Een jaar later

Vandaag, precies een jaar geleden, trokken we de deur achter ons dicht, stapten we op de fiets en reden we Baflo uit. Om 140 dagen later pas weer terug te komen. Het was de reis van ons leven. Hoe anders was het geweest als we dit jaar waren gegaan. Of de Corona uitbraak was één jaar eerder. Dit pleit er des te meer voor dromen niet te lang uit te stellen.

Maar goed, onze reis is klaar. De fotoboeken zijn af, het lichaam is weer helemaal uitgerust en de herinneringen zijn gemaakt. Onderweg schreef ik blogs over wat we meemaakten, wat we zagen en hoe we de dingen ervoeren. Mocht je dat (nog) eens na willen lezen dan is deze link een mooi startpunt.

In deze blog blikken we even terug. Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag cijfers verzamel en dat heb ik onderweg ook gedaan. Je leest hier over afgelegde afstanden per dag en hoe snel dat ging. Verschilt dat per land? En wat gaven we eigenlijk uit? Per dag en in totaal? Is kamperen goedkoper in Spanje of Portugal? En wat ging er allemaal stuk?
Je leest het allemaal hier.

Het is niet de afstand of de hoogte, maar het gaat om de manier waarop je er gaat komen.

In totaal fietsten we 6880 kilometer door 7 landen. Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens met betrekking tot afstand en snelheid (detail info hier). Op sommige dagen fietsten we in meerdere landen. Het land waar de gegevens aan toegekend zijn, is het land waar we overnachtten.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Ik vroeg me af of het land waar je fietst invloed heeft op dit soort gegevens. Om dit inzichtelijker te maken heb ik een paar gegevens in een grafiekje gezet. Ik heb Luxemburg hieruit gelaten omdat één dag niet een goed beeld geeft. Wat dat betreft zeggen Duitsland en België ook minder met maar vier fietsdagen. Toch heb ik deze laten staan.

Klik op de grafiek om hem groter te zien.

In Portugal fietsten we per dag gemiddeld het minst aantal kilometers. En in Nederland het meest. Frankrijk en Spanje komen ongeveer hetzelfde uit, De enige verklaring van de lagere waarden van Portugal, die ik kan bedenken, is dat er in Portugal zo veel moois te zien was. We hebben daar veel stil gestaan en gezeten om naar de zee te kijken. En ons vergapen aan de prachtige azulejo’s en de kerken. En misschien waren we toen al wat moe.

Wat betreft hoogtemeters (dat is het gemiddeld aantal meters dat we moeten klimmen per dag) scoort Spanje hoger dan Portugal. Dat kan zijn omdat we in Portugal gemiddeld minder kilometers per dag fietsten. Maar voor mijn gevoel was Portugal gewoon vlakker. Zeker langs de kust. Met name op de Camino moesten we in Spanje vaak en veel klimmen. Frankrijk krijgt een groot deel van de hoogtemeters doordat we de col du Somport opgeklommen zijn.

Nederland scoort in beide gevallen het laagst. Ons land is vlak en heeft goede (fiets) wegen. En we fietsten een deel met andere mensen (Loes, Kees en Corrie). Dan maken we langere dagen en fietsen we meer en sneller door.

Dat we in Nederland meer doorfietsten is ook in deze overzichten te zien. Het bewogen gemiddelde is de gemiddelde snelheid die je hebt als je aan het fietsen bent. Bergop gaat dat langzamer, met wind mee sneller. Dat in Portugal het bewogen gemiddelde laag is kan aangeven dat het in Portugal toch zwaarder fietsen was. Ik kan me niet herinneren dat we veel wind tegen hadden. Wel moesten we langs de kust voor elk dorp afdalen en weer omhoog klimmen. En waarschijnlijk dat inmiddels ook de vermoeidheid een rol ging spelen. Alhoewel de Spaanse kilometers natuurlijk bestaan uit een deel vóór en een deel ná Portugal. En het deel na Portugal waren we ook vermoeid.

Het totaal gemiddelde is het aantal kilometers op een dag gedeeld door de totale tijd, inclusief rustpauzes. Daar zie je dat dit voor Frankrijk, Spanje en Portugal niet heel veel scheelt maar er wel kleine verschillen tussen zitten. In Spanje deden we het rustiger aan en maakten we in het tweede deel vaak korte dagen. In Portugal ging het nog rustiger. Steeds meer te zien, denk ik.Op de heenweg in Frankrijk hadden we koud en nat weer. Dat nodigt ook niet uit tot lange pauzes.

