Dinsdag 21 augustus: Niederland – Koppl

66 km (totaal 1599 km)
627 hoogtemeters
Camping Huberbauer (€17,50)

De reis zit erop
Hoofd vol met ervaringen
Genieten van rust

Door het heldere weer vannacht en het hoge gras zou een dweilpauze in de tent niet misstaan. Maar goed, het is weer prachtig weer vandaag en de tent drogen we later wel. Het is de laatste dag fietsen. Eerst naar Salzburg. Dan het allereerste deel van de route die we nog niet gedaan hebben. En tenslotte nog een verbindingsstukje naar de camping waar de auto staat. De route van vandaag is weer uitzonderlijk mooi. Nauwelijks autowegen, veel spannende paadjes en veel door de natuur.

We komen nog even in Duitsland. Dat zet het aantal landen van deze vakantie op vijf. Ik zie het alleen aan de GPS en Mevr. van der Veeke zit goed op te letten en ziet nog een bordje in de berm. Als we in Oostenrijk terugkomen is er helemaal geen indicatie dat dit gebeurt. Zo vervagen alle grenzen natuurlijk.

Naar Salzburg toe worden de bergen steeds lager. Je zou het nauwelijks bergen meer kunnen noemen, het zijn meer heuvels. Maar soms stoppen we even om te kijken waar we vandaan komen. Om het afscheid te verzachten tonen de bergen zich op hun mooist.

Bad Reichenhall is een Duitse plaats die vooral bekend is van zijn zout- en pekelproductie. Je kon er in baden, je kon het drinken en je kon het snuiven. In 1834 is de stad bijna tot de grond toe afgebrand omdat ze een brandende bezem niet blusten. En waarom niet? Omdat er toevallig een overheidcommissie op bezoek was en die wilden ze niet verstoren. Verkeerde keuze lijkt me. Ons valt op dat ze de stad daarna weer mooi opgebouwd hebben. Hier is geen sprake van vergane glorie. Het is een prachtige en levendige stad.

Meestal maak ik onderweg zelf een bakje koffie. Omdat het een feestelijke dag is -onze schoondochter Rosa is jarig- nemen we eens een keer een koffie en een gebakje bij de bakker.

Bij kasteel Marzol staan we even stil. Het is in de 15e eeuw gebouwd en is zoals een kasteel moet zijn. Vier hoektorens, kantelen en een robuuste uitstraling. Ik mis alleen de prinses in de toren.

Via fietspaden worden we Salzburg binnen geleid. De stad wordt gedomineerd door een vesting op een onneembare rots. Hier wordt al sinds mensenheugenis zout gewonnen. Vandaar de naam Salzburg en de Salzkammergut regio. Ook de ligging aan de rivieren Saalach en Salzach heeft aan de economische ontwikkeling meegeholpen. De stad is ooit Keltisch begonnen, onder de Romeinen ontwikkeld en later een bisdom geworden. En natuurlijk is Mozart hier geboren. Zonder hem hadden we nooit de Mozartkugeln gehad.

In het centrum moeten we ons weer een weg banen door Japanners en Chinezen maar we krijgen toch een kleine indruk van de stad. Hij is prachtig. Morgen trekken we een dag ervoor uit om hem goed te bekijken. Voor nu geef ik één foto en dat is meteen een reden om naar Salzburg te gaan.

In principe zit de route er nu op, maar we hebben nog een stukje van 20 kilometer wat we bij aanvang hebben overgeslagen. Die loopt boven de stad langs en betekent toch weer even klimmen voor ons. We hebben genoeg geoefend dus dit is geen probleem. En dan nog even puzzelen om bij de camping terug te komen waar de auto staat. Ook dat lukt en tegen half vijf sluiten we de ronde af met bijna 1600 kilometer op de teller. Het was weer een fijne tocht en ik ben altijd blij dat het zonder ongelukken en grote pech afgesloten kan worden.

Als ik de auto op wil halen, dan doet hij helemaal niets meer. De accu is compleet leeg. Ik moet even nadenken hoe dit kan gebeuren want de auto heeft hier een beveiliging voor. Maar dit jaar heb ik een anti-marter apparaat laten installeren en die by-passed deze beveiliging en trekt rechtstreeks stroom van de accu. Na een maand is die wel ongeveer leeg. Gelukkig biedt de Oostenrijkse wegenwacht uitkomst. Even de lader erop en hij doet het weer. Ik moet wel even 30 kilometer rondjes rijden maar dit is weer eens wat anders dan fietsen.

Hiermee sluit ik deze verslagronde weer af. Ik wil speciaal Saskia bedanken voor alle bijdragen in de vorm van tekstcontrole, foto’s, haiku’s en natuurlijk de onmisbare gezelligheid. Een tocht ‘maak’ je samen. En de lezers bedankt voor het lezen en de opbeurende commentaren. Het is altijd leuk om een reactie te krijgen. Misschien tot een volgende tocht.

profiel-21-08

kaart-21-08

Maandag 20 augustus: Zell am See – Niederland

52 km (totaal 1533 km)
237 hoogtemeters
Camping Steinpass (€23,=)

Zonder verwachting
Komt de grote verrassing
Wie had dat gedacht?

