Alleen op de wereld

Deze keer geen fiets-blog, maar een ski-blog want het was teveel tekst voor een FB post. Ik hoop dat de fietsers er nog steeds plezier aan hebben.

Het was een bijzonder dag. De weersvoorspelling kondigt sneeuw aan maar als we naar buiten kijken klopt dit niet. Er is wel veel laaghangende bewolking. We zijn op tijd op en omdat we wel een dagje wat anders willen, rijden we naar Lenk om daar de lift naar Adelboden omhoog te nemen. In Adelboden zijn we vorig jaar geweest, dus bekend.

Op het parkeerterrein zijn we de tweede auto. De andere is van de liftman, denk ik. En in de lift omhoog weten we waarom het zo rustig is. Het zit potdicht erboven. Na 10 meter ben ik het contact met Mevr. Van der Veeke al verloren. Door de ribbels in de sneeuw van de pistenbully te volgen kunnen we nog enigszins op de piste blijven. We wagen nog een poging, want we willen graag naar Adelboden. Maar ook de tweede poging strandt. Dit is geen doen, dus dan maar weer naar huis. Met recht de kortste ski-dag ooit.

Om nu om half elf weer thuis te zitten is ook weer zo wat. We besluiten een kijkje te nemen in Gstaad (alleen correct uit te spreken met een goede rochel). Daar schijnen de bontjassen nog vrij op straat te lopen. En dat is ook zo. Mevr. Van der Veeke is in haar natuurlijke habitat, wordt helemaal wild en schiet in een shopping-spree. 

Gelukkig voor mij heeft ze de portemonnee vergeten en, ondanks dat ik moeite met jokken heb, kan ik nu glashard ontkennen dat ik de credit card mee heb. We moeten het dus doen met de kunst op straat en de prachtige huizen en hotels. Met grote moeite lukt het me hier wat foto’s van te maken want telkens lopen er bontjassen voor langs.

Om het verlies wat te verzachten trakteer ik Mevr. Van der Veeke op koffie met een taartje. Om dit te kunnen bekostigen regel ik telefonetisch een verhoging van de hypotheek, maar dan heb je ook wat. Zelfs het glaasje water ernaast kost een Zwitserse Frank (bijna een euro).

Volledig platzak gaan we op huis aan. Als we wegrijden uit Gstaad zien we de pistes liggen. Het lijkt alsof de bewolking opgetrokken is. En omdat het niet-skiën voelt als spijbelen, besluiten we het nog een keer te proberen. We rijden een klein stukje door naar Rougemont omdat daar een lange lift omhoog gaat (van 990m naar 2100m). Ook hier zijn nauwelijks mensen en dat laat geen lichtje branden bij ons. Dat komt pas halverwege als de omgeving een dikke witte soep wordt. Als we uitstappen boven staat er nog een bordje dat ons normaal tot grootse daden verleidt, maar nu aan het twijfelen brengt.

Maar goed, we zijn geen mietjes en we gaan. Slechte beslissing, na 50 meter zijn we al compleet lost. Alles is wit, boven, onder, links en rechts. In dit weer skiën we altijd van stok naar stok, maar hier zijn ze te ver uit elkaar om dit te kunnen doen. Alleen op de wereld moet zo voelen. Als we 10 meter uit elkaar raken, zien we mekaar niet meer. Regelmatig zitten we naast de piste, denken we stil te staan als we bewegen en denken we te bewegen als we stil staan. De techniek is gedegradeerd tot niveau Anko de Haan. Twee keer klunen we terug om te constateren dat wat de verkeerde kant lijkt, toch de goede kant moet zijn.

Na een tijdje hoor ik een lift. Dat herken ik van het kaartje. Uit de mist doemt een lift-boy op. Hij heeft heel goed door dat we verdwaald zijn en helpt ons op weg. Hij loopt zelfs een stuk mee om de juiste afslag aan te geven. Mevr. Van der Veeke kan hem wel een aanzoek doen. 

Zo schuifelen we verder tot we eindelijk weer uit de mist komen. We doen bijna een uur over de 8 kilometer. Er kan nog maar één ding gedaan worden. In de auto en naar huis. Het liftkaartje laat één zielige piek zien. En dat was absoluut geen piekmoment.

Nu ik dit schrijf zitten we lekker thuis. Op de achtergrond de radio, een warme kachel en een koffie voor de schrik. Als ik naar buiten kijk begint het zachtjes te sneeuwen. In de verte zie ik de toppen in de mist. En ik voel mee met alle mensen die daar nog ronddwalen. Soms zit het mee, soms zit het tegen…

Ik ga op fietsvakantie en neem mee…

We hebben een rustdag en aangezien ik niet stil kan zitten, heb ik maar eens gefotografeerd wat er allemaal in mijn tassen zit. Mensen vragen zich wel eens af wat je allemaal mee kunt nemen op de fiets. Nou dit dus. Overigens is dit mijn keuze. Er zijn mensen die met véél minder weg gaan. Maar er zijn ook mensen die twee keer zo veel mee hebben.

