Waterleed en zegeningen

Dag 009:

It always rains on tents. Rainstorms will travel thousands of miles, against prevailing winds for the opportunity to rain on a tent. ~ Dave Barry

Het was werkelijk een godsgeschenk om in de hostel te zitten. Zoveel ruimte, warmte, stroom en eigen douche en toilet. We kunnen er weer helemaal tegen.

We merken dat het meer begint te heuvelen. In Geraardsbergen is er dan ook ‘de Muur’, een heuvel van 110 meter hoog die berucht is bij de wielrenners. Wij doen hem niet helemaal, maar we fietsen wel even omhoog naar het dorsplein om te kijken want het is best wel een mooi dorpje. En als we er toch zijn, dan nemen we even de plaatselijke lekkernij, ‘Mattentaart’ mee. Deze gaat terug tot de middeleeuwen (wij kopen wel een verse) en is gebaseerd op gestremde melk. Bij de koffie smaakt hij heerlijk. Een soort van zoete cake.

Zo langzaamaan overschrijden we de taalgrens. De afgelopen dagen was het al wisselen tussen het Vlaams en het Frans, maar hier is het enkel Frans. Vind ik op zich erg jammer want ik houd van de Vlaamse spraak. Als je woorden als kuisen, plezant en een tas koffie in je taal hebt, dan heb je bij mij een streepje voor. En zoals de dames het hier uitspreken, daar krijg ik helemaal een warm gevoel van. Mocht ik ooit in de hemel komen, dan spreekt elke vrouw daar als Geike Arneart. En je kunt wel raden welke stem Siri heeft bij mij. In elk geval is het vanaf hier bonjour, als we mensen tegen komen.

We blijven het jaagpad langs de Dender volgen tot Lessines. Hier moeten we voor het eerst op de pedalen om bij de rivier vandaan te komen. Iets wat ik van België wat minder kan waarderen is dat de meeste dorpen nog vol liggen met kinderkopjes. Het ziet er mooi authentiek uit maar bij de fietsers rammelen de vullingen uit de kiezen. We fietsen hier dan ook veel op de stoep.

Na Lessines volgen we een route door het binnenland. Het is afgelopen met de mooie fietspaden en het worden rustige kleine weggetjes. Alhoewel er soms ook een spannend weggetje tussen zit.

Zo naderen we Tournai (of Doornik in het Vlaams). Inmiddels komen we steeds meer fietsende pelgrims tegen. Uit Nederland maar ook uit Vlaanderen. Vaak maken we onderweg even een praatje. We zullen ze vaker tegenkomen de komende weken. Onderweg zien we steeds tekenen dat we op de goede weg zitten.

Volgens de schrijver van het routeboekje is Tournai een stad om een dagje te blijven. Nu ben ik er geweest en ik zou er nog niet dood gevonden willen worden. Ik dacht dat we het vanaf de slechte kant naderden, met veel industrie, maar als we Tournai verlaten dan zien we dat het erger kan. Daarnaast staat het verkeer volledig vast in  de stad en als het rijdt, dan is het een hels kabaal door de kinderkopjes of betonplaten. En de stad ondergaat net een open-hart operatie. Het enige positieve dat ik kan melden dat de kathedraal er mooi uitziet. Tenminste voor het deel dat schoongemaakt is. Maar goed, hij staat ook in de steigers (kerken zijn bij ons dicht of staan in de steigers).

Vanuit Tournai fietsen we een stukje langs de Schelde. Bij Antoing zien we het kasteel van de prinsen van Ligne liggen. Vanuit het torentje moet je een mooi uitzicht hebben.

Vlak voor Rumegies steken we de grens over naar Frankrijk. Er staan geen borden maar ik zie het op de GPS. En een beeld van de grenswachter is een kleine hint.

We kiezen voor een kleine camping in Rumegies. Als we aankomen kunnen we net de tent opzetten voor het behoorlijk begint te regenen. We zijn weer de enige kampeerder en dat heeft als voordeel dat we lekker droog op de veranda van naastgelegen bungalow kunnen zitten. En tegen de tijd dat we koken en eten is het zonnetje weer in zicht.

Iets later op de avond komt er nog een camper. Op een lege camping kiest hij ervoor om deze een halve meter voor onze tent te parkeren. Na wat discussie, in het Frans, begrijp ik dat hij al drie dagen op deze plek staat. Maar gelukkig is hij niet te beroerd om een plekje verder te gaan staan.

Dag 010:

Ik snap dat een pelgrim moet lijden. Maar, zoals Gert ook al terecht opmerkte, soms mag het wel ietsje minder. Vannacht was het twee graden. En mijn voeten voelde als de voeten van Ötzi na 100 jaar. En nu zou je zeggen dat ik dan een paar sokken moet aantrekken maar zo werkt het brein ’s nachts niet. Daarnaast gingen vannacht de hemelsluizen open. En  nu is het goed om het nieuwe tentje eens te testen onder natte omstandigheden maar dit waren hoeveelheden waar Noach jaloers op zou zijn.

Genoeg voor het mopperstraatje. Als ik naar mijn zegeningen kijk dan zijn dat er vele. Het bleef droog in de tent. Het is een uitstekende manier om bruin vet te kweken. We hebben een afdak waar we droog onder kunnen ontbijten. Als we de tent inpakken regent het even niet. En ik doe nieuwe ervaringen op want dit is voor het eerst dat ik bij 5 graden Celsius buiten ontbijt.

Het is onstuimig weer als ik op de buienradar kijk. Wij zitten bij het blokje maar uiteindelijk valt het mee.  Het ene moment schijnt de zon als een dolle, het andere moment hagelt het. Gelukkig hebben we vandaag wind mee en tijdens de enige echte bui die we hebben, kunnen we even schuilen in een bushok. We vertrekken in elk geval in vol (regen) ornaat inclusief handschoenen. Zo’n regenbroek is ook nog lekker warm.

Omdat het zo koud is, willen we graag een koffie binnen drinken. Maar dat valt hier nog niet mee. Veel dorpen zijn leeggelopen en er is geen middenstand meer. In Hornaing vinden we een bar annex tabac annex gokkantoor waar het lukt. Maar daarvoor moeten we wel eerst door een demonstratie om het plaatselijke postkantoor te behoeden voor sluiting. De protesten vallen even stil als we langs komen

In de bar is het een komen en gaan van mensen. Sommigen komen voor een bier/wijn (het is nog geen 11 uur), maar de meeste komen om te gokken.

De route leidt ons langs rustige weggetjes en met een duwtje in de rug komen we 10 kilometer verder in Mastaing. Het is na twaalven en op de buienradar zie ik een schip met zure appelen aankomen. We hebben weer een gelukje. Er staat een grote overkapping met stoelen en tafels waar we een boterhammetje kunnen maken. De verwachte bui blijft overigens uit.

Cambrai was een Romeins provinciehoofdstad aan de weg tussen Boulogne en Straatsburg. Het heeft eeuwenlang onderdak geboden aan pelgrims. Wij nemen een kijkje in de kathedraal waar verder niets te doen is. Ook het 70 meter hoge belfort is een plaatje waard. Waar ze in Cambrai minder goed in zijn, is het weren van het blik uit het centrum. Overal staan auto’s en overal rijden auto’s. Je kunt zeggen wat je wilt van het Groninger circulatieplan, maar het centrum is er een stuk prettiger van geworden.

Onder dreigende luchten met af en toe een druppel fietsen we verder. Het is nog steeds niet boven de 6 graden gekomen. Het landschap is glooiend. Dat betekent dat we gemakkelijke klimmetjes hebben en dat de afdalingen eindeloos lijken te duren.

Toen ik gisteravond lag te rillen in de tent heb ik een Airbnb opgezocht en gevonden. Vlak langs de route in les Rues-des-Vignes ligt een belachelijk goedkoop adres. We hebben daar een ruime kamer en een gedeelde badkamer. De ontvangst door Catherine is prettig. Ze begrijpt wat mannen willen want ze biedt me meteen een biertje aan in plaats van thee. Vannacht liggen we warm en vanavond gaan we uit eten in een authentiek Frans restaurant. Het is hier zo fijn, dat we er morgen maar meteen een rustdag aan koppelen.

