Een jaar later

Vandaag, precies een jaar geleden, trokken we de deur achter ons dicht, stapten we op de fiets en reden we Baflo uit. Om 140 dagen later pas weer terug te komen. Het was de reis van ons leven. Hoe anders was het geweest als we dit jaar waren gegaan. Of de Corona uitbraak was één jaar eerder. Dit pleit er des te meer voor dromen niet te lang uit te stellen.

Maar goed, onze reis is klaar. De fotoboeken zijn af, het lichaam is weer helemaal uitgerust en de herinneringen zijn gemaakt. Onderweg schreef ik blogs over wat we meemaakten, wat we zagen en hoe we de dingen ervoeren. Mocht je dat (nog) eens na willen lezen dan is deze link een mooi startpunt.

In deze blog blikken we even terug. Wie mij een beetje kent, weet dat ik graag cijfers verzamel en dat heb ik onderweg ook gedaan. Je leest hier over afgelegde afstanden per dag en hoe snel dat ging. Verschilt dat per land? En wat gaven we eigenlijk uit? Per dag en in totaal? Is kamperen goedkoper in Spanje of Portugal? En wat ging er allemaal stuk?
Je leest het allemaal hier.

Het is niet de afstand of de hoogte, maar het gaat om de manier waarop je er gaat komen.

In totaal fietsten we 6880 kilometer door 7 landen. Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens met betrekking tot afstand en snelheid (detail info hier). Op sommige dagen fietsten we in meerdere landen. Het land waar de gegevens aan toegekend zijn, is het land waar we overnachtten.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Ik vroeg me af of het land waar je fietst invloed heeft op dit soort gegevens. Om dit inzichtelijker te maken heb ik een paar gegevens in een grafiekje gezet. Ik heb Luxemburg hieruit gelaten omdat één dag niet een goed beeld geeft. Wat dat betreft zeggen Duitsland en België ook minder met maar vier fietsdagen. Toch heb ik deze laten staan.

Klik op de grafiek om hem groter te zien.

In Portugal fietsten we per dag gemiddeld het minst aantal kilometers. En in Nederland het meest. Frankrijk en Spanje komen ongeveer hetzelfde uit, De enige verklaring van de lagere waarden van Portugal, die ik kan bedenken, is dat er in Portugal zo veel moois te zien was. We hebben daar veel stil gestaan en gezeten om naar de zee te kijken. En ons vergapen aan de prachtige azulejo’s en de kerken. En misschien waren we toen al wat moe.

Wat betreft hoogtemeters (dat is het gemiddeld aantal meters dat we moeten klimmen per dag) scoort Spanje hoger dan Portugal. Dat kan zijn omdat we in Portugal gemiddeld minder kilometers per dag fietsten. Maar voor mijn gevoel was Portugal gewoon vlakker. Zeker langs de kust. Met name op de Camino moesten we in Spanje vaak en veel klimmen. Frankrijk krijgt een groot deel van de hoogtemeters doordat we de col du Somport opgeklommen zijn.

Nederland scoort in beide gevallen het laagst. Ons land is vlak en heeft goede (fiets) wegen. En we fietsten een deel met andere mensen (Loes, Kees en Corrie). Dan maken we langere dagen en fietsen we meer en sneller door.

Dat we in Nederland meer doorfietsten is ook in deze overzichten te zien. Het bewogen gemiddelde is de gemiddelde snelheid die je hebt als je aan het fietsen bent. Bergop gaat dat langzamer, met wind mee sneller. Dat in Portugal het bewogen gemiddelde laag is kan aangeven dat het in Portugal toch zwaarder fietsen was. Ik kan me niet herinneren dat we veel wind tegen hadden. Wel moesten we langs de kust voor elk dorp afdalen en weer omhoog klimmen. En waarschijnlijk dat inmiddels ook de vermoeidheid een rol ging spelen. Alhoewel de Spaanse kilometers natuurlijk bestaan uit een deel vóór en een deel ná Portugal. En het deel na Portugal waren we ook vermoeid.

Het totaal gemiddelde is het aantal kilometers op een dag gedeeld door de totale tijd, inclusief rustpauzes. Daar zie je dat dit voor Frankrijk, Spanje en Portugal niet heel veel scheelt maar er wel kleine verschillen tussen zitten. In Spanje deden we het rustiger aan en maakten we in het tweede deel vaak korte dagen. In Portugal ging het nog rustiger. Steeds meer te zien, denk ik.Op de heenweg in Frankrijk hadden we koud en nat weer. Dat nodigt ook niet uit tot lange pauzes.

Een kanttekening die ik wel moet maken is dat deze gegevens uit de GPS komen. Bij koffie- en lunchpauzes zet ik die vaak uit waardoor hij niet meer verder telt. Dus het eigenlijke totale gemiddelde ligt in werkelijkheid lager dan hier getoond. Meestal zaten we rond negen uur op de fiets en tussen vier en vijf zochten we de overnachtingsplaats op.

Ik wil overal naartoe, maar nergens zijn.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

In totaal hebben we 140 overnachtingen gehad (als ik de laatste nacht thuis ook meetel). Hiervan hebben we precies de helft gekampeerd. De andere overnachtingen waren in hostels, Airbnb, hotels of bij familie en vrienden.

Zoals verwacht is kamperen het goedkoopst. Verrassend om te zien, vind ik, dat de gemiddelde prijs voor een camping in de verschillende landen niet zoveel verschilt. De campings in Spanje en Portugal zijn niet veel goedkoper dan in Nederland. Waarschijnlijk rekenen ze daar op buitenlandse toeristen die een hogere prijs gewend zijn. Twee keer kampeerden we (noodgedwongen) wild. Dit is erg goedkoop maar ook wat onrustig. En ik mis mijn douche na een dag zweten.

Voor een pelgrim hebben we relatief weinig in hostels/auberges gezeten. We kamperen liever en waren toch ook wat afgeschrikt door de luizenplagen die de hostels soms teisteren. De prijs voor de hostel is ook relatief hoog en dat komt omdat ik altijd probeer een privé-kamer te krijgen en die is duurder dan een bed op een slaapzaal.

We zaten 35 nachten in een Airbnb. Uit de cijfers valt af te leiden dat dit goedkoper is dan een hotel. De helft hiervan was tijdens rustdagen in grotere steden (Porto, Sintra, Avignon, Aken), dus relatief duur omdat we dan voor een heel appartement kozen zodat we zelf kunnen koken. De Airbnb bracht ons ook vaak op verrassende plaatsen bij mensen thuis. Booking.com deed dat ook soms. Dat vind ik erg leuk omdat je zo een kijkje bij de mensen thuis kunt krijgen en wat meer contact hebt.

Tenslotte de hotels. Deze waren het duurst en die koos ik als er geen andere mogelijkheden waren. Je ziet ook dat die best wel duur zijn. Maar dan had je soms de luxe van een airco en dat was in de hitte van Spanje en Portugal geen overbodige luxe.

Ik maak altijd een foto van onze overnachting. Hieronder een compilatie.

Noot: De compilatie is 30 Mb dus kan even duren om geheel te laden.

Geld is als mest; het is alleen goed als het wordt verspreid.

Ik kan precies bepalen wat zo’n reis nu eigenlijk kost. Maar het is lastig in te schatten waar dat geld nu precies in zit. Via de afschrijvingen over die periode, kan ik er deze keer wel een gooi naar doen. Als je de vaste lasten, van thuis, zoals belastingen, ziektekosten, energie, etc. niet meerekent dan hebben we gedurende die 140 dagen € 12.606 uitgegeven. Dat is per maand ongeveer € 2750, per week € 630 en per dag €90. Hierin zitten de kosten van het overnachten, het eten, de drankjes, vervoerskosten (pont, taxi, trein), musea en ook wat kosten die we thuis extra maken zoals de overbuurjongetjes die ik betaalde voor het bijhouden van de tuin en wat we onderweg aan spullen (fietsreparatie, kleding etc.) kochten.

Elke dag zijn we voor het ontbijt (fruit, yoghurt en muesli) ongeveer €5 kwijt. Hetzelfde bedrag zijn we ook voor de lunch kwijt (wat brood en beleg).  Elke dag hadden we wel een paar drankjes (bier en cider) die we meestal in de super kochten maar soms ook op een terras dronken. De prijs varieert daarom tussen de €5 en de €10. Als we zelf koken, dan zijn we ergens tussen de €15 en €20 kwijt. Maar in Spanje en Portugal name we vaak een Menu del Dia. Dat was niet duur maar voor twee personen moet je toch wel op €25-30 rekenen. In andere landen ben je zo €50 kwijt als je met zijn tweeën uit eten gaat. We hebben er niet op bezuinigd. Hieronder zie je het staatje met betrekking tot onze kook activiteiten.

En wat je niet moet onderschatten is de koffie onderweg. Normaal kook ik onderweg wat water en gooi er wat oploskoffie in. Kosten per kop ongeveer €0,05. In Spanje en Portugal was de koffie goedkoop (€0,75 – € 1,25) en erg lekker dus we namen dat vaak. Maar opgeteld is dat ook een behoorlijk bedrag. Dit zie je niet terug in onderstaand staatje omdat ik dat meestal contant moest betalen.

Het is ontzettend lastig om de kosten per land te bepalen. Want soms pinnen we in het ene land contant geld dat we in het andere land uitgeven. Een hotel in Frankrijk betaal ik met de credit card maar die wordt pas afgeschreven als we in Spanje zijn. Toch heb ik zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd per land wat vergelijkbare uitgaven te bepalen. In onderstaand overzicht zie je de kosten per dag (of keer). De overige kosten is een totaal van wat we in dat land uitgegeven hebben.

Klik op de tabel om hem groter te zien.

Zoals gezegd is de koffie in Spanje en Portugal (3 bakjes per keer) geschat. De boodschappen in Spanje en Portugal zijn relatief goedkoper (waarbij België wat vertekend is, daar waren we maar kort en gingen we ook drie van de vier keer uit eten). Naast dit uitgegeven geld hebben we ook nog in totaal €4650 gepind en dus contant uitgegeven. Met name in Spanje en Portugal hebben we veel met contant geld gedaan.

Per dag € 90 is best veel. Dat kan een stuk goedkoper. Met wild kamperen bespaar je gemiddeld € 36 per dag. Ga je in een auberge op de slaapzaal, dan ben je meestal minder dan € 10 kwijt. Ga je nooit uit eten en koop je geen bier dan bespaar je zo‘n € 15 – € 30 gemiddeld per keer. En zelf koffie zetten bezuinigt ook.

Haalbaar moet onder de € 30-50 per dag zijn. Alleen campings (€ 17), zelf koken (€ 20), geen biertje en eigen koffie maken. Maar wij hebben in dit geval niet op een euro meer of minder gekeken.

Wie pech heeft, verdrinkt in een zitbad.

Veel mensen hebben, bij zo’n lange reis, de angst dat er van alles stuk gaat aan de fiets. Op zich viel dat bij ons wel mee. Ik had de fietsen voor die tijd na laten kijken bij onze fietsenbouwer, een nieuwe ketting en goede banden gegeven. In principe kan ik bijna alles zelf maken onderweg. Wat een probleem op kan leveren is een gescheurd frame of een kapot wiel. In het eerste geval zoek ik een lasser want de fietsen zijn van staal. In het tweede geval bel ik mijn fietsenbouwer en laat ik een wiel opsturen. Gelukkig gebeurde beide niet. Maar wat ging er wel mis onderweg?

In Frankrijk begon mijn trapper te kraken. Zelfs wat extra smering kon niet voorkomen dat de hele lagers aan gort gingen. Bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker haal ik een paar nieuwe.

Ergens in Spanje krijg ik een kraak in de aandrijving. Via deductie kom ik op de trapas. Twee keer laat ik de cracks aandraaien maar de kraak blijft. Via een email-overleg met de fietsenbouwer concluderen we dat ik er zeker mee thuis kan komen. Later verdwijnt de kraak. Thuisgekomen blijkt dat de trapas wel aan zijn einde is maar dat dit niet de oorzaak was. Het geluid kwam van de speling van de crank(s) op de trapas. Daar was wat ruimte in gekomen die bij hogere temperaturen groter wordt omdat de een van staal is en de andere van aluminium.

In totaal heb ik 5 lekke banden gehad. Mevr. Van der Veeke geen. Ook hier zijn vrouwen dus in het voordeel. Twee van mijn lekken komen omdat de buitenband van het voorwiel versleten is en zo dun dat er zomaar wat doorheen prikt. Ik vervang hem in Avignon. Voor de rest zijn het fantastische fietsen en hebben ze ons overal zonder problemen gebracht. Zelfs als we door rivierbeddingen stuiteren met 25 kilo bagage geven ze geen krimp.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat zoals ik het doe je het moet doen, want anders zou ik het niet doen.

