Lek(ker)

Als je getrouwd bent moet je dikwijls ruzie maken, want daardoor leer je iets van elkaar. – Goethe

Dag 113:

Voor de statistieken. Gisteren had ik een lekke band. De eerste. Aan het einde van de middag zag ik dat de achterband plat was. Er zat een scheurtje in de binnenband terwijl de buitenband onbeschadigd was. Band vervangen en hierna op zoek naar een nieuwe.

Sommige dagen zijn gewoon een feest om mee te maken. Vandaag was er zo een. Hij wordt gedomineerd door de l’Herault. Deze rivier ontspringt in de Cevennen en loopt door tot de Middellandse Zee. En onderweg heeft hij (zij?) een paar aardige kloven uitgesleten. En daar fietsen wij doorheen. En we zitten langs, boven en in de l’Herault. Maar goed, voordat we zover zijn, moeten we eerst nog een stukje overbruggen. En dat is geen straf want het is hier landschappelijk nog steeds de moeite waard. Overal om ons heen zien we wijngaarden, groene bergen en goudgele dorpjes.

Ook komen we regelmatig nog Katharenkruizen tegen. En de ouderwetse richtingaanwijzers hebben ook wel wat. Zo maken ze die tegenwoordig niet meer.

Wij sluiten aan bij de l’Herault bij St. Jean de Foss. Hier is ook meteen de Duivelsbrug. Hier zijn er vele van volgens Wikipedia. En dan staat die van ons er nog niet eens bij. De Pont du Diable is in de 11e eeuw gebouwd door monniken en natuurlijk ook weer Unesco Werelderfgoed. Er springen mensen vanaf en soms gaat dat niet goed aan de gedenkstenen te zien. Ik vind het gewoon leuk om naar beneden te kijken naar de mensen die er onderdoor zwemmen en de kano’s die door de l’Herault gaan.

Daarna fietsen we door de kloof naar het noorden. Het is hier druk met toeristen. Veel canyoning, kanoën en gewoon dagjesmensen die een strandje opzoeken. Voorbij het punt waar je nog auto’s kunt parkeren wordt het steeds rustiger. Tot aan het punt waar het dorpje St. Guilhem le Desert begint. Het ligt eigenlijk in een kloof dwars op de kloof van de l’Herault (heet dat dan een zij-kloof?)

St. Guilhem (oftwel Willem met de Hoorn) was natuurlijk niet altijd een sint. Het was de kleinzoon van Karel Martel en een goede vriend en adviseur van Karel de Grote. Na veel knokkerij tegen de Saracenen wil hij met een soort van pensioen. Hij krijgt van Karel de Grote een splinter van het kruis (ja, ja…) en sticht op de huidige plek van St. Guilhem een klooster. Dit groeit uit tot een bedevaartsoord (ook een Santiago route loopt hier langs). Het ging goed totdat de toeristen het dorpje 40 jaar geleden ontdekte. Het is nu een verzamelplaats van galerijen, pottenbakkerswinkels, macramé-shops en alternatieve modewinkels. Afgewisseld door restaurants en souvenirwinkels natuurlijk. Het is inderdaad een mooi bewaard Frans dorpje en het is zeker de moeite waard om even in rond te struinen. In de kelders onder de huizen zijn veel winkeltjes en eentje serveert ook een biologische maaltijd met ingrediënten uit de omgeving. Daar schuiven we even aan.

Daarna gaan we verder door de kloof. Mevr. van der Veeke kan de verleiding van het koele water niet weerstaan en duikt er even in, met kleren en al. Is op zich geen probleem want met deze warme wind ben je in een kwartier weer droog.

De rotsen in de kloof laten mooi de laagjesopbouw van de gesteenten zien gedurende de millennia. En ook de uitzichten mogen er wezen. We kiezen een camping aan de l ‘Hearault. Het is een van de duurste tot nu toe maar door de hartelijke ontvangst maakt me dat niet uit. Het is verrassend hoe een praatje en wat vriendelijkheid je perceptie over de prijs kunnen veranderen. We vinden een mooi plekje aan het water. Ook hier duikt Mevr. van der Veeke meteen weer de rivier in. Een heerlijk koele afsluiting van een prachtige dag.

Dag 114:

Was gisteren een prachtige dag, vandaag was het beduidend minder. Ondanks dat de landschappen nog steeds betoverend zijn, gaat het fietsen moeizaam. Ik heb het gevoel dat we de hele dag klimmen en niet opschieten. Mevr. van der Veeke is moe en de warmte helpt niet mee. Dat maakt ons mopperig en snel geïrriteerd. Het is 113 dagen goed gegaan, maar nu barst de bom toch even. Schreeuwend staan we tegenover elkaar op de weg. Buurtbewoners kijken schielijk en gegeneerd de andere kant op. Gelukkig kunnen ze het niet verstaan. Nadat alles eruit is, fietsen we mokkend verder. De omgevingstemperatuur is boven de 30 graden maar de sfeer ijzig. Zo komen we hangend en wurgend aan in Cardet. Het is een camping onder Nederlands beheer en daarom voornamelijk bevolkt door Nederlanders. Op een open veldje langs de rivier zoeken we een mooi stukje gras op voor de tent. Met een koude fles rosé komen we toch weer nader tot elkaar. En samen aan de pizza maakt het af. Het is goed om de dingen uit te spreken, zelfs als dit moet op (te) luide toon. Morgen gaan we gewoon weer vrolijk en met wat meer begrip voor elkaar op weg. We zijn niet voor niets meer dan 30 jaar getrouwd.

Dag 115:

Om vijf uur worden we beide wakker van een nachtmerrie. Nee, niet de gebeurtenissen van gisteren, maar er loopt een paard om de tent. Ik hoorde hem al aan komen klossen maar dacht toen nog dat het een hert was. Dat had ik nog weg kunnen jagen maar het paard trekt zich niets van mij aan. Wat haar betreft staan wij gewoon in een bord met het lekkerste en groenste gras. Nu ben ik niet bang voor paarden maar heb wel respect voor hun grootte. En ik ben ongerust dat het op een gegeven moment over de tent, en ons, heen loopt. Maar zij graast gewoon en let goed op. Nu gaat dat grazen met een hels kabaal als je doodstil in je tent ligt. Zo liggen we de tijd uit tot zeven uur, als we opstaan. Het paard blijkt wel vaker uit te breken horen we later.

Vandaag hebben we een lange dag met meer dan 70 kilometer, omdat er in de tussenliggende kilometers geen camping is. En net zo veel klimmetjes en warmte als gisteren. We hebben dus een tactiek bedacht om dit beter door te komen. We nemen vaker pauze voor een koffie of om gewoon even te zitten. Tussen de middag nemen we zelfs even een siësta om de ogen dicht te doen in de schaduw van een boom. En op die manier werken we ons een weg door de 70 kilometer. En dat gaat goed. Wel hadden we wat vaker wat kouds willen drinken. Maar er is gewoon helemaal niets in de dorpjes. In Spanje lag de helft van de dorpen in puin maar er was altijd wel een bakker en een of meerdere kroegen. Hier in Frankrijk zijn de dorpjes mooi gerestaureerd maar er is geen enkele voorziening. Gelukkig vinden we wel af en toe een waterpomp om de kleding nat te maken. Want een beetje afkoeling helpt ook goed om met de warmte om te gaan. Tegen vijf uur zijn we in Conneaux waar de winkel gelukkig nog open is. Hadden we vorige week nog last van volle campings, nu zijn ze allemaal grotendeels leeg en kunnen we steeds een fijne plek vinden. Dat maakt het een stuk gemakkelijker. En het zal alleen maar rustiger worden want de Nederlandse én de Franse vakantie is bijna voorbij.

Dag 116:

Het is nog maar een klein stukje naar Avignon dus we doen het erg rustig aan. Pas om tien uur hebben we het spul ingepakt en op de fiets. Mijn voorband is wat slap, dus die pomp ik op. Uiteindelijk moet ik hem een paar kilometer verderop toch wisselen.

Het laatste stukje is vlak en gemakkelijk fietsen. In de verte zien we de bergen nog liggen. Het is onze laatste blik op de Cevennen. Onderweg doe ik nog her en der een geocache. Mevr. van der Veeke neemt deze gelegenheid te baat om de bramenstruiken te plunderen. Bij Montfaucon worden we nog even verrast door het mooie kasteel op de heuvel.

Avignon zijn we in 2012 ook geweest toen we de Groene Weg naar Baflo fietsten. We komen langs de camping waar we toen gestaan hebben en uit nostalgische overwegingen nemen we nog even een kijkje. Het is nog net zo. Toen stond het tentenveld vol. Nu is er niet een kampeerder.

Avignon is zoals ik me herinner met het pauselijk paleis op de heuvel en de halve Pont d’Avignon van het bekende rijmpje. Het is hier druk. Veel toeristen en ook heel veel fietsers. Ik heb hier voor een paar dagen een Airbnb appartementje gehuurd. Het blijkt midden in het oude centrum te liggen en de hele dag komen er groepen langs wandelen met een gids. Hier gaan we een paar dagen vrij nemen. De was doen, maar voornamelijk even bijkomen. Het is heerlijk de luxe van een bank, keuken, bed, eigen douche en stopcontact te hebben. Kamperen is fijn maar deze luxe is een feest.

Vent

Het is met leven net als met fietsen; Als je denkt dat er geen wind is, dan heb je hem meestal behoorlijk mee.

Dag 107:

Alles is anders hier. Ondanks dat het hier ‘maar’ 31 graden wordt, voelt het veel benauwder. Er zit meer vocht in de lucht, dus ik zweet als een bootwerker. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het koelt dan ook nauwelijks af. Waren in Spanje om acht uur ’s ochtends de straten uitgestorven, hier is iedereen al op de been. Ook op de camping is het druk op tijden waarop ik meestal alleen over het terrein liep. Het landschap is anders, veel groener, veel bossen en andere gewassen. En we zien ineens veel meer fietsers. Niet alleen mannen op de racefiets, maar ook bepakte fietsers op weg naar Barcelona.

Dit eerste traject is nog veel klimmen. Gisteren hadden we de hoogste klim, maar vandaag moeten we naar 320 meter. We hebben duidelijk last van de warmte want het gaat moeizaam vandaag. Vooral Mevr. van der Veeke lijkt haar dag niet te hebben. Na de klim dalen we af naar Thuir. Van daar is het een min-of-meer vlak stuk naar Corbiere en Ille-sur-Tet. De route loopt deels langs grotere wegen en boomgaarden. De plukkers zijn druk bezig het fruit binnen te halen en ook hier oogst het hoofddeksel van Mevr. van der Veeke de nodige consternatie.

Omdat het zo moeizaam gaat en we voldoende tijd hebben om in Avignon te komen (ik heb daar op de 19e een afspraak met iemand die onze vervolg routeboekjes heeft ontvangen) besluiten we om een uur al de camping op te zoeken in Ille-sur-Tet. Eerst doen we boodschappen en slaan flink in met meloen, bier, water en limonade. We hoeven immers toch niet verder.

De praktijk is weerbarstiger. De camping Municipal Le Colomer  is vol en we kunnen er niet meer bij. Dit maken we nooit mee. Als fietsers is er altijd wel een plekje voor ons. Maar goed, nu worden we weggestuurd. Vijf kilometer van de route blijkt een andere camping te zijn. De campingbeheerder van Le Colomer belt voor ons en ze hebben nog één plek en die mogen wij. Het is tegen mijn principes om zo ver uit de route te gaan. Immers de vijf kilometer heen en terug brengt ons ook tien kilometer verder in de route. Maar deze keer doen we het toch.

De andere camping la Garenne blijkt eigenlijk ook vol maar de dame van de receptie zoekt toch een plekje voor ons. We kunnen kiezen tussen een plek in de zon tussen gasflessen en een auto. Of op een parkeerplaats tussen de bungalows, vlak langs de autoweg. Maar wel met later wat schaduw. En dat voor €26. Soms moet je het nemen zoals het komt, dus we kiezen de tweede plek. Uiteindelijk kunnen we er een aardige mouw aan passen want tegenover ons is een ongebruikte bungalow met een terras in de schaduw en fijne stoelen. Daar brengen we de middag door. ’s Avonds kunnen we er ook koken aan de picknick-tafel van de bungalow. Het probleem van de volle campings schijnt hier meer voor te komen, dus maar eens zien hoe we de komende dagen onderdak vinden. Voorlopig zijn we weer een dag verder.

Dag 108:

Vandaag hebben we een prachtige fietsdag door de Pyreneeën. Het is een beetje koeler en er waait ook een stevige wind. Soms tegen maar de verkoeling is erg welkom. We beginnen met een klimmetje om uit Ille-sur-Tet te komen. Er zijn hier bijzondere rotsformaties van Les Orgues d’Ille-sur-Tet. Ze zijn gemaakt door moeder natuur die er geduldig gedurende miljoenen jaren water en wind tegenaan gooide. Uiteindelijk houdt je een soort van schoorstenen over. In de verte lijkt het soms ook wel een kasteelruïne.

Een klim is vermoeiend maar het levert vaak ook prachtige uitzichten op. Eenmaal boven steken we over naar een ander dal. Je kunt ver kijken en het uitzicht is adembenemend.  Hier doen we het eigenlijk voor. En de foto’s geven maar een deel van de werkelijkheid weer. Je moet hier gewoon staan. Dus allemaal op de fiets en naar de Pyreneeën.

De afdaling is de beloning van de klim. Maar de afdaling is niet altijd fijn. Soms is het wegdek te slecht en soms is de afdaling ook te steil. Dan ben je continu aan het remmen. Maar de afdaling vandaag is een feest. Niet te steil, mooi asfalt en lekker lang.