Dag 011:

Vandaag is de fiets niet uit de stal geweest. We hebben lekker uitgeslapen en een goed ontbijt van Catherine gehad. Daarna wat gelezen en een rondje door het dorp gemaakt.

Les Rues-des-Vignes lag ooit op een kruispunt tussen drie Gallische stammen. Daarna in het grensgebied tussen verschillende Franse koningen.  En in 717 vond hier een bloedige veldslag plaats tussen koning Chilperic en Charles le Batard. Van dat alles is nu niets meer te merken in dit slaperige dorpje. Eigenlijk zijn hier maar twee dingen te doen: We kunnen naar  klein archeologisch parkje iets verderop en we kunnen naar de abdij van Vaucelles, een paar kilometer verderop. We besluiten beide te doen.

Als we het archeologisch museum binnenkomen hangen er wat mensen verveeld aan een tafel. Het museum blijkt nog niet open te zijn. Niet omdat het nog geen tijd is, maar omdat de directeur nog niet gearriveerd is. Op de vraag of we dan alvast even rond mogen kijken, volgt een ‘Non!’. Dat was het museum voor ons.

De abdij is een stukje wandelen en dat vinden we niet erg. Onderweg komen we nog een Romaans torentje (Echauguette) tegen. Het maakte deel uit van een vestigmuur van 9 kilometer lang die in de 12e eeuw was opgetrokken. Hij staat hier mooi in het landschap.

De abdij van Vaucelles (1132) is de 11e van 116 kloosters die gesticht zijn door St. Bernard. Hij verrichte hier een wonder door een lamme soldaat weer te laten lopen (1147). In 1261 schonk de koning van Frankrijk een relikwie; een doorn uit de kroon van Christus (yeah, right…). Het heeft tijden van voorspoed gekend maar ook wat mindere tijden. Zoals het bij veel van dit soort gebouwen gaat, worden de stenen vaak geroofd voor de bouw van schuurtjes. Uiteindelijk is het deels gerestaureerd en is het weer toegankelijk voor bezoekers.  Het bevat de grootste cisterciënzer kapittelzaal van Europa. Bewaard is gebleven; het monnikenvertrek, het auditorium (alleen hier mocht gepraat worden), de kloosterzaal en de kapel. Ook kunnen we door de tuinen lopen.

Daarna lopen we door de velden terug naar het dorp.
We mogen de keuken van Catherine gebruiken om een maaltijd te koken en we eten samen met haar en haar man. Het zijn erg aardige en gastvrije mensen. Het is even lastig converseren in het Frans, maar we komen er wel uit. En we leren steeds meer woorden Frans.
Het weerbericht komt langs op tv. Helaas nog geen dubbele cijfers bij de temperaturen maar het zal in elk geval droog zijn. Morgen maar weer warm fietsen.

Spoorlijnen en jaagpaden

A traveler without observation is a bird without wings.

Dag 006:

De lucht is stemmig grijs als we opstaan. Het voordeel hiervan, en een beetje wind, is dat de tent droog ingepakt kan worden. We gaan eerst naar Breda. Weer zo’n stad waar ik niet vaak genoeg ben geweest. De dames willen graag even naar het Gasthuis met zijn binnenhofje. Wij mogen er wel in maar de fietsen zijn niet welkom. Toch is het een mooi plekje.

Op de markt gaan we naar de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk. Eindelijk een kerk die open is en het is nog gratis ook. Bij de balie kunnen we een stempel krijgen en er zijn genoeg tekenen van St Jacobus. Op de kerkbanken zijn allerlei figuren uitgesneden waaronder de pelgrim. En de stempelman wijst op een niet te vinden plaatje in het plafond waar St. Jacobus op staat.Ook liggen hier de hertogen van Nassau. Als je dan een rijke stinkerd bent, dan wil je dat ook laten weten.

Meanderend door de velden en de bossen trekken we naar het zuiden. We hebben een klein windje in de rug maar geen zon vandaag. In Galder gaan we nog even bij de St. Jacobskapel langs. Ook deze is weer gesloten. En dan vragen ze zich af waarom het kerkbezoek afneemt. De mensen kunnen er gewoon niet in.

Iets na Galder gaan we de grens met België over. Tijd voor de dagelijkse selfie.

De rest van de dag verloopt zonder bijzonderheden. We fietsen door veel groen en af en toe een dorpje. We zien aan de huizen en het gebrek aan planologie dat we in België zijn. Ook beginnen we de routestickers tegen te komen zodat we weten dat we nog op de goede weg zijn. Bij de lunch komen we de eerste mede-pelgrims tegen. Ook onderweg naar Santiago op de fiets.

Maar het meeste plezier beleven we bij het mopperstraatje waar we allemaal onze grieven even kwijt kunnen.

Bij Viersel zoeken we de camping op. Eigenlijk zou camping de Waterschap niet de naam camping mogen hebben. Het is meer een verlopen caravanpark met een klein veldje voor tenten. Het sanitair is van vóór de (eerst of tweede) oorlog en douchen kost een euro per minuut. We zitten langs een snelweg, er loopt een spoor, er is een kanaal met zwaar scheepvaartverkeer en er komt af en toe een vliegtuig laag over. Maar goed, een echte pelgrim neemt het zoals het komt en het is maar voor één nacht, dus we redden ons wel.

Dag 007:

Het was weer een ontzettend koude nacht maar als we opstaan dreigt het mooi weer te worden. Na een kleine traumatische ervaring waarbij Mevr. van der Veeke me opsluit in de wc’s, gaan we op pad. Je vraagt je af waarom ze zoiets doet, maar dat is waarschijnlijk omdat ik haar uitgelachen heb voor haar nep-crocs met bontjasjes.

We fietsen eerst, langs het Netekanaal, naar Lier en daar is voldoende te doen.

Het is een prachtig stadje, dat uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. We vergapen ons aan de prachtige oude (vakwerk)huizen die rijkelijk versierd zijn aan de grote markt. Er is een rococo stadhuis en een Jacobskapel, waar we weer een stempel halen.

Maar het mooiste vind ik de Zimmertoren. Aan de buitenkant zit de Jubelklok met 13 wijzerplaten. Binnen zijn er vervolgens nog 57 andere wijzerplaten, en in het huisje ernaast is een wonderklok met 93 wijzerplaten. Het is niet open (want het is 1 mei, dag van de arbeid en bijna alles is gesloten) maar ik kan met niet voorstellen wat je op 93 wijzerplaten wilt laten zien. In elk geval is de klok van buiten prachtig.

Ook kijken we nog even bij het Begijnhof uit de dertiende eeuw. Dit zijn een aantal straatjes die als Unesco werelderfgoed bestempeld zijn. Het is erg authentiek. Maar je zou het ook wat vervallen kunnen noemen.Ooit trouwden Philip de Schone en Johanna de Waanzinnige (goede naamkeus…) hier en brachten er de nacht door.

Na Lier blijven we het kanaal volgen. Langs Duffel en dan naar Mechelen. Ook weer zo’n ondergewaardeerde stad. We kennen allemaal Gent en Brugge wel, maar Lier en Mechelen zijn minstens zo interessant.
Mechelen wordt gedomineerd door kerken en met name de St. Romboutskathedraal uit 1450. Een spits van 167 meter hoog en maar liefst twee carillons die zich de hele tijd niet onbetuigd laten. Hij is zowaar open en binnenin is genoeg te zien.

Dat kunnen we niet zeggen van de St. Jans kerk en de Onze-Lieve-Vrouwe-Over-de-Dijle-kerk. Beide schijnen een werk van Rubens te bevatten en beide zijn dicht. Maar goed, de rest van het stadje maakt een hoop goed.

