7 mei 2016: Van York naar Kingston upon Hull

 

Vandaag gaan we naar huis. Of de vakantie nu kort of lang duurt, ik word er altijd een beetje blij van. Wel moet ik er voor waken dat ik deze dag nog wel als vakantiedag besteed wordt en niet als een dag om alleen maar aan huis te denken.

Het is zaterdagochtend in York en gelukkig niet zo druk. En ze zijn hier aan fietsers gewend en dat scheelt ook. We moeten van west naar oost door de stad heen en zien nog even alle high-lights.

Daarna gaat het door het vlakke land verder oostwaarts. Rustige wegen, soms wat off-road en hier en daar moeten we een hekje openen en sluiten. In Murton laten we het museum van het boerenleven links liggen. En in Dunnigton geloven we wel dat ze de Britain in Bloom van 2014 gewonnen hebben. 


Stanford Bridge is een andere categorie. Hier vond in september 1066 the Battle of Stanford Bridge plaats die het einde van de Vikingentijd markeerde. Wel even iets om bij stil te staan.

In Pocklington is het feest. Een kermis zoals we die in Baflo kennen. Alleen hebben ze hier niet één maar twee springkussens. Pocklington is een heel oud dorp. Het staat zelfs op de oudste kaart van Engeland uit de 14e eeuw en er zijn ook overblijfselen uit het bronzen tijdperk gevonden.

Voor ons is Pocklington het einde van the Way of the Roses. Die route loopt meer horizontaal naar het oosten en eindigt in Bridlington waar we vorige week vlak langs zijn gekomen. Wij gaan meer naar het zuidoosten om in Hull uit te komen.

We hebben de Yorkshire Moors gehad, de Yorkshire Dales en nu krijgen we de Rolling Hills of the Yorkshire Wolds.  Ik dacht dat we tot nu vlak zouden fietsen, niets is minder waar. We moeten hier toch nog weer flink terugschakelen maar de Wolds zijn toch weer iets lager, minder steil en lieflijker dan de Dales. En we krijgen er mooie uitzichten voor terug.

Zo komen we in Market Weighton, de geboorteplaats van de reus van Yorkshire. Op zijn 20e was hij al 2,40 meter groot. Ook woonde hier de heks Peg Fyfe. Een beetje een vreemd verhaal, maar het schijnt dat ze een lokale jongen levend gevild heeft. Daar was men niet blij mee en wilde haar ophangen. Volgens de legende redde ze zichzelf door een lepel (!) in te slikken. Gelukkig kwamen er twee ridders langs, die zich hier niets van aantrokken en haar onthoofden.

Wij gaan verder via the Hudson Trail, een off-road pad dat over de oude spoorlijn van Market Weighton naar Beverly loopt. Het verhaal van meneer Hudson is ook weer bijzonder. Hij werd ook wel the Railway King genoemd omdat hij spoorlijnen door het hele land had. Maar hij had op school niet goed opgelet want van rekenen bakte hij niets. Daarnaast verkocht hij land dat niet van hem was dus toen de financiële crash kwam bleek dat hij blut was en moest hij naar het buitenland vluchten. Later kwam hij terug en dat hadden ze toch door dus hij wordt prompt in de gevangenis gegooid. Wij zijn blij met zijn nalatenschap dat ons langs de bron van St. Helena brengt.

Het is een natuurlijke bron waarvan vroeger werd gezegd dat het helende krachten heeft. Kan nooit kwaad om hier even de handen en het gezicht te wassen. De heuvel is van klei, dus het water kan niet naar beneden en alleen via de zijkant uit. Het gaat wel eerst door een aantal lagen kalk en dat maakt het water bijzonder. In de meiboom hebben mensen lintjes gehangen en gebedsverzoeken aan St. Helen Flavia Luila Helena. Ze leefde ruim voor Christus en was de moeder van Constantijn de Grote. Die heeft over York geregeerd en was de eerste die zich tot het Christendom bekeerde nadat hij een visioen heeft gehad. Ik denk dat hij gewoon te diep in het glaasje gekeken heeft.

In Etton komen we langs een pub. We willen niet aan boord eten vanavond, dus dit is een uitstekende gelegenheid om vast een maaltijd te nemen. Om het op  zijn Gronings te zeggen ‘Het kon minder’. Een goede maaltijdsalade en een halve pint erbij. Alhoewel ik moet zeggen dat ik die laatste nog wel gevoeld heb op de eerstvolgende heuvels.

We zijn verrast door Beverley als we door de 15e eeuwse North Bar binnen rijden. Wat een gezellige stad. Met maar liefst twee enorme kerken die wel net zo groot als de kathedraal van York lijken. Sterker nog, de Minster van Beverley is de grootste kerk die geen kathedraal is, in Engeland. De andere kerk, St. Mary’s is maar een fractie kleiner. We lopen door het centrum waar de markt is. Onderweg doen we de laatste boodschappen. Ontbijt voor morgen en een paar ‘pies’ voor het avondeten. Beverly is zeker een plek om opnieuw te bezoeken.

Daarna zitten we al snel weer in de buitenwijken van Kingston upon Hull. Veel industrie en veel achterstandswijken. Een beetje een deprimerend gezicht. En veel snelwegen, maar wel met fietspaden ernaast. 

Ik denk dat het pas twee uur is en we kunnen vanaf vijf uur op de boot terecht. Tijd dus om nog even in het oude centrum van Hull te kijken toch? Op het klokje van Mevr. van der Veeke is het echter al kwart over vier. Het blijkt dat mijn horloge stil staat. Zo duren de dagen wel erg lang.

Klokslag vijf uur rijden we de boot op met precies 666 km op de teller. Vele waren zwaar, sommigen waren makkelijk, maar allemaal waren ze mooi. Engeland blijft toch ons favoriete fietsland.


kaart-10

profiel10

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 89,4 (totaal 670)
Aantal hoogtemeters: 414

 

6 mei 2016: York

 

Vandaag een rustdag in York. We kunnen lopend naar het centrum, ongeveer 2,5 kilometer. Er zijn een aantal dingen die we graag willen zien. Hieronder, in willekeurige volgorde, een opsomming.

 

De Minster (of kathedraal)is een van de dingen die je moet zien in York. Nu hebben we de pech dat hij in de steigers staat, van binnen en van buiten. En binnen zijn ze ook nog flink aan het verbouwen. Helemaal geen plek van serene rust en hiervoor hebben we geen £20 over ondanks dat de gebrandschilderde ramen een lust voor het oog zijn. Deze moeten we maar tot een volgende keer bewaren.