Ook komen we vandaag door het dorpje Latour-de-France. Een dorp met een gewild naambord. Zo gewild dat ze er zelfs camera’s op de plaatsnaamborden hebben gezet tegen diefstal. Wij kunnen hem toch niet meenemen, dus ik laat hem zitten. Ook hebben alle dorpen hier een laan met platanen. Wij noemen dat dichterlijk een lommerrijke laan maar de praktijk is dat het daar altijd heerlijk koel is. We mogen er graag langs fietsen.

De route daarna is nogal geaccidenteerd. Voor mijn gevoel ben ik de rest van de dag aan het klimmen. Daarom maken we er weer een korte dag van. Na 47 kilometer zijn we in Tuchan. Ik heb voor de zekerheid maar gemaild of er een plek is op de camping, en die zou er moeten zijn. Bij aankomst wordt dat in eerste instantie ontkend, maar als ik de mail noem gaat er een lichtje branden. We kiezen een plekje onder een grote olijfboom en met veel schaduw. De camping heeft een bar en een restaurant. Vandaag laten we ons verwennen. Op deze manier houdt ik het nog wel even vol op de fiets.

Dag 109:

Het is weer een stralende dag en vannacht is de wind gaan liggen. Het is nog steeds iets koeler en dat is fijn fietsen. We beginnen met een klim naar de Col d’Extreme. Dat klinkt erger dan het is want met zijn 251 meter zou ik hem niet dit predicaat geven. We zijn dus zo boven en ook zo weer beneden. We zitten overigens in het Parc Naturel Regional de la Narbonnaise en Méditerranee. Een hele mond vol maar het zegt gewoon dat het hier mooi is.

Vandaag rijden we eindeloos langs wijngaarden. Onder andere komt hier de Corbieres wijn vandaan. Naast wijnranken zie je hier ook veel Katharenkastelen op de bergtoppen staan. De Katharen (oftwel de ‘zuiveren’) was een religieuze beweging die tijdens de 12e en 13e eeuw veel aanhang had met een andere kijk op het geloof. Ze zaten vooral in het Languedoc gebied waar we nu doorheen fietsen. Zoals vaak gebeurt bij een afwijkende mening in het geloof, ging het hun slecht af. Uiteindelijk zijn ze uitgeroeid door de ridders van de kruistochten waarbij de inquisitie de laatste leden uitrookte. Maar nu heb ik het idee dat de beweging nog springlevend is want in veel dorpen zie je het teken staan.

In de loop van de middag steekt de wind weer op en heeft af en toe stormachtige vlagen. Het is de tramontana, meestal uit het noordwesten en zo ook nu. We hebben hem gedeeltelijk mee, dus niet alleen verkoeling maar ook een duwtje in de rug. Sowieso is dit een meteorologisch interessant gebied want ze hebben ook regelmatig last van zware regenval en overstromingen. Wat dat betreft hebben we geluk.

We eindigen vandaag in Salleles d’Aude. Al die druiven die hier verbouwd worden en tot wijn gemaakt moeten natuurlijk ergens in vervoerd worden. Nu zijn dat flessen maar de wijn werd ook al in de Romeinse tijd gemaakt. En toen werden amforen van 26 liter gebruikt. Die amforen werden hier in Salleles in een grote pottenbakkerij gemaakt.

De camping is klein (13 plaatsen) en ik heb niet gereserveerd. Maar we hebben geluk want er is nog een plaatsje voor ons. Gelukkig een beetje in de luwte want het stormt nog steeds. Het is inmiddels ook bewolkt en met 26 graden voelt het bijna koud aan voor ons. Vannacht maar weer eens in de slaapzak in plaats van erop.

Dag 110:

Vandaag is kanalendag. In Salleles d’Aude kwamen we er al een tegen met een gigantische sluis. Dit was een aftakking van het Canal du Midi waar we een groot deel van de dag langs zitten. Het kanaal is overigens Unesco werelderfgoed.

Maar eerst komen we nog bij het Oppidum d’Enserune. Hier woonden de eerste inwoners uit de streek. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht op de voormalige Etang de Montady. Dit meertje werd in de 12e eeuw drooggelegd door radiaal kanalen te graven. Iets wat je nu, 800 jaar later, nog steeds ziet.

Het Canal du Midi (Kanaal van het zuiden) is 240 km lang en loopt van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee. In de 16e eeuw kwam Jean-Piquet uit Beziers op het idee en hij had ook nog wat geld om het uit te voeren. In die tijd waren er nog geen graafmachines en ruim 12.000 arbeiders gingen met de schop aan het werk. Uiteindelijk kostte het hem al zijn geld en hij maakte nog niet eens de openstelling mee in 1680 want een half jaar eerder overleed hij. Nu wordt het met name nog gebruikt voor pleziervaart. Wij fietsen er een groot aantal kilometers langs. Soms op een mini-paadje door een bamboebos, maar soms ook op een prachtig fietspad. Het is erg in trek bij de fietsers want we zien er veel. Met name families omdat het zo gemakkelijk fietsen is.

In de verte zien we Beziers met zijn kathedraal liggen. Ook dit was een Kathaarse conclave. In 1209 werden hier 30.000 mensen afgeslacht door de kruisvaarders. Alleen omdat ze wat anders geloofden dan de kerk. Pas in de 19e eeuw kwam het er weer een beetje bovenop. Vooral door de wijnbouw.

In Beziers komen we ook bij een van de mooiste sluizencomplexen in het Canal du Midi. Dit zijn de Ecluses de Fonserannes. Een stelsel van 9 sluisjes die enkele tientallen hoogtemeters overbruggen. Als we er langs komen gaat er net wat pleziervaart doorheen. Mooi om te zien.

De route gaat niet helemaal langs de Middellandse zee. Maar wij nemen de extra kilometers voor lief om dit toch nog even te aanschouwen. En omdat het lekker warm is, kan Mevr. van der Veeke niet de verleiding weerstaan om even pootje te baden.

De campings zijn hier een gekkenhuis. We kennen dat van de Velodysee. Het zijn massale, dure campings met veel zwembaden die veel te vol zijn, geen belang hebben bij een nachtje van een fietser en handen vol geld kosten. Daarom hebben we een Airbnb in Bessan geboekt. We verwachten een heerlijk appartementje maar het blijkt een omgebouwde garage te zijn. De fietsen zouden binnen kunnen staan. Nu klopt dat helemaal maar er werd niet bij verteld dat er dan geen ruimte meer is voor ons. Afijn, met wat passen, schikken en meten weten we toch alles erin te krijgen. Zo maak je elke dag wat nieuws mee.

Dag 111:

Het mooie weer houdt niet op alhoewel het wel een stuk koeler is geworden. Er waait nog steeds een harde wind en vandaag hebben we hem tegen. Langs het riviertje de Herault meanderen we noordwaarts. Het is leuk fietsen en soms brengt een geocache ons onverwacht bij een watermolen.

Het eerste grote stadje wat we tegenkomen is Pézenas. Het was de stad van Molière, de Franse toneelschrijver. En dat feit is niet over het hoofd te zien, als je in het stadje bent. Evenals de horden toeristen die hier door de straten lopen. Blijkbaar is er niet veel anders te doen want ze zitten allemaal hier. Pézenas bestond al in de Romeinse tijd, heeft grote bloei gekend en de bestuurders van de Languedoc zaten hier. Het is te zien aan de huizen en de geveltjes. Ondanks de toeristen is het een mooi stadje om te bezoeken. Door de mooie huizen maar ook omdat hier de meeste winkels gevuld worden door kunstenaars. En we zien een hoop mooie dingen hier.

Na een kleine dertig kilometer vinden we het goed voor vandaag. We willen al een paar dagen een rustdag want het lijf is moe. Maar tot nu toe konden we geen geschikte plek vinden. In Adissan is een camping met een plekje voor ons. Niet ideaal want is het weer een steenvlakte maar wel rustig en met schaduw. ’s Middags denk ik even boodschappen te kunnen doen in Adisson. Maar de epicierie blijkt opgedoekt. Het enig wat ze nog hebben is een mooie muurschildering. Vijf kilometer verderop is wel een supermarkt. Op deze manier maak ik toch nog de kilometers van de dag. Het begint wel steeds harder te waaien en ondanks dat we redelijk beschut zitten, waait toch de salade van je bord. Maar de wind geeft ook wat verkoeling want het is inmiddels weer boven de 30 graden.

Dag 112:

Vandaag een rustdag. De enige activiteit is boodschappen doen wat heen en terug toch nog10 kilometer is. De rest van de dag lezen we, werken de verslagen bij en rusten lekker uit.

Spexit (*)

Je zorgen maken over dingen die nog niet gebeurd zijn, is als rente betalen over geld dat je nog niet geleend hebt.

Dag 104:

Vandaag hebben we een dag in Zaragoza. Zaragoza zelf komt op mij over als een moderne, schone, mooi gerestaureerde stad. Veel flatgebouwen en weinig verpaupering. De fonteinen en de parken in het centrum maken het helemaal een feest. Veel mensen ontvluchten in de zomer de stad dus het is relatief leeg nu. We slapen uit en gaan daarna eerst naar het station om de treinreis morgen te regelen. Dat had wat voeten in aarde, maar daar kom ik morgen op terug

Daarna gaan we naar het Aljaferia paleis. Dit is een Islamitisch paleis dat in de 11e eeuw gebouwd is. Het is uniek omdat het een mooi bewaard voorbeeld is van de Spaan Islamitische architectuur en vergelijkbaar met het Alahambra uit Granada. Meer informatie erover kun je hier lezen. Hieronder wat fotografische indrukken.

Het is heet in Zaragoza. In de middag vlucht iedereen naar binnen. Wij ook. We eten een menu del diaz en trekken ons terug voor de siësta. Pas na half vijf begeven we ons weer op straat en dan is het deze temperatuur.

We lopen naar het oude centrum, Casco Viejo. Rondom de Plaza del Pilar gebeurt het allemaal. Het is een mooi plein met een fontein. Maar het belangrijkste is de kathedraal. We hebben er al veel gezien maar qua schilderwerken spant deze de kroon. Er zijn prachtige fresco’s van Goya in de kerk te zien. De kathedraal is opgedragen aan Maria op de pilaar. Dat zou ze gedaan hebben tijdens een verschijning aan de apostel  Jacobus de meerdere. Jawel, dezelfde waarvoor wij naar Santiago zijn gegaan. Dus eigenlijk zijn we weer een beetje op bedevaart. Die Maria is, net als de zwarte Maria, een soort van aankleedpop. Er zijn verschillende jurkjes die ze aangedaan kan hebben.

Voor de rest kijken we een beetje in het centrum rond. Zoals gezegd, gezellig en modern. Zaragoza is een stad waar je best een weekend kunt besteden. Maar doe dat dan in een minder hete periode.

Dag 105:

We slaan een stukje van de route over. In de originele planning zouden we meer naar het oosten gaan en dan via de Andalusië route noordwaarts naar Girona. Maar we zijn een beetje klaar met het klimwerk en de Andalusië route is heel veel klimmen, ongeveer 14.000 hoogtemeters. Daarom zijn we doorgegaan naar Zaragoza om van hier de trein te pakken naar Figueres. Hiermee slaan we ook ongeveer 600 kilometer over. Maar treinen in Spanje heeft nog de nodige uitdagingen.

Treinen met de fiets in Spanje is niet zo gemakkelijk als in Nederland waar je overal de fiets naar binnen kan schuiven. Je hebt hier verschillende soorten treinen en in sommige kan de fiets (meestal) zo mee (regionale treinen), soms heb je een reservering nodig (media distance treinen) en soms moet de fiets ingepakt zijn, net als in het vliegtuig (HSL lijnen). Ik heb inmiddels veel over de spoorwegen van Spanje geleerd en dat is met name door de hulp van Paul Gieling, een medefietser die in Zaragoza woont. Van hem heb ik de link naar de RENFE website gekregen en ik heb de RENFE Horarios app geïnstalleerd. Een soort van Spaanse reisplanner. Hier heb eindeloos mee zitten plannen en puzzelen.

Wij moeten dus regionaal treinen en dat gaat langzaam. We gaan eerst van Zaragoza naar Barcelona. Dat duurt ongeveer vijfenhalf uur. Daar stappen we over op een ander boemeltje naar Figueres.  Die doet er nog eens meer dan twee uur over. De eerste trein was duidelijk, die heeft Paul ook regelmatig genomen. Maar bij het plannen van de tweede trein staat er Bus at station. Ik weet niet wat dat betekent. Sommige mensen kunnen zich compleet overgeven aan de gebeurtenissen zonder iets aan voorbereiding te doen. Soms ben ik jaloers op dat soort mensen. Maar soms ben ik ook blij dat ik (over) georganiseerd ben. Ik wil gewoon weten wat dit betekent voor mij.

De receptionist van het hotel belt voor me om te informeren maar de klantenservice van RENFE (de Spaanse NS) moet duidelijk op een cursus klantvriendelijkheid. We komen er niet uit. Gelukkig wijst Paul me op een leesfout. Er staat niet Bus at station maar Buy at station. Het zijn ook zulke kleine lettertjes! Het betekent dat je het kaartje niet online kan kopen. Toch wil ik het zeker weten dus we zijn bij het station naar de infobalie gegaan. Een Engelssprekende mevrouw helpt ons uitstekend en verzekert ons dat de fiets mee kan op beide treinen. Ze schrijft ook een briefje voor ons om de kaartjes aan het loket te kopen. Want ook daar kunnen en willen ze geen Engels. Bij het loket staan we een tijdje in de rij en worden verrast door een Engels sprekende heer die ons weer uitstekend helpt. We hebben de kaartjes (€91,10). Het enige is dat er maar één regionale trein per dag naar Barcelona gaat. Die mogen we dus niet missen en daarom kijk ik van te voren even hoe dat werkt. Waar we met de fiets erin kunnen, is de instap hoog of laag en hoe het eruit ziet.  Tot zover de voorbereiding.