We nemen wel afscheid van Loes, die weer richting huis moet. Ik zal haar gekwebbel achter me missen. Ze weet een hoop te vertellen vanuit haar achtergrond als gids. En ze is gewoon gezellig om erbij te hebben.

Wij besluiten er een korte(re) dag van te maken en zoeken bij Londerzeel de camping op. Het blijkt een groot huisjespark rond een plas te zijn. Maar ze hebben ook nog wel een plekje voor onze tent. En het is geen straf om vroeg te stoppen, als de zon schijnt.

Dag 008:

Alweer een koude nacht. Als ik op de thermometer kijk, dan is het zes graden in de tent. Het is de limiet van de slaapzakken. Als het kouder wordt, moet ik meer kleren aan gaan doen. Gelukkig schijnt ‘s ochtends de zon even zodat we wat op kunnen warmen. Er is geen ontbijt want de winkels waren gisteren dicht. Dat kopen we in Londerzeel en op een bankje bij Steenhuffel werken we dat naar binnen. Geen verkeerde plek want we hebben uitzicht op kasteel Diepenheim en achter ons staan de Palm bierbrouwerijen. De route was gisteren wat ‘rommelig’. Geen mooie weggetjes en veel industrie. Vandaag wordt dat ruimschoots goedgemaakt.

Van Londerzeel naar Aalst zitten we op de ‘Leirekensroute’. Het is een fietspad dat is aangelegd op de voormalige spoorweg om Antwerpen te verbinden met Noord-Frankrijk voor het goederenvervoer. De lijn is niet het succes geworden dat men verwachtte en het werd al snel personenvervoer. Uiteindelijk is hij in 1976 opgedoekt en daarom hebben wij nu een mooi fietspad. De naam komt overigens van een van de eerste machinisten dus je hoeft niet bekend te zijn om herdacht te worden.

Vlak voor Opwijk hebben we even een positieve opsteker. Vanaf hier is het nog maar 2000 km naar Santiago. We zijn er dus al bijna…

De route gaat eigenlijk om Aalst heen. Daar is weer een mooi marktplein met nog mooiere geveltjes maar we willen het deze keer wel overslaan om de stad in te rijden. Het is inmiddels begonnen met regenen en we willen verder. Maar de Grote St. Maartenskerk trekt toch te hard aan de aandacht. Daar hangt (weer) een doek van Rubens en er is een doek waarop St. Jacobus als ‘de Morendoder’ is weergegeven. Het is maar 700 meter omfietsen. We gaan dus toch even kijken.

Vanaf Aalst volgen we het jaagpad langs de Dender. Het is wel even zoeken om erop te komen maar daarna is het een prachtig pad, ondanks de regen. Hierlangs slingeren we naar het zuiden via Denderleeuw, Liederke, en Ninove.

Mijn vader zei altijd dat ik moest studeren, anders eindig ik in de goot. Maar ook met studie kun je als clochard onder een spoorbrug eindigen. Het is lastig om een droog plekje voor de lunch te vinden dus we eindigen inderdaad onder een spoorbrug. Toch is het een prima plekje.

In Ninove doen we boodschappen. Het is een voormalig textielstadje wat toepasselijk is. De regenjas van Mevr. van der Veeke is gescheurd en we komen langs een naai-atelier. Daar wordt de jas gerepareerd en de (Estlandse) naaister wil niets weten van betaling als ze hoort dat we helemaal naar Santiago fietsen. We krijgen zelf beide nog een chocolade truffel mee om aan te sterken. Overigens zijn veel mensen onderweg in voor een praatje. Ze informeren en wensen ons goede reis.

Ninove heeft ook een eigen brouwerij (Slaghmuylder) en natuurlijk haal ik daar een paar biertjes van.

Daarna gaan we door naar ‘t Schipke. We willen wel weer eens een gewoon bed en wat comfort. Nu kun je daarvoor een hotel of een B&B nemen, maar wij vinden hostels erg leuk. ‘t Schipke is een oud schippershuis voor de schippers van de Dender. Omdat het buiten het seizoen is hebben we een vijf-persoonskamer met eigen douche en toilet. Er is wifi, we kunnen de spullen opladen, we mogen gebruik maken van de keuken en we kunnen de fietsen droog stallen en de tent drogen. En de meneer van de receptie is ook nog zo aardig om een wasje te draaien. Wat wil je nog meer. Hostels rule!

Het is weer een relatief korte dag, maar na acht dagen fietsen begint het lijf wat te protesteren. We hebben een rustdag nodig. En dan hebben we een leuke camping nodig, maar vooral wat warmer weer.

Noot: In deze luxe omstandigheden had ik ook de tijd om alle administratie bij te werken. Het kaartje en de tabel is dus helemaal bij

Vrijdag 25-zondag 27 augustus: Van Gent naar Kruiningen naar Rijsbergen naar Nieuwland

Vrijdag 25 augustus: van Gent naar Kruiningen

Listen to the mustn’ts, listen to the don’ts. Listen to the shouldn’ts, the impossibles, the won’ts. Listen to the never haves, then listen close to me. Anything can happen, anything can be.
Shel Silverstein.

kaart-25-8


België kent, net als Nederland, fietsknooppunten. Het staat allemaal prima aangegeven maar soms leidt dit toch tot een woud van bordjes.


Zoals je al eerder kon lezen, zitten we bijna nooit op een terras. Liever zoeken we een hangplek bij Jezus of een sta-tafel bij Maria. In België en Nederland zijn ze meer op fietsroutes gericht en daar staan vaak bankjes. Voor ons zijn dit de mooiste rustplekken. En als er dan ook nog een verhaal bij zit, dan is het helemaal goed.
Hier zitten we bij de Bevende Hazelaar of de (tril)linde. Maar wat is dat dan? Staat die boom te schudden of zo? Hij staat op de plek waar, bij vergissing, de graaf van Kleef werd vermoord. Hij werd stiekum begraven en er werd een linde op geplant. Dit schijnt in 1494 gebeurt te zijn, maar daarvoor is deze boom te jong. Dus ze zullen er wel een nieuwe geplant hebben. En later een kapelletje opgehangen waar kooplieden een penning offeren voor een goede (ver)koop.



We wisten niet dat je in België zo mooi kunt fietsen. Via de knooppunten komen we op bospaadje, langs maisvelden, door stedelijke gebieden, dorpen maar ook veel landelijke gebieden. We gaan hier zeker nog een een keer terug komen.

Vroeger had je grensovergangen. Met slagbomen en bars uitziende mannen die brommend om je paspoort vroegen. Tegenwoordig staan er niet eens meer bordjes. Op de GPS zie ik dat we in Nederland zijn, maar de omgeving geeft geen enkele indicatie hiervoor. Behalve dan een oude grenspaal die we voor een selfie misbruiken.


In Nederland komen we eerst in Terneuzen. Daar worden we onaangenaam verrast door het horkerige verkeersgedrag van de medelanders. En dat terwijl we er bijna 1800 kilometer op hebben zitten met Franse en Belgische automobilisten die altijd rekening met ons hielden. Bij zebra’s wordt gestopt. Inhalen wordt alleen gedaan als het veilig kon en meermalen kregen we voorrang terwijl we het niet hadden. Fijn fietsen in die landen.
Daarna fietsen we een stuk langs de Westerschelde. Dit geeft toch weer even het zee-gevoel met de zilte lucht, de krijsende meeuwen en het water. Voelt als een soort reünie van de reis.


Als je wat ouder bent, dan ken je het veer Kruiningen-Perkpolder nog. Vaak werd op de radio omgeroepen als het niet kon varen. In 2003 is deze opgeheven omdat de Westerscheldetunnel afgerond was. Maar in de zomermaanden vaart er nog een alternatief voor voetgangers en fietsers. Maar niet regelmatig. Op sommige dagen niet en op de dagen dat hij wel vaart, soms wel en niet. Als planner krijg ik daar een broekpoep-gevoel bij. Want als hij niet vaart, betekent het vele tientallen kilometers omrijden. Met wat puzzelen op internet denk ik dat hij morgen om 9 uur vaart. Maar mogelijk halen we die van vanmiddag 16.15 ook. We zijn ruim op tijd en hij lijkt te varen. Zo staan we om vijf uur aan de overkant. Weer een zorg minder.

