Alles is anders

A journey is like a marriage.  The certain way to be wrong is to think you control it. – John Steinbeck

Dag 95:

Op zondagochtend door Segovia rijden is magisch. Er is haast niemand op straat en dat geeft het viaduct een andere uitstraling, mede door het ochtendlicht. We gaan buitenom Segovia heen dus we zien het kasteel uit een andere hoek. En we zien verschillende ballonnen in de lucht hangen. Die maken gebruik van het heldere weer en de ochtend om Segovia op zijn mooist te zien. Volgens de Lonely Planet is dat het mooiste wat je kunt doen in Segovia. Het is zonnig vandaag na de grijze dag gisteren. Het lijken wel Franse temperaturen met negen graden, dus ik diep mijn jasje onder uit de tas op en Mevr. van der Veeke rijdt het eerste stuk met handschoenen aan.

Het grootste deel van de dag zitten we op een via verde. Deze keer de Via Verde del Valle del Eresma. Op zondag worden die bevolkt door, veelal oudere, mountain-bikers. De route loopt buiten de dorpen om dus we komen pas na 50 kilometer in de bebouwde kom. Gelukkig hebben we in Segovia nog een bakker kunnen vinden die open was en daar hebben we wat lekkers voor bij de koffie gekocht. Aan de via verde zoeken we een steen op en hebben koffie met gebak.

Dat is bij Nava de la Ascuncion en inmiddels loopt het tegen enen. Wij besluiten te doen wat de Spanjaarden ook doen op zondag om een uur. We strijken neer op een terras, bestellen wat te drinken en wat pinchos. Dit zijn kleine hapjes, in ons geval wat gebakken stokbroodjes belegd met lekkers. Het is even heerlijk bijkomen in de schaduw.

Maar goed, Coca en de camping lokt, dus we gaan verder. In Coca staat een van de mooiste kastelen (waarin de Moorse Mudejar invloeden duidelijk te zien zijn) van Spanje dat op zondag blijkbaar dicht is en er is geen kip. Het ziet er prachtig uit, een sprookje. Daarna zoeken we de camping op, die iets buiten het centrum ligt. Ik maak me wat zorgen of hij er wel is, ondanks dat ik gisteren WhatsApp contact heb gehad. Ik heb geen enkel bordje erheen gezien. Mijn zorgen zijn voor niets want 100 meter voor de camping staat een bordje en hij is er wel. En we kunnen er wat eten want we hebben geen boodschappen kunnen doen onderweg. Er wordt voor ons een verse salade gemaakt en we bestellen Serojas, zonder te weten wat het is. Het blijkt een kruising te zijn tussen flammkuchen en pizza. Met de buik vol zoeken we een plaatsje in de schaduw op de camping om de tent op te zetten. Er is één andere gast en die gaat in de loop van de middag weg. Weer alleen op de camping dus. De rest van de dag rusten we uit. De enige inspanning is als ik af en toe naar de bar loop voor een nieuw koud biertje. Het was een fietsdag zoals een fietsdag hoort te zijn.

Dag 96:

Ondanks dat we niet heel vroeg vertrekken, moeten we David, de campingbaas, toch uit zijn bed halen om ons van de camping te laten. Alle hekken zijn op slot. Het is zondag en lekker rustig op de weg. Alles is anders hier. De temperatuur, het weer en met name het landschap. Het landschap waar we ’s ochtends door komen doet me veel denken aan Les Landes in Frankrijk. Veel naaldbossen, stuifzand en kaarsrechte lange wegen. Het verschil dat hier de bomen wat verder uit elkaar staan om het schaarse water beter te verdelen en dat er (nog steeds) veel hars wordt gewonnen. Alle bomen bloeden hier.

In Ceullar komen we in een grotere stad. Hier is een Chinese winkel die een soort kruising tussen de Action en Blokker is en daar koop ik een waslijn en wasknijpers. Mijn onderbroekjes kunnen weer lekker wapperen. Ook zoeken we hier de fietsenmaker op. Die is helaas gesloten zoals veel winkels hier op maandagochtend. Vroeger (of nog steeds) was dat in Nederland ook zo. Maar ik ben zo gewend aan het feit dat je bij ons ten alle tijden in de winkel terecht kan, dat ik hier soms op het verkeerde been sta. In Cuellar is wel een mooi kasteel uit de 11e eeuw.

Vanaf hier neigt het wegdek licht naar beneden en dat fietst heerlijk. Zeker omdat de wind ons ook nog een duwtje in de rug geeft. Het landschap verandert. Je ziet hier veel ‘losse heuvels’ in het landschap staan. En daartussen veel landbouw en veeteelt. Het graan is inmiddels van de velden dus die zijn goudgeel met kastelen van hooibalen. Ik vind het een prachtig uitzicht.

Op een van de heuvels is het kasteel van Penafiel gebouwd. Het ziet er imposant uit maar schijnt vrij smal te zijn. Penafiel is een behoorlijk stadje. We zoeken hier de winkel op om eten te kopen. De camping, El Riberduero, is de duurste tot nu toe (€28,40) maart het is een erg mooie camping met veel schaduw, grote plekken en rust.

Dag 97:

We merken dat het lijf wat moe is en extra rust wil. Na bijna 100 dagen reizen is deze vermoeidheid wat chronischer. We willen goed voor dit lijf zorgen dat ons al zo ver gebracht heeft. En het is hier een mooi plekje, dus we houden nog een dag rust. Dat geeft mij gelegenheid een peluqueria te zoeken. Dat lukt, maar ik zat wel met samengeknepen billen toen ze de tondeuse erin zette en het leek alsof ik kaal geschoren werd. Maar het resultaat is volgens Mevr. van der Veeke weer prima.

Ik kijk ook even in het stadje rond. Het is een stadje zoals zo velen die we al gezien hebben. Alleen het Plaza del Coso is bijzonder. Het is een plein met gewone huizen er omheen. Op het plein ligt de arena  voor stierengevechten (doen ze dat nog?) en de rechten om vanaf de balkons van de huizen te mogen kijken ligt niet bij de bewoners maar bij de gemeente die de plekken aan de hoogste bieder verkoopt.

En voor de rest doen we lekker rustig aan zodat de volgende kilometers net zo plezierig zijn als de vorige.

Dag 98:

Het is een frisse dag maar dat vinden we niet erg. Het wordt nog warm genoeg later op de dag. Het is fijn om weer op de fiets te zitten. Zoals eerder gezegd is het landschap hier heel anders dan voor we de Sierra de Guaderama overstaken. Hier zie je velden met gewassen. Groene druiven en mais, geel als het koren geoogst is, Daartussen kale heuvels, met vaak een kasteel erop. We zitten nu in het gebied van de rivier de Duero, iets wat je vaak in de plaatsnamen terugziet. Er worden veel druiven verbouwd in dit Ribera del Duero wijngebied, met name de Tempranillo druif (Fino tinto).  Hierbij zijn Penafiel en Roa de Duero het belangrijkste leveranciers van de druiven. En Aranda de Duero is het centrum omdat er veel bodega’s zitten Deze hebben grotten in de heuvels om de wijn bij constante temperatuur op te slaan. En die grotten zijn onderling verbonden met een gangenstelsel.

Wij banen ons eerst een weg naar Roa de Duaro. Via drukke en minder drukke autowegen. Op het pleintje doen we een koffie terwijl de lokale bevolking al aan het bier en de wijn zit. Daarna door naar Aranda de Duero. Dit is een minder inspirerend stuk. Langs een autoweg, lange wegen en een oostenwind tegen. Het enige voordeel is dat het helemaal vlak is. Het laatste deel is een mooi paadje langs de Duero. Aranda is een grotere stad met meerdere fietsenmakers. Ik ben nog steeds niet gerust op mijn krakende trapas. Inmiddels weet ik dat er of speling in de cranks zit of in de trapas. Ik vind een fietsenmaker die deze voor mij wil aandraaien. Daarna is het iets beter, maar nog niet over. Blijft alleen nog de trapas over en die vervangen vertrouw ik niet elke fietsenmaker toe. Ook eten we hier wat en doen we boodschappen voor vanavond.

We hebben weer de luxe van een hotel. De komende 250 kilometer is er geen camping dus we moeten terugvallen op andere overnachtingen. En de eerste hebben we in Santa Cruz de la Salceda. De stadjes hier zien er authentiek en net zo mooi uit als hun namen klinken. In Fuentelceped bewonderen we de zandstenen huizen en slaperige pleintjes. Die komen ’s avonds pas tot leven als de hele bevolking uit hun huizen komt om de dag door te nemen. Het voelt hier als een zwoele zomeravond.

Wandelvakantie

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Dag 91:

We zorgen dat we weer vroeg op de fiets zitten. De klim van gisteren heeft ons bijna boven gebracht, dus we beginnen met een gemakkelijke afdaling. De weg is net opnieuw geasfalteerd dus we zoeven naar beneden. Het compenseert een klein beetje het slechte wegdek dat we een groot deel van de rest van de dag hebben.

In Pelehustan slaan we af naar links. We zitten hier in niemandsland dat we doorkruisen via een oud weggetje dat naar een groeve toe leidde. Erg rustig maar ook erg slecht wegdek. We klimmen stuiterend weer naar 900 meter en dalen dan weer een stuk met ingeknepen remmen en aangeknepen billen. Het is vandaag weer warm maar we hebben veel schaduw van de bossen waar we doorheen fietsen. Daarnaast houden we vandaag verschillende keren het t-shirt onder de kraan. Door de verdamping van het water koel je zo een paar graden af. In dit gebied zien we veel steengroeves waar enorme hoeveelheden marmer klaar liggen. Zou iemand dat nog gaan kopen?

Afgezien van het klimmen, dalen en de fraaie landschappelijke uitzichten gebeurt er vandaag niet zoveel. Zo komen we redelijk op tijd bij Pelayos de la Presa aan. Daar zitten twee campings. Camping la Infermeria, die niet zo goed uit de recensies komt maar aan de route ligt en camping La Ardilla Rojo waar we weer honderd meter voor moeten klimmen maar beter schijnt te zijn. We gaan eerst voor de camping aan de route. Die lijkt gesloten te zijn maar als we er staan komt er iemand aan die er tuinwerk doet. Die belt iemand die ons te woord staat, maar op zijn beurt ook weer iemand anders moet opbellen om te vragen of we er kunnen staan. Dat kan en het kost €18. Dat is wel prijzig voor een camping zonder voorzieningen (want alles is dicht) maar hij laat ons een plekje in de schaduw zien dus we zijn al snel verkocht. We lijken weer een van de weinige gasten te zijn maar later op de dag komt er toch van alles aan vaste gasten binnen. Wij brengen de middag in de schaduw door en dat blijkt toch prettiger te zijn dan in de zon op de weg.

Dag 92:

Vandaag staan er maar 45 kilometers op het programma. Dat lijkt weinig, maar we zijn er wel de hele dag mee bezig. Klimmen in de zon is niet fijn. Maar klimmen door een rivierbedding is ook geen feest. En dat is wat we vandaag meerdere keren moeten doen.

De route leidt ons vandaag eerst een stukje over een via verde langs de Rio Alberche. Zo in het ochtendlicht, ligt het er als een plaatje bij. Het is helaas maar een kort stukje en dan moeten we over een keienpad weer uit het dal omhoog zien te komen. De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.

