de lift. De fietsen passen alleen rechtop erin. Maar goed, uiteindelijk staan de fietsen in de woonkamer en de tassen in de slaapkamer. Alle stress en zorgen zijn dus voor niets geweest. Maar ik ben wel blij met de voorbereiding. Zo hebben we toch een aantal verkeerde keuzes kunnen voorkomen.

Inmiddels is het al laat en moeten we nog eten. Gelukkig zijn we gewend aan het Spaanse ritme van laat eten. Alles is hier naar achteren verschoven. Ze beginnen ’s ochtends later. De hoofdmaaltijd is ‘s middags na twee uur. En ’s avonds kun je voor negen uur eigenlijk nergens terecht voor een hapje. Het is nog een erfenis van Franco die ooit voor een verkeerde tijdzone koos. En de Spanjaarden willen daar nu niet meer vanaf. Voor ons is dat nu gunstig. We nemen de laatste kans om een paella te eten. Het is een mooie afsluiting van Spanje. Morgen zijn we weer in Frankrijk.

Dag 106:

Het patroon, als we een Airbnb bij een familie thuis hebben, is inmiddels wel duidelijk. ’s Ochtends zie je niemand bij vertrek. In drie keer verhuizen we onze spullen weer naar beneden. Een lift voor alle tassen en een lift per fiets. In Zaragoza koelde het ’s nachts nog wel wat af. Hier zakt de temperatuur niet onder de 24 graden. Het is dus al warm bij vertrek.

We beginnen met een nieuw routeboekje. Het is er weer een van Benjaminse en het is de ‘Onbegrensd fietsen naar Barcelonaroute. En ook deze doen we weer andersom dus in ons geval heet het ‘Onbegrensd fietsen uit Barcelona’. We beginnen met een klimdag. We gaan weer over de Pyreneeën om uit Spanje en in Frankrijk te komen. Het is deze keer geen hoge pas. We hoeven maar tot 720 meter. Maar we beginnen wel op bijna 0. De eerste 20 kilometer gaan vrij vlak via Cabanes, Pont de Molins en Boadella d’Emporda.

De namen beginnen al Frans te klinken en we hebben een mooi uitzicht op de Pyreneeën. Bij Aguilana begint de echte klim die we gewoon gestaag doen. Het kost een paar uur en dan ben je boven. Op het hoogste punt is de grens, maar dat is niet te zien. Alleen een bordje l’Alt de Emporda. In het Frans is het de Col de Manrell.

De Spaanse weg houdt hier op. Wij gaan via een zandpad verder. Ik vermoed dat het een oude smokkelweg is. Gelukkig zijn de grenzen tegenwoordig open, anders zouden we weer illegaal een land binnengaan.

Na een kilometer of wat wordt het weer asfalt en hebben we een heerlijk afdaling met prachtige uitzichten naar beneden. In Maureillas las Illas (klinkt toch Spaans) nemen we de eerste camping die we tegenkomen. Het is goed voor vandaag. Het is fijn om weer te kamperen. Ondanks dat het een stuk minder warm is dan in Zaragoza, blijft het zweten en voelt het drukkend. Op de camping doen we zo weinig mogelijk. Gelukkig hebben we onderweg al warm gegeten, dus vanavond hoeven we alleen een boterham te maken. De Spaanse les kan opgeruimd worden en Google Translate anders ingesteld. We gaan weer over op het Frans.

(*) Spanje Exit.

Alles is anders

A journey is like a marriage.  The certain way to be wrong is to think you control it. – John Steinbeck

Dag 95:

Op zondagochtend door Segovia rijden is magisch. Er is haast niemand op straat en dat geeft het viaduct een andere uitstraling, mede door het ochtendlicht. We gaan buitenom Segovia heen dus we zien het kasteel uit een andere hoek. En we zien verschillende ballonnen in de lucht hangen. Die maken gebruik van het heldere weer en de ochtend om Segovia op zijn mooist te zien. Volgens de Lonely Planet is dat het mooiste wat je kunt doen in Segovia. Het is zonnig vandaag na de grijze dag gisteren. Het lijken wel Franse temperaturen met negen graden, dus ik diep mijn jasje onder uit de tas op en Mevr. van der Veeke rijdt het eerste stuk met handschoenen aan.

Het grootste deel van de dag zitten we op een via verde. Deze keer de Via Verde del Valle del Eresma. Op zondag worden die bevolkt door, veelal oudere, mountain-bikers. De route loopt buiten de dorpen om dus we komen pas na 50 kilometer in de bebouwde kom. Gelukkig hebben we in Segovia nog een bakker kunnen vinden die open was en daar hebben we wat lekkers voor bij de koffie gekocht. Aan de via verde zoeken we een steen op en hebben koffie met gebak.

Dat is bij Nava de la Ascuncion en inmiddels loopt het tegen enen. Wij besluiten te doen wat de Spanjaarden ook doen op zondag om een uur. We strijken neer op een terras, bestellen wat te drinken en wat pinchos. Dit zijn kleine hapjes, in ons geval wat gebakken stokbroodjes belegd met lekkers. Het is even heerlijk bijkomen in de schaduw.

Maar goed, Coca en de camping lokt, dus we gaan verder. In Coca staat een van de mooiste kastelen (waarin de Moorse Mudejar invloeden duidelijk te zien zijn) van Spanje dat op zondag blijkbaar dicht is en er is geen kip. Het ziet er prachtig uit, een sprookje. Daarna zoeken we de camping op, die iets buiten het centrum ligt. Ik maak me wat zorgen of hij er wel is, ondanks dat ik gisteren WhatsApp contact heb gehad. Ik heb geen enkel bordje erheen gezien. Mijn zorgen zijn voor niets want 100 meter voor de camping staat een bordje en hij is er wel. En we kunnen er wat eten want we hebben geen boodschappen kunnen doen onderweg. Er wordt voor ons een verse salade gemaakt en we bestellen Serojas, zonder te weten wat het is. Het blijkt een kruising te zijn tussen flammkuchen en pizza. Met de buik vol zoeken we een plaatsje in de schaduw op de camping om de tent op te zetten. Er is één andere gast en die gaat in de loop van de middag weg. Weer alleen op de camping dus. De rest van de dag rusten we uit. De enige inspanning is als ik af en toe naar de bar loop voor een nieuw koud biertje. Het was een fietsdag zoals een fietsdag hoort te zijn.

Dag 96:

Ondanks dat we niet heel vroeg vertrekken, moeten we David, de campingbaas, toch uit zijn bed halen om ons van de camping te laten. Alle hekken zijn op slot. Het is zondag en lekker rustig op de weg. Alles is anders hier. De temperatuur, het weer en met name het landschap. Het landschap waar we ’s ochtends door komen doet me veel denken aan Les Landes in Frankrijk. Veel naaldbossen, stuifzand en kaarsrechte lange wegen. Het verschil dat hier de bomen wat verder uit elkaar staan om het schaarse water beter te verdelen en dat er (nog steeds) veel hars wordt gewonnen. Alle bomen bloeden hier.

In Ceullar komen we in een grotere stad. Hier is een Chinese winkel die een soort kruising tussen de Action en Blokker is en daar koop ik een waslijn en wasknijpers. Mijn onderbroekjes kunnen weer lekker wapperen. Ook zoeken we hier de fietsenmaker op. Die is helaas gesloten zoals veel winkels hier op maandagochtend. Vroeger (of nog steeds) was dat in Nederland ook zo. Maar ik ben zo gewend aan het feit dat je bij ons ten alle tijden in de winkel terecht kan, dat ik hier soms op het verkeerde been sta. In Cuellar is wel een mooi kasteel uit de 11e eeuw.

Vanaf hier neigt het wegdek licht naar beneden en dat fietst heerlijk. Zeker omdat de wind ons ook nog een duwtje in de rug geeft. Het landschap verandert. Je ziet hier veel ‘losse heuvels’ in het landschap staan. En daartussen veel landbouw en veeteelt. Het graan is inmiddels van de velden dus die zijn goudgeel met kastelen van hooibalen. Ik vind het een prachtig uitzicht.

Op een van de heuvels is het kasteel van Penafiel gebouwd. Het ziet er imposant uit maar schijnt vrij smal te zijn. Penafiel is een behoorlijk stadje. We zoeken hier de winkel op om eten te kopen. De camping, El Riberduero, is de duurste tot nu toe (€28,40) maart het is een erg mooie camping met veel schaduw, grote plekken en rust.

Dag 97:

We merken dat het lijf wat moe is en extra rust wil. Na bijna 100 dagen reizen is deze vermoeidheid wat chronischer. We willen goed voor dit lijf zorgen dat ons al zo ver gebracht heeft. En het is hier een mooi plekje, dus we houden nog een dag rust. Dat geeft mij gelegenheid een peluqueria te zoeken. Dat lukt, maar ik zat wel met samengeknepen billen toen ze de tondeuse erin zette en het leek alsof ik kaal geschoren werd. Maar het resultaat is volgens Mevr. van der Veeke weer prima.