Om te beginnen met de stuurtas. De schouderriem, een notitieblokje voor de aantekeningen onderweg, twee pennen en een textmarker, reservebatterijen voor de gps (zit op mijn stuur, niet op de foto), portemonnee, paspoort, iPod en oortjes, telefoon, handenwasspul, spork voor noodgevallen, druivensuikers voor plotselinge flauwtes, de temperatuursensor van de gps en het fototoestel. Deze laatste staat er natuurlijk niet op want anders kan ik geen foto maken 🙂

De ene voortas bevat de keuken. Hierin zitten twee bordjes (die gebruiken we niet zo vaak maar voor een boterham soms wel handig).Twee vouwbakjes. Daar eten we bijna alles uit; salades en warm eten. Een opvouwbare wasteil omdat er op sommige campings geen afwasbakken zijn en om het bier koud te kunnen zetten. De keukentas (inhoud hierna), een windschermpje om ook te kunnen koken bij wind. Een aquaskin, dat is een opvouwbare ‘fles’. Deze leek heel handig voor als we een keer wijn of zo over hebben, maar we hebben hem nog nooit gebruikt. De dingen rechts vormen samen de jetboil. Dat is een gastank, een stabilisatiepootje voor de tank, de brander, een opzetstuk voor de pan en de beker. De beker gebruiken we alleen om water te koken en hiermee heb ik kokend water voor twee personen binnen twee minuten. Niet op de foto staat de halve theedoek die ik ook mee heb. Die hing net te drogen aan de waslijn.

De inhoud van de keukentas is: theezakjes, twee koffie/soep bekers (groen) en twee thee/wijn bekers (geel). Potje met boullion, flessenopener, theelepel, aansteker. Twee sporken, twee yoghurtlepels, blikopener. Potje oploskoffie, potje koffiemelk, pollepel, mes, peper-en-zout, Maggi en een kurkentrekker.

De ander voortas bevat de spullen die ik vaak onderweg nodig heb. Dit is een veiligheidshesje, regenjas, regenbroek, regenschoenen. Verder een klein statief, zonnebril, Engelse stekker adapter, waslijn en handdoek in koker. Die gaat ’s ochtends vaak nat mee en dan kan ik hem onderweg nog te drogen hangen. Tenslotte nog de iPad en een (rode) etui:

Het etui bevat de iPad lader, snoertjes voor de telefoon en de iPod op te laden, een extra accu voor het fototoestel en een extra geheugenkaartje. Tenslotte nog een powerbank.

De ene achtertas bevat in een Apart aanhangtasje de ehbo set en de multitool. In de tas zit een reservebinnenband (plakken doe ik pas als we op de camping aangekomen zijn), de pannenset (inhoud volgt), speciaal plakband voor allerlei gekke reparaties en een easyset voor onze Rohloff versnellingsnaaf. Het routeboekje, de tarp (je ziet het zakje, de tarp zelf is steeds de ondergrond voor de foto’s). Deze gebruiken we zoveel; om de spullen droog op te zetten, als aanrechtblad, als ondergrond als we de luchtbedden opblazen, over de fietsen ’s nachts). Zakje met reserve onderbroek, handdoek en sokken. Donsjas. Zakje met reserve fietsshirt en fietsbroek. En tenslotte een extra driekwart fietsbroek (in de zomer eigenlijk niet nodig).

De pannenset bestaat uit een pasta/rijstpan, een anti-aanbak pan, een koekenpan, een (warm)houder en een handvat. In de pannen heb ik vier soorten kruiden (paprika, kerrie, chili, en provincaalse). Daarnaast een flesje olijfolie, afwasmiddel en een universele gootsteenstop (sommige campings hebben geen stoppen en dat is lastig (af)wassen.)

De andere achtertas bevat een etui met allerlei medicijnen (griep, rugpijn, allergie, zeeziekte, neusdruppels, reservelenzen, etc.), mijn zwembroek (zelden gebruikt, neem ik niet meer mee, ook al ziet hij er erg hip uit), toilettas, badslippers, stoeltje, reparatie-etui (teveel om op te noemen, maar ik kan hiermee bijna alles aan de fiets repareren, behalve lassen), etui met elektronica en rugzak met ‘avondkleding’. De rugzak gebruik ik ook als we bv de stad in gaan.

 

Het rode etui bevat de batterijenlader, met extra batterijen en de lader voor de accu van het fototoestel.

De toilettas bevat lenzendoosje, lenzenvloeistof(voor 15 keer), tandenborstel, tandpasta, zeep, spiegeltje, scheerolie en scheermes.

De rugzak bevat de kleding die ik ’s avond op de camping aan heb. Dit is een afritsbroek, een Merino (gaat niet stinken) T-shirt, een Merino trui, onderbroek en sokken (gewone en sealskins, dit zijn waterdichte sokken voor het geval mijn schoenen nog erg nat zijn en ik moet ze wel aan). Tenslotte nog mijn slaap T-shirt en een hoofdlampje.

Achterop de fiets ligt de tent en een zitlap.

En als laatste wat ik aan heb op de fiets. Een onderbroek, een korte broek, een zweethemd (alleen als het wat kouder is), een fiets shirt en een jasje. Ik zit blootsvoets in een paar Keen sandalen.

Dit is het dus. Geen geheimen en niets verzwegen. Nu zie ik je denken; En waar slaap je op/in dan? Mevr. vd Veeke heeft de slaapspullen (matjes, kussens, lakenzak en slaapzak). Daarnaast heeft zij ook het eten mee voor onderweg. De overige inhoud van haar tassen is staatsgeheim, maar ik verbaas me elke keer weer als er halverwege de reis een fleurig jurkje of een paar nette schoenen komen.

Reisverslag staat online

Afgelopen zomer fietsten we van Wenen naar Praag en dan daar Baflo. Als je hier regelmatig geweest bent, heb je erover kunnen lezen.