Op de reisdag zelf gaat alles volgens plan. We zijn op tijd op het station om de trein van 11:16 te halen. Er staan al twee fietsen en er kunnen er drie staan. De fiets van Mevrouw van der Veeke mag, van de conducteur, gewoon op de bank zitten. En dan is het vijfenhalf uur naar buiten kijken naar het Spaanse landschap.

In Barcelona gaan er meerdere treinen naar Figueres. We hebben kaartjes voor de tweede (In Spanje koop je een kaartje voor een bepaalde trein op een bepaalde tijd) maar we zijn op tijd om de eerste nemen. Die gaat zelfs vanaf hetzelfde perron dus we hoeven niet met de fietsen van perron te verhuizen. En we nemen hem gewoon. De conducteur kijkt wel even naar de kaartjes maar doet niet moeilijk. Ook hier is het leuk naar buiten kijken omdat de trein langs de kust rijdt en we strand na strand voorbij zien komen. Om half acht stappen we in Figueres uit. Hier heb ik weer een Airbnb geboekt. Er was weinig keus. Of een hotel van een paar honderd euro. Of een Airbnb van €37. Dan neem ik natuurlijk de laatste. Het is een simpele kamer bij een familie thuis, tegenover het station. Helaas wel op de tweede verdieping dus we moeten met de tassen en de fietsen omhoog in de lift. De fietsen passen alleen rechtop erin. Maar goed, uiteindelijk staan de fietsen in de woonkamer en de tassen in de slaapkamer. Alle stress en zorgen zijn dus voor niets geweest. Maar ik ben wel blij met de voorbereiding. Zo hebben we toch een aantal verkeerde keuzes kunnen voorkomen.

Inmiddels is het al laat en moeten we nog eten. Gelukkig zijn we gewend aan het Spaanse ritme van laat eten. Alles is hier naar achteren verschoven. Ze beginnen ’s ochtends later. De hoofdmaaltijd is ‘s middags na twee uur. En ’s avonds kun je voor negen uur eigenlijk nergens terecht voor een hapje. Het is nog een erfenis van Franco die ooit voor een verkeerde tijdzone koos. En de Spanjaarden willen daar nu niet meer vanaf. Voor ons is dat nu gunstig. We nemen de laatste kans om een paella te eten. Het is een mooie afsluiting van Spanje. Morgen zijn we weer in Frankrijk.

Dag 106:

Het patroon, als we een Airbnb bij een familie thuis hebben, is inmiddels wel duidelijk. ’s Ochtends zie je niemand bij vertrek. In drie keer verhuizen we onze spullen weer naar beneden. Een lift voor alle tassen en een lift per fiets. In Zaragoza koelde het ’s nachts nog wel wat af. Hier zakt de temperatuur niet onder de 24 graden. Het is dus al warm bij vertrek.

We beginnen met een nieuw routeboekje. Het is er weer een van Benjaminse en het is de ‘Onbegrensd fietsen naar Barcelonaroute. En ook deze doen we weer andersom dus in ons geval heet het ‘Onbegrensd fietsen uit Barcelona’. We beginnen met een klimdag. We gaan weer over de Pyreneeën om uit Spanje en in Frankrijk te komen. Het is deze keer geen hoge pas. We hoeven maar tot 720 meter. Maar we beginnen wel op bijna 0. De eerste 20 kilometer gaan vrij vlak via Cabanes, Pont de Molins en Boadella d’Emporda.

De namen beginnen al Frans te klinken en we hebben een mooi uitzicht op de Pyreneeën. Bij Aguilana begint de echte klim die we gewoon gestaag doen. Het kost een paar uur en dan ben je boven. Op het hoogste punt is de grens, maar dat is niet te zien. Alleen een bordje l’Alt de Emporda. In het Frans is het de Col de Manrell.

De Spaanse weg houdt hier op. Wij gaan via een zandpad verder. Ik vermoed dat het een oude smokkelweg is. Gelukkig zijn de grenzen tegenwoordig open, anders zouden we weer illegaal een land binnengaan.

Na een kilometer of wat wordt het weer asfalt en hebben we een heerlijk afdaling met prachtige uitzichten naar beneden. In Maureillas las Illas (klinkt toch Spaans) nemen we de eerste camping die we tegenkomen. Het is goed voor vandaag. Het is fijn om weer te kamperen. Ondanks dat het een stuk minder warm is dan in Zaragoza, blijft het zweten en voelt het drukkend. Op de camping doen we zo weinig mogelijk. Gelukkig hebben we onderweg al warm gegeten, dus vanavond hoeven we alleen een boterham te maken. De Spaanse les kan opgeruimd worden en Google Translate anders ingesteld. We gaan weer over op het Frans.

(*) Spanje Exit.

Helemaal goed zo

Live for the moments you cannot put into words.

Dag 99:

Wat was het weer een fantastische dag vandaag. Heerlijk weer, mooie dorpjes en betoverende landschappen. De Extremadura was bijzonder om door te fietsen maar ik houd toch meer van dit landschap met zeeën van zonnebloemen, goudgele akkers en fraaie vergezichten.

We verlaten Santa Cruz in de vroegte. Onze gastvrouw moest er zelfs eerder voor opstaan om ons eruit te laten. Als je hier ontbijt wilt, dan kan dat pas vanaf half tien (!). Nou, dan hebben wij de eerste 25 kilometer er al op zitten. Ik maak gewoon op de kamer een muesli en fruit ontbijtje en we gaan. Ook nog veel goedkoper. Afijn, we trappen naar Castillejo de Roblodo. Een gat met een paar huizen maar hier wordt wel een aardige wijn geproduceerd. Daarna naar Langa del Duero.

Hier hopen we koffie te vinden en voor de bar van de piscine municipal zien we ook meerdere mensen zitten. Maar de bar blijkt gesloten en de mensen zitten hier voor de gratis wifi. In het dorp kunnen we ook niets vinden dus uiteindelijk zitten wij ook voor de piscine maar dan om een eigen koffie te maken en gebruiken en-passant ook de wifi.

Naar San Esteban de Gormaz fietsen we door een agrarisch landschap met eindeloze velden zonnebloemen, gemaaide graanvelden en lage -mij onbekende- gewassen die besproeid worden.

En een achtergrond van heuvels die hier en daar besprenkeld zijn met resten van kastelen. Het is heerlijk om door de sproeiers heen te fietsen om een beetje af te koelen.

Zo komen we enigszins vochtig in San Esteban aan. En als je de bocht om komt en het dorp in zijn volle glorie ziet liggen, dan valt mijn mond in elk geval even open.

Hier nemen we een lange pauze en bekijken het dorp van uiterst links tot uiterst rechts. Links is het oudere gedeelte met de fraaie Romaanse San Miguel kerk waar we naar omhoog lopen. Je hebt hier ook goed uitzicht op het kasteel. Aan de rechterkant is het nieuwe gedeelte met de winkels. We zoeken eigenlijk weer een café met raciones maar meer dan een paar pinchos kunnen we niet vinden. Want vanavond zitten we in ‘the middle of nowhere’ en daar is geen restaurant of bar. We hebben inmiddels wel brood en beleg, dus verhongeren zullen we niet.

Na San Sebastian komen we door een gebied met veel fruitteelt. Kilometerslang rijden we tussen de boomgaarden door. Daarna moeten we wat omhoog klimmen en dan zien we pas de omvang van deze boomgaard. Op de foto hieronder lijkt het een meer maar het is boomgaard die met netten is afgedekt.

Aan de andere kant van de klim dalen we af door alweer een prachtig landschap met heuvels, kalksteen en kronkelende wegen. Op de achtergrond zien we het kasteel van Gormaz steeds dichterbij komen. We zagen het vanochtend al in de verte liggen, maar nu fietsen we er onderlangs. Een gedeelte lijkt gerestaureerd. Het moet, met zijn 390 meter lengte, een imposant geval zijn geweest in zijn hoogtij dagen. Het is in 790 gebouwd door emir Abd-Er-Rahman en dus een Moors kasteel dat verdedigde tegen christelijke invallen.

Hier zit ook onze overnachting in de buurt. La Casa Grande de Quintanas de Gormaz blijkt een on-Spaans koloniaal-achtig huis te zijn met een prachtige smaakvolle inrichting en een begripvolle gastvrouw, Marie-Jose, die weet waar ik nu het meest behoefte aan heb.

Daarnaast is ze bereid om vanavond voor ons een maaltijd te koken. We eten heerlijk met een lokale wijn en groenten uit eigen tuin. Ze proberen zo ecologisch mogelijk te leven door hun eigen groente te telen, vee te houden (en op te eten) en ze hebben zonnepanelen. Dat laatste zie je hier weinig (particulier). Van Marie-Jose begrijpen we dat de politiek hier nog niet helemaal klaar voor is. Bij ons krijg je subsidie, hier moet je er een extra belasting over betalen. Op ons balkon met uitzicht over de velden zitten we de avond uit en beseffen we hoe goed we het hebben, dat we dit allemaal mee mogen maken.

Dag 100:

Marie-Jose is heel flexibel en zo kunnen we al om half acht ontbijten. En het is een goed ontbijt, dus we kunnen er weer even tegen. Het kasteel van Gormaz ligt er in het ochtendlicht nog mooier bij dan gisteren.

Via Morales komen we in Berlango de Duero. Hier staat wederom het restant van een kasteel op de heuvel. Wij gaan door een van de stadspoorten naar de Plaza Major. Er is één bar open maar dat is genoeg voor onze koffie. Bij de apotheek staat een rijtje mensen te wachten op de apotheker. Ze nemen het hier niet zo nauw met de openingstijden. Even later zie ik hem uit de kroeg komen en de deur open doen.

We zitten nu in de provincie Soria. Ze zeggen dat het een van de leegste van Spanje is en dat kunnen we duidelijk zien. Andaluz is zo’n klein, leeggelopen dorpje. Bij de waterpomp hebben we een leuk gesprekje met een oudere (86 jaar) Spanjaard. Hij heeft heel lang in Duitsland gewerkt en diept wat van die talenkennis op. Mensen halen vaak water uit de (natuurlijke) bron omdat het lekkerder is dan het chloorwater dat hier uit de kraan komt.

Via de wandel/fietsroute van Senda del Duero gaan we verder. Het is een mooi pad maar wel erg stoffig. Langs de Duero strijken we neer voor een korte siësta.

In Almazan heb ik een hostel/hotel geboekt aan de Plaza Major. Als we er aankomen, is het nog rustig. Bij de buurman kunnen we een menu del dia krijgen en dan gaan we naar onze kamer die een sauna blijkt te zijn maar waar we toch maar gaan zitten. Zolang je niet beweegt, zweet je niet. Mevr. van der Veeke neemt dat wel erg letterlijk en valt meteen in slaap. ’s Avonds storten we ons in het Spaanse nachtleven dat zich vooral op straat en de terrassen afspeelt.

We hebben wat te vieren. Het is de honderdste dag dat we op pad zijn en vandaag zijn we de 5000 kilometer gepasseerd. Een goede reden om te proosten.

Dag 101:

Het was een slechte nacht. En het is geen goed plan om een kamer te boeken aan het centrale plein boven een bar. De kamer heeft wel geluidsisolerende ramen maar als het binnen een sauna is, dan wil je die ramen toch graag open doen. En als je dat doet, dan wordt het wel wat koeler maar dan lig je vol in de polonaises van het plein. En die gingen tot half vijf door. Maar goed, het zij zo. Soms zit het mee, meestal zit het tegen…

In Almazan zoeken we in alle vroegte nog een bakker op want de verwachting is dat we vandaag niets tegen gaan komen. Het is een verwachting die uitkomt. Soria is inderdaad leeg en dat werd vandaag pijnlijk duidelijk. De meeste dorpen die we tegenkomen zijn compleet vervallen. Er is nog een enkele boer die er woont om de enorme landerijen te bebouwen. Een beetje een trieste bedoening. De leegloop is een algemeen probleem zoals je hier kunt lezen. En dus ook geen bar, we maken gewoon zelf weer een koffie voor de kerk of langs de weg. De route is knap inspannend vandaag. Het golft de hele dag op en neer. De temperaturen lopen weer op zodat we de natte T-shirt tactiek weer toepassen. Bij een waterplek maken we de jurk of T-shirt helemaal nat en trekken hem weer aan. Heerlijk om zo’n koude lap op je bast te hebben. Door de verdamping van het water blijf ik lekker koel.

Naast de landschappen is er niet zoveel meer te zien. En wat betreft de bezienswaardigheden, kerken, mooie dorpjes en fraaie straatjes voel ik me een beetje als een kind in een snoepwinkel die vrijelijk mag snoepen. Op een gegeven moment heb je genoeg gehad. Je bent nog niet misselijk maar je hebt ook geen behoefte meer aan een snoepje erbij. Daarom laat ik het bij een paar landschapsfoto’s van de dag.

De overnachting vandaag was een probleem. Aangezien het zo leeg is hier en de dorpen leeggelopen, kon ik niets vinden. Op de site van de route zag ik gelukkig een berichtje van een Nederlands echtpaar dat een kamer aanbiedt, even van de route af. Zo komen we bij Willem en Klien in Reznos terecht. Ook een leeggelopen dorp dat zij weer een beetje leven proberen in te blazen. Wij zijn er blij mee, temeer omdat we ook een vorkje mee kunnen prikken en we in een authentiek Spaans huisje kunnen slapen. Het zal hier in elk geval rustiger zijn dan afgelopen nacht.