Ik kijk ook even in het stadje rond. Het is een stadje zoals zo velen die we al gezien hebben. Alleen het Plaza del Coso is bijzonder. Het is een plein met gewone huizen er omheen. Op het plein ligt de arena  voor stierengevechten (doen ze dat nog?) en de rechten om vanaf de balkons van de huizen te mogen kijken ligt niet bij de bewoners maar bij de gemeente die de plekken aan de hoogste bieder verkoopt.

En voor de rest doen we lekker rustig aan zodat de volgende kilometers net zo plezierig zijn als de vorige.

Dag 98:

Het is een frisse dag maar dat vinden we niet erg. Het wordt nog warm genoeg later op de dag. Het is fijn om weer op de fiets te zitten. Zoals eerder gezegd is het landschap hier heel anders dan voor we de Sierra de Guaderama overstaken. Hier zie je velden met gewassen. Groene druiven en mais, geel als het koren geoogst is, Daartussen kale heuvels, met vaak een kasteel erop. We zitten nu in het gebied van de rivier de Duero, iets wat je vaak in de plaatsnamen terugziet. Er worden veel druiven verbouwd in dit Ribera del Duero wijngebied, met name de Tempranillo druif (Fino tinto).  Hierbij zijn Penafiel en Roa de Duero het belangrijkste leveranciers van de druiven. En Aranda de Duero is het centrum omdat er veel bodega’s zitten Deze hebben grotten in de heuvels om de wijn bij constante temperatuur op te slaan. En die grotten zijn onderling verbonden met een gangenstelsel.

Wij banen ons eerst een weg naar Roa de Duaro. Via drukke en minder drukke autowegen. Op het pleintje doen we een koffie terwijl de lokale bevolking al aan het bier en de wijn zit. Daarna door naar Aranda de Duero. Dit is een minder inspirerend stuk. Langs een autoweg, lange wegen en een oostenwind tegen. Het enige voordeel is dat het helemaal vlak is. Het laatste deel is een mooi paadje langs de Duero. Aranda is een grotere stad met meerdere fietsenmakers. Ik ben nog steeds niet gerust op mijn krakende trapas. Inmiddels weet ik dat er of speling in de cranks zit of in de trapas. Ik vind een fietsenmaker die deze voor mij wil aandraaien. Daarna is het iets beter, maar nog niet over. Blijft alleen nog de trapas over en die vervangen vertrouw ik niet elke fietsenmaker toe. Ook eten we hier wat en doen we boodschappen voor vanavond.

We hebben weer de luxe van een hotel. De komende 250 kilometer is er geen camping dus we moeten terugvallen op andere overnachtingen. En de eerste hebben we in Santa Cruz de la Salceda. De stadjes hier zien er authentiek en net zo mooi uit als hun namen klinken. In Fuentelceped bewonderen we de zandstenen huizen en slaperige pleintjes. Die komen ’s avonds pas tot leven als de hele bevolking uit hun huizen komt om de dag door te nemen. Het voelt hier als een zwoele zomeravond.

Wandelvakantie

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Dag 91:

We zorgen dat we weer vroeg op de fiets zitten. De klim van gisteren heeft ons bijna boven gebracht, dus we beginnen met een gemakkelijke afdaling. De weg is net opnieuw geasfalteerd dus we zoeven naar beneden. Het compenseert een klein beetje het slechte wegdek dat we een groot deel van de rest van de dag hebben.

In Pelehustan slaan we af naar links. We zitten hier in niemandsland dat we doorkruisen via een oud weggetje dat naar een groeve toe leidde. Erg rustig maar ook erg slecht wegdek. We klimmen stuiterend weer naar 900 meter en dalen dan weer een stuk met ingeknepen remmen en aangeknepen billen. Het is vandaag weer warm maar we hebben veel schaduw van de bossen waar we doorheen fietsen. Daarnaast houden we vandaag verschillende keren het t-shirt onder de kraan. Door de verdamping van het water koel je zo een paar graden af. In dit gebied zien we veel steengroeves waar enorme hoeveelheden marmer klaar liggen. Zou iemand dat nog gaan kopen?

Afgezien van het klimmen, dalen en de fraaie landschappelijke uitzichten gebeurt er vandaag niet zoveel. Zo komen we redelijk op tijd bij Pelayos de la Presa aan. Daar zitten twee campings. Camping la Infermeria, die niet zo goed uit de recensies komt maar aan de route ligt en camping La Ardilla Rojo waar we weer honderd meter voor moeten klimmen maar beter schijnt te zijn. We gaan eerst voor de camping aan de route. Die lijkt gesloten te zijn maar als we er staan komt er iemand aan die er tuinwerk doet. Die belt iemand die ons te woord staat, maar op zijn beurt ook weer iemand anders moet opbellen om te vragen of we er kunnen staan. Dat kan en het kost €18. Dat is wel prijzig voor een camping zonder voorzieningen (want alles is dicht) maar hij laat ons een plekje in de schaduw zien dus we zijn al snel verkocht. We lijken weer een van de weinige gasten te zijn maar later op de dag komt er toch van alles aan vaste gasten binnen. Wij brengen de middag in de schaduw door en dat blijkt toch prettiger te zijn dan in de zon op de weg.

Dag 92:

Vandaag staan er maar 45 kilometers op het programma. Dat lijkt weinig, maar we zijn er wel de hele dag mee bezig. Klimmen in de zon is niet fijn. Maar klimmen door een rivierbedding is ook geen feest. En dat is wat we vandaag meerdere keren moeten doen.

De route leidt ons vandaag eerst een stukje over een via verde langs de Rio Alberche. Zo in het ochtendlicht, ligt het er als een plaatje bij. Het is helaas maar een kort stukje en dan moeten we over een keienpad weer uit het dal omhoog zien te komen. De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.

Gelukkig hebben we daarna weer asfalt en via Navas del Rey, Chaperia, Colomar de Arroyo en Fresnedillas de la Olivia gaan we richting El Escorial. Hiervoor moeten we klimmen naar 1100 meter. Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten. Hier is niet te fietsen, zelfs niet door ons en zeker niet met 25 kilo bagage. Ook hier loop ik weer hele stukken. Het lijkt wel een wandelvakantie. Door deze ontberingen vergeten we haast naar het landschap te kijken. Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is. En dat scheelt een hoop. Hier ronden we ook het eerste deel van de Ruta Iberica (en dat is voor ons het tweede boekje) af.

El Escorial is bijzonder. Waar vind je een gebouw met 4000 (!) slaapkamers? We zien het van buiten want we zijn er in 2001 al geweest toen ik een half jaar in Madrid werkte. We willen liever naar de camping om uit te rusten. Iets voorbij El Escorial is een grote familiecamping met zwembaden en alle toeters en bellen. De prijs is er ook naar want niet eerder betaalde ik €28 voor een nachtje kamperen. Wat voor ze pleit is dat ze nog een (ruim) tentenveld hebben. In deze tijd waarin haast niemand meer met de tent kampeert, is dat bijzonder. En er staan zowaar een aantal tenten. Allemaal Spanjaarden, we komen hier nauwelijks toeristen tegen. We komen ook geen fietsreizigers tegen. Af en toe een wielrenner maar niemand met tassen. Blijkbaar zijn wij de enige gekken die dit in de zomer doen.

Minpunt is wel dat ik mijn waslijn vergeten ben bij de vorige camping en dat is een groot gemis. Meestal is het eerste wat ik doe; na aankomst de waslijn ophangen zodat mijn kleding kan uitwaaien en drogen na het wassen. Het voelt alsof ik mijn kind vergeten ben op de parkeerplaats. Maar zo snel mogelijk op zoek naar een ander kind. In de super hebben we een fles sangria gekocht. En bij de bar kan ik een zak met ijsklontjes kopen. Die twee samen blijkt een gouden combinatie die ons de middag en avond doorhelpt.

Dag 93:

De enige manier om de camping te bereiken was via een drukke weg. En dat is ook de enige manier om er weer weg te komen. We bijten op onze tanden en gaan over een smal strookje, naast de auto’s, richting Guadarrama. Gelukkig hebben de automobilisten in Spanje het beter voor met fietsers dan in Portugal. Ze nemen de tijd, gaan met een ruime boog om je heen en vaak krijg je ook nog een duim omhoog.

In de route van vandaag zit de hoogste top. Dat is de Puerto de Navacerrada met 1860 meter. Op de camping zitten we op ongeveer 1000 meter. Cercedilla ligt op ongeveer 1200 meter. Vanaf daar klim je naar de Puerto de Navacerrada. En dan daal je weer af naar Segovia, wat weer op 1000 meter ligt. Dus 800 meter klimmen en 800 meter dalen. Maar… er zijn ook andere mogelijkheden.