We zijn weer thuis. De foto’s en teksten zijn verwerkt tot een fotoboek en ik heb van de reis, zoals gebruikelijk, weer een online verslag gemaakt. De tekst zijn hetzelfde als die hier gepubliceerd zijn. Maar nu zijn er véél meer foto’s, een kaartje en een hoogteprofiel.

Wil je jezelf nog visueel verwennen? Neem dan eens een kijkje bij het complete verslag. dat kan door hier te klikken.

Ondertussen zijn er alweer plannen voor een nieuwe reis. Maar daarover later meer.

Groet,

Hans (en Saskia)

Kerstwens

We hebben een aardig appartement gevonden voor de wintersport. Het zit op 100 meter van de ski lift en 100 meter de andere kant op zit het dorp met de Spar.

De indeling is wel wat eigenaardig. Je komt binnen in de wohnzimmer. Oostenrijkers doen niet aan gemutkichkeit dus het is spaarzaam bemeubeld. En aan de muur kijken Maria en kindje Jezus minzaam op ons neer. Menig kluizenaar zou hier gelukkig zijn. Het meest in het oog springt nog de afwezigheid van sfeer verlichting. Slechts een schel peertje aan het plafond luistert onze avonden op. Gelukkig heeft Mevr. Vd Veeke nog wat kerstverlichting meegenomen om te voorkomen dat het hier lijkt op een gemiddelde methadonbus.

Na de woonkamer volgt de slaapkamer. Eveneens een peertje aan het plafond dus eventuele amoureuze uitspattingen worden hel verlicht waardoor alles net een pornofilm lijkt. In de slaapkamer is ook de splitsing. Linksaf kom je in de keuken, rechtsaf in de badkamer/toilet. In beide ruimtes is het plafond zo laag dat ik’s ochtends het haar niet te hoog op moet föhnen.

Al het eten moet dus door de slaapkamer naar de woonkamer gebracht worden. Daar is een klein tafeltje waaraan we het kunnen nuttigen. Natuurlijk hel verlicht door het peertje of in schemerduister als we het met kerstverlichting doen. Groot voordeel is ook dat ik midden in de nacht wakker kan worden en weet wat we die avond gegeten hebben.

De badkamer is de kamer waar we de meeste tijd doorbrengen. Het is de enige plek waar de wifi werkt. Of eigenlijk meer niet werkt. Onze huisbaas heeft meerdere routers staan, maar ik krijg er maar één aan de praat. Soms. En ook nog alleen op de wc gezeten. De laptop werkt er niet op. De telefoon ook niet. Maar beide iPads wel. Soms. Eerst gewoon. Later moest ik om een onverklaarbare reden de bril omhoog zetten voor de ontvangst. Zo zat ik op de pot, Vaak proberen, refreshen en connecten. Van onderen hard en koud glazuur. Van boven een schel lampje. 

Nu werkt dit ook niet meer en ben ik uitgeweken naar het bankje voor het huis. Daar zit ik dan. In de kou en het donker. Gezicht hel verlicht door de iPad. Lurkend aan het broodnodige internet. Ik kan alleen nog maar hopen op een wonder. Iets met drie wijzen uit het oosten. Ze brengen geschenken mee voor onze Maria en Jezus. Wierook, mirre en wifi. Want anders zou het wel eens een hele eenzame kerst kunnen worden.

Verwennen op Vlieland

(Ondersteunende foto’s aan het einde)



Een verwen weekend. Dat stond er op het kado van onze vrienden. Een kado voor 25 jaar huwelijk. Maar goed, dan komt het eerste probleem. Wat is verwennen voor ons? Op het fotootje staat een sauna. Is dat verwennen voor ons? Nee. Dat is iets teveel niets doen. We kiezen uiteindelijk voor een weekend Vlieland. Daar kunnen we eventueel niets doen. Maar we kunnen ook wel wat doen. En natuurlijk kan er ook verwend worden. 

In mijn naïviteit bedacht ik dat het buiten de vakantie wel rustig zou zijn. Dat hebben die andere drieduizend mensen ook waarschijnlijk gedacht die met ons de boot delen. Maar een eiland heeft zo zijn voordelen. Er kan maar een beperkte hoeveelheid heen. Eenmaal aangekomen valt het wel mee. Je komt wel steeds dezelfde mensen tegen maar dat went. Je gaat elkaar zelfs groeten. Als oude bekenden. Geeft altijd wat knussigs zo’n eiland.

De kamer tegenover de receptie in hotel “de Kluut” is voor ons. Kamer 101. Dat vind ik een mooi getal. Waarom? Er zijn 10 soorten mensen; mensen die dit begrijpen en mensen die dit niet begrijpen. De kamer is prima en het ontbijt ook. Voor ons strekt zich een compleet lege zaterdag uit. 

We hebben natuurlijk een fiets dus er moet gefietst worden. We hebben ook besloten om “de Vliehorst expres” te doen. De informatie hierover is wat dubbelzinnig. De poster in het dorp zegt wat anders dan de internet site. Daarom eerst maar bij de Primera  winkel langs.

De dame in de winkel is niet gediend van onze vragen en grapjes. De onduidelijkheid komt omdat het hier al september is op 31 augustus. Had ik kunnen weten natuurlijk. En dat geeft een ander schema dan gedacht. Ze reageert wat glazig op mijn vragen. De totale tocht duurt twee uur, maar ze heeft geen idee hoe lang je aan het rijden bent. Ze snapt ook niet waarom je dit zou willen weten. We kopen een van de laatste kaartjes. Ze sluit af met de motiverende mededeling dat we daarmee als haringen in een ton zitten. Ik krijg er direct zin in.