Met weemoed moet ik toegeven dat het einde van de vakantie nadert. Je kunt het wel ontkennen, maar hij staat echt om de hoek. We zien Salzburg, en dus het einde, bij elke kilometer dichterbij komen. Desalniettemin proberen we zo goed mogelijk nog van elke dag te genieten en vandaag was dat niet moeilijk. Want de route is erg mooi en de gemakkelijke dag, die we gisteren verwacht hadden wordt vandaag gerealiseerd. Ik kan niet anders dan blij worden als ik ’s ochtends mijn tent uit kruip en dit als eerste zie.

We zitten iets beter in het ritme dan gisteren en dus weer op tijd op pad. Onverwachte bonus is dat ik de tent droog in kan pakken. Via kleine wegen gaan we naar Maishofen waar we boodschappen doen. Daarna komen we in Gerling waar zowaar de kerk open staat. Het is een oude kerk waarvan de historie teruggaat tot de middeleeuwen. Bij de renovatie in 1971 kwam het fresco van St. Christophorus tevoorschijn. Als reizigers is het altijd goed als we deze tegenkomen. Binnen is het allemaal bling-bling wat ze goed beschermen want je kunt wel kijken,  maar je kunt er niet in.

Saalfelden is een redelijk groot dorp. Ik zou het geen stad willen noemen. Typisch Oostenrijks met een centraal plein, kerk en natuurlijk fonteinen. Historisch gezien is het een opstandige gemeenschap want ze weigerden vroeger aan hun belastingplicht te voldoen. Hier begint ook ons laatste traject. Dat vieren we door een koffie met ‘schnecke’ en uitzicht te consumeren. We hebben mooi zicht op de burcht en als je goed kijkt, dan zie je het witte kerkje nog. Het is me opgevallen dat kerkjes vaak bovenop onmogelijke plaatsen staat. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan om naar de kerk te (kunnen) gaan.

Vandaag is het voornamelijk dalen via speelse wegen. Het dal wordt steeds smaller zodat trein, auto en fiets om de beschikbare ruimte moeten vechten. Maar, in tegenstelling tot gisteren, is er steeds nog ruimte voor een vrijliggend fietspad. 

Zo passeren we Weissbach (bei Lofer), St. Martin (bei Lofer) en Lofer zelf. Dit is weer een Oostenrijks plaatje van een dorp met een mooi centraal plein. De kerk heeft deze keer geen spitse toren maar een ui.

Het leuke van fietsen is dat je langs plekjes komt die je met de auto nooit zou zien. Zo fietsen we een hele tijd langs de Saalach. Waren de riviertjes in Slovenië, Kroatië en Italië bijna leeg, hier stroomt het nog voldoende. Ook vandaag is het weer warm, dus alleen het zicht al op zo’n snelstromende beek geeft verkoeling.

We passeren Unken en Niederland. Je waant je bijna thuis. Hier bevindt zich ook de laatste camping voor Salzburg. Het was te ver om in een keer door te fietsen, dus daarom maken we de laatste dagen wat minder kilometers. Het is weer een prachtige camping met een mooi uitzicht. We vinden een mooi plekje, met schaduw, onder een boom. Enig nadeel is dat je de weg steeds hoort. De uitbater is een oudere hippie met één tand. Ik check in en vraag of hij ook bier verkoopt. Nee, dat doet hij niet maar hij wil me er wel een geven. En neem er ook een voor je vrouw mee. Een camping met gratis bier is natuurlijk nooit weg! De rest van de middag kunnen we vakantie vieren. Morgen zijn we weer terug bij ons startpunt.

profiel-20-08

kaart-20-8

Zondag 19 augustus: Badbruck – Zell am See

53 km (totaal 1481 km)
456 hoogtemeters
Camping Seecamp (€30,20)

Zell am See als doel
Benieuwd naar groene pistes
Zomers tafereel

We denken dat we vandaag een rustige en gemakkelijke dag hebben met maar een kleine 60 kilometer. Daarom doen we wat rustiger aan en zitten pas rond half tien op de fiets. De uitzichten zijn vandaag zonder meer mooi, maar de route is wat minder mooi dan gisteren. We zitten veel langs autowegen alhoewel je dat op deze foto niet zou zeggen.

Bad Hofgastein is ook weer een kuuroord én een skidorp (in de winter). We vinden er een bakker die open is en er is al allerlei volk op straat. Maar het volgende dorp, Dorfgastein vinden we meer Oostenrijks. Het hotel heeft een mooie muurschildering, de bakken zitten vol met bloemetjes en de kerk is prominent aanwezig. Het is met zijn 1627 inwoners overigens de kleinste gemeenschap in de Gastein vallei.

Om in Lend te komen moeten we door een tunnel van anderhalve kilometer. Samen met de auto’s, en ik kan je vertellen dat dit een enorme herrie is. Het lijkt wel een spinningles van Wim waar de muziek ook zo hard staat dat je oordoppen nodig hebt. Ik wilde dat ik ze meegenomen had. Verder is hij goed te doen omdat we over een afgescheiden fietspad gaan. Alleen bij tegenliggers moeten we even langs elkaar heen manoeuvreren.

Bij Lend moeten ik even zoeken omdat het weer een spaghetti van wegen is, maar dankzij de GPS vind ik de juiste. We dalen hier meteen 100 meter steil naar beneden en komen daarbij vloekende fietsers met rode koppen tegen die omhoog moeten. Benjaminse maakt hier geen vrienden mee.