Een kanttekening die ik wel moet maken is dat deze gegevens uit de GPS komen. Bij koffie- en lunchpauzes zet ik die vaak uit waardoor hij niet meer verder telt. Dus het eigenlijke totale gemiddelde ligt in werkelijkheid lager dan hier getoond. Meestal zaten we rond negen uur op de fiets en tussen vier en vijf zochten we de overnachtingsplaats op.

Ik wil overal naartoe, maar nergens zijn.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

In totaal hebben we 140 overnachtingen gehad (als ik de laatste nacht thuis ook meetel). Hiervan hebben we precies de helft gekampeerd. De andere overnachtingen waren in hostels, Airbnb, hotels of bij familie en vrienden.

Zoals verwacht is kamperen het goedkoopst. Verrassend om te zien, vind ik, dat de gemiddelde prijs voor een camping in de verschillende landen niet zoveel verschilt. De campings in Spanje en Portugal zijn niet veel goedkoper dan in Nederland. Waarschijnlijk rekenen ze daar op buitenlandse toeristen die een hogere prijs gewend zijn. Twee keer kampeerden we (noodgedwongen) wild. Dit is erg goedkoop maar ook wat onrustig. En ik mis mijn douche na een dag zweten.

Voor een pelgrim hebben we relatief weinig in hostels/auberges gezeten. We kamperen liever en waren toch ook wat afgeschrikt door de luizenplagen die de hostels soms teisteren. De prijs voor de hostel is ook relatief hoog en dat komt omdat ik altijd probeer een privé-kamer te krijgen en die is duurder dan een bed op een slaapzaal.

We zaten 35 nachten in een Airbnb. Uit de cijfers valt af te leiden dat dit goedkoper is dan een hotel. De helft hiervan was tijdens rustdagen in grotere steden (Porto, Sintra, Avignon, Aken), dus relatief duur omdat we dan voor een heel appartement kozen zodat we zelf kunnen koken. De Airbnb bracht ons ook vaak op verrassende plaatsen bij mensen thuis. Booking.com deed dat ook soms. Dat vind ik erg leuk omdat je zo een kijkje bij de mensen thuis kunt krijgen en wat meer contact hebt.

Tenslotte de hotels. Deze waren het duurst en die koos ik als er geen andere mogelijkheden waren. Je ziet ook dat die best wel duur zijn. Maar dan had je soms de luxe van een airco en dat was in de hitte van Spanje en Portugal geen overbodige luxe.

Ik maak altijd een foto van onze overnachting. Hieronder een compilatie.

Noot: De compilatie is 30 Mb dus kan even duren om geheel te laden.

Geld is als mest; het is alleen goed als het wordt verspreid.

Ik kan precies bepalen wat zo’n reis nu eigenlijk kost. Maar het is lastig in te schatten waar dat geld nu precies in zit. Via de afschrijvingen over die periode, kan ik er deze keer wel een gooi naar doen. Als je de vaste lasten, van thuis, zoals belastingen, ziektekosten, energie, etc. niet meerekent dan hebben we gedurende die 140 dagen € 12.606 uitgegeven. Dat is per maand ongeveer € 2750, per week € 630 en per dag €90. Hierin zitten de kosten van het overnachten, het eten, de drankjes, vervoerskosten (pont, taxi, trein), musea en ook wat kosten die we thuis extra maken zoals de overbuurjongetjes die ik betaalde voor het bijhouden van de tuin en wat we onderweg aan spullen (fietsreparatie, kleding etc.) kochten.

Elke dag zijn we voor het ontbijt (fruit, yoghurt en muesli) ongeveer €5 kwijt. Hetzelfde bedrag zijn we ook voor de lunch kwijt (wat brood en beleg).  Elke dag hadden we wel een paar drankjes (bier en cider) die we meestal in de super kochten maar soms ook op een terras dronken. De prijs varieert daarom tussen de €5 en de €10. Als we zelf koken, dan zijn we ergens tussen de €15 en €20 kwijt. Maar in Spanje en Portugal name we vaak een Menu del Dia. Dat was niet duur maar voor twee personen moet je toch wel op €25-30 rekenen. In andere landen ben je zo €50 kwijt als je met zijn tweeën uit eten gaat. We hebben er niet op bezuinigd. Hieronder zie je het staatje met betrekking tot onze kook activiteiten.

