Quelle domage

All travel has its advantages. If the passenger visits better countries, he may learn to improve his own. And if fortune carries him to worse, he may learn to enjoy it. – Samuel Johnson

Dag 021:

Het was vannacht minder koud en ’s ochtends is de tent zelfs droog. Het was een fijne camping hier in Veigne maar we gaan toch door. Vandaag hebben we weer een landelijke route. Ik had het al eerder opgemerkt, maar we komen meer in het zuidelijke Frankrijk. Lanen met platanen, slaperige dorpspleintjes en ook de kerken veranderen. In het noorden zijn het meer gotische kerken met spitsboogvensters, in het zuiden is het meer de romaanse bouwstijl met rondboogvenster. Omdat hier meer pelgrims langs kwamen zijn de portalen van de kerken ook ruimer. Dan konden de pelgrims daar slapen. Persoonlijk vind ik het een meer christelijke gedachte om ze in de kerk te laten slapen, maar ja…

Wij hebben in elk geval weer een windje in de rug mee en ook de benen zijn inmiddels zo getraind, dat de kilometers moeiteloos voorbij gaan. In het plaatsje Sainte Catherine-de-Fierbois heb ik een deja-vu. We zijn hier eerder geweest en dat klopt. In 2011 hebben we de zadelpijn route gefietst met Lucas/Ria, Marcel/Birgit en Yke. Toen kwamen we ook door dit dorpje.

Nu zitten we koffie te drinken met andere pelgrims. We komen Wim/Annelies en Janneke/Edith de laatste dagen steeds weer tegen. Vaak staan we op dezelfde camping omdat we ongeveer dezelfde afstanden doen. En het is ook erg leuk om de ervaringen uit te wisselen en elkaar onderweg tegen te komen.

Sainte Catherine-de-Fierbois  ontleent haar naam aan de kapel die Karel Martel liet bouwen na de slag tegen de Moren in 732. Ste Catherine is de patroon van de soldaten. In de 14e eeuw kwam er een nieuwe kapel en toen Jeanne d ‘Arc hier ook nog kwam was het hek helemaal van de dam. Sinds 1451 worden hier pelgrims verzorgd, maar wij hebben geen verzorging nodig. Een goede bak koffie en we kunnen weer op weg.

In Ste. Maure-de-Touraine hebben we onze volgende stop. Het is een grotere plaats met veel pelgrimshistorie. Maar we willen alleen het oude pelgrimsgasthuis zien, met zijn inscriptie ‘A la belle image, bon vin, bon logis’. Het is wel duidelijk wat de pelgrim van weleer dronk. Wij houden het bij bier en cider.

Wij tikken plaatsje na plaatsje af. De zon schijnt en de wind duwt. Het landschap nodigt uit tot meditatie en daarom zijn we blij als we wat afleiding hebben onderweg. Soms is dat een opbeurende boodschap, dat het nog maar 1295 kilometer is naar Santiago. We zijn ongeveer op de helft. Wel de gemakkelijke, vlakke helft, maar toch.

De verveling neemt zulke vormen aan dat we zelfs weer stoppen bij een romaans kerkje in Antogny-Tillac. Misschien ook omdat de deur open stond want dat gebeurt niet zo vaak bij de kerken die wij onderweg zien.

Zo naderen we Chatellerault, een vrij grote plaats. De bedoeling is dat we hier op de municipal overnachten die ten zuiden van de stad ligt. De route leidt ons langs de Vienne de stad in. Deze rivier volgen we al een hele tijd. In Chatellerault zijn er verschillende bruggen over de Vienne maar de Pont Henri IV is wel de mooiste. Naast de brug, zijn er ook nog twee verdedigingstorens intact. In een ervan tekende Henri IV het edict van Nantes.

Verder kwamen en komen hier veel pelgrims, dus er is ook een kerk van St. Jacques. Het heeft een mooie gevel met de 12 apostelen. En ook het andere beeldhouwwerk is de moeite waarde. Binnenin schijnt een beeld van St. Jacobus in vol ornaat te zijn. Ik schrijf ‘schijnt’, want zeker weet ik het niet. Ook deze kerk was weer gesloten. Quelle dommage!

Op de camping municipal worden we blij verrast. Hij is al niet duiur met zijn €6,50 maar voor dat geld mogen we ook nog in het pelgrimshuisje. We moeten het wel delen met Janneke en Edith, maar zij vinden dat geen probleem. Dus deze keer lekker relaxt meteen aan het bier en eigen douche en toilet. In Groningen zouden ze zeggen ‘het kon minder’.

Dag 022:

Vandaag is mijn geluksdag. Ik krijg nieuwe trappers op mijn fiets. Ze kraakten al een tijdje en het werd steeds erger. Eigenlijk had ik in Poiters willen kijken naar een fietsenmaker, maar hij valt er na een paar honderd meter al vanaf. Even googlen en maps geeft een fietsenmaker op twee kilometer afstand. Dat red ik nog wel. Het blijkt een grote, moderne zaak en tien minuten later fiets ik weer weg met twee blinkend nieuwe trappers.