Ik ben van de uitgebreide voorbereiding maar welke dingen zouden we anders doen als met de kennis van nu nog zouden moeten vertrekken?

Een ding waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat als je zo lang onderweg bent, je chronisch moe wordt. De eerste maand gaat nog wel, de tweede ook. Maar daarna kom je in een situatie dat de batterij niet meer volledig oplaadt als je (wat) rust neemt. Als ik weer op een lange reis zou gaan, dan zou ik na elke twee tot drie maanden wat langer op één plek willen blijven. Het probleem hierbij is dat dan bij mij de verveling toeslaat. Ik kan dat alleen als ik op die plek wat te doen heb, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Iets anders waar je rekening mee moet houden is dat het klimmen met bagage een aanslag is op het lichaam. Dit telt op bij de vermoeidheid. Hou dus rekening met meer tijd als je veel hoogtemeters hebt. Een probleem hierbij is dat dit niet altijd te plannen is qua overnachting. Soms moet je gewoon door tenzij je kunt wildkamperen.

We weten nu wat hitte met je doet. In Portugal waren we redelijk vroeg in het seizoen. Maar in Spanje zaten we in de hitte waarbij de temperatuur overdag opliep naar 35-40 graden Celsius. Het liefst wil je vroeg vertrekken, maar de zon komt daar later op. Beter is om in Spanje en Portugal (maar ik denk dat het voor alle zuidelijke landen geldt) niet in juli/augustus te fietsen. Maar bij zo’n lange reis is dit lastig te vermijden.

En als laatste was de heimwee toch ook onderschat. Nu hadden we natuurlijk nooit ingepland dat ons eerste kleinkind een paar maanden voor vertrek geboren zou worden. Maar op een gegeven moment gaan de kinderen én het kleinkind aan een onzichtbare draad trekken. Misschien hadden we tussendoor toch een weekje naar huis moeten gaan. Alhoewel ik me afvraag wat dit met het reisgevoel doet.

Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middag-temperaturen verwacht van één uur `s middags tot zes uur `s avonds.

Het weer is een variabele waar we geen invloed op hebben. In de weken voor vertrek was het prachtig en warm weer in Nederland. Dat sloeg helaas om. Het eerste deel in Nederland hadden we veel wind en regen. En lage temperaturen. Eigenlijk ging dit door tot de Pyreneeën. Vaak werd de tien graden niet eens gehaald. Vaak moest het regenpak aan. Gelukkig beïnvloede dat onze stemming niet. Als we op de fiets onderweg zijn, dan zijn we blij.

Toen we de Pyreneeën overstaken en afdaalden naar Spanje werd de lucht al snel blauw. En eigenlijk hebben we dat weerbeeld, blauwe lucht en zon, gehad totdat we weer terug in Nederland kwamen. Tot Santiago was het vaak nog fris in de ochtend en werd het ’s middags pas warm. Zo ook langs de Portugese kust. We zaten toen nog een beetje in het voorjaar.

Na Lissabon gingen we dwars door Spanje naar Zaragoza. Het gebied heet de Extremadura en het kan daar heet worden. In de middag wel tussen de 35 en 40 graden Celsius.  We hebben daar ons ritme moeten aanpassen. Zo vroeg mogelijk op pad en zorgen dat je voor de ergste hitte (14 uur) een plek in de schaduw hebt. We wilden een lange siësta houden maar het probleem is dat je onderweg weinig plekken vindt waar je dat kunt doen. Zaragoza was helemaal een braadpan. Daar kun je in de zomer eigenlijk ’s middags niet op straat zijn.

Op de terugweg bleef het weer mooi en werden de temperaturen aangenamer. Pas zo rond Luxemburg begonnen we terug te verlangen naar de hitte.

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries.

Tenslotte nog wat over de landen waar we doorheen zijn gekomen. Nederland en België wil ik weinig over zeggen. Dat was bekend terrein. Ook Frankrijk was bekend maar dit keer kwamen we door een grotendeels onbekend stuk. En we zaten deze keer op de Camino dus de nadruk lag op het kerkelijke. We hebben dan ook tientallen kleine en grote kerken gezien. Soms sober maar heel vaak uitbundig. Met name de kathedralen maakten veel indruk.

Bij de zuidgrens van Frankrijk moesten we over de Pyreneeën. Dat was vanaf de Franse kant heftig. Maar ook prachtig. Ik heb weinig van de Pyreneeën gezien maar dit nodigt zeker uit tot een nieuwe afspraak.

Op de terugweg komen we ook weer een lang stuk door Frankrijk. Eerst in het zuiden naar Avignon en dan vanaf Mulhouse naar Aken. En alhoewel het Frankrijk was, voelde het als Duitsland. Veel vakwerk, kleurige dorpjes en heel veel druiven.

Spanje is een verrassing. We hadden er een keer gefietst met Cycletours maar dat was in een toeristisch gebied bij Barcelona. Eerst zitten we nog op de Camino die hier pas echt begint te leven. Veel wandelaars, veel gezelligheid en mooie steden met prachtige kerken en kathedralen. De kers op de taart had Santiago de Compostella moeten zijn maar het echte einde voelde ik pas bij Finisterre.

Na Lissabon gingen we nog een stuk door Spanje. Nu meer het binnenland in de vorm van Extremadura. Het was er leeg en erg heet. Kleine dorpjes maar overal een bar (voor koffie) en een winkeltje. En we komen erachter dat Spanje echt niet vlak is. Veel klimmen en dalen. Maar dit geeft ook weer prachtige uitzichten. Hoogtepunten in dit deel zijn Badejoz, Guadalupe, Segovia en Zaragoza. Ook Spanje staat weer op de wensenlijst voor een bezoek.

Maar het meest heb ik genoten van Portugal. We fietsten een langs stuk langs de kust wat voor een kind van de zee altijd een genot is. Het mooie weer, de grote golven, de authentieke dorpjes en de vriendelijke mensen maken het reizen daar één groot feest. Ik ben daar een fan geworden van azulejo’s. Daarnaast waren de grote steden die we bezochten ook hoogtepunten. Ik heb hele goede herinneringen aan Porto en Sintra. Lissabon is ook prachtig maar het eendaagse bezoek was eigenlijk te kort. Naar Portugal wil ik graag nog vaker. Het stuk langs de kust wil ik nog wel eens doen. Lissabon wat beter bezoeken en het deel onder Lissabon hebben we nog niet gezien. Gelukkig hebben we nog zeeën van tijd.

Nogmaals, het was de reis van ons leven. En ik had geluk met mijn reisgezelschap. Om 140 dagen continu met elkaar door te brengen, moet je elkaar heel goed aanvoelen. Er is wel eens wrijving geweest maar ik mag me een gelukkig mens rekenen met Saskia als (reis)partner.

Ik sluit af met de selfie-parade. Dat is de foto die we (bijna) elke dag maakten. Deze heb ik achter elkaar gezet en worden telkens 2 seconden getoond. Ik hoop dat deze foto’s weergeven hoeveel we genoten hebben.

Noot: De selfie-parade is 30 Mb, laden kan dus even duren.

Home Sweet Home

We travel because we need to, because distance and difference are the secret tonic to creativity. When we get home, home is still the same, but something in our minds has changed, and that changes everything.

Dag 133:

We hebben besloten om een extra dag in Aken te blijven om de stad te bekijken en wat energie op te doen voor het laatste stukje naar huis. Aken geeft me een beetje hetzelfde gevoel als Groningen. Niet al te groot, studentenstad, oude gebouwen en een winkelstraat. Een gezellige stad. Je kunt mooi in één dag de bezienswaardigheden bekijken, als je geen musea doet. Want dan heb je een dag extra nodig.
In dit soort gevallen is Mevr. van der Veeke reisleider. Ze zoekt op internet uit wat we gaan bekijken en zoekt er wat achtergrond bij. Zo heeft ze een top-10 gemaakt en tegelijk een stadswandeling uitgezocht die ons bij de meest mooie dingen langs laat lopen.

Aken is natuurlijk bekend van Karel de Grote (7e-8e eeuw) die de stad als residentie had van het Karolingische rijk. Hij liet hier zijn paleis bouwen maar ook de eerste aanzet tot de Dom, die ook wel de Mariekerk genoemd werd. Aken is ook bekend van zijn thermische bronnen die ertoe geleid hebben dat het een kuuroord is geworden. Door de eeuwen heen zijn er vele grote namen geweest om hier in het hete water te plonzen. Wij hebben helaas geen tijd voor een kuur, maar we kijken wel even bij de Elisenbrunnen. Het water wat er stroomt stinkt naar zwavel en is heet.

Achter de bron is een leuk parkje met de fontein ‘Kreislauf des Geldes’, een opvallende beeldenpartij. Overal in Aken staan overigens beelden wat de stad erg de moeite waard maakt.

Daarna gaan we naar de schatkamer van de Dom. Hier hebben ze een (groot) aantal religieuze schatten en relikwieën verzameld. Het is een mooie collectie maar ik blijf er moeite mee hebben dat de kerk dit allemaal over de ruggen van de arme mensen heeft verzameld. Indrukwekkend vind ik de schilderijen en de relikwie van Karel de Grote.

Daarna gaan we de Dom in. Het eerste gebouw in Duitsland dat op de Unesco Werelderfgoed lijst kwam te staan. Ook dit is een toonbeeld van rijkdom en kunst. Het was lang geleden dat we in een kerk waren. Alles is in tip-top conditie en het is een feest voor het oog om hier rond te lopen. Mooi concept vind ik dat je niet mag fotograferen, tenzij je een kleine bijdrage (€1) betaalt. Sympathiek en zo harken ze toch een aardig bedrag binnen want iedereen wil er wel een euro voor betalen.

Voor de rest volgen we de stadswandeling en komen we langs een aantal markante punten. Het Rathaus staat aan de voorkant helaas in de steigers, maar de achterkant is ook mooi. Haus Löwenstein is het oudste gebouw (1345) in Aken maar ziet er nog prima uit. En van alle beelden in de stad is Poppenbrunnen nog wel een van de mooiste. Tenslotte heeft Aken een boel mooie winkels, iets waar Mevr. van der Veeke met name van geniet. Want op het winkelvlak is het de laatste maanden wat karig geweest. Nu kan ze dat allemaal even inhalen. Pech is wel dat al dat moois niet in haar fietstas past.

Dag 134:

Het is koud en bewolkt. Voor het eerst sinds maanden hebben we flinke plensbuien. Gisteren middag ook al maar toen zaten we binnen. Tijdens twee grote buien kunnen we gelukkig schuilen, dus we houden het redelijk droog.

Het landschap tussen Aken en Maastricht is flink heuvelachtig, dus we nemen afscheid van de route met een paar laatste klimmetjes. Al na een kilometer of zeven gaan we bij Lemiers over de grens. Niet eerder was ik zo lang in het buitenland. Een record van 128 dagen. Overigens zijn we maar een klein stukje in Nederland. Vlak na Maastricht gaan we weer de grens over naar België. In Maastricht hebben we eerder op de Markt een heerlijke wok gegeten. Als we er langs komen, zie ik dat hij er nog steeds zit. Mooie gelegenheid om alvast een warme maaltijd naar binnen te schuiven. Een soort van gezonde McDonalds want het wordt vers gemaakt met veel groenten.

Voor de weg naar huis is geen route. Ik heb via de routeplanner van de fietsersbond zelf een route naar het noorden gemaakt. Tenminste, ik heb opgeven wat ik wilde en hij heeft de route gemaakt. Ik had gekozen voor een autoluwe natuurroute en wordt niet teleurgesteld. Er worden prachtige fietspaden gekozen maar soms wat kunstmatig om drukke weg of dorp heen. Die lusjes slaan we natuurlijk over. We zitten eerst langs de Maas maar komen al vrij snel op een fietspad langs de Zuid-Willemsvaart. Mooi fietsen met als minpuntje dat we wind tegen hebben.

Eindpunt van de dag is Maaseik. Zo brengen we toch nog een nacht in het buitenland door. Na veel wikken en wegen besluiten we toch een B&B te boeken. De campings zijn er erg kaal en het weer is koud en nat. Zo zitten we toch weer luxe, met stroom en wifi in een warme slaapkamer. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

Dag 135:

De overnachting in B&B de Koddige Kater is met ontbijt. We worden er flink verwend. Zelden heb ik zo’n lekker ontbijtje gehad met ‘scrambled eggs and bacon’. De Koddige Kater is een smaakvol ingericht pand met (eet)cafe. We zien dat dit maar één dag in de maand open is, De eigenaar vertelt ons over het ontstaan van het B&B. Het pand was een bouwval dat vanaf de grond weer opnieuw opgebouwd is. Al zijn geld ging erin maar vlak voor de opening werd een slopende ziekte bij zijn vrouw vastgesteld. Dat lijkt nu onder controle maar daardoor konden ze het niet zo exploiteren zoals ze wilden. Vandaar dat het bij die ene dag bleef. Jammer, de entourage verdient meer.