Gelukkig hebben we daarna weer asfalt en via Navas del Rey, Chaperia, Colomar de Arroyo en Fresnedillas de la Olivia gaan we richting El Escorial. Hiervoor moeten we klimmen naar 1100 meter. Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten. Hier is niet te fietsen, zelfs niet door ons en zeker niet met 25 kilo bagage. Ook hier loop ik weer hele stukken. Het lijkt wel een wandelvakantie. Door deze ontberingen vergeten we haast naar het landschap te kijken. Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is. En dat scheelt een hoop. Hier ronden we ook het eerste deel van de Ruta Iberica (en dat is voor ons het tweede boekje) af.

El Escorial is bijzonder. Waar vind je een gebouw met 4000 (!) slaapkamers? We zien het van buiten want we zijn er in 2001 al geweest toen ik een half jaar in Madrid werkte. We willen liever naar de camping om uit te rusten. Iets voorbij El Escorial is een grote familiecamping met zwembaden en alle toeters en bellen. De prijs is er ook naar want niet eerder betaalde ik €28 voor een nachtje kamperen. Wat voor ze pleit is dat ze nog een (ruim) tentenveld hebben. In deze tijd waarin haast niemand meer met de tent kampeert, is dat bijzonder. En er staan zowaar een aantal tenten. Allemaal Spanjaarden, we komen hier nauwelijks toeristen tegen. We komen ook geen fietsreizigers tegen. Af en toe een wielrenner maar niemand met tassen. Blijkbaar zijn wij de enige gekken die dit in de zomer doen.

Minpunt is wel dat ik mijn waslijn vergeten ben bij de vorige camping en dat is een groot gemis. Meestal is het eerste wat ik doe; na aankomst de waslijn ophangen zodat mijn kleding kan uitwaaien en drogen na het wassen. Het voelt alsof ik mijn kind vergeten ben op de parkeerplaats. Maar zo snel mogelijk op zoek naar een ander kind. In de super hebben we een fles sangria gekocht. En bij de bar kan ik een zak met ijsklontjes kopen. Die twee samen blijkt een gouden combinatie die ons de middag en avond doorhelpt.

Dag 93:

De enige manier om de camping te bereiken was via een drukke weg. En dat is ook de enige manier om er weer weg te komen. We bijten op onze tanden en gaan over een smal strookje, naast de auto’s, richting Guadarrama. Gelukkig hebben de automobilisten in Spanje het beter voor met fietsers dan in Portugal. Ze nemen de tijd, gaan met een ruime boog om je heen en vaak krijg je ook nog een duim omhoog.

In de route van vandaag zit de hoogste top. Dat is de Puerto de Navacerrada met 1860 meter. Op de camping zitten we op ongeveer 1000 meter. Cercedilla ligt op ongeveer 1200 meter. Vanaf daar klim je naar de Puerto de Navacerrada. En dan daal je weer af naar Segovia, wat weer op 1000 meter ligt. Dus 800 meter klimmen en 800 meter dalen. Maar… er zijn ook andere mogelijkheden.

Je kunt in Cercedilla de trein pakken naar Segovia. Die gaat door de tunnel en dan sla je de klim en de afdaling over. Er is ook een smalspoorlijntje dat je boven naar de pas brengt. Het is daar een wintersport gebied, maar in de zomer rijdt dit treintje ook een paar keer per dag. Dan heb je niet de klim, maar wel de afdaling. En dat is precies wat we doen. We zijn op tijd om de eerste rit van 9:35 te halen. Voor €9,20 p.p. zijn we in een half uurtje boven. En dan hebben we een heerlijke afdaling. Helaas zonder uitzichten want er staan overal hoge bomen langs de weg, maar als je een fietser bent, weet je dat de afdaling het uiterste genot is. Zelfs zonder uitzicht.

In de afdaling komen we langs La Granja de San Ildefonso. Heel vroeger stond hier een jachthut, gewijd aan Sint Aldefonsus, voor de koningen. Deze werd in beheer gegeven aan de monniken die hier een boerderij (granje) stichten (vandaar de naam). Daarna liet koning Felipe V hier een soort van Versailles bouwen met prachtige romantische tuinen die je gezien moet hebben. Dat willen we graag doen maar de bewaking daar is allergisch voor fietsen. Nadat we eerst ruzie krijgen met een suppoost, worden we even later nagefloten door een bewaker. Met net zo’n fluitje als de veldwachter ongeveer 100 jaar geleden in Nederland had. Kortom, we worden min of meer het dorp uitgejaagd.  Zodra het woord ‘romantisch’ op de proppen komt is Mevr. van der Veeke niet te stuiten. Ik pas dus op de fietsen terwijl zij toch een kijkje gaat nemen. De tuinen zijn mooi maar de fonteinen staan in de zomer allemaal uit en daardoor mist het toch een beetje het sprankelende.

Hierna dalen we door naar Segovia. De camping zit voor het dorp en we vinden een prachtig plekje. We besluiten hier een dag extra te blijven om Segovia beter te kunnen bekijken.

Dag 94:

Het is twintig graden kouder dan een paar dagen geleden. Het lijkt alsof we in een ander landschap en een ander weertype zijn gekomen door het passeren van de berg. Vandaag is bewolkt, het regent zelfs even. Prima weer om een stad te bezoeken.

Segovia wordt gezien als een van de mooiste steden van Spanje. En na er geweest te zijn, kan ik dat alleen maar beamen. Er is heel veel gerestaureerd, eigenlijk is elke straat mooi. Er is een bijzonder viaduct, een sprookjes kasteel en mooie kerken. En veel huizen hebben een sjiek patroon in de muren. Er is één ding wat niet voor hun spreekt en dat is het streekgerecht. Dat bestaat uit compleet geroosterde baby-varkentje (conchinillo asado). Op de plaatjes ziet het er erg zielig uit. De bedoeling is dat je het geroosterde beest opensnijdt, opeet en daarna het bord stukgooit.

Segovia is wederom Unesco werelderfgoed en het is een mythische stad. Er wordt gefluisterd dat hij gesticht is door de god Hercules of de zoon van Noah (je weet wel van die klimaatverandering een tijd geleden). De stad bestond al toen Jezus op aarde rondliep. Eerst Romeins, later zaten de Moren hier totdat ze in de 10e eeuw eruit gegooid werden. In de middeleeuwen was het populair bij de adel  en daarna vergeten totdat in 1960 het toeristenbureau een campagne startte. En terecht want er is veel moois te zien.

Allereerst natuurlijk het aquaduct dat dwars door de stad loopt. Gebouwd in de eerste eeuw door de Romeinen. Een kunststukje met 20.000 stenen en geen druppel cement. Met 163 bogen en 28 meter hoog zorgde het voor de aanvoer van water in de stad.

Alcazar is van een andere orde. Gelegen aan de rand van de stad, is het een sprookjes kasteel met Arabische invloeden. De naam komt van het Arabische All -qasr (fort). De fundamenten staat er al in de Romeinse tijd en in de 13e-14e eeuw is het herbouwd. Helaas compleet afgefakkeld in 1962 en toen weer opnieuw gebouwd, met een beetje extra. Mocht je een Disney-fan zijn en het komt je bekend voor, dan komt dat omdat het model stond voor kasteel van ‘de schone slaapster’ in Orlando.

De kathedraal is ook prachtig, alleen al van buiten. We gaan er niet in want we hebben inmiddels zoveel kerken gezien. Ze hebben er 200 jaar over gedaan en van binnen zijn er 20 kapellen.

Verder struinen we nog wat door deze, best grote, stad waarbij we nog wat van de bezienswaardigheden bekijken. Het is gewoon een fijne stad om in te zijn omdat alles zo opgeruimd, mooi en gerestaureerd is. Kortom, de moeite waard om een keer te bezoeken.

De zwarte maagd

Travel is glamorous only in retrospect. – Paul Theroux

Dag 87:

We verlaten Madrigalejo om half acht. Het is nu zelfs al warm. In de stad met al dat steen en asfalt blijft de warmte veel langer hangen. Gisterenavond hebben we nog een kroegentocht gedaan. Nou ja, de eerste was dicht en bij de tweede zijn we gaan zitten.  Het leven speelt zich hier ’s avonds op straat af. Er wordt dan flink bijgetankt met bier. In Nederland heb ik nog nooit literflessen bier gezien. Hier wel.

Maar goed, vandaag sluiten wij aan op een Via Verde. In andere landen heet het greenway of voie verte. Het zijn oude spoorlijnen die ze omgebouwd hebben tot fietspaden. In Spanje liggen er een aantal zoals je op dit kaartje kunt zien. Er zitten er meerdere in onze tocht en de Via Verde del Guadiana is de eerste. Met de Via Verdes is hetzelfde probleem als veel andere openbare voorzieningen in Spanje en Portugal. Iemand heeft een lumineus idee. Laten we een speeltuin, buurthuis, park ,Via Verde aanleggen. Dat wordt gedaan maar er wordt geen rekening mee gehouden dat dit ook onderhouden moet worden. Je ziet dan de betreffende faciliteit langzaam vervallen en zo is het ook met deze fietsweg. Het pad is soms niet meer te zien door het onkruid en er vallen gaten in. Maar gelukkig is er nog goed op te fietsen en het is heerlijk rustig. Geen auto’s, geen andere fietsers en geen mensen. En wel mooie natuur en uitzichten. We hebben het wel even benauwd als we onderweg twee loslopende  blaffende honden ter grootte van een kalf achter ons aan komen. Ze hebben hier veel waakhonden die meestal als een Cujo tekeer gaan. Maar dan zitten ze vast of achter een hek. Gelukkig geven deze na een tijdje de moed op. Blaffende honden vind ik hier sowieso een probleem. Ik hoor ze elke nacht als ik in mijn tent lig. En dat gaat dan de hele nacht door.

Bij Logrosan houdt de Via Verde op. In een churreria drinken we een koffie en eten we wat churros. Boven een vetpan hangt een spuit waar lange drollen deeg uit komen. Die vallen in het vet en worden gefrituurd. En die eet je met dikke chocolademelk. Een beetje als uitgerekte oliebollen. Lekker maar ook erg vet. Gelukkig kunnen we het hebben.

We komen langzamerhand weer in een bergachtiger gedeelte van Spanje. Voor Cañamero moeten we weer eens naar 600 meter. Cañamera is trouwens een gezellig stadje op zaterdagmiddag. Langs de hoofdstraat, die door het dorp loopt, zijn overal terrasjes en overal staan mensen te kletsen. De meeste kijken wel als we langs komen. En ze groeten vrolijk terug als wij Hola! roepen. Wij gaan door naar Guadalupe. Hier vinden we een nog mooiere camping dan twee dagen geleden. Alsof je in het bos staat. Er is een zwembad, een kroeg en een restaurant bij. In de laatste eten we een menu del dia voor €8. We staan er overigens ook voor iets meer dan €8. Geen geld en we hoeven niet eens voor de fietsen te betalen. Een prima plek voor een rustdag want we hebben er alweer 11 fietsdagen opzitten. En Guadalupe is de moeite waard maar daarover morgen meer.