 


In Kruiningen komen we eerst bij een boerencamping. We krijgen een plekje midden op een veld met lege caravans. Daar hebben we geen zin in. Gelukkig is er een paar kilometer verderop een beter alternatief. Ze hebben zelfs speciale fietsplekjes met een picknicktafel. Vanavond kunnen we in luxe dineren.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 87,5 (totaal 1889)
Aantal hoogtemeters: 105
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 272
Camping den Inkel (€ 16,50)

 

Zaterdag 26 augustus: van Kruiningen naar Rijsbergen

 kaart-26-8

The earth has music for those who listen.
Shakespeare.

 

Vandaag was weer een mooie dag met een prachtige start. We fietsen nog een stukje langs de Westerschelde en gaan dan Brabant in. En, tot onze verbazing, pakken we ook nog stukje België mee. Veel bos vandaag, wat lekker koel is, maar het verveelt wel op den duur.


Het is een perfecte morgen. De temperatuur is aangenaam. Vogels foerageren in het slik. Over de Westerschelde hangt een dunne mist. Zo dun, dat je hem haast niet ziet. Vertes kijken altijd ver weg, maar hierdoor lijkt hij nog iets verder weg. Je hoort het ritmische motorgeluid van een schip zonder het te zien. Op het prikkeldraad zitten de zwaluwen alsof ze een muziekstuk vormen. En de zon glinstert op het water. Een feest voor alle zintuigen. Zomaar een geluksmoment van moeder natuur. Dit zijn de hoogtepunten van het leven. Dit is waarom we fietsen.


Bij een bejaardenhangplek (bij Bath) willen we nog even het zicht op de Westerschelde houden. Hier staat een huisje en wat bankjes waar de oude kapiteins samenscholen en samen sterke verhalen vertellen. Nu confisqueren wij het met koffie, croissantjes, was en een drogende tent. Ondertussen strijken er autochtonen neer zodat we steeds meer van ons domein moeten teruggeven. Maar daar krijgen we interessante verhalen voor terug. Gisteren is hier nog een vrachtschip gestrand omdat het roer niet werkte. Er gebeuren vaker incidenten in de bocht van Bath. Daarvoor is er een hangplek. Met binnen en buitenruimte want ongelukken laten zich niet tegenhouden door het weer.

Het fietsen gaat me steeds zwaarder af. Terwijl er toch geen vals plat is. En achter begint het wat te zwabberen. Duidelijk een lekke band. Meestal hebben we die wel een of meer keer tijdens de lange reis. Gelukkig is er een mooie picknickplek waar ik alles kan uitstallen. Terwijl Mevr. van der Veeke voor de schaft zorgt, vervang ik de band. Tevergeefs, blijkt later.


Het is voor het eerst dat we op kunstgras staan. En, ondanks de eerste huivering, moet ik zeggen dat het ideaal is. Geen modder om te tent, het voelt fijn aan de voeten en je kunt overal wat neerleggen zonder dat het vies wordt. De camping is een voormalige boerderij. Ze moesten de zaak opdoeken en toen hebben ze de stal omgebouwd tot kinderspeelparadijs en het weiland tot camping. Er komen veel ouders met kinderen of grootouders met kleinkinderen. En hij kon de hand leggen op een partij kunstgras. Maar op dit moment is de camping nagenoeg leeg. De schommel schommelt wat in de wind. En de wil-wap lijkt uit zichzelf te bewegen. Geeft wel een Norman Bates gevoel, maar het is allemaal prima hier.

Onze plek ziet eruit als een rommelmarkt. Zo gaan die dingen zodra er met kunstgras gewerkt wordt. Je ziet dat ik aan het bandenplakken ben. Ook de tweede binnenband liep steeds leeg ondanks dat ik de buitenband goed gecontroleerd had. Door elke tien kilometer te pompen zijn we hier gekomen. In beide binnenbanden zitten gaatjes en weer kunnen we, met z’n tweeën, niets vinden in de buitenband. Ik hoop dat het nu goed komt.

 

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,1 (totaal 1961)
Aantal hoogtemeters: 103
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 240
Camping de buiten bij (€ 19,40)

 

Zondag 27 augustus: van Rijsbergen naar Nieuwland

It’s ok not to be ok all the time.

 kaart-27-8

Vandaag wordt gekenmerkt door uitdagingen in de vorm van weg-afsluitingen, weg-omleidingen, pontjes en lekke banden. En het weer was weer fantastisch. Ik moet zeggen dat ik ook een fan van kunstgras ben geworden. Geen natte voeten ’s ochtends. Als het in de fietstas gepast zou hebben, dan had ik het meegenomen.

Eigenlijk zijn de vroege ochtenden het mooist om te fietsen. En zeker op  zondagochtend als iedereen uitslaapt. De stilte hangt in de lucht en de mist in de bossen. En je komt natuurlijke kunstwerken tegen zoals deze.

De route leidt ons door bossen, maar ook langs riviertjes, kanalen en vandaag meer door steden. Breda was leuk om doorheen te fietsen. Gaan we zeker nog een keer bezoeken. Maar hier komen we de eerste omleiding tegen. Netjes aangegeven. In het bos komen we de tweede hindernis van de dag tegen. We mogen er niet door want er komt zo een triathlon aan. We hoeven maar een paar honderd meter en met wat zeuren mogen we toch door. Mits we een stukje fietsen, lopen en zwemmen.

Het bandenleed is nog niet afgelopen. Na tientallen kilometers loopt hij weer leeg. Oppompen helpt niet, er zit echt weer een lek in. En geen scherp voorwerp meer. Het lek zit wel op de plek waar de buitenband beschadigd is. Blijkbaar gaat daardoor de binnenband ook weer lek. Gelukkig heb ik in mijn gereedschapsetje ook buitenbandplakkers (die je aan de binnenkant doet). Die gaat erin, andere binnenband en we zijn weer op pad.

De volgende hindernis is een opgebroken weg en een uitgebroken koe. We moeten hier echt langs om bij de pont te komen. Dat betekent een stuk lopen en een stuk hobbelen. Niet echt prettig voor mijn fragiele buitenband, maar je moet wat.

Het eerste pontje gaat continu en we kunnen er zo oprijden. Hij is gratis en zorgt voor de oversteek over Bergsche Maas. Het is maar een klein stukje en we zijn er zo. Toch hebben pontjes altijd een bepaalde charme voor mij. Even het vaste land verruilen voor de deining van het water.

In Dussen gaan we lunchen want we verwachten geen winkel meer te vinden voor de boodschappen van het avondeten. Als ik daarna bij de fiets terugkom, is de band weer leeg. Maar weer alles los halen. De buitenbandplakker zit nog goed, maar het blijkt dat het plakkertje op de binnenband, van gisteren, niet goed gehouden heeft. Ik doe onze laatste reserve binnenband erin en maar weer op stap. Ik heb geen idee wat ik nog kan doen als hij nu weer lek raakt. Het is zondag, dus de fietswinkels, om een andere buitenband te kopen, zijn dicht.

Ondanks de stress van de lekke banden, gaan we toch nog even bij kasteel Dussen kijken. Het staat er al sinds 1331. In de tweede wereldoorlog zwaar beschadigd maar in 1953 toch weer gerestaureerd. Een van de bekendste bewoonsters was Rolina Duringar. Zij moest elke nacht bewaakt worden door zes mannen uit het dorp terwijl de ezel in de torenkamer sliep. Kun je het nog volgen?

