Vrijdag 10 augustus: Porec (Kroatië) – Mestre (Italië)

29 km (totaal 1005 km) – 102 hoogtemeters.
Camping Rialto (€27,=)

Als de weg weg is
En de kluts is compleet kwijt
Goede raad is duur

We staan om zes uur op en zitten om half zeven op de fiets. En dat allemaal om op tijd bij de boot te zijn die ons naar Venetië gaat brengen. Ondanks de airco heb ik niet zo goed geslapen want het was een stressvol gebeuren om de kaartjes hiervoor goed te krijgen.
Op dinsdag heb ik die via internet geboekt voor vrijdag via Venezia lines. Twee personen en twee fietsen, creditcard gegevens invullen, betalen en klaar. Maar niet heus.
De bevestiging heeft namelijk maar één fiets. Dus eerst mailen. Na een dag nog geen reactie. Bellen naar het kantoor in Italië. Wordt niet opgenomen. Nog een keer bellen en nog een keer bellen. Contact.
Uitgelegd wat het probleem is. De mevrouw spreekt half Italiaans en half Engels, dus ik kan haar moeilijk volgen. Maar goed, er was nog maar plek voor één fiets toen ik boekte. Terwijl ik er wel twee op kon geven. En nu? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Ze begrijp ons probleem. De fiets kan niet achter blijven. Ze gaat overleggen met haar supervisor en ze mailt me terug.
Wat er ook komt, geen mail. Weer zelf gemaild en nog geen mail.

Inmiddels zitten we in Kroatië en bel ik het kantoor daar. Een goed Engels sprekende mevrouw uitgelegd wat er aan de hand is. Ze snapt het helemaal. Natuurlijk kan ik Mevr. van der Veeke en/of haar fiets niet achterlaten. De fiets kan zo extra bijgeboekt worden en ik kan betalen bij inchecken. Helemaal opgelucht, maar ik vraag of ze mij hiervan een bevestiging wil sturen. Geen probleem, komt eraan. Have a good journey. Voor de zekerheid mail ik ook nog even dat ik op de bevestiging wacht.

Maar wat er ook komt, geen bericht. Niet op woensdag en niet op donderdag. Als we in Porec zijn, fiets ik langs het kantoor en leg weer het probleem uit. Ze weten van niets?! Maar zegt hij: ‘send me an email and I will mail you back‘. Ik dacht het even niet, ik wil het NU geregeld hebben. Nou dat kan, als ik de extra fiets dan ook meteen betaal. ‘Geen probleem, ik mail het wel’ zeg ik hem. Maar hij wil het toch echt contant hebben. Afijn, ik krijg een nieuw ticket met twee personen en twee fietsen. Eindelijk geregeld.

P

Tips voor fietsers:

  • Zorg dat je op tijd boekt want de fietsplaatsen zijn beperkt (6-8). Minimaal een aantal dagen van te voren.
  • Boeken kan via de site. Eerste stap gegevens invullen. Tweede stap fietsen toevoegen. Derde stap betalen (credit card).
  • Controleer je bevestiging. Staat alles er goed op?
  • Mailen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Bellen heeft geen zin, als het niet goed is.
  • Kantoortje zit in Porec bij het plein. Ga daar langs als het niet goed is.
  • Vraag daar om geschreven bevestiging.
  •  Zorg dat je op tijd in de haven bent want het is daar druk.
  • Vergeet niet om in de haven ook nog in te checken. Je hebt dan je paspoort(en) nodig.

Dus om zeven uur staan we bij de boot te wachten, die om half acht komt. Er staat al een rijtje mensen en het is wat chaotisch. Het blijkt dat ik me binnen ook nog een keer moet melden om een instapkaart te krijgen. De fietsen moeten afgeladen worden en zij zorgen voor het inladen van de spullen. Prima geregeld.

Binnenin is het een soort van vliegtuig. Krappe stoeltjes, maar wel airco en er is koffie en broodjes te krijgen. Zo jassen we er het laatste Kroatische geld doorheen. De overtocht zou twee uur en een kwartier duren. Met een vertrek van acht uur, zouden we er om kwart over tien moeten zijn. Om kwart voor twaalf fietsen we de haven uit.