Dag 88:

We zijn vroeg in Guadalupe, alweer een Unesco site. Het wordt gedomineerd door een enorm klooster (Monesterio de Nuestra Señora de Guadalupe) waar de stad(je) omheen is gebouwd. Dit klooster is in 1340 gebouwd nadat een schaapherder het beeld van de zwarte madonna hier had gevonden. Deze zou gemaakt zijn door de discipel Lucas. De plek is al eeuwenlang een plek om heen te pelgrimeren. Zelfs Columbus is hier geweest en mocht de naam Guadalupe je bekend voorkomen. Hij heeft een  Caribische eiland naar deze plaats vernoemd. Het is een ontzettend rijk klooster geweest maar in de 19e eeuw verlaten en later weer in ere hersteld door de Franciscaner monniken. En bij wat ik nu zie kan ik alleen maar concluderen dat het weer een rijk klooster is.

Je kunt het klooster alleen bekijken met een guided tour. We betalen hier €5 p.p. voor maar dit geld is goed besteed ondanks dat de gids alleen Spaans spreekt. We hebben het geluk dat een tweetalig stel voor ons wat dingen vertaalt. De tour duurt een uur en leidt je door een aantal kamers waar ik dingen zie, die ik niet eerder heb gezien. Je mag geen foto’s maken zeggen ze in het Spaans maar dat versta ik niet, dus ik heb er stiekem toch wat gemaakt. Vooral de kamer met de enorme boeken (40-50 kilo per stuk, daarom zitten er wieltjes onder) en de kamer met de kunst (er hangen meerdere El Greco’s  en een Rubens. Ook de Jezus die uit één slagtand  van een olifant is gemaakt (ze zeggen door Michelangelo) , is een juweeltje. De kamer met de relikwieën en de sacristie zijn ook het bekijken waard. Ongewijzigd sinds de 17e eeuw. Zoveel pracht, schilderijen (er hangen 8 enorme schilderijen van Zurbaran die speciaal hiervoor gemaakt zijn) en beschilderende zuilen en plafonds. Je raakt niet uitgekeken. Aan het einde van de tour kom je bij het heilige der heilige, de Camarin waar de zwarte madonna staat.

Er zijn niet veel zwarte Madonna’s. Bij ons in het westen hebben we de gewoonte Jezus, Maria en andere heilige figuren met een roomblanke huid af te beelden. Maar eigenlijk is dat heel onlogisch. Deze mensen kwamen uit en leefden in Noord-Afrika. En de mensen zijn daar zwart. Iets om over na te denken…

Afijn, dit beeld is uit donker cederhout gesneden en de verschillende lagen pantserbeits hebben het alleen maar donkerder gemaakt. Het is trouwens maar een klein beeldje en ze kijkt wat sip ondanks dat ze gekleed is in een jurk met parels en juwelen. Normaal gesproken kijkt ze hoog boven het altaar uit over de kerk maar voor ons draait ze zich even om (met de hulp van een pater die het plateau een zwieper geeft). De gelovigen mogen dan haar voeten kussen en dit is een vreemd stukje toneel. Aan de voeten zit een touwtje met daaraan een plaatje. Die mogen de mensen aflebberen en dat wordt dan ook gretig gedaan. Ik sla even over. Na het bezoek aan het klooster slenteren we nog even door de straatjes. Er is veel authentieks bewaard gebleven waaronder de overhangende balkons en de stadspoorten.

Ondanks deze touristenmagneet is Guadalupe nog redelijk ongerept. Ja, er zijn wat souvenirwinkeltjes en de Plaza Major staat vol met terrasjes maar het is veel lokale bevolking en je struikelt niet over de Aziaten met hun selfie-sticks. Een aanrader om te bezoeken.

Dag 89:

Vandaag is een dag met uitdagingen. Ten eerste heb ik geen overnachting kunnen vinden op een redelijke afstand (tussen de 30 en 70 km). Ten tweede moet er flink geklommen worden tot Puerto de San Vicente. Daarna gaan we over de Via Verda de la Jara. Op internet lees ik onheilspellende berichten over deze route. Ingestorte tunnels en achterstallig onderhoud maken hem onbegaanbaar. En door deze drie krijgen we waarschijnlijk een lange dag met veel kilometers wat betekent dat we ’s middags in de Iberische oven moeten fietsen. Maar goed, wat uitdaging houdt je scherp dus we tackelen ze gewoon een voor een.

Het klimmen lossen we op door op tijd te vertrekken. We staan in het donker op en voor half acht zitten we op de fiets zodat het nog redelijk koel is tijdens de klim. En inmiddels zijn we zo getraind dat het klimmen vrij gemakkelijk gaat. Het is gewoon doormalen met de benen en uiteindelijk zitten we tegen half twaalf bij de pas op 800 meter ondanks dat we in Alia nog een bakje hebben gedaan.

Hierna kun je op twee manieren naar de Via Verde. Een stuk naar het zuid-oosten en dan aansluiten. Of een kortere route via El Campillo de Jara waarmee je veel noordelijker op de Via Verde aansluit en dus een stuk overslaat. Wij kiezen voor de laatste optie omdat we al genoeg kilometers voor vandaag voorzien. Het scheelt 12 kilometer, maar we moeten er wel wat extra voor klimmen.

In El Campillo kijken we of ze een menu del dia hebben. Want dan hoeven we vanavond niet te koken, hoe we ook overnachten. Met de bardame hebben we wat spraakverwarring over het menu. Dat sluiten we kort met ‘todo es bien’ en daarmee krijgen we een prima maaltijd. Deze rekken we zo lang mogelijk want voor de overnachting kom ik eigenlijk nog maar op één optie uit: wildkamperen. En dat kan prima want we zitten langs de Via Verde dus er komt (’s avonds) niemand meer langs. Als we de tent zo laat mogelijk opzetten dan moet dat kunnen. Daarnaast heb ik gezien dat er soms bankjes en kranen zijn. De grote onbekende is alleen; ‘In welke staat is de Via verde?’.

Als we het verblijf niet langer kunnen rekken, gaan we weer op pad. En van een café met airco naar 38 graden is best wel een overgang. Gelukkig gaat het vanaf hier alleen maar naar beneden. We zoeken de Via Verder op en kunnen alleen maar constateren dat er inderdaad veel achterstallig onderhoud is. De oude stationnetjes staan op instorten, de picknickbanken zijn verrot en de weg is soms overgroeid. Gelukkig kunnen we er prima op fietsen. En door de 18 tunnels hebben we af en toe wat schaduw. De langste tunnel is een kilometer en er is geen verlichting. Lopend, met een zaklamp, is deze te doen. Alleen de vleermuizen zijn niet zo blij met ons. Er vliegen er hordes voor ons uit. Er is verder niemand dus na een aantal kilometers besluiten we in de schaduw van een (korte) tunnel te gaan zitten om de tijd door te komen. Dat houden we een uurtje vol en inmiddels loopt het al tegen zessen. De hitte is nog steeds overweldigend. Volgens mij leggen de kippen hier gekookte eieren. Maar we moeten toch verder.

Als de route langs Aldenueve de Barbarroya gaat, zoeken we even het centrum op om te vragen of hier misschien toch nog een overnachting is en om nog wat kouds te drinken. Er is geen overnachting maar ze hebben heerlijk koude Radler die in glazen geschonken wordt, die uit de diepvries komen. Samen tikken we er vijf weg.

Het wordt dus wildkamperen. Ik heb een voorkeursplek en daar gaan we naartoe. Ondertussen is de hemel volgelopen met donkere wolken. Die lossen hun belofte in en het gaat regenen. In een tunnel zitten we de grootste buien uit en gaan dan verder. Zo kom je de tijd wel door.

Mijn voorkeur blijkt ook uiteindelijk de keus te zijn. Er is een bankje waarop we onze avondboterham kunnen doen, een bron om te wassen en ik vind een stukje van het pad af een redelijk vlak plekje. De boterham doen we tijdens de volgende bui. Het bankje staat onder een redelijk dichte vijgenboom dus de boterham wordt niet soppig.

Als het droog is, zetten we de tent op, wassen we ons bij de bron (speciaal voor dit soort evenementen heb ik een washand mee J) en kruipen in de tent. Om ons heen dondert en flitst het als een paparazzi-evenement maar wij liggen lekker in het tentje. Nog wel te zweten maar de slaap komt snel als je 80 kilometer in de benen hebt zitten.

Dag 90:

Ondanks dat ik goed geslapen heb, was het toch een onrustige nacht. De hele nacht heeft het gebliksemd en gedonderd en er vielen toch wel enorme buien uit de lucht. Hebben we zowaar weer een schone tent. En het is een beetje afgekoeld. We ruimen op en pakken in. Mooi zo’n zonsopkomst als alles weer zo helder is en ontbijten doen we verderop bij een picknicktafel.

Bij Calera y Chozas houdt de Via Verde op. Hierna zitten we tijden op een vluchtstrook naast een grote weg. Eerst tot Talavera de la Reine. Dit is een grotere stad waar we op zoek gaan naar een fietsenmaker. Tijdens het klimmen komen er weer verschrikkelijke kraakgeluiden uit mijn aandrijving. Ik vermoed dat het de pedalen (weer) zijn en die wil ik laten vervangen. De fietsenmaker vinden we en ik heb een paar nieuwe pedalen voor €13. Het kraken lijkt eerst verholpen maar in de loop van de dag komt het toch weer terug. Over naar plan B; mijn fietsenbouwer Marten mailen.

Na Talavera gaat het omhoog. We moeten van 300 naar 900 meter en dat valt niet mee. In het begin gaat het gelukkig nog geleidelijk. Want tot San Romain de Los Montes zitten we weer op een vluchtstrook. In San Romain worden we overigens wel voor het eerst door de Guardia Civil aangesproken. Nee, niet over het wildkamperen. Ze vragen of alles goed gaat. We zoeken een café om wat te drinken en bij te komen en daar begeleiden ze ons naartoe. Door de politie naar de kroeg gebracht! Het moet niet gekker worden.

Hierna begint de klim heftiger te worden. Eerst naar Castille de Bayuela (560 m) en het laatste stuk naar El Real de San Vicente is heftig. Zelfs voor ons doen. Het is heet en steil met wel twee kilometer lang meer dan 12%. Ik ga lopen maar Mevr. van der Veeke zet hardnekkig door. Die is niet van de fiets te krijgen. Iets boven El Real hebben we een Airbnb geboekt en redelijk oververhit en stuk komen we daar aan. We constateren dat het niet zozeer de hoogtemeters zijn, we hebben er minder dan gisteren, maar dat het de hitte is die ons nekt. Gelukkig heeft onze gastvrouw een koud biertje voor ons en nu kunnen we bijkomen. ’s Avonds regent het weer, maar nu zitten we lekker binnen te genieten van de koelte die het brengt.

The heat is on…

The thing with heat is, no matter how cold you are, no matter how much you need warmth, it always, eventually, becomes too much. – Victoria Aveyard

Dag 83:

Als je ooit in Vila Vicoza terecht komt, neem dan een overnachting in Casa do Colegio Velho. Prachtig huis, prachtige badkamer (ik heb nog nooit zoveel marmer gezien) en een optimale gastvrijheid. De eigenaresse lijkt wel een adellijke freule en komt ’s ochtends nog even in haar peignoir bij ons ontbijt zitten om verhalen te vertellen over vroeger. Als we vertrekken krijgen we een doosje met zelf gebakken cake mee.

