Onderduiken

Dinsdag 25 april 2017 : Vledder – Baflo ( 89 km)

Bij slecht weer kun je wel lekker met je hoofd in de wolken fietsen (Loesje).


Het was even draaikonten voor vandaag. In één keer naar huis toe is meer dan honderd kilometer. Dat kunnen we ook in twee keer doen, maar dan worden het wel wat (te) korte dagen. Daarnaast is het wel weer lekker om vanavond thuis te kunnen komen want het weer wordt alleen maar slechter.

Turend naar de route zie ik dan ik hem iets kan inkorten. Als ik de uitkijktoren bij het Fochteloërveen eruit gooi dan is het tien tot vijftien kilometer korter omdat we dan een hele hoek niet hoeven te doen. De toren moet een andere keer maar, besluiten we.


Het weer kan ik alleen maar onstuimig noemen. Bij het ontbijt klettert het soms op de ramen. We dralen net zo lang met vertrek dat het even droog lijkt. Dit is geen probleem want het is gezellig kletsen met de Vrienden op de Fiets. We hebben veel gemeen ondanks de leeftijd.

Uiteindelijk moeten we dan toch een keer op pad. De temperatuur zit op twee graden, zie ik op de thermometer. Mooi, dan is er veel ruimte voor verdubbeling en zelfs verdrievoudiging.

Onderduikershol

In de bossen bij Diever is in de tweede wereldoorlog een onderduikershol gemaakt. Tijdens de oorlog werden hier veel mensen, waaronder piloten, verborgen. Toch is de bezetter, door verraad, erachter gekomen. Voor en tijdens een inval worden een aantal mensen opgepakt en afgevoerd. Slechts een overleefde het.  Ook wordt er een handgranaat in het hol gegooid waardoor er doden vielen en het hol beschadigd is. Na de oorlog wordt het weer in de oude staat hersteld. De plek wordt veel bezocht zodat het in 1954 en 1994 opnieuw hersteld moet worden.

Wij merken niet veel van de drukte. We zijn er alleen. Lijkt me best wel koud om daar te zitten want ik neem aan dat ze geen vuur konden maken. Een indrukwekkende plek.

Hierna proberen we zo goed mogelijk rechtstreeks naar onze volgende stop te fietsen. Dit betekent dat we noordwaarts gaan. De wind is gedraaid naar noordwest, dus soms is het bikkelen en soms hebben we hem niet helemaal tegen. Gunstig is dat we op de een of andere manier de buien een beetje weten te ontlopen. We fietsen zelfs hele stukken in de zon. Bij de molen van Makkinga kunnen we zelfs even uit de wind en in de zon koffie maken.



De slotplaats

In Bakkeveen gaan we kijken naar ‘de Slotplaats’. Het echtpaar Van der Goes-van Harinxma thoe Slooten (dit zijn maar twee mensen hoor) laat een boerderijtje verbouwen. Ik vind het een mooi plaatje geworden en daarom staat hij op mijn lijstje. De zon schijnt er even op waardoor het helemaal kleurrijk oplicht. 

Helemaal interessant vind ik de Burmaniazuil die op het landgoed staat. Ook wel bekend als de Poppestien. Het schijnt dat de Bakkeveeners hier hun kinderen halen. De legende gaat dat als de loden haan kraait, dan kantelt de onderste steen en kun je er een kind uithalen. Een soort van automatiek voor nageslacht dus. Is weer eens wat anders dan een ooievaar. Maar de haan is inmiddels gevlogen. Het laatste wat ik hoorde is dat deze nu in Rasquert woont en niets meer met kinderen heeft.

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze toeristische trektocht door Friesland. Het is nog 50 kilometer naar huis. Via Zevenhuizen, Leek, Oostwold, Aduard en Winsum stoempen we naar het noorden. Helemaal droog houden we het niet. In het veld na den Horn stort de hemel gelijk maar alles over ons uit. Regen, sneeuw en hagel. Even onderduiken lukt hier niet. Maar daarentegen zitten we ook bij een conferentieoord in de zon een broodje te eten. Four seasons in one day, zoals de Engelsen zeggen.


Al met al weer erachter gekomen dat je niet ver weg hoeft om bijzondere dingen te zien. Kan gewoon om de hoek.

Iedereen bedankt voor het meelezen en -leven. Ik hoop dat jullie er net zo van hebben kunnen genieten als wij. En tot de volgende tocht.