Clifford’s Tower is eigenlijk het enige wat over is van het kasteel van York. Het ligt bovenop een heuvel en geeft je een mooi uitzicht over de stad. We tellen £10 neer en mogen onbeperkt binnen en boven kijken.

De oude binnenstad heeft een keur aan winkeltjes en oude gebouwen. Je kijkt je ogen uit hier en dat doen we dan ook. En het kost ook nog eens niets.

Een special straatje in de oude binnenstad is The Shambles. Een beklinkerd straatje met 15e eeuwse overhangende pandjes. Shambles is afgeleid van shamel, wat slachthuis betekent. Vroeger waren hier 26 slagers (hoezo concurrentie?) in dit straatje. Door de overhangende gevels lagen de etalages in de schaduw en bleef het vlees beter. Het is nu het meest bezochte straatje in York en is tegenwoordige dus gevuld met toeristenvlees.

Tenslotte de stadsmuren. Over grote delen, van de ongeveer 7 kilometer muur, kun je lopen en die brengen je naar een van 4 stadspoorten die nog in bijzonder goede staat zijn. Wij doen het stukje van Monk Bar (=poort) naar Bootham Bar voor de mooie uitzichten op de Minster.

Voor de rest veel koffie gedronken, naar mensen gekeken, uitgerust, bier gedronken en gegeten. We zijn helemaal weer bij en klaar voor het laatste ritje naar Hull terug morgen. 

Getallen van de dag
Aantal kilometers gelopen: 15

5 mei 2016: Van Ripon naar York

 

Het is een hotel zonder ontbijt, dat wil zeggen, het ontbijt zit niet bij de prijs in. Voor ons wel prima, ik heb inmiddels genoeg eieren en spek gehad. Bij de Sainsbury’s haal ik wat yoghurt en fruit en daarmee ontbijten we op de kamer. Daarna verlaten we het hotel via de achteruitgang. Daar staan namelijk onze fietsen. Hierbij komen we meteen de kathedraal van Ripon tegen. Je kunt zien dat hier geld zit, want hij is in perfecte staat, van binnen en buiten.

Voor vandaag staat er maar 50 kilometer op het programma en het is weer, min of meer, vlak. Dat fietst dus wel gemakkelijk, maar is ook een stuk saaier dan de afgelopen dagen. Geen fraaie uitzichten meer maar gewone landweggetjes. Een groot voordeel is wel dat het lichaam wat kan bijkomen. Met de rug gaat het gelukkig ook al beter. De zon maakt veel goed en er gaat steeds meer kleding uit.

In Roecliffe zoeken we een koffie plekje bij de kerk. Het ligt mooi in de luwte en de zon. En een van de graven heeft een prachtig Keltisch kruis. Het moet een replica zijn, zo mooi ziet het eruit.

In Boroughbridge gaan we even kijken bij the Devils Arrows. Dit zijn drie ‘Standing Stones’ van een meter of zeven hoog. Er schijnen er meer geweest te zijn, we lezen vier, vijf maar ook zeven. Zeker is wel dat de missende stenen verwerkt zijn in bruggen, huizen en andere zaken. Een van de stenen staat naast de weg, de andere twee in een veld. Er is geen toeristische trekpleister van gemaakt want elke indicatie ontbreekt. De legende wil dat als je twaalf keer tegen de klok in om de stenen loopt, je dan de duivel op kan roepen. We proberen het maar niet.

Zo kabbelt de route voort. Koffie hier, lunch daar. Bocht naar links en een bocht naar rechts. Daarom zijn we allang blij dat er wat gebeurt bij Aldwark Bridge, wat een tolbrug is (de tolwachter is overigens ook blij met een praatje). We beseffen het niet meer maar vroeger moest bij de meeste bruggen tol betaald worden, net als bij de pontjes in Nederland. Dit is een van de weinige bruggen waar het daadwerkelijk nog gedaan wordt. Zeven dagen per week en 24 uur per dag. Je vraagt je af of het uit kan. Het geld wordt in elk geval niet in het onderhoud van de brug gestopt want het rammelt flink als we erover heen gaan. Saillant detail is dat de brug een paar keer kapot gegaan is, waarvan één keer door een ijsberg…

Bij Benninbrough Hall komt het fototoestel nog even uit de tas.

En dan is het laatste stukje naar York langs de rivier de Ouse. Een mooie manier om via rustige fietspaden een grote stad binnen te komen. In een van de buitenwijken heb ik een Airbnb geboekt. Daar hebben we een hele zolderverdieping voor onszelf bij Carol. Morgen gaan we ons op het professionele toerisme storten en wordt York van onder tot boven bekeken.

kaart-8

profiel8

81Getallen van de dag
Aantal kilometers: 52,0 (totaal 577)
Aantal hoogtemeters: 242

 

3 mei 2016: Van Settle naar Ripon

 

Ondanks dat het een prima bed was en ik als in coma heb gelegen geeft de rug er vanochtend toch de brui aan. ‘Doe jij het maar lekker zelf’ lijkt hij te melden, ‘met die slechte bedden en belachelijke inspanningen’. De enige manier om vandaag te overleven is met spierverslapper en pijnstiller. Wat voor effect die eerste op de rest van de spieren heeft is even afwachten. Op papier is het weer een zware dag met drie fikse klimmen erin.

Het goede nieuws is dat het prachtig weer is. Eindelijk gelegenheid om met blote kuiten te gaan fietsen. We werken wederom een Engels ontbijt weg en vertrekken.

Binnen een kilometer lopen we al naast de fiets. Nee, hij is niet stuk, maar het is gewoon veel te steil om uit Settle weg te komen. Dit is de eerste van de drie grote (er zijn tientallen kleinere) klimmen vandaag. 1:5 stond er aan de weg. Zo mix ik meestal mijn baco’s, maar hier zal het wel wat anders betekenen. Fijn is wel dat we mooie uitzichten op Settle ervoor terug krijgen.

Iets verderop wordt het wat minder steil en kunnen we toch weer op de fiets. Van alle delen die ik van Engeland gezien heb, moet ik toch concluderen dat de Yorkshire Dales het mooiste zijn. Zeker met mooi weer is, waar je ook heen kijkt, het landschap een plaatje met zijn groene weiden, de muurtjes en overal de schapen.


Wij zijn zelfvoorzienend wat koffie, thee en soep betreft. En zeker als het goed weer is, zoeken we een mooi plekje uit om zelf koffie te maken. In dit geval is dat, in de zon, tegen een muurtje aan. Koffie met uitzicht noemen we dat.