Wij verlaten in alle vroegte Maaseik. Op de markt nagestaard door de gebroeders van Eyck. Vrij snel komen we bij Thorn weer op Nederlands grondgebied. Dit gaat zonder merkbare grensovergang. In Thorn, het witte stadje, zijn we vaker geweest dus we fietsen er alleen doorheen.

Verderop komen bij het kanaal Wessem-Nederweert. Deze brengt ons en één rechte streep noordwaarts. Ze doen nog een poging om ons tegen te houden, maar dat gaat niet lukken. Het is de zoveelste afgesloten weg waar ze geen goed alternatief voor aangeven. Als fietser moet je het zelf maar uitzoeken, vaak door kilometers om te fietsen.

Voor de rest zitten we veel in de Limburgse bossen met hier en daar een klimmetje. Het weer is wat vriendelijker dan gisteren en het is mooi fietsen, over een mooie route, door een mooi landschap. Al vroeg in de middag zijn we in Deurne waar we de camping opzoeken.

Het leukste van de dag moet nog komen. Onze fietsvrienden Kees en Corrie fietsen dit weekend met ons mee. Kees zien we ’s middags al en Corrie komt ’s avonds pas want ze moest nog werken. We vinden het erg leuk dat ze een stukje met ons meefietsen. Dat voelt als een welkom onthaal in Nederland.

Dag 136:

Vandaag krijgen we een nog grotere verrassing dan gisteren. Onze goede vrienden Anko en Aukje, uit ons dorp, zijn in de buurt en stellen voor om ergens koffie te drinken. Het lukt een rendez-vous af te spreken. We vinden het ontzettend leuk om ze weer te zien en beseffen nu pas hoe lang we weg zijn geweest. Een hele fijne ontmoeting.

Maar goed, daarna moet er toch echt weer gefietst worden. Dat gaat met Kees en Corrie anders dan met z’n tweeën. Het tempo ligt nu een stuk hoger dan we gewend zijn om te fietsen, dus we moeten flink aanpoten. Dat doen we overigens zonder een spier te vertrekken.

En de pauzes met hun zijn véél langer en ook véél gezelliger. Kees is een wandelende encyclopedie en weet heel veel te vertellen van de omgeving waar we doorheen gaan.

Door het platteland van Limburg en Brabant meanderen we ons weer een weg naar de Maas. In Boxmeer doen we boodschappen en moeten we een tijdje schuilen voor de enige bui van de dag. Met koffie en brownies is dit geen straf. Bij Cuijk is het kermis en moeten we omrijden om bij de pont te komen. In Groesbeek vinden we een mooie kleine camping waar we als enigen op het trekkersveldje staan en het centrum binnen loopafstand zit.

Dag 137:

We kunnen de tent verrassend droog inpakken. Eerst gaan we naar Nijmegen waar we koffie drinken met kraakverse cheesecake. Hij werd gemaakt terwijl we wachten en smaakt goddelijk. Via de spoorbrug steken we de Waal over. Het deel hierna is het minste van de hele route. Er is hier veel bebouwing en weinig keus in fietspaden. In Elst doen we even boodschappen en lopen vast op de rommelmarkt. Bij Driel steken we de Neder-Rijn over via een voet/fietsveer.

Aan de overkant hebben we een lange lunch want we hebben afgesproken met andere fietsvrienden, Gaele en Loes, die van de jubileum bijeenkomst van de Wereldfietser komen. Loes heeft de eerste dagen van de tocht met ons mee gefietst. In de tussentijd heeft ze op de ukelele leren spelen. Niet zo goed als mijn favoriete ukelele-speelster maar goed genoeg om op te treden bij het wereldfiets-weekend. Met name Mevr. van der Veeke vindt het jammer dat ze dit gemist heeft want ze is nogal van het meezingen. Gelukkig geeft Loes, speciaal voor ons, een privé optreden zodat dit gemis slechts een herinnering is.

Door deze lange pauzes zijn er nog maar weinig kilometers gemaakt. We fietsen dus nog even flink door. Bij Wolfheze nemen we met spijt afscheid van Kees en Corrie. Het klikt erg goed met hun op allerlei vlakken en het is gezellig fietsen met hun.

Wij gaan nog een stukje noordwaarts over de Veluwe. Op een gegeven moment willen we door het Nationaal Park Hoge Veluwe van Otterloo naar Hoenderloo maar daar schijn je voor te moeten betalen. Twintig euro kosten die acht kilometer. Dat vinden we wat teveel en rijden om. Een minder leuke weg maar voor het geld dat we uitsparen kopen we later bier en bitterballen. Bij Hoenderloo willen we naar de natuurcamping, maar die ligt in het park. Naast de campingprijs moet je dan ook de entree in het park betalen. Dat doen we nog steeds niet dus we gaan op zoek naar een andere camping. Dat leek makkelijk maar de ene camping is gesloten en de andere bestaat gewoon niet. Gelukkig is er nog meer keus en vinden we er nog een. Het is al laat en in de schemering koken we ons potje. Weer een stukje dichter bij huis.

Dag 138:

Het was een heldere, dus weer een koude en natte nacht. En daarom ook een beetje kleumen bij het ontbijt omdat we nog niet in de zon kunnen zitten. Vandaag zitten we het grootste deel van de dag in het bos. Kudos voor de fietsrouteplanner dat er zo’n mooie route gemaakt kan worden. En omdat het maandagmorgen is, zien we niemand. Het is zo rustig in het bos, dat we meermalen de wilde zwijnen tegenkomen.

En voor de rest is het alleen maar erg mooi. Het compenseert een beetje de droogte van Spanje en we genieten enorm van het groen. Van saaie routes langs autowegen krijg je geen energie maar hier hebben we de neiging om steeds harder te gaan fietsen door de route die op en neer gaat en ook veel smalle bochtige paden. Heerlijk.

Pas bij Zwolle komen we weer tussen de mensen. Ook leuk om even door de stad te gaan. Vanavond slapen we bij onze fietsvriendin Ria en om bij haar te komen gaan we via het Haersterveer. Dit is een van de mooiste pontjes van Nederland. Door met twee klossen aan het touw te trekken en heen en weer te lopen, gaat het pontje naar de overkant. Nog helemaal handwerk dus.

Bij Ria komen is altijd feest. Ze verwent ons altijd enorm met drankjes (ze haalt speciale biertjes voor me!) en zet ons altijd een lekkere maaltijd voor. Een heerlijke douche en dito bed maken het af. Met Ria hebben we het Spaanse deel naar Santiago de Compostella gefietst. Daarna hebben we haar niet meer gesproken en hebben dus veel bij te praten. Het wordt dan ook iets later dan anders.

Dag 139:

Na een verwenontbijt nemen we afscheid van Ria. Het is nog ongeveer 130 kilometer naar huis en dat willen we in twee dagen doen. We zien wel hoe ver we vandaag komen. De buienradar dreigt met regen bij vertrek, maar het is een loos alarm. We houden het tot de middag droog.

De nattigheid zit hem niet alleen in de lucht. Ook het landschap is waterig genoeg. We blijven omgeven door water en hebben regelmatig een pont. Altijd leuk. We zitten een tijd in het nationaal park van de Weerribben en daarna komen we in het Drents-Friese Wold. De bossen zijn hier anders dan op de Veluwe. Minder oud en een andere tint groen. Zo buiten de vakantie en met niet heel mooi weer is het hier erg rustig. En ook een prachtige omgeving. Spanje was mooi, Portugal was genieten en Frankrijk prachtig. Maar in ons eigen land is het ook de moeite waard.

In de loop van de middag krijgen we wat last van buien. Het kamperen bij deze nattigheid trekt niet zo. We nemen een B&B in Appelscha en zitten de laatste avond heerlijk comfortabel in onze eigen studio. Dit heeft als voordeel dat we ook nog een keer ons eigen maaltje kunnen maken. We zijn er bijna.

Dag 140:

Het laatste stukje vandaag. Als we opstaan is het blauw maar de buienradar voorspelt niet veel goeds. Er gaat een grote storing over het land en we houden het niet droog. Het maakt ons niet uit. Vandaag komen we thuis!

Eerst gaan we koffiedrinken bij Wim (en Marjan) van Eeden in Veenhuizen. We komen er vlak langs en sinds ze er wonen hebben we hun prachtige huis en tuin nog niet kunnen bewonderen. Door het Drentse en, later, Groninger landschap snellen we naar huis. ‘Snellen?’ Ja, er staan een fikse wind en die hebben we in de rug. Dat schiet lekker op. Inmiddels is de regen ook gearriveerd en hebben we het regenpak aan. Het is eigenlijk de eerste echte regen die we in maanden hebben. En dat geeft meteen een probleem dat we al maanden niet gehad hebben. Om een broodje te eten moet het wel even droog zijn. Dat lijkt het niet te worden dus onze laatste lunch hebben we bij de McDonalds in Hoogkerk. Tegen twee uur rijden we Baflo binnen. Het was 140 dagen geleden dat we vertrokken. In de tussentijd hebben we bijna 7000 kilometer afgelegd en zeven landen gezien. Het is een heerlijk gevoel om weer thuis te komen tussen de eigen spullen. De overbuurjongens hebben de tuin spik-en-span bijgehouden en alles ziet er verzorgd uit. Ik verheug me op mijn eigen bed en de luxe die we thuis hebben ondanks dat we de afgelopen maanden prima zonder konden. Ik verheug me ook op het weerzien met kinderen en kleinkinderen.

Los hiervan hebben we een prachtige reis gehad waarin we veel gezien en gedaan hebben. We hebben andere culturen leren kennen, heel veel leuke en lieve mensen ontmoet en landschappen gezien die ik nooit zal vergeten. De reis is voorbij. Het was mooi zo.

Dit is de een na laatste blog van deze reis. Er komt er nog een met een evaluatie en cijfertjes overzicht. (Ik ben gek op getallen en ik heb van alles bijgehouden.) Ik hoop dat je met deze blog een indruk hebt gekregen van de reis, de landen en de mensen. Ik vond het leuk om te doen, ook al was het veel werk en had ik er niet altijd de energie voor na een dag fietsen. Tot de volgende reis.

Waterwegen

Your true traveler finds boredom rather agreeable than painful. It is the symbol of his liberty-his excessive freedom. He accepts his boredom, when it comes, not merely philosophically, but almost with pleasure. – Aldous Huxley

Dag 126:

Het was heerlijk om weer in een B&B te zitten maar onze kamer was ’s nachts erg warm. Dus het was nog een keer zwemmen, maar dan in bed, Ook hier is de temperatuur, voor deze tijd van het jaar, veel te hoog. Normaal geven we de voorkeur aan een fruit-yoghurt ontbijt, maar we hebben niets dus we zijn blij met het Franse ontbijt. Dit bestaat uit niet meer dan een (chocolade) croissant, wat stokbrood met jam en koffie/thee. Michel, onze gastheer, denkt wel met ons mee want hij heeft een extra stokbroodje voor ons gehaald voor onderweg. Hij vertelt ons dat hij ook de burgemeester is van Raville en hij (her)kent het probleem met de leeglopende dorpen. In zijn jeugd woonden hier 100 mensen meer (nu nog ongeveer 250) en was er nog een kroeg. Maar toen die uitbater met pensioen ging, wilde niemand het overnemen en werd het gesloten. Zo gaat het ook met de andere voorzieningen. Het is tekenend voor Noord-Frankrijk en daarom zijn er geen winkels meer hier.

Toch heeft het lege landschap wel wat voor ons fietsers. De wegen zijn rustig en de uitzichten op elke heuvel weer nieuw. Wij heuvelen ons een weg door dit landschap via Varize, Hayes, Vry en Vigy. In dit laatste dorp vinden we eindelijk weer een winkel annex tabac annex pompstation en kunnen we ook wat beleg op het brood van de burgemeester kopen. Via Kedang-sur-Canner komen we bij Kœningsmacker. Hier vinden we een super om de boodschappen voor de avondmaaltijd te doen. En hier komen we ook bij de Moezel, die we een stukje zullen volgen. Iets verderop is het dorpje Malling. Deze heeft een municipal langs de Moezel. Hier strijken we neer voor de nacht.