Het tweede pontje van de dag brengt ons in Gorkum (Gorinchem). Deze vergt wat meer planning, want hij vaart maar een keer per uur. Door alle lekke banden hebben we flink vertraging dus we moeten er voor racen om die van half vier te halen. Maar het lukt nipt. Voor €4 staan we in Gorkum. Een mooie stad, waar het koopzondag is. Zo kunnen we hier een ijsje eten en toch nog wat boodschappen doen voor het ontbijt van morgen. Je voelt gewoon dat je Brabant uit bent. Het landschap is anders, de mensen zijn anders maar net name de taal en tongval zijn anders.

We zitten op een kleine boerencamping op het kleinste plekje ooit maar ook met het mooiste uitzicht ooit. Mijn band is hard gebleven, maar ik moet nu nog wel twee binnenbanden plakken. Omdat we vanmiddag al ‘warm’ gegeten hebben, nemen we nu nog een soepje en een boterham. Voor mijn gevoel komen we steeds dichter bij huis. Nog een paar dagen fietsen en hopen dat het mooie weer aanhoudt.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 74,9 (totaal 2036)
Aantal hoogtemeters: 80
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 191
Camping Grienduil (€ 11,50)

Donderdag 24 augustus: Gent

There is not a country that I have visited I haven’t fallen in love with, whether it was for 10 minutes or 10 years.

Vandaag staat Gent op het programma. En het blijkt de kers op de taart te zijn (die we overigens nog aan het eten zijn). Wat een prachtige stad! We zijn in Wenen, Praag, Florence, Verona en Brugge geweest. Maar nergens voelde het zo als thuiskomen. Ik zou hier kunnen wonen en elke dag een koffie drinken op het Sint Baafs plein. Elke dag even naar het lam Gods kijken. En elke dag een pintje pakken op de Vrijdagmarkt waar je bediend wordt met het Vlaamse accent van de serveerstertjes. Ik zou hier kunnen sterven en een gelukkig man zijn. Ik kan niet anders zeggen: ga naar Gent. 

We hebben meer dan 100 foto’s gemaakt. Uitzoeken was lastig, want het is allemaal mooi. Hieronder een kleine selectie. 


Eerst een beetje geschiedenis. In het jaar 630 besluit een bisschop om hier de St. Bataafsabdij op te richten. Na de middeleeuwen groeit Gent met name door de schapenteelt en de daarvan afgeleide wolhandel. Tot in de 14e eeuw hebben de kooplieden het voor het zeggen maar het botert niet echt met de ambachten en gilden en dat komt de stad niet ten goede.


Daardoor gaat het wat minder, maar de Gentenaren blijven dwarsliggers. Ze weigeren belasting te betalen aan Karel de Vijfde en die maakt er korte metten mee. Ze verliezen alle rechten en privileges, de abdij en stadspoorten worden afgebroken en de notabelen worden blootsvoets, met een strop om de nek door de stad gejaagd. Ze worden de stroppendragers genoemd, wat later een geuzennaam wordt.


Eind 18e eeuw begint de industriële revolutie. Door een Engelse spinmachine in onderdelen naar Gent te smokkelen blijven ze voor lopen in de race. Maar hier worden ook de eerste vakbonden en socialistische bewegingen opgericht. De wereldtentoonstelling van 1913 geeft de stad een facelift en zelfs nu is Gent nog in beweging.


Wij gaan eerst naar de aanbidding van het lam Gods. Waar Mevr. van der Veeke voor staat is een kleine replica. Het ding is meters hoog (4,4 bij 3,4 meter) en we hadden het geluk dat het heel rustig was toen we gingen kijken. Ik kon er letterlijk met de neus op staan.


Het is geschilderd door Hubert van Eyk en het schijnt dat zijn broer Jan ook regelmatig de kwast ter hand heeft genomen. Deze polyoptiek is heel belangrijk in de schilderkunst. Het zijn 20 panelen met voornamelijk bijbelse taferelen en het is zo bijzonder omdat het met microscopische precisie geschilderd is. Sommige plaatjes zijn net foto’s, zoveel detail zit erin. Geschilderd op eikenhout, met een flinterdun krijtlaagje bedekt, in meerdere lagen geeft een soort 3D effect. Meer informatie over dit kunstwerk kun je op internet vinden. Leuk om te weten is dat het meerdere malen gestolen en geroofd is. Tot op heden is een van de panelen (de rechtvaardige rechters) nog steeds vermist. Daarvan is in 1939 een replica geschilderd door…jawel… Jan van der Veken.


Er zijn veel mooie gebouwen in Gent en het stikt er van de beeldhouwwerken op de gebouwen. Bij de Belfort toren zie je de Mammelokker. Een tot hongerdood veroordelelde gevangene wist het heel lang te rekken door elke dag de moedermelk uit de borst (mamme) van zijn dochter te zogen (lokken). Je moet er maar op komen en je moet het maar willen. Van beide kanten.


Een lekkernij zijn de Gentse neuzen. Dit zijn een soort van zachte snoepjes, maar stevig van buiten, in de vorm van een neus. We kopen er twee en ze zijn mierzoet. Ze worden verkocht op de Groentemarkt. Eerst door één verkoper, maar later door meerdere, wat een felle concurrentiestrijd oplevert. Ze gaan soms zelfs rollend over straat. Wij hebben wat provocerende opmerkingen gemaakt maar we konden geen handgemeen uitlokken.


Gent wordt goed doorsneden door de Leie. Je struikelt over de rondvaarten, maar wat ik veel leuker vind, is dat je een kano kan huren en zelf peddelend door de grachten kan gaan. 

Er zijn allerlei markten voor goederen. Het mag duidelijk zijn, wat hier vroeger verkocht werd.


Het Gravensteen is de enige overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen. De eerste, houten, versie overleefde de Romeinen en de Vikingen. Later is er een stenen burcht van gemaakt die nu nog nagenoeg intact is overgebleven.

Terwijl ze er in andere steden een probleem van maken, heeft Gent de street-art omarmd. Er is een heuse ‘concrete canvas tour’ die door de stad gaat. In het Werregarenstraatje is de muur een groot canvas en zijn er diverse artiesten die er een kunstwerk op spuiten. Als het even kan over elkaar heen. Soms wordt alles overgeschilderd en beginnen ze gewoon opnieuw. Terwijl wij er kijken, is er ook een jongen bezig en in een geur van drijfgassen en verf kijken we toe hoe hij zijn ‘piece’ maakt. De konijnen zoeken we speciaal even op. Deze zijn gemaakt door Roa en zijn toch wel symbolisch voor Gent en worden niet overgeschilderd.

Op de Vrijdagmarkt staat een vrouw urenlang de kinderen te vermaken door bellen te maken.

Het 14e eeuwse toreken, op de hoek van de Vrijdagmarkt. Hierin hing de bel die de start van de markt inluidde. Ook was hier de schandpaal waar de afgekeurde lakens opgehangen werden.

Blik op de Vrijdagmarkt. Een plek van plezier en venijn. Er waren feesten, vieringen en ontvangsten. Maar ook terechtstellingen. Als laatste verloor meneer Butsel zijn hoofd hier onder de guillotine. Op het plein staat het beeld van Jacob van Artevelde, de leider van de opstand tegen Karel V.

Een blik over de Lieve vanaf de brug van de Keizerlijke Geneugten. Fraaie namen weten ze goed te verzinnen. Sowieso zijn ze hier wel taalvaardig zoals we op vele bordjes hebben gezien. Ook op school worden de kinderen gestimuleerd om met taal te spelen, te zien aan de borden die automobilisten moeten manen zachter te rijden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 8,4 (totaal 1801)
Aantal hoogtemeters: 4
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 322
Camping Blaarmeersen (€ 24,10)

 

Woensdag 23 augustus: van Diksmuide naar Gent

I travelled in the most inefficient way possible and it took me exactly where I wanted to go.
Andrew Evans

kaart-23-8

Een paar jaar geleden hebben we Brugge bezocht, maar Gent links laten liggen. Dat gaan we dit jaar goed maken. Daarom heb ik een route oostwaarts gemaakt die min of meer in een rechte lijn naar Gent gaat. Deels over prachtige fietspaden, want België kent, net als Nederland, een fiets-knooppunt-netwerk. Maar die hebben de neiging nogal te meanderen, dus bij sommige stukken gaan we gewoon langs de autoweg, mits er een fietspad naast ligt. En het laatste deel zitten we langs het kanaal Gent-Brugge, wat erg mooi en rustig is. Maar het begon allemaal wat onrustiger.