Bij Vieux-Poitiers zien we een toren staan. Het blijkt het enige overblijfsel te zijn van een Romeins amfitheater uit de eerste eeuw. Ooit was hij 116 meter breed en konden er genoeg toeschouwers in voor een  optreden van U2. En zo stevig gemaakt dat de toren er na 20 eeuwen nog staat. Een mooi voorbeeld van duurzaamheid. Iets verderop was de slag van Poitiers waar Karel Martel in 732 de Moren heeft verslagen.

Wij fietsen over een oude romeinse weg langs het riviertje de Clain. Het gaat wat moeizamer dan gisteren. De wind is naar oost gedraaid en hebben we minder mee, en later zelfs tegen. Maar de weggetjes zijn nog mooi, evenals het weer.

Bij het chateau van Dissay moeten we even stil staan. Al is het alleen maar omdat de hele weg open ligt. Maar ook onze mond valt open van het kasteel. Wat ligt het er prachtig bij. Het was het zomerverblijf van de bisschop van Poitiers. Hoezo gelofte van armoede? Het park werd aangelegd door le Notre, die we ook al eerder tegen kwamen. Afijn, gelukkig hebben wij er nu ook nog wat aan.

Een stukje verder komen we zomaar een hunebed tegen. Hier heten die dingen Dolmen. Vaak zoek ik ze thuis al op, maar dit jaar was de voorbereiding van de reis zoveel werk dat ik er niet aan toegekomen was. We worden altijd even blij van deze oude steenhopen.

Poiters is een enorme stad. We zitten eerst langs drukkere wegen, maar de routemaker heeft uiteindelijk toch weer een rustige weg gevonden. Zo komen we vrij gemakkelijk langs het centrum. Om in het centrum te kijken, moeten we helaas omhoog klimmen, maar we doen het toch. Want hoe vaak kom je nu in Poitiers?

De stad was in de Romaanse tijd bekend onder de naam Limonum en lange tijd is het een belangrijke stad en machtscentrum geweest. Daarom tierde het geloof hier ook welig en het stikt hier van de kerken en kathedralen. Wij bezoeken er twee.

De Notre-Dame-la-Grande, uit de 11e en 12e eeuw,  is een van de mooiere voorbeelden van de Romaanse bouwwijze. De voorgevel is als een stripverhaal voor de, vaak, ongeletterde pelgrims. Er is ontzettend veel op te zien en niet zo verminkt door de Franse revolutie. Vroeger waren de kerken van binnen vaak heel kleurig. In de loop der tijd zijn al die kleuren vervaagd en zien we meestal gewoon het steen. In deze kerk hebben ze dit weer hersteld. En het wordt er een stuk vrolijker van.

Ook gaan we even bij de St. Pierre kathedraal langs. Deze is in een afwijkende gotische stijl gebouwd. Ook hier weer een mooi portaal en veel kleurtjes binnen.

Poitiers uitkomen is ook weer klimmen en er zijn geen mooie rustige weggetjes. We zitten een kilometer of 20 op drukke D-wegen. Het is spitsuur en het verkeer raast behoorlijk langs ons heen. Niet zo leuk dus. De vermoeidheid begint mee te spelen. Hier zitten geen campings in de buurt dus via booking.com heb ik een mooie kamer geregeld bij een landhuis.

Als we er aankomen, is het een oase van rust. Dat is net wat we nodig hebben na alle campings langs snelwegen en sporen de laatste tijd. Het is van binnen ook smaakvol ingericht en omdat we de enige gasten zijn, krijgen we de grootste kamer. Er is een aparte eetkamer met keuken die we mogen gebruiken, een zitkamer en buiten is een prachtige tuin. Ik geloof dat we de locatie voor een rustdag gevonden hebben.

Dag 23:

Na meer dan drie weken fietsen met maar één rustdag is het lijf moe. We merken dat alles moeizamer gaat maar ook dat je de interesse begint te verliezen in je omgeving. En dat terwijl hier zoveel mooie dingen te zien zijn. Vandaar dat een rustdag af en toe noodzakelijk is. Het moet tenslotte ook nog een beetje op vakantie lijken, nietwaar?

Toch fietsen we vandaag nog een dikke 16 kilometer. Want we hebben boodschappen nodig voor het eten en de dichtstbijzijnde winkel is acht kilometer verderop. En zonder bagage is dit heel makkelijk fietsen voor ons.

De rest van de dag werk ik de verslagen wat bij, smeer de kettingen van de fietsen en kan er eindelijk weer een boek open. Vanavond koken we een lekker maaltje en dan kunnen we morgen weer fris op de fiets. Er is regen voorspeld, maar dat zien we dan wel weer.

Vrijdag 17 augustus: rustdag Villach

6 km (totaal 1346 km) – 34 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

Lekker luieren
Een boek, wat zon en een bier
Hebben we verdiend

Vandaag nemen we het ervan. Beetje uitslapen, koffiedrinken, lezen en wat fietsonderhoud doen. Ik moet wel even op de fiets om boodschappen te doen, maar daar blijft het dan ook bij.