Dag 127:

Het bevalt hier zo goed dat we besluiten nog een dag te blijven. Alle ingrediënten zijn aanwezig; Een mooi plekje, een picknicktafel, stroom, mooi weer en rust. Ik moet alleen even 10 kilometer op en neer naar Kœningsmacker maar voor de rest doen we niet veel vandaag. Heerlijk om even bij te komen.

Dag 128:

Vandaag fietsen we door drie landen. Maar we beginnen langs de Moezel. Bij een (grote) rivier fietsen is altijd leuk. Het is meestal vlak, lekker koel en er is altijd wat te zien met de bootjes. Maar dat laatste valt wat tegen. Op dit deel van de Moezel is weinig scheepvaart en er komen ook nauwelijks bootjes langs. De oevers zijn kilometerslang gevuld met caravans. Het is geen camping maar blijkbaar mogen mensen hier hun sleurhut parkeren. De oevers lopen hier redelijk steil omhoog en zijn beplant met druivenranken. Hier komt de bekende Moezelwijn vandaag. Door de hellingen pakken ze veel zon, staan beschut en door de Moezel blijven de temperatuursschommelingen beperkt. Hier verbouwen ze onder andere de Riesling, de Pinot Gris, de Pinot Rosé en de Gewurztraminer.

We zitten nog maar een klein stukje in Frankrijk en ik heb nog twee Franse postzegels. Zonde om die weg te gooien maar hier zijn geen toeristische kaartjes te koop. Uiteindelijk vinden we twee kaarten bij de bloemenwinkel, al zijn die drie keer zo duur als de postzegel. Niet echt economisch dus. Toch zien we dit niet als belemmering. Een kaartje gaat naar Marten, de bouwer van onze fietsen die ons al meer dan 6000 km vervoeren. Over asfalt, hobbelpaden en rivierbeddingen. Fantastische fietsen.

Bij Apach gaan we geruisloos de grens over naar Duitsland. Apach ken je waarschijnlijk niet maar het ligt vlak naast Schengen. Hier werd op het schip, Princesse Marie Astrid, het verdrag over vrij personenverkeer getekend. Daarom waren we nergens illegaal ondanks dat we soms via slinkse wegen een land binnenkwamen.

We blijven een tiental kilometers de Moezel in Duitsland volgen totdat we uiteindelijk bij Wormeldange de rivier oversteken en in Luxemburg komen.

We verlaten de Moezel dus dat is helaas weer klimmen. Gelukkig is het niet te steil en niet te hoog. Via Mensdorf, Olingen en Rodenbourg gaan we het binnenland van Luxemburg in. Ze noemen het hier le Bon Pays, of het Gutland. Een golvend, vruchtbaar landschap met een zacht klimaat wat de lokale boeren welvaart gaf. We komen ook langs de zendmasten van Radio Luxemburg. Menigeen heeft daar vroeger op het transistorradio’tje naar geluisterd. Ik weet niet eens of ze nu nog in de lucht zijn, maar de masten staan er nog.

Daarna dalen we af door het Mullerthal of het dal van de Ernz Noire. Het is Luxemburg op zijn mooist. Een smalle kloof met watervallen, geërodeerde rotsformatie en bijzondere flora.

En dit alles ligt in een diffuus groen licht door de hoge ligging van de bomen. Prachtig om doorheen te fietsen. Hier vinden we ook de camping voor de nacht. We zetten de tent op naast een beekje. Het geluid van stromend water is rustgevend, maar je moet er wel steeds van plassen. Door de kloof zitten we wel snel in de schaduw. En ‘s avonds wordt het koud en nat. Mevr. van der Veeke zoekt haar skibroek weer op en ik slaap voor het eerst weer met sokken aan. Morgen zon en dan kunnen we weer opwarmen.

Dag 129:

We hebben pech en geluk. De weg waar we langs willen, is barree. Maar omrijden is voor een fietser geen optie hier. Het is een heel eind en heel veel klimmen. We zijn burgerlijk ongehoorzaam en gaan gewoon de weg in. Het helpt dat het zaterdag is, want ze zijn niet aan het werk. Vorig jaar zijn hier grote overstromingen geweest en ze leggen geulen aan om het water beter af te voeren. Met een beetje laveren kunnen we er gewoon langs. Het betekent ook dat we de enige weggebruikers zijn en dat is fijn. Er zijn veel groepen motorrijders op de weg die langs scheuren. Ik klaag niet want ik heb hier zelf ook gereden op de motor.

Ik was vergeten hoe mooi en woest Luxemburg is. Zo dichtbij een paradijs voor wandelen, fietsen en watersport. We zitten de hele dag langs riviertjes. Eerst de Sauer en later de Our.

Ook wisselen we meermalen tussen Duitsland en Luxemburg waardoor ik niet altijd weet in welk land ik ben. Mevr. van der Veeke wil graag kaffee mit küchen in plaats van oploskoffie langs de weg maar ze moet tot Vianden wachten om die te vinden. En dan heb je ook wat. Apfelstrudel mit vanillesauze und eis. In Vianden staat ook het prachtige kasteel boven op de berg. Het stamt uit de middeleeuwen en kwam in 1417 in bezit van de Nassaus. In 1820 werd het door Willem I verkocht en in verval geraakt nu is het weer fraai gerestaureerd.

Bij Vianden moeten we een stukje klimmen om bij het stuwmeer te komen. Daarna blijven we af en aan de Our volgen. We komen op prachtige off-road paden door de natuur. Langs de Our is het vlak fietsen en soms is er geen ruimte voor een weg en dan moeten we klimmen. Als ik het weerbericht mag geloven, is het de laatste dag boven de 30 graden. Of dit goed of slecht is, weet ik nog niet.

Zoals Mevr. van der Veeke snakte naar küchen, zo graag wilde ik een schnitzel. Bij Untereisenbach vinden we die en we hebben een lange lunchpauze. Gelukkig is het nog maar een klein eindje naar de camping bij Dasburg. Het zijn zware kilometers omdat ze omhoog lopen en het bier in de benen is gezakt. Bier!? Ja, schnitzel zonder bier is als een tang zonder varken.

Op de camping vinden we eindelijk het malse gras in een groene omgeving waar we al die maanden naar verlangden. Het zal wel weer nat worden vanavond maar dat hebben we er graag voor over. Morgen is het 10 graden koeler en verlaten we Luxemburg. We hopen dan ergens in België terecht te komen. Maar het kan ook Duitsland worden.

Dag 130:

We zijn ineens van de zomer in de herfst gestapt. Het is zomaar 15 graden kouder en bewolkt. Geheel verkeerd gekleed zit ik op de fiets. Voor het eerst in lange tijd heb ik het koud. Maar niet voor lang, we moeten eerst stijgen naar Dasburg en daarna nog hoger. En dat gaat met een flink percentage. Ondanks dat ik het koud heb, loopt het zweet in de bilnaad. Na een uurtje klimmen zijn we boven en zouden we heel graag een kafee mit küchen willen hebben. Maar ook hier in Luxemburg zijn de dorpen zonder voorzieningen. Van oudsher is het een arm gebied. Tot in het eind van de jaren vijftig was het schrale grond waar je weinig mee kon. Daarnaast werden de landjes bij elke erfenis kleiner verdeeld. Hier kwamen twee oplossingen voor; kunstmest en vertrekkende jeugd. Hiermee kon er voor meer welvaart worden gezorgd.

We volgen een tijdje een heuvelrug en dalen dan af naar België. Ook weer tijdelijk, want soms zitten we ineens weer in Duitsland. En om de landelijke verwarring nog groter te maken; In Belgie spreken ze soms Duits en in Duitsland soms Frans. Afijn, hier pakken we wel de Vennbahn Radweg op. In 2014 was het de fietsroute van het jaar. 125 kilometer, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer, over een oude spoorbaan. En sinds die tijd stond hij ook al op mijn lijstje om te fietsen.

De spoorlijn werd 125 jaar geleden aangelegd tussen Aken en Luxemburg Om steenkolen te vervoeren naar het Ruhrgebied. Hoogteverschillen werden zoveel mogelijk weggewerkt met viaducten, bruggen en taluds. Daarom is hij ook zo mooi fietsbaar. Ondanks de heuvels in het terrein is de gemiddelde stijging maar 2%. De spoorlijn was in gebruik tot de 2e Wereldoorlog. Daarna was het economisch belang niet zo groot meer en de oorlogsvernielingen aanzienlijk zodat hij niet meer opgelapt werd. In de jaren 90 is geprobeerd er een toeristisch treintje van te maken, maar dat is nooit rendabel gekregen. Daarna is de lijn verbouwd naar een fietspad waar wij nu over fietsen. Het heeft wel 15 miljoen gekost maar dan heb je ook wat. Het is inderdaad een feest om te berijden. Veelal mooi asfalt, voldoende rustplaatsen , mooie omgeving en gemakkelijk te fietsen. We zijn niet de enigen die er gebruik van maken. In al die maanden hebben we nooit zoveel andere fietsers gezien. Via St. Vith zoeken we een kleine camping op in Deidenberg. In de avondzon warmen we nog op. Maar als ook de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de temperatuur dramatisch. In de kantine kunnen we de avond uitzitten tot we in de slaapzak kruipen. Hierbij is Mevr. van der Veeke volledig gekleed en ik heb ook meer aan dan de afgelopen maanden.

Dag 131:

Met 6 graden Celsius vannacht was het fris, maar we hebben het niet koud gehad in de slaapzak. Ik had de omschakeling liever geleidelijk gehad, dan hadden we er nu aan kunnen wennen. Het was een heldere, natte nacht en nu is het weer mooi weer. Ik heb mijn hemmetje onder uit de tas gediept en met de zon erbij warmt het snel op.

We zitten de hele dag op de Vennbahn Radweg. Hij gaat bijna de hele dag geleidelijk omhoog, dus niet gemakkelijk fietsen. De omgeving houdt ons in het begin nog geboeid. Heuvels, kloven en vergezichten. En daarnaast restanten uit een eerder tijdperk. Later in de dag komen we meer tussen de bomen en wordt het wat saai. We hebben nog even een afleiding als, tijdens de koffie, een oude mannenclub langs komt. Ze vragen waar ze bier kunnen krijgen. Ik wijs op mijn horloge dat het pas half elf is. Voor hun is dat geen beperking. Bij gebrek aan bier komt de schnapps uit de tas. Ze zijn tussen de 70 en de 80, dus ze hebben weinig meer te verliezen.

We komen langs Monschau maar besluiten het te laten voor wat het is. Vanaf de Vennbahn ga je een diep gat in. Erheen gaat wel, maar om eruit te komen moeten we 150 meter klimmen. Daar hebben we vandaag geen zin in. We zijn daarom op tijd op de camping en dat is fijn. Er is een tentenveld met veel ruimte in de zon. En er is een tafel met stoelen voor de fietsers beschikbaar. Zo zouden meer campings moeten zijn.

Dag 132:

Vandaag hebben we het laatste stukje Vennbahn Radroute. Nog 30 kilometer tot Aken. Daar hebben we voor twee nachten een AirBnB geboekt bij David om de stad te kunnen bekijken. Maar 30 kilometer dus en ook nog allemaal afdalend. Makkie vandaag. We staan dus wat later op en de tent staat ’s ochtends in de zon zodat hij kan drogen. We doen lang over de koffie en de lunch want we kunnen pas om twee uur aankomen. Voor de rest is het veel bosbaden vandaag. Het zijn prachtige groene bossen en we rollen zo vanzelf naar Aken. Het lijkt erop dat het klimmen voor deze reis erop zit.

Waterleed en zegeningen

Dag 009:

It always rains on tents. Rainstorms will travel thousands of miles, against prevailing winds for the opportunity to rain on a tent. ~ Dave Barry

Het was werkelijk een godsgeschenk om in de hostel te zitten. Zoveel ruimte, warmte, stroom en eigen douche en toilet. We kunnen er weer helemaal tegen.

We merken dat het meer begint te heuvelen. In Geraardsbergen is er dan ook ‘de Muur’, een heuvel van 110 meter hoog die berucht is bij de wielrenners. Wij doen hem niet helemaal, maar we fietsen wel even omhoog naar het dorsplein om te kijken want het is best wel een mooi dorpje. En als we er toch zijn, dan nemen we even de plaatselijke lekkernij, ‘Mattentaart’ mee. Deze gaat terug tot de middeleeuwen (wij kopen wel een verse) en is gebaseerd op gestremde melk. Bij de koffie smaakt hij heerlijk. Een soort van zoete cake.