We komen door het dorpje Cracoe. Dit klinkt alsof we in het Oostblok fietsen, maar het is gewoon in Engeland. Dit is waar de eerste ‘calender girls’ wonen, een stel huisvrouwen die naakt op een kalender gaan om geld op te halen voor een goed doel. Ik zie niemand lopen die kalenderwaardig is, dus geen reden om te stoppen.

Dat doen we wel in Burnsall. De kerk is bijzonder omdat hij alleen maar rechte hoeken aan de buitenkant heeft, een doopvont uit de 11e eeuw en als ingang een ‘lychgate’. Ik weet nu wat dat is (en jij ook als je de foto ziet).

Daarna hebben we de tweede grote klim op het programma staan. Die gaat wat geleidelijker en kunnen we helemaal op de pedalen voltooien. Hij brengt ons ook naar het hoogste punt van the Way of the Roses. Volgens het boekje is dat 404 meter, maar de GPS registreert toch echt tien meter hoger. Onderweg hebben we natuurlijk weer fantastische uitzichten.

De afdaling naar Paterly Bridge is steil. Met stukken van 14% en 18% dreigen de remmen warm te lopen en piepen ze op het einde verschrikkelijk. Zo horen ze ons tenminste aankomen.

Paterly Bridge is een prachtig dorpje. In het park maken we een boterham en een soepje. Voor ons wordt Bowls gespeeld, een Engelse variant van jeu de boules. Het wordt voornamelijk door bejaarden gespeeld.

In Paterly Bridge is de oudste snoepwinkel van Engeland. Het zit sinds 1827 in een pandje uit 1660. Als we even binnenkijken zien we dat de winkeljuffrouw ook ergens uit die eeuw moet komen. Je kijkt overigens je ogen uit in die winkel en alles ruikt heerlijk. Wij schaffen er een zakje fudge aan.

Hierna hebben we de laatste echte klim van de dag en deze vakantie. Als we boven zijn kijken we uit over het gebied waar we morgen doorheen fietsen. Het is vlak en daar zijn we heel blij mee.

Maar eerst gaan we nog naar beneden. Daarbij komen we langs Brimham Rocks. Hier staan allerlei rotsen in vreemde formaties opgestapeld. Het weer en het water hebben het zachtere gesteente ertussen uit geslepen waardoor er vreemde stapels ontstaan. Prachtig om te zien en het zijn er werkelijk honderden.

We dalen verder af naar Ripon, ons einddoel van de dag. Daarbij komen we langs Fountains Abby, de grootste en best bewaarde Cisteriaanse abdijen van Engeland. Gelukkig naderen we het van boven zodat we van het huis en de restanten van de abdij nog een foto kunnen maken. Want als we bij de ingang komen is het kwart voor vijf. En hij sluit om vijf uur. Dat wordt hem dus niet meer.

Het verhaal van de abdij is weer een bijzondere wat zich binnen een tijdsspanne van ruim tien jaar afspeelt. Er waren in 1132 een stel Benedictijnse monniken in York. Die kregen ruzie, bij het biljarten of zo en er werden er dertien uitgegooid. Ze mochten niet terugkomen. Dat vond de bisschop van York zielig en hij gaf ze dus hier een stukje land. Er was alles om een nieuw klooster te beginnen. Hout voor de bouw, water en land voor de verbouw van eten. En om dwars te zijn werd het een Cisteriaans klooster. Vanuit het hoofdkantoor in Bourgondië werd een monnik gestuurd, die hun de zeven Canonische Uren leerde en hoe je een degelijke houten kerk bouwt.

Het gaat goed met het klooster, Henry Murdac is abt en tussen 1143 en 1146 wordt een compleet stenen klooster uit de grond gestampt inclusief kerk. Maar Henry maakt één fout. Hij is tegen de verkiezing van de nieuwe bisschop van York. Daar is men niet blij mee en tijdens een volksopstootje wordt het complete klooster gesloopt. Alleen de kerk blijft staan. En de restanten hiervan zitten wij tegenaan te kijken.

We maken hier nog een kopje thee. Er zit ook een groep Chinezen op de bus te wachten en als ze mijn efficiënte Jetboil zien, zijn ze meteen geïnteresseerd. Hij wordt uitvoerig op de foto gezet. De Chinese vrouwen vinden het bijzonder dat ik, als man, een kopje thee maak voor Mevr. van der Veeke.

Het laatste deel van de afdaling gaat door Studley Park en brengt ons in Ripon. We hebben een hotelkamer midden in het centrum. Het leuke is dat we na het eten de hoornblazer van Ripon tegenkomen. Al eeuwenlang is dit iemand die ’s avonds om negen uur op alle hoeken van de markt op zijn hoorn blaast om aan te geven dat de avondklok begonnen is. 

Voor ons is dit een mooie afsluiting van de dag.  Het was niet alleen in theorie een zware dag maar ook in de praktijk. Net iets minder hoogtemeters dan de dag dat we naar Tan Hill gingen. De rug heeft het gelukkig vol gehouden. En ik kan concluderen dat de spierverslapper weinig invloed op benen heeft gehad. Of die zijn inmiddels zo sterk dat het niets meer uitmaakt. Vanaf nu wordt het vlakker. Morgen een korte dag naar York en dan een rustdag. Misschien dat de rug dan wat kan herstellen.

kaart-7

profiel7

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,3 (totaal 529)
Aantal hoogtemeters: 1480

 

3 mei 2016: Van Morecambe naar Settle

 

De meeste B&B’s, die we hebben, zijn prima. Hier in Morecambe heb ik gekozen voor een goedkope overnachting en dat hebben we geweten. Door het harde bed heb ik slecht geslapen en wordt ik met rugpijn wakker. Het hotel is wat verveloos en vervallen. Eigenlijk net als Morecambe zelf. Tot de tweede wereldoorlog kon het nog redelijk meekomen als badplaats aan de westkust. Maar daarna verloor het toch van Blackpool. Veel panden aan de boulevard kwamen in verval. Nu proberen ze het weer wat op te knappen, maar het blijft een zielige toestand.


Vandaag starten we met the Way of the Roses. De route is vernoemd naar de Wars of the Roses, een uit de hand gelopen ruzie tussen the House of Lancaster (rode roos) en the House of York (witte roos) over wie er over Engeland mocht heersen. Let je even op? Dan geef ik wat geschiedenisles.

Het begon met Henry VI (rode roos) die wel voor culturele verbeteringen zorgde, maar een slechte hand van regeren had. Ook niet onbelangrijk, bij vlagen was hij compleet gek. Gedurende deze perioden viel Richard, Duke of York (witte roos), in. Maar zo gek als Henry was, zo ambitieus was Margeret van Anjou (rode roos), zijn vrouw. Zij maakt korte metten met de politieke ambities van Richard en doodde hem bij de slag van Wakefield. 1-0 voor de rode rozen.