Ik heb de drankjes koud gezet voor later in de middag. En dan morgen weer op de fiets.


Zaterdag 11 augustus: Venetië 

0 km (totaal 1005 km) – 0 hoogtemeters.
Camping Rialto (€27,=)

Stad zo wonderschoon
Overspoeld door toeristen
Ambivalentie

Deze keer geen achtergrondinformatie over Venetië. Daarover is genoeg te vinden op internet. We hebben de stad gisterenmiddag/avond en vandaag bezocht. Ik heb meer dan 100 foto’s gemaakt. De bedoeling was daar de tien mooiste uit te zoeken. Dat bleek te lastig want ik blijf op 12 steken. Die zie je hieronder.

De gevoelens over Venetië zijn wat dubbel. Het is ontegenzeggelijk een prachtige stad. Met zijn kanalen, bootjes, oude panden, kerken, pleinen en pallazo’s. Maar het is er zo druk en zo vercommercialiseerd dat ik me er niet prettig voel. Hoge prijzen voor alles. Dringen met de bootjes in de kanalen. Een deel van de uitbaters weet hoe je het de toerist naar de zin moet maken. Maar een groter deel is gewoon arrogant en maakt misbruik van de situatie. Natuurlijk is dit in elke grote toeristische stad zo, maar zelden heb ik er zo’n weerzin bij gevoeld als hier.

Toch hebben we ons vermaakt. We hebben veel gelopen en daardoor ook veel gezien. Natuurlijk de Rialto brug, het San Marco plein, de brug der zuchten en het ‘ghetto‘ van de Joden. Veel hoofdstraten en ook veel achteraf straatjes. Veel kanalen en veel bruggetjes. En teveel gondels. 

Daarnaast hebben we een Vaporetto genomen. Dat is een soort openbaar vervoer die je door de stad brengt. Voor €7,50 (pp) kun je er 75 minuten gebruik van maken. Als je in de buurt van het Le Roma plein op lijn 1 stapt, kun je meer dan een uur over het Grande Canal varen en zie je alles mooi vanaf het water. Wel uitstappen voordat je naar Lido gaat.

Heb ik er spijt van? Nee. Zou ik er nog een keer heen willen? Ja, maar dan in een wat minder drukke tijd. Zoal die bestaat. Mevr. van der Veeke was overigens weer gids in de stad. Zij heeft met straaltjes genoten. 

 

Zondag 5 augustus: Ljubljana

0 km (totaal 728 km) – 0 hoogtemeters.
Hostel DIC (€51)

Rustig slenteren
Kijken onze ogen uit
Wat een mooie stad

Overnachten in een hostel vind ik altijd leuk. Het heeft iets studentikoos, er zijn veel jongelui en er hangt een relaxte sfeer. Ook ontbijten in de zaal met al die jongeren (wij zijn de oudsten hier) is altijd gezellig. Doet me denken aan de kampen waar ik als puber naartoe ging. Na een uitgebreid ontbijt met eieren en spek gaan we de stad in. Eerst wat historie over Ljubljana.

De stad is in het eerste jaar na Christus begonnen als een Romeinse nederzetting met de naam Emona. Toen woonden er ongeveer 5000 mensen. De stad lag op een strategische plek en groeide flink. Nog steeds zijn veel Romeinse restanten terug te vinden.

In de 5e eeuw kwamen de Hunnen, Ostrogoths en Lombardijnen en die  plunderden de zaak en branden alles plat. In de 6e eeuw vestigden de eerste Slavische volkeren zich hier. In 1144 werd de stad het eerst genoemd in de geschriften als Laibach en in de middeleeuwen is de stad in vele handen geweest. Het kasteel was sterk genoeg om de Turken (alweer die Turken…) in de 15e eeuw tegen te houden, maar niet sterk genoeg om de zware aardbeving van 1511 te weerstaan. De stad was een grote puinhoop. De eeuwen daarna is alles weer opgebouwd. In de 18e eeuw kwam er een spoorverbinding met Wenen en Trieste waardoor er grote economische groei ontstond. In 1895 was er een tweede zware aardbeving waardoor ze weer opnieuw konden beginnen. Tijdens de tweede wereldoorlog was de stad bezet door de Italianen en de Duitsers, die er één groot concentratiekamp van maakten. Na de oorlog, in 1945, werd het de hoofdstad van de socialistische republiek van Slovenië binnen Joegoslavië en het bleef de hoofdstad toen Slovenië in 1991 een onafhankelijk land werd.

Hieronder wat foto’s van hoe we de dag doorgebracht hebben. Indien van toepassing, heb ik onder de foto(s) wat uitleg gezet. Alhoewel het een hoofdstad is, voelt de stad aan vergelijkbaar met Groningen. Het centrum is compleet autovrij wat een hele prettige sfeer geeft. Alles is goed te belopen. Mensen zijn vrolijk, het weer is mooi en iedereen is vriendelijk. Kortom het is een stad waar ik zou willen wonen.