Lend is ook weer zo’n mooi dorpje. Een fontein, bloembakken, bloemetjes en een kerk. Wij vinden het mooi genoeg om even een boterhammetje te eten. Hier in Oostenrijk hebben ze tenminste weer bruine broodjes want in Italië was zelfs het volkorenbrood wit.

Bij Taxenbach is er weer een tunnel maar hier worden de fietsers er omheen geleid. Heerlijk even een stukje zonder auto’s en Mevr. van der Veeke weet zelfs nog even een cache te scoren die aan een touwtje in het ravijn hangt.

Zo gaan we langzaam richting Zell am See. Het fietsen gaat vandaag wat moeizaam en valt me zwaar. Komt het door de lange dag van gisteren? Of omdat ik dacht dat het gemakkelijk zou worden? In elk geval zijn we blij dat het eind van vandaag in zicht komt.

Zell am See kennen we van de wintersport. Dan is alles wit. We zien de pistes liggen waar we afgesuisd zijn maar dat zijn nu groene weiden. Ook in de zomer is het hier een gekkenhuis met mensen want in het dorp staan de auto’s vast omdat de parkeergarage vol is. Hebben we met de fiets gelukkig geen last van. Werner von Trapp, je weet wel…van die zingende familie, kwam hier trouwens vandaan.

De camping in Zell am See is net zo vol als het stadje. Er is een tentenveldje en omdat we op tijd zijn, kunnen we nog een mooi plekje vinden. Met uitzicht op het meer en -eindelijk- de Grossglockner én een bankje. Vooral dat laatste is fijn, want ik ben door mijn stoeltje gezakt. En het helpt natuurlijk dat we een klein tentje hebben. Mevr. van der Veeke duikt, met kleren en al, in het meer want het is weer een hete dag. Ik houd het gewoon bij een douche. En omdat de winkels dicht zijn, hebben we geen eten kunnen kopen. Dan maar uit eten en ik moet toegeven, zo’n Oostenrijkse schnitzel is geen straf.

profiel-19-08

kaart-19-08

Zaterdag 18 augustus: Villach – Badbruck

107 km – waarvan ongeveer 82 gefietst (totaal 1428 km)
1052 hoogtemeters – waarvan ongeveer 552 gefietst.
Camping Pub Gastein (€18,=)

Soms zit alles mee
Geboren voor het geluk
Drijf mee op de stroom

18-8-18, zo’n magische datum moet wel geluk brengen. En dat deed het voor ons. Als ik het optimaal had kunnen plannen, dan had het niet beter kunnen lopen vandaag. Een dag waarin alles meezit.
De rustdag heeft ons goed gedaan. Volledig uitgerust en uitgeslapen, sta ik om half zeven al onder de douche. En voor achten zitten we op de fiets.

Het eerste deel van de dag volgen we nog steeds de R1, en die heet hier de Drauradweg. Dat is een fietsroute langs de rivier de Drau. Het is een mooie route over fietspaden zonder auto’s. Vaak asfalt en soms steenslag. En een paar keer moeten we hem oversteken en aan de andere kant verder gaan.

Het is een rivier met allerlei stuwen erin. Dit heeft tot gevolg dat er totaal geen scheepvaart is. Geen beroeps-, maar ook geen pleziervaart. Is wel wat saai maar omdat er nauwelijks wind staat fiets je wel steeds naast een spiegel. Voor het eerst sinds tijden fietsen we ook helemaal vlak. En dat schiet lekker op. Nu pas merk je hoeveel extra energie het klimmen met bagage kost.

Een ander feit is dat je om en langs alle dorpjes fietst. We passeren Puch (de ouderen onder ons herkennen de brommer), Kellerberg, Feffernitz en Freistritz zonder er iets van te zien. Alleen Spittal gaan we even doorheen. We hadden gehoopt dat de route langs slot Porcia zou lopen, maar dat doet hij niet. We krijgen er zelfs geen glimp van mee en we zijn Spittal alweer uit voor we er erg in hebben. Hierna komen we meer in de velden en minder aan de Drau. Fijn die afwisseling. Geen kabbelend water maar vers gemaaid gras en hooi dat ligt te drogen. Heerlijke geuren.

We komen wel langs Teurnia, een oude Romeinse nederzetting. Het was een decadente toestand toen met wijn uit Palestina, oesters en andere zeevruchten en ze hadden vloerverwarming en wifi. Nou ja, misschien dat laatste niet.

Bij Mollbrucke verlaten we de Drau. Die gaat met een lus weer richting het zuiden en wij gaan naar het noorden. We stappen over op fietsroute R8, die de Glocknerroute wordt genoemd. Om ons heen worden de bergen hoger naarmate we meer in het Hohe Tauern natuurpark komen. In 1971 kwamen Tirol, Salzburgerland en Karinthië overeen dat ze een groot gebied authentiek willen houden. En op dit moment is dit het grootste natuurpark van Europa. Met meer dan 300 bergen boven de 3000 meter zeker indrukwekkend te noemen.

Voor Obervellach krijgen we nog een paar kleine klimmetjes. Hadden we natuurlijk kunnen weten als een naam met ‘ober’ begint. Ik heb liever die obers waar je wat bij kunt bestellen. Maar goed, in Obervellach komen we voor een moreel dilemma. Om van Obervellach naar Malnitz te komen moet je een klim van 500 meter in zes kilometer doen. Dat is bijna 10% en daar zijn we zeker twee uur mee bezig. En inmiddels hebben we ook al 76 kilometer op de teller.