Want… als we Venetië naderen mag de boot niet inhalen of snel varen. Dat kost een half uur. We mogen pas van boord als de boten met toeristen voor ons gelost zijn. Dat duurt een half uur. En we moeten door de douane. Dat duurt ook een half uur. Maar goed, we zijn er. Met alle fietsen en alle spullen. Nu alleen nog naar de camping en dat proces is een nachtmerrie.

Het eerste deel gaat goed. Op de lange brug naar het vasteland is een mooi fietspad aangelegd. Maar dan. We zitten links van 4 snelwegen, 6 spoorbanen en een water. En we moeten naar de andere kant. Er zou een tunneltje onder de weg moeten zijn, maar die kan ik niet vinden en staat ook niet (voor mij zichtbaar) aangegeven. Meerdere keren vragen leidt ons steeds verder van het tunneltje vandaan. We komen alleen maar opgebroken wegen tegen waar we niet verder kunnen. Opritten naar snelwegen en doodlopende wegen. Na een uur zoeken en 10 kilometer verder ben ik er helemaal wanhopig van. Uiteindelijk komen we er. Hiervoor tillen we de fietsen over een hek bij een spoorweg, steken we deze over en lopen er en stuk langs. Daarna fietsen we een stuk op de snelweg en steken we die ook over. Ik wens het niemand toe. Ook mezelf nooit meer. Maar we zijn in Mestre, waar ook de camping is.

Tip voor fietsers:
Blijf doorzoeken op de plek waar aangegeven staat waar de oplossing is. Laat je niet door anderen wegleiden. Ze snappen vaak niet wat het is om te fietsen en sturen je zo de snelweg op omdat dat de enige weg is die ze kennen.


De camping heeft een mooi schaduwrijk plekje voor ons. Geen gras, wel droge grond. We komen wat bij van de stress, douchen en gaan naar de stad terug. Dat doen we met de bus. Retourtje kost €3 (pp) en de bus stopt voor de camping. Het is leuk alvast even in de stad te lopen. Morgen volgt het Venetië verslag, maar nu vast een foto.


kaart-10-08

Donderdag 9 augustus: Triban – Porec (Parenzo)

64 km (totaal 976 km) – 699 hoogtemeters.
Apartments Ivicek Stojakovic (€70,=)

De Parenzana
Rotsblokken, keien en grind
De weg die mij sloopt

Met weemoed nemen we afscheid van de camping. Soms voelt een locatie gewoon goed en valt alles op zijn plek. Dit is er zo een. 

Vandaag had ik op het programma staan om de Parenzana door het binnenland te doen, maar door de ervaringen van gisteren houden we het eerst maar even bij het asfalt. We reizen door het dal van de Mirna, de weg is rustig en er is nog veel schaduw. Dat is wel nodig ook want bij vertrek stond de thermometer al op 29 graden.

Zo slingeren we ons door dit stukje oud Italië. Het gaat langzaam omhoog, dus goed te doen. Hier en daar staat één huis en is het meteen een plaatsje met bijbehorend unieke plaatsnaambord. Bijzonder.

In Sterna vinden we het even genoeg. Tijd voor koffie. Meteen worden we belegerd door een nest jonge katjes. Mevr. van der Veeke stopt er meteen een paar in de fietstas, maar gelukkig zie ik dat op tijd.

Alleen als we Oprtalj naderen moeten we even op de pedalen. Je ziet het al in de verte op een heuvel liggen. Het laatste stukje ga ik overigens weer lopen. Ben over de schroom heen en het gaat net zo snel.

In het dorp lijkt het of de tijd stil heeft gestaan. Op de hoek van het pleintje zitten oude mannetjes koffie te drinken en huisvrouwen staan te roddelen in de straat. Sommige huizen zijn vervallen en andere zijn weer prachtig.

Ook het uitzicht vanaf hier is mooi. Je kijkt zo over de vallei uit naar alle kanten. De lucht trilt in de hitte. Ik zou hier uren kunnen zitten, maar dan wel in de schaduw met een koel drankje.

Maar goed, dat gaat nu even niet lukken. De afdaling lonkt. In een serie van haarspeldbochten storten we ons naar beneden en verliezen onze hoogte tot op het bot. Daarmee komen we in Livade, wie kent het niet? Nee, ken je het niet? Hier is ooit een van de grootste truffels ooit gevonden. Ze hebben er zelfs een monument voor opgericht.

