Spoorlijnen en jaagpaden

A traveler without observation is a bird without wings.

Dag 006:

De lucht is stemmig grijs als we opstaan. Het voordeel hiervan, en een beetje wind, is dat de tent droog ingepakt kan worden. We gaan eerst naar Breda. Weer zo’n stad waar ik niet vaak genoeg ben geweest. De dames willen graag even naar het Gasthuis met zijn binnenhofje. Wij mogen er wel in maar de fietsen zijn niet welkom. Toch is het een mooi plekje.

Op de markt gaan we naar de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk. Eindelijk een kerk die open is en het is nog gratis ook. Bij de balie kunnen we een stempel krijgen en er zijn genoeg tekenen van St Jacobus. Op de kerkbanken zijn allerlei figuren uitgesneden waaronder de pelgrim. En de stempelman wijst op een niet te vinden plaatje in het plafond waar St. Jacobus op staat.Ook liggen hier de hertogen van Nassau. Als je dan een rijke stinkerd bent, dan wil je dat ook laten weten.

Meanderend door de velden en de bossen trekken we naar het zuiden. We hebben een klein windje in de rug maar geen zon vandaag. In Galder gaan we nog even bij de St. Jacobskapel langs. Ook deze is weer gesloten. En dan vragen ze zich af waarom het kerkbezoek afneemt. De mensen kunnen er gewoon niet in.

Iets na Galder gaan we de grens met België over. Tijd voor de dagelijkse selfie.

De rest van de dag verloopt zonder bijzonderheden. We fietsen door veel groen en af en toe een dorpje. We zien aan de huizen en het gebrek aan planologie dat we in België zijn. Ook beginnen we de routestickers tegen te komen zodat we weten dat we nog op de goede weg zijn. Bij de lunch komen we de eerste mede-pelgrims tegen. Ook onderweg naar Santiago op de fiets.

Maar het meeste plezier beleven we bij het mopperstraatje waar we allemaal onze grieven even kwijt kunnen.

Bij Viersel zoeken we de camping op. Eigenlijk zou camping de Waterschap niet de naam camping mogen hebben. Het is meer een verlopen caravanpark met een klein veldje voor tenten. Het sanitair is van vóór de (eerst of tweede) oorlog en douchen kost een euro per minuut. We zitten langs een snelweg, er loopt een spoor, er is een kanaal met zwaar scheepvaartverkeer en er komt af en toe een vliegtuig laag over. Maar goed, een echte pelgrim neemt het zoals het komt en het is maar voor één nacht, dus we redden ons wel.

Dag 007:

Het was weer een ontzettend koude nacht maar als we opstaan dreigt het mooi weer te worden. Na een kleine traumatische ervaring waarbij Mevr. van der Veeke me opsluit in de wc’s, gaan we op pad. Je vraagt je af waarom ze zoiets doet, maar dat is waarschijnlijk omdat ik haar uitgelachen heb voor haar nep-crocs met bontjasjes.

We fietsen eerst, langs het Netekanaal, naar Lier en daar is voldoende te doen.

Het is een prachtig stadje, dat uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. We vergapen ons aan de prachtige oude (vakwerk)huizen die rijkelijk versierd zijn aan de grote markt. Er is een rococo stadhuis en een Jacobskapel, waar we weer een stempel halen.

Maar het mooiste vind ik de Zimmertoren. Aan de buitenkant zit de Jubelklok met 13 wijzerplaten. Binnen zijn er vervolgens nog 57 andere wijzerplaten, en in het huisje ernaast is een wonderklok met 93 wijzerplaten. Het is niet open (want het is 1 mei, dag van de arbeid en bijna alles is gesloten) maar ik kan met niet voorstellen wat je op 93 wijzerplaten wilt laten zien. In elk geval is de klok van buiten prachtig.

Ook kijken we nog even bij het Begijnhof uit de dertiende eeuw. Dit zijn een aantal straatjes die als Unesco werelderfgoed bestempeld zijn. Het is erg authentiek. Maar je zou het ook wat vervallen kunnen noemen.Ooit trouwden Philip de Schone en Johanna de Waanzinnige (goede naamkeus…) hier en brachten er de nacht door.

Na Lier blijven we het kanaal volgen. Langs Duffel en dan naar Mechelen. Ook weer zo’n ondergewaardeerde stad. We kennen allemaal Gent en Brugge wel, maar Lier en Mechelen zijn minstens zo interessant.
Mechelen wordt gedomineerd door kerken en met name de St. Romboutskathedraal uit 1450. Een spits van 167 meter hoog en maar liefst twee carillons die zich de hele tijd niet onbetuigd laten. Hij is zowaar open en binnenin is genoeg te zien.

Dat kunnen we niet zeggen van de St. Jans kerk en de Onze-Lieve-Vrouwe-Over-de-Dijle-kerk. Beide schijnen een werk van Rubens te bevatten en beide zijn dicht. Maar goed, de rest van het stadje maakt een hoop goed.

We nemen wel afscheid van Loes, die weer richting huis moet. Ik zal haar gekwebbel achter me missen. Ze weet een hoop te vertellen vanuit haar achtergrond als gids. En ze is gewoon gezellig om erbij te hebben.

Wij besluiten er een korte(re) dag van te maken en zoeken bij Londerzeel de camping op. Het blijkt een groot huisjespark rond een plas te zijn. Maar ze hebben ook nog wel een plekje voor onze tent. En het is geen straf om vroeg te stoppen, als de zon schijnt.

Dag 008:

Alweer een koude nacht. Als ik op de thermometer kijk, dan is het zes graden in de tent. Het is de limiet van de slaapzakken. Als het kouder wordt, moet ik meer kleren aan gaan doen. Gelukkig schijnt ‘s ochtends de zon even zodat we wat op kunnen warmen. Er is geen ontbijt want de winkels waren gisteren dicht. Dat kopen we in Londerzeel en op een bankje bij Steenhuffel werken we dat naar binnen. Geen verkeerde plek want we hebben uitzicht op kasteel Diepenheim en achter ons staan de Palm bierbrouwerijen. De route was gisteren wat ‘rommelig’. Geen mooie weggetjes en veel industrie. Vandaag wordt dat ruimschoots goedgemaakt.

Van Londerzeel naar Aalst zitten we op de ‘Leirekensroute’. Het is een fietspad dat is aangelegd op de voormalige spoorweg om Antwerpen te verbinden met Noord-Frankrijk voor het goederenvervoer. De lijn is niet het succes geworden dat men verwachtte en het werd al snel personenvervoer. Uiteindelijk is hij in 1976 opgedoekt en daarom hebben wij nu een mooi fietspad. De naam komt overigens van een van de eerste machinisten dus je hoeft niet bekend te zijn om herdacht te worden.

Vlak voor Opwijk hebben we even een positieve opsteker. Vanaf hier is het nog maar 2000 km naar Santiago. We zijn er dus al bijna…

De route gaat eigenlijk om Aalst heen. Daar is weer een mooi marktplein met nog mooiere geveltjes maar we willen het deze keer wel overslaan om de stad in te rijden. Het is inmiddels begonnen met regenen en we willen verder. Maar de Grote St. Maartenskerk trekt toch te hard aan de aandacht. Daar hangt (weer) een doek van Rubens en er is een doek waarop St. Jacobus als ‘de Morendoder’ is weergegeven. Het is maar 700 meter omfietsen. We gaan dus toch even kijken.

Vanaf Aalst volgen we het jaagpad langs de Dender. Het is wel even zoeken om erop te komen maar daarna is het een prachtig pad, ondanks de regen. Hierlangs slingeren we naar het zuiden via Denderleeuw, Liederke, en Ninove.

