Een jaar later

Vandaag, precies een jaar geleden, trokken we de deur achter ons dicht, stapten we op de fiets en reden we Baflo uit. Om 140 dagen later pas weer terug te komen. Het was de reis van ons leven. Hoe anders was het geweest als we dit jaar waren gegaan. Of de Corona uitbraak was één jaar eerder. Dit pleit er des te meer voor dromen niet te lang uit te stellen.

Maar goed, onze reis is klaar. De fotoboeken zijn af, het lichaam is weer helemaal uitgerust en de herinneringen zijn gemaakt. Onderweg schreef ik blogs over wat we meemaakten, wat we zagen en hoe we de dingen ervoeren. Mocht je dat (nog) eens na willen lezen dan is deze link een mooi startpunt.

In deze blog blikken we even terug. Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag cijfers verzamel en dat heb ik onderweg ook gedaan. Je leest hier over afgelegde afstanden per dag en hoe snel dat ging. Verschilt dat per land? En wat gaven we eigenlijk uit? Per dag en in totaal? Is kamperen goedkoper in Spanje of Portugal? En wat ging er allemaal stuk?
Je leest het allemaal hier.

Het is niet de afstand of de hoogte, maar het gaat om de manier waarop je er gaat komen.

In totaal fietsten we 6880 kilometer door 7 landen. Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens met betrekking tot afstand en snelheid (detail info hier). Op sommige dagen fietsten we in meerdere landen. Het land waar de gegevens aan toegekend zijn, is het land waar we overnachtten.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Ik vroeg me af of het land waar je fietst invloed heeft op dit soort gegevens. Om dit inzichtelijker te maken heb ik een paar gegevens in een grafiekje gezet. Ik heb Luxemburg hieruit gelaten omdat één dag niet een goed beeld geeft. Wat dat betreft zeggen Duitsland en België ook minder met maar vier fietsdagen. Toch heb ik deze laten staan.

Klik op de grafiek om hem groter te zien.

In Portugal fietsten we per dag gemiddeld het minst aantal kilometers. En in Nederland het meest. Frankrijk en Spanje komen ongeveer hetzelfde uit, De enige verklaring van de lagere waarden van Portugal, die ik kan bedenken, is dat er in Portugal zo veel moois te zien was. We hebben daar veel stil gestaan en gezeten om naar de zee te kijken. En ons vergapen aan de prachtige azulejo’s en de kerken. En misschien waren we toen al wat moe.

Wat betreft hoogtemeters (dat is het gemiddeld aantal meters dat we moeten klimmen per dag) scoort Spanje hoger dan Portugal. Dat kan zijn omdat we in Portugal gemiddeld minder kilometers per dag fietsten. Maar voor mijn gevoel was Portugal gewoon vlakker. Zeker langs de kust. Met name op de Camino moesten we in Spanje vaak en veel klimmen. Frankrijk krijgt een groot deel van de hoogtemeters doordat we de col du Somport opgeklommen zijn.

Nederland scoort in beide gevallen het laagst. Ons land is vlak en heeft goede (fiets) wegen. En we fietsten een deel met andere mensen (Loes, Kees en Corrie). Dan maken we langere dagen en fietsen we meer en sneller door.

Dat we in Nederland meer doorfietsten is ook in deze overzichten te zien. Het bewogen gemiddelde is de gemiddelde snelheid die je hebt als je aan het fietsen bent. Bergop gaat dat langzamer, met wind mee sneller. Dat in Portugal het bewogen gemiddelde laag is kan aangeven dat het in Portugal toch zwaarder fietsen was. Ik kan me niet herinneren dat we veel wind tegen hadden. Wel moesten we langs de kust voor elk dorp afdalen en weer omhoog klimmen. En waarschijnlijk dat inmiddels ook de vermoeidheid een rol ging spelen. Alhoewel de Spaanse kilometers natuurlijk bestaan uit een deel vóór en een deel ná Portugal. En het deel na Portugal waren we ook vermoeid.

Het totaal gemiddelde is het aantal kilometers op een dag gedeeld door de totale tijd, inclusief rustpauzes. Daar zie je dat dit voor Frankrijk, Spanje en Portugal niet heel veel scheelt maar er wel kleine verschillen tussen zitten. In Spanje deden we het rustiger aan en maakten we in het tweede deel vaak korte dagen. In Portugal ging het nog rustiger. Steeds meer te zien, denk ik.Op de heenweg in Frankrijk hadden we koud en nat weer. Dat nodigt ook niet uit tot lange pauzes.

Een kanttekening die ik wel moet maken is dat deze gegevens uit de GPS komen. Bij koffie- en lunchpauzes zet ik die vaak uit waardoor hij niet meer verder telt. Dus het eigenlijke totale gemiddelde ligt in werkelijkheid lager dan hier getoond. Meestal zaten we rond negen uur op de fiets en tussen vier en vijf zochten we de overnachtingsplaats op.

Ik wil overal naartoe, maar nergens zijn.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

In totaal hebben we 140 overnachtingen gehad (als ik de laatste nacht thuis ook meetel). Hiervan hebben we precies de helft gekampeerd. De andere overnachtingen waren in hostels, Airbnb, hotels of bij familie en vrienden.

Zoals verwacht is kamperen het goedkoopst. Verrassend om te zien, vind ik, dat de gemiddelde prijs voor een camping in de verschillende landen niet zoveel verschilt. De campings in Spanje en Portugal zijn niet veel goedkoper dan in Nederland. Waarschijnlijk rekenen ze daar op buitenlandse toeristen die een hogere prijs gewend zijn. Twee keer kampeerden we (noodgedwongen) wild. Dit is erg goedkoop maar ook wat onrustig. En ik mis mijn douche na een dag zweten.

Voor een pelgrim hebben we relatief weinig in hostels/auberges gezeten. We kamperen liever en waren toch ook wat afgeschrikt door de luizenplagen die de hostels soms teisteren. De prijs voor de hostel is ook relatief hoog en dat komt omdat ik altijd probeer een privé-kamer te krijgen en die is duurder dan een bed op een slaapzaal.

We zaten 35 nachten in een Airbnb. Uit de cijfers valt af te leiden dat dit goedkoper is dan een hotel. De helft hiervan was tijdens rustdagen in grotere steden (Porto, Sintra, Avignon, Aken), dus relatief duur omdat we dan voor een heel appartement kozen zodat we zelf kunnen koken. De Airbnb bracht ons ook vaak op verrassende plaatsen bij mensen thuis. Booking.com deed dat ook soms. Dat vind ik erg leuk omdat je zo een kijkje bij de mensen thuis kunt krijgen en wat meer contact hebt.

Tenslotte de hotels. Deze waren het duurst en die koos ik als er geen andere mogelijkheden waren. Je ziet ook dat die best wel duur zijn. Maar dan had je soms de luxe van een airco en dat was in de hitte van Spanje en Portugal geen overbodige luxe.

Ik maak altijd een foto van onze overnachting. Hieronder een compilatie.

Noot: De compilatie is 30 Mb dus kan even duren om geheel te laden.

Geld is als mest; het is alleen goed als het wordt verspreid.

Ik kan precies bepalen wat zo’n reis nu eigenlijk kost. Maar het is lastig in te schatten waar dat geld nu precies in zit. Via de afschrijvingen over die periode, kan ik er deze keer wel een gooi naar doen. Als je de vaste lasten, van thuis, zoals belastingen, ziektekosten, energie, etc. niet meerekent dan hebben we gedurende die 140 dagen € 12.606 uitgegeven. Dat is per maand ongeveer € 2750, per week € 630 en per dag €90. Hierin zitten de kosten van het overnachten, het eten, de drankjes, vervoerskosten (pont, taxi, trein), musea en ook wat kosten die we thuis extra maken zoals de overbuurjongetjes die ik betaalde voor het bijhouden van de tuin en wat we onderweg aan spullen (fietsreparatie, kleding etc.) kochten.

Elke dag zijn we voor het ontbijt (fruit, yoghurt en muesli) ongeveer €5 kwijt. Hetzelfde bedrag zijn we ook voor de lunch kwijt (wat brood en beleg).  Elke dag hadden we wel een paar drankjes (bier en cider) die we meestal in de super kochten maar soms ook op een terras dronken. De prijs varieert daarom tussen de €5 en de €10. Als we zelf koken, dan zijn we ergens tussen de €15 en €20 kwijt. Maar in Spanje en Portugal name we vaak een Menu del Dia. Dat was niet duur maar voor twee personen moet je toch wel op €25-30 rekenen. In andere landen ben je zo €50 kwijt als je met zijn tweeën uit eten gaat. We hebben er niet op bezuinigd. Hieronder zie je het staatje met betrekking tot onze kook activiteiten.

En wat je niet moet onderschatten is de koffie onderweg. Normaal kook ik onderweg wat water en gooi er wat oploskoffie in. Kosten per kop ongeveer €0,05. In Spanje en Portugal was de koffie goedkoop (€0,75 – € 1,25) en erg lekker dus we namen dat vaak. Maar opgeteld is dat ook een behoorlijk bedrag. Dit zie je niet terug in onderstaand staatje omdat ik dat meestal contant moest betalen.

Het is ontzettend lastig om de kosten per land te bepalen. Want soms pinnen we in het ene land contant geld dat we in het andere land uitgeven. Een hotel in Frankrijk betaal ik met de credit card maar die wordt pas afgeschreven als we in Spanje zijn. Toch heb ik zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd per land wat vergelijkbare uitgaven te bepalen. In onderstaand overzicht zie je de kosten per dag (of keer). De overige kosten is een totaal van wat we in dat land uitgegeven hebben.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Zoals gezegd is de koffie in Spanje en Portugal (3 bakjes per keer) geschat. De boodschappen in Spanje en Portugal zijn relatief goedkoper (waarbij België wat vertekend is, daar waren we maar kort en gingen we ook drie van de vier keer uit eten). Naast dit uitgegeven geld hebben we ook nog in totaal €4650 gepind en dus contant uitgegeven. Met name in Spanje en Portugal hebben we veel met contant geld gedaan.

Per dag € 90 is best veel. Dat kan een stuk goedkoper. Met wild kamperen bespaar je gemiddeld € 36 per dag. Ga je in een auberge op de slaapzaal, dan ben je meestal minder dan € 10 kwijt. Ga je nooit uit eten en koop je geen bier dan bespaar je zo‘n € 15 – € 30 gemiddeld per keer. En zelf koffie zetten bezuinigt ook.