Voordat het zover is, gaan we eerst nog een rondje eiland fietsen. Het is mooi weer maar wel met een straffe bries. Oostenwind volgens de voorspelling. Maar als we naar het westen fietsen hebben we hem mee. Onderweg doen we een paar caches. Bij de “dodemans bol” kunnen we de schat niet vinden. Het is een intrigerende naam en we leren dat het hier ook wel de “bol van de dooie” genoemd werd. Opvarenden met een besmettelijke ziekte werden hier aan land gebracht en begraven. Ze mochten niet op de gewone begraafplaats. Stel je voor dat ze een van de andere dooien zouden aansteken. Later hebben ze de restanten verzameld, begraven en een hek omheen gezet. Vooral dat laatste is belangrijk. Hiermee wordt zeker een uitbraak van besmettelijke ziekten voorkomen.

Afijn, het helpt ons allemaal niet om de cache te vinden. Enigszins teleurgesteld fietsen we door. Een teleurstelling die we wegpoetsen met een appelgebak met cranberrysaus én slagroom bij “het Posthuys”. Het blijft tenslotte een verwen weekend.

Daarna fietsen we door zover als je kunt in Kroon’s polder. Waarom? Geen idee. Hier is niets te zien of te doen. Maar voor ons gevoel kun je er maar beter geweest zijn. Daarna is het bikkelen tegen windkracht vijf in. We moeten op tijd bij de Vliehorst Expres zijn en dat lukt net.

Een blonde Sil de strandjutter wacht ons op. Hij geeft de meeste vrouwen een blos op de wangen. De mannen zijn afgunstig. Ook zij willen wel in zo’n truck over het strand scheuren.

Om eerlijk te zijn, had ik nooit gedacht dat ik in zo’n kermiswagen zou stappen. Nog minder verwacht dat ik het ook nog leuk zou vinden. We rijden langs de vloedlijn. Verlaten stranden. Eindeloze zandvlakten. Krijsende meeuwen die mopperen dat ze opzij moeten. En de golven die oneindig aan blijven komen rollen.

Ik kan daar uren naar kijken. Geen golf is hetzelfde als hij over de andere buitelt. Het is maar goed dat ik niet aan het strand woon. Overdag zou ik eindeloos naar de golven kijken. ’s Avonds zou ik eindeloos  in het vuur staren. Er zou niets uit mijn handen komen. 

Daar heb ik nu geen last van. De Vliehorst Expres ploegt voort. We rijden door de Sahara van het Noorden. En eindigen bij het drenkelingenhuisje. Dit huisje is origineel gebouwd voor gestrande drenkelingen. Nu is het verworden tot een verzamelplaats van gejutte spullen. Vooral die van Sil. Hij weet er smakelijk over te vertellen. Over de flessenpost, de as van mijnheer van Dam en het maritieme leven op sterk water. Op internet zie ik dat je ook kunt trouwen in het drenkelingenhuisje. Ik ben al getrouwd, maar als ik het ooit weer zou doen, dan zal ik het zeker overwegen.

Daarna gaan we zeehonden kijken. Als een dobber zien we hun kopjes boven water. Iets verderop ligt Texel. Geef me een steen en ik gooi hem naar de overkant.

Wat ik erg leuk vind aan de Vliehorst expres zijn de banden. Beter gezegd, drie van de banden. In het loopvlak hebben ze in spiegelschrift een gedicht uitgekerfd. Loop je over het strand waar de Vliehorst Expres (er zijn er twee) heeft gereden dan zie je een eindeloze herhaling hiervan:

Sil, zijn weg vrijgevochten, een leven navigerend tussen eb en vloed. 

Te vroeg van de steiger vertrokken voor de laatste vaart.

en

Lippen branden van verlangen naar het zilte van de jouwe. 

De wind maakt ruimte en in vrijheid kan ik van je houden.

en

Wat ik zocht vloeit hier langs je voeten, stroomt door je handen, 

raakt aan je wang en verovert voor altijd je hart.

We laten de zeehonden achter en stappen weer in onze bolderkar. Blijkbaar hebben we iets fout gedaan, want we worden gestraft. Een man met een accordeon stapt in. Die stond hier toevallig ook in deze hel van zand. We zijn nog niet weg of hij begint dijenkletsers te spelen. Meteen wordt het verschil tussen mannen en vrouwen duidelijk. De vrouwen lopen alras in polonaise door de kar. Luid meezingend. De mannen kunnen niet anders dan beschaamd opzij kijken. Gelukkig staan hier nog wat verlaten tanks want door de week is het hier militair oefenterrein. Het ergste is dat ik al die Hollandse meezingers herken en ken. Zo komen we hossend terug bij “het Badhuys” waar ik mijn best doe deze herinnering weg te drinken. Door de straffe wind mee zijn we gezandstraald in de wagen. Tot in de bilnaad zit het spul en dat schud je niet zomaar meer uit.