En wat je niet moet onderschatten is de koffie onderweg. Normaal kook ik onderweg wat water en gooi er wat oploskoffie in. Kosten per kop ongeveer €0,05. In Spanje en Portugal was de koffie goedkoop (€0,75 – € 1,25) en erg lekker dus we namen dat vaak. Maar opgeteld is dat ook een behoorlijk bedrag. Dit zie je niet terug in onderstaand staatje omdat ik dat meestal contant moest betalen.

Het is ontzettend lastig om de kosten per land te bepalen. Want soms pinnen we in het ene land contant geld dat we in het andere land uitgeven. Een hotel in Frankrijk betaal ik met de credit card maar die wordt pas afgeschreven als we in Spanje zijn. Toch heb ik zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd per land wat vergelijkbare uitgaven te bepalen. In onderstaand overzicht zie je de kosten per dag (of keer). De overige kosten is een totaal van wat we in dat land uitgegeven hebben.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Zoals gezegd is de koffie in Spanje en Portugal (3 bakjes per keer) geschat. De boodschappen in Spanje en Portugal zijn relatief goedkoper (waarbij België wat vertekend is, daar waren we maar kort en gingen we ook drie van de vier keer uit eten). Naast dit uitgegeven geld hebben we ook nog in totaal €4650 gepind en dus contant uitgegeven. Met name in Spanje en Portugal hebben we veel met contant geld gedaan.

Per dag € 90 is best veel. Dat kan een stuk goedkoper. Met wild kamperen bespaar je gemiddeld € 36 per dag. Ga je in een auberge op de slaapzaal, dan ben je meestal minder dan € 10 kwijt. Ga je nooit uit eten en koop je geen bier dan bespaar je zo‘n € 15 – € 30 gemiddeld per keer. En zelf koffie zetten bezuinigt ook.

Haalbaar moet onder de € 30-50 per dag zijn. Alleen campings (€ 17), zelf koken (€ 20), geen biertje en eigen koffie maken. Maar wij hebben in dit geval niet op een euro meer of minder gekeken.

Wie pech heeft, verdrinkt in een zitbad.

Veel mensen hebben, bij zo’n lange reis, de angst dat er van alles stuk gaat aan de fiets. Op zich viel dat bij ons wel mee. Ik had de fietsen voor die tijd na laten kijken bij onze fietsenbouwer, een nieuwe ketting en goede banden gegeven. In principe kan ik bijna alles zelf maken onderweg. Wat een probleem op kan leveren is een gescheurd frame of een kapot wiel. In het eerste geval zoek ik een lasser want de fietsen zijn van staal. In het tweede geval bel ik mijn fietsenbouwer en laat ik een wiel opsturen. Gelukkig gebeurde beide niet. Maar wat ging er wel mis onderweg?

In Frankrijk begon mijn trapper te kraken. Zelfs wat extra smering kon niet voorkomen dat de hele lagers aan gort gingen. Bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker haal ik een paar nieuwe.

Ergens in Spanje krijg ik een kraak in de aandrijving. Via deductie kom ik op de trapas. Twee keer laat ik de cracks aandraaien maar de kraak blijft. Via een email-overleg met de fietsenbouwer concluderen we dat ik er zeker mee thuis kan komen. Later verdwijnt de kraak. Thuisgekomen blijkt dat de trapas wel aan zijn einde is maar dat dit niet de oorzaak was. Het geluid kwam van de speling van de crank(s) op de trapas. Daar was wat ruimte in gekomen die bij hogere temperaturen groter wordt omdat de een van staal is en de andere van aluminium.

In totaal heb ik 5 lekke banden gehad. Mevr. Van der Veeke geen. Ook hier zijn vrouwen dus in het voordeel. Twee van mijn lekken komen omdat de buitenband van het voorwiel versleten is en zo dun dat er zomaar wat doorheen prikt. Ik vervang hem in Avignon. Voor de rest zijn het fantastische fietsen en hebben ze ons overal zonder problemen gebracht. Zelfs als we door rivierbeddingen stuiteren met 25 kilo bagage geven ze geen krimp.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zoals ik het doe je het moet doen, want anders zou ik het niet doen.

Ik ben van de uitgebreide voorbereiding maar welke dingen zouden we anders doen als met de kennis van nu nog zouden moeten vertrekken?