Richard had een zoon, Edward, die wraak nam en Henry en Margeret versloeg. Hij riep zichzelf meteen maar uit tot koning Edward IV en brengt de stand op 1-1.

Edward werd echter in de strijd geholpen door Richard Neville, niet voor niets the Kingmaker genoemd. Toen Eddie eenmaal op de troon zat, vergat hij dit allemaal en daarom liep Richard Neville over naar de rode rozen. Edward werd het land uitgegooid en het is 2-1 voor de rode rozen. Volg je het nog?

Edward maakt een comeback en wat voor een. Hij verslaat Henry en Margeret bij Tewkesbury. Henry wordt onthoofd in Londen en Margeret vlucht naar Frankrijk waar ze in armoede sterft. Dat brengt de stand op 2-2. Eddie is een goede koning maar hij wordt vroeg oud door zijn seksuele uitspattingen (bedenk hier zelf maar wat bij) en overlijdt. Zijn broer Richard (er waren toen nog niet zoveel namen) neemt het over tot, de wijlen, Edwards zoon oud genoeg is. Maar gek genoeg verdwijnt die zoon ineens en Richard maakt zichzelf koning. Dat kan natuurlijk nooit goed gaan en Henry Tudor (rode roos) verslaat hem bij de slag bij Bosworth. Hier ontstaat ook de uitdrukking ‘mijn koninkrijk voor een paard’ want dat is precies wat Richard krijgt voor zijn koninkrijk. 3-2 voor de rode rozen.

De oplossing is uiteindelijk om de zoon van Henry (rode roos)te laten trouwen met de dochter van Edward (witte roos). De strijd lijkt te zijn gestreden op het slagveld maar gaat tegenwoordig nog door in het voetbal als Manchester United (rode shirts uit Lancaster) speelt tegen Leeds United (witte shirts uit York).

Vind je het erg klinken als The Game of Thrones, dan kan dat kloppen. Het schijnt de inspiratie te zijn geweest voor deze serie.

 

Maar goed, wij houden er een mooie fietsroute aan over en daar gaat het om. Tot voorbij het, aanpalende, Lancaster zitten we op een mooi vlak fietspad langs de rivier de Lune. Gratis kilometers en mooi om even in te komen. Daarna gaan we weer de hoogte in. Tijd om even van het landschap te genieten met een koffie.

We zitten weer in de Yorkshire Dales, maar nu een stuk zuidelijker. Het landschap is hier lieflijker en minder woest. De heuvels zijn net even wat minder steil en hoog en de dorpjes wat vriendelijker. 

In Gressingham hebben ze in 1980 een lokale eend het laten doen met een Peking eend. Het resultaat heet de Gressingham Duck en ze hebben het alleenrecht erop verkregen. Ik had er nog nooit van gehoord en we zien ze ook niet. Ik wordt nu alleen nieuwsgierig hoe deze smaakt.

Hornby heeft een mooie achtkantige kerktoren en Castle Stede. Het kasteel is uit de 16e eeuw, maar tegenwoordig zitten er appartementen in. Van een afstandje ziet het er mooi uit.


Het dorpje Wray heeft in 1967 zijn eigen watersnoodramp gehad. Tijdens een plotselinge stijging van het riviertje werden huizen, bruggen en vee meegesleurd. Ze hebben een mosaic gemaakt om het te herdenken. Maar veel leuker is dat het dorp een jaarlijks vogelverschrikker festival heeft. We zijn net een dag te laat, anders hadden we mee kunnen doen. Nu zien we alleen nog de restanten van dit dorpsfeest.

Verder is het gewoon genieten van de uitzichten en het mooie weer. Heel fijn dat het gewoon de hele dag droog is. En we hebben nu de wind in de rug. Hieronder een paar indrukken van het landschap.

 

In Clapham doen we even boodschappen in een James Herriot winkeltje. We worden verleid door vanilla fudge, een fruitcake en de Kendal Mintcake. Allemaal lekkers en je gaat er nog goed op fietsen ook.

Uiteindelijk naderen we Settle. Met net 60 kilometer op de teller, ruim minder dan 900 hoogtemeters en een aankomst om vier uur lijkt het wel een vakantiedag.

Settle heeft heel lang erg afgelegen en alleen gelegen. Tegenwoordig is het een toeristische trekpleister voor wandelaars. Wij zitten vlak ernaast in het dorpje Giggleswick, met de meest dure overnachting van de reis, in een authentieke pub. Ik hoop dat dit garant staat voor een goed bed. Dat kunnen we vannacht wel gebruiken.

kaart-6

profiel6

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 61,9 (totaal 457)
Aantal hoogtemeters: 853

 

2 mei 2016: Van Tebay naar Morecambe

 

We hebben allemaal onze grenzen. Vandaag heb ik de mijne bepaald. Ze hebben niet met vermoeidheid te maken. Maar wel met het weer.

De wind huilt om The Old School heen als we wakker worden. En het is nat. Na een Engels ontbijt besluiten we toch te gaan. We moeten tenslotte vanavond in Morecambe zijn, 67 kilometer verderop. De regenkleding gaat aan en zelfs de regenschoenen. Als ik de fietsen uit de garage haal zie ik al dat het slecht is. En eenmaal onderweg blijkt dat een understatement. Tebay ligt in een windgat. En wij moeten er tegenin. Ik schat windkracht acht. Als de weg niet naar beneden zou lopen, dan zouden we achteruit gaan. De regen komt horizontaal aan en binnen 500 meter zijn we al compleet doorweekt. Het fototoestel kan niet uit de tas om dit vast te leggen. De telefoon heeft een groter waterafstotend vermogen. Daar maak ik een paar beelden mee. Na een kilometer komt het besef dat dit een slecht plan is. En na twee kilometer hebben we besloten verderop een taxi te nemen.

Alleen taxi’s zijn hier niet te krijgen. We fietsen weer door open land met hier en daar alleen een boerderij. Heuvel op en heuvel af. Terugfietsen staat niet in ons woordenboek. We kunnen alleen vooruit en besluiten tot Kendal door te bikkelen. Dat is nog een kilometer of 25. Alle decorum gaat overboord. We lopen zelfs, zonder schaamte, stukken helling op.

