Pieterpad (2)

Donderdag 12 december
Van Winsum naar Groningen (20 km)

‘Chaotisch’ is het beste woord voor de start van deze etappe. Ik kan het niet anders noemen. Nadat we met de bus van Baflo naar het zwembad in Winsum zijn gegaan, kruipen we door de bosjes om op de route te komen. Terwijl dit nergens voor nodig is, we kunnen ook 50 meter omlopen. Even verderop willen borden ons terug laten lopen. Zijn we helemaal voor niks door de bosjes gekropen. Ze zijn hier duidelijk aan het werk geweest, maar nu kun je er toch weer langs. En na de eerste afslag denken we dat we, aan de track te zien, verkeerd zijn gelopen. Die loopt door het weiland naar de Garnwerderweg en wij lopen via Schillingeham. Veel mooier en later blijkt ook dat dit de gewijzigde route is.

Het traject vandaag is grotendeels bekend. Ontelbare keren heb ik deze route al gefietst. Maar goed, nu doen we het een keer op de langzame manier. Ik kan melden dat het toch anders is dan fietsen.We beginnen met wat omtrekkende bewegingen om Garnwerd. Veel over fietspaden en omdat het winter is, zijn er niet veel fietsers onderweg dus we voelen ons vrij. Waar mogelijk gaan we even de dijk op voor het uitzicht. Dijken zijn hier veel want we zitten nog steeds in het Middag-Humsterland. Een landschap dat voornamelijk gevormd is door de waterloop van de Hunze toen het nog onder het eb en vloed regime viel. De dijkjes geven mooie uitzichten op het landschap en de restanten van de oude meanderende Hunze.

Garnwerd is een oud slapend wierdedorpje. Het kwam pas tot bloei toen het aan het Reitdiep kwam te liggen. Dat was in 1629 toen het Reitdiep uitgegraven werd. Ik vind dat onvoorstelbaar dat ze in die tijd zo’n kanaal hebben uitgegraven. Met de hand! Afijn, voor Garnwerd was het wel fijn. We willen eigenlijk koffiedrinken bij Café Hamming dat een authentiek interieur heeft. Maar die is pas om elf uur open. Gelukkig is bij Garnwerd aan zee wel op tijd de wekker gegaan. Ze serveren een heerlijke Velvet cake. En als we lopen, dan mogen we aan het lekkers.

Garnwerd heeft nog een mooie molen en claimt het smalste straatje van Nederland te hebben. Ook de gietijzeren ophaalbrug ziet er oud uit. Maar die is van 1933. Voor die tijd was er een voetveer. Dat kwam van de Wierummerschouw waar we later langs komen. Op een hete zomerdag ben ik ooit van deze brug gesprongen in het Reitdiep. Garnwerd blijft een plaatje, in welk seizoen je er ook komt.

We gaan terug over de brug en volgen de LF-fietsroute naar Wetsingerzijl. Zijl is het Groninger woord voor sluis. Deze zijl is al in 1634 gebouwd in het Sauwerdermaar. In 1867 is er een versie met 5 paar deuren gekomen. In 1929 ging hij buiten bedrijf en verviel. Nu hebben ze er 1 miljoen (!) euro in gestopt en is hij in zijn oude luister hersteld. Gewelfde gemetselde muren met ijzeren banden. Dit noemen ze ‘wulfmuren’.

Iets verderop is de Wetsingersluis. Waarom de ene een zijl heet en de andere een sluis, is me een raadsel. Deze is als schutsluis in het Reitdiep geplaatst om de stad te beschermen tegen hoog en zout water. Er zit een prachtige ijzeren draaibrug op. Voor ons doen ze hem net even open.

Oostum is de volgende stop. Het is een kerkje op een afgegraven wierde met een paar huizen eromheen. Je kan het geen dorp meer noemen. De kerk is een mooie stopplaats. Aan de achterkant staat een bankje waar je in de zon kunt zitten. En er is een openbaar toilet. Als wij er zijn, is de kerk open en kunnen we binnen ons bammetje doen.