Haalbaar moet onder de € 30-50 per dag zijn. Alleen campings (€ 17), zelf koken (€ 20), geen biertje en eigen koffie maken. Maar wij hebben in dit geval niet op een euro meer of minder gekeken.

Wie pech heeft, verdrinkt in een zitbad.

Veel mensen hebben, bij zo’n lange reis, de angst dat er van alles stuk gaat aan de fiets. Op zich viel dat bij ons wel mee. Ik had de fietsen voor die tijd na laten kijken bij onze fietsenbouwer, een nieuwe ketting en goede banden gegeven. In principe kan ik bijna alles zelf maken onderweg. Wat een probleem op kan leveren is een gescheurd frame of een kapot wiel. In het eerste geval zoek ik een lasser want de fietsen zijn van staal. In het tweede geval bel ik mijn fietsenbouwer en laat ik een wiel opsturen. Gelukkig gebeurde beide niet. Maar wat ging er wel mis onderweg?

In Frankrijk begon mijn trapper te kraken. Zelfs wat extra smering kon niet voorkomen dat de hele lagers aan gort gingen. Bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker haal ik een paar nieuwe.

Ergens in Spanje krijg ik een kraak in de aandrijving. Via deductie kom ik op de trapas. Twee keer laat ik de cracks aandraaien maar de kraak blijft. Via een email-overleg met de fietsenbouwer concluderen we dat ik er zeker mee thuis kan komen. Later verdwijnt de kraak. Thuisgekomen blijkt dat de trapas wel aan zijn einde is maar dat dit niet de oorzaak was. Het geluid kwam van de speling van de crank(s) op de trapas. Daar was wat ruimte in gekomen die bij hogere temperaturen groter wordt omdat de een van staal is en de andere van aluminium.

In totaal heb ik 5 lekke banden gehad. Mevr. Van der Veeke geen. Ook hier zijn vrouwen dus in het voordeel. Twee van mijn lekken komen omdat de buitenband van het voorwiel versleten is en zo dun dat er zomaar wat doorheen prikt. Ik vervang hem in Avignon. Voor de rest zijn het fantastische fietsen en hebben ze ons overal zonder problemen gebracht. Zelfs als we door rivierbeddingen stuiteren met 25 kilo bagage geven ze geen krimp.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zoals ik het doe je het moet doen, want anders zou ik het niet doen.

Ik ben van de uitgebreide voorbereiding maar welke dingen zouden we anders doen als met de kennis van nu nog zouden moeten vertrekken?

Een ding waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat als je zo lang onderweg bent, je chronisch moe wordt. De eerste maand gaat nog wel, de tweede ook. Maar daarna kom je in een situatie dat de batterij niet meer volledig oplaadt als je (wat) rust neemt. Als ik weer op een lange reis zou gaan, dan zou ik na elke twee tot drie maanden wat langer op één plek willen blijven. Het probleem hierbij is dat dan bij mij de verveling toeslaat. Ik kan dat alleen als ik op die plek wat te doen heb, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Iets anders waar je rekening mee moet houden is dat het klimmen met bagage een aanslag is op het lichaam. Dit telt op bij de vermoeidheid. Hou dus rekening met meer tijd als je veel hoogtemeters hebt. Een probleem hierbij is dat dit niet altijd te plannen is qua overnachting. Soms moet je gewoon door tenzij je kunt wildkamperen.

We weten nu wat hitte met je doet. In Portugal waren we redelijk vroeg in het seizoen. Maar in Spanje zaten we in de hitte waarbij de temperatuur overdag opliep naar 35-40 graden Celsius. Het liefst wil je vroeg vertrekken, maar de zon komt daar later op. Beter is om in Spanje en Portugal (maar ik denk dat het voor alle zuidelijke landen geldt) niet in juli/augustus te fietsen. Maar bij zo’n lange reis is dit lastig te vermijden.

En als laatste was de heimwee toch ook onderschat. Nu hadden we natuurlijk nooit ingepland dat ons eerste kleinkind een paar maanden voor vertrek geboren zou worden. Maar op een gegeven moment gaan de kinderen én het kleinkind aan een onzichtbare draad trekken. Misschien hadden we tussendoor toch een weekje naar huis moeten gaan. Alhoewel ik me afvraag wat dit met het reisgevoel doet.

Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middag-temperaturen verwacht van één uur `s middags tot zes uur `s avonds.

Het weer is een variabele waar we geen invloed op hebben. In de weken voor vertrek was het prachtig en warm weer in Nederland. Dat sloeg helaas om. Het eerste deel in Nederland hadden we veel wind en regen. En lage temperaturen. Eigenlijk ging dit door tot de Pyreneeën. Vaak werd de tien graden niet eens gehaald. Vaak moest het regenpak aan. Gelukkig beïnvloede dat onze stemming niet. Als we op de fiets onderweg zijn, dan zijn we blij.

Toen we de Pyreneeën overstaken en afdaalden naar Spanje werd de lucht al snel blauw. En eigenlijk hebben we dat weerbeeld, blauwe lucht en zon, gehad totdat we weer terug in Nederland kwamen. Tot Santiago was het vaak nog fris in de ochtend en werd het ’s middags pas warm. Zo ook langs de Portugese kust. We zaten toen nog een beetje in het voorjaar.

Na Lissabon gingen we dwars door Spanje naar Zaragoza. Het gebied heet de Extremadura en het kan daar heet worden. In de middag wel tussen de 35 en 40 graden Celsius.  We hebben daar ons ritme moeten aanpassen. Zo vroeg mogelijk op pad en zorgen dat je voor de ergste hitte (14 uur) een plek in de schaduw hebt. We wilden een lange siësta houden maar het probleem is dat je onderweg weinig plekken vindt waar je dat kunt doen. Zaragoza was helemaal een braadpan. Daar kun je in de zomer eigenlijk ’s middags niet op straat zijn.

Op de terugweg bleef het weer mooi en werden de temperaturen aangenamer. Pas zo rond Luxemburg begonnen we terug te verlangen naar de hitte.

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries.

Tenslotte nog wat over de landen waar we doorheen zijn gekomen. Nederland en België wil ik weinig over zeggen. Dat was bekend terrein. Ook Frankrijk was bekend maar dit keer kwamen we door een grotendeels onbekend stuk. En we zaten deze keer op de Camino dus de nadruk lag op het kerkelijke. We hebben dan ook tientallen kleine en grote kerken gezien. Soms sober maar heel vaak uitbundig. Met name de kathedralen maakten veel indruk.

Bij de zuidgrens van Frankrijk moesten we over de Pyreneeën. Dat was vanaf de Franse kant heftig. Maar ook prachtig. Ik heb weinig van de Pyreneeën gezien maar dit nodigt zeker uit tot een nieuwe afspraak.

Op de terugweg komen we ook weer een lang stuk door Frankrijk. Eerst in het zuiden naar Avignon en dan vanaf Mulhouse naar Aken. En alhoewel het Frankrijk was, voelde het als Duitsland. Veel vakwerk, kleurige dorpjes en heel veel druiven.

Spanje is een verrassing. We hadden er een keer gefietst met Cycletours maar dat was in een toeristisch gebied bij Barcelona. Eerst zitten we nog op de Camino die hier pas echt begint te leven. Veel wandelaars, veel gezelligheid en mooie steden met prachtige kerken en kathedralen. De kers op de taart had Santiago de Compostella moeten zijn maar het echte einde voelde ik pas bij Finisterre.

Na Lissabon gingen we nog een stuk door Spanje. Nu meer het binnenland in de vorm van Extremadura. Het was er leeg en erg heet. Kleine dorpjes maar overal een bar (voor koffie) en een winkeltje. En we komen erachter dat Spanje echt niet vlak is. Veel klimmen en dalen. Maar dit geeft ook weer prachtige uitzichten. Hoogtepunten in dit deel zijn Badejoz, Guadalupe, Segovia en Zaragoza. Ook Spanje staat weer op de wensenlijst voor een bezoek.

Maar het meest heb ik genoten van Portugal. We fietsten een langs stuk langs de kust wat voor een kind van de zee altijd een genot is. Het mooie weer, de grote golven, de authentieke dorpjes en de vriendelijke mensen maken het reizen daar één groot feest. Ik ben daar een fan geworden van azulejo’s. Daarnaast waren de grote steden die we bezochten ook hoogtepunten. Ik heb hele goede herinneringen aan Porto en Sintra. Lissabon is ook prachtig maar het eendaagse bezoek was eigenlijk te kort. Naar Portugal wil ik graag nog vaker. Het stuk langs de kust wil ik nog wel eens doen. Lissabon wat beter bezoeken en het deel onder Lissabon hebben we nog niet gezien. Gelukkig hebben we nog zeeën van tijd.

Nogmaals, het was de reis van ons leven. En ik had geluk met mijn reisgezelschap. Om 140 dagen continu met elkaar door te brengen, moet je elkaar heel goed aanvoelen. Er is wel eens wrijving geweest maar ik mag me een gelukkig mens rekenen met Saskia als (reis)partner.

Ik sluit af met de selfie-parade. Dat is de foto die we (bijna) elke dag maakten. Deze heb ik achter elkaar gezet en worden telkens 2 seconden getoond. Ik hoop dat deze foto’s weergeven hoeveel we genoten hebben.

Noot: De selfie-parade is 30 Mb, laden kan dus even duren.

Home Sweet Home

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic to creativity. When we get home, home is still the same, but something in our minds has changed, and that changes everything.

Dag 133:

We hebben besloten om een extra dag in Aken te blijven om de stad te bekijken en wat energie op te doen voor het laatste stukje naar huis. Aken geeft me een beetje hetzelfde gevoel als Groningen. Niet al te groot, studentenstad, oude gebouwen en een winkelstraat. Een gezellige stad. Je kunt mooi in één dag de bezienswaardigheden bekijken, als je geen musea doet. Want dan heb je een dag extra nodig.
In dit soort gevallen is Mevr. van der Veeke reisleider. Ze zoekt op internet uit wat we gaan bekijken en zoekt er wat achtergrond bij. Zo heeft ze een top-10 gemaakt en tegelijk een stadswandeling uitgezocht die ons bij de meest mooie dingen langs laat lopen.