Wij gaan verder. Op de volgende heuvel (270 m) ligt Motovun, alweer zo’n middeleeuws stadje. Het stadje is niet alleen heel oud, het is ook onderdeel van de folklore van Kroatië. Het is de stad van de reus Veli Jose, die symbool staat voor de Kroatische populatie van Istrië die onderdrukt werd door de Duitsers en Italianen. Het is bedacht door de nationalist Vladimir Nazor, een van de bekendste Kroatische schrijvers. Wij bewonderen het in elk geval vanuit de verte en laten de reus rustig verder slapen.

We hebben het al moeilijk genoeg want dit deel kunnen we geen asfalt pakken en moeten we over de Parenzana. Een deel hebben ze vernieuwd wat betekent dat we in een grindbak rijden waar je zomaar Jos verstappen tegen kunt komen. Maar ook op de niet vernieuwde delen hebben we het zwaar. Je moet zo geconcentreerd rijden om de vuistgrote stenen te vermijden en het beste pad te kiezen, dat je geen gelegenheid hebt om om je heen te kijken. We zijn blij als we bij Meloni weer op de weg kunnen.

Het is heet en de vermoeidheid bouwt toch weer op. Met veel stops voor brood en drinken banen we ons een weg naar Porec. Daar zoeken we eerst het kantoor van de ferry op. Morgen vertel ik daar meer over. Daarna gaan we naar een terras en verwennen we onszelf met een koud drankje. Porec is het Volendam van Kroatië. Ik hoor meer Hollands en Duits om me heen dan lokale talen. En de straten zijn gevuld met souvenirwinkeltjes. Toch slenteren we even rond, je komt er tenslotte niet elke dag.

We eten een pizza in de stad en zoeken ons appartement op. Dat heb ik geboekt omdat we morgen om 7 uur al in de haven moeten zijn. Het ligt een paar kilometer van de haven en is super-de-luxe. De camping van gisteren was mooi, maar een kamer met airco heeft ook wel wat. We genieten nu extra van de luxe. Morgen steken we over naar Italië en dan staat Venetië als eerste op het programma.


profiel-09-08

kaart-09-08

 

Woensdag 8 augustus: Osp (Slovenië) – Triban (Kroatië)

64 km (totaal 912 km) – 654 hoogtemeters.
Eco Gecko mini (€20,=)

Afkoelen gewenst
Blauwe vlakte fluistert zacht
Van zadel in zee

Vannacht zijn we een beetje hersteld en we gaan weer met frisse moed op stap. Dit moet ook wel want gisteren zijn we ongeveer 200 meter afgedaald naar de camping. Dat voelde heerlijk en als een kadotje maar vanochtend is dat de eerste missie om die hoogtemeters weer terug te pakken. Een kleine bonus is dat we onder het hoogste en langste viaduct van Slovenië gaan.

Wij stappen hierna over op de Parenzana route. Daarover zo meer. Maar het is nog wel even een gepuzzel om op die route te komen. We gaan daarbij over de kleinste paadjes waar, zo het lijkt, al lange tijd geen fietsers zijn geweest.

Ooit liep er een spoorlijn van Trieste naar het huidige Porec. Dit deel van Istrië hoorde toen nog bij Italië en Porec heette niet Porec maar Parenzo. Het spoorlijntje werd La Parenzana genoemd en liep in Slovenië voornamelijk langs de kust. In Kroatië ging het meer het binnenland in. Het lijntje is niet meer. In Slovenië hebben ze er een prachtig fietspad van gemaakt. Mooi asfalt en bankjes. In Kroatië staat wel overal dat ze er geld voor gekregen hebben van de EU, maar dat is (nog) niet aan een fietspad besteed. Wij willen La Parenzana tot Porec volgen. Want het fijne van een fietsroute over een oude spoorlijn is, dat hij niet te steil wordt.

Istrië heeft een Italiaans ogend landschap. We zien cipressen, olijfbomen en heel veel wijngaarden. Het heeft acht eeuwen onder gezag van de Venetianen gezeten. Door de handel ontwikkelden zich de steden aan de kust. Koper (Capodistria), Piran (Pirano), Porec (Parenzo) en Pula (Pola). De meeste steden zijn hier tweetalig aangegeven. Na de eerste wereldoorlog viel Istrië toe aan Italië. Met name Mussolini zorgde voor het ‘veritalianiseren‘ van Istrië. Andere talen dan Italiaans werden verboden en veel Italiaanse kolonisten werden binnengehaald. Maar na de tweede wereldoorlog draaide alles om. Istrië hoort dan bij Joegoslavië en de Italianen werden terug naar hun land gestuurd. Het liep hier leeg maar dat had wel het voordeel dat het hier heel authentiek bleef, zeker in het binnenland.

De route loopt langs Koper, maar we willen zo’n mooie en bekende stad niet overslaan. Het heeft vele namen gehad. De Grieken noemde het Aegida, de Romeinen Capris en de Byzantijnen Justinopolis. Toen het in de 12e eeuw in handen kwam van de patriarchen van Aquileia werd het Caput Histria genoemd, het hoofd van Istrië. Door de vele handel in zout en graan groeide de stad. Het centrum oogt nog steeds Venetiaans, dus daar gaan we even kijken.

We fietsen over mooie paden langs de kust van de Adriatische zee. Overal zijn mensen aan het zonne- en zee-baden. Langs de weg staan palmbomen. We komen onder het Strunjan Nature Reserve door. Door het lokale microklimaat is het hier uiterst geschikt om dadelpruimen te laten groeien. Hier wordt 30% van die dingen geproduceerd.

Maar ik geniet nog het meest van de koele zeewind die hier waait. En het is heel erg rustig overal. Nergens de drukte van Zandvoort of Scheveningen.


In Izola gaan we ook even kijken. Mooie straatjes maar niet zo mooi als in Koper. En ze verkopen hier wel mooie hoedjes en dat is een van de zwakheden van Mevr. van der Veeke. 

Daarna gaat de spoorlijn meer het binnenland in. Waar wuivende rietvelden staan en uitgebreide wijngaarden.

En de spoorlijn moest soms ook door bergen heen en dan werd er een tunnel gemaakt. Daar zijn wij heel blij mee. Niet alleen zijn tunnels cool, ze sparen ook de spieren.

Iets meer in het binnenland klimmen we langzaam omhoog. Het fietst heel gemakkelijk en het voordeel hiervan is dat we mooie uitzichten krijgen. Zoals je ziet veel wijngaarden en in de verte de Adriatische zee.

Bij Fazan tikken we nog even de kust aan. Het water ziet er zo aanlokkelijk uit dat we strippen tot het ondergoed en er even induiken. Het is heerlijk om even af te koelen en je droogt zo weer op.

Hierna gaan we de grens met Kroatië over. We dringen ons tussen de rij met auto’s en voor het eerst moeten we weer ons paspoort laten zien. De Parenzana gaat hier gewoon door. Op een steenslagpad klimmen we langzaam omhoog met uitzicht op de baai waar we net omheen gefietst zijn. Je hebt nu mooi zicht op de zoutpannen aan de kust. Ze zijn nog steeds in gebruik om zout te winnen. Ook zien we in Kroatië veel reclame langs de weg voor truffels, fruit, wijn en grappa.

Het is inmiddels weer 34 graden en in een dorpje willen we wat drinken. Het eerste Kroatische contact is heel goed. Het meisje in de bar spreekt goed Engels, accepteert euro’s bij uitzondering en vraagt of ze onze bidons met koud water kan vullen. Ondanks dat Kroatië in de EU zit, maakt het nog geen gebruik van de euro. We moeten dus eerst ergens Kuna’s zien te pinnen. Over de Parenzana in Kroatië zijn we niet zo tevreden. Het zijn smalle paden, vaak wandelpaden met erg grove steenslag. Er is nauwelijks te fietsen. Al snel zoek ik steeds meer naar asfaltvarianten want eigenlijk heb je hiervoor een MTB voor nodig met weinig of geen bagage.

We hebben nog geld nodig en boodschappen. Dat lijken we in Buje te kunnen doen, maar, net als in Italië, liggen alle dorpen hier op een heuvel. Buje wordt ‘the sentinel (schildwacht) of Istria’ genoemd. Dus dat betekent omhoog ploeteren. Hetzelfde geldt voor Triban, waar de camping is. Maar het is het helemaal waard. Zelden zo’n mooie kleine camping gezien. Klein veldje in the-middle-of-nowhere, schoon, een wasmachine die we mogen gebruiken en banken buiten waar we kunnen koken en eten. Er is maar één nadeel; in de stapel hout en stenen naast onze tent huist een ‘viper‘ (giftige adder). Dus morgen eerst maar de schoenen schudden voor ik ze aantrek.

profiel-08-08

kaart-08-08

Puffen en zweten in 2018

Ik kwam Gert afgelopen week tegen en die had wat moppers over mijn nalatigheid. Onze vakantieplannen waren nog niet gepubliceerd! En daar had hij helemaal gelijk in. Ik ben er al wel een tijdje mee bezig maar was er nog niet aan toegekomen om er een blogje over te maken.

Na wat wikken en wegen wilden we wel eens richting de Balkan. In eerste instantie zat ik te kijken naar een ronde in Slovenië, maar dat land is eigenlijk niet zo groot (half zo groot als Nederland, maar wel een van de groenste landen van Europa). Dus dan maar een stuk Kroatië erbij. Het probleem is dat het daar best geaccidenteerd is en er niet verschrikkelijk veel fietsroutes zijn. En het liefst willen we toch een rondje rijden.

Na een oproep op het forum van de wereldfietser  kreeg ik wat routes van anderen binnen. Daarnaast zag ik dat er een paar bestaande routes zijn van de Europafietsers.

Uiteindelijk komen we op onderstaand rondje. Hij is nog niet helemaal definitief maar ik denk dat er niet veel meer aan gaat veranderen. Het wordt een route door Oostenrijk, Slovenië, Kroatië (Istrië), Italië en weer terug door Oostenrijk.

rout-met-tekst

Het grootste deel van de route is gebaseerd op de fietsroute van Salzburg naar Venetië en de fietsroute door Midden-Europa.

We beginnen in Salzburg. Daar gaan we met de auto heen en ik hoop die ergens op de camping te kunnen stallen. Het zwarte deel van de route hoorde eerder bij de Midden-Europa route, maar in de nieuwe druk lijkt het weer bij de Salzburg-Venetië route te horen alhoewel het daar niet beschreven is. Er was een GPS track van en die heb ik geoptimaliseerd.

Het rode deel is de Midden-Europa route. Hier is een boekje van en die volgen we, over de Seebergsattel pas tot in Slovenië. De route gaat eigenlijk rechtdoor richt Ljubljana maar dan vind ik dat we te weinig van Slovenië zien. Op basis van wat routes van anderen heb ik de groene route bij elkaar gepuzzeld. Deze gaat langs het bekende Bled en dan grotendeels door een natuurgebied en over de Vrizic pas. Hiermee pakken we toch een mooi deel van het enige land met –love- in zijn naam. De groene route heb ik iets doorgetrokken tot Ljubljana want daar willen we wel even kijken. Vanuit daar zoeken we weer aansluiting met de Midden-Europa route, die ons in Kroatië brengt.

Daar zijn twee opties waar ik nog geen keus tussen gemaakt heb. De lichtblauwe route brengt ons in Trieste. Daar komt voor in een van de boeken van Jack Vance en dat is op zich al reden genoeg er langs te gaan. Verder neemt die ons mee langs de kust van Istrië en, je weet, bij mij is de zee altijd plus één. Dus waarschijnlijk wordt het deze.

De roze route is iets korter en leidt ons meer door het binnenland Schijnt ook een mooie route te zijn.

Bij Parenzo willen we de boot nemen naar Venetië. Ik ben daar nog nooit geweest maar natuurlijk wel veel over gelezen. En vanaf daar hebben we de Salzburg-Venetië route (blauw) maar dan andersom. Via de Tarvizio pas, die met zijn 800 meter niet zo hoog is, komen we in Villach en zijn we weer in Oostenrijk. Wil je meer details van dit deel van de route zien dan kun je op dit kaartje kijken.

Al met al lijkt het iets van 1600 kilometer te worden. Minder dan vorig jaar, maar toen was het allemaal vlak en ik denk dat we hier aardig vaak de hoogte in moeten. Oostenrijk is bergachtig en Slovenië is ook niet echt vlak.

Mocht je op- of aanmerkingen hebben over de route. Of als je suggesties hebt voor iets waar we absoluut langs moeten gaan, dan hoor ik het graag. Ondertussen ga ik verder met de voorbereidingen en kan Gert weer rustig slapen.