Daarna gebeurt er niet veel meer. Ik eindig op het terras  van “het Geuzennest” in de haven. Saskia is ben ik ergens verloren in de enige winkelstraat van het enige dorp op Vlieland. De rendez-vous vindt iets later plaats. Op het terras is het helemaal goed. We komen tot de conclusie dat er niet zoveel nodig is om ons te verwennen en gaan naadloos door naar “verwender”. Er worden olijven, witte wijn en nog een Brugse zotte besteld. En daarna een maaltijd. Tijdens de Irish coffee besluiten we voor het hoogst haalbare te gaan. We willen “verwenst” worden. We bellen het hotel of de sauna aangezet kan worden. En daarmee besluiten we de dag. 

Zonsondergang 

Bandenspoor

Schatzoeken

Dodemansbol

Op naar de Vliehorst Expres

In de Expres

Brandend zand in een verloren land

Drenkelingenhuisje

Rommel

Bandengedicht of gedichtenband?

Uiteinde van Vlieland

Hammam

Voor wie het niet wist; Afgelopen weekend zijn we in Istanbul geweest. Naast de vlucht en het hotel hadden we een pakket geboekt met gids en bezienswaardigheden. In dit pakket zat ook een bezoek aan de hammam (ter waarde van €30). Samen met Anko, Aukje en Saskia ga ik daar badderen.
Laat ik gelijk maar met de deur in huis vallen: Ik ben gewassen en geboend door een man. De laatste keer dat dit gebeurd is, moet zo’n 49 jaar geleden geweest zijn. Tenminste, ik ga er vanuit dat mijn vader mij als baby in bad heeft gedaan. Afgelopen weekend was de tweede keer.

Bij binnenkomst worden de vrouwen gescheiden van de mannen. Anko en ik komen in een ruimte waarin een aantal bankjes staan. Op de verdiepingen rondom zijn kleedhokjes. Bij een deur, wat de ingang naar het badgedeelte blijkt te zijn, hangen wat mannen rond. Echte Turken. Zwart haar, grote snor en veel lichaamsbeharing. Ze zouden zo van de set van ‘Planet of the Apes’ weggelopen kunnen zijn.
Bij een balie krijgen we een lap. Met drukke gebaren worden we gesommeerd naar boven te gaan. ‘Up, up, up!’. Commando’s alsof we honden zijn die afgericht moeten worden.

hammam0-klein

Boven worden we opgevangen door iemand die ons even opgewonden dirigeert naar een hokje. Hij wil ons met vier man in een hokje voor twee stoppen. We zijn duidelijk toeristen, maar daar ga ik niet mee akkoord. Ik geef aan dat Anko en ik een eigen hokje willen hebben. Met een zucht krijgen we die dan ook. Maar niet van harte. In het hokje kleden we ons uit, draperen de lap om de lendenen en gaan weer naar beneden. Ik vergeet mijn slippers en dat blijkt meteen een doodszonde te zijn.
De rondhangende mannen bij de deur zijn de wassers. In de wasruimte is een marmeren plaat met een diameter van een meter of negen en ongeveer een halve meter hoog. Eronder brandt waarschijnlijk een vuurtje want deze bak- en braadplaat is behoorlijk heet. Er liggen wat metalen objecten die nog het meest lijken op een bakvorm waar je een tulband cake in bakt. Sommigen rusten hun hoofd erop, dus dat doe ik ook maar. Echt lekker ligt het niet. Later blijkt dat dit schaaltjes zijn waarmee je water uit emmer schept om het uit te storten over het slachtoffer.
Terwijl ik op begin te warmen staar ik naar het plafond. Het is een koepel zoals in veel gebouwen hier in Istanbul. Via ronde gaatjes sijpelt het licht naar binnen. Best efficiënt moet ik constateren.

hammam1-klein

Na een tijdje perst het zweet zich uit de poriën. Ik hoor Anko naast me roepen. Hem is gevraagd waar hij vandaan komt. Direct na ‘Holland’ roept hij altijd meteen ‘Snijder’. Hiermee hoopt hij het ijs te breken. Maar blijkbaar heeft Snijder het niet zo goed gedaan de laatste tijd want de sfeer wordt er niet beter op.
Op dat moment komt mijn wasser. Ik moet tegen de rand aan gaan liggen en krijg eerst twee emmers water over me heen. De lap begint te plakken. Met de washand die ik bij binnenkomst gekregen heb begint hij mij te schrobben. Met bitse gebaren en eenlettergrepige klanken geeft hij aan als ik moet draaien of zitten. Ik voel me net een wentelteefje. Alles wordt geschuurd behalve de billen en de puddingbuks. Daarna weer twee emmers water en dan is de eerste ronde klaar.

Bij de tweede ronde wordt zeep gebruikt. Van deze zeep wordt schuim gemaakt. Heel veel schuim. Hoe ze het precies doen zie ik niet maar het heeft te maken met dat er lucht gevangen wordt onder een ingezeepte doek. Door de lucht eruit te drukken ontstaat de schuim.

hammam2-klein

Met dit schuim wordt ik gewassen. Het wordt best glad en ik moet alle moeite doen om niet van de plaat te glijden. Het wassen met schuim wordt gecombineerd met een kleine massage. Hij duwt de duimen diep in de spieren tijdens het wassen. Soms zo hard dat hij de plaat onder mij moet voelen. Vooral de rug, de kuiten en de bovenbenen moeten het ontgelden. Dagen later voel ik dit nog. Hierna wordt ik weer afgespoeld. Gelukkig wel met lekker warm water. Dit is wasbeurt twee.