Aken is natuurlijk bekend van Karel de Grote (7e-8e eeuw) die de stad als residentie had van het Karolingische rijk. Hij liet hier zijn paleis bouwen maar ook de eerste aanzet tot de Dom, die ook wel de Mariekerk genoemd werd. Aken is ook bekend van zijn thermische bronnen die ertoe geleid hebben dat het een kuuroord is geworden. Door de eeuwen heen zijn er vele grote namen geweest om hier in het hete water te plonzen. Wij hebben helaas geen tijd voor een kuur, maar we kijken wel even bij de Elisenbrunnen. Het water wat er stroomt stinkt naar zwavel en is heet.

Achter de bron is een leuk parkje met de fontein ‘Kreislauf des Geldes’, een opvallende beeldenpartij. Overal in Aken staan overigens beelden wat de stad erg de moeite waard maakt.

Daarna gaan we naar de schatkamer van de Dom. Hier hebben ze een (groot) aantal religieuze schatten en relikwieën verzameld. Het is een mooie collectie maar ik blijf er moeite mee hebben dat de kerk dit allemaal over de ruggen van de arme mensen heeft verzameld. Indrukwekkend vind ik de schilderijen en de relikwie van Karel de Grote.

Daarna gaan we de Dom in. Het eerste gebouw in Duitsland dat op de Unesco Werelderfgoed lijst kwam te staan. Ook dit is een toonbeeld van rijkdom en kunst. Het was lang geleden dat we in een kerk waren. Alles is in tip-top conditie en het is een feest voor het oog om hier rond te lopen. Mooi concept vind ik dat je niet mag fotograferen, tenzij je een kleine bijdrage (€1) betaalt. Sympathiek en zo harken ze toch een aardig bedrag binnen want iedereen wil er wel een euro voor betalen.

Voor de rest volgen we de stadswandeling en komen we langs een aantal markante punten. Het Rathaus staat aan de voorkant helaas in de steigers, maar de achterkant is ook mooi. Haus Löwenstein is het oudste gebouw (1345) in Aken maar ziet er nog prima uit. En van alle beelden in de stad is Poppenbrunnen nog wel een van de mooiste. Tenslotte heeft Aken een boel mooie winkels, iets waar Mevr. van der Veeke met name van geniet. Want op het winkelvlak is het de laatste maanden wat karig geweest. Nu kan ze dat allemaal even inhalen. Pech is wel dat al dat moois niet in haar fietstas past.

Dag 134:

Het is koud en bewolkt. Voor het eerst sinds maanden hebben we flinke plensbuien. Gisteren middag ook al maar toen zaten we binnen. Tijdens twee grote buien kunnen we gelukkig schuilen, dus we houden het redelijk droog.

Het landschap tussen Aken en Maastricht is flink heuvelachtig, dus we nemen afscheid van de route met een paar laatste klimmetjes. Al na een kilometer of zeven gaan we bij Lemiers over de grens. Niet eerder was ik zo lang in het buitenland. Een record van 128 dagen. Overigens zijn we maar een klein stukje in Nederland. Vlak na Maastricht gaan we weer de grens over naar België. In Maastricht hebben we eerder op de Markt een heerlijke wok gegeten. Als we er langs komen, zie ik dat hij er nog steeds zit. Mooie gelegenheid om alvast een warme maaltijd naar binnen te schuiven. Een soort van gezonde McDonalds want het wordt vers gemaakt met veel groenten.

Voor de weg naar huis is geen route. Ik heb via de routeplanner van de fietsersbond zelf een route naar het noorden gemaakt. Tenminste, ik heb opgeven wat ik wilde en hij heeft de route gemaakt. Ik had gekozen voor een autoluwe natuurroute en wordt niet teleurgesteld. Er worden prachtige fietspaden gekozen maar soms wat kunstmatig om drukke weg of dorp heen. Die lusjes slaan we natuurlijk over. We zitten eerst langs de Maas maar komen al vrij snel op een fietspad langs de Zuid-Willemsvaart. Mooi fietsen met als minpuntje dat we wind tegen hebben.

Eindpunt van de dag is Maaseik. Zo brengen we toch nog een nacht in het buitenland door. Na veel wikken en wegen besluiten we toch een B&B te boeken. De campings zijn er erg kaal en het weer is koud en nat. Zo zitten we toch weer luxe, met stroom en wifi in een warme slaapkamer. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

Dag 135:

De overnachting in B&B de Koddige Kater is met ontbijt. We worden er flink verwend. Zelden heb ik zo’n lekker ontbijtje gehad met ‘scrambled eggs and bacon’. De Koddige Kater is een smaakvol ingericht pand met (eet)cafe. We zien dat dit maar één dag in de maand open is, De eigenaar vertelt ons over het ontstaan van het B&B. Het pand was een bouwval dat vanaf de grond weer opnieuw opgebouwd is. Al zijn geld ging erin maar vlak voor de opening werd een slopende ziekte bij zijn vrouw vastgesteld. Dat lijkt nu onder controle maar daardoor konden ze het niet zo exploiteren zoals ze wilden. Vandaar dat het bij die ene dag bleef. Jammer, de entourage verdient meer.

Wij verlaten in alle vroegte Maaseik. Op de markt nagestaard door de gebroeders van Eyck. Vrij snel komen we bij Thorn weer op Nederlands grondgebied. Dit gaat zonder merkbare grensovergang. In Thorn, het witte stadje, zijn we vaker geweest dus we fietsen er alleen doorheen.

Verderop komen bij het kanaal Wessem-Nederweert. Deze brengt ons en één rechte streep noordwaarts. Ze doen nog een poging om ons tegen te houden, maar dat gaat niet lukken. Het is de zoveelste afgesloten weg waar ze geen goed alternatief voor aangeven. Als fietser moet je het zelf maar uitzoeken, vaak door kilometers om te fietsen.

Voor de rest zitten we veel in de Limburgse bossen met hier en daar een klimmetje. Het weer is wat vriendelijker dan gisteren en het is mooi fietsen, over een mooie route, door een mooi landschap. Al vroeg in de middag zijn we in Deurne waar we de camping opzoeken.

Het leukste van de dag moet nog komen. Onze fietsvrienden Kees en Corrie fietsen dit weekend met ons mee. Kees zien we ’s middags al en Corrie komt ’s avonds pas want ze moest nog werken. We vinden het erg leuk dat ze een stukje met ons meefietsen. Dat voelt als een welkom onthaal in Nederland.

Dag 136:

Vandaag krijgen we een nog grotere verrassing dan gisteren. Onze goede vrienden Anko en Aukje, uit ons dorp, zijn in de buurt en stellen voor om ergens koffie te drinken. Het lukt een rendez-vous af te spreken. We vinden het ontzettend leuk om ze weer te zien en beseffen nu pas hoe lang we weg zijn geweest. Een hele fijne ontmoeting.

Maar goed, daarna moet er toch echt weer gefietst worden. Dat gaat met Kees en Corrie anders dan met z’n tweeën. Het tempo ligt nu een stuk hoger dan we gewend zijn om te fietsen, dus we moeten flink aanpoten. Dat doen we overigens zonder een spier te vertrekken.

En de pauzes met hun zijn véél langer en ook véél gezelliger. Kees is een wandelende encyclopedie en weet heel veel te vertellen van de omgeving waar we doorheen gaan.

Door het platteland van Limburg en Brabant meanderen we ons weer een weg naar de Maas. In Boxmeer doen we boodschappen en moeten we een tijdje schuilen voor de enige bui van de dag. Met koffie en brownies is dit geen straf. Bij Cuijk is het kermis en moeten we omrijden om bij de pont te komen. In Groesbeek vinden we een mooie kleine camping waar we als enigen op het trekkersveldje staan en het centrum binnen loopafstand zit.

Dag 137:

We kunnen de tent verrassend droog inpakken. Eerst gaan we naar Nijmegen waar we koffie drinken met kraakverse cheesecake. Hij werd gemaakt terwijl we wachten en smaakt goddelijk. Via de spoorbrug steken we de Waal over. Het deel hierna is het minste van de hele route. Er is hier veel bebouwing en weinig keus in fietspaden. In Elst doen we even boodschappen en lopen vast op de rommelmarkt. Bij Driel steken we de Neder-Rijn over via een voet/fietsveer.

Aan de overkant hebben we een lange lunch want we hebben afgesproken met andere fietsvrienden, Gaele en Loes, die van de jubileum bijeenkomst van de Wereldfietser komen. Loes heeft de eerste dagen van de tocht met ons mee gefietst. In de tussentijd heeft ze op de ukelele leren spelen. Niet zo goed als mijn favoriete ukelele-speelster maar goed genoeg om op te treden bij het wereldfiets-weekend. Met name Mevr. van der Veeke vindt het jammer dat ze dit gemist heeft want ze is nogal van het meezingen. Gelukkig geeft Loes, speciaal voor ons, een privé optreden zodat dit gemis slechts een herinnering is.

Door deze lange pauzes zijn er nog maar weinig kilometers gemaakt. We fietsen dus nog even flink door. Bij Wolfheze nemen we met spijt afscheid van Kees en Corrie. Het klikt erg goed met hun op allerlei vlakken en het is gezellig fietsen met hun.

Wij gaan nog een stukje noordwaarts over de Veluwe. Op een gegeven moment willen we door het Nationaal Park Hoge Veluwe van Otterloo naar Hoenderloo maar daar schijn je voor te moeten betalen. Twintig euro kosten die acht kilometer. Dat vinden we wat teveel en rijden om. Een minder leuke weg maar voor het geld dat we uitsparen kopen we later bier en bitterballen. Bij Hoenderloo willen we naar de natuurcamping, maar die ligt in het park. Naast de campingprijs moet je dan ook de entree in het park betalen. Dat doen we nog steeds niet dus we gaan op zoek naar een andere camping. Dat leek makkelijk maar de ene camping is gesloten en de andere bestaat gewoon niet. Gelukkig is er nog meer keus en vinden we er nog een. Het is al laat en in de schemering koken we ons potje. Weer een stukje dichter bij huis.

Dag 138:

Het was een heldere, dus weer een koude en natte nacht. En daarom ook een beetje kleumen bij het ontbijt omdat we nog niet in de zon kunnen zitten. Vandaag zitten we het grootste deel van de dag in het bos. Kudos voor de fietsrouteplanner dat er zo’n mooie route gemaakt kan worden. En omdat het maandagmorgen is, zien we niemand. Het is zo rustig in het bos, dat we meermalen de wilde zwijnen tegenkomen.