Mijn vader zei altijd dat ik moest studeren, anders eindig ik in de goot. Maar ook met studie kun je als clochard onder een spoorbrug eindigen. Het is lastig om een droog plekje voor de lunch te vinden dus we eindigen inderdaad onder een spoorbrug. Toch is het een prima plekje.

In Ninove doen we boodschappen. Het is een voormalig textielstadje wat toepasselijk is. De regenjas van Mevr. van der Veeke is gescheurd en we komen langs een naai-atelier. Daar wordt de jas gerepareerd en de (Estlandse) naaister wil niets weten van betaling als ze hoort dat we helemaal naar Santiago fietsen. We krijgen zelf beide nog een chocolade truffel mee om aan te sterken. Overigens zijn veel mensen onderweg in voor een praatje. Ze informeren en wensen ons goede reis.

Ninove heeft ook een eigen brouwerij (Slaghmuylder) en natuurlijk haal ik daar een paar biertjes van.

Daarna gaan we door naar ‘t Schipke. We willen wel weer eens een gewoon bed en wat comfort. Nu kun je daarvoor een hotel of een B&B nemen, maar wij vinden hostels erg leuk. ‘t Schipke is een oud schippershuis voor de schippers van de Dender. Omdat het buiten het seizoen is hebben we een vijf-persoonskamer met eigen douche en toilet. Er is wifi, we kunnen de spullen opladen, we mogen gebruik maken van de keuken en we kunnen de fietsen droog stallen en de tent drogen. En de meneer van de receptie is ook nog zo aardig om een wasje te draaien. Wat wil je nog meer. Hostels rule!

Het is weer een relatief korte dag, maar na acht dagen fietsen begint het lijf wat te protesteren. We hebben een rustdag nodig. En dan hebben we een leuke camping nodig, maar vooral wat warmer weer.

Noot: In deze luxe omstandigheden had ik ook de tijd om alle administratie bij te werken. Het kaartje en de tabel is dus helemaal bij

De eerste pelgrim-meters

Dag 004:

We zijn bij Liedeke en Martijn zo goed verzorgd, dat alles weer opgeladen is. Niet alleen wij, maar ook de apparaten. En en-passant is er ook nog een wasje gedaan. De wind is wat gaan liggen en het ziet er zowaar wat zonnig uit. Desalniettemin gaat toch de regenbroek achterop. Achteraf blijkt dat die daar de hele dag kan blijven zitten.

We moeten naar Haarlem dus we steken horizontaal over. Eerst veel door het waterland waar we verschillende pontjes hebben. Altijd leuk. Maar de pont over het Amsterdam-Rijn kanaal missen we net. En eigenlijk is dat een bonus want dan kunnen we nog net even een bakje doen.

Om half een komen we in Haarlem aan bij het St. Jacobs Godshuis en daar staat een hele delegatie op ons te wachten. Tonnie Hodes is een vriend van vroeger die er lucht van kreeg dat we op stap gaan. Hij neemt de moeite om ons even te komen uitzwaaien. Daarnaast is Loes er. Loes is een fietsvriendin van eerdere vakanties. Ze heeft een weekje vrij en gaat een stukje met ons mee. Ook is Kees er. Kees is van het genootschap van St. Jacobus en gaat ons de stempel geven.

Van links naar rechts: Saskia, Tonnie Hodes, Kees en Loes

En er zijn nog heel veel oranje tompouces. Allemaal van gisteren over en ik tik er minstens vier weg. Daardoor voel ik me wel de rest van de dag een beetje wee op de maag. En natuurlijk mogen we St. Jacobus niet vergeten. Hij is er natuurlijk om elke pelgrim uit te zwaaien.

Na de koffie, tompouces en nog meer tompouces wordt er eerst gedaan waar we voor komen. De stempel wordt gezet.

Het St. Jacobs Godshuis staat er al enkele eeuwen. Ooit was het een opvang voor noodlijdende reizigers. Tijdens de reformatie heeft het veel te lijden gehad van de vernielingen. Maar uiteindelijk is het er toch weer bovenop gekomen en werden hier de  (vaak oudere) armen en wezen opgevangen. In 1966 is deze zorg door de gemeente overgenomen en nu is het een plek voor sociale projecten. Én de startplaats voor de pelgrims van Santiago. Kees geeft ons een korte rondleiding door het gebouw waarbij we ook even in de kapel mogen kijken.

Grappig detail zijn de gebrandschilderde ramen. Ik denk dan altijd dat die eeuwen geleden gemaakt zijn, maar als je hier goed kijkt, dan zie je in het raam van Jacobus, bovenin de rechterhoek, een aantal Messerschmids vliegen. Dit raam is na de tweede wereldoorlog gemaakt.

Daarnaast zie je in en om het gebouw overal gedenktekens aan St. Jacob. Vaak is de schelp prominent aanwezig.

IMG_0434-W585

Uiteindelijk stellen wij ons bij de startstreep op voor vertrek. We bedanken Kees en gaan op pad.

Vanuit Haarlem fietsen we zuidwaarts. Een groot stuk langs de Leidse vaart. Buiten Haarlem komen we in de bollenstreek. Langs de weg staan rijen campers. Voor ons op de weg slingeren Chinezen, die op hun gehuurde fietsje op weg zijn naar de bollen. En allemaal om ertussen te staan en een selfie te maken. Als ik het goed begrijp van Loes hebben de bollentelers hier veel schade van.

Wij gaan door naar Leiden. Een prachtige stad met veel historie en cultuur. We gaan er graag nog een dag heen om alles op te nemen. Maar niet nu. We zijn moe, hebben honger (ik heb tenslotte alleen nog maar tompouces gehad) en willen naar de camping om de laatste zon mee te pakken. Het is een mooie rustige camping waar we fijn gebruik kunnen maken van een picknicktafel. Maar niet te lang want het is een heldere avond en wordt al snel te koud om buiten te zitten.

Dag 005:

We staan op met een stralend blauwe hemel. Ondanks dat het vannacht knap koud was, warmt het nu snel op in de zon. We ontbijten lang en zijn pas tegen tienen op pad. De route loopt door het drukke westen maar de routemaker weet toch de mooiste paadjes te vinden. Ik verbaas me erover dat je in zo’n stedelijk gebied toch nog zoveel groen kunt vinden.

Een aantal van de grote steden kunnen we mijden, maar soms moet je er gewoon doorheen. dat geeft niet want ik ben altijd geboeid door de bouwstijlen en planologische uitvoeringen in de verschillende delen van het land. En de dames achter mij babbelen lustig over de verschillende stijlen en architecturen.
We fietsen een tijdje langs de Rotte. Ik heb nooit geweten dat de naam Rotterdam hierdoor bepaald is; een dam in de Rotte. De eerste heeft de laatste allang overvleugeld in grootte. Op een mooi plekje doen we de lunch. Van het eten van gisteren is nog een kippenpoot over en dat is smullen.

Bij Ouderkerk aan de IJssel worden we overgezet door een van de oudste veerverbindingen van Nederland. Hij vaart al sinds 1618. Gelukkig niet met hetzelfde bootje en tegenwoordig is het alleen nog voor voetgangers en fietsers.
Bij Krimpen aan de Lek hebben we weer een pontje dat ons naar Kinderdijk overzet. Als je van molens en Chinezen houdt, dan is dit je ding. Busladingen vol worden hier afgeleverd. Overigens niet alleen Chinezen, alle nationaliteiten zijn hier vertegenwoordigd. En als je nog nooit op Kinderdijk bent geweest, dan wordt het echt een keer tijd. Half China is er tenslotte ook al geweest.