Kun je natter dan nat worden? Ja, dat kan. Ondanks alle regenkleding zijn we nat en koud tot op het bot. Heuvel op fietsen helpt. Daar wordt je weer een beetje warm van. De omgeving is prachtig, maar hebben we nauwelijks oog voor. Als ik mijn hoofd opricht, snijdt de wind mijn adem af en slaat de regen in het gezicht. Niet te doen dus. Dit is mijn grens. Hier houdt het op voor mij. Het bewustzijn beperkt zich tot mijn lichaam, de komende meters en mijn eigen gedachten. Meer in het ‘nu’ dan dit kan ik niet zijn. Er is maar één toekomst. Kendal. Koffie. Taxi.

De minuten worden kwartieren. En de kwartieren uren. Kilometers komen en gaan. Tegen twaalven kijken we neer op Kendal. Het is inmiddels droog. Het leed lijkt geleden.

In Kendal willen we eerst koffie hebben. Bij de Brew Brothers is het vol, maar er is nog een bankje vrij voor ons. Met een ‘echte’ koffie en een toffee-fudge-taartje worden weer mens. En we krijgen bij de koffie een ‘mint-cake’. De lokale lekkernij. Een soort borstplaat met munt smaak. Erg lekker. Het staat bij bergbeklimmers bekend om de energie die je ervan krijgt. Het lijkt te helpen.

Buiten dreigt het zonnig te worden. Zorgen verdampen. De taxi die eerst nog zo reëel leek, lijkt nu een surrealistisch idee. We zijn toch bikkels? Plannen worden bijgesteld. We stappen gewoon weer op de fiets naar Morecambe. En in de zon ziet het er weer prachtig uit. Dit is het landschap dat we kennen van James Herriot. Daar is trouwens een moderne versie van. James Rebanks heeft hier recentelijk een prachtig boek over geschreven. Het heet The Shepherd’s Life. Speelt in dit gebied en is prachtig om te lezen.

De kleding begint langzaam op te drogen. We krijgen weer oog voor de omgeving. Natland heeft een mooi kerkje en schijnt een ondergronds grottenstelsel te hebben. We geloven het wel. Nu willen we niet ondergronds. Bovengronds schijnt de zon.

Als we Milnthorpe naderen zien we St. Anthony’s tower boven op de heuvel. Voor de kerk maken we een broodje. Via het hertenpark en huize Dallam Tower (saai en zonder toren) verlaten we het dorp. We moeten daarbij door grote plassen.

Meer naar de kust toe wordt het landschap vlakker. Klimmetjes zijn goed te doen en we krijgen er lange afdalingen voor terug. In Slackhead komen we toevallig langs de crypte van Saint Lioba. Een plakker. Ze ligt hier al een kleine 1300 jaar.

Het laatste deel fietsen we langs het Lancaster kanaal. Lekker vlak en alleen wat last van de wind. Terugkijkend zien we waar we vandaag vandaan kwamen. Een prachtig gebied en elke kilometer waard. De komende dagen gaan we door de zuidelijke Yorkshire Dales terug. Zal ook wel weer genieten worden.

Vooruit kijkend, zien we de Ierse zee. Onze markering dat we halverwege zijn. Het was weer een dag om nooit te vergeten. Om op z’n Engels te zeggen; Every cloud has a silver lining.


kaart-5

profiel5

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 71,4 (totaal 395)
Aantal hoogtemeters: 1095

 

1 mei 2016: Van Ovington naar Tebay

 

 

Man, man, man… Wat een dag! Kijk maar eens naar die hoogtemeters. Laten we eerst even vaststellen dat Mevr. van der Veeke groots respect verdient. Vandaag gingen we diep. En dat doet ze toch maar even. Ik ken niet veel vrouwen die dit kunnen en willen. En zij doet het met een glimlach en zonder mopperen. Ik ben blij met haar.

Op zich begon de dag goed. Het sputtert als we vertrekken. Ik had die feeën en elven ook wat beter moeten instrueren. Niet één dag mooi weer, maar gewoon een hele week. Of een maand. Dan hadden we nu niet in de drizzel gefietst. Vandaag staat in het teken van Tan Hill. Daar moeten we overheen. Met zijn 528 meter niet een van de hoogste bergen, maar respectabel genoeg voor ons.

We komen eerst langs een mooie ’suspension bridge’. Als we erop staan en er rijdt een auto overheen dan golven we op en neer. In 1829 is de bouw gestart, maar tijdens deze  bouw al weggeslagen door een woeste stroom in de rivier. Uiteindelijk in 1931 geopend en lange tijd moest hier tol betaald worden. Zelfs het vee werd per eenheid belast. 

Daarna komen we in Barnard Castle. Het heeft zijn naam van het, nu vervallen, kasteel dat boven de rivier de Tee stond. Maar wij zijn eerst onder de indruk van huize Bowes. Een gigantische ‘hall’ wat bij de ingang van het dorp staat. Barnard Castle was overigens populair bij schrijvers. Walter Scott en Charles Dickens kwamen hier graag. De laatste deed hier inspiratie op voor Nicholas Nickelby.


Wij blijven hier niet te lang hangen en gaan de Yorkshire Dales in. Het begint gelijk met klimmen en dat houdt eigenlijk de hele dag niet op. Het vervelende is dat het allemaal nutteloze hoogtemeters zijn want je gaat steil omhoog en daarna weer steil naar beneden. Uiteindelijk win je steeds maar 10 meter. Inmiddels begint het steeds harder te regenen en ook meer te waaien. Omdat het geleidelijk harder regent heb ik geen regenbroek aangedaan. En op een gegeven moment ben je zo nat dat een regenbroek aan doen geen zin meer heeft.

Zo arriveren we in Bowes. Ook hier staan de restanten van een kasteel. We stoppen even voor de foto en gaan dan door naar de enige pub van het dorp, the Ancient Unicornn. We lusten wel wat koffie. Nu is het wel zo dat deze pub de thuisbasis is van een aantal geesten. Daarom is hij een tijdje dicht geweest. En nu weer open. We krijgen een plekje bij het vuur om even op te drogen en op te warmen. Heerlijk hier, met en zonder geesten.

Maar daarna moet het toch echt gebeuren. We moeten naar Tan Hill. Het landschap wordt leger en desolater. ‘Bleak and dreary’ zouden de Engelsen zeggen. Het is prachtig hier maar een deel van de route is weer off-road. Daarnaast hebben we een harde wind deels van opzij en deels tegen. Tot overmaat van ramp begint het ook steeds harder te regenen. Alsof er mensen langs de weg staan en emmers water tegen je aangooien. 