Daarna gaan we naar een andere ruimte waar ik op een heel laag stoeltje moet gaan zitten. De derde wasbeurt komt eraan. Die gaat voornamelijk om het hoofd en het bovenlichaam en het is een wasbeurt die ik niet snel zal vergeten.
Met ingezeept hoofd sist hij in mijn oor ‘joe happy?’. Wat moet ik daar nu op zeggen? Ik weet van ‘happy endings’ in dit soort gelegenheden en daar heb ik absoluut geen trek in. Ik knik wat onbestemd met mijn hoofd. De zeep begint in mijn ogen te prikken. ‘joe oh-kay?’ is het volgende wat ik hoor. De zeep begint nu echt te irriteren in mijn ogen en de lenzen beginnen opzij te drijven. ‘Yes, yes!’ roep ik vertwijfeld. En dan komt de hele aap uit de mouw. ‘You give me big tip later?’. Ik moet nu toch echt die zeep uit mijn ogen krijgen en roep snel weer ‘Yes, yes!’. Er wordt een verlossende emmer water over mijn hoofd uitgestort. Als ik mijn ogen weer kan openen staat hij met uitgestoken hand grijnzend voor me. Er wordt nog een keer herhaald; ‘You give me tip later?’. Met een handdruk moet het bekrachtigd worden. In mijn onnozelheid informeer ik naar ‘How much?’. Dat is niet het juiste antwoord. Ik wordt weer in het stoeltje gedrukt en de haren worden nogmaals gewassen. Er blijken nog wat knopen te zitten in mijn rugspieren en die weet hij feilloos te vinden. Weer wordt er in mijn oor gesist ‘You give me tip later?’. Ik ben wat beter voorbereid en heb mijn ogen stijf dicht gehouden. Maar het enige goed antwoord is  ‘Yes!’. Alles om hier uit  te komen. Eer een emmer water over mee heen en weer die hand. Ik schud hem en hij lijkt tevreden.
Ik wordt terug gebracht naar de bakplaat en mag ik nog even sudderen. Anko is inmiddels klaar en ik ben wel gaar dus ik houd het niet zo lang vol. Nog even afspoelen onder de douche en dan weer naar ons kleedhok. Daar kan toch niets meer mis mee gaan? Fout. Ik vergeet ten eerste mijn slippers. Die staan nog bij de bakplaat. Als blikken konden doden… Vervolgens blijkt ik een gebrek aan lappen te hebben. Ik maak hier geen vrienden.

Door de hitte en het niet afkoelen blijf ik zweten en kom nauwelijks in mijn kleding. Het kamertje  is ook niet zo groot en Anko en ik zitten elkaar flink in de weg. Behoorlijk verhit en kletsnat van het zweet komen we uit ons hokje. Daar worden we opgewacht door de hokjesman. Hij wil fooi. Waarvoor is me onduidelijk maar zijn gebaren spreken boekdelen. Ik heb alleen een briefje van 20 lire (ongeveer 9 euro) en die ga ik echt niet geven. Anko weet 2 euro uit zijn zakken te vissen. Dat gaat in het bakje en Anko loopt door. Ik gebaar dat dit de fooi is voor ons beide maar daar gaat hij niet mee akkoord. Hij blijft wijzen op zijn fooienpotje. Na een paar keer heen en weer wijzen loopt de irritatie op. In mijn portemonnee zit nog 25 eurocent. Boos roep ik dat hij alles kan krijgen en smijt de twee muntjes in zijn potje. Dat gaat niet helemaal goed en omdat we op de eerste verdieping zitten stuitert het geld naar beneden. De man schrikt van mijn reactie. Hij steekt zijn hand uit en spreekt sussende woorden. Eigenlijk heb ik het helemaal gehad en wil weglopen, maar ik geef hem toch nog een hand. Nergens schud je zoveel handen als in Turkije. Beneden kijkt men omhoog vanwege het lawaai en het vallende geld.

Beneden staan wat bankjes waar we bij kunnen komen. Ik heb nog steeds het probleem van de fooi voor de wasser. Met priemende blik kijkt hij me aan om duidelijk te maken dat wij de handen geschud hebben op een deal. Maar hij zegt niets. En ik heb nog steeds alleen het briefje van 20 lire. Ook hij gaat die echt niet krijgen. Voor Anko en mijzelf koop ik een glas vers geperst sinasappelsap. Daarmee kan ik het biljet wisselen en houd ik onder andere vier muntjes van 1 lire over. Dat druk ik hem in de hand. Ik krijg geen indicatie of dit te weinig, genoeg of teveel is. Zwijgend neemt hij het aan en gaat de volgende klant wassen. Ik zie hem niet weer. Daarna begint het wachten op de dames. Op de balustrade staat de hokjesman naar mij te kijken. Ik kan me alleen maar verwonderen over dit ritueel. Waarom willen mannen gewassen worden door mannen? Het is een handeling die wij zelf doen. Het deel massage zou een reden kunnen zijn. Verder kan ik niets bedenken. Ook wat speuren op internet levert niets op. Eén conclusie is me wel duidelijk; één keer maar nooit weer…