Omdat de Ljubljanica door de stad loopt, zijn er een hoop bruggen. Gisteren liet ik de Drakenbrug al zien, dit is de Triple Bridge. In 1842 als normale brug gebouwd maar uitgebreid met twee voetgangersbruggen in 1929 en 1932. In dat verband kan de naam Joze Plecnik niet ongenoemd blijven, de architect van deze uitbreiding en de architect van zo’n beetje de rest van de stad. 

Vroeger was dit een houten brug waar de schoenlappers hun werk deden. Totdat Joze Plecnik er zijn oog op liet vallen en dacht ‘dat kan beter’. Nu ziet hij er zo uit. Hij heet de Cobblers Bridge.


Het kasteel op de heuvel zie je overal in de stad.


Het kasteel is niet te missen als je in de stad bent. Het staat er al meer dan 900 jaar op de heuvel van 375 meter hoog en is een van de trekpleisters van de stad. Door de aardbevingen en de meerdere keren herbouw is het een beetje een allegaartje geworden. Je kunt er met een funiculaire naar boven (€4,40) maar wij lopen gewoon omhoog en naar beneden. Zijn we wel gewend. We gaan er niet in, wat, uiteraard tegen betaling, ook kan.


En als je dan boven bent, dan heb je mooie uitzichten over de stad.

Water in een stad maakt het altijd gezelliger. Er zijn rondvaartboten, er wordt op ge-SUPped en er zijn natuurlijk vele restaurants en terrassen aan het water. Het brengt leven in de stad, zeker als het een stromende rivier is.


De dichter France Preseren heeft een eigen plein en standbeeld verdiend door, onder andere, het volkslied (A Toast) te dichten. Nog een reden waarom ik van dit land houd, als je het proosten van een glas tot volkslied verheft. Maar goed, dit plein, gelegen aan de Triple Bridge is de centrale ontmoetingsplek van de stad.


Uitzicht over de Triple Bridge naar Preseren Trg (square).

Bij elke stad horen muzikanten. Ze geven karakter en sfeer. Naar deze hebben we een paar keer staan luisteren. Ze deden het goed.


De bibliotheek bezoeken we ook van binnen (€5 pp) want dat is een verhaal apart. Het is de grootste van Slovenië en natuurlijk weer ontworpen door Joze Plecnik (hij had waarschijnlijk niks anders te doen). Joze zag de bibliotheek als een wereld van concepten en metaforen. De buitenkant moet beschermend zijn en is gebouwd van stenen van oude romeinse muren. De ramen op de bovenste verdiepingen lijken op open boeken. De zware deur en de donkere trap zijn een metafoor voor initiatie in de wereld van kennis. Die trap leidt naar de centrale leeszaal waar de verlichting plaats vindt. En zo zijn er veel meer boodschappen verstopt in het gebouw. Wij kijken onze ogen uit. De extra tentoonstelling over verboden boeken (and yet they read them) is mooi en als bonus was het er lekker koel.

 

Een van de vele mooie straatjes waar we doorheen slenterden.


En natuurlijk eten we een ijsje. Het hoort bij het weer en de stad.

Al met al hebben we een schitterende dag gehad. Er was een minpuntje; de was. Die hadden we gisteren ingeleverd en we kregen de belofte dat we die vanmiddag schoon op konden halen. Daar keken we naar uit want alles begint wel te ruiken, ondanks dat je het dagelijks uitspoelt. Maar toen we, in blijde verwachting, er naar vroegen bleek dat ze hem vergeten waren. En geloof me, na een nacht en een dag in een dichte zak gaat het niet frisser ruiken. Dus moesten we alsnog aan de bak en hangt nu de kamer vol.

Donderdag 2 augustus: Kobarid – Cividale – Kobarid

0 km (totaal 613 km) – 0 hoogtemeters.
Camping Lazar  (€25,92)

Familievrienden
Paradijselijk onthaald
Gerecupereerd.

Vandaag hebben we een ‘wilde’ rustdag. Niet dat we het dan heel wild gaan doen, maar het geeft aan dat hij ongepland is. Het zit namelijk zo;

Mevr. van der Veeke woonde als kind in de Spreeuwenstraat in Hengelo. Daar woonden natuurlijk ook andere mensen, die zij kende. En één stel van die mensen is uiteindelijk geëmigreerd naar Italië, naar een dorpje waar we nu niet zover vandaan zitten. En met de huidige  communicatiemiddelen is het zo gemakkelijk om even contact te zoeken en dat is gedaan. Dat heeft als gevolg gehad dat we om half 10 door Erik en Irene bij de camping opgehaald worden om meegenomen te worden naar hun huis in Italië. Ongeveer drie kwartier rijden.

Dat ging niet geheel vlekkeloos. Ondanks dat het allemaal Schengen is, was er toch een controle aan de grens. We moesten alle papieren inleveren, zelfs het wc-papier. Maar Erik was zijn papieren vergeten. Er volgde een rappe discussie in het Italiaans met wat borstgeklop. Daarna werden de papieren die ze wel hadden tot in de vouwen gecontroleerd en uiteindelijk mochten we door. Niet veel later kwamen we in hun paradijsje aan. Een oud grenswacht huisje, op de berg, en prachtig gerenoveerd.