Wij gaan via Oud-Alblas (als je dan toch naar Kinderdijk gaat, dan moet je zeker hier ook even kijken) naar Papendrecht waar we de waterbus naar Dordrecht nemen. We worden bij de Groothoofdspoort afgezet waar de Dordtse stedenmaagd uitkijkt op een van de drukst bevaren rivierknooppunten van Europa; de Merwede, de Noord en de Oude Maas komen hier samen.

En Dordrecht is voor mij altijd een beetje thuiskomen. Ik heb er, als kind, vijf jaar gewoond en veel plekken roepen toch weer herinneringen op. In de Onze-Lieve-Vrouwenkerk (waar ik nog misdienaar geweest ben) willen we een stempel halen. Dat lukt niet want de kerk is op maandag gesloten. We zoeken nog wel even een St. Jacobus parafernalia op. Een steen in de gevel herinnert aan de St. Jacobstraditie.

Vanuit Dordrecht gaan we over de Moerdijkbrug naar Lage Zwaluwe oftewel van-der-Veeke-land. Hier liggen de roots van mijn familie. Mijn opa kwam hier vandaan en er wonen nog steeds veel familieleden. Als ik ons inschrijf op de camping wordt ik verbaasd aangekeken en de naam wordt in één keer goed gespeld. Camping in de Polder is overigens een juweeltje. Prachtige voorzieningen en een ecologische achtergrond maken het een feest om hier te staan.
’s Avonds komt een achterneef van mij een kopje koffie drinken op de camping. Ik ken hem alleen via Facebook en wist dat hij hier woont. Erg leuk om hem (en zijn vrouw) in het echt te ontmoeten. En ondanks dat we elkaar nog nooit gezien hebben, voelt het vertrouwd.

Als een koe in de wei

Dag 002:

De slaap der vermoeidheid is de beste slaap en als er dan ook nog de regen op ons huisje tikt, dan blijft zelfs de grootste insomniast niet wakker. Maar als we opstaan is de lucht zo grijs als mijn fiets en vallen er druppen. We ontbijten binnen maar ‘the show must go on’, dus we stappen gewoon op de fiets en gaan verder. Voor een pelgrim is er geen ruimte voor weifelen en procrastineren.
Het mooie van fietsen is dat er ook wat te zien is, als er niets te zien is. Het Friese landschap lijkt me ook te kunnen bekoren. Met potige paarden en vierkante torens kan het er niet Frieser uitzien voor mij.

IMG_0400-W585

Op de foto naderen we het dorpje Firdgum. Op de GPS zie ik dat er een geocache is met een interessant verhaal. Ze hebben er een reconstructie gemaakt van een huis zoals het er tussen de 4e en de 8e eeuw uit moet hebben gezien. Omdat het gebied vaak overstroomde werden de huizen op wierden (heuvels in het landschap) gebouwd. En in dit geval werden de muren van de huizen van zoden van kleiige graslanden gebouwd. Het ziet er voor mij meer uit als lemen bakstenen maar het huis staat er imposant bij.

IMG_0401-W585


Daarna gaan we grotendeels langs de Waddenzee richting Harlingen. Ook hier komen we af en toe kleurige bollenvelden tegen waar Mevr. van der Veeke tussen moet staan. In Harlingen woont een (oud) collega van mij, maar die heeft geen tijd voor koffie. Daarom zitten we in de Subway een koffie weg te tikken en even op te warmen. Want met 10 graden houdt het niet over.
Na Harlingen fietsen we langs de waddenkant richting de Afsluitdijk. Er staat een behoorlijke wind en het is best ploeteren. Een mooie training voor de bergen vast. Het plaatsje Zurich passeren we altijd op de snelweg. Nooit geweten hoe het eruit ziet, maar nu dus wel want we gaan er doorheen. Ik kan concluderen dat je daar niets aan mist. Bij het busstation vinden we een mooi plekje. Uit de wind en in de zon, om een bammetje te doen. Heerlijk om even op te warmen.
Hierna zitten we wat gunstiger ten opzichte van de wind en wordt het fietsen gemakkelijker. We passeren Makkum en Workum en hebben mooie paadjes door het veld.

IMG_0403-W585


Voor Hindelopen komen we een prachtig omdenk-project tegen. Ze wilden graag uitzicht hebben over de dijk maar de bovenste verdieping is dan zo klein. Hoe los je dat op? Door het huis ondersteboven te bouwen. Ik ben onder de indruk.

IMG_0405-W585

De route gaat om Hindelopen heen, maar we kiezen er toch voor om door het stadje te gaan. Omdat het zo’n plaatje is maar ook omdat we ontbijt voor morgen nodig hebben. Het is wat minder druk dan vorige keren en het is inderdaad de moeite waard om mee te pakken.
Een klein stukje verder ligt Molkwerum. Omdat de zon inmiddels uitbundig schijnt, is er geen reden om niet te kamperen. We hebben een nieuwe tent gekocht. Iets ruimer dan de vorige maar hij staat zo. De camping heeft een restaurant en omdat de koning morgen jarig is gaan we lekker uit eten. Morgen hoeven we pas om half elf met de pont naar Enkhuizen dus er is alle tijd om onze roes uit te slapen.

IMG_0408-W585

Dag 003:

Soms zit het mee en soms zit het tegen. Zaten we gisteren nog heerlijk in het zonnetje, vannacht is het weer compleet omgeslagen. Het waait erg hard en daarmee komen er vlagen van regen over de tent. Geen fijn weer dus om op te staan. Op de buienradar zie ik dat we de hele dag windkracht 4-5 pal tegen zullen hebben. En dat zal niet meevallen als we langs de dijk fietsen in Noord-Holland.
De nieuwe tent is fijn. We hebben nu ruimte om binnen ontbijt te maken en te eten. Ook kunnen we de binnentent afbreken en droog inpakken terwijl de buitentent nog staat. We pakken het spul in, doen de regenpakken aan en vertrekken richting Stavoren. Het is maar vijf kilometer en we zijn een uur te vroeg. We kijken even in de haven, waar een prachtige vis staat, en vinden een restaurant wat koffie schenkt.

IMG_0410-W585

Om half elf gaat de pont. Er staan meer fietsers maar het is niet overvol. Voor de overtocht betaal ik ongeveer 35 euro. Onderweg worden we vermaakt door een familie met vijf kinderen, die ook op de fiets zijn. Ze hebben de halve Action met oranje-spullen leeggekocht en dat trekken ze allemaal aan of doen ze op. Zij weten Koningsdag op de juiste manier te vieren.

IMG_0411-W585

Tegen twaalf uur komen we in Enkhuizen aan. Het is grotendeels droog maar door de korte, heftige buien wordt je geregeld kletsnat. Maar het is de wind die ons sloopt. Toch vervelen we ons ook hier niet. Het is weer een ander landschap dan Groningen en Friesland.
Het zijn lange kilometers naar Broek in Waterland en we doen er dan ook lang over. Pas tegen zes uur komen we daar aan. Daar worden we weer warm verwelkomd door Liedeke en Martijn. Het voelt daar altijd als thuiskomen. Er staat een fijn bed klaar, een warme douche en een heerlijke maaltijd. We worden verzorgd als een koning en een koningin.

IMG_0416-W585

Het is een pittige derde dag. Mensen vragen soms of het dan wel leuk is. Nee, dat is niet leuk. Maar het is ook niet vervelend. We ondergaan het gewoon. We nemen de omstandigheden en het weer zoals ze zijn en laten het over ons heen komen. Eigenlijk net zo als een koe in de wei.

Ik vertrek!