We tellen de kilometers af tot Tan Hill. Wat ons op de been houdt is de pub die bovenop staat. Elke kilometer mogen we even stoppen. Later wordt dit elke 500 meter. Dat lijkt niets maar over een kilometer doen we zomaar 6-10 minuten. En Tan Hill pub is voor ons het einde van de klim, het begin van de afdaling, een warme plek om op te drogen voor het vuur dat nooit uitgaat en we kijken uit naar een lekkere maaltijd.

Helaas is de werkelijkheid anders. Het is zondag en de pub zit bomvol. We kunnen nog net twee barkrukken bemachtigen. De koffie is niet te drinken en ze serveren alleen de ‘Sunday roast’. Niet helemaal onze smaak. Van ellende eten we maar een brownie. Je moet toch wat?

Vanaf nu is het afdalen. Denken we. Maar het klimmen gaat gewoon door. 50 meter dalen en 25 meter klimmen. Met een wind die gegroeid is tot stormkracht blijven we ternauwernood op de weg.

Maar goed, what goes up, must come down en zo komen we uiteindelijk in Winton. Het is inmiddels weer even droog en in de speeltuin maken we een boterham om de gemiste maaltijd te compenseren.

Kirkby Stephen is de volgende plaats die we aandoen. Het is vooral bekend van Faraday road. Iedereen denkt dat dit vernoemd is naar de wetenschapper, die ons een temperatuur schaal gaf, maar dat klopt niet. Het is zijn oom, een lokale middenstander, die voor de naam zorgde.

Op het kaartje zien we dat we een stukje kunnen afsnijden van de route waardoor het nog maar 15 kilometer is. Dit lijkt een uurtje fietsen maar wij doen daar bijna drie uur over. Het gaat gewoon weer omhoog en met windkracht 7-8 tegen en striemende regen ploeteren we voort over een Moor.


Nat, koud en moe komen we aan in Tebay. We slapen in B&B ‘the old school’. Ik had weer wat luxe verwacht maar het is meer een soort hostel. Met een gastheer zonder manieren. 

Na een warme douche lijkt alles anders. De pub in het dorp tapt een prima lokaal bier en ze serveren lekker eten. Terug in het hostel blijkt de gemeenschappelijke ruimte bezet door zes Belgische meiden. Best gezellig. En zo sluiten we de dag af die een grote uitdaging was maar uiteindelijk een prachtig ervaring oplevert.

kaart-4

profiel4

3Getallen van de dag
Aantal kilometers: 78,5 (totaal 322)
Aantal hoogtemeters: 1557

 

30 april 2016: Van Castleton naar Ovington

L

 

De feeën hebben de postbus geleegd. We worden wakker met een stralende zon. En zo zal het de hele dag blijven. Af en toe wel wat druppels en in de verte donkere wolken, maar wij fietsen bijna de hele dag in de zon. En zo komt het landschap er net even mooier uit te zien.

We beginnen met een stuk off-road. 

Het enige off-road deel van de dag, maar met de hellingen hier is het wel ploeteren. Over de eerste zeven kilometer doen we bijna een uur. En voor vandaag staan meer dan tachtig kilometers op het programma! Dat wordt nachtwerk.

Gelukkig vergis ik me. Bij Great Ayton komen we het Yorkshire  Moors National Park uit en worden dit soort klimmetjes ons bespaard.

Great Ayton is trouwens waar Captain Cook, de beroemde Engelse ontdekkingsreiziger, opgroeide en in het dorp staat een standbeeld van hem op 16 jarige leeftijd waarbij hij verlangend in de verte kijkt.

Wij kijken ook verlangend in de verte en gaan door een glooiend landschap westwaarts. Van de ene kant fietst dit wel gemakkelijk, maar van de andere kant is het minder spectaculair. We zijn er wel blij mee want het is de derde dag en de vermoeidheid begint te tellen.


De route leidt ons veel buiten de dorpen om over kleine landweggetjes. Er is nauwelijks verkeer maar omdat het zaterdag is, én mooi weer, heeft iedereen de racefiets of ATB gepakt en is op pad gegaan. Misschien ook vanwege de Tour de Yorkshire.

Deze tocht wordt gisteren, vandaag en morgen gereden. En dan zijn het flinke afstanden want morgen staat er bijna 200 kilometer op het programma. Onze route loopt deels samen met deze route. Overal hangen vlaggen, banners en  staan fietsen. Het is echt een gekte hier. In Hutton Rudby gaan we even de kerk in en wat staat er in de kerk? Een paar versierde fietsen, alsof de deelnemers hier even af gaan stappen om te bidden.

Wij laten ons niet van de wijs brengen en peddelen gewoon verder westwaarts. Het gaat niet hard door de vermoeidheid en de wind tegen. We maken dankbaar gebruik van de stops die we kunnen hebben.

In Appleton Wiske (zonder Suske) houden we pauze bij de kerk. Deze is uit de 12e eeuw en staat er dus al een tijdje. We zitten heerlijk in het zonnetje bij te komen. Haast jammer om weer weg te gaan.

In Hurworth-on-Tees heeft in 1665 de pest goed huis gehouden. 90% van de bevolking overleefde het niet. In de ‘village green’ zijn drie ‘dips’ ter nagedachtenis aan de 1500 mensen die overleden. Geen idee wat ‘dips’ zijn maar we zien alleen een groot groen grasveld.

In het aanpalende dorp Croft-on-Tees is een spa. Lijkt me heerlijk om het vermoeide lichaam daarin te laven. Maar dat zit er helaas niet in. Gisteren al een elektrische deken gehad en het moet niet gekker worden. In dit dorp heeft Lewis Caroll gewoond en de foto van het nichtje dat model stond voor Alice in Wonderland is hier gemaakt. In de kerk is de inspiratie voor de Cheshire kat te vinden

`Well! I’ve often seen a cat without a grin,’ thought Alice; `but a grin without a cat! It’s the most curious thing I ever saw in all my life!’ 

Helaas is deze kerk dicht, dus de kat gaat aan onze neus voorbij.

Daarna door naar Ovington, een typisch Engels dorpje. Er is hier niet heel veel accommodatie, daarom ben ik bij ‘The Four Alls’ uitgekomen om de afstand nog een beetje binnen de perken te houden. Het is een ‘family-run’ business. Man doet de pub, vrouw doet de keuken en oma de bediening. De fietsen mogen bij de biljarttafel staan en wij krijgen een prachtige kamer die luxe aan doet. Bijna net zo goed als in de spa. En met een lokaal brouwsel kunnen we helemaal weer bij komen. 