Je kunt in Cercedilla de trein pakken naar Segovia. Die gaat door de tunnel en dan sla je de klim en de afdaling over. Er is ook een smalspoorlijntje dat je boven naar de pas brengt. Het is daar een wintersport gebied, maar in de zomer rijdt dit treintje ook een paar keer per dag. Dan heb je niet de klim, maar wel de afdaling. En dat is precies wat we doen. We zijn op tijd om de eerste rit van 9:35 te halen. Voor €9,20 p.p. zijn we in een half uurtje boven. En dan hebben we een heerlijke afdaling. Helaas zonder uitzichten want er staan overal hoge bomen langs de weg, maar als je een fietser bent, weet je dat de afdaling het uiterste genot is. Zelfs zonder uitzicht.

In de afdaling komen we langs La Granja de San Ildefonso. Heel vroeger stond hier een jachthut, gewijd aan Sint Aldefonsus, voor de koningen. Deze werd in beheer gegeven aan de monniken die hier een boerderij (granje) stichten (vandaar de naam). Daarna liet koning Felipe V hier een soort van Versailles bouwen met prachtige romantische tuinen die je gezien moet hebben. Dat willen we graag doen maar de bewaking daar is allergisch voor fietsen. Nadat we eerst ruzie krijgen met een suppoost, worden we even later nagefloten door een bewaker. Met net zo’n fluitje als de veldwachter ongeveer 100 jaar geleden in Nederland had. Kortom, we worden min of meer het dorp uitgejaagd.  Zodra het woord ‘romantisch’ op de proppen komt is Mevr. van der Veeke niet te stuiten. Ik pas dus op de fietsen terwijl zij toch een kijkje gaat nemen. De tuinen zijn mooi maar de fonteinen staan in de zomer allemaal uit en daardoor mist het toch een beetje het sprankelende.

Hierna dalen we door naar Segovia. De camping zit voor het dorp en we vinden een prachtig plekje. We besluiten hier een dag extra te blijven om Segovia beter te kunnen bekijken.

Dag 94:

Het is twintig graden kouder dan een paar dagen geleden. Het lijkt alsof we in een ander landschap en een ander weertype zijn gekomen door het passeren van de berg. Vandaag is bewolkt, het regent zelfs even. Prima weer om een stad te bezoeken.

Segovia wordt gezien als een van de mooiste steden van Spanje. En na er geweest te zijn, kan ik dat alleen maar beamen. Er is heel veel gerestaureerd, eigenlijk is elke straat mooi. Er is een bijzonder viaduct, een sprookjes kasteel en mooie kerken. En veel huizen hebben een sjiek patroon in de muren. Er is één ding wat niet voor hun spreekt en dat is het streekgerecht. Dat bestaat uit compleet geroosterde baby-varkentje (conchinillo asado). Op de plaatjes ziet het er erg zielig uit. De bedoeling is dat je het geroosterde beest opensnijdt, opeet en daarna het bord stukgooit.

Segovia is wederom Unesco werelderfgoed en het is een mythische stad. Er wordt gefluisterd dat hij gesticht is door de god Hercules of de zoon van Noah (je weet wel van die klimaatverandering een tijd geleden). De stad bestond al toen Jezus op aarde rondliep. Eerst Romeins, later zaten de Moren hier totdat ze in de 10e eeuw eruit gegooid werden. In de middeleeuwen was het populair bij de adel  en daarna vergeten totdat in 1960 het toeristenbureau een campagne startte. En terecht want er is veel moois te zien.

Allereerst natuurlijk het aquaduct dat dwars door de stad loopt. Gebouwd in de eerste eeuw door de Romeinen. Een kunststukje met 20.000 stenen en geen druppel cement. Met 163 bogen en 28 meter hoog zorgde het voor de aanvoer van water in de stad.

Alcazar is van een andere orde. Gelegen aan de rand van de stad, is het een sprookjes kasteel met Arabische invloeden. De naam komt van het Arabische All -qasr (fort). De fundamenten staat er al in de Romeinse tijd en in de 13e-14e eeuw is het herbouwd. Helaas compleet afgefakkeld in 1962 en toen weer opnieuw gebouwd, met een beetje extra. Mocht je een Disney-fan zijn en het komt je bekend voor, dan komt dat omdat het model stond voor kasteel van ‘de schone slaapster’ in Orlando.

De kathedraal is ook prachtig, alleen al van buiten. We gaan er niet in want we hebben inmiddels zoveel kerken gezien. Ze hebben er 200 jaar over gedaan en van binnen zijn er 20 kapellen.

Verder struinen we nog wat door deze, best grote, stad waarbij we nog wat van de bezienswaardigheden bekijken. Het is gewoon een fijne stad om in te zijn omdat alles zo opgeruimd, mooi en gerestaureerd is. Kortom, de moeite waard om een keer te bezoeken.

De zwarte maagd

Travel is glamorous only in retrospect. – Paul Theroux

Dag 87:

We verlaten Madrigalejo om half acht. Het is nu zelfs al warm. In de stad met al dat steen en asfalt blijft de warmte veel langer hangen. Gisterenavond hebben we nog een kroegentocht gedaan. Nou ja, de eerste was dicht en bij de tweede zijn we gaan zitten.  Het leven speelt zich hier ’s avonds op straat af. Er wordt dan flink bijgetankt met bier. In Nederland heb ik nog nooit literflessen bier gezien. Hier wel.

Maar goed, vandaag sluiten wij aan op een Via Verde. In andere landen heet het greenway of voie verte. Het zijn oude spoorlijnen die ze omgebouwd hebben tot fietspaden. In Spanje liggen er een aantal zoals je op dit kaartje kunt zien. Er zitten er meerdere in onze tocht en de Via Verde del Guadiana is de eerste. Met de Via Verdes is hetzelfde probleem als veel andere openbare voorzieningen in Spanje en Portugal. Iemand heeft een lumineus idee. Laten we een speeltuin, buurthuis, park ,Via Verde aanleggen. Dat wordt gedaan maar er wordt geen rekening mee gehouden dat dit ook onderhouden moet worden. Je ziet dan de betreffende faciliteit langzaam vervallen en zo is het ook met deze fietsweg. Het pad is soms niet meer te zien door het onkruid en er vallen gaten in. Maar gelukkig is er nog goed op te fietsen en het is heerlijk rustig. Geen auto’s, geen andere fietsers en geen mensen. En wel mooie natuur en uitzichten. We hebben het wel even benauwd als we onderweg twee loslopende  blaffende honden ter grootte van een kalf achter ons aan komen. Ze hebben hier veel waakhonden die meestal als een Cujo tekeer gaan. Maar dan zitten ze vast of achter een hek. Gelukkig geven deze na een tijdje de moed op. Blaffende honden vind ik hier sowieso een probleem. Ik hoor ze elke nacht als ik in mijn tent lig. En dat gaat dan de hele nacht door.

Bij Logrosan houdt de Via Verde op. In een churreria drinken we een koffie en eten we wat churros. Boven een vetpan hangt een spuit waar lange drollen deeg uit komen. Die vallen in het vet en worden gefrituurd. En die eet je met dikke chocolademelk. Een beetje als uitgerekte oliebollen. Lekker maar ook erg vet. Gelukkig kunnen we het hebben.

We komen langzamerhand weer in een bergachtiger gedeelte van Spanje. Voor Cañamero moeten we weer eens naar 600 meter. Cañamera is trouwens een gezellig stadje op zaterdagmiddag. Langs de hoofdstraat, die door het dorp loopt, zijn overal terrasjes en overal staan mensen te kletsen. De meeste kijken wel als we langs komen. En ze groeten vrolijk terug als wij Hola! roepen. Wij gaan door naar Guadalupe. Hier vinden we een nog mooiere camping dan twee dagen geleden. Alsof je in het bos staat. Er is een zwembad, een kroeg en een restaurant bij. In de laatste eten we een menu del dia voor €8. We staan er overigens ook voor iets meer dan €8. Geen geld en we hoeven niet eens voor de fietsen te betalen. Een prima plek voor een rustdag want we hebben er alweer 11 fietsdagen opzitten. En Guadalupe is de moeite waard maar daarover morgen meer.

Dag 88:

We zijn vroeg in Guadalupe, alweer een Unesco site. Het wordt gedomineerd door een enorm klooster (Monesterio de Nuestra Señora de Guadalupe) waar de stad(je) omheen is gebouwd. Dit klooster is in 1340 gebouwd nadat een schaapherder het beeld van de zwarte madonna hier had gevonden. Deze zou gemaakt zijn door de discipel Lucas. De plek is al eeuwenlang een plek om heen te pelgrimeren. Zelfs Columbus is hier geweest en mocht de naam Guadalupe je bekend voorkomen. Hij heeft een  Caribische eiland naar deze plaats vernoemd. Het is een ontzettend rijk klooster geweest maar in de 19e eeuw verlaten en later weer in ere hersteld door de Franciscaner monniken. En bij wat ik nu zie kan ik alleen maar concluderen dat het weer een rijk klooster is.