Het alternatief is een buschauffeur een goede dag bezorgen. We rijden langs de bushalte waar net de bus naar Mallnitz op het punt staat te vertrekken. En de chauffeur heeft niemand in de bus. Hij leeft helemaal op als ik vraag of we met de fiets in de bus kunnen. Dat kan. We hoeven niet eens de tassen eraf te halen. Voor €15,20 kopen we 500 hoogtemeters. Ik had natuurlijk liever gefietst, maar soms moet je je verantwoordelijkheid pakken en doen wat er gedaan moet worden.

Tip voor fietsers; deze bus gaat elke dag. ’s Ochtends twee keer en ’s middags tussen 13 en 17 uur om vijf over het uur bij de Seilbahnplatz.

Tien minuten later zet de chauffeur ons bij het station in Mallnitz er weer uit. Hier moeten we met de trein door de Tauerntunnel, net als de auto’s. We betalen hiervoor €9,40 voor twee personen en twee fietsen. De reis duurt ongeveer 12 minuten. Deze trein gaat de hele dag door elk uur. Dus we kunnen een kaartje kopen en bijna meteen instappen.

In Bockstein stappen we weer uit. Het is nu een nietszeggend plaatsje maar in het verleden was het de goudmijn van Oostenrijk. Iets verderop ligt Bad Gastein. Het is  een prachtig plaatsje waarvan de hoogtijdagen in de vorige eeuw lagen.

Het is een vakantie-en een kuuroord waar de groten der aarde kwamen. Onder andere Elisabeth van Oostenrijk en Hongarije (ook bekend als Sissi) en de sjah van Perzië kwamen hier. Men dicht heilzame kwaliteiten toe aan het water dat radon bevat maar de werking is nooit bewezen. 

Het centrum is ontzettend steil en volgebouwd met een soort van mini-wolkenkrabbers, zonder dat je dit doorhebt omdat alles tegen de rotsen aan is gebouwd. Het is gesitueerd rond een waterval die door het hele dorp gaat. In drie fasen heb je een verval van 341 meter en hierdoor wordt de lucht negatief geïoniseerd ( ja, ja…) wat bijdraagt aan de gezondheid. Wij zien er ineens 10 jaar jonger uit en alle vermoeidheid is weg.

Hoe het ook zij, het is een fascinerend dorp om doorheen te gaan. Door de teruggang in het toerisme is het wel wat vergane glorie geworden en staan veel hotels leeg of in verval. Wij waren in elk geval blij dat we hier naar beneden konden gaan en niet omhoog. Volgens Benjaminse ‘even doorzetten’ maar volgens mij gewoon een uur lopen want ik kwam met rokende remmen beneden.

We hebben inmiddels een flink aantal kilometers erop zitten. Daarom pakken we de eerste camping die we tegenkomen. De beschrijving vond ik maar zo-zo door de naam; pubcamping en kegelbaan. Maar het is de mooiste en goedkoopste die we hebben deze vakantie. De uitbater is een kordate man die van duidelijk houdt op een vriendelijke manier. We hebben een groen grasveld, prachtig uitzicht en een heerlijke douche. Zo zie je maar dat je beter niet op je eigen interpretatie af kunt gaan, maar meer op de feiten. We koken ons maal en ’s avonds zitten we in de campingkroeg. Want op deze hoogte (840 meter) is het knap koud ’s avonds. Eigenlijk voor het eerst deze vakantie.

profiel-18-08

Kaart-18-08

Vrijdag 17 augustus: rustdag Villach

6 km (totaal 1346 km) – 34 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

Lekker luieren
Een boek, wat zon en een bier
Hebben we verdiend

Vandaag nemen we het ervan. Beetje uitslapen, koffiedrinken, lezen en wat fietsonderhoud doen. Ik moet wel even op de fiets om boodschappen te doen, maar daar blijft het dan ook bij.

Ik heb de drankjes koud gezet voor later in de middag. En dan morgen weer op de fiets.


Donderdag 16 augustus: Pontebba (Italië) – Villach (Oostenrijk)

64 km (totaal 1340 km) – 486 hoogtemeters.
Camping Gerli (€18,60)

De top is bereikt
De daling gaat beginnen
Rust voor de benen

Zoals ik al vertelde, is het in vele dorpen feest. Zo ook in Pontebba. Op een gewone woensdagavond gaat het tekeer alsof we in de auto van Bolhuis zitten (Baflo’s grapje). Ik snap nu ook waarom hier zoveel aardbevingen voor komen. Maar hoe hard ze ook hun best doen, wij vallen gewoon om half elf in slaap. 

Het ontbijt wordt de volgende ochtend in het café eronder geserveerd. En het is eigenlijk wat we van een Italiaans ontbijt verwachten; koffie, sapje en croissant. In het café is het alweer druk als we vertrekken. De eerste fietsers zitten er en de dorpelingen staan er om een espresso te nemen.

Wij gaan verder over de prachtige fietsroute. We passeren San Catharine, Malborghetto en Ugovizza waarbij we gestaag de hoogtemeters maken. Deze dorpen zien we in de verte liggen want meestal fietsen we er hoog boven langs. Het fietspad is rustig en af en toe passeren we een tunnel. Hieronder een paar foto’s.