Dag 001:
Jaren hebben we erop gewacht. Uiteindelijk maanden en toen dagen. Maar eindelijk is het zover. Dat is het mooie van tijd. Een van de weinige grootheden die de wetenschappers nog niet getemd hebben. We kunnen tijd niet beïnvloeden. Hij tikt door in zijn eigen ritme. Je kunt hem niet versnellen, maar je houdt hem ook niet tegen. Dus als je maar geduldig genoeg wacht, dan komt de dag vanzelf. En dat was vandaag.
De afgelopen dagen hebben we de spullen bij elkaar gezocht en in de tassen gestopt. We hebben in de loop der jaren een solide paklijst kunnen samenstellen. En het maakt niet uit of we een week, een maand of een half jaar op stap gaan. De inhoud is hetzelfde. Op een paar kleine dingen na, zoals deze steen. Waarom ik die meeneem kun je over een week of vijf lezen.

steen-W585

We dragen de sleutel over aan de mensen die de komende maanden in ons huis zitten en om negen over negen stappen we op de fiets. Iets later fietsen we Baflo uit. Als alles goed gaat fietsen we over vijf of zes maanden via de andere kant weer binnen.

IMG_0383-W585
Via Eenrum, Mensingeweer, Wehe, Leens en Ulrum gaan we richting Lauwersoog. Deze kant gaan we zelden op. Ik verbaas me over de grote huizen die in deze dorpen staan. Hier is rijkdom (geweest). Maar ook het landschap mag er wezen. Misschien is het omdat ik inmiddels een Groninger ben, maar het Gronings landschap bekoort me zeker.

IMG_0384-W585

Na Lauwersoog zoeken we de dijk op en gaan langs de Waddenzee richting het westen. Het zijn eindeloze wegen slechts bevolkt door schapen. Nadeel is dat we ons een weg moeten banen door de schapenstront. We hebben het er graag voor over want het is heerlijk rustig hier. De hele dag komen we nauwelijks mensen tegen terwijl het prima weer is. Op de dijk bij Holwerd heeft een kunstenaar een enorm beeld neergezet. Het hoofd is van een man maar de vormen zijn van een vrouw. Het schijnt over de zoektocht naar balans en de uitwisseling tussen mensen te gaan. Een tweede, magere, versie is in de maak.

IMG_0389-W585

Bij Zwarte Haan verlaten we de dijk. Hier ging ooit de veerboot naar Ameland maar dat is sinds 1946 niet meer het geval. Het wordt nu wel gezien als een van de startpunten van de Santiago route. Het Jabikspaad gaat, via St. Jacobiparochie, naar Hasselt en dan verder naar het zuiden. Dit is niet de route die wij volgen maar we gaan wel even langs St. Jacobiparochie om een stempel te halen.

IMG_0397-W585

Nog even over St Jacobus, ook wel Jacobus de Meerdere genoemd. Voor hem fietsen we tenslotte naar Santiago. Het was de broer van Johannes en een van de intimi van Jezus.  Door zijn opvliegende karakter werd hij ook wel ‘zoon van de donder’ genoemd. Hij was bij de hoogtepunten uit het leven van Jezus en na zijn dood werd hij op pad gestuurd naar ‘het einde van de aarde’ om het geloof te verkondigen. Daarom kwam hij bij Finisterra terecht. Maar hij was niet zo overtuigend en won weinig zieltjes. Hij keerde terug naar Jeruzalem maar daar viel hij ook niet in goede aarde en Herodes liet hem doden. Zijn leerlingen brachten hem vervolgens terug naar Galicië waar hij ‘kwijt raakte’. Maar een ster wees het graf aan en zo ontstond het bedevaartsoort Santiago de Compostella (St. Jacob op het veld van de ster).

De kerk is natuurlijk weer gesloten dus we halen de sleutel op bij een B&B waar we jaren geleden tijdens onze eerste ‘echte’ fietstocht terecht kwamen. Daar kunnen we ook een stempel krijgen.

stempel-W585

Voor de rest is St. Jacobiparochie een gat. We hadden gehoopt er boodschappen te kunnen doen maar we vinden alleen een Poolse winkel. Daar verzamelen we de ingrediënten voor een Poolse pasta. Ook koop ik er een paar Poolse biertjes die ik nog niet in mijn Untappd ingecheckt heb. Het is duidelijk dat het in Polen om de kwantiteit gaat en niet om de kwaliteit.
In Wier zoeken we de camping op. Gezien de voorspellingen heb ik daar een ‘pod’ gehuurd. Het blijkt een alleraardigst huisje te zijn dat kleiner is dan onze tent maar je zit er wel droog. En het was bijna net zo goedkoop als kamperen.

IMG_0398-W585

Inmiddels toont de lucht vijftig tinten grijs dus we maken snel een Poolse maaltijd die verrassend goed smaakt. Al met al is het een eerste dag waar we dik tevreden mee zijn.

Stempelleed

Reisdag 0
We zijn nog niet weg, maar aangezien het bij de voorbereiding hoort én het de moeite waard is om te noemen, heb ik toch besloten er een kort verhaaltje aan te wijden.

IMG_0179-585

Het zit namelijk zo; Onze fietsen hebben deze winter een grote beurt gehad bij de bouwer en we wilden ze nog even uitproberen voor we daadwerkelijk op reis gaan. Beter nu achter een mankement te komen dan als we onderweg zijn toch? Daarom besloten we vorige week vrijdag (we wisten niet dat het nu zo’n mooi weer zou worden) een rondje te fietsen. En als ik ga fietsen, dan wil ik graag een doel hebben. En dat vonden we in de St. Jacobuskerk in Uithuizen. Waarom daar? Omdat er een mini-Camino loopt van Uithuizen naar Hasselt. En daarvoor is er in de kerk in Uithuizen een stempel aanwezig. Het leek ons leuk om de eerste stempel voor ons pelgrimspaspoort in Uithuizen te halen.

Zo gezegd, zo gedaan. Bij winterse temperaturen stappen we op de fiets en bikkelen ons naar Uithuizen. Gelukkig hebben we op de heenweg wind tegen. Via Onderdendam, Middelstum, Huizinge en Zandeweer ploeteren we ons een weg naar ons doel. Ondanks alle kleding besluit Mevr. van der Veeke ook nog eens de regenjas aan te trekken voor de warmte. Onderweg doen we nog een aantal caches waarvan sommigen wel erg klein zijn.

IMG_0185-585

Maar goed, daar wordt je ook niet veel warmer van dus we zijn blij als we in Uithuizen aankomen. Ik heb de locatie van de kerk vast opgezocht, dus we rijden er zo heen.
Helaas, de kerk blijkt gesloten. Nu zijn we niet voor één gat te vangen, dus we kijken of er een sleuteladres is. En die is er. Mevr. van der Veeke belt aan en vraagt naar de sleutel. En en-passant naar de stempel. De sleutel hebben ze, maar van een stempel hebben ze nog nooit gehoord. Geen nood, ze gaan bellen.

IMG_0176-585

Wij gaan ondertussen de kerk in. Hij is wat spartaans en er is nergens een stempel te vinden. Er begint ons wel wat te dagen. Het is een hervormde kerk terwijl de Camino meer Rooms-Katholieke wortels heeft. Zouden we dan verkeerd zijn? Ik google ter plekke even en ja hoor. Naast de Jacobi-kerk is er ook een Jacobus de Meerdere kerk in Uithuizen. Ongeveer 500 meter verderop. We brengen de sleutel terug en geven nog de tip dat een stempel meer klanten trekt. En dan op weg naar Jacobus de Meerdere. We zien meteen dat we goed zijn.