 Het is hier wandel-vierdaagse. Dit betekent dat het weggetje dat wij af moeten fietsen bezet wordt door ongeveer 6000 wandelaars. Als je goed kijkt, zie je op de foto een fietser in het rood ploeteren, tegen de stroom in. Ik heb hier geen vrienden gemaakt. Ongeveer 6000 wel te verstaan.

Diksmuide gaan we nog door. Los van de IJzertoren en het oorlogsverleden is het gewoon een prachtig plaatsje. Als we meer tijd hadden gehad, dan waren we hier nog een dag blijven hangen. Nu gaan we via het centrum verder. De markt wordt op de schop genomen maar de gebouwen er omheen zijn een plaatje.


De Belgen hebben best humor. Dat komen we op veel plekken tegen, zoals hier.


We komen ook door veel plaatsjes en dat vinden we leuk want er is vaak wat te zien. Zoals ‘lange Max’ in Koekelare. Een reusachtig kanon dat de Duitsers installeerden on Duinkerken plat te leggen, of de beeldbepalende brouwerij Christiaan die helaas in 1968 ter ziele ging. Maar ook in andere plaatsjes zoals Aartrijke, Ruddervoorde en Aalter-brug is van alles te zien.

In Hertsberge fietsen we over de Kastelen Dreef, een lommerrijke laan met hoge bomen. We verwachten er kastelen te zien en die staat er ook in de vorm van gigantische villa’s. De een nog groter dan de andere. Modern en klassiek, allemaal door elkaar. En elk meer dan een miljoen euro waard. We kijken onze ogen uit.


Op de fiets negeren we meestal afgesloten straten, route-barree’s en  verboden in te rijden. We kunnen er toch meestal wel langs. Hier zitten we al langs het kanaal Gent-Brugge. We hebben twee keer de borden genegeerd en lopen nu toch vast. We kunnen echt niet verder en moeten terugfietsen en alsnog de omleiding volgen. En zo zien we het complete industrieterrein van Aalter-brug. Maar dat heeft niet tot gevolg dat we onze taktiek gaan wijzigen want meestal gaat het wel goed.

Het laatste stuk zitten we langs het kanaal Gent-Brugge. Voor het grootste deel een autovrij jaagpad en deze keer met mooi asfalt. En deze brengt ons bijna tot in Gent.


Zuidwest van Gent ligt de stadscamping. Hij is niet goedkoop maar de faciliteiten zijn prima, waaronder een heerlijke douche, winkel, frietkot en bar. We komen op een plekje dat we delen met een mol, die regelmatig even laat weten wat hij er van vindt. Het enige nadeel is dat we vrij dicht op de snelweg zitten waardoor je eigenlijk continu auto’s hoort. Morgen gaan we in Gent kijken. Meestal doe ik de route, maar morgen laat ik me door Mevr. van der Veeke leiden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 83,6 (totaal 1793)
Aantal hoogtemeters: 177
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 322
Camping Blaarmeersen (€ 24,=)

Dinsdag 22 augustus: van Tournehem-sur-la-Hem naar Diksmuide

Travel makes you realize that no matter how much you know, there is always more to learn.

kaart-22-8

Het is mistig als we opstaan, maar wel warmer dan gisteren. En droog. De lucht draagt een belofte van goed weer. Beter kunnen we de dag niet beginnen.

De route die we vandaag doen, hebben we grotendeels al eerder gedaan. Je kunt de verslagen daarvan hier en hier vinden. Er is dus een hoog deja-vu gehalte. Alle foto’s heb ik al, dus ik maak er maar weinig. Maar als we de route fietsen, blijken er toch wel verschillen te zijn. 

We verlaten Frankrijk na drieënhalve week. We hebben het er erg mooi gehad. Langs de Atlantische kust een zon-zee-strand gevoel. En in het binnenland genoten van het landschap.

Zodra we België naderen komen we weer op elke hoek een Christus aan het kruis of een kapel met een of meerdere Maria’s tegen in allerlei vormen. Compleet vervallen en verveloos tot prachtige gebouwtjes met kaarsjes. Vroom volkje hier.


Zo in de ochtend is het heerlijk rustig en sereen. En met een beetje mist wordt het zelfs wat mysterieus. Dit zijn de mooiste momenten om op de fiets onderweg te zijn.

We hebben niet kunnen ontbijten. In Watten kopen we bij de super wat fruit en yoghurt en op de top van een van de laatste klimmen vinden we een mooie picknickplek om het op te eten.

Voor de rest is het veel fietsen vandaag. Als het vlakker wordt, krijg ik meer last van mij achterwerk. Je zit dan teveel stil in het zadel. Bij klimmen kom je er nog eens uit. Daarom stappen we af en toe af om de rug te strekken en de billen te ontlasten. Daarvoor grijpen we elke gelegenheid aan, zoals deze automaat waar ze fruit verkopen. Voor €1,20 kopen we een meloen die we bij de kerk van Bambecque soldaat maken.


Gingen we vorige keer nog geruisloos de grens over, deze keer komen we langs de douanepost van Oost-Kapelle en er is geen twijfel. We zijn niet meer in Frankrijk.

 

Dominant is hier de IJzer. We komen het eerst tegen als een sloot maar later is het toch een aardige vaart. Langs dit water komen we in Diksmuide dat een behoorlijk oorlogsverleden heeft. Je kunt dat in de eerdere blogs lezen. Wij slaan dit deze keer over en halen bij de Lidl de boodschappen voor vanavond. We eten paella en drinken er bier bij.


Camping de IJzerhoeve is een tijd in verval geweest. Een paar jongelui doen goed hun best dit weer leven in te blazen. Ze hebben een echt tentenveldje waar we met uitzicht op de toren van Diksmuide staan. De douche is goddelijk en ze hebben een terras met de heerlijkste biertjes. Wat mij betreft zijn ze goed bezig en kan ik deze camping alleen maar aanraden.

profiel-22-8

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 83,5 (totaal 1708)
Aantal hoogtemeters: 355
Afstand (hemelsbreed) naar Baflo: 361
Camping de IJzerhoeve (€ 12,=)

 

Dinsdag 4 augustus: Van Brugge naar Vrouwenpolder

Dat mooie weer kon natuurlijk niet blijven. Vannacht werden we afgestraft met een verschrikkelijk onweer. We lagen te schudden in bed van de donderslagen en door de opspattende modder ziet de tent er niet uit. Lichtpuntje is dat het ’s ochtends wel droog is en in de loop van de dag klaart het weer op.

We vinden het een fijne camping bij Brugge. Moderne faciliteiten waaronder internet en opladen. En op loopafstand van de stad (maar wij gingen wel op de fiets). Het enige nadeel is het kleine plekje en het feit dat je zo dicht op elkaar zit. Dat gebrek aan privacy doet wat met de omgang. Die wordt volgens mij wat afstandelijker. Toch zou ik hier zo weer heen gaan als ik naar Brugge wil.

Onder grijze luchten verlaten we de stad en volgen de Damse vaart. Napoleon is ooit begonnen met deze uit te graven. Niet zelf natuurlijk, hij gaf de opdracht. Met weinig wind en de hoge bomen langs het kanaal geeft het een mooi uitzicht.

Na Damme en Hoeke komen we bij Sluis weer ongemerkt Nederland in. Worden de grenzen niet meer aangegeven? Worden de borden gestolen of zo? Nu moet ik aan mijn telefoon zien dat we weer in Nederland zijn. Maar los daarvan voelt het goed om weer ‘thuis’ te zijn.  In Sluis gaan we op zoek naar een bakker en verbazen ons over de hoeveelheid winkels die dit dorp heeft. En maar één bakker.