Ondanks dat het de Tarvisio pas heet, ligt het hoogste punt bij Camporosso. Daar is het 820 meter hoog terwijl het bij Tarvisio ‘maar‘ 756 meter hoog is. Camporosso is trouwens een belangrijk bedevaartsoord. Daar zien we niets van, ook geen verdwaalde pelgrims. Of ze moeten toevallig op de fiets zijn. Van de plaats Tarvisio zien we iets meer maar het is er wel een gekkenhuis met fietsers. Velen gaan daar met de auto of trein heen om een fiets te huren en alleen maar af te dalen. Amateurs! Wij gaan gauw verder want nu zitten wij ook in de afdaling. En ook hier zijn de uitzichten adembenemend.

Grenzen van Sjengen-landen zijn tegenwoordig onzichtbaar. Ik heb hem op de GPS gemarkeerd, dus ik zie precies wanneer we erover heen gaan. En als je even zoekt is er meestal nog wel een grenspaal te vinden.

Het fietspad loopt hoog boven de autowegen. Soms moeten we een klein stukje klimmen maar voornamelijk is het dalen over spannende paadjes in het bos. Bij Arnoldstein komen we weer een stukje op de autoweg. Hier gaan we even bij het oude klooster kijken. Het is mooi gerestaureerd. Voor €3 p.p. kunnen we erin.

Langs de rivier de Gall gaan we door naar Villach. Het is een mooi steenslagpad langs het water. We doen er een paar caches en een lunch. Omdat er geen bankjes zijn, gaan we gewoon met de tarp in de berm zitten. Het levert verbaasde blikken op van de mensen die langs komen. In Pontebba heb ik lekkere broodjes gehaald, een stukje worst en kaas uit Cividale. Het is smikkelen.

De camping ligt een stuk buiten de stad, dus we laten Villach voor wat het is. Langs de Drau gaan we richting Neufellach. Om bij de camping te komen moeten we door een aantal woonwijken. En als je van de rivier af gaat, moet je klimmen. 

We hadden in de Google recensies al gelezen dat de camping gedateerd is. En dat klopt. Een oud vrouwtje doet de receptie, het restaurant en de bar en probeert vijf mensen tegelijk te helpen. Daar raak je ook gedateerd van. We krijgen een prima plek waar je alleen lopend of met de fiets kunt komen. Wat ons betreft helemaal goed want voor de rest zijn het veel campers en grote caravans op doorreis. Hier gaan we morgen een verdiende rustdag houden.


profiel-16-08

kaart-16-08

Zaterdag 28 juli: Lavamünd (Oostenrijk) – Zgornje Jezersko (Slovenië)

70 km (totaal 431 km) – 1061 hoogtemeters.
Camping Alpiski (€22,=)

De geest stelt zich voor
Het ergste ooit ervaren
Koester het moment

Dit is wat we vandaag ongeveer gaan doen. Eerst hobbelen we een tijdje op en neer. Dan klimmen we vanaf ongeveer 500 meter naar 1200 meter. Bovenop gaan we de grens over naar Slovenië. Dan dalen we nog een kilometer of vijf en we denken dat we dan helemaal gesloopt aankomen op de camping.

We beginnen alvast met mooi weer en dat is fijn. De tent kan even drogen en alles past in één zak. Voor ons is dit een onontdekt stukje Oostenrijk. Kleine weggetjes, soms een fietsroute en aardige Karintische dorpjes. En in elk dorp natuurlijk een kerk. Zoals er ook om de paar honderd meter een religieus ‘iets’ staat, tot zelfs kappelletjes in de voortuinen.

Onderweg naar Bleiburg komen we een hangbrug tegen met houten planken. Erover fietsen wiebelt wat dus we gaan maar lopen. Deze is speciaal voor fietsers en wandelaars gemaakt. 

Je merkt dat we dichter bij Slovenië komen want de plaatsen krijgen dubbele namen. Zo heet Bleiburg ook Pliberk. Het is al best zwaar fietsen dus we zijn wel aan een koffie toe. Mevr. van der Veeke heeft er een lekkere ‘snecken’ bij gekocht, een ritueel dat we dagelijks doen. We fietsen de calorieën er toch wel weer af.

Bleiburg is een druk stadje met smalle straatjes. Er is veel blik in het stadje waardoor we in het centrum bijna de pestzuil missen. Van Bleiburg Castle zien we helemaal niets. 

Die in Globasnitz is daarentegen niet te missen. Het is een gat van niets maar een kasteel uit een sprookje. Slot Elberstein is door een zonderling neergezet en het ziet er nog steeds prachtig uit.

Bij een meertje (Sonnegger See) gaan we even ‘jausen’ en eten we een boterhammetje. Er is veel te zien en gelukkig vinden we een plekje in de schaduw want de temperatuur zit weer rond de dertig graden.

Ondanks alle fietservaring zien we wat op tegen de klim zo meteen. Het is best een lang stuk dat we omhoog moeten. In Noorwegen deden we dit een paar keer per week maar inmiddels hebben we al een week in de benen zitten en eigenlijk zijn we toe aan een rustdag. We rekenen uit dat het minstens drie uur omhoog fietsen is, in een lage versnelling. De temperatuur werkt natuurlijk ook niet erg mee. In Sitterdorf halen we daarom nog wat extra’s te drinken. Het eerste deel, tot Bad Eisenkapel, loopt nog op een vrijliggend fietspad langs de Vellach en gaat nog niet zo steil. 