IMG_0178-W585

De stempel zal wel in de kerk liggen. De deur klemt wat dus ik ruk hem min of meer open… Om erachter te komen dat er een begrafenis gaande is. Zelden heb ik zo snel een deur zo snel en zo zachtjes dicht gedaan. Om de stempel te bemachtigen, zullen we moeten wachten. We zoeken een bankje in de buurt en eten onze lunch. Na een half uurtje gaan we nog eens kijken. Maar er is blijkbaar veel te zeggen over de dode, want de dienst loopt nog steeds. Mevr. van der Veeke kijkt stilletjes wat rond in het halletje en ik kijk rechts van de kerk. Geen stempel. Op het einde van de dienst gaan we niet wachten dus onverrichter zake fietsen we richting het wad.

IMG_0180-W585

We zitten nu op het meest noord-westelijke punt van onze route. En vanaf hier hebben we een heerlijke wind mee in de rug. Het blijkt ook het meest noord-westelijke puntje van Nederland te zijn en daarom heet het ook de Noordkaap.

IMG_0182-W585

Het is een magisch plekje. Aan het einde van onze Santiago route gaan we naar Cabo de Finisterre. Je hoeft geen taalkundige te zijn om te zien dat dit van Fin de Terre (einde van de wereld) komt. Als we straks aan het einde van de wereld staan, dan moet dit wel het begin zijn. Er is overigens ook een Finistere (één r) in Frankrijk. Zo blijkt dat je van het einde nooit genoeg kan hebben.

Vanaf hier vliegen we richting huis. In de kroeg van Noordpolderzijl warmen we nog even op met een kwast. En dan door naar huis met een kleine 70 km op de teller. Het was een louterende eerste reis.

Maar… de honger naar een stempel gaat zijn eigen leven leiden. Ik moet en zal die stempel hebben en dat noopt mij om de dinsdag erna weer (met de auto) naar Uithuizen te rijden. Alleen maar om erachter te komen dat de kerk dicht is. Geen stempel dan maar?
Nee, zo simpel is het niet. Ik mail de koster en wat blijkt. Aan de buitenkant links van de kerk zit een  kastje. En daarin zit de stempel

kastje-W585

Dus uiteindelijk rijdt ik nog een keer naar Uithuizen. Hopelijk voor de laatste keer dit jaar. Maar de stempel staat er.

stempel-W585

Herfstvakantie

Het is herfstvakantie en wat kun je dan beter doen dan een stukje fietsen? Dat is dan ook precies wat we gaan doen. We hebben al jaren op het programma staan dat we het museum ‘Beelden aan zee’ in Scheveningen gaan bezoeken. Dat lijkt ons een mooi doel voor de herfstvakantie. Maar om dit vanuit Baflo te doen is zelfs voor ons een beetje te hoog gegrepen, dus we rijden eerst naar Dronten en laten daar de auto staan.

Op de kaart zie ik oneindig lange, kaarsrechte wegen. In de praktijk zijn ze er ook maar de verwachte saaiheid mist. Het is een bijzonder landschap. Deels doet het aan (Noord-)Groningen denken met zijn verre uitzichten en eindeloze kleivelden. Maar toch is het anders. En dat komt met name door de windmolens die de horizon domineren. En hier zijn ze niet eens misplaatst.

Daarnaast is het wel bijzonder om hier te kunnen rijden. Niet eens zolang geleden was dit zeebodem. En nu is het gewoon vruchtbaar land. Het moet een feest geweest zijn voor een planoloog om hier wat van te mogen maken. Simcity of Civilization, maar dan in het echt. Vandaar de kaarsrechte wegen, de vierkante akkers en de boerderijen die op elkaar lijken.

Maar het zijn niet allemaal rechte wegen tussen akkers door. Er lopen prachtige fietspaden door de aangeplante bossen zoals het Larserbos en het Knarbos. En we zitten tijden langs de Hoge Vaart op een fietspad waar een enkele brommer langskomt maar overbevolkt wordt door paarden. En die zijn best groot als je er tussendoor moet.

Almere ken ik alleen van de snelweg, maar nu fietsen we er langs aan de zuidelijke rand via een mooi natuurgebied. Een heel andere kant van zo’n stedelijk gebied. Daarna de brug over naar Muiden in Noord-Holland.

Onderweg vermaken we ons door het zoeken van geocaches. Dat is altijd een leuke afwisseling van het fietsen en geeft je kans om de benen te strekken. 

Hier is het nog een klein stukje naar Nederhorst-den-Berg. Het is het eerste dorp waar we doorheen komen vandaag. Ik had er nog nooit van gehoord en zo kom je nog eens ergens. In de plaatselijke kroeg gaan we aan het bier en een maaltijd. In de Spiegelpolder hebben we een overnachting. De mevrouw had een onduidelijk verhaal over een jachthaven en een bootje. Als we er zijn, zie ik wat ze bedoelt. Ze woont op een eiland en je kunt er alleen via het water komen.

De wind spookt de hele nacht om ons huisje. Dinsdag wordt een ‘onstuimige’ dag volgens het weerbericht. En dat hebben we geweten. Het was al een lange dag met meer dan 90 kilometer maar met wind tegen is het helemaal bikkelen.

Gelukkig maakt de omgeving veel goed. Het is een waterrijk gebied met veel (grote) rivieren maar ook veel ‘waterland’.

Ondanks dat het herfstvakantie is, zijn er nauwelijks fietsers onderweg. Snap ik ook wel want wie heeft er met dit weer zin om te gaan fietsen. Grijs, af en toe motregen en een fikse wind. Maar wij genieten er niet minder om.

Ik dacht altijd dat Zuid Holland vol gebouwd was maar we komen door veel natuurgebieden. Dit is bijvoorbeeld bij de Nieuwkoopse plassen. Veel natuur heeft hier iets met water te maken en ze zijn meestal autovrij. Tenminste op de stukken waar wij doorheen gaan. Dat is het voordeel van een natuurroute laten maken door de fietsrouteplanner. Ook zijn mooie, brede fietspaden. Je ziet wel dat het hier rijker is dan in het noorden.

Om half zes komen we aan in Scheveningen, na 91kilometer. We overnachten bij een neef van me die een heel appartement voor ons beschikbaar heeft.

Dinsdag 24 april: Overasselt – Nijmegen(63 km)

Ze zijn er nog in Nederland. Magische plekken waar het verleden nog in het heden rondwaart. Waar dingen anders zijn dan ze lijken. En waar het gevoel belangrijker is dan de ratio. Op onze laatste dag bezoeken we er een paar.


We beginnen bij ‘De Koortsboom’. Er zijn meerdere legendes over. Maar de bekendste is dat de dochter van de heidense rover Walrick ziek is. Het is een aflopende zaak, totdat Willibrordus hem helpt. Hij moet zich bekeren en een lapje van stof, door haar gedragen, in een boom hangen. Het helpt. Ze wordt beter. Walrick is zo blij dat hij een kapel maakt en een eik plant waar de zieken kunnen bidden. Maar zijn rovervrienden nemen hem dat niet in dank af en vermoorden hem en zijn dochter. Van de regen in de drup noemen we zoiets.


Afijn, de kapel is blijven staan (of later hier gebouwd) en mensen kwamen nog steeds om van de koorts (vroeger ging men daar vaak dood aan) of andere kwalen af te komen. En er zijn al die tijd nog bomen waarin mensen lapjes hangen. Bijvoorbeeld als ze last van hun rug hebben of zo. 


Het is in elk geval een magisch plekje. In de muur staan twee beelden waarvan een van Maria. Daaronder zit een ‘echte’ steen uit Lourdes gemetseld. Allemaal fetisjen die mensen op de een of andere manier het geloof moeten geven dat ze geholpen kunnen worden. Of het nu ziekte, leed of tegenspoed is. En het lijkt al duizenden jaren te werken.