En voor de rest is het alleen maar erg mooi. Het compenseert een beetje de droogte van Spanje en we genieten enorm van het groen. Van saaie routes langs autowegen krijg je geen energie maar hier hebben we de neiging om steeds harder te gaan fietsen door de route die op en neer gaat en ook veel smalle bochtige paden. Heerlijk.

Pas bij Zwolle komen we weer tussen de mensen. Ook leuk om even door de stad te gaan. Vanavond slapen we bij onze fietsvriendin Ria en om bij haar te komen gaan we via het Haersterveer. Dit is een van de mooiste pontjes van Nederland. Door met twee klossen aan het touw te trekken en heen en weer te lopen, gaat het pontje naar de overkant. Nog helemaal handwerk dus.

Bij Ria komen is altijd feest. Ze verwent ons altijd enorm met drankjes (ze haalt speciale biertjes voor me!) en zet ons altijd een lekkere maaltijd voor. Een heerlijke douche en dito bed maken het af. Met Ria hebben we het Spaanse deel naar Santiago de Compostella gefietst. Daarna hebben we haar niet meer gesproken en hebben dus veel bij te praten. Het wordt dan ook iets later dan anders.

Dag 139:

Na een verwenontbijt nemen we afscheid van Ria. Het is nog ongeveer 130 kilometer naar huis en dat willen we in twee dagen doen. We zien wel hoe ver we vandaag komen. De buienradar dreigt met regen bij vertrek, maar het is een loos alarm. We houden het tot de middag droog.

De nattigheid zit hem niet alleen in de lucht. Ook het landschap is waterig genoeg. We blijven omgeven door water en hebben regelmatig een pont. Altijd leuk. We zitten een tijd in het nationaal park van de Weerribben en daarna komen we in het Drents-Friese Wold. De bossen zijn hier anders dan op de Veluwe. Minder oud en een andere tint groen. Zo buiten de vakantie en met niet heel mooi weer is het hier erg rustig. En ook een prachtige omgeving. Spanje was mooi, Portugal was genieten en Frankrijk prachtig. Maar in ons eigen land is het ook de moeite waard.

In de loop van de middag krijgen we wat last van buien. Het kamperen bij deze nattigheid trekt niet zo. We nemen een B&B in Appelscha en zitten de laatste avond heerlijk comfortabel in onze eigen studio. Dit heeft als voordeel dat we ook nog een keer ons eigen maaltje kunnen maken. We zijn er bijna.

Dag 140:

Het laatste stukje vandaag. Als we opstaan is het blauw maar de buienradar voorspelt niet veel goeds. Er gaat een grote storing over het land en we houden het niet droog. Het maakt ons niet uit. Vandaag komen we thuis!

Eerst gaan we koffiedrinken bij Wim (en Marjan) van Eeden in Veenhuizen. We komen er vlak langs en sinds ze er wonen hebben we hun prachtige huis en tuin nog niet kunnen bewonderen. Door het Drentse en, later, Groninger landschap snellen we naar huis. ‘Snellen?’ Ja, er staan een fikse wind en die hebben we in de rug. Dat schiet lekker op. Inmiddels is de regen ook gearriveerd en hebben we het regenpak aan. Het is eigenlijk de eerste echte regen die we in maanden hebben. En dat geeft meteen een probleem dat we al maanden niet gehad hebben. Om een broodje te eten moet het wel even droog zijn. Dat lijkt het niet te worden dus onze laatste lunch hebben we bij de McDonalds in Hoogkerk. Tegen twee uur rijden we Baflo binnen. Het was 140 dagen geleden dat we vertrokken. In de tussentijd hebben we bijna 7000 kilometer afgelegd en zeven landen gezien. Het is een heerlijk gevoel om weer thuis te komen tussen de eigen spullen. De overbuurjongens hebben de tuin spik-en-span bijgehouden en alles ziet er verzorgd uit. Ik verheug me op mijn eigen bed en de luxe die we thuis hebben ondanks dat we de afgelopen maanden prima zonder konden. Ik verheug me ook op het weerzien met kinderen en kleinkinderen.

Los hiervan hebben we een prachtige reis gehad waarin we veel gezien en gedaan hebben. We hebben andere culturen leren kennen, heel veel leuke en lieve mensen ontmoet en landschappen gezien die ik nooit zal vergeten. De reis is voorbij. Het was mooi zo.

Dit is de een na laatste blog van deze reis. Er komt er nog een met een evaluatie en cijfertjes overzicht. (Ik ben gek op getallen en ik heb van alles bijgehouden.) Ik hoop dat je met deze blog een indruk hebt gekregen van de reis, de landen en de mensen. Ik vond het leuk om te doen, ook al was het veel werk en had ik er niet altijd de energie voor na een dag fietsen. Tot de volgende reis.

Waterwegen

Your true traveler finds boredom rather agreeable than painful. It is the symbol of his liberty-his excessive freedom. He accepts his boredom, when it comes, not merely philosophically, but almost with pleasure. – Aldous Huxley

Dag 126:

Het was heerlijk om weer in een B&B te zitten maar onze kamer was ’s nachts erg warm. Dus het was nog een keer zwemmen, maar dan in bed, Ook hier is de temperatuur, voor deze tijd van het jaar, veel te hoog. Normaal geven we de voorkeur aan een fruit-yoghurt ontbijt, maar we hebben niets dus we zijn blij met het Franse ontbijt. Dit bestaat uit niet meer dan een (chocolade) croissant, wat stokbrood met jam en koffie/thee. Michel, onze gastheer, denkt wel met ons mee want hij heeft een extra stokbroodje voor ons gehaald voor onderweg. Hij vertelt ons dat hij ook de burgemeester is van Raville en hij (her)kent het probleem met de leeglopende dorpen. In zijn jeugd woonden hier 100 mensen meer (nu nog ongeveer 250) en was er nog een kroeg. Maar toen die uitbater met pensioen ging, wilde niemand het overnemen en werd het gesloten. Zo gaat het ook met de andere voorzieningen. Het is tekenend voor Noord-Frankrijk en daarom zijn er geen winkels meer hier.

Toch heeft het lege landschap wel wat voor ons fietsers. De wegen zijn rustig en de uitzichten op elke heuvel weer nieuw. Wij heuvelen ons een weg door dit landschap via Varize, Hayes, Vry en Vigy. In dit laatste dorp vinden we eindelijk weer een winkel annex tabac annex pompstation en kunnen we ook wat beleg op het brood van de burgemeester kopen. Via Kedang-sur-Canner komen we bij Kœningsmacker. Hier vinden we een super om de boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. En hier komen we ook bij de Moezel, die we een stukje zullen volgen. Iets verderop is het dorpje Malling. Deze heeft een municipal langs de Moezel. Hier strijken we neer voor de nacht.

Dag 127:

Het bevalt hier zo goed dat we besluiten nog een dag te blijven. Alle ingrediënten zijn aanwezig; Een mooi plekje, een picknicktafel, stroom, mooi weer en rust. Ik moet alleen even 10 kilometer op en neer naar Kœningsmacker maar voor de rest doen we niet veel vandaag. Heerlijk om even bij te komen.

Dag 128:

Vandaag fietsen we door drie landen. Maar we beginnen langs de Moezel. Bij een (grote) rivier fietsen is altijd leuk. Het is meestal vlak, lekker koel en er is altijd wat te zien met de bootjes. Maar dat laatste valt wat tegen. Op dit deel van de Moezel is weinig scheepvaart en er komen ook nauwelijks bootjes langs. De oevers zijn kilometerslang gevuld met caravans. Het is geen camping maar blijkbaar mogen mensen hier hun sleurhut parkeren. De oevers lopen hier redelijk steil omhoog en zijn beplant met druivenranken. Hier komt de bekende Moezelwijn vandaag. Door de hellingen pakken ze veel zon, staan beschut en door de Moezel blijven de temperatuursschommelingen beperkt. Hier verbouwen ze onder andere de Riesling, de Pinot Gris, de Pinot Rosé en de Gewurztraminer.

We zitten nog maar een klein stukje in Frankrijk en ik heb nog twee Franse postzegels. Zonde om die weg te gooien maar hier zijn geen toeristische kaartjes te koop. Uiteindelijk vinden we twee kaarten bij de bloemenwinkel, al zijn die drie keer zo duur als de postzegel. Niet echt economisch dus. Toch zien we dit niet als belemmering. Een kaartje gaat naar Marten, de bouwer van onze fietsen die ons al meer dan 6000 km vervoeren. Over asfalt, hobbelpaden en rivierbeddingen. Fantastische fietsen.

Bij Apach gaan we geruisloos de grens over naar Duitsland. Apach ken je waarschijnlijk niet maar het ligt vlak naast Schengen. Hier werd op het schip, Princesse Marie Astrid, het verdrag over vrij personenverkeer getekend. Daarom waren we nergens illegaal ondanks dat we soms via slinkse wegen een land binnenkwamen.

We blijven een tiental kilometers de Moezel in Duitsland volgen totdat we uiteindelijk bij Wormeldange de rivier oversteken en in Luxemburg komen.

We verlaten de Moezel dus dat is helaas weer klimmen. Gelukkig is het niet te steil en niet te hoog. Via Mensdorf, Olingen en Rodenbourg gaan we het binnenland van Luxemburg in. Ze noemen het hier le Bon Pays, of het Gutland. Een golvend, vruchtbaar landschap met een zacht klimaat wat de lokale boeren welvaart gaf. We komen ook langs de zendmasten van Radio Luxemburg. Menigeen heeft daar vroeger op het transistorradio’tje naar geluisterd. Ik weet niet eens of ze nu nog in de lucht zijn, maar de masten staan er nog.

Daarna dalen we af door het Mullerthal of het dal van de Ernz Noire. Het is Luxemburg op zijn mooist. Een smalle kloof met watervallen, geërodeerde rotsformatie en bijzondere flora.

En dit alles ligt in een diffuus groen licht door de hoge ligging van de bomen. Prachtig om doorheen te fietsen. Hier vinden we ook de camping voor de nacht. We zetten de tent op naast een beekje. Het geluid van stromend water is rustgevend, maar je moet er wel steeds van plassen. Door de kloof zitten we wel snel in de schaduw. En ‘s avonds wordt het koud en nat. Mevr. van der Veeke zoekt haar skibroek weer op en ik slaap voor het eerst weer met sokken aan. Morgen zon en dan kunnen we weer opwarmen.