Gemalen en stenen

Maandag 24 april 2017 : Balk – Vledder( 79 km)

Lentekriebels: Ben even de wolken aan het wegkrabben (Loesje).


Vandaag staan er 80 kilometers op het programma. En een drietal bezienswaardigheden. We gaan bij het stoomgemaal in Lemmer kijken (helaas op maandag gesloten), de Lourdesgrot in St. Nicolaas en Wylde Wietske in Joure. En ook vandaag hebben we veel wind mee, dus het voelt weer als een kadotje.

Om kwart over negen rijden we eerst nog even langs de Luts in Balk. En dan richting Lemmer. Met de wind in de rug staan we om tien uur voor het gemaal.

Het Ir. D.F. Woudagemaal 

Als er een god van de stoom is, dan is dit zijn kathedraal. Het grootste stoomgemaal ter wereld. En ondanks dat het oude techniek is, is inzet nog steeds enkele keren per jaar nodig om de Friezen geen natte voeten te laten krijgen.

Ik wist dat het op maandag gesloten is, maar we gaan toch even kijken. Bij de ingang zien we wat fietsjes staan en bij navraag blijkt er een privé rondleiding te zijn voor een Duitse groep. Met wat overtuigende argumenten weet Mevr. van der Veeke te regelen dat wij mee mogen! Zo krijgen we alsnog dit Unesco Werelderfgoed monument van binnen te zien en mét uitleg.

Er zijn vier hoofdstoommachines van 500 IPK …


…en acht tweezijdig aanzuigende centrifugaalpompen. 


Elke hoofdstoommachine is gekoppeld aan twee van deze pompen. In 1955 werden de zes kolengestookte stoomketels vervangen door vier vlampijpketels, die in 1967 op zware stookolie werden omgebouwd. Het ding heeft zoveel capaciteit dat je in in 48 uur het hele Sneekermeer kunt droogleggen.

Het ruikt binnen heerlijk naar stookolie en vet en het voelt alsof je terugreist in de tijd. Een feest voor de zintuigen. 


Al met al duurt de rondleiding meer dan een uur en ik maak me wat zorgen om ons dagschema. Gelukkig werkt de wind mee en halen we overdag de verloren tijd in. De temperatuur is overigens weer een graad of zes met een rare oprisping tussen de middag. Dan is de temperatuur ineens verdubbeld. Af en aan regent het. Soms lossen we dat op door te schuilen en soms is het regenpak nodig. We hebben de hele dag gelukkig geen plensbuien en wind mee maakt ook dat je de regen minder voelt.

De Lourdegrot

We kennen allemaal de legende van Lourdes. In de 18e eeuw leefde Bernadette, een arm meisje, in Lourdes en die hallucineerde nogal. Daarbij zag ze 18 keer een wit geklede vrouw die zich later bekend maakte als Maria. Hoe ze dat deed is me niet duidelijk. Misschien een naamkaartje of zo. In elke geval werd Bernadette heilig verklaard en Lourdes werd een toeristische trekpleister.


Maar daarmee is het verhaal niet klaar. De vrouw van een kerkganger in St. Nicolaasga ging regelmatig naar Lourdes omdat ze ergens last van had en haar man ging mee. En omdat hij toch niets te doen had, nam hij wat maten op en bouwde hier in St. Nicolaasga een replica van de grot in Lourdes in een schaal van een op tien achter de kerk. Die overigens ook behoorlijk uit de kluiten gewassen is.


En hier staan wij nu naar te kijken. ‘Bijzonder‘ is het meest toepasselijke wat er in me opkomt. En als klap op de vuurpijl hebben ze ook nog een origineel steentje uit Lourdes meegenomen. Mijn dag kan niet meer stuk. 

Nu ben ik niet gelovig maar we branden altijd wel een kaarsje. Je weet nooit waar het goed voor is.


En dit is een uitstekende plek om een koffie te maken en een broodje te eten want dat is er wat bij ingeschoten door de rondleiding in het gemaal.

Volledig geestelijk opgeladen gaan we door naar Joure. Deze plaats ken ik eigenlijk alleen van de borden langs de snelweg en de rotonde waar ik moet kiezen of ik door de polder naar Amsterdam ga of door Noord-Holland. En ook hier leer ik weer wat. Joure heeft een ontzettend langgerekte winkelstraat en de mooiste viskraam van het land. Een soort neergestorte UFO maar wel met draken op het dak.