Wij gaan eerst richting Elvas en dat begint met een afdaling waarmee we de eerste tien kilometer nauwelijks wat hoeven doen. Tijd voor koffie dus en dat hebben ze in Sao Romao, waar de oude mannetjes op een bankje sterke verhalen zitten te vertellen maar stilvallen als Mevr. van der Veeke met haar helm-hoed langs komt.

In Elvas zoeken we het Amoreira aquaduct op dat in de 16e eeuw gebouwd is om de stad van water te voorzien. Een indrukwekkend bouwsel zoals het er nu zelfs nog staat. Ze moesten wel want de enige voorziening was een antieke Moorse waterput. Verder is Elvas een vestingstad en dat kunnen we zien aan de dubbele muren en poorten. Het was lastig binnen komen hier. Niet alleen door de poorten, we moeten er ook een flink stuk voor omhoog. Ondanks dat het een Unesco site is, vind ik het geen stad met een bijzondere uitstraling.

Wat omhoog gaat, moet ook weer naar beneden dus de eerste kilometers naar Badejoz krijgen we cadeau. Het landschap is hier zo mogelijk nog leger. Badejoz is Spaans, dus we gaan hier ook weer de grens over en verliezen meteen een uur. Dat vinden we op zich niet erg want dan zijn we vanaf nu vroeger op pad en dan is het nog relatief koel.

In Badejoz heb ik een hostel geboekt maar daar is wat mis. Wat begrijp ik niet want we lopen hier meteen weer tegen de taalbarrière aan. Mijn Spaans is rudimentair en hun Engels is niet bestaand. Maar we zijn in een ander hostel geplaats, een klein stukje verderop. En de meneer daar spreekt Engels én heeft net een leerboek Nederlands aangeschaft. Verder is hij erg vriendelijk en behulpzaam. De fietsen kunnen op de binnenplaats en wij kruipen in de kamer met de airco aan.

Tegen de avond gaan we de stad in. Badajoz is de grootste stad van de Extremadura en zo dicht bij de grens heeft het vele vijandelijke schermutselingen meegemaakt. Gelukkig is het centrum redelijk compact zodat we een rondje kunnen maken over het Plaza de Espana, Plaza Alta, de Alcazaba de Bajoz (Moorse vesting) en de leuke straatjes in de stad.

Tegen zeven uur beginnen we wel wat trek te krijgen, maar we moeten weer wennen aan het Spaanse ritme. De eetgelegenheden gaan hier pas om negen uur open. Dat valt niet mee. Gelukkig kan er wel gedronken worden en tapas besteld. Ik heb het gevoel dat we hier de enige toeristen zijn, zo ver in het binnenland. Vandaar dat niemand een andere taal dan Spaans spreekt, zelfs de jongelui niet. Wat ze wel veel doen hier is erg luid praten. Met name het personeel in een bar zit tegen de schreeuwgrens aan als ze wat tegen elkaar zeggen. Voor morgen hebben we een flink traject op de rol staan. Maar wel vlak én langs het water. En hopelijk kunnen we dan weer kamperen. Dan kunnen we tenminste zelf bepalen hoe laat we willen eten.

Dag 84:

Om de hitte te ontlopen willen we zo vroeg mogelijk op pad. Ik heb de wekker op half zeven gezet maar zie dat het dan nog donker is. Pas om kwart over zeven komt de zon op. We draaien ons nog een keer om en zitten om acht uur op de fiets.

Het is fiks bewolkt en even lijkt het alsof het gaat regenen. Maar dat is schijn. Uiteindelijk blijft de bewolking tot een uur of een. Na tweeën is het weer erg warm. Maar dan hebben wij onze 70 kilometer er al opzitten. Vlak buiten Badajoz komen we bij het Canal de Montijo en daar blijven we ook zo’n 60 kilometer naast zitten. Soms links en soms rechts. Het water wordt gebruikt om de landbouw te voorzien. We zien veel mais, rijstvelden, olijf- en fruitbomen hier. Mevr. van der Veeke kan het niet laten om een pruim te stelen. Hij blijkt later heerlijk te smaken.

Merida is de hoofdstad van de Extremadura en is een verzamelplaats van oude Romeinse overblijfselen. Maar er zijn ook nog veel Moorse invloeden te zien. We komen binnen via de Romeinse brug en zien op de heuvel de Alcazaba al liggen. In deze stad struikel je over de Romeinse brokstukken. Je moet wel bijna overal voor betalen als je ze wilt zien. Dat willen wij niet (het betalen én het zien) dus we fietsen even langs een paar high-lights waarvan de tempel van Diane de mooiste is.

De camping blijkt aan de snelweg te liggen, dus we moeten een stuk over de vluchtstrook. En daar zitten we in de schaduw de middag uit. ’s Avonds koken we onze eigen maaltijd, zoals gepland.

Dag 85:

De routine van het opstaan zit er nog niet helemaal in. Ik ga er om zeven uur uit, maar om half negen zitten we pas op de fiets. Wat gebeurt er dan in die tijd? Nou, opstaan (beiden), douchen (ik), yoga (Mevr. van der Veeke), slaapspullen opruimen (Mevr. van der Veeke), ontbijt maken (ik), afwassen (ik), tassen inpakken (beiden), tent opbreken (beiden) en vertrekken (beiden). Het blijkt dat we daar gewoon anderhalf uur voor nodig hebben. Morgen maar weer wat vroeger eruit.

Het begint helaas als een stralende dag. Gisteren hadden we ’s ochtends nog wat bewolking waardoor het langer koel blijft. Vandaag gaat de koperen ploert meteen op volle kracht. Misschien omdat het voor ons een feestelijke dag is, want we zijn 31 jaar getrouwd.

Trouwdag selfie.

Qua route is het niet bijzonder. We zitten veel op of langs een drukke weg. Na een kilometer of 15 komen we weer langs een kanaal. Deze keer is het Canal de Orellana. Er stroomt flink wat water in om de velden te voorzien van water. Alleen het gurgelen van het water geeft al verkoeling. Maar het is in werkelijkheid ook gewoon koeler langs het water.

We hebben een korte dag van 40 kilometer. Hier in het binnenland zijn weinig campings en vaak liggen ze te dichtbij of te ver. Zelfs het vinden van andere accommodatie is een probleem waar ik veel tijd aan besteed. Op de afstanden die wij willen (en kunnen) fietsen is niets (betaalbaars) te vinden. Maar uiteindelijk is het gelukt door er vandaag een korte dag van te maken, morgen iets uit de route te gaan en overmorgen hebben we dan weer een camping. Ook de boodschappen doen is plannen. Voor negen uur en na twee uur zijn de winkels gesloten. In de periode dat ze wel open zijn, moeten we maar net door een dorpje komen. Het wordt steeds leger, dus ook steeds lastiger om brood en beleg te vinden.

Maar de korte dag is helemaal niet erg. We zijn lekker vroeg op de mooiste Spaanse camping tot nu toe. Camping E.L. 301 even voor Miajadas heeft een groen grasveld, een plekje tussen de bomen, een zwembad en een (weg)restaurant. Van de kinderen hebben we wat geld gekregen om deze feestelijke dag te vieren en daarmee kunnen we precies het menu del dia betalen. Maar de camping ligt ook langs de snelweg (niet heel storend) en we moeten hier € 4,30 voor de fietsen betalen. Heel bijzonder.

We buiken uit in de schaduw en af en toe een bezoek aan het zwembad. Ik geloof dat we een goede manier hebben gevonden om de warme middagen door te komen.

Dag 86:

Het lijkt erop dat we nu de juiste opsta-tijd hebben gevonden. Mevr. van der Veeke is er om zes uur uitgegaan om yoga te doen. Ik draai me nog een half uurtje om en daarna begint het inpak en ontbijt circus. Ruim voor 8 uur zitten we op de fiets. Het is nog 19 graden dus lekker koel. Zelfs de zonnebloemen zijn nog niet wakker.

Vandaag komen we één plaats tegen; Miajadas. Het is het dorp van de tomaat. We zagen al eindeloze velden met (lage) tomatenplanten en die eindigen allemaal hier. Ze hebben volgende week zelfs een tomaten festival. We zijn nog te vroeg voor de supermarkt, dus we nemen eerst een koffie.

Daarna komen we weer langs het Canal de Orellana.

Een heerlijk rustige weg waar je eigenlijk niet in mag, dus we zien alleen maar verkeer dat met het kanaal te maken heeft. Een paar auto’s dus. En een kanaal-inspecteur op een brommertje dat langs tuft en even een praatje maakt. Hij waarschuwt ons om niet in het kanaal te gaan zwemmen, dat is gevaarlijk. Hij vraagt waar we vandaan komen en zijn mond valt open als ik hem onze route laat zien.

Om half een zijn we al op onze eindbestemming. We zijn vroeg op pad gegaan, het is vlak en Mevr. van der Veeke fietst tegenwoordig als Joop Zoetemelk / Bernard Hinault / Greg Lemont / Geraint Thomas (* doorhalen wat niet je favorieten zijn of kies afhankelijk van je geboortejaar). In Madrigalejo heb ik een hostel geboekt. We moeten hier wel zes kilometer voor omfietsen maar het is het waard. We krijgen een mini-appartementje met keuken, eettafel, bank, badkamer, bed én airco. En we mogen gebruik maken van de wasmachine. In de koelte van de kamer brengen we onze middag door waarbij ik alle tijd heb voor de foto’s, verslagen, mail en andere zaken.

Op de blog zie ik ook een kleine reden tot festiviteiten. De blog is meer dan 100.000 keer bezocht. Alle lezers bedankt. Dit geeft me het gevoel dat ik het niet alleen voor mezelf doe.

Huiswaarts

But after we have been travelling a long while, after too many nights in hotel rooms or on the beds of friends, we typically feel a powerful ache to return to our own furnishings, an ache that has little to do with material comfort per se. We need to get home to remember who we are. – School of Life.

Dag 77:

Met enige weemoed nemen we afscheid van ons huisje van de afgelopen dagen. Het voelde echt een beetje als thuis en de heerlijke ontbijtjes van Fabio en zijn vrouw zullen we nog zeker herinneren.

Het is leuk om in de ochtend door Sintra te fietsen. Het is nog niet druk, lekker koel en alles lijkt veel helderder. Een mooi stadje. Zeker het bezoeken waard.

Het eerste deel hebben we nog een klim naar 400 meter. Hiervoor moeten we wel, onder een hek door,  een privé-weg in waar verboden toegang op staat maar dan is het ook lekker rustig zonder auto’s en met veel schaduw. Want het is een warme dag vandaag. Aan het einde van het pad staat een hek met een ketting. Gelukkig lukt het me deze open te krijgen met wat prutsen. Daarna een heerlijke afdaling naar zee. We komen nog langs Cabo Raso waarvan gezegd wordt dat het het meest westelijke punt op het Europese vasteland is. Maar dat klopt niet als ik het later opzoek. De meest westelijke is Cabo da Roca wat iets noordelijker ligt.