Dag 129:

We hebben pech en geluk. De weg waar we langs willen, is barree. Maar omrijden is voor een fietser geen optie hier. Het is een heel eind en heel veel klimmen. We zijn burgerlijk ongehoorzaam en gaan gewoon de weg in. Het helpt dat het zaterdag is, want ze zijn niet aan het werk. Vorig jaar zijn hier grote overstromingen geweest en ze leggen geulen aan om het water beter af te voeren. Met een beetje laveren kunnen we er gewoon langs. Het betekent ook dat we de enige weggebruikers zijn en dat is fijn. Er zijn veel groepen motorrijders op de weg die langs scheuren. Ik klaag niet want ik heb hier zelf ook gereden op de motor.

Ik was vergeten hoe mooi en woest Luxemburg is. Zo dichtbij een paradijs voor wandelen, fietsen en watersport. We zitten de hele dag langs riviertjes. Eerst de Sauer en later de Our.

Ook wisselen we meermalen tussen Duitsland en Luxemburg waardoor ik niet altijd weet in welk land ik ben. Mevr. van der Veeke wil graag kaffee mit küchen in plaats van oploskoffie langs de weg maar ze moet tot Vianden wachten om die te vinden. En dan heb je ook wat. Apfelstrudel mit vanillesauze und eis. In Vianden staat ook het prachtige kasteel boven op de berg. Het stamt uit de middeleeuwen en kwam in 1417 in bezit van de Nassaus. In 1820 werd het door Willem I verkocht en in verval geraakt nu is het weer fraai gerestaureerd.

Bij Vianden moeten we een stukje klimmen om bij het stuwmeer te komen. Daarna blijven we af en aan de Our volgen. We komen op prachtige off-road paden door de natuur. Langs de Our is het vlak fietsen en soms is er geen ruimte voor een weg en dan moeten we klimmen. Als ik het weerbericht mag geloven, is het de laatste dag boven de 30 graden. Of dit goed of slecht is, weet ik nog niet.

Zoals Mevr. van der Veeke snakte naar küchen, zo graag wilde ik een schnitzel. Bij Untereisenbach vinden we die en we hebben een lange lunchpauze. Gelukkig is het nog maar een klein eindje naar de camping bij Dasburg. Het zijn zware kilometers omdat ze omhoog lopen en het bier in de benen is gezakt. Bier!? Ja, schnitzel zonder bier is als een tang zonder varken.

Op de camping vinden we eindelijk het malse gras in een groene omgeving waar we al die maanden naar verlangden. Het zal wel weer nat worden vanavond maar dat hebben we er graag voor over. Morgen is het 10 graden koeler en verlaten we Luxemburg. We hopen dan ergens in België terecht te komen. Maar het kan ook Duitsland worden.

Dag 130:

We zijn ineens van de zomer in de herfst gestapt. Het is zomaar 15 graden kouder en bewolkt. Geheel verkeerd gekleed zit ik op de fiets. Voor het eerst in lange tijd heb ik het koud. Maar niet voor lang, we moeten eerst stijgen naar Dasburg en daarna nog hoger. En dat gaat met een flink percentage. Ondanks dat ik het koud heb, loopt het zweet in de bilnaad. Na een uurtje klimmen zijn we boven en zouden we heel graag een kafee mit küchen willen hebben. Maar ook hier in Luxemburg zijn de dorpen zonder voorzieningen. Van oudsher is het een arm gebied. Tot in het eind van de jaren vijftig was het schrale grond waar je weinig mee kon. Daarnaast werden de landjes bij elke erfenis kleiner verdeeld. Hier kwamen twee oplossingen voor; kunstmest en vertrekkende jeugd. Hiermee kon er voor meer welvaart worden gezorgd.

We volgen een tijdje een heuvelrug en dalen dan af naar België. Ook weer tijdelijk, want soms zitten we ineens weer in Duitsland. En om de landelijke verwarring nog groter te maken; In Belgie spreken ze soms Duits en in Duitsland soms Frans. Afijn, hier pakken we wel de Vennbahn Radweg op. In 2014 was het de fietsroute van het jaar. 125 kilometer, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer, over een oude spoorbaan. En sinds die tijd stond hij ook al op mijn lijstje om te fietsen.

De spoorlijn werd 125 jaar geleden aangelegd tussen Aken en Luxemburg Om steenkolen te vervoeren naar het Ruhrgebied. Hoogteverschillen werden zoveel mogelijk weggewerkt met viaducten, bruggen en taluds. Daarom is hij ook zo mooi fietsbaar. Ondanks de heuvels in het terrein is de gemiddelde stijging maar 2%. De spoorlijn was in gebruik tot de 2e Wereldoorlog. Daarna was het economisch belang niet zo groot meer en de oorlogsvernielingen aanzienlijk zodat hij niet meer opgelapt werd. In de jaren 90 is geprobeerd er een toeristisch treintje van te maken, maar dat is nooit rendabel gekregen. Daarna is de lijn verbouwd naar een fietspad waar wij nu over fietsen. Het heeft wel 15 miljoen gekost maar dan heb je ook wat. Het is inderdaad een feest om te berijden. Veelal mooi asfalt, voldoende rustplaatsen , mooie omgeving en gemakkelijk te fietsen. We zijn niet de enigen die er gebruik van maken. In al die maanden hebben we nooit zoveel andere fietsers gezien. Via St. Vith zoeken we een kleine camping op in Deidenberg. In de avondzon warmen we nog op. Maar als ook de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de temperatuur dramatisch. In de kantine kunnen we de avond uitzitten tot we in de slaapzak kruipen. Hierbij is Mevr. van der Veeke volledig gekleed en ik heb ook meer aan dan de afgelopen maanden.

Dag 131:

Met 6 graden Celsius vannacht was het fris, maar we hebben het niet koud gehad in de slaapzak. Ik had de omschakeling liever geleidelijk gehad, dan hadden we er nu aan kunnen wennen. Het was een heldere, natte nacht en nu is het weer mooi weer. Ik heb mijn hemmetje onder uit de tas gediept en met de zon erbij warmt het snel op.

We zitten de hele dag op de Vennbahn Radweg. Hij gaat bijna de hele dag geleidelijk omhoog, dus niet gemakkelijk fietsen. De omgeving houdt ons in het begin nog geboeid. Heuvels, kloven en vergezichten. En daarnaast restanten uit een eerder tijdperk. Later in de dag komen we meer tussen de bomen en wordt het wat saai. We hebben nog even een afleiding als, tijdens de koffie, een oude mannenclub langs komt. Ze vragen waar ze bier kunnen krijgen. Ik wijs op mijn horloge dat het pas half elf is. Voor hun is dat geen beperking. Bij gebrek aan bier komt de schnapps uit de tas. Ze zijn tussen de 70 en de 80, dus ze hebben weinig meer te verliezen.

We komen langs Monschau maar besluiten het te laten voor wat het is. Vanaf de Vennbahn ga je een diep gat in. Erheen gaat wel, maar om eruit te komen moeten we 150 meter klimmen. Daar hebben we vandaag geen zin in. We zijn daarom op tijd op de camping en dat is fijn. Er is een tentenveld met veel ruimte in de zon. En er is een tafel met stoelen voor de fietsers beschikbaar. Zo zouden meer campings moeten zijn.

Dag 132:

Vandaag hebben we het laatste stukje Vennbahn Radroute. Nog 30 kilometer tot Aken. Daar hebben we voor twee nachten een AirBnB geboekt bij David om de stad te kunnen bekijken. Maar 30 kilometer dus en ook nog allemaal afdalend. Makkie vandaag. We staan dus wat later op en de tent staat ’s ochtends in de zon zodat hij kan drogen. We doen lang over de koffie en de lunch want we kunnen pas om twee uur aankomen. Voor de rest is het veel bosbaden vandaag. Het zijn prachtige groene bossen en we rollen zo vanzelf naar Aken. Het lijkt erop dat het klimmen voor deze reis erop zit.

Dinsdag 21 augustus: Niederland – Koppl

66 km (totaal 1599 km)
627 hoogtemeters
Camping Huberbauer (€17,50)

De reis zit erop
Hoofd vol met ervaringen
Genieten van rust

Door het heldere weer vannacht en het hoge gras zou een dweilpauze in de tent niet misstaan. Maar goed, het is weer prachtig weer vandaag en de tent drogen we later wel. Het is de laatste dag fietsen. Eerst naar Salzburg. Dan het allereerste deel van de route die we nog niet gedaan hebben. En tenslotte nog een verbindingsstukje naar de camping waar de auto staat. De route van vandaag is weer uitzonderlijk mooi. Nauwelijks autowegen, veel spannende paadjes en veel door de natuur.

We komen nog even in Duitsland. Dat zet het aantal landen van deze vakantie op vijf. Ik zie het alleen aan de GPS en Mevr. van der Veeke zit goed op te letten en ziet nog een bordje in de berm. Als we in Oostenrijk terugkomen is er helemaal geen indicatie dat dit gebeurt. Zo vervagen alle grenzen natuurlijk.

Naar Salzburg toe worden de bergen steeds lager. Je zou het nauwelijks bergen meer kunnen noemen, het zijn meer heuvels. Maar soms stoppen we even om te kijken waar we vandaan komen. Om het afscheid te verzachten tonen de bergen zich op hun mooist.

Bad Reichenhall is een Duitse plaats die vooral bekend is van zijn zout- en pekelproductie. Je kon er in baden, je kon het drinken en je kon het snuiven. In 1834 is de stad bijna tot de grond toe afgebrand omdat ze een brandende bezem niet blusten. En waarom niet? Omdat er toevallig een overheidcommissie op bezoek was en die wilden ze niet verstoren. Verkeerde keuze lijkt me. Ons valt op dat ze de stad daarna weer mooi opgebouwd hebben. Hier is geen sprake van vergane glorie. Het is een prachtige en levendige stad.

Meestal maak ik onderweg zelf een bakje koffie. Omdat het een feestelijke dag is -onze schoondochter Rosa is jarig- nemen we eens een keer een koffie en een gebakje bij de bakker.

