Maandag 30 juli: Bled

7 km gewandeld
Camping Bled (€33,40)

Tijd voor ontspanning
Het koele blauwe water
Wast vermoeidheid weg

Vandaag hebben we een rustdag. Niet dat ik dan langer in de tent blijf liggen. Want om kwart voor zeven ben ik wel uitgelegen en daarnaast brandt de zon net op de tent. Maar we doen wel wat rustiger aan. Het enige wat op het programma staat is een rondje om het meer.

Het meer van Bled is in de ijstijd gevormd en is ongeveer 2100 bij 1380 meter. In het meer ligt het enige natuurlijke eiland van Slovenië. 

Al in de IJzertijd is hier bewoning geweest en omdat het zover van de handelsroutes lag hebben de Romeinen er weinig belangstelling voor gehad. 

Door de mooie ligging en de warme wateren was het meer al vroeg in trek bij de middeleeuwse pelgrims die kwamen bidden in de kerk op het eilandje. Maar de heer van het kasteel in de 18e eeuw vond het maar niets en wilde het meer leegpompen om van de klei bakstenen te maken. Gelukkig ging dat niet door. Een Zwitserse dokter zag de mogelijkheden en opende in 1855 een kuuroord. Niet lang daarna kon je hier met de trein komen en sindsdien is het hier een gekkenhuis,

Het kasteel kan zo in Game of Thrones. In de 11e eeuw gebouwd en in de16e eeuw fors uitgebreid. Op het eiland staat ‘the church of the Assumption’ uit de 17e eeuw. Veel mensen gaan er met een gondelbootje heen zoals je op de foto’s kunt zien.  Het is een mooi eilandje maar ik zou er niet willen wonen want de klokken hebben last van ADHD, zo vaak horen we ze beieren.

Wij houden het bij een rondje om het meer maar we willen natuurlijk wel de bekende Bled cake proeven. Dit blijkt een soort van tompouce te zijn zonder glazuur. Wel lekker. Hieronder wat foto’s van de dag.

 

 

 

 

 

Er mag een hoop ook niet.

 

En ik neem nog even een duik in het koele blauwe water.

Zondag 29 juli: Zgornje Jesersko – Bled

70 km (totaal 501 km) – 471 hoogtemeters.
Camping Bled (€33,40)

De groene wereld
Brengt de zintuigen tot rust
De hectiek voorbij

Goed, daar zijn we dan in Slovenië, ‘Zi only country with loooove in it’s name’. Eerst even wat feitjes;

Het is ongeveer half zo groot als Nederland en een van de groenste gebieden van Europa (50% is bos). Je betaalt er gewoon met de euro en de meeste mensen spreken Engels. Het heeft een roerige (en ook bloederige) geschiedenis maar is een zelfstandig land sinds 1991. ‘from sea to ski in half an hour’ zegt wat over het verschil aan klimaat en landschap. En er is heel veel diversiteit in planten (2600 soorten). Je komt hier in het wild beren, lynxen en wolven tegen. Dus maar even niet wildkamperen hier.

Wij krijgen de eerste indruk door de afdaling naar Kranj. We suizen door nauwe kloven naar beneden met overal groen om ons heen. Het kan niet te hard want daar is het wegdek niet naar. Maar dat groene kunnen we beamen.

Onderweg komen we langs kleine dorpjes met her en der een restaurant en café. Van de taal kan ik niets maken. Buiten de cafés staan borden met teksten wat van alles kan betekenen. Van ‘gratis bier vandaag’ tot ‘vanavond groepsseks met partnerruil’. Lijkt me maar beter om ze nog even te mijden tot ik meer weet.

Net als in Oostenrijk, is het hier ook erg religieus, om de haverklap een kapel, kruis of kerk. Het valt ons op dat ze allemaal prachtig beschilderd zijn met andere Bijbelse taferelen dan we gewend zijn. Daarnaast staan er in de velden een soort van rekken met dakjes. Ik denk dat daar vroeger het hooi gedroogd werd maar nu heb je daar die plastic balen voor.

Na een kilometer of dertig komen we in Kranj. Het is de vierde grote stad van Slovenië. Alhoewel het grotere buitenwijken heeft, doet het centrum mij aan als een soort provinciestad. Het is erg rustig ondanks dat het een studentenstad is, waarschijnlijk slapen die nog allemaal. We zoeken even het kasteel op, dat er uitziet als een groot huis, en rijden door de achteraf straatjes.