Hierna moeten we een weg naar Lissabon zien te vinden. Uit eerdere ervaringen weet ik dat dit knap lastig is. Je hebt te maken met spoorlijnen, snelwegen, hoogteverschillen en wateren die je moet oversteken. En het aanwezige kaartmateriaal klopt niet altijd. Ik heb gisteravond al een hele puzzel gemaakt en ben er nog niet uitgekomen.

In de praktijk blijkt dat het grotendeels goed gaat. Een enkele keer moeten we een stuk over de vluchtstrook van de snelweg, soms op de stoep, langs een drukke weg of tussen de mensen door laveren. Een paar keer moeten we terug maar uiteindelijk komen we toch redelijk gemakkelijk bij de pont. Grote delen kunnen we over boulevards langs het strand en dat is werkelijk een feest. Het is hier schoolvakantie en mooi weer dus de stranden zijn feestelijk druk. We komen nog langs een paar mooie plekjes als Boca de Inferno (Hell’s mouth), de toren van Belem en het Padrão dos Descobrimentos .

De pont is onderdeel van het openbaar vervoer en is met zijn €2 p.p. erg goedkoop. De fiets mag gratis mee. In een half uurtje worden we overgezet naar Traferia. Daar fietsen we nog een klein stukje naar Costa de Caprica waar we neerstrijken op een van de campings. We zitten vlak aan het strand. Dit betekent zanderige plekjes, maar ook ’s avonds even met de voeten in de oceaan staan en op de boulevard een sangria te drinken. Het is fijn om weer op weg te zijn.

Dag 78:

Je hebt goede fietsdagen en je hebt minder goede fietsdagen. Die van vandaag valt in de laatste categorie. We hebben het Portugal deel afgesloten. Nu gaan we dwars door Spanje naar Avignon, in Frankrijk. Mevr. van der Veeke noemt dit deel ‘Het Iberisch avontuur’ op haar Polarsteps, een naam die ik graag adopteer. Het eerste deel is de Ruta Iberica . Dit is weer een van de routes van Benjaminse. Ik ben blij dat de man de moeite neemt om routes te maken. En minder blij met zijn keuzes soms. Ik vraag me dan af of hij hem zelf wel gereden heeft. Vandaag is dat er zo een. We hebben gekozen om via de oostkant af te zakken naar Setubal. Eerst zitten we een tijd langs erg drukke en erg slechte wegen. Veel auto’s en bussen met strandverkeer. Daarna leidt de route een deel door het Apostica gebied. Dit is een natuurreservaat zonder echte wegen. Op basis van stippellijntjes op de gps en vage omschrijvingen als ‘neem de opening over een klein heuveltje’ moet ik hierin mijn weg zien te vinden. Daarnaast is het allemaal los zand en moeten we de fiets hier kilometers doorheen slepen. En als we dan eindelijk weer kunnen fietsen dan is het stuiteren over de stenen en de boomwortels. Tel daarbij op dat de temperatuur boven de 30 graden is en je hebt een recept voor een ijzig klimaat en twee mopperende mensen.

Maar goed, aan alles komt een eind, dus op een gegeven moment komt het asfalt weer in zicht. Ik kan het wel kussen zij het dat hier een gestage rij auto’s overheen raast. Zo ploeteren we door via Alfarim. Hier kunnen we eindelijk een koffie doen en volkomen verdwaast zitten we een uur in het niets te staren. Het is inmiddels 35 graden dus naar buiten lokt ook niet echt.
Toch moeten we verder. Door bij elk café onderweg te stoppen, even in de schaduw te zitten en wat te drinken weten we te overleven. Het laatste stuk zitten we op gravelwegen. Niet zo fijn als asfalt maar het gebrek aan auto’s maakt veel goed. Hierdoor is het minder stressvol en kan ik weer wat aandacht voor de omgeving opbrengen.

Redelijk stuk komen we bij de camping in Picheleiros aan. Hij ligt erg mooi in ‘the middle of nowhere’. De grond is hier hard als beton met scherpe steentjes. En de schoonmaker is met vakantie. Waarschijnlijk al de afgelopen jaren. Maar we klagen niet want we staan in de schaduw en er is een terras waar we een koud biertje kunnen krijgen. ’s Avonds koken we ons maaltje en bij het geluid van de krekels vallen we in slaap. We hebben het weer overleefd.

Dag 79:

We zijn lekker op tijd op weg. De temperatuur is 15 graden lager dan gisteren, de lucht is grijs en er vallen af en toe wat druppen. Dit fietst toch iets fijner dan de hitte. In Setubal kunnen we zo aanschuiven bij de pont. We betalen €9, maar de communicatie is wat onduidelijk dus ik weet nu niet of ik voor een retour of een enkele reis heb betaald.

In Sol Troia leggen we aan. Het is een soort van schiereiland van 2 kilometer breed en 15 kilometer lang. Vroeger was hier niets, nu zijn ze het toerisme aan het ontwikkelen. Er zijn allemaal parken met vakantiehuisjes. Voor vier ton kun je er een kopen maar dan heb je wel een eigen zwembad(je) erbij. Voor de rest is hier niets in het Reserva natural do Estuario do Sado.  Alleen een weg waar wat auto’s over rijden als de pont is aangekomen. Aan de auto’s zie ik dat hier voornamelijk de rijken komen.

In Comporta vinden we eindelijk koffie. Veel winkeltjes met design dingen snuisterijen en wat hippe smoothie tentjes. Er gaat hier maar één weg naar het westen en die nemen we. Onderweg zien we veel zand waardoor de altijd lopende jukebox in mijn hoofd automatisch het liedje ‘Brandend zand’ van Annke Gronloh begint af te spelen. Maar we zien ook  kurkeiken, veel cactussen en, verrassend, rijstvelden. En door de rijstvelden ook veel ooievaars. Bij ons wordt voor elke ooievaar een paal opgericht maar hier lijkt het wel een plaag. Elke paal heeft een nest en de electriciteitsmasten meerdere verdiepingen met nesten.

Zo komen we bij Alcacer do Sal. Een oud plaatsje waar vijfduizend jaar geleden al mensen woonden. Lange tijd is hier zout gewonnen dat veel naar Nederland verscheept werd. Het is ons meest zuidelijke punt. Hemelsbreed zitten we nu zo’n 2200 km van Baflo. Vanaf nu kunnen we zeggen dat we weer naar huis aan het gaan zijn. We vinden hier een mooie camping waar ze zelfs nog grasveldjes hebben. Fijn om daar weer op te staan. Het weer is inmiddels opgeklaard en we zoeken de schaduw op. We zijn lekker op tijd dus we komen weer helemaal bij. Soms zit het tegen, maar vandaag zit het mee.

Dag 80:

We verlaten de camping , dalen af naar het dorp en slaan linksaf op de rotonde. Op deze weg blijven we de komende 30 kilometer. Het is een rustige weg met weinig autoverkeer. In het begin zien we nog wat rijstvelden maar later wordt het landschap gedomineerd door geel gras, kurkeiken met af en toe een olijfboom er tussendoor. De kurkeiken zien eruit als Donald Duck. Die heeft ook geen onderkleding aan. Het landschap gaat golvend op en neer en wij golven mee. Gelukkig is het niet al te warm vandaag.

Het is grotendeels een verlaten landschap.  We komen een paar dorpjes tegen zoals Santa Susana en Sao Christovao. Deze zien er allemaal hetzelfde uit. Witte huisjes met een blauwe bies aan de onderkant. Het lijkt wel of ze hiermee de hemel en de aarde willen verbinden. 

En elk dorpje heeft natuurlijk een café want wij hebben af en toe wel wat koffie nodig om door te kunnen gaan. De koffie is hier spotgoedkoop voor een Americano (normale koffie zoals wij die kennen) betaal ik 65 cent, voor een Solo (onze espresso) is het nog maar 45 cent. Hoe verder we van de toeristische gebieden komen hoe goedkoper het wordt.

Behalve het dorre landschap is er niet veel te zien. In Santiago do Escoural zien we de restanten van een Romeins aquaduct. Deze was voor de watervoorziening  van Evora. Vlak voor Evora zit de camping. Daar zetten we de tent op, schuiven de tassen erin en gaan eerst in Evora kijken.

Evora is een eeuwenoude stad die al in de Romeinse tijd bestond. Er is veel te zien zoals het centrale Praca Geraldo, de Romeinse tempel van Diana, (nog) een Romeins aquaduct en een knekelhuis (Capela dos Ossos). Hier liggen de botten van 5000 monniken. In de 14e en 15e eeuw waren er meer dan 42 kloosters en al die monniken gaan dood. Wat doe je met die botten? Je geeft dat aan een creatief persoon en die maakt er wat moois van. Tegen acht uur zijn we op de camping terug. We moeten dan nog douchen en eten maar Evora kunnen we aftikken op ons lijstje.

Dag 81:

Vandaag hebben we een relatief korte dag en daar zijn we blij mee. Want de dag begint bewolkt met 18 graden, maar in de middag zitten we weer ruim boven de 30 graden. En daar moeten we erg aan wennen. We zitten veel op rustige, kleine wegen met nauwelijks een stadje onderweg. Daarom zijn we blij met Nossa Senora de Macheda. In het centrum zijn wel vier kroegen waar we uit kunnen kiezen voor de koffie. Redondo is de volgende stad. Maar alles is daar uitgestorven dus eten we een bammetje in de schaduw.

Ik heb een kamer geboekt in een hotel dat in een voormalig klooster, Convento Sao Paulo, zit. We moeten hiervoor wel flink klimmen maar daarvoor krijgen we een mooie kamer met airco en een terras met prachtig uitzicht terug.
Het klooster stamt uit 1182 en is gebouwd door de monniken van de kluizenaar St. Paul. Er zijn meer dan 54.000 tegeltjes in azulejo’s verwerkt gemaakt door de grootste tegelzetters van die tijd. Meerder koningen hebben hier geslapen. In 1993 is het omgebouwd als pousada en nu slapen wij hier.

Dag 82:

We zijn nog steeds aan het zoeken naar hoe we moeten omgaan met de hitte. Vandaag proberen we extra vroeg te vertrekken. Met wat charme heeft Mevr. van der Veeke geregeld dat we gisteravond al een ontbijt hebben gekregen. Want normaal gesproken begint dat pas vanaf half negen en we willen om zeven uur weg. Dat lukt niet helemaal maar twintig over zeven vind ik ook vroeg genoeg. De temperatuur is gezakt tot 14 graden. Er hangt een mist en het is bewolkt. Allemaal volgens plan. We maken de klim van gisteren af en dalen naar Estremoz.

Vandaag is er maar 40 kilometer gepland want we willen wel drie stadjes bekijken; Estremoz, Borba en Vila Vicosa. Alle drie zijn bekend als marmer stad. Dat wordt gedolven bij Borba en het is hier zo in overvloed aanwezig, dat het zelfs de  bakstenen als bouwmateriaal vervangt en als plaveisel voor de straten wordt gebruikt.