Zo langzaamaan overschrijden we de taalgrens. De afgelopen dagen was het al wisselen tussen het Vlaams en het Frans, maar hier is het enkel Frans. Vind ik op zich erg jammer want ik houd van de Vlaamse spraak. Als je woorden als kuisen, plezant en een tas koffie in je taal hebt, dan heb je bij mij een streepje voor. En zoals de dames het hier uitspreken, daar krijg ik helemaal een warm gevoel van. Mocht ik ooit in de hemel komen, dan spreekt elke vrouw daar als Geike Arneart. En je kunt wel raden welke stem Siri heeft bij mij. In elk geval is het vanaf hier bonjour, als we mensen tegen komen.

We blijven het jaagpad langs de Dender volgen tot Lessines. Hier moeten we voor het eerst op de pedalen om bij de rivier vandaan te komen. Iets wat ik van België wat minder kan waarderen is dat de meeste dorpen nog vol liggen met kinderkopjes. Het ziet er mooi authentiek uit maar bij de fietsers rammelen de vullingen uit de kiezen. We fietsen hier dan ook veel op de stoep.

Na Lessines volgen we een route door het binnenland. Het is afgelopen met de mooie fietspaden en het worden rustige kleine weggetjes. Alhoewel er soms ook een spannend weggetje tussen zit.

Zo naderen we Tournai (of Doornik in het Vlaams). Inmiddels komen we steeds meer fietsende pelgrims tegen. Uit Nederland maar ook uit Vlaanderen. Vaak maken we onderweg even een praatje. We zullen ze vaker tegenkomen de komende weken. Onderweg zien we steeds tekenen dat we op de goede weg zitten.

Volgens de schrijver van het routeboekje is Tournai een stad om een dagje te blijven. Nu ben ik er geweest en ik zou er nog niet dood gevonden willen worden. Ik dacht dat we het vanaf de slechte kant naderden, met veel industrie, maar als we Tournai verlaten dan zien we dat het erger kan. Daarnaast staat het verkeer volledig vast in  de stad en als het rijdt, dan is het een hels kabaal door de kinderkopjes of betonplaten. En de stad ondergaat net een open-hart operatie. Het enige positieve dat ik kan melden dat de kathedraal er mooi uitziet. Tenminste voor het deel dat schoongemaakt is. Maar goed, hij staat ook in de steigers (kerken zijn bij ons dicht of staan in de steigers).

Vanuit Tournai fietsen we een stukje langs de Schelde. Bij Antoing zien we het kasteel van de prinsen van Ligne liggen. Vanuit het torentje moet je een mooi uitzicht hebben.

Vlak voor Rumegies steken we de grens over naar Frankrijk. Er staan geen borden maar ik zie het op de GPS. En een beeld van de grenswachter is een kleine hint.

We kiezen voor een kleine camping in Rumegies. Als we aankomen kunnen we net de tent opzetten voor het behoorlijk begint te regenen. We zijn weer de enige kampeerder en dat heeft als voordeel dat we lekker droog op de veranda van naastgelegen bungalow kunnen zitten. En tegen de tijd dat we koken en eten is het zonnetje weer in zicht.

Iets later op de avond komt er nog een camper. Op een lege camping kiest hij ervoor om deze een halve meter voor onze tent te parkeren. Na wat discussie, in het Frans, begrijp ik dat hij al drie dagen op deze plek staat. Maar gelukkig is hij niet te beroerd om een plekje verder te gaan staan.

Dag 010:

Ik snap dat een pelgrim moet lijden. Maar, zoals Gert ook al terecht opmerkte, soms mag het wel ietsje minder. Vannacht was het twee graden. En mijn voeten voelde als de voeten van Ötzi na 100 jaar. En nu zou je zeggen dat ik dan een paar sokken moet aantrekken maar zo werkt het brein ’s nachts niet. Daarnaast gingen vannacht de hemelsluizen open. En  nu is het goed om het nieuwe tentje eens te testen onder natte omstandigheden maar dit waren hoeveelheden waar Noach jaloers op zou zijn.

Genoeg voor het mopperstraatje. Als ik naar mijn zegeningen kijk dan zijn dat er vele. Het bleef droog in de tent. Het is een uitstekende manier om bruin vet te kweken. We hebben een afdak waar we droog onder kunnen ontbijten. Als we de tent inpakken regent het even niet. En ik doe nieuwe ervaringen op want dit is voor het eerst dat ik bij 5 graden Celsius buiten ontbijt.

Het is onstuimig weer als ik op de buienradar kijk. Wij zitten bij het blokje maar uiteindelijk valt het mee.  Het ene moment schijnt de zon als een dolle, het andere moment hagelt het. Gelukkig hebben we vandaag wind mee en tijdens de enige echte bui die we hebben, kunnen we even schuilen in een bushok. We vertrekken in elk geval in vol (regen) ornaat inclusief handschoenen. Zo’n regenbroek is ook nog lekker warm.

Omdat het zo koud is, willen we graag een koffie binnen drinken. Maar dat valt hier nog niet mee. Veel dorpen zijn leeggelopen en er is geen middenstand meer. In Hornaing vinden we een bar annex tabac annex gokkantoor waar het lukt. Maar daarvoor moeten we wel eerst door een demonstratie om het plaatselijke postkantoor te behoeden voor sluiting. De protesten vallen even stil als we langs komen

In de bar is het een komen en gaan van mensen. Sommigen komen voor een bier/wijn (het is nog geen 11 uur), maar de meeste komen om te gokken.

De route leidt ons langs rustige weggetjes en met een duwtje in de rug komen we 10 kilometer verder in Mastaing. Het is na twaalven en op de buienradar zie ik een schip met zure appelen aankomen. We hebben weer een gelukje. Er staat een grote overkapping met stoelen en tafels waar we een boterhammetje kunnen maken. De verwachte bui blijft overigens uit.

Cambrai was een Romeins provinciehoofdstad aan de weg tussen Boulogne en Straatsburg. Het heeft eeuwenlang onderdak geboden aan pelgrims. Wij nemen een kijkje in de kathedraal waar verder niets te doen is. Ook het 70 meter hoge belfort is een plaatje waard. Waar ze in Cambrai minder goed in zijn, is het weren van het blik uit het centrum. Overal staan auto’s en overal rijden auto’s. Je kunt zeggen wat je wilt van het Groninger circulatieplan, maar het centrum is er een stuk prettiger van geworden.

Onder dreigende luchten met af en toe een druppel fietsen we verder. Het is nog steeds niet boven de 6 graden gekomen. Het landschap is glooiend. Dat betekent dat we gemakkelijke klimmetjes hebben en dat de afdalingen eindeloos lijken te duren.

Toen ik gisteravond lag te rillen in de tent heb ik een Airbnb opgezocht en gevonden. Vlak langs de route in les Rues-des-Vignes ligt een belachelijk goedkoop adres. We hebben daar een ruime kamer en een gedeelde badkamer. De ontvangst door Catherine is prettig. Ze begrijpt wat mannen willen want ze biedt me meteen een biertje aan in plaats van thee. Vannacht liggen we warm en vanavond gaan we uit eten in een authentiek Frans restaurant. Het is hier zo fijn, dat we er morgen maar meteen een rustdag aan koppelen.

Dag 011:

Vandaag is de fiets niet uit de stal geweest. We hebben lekker uitgeslapen en een goed ontbijt van Catherine gehad. Daarna wat gelezen en een rondje door het dorp gemaakt.

Les Rues-des-Vignes lag ooit op een kruispunt tussen drie Gallische stammen. Daarna in het grensgebied tussen verschillende Franse koningen.  En in 717 vond hier een bloedige veldslag plaats tussen koning Chilperic en Charles le Batard. Van dat alles is nu niets meer te merken in dit slaperige dorpje. Eigenlijk zijn hier maar twee dingen te doen: We kunnen naar  klein archeologisch parkje iets verderop en we kunnen naar de abdij van Vaucelles, een paar kilometer verderop. We besluiten beide te doen.

Als we het archeologisch museum binnenkomen hangen er wat mensen verveeld aan een tafel. Het museum blijkt nog niet open te zijn. Niet omdat het nog geen tijd is, maar omdat de directeur nog niet gearriveerd is. Op de vraag of we dan alvast even rond mogen kijken, volgt een ‘Non!’. Dat was het museum voor ons.

De abdij is een stukje wandelen en dat vinden we niet erg. Onderweg komen we nog een Romaans torentje (Echauguette) tegen. Het maakte deel uit van een vestigmuur van 9 kilometer lang die in de 12e eeuw was opgetrokken. Hij staat hier mooi in het landschap.

De abdij van Vaucelles (1132) is de 11e van 116 kloosters die gesticht zijn door St. Bernard. Hij verrichte hier een wonder door een lamme soldaat weer te laten lopen (1147). In 1261 schonk de koning van Frankrijk een relikwie; een doorn uit de kroon van Christus (yeah, right…). Het heeft tijden van voorspoed gekend maar ook wat mindere tijden. Zoals het bij veel van dit soort gebouwen gaat, worden de stenen vaak geroofd voor de bouw van schuurtjes. Uiteindelijk is het deels gerestaureerd en is het weer toegankelijk voor bezoekers.  Het bevat de grootste cisterciënzer kapittelzaal van Europa. Bewaard is gebleven; het monnikenvertrek, het auditorium (alleen hier mocht gepraat worden), de kloosterzaal en de kapel. Ook kunnen we door de tuinen lopen.

Daarna lopen we door de velden terug naar het dorp.
We mogen de keuken van Catherine gebruiken om een maaltijd te koken en we eten samen met haar en haar man. Het zijn erg aardige en gastvrije mensen. Het is even lastig converseren in het Frans, maar we komen er wel uit. En we leren steeds meer woorden Frans.
Het weerbericht komt langs op tv. Helaas nog geen dubbele cijfers bij de temperaturen maar het zal in elk geval droog zijn. Morgen maar weer warm fietsen.

Spoorlijnen en jaagpaden

A traveler without observation is a bird without wings.

Dag 006:

De lucht is stemmig grijs als we opstaan. Het voordeel hiervan, en een beetje wind, is dat de tent droog ingepakt kan worden. We gaan eerst naar Breda. Weer zo’n stad waar ik niet vaak genoeg ben geweest. De dames willen graag even naar het Gasthuis met zijn binnenhofje. Wij mogen er wel in maar de fietsen zijn niet welkom. Toch is het een mooi plekje.

Op de markt gaan we naar de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk. Eindelijk een kerk die open is en het is nog gratis ook. Bij de balie kunnen we een stempel krijgen en er zijn genoeg tekenen van St Jacobus. Op de kerkbanken zijn allerlei figuren uitgesneden waaronder de pelgrim. En de stempelman wijst op een niet te vinden plaatje in het plafond waar St. Jacobus op staat.Ook liggen hier de hertogen van Nassau. Als je dan een rijke stinkerd bent, dan wil je dat ook laten weten.

Meanderend door de velden en de bossen trekken we naar het zuiden. We hebben een klein windje in de rug maar geen zon vandaag. In Galder gaan we nog even bij de St. Jacobskapel langs. Ook deze is weer gesloten. En dan vragen ze zich af waarom het kerkbezoek afneemt. De mensen kunnen er gewoon niet in.

Iets na Galder gaan we de grens met België over. Tijd voor de dagelijkse selfie.

De rest van de dag verloopt zonder bijzonderheden. We fietsen door veel groen en af en toe een dorpje. We zien aan de huizen en het gebrek aan planologie dat we in België zijn. Ook beginnen we de routestickers tegen te komen zodat we weten dat we nog op de goede weg zijn. Bij de lunch komen we de eerste mede-pelgrims tegen. Ook onderweg naar Santiago op de fiets.

Maar het meeste plezier beleven we bij het mopperstraatje waar we allemaal onze grieven even kwijt kunnen.

Bij Viersel zoeken we de camping op. Eigenlijk zou camping de Waterschap niet de naam camping mogen hebben. Het is meer een verlopen caravanpark met een klein veldje voor tenten. Het sanitair is van vóór de (eerst of tweede) oorlog en douchen kost een euro per minuut. We zitten langs een snelweg, er loopt een spoor, er is een kanaal met zwaar scheepvaartverkeer en er komt af en toe een vliegtuig laag over. Maar goed, een echte pelgrim neemt het zoals het komt en het is maar voor één nacht, dus we redden ons wel.

Dag 007:

Het was weer een ontzettend koude nacht maar als we opstaan dreigt het mooi weer te worden. Na een kleine traumatische ervaring waarbij Mevr. van der Veeke me opsluit in de wc’s, gaan we op pad. Je vraagt je af waarom ze zoiets doet, maar dat is waarschijnlijk omdat ik haar uitgelachen heb voor haar nep-crocs met bontjasjes.