Dag 102:

Het wordt steeds warmer en dat heeft ook tot gevolg dat het ’s nachts nauwelijks afkoelt. Ik kan hier weer gewoon zonder jas vertrekken want het is om 8 uur al 22 graden. Vandaag hebben we weer een leeg stuk land. Eerst nog een deeltje Soria en dan steken we over naar Aragon. Het wordt hier meer hobbit-land. Hoge heren kijken op je neer met hun ongeschoren hellingen. Het zijn woestelingen die weer prachtige uitzichten geven. Ertussen een aantal dorpjes die nog in de middeleeuwen lijken te bestaan. We passeren Aranda de Moncayo, Jarque, Gotor en Illueca. We dalen langzaam af van de hoogvlakte waar we de laatste weken op zaten. Toen zaten we meestal tussen de 1000 en 1200 meter. Vandaag eindigen we op 400 en morgen gaan we nog lager.

Na het middaguur wordt de hitte verstikkend. Het liefst zitten we dan ergens in de schaduw of binnen. Meestal lukt het om rond deze tijd aan te komen. Vandaag zitten we weer eens in een Auberge. Is relatief goedkoop en mijn inschatting is dat we de kamer niet hoeven te delen. In de praktijk blijkt dat we de hele hostel niet hoeven te delen. Het is lekker koel en in de middag kan ik mijn boek uitlezen. Morgen gaan we door naar de braadpan die Zaragoza heet. We willen proberen weer een uurtje eerder te vertrekken om van de ochtendkoelte gebruik te maken. En omdat er meer dan 80 kilometer op het programma staan.

Alles is anders

A journey is like a marriage.  The certain way to be wrong is to think you control it. – John Steinbeck

Dag 95:

Op zondagochtend door Segovia rijden is magisch. Er is haast niemand op straat en dat geeft het viaduct een andere uitstraling, mede door het ochtendlicht. We gaan buitenom Segovia heen dus we zien het kasteel uit een andere hoek. En we zien verschillende ballonnen in de lucht hangen. Die maken gebruik van het heldere weer en de ochtend om Segovia op zijn mooist te zien. Volgens de Lonely Planet is dat het mooiste wat je kunt doen in Segovia. Het is zonnig vandaag na de grijze dag gisteren. Het lijken wel Franse temperaturen met negen graden, dus ik diep mijn jasje onder uit de tas op en Mevr. van der Veeke rijdt het eerste stuk met handschoenen aan.

Het grootste deel van de dag zitten we op een via verde. Deze keer de Via Verde del Valle del Eresma. Op zondag worden die bevolkt door, veelal oudere, mountain-bikers. De route loopt buiten de dorpen om dus we komen pas na 50 kilometer in de bebouwde kom. Gelukkig hebben we in Segovia nog een bakker kunnen vinden die open was en daar hebben we wat lekkers voor bij de koffie gekocht. Aan de via verde zoeken we een steen op en hebben koffie met gebak.

Dat is bij Nava de la Ascuncion en inmiddels loopt het tegen enen. Wij besluiten te doen wat de Spanjaarden ook doen op zondag om een uur. We strijken neer op een terras, bestellen wat te drinken en wat pinchos. Dit zijn kleine hapjes, in ons geval wat gebakken stokbroodjes belegd met lekkers. Het is even heerlijk bijkomen in de schaduw.

Maar goed, Coca en de camping lokt, dus we gaan verder. In Coca staat een van de mooiste kastelen (waarin de Moorse Mudejar invloeden duidelijk te zien zijn) van Spanje dat op zondag blijkbaar dicht is en er is geen kip. Het ziet er prachtig uit, een sprookje. Daarna zoeken we de camping op, die iets buiten het centrum ligt. Ik maak me wat zorgen of hij er wel is, ondanks dat ik gisteren WhatsApp contact heb gehad. Ik heb geen enkel bordje erheen gezien. Mijn zorgen zijn voor niets want 100 meter voor de camping staat een bordje en hij is er wel. En we kunnen er wat eten want we hebben geen boodschappen kunnen doen onderweg. Er wordt voor ons een verse salade gemaakt en we bestellen Serojas, zonder te weten wat het is. Het blijkt een kruising te zijn tussen flammkuchen en pizza. Met de buik vol zoeken we een plaatsje in de schaduw op de camping om de tent op te zetten. Er is één andere gast en die gaat in de loop van de middag weg. Weer alleen op de camping dus. De rest van de dag rusten we uit. De enige inspanning is als ik af en toe naar de bar loop voor een nieuw koud biertje. Het was een fietsdag zoals een fietsdag hoort te zijn.

Dag 96:

Ondanks dat we niet heel vroeg vertrekken, moeten we David, de campingbaas, toch uit zijn bed halen om ons van de camping te laten. Alle hekken zijn op slot. Het is zondag en lekker rustig op de weg. Alles is anders hier. De temperatuur, het weer en met name het landschap. Het landschap waar we ’s ochtends door komen doet me veel denken aan Les Landes in Frankrijk. Veel naaldbossen, stuifzand en kaarsrechte lange wegen. Het verschil dat hier de bomen wat verder uit elkaar staan om het schaarse water beter te verdelen en dat er (nog steeds) veel hars wordt gewonnen. Alle bomen bloeden hier.

In Ceullar komen we in een grotere stad. Hier is een Chinese winkel die een soort kruising tussen de Action en Blokker is en daar koop ik een waslijn en wasknijpers. Mijn onderbroekjes kunnen weer lekker wapperen. Ook zoeken we hier de fietsenmaker op. Die is helaas gesloten zoals veel winkels hier op maandagochtend. Vroeger (of nog steeds) was dat in Nederland ook zo. Maar ik ben zo gewend aan het feit dat je bij ons ten alle tijden in de winkel terecht kan, dat ik hier soms op het verkeerde been sta. In Cuellar is wel een mooi kasteel uit de 11e eeuw.

Vanaf hier neigt het wegdek licht naar beneden en dat fietst heerlijk. Zeker omdat de wind ons ook nog een duwtje in de rug geeft. Het landschap verandert. Je ziet hier veel ‘losse heuvels’ in het landschap staan. En daartussen veel landbouw en veeteelt. Het graan is inmiddels van de velden dus die zijn goudgeel met kastelen van hooibalen. Ik vind het een prachtig uitzicht.

Op een van de heuvels is het kasteel van Penafiel gebouwd. Het ziet er imposant uit maar schijnt vrij smal te zijn. Penafiel is een behoorlijk stadje. We zoeken hier de winkel op om eten te kopen. De camping, El Riberduero, is de duurste tot nu toe (€28,40) maart het is een erg mooie camping met veel schaduw, grote plekken en rust.

Dag 97:

We merken dat het lijf wat moe is en extra rust wil. Na bijna 100 dagen reizen is deze vermoeidheid wat chronischer. We willen goed voor dit lijf zorgen dat ons al zo ver gebracht heeft. En het is hier een mooi plekje, dus we houden nog een dag rust. Dat geeft mij gelegenheid een peluqueria te zoeken. Dat lukt, maar ik zat wel met samengeknepen billen toen ze de tondeuse erin zette en het leek alsof ik kaal geschoren werd. Maar het resultaat is volgens Mevr. van der Veeke weer prima.

Ik kijk ook even in het stadje rond. Het is een stadje zoals zo velen die we al gezien hebben. Alleen het Plaza del Coso is bijzonder. Het is een plein met gewone huizen er omheen. Op het plein ligt de arena  voor stierengevechten (doen ze dat nog?) en de rechten om vanaf de balkons van de huizen te mogen kijken ligt niet bij de bewoners maar bij de gemeente die de plekken aan de hoogste bieder verkoopt.

En voor de rest doen we lekker rustig aan zodat de volgende kilometers net zo plezierig zijn als de vorige.

Dag 98:

Het is een frisse dag maar dat vinden we niet erg. Het wordt nog warm genoeg later op de dag. Het is fijn om weer op de fiets te zitten. Zoals eerder gezegd is het landschap hier heel anders dan voor we de Sierra de Guaderama overstaken. Hier zie je velden met gewassen. Groene druiven en mais, geel als het koren geoogst is, Daartussen kale heuvels, met vaak een kasteel erop. We zitten nu in het gebied van de rivier de Duero, iets wat je vaak in de plaatsnamen terugziet. Er worden veel druiven verbouwd in dit Ribera del Duero wijngebied, met name de Tempranillo druif (Fino tinto).  Hierbij zijn Penafiel en Roa de Duero het belangrijkste leveranciers van de druiven. En Aranda de Duero is het centrum omdat er veel bodega’s zitten Deze hebben grotten in de heuvels om de wijn bij constante temperatuur op te slaan. En die grotten zijn onderling verbonden met een gangenstelsel.

Wij banen ons eerst een weg naar Roa de Duaro. Via drukke en minder drukke autowegen. Op het pleintje doen we een koffie terwijl de lokale bevolking al aan het bier en de wijn zit. Daarna door naar Aranda de Duero. Dit is een minder inspirerend stuk. Langs een autoweg, lange wegen en een oostenwind tegen. Het enige voordeel is dat het helemaal vlak is. Het laatste deel is een mooi paadje langs de Duero. Aranda is een grotere stad met meerdere fietsenmakers. Ik ben nog steeds niet gerust op mijn krakende trapas. Inmiddels weet ik dat er of speling in de cranks zit of in de trapas. Ik vind een fietsenmaker die deze voor mij wil aandraaien. Daarna is het iets beter, maar nog niet over. Blijft alleen nog de trapas over en die vervangen vertrouw ik niet elke fietsenmaker toe. Ook eten we hier wat en doen we boodschappen voor vanavond.

We hebben weer de luxe van een hotel. De komende 250 kilometer is er geen camping dus we moeten terugvallen op andere overnachtingen. En de eerste hebben we in Santa Cruz de la Salceda. De stadjes hier zien er authentiek en net zo mooi uit als hun namen klinken. In Fuentelceped bewonderen we de zandstenen huizen en slaperige pleintjes. Die komen ’s avonds pas tot leven als de hele bevolking uit hun huizen komt om de dag door te nemen. Het voelt hier als een zwoele zomeravond.

Wandelvakantie

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Dag 91:

We zorgen dat we weer vroeg op de fiets zitten. De klim van gisteren heeft ons bijna boven gebracht, dus we beginnen met een gemakkelijke afdaling. De weg is net opnieuw geasfalteerd dus we zoeven naar beneden. Het compenseert een klein beetje het slechte wegdek dat we een groot deel van de rest van de dag hebben.

In Pelehustan slaan we af naar links. We zitten hier in niemandsland dat we doorkruisen via een oud weggetje dat naar een groeve toe leidde. Erg rustig maar ook erg slecht wegdek. We klimmen stuiterend weer naar 900 meter en dalen dan weer een stuk met ingeknepen remmen en aangeknepen billen. Het is vandaag weer warm maar we hebben veel schaduw van de bossen waar we doorheen fietsen. Daarnaast houden we vandaag verschillende keren het t-shirt onder de kraan. Door de verdamping van het water koel je zo een paar graden af. In dit gebied zien we veel steengroeves waar enorme hoeveelheden marmer klaar liggen. Zou iemand dat nog gaan kopen?

Afgezien van het klimmen, dalen en de fraaie landschappelijke uitzichten gebeurt er vandaag niet zoveel. Zo komen we redelijk op tijd bij Pelayos de la Presa aan. Daar zitten twee campings. Camping la Infermeria, die niet zo goed uit de recensies komt maar aan de route ligt en camping La Ardilla Rojo waar we weer honderd meter voor moeten klimmen maar beter schijnt te zijn. We gaan eerst voor de camping aan de route. Die lijkt gesloten te zijn maar als we er staan komt er iemand aan die er tuinwerk doet. Die belt iemand die ons te woord staat, maar op zijn beurt ook weer iemand anders moet opbellen om te vragen of we er kunnen staan. Dat kan en het kost €18. Dat is wel prijzig voor een camping zonder voorzieningen (want alles is dicht) maar hij laat ons een plekje in de schaduw zien dus we zijn al snel verkocht. We lijken weer een van de weinige gasten te zijn maar later op de dag komt er toch van alles aan vaste gasten binnen. Wij brengen de middag in de schaduw door en dat blijkt toch prettiger te zijn dan in de zon op de weg.

Dag 92:

Vandaag staan er maar 45 kilometers op het programma. Dat lijkt weinig, maar we zijn er wel de hele dag mee bezig. Klimmen in de zon is niet fijn. Maar klimmen door een rivierbedding is ook geen feest. En dat is wat we vandaag meerdere keren moeten doen.

De route leidt ons vandaag eerst een stukje over een via verde langs de Rio Alberche. Zo in het ochtendlicht, ligt het er als een plaatje bij. Het is helaas maar een kort stukje en dan moeten we over een keienpad weer uit het dal omhoog zien te komen. De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.

Gelukkig hebben we daarna weer asfalt en via Navas del Rey, Chaperia, Colomar de Arroyo en Fresnedillas de la Olivia gaan we richting El Escorial. Hiervoor moeten we klimmen naar 1100 meter. Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten. Hier is niet te fietsen, zelfs niet door ons en zeker niet met 25 kilo bagage. Ook hier loop ik weer hele stukken. Het lijkt wel een wandelvakantie. Door deze ontberingen vergeten we haast naar het landschap te kijken. Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is. En dat scheelt een hoop. Hier ronden we ook het eerste deel van de Ruta Iberica (en dat is voor ons het tweede boekje) af.