Een ding waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat als je zo lang onderweg bent, je chronisch moe wordt. De eerste maand gaat nog wel, de tweede ook. Maar daarna kom je in een situatie dat de batterij niet meer volledig oplaadt als je (wat) rust neemt. Als ik weer op een lange reis zou gaan, dan zou ik na elke twee tot drie maanden wat langer op één plek willen blijven. Het probleem hierbij is dat dan bij mij de verveling toeslaat. Ik kan dat alleen als ik op die plek wat te doen heb, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Iets anders waar je rekening mee moet houden is dat het klimmen met bagage een aanslag is op het lichaam. Dit telt op bij de vermoeidheid. Hou dus rekening met meer tijd als je veel hoogtemeters hebt. Een probleem hierbij is dat dit niet altijd te plannen is qua overnachting. Soms moet je gewoon door tenzij je kunt wildkamperen.

We weten nu wat hitte met je doet. In Portugal waren we redelijk vroeg in het seizoen. Maar in Spanje zaten we in de hitte waarbij de temperatuur overdag opliep naar 35-40 graden Celsius. Het liefst wil je vroeg vertrekken, maar de zon komt daar later op. Beter is om in Spanje en Portugal (maar ik denk dat het voor alle zuidelijke landen geldt) niet in juli/augustus te fietsen. Maar bij zo’n lange reis is dit lastig te vermijden.

En als laatste was de heimwee toch ook onderschat. Nu hadden we natuurlijk nooit ingepland dat ons eerste kleinkind een paar maanden voor vertrek geboren zou worden. Maar op een gegeven moment gaan de kinderen én het kleinkind aan een onzichtbare draad trekken. Misschien hadden we tussendoor toch een weekje naar huis moeten gaan. Alhoewel ik me afvraag wat dit met het reisgevoel doet.

Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middag-temperaturen verwacht van één uur `s middags tot zes uur `s avonds.

Het weer is een variabele waar we geen invloed op hebben. In de weken voor vertrek was het prachtig en warm weer in Nederland. Dat sloeg helaas om. Het eerste deel in Nederland hadden we veel wind en regen. En lage temperaturen. Eigenlijk ging dit door tot de Pyreneeën. Vaak werd de tien graden niet eens gehaald. Vaak moest het regenpak aan. Gelukkig beïnvloede dat onze stemming niet. Als we op de fiets onderweg zijn, dan zijn we blij.

Toen we de Pyreneeën overstaken en afdaalden naar Spanje werd de lucht al snel blauw. En eigenlijk hebben we dat weerbeeld, blauwe lucht en zon, gehad totdat we weer terug in Nederland kwamen. Tot Santiago was het vaak nog fris in de ochtend en werd het ’s middags pas warm. Zo ook langs de Portugese kust. We zaten toen nog een beetje in het voorjaar.

Na Lissabon gingen we dwars door Spanje naar Zaragoza. Het gebied heet de Extremadura en het kan daar heet worden. In de middag wel tussen de 35 en 40 graden Celsius.  We hebben daar ons ritme moeten aanpassen. Zo vroeg mogelijk op pad en zorgen dat je voor de ergste hitte (14 uur) een plek in de schaduw hebt. We wilden een lange siësta houden maar het probleem is dat je onderweg weinig plekken vindt waar je dat kunt doen. Zaragoza was helemaal een braadpan. Daar kun je in de zomer eigenlijk ’s middags niet op straat zijn.

Op de terugweg bleef het weer mooi en werden de temperaturen aangenamer. Pas zo rond Luxemburg begonnen we terug te verlangen naar de hitte.

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries.

Tenslotte nog wat over de landen waar we doorheen zijn gekomen. Nederland en België wil ik weinig over zeggen. Dat was bekend terrein. Ook Frankrijk was bekend maar dit keer kwamen we door een grotendeels onbekend stuk. En we zaten deze keer op de Camino dus de nadruk lag op het kerkelijke. We hebben dan ook tientallen kleine en grote kerken gezien. Soms sober maar heel vaak uitbundig. Met name de kathedralen maakten veel indruk.

Bij de zuidgrens van Frankrijk moesten we over de Pyreneeën. Dat was vanaf de Franse kant heftig. Maar ook prachtig. Ik heb weinig van de Pyreneeën gezien maar dit nodigt zeker uit tot een nieuwe afspraak.

Op de terugweg komen we ook weer een lang stuk door Frankrijk. Eerst in het zuiden naar Avignon en dan vanaf Mulhouse naar Aken. En alhoewel het Frankrijk was, voelde het als Duitsland. Veel vakwerk, kleurige dorpjes en heel veel druiven.

Spanje is een verrassing. We hadden er een keer gefietst met Cycletours maar dat was in een toeristisch gebied bij Barcelona. Eerst zitten we nog op de Camino die hier pas echt begint te leven. Veel wandelaars, veel gezelligheid en mooie steden met prachtige kerken en kathedralen. De kers op de taart had Santiago de Compostella moeten zijn maar het echte einde voelde ik pas bij Finisterre.