En we komen langs een natuurlijke bron zodat we de bidons nog bij kunnen vullen.

Daarna is er nog maar één weg. Die is op zich niet druk maar wel geliefd bij de motorrijders die met hels kabaal en hoge snelheden langs komen razen. Ondertussen klimmen wij geduldig voort. Het is gewoon een kwestie van de trappers naar beneden blijven duwen. Ik klim iets sneller dan Mevr. van der Veeke dus ik wacht regelmatig even op haar. Meestal gewoon langs de kant in de schaduw maar soms is er een mooie waterplaats om even af te koelen.

Niet dat we extra motivatie nodig hebben maar dit soort bordjes geeft je wel energie om door te fietsen. 

Een paar kilometer onder de top komen we in een serie van haarspeldbochten terecht. Niet dat het daar gemakkelijker van wordt, maar je hebt iets meer uitzicht.

En uiteindelijk zijn we dan op de Seebergsattel op 1215 meter. De benen zijn moe maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de voldoening. Om dit op eigen kracht te (kunnen) doen voelt gewoon goed. En dan wil ik extra kudos geven voor Mevr. van der Veeke, die dit toch maar zo even doet zonder mopperen en klagen. Waar vind je tegenwoordig nog zo’n vrouw?


Er zijn geen grensformaliteiten, dus we kunnen zo door. Aan de andere kant zijn nauwelijks motoren meer maar dat kan te maken hebben met het slechtere wegdek. We dalen in een paar minuten een paar honderd meter en komen bij de camping. Moe maar voldaan. Tentje opzetten en douchen. Om gewicht te besparen hebben we geen eten en drinken meegenomen. Maar de kroeg bij de camping heeft een koude Radler en verderop zit een restaurant waar we voor een habbekrats eten. Dat hebben we verdiend.

profiel-28-07

kaart-28-07

 

 

Vrijdag 27 juli: Fisching – Lavamünd

84 km (totaal 361 km) – 448 hoogtemeters.
Camping Lavamund (€23,=)

De top is in zicht
Een afdaling wacht op ons
Geen groter genot

Gedurende het eerste deel van de dag gaan we klimmen. We moeten naar de Oberdacher Sattel op 955 meter. Die brengt ons in Karinthië. Maar voor het zover is, hebben we gelukkig nog wel wat te zien.

Eerst komen we langs de kasteelruïne Eppenstein. Het ligt mooi op een heuvel maar ik vraag me altijd af hoe zoiets werkte. Voordat ze uit hun kasteel zijn, is de vijand toch allang weer voorbij? Ik snap dat je uitzicht hebt (alhoewel ik ook daar aan twijfel met al die bomen) maar dan? Vlug naar beneden rennen? Stenen gooien? Geen idee. Hij is in elke geval rond het jaar 1000 gebouwd en heeft toen 650 jaar het dal bewaakt. Daarna is hij in verval geraakt en nu is er dit over.

De route loopt veel langs grote wegen vandaag. Dit komt omdat het dal zo smal is. Na Bad St. Leonhard zou ik het zelfs niet meer dan een kloof willen noemen. Er is dan ook geen fietspad meer, maar we moeten dan via de grote weg. Het stikt hier ook van de houtzagerijen. Naast de geur van vers gemaaid gras, vind ik die van net gezaagd hout heerlijk. We horen zagen snerpen en vrachtauto’s rijden aan met bomen en af met planken.

Het laatste stuk klimmen we door het bos. We lazen dat het in Nederland de warmste dag ooit zou worden. Hier kunnen ze er ook wat van en dan is een beetje schaduw fijn. Het is trouwens een makkelijke geleidelijke klim en we zijn boven voor we er erg in hebben. Het nadeel van het bos is dat je geen uitzicht hebt. De gps registreert 988 meter en dan gaan we weer naar beneden.

Er volgt nu een afdaling van wel 40 kilometer. Ja, je leest het goed. 40 kilometer. Niet dat je helemaal niet hoeft te trappen, maar het kost niet veel inspanning. In Bad St. Leonhard is er een culinair feest. We signaleren de eerste bierdrinkers en de worsten hangen al boven het vuur. Tussen de feestgangers door zoeken wij de bezienswaardigheden. Eerst de kasteelruïne van Gomarn. In 1287 gebouwd en in 1762 afgebrand. De brandmelders waren nog niet geïnstalleerd of het brandde weer af. Toen heeft men het maar opgegeven.

Vervolgens gaan we op zoek naar ‘de’ Parochiekerk. Hierin is de meest uitgebreide collectie middeleeuws glas in lood van Karinthië te vinden. Maar laten er nu maar liefst twee kerken zijn in dit gat. En ze liggen alle twee op een heuvel. De eerste is mooi van binnen maar die is het niet. Voor de tweede gaan we een loeisteile heuvel op om erachter te komen dat dat wel de goede kerk is en dat hij gesloten is. Daarom maar een foto van de eerste kerk.

Via een autoweg, maar wel lekker dalend, gaan we naar Wolfsberg. Een grote plaats van 25.000 inwoners gedomineerd door kasteel Wolfsberg dat natuurlijk op een heuvel ligt. Daar hebben we het wel even mee gehad, dus we zien het alleen vanuit de verte liggen.