El Escorial is bijzonder. Waar vind je een gebouw met 4000 (!) slaapkamers? We zien het van buiten want we zijn er in 2001 al geweest toen ik een half jaar in Madrid werkte. We willen liever naar de camping om uit te rusten. Iets voorbij El Escorial is een grote familiecamping met zwembaden en alle toeters en bellen. De prijs is er ook naar want niet eerder betaalde ik €28 voor een nachtje kamperen. Wat voor ze pleit is dat ze nog een (ruim) tentenveld hebben. In deze tijd waarin haast niemand meer met de tent kampeert, is dat bijzonder. En er staan zowaar een aantal tenten. Allemaal Spanjaarden, we komen hier nauwelijks toeristen tegen. We komen ook geen fietsreizigers tegen. Af en toe een wielrenner maar niemand met tassen. Blijkbaar zijn wij de enige gekken die dit in de zomer doen.

Minpunt is wel dat ik mijn waslijn vergeten ben bij de vorige camping en dat is een groot gemis. Meestal is het eerste wat ik doe; na aankomst de waslijn ophangen zodat mijn kleding kan uitwaaien en drogen na het wassen. Het voelt alsof ik mijn kind vergeten ben op de parkeerplaats. Maar zo snel mogelijk op zoek naar een ander kind. In de super hebben we een fles sangria gekocht. En bij de bar kan ik een zak met ijsklontjes kopen. Die twee samen blijkt een gouden combinatie die ons de middag en avond doorhelpt.

Dag 93:

De enige manier om de camping te bereiken was via een drukke weg. En dat is ook de enige manier om er weer weg te komen. We bijten op onze tanden en gaan over een smal strookje, naast de auto’s, richting Guadarrama. Gelukkig hebben de automobilisten in Spanje het beter voor met fietsers dan in Portugal. Ze nemen de tijd, gaan met een ruime boog om je heen en vaak krijg je ook nog een duim omhoog.

In de route van vandaag zit de hoogste top. Dat is de Puerto de Navacerrada met 1860 meter. Op de camping zitten we op ongeveer 1000 meter. Cercedilla ligt op ongeveer 1200 meter. Vanaf daar klim je naar de Puerto de Navacerrada. En dan daal je weer af naar Segovia, wat weer op 1000 meter ligt. Dus 800 meter klimmen en 800 meter dalen. Maar… er zijn ook andere mogelijkheden.

Je kunt in Cercedilla de trein pakken naar Segovia. Die gaat door de tunnel en dan sla je de klim en de afdaling over. Er is ook een smalspoorlijntje dat je boven naar de pas brengt. Het is daar een wintersport gebied, maar in de zomer rijdt dit treintje ook een paar keer per dag. Dan heb je niet de klim, maar wel de afdaling. En dat is precies wat we doen. We zijn op tijd om de eerste rit van 9:35 te halen. Voor €9,20 p.p. zijn we in een half uurtje boven. En dan hebben we een heerlijke afdaling. Helaas zonder uitzichten want er staan overal hoge bomen langs de weg, maar als je een fietser bent, weet je dat de afdaling het uiterste genot is. Zelfs zonder uitzicht.

In de afdaling komen we langs La Granja de San Ildefonso. Heel vroeger stond hier een jachthut, gewijd aan Sint Aldefonsus, voor de koningen. Deze werd in beheer gegeven aan de monniken die hier een boerderij (granje) stichten (vandaar de naam). Daarna liet koning Felipe V hier een soort van Versailles bouwen met prachtige romantische tuinen die je gezien moet hebben. Dat willen we graag doen maar de bewaking daar is allergisch voor fietsen. Nadat we eerst ruzie krijgen met een suppoost, worden we even later nagefloten door een bewaker. Met net zo’n fluitje als de veldwachter ongeveer 100 jaar geleden in Nederland had. Kortom, we worden min of meer het dorp uitgejaagd.  Zodra het woord ‘romantisch’ op de proppen komt is Mevr. van der Veeke niet te stuiten. Ik pas dus op de fietsen terwijl zij toch een kijkje gaat nemen. De tuinen zijn mooi maar de fonteinen staan in de zomer allemaal uit en daardoor mist het toch een beetje het sprankelende.

Hierna dalen we door naar Segovia. De camping zit voor het dorp en we vinden een prachtig plekje. We besluiten hier een dag extra te blijven om Segovia beter te kunnen bekijken.

Dag 94:

Het is twintig graden kouder dan een paar dagen geleden. Het lijkt alsof we in een ander landschap en een ander weertype zijn gekomen door het passeren van de berg. Vandaag is bewolkt, het regent zelfs even. Prima weer om een stad te bezoeken.

Segovia wordt gezien als een van de mooiste steden van Spanje. En na er geweest te zijn, kan ik dat alleen maar beamen. Er is heel veel gerestaureerd, eigenlijk is elke straat mooi. Er is een bijzonder viaduct, een sprookjes kasteel en mooie kerken. En veel huizen hebben een sjiek patroon in de muren. Er is één ding wat niet voor hun spreekt en dat is het streekgerecht. Dat bestaat uit compleet geroosterde baby-varkentje (conchinillo asado). Op de plaatjes ziet het er erg zielig uit. De bedoeling is dat je het geroosterde beest opensnijdt, opeet en daarna het bord stukgooit.

Segovia is wederom Unesco werelderfgoed en het is een mythische stad. Er wordt gefluisterd dat hij gesticht is door de god Hercules of de zoon van Noah (je weet wel van die klimaatverandering een tijd geleden). De stad bestond al toen Jezus op aarde rondliep. Eerst Romeins, later zaten de Moren hier totdat ze in de 10e eeuw eruit gegooid werden. In de middeleeuwen was het populair bij de adel  en daarna vergeten totdat in 1960 het toeristenbureau een campagne startte. En terecht want er is veel moois te zien.

Allereerst natuurlijk het aquaduct dat dwars door de stad loopt. Gebouwd in de eerste eeuw door de Romeinen. Een kunststukje met 20.000 stenen en geen druppel cement. Met 163 bogen en 28 meter hoog zorgde het voor de aanvoer van water in de stad.

Alcazar is van een andere orde. Gelegen aan de rand van de stad, is het een sprookjes kasteel met Arabische invloeden. De naam komt van het Arabische All -qasr (fort). De fundamenten staat er al in de Romeinse tijd en in de 13e-14e eeuw is het herbouwd. Helaas compleet afgefakkeld in 1962 en toen weer opnieuw gebouwd, met een beetje extra. Mocht je een Disney-fan zijn en het komt je bekend voor, dan komt dat omdat het model stond voor kasteel van ‘de schone slaapster’ in Orlando.

De kathedraal is ook prachtig, alleen al van buiten. We gaan er niet in want we hebben inmiddels zoveel kerken gezien. Ze hebben er 200 jaar over gedaan en van binnen zijn er 20 kapellen.

Verder struinen we nog wat door deze, best grote, stad waarbij we nog wat van de bezienswaardigheden bekijken. Het is gewoon een fijne stad om in te zijn omdat alles zo opgeruimd, mooi en gerestaureerd is. Kortom, de moeite waard om een keer te bezoeken.

The heat is on…

The thing with heat is, no matter how cold you are, no matter how much you need warmth, it always, eventually, becomes too much. – Victoria Aveyard

Dag 83:

Als je ooit in Vila Vicoza terecht komt, neem dan een overnachting in Casa do Colegio Velho. Prachtig huis, prachtige badkamer (ik heb nog nooit zoveel marmer gezien) en een optimale gastvrijheid. De eigenaresse lijkt wel een adellijke freule en komt ’s ochtends nog even in haar peignoir bij ons ontbijt zitten om verhalen te vertellen over vroeger. Als we vertrekken krijgen we een doosje met zelf gebakken cake mee.

Wij gaan eerst richting Elvas en dat begint met een afdaling waarmee we de eerste tien kilometer nauwelijks wat hoeven doen. Tijd voor koffie dus en dat hebben ze in Sao Romao, waar de oude mannetjes op een bankje sterke verhalen zitten te vertellen maar stilvallen als Mevr. van der Veeke met haar helm-hoed langs komt.

In Elvas zoeken we het Amoreira aquaduct op dat in de 16e eeuw gebouwd is om de stad van water te voorzien. Een indrukwekkend bouwsel zoals het er nu zelfs nog staat. Ze moesten wel want de enige voorziening was een antieke Moorse waterput. Verder is Elvas een vestingstad en dat kunnen we zien aan de dubbele muren en poorten. Het was lastig binnen komen hier. Niet alleen door de poorten, we moeten er ook een flink stuk voor omhoog. Ondanks dat het een Unesco site is, vind ik het geen stad met een bijzondere uitstraling.

Wat omhoog gaat, moet ook weer naar beneden dus de eerste kilometers naar Badejoz krijgen we cadeau. Het landschap is hier zo mogelijk nog leger. Badejoz is Spaans, dus we gaan hier ook weer de grens over en verliezen meteen een uur. Dat vinden we op zich niet erg want dan zijn we vanaf nu vroeger op pad en dan is het nog relatief koel.

In Badejoz heb ik een hostel geboekt maar daar is wat mis. Wat begrijp ik niet want we lopen hier meteen weer tegen de taalbarrière aan. Mijn Spaans is rudimentair en hun Engels is niet bestaand. Maar we zijn in een ander hostel geplaats, een klein stukje verderop. En de meneer daar spreekt Engels én heeft net een leerboek Nederlands aangeschaft. Verder is hij erg vriendelijk en behulpzaam. De fietsen kunnen op de binnenplaats en wij kruipen in de kamer met de airco aan.

Tegen de avond gaan we de stad in. Badajoz is de grootste stad van de Extremadura en zo dicht bij de grens heeft het vele vijandelijke schermutselingen meegemaakt. Gelukkig is het centrum redelijk compact zodat we een rondje kunnen maken over het Plaza de Espana, Plaza Alta, de Alcazaba de Bajoz (Moorse vesting) en de leuke straatjes in de stad.

Tegen zeven uur beginnen we wel wat trek te krijgen, maar we moeten weer wennen aan het Spaanse ritme. De eetgelegenheden gaan hier pas om negen uur open. Dat valt niet mee. Gelukkig kan er wel gedronken worden en tapas besteld. Ik heb het gevoel dat we hier de enige toeristen zijn, zo ver in het binnenland. Vandaar dat niemand een andere taal dan Spaans spreekt, zelfs de jongelui niet. Wat ze wel veel doen hier is erg luid praten. Met name het personeel in een bar zit tegen de schreeuwgrens aan als ze wat tegen elkaar zeggen. Voor morgen hebben we een flink traject op de rol staan. Maar wel vlak én langs het water. En hopelijk kunnen we dan weer kamperen. Dan kunnen we tenminste zelf bepalen hoe laat we willen eten.

Dag 84:

Om de hitte te ontlopen willen we zo vroeg mogelijk op pad. Ik heb de wekker op half zeven gezet maar zie dat het dan nog donker is. Pas om kwart over zeven komt de zon op. We draaien ons nog een keer om en zitten om acht uur op de fiets.

Het is fiks bewolkt en even lijkt het alsof het gaat regenen. Maar dat is schijn. Uiteindelijk blijft de bewolking tot een uur of een. Na tweeën is het weer erg warm. Maar dan hebben wij onze 70 kilometer er al opzitten. Vlak buiten Badajoz komen we bij het Canal de Montijo en daar blijven we ook zo’n 60 kilometer naast zitten. Soms links en soms rechts. Het water wordt gebruikt om de landbouw te voorzien. We zien veel mais, rijstvelden, olijf- en fruitbomen hier. Mevr. van der Veeke kan het niet laten om een pruim te stelen. Hij blijkt later heerlijk te smaken.

Merida is de hoofdstad van de Extremadura en is een verzamelplaats van oude Romeinse overblijfselen. Maar er zijn ook nog veel Moorse invloeden te zien. We komen binnen via de Romeinse brug en zien op de heuvel de Alcazaba al liggen. In deze stad struikel je over de Romeinse brokstukken. Je moet wel bijna overal voor betalen als je ze wilt zien. Dat willen wij niet (het betalen én het zien) dus we fietsen even langs een paar high-lights waarvan de tempel van Diane de mooiste is.

De camping blijkt aan de snelweg te liggen, dus we moeten een stuk over de vluchtstrook. En daar zitten we in de schaduw de middag uit. ’s Avonds koken we onze eigen maaltijd, zoals gepland.

Dag 85:

De routine van het opstaan zit er nog niet helemaal in. Ik ga er om zeven uur uit, maar om half negen zitten we pas op de fiets. Wat gebeurt er dan in die tijd? Nou, opstaan (beiden), douchen (ik), yoga (Mevr. van der Veeke), slaapspullen opruimen (Mevr. van der Veeke), ontbijt maken (ik), afwassen (ik), tassen inpakken (beiden), tent opbreken (beiden) en vertrekken (beiden). Het blijkt dat we daar gewoon anderhalf uur voor nodig hebben. Morgen maar weer wat vroeger eruit.

Het begint helaas als een stralende dag. Gisteren hadden we ’s ochtends nog wat bewolking waardoor het langer koel blijft. Vandaag gaat de koperen ploert meteen op volle kracht. Misschien omdat het voor ons een feestelijke dag is, want we zijn 31 jaar getrouwd.

Trouwdag selfie.

Qua route is het niet bijzonder. We zitten veel op of langs een drukke weg. Na een kilometer of 15 komen we weer langs een kanaal. Deze keer is het Canal de Orellana. Er stroomt flink wat water in om de velden te voorzien van water. Alleen het gurgelen van het water geeft al verkoeling. Maar het is in werkelijkheid ook gewoon koeler langs het water.