Je kunt het klooster alleen bekijken met een guided tour. We betalen hier €5 p.p. voor maar dit geld is goed besteed ondanks dat de gids alleen Spaans spreekt. We hebben het geluk dat een tweetalig stel voor ons wat dingen vertaalt. De tour duurt een uur en leidt je door een aantal kamers waar ik dingen zie, die ik niet eerder heb gezien. Je mag geen foto’s maken zeggen ze in het Spaans maar dat versta ik niet, dus ik heb er stiekem toch wat gemaakt. Vooral de kamer met de enorme boeken (40-50 kilo per stuk, daarom zitten er wieltjes onder) en de kamer met de kunst (er hangen meerdere El Greco’s  en een Rubens. Ook de Jezus die uit één slagtand  van een olifant is gemaakt (ze zeggen door Michelangelo) , is een juweeltje. De kamer met de relikwieën en de sacristie zijn ook het bekijken waard. Ongewijzigd sinds de 17e eeuw. Zoveel pracht, schilderijen (er hangen 8 enorme schilderijen van Zurbaran die speciaal hiervoor gemaakt zijn) en beschilderende zuilen en plafonds. Je raakt niet uitgekeken. Aan het einde van de tour kom je bij het heilige der heilige, de Camarin waar de zwarte madonna staat.

Er zijn niet veel zwarte Madonna’s. Bij ons in het westen hebben we de gewoonte Jezus, Maria en andere heilige figuren met een roomblanke huid af te beelden. Maar eigenlijk is dat heel onlogisch. Deze mensen kwamen uit en leefden in Noord-Afrika. En de mensen zijn daar zwart. Iets om over na te denken…

Afijn, dit beeld is uit donker cederhout gesneden en de verschillende lagen pantserbeits hebben het alleen maar donkerder gemaakt. Het is trouwens maar een klein beeldje en ze kijkt wat sip ondanks dat ze gekleed is in een jurk met parels en juwelen. Normaal gesproken kijkt ze hoog boven het altaar uit over de kerk maar voor ons draait ze zich even om (met de hulp van een pater die het plateau een zwieper geeft). De gelovigen mogen dan haar voeten kussen en dit is een vreemd stukje toneel. Aan de voeten zit een touwtje met daaraan een plaatje. Die mogen de mensen aflebberen en dat wordt dan ook gretig gedaan. Ik sla even over. Na het bezoek aan het klooster slenteren we nog even door de straatjes. Er is veel authentieks bewaard gebleven waaronder de overhangende balkons en de stadspoorten.

Ondanks deze touristenmagneet is Guadalupe nog redelijk ongerept. Ja, er zijn wat souvenirwinkeltjes en de Plaza Major staat vol met terrasjes maar het is veel lokale bevolking en je struikelt niet over de Aziaten met hun selfie-sticks. Een aanrader om te bezoeken.

Dag 89:

Vandaag is een dag met uitdagingen. Ten eerste heb ik geen overnachting kunnen vinden op een redelijke afstand (tussen de 30 en 70 km). Ten tweede moet er flink geklommen worden tot Puerto de San Vicente. Daarna gaan we over de Via Verda de la Jara. Op internet lees ik onheilspellende berichten over deze route. Ingestorte tunnels en achterstallig onderhoud maken hem onbegaanbaar. En door deze drie krijgen we waarschijnlijk een lange dag met veel kilometers wat betekent dat we ’s middags in de Iberische oven moeten fietsen. Maar goed, wat uitdaging houdt je scherp dus we tackelen ze gewoon een voor een.

Het klimmen lossen we op door op tijd te vertrekken. We staan in het donker op en voor half acht zitten we op de fiets zodat het nog redelijk koel is tijdens de klim. En inmiddels zijn we zo getraind dat het klimmen vrij gemakkelijk gaat. Het is gewoon doormalen met de benen en uiteindelijk zitten we tegen half twaalf bij de pas op 800 meter ondanks dat we in Alia nog een bakje hebben gedaan.

Hierna kun je op twee manieren naar de Via Verde. Een stuk naar het zuid-oosten en dan aansluiten. Of een kortere route via El Campillo de Jara waarmee je veel noordelijker op de Via Verde aansluit en dus een stuk overslaat. Wij kiezen voor de laatste optie omdat we al genoeg kilometers voor vandaag voorzien. Het scheelt 12 kilometer, maar we moeten er wel wat extra voor klimmen.

In El Campillo kijken we of ze een menu del dia hebben. Want dan hoeven we vanavond niet te koken, hoe we ook overnachten. Met de bardame hebben we wat spraakverwarring over het menu. Dat sluiten we kort met ‘todo es bien’ en daarmee krijgen we een prima maaltijd. Deze rekken we zo lang mogelijk want voor de overnachting kom ik eigenlijk nog maar op één optie uit: wildkamperen. En dat kan prima want we zitten langs de Via Verde dus er komt (’s avonds) niemand meer langs. Als we de tent zo laat mogelijk opzetten dan moet dat kunnen. Daarnaast heb ik gezien dat er soms bankjes en kranen zijn. De grote onbekende is alleen; ‘In welke staat is de Via verde?’.

Als we het verblijf niet langer kunnen rekken, gaan we weer op pad. En van een café met airco naar 38 graden is best wel een overgang. Gelukkig gaat het vanaf hier alleen maar naar beneden. We zoeken de Via Verder op en kunnen alleen maar constateren dat er inderdaad veel achterstallig onderhoud is. De oude stationnetjes staan op instorten, de picknickbanken zijn verrot en de weg is soms overgroeid. Gelukkig kunnen we er prima op fietsen. En door de 18 tunnels hebben we af en toe wat schaduw. De langste tunnel is een kilometer en er is geen verlichting. Lopend, met een zaklamp, is deze te doen. Alleen de vleermuizen zijn niet zo blij met ons. Er vliegen er hordes voor ons uit. Er is verder niemand dus na een aantal kilometers besluiten we in de schaduw van een (korte) tunnel te gaan zitten om de tijd door te komen. Dat houden we een uurtje vol en inmiddels loopt het al tegen zessen. De hitte is nog steeds overweldigend. Volgens mij leggen de kippen hier gekookte eieren. Maar we moeten toch verder.

Als de route langs Aldenueve de Barbarroya gaat, zoeken we even het centrum op om te vragen of hier misschien toch nog een overnachting is en om nog wat kouds te drinken. Er is geen overnachting maar ze hebben heerlijk koude Radler die in glazen geschonken wordt, die uit de diepvries komen. Samen tikken we er vijf weg.

Het wordt dus wildkamperen. Ik heb een voorkeursplek en daar gaan we naartoe. Ondertussen is de hemel volgelopen met donkere wolken. Die lossen hun belofte in en het gaat regenen. In een tunnel zitten we de grootste buien uit en gaan dan verder. Zo kom je de tijd wel door.

Mijn voorkeur blijkt ook uiteindelijk de keus te zijn. Er is een bankje waarop we onze avondboterham kunnen doen, een bron om te wassen en ik vind een stukje van het pad af een redelijk vlak plekje. De boterham doen we tijdens de volgende bui. Het bankje staat onder een redelijk dichte vijgenboom dus de boterham wordt niet soppig.

Als het droog is, zetten we de tent op, wassen we ons bij de bron (speciaal voor dit soort evenementen heb ik een washand mee J) en kruipen in de tent. Om ons heen dondert en flitst het als een paparazzi-evenement maar wij liggen lekker in het tentje. Nog wel te zweten maar de slaap komt snel als je 80 kilometer in de benen hebt zitten.

Dag 90:

Ondanks dat ik goed geslapen heb, was het toch een onrustige nacht. De hele nacht heeft het gebliksemd en gedonderd en er vielen toch wel enorme buien uit de lucht. Hebben we zowaar weer een schone tent. En het is een beetje afgekoeld. We ruimen op en pakken in. Mooi zo’n zonsopkomst als alles weer zo helder is en ontbijten doen we verderop bij een picknicktafel.

Bij Calera y Chozas houdt de Via Verde op. Hierna zitten we tijden op een vluchtstrook naast een grote weg. Eerst tot Talavera de la Reine. Dit is een grotere stad waar we op zoek gaan naar een fietsenmaker. Tijdens het klimmen komen er weer verschrikkelijke kraakgeluiden uit mijn aandrijving. Ik vermoed dat het de pedalen (weer) zijn en die wil ik laten vervangen. De fietsenmaker vinden we en ik heb een paar nieuwe pedalen voor €13. Het kraken lijkt eerst verholpen maar in de loop van de dag komt het toch weer terug. Over naar plan B; mijn fietsenbouwer Marten mailen.