Bij kasteel Marzol staan we even stil. Het is in de 15e eeuw gebouwd en is zoals een kasteel moet zijn. Vier hoektorens, kantelen en een robuuste uitstraling. Ik mis alleen de prinses in de toren.

Via fietspaden worden we Salzburg binnen geleid. De stad wordt gedomineerd door een vesting op een onneembare rots. Hier wordt al sinds mensenheugenis zout gewonnen. Vandaar de naam Salzburg en de Salzkammergut regio. Ook de ligging aan de rivieren Saalach en Salzach heeft aan de economische ontwikkeling meegeholpen. De stad is ooit Keltisch begonnen, onder de Romeinen ontwikkeld en later een bisdom geworden. En natuurlijk is Mozart hier geboren. Zonder hem hadden we nooit de Mozartkugeln gehad.

In het centrum moeten we ons weer een weg banen door Japanners en Chinezen maar we krijgen toch een kleine indruk van de stad. Hij is prachtig. Morgen trekken we een dag ervoor uit om hem goed te bekijken. Voor nu geef ik één foto en dat is meteen een reden om naar Salzburg te gaan.

In principe zit de route er nu op, maar we hebben nog een stukje van 20 kilometer wat we bij aanvang hebben overgeslagen. Die loopt boven de stad langs en betekent toch weer even klimmen voor ons. We hebben genoeg geoefend dus dit is geen probleem. En dan nog even puzzelen om bij de camping terug te komen waar de auto staat. Ook dat lukt en tegen half vijf sluiten we de ronde af met bijna 1600 kilometer op de teller. Het was weer een fijne tocht en ik ben altijd blij dat het zonder ongelukken en grote pech afgesloten kan worden.

Als ik de auto op wil halen, dan doet hij helemaal niets meer. De accu is compleet leeg. Ik moet even nadenken hoe dit kan gebeuren want de auto heeft hier een beveiliging voor. Maar dit jaar heb ik een anti-marter apparaat laten installeren en die by-passed deze beveiliging en trekt rechtstreeks stroom van de accu. Na een maand is die wel ongeveer leeg. Gelukkig biedt de Oostenrijkse wegenwacht uitkomst. Even de lader erop en hij doet het weer. Ik moet wel even 30 kilometer rondjes rijden maar dit is weer eens wat anders dan fietsen.

Hiermee sluit ik deze verslagronde weer af. Ik wil speciaal Saskia bedanken voor alle bijdragen in de vorm van tekstcontrole, foto’s, haiku’s en natuurlijk de onmisbare gezelligheid. Een tocht ‘maak’ je samen. En de lezers bedankt voor het lezen en de opbeurende commentaren. Het is altijd leuk om een reactie te krijgen. Misschien tot een volgende tocht.

profiel-21-08

kaart-21-08

Maandag 4 augustus: Schermbeck – Stokkum

The whole object of travel is not to set foot on foreign land; it is at last to set foot on one’s own country as a foreign land.

– G. K. Chesterton

We hebben het onweer van gisteren prima doorstaan. Alles staat er nog en het is niet eens allemaal heel erg nat. Vandaag fietsen we het laatste deel van de route ‘Fietsen naar Praag’. 

We beginnen met een klein stukje langs het kanaal en dan naar Gartrop. Hier staat nog een kasteeltje wat we even bekijken. Je kunt er helaas niet in. 

Krudenburg is een mooi authentiek stadje. Er is ook een ruïne, maar die zien we niet direct.

Het stuk tot Wesel is door de bossen. 

Op een zonnig plekje drogen we de tent even en drinken we koffie. Daarna gaan we Wesel is. Bij deze plaatsnaam moet ik altijd aan echo’s denken. ‘Hoe heet de burgemeester van Wezel?’ schreeuwen we dan altijd. 

Na Wesel komen we langs de Rijn en in een rivieren landschap. Hollandser kan het haast niet. Het is net alsof we bij Nijmegen over de dijk gaan. 

Bij ‘Grav-Insel’ ligt de grootste camping van Europa. Er is zelfs een Edeka supermarkt bij. Omdat onze koffiemelk op is, doen we die even aan. Het is werkelijk gigantisch. Gewoon een grote stad, maar dan met tenten en caravans. Niet ons kopje thee.

We fietsen nog een tijd langs een ‘planeten’ weg. Deze hebben we vorig jaar ook in Engeland gezien. De planeten van ons zonnestelsel zijn op relatieve afstand van elkaar langs het fietspad gezet. Bij Pluto en Jupiter is de afstand kilometers. De Aarde en Mars staan vlak bij elkaar. Leuk gedaan.

De Rijn brengt ons via de plaatsjes Rees en Bienen in Emmerich. 

Rees heeft veel mooie beelden in het dorp staan.

Bienen heeft nog een kasteel maar de beelden zonder hoofd geven het een verwaarloosde uitstraling.

In Emmerich sluiten we de route af met een sorbet aan de boulevard. Missie voltooid en nu alleen nog maar naar huis. Dat gaan we de komende dagen doen. 

Iets boven Emmerich gaan we de grens over. We zijn weer in Nederland. In Stokkum vinden we een mini camping. Een veldje met meer fietsers en kleine tentjes. Minimale faciliteiten maar erg knus. Het is dan ook maar €13. We eten nasi, komkommersalade en yoghurt na. ’s Avonds is het voor het eerst echt fris. Geen onweer vanavond. Ik hoop dat we dan wel kunnen slapen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 84,6 (totaal 1700)

Afstand tot Baflo: 166 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 186

Hier zijn we 

Zondag 3 augustus : Hamm – Schermbeck

Travel is more than the seeing of sights; it is a change that goes on, deep and permanent, in the ideas of living.

– Miriam Beard

De overnachting was mét ontbijt. Dus om acht uur schuiven we aan in de eetzaal. Ze hebben een ruime keus voor ons uitgestald. Yoghurt, fruit, warme broodjes en veel soorten beleg. We laten het ons goed smaken.

Vandaag is een lange dag met veel kilometers. We hebben een camping gepland voorbij Dorsten. Dat betekent veel doortrappen vandaag. Het landschap wordt steeds Nederlandser om ons heen. Ik maak nog maar weinig foto’s. Was dit eerder 50 per dag, nu maak ik er nog maar vijf.

Inmiddels zit het hoofd vol met indrukken. Er kan niet veel meer bij. En zeker als het indrukken zijn die ‘normaal’ lijken, dan worden ze al gauw overgeslagen. Hadden we dit landschap aan het begin gehad, dan was er nog ruimte voor geweest. Nu niet meer. Ondanks dat na drie weken vakantie al het ‘onkruid’ uit net hoofd gewied is. 

Het eerste deel van de dag fietsen we nog langs het Datteln-Hamm kanaal. In Werne moeten we even op zoek naar een bakker die op zondag open is. We vinden er een op de markt. We kopen het gebak van de dag en een paar broodjes. Hier is veel meer horeca open dan in het oosten. En er zitten ook nog mensen.

Daarna gaan we de Cappenberg op. Dit is de laatste klim van de route. Viaducten en bruggen daargelaten. Maar deze klim mag eigenlijk geen naam hebben in vergelijking met de anderen. We zijn zo boven.

Cappenberg is ook een slot. Je kunt zo het terrein oplopen en dat doen we dan ook. In de kerk zijn om vijf uur de vespers. Zo lang kunnen we niet wachten maar als je de deur van de kerk opent, dan hoor je ze oefenen.

Na een stuk door het binnenland komen we bij het Wesel-Datteln kanaal. Hier is veel industrie, kern- en energiecentrales. Allemaal voor het hongerige Ruhr-gebied.

Bij Haltern am See hebben we weer de keus; de waterroute of door de stad. We kiezen voor de eerste. Deze is korter en we hebben inmiddels wel genoeg steden gezien. De route leidt ons via gravel- en modderpaden door een ‘naturpark’.

En we fietsenveel langs het kanaal. Hier is eindelijk scheepvaart en veel mensen zijn aan het zwemmen in het kanaal. 

Fietsen langs het kanaal bevalt goed. Lekker vlak en er is genoeg te zien. We kiezen er daarom voor om het kanaal nog wat verder te volgen in plaats van de route langs de Lippe. Die meandert veel meer.

Aan de hand van de kaarten hadden we Dorsten veel stedelijker verwacht. Dat is het niet. Tussen de onderste en bovenste helft van deze stad loopt het kanaal en de Lippe als een soort van groene ader.

Camping ‘Schult am Anker’ is een conglomeratie van caravans en hutjes. Ze zitten duidelijk niet op fietsers te wachten. Er is bratwurst en bier aan grote tafels. Daar is geen plek voor ons. Ze vragen wat we komen doen. Als ik aangeef dat we willen kamperen dan komt er ‘kein platz’. Je kunt hier alleen terecht als je van te voren reserveert.

De volgende camping is een besloten camping. Daarna komen we bij de ‘Sybergshof’. Deze heeft een omhegd plekje voor ons. Hiervoor betalen we €14 en douchen is €1 per keer. Helemaal goed.

Omdat de winkels op zondag dicht zijn, gaan we uit eten in Gahlen. Daar is ook weer een restaurant dat om zes uur sluit, maar een ander heeft billijkere openingstijden. Saskia wil al een hele tijd bratkartoffln en dat is nu gelukt. 

Het onweer is laat vanavond. Maar het lijkt heviger dan ooit. We zitten nog een tijdje buiten maar het lijkt wel of we in een fotostudio zitten met al die flitsen. Voor de zekerheid bind ik alles goed vast. Zelfs de fietsen. Ze zouden maar wegwaaien, dan kunnen wij niet verder morgen. Als het donker wordt, begint het te regenen. Tijd om naar bed te gaan. Daar doet de donder ons schudden op de luchtbedden. Maar het getik van de regen sust ons zo in slaap. Verder niets meer gemerkt van het slechte weer.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 94,9 (totaal 1615)

Afstand tot Baflo: 190 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 320

Hier zijn we 

Zaterdag 2 augustus : Paderborn – Hamm

It always rains on tents. Rainstorms will travel thousands of miles, against prevailing winds for the opportunity to rain on a tent. 

– Dave Barry

Vandaag volgen we weer de Römer-Lippe route. Deze heeft veelal rustige gravelpaden en hier en daar wat asfalt. Je merkt dat het zaterdagochtend is omdat er meer joggers zijn dan door de week.