We hebben een korte dag van 40 kilometer. Hier in het binnenland zijn weinig campings en vaak liggen ze te dichtbij of te ver. Zelfs het vinden van andere accommodatie is een probleem waar ik veel tijd aan besteed. Op de afstanden die wij willen (en kunnen) fietsen is niets (betaalbaars) te vinden. Maar uiteindelijk is het gelukt door er vandaag een korte dag van te maken, morgen iets uit de route te gaan en overmorgen hebben we dan weer een camping. Ook de boodschappen doen is plannen. Voor negen uur en na twee uur zijn de winkels gesloten. In de periode dat ze wel open zijn, moeten we maar net door een dorpje komen. Het wordt steeds leger, dus ook steeds lastiger om brood en beleg te vinden.

Maar de korte dag is helemaal niet erg. We zijn lekker vroeg op de mooiste Spaanse camping tot nu toe. Camping E.L. 301 even voor Miajadas heeft een groen grasveld, een plekje tussen de bomen, een zwembad en een (weg)restaurant. Van de kinderen hebben we wat geld gekregen om deze feestelijke dag te vieren en daarmee kunnen we precies het menu del dia betalen. Maar de camping ligt ook langs de snelweg (niet heel storend) en we moeten hier € 4,30 voor de fietsen betalen. Heel bijzonder.

We buiken uit in de schaduw en af en toe een bezoek aan het zwembad. Ik geloof dat we een goede manier hebben gevonden om de warme middagen door te komen.

Dag 86:

Het lijkt erop dat we nu de juiste opsta-tijd hebben gevonden. Mevr. van der Veeke is er om zes uur uitgegaan om yoga te doen. Ik draai me nog een half uurtje om en daarna begint het inpak en ontbijt circus. Ruim voor 8 uur zitten we op de fiets. Het is nog 19 graden dus lekker koel. Zelfs de zonnebloemen zijn nog niet wakker.

Vandaag komen we één plaats tegen; Miajadas. Het is het dorp van de tomaat. We zagen al eindeloze velden met (lage) tomatenplanten en die eindigen allemaal hier. Ze hebben volgende week zelfs een tomaten festival. We zijn nog te vroeg voor de supermarkt, dus we nemen eerst een koffie.

Daarna komen we weer langs het Canal de Orellana.

Een heerlijk rustige weg waar je eigenlijk niet in mag, dus we zien alleen maar verkeer dat met het kanaal te maken heeft. Een paar auto’s dus. En een kanaal-inspecteur op een brommertje dat langs tuft en even een praatje maakt. Hij waarschuwt ons om niet in het kanaal te gaan zwemmen, dat is gevaarlijk. Hij vraagt waar we vandaan komen en zijn mond valt open als ik hem onze route laat zien.

Om half een zijn we al op onze eindbestemming. We zijn vroeg op pad gegaan, het is vlak en Mevr. van der Veeke fietst tegenwoordig als Joop Zoetemelk / Bernard Hinault / Greg Lemont / Geraint Thomas (* doorhalen wat niet je favorieten zijn of kies afhankelijk van je geboortejaar). In Madrigalejo heb ik een hostel geboekt. We moeten hier wel zes kilometer voor omfietsen maar het is het waard. We krijgen een mini-appartementje met keuken, eettafel, bank, badkamer, bed én airco. En we mogen gebruik maken van de wasmachine. In de koelte van de kamer brengen we onze middag door waarbij ik alle tijd heb voor de foto’s, verslagen, mail en andere zaken.

Op de blog zie ik ook een kleine reden tot festiviteiten. De blog is meer dan 100.000 keer bezocht. Alle lezers bedankt. Dit geeft me het gevoel dat ik het niet alleen voor mezelf doe.

Huiswaarts

But after we have been travelling a long while, after too many nights in hotel rooms or on the beds of friends, we typically feel a powerful ache to return to our own furnishings, an ache that has little to do with material comfort per se. We need to get home to remember who we are. – School of Life.

Dag 77:

Met enige weemoed nemen we afscheid van ons huisje van de afgelopen dagen. Het voelde echt een beetje als thuis en de heerlijke ontbijtjes van Fabio en zijn vrouw zullen we nog zeker herinneren.

Het is leuk om in de ochtend door Sintra te fietsen. Het is nog niet druk, lekker koel en alles lijkt veel helderder. Een mooi stadje. Zeker het bezoeken waard.

Het eerste deel hebben we nog een klim naar 400 meter. Hiervoor moeten we wel, onder een hek door,  een privé-weg in waar verboden toegang op staat maar dan is het ook lekker rustig zonder auto’s en met veel schaduw. Want het is een warme dag vandaag. Aan het einde van het pad staat een hek met een ketting. Gelukkig lukt het me deze open te krijgen met wat prutsen. Daarna een heerlijke afdaling naar zee. We komen nog langs Cabo Raso waarvan gezegd wordt dat het het meest westelijke punt op het Europese vasteland is. Maar dat klopt niet als ik het later opzoek. De meest westelijke is Cabo da Roca wat iets noordelijker ligt.

Hierna moeten we een weg naar Lissabon zien te vinden. Uit eerdere ervaringen weet ik dat dit knap lastig is. Je hebt te maken met spoorlijnen, snelwegen, hoogteverschillen en wateren die je moet oversteken. En het aanwezige kaartmateriaal klopt niet altijd. Ik heb gisteravond al een hele puzzel gemaakt en ben er nog niet uitgekomen.

In de praktijk blijkt dat het grotendeels goed gaat. Een enkele keer moeten we een stuk over de vluchtstrook van de snelweg, soms op de stoep, langs een drukke weg of tussen de mensen door laveren. Een paar keer moeten we terug maar uiteindelijk komen we toch redelijk gemakkelijk bij de pont. Grote delen kunnen we over boulevards langs het strand en dat is werkelijk een feest. Het is hier schoolvakantie en mooi weer dus de stranden zijn feestelijk druk. We komen nog langs een paar mooie plekjes als Boca de Inferno (Hell’s mouth), de toren van Belem en het Padrão dos Descobrimentos .

De pont is onderdeel van het openbaar vervoer en is met zijn €2 p.p. erg goedkoop. De fiets mag gratis mee. In een half uurtje worden we overgezet naar Traferia. Daar fietsen we nog een klein stukje naar Costa de Caprica waar we neerstrijken op een van de campings. We zitten vlak aan het strand. Dit betekent zanderige plekjes, maar ook ’s avonds even met de voeten in de oceaan staan en op de boulevard een sangria te drinken. Het is fijn om weer op weg te zijn.

Dag 78:

Je hebt goede fietsdagen en je hebt minder goede fietsdagen. Die van vandaag valt in de laatste categorie. We hebben het Portugal deel afgesloten. Nu gaan we dwars door Spanje naar Avignon, in Frankrijk. Mevr. van der Veeke noemt dit deel ‘Het Iberisch avontuur’ op haar Polarsteps, een naam die ik graag adopteer. Het eerste deel is de Ruta Iberica . Dit is weer een van de routes van Benjaminse. Ik ben blij dat de man de moeite neemt om routes te maken. En minder blij met zijn keuzes soms. Ik vraag me dan af of hij hem zelf wel gereden heeft. Vandaag is dat er zo een. We hebben gekozen om via de oostkant af te zakken naar Setubal. Eerst zitten we een tijd langs erg drukke en erg slechte wegen. Veel auto’s en bussen met strandverkeer. Daarna leidt de route een deel door het Apostica gebied. Dit is een natuurreservaat zonder echte wegen. Op basis van stippellijntjes op de gps en vage omschrijvingen als ‘neem de opening over een klein heuveltje’ moet ik hierin mijn weg zien te vinden. Daarnaast is het allemaal los zand en moeten we de fiets hier kilometers doorheen slepen. En als we dan eindelijk weer kunnen fietsen dan is het stuiteren over de stenen en de boomwortels. Tel daarbij op dat de temperatuur boven de 30 graden is en je hebt een recept voor een ijzig klimaat en twee mopperende mensen.

Maar goed, aan alles komt een eind, dus op een gegeven moment komt het asfalt weer in zicht. Ik kan het wel kussen zij het dat hier een gestage rij auto’s overheen raast. Zo ploeteren we door via Alfarim. Hier kunnen we eindelijk een koffie doen en volkomen verdwaast zitten we een uur in het niets te staren. Het is inmiddels 35 graden dus naar buiten lokt ook niet echt.
Toch moeten we verder. Door bij elk café onderweg te stoppen, even in de schaduw te zitten en wat te drinken weten we te overleven. Het laatste stuk zitten we op gravelwegen. Niet zo fijn als asfalt maar het gebrek aan auto’s maakt veel goed. Hierdoor is het minder stressvol en kan ik weer wat aandacht voor de omgeving opbrengen.

Redelijk stuk komen we bij de camping in Picheleiros aan. Hij ligt erg mooi in ‘the middle of nowhere’. De grond is hier hard als beton met scherpe steentjes. En de schoonmaker is met vakantie. Waarschijnlijk al de afgelopen jaren. Maar we klagen niet want we staan in de schaduw en er is een terras waar we een koud biertje kunnen krijgen. ’s Avonds koken we ons maaltje en bij het geluid van de krekels vallen we in slaap. We hebben het weer overleefd.

Dag 79:

We zijn lekker op tijd op weg. De temperatuur is 15 graden lager dan gisteren, de lucht is grijs en er vallen af en toe wat druppen. Dit fietst toch iets fijner dan de hitte. In Setubal kunnen we zo aanschuiven bij de pont. We betalen €9, maar de communicatie is wat onduidelijk dus ik weet nu niet of ik voor een retour of een enkele reis heb betaald.

In Sol Troia leggen we aan. Het is een soort van schiereiland van 2 kilometer breed en 15 kilometer lang. Vroeger was hier niets, nu zijn ze het toerisme aan het ontwikkelen. Er zijn allemaal parken met vakantiehuisjes. Voor vier ton kun je er een kopen maar dan heb je wel een eigen zwembad(je) erbij. Voor de rest is hier niets in het Reserva natural do Estuario do Sado.  Alleen een weg waar wat auto’s over rijden als de pont is aangekomen. Aan de auto’s zie ik dat hier voornamelijk de rijken komen.

In Comporta vinden we eindelijk koffie. Veel winkeltjes met design dingen snuisterijen en wat hippe smoothie tentjes. Er gaat hier maar één weg naar het westen en die nemen we. Onderweg zien we veel zand waardoor de altijd lopende jukebox in mijn hoofd automatisch het liedje ‘Brandend zand’ van Annke Gronloh begint af te spelen. Maar we zien ook  kurkeiken, veel cactussen en, verrassend, rijstvelden. En door de rijstvelden ook veel ooievaars. Bij ons wordt voor elke ooievaar een paal opgericht maar hier lijkt het wel een plaag. Elke paal heeft een nest en de electriciteitsmasten meerdere verdiepingen met nesten.

Zo komen we bij Alcacer do Sal. Een oud plaatsje waar vijfduizend jaar geleden al mensen woonden. Lange tijd is hier zout gewonnen dat veel naar Nederland verscheept werd. Het is ons meest zuidelijke punt. Hemelsbreed zitten we nu zo’n 2200 km van Baflo. Vanaf nu kunnen we zeggen dat we weer naar huis aan het gaan zijn. We vinden hier een mooie camping waar ze zelfs nog grasveldjes hebben. Fijn om daar weer op te staan. Het weer is inmiddels opgeklaard en we zoeken de schaduw op. We zijn lekker op tijd dus we komen weer helemaal bij. Soms zit het tegen, maar vandaag zit het mee.

Dag 80:

We verlaten de camping , dalen af naar het dorp en slaan linksaf op de rotonde. Op deze weg blijven we de komende 30 kilometer. Het is een rustige weg met weinig autoverkeer. In het begin zien we nog wat rijstvelden maar later wordt het landschap gedomineerd door geel gras, kurkeiken met af en toe een olijfboom er tussendoor. De kurkeiken zien eruit als Donald Duck. Die heeft ook geen onderkleding aan. Het landschap gaat golvend op en neer en wij golven mee. Gelukkig is het niet al te warm vandaag.

Het is grotendeels een verlaten landschap.  We komen een paar dorpjes tegen zoals Santa Susana en Sao Christovao. Deze zien er allemaal hetzelfde uit. Witte huisjes met een blauwe bies aan de onderkant. Het lijkt wel of ze hiermee de hemel en de aarde willen verbinden. 

En elk dorpje heeft natuurlijk een café want wij hebben af en toe wel wat koffie nodig om door te kunnen gaan. De koffie is hier spotgoedkoop voor een Americano (normale koffie zoals wij die kennen) betaal ik 65 cent, voor een Solo (onze espresso) is het nog maar 45 cent. Hoe verder we van de toeristische gebieden komen hoe goedkoper het wordt.

Behalve het dorre landschap is er niet veel te zien. In Santiago do Escoural zien we de restanten van een Romeins aquaduct. Deze was voor de watervoorziening  van Evora. Vlak voor Evora zit de camping. Daar zetten we de tent op, schuiven de tassen erin en gaan eerst in Evora kijken.

Evora is een eeuwenoude stad die al in de Romeinse tijd bestond. Er is veel te zien zoals het centrale Praca Geraldo, de Romeinse tempel van Diana, (nog) een Romeins aquaduct en een knekelhuis (Capela dos Ossos). Hier liggen de botten van 5000 monniken. In de 14e en 15e eeuw waren er meer dan 42 kloosters en al die monniken gaan dood. Wat doe je met die botten? Je geeft dat aan een creatief persoon en die maakt er wat moois van. Tegen acht uur zijn we op de camping terug. We moeten dan nog douchen en eten maar Evora kunnen we aftikken op ons lijstje.