Na Lissabon gingen we nog een stuk door Spanje. Nu meer het binnenland in de vorm van Extremadura. Het was er leeg en erg heet. Kleine dorpjes maar overal een bar (voor koffie) en een winkeltje. En we komen erachter dat Spanje echt niet vlak is. Veel klimmen en dalen. Maar dit geeft ook weer prachtige uitzichten. Hoogtepunten in dit deel zijn Badejoz, Guadalupe, Segovia en Zaragoza. Ook Spanje staat weer op de wensenlijst voor een bezoek.

Maar het meest heb ik genoten van Portugal. We fietsten een langs stuk langs de kust wat voor een kind van de zee altijd een genot is. Het mooie weer, de grote golven, de authentieke dorpjes en de vriendelijke mensen maken het reizen daar één groot feest. Ik ben daar een fan geworden van azulejo’s. Daarnaast waren de grote steden die we bezochten ook hoogtepunten. Ik heb hele goede herinneringen aan Porto en Sintra. Lissabon is ook prachtig maar het eendaagse bezoek was eigenlijk te kort. Naar Portugal wil ik graag nog vaker. Het stuk langs de kust wil ik nog wel eens doen. Lissabon wat beter bezoeken en het deel onder Lissabon hebben we nog niet gezien. Gelukkig hebben we nog zeeën van tijd.

Nogmaals, het was de reis van ons leven. En ik had geluk met mijn reisgezelschap. Om 140 dagen continu met elkaar door te brengen, moet je elkaar heel goed aanvoelen. Er is wel eens wrijving geweest maar ik mag me een gelukkig mens rekenen met Saskia als (reis)partner.

Ik sluit af met de selfie-parade. Dat is de foto die we (bijna) elke dag maakten. Deze heb ik achter elkaar gezet en worden telkens 2 seconden getoond. Ik hoop dat deze foto’s weergeven hoeveel we genoten hebben.

Noot: De selfie-parade is 30 Mb, laden kan dus even duren.

Waterwegen

Your true traveler finds boredom rather agreeable than painful. It is the symbol of his liberty-his excessive freedom. He accepts his boredom, when it comes, not merely philosophically, but almost with pleasure. – Aldous Huxley

Dag 126:

Het was heerlijk om weer in een B&B te zitten maar onze kamer was ’s nachts erg warm. Dus het was nog een keer zwemmen, maar dan in bed, Ook hier is de temperatuur, voor deze tijd van het jaar, veel te hoog. Normaal geven we de voorkeur aan een fruit-yoghurt ontbijt, maar we hebben niets dus we zijn blij met het Franse ontbijt. Dit bestaat uit niet meer dan een (chocolade) croissant, wat stokbrood met jam en koffie/thee. Michel, onze gastheer, denkt wel met ons mee want hij heeft een extra stokbroodje voor ons gehaald voor onderweg. Hij vertelt ons dat hij ook de burgemeester is van Raville en hij (her)kent het probleem met de leeglopende dorpen. In zijn jeugd woonden hier 100 mensen meer (nu nog ongeveer 250) en was er nog een kroeg. Maar toen die uitbater met pensioen ging, wilde niemand het overnemen en werd het gesloten. Zo gaat het ook met de andere voorzieningen. Het is tekenend voor Noord-Frankrijk en daarom zijn er geen winkels meer hier.

Toch heeft het lege landschap wel wat voor ons fietsers. De wegen zijn rustig en de uitzichten op elke heuvel weer nieuw. Wij heuvelen ons een weg door dit landschap via Varize, Hayes, Vry en Vigy. In dit laatste dorp vinden we eindelijk weer een winkel annex tabac annex pompstation en kunnen we ook wat beleg op het brood van de burgemeester kopen. Via Kedang-sur-Canner komen we bij Kœningsmacker. Hier vinden we een super om de boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. En hier komen we ook bij de Moezel, die we een stukje zullen volgen. Iets verderop is het dorpje Malling. Deze heeft een municipal langs de Moezel. Hier strijken we neer voor de nacht.

Dag 127:

Het bevalt hier zo goed dat we besluiten nog een dag te blijven. Alle ingrediënten zijn aanwezig; Een mooi plekje, een picknicktafel, stroom, mooi weer en rust. Ik moet alleen even 10 kilometer op en neer naar Kœningsmacker maar voor de rest doen we niet veel vandaag. Heerlijk om even bij te komen.