L

kaart-3

profiel3

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 84,1 (totaal 245)
Aantal hoogtemeters: 850

 

29 april 2016: Van Scarborough naar Castleton

 

 

We worden wakker met zon. Tijdens het ontbijt sneeuwt het licht en als we vertrekken regent het. We missen alleen nog de hagel, maar die krijgen we later vandaag nog. En met een straffe wind tegen erbij hebben we ‘four seasons in one day’. Daarvoor gaan we naar Engeland.

Voordat we vertrekken doen we ons tegoed aan een Engels ontbijt. Mevr. van der Veeke gaat volledig los en bestelt alles wat je kunt krijgen. En ze eet ook alles op. Ik doe het met wat minder maar beide hebben we tot een uur geen trek meer.


Via een parkje en een begraafplaats komen we op de route terug. Ook vandaag hebben we weer een fietspad over een oude spoorlijn. En ook vandaag is het weer een grote modderbende en steenslag met dat verschil dat we af en toe ook door de koeienvlaaien moeten rijden. Dat geeft een leuk effect in de afdaling als het eraf centrifugeert. Daarnaast komen we weer de Milleniumpalen tegen. Daar wordt ik altijd een beetje blij van.


Het spoorlijntje dat we vandaag volgen heet de ‘cindertrack‘ en die liep van Scarborough naar Whitby via Ravenscar en Robin Hood’s Bay. Het is een mooie route met allerlei verrassingen. Naast de modder, kuilen, steenslag en plassen hebben we ook uitzichten over de Noordzee en zowaar een echt ’Fairy house’. De elfjes hebben een bijzondere smaak, kan ik wel zeggen. En een hele grote brievenbus. Volgens mij veel te groot voor elfjes, maar je mag er een wens in doen en dan zorgen zij ervoor dat hij uitkomt. Ik twijfel behoorlijk tussen de wereldvrede en goed weer voor ons, maar wereldvrede lijkt me wat te hoog gegrepen voor hun. En na vandaag kan ik zeggen dat ze de brievenbus nog niet geleegd hebben.

Tot Ravenscar klimmen we geleidelijk omhoog naar 200 meter. Ravenscar zelf is een gat met een paar huizen boven op de klif. Het wordt ook wel ’The town that never was’ genoemd. In 1890 was er een investeringsmaatschappij die hier een luxe Victoriaans resort van wilde maken. De aangelegde spoorlijn moest hierbij gaan helpen. Er werd alvast een stratenplan aangelegd en zelfs een baksteenfabriek gebouwd. Maar het plan kwam nooit van de grond. De trein vanaf Robin Hood’s Bay had moeite met de steilheid. Vaak moesten er meerdere aanlopen genomen worden voor de trein omhoog kwam. Om het uitzicht te houden voor een gepland hotel werd er een tunnel gebouwd voor de lijn vanuit Scarborough. In de tunnel lekte het en daardoor werd de rails nat. Hierdoor slipte de trein ook vanuit deze kant bij het naar boven gaan. Wat ook niet meehielp was dat niemand wilde investeren in dit plan en in 1911 ging de Ravenscar Estate Company failliet.

Voor ons breekt de zon even door en met een mooi uitzicht op de Noordzee en Robin Hood’s Bay maken we een koffie. 

Dat was een goede keuze want het afdalen gaat tijdens hagel- en regenbuien. Het afdalen valt trouwens niet mee want door de slechte staat van de track moet je steeds in de remmen knijpen.

Hoe Robin Hood’s Bay aan zijn naam komt is onduidelijk. Zelf is de beste man hier nooit geweest. Het oude stadje ligt beneden aan zee, alleen via een steile helling te bereiken. In de stromende regen hebben wij hier geen zin in en laten het ‘maze of tiny streets’ even voor wat het is en gaan door naar Whitby.

Uiteindelijk doen we bijna 4 uur over de 35 kilometer naar Whitby. Het is het Volendam van Yorkshire. Nu met het slechte weer valt het wel mee, maar zomers kun je hier over de koppen lopen.

Wat veel mensen niet weten is dat Bram Stoker hier het verhaal van Dracula bedacht en geschreven heeft. Dus helemaal geen Transylvaanse landschappen, maar Yorkshire Dales stonden model voor het verhaal.

Wij hebben wel trek in nog een bakje koffie en in de haven vinden we een café die aan onze behoefte kan voldoen. Ze hebben ook prima fish and chips en als je in Engeland bent én aan de kust, dan ontkom je hier niet aan. Het bakje met groen is snert. Een bijzondere combinatie…

Hierna gaan we over op de Whitby to Walney route die, over de Yorkshire Moors, van de Noordzee naar de Ierse zee loopt. Volgens de beschrijving grotendeels asfalt en aan het hoogteprofiel te zien een fluitje van een cent. Kijk maar naar de profielen. De bovenste is toch veel steiler dan de onderste? 

Zelden heb ik me meer vergist dan nu. Het venijn zit hem in de schaal. Al na een paar kilometer komen we erachter dat we tot nu toe een makkie hebben gehad. Op asfalt komen we in de laagste versnelling ternauwernood boven en als we weer op een modderpad komen is het helemaal dramatisch. Het achterwiel slipt hier gewoon door en als je wat te ver naar achteren gaat zitten begint de fiets door de steilheid te steigeren. Er zit niets anders op dan te gaan lopen. Gelukkig is het maar een klein stukje off-road.

Het is maar 30 kilometer naar Castleton maar door het vele steile klimmen doen we hier toch nog 3 uur over. Op regelmatige tijden trekt er een hagelbui over maar de uitzichten maken werkelijk alles goed. Wat is het hier ontzettend mooi. Zelfs met slecht weer. Een desolaat landschap met heide en groen. Overal zie je steile hellingen en de zon maakt van de wegen zilveren linten in het landschap.

In Egton willen we graag iemand aanspreken. Omdat het zo afgelegen lag heeft het een heel bijzonder dialect ontwikkeld. Helaas is het ook weer een gat en niemand op straat. We zullen het nooit weten.

Wij bikkelen en klimmen door naar Danby. Naast het kasteel is het ook bekend vanwege zijn rij van bakens die aangestoken zou worden als de Franse invasie begon. We hebben het dan over het jaar 1600. De Fransen zijn nooit gekomen maar de bakens zijn een kenmerk waar, met name, wandelaars zich op richten. In 2008 waren ze zo vervallen dat er een nieuwe is gekomen.