We blijven in de bomen want we fietsen door naar ‘De Kabouterboom’. Je verwacht dan iets kleins zoals een bonsai-boompje maar niets is minder waar. Het gaat hier om een boom van 600 jaar oud en een omvang van 8,5 meter. Hij staat in de buurt van Berg en Dal in het bos. 


Ik moet zeggen dat het een imposante jongen is, die je niet snel over het hoofd ziet. Vaak rotten dit soort oude bomen van binnenuit waardoor ze open splijten. En een of andere zieke geest dacht dat het leuk was om de binnenkant in de fik te steken. Dat is niet gelukt maar hij is wel wat verkoold van binnen. Gezien zijn toestand en de plek waar hij staat, vraag ik me af of hij er over vijf jaar nog is. Wel weer een magische plek in het bos waar een bijzondere sfeer hangt.


Wij vinden bomen van 600 jaar niet oud genoeg en gaan op zoek naar bomen die 8500 jaar oud zijn. Kan dat? Ja, dat kan. In de Millingerwaard zijn ze bij het baggeren eikenbomen tegengekomen die zo lang geleden in rivierklei zijn weggezakt. Daardoor zijn ze min of meer geconserveerd en hebben ze de tand des tijds overleefd. 


Nu zijn ze als symbool overeind gezet, maar ook omdat ze staand minder snel vergaan dan liggend. Een soort van ‘Woodhenge’, naar Stonehenge waar ze de stenen overeind hebben gezet. Alleen Stonehenge is wel 4000 jaar jonger.


Het viel niet mee om hier te komen. Omdat de Millingerwaard hevig op de schop genomen wordt onder het mom van natuurbeheer (maar wij denken dat hier puur economische motieven achter zitten) zijn de wegen die ik in mijn GPS heb ineens verdwenen. Daardoor kan het dat we de palen wel kunnen zien liggen, maar dat we daar niet kunnen komen zonder waterfietsen.


Uiteindelijk lukt het ons door een stuk omfietsen over zanderige hobbelpaden en een stuk lopen om er te komen. En het is het waard. Ook hier weer een magische plek waar het verleden tastbaar wordt.


Hierna moeten we twee pontjes hebben. De eerste is een voetveer, die ons over de Waal zet. Hiervoor is het wat plannen omdat hij maar een keer in het uur gaat. Gelukkig is het er niet druk. De tweede zet ons over het Pannerdense Kanaal en gaat continu. Daar zijn we de enige passagiers.


Als laatste stopplaats van deze fietstocht hebben we Kasteel Doornenburg. Ik moet zeggen dat dit het kasteligste kasteel is dat ik ben tegengekomen. Deze burcht, uit de dertiende eeuw, is een van de grootste en best bewaarde van Nederland. Het bestaat uit een voorburcht en een hoofdburcht, gescheiden door een houten (vroeger ophaal) brug. 


Het ziet er heel oud uit, maar dat is maar schijn. Want het was tot de 19e eeuw bewoond en begon toen te vervallen. Van 1937 tot 1941 is men met de restauratie bezig geweest zodat het in 1945 door de Britten plat gebombardeerd kon worden. 

Tussen 1947 en1968 is het weer compleet opnieuw opgebouwd. Ik ken het natuurlijk van mijn televisieheld Floris. Het kasteel kwam vaak in de opnames voor en ik wist niet dat het zo mooi rood was, omdat Floris nog in zwart-wit was.


Hierna fietsen we langs de Waal terug naar de auto. Het is nog even bikkelen omdat we een fikse wind tegen hebben. Maar op een paar sputters na blijft het de hele dag droog. En met10 graden niet echt warm. Ik fiets met berijpte  (blote) kuiten en kijk jaloers naar Mevr. van der Veeke die wel handschoenen meeneemt als het 28 graden is.

ps-kaart-6

We hebben weer een prachtige tocht gehad waar ik een paar conclusies aan kan verbinden;

1. Er is heel veel moois te zien in Nederland.
2. Het kan in één week net zo heet zijn als in Zuid-Frankrijk en net zo koud zijn als in Noorwegen.
3. Bij mooi weer fietsen alle mannen van boven de 60 in blokjesoverhemden.
4. Onder het mom van natuurbeheer worden veel economische projecten verstopt.
5. Met Mevr. van der Veeke is het altijd gezellig fietsen.

Tot de volgende keer.

Maandag 23 april: Kessel – Overasselt (91 km)

Vandaag zitten er wat dingen mee, er vallen wat dingen tegen,  maar de grootste verrassing komt toch wel aan het einde van de dag. We moeten lange stukken overbruggen en er zijn maar weinig plekken om te bezoeken vandaag. En de temperatuur is tien graden lager dan gisteren. Maar toch genieten we weer met straaltjes.

De eerste stop is het kloosterdorp Steyl. Hiervoor steken we met het pontje over. Dat kost maar €0,70 per persoon en als je dan ook nog een privé-pont hebt, dan is dat geen geld. Het is overigens niet het enige pontje van de dag. Er volgen er later nog meer.


Steyl is een kloosterdorp. Maar liefst drie kloosters staan hier en dat is allemaal te danken aan de inmiddels heilig verklaarde pater Arnold Janssen. Wat moet je als je in Duitsland woont en daar kun je geen kloosters verzamelen? Dan ga je naar Nederland waar dit wel kan. In de loop der jaren zijn duizenden mannen en vrouwen hier opgeleid en uitgezonden naar allerlei landen in de wereld. En al die mensen hebben lokale spulletjes verzameld en mee terug genomen. Dat is allemaal in het Missiemuseum geplaatst. Daarnaast stralen de kloostertuinen een serene rust uit en komen mensen hier om te mediteren. Dit alles spreekt ons wel aan. Tot zover de theorie.


De praktijk is dat het museum (wat je kon verwachten) op maandag dicht is en de kloostertuinen beter gesloten zijn als een Russische basis met kernonderzeeërs. We kunnen dus nergens in. En dat vinden we jammer. Want we hebben net de Mensengenezer van Koen Peters gelezen. Die gaat over het kloosterleven en de missionarissen die naar Afrika gestuurd werden. Dan was dit een mooie ondersteuning van het boek geweest. Dat het museum dicht is, kan ik begrijpen, maar waarom dat kerken, kloosters en tuinen dicht zijn vind ik lastiger te begrijpen. Desalniettemin zetten we Steyl op ons lijstje om later nog eens te bezoeken en dat zou jij ook moeten doen.

Vandaag hebben we de hele dag de Maas in het zicht. En we steken hem een paar keer over. Je komt soms bijzondere dingen tegen zoals dit paar overmaatse laarzen, waarmee Mevr. van der Veeke op grotere voet denkt te gaan leven. Daarnaast is er steeds wat te zien en is het erg leuk fietsen vandaag. We zijn blij met de wind mee in de ochtend. Maar tegen de middag komt hij wat meer uit het westen en dat is net waar we heen fietsen. Dan merk je pas hoe weinig wind er de afgelopen dagen was. Met name op het einde van de dag is het best bikkelen.

Ook doen we al een paar dagen verschillende geocaches. Vandaag is een ervan heel bijzonder. Het is een kastje met drie knoppen links en drie knoppen rechts. Een kijkgat en een codeslot. De hint is ‘links twee tegelijk, rechts twee tegelijk en kijk’. Met een beetje puzzelen vinden we de code door de juiste knoppen in te drukken en door het gaatje te kijken. Prachtig gedaan.

Na een flink stuk fietsen komen we bij de tweede attractie van de dag. Die doet een goede gooi naar de beste deceptie van 2018. In het boekje van Natuurmonumenten heeft Kasteel Ooijen een slotgracht en twee mooie torentjes. In het echt lijkt het er in de verste verte niet op. We fietsen er nog een keer omheen omdat de torens misschien vanuit een andere hoek wel zichtbaar worden, maar nee. Het blijft een groot, wit, vervallen huis. En het zit ook nog eens vol met Polen, net als de naastliggende camping. Jammer, we hadden er meer van verwacht.

Naschrift: we zaten gewoon helemaal verkeerd. Toevallig heet deze camping zo, maar het echte kasteel Oijen ligt bij Oss. Waarschijnlijk heb ik bij het Googlen de verkeerde op Google maps gezocht en die bracht ons naar deze teleurstelling. My bad.

Dan maar een bammetje onderweg aan een zandpad.

Vandaag fietsen we veel in een Maasheggen landschap. Dit betekent dat het land is verdeeld in kleinere percelen die gescheiden zijn door, veelal lage, heggen van meidoorn en/of sleedoorn. Wij zijn er blij mee want deze heggetjes houden ons wat uit de wind.

Dan maar door naar het Kruisheren klooster dat 40 kilometer verderop is. Deze ligt bij Sint Agatha en is een uitbreiding van de kapel die daar in de 13e eeuw is gebouwd. Het klooster is van de Orde van het Heilige Kruis en daarom worden de monniken Kruisheren genoemd. Eens waren er tientallen van dit soort kloosters, verspreid over Europa, maar door de reformatie is dit aantal sterk gereduceerd. Na de reformatie waren er nog maar vier kruisheren over en daarmee konden ze net overleven. Nu is het het oudst bewoonde klooster van Nederland maar gezien de daling van de religie in Nederland zal dat niet lang meer duren. Het gebouw is nog wel het archief van andere, ter ziele gegane, kloosters. Het staat er strak maar ook verlaten bij. Daarom valt het ons wat tegen. Een voordeel is wel dat de kloostertuin gewoon toegankelijk is, dus daar nemen we nog een kijkje.


In Cuijk doen we boodschappen en dan gaan we door naar ons overnachtingsadres. En eigenlijk is dit de grootste verrassing van de dag. Het is een idyllisch gelegen huisje in een natuurgebied. We hebben niet alleen een slaapkamer, maar ook een keuken, douche en woonkamer tot onze beschikking. De huisbaas steekt de speciale, Deense Bekassinen (wereldberoemd, maar niemand kent hem…)voor ons aan en we hebben een heerlijke plek voor de nacht. Ik kan wel stellen dat dit de mooiste Vrienden op de Fiets is die we hebben gehad. En zo is er weer een dag voorbij. Morgen is de laatste dag en gaan we weer de auto opzoeken.

ps-kaart-5

Zondag 22 april: Asten (Heusden) – Kessel (77 km)

Bij het ontbijt ontspint zich een interessante discussie met de boerin, waar we verblijven. Wij vonden de Mariapeel erg mooi. En dat was dan met name om de rust en de natuur. Maar zij vindt de natuur daar één groot drama. En dat is omdat ze het weer in de oude staat proberen te herstellen, als veengebied. De boerin vindt het gebied, zoals het nu is, juist veel beter. Minder water en minder insecten. En het wordt nu helemaal overhoop gegooid. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Vooruitgang is niet altijd slecht. Ze dist een hele samenzweringstheorie op met geld, macht en tegenstrijdige belangen. En ondertussen worden onze vers gebakken broodjes koud. Maar het geeft natuurlijk wel voedsel tot nadenken.

Wij vertrekken richting de Groote Peel. En ook dit natuurgebied zit onder beheer, dus daar is ook van alles mis. Volgens de boerin. Helaas kunnen we er deze keer niet doorheen fietsen. Er staat nadrukkelijk dat het verboden is, dus dan doen we het ook niet. We moeten maar een andere keer terugkomen om er te wandelen want de Groote Peel is erg mooi. Er is niemand te zien en het zindert van de vogelgeluiden. Het is een gebied van 1400 hectare waar de littekens van de turfwinning nog duidelijk zichtbaar zijn. Maar er zijn ook open velden, bossen met manshoge varens, heide, moeras en struwelen. Het is een erkend wetland voor een kleine honderd vogelsoorten. Maar zoals gezegd; we moeten ervoor terugkomen.


Daarna gaan we door naar Thorn, ongeveer 30 kilometer verderop. Het weer is mooi en het landschap afwisselend. We zien verschillende boomgaarden in bloei staan.


In Thorn is een hoop te doen. Het begint te lijken alsof we op bedevaart zijn. Want als eerste komen we bij Kapel onder de Linden, iets ten noordwesten van Thorn. Het is een rijk versierde, aan Maria opgedragen, kapel. Hij wordt ook wel de Loretokapel genoemd. Waarom? Omdat het huis van Maria ‘op magische wijze’ verplaatst was naar het Italiaanse Loretto en de indeling hier is gebaseerd op dat huis. Kun je het nog volgen? 

Ons maakt het niet uit. Het is weer een mooi sereen plekje, waar we alleen zijn.

Vanaf hier is het een klein stukje naar Thorn. Ook wel ‘het witte stadje’ genoemd. We zijn hier al meerdere malen doorheen gekomen, dus het voelt bekend. Dat de huizen wit zijn heeft een reden. Zometeen vertel ik meer over de kerk, maar toen de Fransen kwamen en de adel weg moest vluchten, trok het gepeupel in hun huizen. Dat ging goed totdat de Fransen belasting gingen heffen op de grootte van de open haard en de ramen. Dus de haard werd verkleind en de ramen gedeeltelijk dichtgemetseld. Maar dat zag er natuurlijk niet uit én mensen konden zien dat je niet teveel te makken had. Dat werd opgelost door de gevel wit te schilderen en zo ontstond het witte stadje.

De abdijkerk is weer een ander verhaal. Aan het einde van de 10e eeuw werd hier een klooster gesticht volgens de regel van de heilige Benedictus. Dit groeide uit tot een stichting voor (aantoonbaar!) hoog adelijke dames en dat wordt dan een stift genoemd. Het werd ook bestuurd door een vrouw. En niet alleen het stadje, maar ook een groot gebied eromheen. Je kunt je voorstellen dat deze middeleeuwse jonge, maagdelijke dolle-Mina’s als een magneet op elke ridder in de omtrek werkten. Het staatje had wel sterke banden met Duitsland, maar toch was het een soort van Liechtenstein. Dat ging goed tot begin 1800, als de Fransen komen. Die maken er korte metten mee en een hoop gebouwen van de abdij worden gesloopt. 


Later wordt dit door Cuijpers (die we straks ook in Roermond tegen komen) weer gerestaureerd in neogotische stijl. Maar van het interieur bleef hij af. Dat bleef een bombastische barokke versiering.

Maar waar ik met name voor kom is de mummie. Die ligt rechts achterin de kerk in een crypte. Lange tijd dacht men dat dit om de 18e eeuwse monnik Quanjel (alleen de naam al) ging, maar het blijkt een pijprokende, corpulente meneer uit de 17e eeuw te zijn. Later werd hij een actief lid van de weight-watchers want hij zit nu wat ruimer in zijn vel. Maar lang zo ruim niet als de gratenbaal die ernaast ligt.

En tot mijn verrassing ligt er nog een fraai relikwie. Ze hebben hier namelijk <tromgeroffel> de arm van St. Benedictus (maar niet heus) in een mooi kokertje liggen. Dat is extra smullen vandaag.

Verder is hier nog veel meer te zien, maar dan moet je maar een keertje zelf langs gaan. Wij hebben het geluk dat we binnen naar de film over de abdij zitten te kijken terwijl het even met bakken uit de lucht komt. Zijn al die kerken, heiligen en relikwieën toch nog ergens goed voor.


We volgen de komende tijd de Maas en hij brengt ons eerst in Roermond en daar komen we in een gekkenhuis terecht. Niet alleen is er de hele dag een soort loopfestijn, er is ook nog een of andere markt die alles in de stad shock-en-klem zet. 


Met moeite weten we ons een weg te banen naar de Munsterkerk waar de goddelozen, gedreven door het weer, het plein hebben veranderd in één groot verleidelijk terras. Het kost veel moeite maar we gaan toch voor de kerk. Het blijkt dat Pierre Cuijpers, die meer dan 80 kerken verbouwde, ook hier heeft huisgehouden met zijn neogotiek. Toch doet deze kerk wat saai aan, na de kerk van Thorn, ondanks het kleurige praalgraf van graaf Gerard van Gelre en zijn vrouw Margareta van Brabant.


In Roermond was ook een Karthuis klooster en daar gaan we naar op zoek. Zo’n klooster bestond uit een aantal individuele monnikenhuisjes die door een kruisgang met elkaar verbonden waren en een paar gemeenschappelijke ruimten hadden. Een soort van studentenflat, zeg maar. Alleen mochten ze hier niet praten.

Ik had verwacht dat er nog wat van het klooster zou staan, maar we vinden alleen een groot grasveld, omgeven door nieuwbouw flats. Tot overmaat van ramp, worden we ook nog weggestuurd want het park sluit om vier uur. Blijkbaar heb ik mijn huiswerk niet goed gedaan want ergens blijkt nog de schedel van Dionysius te liggen en is er een mooie muurschildering, die we niet zien. Gemiste kans.


Dan maar door naar Kessel. We worden achtervolgd door een tweede bui die wat begint de sputteren als we net op de pont over de Maas zitten. En voor hij echt los kan barsten vinden we een overdekt terras waar we deze bedevaartsdag afsluiten met een gewijd water.

ps-kaart-4.jpg

Zaterdag 21 april: Oirschot – Asten (Heusden) (98 km)

Vandaag wordt een lange dag. Omdat ik geen overnachting kon vinden bij het geplande eindpunt moest ik steeds verder van de route afwijken en dat betekent meer kilometers. Maar het gaat zoals het gaat en als we steeds de trappers naar beneden blijven duwen, dan komen we er vanzelf. We worden in elk geval gewekt door een koor van vogels ondanks het wat mistige landschap. En het is een fijn ontbijt van yoghurt en fruit. Net als de zon wat meer door begint te breken stappen we op de fiets.

Onze eerste stop is Oirschot. In de 15e en 16e eeuw kende Oirschot een bloeiperiode en toen zijn ook het raadhuis en de St. Petruskerk gebouwd. Ik sta een beetje raar te kijken want het komt me zo bekend voor. Als ik even teruggraaf in de archieven blijkt dat we hier bij de Ronde van Nederland én bij de 10-provinciën-route ook overnacht hebben.  Evengoed blijft het een mooi stadje.

Daarna zitten we (maar niet zoals op de foto…) tijden langs het Wilhelminakanaal terwijl we Best en Son en Breugel passeren. Via Lieshout en Laarbeek gaan we wat meer richting het noorden om bij de Spijkerkapel, alias de Maria Magdalenekapel alias het Essinks Kapelleke komen. 


Het is de enige kapel in Nederland die aan Maria Magdalena gewijd is. Voor de onzaligen onder ons; dit is niet de moeder van Jezus. Van de kapel wordt verteld dat hij helende krachten heeft. Mits je spijkers offert… ja, je leest het goed. Heb je nog ergens wat roestig spijkergoed liggen, neem het mee, sla het hier in een boom en je bent verlost van zweren, puisten en huiduitslag. Je moet wel de weg heen en terug zwijgend afleggen. Voor sommige mensen zal dit een uitdaging zijn.

De spijkers slaan (pun intended) natuurlijk op de spijkers waarmee Christus aan het kruis gespijkerd zat. Daar is overigens nog een aardige legende van. Overal kom je drie spijkers (beide handen elk en voeten een) tegen maar het waren er eigenlijk vier. De laatste zou zijn hart moeten doorboren maar de zigeuners hebben die gestolen waardoor het lijden werd verzacht (of de oud ijzer prijs was erg gunstig). Tot 1980 kwamen er daarom veel zigeuners hier ter bedevaart.

Vanaf de Spijkerkapel is het maar een klein stukje naar het dorp Handel. Ook hier staat weer een gigantische rooms-katholieke kerk maar interessanter is het processiepark erachter. In het lommerrijke park heerst een serene rust. Je kunt er de kruisweg in beeld vinden en een rozenkransweg waar, door beelden, de geheimen van de rozenkrans worden ontsluierd. Klinkt als een spannende detective, maar het is echt de moeite waard om daar te kijken, ondanks dat de beelden wat vervallen aandoen omdat ze door weer en wind geteisterd zijn. 


Daarnaast is er een openluchtkerk en een heilige bron waarvan ik het water meteen op al mijn kwalen smeer. Baat het niet… en we merken dat het een heerlijke lunch-plek is.

Nu moeten we eerst weer een behoorlijk stuk fietsen naar Venray. Het zijn lange rechte wegen hier. Er is gelukkig weinig wind en veel zon. Het landschap is afwisselend genoeg zodat het niet saai wordt. En de kilometers moeten toch gemaakt worden.


In Venray gaan we op zoek naar het Odapark. Tussen veel bomen is een prachtige collectie beeldhouwkunst te zien. Het leuke is dat ze niet perse een eeuwigheidswaarde hoeven hebben. 


Ik citeer Rik zaal; ‘Het materiaal is vaak onderhevig aan verval. Het gaat niet om de eeuwigheid maar om de context van de eigen tijd…De totaliteit van natuur en kunst die, net als de wereld zelf, blijft veranderen.’Je ziet ook dat sommige beelden in verval zijn. Maar goed, die worden straks weer vervangen door nieuwe exemplaren met een tijdelijk leven.

Omdat het zo’n lange dag zou worden hebben we getwijfeld of we de Mariapeel over moesten slaan of niet. Maar het fietsen gaat lekker en daarom trekken we zuidwaarts naar dit natuurgebied. En we krijgen er geen spijt van. Er is even een uitdaging aan het begin, maar daar trekken we ons niets van aan.

Het is weer een uniek natuurgebied dat een beetje apocalyptisch, unheimisch en surrealistisch aandoet. Uitdijend veenmos verstikte de boomwortels van berken die daardoor het loodje legden. De stronken zakten vaak in het veen en fossiliseerden. Als een turfsteker op zo’n ‘peelpuist’ stuitte, dan werd hij daar niet blij van. Ondanks dat het veenmos maar 1 millimeter per jaar groeit, was het toch teveel voor de bomen. Het veen is veel afgegraven maar nu proberen ze dit natuurgebied weer in evenwicht te krijgen door het veenmos te laten groeien waardoor er weer hoogveen ontstaat. Wij genieten van de serene rust en de prachtige beelden die het biedt. Ook dit is weer een aanrader om te bezoeken.

Inmiddels loopt het al tegen vijven. In Helenaveen vinden we een terras in de zon. Ze serveren prima gemarineerde spare-ribs en voor Mevr. van der Veeke een portie asperges. En dat komt ons wel goed uit want we zitten weer in een soort van tuinhuisje op het platteland. 

Tegen half acht komen we daar aan met een persoonlijke ontvangst. Het huisje blijkt nog mooier en ruimer te zijn dan gisteren. En uiteindelijk zijn we blij dat het zo’n lange dag was, want nu konden we er extra van genieten.


ps-kaart-3