In Delbruck gaan we op zoek naar brood en wat lekkers voor bij de koffie. Ik denk slim te zijn en volg het ‘Altcentrum’. Dit brengt me bij het bejaardentehuis in plaats van het oude centrum, zoals ik dacht. De route brengt ons gewoon langs een grote supermarkt met inpandige bakker.

Daarna fietsen we een hele tijd langs het ‘Boker’ kanaal. Het is 32 kilometer lang en in 1853 geopend. Dus met de hand gegraven. Maar het is zo smal en er zitten sluisjes in, dat mij het nut ontgaat van dit kanaal. Waarom hebben ze niet gewoon een goede weg aangelegd? Hier hebben nauwelijks boten doorheen kunnen gaan. Thuis maar eens nazoeken.

Als we bij Lippstadt komen, gaan we even van de route af om de stad in te gaan. Er is een mooie witte kerk en een prachtig bronzen beeld te zien.

In Hellinghausen hebben we een mooie cache. Het vertelt van twee zusters. Een rijk en een arm. De rijke wil de arme niets geven, zelfs niet als haar kinderen verhongeren. Ze wenst liever dat haar brood in steen verandert, dan dat ze het aan haar zus geeft. De volgende dag is haar brood een steen geworden en daar schrikt ze zich dood van. Het grappige is dat het stenen brood in het kerkje ligt.

De vervolg kilometers zijn wat verwarrend omdat alle namen hier op elkaar lijken. Moeten we nu naar Hellinghausen, Bellinghausen of Vellinghausen? Gelukkig schept de GPS duidelijkheid in deze verwarring.

We hebben nu een lang stuk langs rivier de Lippe. We passeren een enorme kerncentrale. De eerste van velen hier. Vlak voor Hamm ruilen we die voor het Datteln-Hamm kanaal. Hier hebben we twee keuzes; het kanaal verder volgen of een rondje buitenom. Bij dat laatste belooft het boekje van alles. Klapper is wel het zelf bediende pontje over de Lippe. Maar ook Schloss Oberwies en Haus Hessen krijgen we te zien. Mag je niet missen.

Ik zie de bui al hangen. Er zwerven kuddes e-bike bejaarden rond. En als we bij het pontje komen zien we de mensenmassa al staan. Op een bankje zitten drie heksen. Als ik ‘lijk’ voor te dringen (ik doe het niet) heb ik hun toorn al te pakken. Je mag maar met zes mensen tegelijk op het pontje, terwijl er wel tien op passen. Als ik dat noem, dan lijkt het of ik ze een oneerbaar voorstel doe. ‘Nee, zo doen we dat hier in Duitsland niet’. Ik moet gewoon geduldig wachten tot ik aan de beurt ben. De dames zijn met hun partners van de fietsclub op stap. Je beweegt het pontje door aan een ketting te trekken. Gelukkig doen zij dat maar het is wel jammer dat ze met twee man terug komen om de heksen op te halen. We gaan er toch bij en overschrijden de limiet. Gelijk loopt net pontje vast en is moeizaam weer los te trekken. Hulde voor de fietsmannen. Ze kunnen prima trekken, maar dat zou ik ook met zulke vrouwen.

Aan de overkant gaan we er snel vandoor. We kijken nog even bij Schloss Oberwies waar een trouwerij gaande is. Van Haus Hessen is een meisjes gymzaal gemaakt.

Bij het hostel, waar we willen kamperen, is niemand. Alleen tussen 5-6 is iemand aanwezig. Er zit een meisjes voetbalkamp in en de trainer geeft aan waar we waarschijnlijk de tent op kunnen zetten. Hanneke en Jan, van de vorige camping, arriveren ook. We zetten het tentje op en ik doe even boodschappen bij de dichtstbijzijnde super. We hadden gehoopt weer voor €5 mee te kunnen eten bij het hostel, maar dat zit er niet in. In plaats daarvan eten we paella, een salade met haringsaus en een yoghurt toetje.

De meneer van het hostel is inmiddels gearriveerd. Voor €9,50 per persoon kunnen we kamperen én ontbijten. Het kan niet zonder ontbijt. De mededeling dat ik net ontbijt in de winkel gehaald hebt doet hem niet heroverwegen. Hij kent maar één manier en dat is nu eenmaal mét ontbijt.

Om ons heen rommelt het weer in de lucht. Maar we krijgen respijt. Pas als het eten op is en de afwas is gedaan barst het los. Ik kan net geen koffie meer zetten, maar dat kan even later in de dweilpauze. De rest van de avond brengen we door in het tentje terwijl het gezellig tikt. En aangezien je dan niet veel anders kunt doen dan slapen, brengt Saskia dat in de praktijk. Ik hou het nog iets langer vol, maar moet tenslotte ook toegeven aan het sluiten van de ogen. Morgen maar zien wat het weer brengt.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 85,9 (totaal 1520)

Afstand tot Baflo: 207 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 86

Hier zijn we 

Vrijdag 1 augustus : Warburg – Paderborn

All journeys have secret destinations of which the traveler is unaware.

– Martin Buber

Op deze camping zijn veel fietsers. Het ligt dan ook op een keerpunt. Onze vorige camping was 65 kilometer terug. Vandaar dat mensen hier vaak op uitkomen. Elke dag komen we wel zo’n 20 tot 30 mensen tegen die naar Praag gaan. En nu zitten hier op de camping wel tien. Het is ook voor het eerst dat we mensen tegenkomen die ook naar huis fietsen. Jan en Hanneke hebben niet alleen dezelfde bagage als wij, maar ook nog een kar erachter met twee peuters erin. En daarmee fietst Jan dezelfde bergen omhoog als wij. Respect voor deze gozer!

En van al deze fietsers zijn wij als eerste op pad vanochtend. Meestal is dat niet zo. Als we rond half negen vertrekken zijn anderen allang weg. 

Het voordeel van vroeger op pad gaan is dat het nog lekker koel is en rustig op de weg. We volgen nog steeds de Diemel. En al vrij snel komen we bij de laatste echte puist in het hoogteprofiel. We gaan over de Schneefelder berg. Deze is 427 meter hoog. Dat betekent dat wij ruim 250 meter moeten klimmen. Het is weer even wennen en langzaam komen we boven. Daarna volgt een lome afdaling tussen lommerrijke lanen.

We stappen even over op de Altenau route. Dit riviertje staat trouwens helemaal droog. En al een tijdje aan de begroeiing te zien. We hebben hier een leuke cache. Want op het moment dat ik hem gevonden heb, heeft Saskia hem ook gevonden. We kijken elkaar smalend aan, want beide denken we dat de ander ongelijk heeft. Maar we hebben beide gelijk want er liggen er twee!

De vakwerkhuizen zijn nu echt voorbij. Het zijn nu gestuukte  huizen en ook al wat baksteen. Een enkele keer is er nog wel een soort van semi-vakwerkhuis. Je ziet nog wel vakken met balken, maar geen versieringen en kleurtjes. Het landschap wordt ook steeds Hollandser.

En er zijn weer religieuze beelden langs de weg. De meeste heiligen worden opgesloten als criminelen, maar Jezus hangt altijd open en bloot langs de weg. Telkens kijk ik of hij een baardje heeft of niet. Want vorige week was hij als bezienswaardigheid zonder baard. Ik had het idee dat dit wel vaker zo was. Niet dus. Elke Jezus die ik tegenkom heeft een baard. Let er maar eens op.

In Altern komen we pas de eerste bakker tegen. Koffietijd is allang voorbij maar dat houdt Saskia niet tegen om een dubbele portie te kopen. 

Hier gaan we ook op zoek naar de ‘Spieker’. Dit is een van de echte vakwerkhuizen in deze streek. Hij staat er al 400 jaar. We kunnen het tenslotte niet laten en moeten voorzichtig afkicken. En ik moet toegeven. De ‘Spieker’ staat er mooi bij.

Iets voorbij Etteln staat de ‘Kluskapelle’. Een kerkje opgedragen aan de heilige Lucia. We kunnen ook even binnen kijken en constateren dat ze binnen gelukkig niet achter de tralies hoeft. Voor de kerk eten we het gebak op en stellen vast dat het tijdstip van opeten niet van invloed is op de smaak.

Bij Paderborn hebben we een stukje Alma route. Daarna gaan we dwars door Paderborn heen. We kennen de stad van de borden en nu zien we hoe hij eruit ziet. Er is een grote kermis en ook markt. We mogen er niet fietsen en gaan lopend door de meute. Zo zien we alles goed. In Paderborn hebben we ook een missie. Het gas om te koken is bijna op en ik heb tot nu toe geen nieuw blikje kunnen vinden. In Paderborn is een grote outdoorshop en we zijn weer een week gered. Hopelijk redden we het hiermee tot het einde van de tocht.

Via Römer-Lippe route gaan we de stad weer uit. We komen langs ‘Schloss Neuhaus’. Saskia denkt dat het een stadje is en ik een slot. Het is beide. Ze hebben een prachtige tuin waar we doorheen kunnen fietsen.

De camping voor vandaag was een dilemma. De ‘Stauterrassen’ staat slecht bekend. Er is nog een camping een aantal kilometers van de route en er is een ‘Jugend zeltplatz’. Omdat de ‘Stauterrassen’ als eerste op de route ligt gaan we toch even kijken.

Zelden zijn we zo vriendelijk en enthousiast begroet. De man is een grappenmaker. We kunnen een Radler krijgen en voor het tentje is een krappe, maar prima plek. En het is ook niet erg duur voor €11,30. Als er wat op te merken is, dan is dit het feit dat er maar één douche is en dat die €1 voor 2 minuten kost. Maar die dingen hebben met elkaar te maken. Kort douchen geeft geen ‘stau’.

We eten gebakken kip, Duitse aardappelsalade en groene salade van komkommer, tomaten en en olijven. Het blijft lang warm ’s avonds, dus af en toe haal ik nog een biertje. Wat dit betreft is het een ideale camping. Zo zouden er meer moeten zijn.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 76,0 (totaal 1434)

Afstand tot Baflo: 232 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 486

Hier zijn we 

Donderdag 31 juli : Hemeln – Warburg

One’s destination is never a place, but a new way of seeing things. 