We fietsen eerst, langs het Netekanaal, naar Lier en daar is voldoende te doen.

Het is een prachtig stadje, dat uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. We vergapen ons aan de prachtige oude (vakwerk)huizen die rijkelijk versierd zijn aan de grote markt. Er is een rococo stadhuis en een Jacobskapel, waar we weer een stempel halen.

Maar het mooiste vind ik de Zimmertoren. Aan de buitenkant zit de Jubelklok met 13 wijzerplaten. Binnen zijn er vervolgens nog 57 andere wijzerplaten, en in het huisje ernaast is een wonderklok met 93 wijzerplaten. Het is niet open (want het is 1 mei, dag van de arbeid en bijna alles is gesloten) maar ik kan met niet voorstellen wat je op 93 wijzerplaten wilt laten zien. In elk geval is de klok van buiten prachtig.

Ook kijken we nog even bij het Begijnhof uit de dertiende eeuw. Dit zijn een aantal straatjes die als Unesco werelderfgoed bestempeld zijn. Het is erg authentiek. Maar je zou het ook wat vervallen kunnen noemen.Ooit trouwden Philip de Schone en Johanna de Waanzinnige (goede naamkeus…) hier en brachten er de nacht door.

Na Lier blijven we het kanaal volgen. Langs Duffel en dan naar Mechelen. Ook weer zo’n ondergewaardeerde stad. We kennen allemaal Gent en Brugge wel, maar Lier en Mechelen zijn minstens zo interessant.
Mechelen wordt gedomineerd door kerken en met name de St. Romboutskathedraal uit 1450. Een spits van 167 meter hoog en maar liefst twee carillons die zich de hele tijd niet onbetuigd laten. Hij is zowaar open en binnenin is genoeg te zien.

Dat kunnen we niet zeggen van de St. Jans kerk en de Onze-Lieve-Vrouwe-Over-de-Dijle-kerk. Beide schijnen een werk van Rubens te bevatten en beide zijn dicht. Maar goed, de rest van het stadje maakt een hoop goed.

We nemen wel afscheid van Loes, die weer richting huis moet. Ik zal haar gekwebbel achter me missen. Ze weet een hoop te vertellen vanuit haar achtergrond als gids. En ze is gewoon gezellig om erbij te hebben.

Wij besluiten er een korte(re) dag van te maken en zoeken bij Londerzeel de camping op. Het blijkt een groot huisjespark rond een plas te zijn. Maar ze hebben ook nog wel een plekje voor onze tent. En het is geen straf om vroeg te stoppen, als de zon schijnt.

Dag 008:

Alweer een koude nacht. Als ik op de thermometer kijk, dan is het zes graden in de tent. Het is de limiet van de slaapzakken. Als het kouder wordt, moet ik meer kleren aan gaan doen. Gelukkig schijnt ‘s ochtends de zon even zodat we wat op kunnen warmen. Er is geen ontbijt want de winkels waren gisteren dicht. Dat kopen we in Londerzeel en op een bankje bij Steenhuffel werken we dat naar binnen. Geen verkeerde plek want we hebben uitzicht op kasteel Diepenheim en achter ons staan de Palm bierbrouwerijen. De route was gisteren wat ‘rommelig’. Geen mooie weggetjes en veel industrie. Vandaag wordt dat ruimschoots goedgemaakt.

Van Londerzeel naar Aalst zitten we op de ‘Leirekensroute’. Het is een fietspad dat is aangelegd op de voormalige spoorweg om Antwerpen te verbinden met Noord-Frankrijk voor het goederenvervoer. De lijn is niet het succes geworden dat men verwachtte en het werd al snel personenvervoer. Uiteindelijk is hij in 1976 opgedoekt en daarom hebben wij nu een mooi fietspad. De naam komt overigens van een van de eerste machinisten dus je hoeft niet bekend te zijn om herdacht te worden.

Vlak voor Opwijk hebben we even een positieve opsteker. Vanaf hier is het nog maar 2000 km naar Santiago. We zijn er dus al bijna…

De route gaat eigenlijk om Aalst heen. Daar is weer een mooi marktplein met nog mooiere geveltjes maar we willen het deze keer wel overslaan om de stad in te rijden. Het is inmiddels begonnen met regenen en we willen verder. Maar de Grote St. Maartenskerk trekt toch te hard aan de aandacht. Daar hangt (weer) een doek van Rubens en er is een doek waarop St. Jacobus als ‘de Morendoder’ is weergegeven. Het is maar 700 meter omfietsen. We gaan dus toch even kijken.

Vanaf Aalst volgen we het jaagpad langs de Dender. Het is wel even zoeken om erop te komen maar daarna is het een prachtig pad, ondanks de regen. Hierlangs slingeren we naar het zuiden via Denderleeuw, Liederke, en Ninove.

Mijn vader zei altijd dat ik moest studeren, anders eindig ik in de goot. Maar ook met studie kun je als clochard onder een spoorbrug eindigen. Het is lastig om een droog plekje voor de lunch te vinden dus we eindigen inderdaad onder een spoorbrug. Toch is het een prima plekje.

In Ninove doen we boodschappen. Het is een voormalig textielstadje wat toepasselijk is. De regenjas van Mevr. van der Veeke is gescheurd en we komen langs een naai-atelier. Daar wordt de jas gerepareerd en de (Estlandse) naaister wil niets weten van betaling als ze hoort dat we helemaal naar Santiago fietsen. We krijgen zelf beide nog een chocolade truffel mee om aan te sterken. Overigens zijn veel mensen onderweg in voor een praatje. Ze informeren en wensen ons goede reis.

Ninove heeft ook een eigen brouwerij (Slaghmuylder) en natuurlijk haal ik daar een paar biertjes van.

Daarna gaan we door naar ‘t Schipke. We willen wel weer eens een gewoon bed en wat comfort. Nu kun je daarvoor een hotel of een B&B nemen, maar wij vinden hostels erg leuk. ‘t Schipke is een oud schippershuis voor de schippers van de Dender. Omdat het buiten het seizoen is hebben we een vijf-persoonskamer met eigen douche en toilet. Er is wifi, we kunnen de spullen opladen, we mogen gebruik maken van de keuken en we kunnen de fietsen droog stallen en de tent drogen. En de meneer van de receptie is ook nog zo aardig om een wasje te draaien. Wat wil je nog meer. Hostels rule!

Het is weer een relatief korte dag, maar na acht dagen fietsen begint het lijf wat te protesteren. We hebben een rustdag nodig. En dan hebben we een leuke camping nodig, maar vooral wat warmer weer.

Noot: In deze luxe omstandigheden had ik ook de tijd om alle administratie bij te werken. Het kaartje en de tabel is dus helemaal bij

Vrijdag 25-zondag 27 augustus: Van Gent naar Kruiningen naar Rijsbergen naar Nieuwland

Vrijdag 25 augustus: van Gent naar Kruiningen

Listen to the mustn’ts, listen to the don’ts. Listen to the shouldn’ts, the impossibles, the won’ts. Listen to the never haves, then listen close to me. Anything can happen, anything can be.
Shel Silverstein.

kaart-25-8


België kent, net als Nederland, fietsknooppunten. Het staat allemaal prima aangegeven maar soms leidt dit toch tot een woud van bordjes.


Zoals je al eerder kon lezen, zitten we bijna nooit op een terras. Liever zoeken we een hangplek bij Jezus of een sta-tafel bij Maria. In België en Nederland zijn ze meer op fietsroutes gericht en daar staan vaak bankjes. Voor ons zijn dit de mooiste rustplekken. En als er dan ook nog een verhaal bij zit, dan is het helemaal goed.
Hier zitten we bij de Bevende Hazelaar of de (tril)linde. Maar wat is dat dan? Staat die boom te schudden of zo? Hij staat op de plek waar, bij vergissing, de graaf van Kleef werd vermoord. Hij werd stiekum begraven en er werd een linde op geplant. Dit schijnt in 1494 gebeurt te zijn, maar daarvoor is deze boom te jong. Dus ze zullen er wel een nieuwe geplant hebben. En later een kapelletje opgehangen waar kooplieden een penning offeren voor een goede (ver)koop.



We wisten niet dat je in België zo mooi kunt fietsen. Via de knooppunten komen we op bospaadje, langs maisvelden, door stedelijke gebieden, dorpen maar ook veel landelijke gebieden. We gaan hier zeker nog een een keer terug komen.

Vroeger had je grensovergangen. Met slagbomen en bars uitziende mannen die brommend om je paspoort vroegen. Tegenwoordig staan er niet eens meer bordjes. Op de GPS zie ik dat we in Nederland zijn, maar de omgeving geeft geen enkele indicatie hiervoor. Behalve dan een oude grenspaal die we voor een selfie misbruiken.


In Nederland komen we eerst in Terneuzen. Daar worden we onaangenaam verrast door het horkerige verkeersgedrag van de medelanders. En dat terwijl we er bijna 1800 kilometer op hebben zitten met Franse en Belgische automobilisten die altijd rekening met ons hielden. Bij zebra’s wordt gestopt. Inhalen wordt alleen gedaan als het veilig kon en meermalen kregen we voorrang terwijl we het niet hadden. Fijn fietsen in die landen.
Daarna fietsen we een stuk langs de Westerschelde. Dit geeft toch weer even het zee-gevoel met de zilte lucht, de krijsende meeuwen en het water. Voelt als een soort reünie van de reis.


Als je wat ouder bent, dan ken je het veer Kruiningen-Perkpolder nog. Vaak werd op de radio omgeroepen als het niet kon varen. In 2003 is deze opgeheven omdat de Westerscheldetunnel afgerond was. Maar in de zomermaanden vaart er nog een alternatief voor voetgangers en fietsers. Maar niet regelmatig. Op sommige dagen niet en op de dagen dat hij wel vaart, soms wel en niet. Als planner krijg ik daar een broekpoep-gevoel bij. Want als hij niet vaart, betekent het vele tientallen kilometers omrijden. Met wat puzzelen op internet denk ik dat hij morgen om 9 uur vaart. Maar mogelijk halen we die van vanmiddag 16.15 ook. We zijn ruim op tijd en hij lijkt te varen. Zo staan we om vijf uur aan de overkant. Weer een zorg minder.

 


In Kruiningen komen we eerst bij een boerencamping. We krijgen een plekje midden op een veld met lege caravans. Daar hebben we geen zin in. Gelukkig is er een paar kilometer verderop een beter alternatief. Ze hebben zelfs speciale fietsplekjes met een picknicktafel. Vanavond kunnen we in luxe dineren.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 87,5 (totaal 1889)
Aantal hoogtemeters: 105
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 272
Camping den Inkel (€ 16,50)

 

Zaterdag 26 augustus: van Kruiningen naar Rijsbergen

 kaart-26-8

The earth has music for those who listen.
Shakespeare.

 

Vandaag was weer een mooie dag met een prachtige start. We fietsen nog een stukje langs de Westerschelde en gaan dan Brabant in. En, tot onze verbazing, pakken we ook nog stukje België mee. Veel bos vandaag, wat lekker koel is, maar het verveelt wel op den duur.


Het is een perfecte morgen. De temperatuur is aangenaam. Vogels foerageren in het slik. Over de Westerschelde hangt een dunne mist. Zo dun, dat je hem haast niet ziet. Vertes kijken altijd ver weg, maar hierdoor lijkt hij nog iets verder weg. Je hoort het ritmische motorgeluid van een schip zonder het te zien. Op het prikkeldraad zitten de zwaluwen alsof ze een muziekstuk vormen. En de zon glinstert op het water. Een feest voor alle zintuigen. Zomaar een geluksmoment van moeder natuur. Dit zijn de hoogtepunten van het leven. Dit is waarom we fietsen.


Bij een bejaardenhangplek (bij Bath) willen we nog even het zicht op de Westerschelde houden. Hier staat een huisje en wat bankjes waar de oude kapiteins samenscholen en samen sterke verhalen vertellen. Nu confisqueren wij het met koffie, croissantjes, was en een drogende tent. Ondertussen strijken er autochtonen neer zodat we steeds meer van ons domein moeten teruggeven. Maar daar krijgen we interessante verhalen voor terug. Gisteren is hier nog een vrachtschip gestrand omdat het roer niet werkte. Er gebeuren vaker incidenten in de bocht van Bath. Daarvoor is er een hangplek. Met binnen en buitenruimte want ongelukken laten zich niet tegenhouden door het weer.

Het fietsen gaat me steeds zwaarder af. Terwijl er toch geen vals plat is. En achter begint het wat te zwabberen. Duidelijk een lekke band. Meestal hebben we die wel een of meer keer tijdens de lange reis. Gelukkig is er een mooie picknickplek waar ik alles kan uitstallen. Terwijl Mevr. van der Veeke voor de schaft zorgt, vervang ik de band. Tevergeefs, blijkt later.