Na Talavera gaat het omhoog. We moeten van 300 naar 900 meter en dat valt niet mee. In het begin gaat het gelukkig nog geleidelijk. Want tot San Romain de Los Montes zitten we weer op een vluchtstrook. In San Romain worden we overigens wel voor het eerst door de Guardia Civil aangesproken. Nee, niet over het wildkamperen. Ze vragen of alles goed gaat. We zoeken een café om wat te drinken en bij te komen en daar begeleiden ze ons naartoe. Door de politie naar de kroeg gebracht! Het moet niet gekker worden.

Hierna begint de klim heftiger te worden. Eerst naar Castille de Bayuela (560 m) en het laatste stuk naar El Real de San Vicente is heftig. Zelfs voor ons doen. Het is heet en steil met wel twee kilometer lang meer dan 12%. Ik ga lopen maar Mevr. van der Veeke zet hardnekkig door. Die is niet van de fiets te krijgen. Iets boven El Real hebben we een Airbnb geboekt en redelijk oververhit en stuk komen we daar aan. We constateren dat het niet zozeer de hoogtemeters zijn, we hebben er minder dan gisteren, maar dat het de hitte is die ons nekt. Gelukkig heeft onze gastvrouw een koud biertje voor ons en nu kunnen we bijkomen. ’s Avonds regent het weer, maar nu zitten we lekker binnen te genieten van de koelte die het brengt.

Sintra en Lissabon

Overal heb ik rust gezocht, en ik heb ze slechts gevonden in een hoekje met een boekje. – Thomas a Kempis

Dag 73:

Op onze eerste dag in Sintra doen we eigenlijk niets. Nou ja, bijna niets. We doen wel boodschappen en zoeken een wasserette op. Dit zijn namelijk de dagen waarop we onze was goed kunnen doen. Dus iets meer dan uitspoelen. Gelukkig hebben veel Portugezen geen wasmachine thuis en zijn er genoeg wasserettes. Je gooit er 5 euro in en de was wordt gedaan. Bij het huis hebben we een typisch Portugese waslijn. Door aan het touwtje te trekken verschuif je de lijn onder het raam. Zo kun je toch de hele breedte van het huis gebruiken. ’s Avonds koken we in ons appartement met volledige keukeninrichting weer een uitgebreide maaltijd. Heerlijk die rust en luxe van een huis.

Dag 74:

Vandaag blijven we dicht bij huis en zoeken het in Sintra. Het, oude en nieuwe, stadje zelf zien we wel als we er doorheen lopen. Verder zijn Palácio da Pena, Palácio Quinta da Regaleira, Castelo dos Mouros en Palácio Nacional de moeite waard. Aangezien het toch een rustdag is beperken we ons tot de eerste twee en daar vullen we de dag aardig mee.

Palácio da Pena ligt bovenop een heuvel en daar kun je in ongeveer drie kwartier heen lopen. Is leuk maar gezien het feit dat het een rustdag is, kiezen we ervoor om ons naar boven te laten brengen in een tuk-tuk. Na wat onderhandelen hebben we hier een goede prijs voor en dan begint het feest. De wegen zijn hier steil en de tuk-tuk heeft een licht benzinemotortje. Voor de chauffeur is het dus zaak om snelheid te houden in de bochten. En voor ons is het zaak om op dat soort momenten in de tuk-tuk te blijven. Het was me het ritje wel.

Palácio da Pena is een van de zeven wonderen van Portugal. Over het hoe en waarom is genoeg te vinden op het internet, dus ik wil het hier beperken tot mijn eigen indrukken: Een gekkenhuis!

Wat betreft ligging, uitvoering en mensenmassa’s. Ik ben redelijk goed in het nemen van foto’s zonder andere mensen erop maar dit ging zelfs mijn capaciteiten te boven. Je moet veel geduld hebben en van rijen houden. Je staat in de rij om erin te komen en je schuifelt in een lange rij door het gebouw heen. Was het de moeite waard? Ja. De inrichting is precies zoals de koninklijke familie het achterliet toen ze in 1910 moesten vluchten. Je krijgt daardoor een verstild beeld van hoe ze leefden in die tijd. Inclusief muren die zo geschilderd zijn dat ze op hout lijken en levensgrote beelden van Moren die een lamp vasthouden. Je mocht binnen geen foto’s maken dus ik kan er niets van laten zien. Maar het gebouw en de tuinen zijn de moeite waard. Zelfs met deze mensenmassa’s en de rijen. Een kaartje voor een bezoek aan de tuinen en het interieur van het paleis is €14 per persoon.

Terug gaan we gewoon te voet. Er is een mooi wandelpad naar Sintra terug. Eerst nog door de tuinen van Peno en daarna door het landschap, wat even goed onderhouden is als de tuinen.

Eenmaal beneden lopen we door naar Palácio Quinta da Regaleira. Unesco werelderfgoed en een magisch plekje. Ook hier is het druk, maar iets minder dan bij Pena. De tuinen zijn groot en alleen op de bijzondere plekjes zoals de initiation-well zijn wat meer mensen. Het is mooi weer en het is heerlijk om door de tuin te slenteren. Het is gevuld met prachtige follies en er is een grottenstelsel waar je doorheen kunt dwalen. Mocht je erheen gaan, trek er dan op zijn minst 1-2 uur voor uit. Hieronder een kleine foto-impressie.

Dag 75:

Vandaag nemen we de trein naar Lissabon. Voor €5 p.p. heb je een retourtje vanuit Sintra. De trein brengt je helemaal in het centrum (station Rossio). Ook van Lissabon is heel veel te vinden op internet. Ik beperk me tot mijn indrukken.

We hebben lang gefietst in de rustige, minder toeristische gebieden. Zo’n stad is dan een culture-shock voor mij. Zoveel mensen, gebouwen, drukte, bedelaars en hoedjesverkopers komt binnen als een overload aan prikkels. Het liefst ga ik meteen weer weg. Maar we zetten toch door. We hebben een aantal dingen op het lijstje dat we willen zien. Dat geeft meteen een mooie leidraad voor een route door de stad.

Rossio: het centrumplein  van Lissabon. Rossio betekent veld zonder eigenaar. De officiële naam is het Pedro-IV plein omdat er een standbeeld van Pedro IV staat.

Elevador de Santa Justa: omdat de stad zo geaccidenteerd is, zijn er meerdere liften on je naar de verschillende lagen in het centrum te brengen. Dit is de bekendste en drukste. Er staat een rij dus geen lift voor ons.

Baixa: Hier drinken we een koffie en eten een Pastel de Nata (of pastel de Belem) . Dit is een bladerdeeg cupje gevuld met roompudding en gebrande suiker. Baixa is het laagste deel van de stad. Na de aardbeving in 1755 is dit district volgens een strak stratenplan opnieuw gebouwd en ingedeeld als commercieel district. Het leidt uiteindelijk naar..

Praca de Commerco: Het plein aan de waterkant van de Taag met het paleis waar je een mooi uitzicht op de brug hebt.

Casa de Bicos: Een huis met een facade vol puntige stenen (bicos). Maar ook de naastliggende huizen zijn de moeite waard.

District Alfame: Het oudste deel van de stad met bochtige, steile straatjes waar het dagelijkse Portugese leven te zien is.  Hier klimmen we omhoog naar …

Miradouro (uitzicht) de Santa Luzia: waar we een mooi uitzicht over de stad hebben. Overal staan muzikanten en zangers/zangeressen. Heel gezellig hier. Vanaf hier is het niet zo ver naar ..

Castele de Sao Jorge: Het oudste kasteel op het hoogste punt in Lissabon .Ook hier staan wachtrijen van 20 minuten. Daar hebben we geen zin in. In plaats daarvan besteden we het geld aan…

Pastel de bacelhau: Een soort van oliebol van aardappelpuree, gemengd met kabeljauw (bakelhau) en gevuld met kaas uit Estreia. Je drinkt hierbij een glaasje witte port. Het beste uit de zee en van het land. Daarna dwalen we wat door de stad naar…

Igreja de Sao Roque: Een sobere kerk van buiten, een van de meest weelderige en decoratieve kerken van Lissabon van binnen.

Heel veel dingen doen we ook niet. Bijvoorbeeld een ritje met de tram (die steeds bomvol zit). Ik merk dat we het leukst vinden om gewoon een beetje door de stad te slenteren en niet zozeer vast te zitten aan de toeristische trekpleisters. De stad heeft een fijne zomerse atmosfeer ondanks de vele bedelaars die je hier ziet. Je zou hier meer tijd kunnen besteden maar één dag vind ik wel genoeg. Ik merk dat ik de iets kleinere steden, zoals Santiago, Sintra of Porto, leuker vind dan de hele grote steden. En waar ik het meest blij om ben is dat ik niet in Lissabon hoef te fietsen. Want dat is pas zweten.