Het kerkje is gebouwd in de 13e eeuw met drie traveeën (muurvakken). Toen in de 14e eeuw de toren werd toegevoegd kwam er een halve travee te vervallen. Het zadeldak op de toren is bijzonder omdat het dwars staat. Ongebruikelijk voor deze regio. De dakbedekking zijn overigens ‘monniken’ en ‘nonnen’. Halfronde pannen die beurtelings met de bolle en de holle kant naar boven liggen. Iets wat we eerder ook bij andere Groninger kerken zagen. Het is een van de meest gefotografeerde en geschilderde kerken van Groningen.

Via een Dode Laan (kortste weg naar het kerkhof, nu komen we er net vandaan) lopen we door de velden naar Wierummerschouw. Het woord schouw verwijst naar het feit dat hier vroeger een pontje was. Juist ja, het pontje wat later naar Garnwerd is gegaan. Hier moeten we een omleiding volgen. Omdat vorig jaar al de Paddenpoelsterbrug eruit is gevaren moeten we een stukje omlopen via de nieuwe brug bij Dorkwerd. Die Paddenpoelsterbrug is een soap op zich. Sommige boze tongen beweren dat het opzet was omdat ze van het van Starkenborghkanaal een scheepvaart-snelweg willen maken en dan ligt zo’n brug maar in de weg. Feit is in elk geval dat er weinig schot zit in de vervanging. Zelfs een noodbrug of een pontje voor de fietsers en wandelaars kan niet voor 2022 gerealiseerd worden. Ook de Tweede Kamer maakt zich er druk om. Wij kunnen er weinig aan veranderen dus we lopen gewoon om. Inmiddels begint het lijf langzamerhand te protesteren maar de stad komt in zicht en gelukkig hebben we nog wat afleiding.

Waar nu het nieuwe ICT/Kennis-gebied Zernike uit de grond gestampt wordt, stond vroeger het Galgenveld. Hier werden de misdadigers opgehangen als afschrikking voor de reizigers met snode plannen, die de stad binnen kwamen. Als herinnering staat er een metalen hand met gedicht.

Als we de wijk Selwerd binnenkomen, staat er het kunstwerk Levensloop. Alhoewel het heel toepasselijk lijkt, al die schoenen, voor het Pieterpad, het heeft er niets mee te maken. Het gaat over de vele (80) verschillende nationaliteiten die in deze wijk wonen.

Via een interessante route gaan we door de stad naar het station. Er is onderweg veel te zien maar voor ons, als Groningers, is het allemaal gesneden (Groninger) koek. We komen langs de Noorderbegraafplaats, door het Noorderplantsoen en langs de Noorderhaven. Allemaal mooi.

Maar de spieren en heupen willen op dit moment maar één ding en dat is naar huis gaan. Dus alle andere bezienswaardigheden laten we even links liggen en spoeden ons naar het station. Daar zijn ze al helemaal in kerstsfeer en dit maakt de stationshal er nog mooier op.

Ondanks dat deze etappe de bekende weg was, hebben we toch genoten. En na ’s avonds een uurtje gezeten te hebben, komt het lijf ook weer wat bij. Mooi dat we weer een stukje verder zijn en op naar het volgende traject!

Pieterpad (1)

Zondag 1 december
Van Pieterburen naar Winsum (12 km)

Kleine wolkjes verlaten mijn mond als ik adem. We kijken uit over een donkere massa klei en heldere luchten. De luchten zijn in de herfst op zijn mooist. Als in oudhollandse schilderijen. Complexe wolken, in de oneindige verte, met de belofte van regen. In het veld gakken de ganzen en voeren een evacuatie oefening uit. Met honderden stijgen ze op, cirkelen even boven ons en dalen weer neer. We lopen in het Middag-Humsterland, Groningse wierden- en marengebied, en sinds 2005 Nationaal landschap.

Ja, je leest het goed. We fietsen niet, maar we lopen. In de winter is het te koud om te fietsen en daarom heb ik deel 1 van het Pieterpad besteld en afgelopen zaterdag binnen gekregen.