Wij hebben het inmiddels al aardig gehad ondanks de korte afstand van 67 kilometer. Het voelt veel zwaarder aan dan de 94 van gisteren. In Castleton heb ik, via Airbnb, een huisje geregeld. Het moet het kleinste huisje zijn van Castleton. De woonkamer is net iets groter dan onze tent. In de slaapkamer past het bed nog maar net. En de badkamer heeft geen douche omdat het plafond daar te laag voor was. Maar we zijn koud en nat en met alles tevreden. En als dan blijkt dat het bed een elektrische deken heeft, kan het voor ons niet meer stuk.

kaart-2

profiel2

61Getallen van de dag
Aantal kilometers: 66,8 (totaal 159)
Aantal hoogtemeters: 990

 

28 april 2016: Van Hull naar Scarborough

 

 

De thermometer zakt langzaam naar beneden. Bij 1graad blijft hij steken. We blazen niet voor niets wolkjes met onze adem. We zijn als eerste van boord en wachten tot we door de douane mogen. Nadat geconstateerd is dat we geen vluchtelingen in de fietstas hebben, mogen we door. Welkom in Engeland.

Het eerste stukje is even worstelen door de ochtendspits van Hull, maar al vrij snel komen we op een vrijliggend fietspad. Het blijkt de Trans Pennine Trail te zijn. Deze is aangelegd over het voormalige spoorlijntje dat tussen Hull en Hornsea liep. Een groot voordeel is dat het autovrij is. Een klein nadeel is wel dat het, door de overvloedige regenval van gisteren, een modderig ATB pad is geworden. Op dit moment schijnt de zon en het begint wat op te warmen. Niets te klagen dus.


Of het moeten de hekjes op de fietspaden zijn. Ze zijn panisch dat er niet-fietsers of -wandelaars op komen, dus er is een samenscholing van hekjes. Wij moeten eigenlijk door het middelste poortje, maar daar past echt geen stuur tussendoor. We nemen daarom de poortjes van de wandelaars aan de linkerkant. Als we geluk hebben is de paal links weg en kunnen we er gemakkelijker langs. De Britten hebben af en toe vreemde trekjes.


Langs de route liggen tientallen caches. Die doen we niet allemaal. We pikken er af en toe een tussenuit en soms zijn dat wel erg mooi gemaakte. Bij deze bleek de log ‘op zolder’ te liggen.


Zo komen we in Hornsea. Dit is het begin van de Trans Pennine Trail. Deze loopt van de Noordzee naar de Ierse zee. Wat wij eigenlijk ook doen, maar dan via een andere route. Het begin van deze trail wordt aangegeven door een prachtige markering. Met uitzicht hierop én op de Noordzee maken we een koffie.

In Hornsea gaan we op zoek naar ‘Bettisons Folly‘. Meneer Bettison was een krantenmagnaat die werkte in Hull en hier in de buurt zijn residentie had. Als hij thuis kwam moest het eten meteen op tafel staan. En warm. Daarom liet hij deze toren bouwen inclusief uitschuifbare vlaggenmast. Als hij eraan kwam werd de paal uitgeschoven, de vlag gehesen en de kok wist dan dat hij rap aan het werk moest. Het is de enige, nog werkende ‘retractable flagpole’ in heel Engeland.


Hierna zitten we meer op ‘gewone’ wegen. Meestal rustig maar als er auto’s zijn, dan gaan ze netjes om ons heen als er ruimte is. Fietsend tussen de koolzaadvelden komen we in Bewholme. Hier hebben ze twee toeristische trekpleisters. Een kerk uit 1900 en een voetbalveld. Beide komen we langs. En bij beide zien we geen reden om af te stappen.


Skipsea heeft wat meer te bieden. In 1066 kreeg Drogo de la Beauvriére van Willem de Veroveraar hier een gebied. Daar bouwde hij een kasteel op. Gedurende 130 jaar had hij (en zijn nazaten) een aardig inkomen door tolheffing en pacht. Dat duurde tot 1221. Toen werd het kasteel volledig gesloopt door count Willian de Forz. Dat deed hij goed want we zien er zelfs geen restanten meer van. Alleen de contouren zijn nog zichtbaar in het landschap.

De rout leidt ons nog even langs de kust. Ik zie wel dat er er een bordje van doodlopende weg staat, maar dat geldt natuurlijk niet voor ons fietsers. Desnoods gaan we er lopend langs. Maar hier moeten we toch onze meerdere erkennen in de Noordzee die min of meer de hele weg heeft weg geslagen. En als de weg weg is, dan kun je alleen maar terug.


Burton Agnes is voornamelijk bekend van het jaarlijkse vogelverschrikker festival. Wie kent het niet? Wij zien geen enkele vogelverschrikker en moeten het doen met een ‘Norman Manor House’. Het is een prachtig huis, maar we zien het alleen van afstand.

Het terrein begint wat meer geaccidenteerd te worden. Een enkele zweetdruppel begint zich te manifesteren. Het voordeel hier van is dat we er fraaie uitzichten voor terug krijgen.

Onze volgende stop is Rudston. Een oud plaatsje in ‘The Great Wold Valley’. Het was al bekend in het Doomsday boek van 1086 en de naam kan herleid worden tot een Noorse naam ‘steen in de wei’. Waarschijnlijk dat de Noormannen hier regelmatig op bezoek kwamen. 

Wij komen ook op bezoek. Niet om te plunderen en te verkrachten maar voor de Rudston Monolith. Een steen van 7,6 meter hoog, de grootste van Engeland. Hier gebracht door de ijstijd en lang geleden rechtop gezet. Eigenlijk een soort menhir, maar ik zo Obeliks hier nog niet mee lopen.

Het is hier sowieso een archeologisch brandpunt want Rudston ligt tussen vier Neolithische ‘cursus’. Dit zijn prehistorische kalk heuvels die ongeveer 3000 jaar voor Christus zijn aangelegd. Prachtig hier.

Humanby laten we links liggen ondanks dat het een telecommunicatie verbinding heeft met de Marne in Noord-Groningen. We zijn moe, het begint meer te regenen en we willen door naar ons adres in Scarborough. We naderen het langs de kust en dat geeft ons een mooi zicht op het plaatsje. Alhoewel, het is meer een stad nu. Ik ken de naam alleen uit het liedje van Simon en Garfunkel en stelde me een klein marktplaatsje voor waar ze allerhande kruiden verkopen. Niets is minder waar. Gewoon een grote stad. In een straat gedomineerd door B&B’s zoeken we the Almar op. Door omstandigheden hebben we helaas een grotere kamer gekregen. Zijn we niet rouwig om. Na een warme douche ziet alles er beter uit. Nu nog wat eten en we zijn weer helemaal bij.

kaart-1

profiel1

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 94 (totaal 94)
Aantal hoogtemeters: 585