Dag 76:

Na al dat visuele geweld van Lissabon hebben we weer een dag rust nodig. Gewoon lekker lezen, niks doen en wat onderhoud aan de fietsen zodat we weer helemaal klaar zijn voor het volgende traject. We lopen nog wel even SIntra in om de straatjes te bekijken die we eerder gemist hebben. Het appartement waar we zitten is heerlijk en van alle gemakken voorzien. Toch vind ik het fijn om morgen weer op de fiets te gaan. Het enige wat ik echt zal missen zijn de heerlijke, verse croissantjes die we van Fabio krijgen. Maar daar is overheen te komen.

Porto

Clearly, then, the city is not a concrete jungle, it is a human zoo. – Desmond Morris

Dag 64 en 65:

We blijven twee dagen in Porto. Het is een leuke stad, ik zou hier kunnen wonen, zo gezellig is het hier. Mooie gebouwen, leuke straatjes en pleintjes en heel veel cafés, koffietentjes en restaurants. Het is gebouwd tegen de oever van de Douro, die soms steil omhoog gaat. Soms is dat flink klimmen. Onze Airbnb zit op 10 minuten lopen van het centrum. We hebben een aantal dingen op ons lijstje om te bekijken. Niet alles lukt en de kerken geven nog steeds wat allergische reacties, maar alle andere dingen zijn de moeite waard. De hoofdmoot van vandaag bestaat uit een ‘Streetart trail’, die we geboekt hebben.

Maar eerst lopen we het centrum in en kijken bij de Lello, die als een van de mooiste boekwinkels van Europa bestempeld wordt. En wij zijn niet de enigen die dat weten. Om er binnen te kijken moet je tegenwoordig een kaartje (€5) kopen en zelfs ’s ochtends staat er al een flinke rij. Ik hou van lezen, maar niet van rijen.

Een andere prominente zaak is Belle Epoque Café Majestic. Ontworpen door de architect Joao Queirós. Het was de stamkroeg van intellectuelen , kunstenaars en schrijvers. Het is een tijdje gesloten geweest, maar nu weer open. Er schijnen veel beroemdheden te komen. En als ik naar prijzen kijk, dan zijn dat ook de enige mensen die dat kunnen betalen.

Verder drinken we koffie met een pastel de nata, een typisch Portugees gebakje.

En als lunch eten we een Francesinha bij cafetaria Santiago. Een broodje dat vergelijkbaar is met de Nederlandse kapsalon. Het bevat meerdere lagen, verschillende soorten vlees, een gebakken ei en gesmolten kaas. Het wordt geserveerd met friet en de precieze ingrediënten verschillen van cafetaria tot cafetaria. Het geheim zit hem in de saus. Ik moet zeggen dat het een lekker broodje was en het voordeel heeft dat je de rest van de dag geen trek meer hebt. Dat mag ook wel met ongeveer 1100 kcal per broodje.

Hierna zijn we helemaal klaar voor de rondleiding door Miguel. Hij leidt ons gedurende een drie uur durende wandeling door Porto waarbij de nadruk op de street-art (graffiti) ligt. Hij laat ons mooie plekjes zien en weet veel interessante details te vertellen over de ‘stukken’ die we bekijken. Over de strijd van de gemeente tegen de graffiti-makers. Dat dachten ze op te lossen door er een aantal in dienst te nemen maar dat gaf weer tussen de makers onderling problemen. Veel stukken worden op dichtgemetselde deuren en blinde muren gespoten. Geen probleem lijkt me. En sommige zijn gewoon kunstwerkjes.

Voor, na en gedurende de tour komen we door mooie stukken van Porto. Hieronder een selectie van de foto’s.

Verder boeken we een ticket voor de hop-on-hop-off bus. Die valt wat tegen. Door het drukke verkeer in Porto staat hij meer in de file dan dat hij rijdt. De informatie die je via de koptelefoon krijgt is minimaal en er is gewoon veel meer te zien als je loopt.

Maar het kaartje is inclusief een boottocht op de Douro en een bezoek aan een Port-huis. Dat doen we de volgende dag.

De boottocht op de Douro lijkt wat suf maar het is lekker uitrusten en je ziet Porto vanaf een andere kant. We gaan onder zes bruggen door waarvan vier betonnen en twee mecano bruggen. De ene is ontworpen door Eiffel (ja, die van die toren in Parijs) en daar gaan de treinen overheen. Later mocht een leerling van hem,Teofilo Seyrig, het overdoen met een twee-laags brug. Onderop rijden de auto’s en bovenop de wandelaars (en voorheen de trams).

Daarna gaan we een van de port-huizen (Calem ) bezoeken. We krijgen een rondleiding en ik moet zeggen dat ik een hoop nieuws geleerd heb over port. Het is fascinerend om te zien hoe ze die grote houten vaten (je kunt er een auto in parkeren) maken. Ze gaan ongeveer 120 jaar mee en daarna worden ze vernietigd of ze gaan naar Schotland om whiskey in te laten rijpen. Ook worden de verschillende soorten port toegelicht, waarom ze verschillen en hoe je ze zou moeten drinken (met je mond…). Aan het einde krijgen we een proeverij met twee glazen. Ik heb het geluk dat een aantal mensen naast me geen port lust en sla er dan ook meer dan twee achterover.

Het lopen gaat hierna wat moeilijk, zeker als we naar het hoger gelegen Porto terug moeten. Gelukkig geldt het kaartje van onze hop-on-hop-off bus nog en zo laten we ons in het centrum afzetten. Aan het eind van de middag zijn we weer thuis en kunnen we wat uitrusten. Tenslotte gaan we morgen weer op de fiets. Porto is mooi. Ik kom zeker nog een keer terug.

Zonnesteek

If you reject the food, ignore the customs, fear the religion and avoid the people, you might better stay at home – James Michener

Dag 36

We hebben het weer overleefd maar ik heb wel steeds gedoucht met het gordijn open. Je weet maar nooit. Vandaag lijkt het weer warmer te worden dan gisteren maar als we vertrekken ben ik blij dat ik mijn hemd en jasje nog aan heb. Beide gaan overigens gedurende de dag uit.
We halen wat pan en beleg en kunnen op stap. Voorlopig zitten we op de N240. Nog steeds niet heel druk maar wel regelmatig vrachtverkeer.
Berdun kun je niet missen zoals het op de heuvel ligt. Het schijnt een monument van middeleeuwse stedenbouw te zijn, maar wij kunnen de moed niet verzamelen om daar even omhoog te klimmen.

Verder verbazen we ons over de vreemde rotsformaties die hier zijn ontstaan. Het lijken wel gestort beton maar het is volkomen natuurlijk.

De N240 wordt op den duur vervangen door de nieuwe A21. Sommige stukken ervan zijn al klaar en dat haalt veel van het autoverkeer van de N240. De reden van de nieuwe weg is het stuwmeer van Yesa. Ze willen het peil ervan behoorlijk verhogen en dan komt de N240 onder water te staan. En niet alleen de weg, ook de dorpen en andere infrastructuur. Hiervoor werd de stuwdam verhoogd maar de berghelling blijkt te instabiel te zijn. Daarom wordt nu, vlak achter de bestaande, een nieuwe stuwdam gebouwd. Foutje, bedankt…

De route gaat wat op en neer en de zon brandt ongenadig op ons neer. Ik wist dat ik het zou gaan zeggen, maar had niet verwacht dat het zo snel zou zijn; Mag het ietsje koeler? Gelukkig krijgen we onderweg soms nog een aanmoediging. Het getal wordt steeds kleiner.

De zon en de klimmetjes van de afgelopen dagen doen ons besluiten om op tijd te stoppen. We hebben de afspraak om onze fietsvriendin Ria op zaterdag in Punta la Reina te ontmoeten. Dat is twee fietsdagen en we hebben er drie. Dus ook nog een rustdag. Die kunnen we op verschillende plekken nemen, maar we besluiten hem zo snel mogelijk te verzilveren. We zijn wel aan wat rust toe. In Sanguesa lijkt een leuke camping te zitten met een supermarkt vlakbij. Daarnaast is er in het dorpje genoeg te zien. We vinden een prachtig plekje op de camping en met deze temperaturen lijkt het net vakantie.

Dag 37

Vandaag even niet op de fiets. We liggen een half uurtje langer dan anders. Het is ’s ochtends nog even koel en de tent staat dan nog in de schaduw. Na het ontbijt gaan we even het stadje in. Het is een historisch pelgrimsstadje met wel drie kerken en twee kloosters. En een dag zonder kerken is een dag niet geleefd, dus we gaan er met frisse moed weer in.

De eerste kerk is de Santa Maria la Real uit de 12e eeuw. Ook hier weer een portaal met beeldhouwwerk. Toch is het het interieur dat onze monden laat openvallen. Zoveel bling-bling en zoveel reliëfschilderijen. En als topstuk een monstrans uit de 15e eeuw, een van de oudste in Spanje. Je kijkt je ogen uit. In de kerk zit een bejaarde man die me van alles probeert uit te leggen door met een lampje op onderdelen te schijnen. Ik knik en herhaal af en toe een woord. Ik versta er te weinig van maar hij is helemaal blij.