Daarnaast wordt Estremoz gezien als een van de mooiste stadjes van Portugal. Hier lopen we op half negen al rond als enige toeristen. De stad kent een onder- en een bovendeel. We hebben geleerd van eerdere ervaringen en laten de fietsen beneden staan.
In het bovendeel is helemaal niets te doen. Het paleis van Dom Dinis is tegenwoordig een pousada maar je mag er binnen rond kijken en je mag de toren van de drie koningen (met z’n drieën hebben ze de toren gebouwd) beklimmen. Van daar heb je een mooi uitzicht over de omgeving. Verder hadden we graag de Capella de Rainha Santa willen bezoeken. Die zit vol met azulejo’s uit het leven van koningin Isabel. Ik ben inmiddels een fan van de blauwe tegeltjes maar op maandag zijn alle musea gesloten maar de Camara municipal in het dorp beneden is wel open, dus daar kom ik nog een klein beetje aan mijn trekken.

Hierna fietsen we door naar Borba. Een relatief klein dorpje waar de straten wederom geplaveid zijn met roze marmer en waar de omgeving gedomineerd wordt door enorme hopen marmer afval. Deze zijn zo groot en instabiel dat we zelfs om moeten rijden omdat de weg tussen de groeve door niet veilig is. Dat brengt ons in Vila Vicosa. Hier heb ik weer een pousada geboekt in een voormalig college voor jezuïeten. We zijn daar al om een uur en dat is helemaal niet erg. Want ze hebben een zwembad en aangezien de temperaturen alweer ver boven de 30 graden zit. Bij de Liddl (ja, die zit hier ook) halen we wat te eten en drinken en installeren ons aan het zwembad. Even lijkt het wel vakantie.

’s Avonds lopen we toch nog even Vila Vicosa in. Een gemoedelijk stadje met een centraal plein. De bomen op het plein zitten vol met sinaasappels. De kerk loopt net leeg met nonnen en het kasteel staat in de zonnestralen van de avond. In de koelte drinken de mannetjes hun drankje. Wij schuiven aan voor een laatste koffie. En dan niet te laat op bed want het was best vroeg vanochtend. Morgen verlaten we Portugal en komen we weer in Spanje. Portugal is een prachtig land, we komen hier zeker terug.

Sintra en Lissabon

Overal heb ik rust gezocht, en ik heb ze slechts gevonden in een hoekje met een boekje. – Thomas a Kempis

Dag 73:

Op onze eerste dag in Sintra doen we eigenlijk niets. Nou ja, bijna niets. We doen wel boodschappen en zoeken een wasserette op. Dit zijn namelijk de dagen waarop we onze was goed kunnen doen. Dus iets meer dan uitspoelen. Gelukkig hebben veel Portugezen geen wasmachine thuis en zijn er genoeg wasserettes. Je gooit er 5 euro in en de was wordt gedaan. Bij het huis hebben we een typisch Portugese waslijn. Door aan het touwtje te trekken verschuif je de lijn onder het raam. Zo kun je toch de hele breedte van het huis gebruiken. ’s Avonds koken we in ons appartement met volledige keukeninrichting weer een uitgebreide maaltijd. Heerlijk die rust en luxe van een huis.

Dag 74:

Vandaag blijven we dicht bij huis en zoeken het in Sintra. Het, oude en nieuwe, stadje zelf zien we wel als we er doorheen lopen. Verder zijn Palácio da Pena, Palácio Quinta da Regaleira, Castelo dos Mouros en Palácio Nacional de moeite waard. Aangezien het toch een rustdag is beperken we ons tot de eerste twee en daar vullen we de dag aardig mee.

Palácio da Pena ligt bovenop een heuvel en daar kun je in ongeveer drie kwartier heen lopen. Is leuk maar gezien het feit dat het een rustdag is, kiezen we ervoor om ons naar boven te laten brengen in een tuk-tuk. Na wat onderhandelen hebben we hier een goede prijs voor en dan begint het feest. De wegen zijn hier steil en de tuk-tuk heeft een licht benzinemotortje. Voor de chauffeur is het dus zaak om snelheid te houden in de bochten. En voor ons is het zaak om op dat soort momenten in de tuk-tuk te blijven. Het was me het ritje wel.

Palácio da Pena is een van de zeven wonderen van Portugal. Over het hoe en waarom is genoeg te vinden op het internet, dus ik wil het hier beperken tot mijn eigen indrukken: Een gekkenhuis!

Wat betreft ligging, uitvoering en mensenmassa’s. Ik ben redelijk goed in het nemen van foto’s zonder andere mensen erop maar dit ging zelfs mijn capaciteiten te boven. Je moet veel geduld hebben en van rijen houden. Je staat in de rij om erin te komen en je schuifelt in een lange rij door het gebouw heen. Was het de moeite waard? Ja. De inrichting is precies zoals de koninklijke familie het achterliet toen ze in 1910 moesten vluchten. Je krijgt daardoor een verstild beeld van hoe ze leefden in die tijd. Inclusief muren die zo geschilderd zijn dat ze op hout lijken en levensgrote beelden van Moren die een lamp vasthouden. Je mocht binnen geen foto’s maken dus ik kan er niets van laten zien. Maar het gebouw en de tuinen zijn de moeite waard. Zelfs met deze mensenmassa’s en de rijen. Een kaartje voor een bezoek aan de tuinen en het interieur van het paleis is €14 per persoon.

Terug gaan we gewoon te voet. Er is een mooi wandelpad naar Sintra terug. Eerst nog door de tuinen van Peno en daarna door het landschap, wat even goed onderhouden is als de tuinen.

Eenmaal beneden lopen we door naar Palácio Quinta da Regaleira. Unesco werelderfgoed en een magisch plekje. Ook hier is het druk, maar iets minder dan bij Pena. De tuinen zijn groot en alleen op de bijzondere plekjes zoals de initiation-well zijn wat meer mensen. Het is mooi weer en het is heerlijk om door de tuin te slenteren. Het is gevuld met prachtige follies en er is een grottenstelsel waar je doorheen kunt dwalen. Mocht je erheen gaan, trek er dan op zijn minst 1-2 uur voor uit. Hieronder een kleine foto-impressie.

Dag 75:

Vandaag nemen we de trein naar Lissabon. Voor €5 p.p. heb je een retourtje vanuit Sintra. De trein brengt je helemaal in het centrum (station Rossio). Ook van Lissabon is heel veel te vinden op internet. Ik beperk me tot mijn indrukken.

We hebben lang gefietst in de rustige, minder toeristische gebieden. Zo’n stad is dan een culture-shock voor mij. Zoveel mensen, gebouwen, drukte, bedelaars en hoedjesverkopers komt binnen als een overload aan prikkels. Het liefst ga ik meteen weer weg. Maar we zetten toch door. We hebben een aantal dingen op het lijstje dat we willen zien. Dat geeft meteen een mooie leidraad voor een route door de stad.

Rossio: het centrumplein  van Lissabon. Rossio betekent veld zonder eigenaar. De officiële naam is het Pedro-IV plein omdat er een standbeeld van Pedro IV staat.

Elevador de Santa Justa: omdat de stad zo geaccidenteerd is, zijn er meerdere liften on je naar de verschillende lagen in het centrum te brengen. Dit is de bekendste en drukste. Er staat een rij dus geen lift voor ons.

Baixa: Hier drinken we een koffie en eten een Pastel de Nata (of pastel de Belem) . Dit is een bladerdeeg cupje gevuld met roompudding en gebrande suiker. Baixa is het laagste deel van de stad. Na de aardbeving in 1755 is dit district volgens een strak stratenplan opnieuw gebouwd en ingedeeld als commercieel district. Het leidt uiteindelijk naar..

Praca de Commerco: Het plein aan de waterkant van de Taag met het paleis waar je een mooi uitzicht op de brug hebt.

Casa de Bicos: Een huis met een facade vol puntige stenen (bicos). Maar ook de naastliggende huizen zijn de moeite waard.

District Alfame: Het oudste deel van de stad met bochtige, steile straatjes waar het dagelijkse Portugese leven te zien is.  Hier klimmen we omhoog naar …

Miradouro (uitzicht) de Santa Luzia: waar we een mooi uitzicht over de stad hebben. Overal staan muzikanten en zangers/zangeressen. Heel gezellig hier. Vanaf hier is het niet zo ver naar ..

Castele de Sao Jorge: Het oudste kasteel op het hoogste punt in Lissabon .Ook hier staan wachtrijen van 20 minuten. Daar hebben we geen zin in. In plaats daarvan besteden we het geld aan…

Pastel de bacelhau: Een soort van oliebol van aardappelpuree, gemengd met kabeljauw (bakelhau) en gevuld met kaas uit Estreia. Je drinkt hierbij een glaasje witte port. Het beste uit de zee en van het land. Daarna dwalen we wat door de stad naar…

Igreja de Sao Roque: Een sobere kerk van buiten, een van de meest weelderige en decoratieve kerken van Lissabon van binnen.

Heel veel dingen doen we ook niet. Bijvoorbeeld een ritje met de tram (die steeds bomvol zit). Ik merk dat we het leukst vinden om gewoon een beetje door de stad te slenteren en niet zozeer vast te zitten aan de toeristische trekpleisters. De stad heeft een fijne zomerse atmosfeer ondanks de vele bedelaars die je hier ziet. Je zou hier meer tijd kunnen besteden maar één dag vind ik wel genoeg. Ik merk dat ik de iets kleinere steden, zoals Santiago, Sintra of Porto, leuker vind dan de hele grote steden. En waar ik het meest blij om ben is dat ik niet in Lissabon hoef te fietsen. Want dat is pas zweten.

Dag 76:

Na al dat visuele geweld van Lissabon hebben we weer een dag rust nodig. Gewoon lekker lezen, niks doen en wat onderhoud aan de fietsen zodat we weer helemaal klaar zijn voor het volgende traject. We lopen nog wel even SIntra in om de straatjes te bekijken die we eerder gemist hebben. Het appartement waar we zitten is heerlijk en van alle gemakken voorzien. Toch vind ik het fijn om morgen weer op de fiets te gaan. Het enige wat ik echt zal missen zijn de heerlijke, verse croissantjes die we van Fabio krijgen. Maar daar is overheen te komen.

Zon, zee en strand

As with any journey: Who you travel with is more important than the destination.

Dag 69:

Voor de €24 krijgen we ook nog eens een uitgebreid Portugees ontbijt. We verwachten een cakeje en koffie, net als in Spanje, maar het is net zo compleet als het ontbijt dat we in Nederland krijgen. Met als topstuk eigen gebakken bananen-cakejes. En als we die niet allemaal opeten, krijgen we de rest mee in een zakje. Erg aardige mensen.

Het is grijs als we vertrekken en dat blijft het voorlopig ook. We zien weinig zon vandaag. Via klimmen en dalen gaan we richting de kust. Op de velden wordt nog veel met de hand gedaan. Ik zie veel oude mensen gebogen over de aarde met een schoffel bezig. Of op de knieën. Vaak met hele families. En dan niet in de tuin, maar op het land. Als ik even op Mevr. van der Veeke sta te wachten, knoop ik vaak een praatje aan. Want de mensen zijn aardig, open en nieuwsgierig hier. Ze willen altijd weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat.

Verder zien we (denk ik) rijstvelden en vervallen kloosters. Ik heb het idee dat ze hier wel bezig zijn om meer toerisme aan te trekken. Dat zie je door de restauratie werkzaamheden maar ook door de aanleg van wegen, fietspaden en voorzieningen.