Dag 81:

Vandaag hebben we een relatief korte dag en daar zijn we blij mee. Want de dag begint bewolkt met 18 graden, maar in de middag zitten we weer ruim boven de 30 graden. En daar moeten we erg aan wennen. We zitten veel op rustige, kleine wegen met nauwelijks een stadje onderweg. Daarom zijn we blij met Nossa Senora de Macheda. In het centrum zijn wel vier kroegen waar we uit kunnen kiezen voor de koffie. Redondo is de volgende stad. Maar alles is daar uitgestorven dus eten we een bammetje in de schaduw.

Ik heb een kamer geboekt in een hotel dat in een voormalig klooster, Convento Sao Paulo, zit. We moeten hiervoor wel flink klimmen maar daarvoor krijgen we een mooie kamer met airco en een terras met prachtig uitzicht terug.
Het klooster stamt uit 1182 en is gebouwd door de monniken van de kluizenaar St. Paul. Er zijn meer dan 54.000 tegeltjes in azulejo’s verwerkt gemaakt door de grootste tegelzetters van die tijd. Meerder koningen hebben hier geslapen. In 1993 is het omgebouwd als pousada en nu slapen wij hier.

Dag 82:

We zijn nog steeds aan het zoeken naar hoe we moeten omgaan met de hitte. Vandaag proberen we extra vroeg te vertrekken. Met wat charme heeft Mevr. van der Veeke geregeld dat we gisteravond al een ontbijt hebben gekregen. Want normaal gesproken begint dat pas vanaf half negen en we willen om zeven uur weg. Dat lukt niet helemaal maar twintig over zeven vind ik ook vroeg genoeg. De temperatuur is gezakt tot 14 graden. Er hangt een mist en het is bewolkt. Allemaal volgens plan. We maken de klim van gisteren af en dalen naar Estremoz.

Vandaag is er maar 40 kilometer gepland want we willen wel drie stadjes bekijken; Estremoz, Borba en Vila Vicosa. Alle drie zijn bekend als marmer stad. Dat wordt gedolven bij Borba en het is hier zo in overvloed aanwezig, dat het zelfs de  bakstenen als bouwmateriaal vervangt en als plaveisel voor de straten wordt gebruikt.

Daarnaast wordt Estremoz gezien als een van de mooiste stadjes van Portugal. Hier lopen we op half negen al rond als enige toeristen. De stad kent een onder- en een bovendeel. We hebben geleerd van eerdere ervaringen en laten de fietsen beneden staan.
In het bovendeel is helemaal niets te doen. Het paleis van Dom Dinis is tegenwoordig een pousada maar je mag er binnen rond kijken en je mag de toren van de drie koningen (met z’n drieën hebben ze de toren gebouwd) beklimmen. Van daar heb je een mooi uitzicht over de omgeving. Verder hadden we graag de Capella de Rainha Santa willen bezoeken. Die zit vol met azulejo’s uit het leven van koningin Isabel. Ik ben inmiddels een fan van de blauwe tegeltjes maar op maandag zijn alle musea gesloten maar de Camara municipal in het dorp beneden is wel open, dus daar kom ik nog een klein beetje aan mijn trekken.

Hierna fietsen we door naar Borba. Een relatief klein dorpje waar de straten wederom geplaveid zijn met roze marmer en waar de omgeving gedomineerd wordt door enorme hopen marmer afval. Deze zijn zo groot en instabiel dat we zelfs om moeten rijden omdat de weg tussen de groeve door niet veilig is. Dat brengt ons in Vila Vicosa. Hier heb ik weer een pousada geboekt in een voormalig college voor jezuïeten. We zijn daar al om een uur en dat is helemaal niet erg. Want ze hebben een zwembad en aangezien de temperaturen alweer ver boven de 30 graden zit. Bij de Liddl (ja, die zit hier ook) halen we wat te eten en drinken en installeren ons aan het zwembad. Even lijkt het wel vakantie.

’s Avonds lopen we toch nog even Vila Vicosa in. Een gemoedelijk stadje met een centraal plein. De bomen op het plein zitten vol met sinaasappels. De kerk loopt net leeg met nonnen en het kasteel staat in de zonnestralen van de avond. In de koelte drinken de mannetjes hun drankje. Wij schuiven aan voor een laatste koffie. En dan niet te laat op bed want het was best vroeg vanochtend. Morgen verlaten we Portugal en komen we weer in Spanje. Portugal is een prachtig land, we komen hier zeker terug.

Sintra en Lissabon

Overal heb ik rust gezocht, en ik heb ze slechts gevonden in een hoekje met een boekje. – Thomas a Kempis

Dag 73:

Op onze eerste dag in Sintra doen we eigenlijk niets. Nou ja, bijna niets. We doen wel boodschappen en zoeken een wasserette op. Dit zijn namelijk de dagen waarop we onze was goed kunnen doen. Dus iets meer dan uitspoelen. Gelukkig hebben veel Portugezen geen wasmachine thuis en zijn er genoeg wasserettes. Je gooit er 5 euro in en de was wordt gedaan. Bij het huis hebben we een typisch Portugese waslijn. Door aan het touwtje te trekken verschuif je de lijn onder het raam. Zo kun je toch de hele breedte van het huis gebruiken. ’s Avonds koken we in ons appartement met volledige keukeninrichting weer een uitgebreide maaltijd. Heerlijk die rust en luxe van een huis.

Dag 74:

Vandaag blijven we dicht bij huis en zoeken het in Sintra. Het, oude en nieuwe, stadje zelf zien we wel als we er doorheen lopen. Verder zijn Palácio da Pena, Palácio Quinta da Regaleira, Castelo dos Mouros en Palácio Nacional de moeite waard. Aangezien het toch een rustdag is beperken we ons tot de eerste twee en daar vullen we de dag aardig mee.

Palácio da Pena ligt bovenop een heuvel en daar kun je in ongeveer drie kwartier heen lopen. Is leuk maar gezien het feit dat het een rustdag is, kiezen we ervoor om ons naar boven te laten brengen in een tuk-tuk. Na wat onderhandelen hebben we hier een goede prijs voor en dan begint het feest. De wegen zijn hier steil en de tuk-tuk heeft een licht benzinemotortje. Voor de chauffeur is het dus zaak om snelheid te houden in de bochten. En voor ons is het zaak om op dat soort momenten in de tuk-tuk te blijven. Het was me het ritje wel.

Palácio da Pena is een van de zeven wonderen van Portugal. Over het hoe en waarom is genoeg te vinden op het internet, dus ik wil het hier beperken tot mijn eigen indrukken: Een gekkenhuis!

Wat betreft ligging, uitvoering en mensenmassa’s. Ik ben redelijk goed in het nemen van foto’s zonder andere mensen erop maar dit ging zelfs mijn capaciteiten te boven. Je moet veel geduld hebben en van rijen houden. Je staat in de rij om erin te komen en je schuifelt in een lange rij door het gebouw heen. Was het de moeite waard? Ja. De inrichting is precies zoals de koninklijke familie het achterliet toen ze in 1910 moesten vluchten. Je krijgt daardoor een verstild beeld van hoe ze leefden in die tijd. Inclusief muren die zo geschilderd zijn dat ze op hout lijken en levensgrote beelden van Moren die een lamp vasthouden. Je mocht binnen geen foto’s maken dus ik kan er niets van laten zien. Maar het gebouw en de tuinen zijn de moeite waard. Zelfs met deze mensenmassa’s en de rijen. Een kaartje voor een bezoek aan de tuinen en het interieur van het paleis is €14 per persoon.

Terug gaan we gewoon te voet. Er is een mooi wandelpad naar Sintra terug. Eerst nog door de tuinen van Peno en daarna door het landschap, wat even goed onderhouden is als de tuinen.

Eenmaal beneden lopen we door naar Palácio Quinta da Regaleira. Unesco werelderfgoed en een magisch plekje. Ook hier is het druk, maar iets minder dan bij Pena. De tuinen zijn groot en alleen op de bijzondere plekjes zoals de initiation-well zijn wat meer mensen. Het is mooi weer en het is heerlijk om door de tuin te slenteren. Het is gevuld met prachtige follies en er is een grottenstelsel waar je doorheen kunt dwalen. Mocht je erheen gaan, trek er dan op zijn minst 1-2 uur voor uit. Hieronder een kleine foto-impressie.

Dag 75:

Vandaag nemen we de trein naar Lissabon. Voor €5 p.p. heb je een retourtje vanuit Sintra. De trein brengt je helemaal in het centrum (station Rossio). Ook van Lissabon is heel veel te vinden op internet. Ik beperk me tot mijn indrukken.

We hebben lang gefietst in de rustige, minder toeristische gebieden. Zo’n stad is dan een culture-shock voor mij. Zoveel mensen, gebouwen, drukte, bedelaars en hoedjesverkopers komt binnen als een overload aan prikkels. Het liefst ga ik meteen weer weg. Maar we zetten toch door. We hebben een aantal dingen op het lijstje dat we willen zien. Dat geeft meteen een mooie leidraad voor een route door de stad.

Rossio: het centrumplein  van Lissabon. Rossio betekent veld zonder eigenaar. De officiële naam is het Pedro-IV plein omdat er een standbeeld van Pedro IV staat.

Elevador de Santa Justa: omdat de stad zo geaccidenteerd is, zijn er meerdere liften on je naar de verschillende lagen in het centrum te brengen. Dit is de bekendste en drukste. Er staat een rij dus geen lift voor ons.

Baixa: Hier drinken we een koffie en eten een Pastel de Nata (of pastel de Belem) . Dit is een bladerdeeg cupje gevuld met roompudding en gebrande suiker. Baixa is het laagste deel van de stad. Na de aardbeving in 1755 is dit district volgens een strak stratenplan opnieuw gebouwd en ingedeeld als commercieel district. Het leidt uiteindelijk naar..

Praca de Commerco: Het plein aan de waterkant van de Taag met het paleis waar je een mooi uitzicht op de brug hebt.

Casa de Bicos: Een huis met een facade vol puntige stenen (bicos). Maar ook de naastliggende huizen zijn de moeite waard.

District Alfame: Het oudste deel van de stad met bochtige, steile straatjes waar het dagelijkse Portugese leven te zien is.  Hier klimmen we omhoog naar …

Miradouro (uitzicht) de Santa Luzia: waar we een mooi uitzicht over de stad hebben. Overal staan muzikanten en zangers/zangeressen. Heel gezellig hier. Vanaf hier is het niet zo ver naar ..

Castele de Sao Jorge: Het oudste kasteel op het hoogste punt in Lissabon .Ook hier staan wachtrijen van 20 minuten. Daar hebben we geen zin in. In plaats daarvan besteden we het geld aan…

Pastel de bacelhau: Een soort van oliebol van aardappelpuree, gemengd met kabeljauw (bakelhau) en gevuld met kaas uit Estreia. Je drinkt hierbij een glaasje witte port. Het beste uit de zee en van het land. Daarna dwalen we wat door de stad naar…

Igreja de Sao Roque: Een sobere kerk van buiten, een van de meest weelderige en decoratieve kerken van Lissabon van binnen.

Heel veel dingen doen we ook niet. Bijvoorbeeld een ritje met de tram (die steeds bomvol zit). Ik merk dat we het leukst vinden om gewoon een beetje door de stad te slenteren en niet zozeer vast te zitten aan de toeristische trekpleisters. De stad heeft een fijne zomerse atmosfeer ondanks de vele bedelaars die je hier ziet. Je zou hier meer tijd kunnen besteden maar één dag vind ik wel genoeg. Ik merk dat ik de iets kleinere steden, zoals Santiago, Sintra of Porto, leuker vind dan de hele grote steden. En waar ik het meest blij om ben is dat ik niet in Lissabon hoef te fietsen. Want dat is pas zweten.

Dag 76:

Na al dat visuele geweld van Lissabon hebben we weer een dag rust nodig. Gewoon lekker lezen, niks doen en wat onderhoud aan de fietsen zodat we weer helemaal klaar zijn voor het volgende traject. We lopen nog wel even SIntra in om de straatjes te bekijken die we eerder gemist hebben. Het appartement waar we zitten is heerlijk en van alle gemakken voorzien. Toch vind ik het fijn om morgen weer op de fiets te gaan. Het enige wat ik echt zal missen zijn de heerlijke, verse croissantjes die we van Fabio krijgen. Maar daar is overheen te komen.

Zon, zee en strand

As with any journey: Who you travel with is more important than the destination.

Dag 69:

Voor de €24 krijgen we ook nog eens een uitgebreid Portugees ontbijt. We verwachten een cakeje en koffie, net als in Spanje, maar het is net zo compleet als het ontbijt dat we in Nederland krijgen. Met als topstuk eigen gebakken bananen-cakejes. En als we die niet allemaal opeten, krijgen we de rest mee in een zakje. Erg aardige mensen.

Het is grijs als we vertrekken en dat blijft het voorlopig ook. We zien weinig zon vandaag. Via klimmen en dalen gaan we richting de kust. Op de velden wordt nog veel met de hand gedaan. Ik zie veel oude mensen gebogen over de aarde met een schoffel bezig. Of op de knieën. Vaak met hele families. En dan niet in de tuin, maar op het land. Als ik even op Mevr. van der Veeke sta te wachten, knoop ik vaak een praatje aan. Want de mensen zijn aardig, open en nieuwsgierig hier. Ze willen altijd weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat.