Het oogt inderdaad als een authentiek Spaans stadje. Veel oude gebouwen en ook de sfeer op straat is anders dan in Nederland. Men is meer op straat om het op straat zijn. In Nederland zijn we altijd onderweg ergens naartoe en hebben we nooit tijd. Wat ik ook leuk vind is de graffiti die ze op blinde muren hebben gemaakt. Zoveel boeiender dan een kale muur.

 De hoofdweg loopt dwars door het dorp en daar gaan we even doorheen. We drinken een bakkie koffie (1 euro) en er is een markt die als een magneet aan Mevr. van der Veeke trekt. Maar de afspraak is dat het in de tassen moet passen, dus uiteindelijk wordt er niets gekocht.

We kijken even bij de kloosters (die dicht zijn) en lopen dan langs de Santiagokerk (die wel open is). De Spanjaarden hebben het slim bekeken. Als je wat in de kerk wilt zien, dan heb je licht nodig. En dat krijg je door een euro in een kastje te gooien. Dan kun je vijf minuten kijken en dan gaat het weer uit. Ook de kaarsjes zijn elektronisch. Je gooit er een muntje in en dan floept een van de lampjes aan. Natuurlijk ook beter voor het milieu.

De Santiagokerk heeft Jacobus op de voorkant staan. En ook binnen is hij in de schilderingen te vinden, als je goed kijkt.

Vermoeid van zoveel kijk-inspanning lopen we terug naar de camping. Het is inmiddels alweer boven de 25 graden. Alleen in de schaduw is het een beetje uit te houden. Zo brengen we de rest van de dag door. Lunch, kopje thee, biertje en een goed boek. De supermarkt zit vlakbij dus voor ’s avonds halen we de ingrediënten voor een lekker maaltje. Het is lekker zo’n rustdag maar ik vind het ook weer fijn om morgen op de fiets te stappen.

Dag 38

De rustdag heeft ons goed gedaan, het fietsen gaat gemakkelijk vandaag, ondanks de flinke afstand en de hoogtemeters. Het landschap is afwisselend en mooi. We zitten op veel rustige wegen en er is genoeg te zien. Vanwege de warmte besluiten we eens te proberen een uurtje eerder weg te gaan. De wekker staat op 6 uur maar die horen we niet eens door het gekwetter van alle vogels. Voor 8 uur zitten we op de fiets. Het is nog heerlijk koel en rustig. Al vrij snel komen we bij de kloof van Lumbier. We gaan door een tunneltje dat pikkedonker is. De enige manier om er doorheen te komen is de zaklamp van de telefoon aan te zetten en te gaan lopen. Als we uit de tunnel komen, zien we een fantastisch landschap. De kloof is gevormd door het uitschuren van het water. Boven ons zien we de vale gieren zweven op de thermiek.

We passeren dorpjes als Indurain, Tabar, Turrilas en Ardanaz. De meeste liggen boven op heuvels. Voor ons een reden om er niet heen te gaan omdat de route al golvend genoeg is.

We gaan met een ruime boog onder Pamplona door. Ondanks dat we de kerken onderhand wel gezien hebben, kijken we toch even bij Santa Maria de Eunate, waar we langs komen. Het is een achthoekige kapel uit de 12e eeuw met 35 fijne boogjes. Van de oorsprong is weinig bekend. Een van de theorieën is dat de Tempeliers het gebouwd hebben. Een andere zegt dat bewoners van omliggende dorpjes het gebouwd hebben. Maakt niet uit, het is gewoon een sereen plekje waar het heerlijk toeven is in de schaduw.

Hierna voegen we ons bij de drukke route die van Saint Jean Pied de Porte komt. Dit merk je meteen. Drommen wandelaars bevolken de wegen. En ook de commercie is duidelijk anders. De camino is een industrie op zich. Maar het brengt ook een hoop gezelligheid met zich mee. Overal om je heen hoor je ‘Bon Camino’ en iedereen is even vriendelijk. Ons eindpunt van de dag is Puente la Reina. Het is een oud pelgrimsdorpje met een boogbrug over de Rio Arga, gebouwd voor de pelgrims op bevel van de koningin, waar het dorpje zijn naam aan ontleent.

Voor de camping moeten we een steil grindpad op. De enige keus is hier lopen en duwen. Bovenop is een camping en een auberge.  De camping heeft een mooi uitzicht over Puenta la Reina, een picknicktafel per plek en heel veel muggen per plek. We kunnen mee-eten bij de Auberge. Voor een tientje krijgen we een pelgrimsmenu dat ik alleen maar adequaat kan noemen.

Ondertussen heeft Ria zich bij ons gevoegd. Ondanks dat ze halfdood aankomt, zijn we blij met haar gezelschap. En ze heeft een pakketje voor ons meegenomen uit Nederland. Onze routeboekjes voor het traject na Lissabon en twee nieuwe fietskettingen. De laatste zet ik meteen op de fietsen, dan hoef ik ze niet mee te slepen. Ik hoop dat we hiermee onze reis kunnen uitfietsen. Het is best lang warm buiten, maar de vermoeidheid en de muggen lokken ons de tent in.

Dag 39

Het is al warm als we opstaan. Voor het eerst vertrek ik in korte broek en T-shirt. Voor Ria is het de eerste dag, dus die moet helemaal acclimatiseren.
Cirauqui is weer zo’n dorpje dat mooi op een heuvel ligt. Ook hier is weer een middeleeuwse boogbrug/Romaans kerkje/Pelgrimspleintje (* doorhalen wat niet van toepassing is), maar dat hebben we genoeg gezien, dus we laten het links liggen. Ondanks de weinig kilometers vandaag hebben we meer dan 600 hoogtemeters. Dat en een temperatuur van boven de 30 graden maakt het een inspannende dag.

In Estella (of Lizarra in het Baskisch, het is hier tweetalig, net als in Friesland) houden we een stop in de schaduw voor een boterham en een bakkie koffie. De laatste halen we bij een café want voor minder dan een euro zo’n lekker koffie is natuurlijk geen keus. Estella werd ook wel ‘Estella la Bella’ genoemd in de middeleeuwen. De pelgrims werden hier goed verzorgd en het water was helder. Ook nu is het nog een mooi plaatsje met kerken, paleizen, feesten en daverende stieren door de straten. Vandaag zijn het daverende fietsers want er is een wielerwedstrijd. Tijd voor ons om te vertrekken.

Iets verderop ligt het Monasterio de Irache. In 1050 konden pelgrims hier al terecht en de 12e-eeuwse kerk heeft twee kruisgangen die mooi gerestaureerd zijn. Het staat bekend om zijn Gregoriaanse gezangen. Maar dat boeit ons allemaal niet want er is hier een heuse wijnfontein!
Er zit hier ook een wijnbedrijf en die heeft voor de pelgrims twee kranen gemaakt. De ene tapt koud water en de andere rode wijn. Even overweeg ik hier de tent op te zetten, maar de dames willen verder.

Voor de rest ploeteren we ons in de hitte voort. Het mag voor mij wel een paar graden lager. Maar het landschap is prachtig, je ruikt de zoete geur van de brem en een verfrissend windje bij een afdaling maakt veel goed. Bij Los Arcos vinden we het welletjes. Bij een Auberge hebben ze een grasveldje waar je de tent op mag zetten. Dat doen we dan ook. Er is een automaat waar je voor €1 euro een blikje koud bier kan krijgen. Voor mij is dat bijna zo goed als een wijnfontein. Morgen zien we weer verder.

Quelle domage

All travel has its advantages. If the passenger visits better countries, he may learn to improve his own. And if fortune carries him to worse, he may learn to enjoy it. – Samuel Johnson

Dag 021:

Het was vannacht minder koud en ’s ochtends is de tent zelfs droog. Het was een fijne camping hier in Veigne maar we gaan toch door. Vandaag hebben we weer een landelijke route. Ik had het al eerder opgemerkt, maar we komen meer in het zuidelijke Frankrijk. Lanen met platanen, slaperige dorpspleintjes en ook de kerken veranderen. In het noorden zijn het meer gotische kerken met spitsboogvensters, in het zuiden is het meer de romaanse bouwstijl met rondboogvenster. Omdat hier meer pelgrims langs kwamen zijn de portalen van de kerken ook ruimer. Dan konden de pelgrims daar slapen. Persoonlijk vind ik het een meer christelijke gedachte om ze in de kerk te laten slapen, maar ja…

Wij hebben in elk geval weer een windje in de rug mee en ook de benen zijn inmiddels zo getraind, dat de kilometers moeiteloos voorbij gaan. In het plaatsje Sainte Catherine-de-Fierbois heb ik een deja-vu. We zijn hier eerder geweest en dat klopt. In 2011 hebben we de zadelpijn route gefietst met Lucas/Ria, Marcel/Birgit en Yke. Toen kwamen we ook door dit dorpje.