Vanaf hier zitten we op een mooi fietspad langs de Lavant. Dit fietst een heel stuk fijner dat op of langs een autoweg. Om ons heen rommelt het. Er zit voldoende onweer in de lucht.

Als het begint te druppen schuilen we even in een toren waar we een kopje thee maken.

Iets verder komen we langs Sankt Paul. Hier staat een Benedictijns stift op een rots van 70 meter. Het komt voor ons net boven het maisveld uit. De stift is een van de drie grootste in Karinthië.

In Lavamünd doen we boodschappen terwijl het om ons heen dondert en bliksemt. De camping is een grasveld bij een zwemplaats, waar we de faciliteiten mogen gebruiken. Dan vind ik €23 best nog veel. De campings in Oostenrijk zijn duur, maar meestal zijn de faciliteiten er ook naar, inclusief wifi. Als we de camping op komen begint het te plenzen. Gelukkig zijn er nauwelijks kampeerders en is er een afdak waar we onder kunnen zitten. Eerst maar aan het bier en douchen. Na een tijdje schijnt de zon weer en zet ik het tentje op. Het was weer een prachtige dag. Morgen hebben we (weer) een klimdag en steken we via de Seebergsattel (1216 m) over naar Slovenië.


profiel-27-07

kaart-27-07

Donderdag 26 juli: Mautern (im Steiermark) – Fisching

67 km (totaal 277 km) – 441 hoogtemeters.
Camping 50+ park (€26,40)

Weg van Maria
Een kaarsje branden
Op hoop van zegen

Sjonge, ik zou er wel aan kunnen wennen, zo’n Gasthaus. Een bed net zo groot als onze tent, wc op een paar meter afstand en ongelimiteerde stroom en wifi. Het leek wel even vakantie. Ook nog makkelijk inpakken zo. Maar goed, het prijsverschil is nogal groot. Ik was, met eten en drinken, iets meer dan €200 kwijt. Als we kamperen, zit ik rond de €40 voor camping en eten, en dat scheelt me net iets teveel. Daarnaast gaat er niets boven de vrijheid van een tentje.

De dag begint gemakkelijk. We hebben nog 25 kilometer afdaling tegoed totdat we in St. Michael komen. Ondanks dat het dal hier vrij breed is, horen we altijd wel een snelweg of een trein. Alle verkeersstromen moeten toch door het dal, dus je ontloopt elkaar niet. Spoor en snelweg lopen vaak vlak naast elkaar. Met het fietspad gaan we soms nog door de velden.

In St. Michael maken we koffie in een parkje. Er hebben hier nogal wat mensen gewoond. Eerst de Kelten en de Illyriërs. Daarna de Romeinen. Tijdens de volksverhuizing kwamen de Avaren en later de Slavische stammen zoals de Kroaten en Slovenen. Daarnaast is te melden dat in 1478 het complete gewas verwoest werd door sprinkhanen. En tot overmaat van ramp zwierven twee jaar later de Turken op een ‘vurige’ manier door het dorp. Het is gewoon een godswonder dat wij hier koffie kunnen zitten drinken.

Daarna wordt het nog erger dan Turken en sprinkhanen. Via een aantal verwarrende bordjes willen ze ons van de route af hebben, maar we laten ons niet gek maken. In het profiel van gisteren zie je nog even een puntje aan het einde. Die willen we gewoon doen, al gutst het zweet door de bilnaad. Dit laatste stukje brengt ons in het Murtal en we stappen over op de Murradweg. Ik kan melden dat die ook mooi is.

Knittelfeld is eigenlijk de eerste grotere stad die we tegenkomen. Veel industrie en wel twee treinmusea. Niet echt onze smaak, dus we willen door. Maar daar houdt een fikse regenbui geen rekening mee. We schuilen een kwartiertje en kunnen dan alsnog verder.

Het volgende profiel laat deze keer maar één grote piek zien. Dat is de Obdacher Sattel van 955 meter. Maar vandaag komen we niet zo ver. We doen alvast wel een stukje van de klim. En ik kijk uit naar de afdaling morgen.

We stoppen bij de 50+ camping in Fisching. Daar zijn we al om half drie. Met onze leeftijd kunnen we er terecht en aan de rest van de bevolking te zien halen we de gemiddelde leeftijd flink naar beneden. Ik lees dat de plaatsen 100 m2 zijn met aansluiting voor water, stroom en tv. Met ons tentje zouden we maar 6% van zo’n plaats innemen. Gelukkig hebben ze ook een veldje in de boomgaard waar we heel mooi staan. En ik moet toegeven, de rest van de camping is ook erg mooi opgezet.