Daarna gaan we richting Bled. We hadden gehoopt op een makkelijke dag omdat we eigenlijk een rustdag nodig hebben. Maar dat doen we liever bij Bled, dus vandaar dat we toch op de fiets zijn gestapt. Helaas bevat vandaag toch weer een aantal venijnige klimmetjes. Maar er is ook een hoop moois te zien. Kerkjes met hoerig rode daken. Slaperige dorpjes, rustige wegen, kabbelende waterstroompjes. En overal de dramatisch hoge bergen op de achtergrond.

Zoals ik al zei, het geloof speelt hier een belangrijke rol. De meeste dorpjes hebben ėėn, maar vaak meer dan een kerk. Podbrezje is daar zo’n voorbeeld van. De linkerkerk is gewijd aan St. James maar de rechter is interessanter. De Tabor kerk is gelegen op een heuvel en ziet er meer uit als een vesting dan een kerk. In de 14e eeuw was dit een toevlucht wanneer de Ottomanen weer op oorlogspad waren.

Via klimmen en dalen komen we in Bled. Na de landelijke rust is dit een aanslag op de zintuigen. Stel je het strand bij Zandvoort op de eerste zomerse dag voor. Vermenigvuldig die drukte met vier en dan heb je Bled. Desalniettemin is het een magische plek. Het azuurblauwe water. Het eilandje met het kerkje. En Castle Bled dat imposant uittorent boven het meer. Je moet het gezien hebben.

De camping is vol. Er staat een groot bord maar, aan de file van auto’s, caravans en campers te zien voor de ingang, dringt dat niet door. Gelukkig hebben ze voor wandelaars en fietsers nog wel wat plek. Op een smalle strook op de helling aan de rand van de camping past ons tentje net. En we hebben een prachtig uitzicht op Castle Bled. Hier doen we het voor. En morgen een dagje relaxen.

profiel-29-07

kaart-29-07

Zaterdag 28 juli: Lavamünd (Oostenrijk) – Zgornje Jezersko (Slovenië)

70 km (totaal 431 km) – 1061 hoogtemeters.
Camping Alpiski (€22,=)

De geest stelt zich voor
Het ergste ooit ervaren
Koester het moment

Dit is wat we vandaag ongeveer gaan doen. Eerst hobbelen we een tijdje op en neer. Dan klimmen we vanaf ongeveer 500 meter naar 1200 meter. Bovenop gaan we de grens over naar Slovenië. Dan dalen we nog een kilometer of vijf en we denken dat we dan helemaal gesloopt aankomen op de camping.

We beginnen alvast met mooi weer en dat is fijn. De tent kan even drogen en alles past in één zak. Voor ons is dit een onontdekt stukje Oostenrijk. Kleine weggetjes, soms een fietsroute en aardige Karintische dorpjes. En in elk dorp natuurlijk een kerk. Zoals er ook om de paar honderd meter een religieus ‘iets’ staat, tot zelfs kappelletjes in de voortuinen.

Onderweg naar Bleiburg komen we een hangbrug tegen met houten planken. Erover fietsen wiebelt wat dus we gaan maar lopen. Deze is speciaal voor fietsers en wandelaars gemaakt. 

Je merkt dat we dichter bij Slovenië komen want de plaatsen krijgen dubbele namen. Zo heet Bleiburg ook Pliberk. Het is al best zwaar fietsen dus we zijn wel aan een koffie toe. Mevr. van der Veeke heeft er een lekkere ‘snecken’ bij gekocht, een ritueel dat we dagelijks doen. We fietsen de calorieën er toch wel weer af.

Bleiburg is een druk stadje met smalle straatjes. Er is veel blik in het stadje waardoor we in het centrum bijna de pestzuil missen. Van Bleiburg Castle zien we helemaal niets. 

Die in Globasnitz is daarentegen niet te missen. Het is een gat van niets maar een kasteel uit een sprookje. Slot Elberstein is door een zonderling neergezet en het ziet er nog steeds prachtig uit.