Wylde Wietske

Maar goed, hier komen we niet voor. We willen het ‘grote gezicht’ zien. Gemaakt door kunstenaars Maree Blok en Bas Lugthart uit Onderdendam. Dit zes meter hoge sculptuur tekent met enkele sierlijke lijnen een groot gezicht in de open ruimte. De vloeiende lijnen van het gezicht gaan halverwege over in drie grote waterstralen die als haren in de wind het gezicht omgeven. De drie waterstralen pompen zo een hoeveelheid water over de waterscheiding, die nodig is om in een groot gebied van Joure het water te laten stromen. Het is dus eigenlijk een gemaal.


Daarna moeten we een groot stuk overbruggen. Langzaam verlaten we Friesland en zien we het landschap verdrentiseren. Meer bos en minder open ruimte.

Alhoewel we soms nog wel door open land gaan.

Zo komen we tegen half vijf in Vledder aan. We slapen vanavond bij een paar bejaarde Vrienden op de Fiets. En voor een keer vind ik het niet erg dat mensen op leeftijd de kachel op 25 graden hebben staan.

Nu is op maandag de horeca altijd een probleem. Daarom ben ik ook uitgeweken van Doldersum, met één gesloten restaurant, naar Vledder. Maar als we op zoek gaan naar een plek om te eten blijkt ook hier alles gesloten. Zelfs de Chinees, waar je altijd op kunt vertrouwen, is tot 1 mei op maandag gesloten. Uiteindelijk belanden we bij een soort lokale van der Valk, die wel open is. Ondanks dat de eetzaal wel een bejaardentehuis lijkt, hebben ze toch een plekje, een biertje en een maaltijd. We moeten daar wel voor door een woud van looprekjes en rollatoren waden maar we klagen niet. Uitbuiken doen we op onze luxe kamer met zithoek. Het was weer een leerzame dag. Morgen fietsen we weer naar huis.

Uitbollen

Zondag 23 april 2017 : Franeker – Balk ( 80 km)

Wie altijd de wind in de rug wil hebben, komt nooit thuis.


Het is nog steeds noordwesten wind en we gaan vandaag naar het zuiden, dat is dus veel wind mee vandaag. Met dat heerlijke vooruitzicht gaan we op pad. In Franeker is het op zondagochtend drukker dan op zaterdagavond. Allemaal kerkgangers. Hier wel dus want we merken onderweg dat veel kerken gesloten zijn en niet meer gebruikt worden. Maar goed, wat wil je ook als ze de eerste geloofsbrenger meteen om zeep helpen.


Grutte Pier

Een van de helden van Friesland is ‘Grote Pier’. Omdat hij als vrijheidsstrijder tegen de Saksen, de keizer en de Hollanders van ‘over de Zuiderzee’ streed. Hij was ook zeerover dus niet alles wat hij deed zal door de beugel kunnen. En is geboren in Kimswerd, dus daar gaan we vandaag als eerste heen. Hier is een standbeeld opgericht voor hem en je kunt gelijk zien waarom hij ‘grote’ werd genoemd. Kimswerd heeft ook nog een kerk uit de 11e eeuw met aan de noordzijde een in rode zandsteen uitgevoerde timpaan (12e eeuw of 13e eeuw), gemaakt van een sarcofaagdeksel en versierd met een mannenkop en rankenmotief. Ik snap wel waarom dit aan de noordzijde zit. Het is net een duivelshoofd.

Nog steeds met de wind mee zakken we af naar Pingjum. Waarom? Gewoon omdat het kan en omdat het zo’m speelse naam is. Ooit heb ik hier een (whisky)stook cursus gevolgd. Sinterklaas komt niet dit jaar want zijn schip is aan het vergaan op het voetbalveld.

Wij zakken steeds verder af. Het weer heeft vandaag wat kuren. Herhaaldelijk fietsen we in regel en hagel. Met de wind in de rug gaat dat wel, maar in Makkum besluiten we toch even een koffie binnen te gaan drinken om de ergste bui te ontlopen en even op te drogen.