Het is voor het eerst dat we op kunstgras staan. En, ondanks de eerste huivering, moet ik zeggen dat het ideaal is. Geen modder om te tent, het voelt fijn aan de voeten en je kunt overal wat neerleggen zonder dat het vies wordt. De camping is een voormalige boerderij. Ze moesten de zaak opdoeken en toen hebben ze de stal omgebouwd tot kinderspeelparadijs en het weiland tot camping. Er komen veel ouders met kinderen of grootouders met kleinkinderen. En hij kon de hand leggen op een partij kunstgras. Maar op dit moment is de camping nagenoeg leeg. De schommel schommelt wat in de wind. En de wil-wap lijkt uit zichzelf te bewegen. Geeft wel een Norman Bates gevoel, maar het is allemaal prima hier.

Onze plek ziet eruit als een rommelmarkt. Zo gaan die dingen zodra er met kunstgras gewerkt wordt. Je ziet dat ik aan het bandenplakken ben. Ook de tweede binnenband liep steeds leeg ondanks dat ik de buitenband goed gecontroleerd had. Door elke tien kilometer te pompen zijn we hier gekomen. In beide binnenbanden zitten gaatjes en weer kunnen we, met z’n tweeën, niets vinden in de buitenband. Ik hoop dat het nu goed komt.

 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,1 (totaal 1961)
Aantal hoogtemeters: 103
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 240
Camping de buiten bij (€ 19,40)

 

Zondag 27 augustus: van Rijsbergen naar Nieuwland

It’s ok not to be ok all the time.

 kaart-27-8

Vandaag wordt gekenmerkt door uitdagingen in de vorm van weg-afsluitingen, weg-omleidingen, pontjes en lekke banden. En het weer was weer fantastisch. Ik moet zeggen dat ik ook een fan van kunstgras ben geworden. Geen natte voeten ’s ochtends. Als het in de fietstas gepast zou hebben, dan had ik het meegenomen.

Eigenlijk zijn de vroege ochtenden het mooist om te fietsen. En zeker op  zondagochtend als iedereen uitslaapt. De stilte hangt in de lucht en de mist in de bossen. En je komt natuurlijke kunstwerken tegen zoals deze.

De route leidt ons door bossen, maar ook langs riviertjes, kanalen en vandaag meer door steden. Breda was leuk om doorheen te fietsen. Gaan we zeker nog een keer bezoeken. Maar hier komen we de eerste omleiding tegen. Netjes aangegeven. In het bos komen we de tweede hindernis van de dag tegen. We mogen er niet door want er komt zo een triathlon aan. We hoeven maar een paar honderd meter en met wat zeuren mogen we toch door. Mits we een stukje fietsen, lopen en zwemmen.

Het bandenleed is nog niet afgelopen. Na tientallen kilometers loopt hij weer leeg. Oppompen helpt niet, er zit echt weer een lek in. En geen scherp voorwerp meer. Het lek zit wel op de plek waar de buitenband beschadigd is. Blijkbaar gaat daardoor de binnenband ook weer lek. Gelukkig heb ik in mijn gereedschapsetje ook buitenbandplakkers (die je aan de binnenkant doet). Die gaat erin, andere binnenband en we zijn weer op pad.

De volgende hindernis is een opgebroken weg en een uitgebroken koe. We moeten hier echt langs om bij de pont te komen. Dat betekent een stuk lopen en een stuk hobbelen. Niet echt prettig voor mijn fragiele buitenband, maar je moet wat.

Het eerste pontje gaat continu en we kunnen er zo oprijden. Hij is gratis en zorgt voor de oversteek over Bergsche Maas. Het is maar een klein stukje en we zijn er zo. Toch hebben pontjes altijd een bepaalde charme voor mij. Even het vaste land verruilen voor de deining van het water.

In Dussen gaan we lunchen want we verwachten geen winkel meer te vinden voor de boodschappen van het avondeten. Als ik daarna bij de fiets terugkom, is de band weer leeg. Maar weer alles los halen. De buitenbandplakker zit nog goed, maar het blijkt dat het plakkertje op de binnenband, van gisteren, niet goed gehouden heeft. Ik doe onze laatste reserve binnenband erin en maar weer op stap. Ik heb geen idee wat ik nog kan doen als hij nu weer lek raakt. Het is zondag, dus de fietswinkels, om een andere buitenband te kopen, zijn dicht.

Ondanks de stress van de lekke banden, gaan we toch nog even bij kasteel Dussen kijken. Het staat er al sinds 1331. In de tweede wereldoorlog zwaar beschadigd maar in 1953 toch weer gerestaureerd. Een van de bekendste bewoonsters was Rolina Duringar. Zij moest elke nacht bewaakt worden door zes mannen uit het dorp terwijl de ezel in de torenkamer sliep. Kun je het nog volgen?

Het tweede pontje van de dag brengt ons in Gorkum (Gorinchem). Deze vergt wat meer planning, want hij vaart maar een keer per uur. Door alle lekke banden hebben we flink vertraging dus we moeten er voor racen om die van half vier te halen. Maar het lukt nipt. Voor €4 staan we in Gorkum. Een mooie stad, waar het koopzondag is. Zo kunnen we hier een ijsje eten en toch nog wat boodschappen doen voor het ontbijt van morgen. Je voelt gewoon dat je Brabant uit bent. Het landschap is anders, de mensen zijn anders maar net name de taal en tongval zijn anders.

We zitten op een kleine boerencamping op het kleinste plekje ooit maar ook met het mooiste uitzicht ooit. Mijn band is hard gebleven, maar ik moet nu nog wel twee binnenbanden plakken. Omdat we vanmiddag al ‘warm’ gegeten hebben, nemen we nu nog een soepje en een boterham. Voor mijn gevoel komen we steeds dichter bij huis. Nog een paar dagen fietsen en hopen dat het mooie weer aanhoudt.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 74,9 (totaal 2036)
Aantal hoogtemeters: 80
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 191
Camping Grienduil (€ 11,50)

Donderdag 24 augustus: Gent

There is not a country that I have visited I haven’t fallen in love with, whether it was for 10 minutes or 10 years.

Vandaag staat Gent op het programma. En het blijkt de kers op de taart te zijn (die we overigens nog aan het eten zijn). Wat een prachtige stad! We zijn in Wenen, Praag, Florence, Verona en Brugge geweest. Maar nergens voelde het zo als thuiskomen. Ik zou hier kunnen wonen en elke dag een koffie drinken op het Sint Baafs plein. Elke dag even naar het lam Gods kijken. En elke dag een pintje pakken op de Vrijdagmarkt waar je bediend wordt met het Vlaamse accent van de serveerstertjes. Ik zou hier kunnen sterven en een gelukkig man zijn. Ik kan niet anders zeggen: ga naar Gent. 

We hebben meer dan 100 foto’s gemaakt. Uitzoeken was lastig, want het is allemaal mooi. Hieronder een kleine selectie. 


Eerst een beetje geschiedenis. In het jaar 630 besluit een bisschop om hier de St. Bataafsabdij op te richten. Na de middeleeuwen groeit Gent met name door de schapenteelt en de daarvan afgeleide wolhandel. Tot in de 14e eeuw hebben de kooplieden het voor het zeggen maar het botert niet echt met de ambachten en gilden en dat komt de stad niet ten goede.


Daardoor gaat het wat minder, maar de Gentenaren blijven dwarsliggers. Ze weigeren belasting te betalen aan Karel de Vijfde en die maakt er korte metten mee. Ze verliezen alle rechten en privileges, de abdij en stadspoorten worden afgebroken en de notabelen worden blootsvoets, met een strop om de nek door de stad gejaagd. Ze worden de stroppendragers genoemd, wat later een geuzennaam wordt.


Eind 18e eeuw begint de industriële revolutie. Door een Engelse spinmachine in onderdelen naar Gent te smokkelen blijven ze voor lopen in de race. Maar hier worden ook de eerste vakbonden en socialistische bewegingen opgericht. De wereldtentoonstelling van 1913 geeft de stad een facelift en zelfs nu is Gent nog in beweging.


Wij gaan eerst naar de aanbidding van het lam Gods. Waar Mevr. van der Veeke voor staat is een kleine replica. Het ding is meters hoog (4,4 bij 3,4 meter) en we hadden het geluk dat het heel rustig was toen we gingen kijken. Ik kon er letterlijk met de neus op staan.


Het is geschilderd door Hubert van Eyk en het schijnt dat zijn broer Jan ook regelmatig de kwast ter hand heeft genomen. Deze polyoptiek is heel belangrijk in de schilderkunst. Het zijn 20 panelen met voornamelijk bijbelse taferelen en het is zo bijzonder omdat het met microscopische precisie geschilderd is. Sommige plaatjes zijn net foto’s, zoveel detail zit erin. Geschilderd op eikenhout, met een flinterdun krijtlaagje bedekt, in meerdere lagen geeft een soort 3D effect. Meer informatie over dit kunstwerk kun je op internet vinden. Leuk om te weten is dat het meerdere malen gestolen en geroofd is. Tot op heden is een van de panelen (de rechtvaardige rechters) nog steeds vermist. Daarvan is in 1939 een replica geschilderd door…jawel… Jan van der Veken.


Er zijn veel mooie gebouwen in Gent en het stikt er van de beeldhouwwerken op de gebouwen. Bij de Belfort toren zie je de Mammelokker. Een tot hongerdood veroordelelde gevangene wist het heel lang te rekken door elke dag de moedermelk uit de borst (mamme) van zijn dochter te zogen (lokken). Je moet er maar op komen en je moet het maar willen. Van beide kanten.


Een lekkernij zijn de Gentse neuzen. Dit zijn een soort van zachte snoepjes, maar stevig van buiten, in de vorm van een neus. We kopen er twee en ze zijn mierzoet. Ze worden verkocht op de Groentemarkt. Eerst door één verkoper, maar later door meerdere, wat een felle concurrentiestrijd oplevert. Ze gaan soms zelfs rollend over straat. Wij hebben wat provocerende opmerkingen gemaakt maar we konden geen handgemeen uitlokken.


Gent wordt goed doorsneden door de Leie. Je struikelt over de rondvaarten, maar wat ik veel leuker vind, is dat je een kano kan huren en zelf peddelend door de grachten kan gaan. 

Er zijn allerlei markten voor goederen. Het mag duidelijk zijn, wat hier vroeger verkocht werd.


Het Gravensteen is de enige overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen. De eerste, houten, versie overleefde de Romeinen en de Vikingen. Later is er een stenen burcht van gemaakt die nu nog nagenoeg intact is overgebleven.

Terwijl ze er in andere steden een probleem van maken, heeft Gent de street-art omarmd. Er is een heuse ‘concrete canvas tour’ die door de stad gaat. In het Werregarenstraatje is de muur een groot canvas en zijn er diverse artiesten die er een kunstwerk op spuiten. Als het even kan over elkaar heen. Soms wordt alles overgeschilderd en beginnen ze gewoon opnieuw. Terwijl wij er kijken, is er ook een jongen bezig en in een geur van drijfgassen en verf kijken we toe hoe hij zijn ‘piece’ maakt. De konijnen zoeken we speciaal even op. Deze zijn gemaakt door Roa en zijn toch wel symbolisch voor Gent en worden niet overgeschilderd.

Op de Vrijdagmarkt staat een vrouw urenlang de kinderen te vermaken door bellen te maken.

Het 14e eeuwse toreken, op de hoek van de Vrijdagmarkt. Hierin hing de bel die de start van de markt inluidde. Ook was hier de schandpaal waar de afgekeurde lakens opgehangen werden.

Blik op de Vrijdagmarkt. Een plek van plezier en venijn. Er waren feesten, vieringen en ontvangsten. Maar ook terechtstellingen. Als laatste verloor meneer Butsel zijn hoofd hier onder de guillotine. Op het plein staat het beeld van Jacob van Artevelde, de leider van de opstand tegen Karel V.