Omdat we zo vroeg zijn besluiten we nog even naar Maria Buch te fietsen. Dat ligt een paar kilometer verderop en de kerk daar is het belangrijkste bedevaartsoort in de Boven-Murtalen en de oudste (10e eeuw) in Steiermarken. Blijkbaar zijn alle pelgrims op vakantie want we zijn er helemaal alleen. En dat geeft ons alle rust om de pracht en praal te bewonderen want er is versierd als bij een Tinder-date. En er zijn natuurlijk weer allerlei legendes bij de kerk. Koningin Eleonora was haar bijbel kwijt en erin zat een compromitterende brief van een edelman. Als ze die terug zou vinden, dan zou ze een kerk bouwen. En waar ligt die bijbel? In het huidige Maria Buch, dus er wordt een kerk gebouwd. Daarnaast is er het verhaal van de Turken (altijd weer die Turken) die zes enorme kaarsen schonken. Maar die hadden ze gevuld met buskruit dus aansteken is biem-boem. Gelukkig struikelt iemand met zo’n kaars en het bedrog komt aan het licht. Wij vinden het in elk geval een mooi koel, sereen en rustig plekje.


Wij doen nog even boodschappen en gaan terug naar de tent, waar het af en toe spettert. Vanavond moeten we weer zelf koken. Er zijn een paar aanpalende lege hutjes met veranda en meubilair. Daar kunnen we mooi zitten. Morgen gaan we de Obdacher Sattel op.

profiel-26-07

kaart-26-07

Woensdag 25 juli: Irdning- Mautern (im Steiermark)

77 km (totaal 210 km) – 557 hoogtemeters.
Gasthaus Maier (€138)

Werken voor de pas
De afdaling maakt veel goed
Geen groter geluk

Het plan voor vandaag is simpel. We hebben eerst een stukje vlak. Dan gaat het wat op en neer, eindigend in een klim. En daarna gewoon lekker kilometerslang afdalen. Vooral dat laatste kijk ik naar uit.

Maar we beginnen met een ontbijt in de zon. Ik zou haast zeggen ‘eindelijk’ een ontbijt in de zon maar we zijn pas drie dagen onderweg, dus ik heb geen reden zo kritisch te zijn. 

We zitten nog in het Ennstal en we fietsen langs de Enns, dus de route moet wel de Ennstalradweg heten. In Wörschach doen we de boodschappen voor de lunch. Op de heuvel boven het dorp schijnt kasteel Wolkenstein te liggen maar we zien er niet veel van. Alleen een paar steenhopen uit de verte. Dat blijft er dus over van een van de best ontwikkelde en versterkte kastelen in de loop van de tijd. Uiteindelijk komen we bij Liezen. Het is een industriestad, dus we slaan het centrum maar over.

Selzthal is een verbindingsdal tussen de Enns en de Mur. Je kunt het nauwelijks een pas noemen dus we hoeven niet veel te klimmen. Boven de pas torent de burcht Strechau

Wij kijken uit over een breed dal waar we via rustige fietspaden en wegen richting de Schoberpass gaan. We passeren kleine dorpjes als Buschendorf, Trieben, Gaishorn en Treglwang. Het heet hier de Rastlandradweg oftewel de R15. Het valt ons op dat het heel anders is dan vorig jaar. Toen fietsten we langs de Franse westkust, ook mooi, maar wel een beetje saai. Met de bergen hier heb je altijd een mooi uitzicht. De mensen zijn vriendelijk en noemen ons ‘tüchtig’. De automobilisten zijn galant. Ik ben er alleen nog niet achter hoe de groet-cultuur in elkaar zit. Dat varieert van uitbundig zwaaien tot het compleet negeren. Ik vermoed dat de Oostenrijker van nature nors is maar dat ze het gedrag, door het toerisme, hebben moeten aanpassen. Sommigen gaan erin mee, anderen zijn er nog niet klaar voor.


Bij Barndorf vinden we een mooie lunchplek. Je ziet in de dorpen ook vaak een watertrog met drinkwater. Is niet alleen fijn om je bidon te vullen, je kunt er ook heerlijk even afkoelen. Vandaag is het wat minder warm dan gisteren, dus ik hoef er niet in te kruipen.

Hierna klimmen we langzaam omhoog naar de Schoberpas op 849 meter. Het is een geleidelijke klim op een rustige weg. In het dorpje Wald op de pas is niets  te doen. En daarna begint het grote genieten. Er is werkelijk niets fijner dan een geleidelijke afdaling. Ik kan me voorstellen dat een elektrische fiets zo voelt. Je hoeft nauwelijks te trappen maar je gaat toch 30 km/uur. We kiezen ervoor om de Bundesstrasse te nemen omdat het mooi asfalt is en hij erg rustig is. Zo flitsen de kilometers voorbij. Op een gegeven moment zijn we even de weg kwijt en vraagt Mevr. van der Veeke waar we heen moeten.

Een paar kilometer voor Mautern komen we langs Schloss Ehrnau. Het ziet eruit als een trieste bedoening en staat nu leeg. In de dertiende eeuw gebouwd, in de veertiende eeuw door de Turken vernietigd. Daarna heeft het tweehonderd jaar geduurd om het weer op te bouwen en dan maken ze er dit van. In de tussentijd bewoond door vele edelen, maar het absolute diepte- (of hoogte-, het is maar hoe je het bekijkt) was in de jaren tachtig, toen er een discotheek in zat. Nu staat het leeg.

Er zijn hier geen campings dus we moeten een Gasthaus zoeken. Google geeft weinig opties, dus we kijken in de dorpjes zelf. In Mautern zijn er meerdere. We komen bij Familiengasthof Maier uit. Niet goedkoop, maar we hebben een hele luxe kamer en een mooi balkon. Ik denk dat Willem wel blij is dat we onszelf zo een keer verwennen.

profiel 25-07

kaart-25-07.jpg