In feite is elke dag geschikt om te beginnen, dus waarom vandaag niet. Ondanks dat er natte bytes mijn buienradar-app binnenstromen gaan we gewoon op pad. De eerste etappe is van Pieterburen naar Winsum. Twaalf kilometer. Dat moet zelfs voor ons, als notoire fietsers, te doen zijn.

Om in Pieterburen te komen nemen we de bus. Je kunt hier aan de provinciale weg bij Baflo instappen en 10 minuten later sta je bij het startpunt van het Pieterpad. Gemakkelijker kunnen we het niet maken.

Pieterburen kennen we al. Reden om meteen de rood-witte bordjes te volgen. Even langs de kerk, ‘Domies-toen’ en binnen no-time staan we met de schoenen in de modder en het hoofd in de ruimte.

Het Groninger land is relatief kort geleden land geworden. Lang was het hier zee met ambities. Pas zo’n 2500 jaar geleden begon men hier wierden op te werpen. Verhogingen in het landschap zodat je niet twee keer per dag natte voeten kreeg. De Romeinen noemden het boomloze baggerhopen en in feite waren het niet meer dan dat. Op de wierden werden hutten gebouwd en deze wierden groeiden van huiswierden tot dorpswierden. Kerken zijn onvermijdelijk en zo groeiden de dorpen zoals we die nu om ons heen zien. Want zeker de kerk en de doden (begraafplaatsen) moesten droog blijven. Sommigen waren wel vijf meter hoog.

In de 19e eeuw kwam men erachter dat die wierden eigenlijk bestonden uit vruchtbare grond want het groeide aan door aarde, mest en huisvuil. Een soort van composthoop naast de voordeur. Dat kon natuurlijk goed verkocht worden. Begin 19e eeuw werd het voor 55 cent de ton afgegraven en verkocht. Via modderschepen werd het afgevoerd en kijken wij tegen gemutileerde wierden aan. Tegenwoordig is men weer bezig dit te herstellen.

Het land wordt nu minder beheerst door de getijden. Was het vroeger de Hunze die de stad Groningen met de zee verbond. Na het ontbochten hiervan heeft het de naam Reitdiep gekregen. Dat water hier nog een grote rol speelt zie je aan de vele bruggetjes waarmee we het water oversteken.

We hebben hier vaak gefietst maar wandelen is toch anders. Het is prachtig om door de velden te lopen. Nog meer dan met het fietsen wordt je gedwongen te vertragen. Nog meer zit je in het landschap en nog meer worden al je zintuigen aangesproken.  Zonder moeite en voor we het weten komen we door Eenrum, een wierde-dorp pur-sang. Boven op de bult staat de kerk, uit de 13e eeuw. Voor het eerst zie ik hier ook de waterpompen staan waarvan de rode wel erg in het oog springt.

Langs de hoofdweg lopen we naar Mensingeweer. Vroeger liep hier de provinciale weg doorheen. Tegenwoordig is er een rondweg en daar is het dorp flink van opgeknapt. Bij de molen doen we een cache en via het hoogholtje steken we het water over. Het is hier heerlijk rustig nu. Onderweg komen we nauwelijks mensen tegen ondanks dat het, tegen verwachting in, prachtig weer is.

Langs Mensingeweerster loopdiep komen we in Winsum. Ik ben hier honderdduizend keer geweest maar kom toch in steegjes die ik niet eerder heb gezien. Winsum is een dubbeldorp dat, naast Winsum op de zuidelijke wierde, ook nog bestaat uit Obergum, op de noordelijkwe wierde. Beide delen worden verbonden door ‘de Boog’, midden in het dorp. Net als alle dorpen hier, is er in Winsum ook een haven. En in die haven de Jeneverbrug. Uit het boekje leer ik dat deze naam komt omdat er een café aan beide zijden was. Tegenwoordig zit er een Chinees dus misschien moet het nu de Pekingbrug worden.

Vanuit Winsum kunnen we de trein naar Baflo nemen. Maar dan moeten we nog een klein uurtje wachten. Het is maar 5 kilometer, dus dat kan er nog wel bij.  Enigszins stijf in de heupen komen we thuis. De eerste etappe zit erop. We kijken uit naar de rest.