Voor (maar ook na) we bij de kust komen, zitten we op de EuroVelo 1 in het binnenland. Deze loopt een stukje verder van de kust door wat vroeger dennenbossen waren. Maar de bosbranden van 2017 hebben hier goed huisgehouden. We fietsen tientallen kilometers door afgebrande bossen. Sommige stukken zijn ze aan het opruimen door te rooien en nieuwe aanplant neer te zetten. Een mega-klus. Maar het grootste deel zijn gewoon nog zwartgeblakerde stompen. Triest gezicht.

Dit deel van de eurovelo moet ook nog verder ontwikkeld worden. We zitten op een fietspad langs een weg. Eens in het halve uur komt er een auto langs. En het  fietspad kan duidelijk een maaibeurt gebruiken. Om een toeristische trekpleister te worden, moet er echt nog wat gebeuren.

Bij Pedrago zien we de zee weer. De stranden zijn hier leeg. Misschien omdat het weer grijs is, de temperatuur laag en de zee te woest? We zien een enkeling op het strand.

Ook verderop bij Praia de Viera is weinig te doen terwijl ze hier wel een boulevard hebben. Met een uitstekend restaurant (Naufragil Bar) dat toevallig vandaag voor het eerst open is. Tijdens de stormen van vorig jaar was de vorige weggespoeld. Het zit er vol en we eten er uitstekend.

Wij vinden het van de ene kant leuk deze dorpjes en boulevard te befietsen maar aan de andere kant duik je meestal een gat in om bij het dorp te komen en daarna is het weer zwoegen om eruit te komen. We laten flink wat zweetdruppels.

In Sao Pedro de Moel vinden we het welletjes. In de duinen aan de andere kant van het dorp vinden we een plekje op de camping. Het is mooi kamperen aan zee maar je eindigt wel met overal zand.

Dag 70:

Als ik om zeven uur op sta (ja, ik sta nog steeds zo vroeg op), zie ik dat het nog grijzer is dan gisteren. Er hangt een zeemist die zo dicht condenseert dat het op een gegeven moment regent op de tent. We ontbijten daarom in de tent. Bij het inpakken is het gestopt met regenen maar de tent is erg nat.
In een mist die soms dichter en soms minder dicht is rijden we naar Paredes de Vitoria. Het lijkt erop dat veel kinderen hun schoolreisje hebben want het is druk op het strand met klasjes. Ze trekken zich gelukkig weinig aan van het grijze weer.

Na een koffiestop fietsen we door naar Nazare. Onderweg zien we het weer verbeteren en in de verte kunnen we Nazare al in de zon zien liggen. Of eigenlijk zien we het bovenste deel van Nazare liggen, dat vroeger Sitio heette. Het ligt boven op de klif en is het oudste gedeelte. En dat is ook het deel dat we als eerste gaan bezoeken.

Nazare is eigenlijk ondergegaan aan zijn eigen succes. Jarenlang hebben ze zichzelf op de kaart gezet als het mooiste dorpje van de Portugese kust en dat heeft ertoe geleid dat in de zomer het stadje volkomen verstopt zit met toeristen. Hierdoor heeft het veel van zijn charme verloren alhoewel ze moeite doen om wat van het authentieke terug te halen door het dragen van de klederdracht. Maar dat wordt voornamelijk door de formidabele varinhas (viswijven) gedaan. De jonge blommen doen liever een kek hoedje op.
Terwijl we uitkijken over het lager gelegen deel van Nazare zien we de wolken wegtrekken. En hiermee is het ook de rest van de dag(en) mooi weer geworden.

Daarna dalen we af naar het lager gelegen dorp waar ook de stranden zijn. Overigens gaat er een funicular omhoog naar Sitio maar die ziet er zo wrak uit dat ik liever zou gaan lopen. Beneden is het strand, de eethuisjes en nog meer toeristische drukte dan boven. Maar in de zon krijg ik het echte badplaats gevoel dat ik van Zandvoort en Katwijk ken. Voor ons is het druk maar als ik naar de grootte van de parkeerterreinen kijk, kan het nog veel drukker worden. Nazare is overigens ook bekend van de surfkampioenschappen. Als wij er zijn, zijn de golven redelijk rustig maar het kan er ook zo uitzien. Na al dit strandgeweld klimmen we Nazare weer uit en boven kijken we nog een keer terug op dit festijn.

We blijven voorlopig de kust volgen alhoewel het strand steeds een stuk lager ligt. Er staan hier mooie huizen maar mijn droomhuis is toch een omgebouwde molen die op een heuvel uitkijkt over zee.

Sao Martinho de Porte is minstens zo mooi als Nazare en minstens zo druk. Het heeft een afgesloten baai met zandstrand wat het aantrekkelijk maakt. We hebben wat moeite om aan de boulevard te komen omdat alles zo steil loopt en veel straatjes eindigen in trappen. Maar als je dan beneden bent, dan heb je ook wat. Hier eten we een ijsco en bewonderen het uitzicht.

In Foz do Arelho zoeken we de camping op. We hadden gedacht met een dikke 50 kilometer een makkelijke dag te hebben, maar dat blijkt in de praktijk anders. Door alle korte, maar erg steile, klimmetjes zijn de benen behoorlijk moe en vullen we de complete dag met fietsen. We zetten de tent op en koken een maaltje. En voor de rest gebeurt en niet veel meer want de luiken vallen vrij vroeg dicht.

Dag 71:

Het is weer een bijzondere dag. We zien het prachtige stadje Obidos en voor het eerst in mijn leven vraag ik op een camping mijn geld terug. Daarnaast was het landschap weer erg geaccidenteerd, tot grote ontsteltenis van mijn benen. Ik weet inmiddels wel dat ik liever een lange geleidelijke klim heb dan al die korte steile stukjes die in de deel van Portugal zijn. Maar goed, eerst Obidos.

Na een stukje fietsen zien we de mooie restanten van een kasteel op een heuvel liggen. We zeggen tegen elkaar ‘Daar gaan we niet omhoog klimmen’ want Obidos ligt aan de andere kant van de heuvel. Maar Obidos ligt óp de heuvel. Het kost wat zweet maar het is elke druppel waard want Obidos is een juweeltje. Het is bekend als ‘the Wedding City’ want het wordt traditioneel door de Portugese koningen aan hun koningin gegeven. Saillant detail is dat de 15-jarige koning Afonso V hier met zijn even oude nichtje, Isabel van Coimbra, trouwde. Ik vraag me af wat die ’s avonds in bed tegen elkaar te vertellen hadden?

Zij: “Heb je je Legio starwars schip nog afgekregen?’.
Hij: “Nee, ik was een van de vleugelstukjes kwijt. En jij? Lekker met de poppen gespeeld?”
Zij: “Ja, alle haren gekamd en ze op een rijtje gezet. Hebben we morgen nog staatszaken?”
Hij: “Ja, er moeten nieuwe smarties gekocht worden. En de nieuwe wet uitvaardigen dat kinderen niet meer verplicht naar school hoeven. “.
Zij: “Mooi, dat was weer een drukke dag. Maf ze.”
Hij: “Ja, lekker pitten. Tot morgen. ”

Héél vroeger klotste de oceaan hier tegen de wallen en legden schepen aan bij de stadsmuren. Tegenwoordige klotsen de toeristen door de straten, want ondanks dat we vroeg op de dag én het seizoen zijn, kun je over de Chinese koppen lopen (zou je niet zeggen op mijn foto’s want ik stuur altijd alle Chinezen even weg). Toch blijft het een mooi plekje, zeker als je buiten de hoofdstraat gaat.

Wij verlaten het feestgedruis en gaan via binnenwegen weer richting kust.  In een mini-dorpje zien we nog een traditionele wasplaats. Hij ziet eruit alsof hij nog steeds gebruikt wordt.

De volgende stad is Lourinha. Een fris, net stadje waar we voor het eerst zien dat ze ook oude huizen kunnen opruimen. Hier hebben ze voor een ander toeristenmodel gekozen. Ze hebben geen stranden, geen boulevards (want het ligt landinwaarts) maar ze zeggen dat ze wel dinosaurussen hebben. Ooit. Gehad. En daar is hun verdienmodel op gebaseerd. Bij het (gesloten) museum staan nog wat botjes. Maar ik zal Lourinha voornamelijk herinneren omdat het een fikse klim was om eruit te komen.

Van Maceira naar de kust toe hebben we een mooi pad tussen een aantal kloofjes door. Er waait een fikse wind en die hebben we al de hele dag tegen. Ondanks dat het hier vlak is moeten we flink trappen om er tegenin te komen.

Daarom zijn we blij om op camping Praia de Santa Cruz aan te komen. Hij is met €10 erg goedkoop maar de receptie moet echt eens op een cursus ‘klant is koning’. Iemand brengt ons naar een plek waar we kunnen staan en wijst een zandbak aan waar ik meteen tot mijn enkels wegzak in het zand. Als ik uitleg dat we daar niet kunnen staan wijst hij een grotere zandbak aan. Daar proberen we de tent op te zetten maar de wind trekt steeds de haringen compleet uit de grond. Mevr. van der Veeke probeert nog wat anders te regelen maar er is weinig mogelijk. Van alle suggesties die ze doen is de beste dat ik een stuk verderop bij de supermarkt containers met 5 liter water ga halen voor het vastzetten van de hoekpunten van de tent. Met de fiets. Ik heb het allang gezien. Stel dat we de tent uiteindelijk wel opgezet krijgen dan heb ik er een erg onrustig gevoel bij. Als het harder gaat waaien dan lig ik wakker want dan blijft de tent niet staan. Op booking.com regel ik 300 meter verder een kamer. Is iets duurder maar daarvoor krijg ik wel héél veel zielenrust terug.

Abstract kunstwerk: Weggewaaide tent in zandbak.

’s Avonds lopen we Santa Cruz in. Het heeft mooie stranden maar verder is het een verzamelplek van lelijke, grote hotels en appartementencomplexen. Er is geen echte boulevard maar wel een mooie vuurtoren. En een geweldig restaurant. Met uitzicht op een ondergaande zon hebben we in Boca Santa Cruz een heerlijk maal van schelp- en schaaldieren, rijst en een soort soep. We moeten wel om een lepel vragen maar dit is een echte aanrader. Hand in hand, zien we de zon in zee zakken. Romantischer kan het niet worden. En dat op onze leeftijd.

Dag 72:

Even buiten Santa Cruz komen we weer een camino tegen. Deze keer is het een eco-camino wat betekent dat we een prachtige fietsroute langs kliffen en door de velden krijgen. Maar het betekent ook weer flink klimmen. De afgelopen dagen, en ook weer vandaag, moeten we regelmatig de fiets omhoog duwen. Dat is niet erg want het zijn meestal maar korte stukjes. Een voordeel daarvan is dat we de armen ook eens trainen want die komen wel te kort ten opzichte van de benen. En de hoogte geeft gewoon prachtige uitzichten dus dat is steeds weer genieten.