Bij een meertje (Sonnegger See) gaan we even ‘jausen’ en eten we een boterhammetje. Er is veel te zien en gelukkig vinden we een plekje in de schaduw want de temperatuur zit weer rond de dertig graden.

Ondanks alle fietservaring zien we wat op tegen de klim zo meteen. Het is best een lang stuk dat we omhoog moeten. In Noorwegen deden we dit een paar keer per week maar inmiddels hebben we al een week in de benen zitten en eigenlijk zijn we toe aan een rustdag. We rekenen uit dat het minstens drie uur omhoog fietsen is, in een lage versnelling. De temperatuur werkt natuurlijk ook niet erg mee. In Sitterdorf halen we daarom nog wat extra’s te drinken. Het eerste deel, tot Bad Eisenkapel, loopt nog op een vrijliggend fietspad langs de Vellach en gaat nog niet zo steil. 


En we komen langs een natuurlijke bron zodat we de bidons nog bij kunnen vullen.

Daarna is er nog maar één weg. Die is op zich niet druk maar wel geliefd bij de motorrijders die met hels kabaal en hoge snelheden langs komen razen. Ondertussen klimmen wij geduldig voort. Het is gewoon een kwestie van de trappers naar beneden blijven duwen. Ik klim iets sneller dan Mevr. van der Veeke dus ik wacht regelmatig even op haar. Meestal gewoon langs de kant in de schaduw maar soms is er een mooie waterplaats om even af te koelen.

Niet dat we extra motivatie nodig hebben maar dit soort bordjes geeft je wel energie om door te fietsen. 

Een paar kilometer onder de top komen we in een serie van haarspeldbochten terecht. Niet dat het daar gemakkelijker van wordt, maar je hebt iets meer uitzicht.

En uiteindelijk zijn we dan op de Seebergsattel op 1215 meter. De benen zijn moe maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de voldoening. Om dit op eigen kracht te (kunnen) doen voelt gewoon goed. En dan wil ik extra kudos geven voor Mevr. van der Veeke, die dit toch maar zo even doet zonder mopperen en klagen. Waar vind je tegenwoordig nog zo’n vrouw?


Er zijn geen grensformaliteiten, dus we kunnen zo door. Aan de andere kant zijn nauwelijks motoren meer maar dat kan te maken hebben met het slechtere wegdek. We dalen in een paar minuten een paar honderd meter en komen bij de camping. Moe maar voldaan. Tentje opzetten en douchen. Om gewicht te besparen hebben we geen eten en drinken meegenomen. Maar de kroeg bij de camping heeft een koude Radler en verderop zit een restaurant waar we voor een habbekrats eten. Dat hebben we verdiend.

profiel-28-07

kaart-28-07

 

 

Vrijdag 27 juli: Fisching – Lavamünd

84 km (totaal 361 km) – 448 hoogtemeters.
Camping Lavamund (€23,=)

De top is in zicht
Een afdaling wacht op ons
Geen groter genot

Gedurende het eerste deel van de dag gaan we klimmen. We moeten naar de Oberdacher Sattel op 955 meter. Die brengt ons in Karinthië. Maar voor het zover is, hebben we gelukkig nog wel wat te zien.

Eerst komen we langs de kasteelruïne Eppenstein. Het ligt mooi op een heuvel maar ik vraag me altijd af hoe zoiets werkte. Voordat ze uit hun kasteel zijn, is de vijand toch allang weer voorbij? Ik snap dat je uitzicht hebt (alhoewel ik ook daar aan twijfel met al die bomen) maar dan? Vlug naar beneden rennen? Stenen gooien? Geen idee. Hij is in elke geval rond het jaar 1000 gebouwd en heeft toen 650 jaar het dal bewaakt. Daarna is hij in verval geraakt en nu is er dit over.

De route loopt veel langs grote wegen vandaag. Dit komt omdat het dal zo smal is. Na Bad St. Leonhard zou ik het zelfs niet meer dan een kloof willen noemen. Er is dan ook geen fietspad meer, maar we moeten dan via de grote weg. Het stikt hier ook van de houtzagerijen. Naast de geur van vers gemaaid gras, vind ik die van net gezaagd hout heerlijk. We horen zagen snerpen en vrachtauto’s rijden aan met bomen en af met planken.

Het laatste stuk klimmen we door het bos. We lazen dat het in Nederland de warmste dag ooit zou worden. Hier kunnen ze er ook wat van en dan is een beetje schaduw fijn. Het is trouwens een makkelijke geleidelijke klim en we zijn boven voor we er erg in hebben. Het nadeel van het bos is dat je geen uitzicht hebt. De gps registreert 988 meter en dan gaan we weer naar beneden.

Er volgt nu een afdaling van wel 40 kilometer. Ja, je leest het goed. 40 kilometer. Niet dat je helemaal niet hoeft te trappen, maar het kost niet veel inspanning. In Bad St. Leonhard is er een culinair feest. We signaleren de eerste bierdrinkers en de worsten hangen al boven het vuur. Tussen de feestgangers door zoeken wij de bezienswaardigheden. Eerst de kasteelruïne van Gomarn. In 1287 gebouwd en in 1762 afgebrand. De brandmelders waren nog niet geïnstalleerd of het brandde weer af. Toen heeft men het maar opgegeven.

Vervolgens gaan we op zoek naar ‘de’ Parochiekerk. Hierin is de meest uitgebreide collectie middeleeuws glas in lood van Karinthië te vinden. Maar laten er nu maar liefst twee kerken zijn in dit gat. En ze liggen alle twee op een heuvel. De eerste is mooi van binnen maar die is het niet. Voor de tweede gaan we een loeisteile heuvel op om erachter te komen dat dat wel de goede kerk is en dat hij gesloten is. Daarom maar een foto van de eerste kerk.

Via een autoweg, maar wel lekker dalend, gaan we naar Wolfsberg. Een grote plaats van 25.000 inwoners gedomineerd door kasteel Wolfsberg dat natuurlijk op een heuvel ligt. Daar hebben we het wel even mee gehad, dus we zien het alleen vanuit de verte liggen.

Vanaf hier zitten we op een mooi fietspad langs de Lavant. Dit fietst een heel stuk fijner dat op of langs een autoweg. Om ons heen rommelt het. Er zit voldoende onweer in de lucht.

Als het begint te druppen schuilen we even in een toren waar we een kopje thee maken.

Iets verder komen we langs Sankt Paul. Hier staat een Benedictijns stift op een rots van 70 meter. Het komt voor ons net boven het maisveld uit. De stift is een van de drie grootste in Karinthië.

In Lavamünd doen we boodschappen terwijl het om ons heen dondert en bliksemt. De camping is een grasveld bij een zwemplaats, waar we de faciliteiten mogen gebruiken. Dan vind ik €23 best nog veel. De campings in Oostenrijk zijn duur, maar meestal zijn de faciliteiten er ook naar, inclusief wifi. Als we de camping op komen begint het te plenzen. Gelukkig zijn er nauwelijks kampeerders en is er een afdak waar we onder kunnen zitten. Eerst maar aan het bier en douchen. Na een tijdje schijnt de zon weer en zet ik het tentje op. Het was weer een prachtige dag. Morgen hebben we (weer) een klimdag en steken we via de Seebergsattel (1216 m) over naar Slovenië.


profiel-27-07

kaart-27-07

Donderdag 26 juli: Mautern (im Steiermark) – Fisching

67 km (totaal 277 km) – 441 hoogtemeters.
Camping 50+ park (€26,40)

Weg van Maria
Een kaarsje branden
Op hoop van zegen

Sjonge, ik zou er wel aan kunnen wennen, zo’n Gasthaus. Een bed net zo groot als onze tent, wc op een paar meter afstand en ongelimiteerde stroom en wifi. Het leek wel even vakantie. Ook nog makkelijk inpakken zo. Maar goed, het prijsverschil is nogal groot. Ik was, met eten en drinken, iets meer dan €200 kwijt. Als we kamperen, zit ik rond de €40 voor camping en eten, en dat scheelt me net iets teveel. Daarnaast gaat er niets boven de vrijheid van een tentje.

De dag begint gemakkelijk. We hebben nog 25 kilometer afdaling tegoed totdat we in St. Michael komen. Ondanks dat het dal hier vrij breed is, horen we altijd wel een snelweg of een trein. Alle verkeersstromen moeten toch door het dal, dus je ontloopt elkaar niet. Spoor en snelweg lopen vaak vlak naast elkaar. Met het fietspad gaan we soms nog door de velden.

In St. Michael maken we koffie in een parkje. Er hebben hier nogal wat mensen gewoond. Eerst de Kelten en de Illyriërs. Daarna de Romeinen. Tijdens de volksverhuizing kwamen de Avaren en later de Slavische stammen zoals de Kroaten en Slovenen. Daarnaast is te melden dat in 1478 het complete gewas verwoest werd door sprinkhanen. En tot overmaat van ramp zwierven twee jaar later de Turken op een ‘vurige’ manier door het dorp. Het is gewoon een godswonder dat wij hier koffie kunnen zitten drinken.

Daarna wordt het nog erger dan Turken en sprinkhanen. Via een aantal verwarrende bordjes willen ze ons van de route af hebben, maar we laten ons niet gek maken. In het profiel van gisteren zie je nog even een puntje aan het einde. Die willen we gewoon doen, al gutst het zweet door de bilnaad. Dit laatste stukje brengt ons in het Murtal en we stappen over op de Murradweg. Ik kan melden dat die ook mooi is.

Knittelfeld is eigenlijk de eerste grotere stad die we tegenkomen. Veel industrie en wel twee treinmusea. Niet echt onze smaak, dus we willen door. Maar daar houdt een fikse regenbui geen rekening mee. We schuilen een kwartiertje en kunnen dan alsnog verder.

Het volgende profiel laat deze keer maar één grote piek zien. Dat is de Obdacher Sattel van 955 meter. Maar vandaag komen we niet zo ver. We doen alvast wel een stukje van de klim. En ik kijk uit naar de afdaling morgen.

We stoppen bij de 50+ camping in Fisching. Daar zijn we al om half drie. Met onze leeftijd kunnen we er terecht en aan de rest van de bevolking te zien halen we de gemiddelde leeftijd flink naar beneden. Ik lees dat de plaatsen 100 m2 zijn met aansluiting voor water, stroom en tv. Met ons tentje zouden we maar 6% van zo’n plaats innemen. Gelukkig hebben ze ook een veldje in de boomgaard waar we heel mooi staan. En ik moet toegeven, de rest van de camping is ook erg mooi opgezet.

Omdat we zo vroeg zijn besluiten we nog even naar Maria Buch te fietsen. Dat ligt een paar kilometer verderop en de kerk daar is het belangrijkste bedevaartsoort in de Boven-Murtalen en de oudste (10e eeuw) in Steiermarken. Blijkbaar zijn alle pelgrims op vakantie want we zijn er helemaal alleen. En dat geeft ons alle rust om de pracht en praal te bewonderen want er is versierd als bij een Tinder-date. En er zijn natuurlijk weer allerlei legendes bij de kerk. Koningin Eleonora was haar bijbel kwijt en erin zat een compromitterende brief van een edelman. Als ze die terug zou vinden, dan zou ze een kerk bouwen. En waar ligt die bijbel? In het huidige Maria Buch, dus er wordt een kerk gebouwd. Daarnaast is er het verhaal van de Turken (altijd weer die Turken) die zes enorme kaarsen schonken. Maar die hadden ze gevuld met buskruit dus aansteken is biem-boem. Gelukkig struikelt iemand met zo’n kaars en het bedrog komt aan het licht. Wij vinden het in elk geval een mooi koel, sereen en rustig plekje.


Wij doen nog even boodschappen en gaan terug naar de tent, waar het af en toe spettert. Vanavond moeten we weer zelf koken. Er zijn een paar aanpalende lege hutjes met veranda en meubilair. Daar kunnen we mooi zitten. Morgen gaan we de Obdacher Sattel op.

profiel-26-07

kaart-26-07

Woensdag 25 juli: Irdning- Mautern (im Steiermark)

77 km (totaal 210 km) – 557 hoogtemeters.
Gasthaus Maier (€138)

Werken voor de pas
De afdaling maakt veel goed
Geen groter geluk

Het plan voor vandaag is simpel. We hebben eerst een stukje vlak. Dan gaat het wat op en neer, eindigend in een klim. En daarna gewoon lekker kilometerslang afdalen. Vooral dat laatste kijk ik naar uit.

Maar we beginnen met een ontbijt in de zon. Ik zou haast zeggen ‘eindelijk’ een ontbijt in de zon maar we zijn pas drie dagen onderweg, dus ik heb geen reden zo kritisch te zijn. 

We zitten nog in het Ennstal en we fietsen langs de Enns, dus de route moet wel de Ennstalradweg heten. In Wörschach doen we de boodschappen voor de lunch. Op de heuvel boven het dorp schijnt kasteel Wolkenstein te liggen maar we zien er niet veel van. Alleen een paar steenhopen uit de verte. Dat blijft er dus over van een van de best ontwikkelde en versterkte kastelen in de loop van de tijd. Uiteindelijk komen we bij Liezen. Het is een industriestad, dus we slaan het centrum maar over.

Selzthal is een verbindingsdal tussen de Enns en de Mur. Je kunt het nauwelijks een pas noemen dus we hoeven niet veel te klimmen. Boven de pas torent de burcht Strechau

Wij kijken uit over een breed dal waar we via rustige fietspaden en wegen richting de Schoberpass gaan. We passeren kleine dorpjes als Buschendorf, Trieben, Gaishorn en Treglwang. Het heet hier de Rastlandradweg oftewel de R15. Het valt ons op dat het heel anders is dan vorig jaar. Toen fietsten we langs de Franse westkust, ook mooi, maar wel een beetje saai. Met de bergen hier heb je altijd een mooi uitzicht. De mensen zijn vriendelijk en noemen ons ‘tüchtig’. De automobilisten zijn galant. Ik ben er alleen nog niet achter hoe de groet-cultuur in elkaar zit. Dat varieert van uitbundig zwaaien tot het compleet negeren. Ik vermoed dat de Oostenrijker van nature nors is maar dat ze het gedrag, door het toerisme, hebben moeten aanpassen. Sommigen gaan erin mee, anderen zijn er nog niet klaar voor.


Bij Barndorf vinden we een mooie lunchplek. Je ziet in de dorpen ook vaak een watertrog met drinkwater. Is niet alleen fijn om je bidon te vullen, je kunt er ook heerlijk even afkoelen. Vandaag is het wat minder warm dan gisteren, dus ik hoef er niet in te kruipen.

Hierna klimmen we langzaam omhoog naar de Schoberpas op 849 meter. Het is een geleidelijke klim op een rustige weg. In het dorpje Wald op de pas is niets  te doen. En daarna begint het grote genieten. Er is werkelijk niets fijner dan een geleidelijke afdaling. Ik kan me voorstellen dat een elektrische fiets zo voelt. Je hoeft nauwelijks te trappen maar je gaat toch 30 km/uur. We kiezen ervoor om de Bundesstrasse te nemen omdat het mooi asfalt is en hij erg rustig is. Zo flitsen de kilometers voorbij. Op een gegeven moment zijn we even de weg kwijt en vraagt Mevr. van der Veeke waar we heen moeten.

Een paar kilometer voor Mautern komen we langs Schloss Ehrnau. Het ziet eruit als een trieste bedoening en staat nu leeg. In de dertiende eeuw gebouwd, in de veertiende eeuw door de Turken vernietigd. Daarna heeft het tweehonderd jaar geduurd om het weer op te bouwen en dan maken ze er dit van. In de tussentijd bewoond door vele edelen, maar het absolute diepte- (of hoogte-, het is maar hoe je het bekijkt) was in de jaren tachtig, toen er een discotheek in zat. Nu staat het leeg.

Er zijn hier geen campings dus we moeten een Gasthaus zoeken. Google geeft weinig opties, dus we kijken in de dorpjes zelf. In Mautern zijn er meerdere. We komen bij Familiengasthof Maier uit. Niet goedkoop, maar we hebben een hele luxe kamer en een mooi balkon. Ik denk dat Willem wel blij is dat we onszelf zo een keer verwennen.

profiel 25-07

kaart-25-07.jpg

 

Dinsdag 24 juli: Hallstatt – Irdning

53 km (totaal 133 km) – 688 hoogtemeters.
Camping Im Dorfl (€20)

Bergen kijken toe
Zwoegend op de fiets omhoog
Voldoening en moe

Door de regen en de hoge luchtvochtigheid is alles ontzettend nat. We pakken de natte dweilen, die zich een tent noemen, in en zitten precies om 9 uur op de fiets. De bewolking trekt langzaam op en het wordt een prachtige dag.