Dag 128:

Vandaag fietsen we door drie landen. Maar we beginnen langs de Moezel. Bij een (grote) rivier fietsen is altijd leuk. Het is meestal vlak, lekker koel en er is altijd wat te zien met de bootjes. Maar dat laatste valt wat tegen. Op dit deel van de Moezel is weinig scheepvaart en er komen ook nauwelijks bootjes langs. De oevers zijn kilometerslang gevuld met caravans. Het is geen camping maar blijkbaar mogen mensen hier hun sleurhut parkeren. De oevers lopen hier redelijk steil omhoog en zijn beplant met druivenranken. Hier komt de bekende Moezelwijn vandaag. Door de hellingen pakken ze veel zon, staan beschut en door de Moezel blijven de temperatuursschommelingen beperkt. Hier verbouwen ze onder andere de Riesling, de Pinot Gris, de Pinot Rosé en de Gewurztraminer.

We zitten nog maar een klein stukje in Frankrijk en ik heb nog twee Franse postzegels. Zonde om die weg te gooien maar hier zijn geen toeristische kaartjes te koop. Uiteindelijk vinden we twee kaarten bij de bloemenwinkel, al zijn die drie keer zo duur als de postzegel. Niet echt economisch dus. Toch zien we dit niet als belemmering. Een kaartje gaat naar Marten, de bouwer van onze fietsen die ons al meer dan 6000 km vervoeren. Over asfalt, hobbelpaden en rivierbeddingen. Fantastische fietsen.

Bij Apach gaan we geruisloos de grens over naar Duitsland. Apach ken je waarschijnlijk niet maar het ligt vlak naast Schengen. Hier werd op het schip, Princesse Marie Astrid, het verdrag over vrij personenverkeer getekend. Daarom waren we nergens illegaal ondanks dat we soms via slinkse wegen een land binnenkwamen.

We blijven een tiental kilometers de Moezel in Duitsland volgen totdat we uiteindelijk bij Wormeldange de rivier oversteken en in Luxemburg komen.

We verlaten de Moezel dus dat is helaas weer klimmen. Gelukkig is het niet te steil en niet te hoog. Via Mensdorf, Olingen en Rodenbourg gaan we het binnenland van Luxemburg in. Ze noemen het hier le Bon Pays, of het Gutland. Een golvend, vruchtbaar landschap met een zacht klimaat wat de lokale boeren welvaart gaf. We komen ook langs de zendmasten van Radio Luxemburg. Menigeen heeft daar vroeger op het transistorradio’tje naar geluisterd. Ik weet niet eens of ze nu nog in de lucht zijn, maar de masten staan er nog.

Daarna dalen we af door het Mullerthal of het dal van de Ernz Noire. Het is Luxemburg op zijn mooist. Een smalle kloof met watervallen, geërodeerde rotsformatie en bijzondere flora.

En dit alles ligt in een diffuus groen licht door de hoge ligging van de bomen. Prachtig om doorheen te fietsen. Hier vinden we ook de camping voor de nacht. We zetten de tent op naast een beekje. Het geluid van stromend water is rustgevend, maar je moet er wel steeds van plassen. Door de kloof zitten we wel snel in de schaduw. En ‘s avonds wordt het koud en nat. Mevr. van der Veeke zoekt haar skibroek weer op en ik slaap voor het eerst weer met sokken aan. Morgen zon en dan kunnen we weer opwarmen.

Dag 129:

We hebben pech en geluk. De weg waar we langs willen, is barree. Maar omrijden is voor een fietser geen optie hier. Het is een heel eind en heel veel klimmen. We zijn burgerlijk ongehoorzaam en gaan gewoon de weg in. Het helpt dat het zaterdag is, want ze zijn niet aan het werk. Vorig jaar zijn hier grote overstromingen geweest en ze leggen geulen aan om het water beter af te voeren. Met een beetje laveren kunnen we er gewoon langs. Het betekent ook dat we de enige weggebruikers zijn en dat is fijn. Er zijn veel groepen motorrijders op de weg die langs scheuren. Ik klaag niet want ik heb hier zelf ook gereden op de motor.

Ik was vergeten hoe mooi en woest Luxemburg is. Zo dichtbij een paradijs voor wandelen, fietsen en watersport. We zitten de hele dag langs riviertjes. Eerst de Sauer en later de Our.