Verder zien we (denk ik) rijstvelden en vervallen kloosters. Ik heb het idee dat ze hier wel bezig zijn om meer toerisme aan te trekken. Dat zie je door de restauratie werkzaamheden maar ook door de aanleg van wegen, fietspaden en voorzieningen.

Voor (maar ook na) we bij de kust komen, zitten we op de EuroVelo 1 in het binnenland. Deze loopt een stukje verder van de kust door wat vroeger dennenbossen waren. Maar de bosbranden van 2017 hebben hier goed huisgehouden. We fietsen tientallen kilometers door afgebrande bossen. Sommige stukken zijn ze aan het opruimen door te rooien en nieuwe aanplant neer te zetten. Een mega-klus. Maar het grootste deel zijn gewoon nog zwartgeblakerde stompen. Triest gezicht.

Dit deel van de eurovelo moet ook nog verder ontwikkeld worden. We zitten op een fietspad langs een weg. Eens in het halve uur komt er een auto langs. En het  fietspad kan duidelijk een maaibeurt gebruiken. Om een toeristische trekpleister te worden, moet er echt nog wat gebeuren.

Bij Pedrago zien we de zee weer. De stranden zijn hier leeg. Misschien omdat het weer grijs is, de temperatuur laag en de zee te woest? We zien een enkeling op het strand.

Ook verderop bij Praia de Viera is weinig te doen terwijl ze hier wel een boulevard hebben. Met een uitstekend restaurant (Naufragil Bar) dat toevallig vandaag voor het eerst open is. Tijdens de stormen van vorig jaar was de vorige weggespoeld. Het zit er vol en we eten er uitstekend.

Wij vinden het van de ene kant leuk deze dorpjes en boulevard te befietsen maar aan de andere kant duik je meestal een gat in om bij het dorp te komen en daarna is het weer zwoegen om eruit te komen. We laten flink wat zweetdruppels.

In Sao Pedro de Moel vinden we het welletjes. In de duinen aan de andere kant van het dorp vinden we een plekje op de camping. Het is mooi kamperen aan zee maar je eindigt wel met overal zand.

Dag 70:

Als ik om zeven uur op sta (ja, ik sta nog steeds zo vroeg op), zie ik dat het nog grijzer is dan gisteren. Er hangt een zeemist die zo dicht condenseert dat het op een gegeven moment regent op de tent. We ontbijten daarom in de tent. Bij het inpakken is het gestopt met regenen maar de tent is erg nat.
In een mist die soms dichter en soms minder dicht is rijden we naar Paredes de Vitoria. Het lijkt erop dat veel kinderen hun schoolreisje hebben want het is druk op het strand met klasjes. Ze trekken zich gelukkig weinig aan van het grijze weer.

Na een koffiestop fietsen we door naar Nazare. Onderweg zien we het weer verbeteren en in de verte kunnen we Nazare al in de zon zien liggen. Of eigenlijk zien we het bovenste deel van Nazare liggen, dat vroeger Sitio heette. Het ligt boven op de klif en is het oudste gedeelte. En dat is ook het deel dat we als eerste gaan bezoeken.

Nazare is eigenlijk ondergegaan aan zijn eigen succes. Jarenlang hebben ze zichzelf op de kaart gezet als het mooiste dorpje van de Portugese kust en dat heeft ertoe geleid dat in de zomer het stadje volkomen verstopt zit met toeristen. Hierdoor heeft het veel van zijn charme verloren alhoewel ze moeite doen om wat van het authentieke terug te halen door het dragen van de klederdracht. Maar dat wordt voornamelijk door de formidabele varinhas (viswijven) gedaan. De jonge blommen doen liever een kek hoedje op.
Terwijl we uitkijken over het lager gelegen deel van Nazare zien we de wolken wegtrekken. En hiermee is het ook de rest van de dag(en) mooi weer geworden.

Daarna dalen we af naar het lager gelegen dorp waar ook de stranden zijn. Overigens gaat er een funicular omhoog naar Sitio maar die ziet er zo wrak uit dat ik liever zou gaan lopen. Beneden is het strand, de eethuisjes en nog meer toeristische drukte dan boven. Maar in de zon krijg ik het echte badplaats gevoel dat ik van Zandvoort en Katwijk ken. Voor ons is het druk maar als ik naar de grootte van de parkeerterreinen kijk, kan het nog veel drukker worden. Nazare is overigens ook bekend van de surfkampioenschappen. Als wij er zijn, zijn de golven redelijk rustig maar het kan er ook zo uitzien. Na al dit strandgeweld klimmen we Nazare weer uit en boven kijken we nog een keer terug op dit festijn.

We blijven voorlopig de kust volgen alhoewel het strand steeds een stuk lager ligt. Er staan hier mooie huizen maar mijn droomhuis is toch een omgebouwde molen die op een heuvel uitkijkt over zee.

Sao Martinho de Porte is minstens zo mooi als Nazare en minstens zo druk. Het heeft een afgesloten baai met zandstrand wat het aantrekkelijk maakt. We hebben wat moeite om aan de boulevard te komen omdat alles zo steil loopt en veel straatjes eindigen in trappen. Maar als je dan beneden bent, dan heb je ook wat. Hier eten we een ijsco en bewonderen het uitzicht.

In Foz do Arelho zoeken we de camping op. We hadden gedacht met een dikke 50 kilometer een makkelijke dag te hebben, maar dat blijkt in de praktijk anders. Door alle korte, maar erg steile, klimmetjes zijn de benen behoorlijk moe en vullen we de complete dag met fietsen. We zetten de tent op en koken een maaltje. En voor de rest gebeurt en niet veel meer want de luiken vallen vrij vroeg dicht.

Dag 71:

Het is weer een bijzondere dag. We zien het prachtige stadje Obidos en voor het eerst in mijn leven vraag ik op een camping mijn geld terug. Daarnaast was het landschap weer erg geaccidenteerd, tot grote ontsteltenis van mijn benen. Ik weet inmiddels wel dat ik liever een lange geleidelijke klim heb dan al die korte steile stukjes die in de deel van Portugal zijn. Maar goed, eerst Obidos.

Na een stukje fietsen zien we de mooie restanten van een kasteel op een heuvel liggen. We zeggen tegen elkaar ‘Daar gaan we niet omhoog klimmen’ want Obidos ligt aan de andere kant van de heuvel. Maar Obidos ligt óp de heuvel. Het kost wat zweet maar het is elke druppel waard want Obidos is een juweeltje. Het is bekend als ‘the Wedding City’ want het wordt traditioneel door de Portugese koningen aan hun koningin gegeven. Saillant detail is dat de 15-jarige koning Afonso V hier met zijn even oude nichtje, Isabel van Coimbra, trouwde. Ik vraag me af wat die ’s avonds in bed tegen elkaar te vertellen hadden?

Zij: “Heb je je Legio starwars schip nog afgekregen?’.
Hij: “Nee, ik was een van de vleugelstukjes kwijt. En jij? Lekker met de poppen gespeeld?”
Zij: “Ja, alle haren gekamd en ze op een rijtje gezet. Hebben we morgen nog staatszaken?”
Hij: “Ja, er moeten nieuwe smarties gekocht worden. En de nieuwe wet uitvaardigen dat kinderen niet meer verplicht naar school hoeven. “.
Zij: “Mooi, dat was weer een drukke dag. Maf ze.”
Hij: “Ja, lekker pitten. Tot morgen. ”

Héél vroeger klotste de oceaan hier tegen de wallen en legden schepen aan bij de stadsmuren. Tegenwoordige klotsen de toeristen door de straten, want ondanks dat we vroeg op de dag én het seizoen zijn, kun je over de Chinese koppen lopen (zou je niet zeggen op mijn foto’s want ik stuur altijd alle Chinezen even weg). Toch blijft het een mooi plekje, zeker als je buiten de hoofdstraat gaat.

Wij verlaten het feestgedruis en gaan via binnenwegen weer richting kust.  In een mini-dorpje zien we nog een traditionele wasplaats. Hij ziet eruit alsof hij nog steeds gebruikt wordt.

De volgende stad is Lourinha. Een fris, net stadje waar we voor het eerst zien dat ze ook oude huizen kunnen opruimen. Hier hebben ze voor een ander toeristenmodel gekozen. Ze hebben geen stranden, geen boulevards (want het ligt landinwaarts) maar ze zeggen dat ze wel dinosaurussen hebben. Ooit. Gehad. En daar is hun verdienmodel op gebaseerd. Bij het (gesloten) museum staan nog wat botjes. Maar ik zal Lourinha voornamelijk herinneren omdat het een fikse klim was om eruit te komen.

Van Maceira naar de kust toe hebben we een mooi pad tussen een aantal kloofjes door. Er waait een fikse wind en die hebben we al de hele dag tegen. Ondanks dat het hier vlak is moeten we flink trappen om er tegenin te komen.

Daarom zijn we blij om op camping Praia de Santa Cruz aan te komen. Hij is met €10 erg goedkoop maar de receptie moet echt eens op een cursus ‘klant is koning’. Iemand brengt ons naar een plek waar we kunnen staan en wijst een zandbak aan waar ik meteen tot mijn enkels wegzak in het zand. Als ik uitleg dat we daar niet kunnen staan wijst hij een grotere zandbak aan. Daar proberen we de tent op te zetten maar de wind trekt steeds de haringen compleet uit de grond. Mevr. van der Veeke probeert nog wat anders te regelen maar er is weinig mogelijk. Van alle suggesties die ze doen is de beste dat ik een stuk verderop bij de supermarkt containers met 5 liter water ga halen voor het vastzetten van de hoekpunten van de tent. Met de fiets. Ik heb het allang gezien. Stel dat we de tent uiteindelijk wel opgezet krijgen dan heb ik er een erg onrustig gevoel bij. Als het harder gaat waaien dan lig ik wakker want dan blijft de tent niet staan. Op booking.com regel ik 300 meter verder een kamer. Is iets duurder maar daarvoor krijg ik wel héél veel zielenrust terug.

Abstract kunstwerk: Weggewaaide tent in zandbak.

’s Avonds lopen we Santa Cruz in. Het heeft mooie stranden maar verder is het een verzamelplek van lelijke, grote hotels en appartementencomplexen. Er is geen echte boulevard maar wel een mooie vuurtoren. En een geweldig restaurant. Met uitzicht op een ondergaande zon hebben we in Boca Santa Cruz een heerlijk maal van schelp- en schaaldieren, rijst en een soort soep. We moeten wel om een lepel vragen maar dit is een echte aanrader. Hand in hand, zien we de zon in zee zakken. Romantischer kan het niet worden. En dat op onze leeftijd.

Dag 72:

Even buiten Santa Cruz komen we weer een camino tegen. Deze keer is het een eco-camino wat betekent dat we een prachtige fietsroute langs kliffen en door de velden krijgen. Maar het betekent ook weer flink klimmen. De afgelopen dagen, en ook weer vandaag, moeten we regelmatig de fiets omhoog duwen. Dat is niet erg want het zijn meestal maar korte stukjes. Een voordeel daarvan is dat we de armen ook eens trainen want die komen wel te kort ten opzichte van de benen. En de hoogte geeft gewoon prachtige uitzichten dus dat is steeds weer genieten.

Een hoogtepunt van de dag is het dorpje Ericeira. Ergens heb ik gelezen dat het een van de meest pittoreske dorpjes van Europa is. Nou, ‘das war einmal’ want als wij er komen kan het de competitie met een willekeurige biercamping op Terschelling goed aan. Er loopt heel veel jeugd te flaneren met sixpacks, handdoekjes, surfplanken en grote flessen bier. De hormonen spoelen door de goten en het is zaak je zo voordelig mogelijk te etaleren voor het andere geslacht. Heerlijk om naar te kijken.

Toch moet ik toegeven dat, als je hier een beetje doorheen kijkt, het dorp een bepaalde charme heeft met zijn straatjes met kinderkopjes, vissersprullaria en blauwe randjes aan de huizen. En de stranden zijn fenomenaal. Ik hoop dat de foto’s dit een beetje weergeven.

We hebben besloten de route van vandaag wat in te korten. Want we zien op tegen de 70 kilometer met deze klimmetjes. Dus we laten Mafra (met zijn paleis) voor een latere keer liggen en blijven de eco-camino (EV1) langs de kust volgen. En dat is inspanning genoeg want uiteindelijk komen we aan het einde van de dag nog op bijna 1000 hoogtemeters.

Linksboven zie je de weg omhoog lopen. Daar moeten wij ook omhoog klimmen.

Vooral het laatste stuk omhoog naar Sintra is een inspanning. Niet alleen door het klimmen maar ook omdat het op een drukke, smalle autoweg moet gebeuren. Dat levert altijd een bepaalde stress op. Ik ben dan ook erg blij als we bij ons huisje komen dat ik via Airbnb geboekt heb bij Fabio. Hier blijven we vijf dagen om bij te komen en op te laden voor het volgende stuk door Spanje. Het is een leuk klein appartementje en Fabio heeft een ontbijt/croissant winkeltje ernaast dus we krijgen elke ochtend een verse Portugese croissant, met een vulling naar keuze, als ontbijt. De Portugese croissant is overigens anders dan de Franse. De laatste is meer bladerdeeg terwijl de Portugese meer gewoon deeg is. Maar zeker niet minder lekker. En vanuit hier kunnen we Sintra bekijken en een dag naar Lissabon gaan.

Als laatste uitsmijter een selfie-parade. We hebben alle dagen een foto gemaakt en met zoveel rust heb ik er eindelijk een filmpje van kunnen maken die elke dag in een seconde laat zien. Aan het einde hoop ik van de hele reis een filmpje te kunnen maken, maar nu maar eerst de eerst 72 dagen: