Herfstvakantie

Het is herfstvakantie en wat kun je dan beter doen dan een stukje fietsen? Dat is dan ook precies wat we gaan doen. We hebben al jaren op het programma staan dat we het museum ‘Beelden aan zee’ in Scheveningen gaan bezoeken. Dat lijkt ons een mooi doel voor de herfstvakantie. Maar om dit vanuit Baflo te doen is zelfs voor ons een beetje te hoog gegrepen, dus we rijden eerst naar Dronten en laten daar de auto staan.

Op de kaart zie ik oneindig lange, kaarsrechte wegen. In de praktijk zijn ze er ook maar de verwachte saaiheid mist. Het is een bijzonder landschap. Deels doet het aan (Noord-)Groningen denken met zijn verre uitzichten en eindeloze kleivelden. Maar toch is het anders. En dat komt met name door de windmolens die de horizon domineren. En hier zijn ze niet eens misplaatst.

Daarnaast is het wel bijzonder om hier te kunnen rijden. Niet eens zolang geleden was dit zeebodem. En nu is het gewoon vruchtbaar land. Het moet een feest geweest zijn voor een planoloog om hier wat van te mogen maken. Simcity of Civilization, maar dan in het echt. Vandaar de kaarsrechte wegen, de vierkante akkers en de boerderijen die op elkaar lijken.

Maar het zijn niet allemaal rechte wegen tussen akkers door. Er lopen prachtige fietspaden door de aangeplante bossen zoals het Larserbos en het Knarbos. En we zitten tijden langs de Hoge Vaart op een fietspad waar een enkele brommer langskomt maar overbevolkt wordt door paarden. En die zijn best groot als je er tussendoor moet.

Almere ken ik alleen van de snelweg, maar nu fietsen we er langs aan de zuidelijke rand via een mooi natuurgebied. Een heel andere kant van zo’n stedelijk gebied. Daarna de brug over naar Muiden in Noord-Holland.

Onderweg vermaken we ons door het zoeken van geocaches. Dat is altijd een leuke afwisseling van het fietsen en geeft je kans om de benen te strekken. 

Hier is het nog een klein stukje naar Nederhorst-den-Berg. Het is het eerste dorp waar we doorheen komen vandaag. Ik had er nog nooit van gehoord en zo kom je nog eens ergens. In de plaatselijke kroeg gaan we aan het bier en een maaltijd. In de Spiegelpolder hebben we een overnachting. De mevrouw had een onduidelijk verhaal over een jachthaven en een bootje. Als we er zijn, zie ik wat ze bedoelt. Ze woont op een eiland en je kunt er alleen via het water komen.

De wind spookt de hele nacht om ons huisje. Dinsdag wordt een ‘onstuimige’ dag volgens het weerbericht. En dat hebben we geweten. Het was al een lange dag met meer dan 90 kilometer maar met wind tegen is het helemaal bikkelen.

Gelukkig maakt de omgeving veel goed. Het is een waterrijk gebied met veel (grote) rivieren maar ook veel ‘waterland’.

Ondanks dat het herfstvakantie is, zijn er nauwelijks fietsers onderweg. Snap ik ook wel want wie heeft er met dit weer zin om te gaan fietsen. Grijs, af en toe motregen en een fikse wind. Maar wij genieten er niet minder om.

Ik dacht altijd dat Zuid Holland vol gebouwd was maar we komen door veel natuurgebieden. Dit is bijvoorbeeld bij de Nieuwkoopse plassen. Veel natuur heeft hier iets met water te maken en ze zijn meestal autovrij. Tenminste op de stukken waar wij doorheen gaan. Dat is het voordeel van een natuurroute laten maken door de fietsrouteplanner. Ook zijn mooie, brede fietspaden. Je ziet wel dat het hier rijker is dan in het noorden.

Om half zes komen we aan in Scheveningen, na 91kilometer. We overnachten bij een neef van me die een heel appartement voor ons beschikbaar heeft.

Mont St. Michel – St. Hilaire-du-Harcouet

We mogen vandaag een half uurtje langer uitslapen. Het ontbijt is pas om half negen. Gelukkig hebben we vandaag ook maar 40 kilometers op het programma staan, dus dat komt mooi uit. Bij het ontbijt maken we kennis met de vrouw des huizes. Een wervelwind is er tam bij. Ik krijg medelijden met de man, die ook nog ziek is. Hij leeft overigens nog steeds, ondanks de voorspellingen van Ria dus we moeten gewoon afrekenen.
Dan door naar Mont St. Michel. Hoe dichterbij we komen, des te indrukwekkender het wordt. We kunnen doorfietsen tot de ingang van de stad. De hele toegang gaat op de schop en ze maken er een mooie promenade van waar het water onderdoor moet gaan. Ook in de stad wordt veel restauratiewerk verricht.

20121026-220657.jpg

Over Mont St. Michel is het volgende te vertellen:

Mont Saint-Michel werd destijds gesticht door de heilige Aubert rond 700, die op de berg in eenzaamheid en verbondenheid met de natuur en de zee kwam bidden. Volgens de legende zou de Aartsengel Michaël verschenen zijn aan de heilige Aubert, die visioenen kreeg over een kerk op de rots. St. Michaël beval de monnik om daar een kerk te bouwen, en de monnik begon in 708 aan de kerk op de rotspunt, dicht bij de kust, te bouwen. In 709 was de kapel af en konden er 100 mensen in. In de loop van de tijd bouwden de monniken daar een klooster op en vergrootten de kapel tot een kerk. In de 9e eeuw en de eerste helft van de 10e eeuw was er maar alleen een klooster op het rotseiland. Het kon bereikt worden met een sloep of een schip. Dat was ook nodig voor de bevoorrading van het klooster. In 966 kwamen de Noormannen of beter, de Normandiërs op het rotseiland. Ze bouwden onderaan en rondom het klooster op de rotshellingen, woonhuizen. De bekeerde Normandiërs woonden daar voortaan met hun gezin. De Benedictijnen mochten er blijven. De stenen waarvan de kerk en het klooster gebouwd werden, kwamen van de eilanden Jersey en Guernsey, die op 22 km van de rots liggen. De kloosterlingen en inwoners van Avranches kapten de stenen van de eilanden en brachten ze per schip tot aan de voet van de rots. Een groot raderwiel dat binnen de kloostermuur aan de westkant stond, werd rondgedraaid door 4 à 5 personen, om de bouwstenen langs de rotshelling naar boven te hijsen. Dit grote rad is nu nog altijd te zien in het klooster.
Vanaf het ontstaan van de Mont Saint-Michel was de rots altijd omgeven door de zee, ook als het eb was. Maar rond 1400, toen Engeland in oorlog was met Frankrijk, werd het woud van Sissy, dat voor de rots en langs de kust 40.000 hectare besloeg, voor een deel afgebrand door oorlogshandelingen. Het dorp aan de voet van Mont Saint-Michel werd verwoest en het klooster in brand gestoken, alsook het woud. Het bos hield het zand tegen, dat met de bijna altijd zuidwestelijke wind werd meegevoerd. Zo kon de Mont Saint-Michel niet verzanden. Maar nadat het woud voor een groot deel verdwenen was, begon de onverbiddelijke verzanding rondom de rots door de voortdurende zeewind. Zo komt het dat het rotseiland nu in een “op een woestijn lijkende” vlakte van zand ligt. Met springtij komt de zee toch tot aan de voet van de rots. Het getij komt dan zeer snel op. Een ruiter te paard had moeite om de vloed voor te blijven. Niettemin blijft het erg ondiep. Na de springvloed is het erg gevaarlijk om rond het rotseiland van de Mont Saint-Michel te wandelen. Er ligt dan overal drijfzand. Na elke springtij verleggen onderzandse riviertjes zich en de kans op wegzinken in het verraderlijke zand is levensgroot. In 2009 zijn er zijn werkzaamheden gestart om de verzanding ongedaan te maken. Tegelijkertijd werd de parkeerplaats bij de voet van de berg verplaatst naar een plek enkele kilometers voor het eiland. Tevens werd de toegangsweg naar het eiland vervangen door een passerelle, waarover toeristen met een pendelbus naar de ingangspoort van het eiland kunnen worden vervoerd.

We zijn in een prima jaargetijde en op een prima tijd in Mont St. Michel. Van de drukte waar iedereen ons voor waarschuwt, merken we weinig. We hebben even concurrentie van een buslading Japanners maar die moeten met de gids mee de andere kant op. We dwalen door de smalle straatjes tot boven aan het klooster. Die slaan we even over, de €9 p.p. investeren we liever in koffie. Ik weet zelfs een aantal foto’s te maken zonder mensen erop. En dat is volgens mij best bijzonder hier. Uiteindelijk hebben we het wel gezien want hoeveel steen kun je op een dag hebben? Voordat we gaan, nemen we eerst nog een veel te dure koffie. Het is best koud vandaag en het buiten zitten trekt niet zo.

20121026-220913.jpg

20121026-220949.jpg

20121026-221021.jpg

De route loopt nog een stukje langs de kust. Langzaam zien we Mont St. Michel in de verte verdwijnen. Daarna gaan we het binnenland in. Daar is nog een niet (door ons) gevonden cache in Pontalbaut. Hiervan krijgen we wel trek van dus we gaan op zoek naar een restaurant. Die vinden we en in onze fietskleding zijn we werkelijk een vlag op een modderschuit in deze chique gelegenheid. Toch vinden ze het goed dat we hier eten en zelfs alleen een salade nemen.

20121026-221332.jpg

In de serie ‘niet gevonden’ verzamelen we ook het niet gevonden fietspad. Weer loopt de route ergens in een weiland, dus we fietsen er omheen en daar blijkt de voie verte ineens te liggen. Het voelt weer als vanouds. Zoals we begonnen, zo eindigen we ook. Een fietspad wat afgewisseld steenslag en modder is. Veel bomen eromheen en paden vol met tamme kastanjes waar we doorheen rijden. En telkens een stationnetje langs de weg.

20121026-221510.jpg

20121026-221545.jpg

Deze route brengt ons weer in St. Hilaire-du-Harcouet. Met de 47 kilometer van vandaag komen we op een totaal van ongeveer 500.
We zijn onder de indruk van Bretagne. Het is een prachtig deel van Frankrijk om doorheen te fietsen. De binnenlanden met zijn voie-vertes zijn een genot om te bereizen. De kustwegen zijn een plaatje. De mensen zijn vriendelijk en het eten is elke keer een hoogtepunt. Wat mij betreft is dit niet de laatste (fiets)vakantie hier.

Als laatste wil ik Lukas en Ria, en natuurlijk Saskia, bedanken. Ze zijn aangenaam gezelschap. Ik heb veel plezier gehad en heb genoten. Ik hoop dat het wederzijds is en dat we wellicht nog een keertje samen gaan fietsen.

20121026-221747.jpg

St. Malo – Mont St. Michel (het verslag)

De kamer die we hebben gekregen heeft een mooi uitzicht. En is inclusief claustrofobische douche ervaring. In een ruimte zo groot als onze toilet kunnen ze nog een douche en een wastafel bouwen. Knap gedaan. Het bed is wat minder. Hard en geen dekbed maar ouderwetse dekens. Eigenlijk komen we dat alleen nog bij bejaarde Vrienden op de Fiets tegen, maar dus ook in Frankrijk. En als we inpakken hebben we opeens een huisdier voor het raam. Een meeuw vindt het wel gezellig bij ons, zeker als we wat brood tevoorschijn halen. Hij eet uit mijn hand maar de scherpe snavel is geen pretje.

Voordat we verder gaan, doen we St. Malo nog even. Gisteren hebben we in de invallende duisternis er niet zoveel van mee gekregen. Nu zien we redelijk moderne en vooral hoge gebouwen. Het schijnt dat de stad in de oorlog plat is gebombardeerd en dat hij opnieuw is opgebouwd. De stadsmuren en poorten lijken wel authentiek. Al met al maakt het geen hele bijzondere indruk op mij. Als ik hier terug kom dan zal het niet voor St. Malo zijn.
Onder een grijze lucht vervolgen we onze weg langs de kust. De temperatuur is wat gedaald maar ik fiets nog steeds met blote kuiten. Daarmee hoop ik de ronde uit te fietsen. Ik hoor dat het in Nederland ’s nachts vriest dus dan komen wij er nog goed van af. Wel heb ik soms de handschoenen aan. Het vreemde is dat het in de loop van de dag kouder wordt.

Bij Rotheneuf heeft Julie Fouré, een virtueel discipel van facteur Chevalle (die we deze zomer hebben bezocht) in de rotsen 300 piraten en zeemonsters uitgehouwen. Zijn werkzaamheden zijn in 1910 gestopt en dat is te zien. Er is veel verweerd omdat het gewoon in de buitenlucht, onderhevig aan weer en wind, staat. Ik vraag me af wat er over 50 jaar nog van over is.
We houden de zee aan de linkerhand. Bij een strandje zoeken we een plekje uit de wind om koffie te maken. In het water ligt een rots met een groot huis erop. Je kunt er niet met de auto komen en lopend alleen bij eb. De plaatsen die mensen uitzoeken om te gaan wonen zijn bijzonder.
Bij Pointe du Grouin aangekomen gaan we toch even kijken. Andere kapen hebben we overgeslagen of waren dicht. Op een mooie dag zou je hier én Cape Fréhel én Mont St. Michel moeten kunnen zien. Wij zien alleen grijze soep. Het is wel een mooie plekje. Ook komen hier soms dolfijnen langs maar vandaag hebben ze een afspraak in Harderwijk. Wij zien ze in elk geval niet.
In Cancale is er wat meer drukte. Het is een mooi havenstadje en er zijn meer mensen die dit weten. Automatisch betekent dit dat er ook weer veel eetgelegenheden zijn. Gezien de kou en het feit dat we vanavond waarschijnlijk niet aan warm eten toe komen besluiten we hier een lunch te doen. Met een wijntje erbij. We eten prima maar als we het restaurant uit komen is het al half drie geweest en hebben we nog maar 26 km op de teller.

De route loopt nu via grotere wegen. Dit feit en glad asfalt geeft wat meer tempo maar we worden nog wel even afgeleid door een oesterkwekerij waar we even gaan kijken. Grote zakken met oesters in verschillende basins en mannen die aan een lopende band iets met de oesters doen. Sorteren of openen is me niet duidelijk.
Nu we een tijdje langs een grotere autoweg rijden realiseer ik me pas goed hoe fijn het is om via fietsroutes te gaan. Dat is zo veel rustiger. Gelukkig hebben we het laatste stuk wel weer een fietsroute. Er is even wat oponthoud omdat ik een binnenband moet verwisselen. De fiets zwabberde al een paar dagen en ik heb de achterband al twee keer opgepompt maar hij loopt steeds sneller leeg. Tijd voor een wissel dus.

Langzaam komt in de grijze soep een heuvel in de verte tevoorschijn. Ik moet toegeven dat Mont St. Michel een mooi gezicht is, zelfs van deze afstand. Ik kijk uit naar ons bezoek morgen.
Het B&B heeft een aantal aangebouwde kamers. Ria gaat informeren en komt terug met twee sleutels en de boodschap dat de man op sterven na dood is. Hij hoest verschrikkelijk en is ziek. Ik suggereer nog even niet te betalen. Misschien hebben we geluk. Na het douchen hebben we op de kamer van Lukas en Ria het avondeten. We hebben crêpes met jam, brood, kaas en worst gekocht. En een flesje wijn natuurlijk. Het gaat erin als koek. Als we in het bed met damasten lakens (!) kruipen kunnen we niet anders constateren dat het weer een mooie dag was.

St. Malo – Mont St. Michel (foto’s)

Ook vandaag eerst weer de foto’s. Verslag volgt later.

20121025-220441.jpg onze huismeeuw.

20121025-220522.jpgSt. Malo

20121025-220550.jpgstrand verveelt nooit.

20121025-220625.jpg Dit bord zien we dagelijks meerdere keren. Het houdt ons nooit tegen.

20121025-220713.jpgSculpturen in de kust rotsen.

20121025-220801.jpg Sommige mensen wonen erg afgelegen.

20121025-220842.jpg Eindelijk een kaap. Pointe du Grouin.

20121025-220947.jpg Oesterkwekerij.

20121025-221028.jpg Toch nog even pech. Hans zijn band loopt steeds sneller leeg. Vervangen dus.

20121025-221124.jpg Ook hier, bossige paden.

20121025-221208.jpg In de mist is vaag Mont St. Michel te zien.

Erquy – St. Malo (de tekst)

Let op: dit is het verslag van gisteren. Toen heb ik alleen de foto’s geplaatst. Nu het verhaal.

We zijn later op pad dan anders. De fietsen moeten opgehaald worden en dat betekent eerst een strandwandeling. Het is alweer eb. Vloed hebben we eigenlijk nog niet mee gemaakt. De bootjes hebben gedreven en zijn weer gestrand. In Erquy doen we eerst nog boodschappen voor de lunch. Terwijl Saskia en Ria in de super zijn vergaap ik me aan de viswinkel er tegenover. Daar ligt heel wat. Oesters, mosselen, kreeften en krabben. De laatsten zijn in oorlog met elkaar.
Gisteren hebben we even de kust gezien, maar nu krijgen we er pas echt goed zicht op. Ik snap nu ook wel waarom mensen vaak naar Bretagne terug komen. Ik zou hier ook mijn hart kunnen verliezen op de witte stranden, de ruige rotsen en de roep van de meeuw. Het is een hoog oooh een aaaah gehalte. Onze route loopt een deel over het strand en een weg die bij vloed onder water staat. Gelukkig is het eb en het scheelt ons een groot stuk omrijden. En nog beter, omhoog rijden, want om op het strand te komen dalen we natuurlijk af naar nul meter.
Wat mij betreft moeten de weermannen en vrouwen op nascholing. De weersvoorspelling is hier nog niet één keer uitgekomen. Als ze regen voorspelden en het blijft droog, dan ben ik natuurlijk blij. Maar ze voorspellen nu ook al een paar dagen zon. En die blijft uit. Sterker nog, vandaag hebben we voor het eerst de regenbroek aan. Weliswaar maar voor een uur of zo, maar toch. Een afwisseling van de grijze soep waar nu steeds in rijden zou een welkome afwisseling zijn.
De route loopt voornamelijk langs de kust. Zo komen we ook bij Cap Frenél. Een stukje voor het puntje besluiten de dames dat er een mooi koffieplekje is. Dat is het ook, een rond bankje op een steile klif. En dat is heel jammer voor Lucas want die is al een stukje verder omhoog geklommen. Ria belt hem, maar we hebben stichting correlatie nodig om het weer goed te maken. Desalniettemin genieten we op dit mooiste koffieplekje ooit.
Na de koffie fietsen we door tot de afslag naar de kaap. Saskia wil er graag heen, maar gezien het tempo en het feit dat we zo bij een kaap komen waar én fort la Latte én de menhir Doigt de Gargantua staat, weet ik haar te overtuigen dat we door moeten fietsen. Dat blijkt een gemiste kans want het fort én de toegang tot de menhir blijken afgesloten. Geen kaap. Geen menhir. Geen fort.
De track die we volgen klopt soms niet. Dan staan we zo maar in een weiland terwijl er een weg zou moeten zijn. Met wat puzzelen en kijken vinden we altijd wel weer een aansluiting op de route. We zitten nog steeds veel langs het water. Dat verveelt nooit. Er is altijd wat te zien. Drooggevallen bootjes, zandstranden en rotsen. Bij Pleboulle gaan we weer even het binnenland in. De route brengt ons in Matignon waar we op het plein de lunch maken. We hebben concurrentie van de schoonmakers. Er is markt geweest en ze willen net, op de plek waar wij zitten, schoonmaken. Met bladblazers waait bijna onze lunch weg, mar uiteindelijk weten ze toch om ons heen te manoeuvreren. De meeste mensen kijken ons vreemd aan als we daar met onze boterham en soepje zitten. Fransen zijn gewend om anders te lunchen.
Inmiddels lopen we weer verschrikkelijk achter op schema. Ondanks dat we maar 65 kilometer hoeven vandaag. De route die ik gepland heb gaat een beetje door het binnenland naar Dinard. Ria wil graag langs de kust. Daarom gaan we bij St. Briac Sur Mere toch van route af en volgen we de kustroute naar Dinard. Dit is een wat grotere weg, maar hij is niet zo druk. Hier moeten de rijken der aarde gewoond hebben en nog wonen, te zien aan de grootte van de huizen. Prachtige kasteeltjes. Aan de promenade bij Dinard maken we thee met uitzicht op zee. Heerlijk om naar de branding te kijken en te luisteren. Dat is beter dan tv.
Om van Dinard naar St. Malo te komen moeten we over le barrage de Rance. Bij deze waterkracht centrale hebben ze niet op fietsers gerekend. De aanrijroute is al snelweg. Op de barrage kunnen we over het voetgangersgedeelte maar het staat er, zelfs nu, vol met vissers die soms lachend maar ook mopperend hun hengel weghalen. Na de barrage fietsen we eerst over een smalle strook en daarna over de vluchtstrook terwijl het verkeer langs ons raast. Ik ben blij als we de afslag kunnen nemen naar een gewone drukke weg.
St. Malo is een groot stedelijk gebied. Veel industrie en havens. In de beginnende schemer fietsen we langs drukke wegen naar de oude stad. Die blijkt wat hoger te liggen en via smalle straatjes met hoge gebouwen navigeren we naar het hotel dat bij de stadspoort aan het water blijkt te liggen. Het is ook een hoog stenen gebouw. De kamer die we gereserveerd hebben blijkt er een voor een familie te zijn. Met een stapelbed. Daar zijn we al uitgegroeid dus we regelen een extra kamer voor ons. Dat gaat gemakkelijk want we zitten buiten het seizoen. Onze kamer zit op de derde verdieping en dus weer uitzicht op zee. De mist is wat weggetrokken, in de schemer zien we bootjes met hun lampjes langsvaren. Het is toch nog een dag van 75 kilometer en na zes uur geworden. Ik ben best wel moe. We douchen en vinden een gezellig restaurant waar het erg druk is ondanks de periode. Dat moet een goed teken zijn en dat is het ook. We eten uitstekend, zij het met verrassingen. Saskia verwacht een krabcocktail maar het blijkt dat de eigenaar van de inhoud er nog omheen zit. Met notenkraker en haaknaald moet ze haar eten vergaren. Lucas heeft een worstje van ingewanden. Het ruikt en smaakt als de inhoud van de ingewanden, dus die blijft liggen. Ik proef even maar moet kokhalzen van de geur en de smaak. Als je ‘andouillette‘ op de kaart ziet staan; niet nemen. Maar afgezien hiervan was het weer een perfecte dag. Morgen verder langs de kust.

Erquy – St. Malo

Vandaag geen tijd voor een textueel verslag. Daarom alleen een paar foto’s.

20121024-230412.jpg
Op verzoek van Gert; ons uitzicht vanuit de kamer vanochtend.

20121024-230453.jpg
En hierom vind ik Bretagne zo prachtig.

20121024-230527.jpg
Fietsen over de bodem van de zee, gelukkig is het eb.

20121024-230611.jpg
Dit is ook Bretagne.

20121024-230643.jpg
Ons mooiste koffieplekje. Ever.

20121024-230732.jpg
Lunch met een soepje. En…maggi, van Lisa gekregen.

20121024-230831.jpg
Soms is het ploeteren in een weiland.

20121024-230905.jpg
En soms langs de snelweg.

20121024-230940.jpg
Uitzicht vanaf onze hotelkamer in St. Malo.

St. Launeuc – Erquy

Vandaag begint niet optimaal. Wat ik ook probeer, ik krijg de douche niet warm. Ze had al gezegd dat het even duurt, maar na vijf minuten geef ik het toch echt op. Een geluk is dat ze hier washandjes hebben, een artikel wat ik zelden tegenkom in het buitenland.
Het ontbijt met warme pannekoekjes maakt echter veel goed. Onze gastheer komt er even bij zitten. Het blijft bijzonder om iemand Google translate te horen praten. De kamers afrekenen is een koopje. Het is maar 98 euro voor alles. Ik had al 33 betaald, dus maar 65 bij te leggen. De vijf euro wisselgeld is een probleem. Ik denk dat ze de spaarpot van de dochter leeg hebben gehaald want ik krijg het wisselgeld in muntjes van 20 eurocent. Daar ga ik dus niet de hele dag mee fietsen dus het kan gelijk weer terug in de spaarpot.
We vertrekken in de mist. Het is 15 graden en wel aangenaam om te fietsen. Vandaag is een lange dag want er staan een kleine 90 kilometers op het programma. Saskia verheugt zich op de kamer met uitzicht op zee. Ik verheug me op de zee. Eerst moeten we terugsteken naar de voie verte. Die volgen we nog maar een klein stukje. Bij 20 kilometer verlaten we hem en rijden via een eigen gemaakte route, over kleine wegen, naar het noorden. Dat is op zich wel mooi fietsen en we ondervinden meteen het verschil met het fietsen op een oud treinspoor. Minder modder maar wel ontzettend veel klimmetjes. Altijd meer dan 10 procent en soms uitschieters tot 18 procent (volgens de meter van Lucas). Voor ons is dit zwaar maar voor Ria nog veel meer. De knieklachten zijn er niet beter op geworden. In een dorpje koopt ze extra pijnstillers en een kniebandage.
Bij een boerderij liggen wat boomstammen. Een mooi plekje voor koffie. De honden van de boerderij verderop slaan wel aan maar al snel zijn ook wij onderdeel van het landschap voor hun geworden. Wel slaat nu ook de poes aan van de boerderij waar we naast zitten. Maar daar valt mee te leven.
Klimmend en dalend komen we in Moncontour. Dat is een kadotje dat we niet voorzien hadden. Een mooi oud dorpje met steile straatjes en authentieke stenen huisjes. Als we langs een parkje komen besluiten we de lunch te doen. Daar komt zelfs de zon nog even bij kijken. Er wordt gesmikkeld van het brood, de vele soorten kaas en de worst. Ik maak me wat zorgen over de afstand die we nog moeten doen. Het is al half drie en we zijn pas op de helft.
Bij Yffiniac komen we bij de kust. Het duurt nog wel een tijd voor we de zee zie . Pas bij Jospinet komen we zo dicht bij de kust, dat we ook daadwerkelijk even naar het water kunnen. Eindelijk.
Ik ben een kind van de zee. Nooit gerealiseerd tot een paar jaar geleden. Geboren in Katwijk, aan het strand, moet een van eerste geluiden, die ik gehoord heb, het ruisen van de branding zijn geweest. Dat en de lokroep van de zeemeeuwen klinken me als muziek in de oren. Terwijl ik dit schrijf hoor ik de masten klepperen. Heerlijk. Ik ben thuis. Lopend aan het strand ben ik het meest gelukkig. Speurend naar schelpjes. Verwondering over aangespoelde kwallen. Krabbetjes in poeltjes water. En als je geluk hebt een zeester. Beter kan het wat mij betreft niet worden. Hier aan het strand zien we gelijk van die grote St. Jacobsschelpen liggen. Ik heb mijn souvenir al binnen.
Maar we kunnen niet al te lang blijven hangen. We zijn er nog niet. Bij het strand zitten we op 0 meter hoogte. We moeten meteen klimmen naar iets van 50. En dat doen we met een helling van 19 procent. Niet iedereen komt fietsend boven.
Bij Pleneuf-val-André rusten we even uit in de haven. Daarna, deels, langs het strand, door naar Erquy. Er komt een dikke mist vanuit zee die ons bedekt met een laagje water. De schemering treedt ook al in. Om half zeven, en met 89 kilometers op de teller, komen we in het dorp van Asterix en Obelix aan. Het is even zoeken naar ‘la table de Jeanne’ omdat deze iets verder zit dan verwacht. De fietsen kunnen een kilometer terug in een garagebox maar we nemen eerst een bier om bij te komen. Als de fietsen zijn weggebracht lopen we terug over het strand. Dat had ik nog op mijn wensenlijst staan, maar niet gedacht dat ik hem vanavond nog kon afstrepen.
Het restaurant heeft een menukaart waar je op af kunt studeren. We kiezen allemaal wat zonder precies te weten wat we krijgen. Maar het is allemaal goed.
Op de kamer teruggekomen kijkt Saskia uit het raam. Uitzicht op zee. Hij moet er ergens zijn, maar door de duisternis en de mist zijn alleen wat drooggevallen bootjes te ontwaren. Hopelijk hebben we morgen meer zicht.

20121023-224636.jpg
Mist en een voie verte.

20121023-224719.jpg
Koffie onderweg.

20121023-224801.jpg
Relikwieën uit het verleden.

20121023-224852.jpg
Moncontour.

20121023-224936.jpg
Zee in zicht.

20121023-225007.jpg
Vloeibaar geluk.

20121023-225042.jpg
Met mijn trofee.

Dinan – St. Launeuc

Vannacht prima geslapen alhoewel we midden in de nacht door de hitte zijn bevangen. Alles uit en alles eraf gaf wat verkoeling, maar het bleef een wisselbad met dekens erop en eraf. Het ontbijt is prima en de man van de B&B zit wat verlegen om een praatje. Sterker nog, we vermoeden dat de extra tafel die gedekt is voor hem is, als we hem maar uitnodigen. Maar dat doen we toch maar niet.
Buiten is het mistig en het miezert een beetje. We hebben wat boodschappen nodig voor de lunch dus we gaan in Dinan op zoek. Ria scoort eindelijk een tandenborstel, bij de slager kopen we een worstje en de bakker levert brood. Voor de rest is op dit tijdstip nog niets open. Door de regen is het glibberen op de klinkers van Dinan. Voorzichtig dalen we af en komen zonder valpartijen beneden. Voor Lucas is dat niet spannend genoeg en in het bos weet hij alsnog onderuit te gaan. Behalve zijn ego is er weinig schade. De schade zit meer bij Ria. Sinds gisteren heeft ze last van haar knie en slikt ze pijnstillers. En gedurende de dag wordt het ook niet beter.
Het eerste stuk moeten we dezelfde weg terug. In Léhon bekijken we de abdij uit de 12e eeuw nu wat beter. Sommige mensen vinden het hier wel gezellig en liggen er al vanaf 1240. Er is ook een mooie binnenplaats.

20121022-191546.jpg
Binnen in de kerk

20121022-191638.jpg
De binnenplaats.

Langs het water fietsen we terug. Gisteren vertelde ik dat het niet herfstiger kon worden. Ik had het mis. Het kan wel. De mist, het vocht en de natte bladeren maken het af. Het is windstil en de reflecties van de bomen in het water zijn een plaatje. Maretakken genoeg hier, dus we begrijpen eigenlijk niet zo goed waarom Panoramix ze altijd zo moeilijk kon vinden.

20121022-192021.jpg
Maretakken genoeg.

20121022-192113.jpg
Nieuwe sluisdeuren liggen al klaar.

20121022-192213.jpg
Laatste blik op de sluisjes.

Bij Trevon komen we weer op een oude spoorlijn. Hier krijgen we ook een hele reeks caches achter elkaar. Voor de eersten stoppen we nog. Meestal struikel je er bijna over en we maken er een sport van te raden waar hij ligt voor we gaan kijken. Een zit vernuftig in een paal verstopt. Maar het wordt wat saai dus we slaan er een een aantal over. Bij het langsfietsen zien we hem soms al liggen. Tussendoor hebben we inmiddels ook al zin in koffie. Er komt geen bankje, dus we gaan gewoon op het pad zitten. Buiten ons is er toch niemand onderweg. Bij elke kruising staan levensgevaarlijke paaltjes. We snappen niet hoe iemand zoiets kan bedenken maar ze zitten wel prima.

20121022-192745.jpg
Koffie op het fietspad.

De laatste cache besluiten we nog te doen. Deze ligt bij een stationnetje. Geheel blasé wordt van afstand al gewezen waar hij ligt. Niet dus. Een ander graaft een steen leeg. Ook niet. Uiteindelijk blijkt hij onder een oud stukje rails te liggen. Erin zit Obelix, die Ria onder haar hoede neemt.

20121022-193001.jpg
Onder de rails.

20121022-193051.jpg

In Merdrignac hopen we een warme lunch te kunnen vinden. Er is niets open. Mensen proberen ons te helpen maar begrijpen gewoon niet dat je met de fiets gewoon niet 10 kilometer of meer omfietst. We hebben nog een goed alternatief. Brood met worst. Deze nemen we bij het voormalig stationnetje in een open wachtruimte want het miezert nog steeds af en aan. We snapten al niet waarom we weer via de gewone weg geleid worden maar hier zien we waarom. Ze hebben een deel van de spoorlijn laten liggen en daar kun je met gekoppelde fietsen overheen.

20121022-193635.jpg
Alternatief gebruik van de spoorlijn.

20121022-193755.jpg
Lunch.

Na een tijdje komen we weer op de voie verte. Het is hier mooi fietsen. Bij goed weer zal het nog mooier zijn. In St. Méen-le-Grand doen we boodschappen bij de supermarché. Vanavond zitten we bij de Nederlands sprekende Fransman waarover ik al eerder vertelde. We hebben geen zin om uit eten te gaan en ons te laten wegbrengen dus we doen boodschappen voor een semi-koude maaltijd. Daarna is het nog een klein stukje die we, helaas, niet droog overbruggen. De miezer gaat over in regen. Toch wel nat komen we aan bij le Manoir-des-fees. Dat is een plaatje met zijn torentje. Daar slapen we ook. De man blijkt echt een beetje Nederlands te spreken. Hij heeft een tijdje in Nederland gewerkt. En hij spreekt zoals hij schrijft. We hebben een grote zitkamer met open haard (die wij en ook de heer des huizes niet aan de praat krijgen) en een eetkamer waar we onze maaltijd gaan bereiden. En een lange en vrije (!) avond in het vooruitzicht. Vandaag waren het ongeveer 73 kilometers. Morgen een lange dag met meer dan 85 kilometer. Maar dan komen we aan de kust en daar kijk ik naar uit.

20121022-194512.jpg
Ons overnachingskasteel.

20121022-194610.jpg
Eerst worden de fietsen afgespoeld. Ze mogen vannacht binnen staan.

@Gert: we kwamen langs een plaatsje dat ‘les treize chénes’ heet. We dachten eerst 13 honden en waren al blij dat ze binnen lagen. Maar dat klopt niet. Waar we op uit kwamen waren ‘de dertien eiken’. Klopt dat?

Bazouges-la-Perouse – Dinan (verhaal)

Zondag

Ook op zondag zitten we om acht uur aan het ontbijt. Het hotel wordt bestierd door een Engelsman. Zijn vrouw, die gisteren nog heel ingewikkeld Frans zat te blaten, spreekt dus ook Engels. Ik begreep niets van wat ze vertelde. Daarnaast kwam hij gisteren met de blijde boodschap dat het vandaag de hele dag gaat regenen. Gelukkig heeft hij het honderd procent mis. We hebben wel wat druppels en ’s ochtends wat wind maar eigenlijk is het prima weer om te fietsen.
Bij de bakker halen we eerst brood. Ze hebben geen six-cereales maar wel pain-du-vin-rouge. Er blijkt salami in meegebakken te zijn. Best lekker. Daarna rijden we het dorp uit en gaan meteen iets uit de route. Daar is een menhir, ‘le Pierre longue’, langs de weg waar we graag iets voor omrijden:

This is a more than 5 metre tall menhir, which leans slightly towards the south, which stands in the ditch and bank beside the D796 roadside a kilometre or so to the west of Bazouges-la-Pérouse.

Het is een mooi exemplaar en we wijden er een volledige foto-sessie aan. Daarna terug naar de route en daar beginnen we meteen met een afdaling.
Wat doet de Fransman op zondagochtend? Uitslapen. Er is niemand op de weg en dat is best wel lekker. De honden daarentegen slapen niet uit. Bijna elk huis waar we langs komen slaat er eentje aan. De meeste zitten gelukkig achter een hek of aan de ketting, maar soms loopt er een exemplaar los. Dan is het altijd weer de vraag of de herrie blijdschap is om ons te zien of een oorlogsverklaring. Tot nu toe komen we er goed af.
De fietsroute loopt het eerste deel over kleinere landwegen. We hebben het kleine beetje wind dat er is, in de rug. Het spettert een klein beetje maar het mag geen naam hebben. Bij Etang du Boulet maken we een koffie. Inmiddels zijn de Fransen ook wakker want er wordt driftig gewandeld, gejogd en ge-nordic-walked. Na de koffie rijden we via Feins naar Montreuil-sur-Ille. Bij de bakker staat een lange rij mensen. Wij hebben al brood dus we kunnen door naar een cache bij de wasplaats. Deze is gemakkelijk gevonden. De wasplaats wordt ook voor andere recreatieve doeleinden gebruikt want er hangt een condoom. Weliswaar gescheurd, dus het grootste plezier komt waarschijnlijk achteraf. Na deze plaats komen we bij het ‘Canal d’ille et Rance‘. Dit kanaal blijven we de rest van de dag volgen.
In het kanaal zijn om de haverklap sluizen aangelegd om het verval van het water te beteugelen. Onder andere de Site des 11 Ecluses (sluizen) over 34 km om het verval van 27 meter op te vangen. We zien veel meer dan elf sluizen. Bij de dertig ben ik maar opgehouden te tellen. Wel hebben ze alle sluiswachterhuisjes mooi gerestaureerd. Vaak pastelgroen of hemelsblauwe kozijnen en een mooi onderhouden tuin. Het geeft een verzorgd beeld, iets wat ik niet gewend ben van de Fransen. Het pad langs het water is soms asfalt, vaker steenslag maar vooral modder met afgevallen blad en kastanjes. Samen met de bomen die het licht filteren en de grijze lucht geeft dit een beeld dat niet herfstiger kan worden. Het is soms zwaar fietsen maar ook mooi. Na een tijdje ziet de fiets er niet uit en wij ook niet. Bij een kraantje spoel ik de fiets, en mijn schoenen af. Een beetje tegen beter weten in want ik kan me niet voorstellen dat het helpt. En dat doet het ook niet want ik kom alsnog vies aan.
Bij een sluisje zien we er nog een boot doorheen gaan. De sluisdeuren aan de lage kant worden met een zwengel handmatig gesloten. Daarna wordt een luik onderin de sluis aan de hoge kant geopend. Als het water gestegen is, worden de sluisdeuren aan de hoge kant handmatig geopend door tegen de lange balken aan te duwen. Daarna kan het bootje eruit. Het hele proces duurt nog geen vijf minuten.
Voor Dinan komen we eerst door Léhon. Een typisch Bretons stadje met oude huizen en straten met klinkertjes. Het is er mooi. Via modderpaden komen we dan in de mooiste bomenlaan die ik ooit gezien heb. Hoge bomen, begroeid met klimop die een prachtige licht filteren. Daarna komen we onder de brug van Dinan uit. Een steile klim brengt ons in Dinan en in de middeleeuwen. Steile straatjes met klinkers. Vakwerkhuizen die om lijken te vallen. En een straatbeeld van vroeger. We zitten duidelijk na het seizoen want het is niet druk. Eerst zoeken we de ‘Priory view’ op die iets buiten de stadsmuren ligt. Ze zullen wel niet al te blij met ons geweest zijn want in het kleine tuintje spoelen we eerst vier fietsen af. Daarna douchen en dan de stad weer in. Over de wallen lopend genieten we van het uitzicht en in het stadje de mooie straatjes en huizen. In een een van de oude huisjes is een restaurant waar we voortreffelijk eten. Want koken kunnen ze hier wel. In het donker lopen we naar huis. We zijn onder de indruk van Bretagne. Een mooi landschap, vriendelijke mensen en prachtige fietsroutes

Bazouges-la-Perouse – Dinan (foto’s)

Geen uitgebreid verslag vandaag want we gaan zo Dinan in. Het wordt meer een fotoverslagje van de 76 km die we vandaag gedaan hebben.

20121021-180409.jpg

Menhir bij Bazouge

20121021-180449.jpg

Vier Obelixen

20121021-180531.jpg

Koffie bij een Etang. We hebben een paar sputters gehad ondanks de slechte voorspelling. In de middag dreigt het zelfs mooi te worden.

20121021-180634.jpg

Het grootste deel van de dag fietsen we langs het kanaal de Ille et Rance met honderdduizend sluisjes. Een deel heeft 11 sluizen over 37 km om een verval van 27 op te vangen.

20121021-180836.jpg

Veel modderige jaagpaden.

20121021-180914.jpg

Nog meer sluisjes

20121021-180947.jpg

Fiets ziet er niet uit.

20121021-181022.jpg

Wij ook niet

20121021-181103.jpg

Léhon

20121021-181128.jpg

We naderen Dinan

20121021-181202.jpg

Daar boven moeten we zijn

20121021-181235.jpg
Dinan