Ook wisselen we meermalen tussen Duitsland en Luxemburg waardoor ik niet altijd weet in welk land ik ben. Mevr. van der Veeke wil graag kaffee mit küchen in plaats van oploskoffie langs de weg maar ze moet tot Vianden wachten om die te vinden. En dan heb je ook wat. Apfelstrudel mit vanillesauze und eis. In Vianden staat ook het prachtige kasteel boven op de berg. Het stamt uit de middeleeuwen en kwam in 1417 in bezit van de Nassaus. In 1820 werd het door Willem I verkocht en in verval geraakt nu is het weer fraai gerestaureerd.

Bij Vianden moeten we een stukje klimmen om bij het stuwmeer te komen. Daarna blijven we af en aan de Our volgen. We komen op prachtige off-road paden door de natuur. Langs de Our is het vlak fietsen en soms is er geen ruimte voor een weg en dan moeten we klimmen. Als ik het weerbericht mag geloven, is het de laatste dag boven de 30 graden. Of dit goed of slecht is, weet ik nog niet.

Zoals Mevr. van der Veeke snakte naar küchen, zo graag wilde ik een schnitzel. Bij Untereisenbach vinden we die en we hebben een lange lunchpauze. Gelukkig is het nog maar een klein eindje naar de camping bij Dasburg. Het zijn zware kilometers omdat ze omhoog lopen en het bier in de benen is gezakt. Bier!? Ja, schnitzel zonder bier is als een tang zonder varken.

Op de camping vinden we eindelijk het malse gras in een groene omgeving waar we al die maanden naar verlangden. Het zal wel weer nat worden vanavond maar dat hebben we er graag voor over. Morgen is het 10 graden koeler en verlaten we Luxemburg. We hopen dan ergens in België terecht te komen. Maar het kan ook Duitsland worden.

Dag 130:

We zijn ineens van de zomer in de herfst gestapt. Het is zomaar 15 graden kouder en bewolkt. Geheel verkeerd gekleed zit ik op de fiets. Voor het eerst in lange tijd heb ik het koud. Maar niet voor lang, we moeten eerst stijgen naar Dasburg en daarna nog hoger. En dat gaat met een flink percentage. Ondanks dat ik het koud heb, loopt het zweet in de bilnaad. Na een uurtje klimmen zijn we boven en zouden we heel graag een kafee mit küchen willen hebben. Maar ook hier in Luxemburg zijn de dorpen zonder voorzieningen. Van oudsher is het een arm gebied. Tot in het eind van de jaren vijftig was het schrale grond waar je weinig mee kon. Daarnaast werden de landjes bij elke erfenis kleiner verdeeld. Hier kwamen twee oplossingen voor; kunstmest en vertrekkende jeugd. Hiermee kon er voor meer welvaart worden gezorgd.

We volgen een tijdje een heuvelrug en dalen dan af naar België. Ook weer tijdelijk, want soms zitten we ineens weer in Duitsland. En om de landelijke verwarring nog groter te maken; In Belgie spreken ze soms Duits en in Duitsland soms Frans. Afijn, hier pakken we wel de Vennbahn Radweg op. In 2014 was het de fietsroute van het jaar. 125 kilometer, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer, over een oude spoorbaan. En sinds die tijd stond hij ook al op mijn lijstje om te fietsen.

De spoorlijn werd 125 jaar geleden aangelegd tussen Aken en Luxemburg Om steenkolen te vervoeren naar het Ruhrgebied. Hoogteverschillen werden zoveel mogelijk weggewerkt met viaducten, bruggen en taluds. Daarom is hij ook zo mooi fietsbaar. Ondanks de heuvels in het terrein is de gemiddelde stijging maar 2%. De spoorlijn was in gebruik tot de 2e Wereldoorlog. Daarna was het economisch belang niet zo groot meer en de oorlogsvernielingen aanzienlijk zodat hij niet meer opgelapt werd. In de jaren 90 is geprobeerd er een toeristisch treintje van te maken, maar dat is nooit rendabel gekregen. Daarna is de lijn verbouwd naar een fietspad waar wij nu over fietsen. Het heeft wel 15 miljoen gekost maar dan heb je ook wat. Het is inderdaad een feest om te berijden. Veelal mooi asfalt, voldoende rustplaatsen , mooie omgeving en gemakkelijk te fietsen. We zijn niet de enigen die er gebruik van maken. In al die maanden hebben we nooit zoveel andere fietsers gezien. Via St. Vith zoeken we een kleine camping op in Deidenberg. In de avondzon warmen we nog op. Maar als ook de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de temperatuur dramatisch. In de kantine kunnen we de avond uitzitten tot we in de slaapzak kruipen. Hierbij is Mevr. van der Veeke volledig gekleed en ik heb ook meer aan dan de afgelopen maanden.