Nu zitten we koffie te drinken met andere pelgrims. We komen Wim/Annelies en Janneke/Edith de laatste dagen steeds weer tegen. Vaak staan we op dezelfde camping omdat we ongeveer dezelfde afstanden doen. En het is ook erg leuk om de ervaringen uit te wisselen en elkaar onderweg tegen te komen.

Sainte Catherine-de-Fierbois  ontleent haar naam aan de kapel die Karel Martel liet bouwen na de slag tegen de Moren in 732. Ste Catherine is de patroon van de soldaten. In de 14e eeuw kwam er een nieuwe kapel en toen Jeanne d ‘Arc hier ook nog kwam was het hek helemaal van de dam. Sinds 1451 worden hier pelgrims verzorgd, maar wij hebben geen verzorging nodig. Een goede bak koffie en we kunnen weer op weg.

In Ste. Maure-de-Touraine hebben we onze volgende stop. Het is een grotere plaats met veel pelgrimshistorie. Maar we willen alleen het oude pelgrimsgasthuis zien, met zijn inscriptie ‘A la belle image, bon vin, bon logis’. Het is wel duidelijk wat de pelgrim van weleer dronk. Wij houden het bij bier en cider.

Wij tikken plaatsje na plaatsje af. De zon schijnt en de wind duwt. Het landschap nodigt uit tot meditatie en daarom zijn we blij als we wat afleiding hebben onderweg. Soms is dat een opbeurende boodschap, dat het nog maar 1295 kilometer is naar Santiago. We zijn ongeveer op de helft. Wel de gemakkelijke, vlakke helft, maar toch.

De verveling neemt zulke vormen aan dat we zelfs weer stoppen bij een romaans kerkje in Antogny-Tillac. Misschien ook omdat de deur open stond want dat gebeurt niet zo vaak bij de kerken die wij onderweg zien.

Zo naderen we Chatellerault, een vrij grote plaats. De bedoeling is dat we hier op de municipal overnachten die ten zuiden van de stad ligt. De route leidt ons langs de Vienne de stad in. Deze rivier volgen we al een hele tijd. In Chatellerault zijn er verschillende bruggen over de Vienne maar de Pont Henri IV is wel de mooiste. Naast de brug, zijn er ook nog twee verdedigingstorens intact. In een ervan tekende Henri IV het edict van Nantes.

Verder kwamen en komen hier veel pelgrims, dus er is ook een kerk van St. Jacques. Het heeft een mooie gevel met de 12 apostelen. En ook het andere beeldhouwwerk is de moeite waarde. Binnenin schijnt een beeld van St. Jacobus in vol ornaat te zijn. Ik schrijf ‘schijnt’, want zeker weet ik het niet. Ook deze kerk was weer gesloten. Quelle dommage!

Op de camping municipal worden we blij verrast. Hij is al niet duiur met zijn €6,50 maar voor dat geld mogen we ook nog in het pelgrimshuisje. We moeten het wel delen met Janneke en Edith, maar zij vinden dat geen probleem. Dus deze keer lekker relaxt meteen aan het bier en eigen douche en toilet. In Groningen zouden ze zeggen ‘het kon minder’.

Dag 022:

Vandaag is mijn geluksdag. Ik krijg nieuwe trappers op mijn fiets. Ze kraakten al een tijdje en het werd steeds erger. Eigenlijk had ik in Poiters willen kijken naar een fietsenmaker, maar hij valt er na een paar honderd meter al vanaf. Even googlen en maps geeft een fietsenmaker op twee kilometer afstand. Dat red ik nog wel. Het blijkt een grote, moderne zaak en tien minuten later fiets ik weer weg met twee blinkend nieuwe trappers.

Bij Vieux-Poitiers zien we een toren staan. Het blijkt het enige overblijfsel te zijn van een Romeins amfitheater uit de eerste eeuw. Ooit was hij 116 meter breed en konden er genoeg toeschouwers in voor een  optreden van U2. En zo stevig gemaakt dat de toren er na 20 eeuwen nog staat. Een mooi voorbeeld van duurzaamheid. Iets verderop was de slag van Poitiers waar Karel Martel in 732 de Moren heeft verslagen.

Wij fietsen over een oude romeinse weg langs het riviertje de Clain. Het gaat wat moeizamer dan gisteren. De wind is naar oost gedraaid en hebben we minder mee, en later zelfs tegen. Maar de weggetjes zijn nog mooi, evenals het weer.

Bij het chateau van Dissay moeten we even stil staan. Al is het alleen maar omdat de hele weg open ligt. Maar ook onze mond valt open van het kasteel. Wat ligt het er prachtig bij. Het was het zomerverblijf van de bisschop van Poitiers. Hoezo gelofte van armoede? Het park werd aangelegd door le Notre, die we ook al eerder tegen kwamen. Afijn, gelukkig hebben wij er nu ook nog wat aan.

Een stukje verder komen we zomaar een hunebed tegen. Hier heten die dingen Dolmen. Vaak zoek ik ze thuis al op, maar dit jaar was de voorbereiding van de reis zoveel werk dat ik er niet aan toegekomen was. We worden altijd even blij van deze oude steenhopen.

Poiters is een enorme stad. We zitten eerst langs drukkere wegen, maar de routemaker heeft uiteindelijk toch weer een rustige weg gevonden. Zo komen we vrij gemakkelijk langs het centrum. Om in het centrum te kijken, moeten we helaas omhoog klimmen, maar we doen het toch. Want hoe vaak kom je nu in Poitiers?

De stad was in de Romaanse tijd bekend onder de naam Limonum en lange tijd is het een belangrijke stad en machtscentrum geweest. Daarom tierde het geloof hier ook welig en het stikt hier van de kerken en kathedralen. Wij bezoeken er twee.

De Notre-Dame-la-Grande, uit de 11e en 12e eeuw,  is een van de mooiere voorbeelden van de Romaanse bouwwijze. De voorgevel is als een stripverhaal voor de, vaak, ongeletterde pelgrims. Er is ontzettend veel op te zien en niet zo verminkt door de Franse revolutie. Vroeger waren de kerken van binnen vaak heel kleurig. In de loop der tijd zijn al die kleuren vervaagd en zien we meestal gewoon het steen. In deze kerk hebben ze dit weer hersteld. En het wordt er een stuk vrolijker van.

Ook gaan we even bij de St. Pierre kathedraal langs. Deze is in een afwijkende gotische stijl gebouwd. Ook hier weer een mooi portaal en veel kleurtjes binnen.

Poitiers uitkomen is ook weer klimmen en er zijn geen mooie rustige weggetjes. We zitten een kilometer of 20 op drukke D-wegen. Het is spitsuur en het verkeer raast behoorlijk langs ons heen. Niet zo leuk dus. De vermoeidheid begint mee te spelen. Hier zitten geen campings in de buurt dus via booking.com heb ik een mooie kamer geregeld bij een landhuis.

Als we er aankomen, is het een oase van rust. Dat is net wat we nodig hebben na alle campings langs snelwegen en sporen de laatste tijd. Het is van binnen ook smaakvol ingericht en omdat we de enige gasten zijn, krijgen we de grootste kamer. Er is een aparte eetkamer met keuken die we mogen gebruiken, een zitkamer en buiten is een prachtige tuin. Ik geloof dat we de locatie voor een rustdag gevonden hebben.

Dag 23:

Na meer dan drie weken fietsen met maar één rustdag is het lijf moe. We merken dat alles moeizamer gaat maar ook dat je de interesse begint te verliezen in je omgeving. En dat terwijl hier zoveel mooie dingen te zien zijn. Vandaar dat een rustdag af en toe noodzakelijk is. Het moet tenslotte ook nog een beetje op vakantie lijken, nietwaar?

Toch fietsen we vandaag nog een dikke 16 kilometer. Want we hebben boodschappen nodig voor het eten en de dichtstbijzijnde winkel is acht kilometer verderop. En zonder bagage is dit heel makkelijk fietsen voor ons.

De rest van de dag werk ik de verslagen wat bij, smeer de kettingen van de fietsen en kan er eindelijk weer een boek open. Vanavond koken we een lekker maaltje en dan kunnen we morgen weer fris op de fiets. Er is regen voorspeld, maar dat zien we dan wel weer.

Vrijdag 17 augustus: rustdag Villach

6 km (totaal 1346 km) – 34 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

Lekker luieren
Een boek, wat zon en een bier
Hebben we verdiend

Vandaag nemen we het ervan. Beetje uitslapen, koffiedrinken, lezen en wat fietsonderhoud doen. Ik moet wel even op de fiets om boodschappen te doen, maar daar blijft het dan ook bij.

Ik heb de drankjes koud gezet voor later in de middag. En dan morgen weer op de fiets.