We ronden de Hallstatter See en nemen het fietspad richting de Koppenbruller Höhe. Het is gewoon mooi fietsen hier. Er is altijd een prachtig uitzicht en onderweg weten ze je met allerlei bordjes te verlokken tot stilstaan. Naar mijn smaak iets te vaak, maar Mevr. van der Veeke krijgt er geen genoeg van en wil elk bordje wel lezen.

De Höhe staat er niet voor niets in de naam. We moeten klimmen. Flink klimmen. Een stuk is 20% en een ander deel zit zeker op 16%. We zijn blij dat het een autovrij pad is en de steile stukken geasfalteerd zijn. Dat fietst toch iets gemakkelijk dat de steenslag die we een groot deel van de dag hebben. Maar het voorkomt niet dat we af moeten stappen en de laatste 100 meter gaan lopen. Want als de verzuring eenmaal aan tafel schuift, dan is er niets meer te eten.

Het is inmiddels zo heet geworden dat Mevr. van der Veeke in haar ondergoed fietst. En bij beekjes maken we de hoofddeksels nat om wat verkoeling te krijgen.

Bad Aussee laten we links liggen en nemen de R19 naar Pichl-Kainisch. Het is een pad met grove kiezels die helemaal vlak lijkt. Zelden ben ik meer optisch gefopt. Met veel moeite halen we de 7 km/uur. En onder een brandende zon, verdient dit toch echt het predicaat ‘ploeteren’.

Daarna hebben we een mooi stuk door dorpjes en velden. We passeren Obersdorf, Bad Mitterndorf en Krungl. Het asfalt fietst toch wat beter door dan gravel. Het valt me trouwens op hoeveel elektrische fietsen, met name ATB’s, er fietsen. Ik schat dat 90% van de fietsen die we tegenkomen elektrisch is. Wij doen het voorlopig nog even zonder.

Vlak voor Klachau komen we langs de grootste skischans van de wereld. We willen ook wel eens weten hoe dat voelt om van zo’n schans af te gaan en winnen meteen de wereldcup van 2018.

Van Tauplitz naar Trautenfels dalen we voornamelijk. En daar zijn de benen heel blij mee. Het dorp Trautenfels ligt rond het gelijknamige kasteel. Met zijn dertig meter ligt het niet heel hoog, maar het ligt er al sinds de 12e eeuw. Tegenwoordig zit er een landschap- en folkloremuseum in.

Hierna is het nog maar een klein stukje naar Irdning. We vinden daar een prachtig kleine camping maar er is niemand bij de receptie. Van een schoonmaakster krijg ik de sleutel van het sanitair en ze belooft dat er morgen iemand komt. Het sanitair is een van de mooiste die ik ooit gezien heb. Verderop zit een Bila waar we koud bier en eten halen. Het is maar iets meer dan 50 kilometer vandaag maar we zijn beiden behoorlijk stuk. En ondanks dat we pas twee dagen onderweg zijn, voelt het alsof we al twee weken op pad zijn. Helemaal goed zo. Morgen de derde dag en daarna wordt het gemakkelijker.

profiel 24-07

kaart-24-07

Maandag 23 juli: Koppl – Hallstatt

80 km (totaal 80 km) – 440 hoogtemeters.
Camping Klausner-Holl (€28,40)

Vrijheids verlangen
Zoekt een weg naar boven toe
Eindelijk weer weg

Zo, de kop is eraf. We hebben de eerst 80 kilometers gehad en het voelt weer als vanouds. De heenreis ging echter niet van harte. Naast regen en  heel veel drukte, met name op zondag, hadden we ook wat andere tegenslagen te incasseren. De auto vond dat het tijd was voor een motorstoring en de boordcomputer ging aan het muiten. Ik weet nu hoe alle wachtmuziekjes van Allianz, onze wegenwacht, klinken, zonder dat ik iemand aan de lijn heb gehad. Tenslotte weet ik hoeveel zenuwen ik kan verdragen als je het laatste tankstation overslaat, terwijl de tank bijna leeg is.