Dag 131:

Met 6 graden Celsius vannacht was het fris, maar we hebben het niet koud gehad in de slaapzak. Ik had de omschakeling liever geleidelijk gehad, dan hadden we er nu aan kunnen wennen. Het was een heldere, natte nacht en nu is het weer mooi weer. Ik heb mijn hemmetje onder uit de tas gediept en met de zon erbij warmt het snel op.

We zitten de hele dag op de Vennbahn Radweg. Hij gaat bijna de hele dag geleidelijk omhoog, dus niet gemakkelijk fietsen. De omgeving houdt ons in het begin nog geboeid. Heuvels, kloven en vergezichten. En daarnaast restanten uit een eerder tijdperk. Later in de dag komen we meer tussen de bomen en wordt het wat saai. We hebben nog even een afleiding als, tijdens de koffie, een oude mannenclub langs komt. Ze vragen waar ze bier kunnen krijgen. Ik wijs op mijn horloge dat het pas half elf is. Voor hun is dat geen beperking. Bij gebrek aan bier komt de schnapps uit de tas. Ze zijn tussen de 70 en de 80, dus ze hebben weinig meer te verliezen.

We komen langs Monschau maar besluiten het te laten voor wat het is. Vanaf de Vennbahn ga je een diep gat in. Erheen gaat wel, maar om eruit te komen moeten we 150 meter klimmen. Daar hebben we vandaag geen zin in. We zijn daarom op tijd op de camping en dat is fijn. Er is een tentenveld met veel ruimte in de zon. En er is een tafel met stoelen voor de fietsers beschikbaar. Zo zouden meer campings moeten zijn.

Dag 132:

Vandaag hebben we het laatste stukje Vennbahn Radroute. Nog 30 kilometer tot Aken. Daar hebben we voor twee nachten een AirBnB geboekt bij David om de stad te kunnen bekijken. Maar 30 kilometer dus en ook nog allemaal afdalend. Makkie vandaag. We staan dus wat later op en de tent staat ’s ochtends in de zon zodat hij kan drogen. We doen lang over de koffie en de lunch want we kunnen pas om twee uur aankomen. Voor de rest is het veel bosbaden vandaag. Het zijn prachtige groene bossen en we rollen zo vanzelf naar Aken. Het lijkt erop dat het klimmen voor deze reis erop zit.

De groene weg naar Baflo

Afgelopen zomer fietsten we ‘de groene weg naar de Middellandse zee’. Maar eigenlijk ook weer niet want we fietsten helemaal niet naar de Middellandse zee. We fietsen er vandaan. Daarom heb ik onze tocht maar ‘de groene weg naar Baflo’ genoemd. Met als subtitel ‘van Middellandse zee tot Waddenzee’. Omdat dit een serieze zaak is, zijn we dan ook begonnen met het dippen van de grote teen in de Middellandse zee. Ongeveer vier weken en bijna 1900 kilometer later ging diezelfde teen in de Waddenzee.

We hadden in het begin zand

Daarna werd het erg warm

We zagen vreemde bouwwerken

Overal lagen de balen stro in het veld

We genoten van Luxemburg

Ontmoeten mensen die nog veel stoerder zijn dan wij

En komen via de pontjes in Nederland weer thuis

Tijdens de tocht hield ik een reisverslagje bij. Met soms wat foto’s, als de bandbreedte het toeliet. Inmiddels is het alweer winter. Wat? De winter is al weer bijna voorbij. Maar de foto’s en de verhalen blijven. Ik heb er eerst een boek voor mezelf van gemaakt. En omdat ik de informatie toch had, heb ik hem ook maar weer toegevoegd aan mijn fiets site.

Op deze plek kun je het allemaal vinden. Wat we per dag gedaan hebben. Hoe ons tentje op de campings stond. Waar we allemaal koffie hebben gedronken. In woord en beeld. Met best wel wat foto’s. Ook kun je er de GPS routes vinden. En wat misschien wel gemakkelijk is, in die route staan ook alle campings waar je langs komt. En ik heb een schema’tje gemaakt met de afstanden tussen die campings en de verschillende plaatsen.
Ik heb in elk geval veel plezier gehad tijdens de reis. Misschien dat een klein beetje daarvan doorgegeven kan worden met het reisverslag.