– Henry Miller

Op de een of andere manier lukt het ons altijd in de buurt van een lantaarnpaal op de camping te gaan staan. En daar komen we dan pas achter als we in bed het lampje uit doen. Ook hier weer. Ik lig er niet wakker van maar ik heb het liever donker. Toch slapen we prima. Dat is dan weer het voordeel van een hele dag inspanning.

We vervolgen de Weser route. Ook vandaag loopt hij weer grotendeels langs een autoweg. Hij is nodig om van de Werra naar de Diemel te komen. Verder is hij niet echt mooi.

Bij Bürsfelde doen we een cache bij de abdij. In de beschrijving lezen we dat je hem ook kunt bezoeken. We kijken even binnen. Hij is Spartaans. Maar wel een mooi altaar. Het is nu een dorpshuis. De dames uit het dorp staan met z’n allen de kaarsenstandaards te reinigen.

Het valt me op dat je op al die rivieren, die we volgen, geen bootjes ziet. Wel kano’s, maar geen motorbootjes. Terwijl de Duitsers toch wel een bootjesvolk zijn. 

Op verschillende plaatsen gaan pontjes over. Bij een van die plaatsen zien we vijfmaal hoe de pont heen en weer gaat terwijl we koffie drinken. Erbij hebben we een stukje Duits gebak. Dat kunnen ze goed, gebak maken. Dat halen we elke dag. We fietsen het er toch wel weer af. Bladerdeeg met maanzaad is een van de favorieten. Dat hebben we vandaag ook. 

Bij Wahnbeck gaan wij met de pont over de Werra. We zijn de enige klanten voor deze vaart ondanks dat hij nog tien minuten wacht. We vragen of er wel eens aanvaringen zijn met kano’s. Deze worden vaak door amateurs gehuurd om stroomafwaarts te gaan en je kunt niet echt remmen met zo’n ding. De schipper vertelt dat hij vorige week nog een paar onder heeft gehad. Het midden van de kiel is glad, daar ga je zo onderdoor. Maar bij de loopbruggen, daar blijven ze onder steken. En omdat hij ook niet kan remmen, worden ze dan doodgedrukt als hij bij de kant komt. Gelukkig heeft hij dit nog niet meegemaakt. Hij vertelt ook dat het water nog steeds aan het stijgen is. Dat ziet hij aan de hoeveelheid drijfhout wat langs komt. In een paar minuten zijn we over en kunnen we weer verder.

Bad Karlshafen wordt ook wel de witte Barokstad genoemd. Ze hebben de meeste huizen hier wit geverfd. Net als het stadje Thorn in Limburg. Weinig vakwerk hier. Dat begint nu echt af te nemen.

We verlaten de Weser en gaan over op Diemel route. Deze rivier mondt uit in Weser. Dit betekent dan ook dat we nu stroomopwaarts fietsen, terwijl we tot nu toe steeds stroomafwaarts gingen.

Vlak voor Trendelburg begint de fiets te zwabberen. Nu gebeurt dat af en toe met bagage, maar dit fietst wel erg dweilerig. Het blijkt dat mijn achterband aan het leeglopen is. Er zit een glas in. En net in een stuk zonder schaduw. Geen nood, er gaat een andere binnenband in en we kunnen verder. De andere band plak ik ’s avonds op de camping.

Trendelburg zelf ligt hoog. Te hoog om even naartoe te fietsen. We doen het dan maar met het zicht op de burcht vanuit de verte. Ook mooi.

Al het slechte weer is helemaal voorbij. Het is behoorlijk heet en heel veel zon. En een lichte wind tegen. De dalen worden breder en de heuvels minder hoog. Dit is wel wat saaier fietsen. Het zijn lange rechte wegen door de weilanden. Er is weinig afleiding. En saai fietsen maakt, bij ons, sneller vermoeid. Je gaat dan ook dingen voelen. Bijvoorbeeld je kont, waar we anders nooit last van hebben. Het gaat vandaag dan ook wat moeizamer dan andere dagen. We slepen ons voort tot Warburg. Met regelmatig eens een stop in de schaduw.

De camping bij Warburg wordt gerund door een Gé Braadslee alias juffrouw mier. Ze zal zeker boven de 65 zijn en ze maakt zicht overal druk om. Puffend en steunend. Ze wordt geholpen door een van de campinggasten, een Hollandse meneer. Het is hier sowieso weer een Hollandse enclave. En Hollandse prijzen. We betalen €17, en het douchen is inclusief.

We hebben geen eten gehaald en kunnen op de camping meedoen met de bbq. Maar gezien het publiek hebben we daar niet zo’n zin in. We fietsen even naar de stad. De ‘altstadt’ is beneden. Die is best mooi maar er is alleen een terras voor drinken geopend. De ‘neustadt’ ligt bovenop de berg. We moeten er flink voor klimmen maar omdat we geen bagage hebben huppelen we als gazelle’s omhoog. Boven kost het ook moeite om wat te eten te krijgen. Het eerste restaurant sluit de keuken al om half zeven (!). Bij de Thai kun je alleen nog binnen zitten. Iets verderop is nog een Italiaan. Die heeft wel een plekje buiten. En daar eten we prima. Na het eten suis ik met 52 km/uur weer naar beneden. En daarna naar de camping. Daar buiken we verder uit en dan naar bed. En deze keer gelukkig niet onder een lantaarnpaal.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 81,6 (totaal 1358)

Afstand tot Baflo: 276 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 448

Hier zijn we 

Woensdag 30 juli : Eschwege – Hemeln

The use of traveling is to regulate imagination by reality, and instead of thinking how things may be, to see them as they are.

– Samuel Johnson

We starten met een degelijk Duits ontbijt. In een eetzaal vol met uitgelaten kinderen. Blijkbaar huist de jeugdherberg ook een kinderkamp. Maar beter zo dan een lege zaal.

Als we vertrekken miezert het. Dat de jas aan moet is duidelijk. Maar met de broek is het altijd draaikonten. Liever niet, want je gaat er zo van zweten. Maar het kan ook net te hard regenen. Ik kies voor niet en alhoewel ik gedurende de dag af en toe blijf twijfelen, is het toch een goede keus geweest. De lichaamswarmte was net wat hoger dan de neerslag graad.

Vandaag hebben we het laatste stuk langs de Werra. Volgens het boekje weer uitermate mooi. Bij Jestad snijden we een stukje af. Niet voor de afstand maar omdat het off-road is en mooi langs de rivier. Als we daar fietsen, is er geen teken van beschaving zichtbaar. Ik kan me voorstellen dat een reiziger 200 jaar geleden hetzelfde uitzicht moet hebben gehad.

.

We komen elke dag wel zo’n 20-30 fietsers tegen die náár Praag gaan. Meestal in clustertjes, want ze komen ongeveer allemaal van dezelfde camping. Je haalt er zo uit wie Nederlander, Duitser of anders is. Dat zie je aan de bouw, de houding en het boekje in de stuurtas. Vandaag zijn we nog niemand tegen gekomen en dat verhoogt het effect van het alleen zijn (maar niet eenzaam!)

Allendorf is bijzonder door zijn romantische straatjes, fonteinen en zijn koopmanshuizen. Het is de ene straat met vakwerkhuizen na de andere. We fietsen er doorheen en het staat er inderdaad allemaal fraai bij. Goed dat ze het ook allemaal zo mooi bijhouden.

Wij blijven de Werra steeds volgen. Hij kronkelt om de heuvels heen, wij kronkelen om de heuvels heen. Soms asfalt, soms steenslag en soms modder. Soms regent het en soms is het droog. 

Soms een stadje, soms een brug en soms een kasteel.

En onderweg veel kunstige fietsen.

Er staat vandaag aardig wat wind en we hebben hem nog tegen ook. Dat betekent gewoon stoempen. En dan gaan de gedachten allerlei kanten op. Zo vraag ik me dan af of je bij een gestage regen natter wordt als je langzaam gaat (omdat je langer onderweg bent) of als je sneller gaat (omdat je dan door de hogere voorwaartse snelheid met meer druppels in aanraking komt). Ik ben er nog niet uit. Misschien dat Steven of zijn even slimme vriendin Rosa hier een wetenschappelijk onderbouwd antwoord op heeft. Zo heb ik ook nog het probleem van de klotsende fles, maar daarover een andere keer. Saskia wordt door hele andere dingen bezig gehouden. Als ze een stel ziet met dezelfde jasjes, dan filosofeert ze of ze die in de uitverkoop met korting hebben gekocht.

Zo komen we in Han.-Munden. Het heeft even geduurd voor we erachter waren waar ‘Han.’ een afkorting van is, maar het blijkt ‘Hannoversch’ te zijn. Het is hier zo mogelijk nog mooier dan Allersdorf met zijn 700 (daar heb je ze weer) vakwerkhuizen. Ook hier fietsen we het hele stadje rond om alles te bekijken.

Bij Hann.-Munden houdt de Werra route helaas op. Hij komt hier samen met de Fulda en dan worden ze gezamenlijk de Weser. Met de bijbehorende Weser route. De eerste indrukken van deze route zijn niet zo goed. We zitten het eerste deel langs een drukke autoweg. Weliswaar op een eigen fietspad maar met lawaai van de auto’s. En dat was iets wat bij de Werra niet gebeurde. 

Bij Hemeln moeten we kiezen. Daar kamperen of nog 15 kilometer verder? Het is inmiddels droog en helder geworden. En omdat de extra kilometers alleen maar van het traject van morgen gaan besluiten we hier te blijven. 

De dame van de receptie is een echte Duitse tante. Streng en kortaf. We moeten €15 betalen en voor de douche nog eens 50 cent. In de douche zie ik trouwens het meest vreemde bordje hangen dat ik ooit ben tegengekomen. Ik mag hier niet mijn haren, wenkbrauwen en wimpers verven. Huh!? En mijn snor dan? Tegenover ons zit een kluizenaar in een caravan. Wij dachten dat hij onbewoond is, maar soms zien we even een schim in de voortent.

We hebben geen boodschappen kunnen doen. De ‘bistro’ serveert hier worst en patat, dus we kiezen voor een blik linzensoep die we aanvullen met Macedonische groenten. En een Magnum na. Die kunnen we wel hebben want mijn broek wordt veel te ruim. In de avondzon brengen we de tijd door. De verwachtingen voor morgen zijn goed. We hebben er zin in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 71,9 (totaal 1276)

Afstand tot Baflo: 295 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 388

Hier zijn we