Avond in Oostenrijk

Langzaam valt de avond over het Salzburger land. Gezinnen komen thuis, koken en eten samen. De piste bully mannen starten hun machines en gaan op weg om de pistes te prepareren voor een nieuwe dag skiën. Het wordt later en later en langzaam gaan alle lichten uit. Het is donker in het land. Maar wacht! Één lichtje blijft branden. In Bsuch bij der Winklhof zit iemand gebogen over een pistekaartje bij het licht van een laatste pitje. Een vrouw met een missie. De rest ligt al te pitten. Haar man is een beetje ziek en is met twee Berenburgr op bed gegaan. Daarvan gaat hij altijd wat snurken dus ze hoeft zelf nog niet zonodig plat. En de rest van het gezelschap valt altijd al in slaap na het eten. Een dag spelen in de buitenlucht doet dat met je. Maar nog niet voor Liesbeth. Zij heeft beloofd morgen met een spannende route te komen. Met voor ieder wat wils. Rob wil graag nieuwe pistes doen. Saskia is blij als er langs een mode winkel wordt gegaan en er een glühwein-stop in zit. Hans is blij met een koffie-stop in de morgen. Zelf heeft ze geen direct doelen. De kilometers van gisteren maakt ze toch niet goed. Ze wil er graag een leuke dag van maken. De weersvoorspelling is goed, maar ze weet dan nog niet dat het de hele dag gaat sneeuwen en de temperatuur tussen de -5 en de -10 blijft. Ze buigt zich nog eens over het kaartje. Saalbach, Hinterglemm en Leogang strekken zich voor haar uit. Ze wil wat anders dan eerder in de week. Als ze nu eens andersom gaat? En dan eindigen in Leogang?

20130221-190038.jpg
Ski ravage

20130221-190124.jpg
Winterplaatje

20130221-190252.jpg
Best veel sneeuw hier.

20130221-190321.jpg
Rare mannen.

Een dag later. Bijna alle doelen zijn bereikt. Auto is bij Vorderglemm neergezet. We zijn omhoog gegaan en doorgestoken naar Saalbach. Omdat we weer mooi op tijd waren hadden we eerst lege pistes, vers geprepareerd en nieuw. In Saalbach moesten we een stukje lopen en heeft Saskia haar modewinkel gehad. Daarna maakten we het rondje andersom naar Hinterglemm. En bovenlangs weer terug naar Saalbach. Leogang hebben we niet gehaald maar wel de glühwein.

20130221-190609.jpg

Om half vijf daalden we weer af naar Vorderglemm. We hebben 25 liften gehad. er zijn 57 ski kilometers gemaakt. en daarnaast nog vele kilometers in de lift.
Het liftprofiel kun je hier zien

(soms twee keer klikken voor je hem ziet en eronder een plaatje geografisch weergegeven)

We eindigden zoals we begonnen. Alleen op de pisten. Langzaam wordt het donker. Gezinnen komen thuis en pistenbully-machinisten gaan aan het werk. Het was een mooie dag.

Uitgelezen: Vanaf mijn vakantiefiets

Schrijver: Cor Bergenhenegouwen
Titel : Vanaf mijn vakantiefiets
(rondkijken in Midden- en Zuid-Amerika en Zuidoost Azië)
ISBN : Geen
Uitgegeven in eigen beheer (zie http://mijnvakantiefiets.mh-advies.nl/).
Op de site kun je wat pagina’s lezen om een indruk te krijgen.

Cor en Liesbeth fietsen al 30 jaar. Cor schrijft daarbij verhaaltjes. Het thuisfront stimuleerde hem om er een boekje van uit te geven en dit is het resultaat. Het boekje bevat niet de verhalen van 30 jaar. Daar zijn de negentig pagina’s natuurlijk veel te weinig voor. Ze fietsen in 2009-2010 in Midden-Amerika, het jaar daarna (2010-2011) in de Andes (Ecuador en Peru) en het jaar daarna (2011-2012) in Vietnam en Cambodja. Het zijn stoere fietsers. Voor 100+ kilometers draaien ze hun hand niet om. Zelfs niet als het tegenzit en zwaar is. Terwijl ik ze toch niet als de jongste meer inschat.
Elk deel bevat een Google Maps kaartje waarin je ongeveer de route kunt zien. Zijn verhaaltjes zijn bite-size, afgeronde stukjes die je gemakkelijk leest, weer weglegt en weer oppakt. Hij vertelt van de landen waar ze in fietsen. Wat ze meemaken, wat indruk maakt en hoe ze het ervaren.

In het eerste deel begint hij met zijn vrijwilligerswerk voor ‘Constru Casa’. Een deel van de opbrengst van het boekje gaat ook naar dit goede doel. Plus een voor Cor. Daarna krijgen we El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama. De verhalen zijn deels herkenbaar. Dingen die de meeste (langere afstand) fietsers meemaken. Maar ook delen zijn voor mij nieuw en informatief. Ik heb nog niet in die landen gefietst en de verhalen geven een leuk beeld. Vooral zijn verhalen over de indianenstammen zijn interessant.

In deel twee gaan ze naar Zuid-Amerika. Daar lijkt het meer afzien met meer klimmen en dalen. Daarentegen nemen ze hier wat vaker de bus en de auto. Dat is dan wel weer jammer. Maar de bevolking komt authentieker over. Hij vertelt mooi van de bevolking en hoe ze leven. Ook de beschrijving van de omgeving en het landschap is uitnodigend. Het boek bevat veel foto’s. Aangezien ik visueel georiënteerd ben, waardeer ik dat zeer. Minder vind ik de beschrijvingen van de foto’s die niet gemaakt zijn. Leuk, maar ik blijf me afvragen hoe het eruit zag.

Deel drie is het kleinste deel en gaat over Zuidoost Azië. Het wordt hier allemaal wat sneller op schrift gesteld. Kreeg je in deel een nog aardig wat achtergrond, het gaat hier meer over hun eigen ervaringen .  Minder informatie over het land en wat het betekent. Meer wat ze zien en meemaken.