Een hoogtepunt van de dag is het dorpje Ericeira. Ergens heb ik gelezen dat het een van de meest pittoreske dorpjes van Europa is. Nou, ‘das war einmal’ want als wij er komen kan het de competitie met een willekeurige biercamping op Terschelling goed aan. Er loopt heel veel jeugd te flaneren met sixpacks, handdoekjes, surfplanken en grote flessen bier. De hormonen spoelen door de goten en het is zaak je zo voordelig mogelijk te etaleren voor het andere geslacht. Heerlijk om naar te kijken.

Toch moet ik toegeven dat, als je hier een beetje doorheen kijkt, het dorp een bepaalde charme heeft met zijn straatjes met kinderkopjes, vissersprullaria en blauwe randjes aan de huizen. En de stranden zijn fenomenaal. Ik hoop dat de foto’s dit een beetje weergeven.

We hebben besloten de route van vandaag wat in te korten. Want we zien op tegen de 70 kilometer met deze klimmetjes. Dus we laten Mafra (met zijn paleis) voor een latere keer liggen en blijven de eco-camino (EV1) langs de kust volgen. En dat is inspanning genoeg want uiteindelijk komen we aan het einde van de dag nog op bijna 1000 hoogtemeters.

Linksboven zie je de weg omhoog lopen. Daar moeten wij ook omhoog klimmen.

Vooral het laatste stuk omhoog naar Sintra is een inspanning. Niet alleen door het klimmen maar ook omdat het op een drukke, smalle autoweg moet gebeuren. Dat levert altijd een bepaalde stress op. Ik ben dan ook erg blij als we bij ons huisje komen dat ik via Airbnb geboekt heb bij Fabio. Hier blijven we vijf dagen om bij te komen en op te laden voor het volgende stuk door Spanje. Het is een leuk klein appartementje en Fabio heeft een ontbijt/croissant winkeltje ernaast dus we krijgen elke ochtend een verse Portugese croissant, met een vulling naar keuze, als ontbijt. De Portugese croissant is overigens anders dan de Franse. De laatste is meer bladerdeeg terwijl de Portugese meer gewoon deeg is. Maar zeker niet minder lekker. En vanuit hier kunnen we Sintra bekijken en een dag naar Lissabon gaan.

Als laatste uitsmijter een selfie-parade. We hebben alle dagen een foto gemaakt en met zoveel rust heb ik er eindelijk een filmpje van kunnen maken die elke dag in een seconde laat zien. Aan het einde hoop ik van de hele reis een filmpje te kunnen maken, maar nu maar eerst de eerst 72 dagen:

Pushbike

Remember that a foreign country is not designed to make you comfortable. It is designed to make its own people comfortable. – Clifton Fadiman

Dag 66:

Als ik later oud ben en mijmerend terug denk aan de goede dagen in mijn leven, dan zal deze er ook bij zitten. Het was een prachtige dag waarin alles mee zat.

We fietsen Porto uit op een zaterdagochtend. Het is nog heerlijk rustig in de stad. Mensen beginnen met het opbouwen van hun kraampjes en we hoeven alleen even te remmen voor een vroege hardloper. We verlaten Porto via het bovenste dek van de mecano-brug en dalen af naar Villa Nova de Gaia. Voor de port-huizen langs volgen we de Douro weer naar de kust. Daar hebben we het grootste deel een mooie fietsroute. Vaak weer vlak langs de kust en soms wat door het binnenland.

Het is bedekt weer, heel fijn om te fietsen. We hebben zelfs een windje in de rug. Tegen de middag komt de zon erbij. Zo gaat het meestal hier aan de kust. ’s Ochtends bewolkt en ’s middag waait dat weg en schijnt de zon.
Als ik de plattegrond van Espinho zie, dan kan ik alleen maar concluderen dat hier een vooropgezet plan was bij de bouw van de stad. De straten liggen zo strak in het gelid.

Het pad loopt een heel eind door de duinen en de dennenbossen. Veel bomen hier huilen. Ze hebben op het onderste deel de bast verwijderd en diepe kerven gemaakt. Zo wordt de hars geoogst. Waarvoor? Geen idee. Misschien hiervoor?

In Faradouro hebben we in café Amadeu een perfect maal. Ik zou er zelf niet op komen, maar je kunt een heerlijke bonenschotel (Judias con mariscos) maken met schelp- en schaaldieren. En de Sangria die ze erbij schenken is hemels. Zelden zo lekker gegeten. Een aanrader, mocht je hier ooit komen.

Daarna gaat het verder over de landtong richting Sao Jacinto. Dit zijn een soort van uiterwaarden met zoet- en brakwater en het is een beschermd natuurgebied. Nog niet zo lang geleden werd dit gebied regelmatig door de oceaan overspoeld. Nu is het gecultiveerd en heeft alleen nog een kunstmatige verbinding met de zee. Kenmerkend zijn de gekleurde bootjes, de ‘moliceiro’ .

Morgen nemen we in Sao Jacinto de pont naar de overkant. Deze kilometers gaan moeiteloos want het is harder gaan waaien. En zoals bekend, soms een mooi fietspad en soms houdt dat ineens op zonder een waarschuwing of een bordje.
Na een kleine 70 kilometer is er een camping. Voor minder dan een tientje kunnen we een nachtje blijven. In de avondzon drinken we nog een biertje. Soms zit gewoon alles mee.

Ik realiseer me dat ik zeer bevoordeeld ben. Ik ben opgegroeid en heb gewerkt in een rijk land. En dat ik financieel gezond ben én lichamelijk gezond genoeg ben om dit te (kunnen) doen.
In schril contrast staat dat vandaag de begrafenis is van een voormalig collega van me. Renske Vera Talstra is op haar 28e overleden aan kanker. Voor haar geen (fiets)reizen op latere leeftijd. Toch weet ik dat ze het me gunt en als ze nog geleefd had, dan had ze mee genoten van de reis. Maar dit soort gebeurtenissen doet me wel stilstaan bij het feit hoe goed ik het heb. En daar ben ik dankbaar voor.

Dag 67:

Zo mooi als gisteren was, zo valt het vandaag tegen. Het begint wel goed. We kunnen eindelijk de tent eens droog inpakken. Daarna fietsen we naar Sao Jacinto. Bij een Pastelleria halen we ontbijt en een koffie. Daarna steken we met de pont over (€4,20) en fietsen naar Aveiro. Ook wel het Venetië van Portugal genoemd. Ook de reisgids doet er heel lovend over maar het is een grote deceptie. Een gemiddelde Nederlandse plaats heeft meer kanalen en grachten. Hier is alleen het Canal Central en daar varen weliswaar leuke bootjes doorheen, maar het stelt niets voor.

Ik heb de route van een andere fietser en die kiest er hier voor het binnenland in te gaan. Dat leek ons ook wel leuk maar na 20 kilometer drukke en slechte wegen ben ik er wel klaar mee. De dorpen ogen wat vervallen en dat komt met name doordat ze oude huizen niet opruimen maar gewoon laten wegrotten. Regelmatig zien we een prachtige villa naast een ingestort huis staan.

Ik heb wat geboekt, dus we moeten door maar morgen gaan we weer richting de kust. Het binnenland heeft wel wat bezienswaardigheden, maar om hier zoveel kilometers voor om te rijden, inclusief alle hoogtemeters, dat heb ik er niet voor over. Langs de zee en door de duinen vond ik veel leuker. Ik ben tenslotte een kind van de zee.

Ondanks dat het later wat rustigere wegen worden en in het, niet toeristische, binnenland wat meer te zien is, herplan ik ’s avonds de route, op de Surface, om weer naar de kust te gaan en zo af te zakken naar Lissabon. Qua afstand maak het weinig uit en ongeveer 130 kilometer verder sluiten we weer aan op de geplande route. Het lost ook het probleem van accommodaties op. In het binnenland is nauwelijks wat te vinden en aan de kust zijn voldoende kampeermogelijkheden.

Maar daarvoor moeten we eerst nog bij onze overnachting komen. Er was niet veel keus dus ik heb iets in de buurt van de snelweg geboekt. En de enige manier om er te komen is ook via de snelweg. Of een enorm eind omfietsen. Gelukkig zit er een brede vluchtstrook en is het maar een paar kilometer tot de afrit, maar het is geen feest.

Dag 68:

We hoeven niet via de snelweg terug. Er gaat vanaf hier een kleiner weggetje binnendoor om op de route te komen. Vandaag staat Coimbra op het programma. Dit was eens (11e-12e eeuw) de hoofdstad van Portugal en het is nog steeds een belangrijke plaats door de aanwezigheid van een universiteit. De stad ligt op de noordoever van de Rio Mondego wat betekent dat het tegen de helling op de hoogte in gaat. En dat hebben we geweten. De kathedraal en de universiteit liggen op het hoogste punt van de stad. En aangezien asfalt hier een scheldwoord is, zijn alle straten met kinderkopjes belegd. Fietsen kan dus niet door de stenen maar ook niet door de steilheid. Een uitstekende combinatie om studenten niet aan het fietsen te krijgen. Zwoegend duwen we onze fietsen omhoog want we willen dat natuurlijk wel zien. Ondertussen vloek ik wel alles bij elkaar. Kinderkopjes, stratenmakers, rivieren, noordhellingen, alles krijgt er van langs.

Maar goed, eenmaal boven is het wel mooi en zijn we blij dat we het gedaan hebben. We dalen ook weer lopend af met stuiterende fietsen over de kinderkopjes. Wat kan een mens een hekel krijgen aan levenloze zaken als stenen. Gelukkig ligt de Igreja de Santa Cruz gewoon beneden. Dezelfde bling-bling als in Spanje maar hier zijn ze erg goed met het tegelwerk (Azuljo). We zagen het al eerder in Porto, maar hier is de halve kerk ermee behangen. Ook staan er wat bijzondere beelden in deze kerk. Het valt me ook op dat hier altijd mensen in de kerk zitten. En dan niet eentje, maar tientallen zitten te bidden en devoot te kijken. Lastig foto’s maken zo.

Om richting de kust te gaan, steken we de Rio Mondego over en klimmen het rivierdal uit.

De rest van de dag zitten we in het binnenland van Portugal, wat toch wel verrassend mooi is. Kleine dorpjes waar de mini-supermarkt gewoon in een schuur is. En er is overal een barretje waar altijd mensen zitten. Te kletsen, koffie te drinken of de krant te lezen. Overal staan fruitbomen. Ik zie sinaasappels, citroenen, abrikozen, kiwi’s, pruimen, kersen, olijven en druiven.  En een deel van de route zijn we weer aan het pelgrimeren. Hier loopt het pad naar Fatima waar we dankbaar gebruik van maken.

Het is wel weer veel klimmen vandaag en omdat de zon uitbundig schijnt, dus ook zweten. Ik heb voor een belachelijk lage prijs van €23 een kamer geboekt. En dat is dan inclusief ontbijt. Bij dat soort prijzen, is het altijd spannend waar je terecht komt. In dit geval in een heel klein dorpje, met een paar huizen, waar de hele familie op ons zit te wachten. Drie generaties waarvan de laatste (kleindochter) wat Engels spreekt. Maar opa is ook heel handig met Google translate. Het is heel leuk om bij deze mensen thuis te komen en een gesprekje te voeren. Ze zijn vol ongeloof over onze fietsprestaties en wij leren wat meer van het Portugese leven. De kamer is prima, dus helemaal goed zo.