Een blik over de Lieve vanaf de brug van de Keizerlijke Geneugten. Fraaie namen weten ze goed te verzinnen. Sowieso zijn ze hier wel taalvaardig zoals we op vele bordjes hebben gezien. Ook op school worden de kinderen gestimuleerd om met taal te spelen, te zien aan de borden die automobilisten moeten manen zachter te rijden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 8,4 (totaal 1801)
Aantal hoogtemeters: 4
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 322
Camping Blaarmeersen (€ 24,10)

 

Woensdag 23 augustus: van Diksmuide naar Gent

I travelled in the most inefficient way possible and it took me exactly where I wanted to go.
Andrew Evans

kaart-23-8

Een paar jaar geleden hebben we Brugge bezocht, maar Gent links laten liggen. Dat gaan we dit jaar goed maken. Daarom heb ik een route oostwaarts gemaakt die min of meer in een rechte lijn naar Gent gaat. Deels over prachtige fietspaden, want België kent, net als Nederland, een fiets-knooppunt-netwerk. Maar die hebben de neiging nogal te meanderen, dus bij sommige stukken gaan we gewoon langs de autoweg, mits er een fietspad naast ligt. En het laatste deel zitten we langs het kanaal Gent-Brugge, wat erg mooi en rustig is. Maar het begon allemaal wat onrustiger.

 Het is hier wandel-vierdaagse. Dit betekent dat het weggetje dat wij af moeten fietsen bezet wordt door ongeveer 6000 wandelaars. Als je goed kijkt, zie je op de foto een fietser in het rood ploeteren, tegen de stroom in. Ik heb hier geen vrienden gemaakt. Ongeveer 6000 wel te verstaan.

Diksmuide gaan we nog door. Los van de IJzertoren en het oorlogsverleden is het gewoon een prachtig plaatsje. Als we meer tijd hadden gehad, dan waren we hier nog een dag blijven hangen. Nu gaan we via het centrum verder. De markt wordt op de schop genomen maar de gebouwen er omheen zijn een plaatje.


De Belgen hebben best humor. Dat komen we op veel plekken tegen, zoals hier.


We komen ook door veel plaatsjes en dat vinden we leuk want er is vaak wat te zien. Zoals ‘lange Max’ in Koekelare. Een reusachtig kanon dat de Duitsers installeerden on Duinkerken plat te leggen, of de beeldbepalende brouwerij Christiaan die helaas in 1968 ter ziele ging. Maar ook in andere plaatsjes zoals Aartrijke, Ruddervoorde en Aalter-brug is van alles te zien.

In Hertsberge fietsen we over de Kastelen Dreef, een lommerrijke laan met hoge bomen. We verwachten er kastelen te zien en die staat er ook in de vorm van gigantische villa’s. De een nog groter dan de andere. Modern en klassiek, allemaal door elkaar. En elk meer dan een miljoen euro waard. We kijken onze ogen uit.


Op de fiets negeren we meestal afgesloten straten, route-barree’s en  verboden in te rijden. We kunnen er toch meestal wel langs. Hier zitten we al langs het kanaal Gent-Brugge. We hebben twee keer de borden genegeerd en lopen nu toch vast. We kunnen echt niet verder en moeten terugfietsen en alsnog de omleiding volgen. En zo zien we het complete industrieterrein van Aalter-brug. Maar dat heeft niet tot gevolg dat we onze taktiek gaan wijzigen want meestal gaat het wel goed.

Het laatste stuk zitten we langs het kanaal Gent-Brugge. Voor het grootste deel een autovrij jaagpad en deze keer met mooi asfalt. En deze brengt ons bijna tot in Gent.


Zuidwest van Gent ligt de stadscamping. Hij is niet goedkoop maar de faciliteiten zijn prima, waaronder een heerlijke douche, winkel, frietkot en bar. We komen op een plekje dat we delen met een mol, die regelmatig even laat weten wat hij er van vindt. Het enige nadeel is dat we vrij dicht op de snelweg zitten waardoor je eigenlijk continu auto’s hoort. Morgen gaan we in Gent kijken. Meestal doe ik de route, maar morgen laat ik me door Mevr. van der Veeke leiden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 83,6 (totaal 1793)
Aantal hoogtemeters: 177
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 322
Camping Blaarmeersen (€ 24,=)

Dinsdag 22 augustus: van Tournehem-sur-la-Hem naar Diksmuide

Travel makes you realize that no matter how much you know, there is always more to learn.

kaart-22-8

Het is mistig als we opstaan, maar wel warmer dan gisteren. En droog. De lucht draagt een belofte van goed weer. Beter kunnen we de dag niet beginnen.

De route die we vandaag doen, hebben we grotendeels al eerder gedaan. Je kunt de verslagen daarvan hier en hier vinden. Er is dus een hoog deja-vu gehalte. Alle foto’s heb ik al, dus ik maak er maar weinig. Maar als we de route fietsen, blijken er toch wel verschillen te zijn. 

We verlaten Frankrijk na drieënhalve week. We hebben het er erg mooi gehad. Langs de Atlantische kust een zon-zee-strand gevoel. En in het binnenland genoten van het landschap.

Zodra we België naderen komen we weer op elke hoek een Christus aan het kruis of een kapel met een of meerdere Maria’s tegen in allerlei vormen. Compleet vervallen en verveloos tot prachtige gebouwtjes met kaarsjes. Vroom volkje hier.


Zo in de ochtend is het heerlijk rustig en sereen. En met een beetje mist wordt het zelfs wat mysterieus. Dit zijn de mooiste momenten om op de fiets onderweg te zijn.

We hebben niet kunnen ontbijten. In Watten kopen we bij de super wat fruit en yoghurt en op de top van een van de laatste klimmen vinden we een mooie picknickplek om het op te eten.

Voor de rest is het veel fietsen vandaag. Als het vlakker wordt, krijg ik meer last van mij achterwerk. Je zit dan teveel stil in het zadel. Bij klimmen kom je er nog eens uit. Daarom stappen we af en toe af om de rug te strekken en de billen te ontlasten. Daarvoor grijpen we elke gelegenheid aan, zoals deze automaat waar ze fruit verkopen. Voor €1,20 kopen we een meloen die we bij de kerk van Bambecque soldaat maken.


Gingen we vorige keer nog geruisloos de grens over, deze keer komen we langs de douanepost van Oost-Kapelle en er is geen twijfel. We zijn niet meer in Frankrijk.

 

Dominant is hier de IJzer. We komen het eerst tegen als een sloot maar later is het toch een aardige vaart. Langs dit water komen we in Diksmuide dat een behoorlijk oorlogsverleden heeft. Je kunt dat in de eerdere blogs lezen. Wij slaan dit deze keer over en halen bij de Lidl de boodschappen voor vanavond. We eten paella en drinken er bier bij.


Camping de IJzerhoeve is een tijd in verval geweest. Een paar jongelui doen goed hun best dit weer leven in te blazen. Ze hebben een echt tentenveldje waar we met uitzicht op de toren van Diksmuide staan. De douche is goddelijk en ze hebben een terras met de heerlijkste biertjes. Wat mij betreft zijn ze goed bezig en kan ik deze camping alleen maar aanraden.

profiel-22-8

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 83,5 (totaal 1708)
Aantal hoogtemeters: 355
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 361
Camping de IJzerhoeve (€ 12,=)

 

Dinsdag 4 augustus: Van Brugge naar Vrouwenpolder

Dat mooie weer kon natuurlijk niet blijven. Vannacht werden we afgestraft met een verschrikkelijk onweer. We lagen te schudden in bed van de donderslagen en door de opspattende modder ziet de tent er niet uit. Lichtpuntje is dat het ’s ochtends wel droog is en in de loop van de dag klaart het weer op.

We vinden het een fijne camping bij Brugge. Moderne faciliteiten waaronder internet en opladen. En op loopafstand van de stad (maar wij gingen wel op de fiets). Het enige nadeel is het kleine plekje en het feit dat je zo dicht op elkaar zit. Dat gebrek aan privacy doet wat met de omgang. Die wordt volgens mij wat afstandelijker. Toch zou ik hier zo weer heen gaan als ik naar Brugge wil.

Onder grijze luchten verlaten we de stad en volgen de Damse vaart. Napoleon is ooit begonnen met deze uit te graven. Niet zelf natuurlijk, hij gaf de opdracht. Met weinig wind en de hoge bomen langs het kanaal geeft het een mooi uitzicht.

Na Damme en Hoeke komen we bij Sluis weer ongemerkt Nederland in. Worden de grenzen niet meer aangegeven? Worden de borden gestolen of zo? Nu moet ik aan mijn telefoon zien dat we weer in Nederland zijn. Maar los daarvan voelt het goed om weer ‘thuis’ te zijn.  In Sluis gaan we op zoek naar een bakker en verbazen ons over de hoeveelheid winkels die dit dorp heeft. En maar één bakker.

In Retranchement wanen we ons nog even in Frankrijk. Wat wil je anders met zo’n naam? Het is een vestingdorp. Ooit waren hier twee forten. Nu allemaal weg. Wat er nog wel staat is de Retranchementse molen van het type standaard. En de standaard slaat dan op de voet waarop hij kan draaien.

Nu fietsen we al dagen de Noordzee route, maar de zee hebben we nog nauwelijks gezien. Bij Cadzand gebeurt dat eindelijk en we kunnen zelfs stukken langs het strand fietsen. Vuurtorens zijn altijd plus één voor mij en het strand, de vuurtoren van Nieuwsluis en Mevr. vd Veeke in één foto maakt het plaatje compleet.

Bij Breskens verlaten we Zeeuws-Vlaanderen om over te steken naar Walcheren. Het is het enige dagelijks varende veer over de Westerschelde. Toen de tunnel klaar was, zijn de anderen opgedoekt. Onder andere Kruiningen-Perkpolder. Dat was voor mij een bekende kreet van de radio omdat ze altijd omriepen wanneer hij niet voer.

Het veer is anders dan ik verwacht. Ik had gedacht met een soort pont over te steken, maar het lijkt meer op de veerboot naar een van de Waddeneilanden. Je moet eerst binnen een kaartje kopen (€4 enkele reis met fiets) tussen gestreste mensen en voordringende bejaarden. Het veer vaart twee keer per uur en er is voldoende ruimte voor de fietsen. Binnen zijn comfortabele stoelen en in 20 minuten ben je over.

In Vlissingen is het gezellig. Er is kermis en volgens oude traditie wordt er ringsteken gedaan. Volgens mij zijn het profi’s want er wordt geen ring gemist. Toch leuk om te zien. We brengen nog even een groet aan het beeld van Michiel de Ruyter die hier geboren is.

Walcheren ronden we aan de westkant. De wind is inmiddels behoorlijk opgestoken en de eerste helft hebben we hem flink tegen. We beginnen vlak langs de kust en met zo’n harde woei is het best bikkelen. Gelukkig lopen delen van de route door het bos. Dat fietst iets gemakkelijker.

Was het vanmorgen nog hartstikke rustig aan de kust, nu lijkt het of iedereen uitgelopen is. En wat ze in 40-45 niet lukte, lukt nu wel. Je waant je haast in Duitsland, zoveel Duitsers zijn er in Zeeland. Het is het enige wat je om je heen hoort. Vooral Zoutelande is in trek. Het heeft stranden die op het zuiden zijn georiënteerd. Het wordt wel de Zeeuwse Rivièra genoemd en daarom wil iedereen hier heen.

Bij Westkapelle komt ons keerpunt met de wind. Vanaf hier fietsen we naar het noord-oosten en hebben we hem fors in de rug. Door mooi asfalt halen we, voor ons, onrealistische snelheden van boven de 35 km/uur. De vuurtoren van Westkapelle is bijzonder. In de 19e eeuw is hij op de kerktoren geplaatst en daarna is de kerk afgebrand. Nu is het dus een kerktoren met een lamp erop. Iets verderop staat nog een prachtige rood-witte vuurtoren. Het is een feest voor de ogen hier.

In Domburg is het helemaal een gekkenhuis. We zijn het niet meer gewend om zoveel volk op de been te zien. We slalommen om de mensen heen naar de super. Voor het avondeten halen we ingrediënten voor een chili. Daarna gaan we door naar Vrouwenpolder. Het stikt hier van de grote campings, dus ik heb de voorkeur voor een mini-camping. Bij de Schorre lijkt het eerst vol, want er worden mensen weggestuurd. Maar voor twee fietsers is er nog plaats op het tentenveldje. De campingbazin vertelt dat dit met de vergunning te maken heeft. Ze heeft vergunning voor 25 maar plaats voor meer. Daarom stuurt ze soms mensen weg terwijl er plekken leeg staan. Maar voor het tentenveldje én het feit dat we maar een nacht blijven kan ze uitzonderingen maken. We zijn er blij mee. Het is heerlijk om weer op een Nederlandse camping te staan, waar je de haringen gewoon in de grond drukt.

In de avondzon koken we ons potje. We hoeven niet meer te wassen. Overmorgen hopen we thuis te komen en dan mag alles vies zijn. De wind schudt aan de tent maar wij liggen weer lekker warm en rustig vannacht.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 77,6 (totaal 1522)
Afstand tot Baflo: 279 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 228

kaart-26a