Afijn, er waren ook lichtpuntjes. Met de regen wilden we het kamperen nog even uitstellen. Zo komen we in Berg terecht (er is een tankstation) en daar woont Meneer Knorr. Hij heeft een nicotinesnor en gele tanden en ook een Gasthaus. En hij heeft een kamer voor ons. Daarnaast serveert hij een goed glas lokaal bier een een oerdegelijk Duitse Cordon-blue schnitzel. Het dorp heeft een mooie kerk. Als de dienst uitgaat, staat de pater de auto’s te zegenen met een wc-borstel met wijwater. Van die dingen.

Op zondag nog meer regen en doen we meer dan zes uur over 300 kilometer. We moeten kamperen, want we laten de auto achter op de camping, dus ik zet de tent in de regen op. Maar al dit leed is snel vergeten als we eenmaal op de fiets zitten. Temeer omdat het bij vertrek ook nog droog is en dat houden we zo de hele dag. Er is zelfs soms nog een zonnetje bij.

We zoeken eerst de aansluiting op de route. Die vinden we bij Seidenfeld. Gelukkig gaat dit grotendeels naar beneden. Hierna volgen we voornamelijk de Salzkammergutradweg en/of de R2. Via Thalgau en St. Lorenz komen we bij de Mondsee. Die ligt er heel blauw bij. 

Het fietsen in Oostenrijk is zoals op de reclames. Via groene weidevelden, in de dalen, met allerlei bloeiend spul zien we de bergen om ons heen imponeren.Van de Mondsee steken we over naar de Wolfgangsee. Hiervoor moeten we een kleine pas over op 600 meter. Helaas moeten we daarvoor de weg delen met de auto’s die vlot voorbij komen. Aan het aantal bordjes en kruizen te zien zijn er genoeg die het nog vlotter hadden willen doen maar dit niet gehaald hebben.


Hierna komen we vrij snel in Sankt Gilgen. Omdat het de eerste dag is, zijn we nog snel onder de indruk. Dat lukt hier goed. Prachtige vakwerkhuizen en alle balkons zijn bedekt onder een bloemenzee. Ze teren hier ook op het feit dat de familie Mozart hier vandaan kwam, alhoewel de bekende Mozart hier nooit geweest is. Wel is hier half China geweest en de andere helft loopt hier nog. Zo raak ik Mevr. van der Veeke hier ook even kwijt maar gelukkig hebben we telefonie.

De route loopt grotendeels langs de Wolfgangsee en soms hebben we en kijkje terug.

Strobl is bekend vanwege zijn stranden en zijn zonnige ligging. Wij boffen vandaag met het weer en daarom doen we ook even een broodje. Kan ondertussen de tent drogen.

Bad Ischl is een heel bekend kuuroord. Je kent het niet? Dan heb je waarschijnlijk geen geld want alleen de rijken komen hier. We fietsen een rondje door het stadje en vergapen ons aan de luxe gebouwen en de bloemige staat van het dorp.

Van Bad Goisern zou je ook denken dat het een kuuroord is, maar niets is minder waar. Ze maken hier schoenen. Handgemaakt bergschoenen wel te verstaan en dat doen ze zo goed, dat the Terminator ze zelfs hier aan komt laten meten. We kijken nog even of we hem zien, maar hij had een andere afspraak. Het is wel een mooi fietspad hier.

Daarna gaan we door naar Hallstatt. Daar is ook het eindpunt van de dag.  Het ligt aan het gelijknamige meer en is Unesco Wereld erfgoed. De huizen lijken aan de wand geplakt en zijn alleen te bereiken via smalle steile straatjes. Een plaatje.

Om te zeggen dat het hier druk is, zou een understatement zijn. De Japanse keizer moet zich afvragen waar al zijn onderdanen zijn. Nou hier dus. Inclusief de obligatoire selfie-stick.

Wij banen ons met moeite een weg door dit gekkenhuis om bij de camping te komen. Daar krijgen we een heel veld voor ons alleen omdat je er alleen met de fiets kunt komen. Als de tent net staat, krijgen we de eerste en enige plensbui van de dag. Het kon minder.


Na het eten lopen we nog even terug naar Hallstatt. Hiervoor krijgen we een sfeervol beeld terug. En er is nu niets meer te doen want de bami wordt opgediend en dan weten ze niet hoe snel ze weg moeten zijn. 


Voor een eerste dag vinden we het niet slecht. Kijken of dit morgen overtroffen kan worden.

profiel 23-07

kaart-23-07