In Retranchement wanen we ons nog even in Frankrijk. Wat wil je anders met zo’n naam? Het is een vestingdorp. Ooit waren hier twee forten. Nu allemaal weg. Wat er nog wel staat is de Retranchementse molen van het type standaard. En de standaard slaat dan op de voet waarop hij kan draaien.

Nu fietsen we al dagen de Noordzee route, maar de zee hebben we nog nauwelijks gezien. Bij Cadzand gebeurt dat eindelijk en we kunnen zelfs stukken langs het strand fietsen. Vuurtorens zijn altijd plus één voor mij en het strand, de vuurtoren van Nieuwsluis en Mevr. vd Veeke in één foto maakt het plaatje compleet.

Bij Breskens verlaten we Zeeuws-Vlaanderen om over te steken naar Walcheren. Het is het enige dagelijks varende veer over de Westerschelde. Toen de tunnel klaar was, zijn de anderen opgedoekt. Onder andere Kruiningen-Perkpolder. Dat was voor mij een bekende kreet van de radio omdat ze altijd omriepen wanneer hij niet voer.

Het veer is anders dan ik verwacht. Ik had gedacht met een soort pont over te steken, maar het lijkt meer op de veerboot naar een van de Waddeneilanden. Je moet eerst binnen een kaartje kopen (€4 enkele reis met fiets) tussen gestreste mensen en voordringende bejaarden. Het veer vaart twee keer per uur en er is voldoende ruimte voor de fietsen. Binnen zijn comfortabele stoelen en in 20 minuten ben je over.

In Vlissingen is het gezellig. Er is kermis en volgens oude traditie wordt er ringsteken gedaan. Volgens mij zijn het profi’s want er wordt geen ring gemist. Toch leuk om te zien. We brengen nog even een groet aan het beeld van Michiel de Ruyter die hier geboren is.

Walcheren ronden we aan de westkant. De wind is inmiddels behoorlijk opgestoken en de eerste helft hebben we hem flink tegen. We beginnen vlak langs de kust en met zo’n harde woei is het best bikkelen. Gelukkig lopen delen van de route door het bos. Dat fietst iets gemakkelijker.

Was het vanmorgen nog hartstikke rustig aan de kust, nu lijkt het of iedereen uitgelopen is. En wat ze in 40-45 niet lukte, lukt nu wel. Je waant je haast in Duitsland, zoveel Duitsers zijn er in Zeeland. Het is het enige wat je om je heen hoort. Vooral Zoutelande is in trek. Het heeft stranden die op het zuiden zijn georiënteerd. Het wordt wel de Zeeuwse Rivièra genoemd en daarom wil iedereen hier heen.

Bij Westkapelle komt ons keerpunt met de wind. Vanaf hier fietsen we naar het noord-oosten en hebben we hem fors in de rug. Door mooi asfalt halen we, voor ons, onrealistische snelheden van boven de 35 km/uur. De vuurtoren van Westkapelle is bijzonder. In de 19e eeuw is hij op de kerktoren geplaatst en daarna is de kerk afgebrand. Nu is het dus een kerktoren met een lamp erop. Iets verderop staat nog een prachtige rood-witte vuurtoren. Het is een feest voor de ogen hier.

In Domburg is het helemaal een gekkenhuis. We zijn het niet meer gewend om zoveel volk op de been te zien. We slalommen om de mensen heen naar de super. Voor het avondeten halen we ingrediënten voor een chili. Daarna gaan we door naar Vrouwenpolder. Het stikt hier van de grote campings, dus ik heb de voorkeur voor een mini-camping. Bij de Schorre lijkt het eerst vol, want er worden mensen weggestuurd. Maar voor twee fietsers is er nog plaats op het tentenveldje. De campingbazin vertelt dat dit met de vergunning te maken heeft. Ze heeft vergunning voor 25 maar plaats voor meer. Daarom stuurt ze soms mensen weg terwijl er plekken leeg staan. Maar voor het tentenveldje én het feit dat we maar een nacht blijven kan ze uitzonderingen maken. We zijn er blij mee. Het is heerlijk om weer op een Nederlandse camping te staan, waar je de haringen gewoon in de grond drukt.

In de avondzon koken we ons potje. We hoeven niet meer te wassen. Overmorgen hopen we thuis te komen en dan mag alles vies zijn. De wind schudt aan de tent maar wij liggen weer lekker warm en rustig vannacht.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 77,6 (totaal 1522)
Afstand tot Baflo: 279 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 228

kaart-26a

 

Maandag 3 augustus: Brugge

Onze vakantie viel vandaag. Rustig opstaan, ontbijten, kopje koffie en naar Brugge. Weinig tekst, veel plaatjes. Het is een prachtige stad, meer hoef ik er niet over kwijt. Oordeel zelf.

We beginnen bij de VVV, waar ze je als een vorst(in) behandelen.

Uitzicht vanaf de Rozenhoedkade, de meest gefotografeerde plek in Brugge.

Als je iets wilt kopen in Brugge, dan is dat chocolade, kant of Belgisch bier.

In de Onze-lieve-vrouwen kerk.

Begijnhof, waar de weduwen in boomhutten wonen.

We konden de spiegel niet overslaan.

Burg.

De karakteristieke huisjes van Brugge.

Basiliek van het heilige bloed.

Het heilige bloed was vandaag ten toon gesteld. We hebben het gezien. Je mocht geen foto maken, maar het ziet eruit als op de onderste foto; een tampon met bloed (dat van Jezus zou moeten zijn, zie deze link).

Zondag 2 augustus: Van Nieuwpoort naar Brugge

Het is een frisse, heldere nacht. Dat betekent meestal dat het ’s ochtends regent aan de binnenkant van de buitentent. Maar we staan in de zon en het lukt om alles niet al te nat mee te krijgen. We hebben vandaag een korte dag. Het is maar een kilometer of veertig naar Brugge en daar blijven we een extra dag.

We fietsen een eindje van de kust af. Aan de kust is het een eindeloze rij van flats. Vanuit de verte is dit goed te zien. Iedereen wil blijkbaar aan de kust wonen. En iedereen die een racefiets heeft in België is op pad vanochtend. Er zwermen hele kuddes, voornamelijk, mannen in gelijke kledij over de fietspaden en wegen. Tegen de middag houdt dit pas een beetje op.

We komen eerst in Leffinge. Heel vroeger werd hier zout gewonnen. Tegenwoordig is het bekend van de kathedraal van het Noorden. Een enorme kerk met dertien torentjes. Waarom dertien? Omdat de toenmalige bisschop in 1813 in dit dorp was geboren. Wij zijn op zoek naar een winkel voor wat lekkers. We zien een traiteur-slager. Volgens de dame in de winkel is er geen bakker in het dorp. We kopen dus maar een broodje krabsalade bij haar. Als we het dorp uit fietsen komen we langs de bakker. Hij is open.

In Oudenburg gaan we op zoek naar de abdij die gesticht was door Arnoldus. Hij is de beschermheilige van de bierbrouwers en hij kon water in bier veranderen. Een handige eigenschap lijkt me. Er is nu geen abdij meer maar wel een abdijhoeve. En die is natuurlijk dicht op zondag.

Vandaag is het kanaaldag. We fietsen vrijwel de hele dag langs het kanaal. Eerst het kanaal Nieuwpoort-Plassendale. Bij Zandvoorde gaan we over op het kanaal Gent-Brugge. Dit is lekker vlak en met mooi asfalt. We halen hier een dubbele snelheid ten opzichte van Bretagne en Engeland. Maar het is ook een beetje saai op den duur. Gelukkig zijn er soms wegafzettingen om ons af te leiden.

We komen bij de blinde ezelspoort Brugge binnen. De naam refereert aan een dubieus biermerk. Waarschijnlijk zat er verkeerde alcohol in (waar je blind van wordt) dus je bent een ezel als je drinkt. Een stelletje vraagt of we een foto van hun kunnen nemen en doen ons de wederdienst.