Veel foto’s is een plus, maar ze hadden wel wat groter gemogen. Daarnaast zou een bijschrift helpen om te bepalen wat je nu eigenlijk ziet. Ook de kaartjes mogen wat uitgebreider. Nu wordt in de tekst een opsomming gegeven van de route terwijl een plaatje veel meer aanspreekt.

De teksten van Cor lezen vlot maar het mag, wat mij betreft, wat minder over koffie gaan. Ook haak ik af als mannen beginnen te schrijven over ‘mijn lief’. Kom op, dan kan beter Cor!

Ga je die kant op, dan is het een mooie manier om in de stemming te komen. Ben je er geweest, dan zal de herkenbaarheid je aanspreken. Het boekje is niet duur  (14,95) en Cor was zo vriendelijk om het voor mij te signeren. Al met al heb ik geen spijt van mijn aankoop.

Reserveren

In oktober gaan we een week fietsen in Bretagne. Gezien het jaargetijde kiezen we niet voor het tentje maar worden wat hotels en B&B’s geboekt. In Frankrijk noemen ze dat ‘Chambre d’Hôtes’. even googlen op deze term en de plaats waar we stoppen en er komt een keurig lijstje met verhuurders. Maar hoe maak je de keuze? Heel simpel. Je kiest diegene die niet alleen Frans spreekt, maar ook Engels, Italiaans en…Nederlands. Daar wil ik wel boeken en ik stuur een mail. Niet in het Nederlands, want ik moet het nog zien dat ze dit spreken, maar in het Engels. En soms een beetje in mijn schoolfrans. Vanaf daar gaat het bergafwaarts:

Mijn vraag:

Good afternoon/Bon jour,

I hope you can read English? Or Dutch.
I have an inquiry. We would like to know if it is possible to stay with 4 persons (2 rooms) on 22 October. Can you mail back to me?

Thanks.

Het antwoord

Dag,

Ya, er is een possibiliteit voor de 22 oktober voor vier personen
Zien mail van 31 augustus.

Groetjes
Sebastien

Dat ziet er redelijk uit. Misschien iemand die een tijdje in Nederland gewoond heeft. Ik probeer het wat concreter te maken. En omdat we ook moeten eten, informeer ik naar het restaurant wat er in het dorp zou moeten zijn:

Merci beaucoup pour l’information.

How can I book the rooms?
And a question about the restaurant. Is it open on Monday?

Hier wordt het antwoord al wat lastiger te interpreteren. Maar het is nog goed te begrijpen:

Niet probleem.
Voor reserven, jullie me confirmeren per mail en ik uw verzend een contract met de mode betalling.
Er is een restaurant naar Moncontour( specialist mosselen) en een andere naar Broons (specialist pancake Breton)

Groetjes
Sebastien

Volgens mij zijn die restaurants te ver weg, dus ik mail hem weer even terug:

Sebastian,

Thanks for the prompt reply. We will be coming on the bicycle (velo) so the restaurant should not be too far away, since we will already cycle 80 km that day. Moncontour and Broons seem to be too far away. Is there something closer by or is there a possibility to prepare our own food?

En daarna wordt het gokken want zijn antwoord is:

Hello Hans,

Il kan uw besturen aan restaurant dat is gratis, we het doen aan fietsen onder probleem. We hebben een gewoonte maken.
Ik verzeed de contract morgen, ik ben niet het huis nu.

Goedeavond
Sebastien

Hij is bestuurder van een gratis restaurant? Dat is mooi meegenomen. Maar wat doen ze de fietsen aan? En welk gewoonte hebben ze te maken? En als hij nu niet het huis is, wanneer is hij dan wel het huis? En gaan wij daar last van hebben of niet? Intrigerend. Ik overleg met mijn mede-fietsers en die zijn unaniem voor een ontmoeting met Sebastien.

Ik wacht een tijdje. Want huis wordt je niet zomaar en met name de transformatie terug zal wel wat tijd nemen. Maar dan wil ik toch een bevestiging en om hem tegemoet te komen gebruik ik ook Google Translate:

Sebastien,

Can you tell of the booking for twoo rooms for 22 october is ok?

Je voudrais renseigner sur la réservation de l’accord le 22 Octobre.

Thanks! Merci!

Het antwoord is verrassend. Zelfs voor Sebastien:

Dag Hans,

Niet probleem voor de reservatie, dat is bloqueren maar ik moet traducteren de contract, dat neem time, bedankt

Sebastien

Gelukkig. We zijn er zeker van dat we terecht kunnen. Nog even wachten op de traductie van het contract. Dat zal een feest worden om te lezen. Ik kijk er nu al naar uit.

Helaas wordt ik teleurgesteld. Het volgende mailtje komt in het Frans. Gmail detecteert dat het niet in mijn moedertaal geschreven is en geeft een knopje om te vertalen. Daar komt een prima tekst uit zodat ik begrijp wat er van mij verwacht wordt. Alleen zijn ondertekening vind ik wat merkwaardig.

Hierna zijn we er bijna door. Er is nog even wat consternatie over de aankomsttijd, maar daar komen we wel uit want ik heb gemerkt als ik zijn Nederlands terugvertaal naar het Frans en dan weer naar het Engels dat het begrijpelijk wordt. En zo leer ik zelfs nog een beetje Frans bij!