We krijgen een heerlijke lunch geserveerd, want Irene kan koken als met sterren. In de loop van de middag krijgen we een tour door Cividale. En laat Adèle, de zus van Irene er al vanaf haar achttiende wonen, en gids zijn. We krijgen alles te horen en te zien van dit dorp dat tot het Unesco Werelderfgoed gerekend wordt. Hier een paar plaatjes.

Ceasar heeft hier ooit de eerste steen gelegd. Waarschijnlijk niet in eigen persoon, want ik zie hem nog geen stenen leggen, maar gedelegeerd. 

In tegenstelling tot de meeste Rooms-Katholieke kerken, is deze kerk in Cividale niet zo rijk versierd, behalve het Mariabeeld dat jaarlijks in de processie ging.

De Duivelsbrug, en niet de enige in Europa met dezelfde legende.

Tegen een uur of acht worden we weer op de camping afgezet. Het komt niet vaak voor, maar we hebben een dag geen kilometer gefietst. We zijn wel heerlijk uitgerust en verzorgd.

 

 

 

 

Maandag 30 juli: Bled

7 km gewandeld
Camping Bled (€33,40)

Tijd voor ontspanning
Het koele blauwe water
Wast vermoeidheid weg

Vandaag hebben we een rustdag. Niet dat ik dan langer in de tent blijf liggen. Want om kwart voor zeven ben ik wel uitgelegen en daarnaast brandt de zon net op de tent. Maar we doen wel wat rustiger aan. Het enige wat op het programma staat is een rondje om het meer.

Het meer van Bled is in de ijstijd gevormd en is ongeveer 2100 bij 1380 meter. In het meer ligt het enige natuurlijke eiland van Slovenië. 

Al in de IJzertijd is hier bewoning geweest en omdat het zover van de handelsroutes lag hebben de Romeinen er weinig belangstelling voor gehad. 

Door de mooie ligging en de warme wateren was het meer al vroeg in trek bij de middeleeuwse pelgrims die kwamen bidden in de kerk op het eilandje. Maar de heer van het kasteel in de 18e eeuw vond het maar niets en wilde het meer leegpompen om van de klei bakstenen te maken. Gelukkig ging dat niet door. Een Zwitserse dokter zag de mogelijkheden en opende in 1855 een kuuroord. Niet lang daarna kon je hier met de trein komen en sindsdien is het hier een gekkenhuis,

Het kasteel kan zo in Game of Thrones. In de 11e eeuw gebouwd en in de16e eeuw fors uitgebreid. Op het eiland staat ‘the church of the Assumption’ uit de 17e eeuw. Veel mensen gaan er met een gondelbootje heen zoals je op de foto’s kunt zien.  Het is een mooi eilandje maar ik zou er niet willen wonen want de klokken hebben last van ADHD, zo vaak horen we ze beieren.

Wij houden het bij een rondje om het meer maar we willen natuurlijk wel de bekende Bled cake proeven. Dit blijkt een soort van tompouce te zijn zonder glazuur. Wel lekker. Hieronder wat foto’s van de dag.

 

 

 

 

 

Er mag een hoop ook niet.

 

En ik neem nog even een duik in het koele blauwe water.

Donderdag 24 augustus: Gent

There is not a country that I have visited I haven’t fallen in love with, whether it was for 10 minutes or 10 years.

Vandaag staat Gent op het programma. En het blijkt de kers op de taart te zijn (die we overigens nog aan het eten zijn). Wat een prachtige stad! We zijn in Wenen, Praag, Florence, Verona en Brugge geweest. Maar nergens voelde het zo als thuiskomen. Ik zou hier kunnen wonen en elke dag een koffie drinken op het Sint Baafs plein. Elke dag even naar het lam Gods kijken. En elke dag een pintje pakken op de Vrijdagmarkt waar je bediend wordt met het Vlaamse accent van de serveerstertjes. Ik zou hier kunnen sterven en een gelukkig man zijn. Ik kan niet anders zeggen: ga naar Gent. 

We hebben meer dan 100 foto’s gemaakt. Uitzoeken was lastig, want het is allemaal mooi. Hieronder een kleine selectie. 


Eerst een beetje geschiedenis. In het jaar 630 besluit een bisschop om hier de St. Bataafsabdij op te richten. Na de middeleeuwen groeit Gent met name door de schapenteelt en de daarvan afgeleide wolhandel. Tot in de 14e eeuw hebben de kooplieden het voor het zeggen maar het botert niet echt met de ambachten en gilden en dat komt de stad niet ten goede.


Daardoor gaat het wat minder, maar de Gentenaren blijven dwarsliggers. Ze weigeren belasting te betalen aan Karel de Vijfde en die maakt er korte metten mee. Ze verliezen alle rechten en privileges, de abdij en stadspoorten worden afgebroken en de notabelen worden blootsvoets, met een strop om de nek door de stad gejaagd. Ze worden de stroppendragers genoemd, wat later een geuzennaam wordt.


Eind 18e eeuw begint de industriële revolutie. Door een Engelse spinmachine in onderdelen naar Gent te smokkelen blijven ze voor lopen in de race. Maar hier worden ook de eerste vakbonden en socialistische bewegingen opgericht. De wereldtentoonstelling van 1913 geeft de stad een facelift en zelfs nu is Gent nog in beweging.


Wij gaan eerst naar de aanbidding van het lam Gods. Waar Mevr. van der Veeke voor staat is een kleine replica. Het ding is meters hoog (4,4 bij 3,4 meter) en we hadden het geluk dat het heel rustig was toen we gingen kijken. Ik kon er letterlijk met de neus op staan.


Het is geschilderd door Hubert van Eyk en het schijnt dat zijn broer Jan ook regelmatig de kwast ter hand heeft genomen. Deze polyoptiek is heel belangrijk in de schilderkunst. Het zijn 20 panelen met voornamelijk bijbelse taferelen en het is zo bijzonder omdat het met microscopische precisie geschilderd is. Sommige plaatjes zijn net foto’s, zoveel detail zit erin. Geschilderd op eikenhout, met een flinterdun krijtlaagje bedekt, in meerdere lagen geeft een soort 3D effect. Meer informatie over dit kunstwerk kun je op internet vinden. Leuk om te weten is dat het meerdere malen gestolen en geroofd is. Tot op heden is een van de panelen (de rechtvaardige rechters) nog steeds vermist. Daarvan is in 1939 een replica geschilderd door…jawel… Jan van der Veken.


Er zijn veel mooie gebouwen in Gent en het stikt er van de beeldhouwwerken op de gebouwen. Bij de Belfort toren zie je de Mammelokker. Een tot hongerdood veroordelelde gevangene wist het heel lang te rekken door elke dag de moedermelk uit de borst (mamme) van zijn dochter te zogen (lokken). Je moet er maar op komen en je moet het maar willen. Van beide kanten.


Een lekkernij zijn de Gentse neuzen. Dit zijn een soort van zachte snoepjes, maar stevig van buiten, in de vorm van een neus. We kopen er twee en ze zijn mierzoet. Ze worden verkocht op de Groentemarkt. Eerst door één verkoper, maar later door meerdere, wat een felle concurrentiestrijd oplevert. Ze gaan soms zelfs rollend over straat. Wij hebben wat provocerende opmerkingen gemaakt maar we konden geen handgemeen uitlokken.


Gent wordt goed doorsneden door de Leie. Je struikelt over de rondvaarten, maar wat ik veel leuker vind, is dat je een kano kan huren en zelf peddelend door de grachten kan gaan. 

Er zijn allerlei markten voor goederen. Het mag duidelijk zijn, wat hier vroeger verkocht werd.


Het Gravensteen is de enige overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen. De eerste, houten, versie overleefde de Romeinen en de Vikingen. Later is er een stenen burcht van gemaakt die nu nog nagenoeg intact is overgebleven.

Terwijl ze er in andere steden een probleem van maken, heeft Gent de street-art omarmd. Er is een heuse ‘concrete canvas tour’ die door de stad gaat. In het Werregarenstraatje is de muur een groot canvas en zijn er diverse artiesten die er een kunstwerk op spuiten. Als het even kan over elkaar heen. Soms wordt alles overgeschilderd en beginnen ze gewoon opnieuw. Terwijl wij er kijken, is er ook een jongen bezig en in een geur van drijfgassen en verf kijken we toe hoe hij zijn ‘piece’ maakt. De konijnen zoeken we speciaal even op. Deze zijn gemaakt door Roa en zijn toch wel symbolisch voor Gent en worden niet overgeschilderd.

Op de Vrijdagmarkt staat een vrouw urenlang de kinderen te vermaken door bellen te maken.

Het 14e eeuwse toreken, op de hoek van de Vrijdagmarkt. Hierin hing de bel die de start van de markt inluidde. Ook was hier de schandpaal waar de afgekeurde lakens opgehangen werden.

Blik op de Vrijdagmarkt. Een plek van plezier en venijn. Er waren feesten, vieringen en ontvangsten. Maar ook terechtstellingen. Als laatste verloor meneer Butsel zijn hoofd hier onder de guillotine. Op het plein staat het beeld van Jacob van Artevelde, de leider van de opstand tegen Karel V.

Een blik over de Lieve vanaf de brug van de Keizerlijke Geneugten. Fraaie namen weten ze goed te verzinnen. Sowieso zijn ze hier wel taalvaardig zoals we op vele bordjes hebben gezien. Ook op school worden de kinderen gestimuleerd om met taal te spelen, te zien aan de borden die automobilisten moeten manen zachter te rijden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 8,4 (totaal 1801)
Aantal hoogtemeters: 4
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 322
Camping Blaarmeersen (€ 24,10)

 

Maandag 14 augustus: Rustdag Durtal

Ô mon fleuve du Loir
qu’ heureuses sont
les sources
qu’ heureux
les calmes flots
et qu’ heureuses
les courses

Het zat er natuurlijk al een tijdje aan te komen. Soms, vanuit mijn ooghoeken, zag ik hem al. En de non-verbale communicatie van Mevr. van der Veeke werd steeds verbaler zonder iets hardop te zeggen. Uiteindelijk kun je er niet omheen. Er moet een rustdag komen.

Ook het lichaam deed een duit in het potje. Je kunt niet zomaar ongestraft 15 dagen achter elkaar fietsen. Elke dag. De batterij laadt ’s nachts wel weer op. Maar steeds een beetje minder. Totdat er niets meer in komt. Dan is er een volledige reset nodig om weer vol te raken. En daarom vandaag rust.

Maar wat doe je dan op zo’n rustdag? Ik weet niet beter dan tent opbreken, fietsen, tent opzetten, bier drinken, eten en slapen. Het voelt wat onwennig. Als een vis die op het land komt.

Allereerst blijven we wat langer liggen. Nu is dat met mijn rug niet altijd een feest, maar vanochtend heb ik doorgezet. Het is tenslotte een rustdag. Dan moet er gerust worden. Tot de zon op het tentje brandt en je op golven van zweet eruit begint te drijven. Toch weer een nieuwe ervaring vandaag.

Alles gaat wat langzamer. Alsof je in de slow-motion zit. Het is tenslotte een rustdag, dus waarom zou je het snel doen? Langzaam douchen, langzaam afdrogen, langzaam naar de wc en langzaam ontbijt. Als het maar rustig gaat.

Wij besluiten er ook een wasdag van te maken. Na twee weken is alles wat vies, muffig en morsig. Prima, zou je denken maar het hele wasgebeuren is allesbehalve rustig. Er is één wasmachine op de camping en, omdat het een mooie, warme dag is, wil iedereen wassen. De wasmachine moet veroverd worden. En als alles dan schoon is, moet het opgehangen worden. Hoeveel waslijn (en knijpers) denk je dat er in de fietstas zitten?

Maar goed, dan is het leed geleden. Koffie, boek en uitrusten. In de verte horen we de ezel balken en de kerkklok van het dorp luidt sloom de uren af. ‘Lekker rustig hè’, zeggen we tegen elkaar. Ik zie de buurvrouw voor de derde keer naar de wc gaan. De vis begint nu toch wat naar adem te happen. 


In een folder lees ik van een wandeling door Durtal. Dat moet hem dan maar worden. Het is inderdaad een mooi dorpje. We zien alle kanten van het kasteel en meer. Ook leuk dat we van la Loire naar le Loir zijn overgestapt. Klinkt alsof het in de familie blijft.

Al het eten en drinken is op. In het dorp is alles dicht. Het is tenslotte maandag, tussen de middag en een Frans dorp. Dan maar naar de Lidl. Die is altijd open. Mogen we toch nog even op de fiets. Zoals iedereen weet, moet je nooit boodschappen doen als je honger hebt. Je neemt veel te veel mee. Zo zitten we om drie uur aan een bacchanaal van eten en drinken.


Meer boek, meer drinken en de dag kruipt voort. Wij kruipen met de schaduw mee. Ik zie de was drogen en lees nog wat. Ook knip ik de teennagels. Per saldo kan dit op elk dag, maar het is alleen toegestaan op rustdagen. Daar zijn ze voor uitgevonden. De ezel balkt nog een keer in de verte. Ik schuif weer een keer in de schaduw. Wat een rust. Tenslotte mag de was opgeruimd worden. Even weer in de benen. En het laatste bier gaat open.

Aan het einde van de middag aanschouw ik het arriveren van de nieuwe gasten. Campers, zo groot als stadsbussen, installeren zich tegenover ons. Stroom aansluiten. Tafel en stoeltjes naar buiten. En natuurlijk de antenne installeren want er moet vanavond wel tv gekeken worden.

Goed, het klinkt allemaal wat cynisch. Maar het was een heerlijke rustdag. Ik kan me geen betere voorstellen. Heerlijk weer, een mooie camping en een leuk dorpje. En toch ben ik blij dat we morgen weer op de fiets stappen. Bewegen doet me goed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 2 (totaal 1079)
Aantal hoogtemeters: 5
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 793
Camping les Portes d’Anjou (€ 15,30)

8 augustus: Rustdag Sandnes

Iedereen streeft ernaar, eindelijk rust te vinden; maar sommigen zijn zo lui, dat zij het einddoel aan het begin zetten.

Het lijkt wel vakantie vandaag. Uitgeslapen in een heerlijk bed. Daarna ontbijt en koffie. Lekker rustig aan want het is toch een weeralarm buiten. Hier in Noorwegen ziet de regen kans om horizontaal voorbij te komen. In kleine hoeveelheden en grote hoeveelheden.

Esther neemt ons mee met de auto voor een toer door de buurt. Heerlijk om vanuit een warme auto de grijze landschappen te zien. Soms gaan we er even uit als het niet te hard regent.

En dan maken we een paar foto’s. Door het weer en de wolken lijken het wel zwart-wit foto’s.

Bij Bjirkedalstunet gaan we even kijken. Het is een soort van kinderboerderij met oude huisjes.

Wij eten daar een lappe. Dit lijkt de Noorse variant van de Engelse scones. Een soort van pannenkoekje met room en jam. Heerlijk.

We rijden daarna door Gloppedalsura. Tijdens de laatste ijstijd zijn hier een groot aantal rotsblokken meegenomen die het einde van het dal afsloot waardoor een meer ontstond. Een tijdje daarna was er een gigantische landverschuiving op de bergen hierboven waarbij rotsen, zo groot als huizen,  naar beneden tuimelden. Dit leverde deze rotzooi op, die ze nog steeds niets opgeruimd hebben. Heel indrukwekkend.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 0 (totaal 1058)
Aantal hoogtemeters: 0
Logeren bij Esther en Lamberto

6 augustus: Rustdag Bergen

The bad news is; time flies. The good news is; you’re the pilot.

Vandaag nemen we de tijd om Bergen eens goed te gaan bekijken. Deze stad is omgeven door zeven heuvels en zeven fjorden. Het oude havengebied Bryggen is Unesco werelderfgoed en met zijn houten, wit geschilderde huizen en de verschillende treintjes naar boven is het een mooie stad om in te vertoeven.

In de 12e en 13e eeuw was het de hoofdstad van Noorwegen. En het was een Hanzestad waarbij de handel met name door de Duitse handelaren gedomineerd werd. Het groeide tot in de 17e eeuw uit als dé handelsplaats van Scandinavië. Dat is later weer wat afgezakt alhoewel er nu nog steeds genoeg te doen is.


Veel van de handel vond plaats in de haven in het centrum, Bryggen genaamd. Bergen is ook bekend van de gekleurde huisjes die hier staan. Door al dat hout was het erg brandbaar en is dus ook meerdere keren. afgefikt. Maar telkens weer opnieuw opgebouwd. Het is nu werelderfgoed.

Wij lopen er een tijdje in rond. Er zitten nu voornamelijk winkeltjes en kunstenaars in, maar je kunt je goed voorstellen hoe het leven hier vroeger geweest moet zijn. De gebouwen waren woonhuis, opslag en handelsplaats tegelijkertijd.

Onze volgende stop is de vismarkt bij Torget. Ik had verwacht dat hier de echte vishandel plaats zou vinden maar het is gereduceerd tot een aantal stalletjes met, weliswaar verse, vis die je voor veel te hoge prijzen als toerist kan kopen. Daarnaast verkopen ze ook alle soorten worst. Rendier-, walvis- en gewone koeien en varkensworst. En tenslotte ook nog wat fruit. Desalniettemin blijft het leuk hier tussendoor te lopen en te kijken naar de grote krabben en kreeften. 

Ik had trouwens verwacht dat Bergen veel drukker zou zijn. Nu lopen er wel veel buitenlanders, maar het is lang zo erg niet als op zaterdag in Groningen. Het valt ons trouwens op dat al het werk hier door buitenlanders verricht wordt. We zien nauwelijks een Noor werken, maar wel veel mensen uit andere Europese landen. In de horeca, op het veld maar ook in de winkels.

Er zijn twee treintjes een berg op. De Ulriksbanen die iets buiten het centrum ligt en de Fløibanen die vanuit het centrum omhoog gaat. Wij nemen de laatste. Voor Nkr. 35 (enkele reis, per persoon) wordt je naar 320 meter gebracht. Op de steilste stukken heb je te maken met een helling van 26 graden.

Bovenop is het uitzicht grandioos. Je kunt alle kanten op kijken en heel Bergen ligt aan je voeten.

We doen boven een kopje koffie en wandelen daarna in drie kwartier naar beneden. Het weer zit niet altijd mee. Daar staat Bergen om bekend. Het is een van de natste steden van Noorwegen. Het regent hier gemiddeld 275 dagen per jaar. In 2006 hadden ze 85 dagen regen achter elkaar. Wij zijn inmiddels wel wat gewend en genieten van de mooie uitkijkjes op de stad die we tussendoor hebben. Overigens eindigde de de met zon.

Door een foute afslag komen we ineens weer bij ons appartementje uit. Dat vinden we niet zo erg want dan kunnen we thuis een bammetje eten. Dat scheelt weer een paar honderd kronen. Daarna gaan we nog een keer de stad in. Nu lopen we door de oudere wijken met de witte houten huisjes.

We kijken verder nog in het centrum rond. Het is hier, door de beperkte grootte, overzichtelijk zodat je zonder moeite je weg kunt vinden.

En we doen ook nog een stuk of wat geocaches nu we hier toch zijn. Dit geeft extra interessante informatie over de stad zoals bijvoorbeeld over de eerste en oudste apotheek van de stad. Het gebouw met de zwaan staat er nog steeds.

Na al dit gesjouw vinden we het wel welletjes. We drinken nog wat en vermaken ons met het kijken naar de mensen. Dat verveelt nooit. Daarna is het naar huis, waar we een maaltje koken. Het was een mooie dag. Morgen zitten we op de boot naar Stavanger.

Getallen van de dag
Aantal wandelkilometers: veel
Aantal hoogtemeters: 320
Airbnb adres op Tartargaten 1 (€ 101)