We rijden door het centrum van Brugge. Op de markt hebben ze een spiegelhuisje neergezet waarin je mooie selfies kan maken met de gebouwen van Brugge erbij. Omdat we selfies-stick-loos zijn, doen we dat natuurlijk.

Brugge heeft één camping. Of eigenlijk campinkje. Op het tentenveldje krijgen we een mini plaatsje (het zijn allemaal miniplaatsjes). We hebben geen grote tent, maar hij past er net op. Gedurende de middag en avond vult het veldje zich tot de nok. Best gezellig met fietsers, wandelaars en andere toeristen. Wij gaan nog even in de stad eten want de winkels zijn dicht en we hebben geen boodschappen kunnen doen. Morgen gaan we Brugge wat beter bekijken.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 48,6 (totaal 1444)
Afstand tot Baflo: 327 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 32

kaart-24

Zaterdag 1 augustus: Van Esquelbecq naar Nieuwpoort

Met wat weemoed verlaten we de camping. Het is wel een erg mooi plekje hier, waar we ons erg thuis voelden. Maar goed, er is geen ontkomen aan. We moeten verder.

Vandaag fietsen we grotendeels langs de IJzer. In Esquelbecq is het nog een stroompje waar je zo naar de overkant kunt springen. Maar gedurende de dag zal het groeien tot een behoorlijke rivier.

Wormhout is het eerste dorp dat we tegenkomen. Bekend van de oudste windmolen van Vlaanderen én van de wenende Maria. Dat dit in 1406 gebeurde en dat ze daar nu nog steeds roem van willen trekken, is een beetje sneu. We gaan toch even kijken bij de St. Maartens kerk. Het is wederom een optocht van Maria’s in de kerk. We zien nergens tranen meer, maar een staat meer in de schijnwerpers dan de anderen. Dat zal de huilebalk dan wel zijn en in 600 jaar zijn de tranen wel weg.

Wat ik veel merkwaardiger vind is dat er ook een engel met een nijptang staat. Wat!? Ja, een nijptang. Nu weet ik dat Jezus met spijkers aan het kruis hing, maar dat ze toen ook al nijptangen hadden is toch wat schokkend. Was dit een timmer-engel? Of een tandarts-engel en trok hij er tanden mee? Een raadsel wat me de rest van de dag bezig houdt.

In Bambecque willen we ook even in de kerk kijken. Volgens de gids heeft het een mooi interieur. Maar de kerk zit op slot. Ik blijf dat gek vinden, een kerk die op slot zit. Stel dat je met hoge nood moet bidden? Ik dacht dat het huis van God altijd open stond. Maar niet in Noord-Frankrijk waar ook de Maria’s als criminelen achter tralies opgesloten worden.

Iets verderop vindt er een blijde gebeurtenis plaats. Het tellertje van Mevr. vd Veeke gaat voor de tweede keer door de 10.000 km grens. Dit vinden we een feit dat we feestelijk met gebak moeten vieren. En dat doen we samen met de Maria-smurf. Ze wil geen gebakje, maar gezellig dat ze erbij was.

Tijdens de feestelijkheden hebben we natuurlijk een prachtig uitzicht.

In Oost-Capel gaan we op zoek naar de grenspalen uit 1819. Deze zouden voor de kerk moeten staan maar we kunnen ze niet vinden. Het blijkt dat we bij het verkeerde dorp zijn. Een ontzettend aardige bejaarde mevrouw vertelt ons dat we in Roesbrugge zijn. We zijn dus ongemerkt (zelfs met de gps heb ik het niet doorgehad) in België gekomen. Vandaar dat we de mensen ineens kunnen verstaan en de borden weer leesbaar zijn. Het illustreert ook hoe slecht het routeboekje (Bas van der Post) is. De kaartjes zijn niet te volgen, de teksten noemen plaatsen die niet op de kaart staan en de foto’s zijn soms tenenkrommend. Zonder gps was ik allang de weg kwijt geweest en nu dus een hele grens.

Bij Fintele maken we koffie. Het is bekend van de overtoom. Hier werden schepen over land getrokken van de rivier de IJzer naar de Loovaart. Later is hier een sluis voor gebouwd. Dat ze van het echte handwerk hielden bewijst ook de hooipiete. Dit was een brug waarvan de planken afgebroken moesten worden als er een schip langs kwam. Hij ligt nu als een stapel hout langs de kant.

Bij de Knokkebrug gaan we weer over de IJzer. Hier stond vroeger fort Knokke die in de 16e eeuw moest voorkomen dat de Spanjaarden het land binnenvielen. Het heeft jaren geduurd voor Sinterklaas het land weer in kon.

Diksmuide zien we al van verre door zijn grote IJzertoren. Het is een monument tegen de oorlog. Op vier kanten staat in vier talen Nooit meer oorlog. Maar daarnaast is het ook een symbool van de verzelfstandiging van Vlaanderen. Op de toren staat in grote letters AVV/VVK wat staat voor Alles Voor Vlaanderen / Vlaanderen Voor Kristus. De toren is trouwens een nieuwe versie die na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd nadat de eerste opgeblazen was. De ruïne van de oude wordt als monument bewaard en in de restanten is een crypte waarin de stoffelijke resten van enkele bekende soldaten is opgeborgen. Naast al dit oorlogsgeweld is Diksmuide een stadje met een mooi herbouwde grote markt. Het heeft als bijnaam boterstad vanwege de boter en de kaas die er geproduceerd wordt.

We gaan niet snel een museum in maar bij de Dodengang kijken we toch even. De meneer van het museum spreekt ons streng toe als we een kaartje voor vier euro kopen. We moeten hier minstens een uur besteden. In de eerste wereldoorlog is hier een loopgravenoorlog geweest die volledig escaleerde. Achteraf vraag je je af waar men mee bezig was, maar toen was het net als de kikker in heet water. Als je maar langzaam opwarmt, komt het niet in de kikker op om eruit te springen.

Op slechts een paar vierkante kilometer werd een gruwelijke strijd onder erbarmelijk omstandigheden uitgevochten. De expositie laat het in verhalen, foto’s en films zien. Daarnaast zijn de werkelijke loopgraven hier nagebouwd. Wij zouden niet overleven hier. Door onze lengte steken we boven de loopgraven uit en zou binnen de kortste keren het hoofd eraf geschoten worden.

Over het voormalige spoortraject Nieuwpoort-Diksmuide steken we een stukje af. We gaan niet naar Veurne maar rechtstreeks naar Nieuwpoort. Hiermee korten we de kilometers van vandaag in van over de 100 naar iets van zeventig. Lang genoeg vinden we.

Nieuwpoort is natuurlijk bekend van de slag bij Nieuwpoort. Grappig detail is dat Maurits in 1600 op weg was naar de piraten die de kust onveilig maakten en en-passant op het Spaanse leger stuitte. En toen die maar even versloeg. Een keerpunt in de geschiedenis. Er is veel gevochten om de plekken hier door Engelsen, Fransen, Duitsers, Nederlanders én Oostenrijkers. Het stadje zelf is niet groot, maar wel mooi. Op weg naar de camping gaan we even over de grote Markt met zijn prachtige gebouwen.

De camping ligt iets buiten de stad en is een bezienswaardigheid op zich. Niet eerder stonden we op zo’n reusachtige camping. Er zijn hier meer mensen dan in Baflo wonen. De dame bij de receptie kijkt wat twijfelend want de meer dan 1000 (!) plekken zitten eigenlijk vol. Ze heeft nog een plekje op een tentenveldje. We krijgen plek 1055A (dus B en C kunnen ook nog komen). Met €14 is hij niet duur en de faciliteiten zijn goed. Op het tentenveldje staan meer fietsers en het is er best knus. Je hebt niet het idee dat je op een grote camping staat.

We koken er een potje van tortellinie met pesto/kip saus en een selderijsalade. Ons plekje is in de onder- en opgaande zon, dus helemaal goed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 70,8 (totaal 1395)
Afstand tot Baflo: 356 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 107

kaart-23