Tot nu toe hebben we alleen nog maar hartelijke Friezen ontmoet. Maar de uitbater van café ‘de Zwaan‘ begint meteen te mopperen als we binnen komen. Een grotere tafel bij de kachel mogen we niet gebruiken want mogelijk komt daar over een uur (!) een groep voor de lunch. En dat terwijl we op dit moment de enige gasten zijn. Het gekke is dat wij het gemopper overnemen en ook tegen elkaar beginnen te mopperen. Zo zie je hoe stemmingen elkaar beïnvloeden. Het duurt een tijdje tot dit gevoel weg waait. Toch wachten we de bui even af en drinken wat met de lokale lekkernij, een Makkumer Mieck, een soort krentenbrood met spijs.

Hindeloopen

Als het droog is gaan we verder. De volgende stop is Hindeloopen, maar daar komen we niet zomaar. Bij Workum worden we ingehaald door een enorme bui. We hebben het geluk dat bij een kitesurf camping een soort bushokje staat waar we in kunnen schuilen. Tijdens de bui maak ik een soepje en eten we een broodje. Ook trek ik de regenbroek aan. Niet tegen de regen maar tegen de kou.

Volgens Rik Zaal is Hindeloopen ‘het schattigste stadje van de Friese IJsselmeerkust. Met nog geen duizend inwoners ligt het onder de dijk met kleine straatjes en hoge bruggetjes mooi te zijn‘.

Dit kunnen we alleen maar beamen. We waren hier eerder op een mooie zomerdag en dan kun je over de koppen lopen. Nu is het gewoon rustig en ligt het mooi te zijn. Het kreeg in de 12e eeuw stadsrechten en ondanks dat het geen haven had, werd het wel een belangrijke handelsplaats. Uit deze periode stammen ook de bijzondere leefcultuur, het Hindelooper schilderwerk en de prachtige, kleurrijke klederdracht. Later, tijdens de Napoleontische tijd werd Hindeloopen arm door handelsbeperkingen en werd het steeds meer een vissersplaats. Nu wordt het elk jaar nog geplaagd door een Duitse invasie.

Vanuit Hindeloopen volgen we de weg langs het IJsselmeer. En we zijn niet de enige. Kolonies Duitsers met campers en motorrijders vinden deze weg ook interessant. Daarom zijn we blij als we een stuk fietspad langs de dijk hebben tot Stavoren. Deze hoeven we alleen met de schapen te delen.

Stavoren is natuurlijk bekend van het vrouwtje. We zijn hier al vaak geweest, maar ik kan het fotomoment niet overslaan.

Alhoewel Willem denkt dat je in Friesland niet hoeft te klimmen, moeten wij soms toch even op de pedalen bij de Gaasterlandse rode kliffen. Met zijn tien meter boven N.A.P. niet veel, maar toch. De ijstijd heeft een aantal morenen uit Zweden meegenomen en soms worden die tentoongesteld. Zelfs als ze een suggestieve vorm hebben.


Toren

Bij Oudemirdum verlaten we de kustweg om de tweede luchtwachttoren van deze reis te bezoeken. Gelukkig staat hij niet in de steigers, maar je kunt er helaas niet op. Eigenlijk staat hij gewoon te vervallen. Er staat zelfs geen bordje meer bij. Maar nu kun je wel goed zien hoe de torens eruit zagen. Voor meer informatie zie de blog van een paar dagen geleden.

Van hier is het nog een klein stukje naar Balk. Het landschap is hier anders dan in Noord-Friesland. Meer bos en meer beschutting. En we hebben er mooi weer bij gekregen. In Balk zoeken we zelfs nog even een terras op in de zon want we zijn te vroeg voor ons Vrienden op de Fiets adres. 

Balk

Balk staat ook op ons lijstje van sites-to-see. Gelegen tussen Harich en Wijckel en door het dorp stroomt het riviertje de Luts. Het plaatsje is ontstaan bij een balk over dit watertje; vandaar de naam. Later werd hier een brug gebouwd.

Het dorp en het riviertje hebben de dichter Herman Gorter, wiens grootvader in de 19e eeuw doopsgezind predikant was in Balk, tot zijn beroemde gedicht “Mei” geïnspireerd: 

Een nieuwe lente en een nieuw geluid 

Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit 

Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht 

In een oud stadje, langs de watergracht.

Later gaan we ook eten bij café Teernstra. Een uitstekende keus want ze hebben niet alleen vele biertjes maar serveren ook een fijne maaltijd. Al met al toch een mooie dag, ondanks de regen. En ook al kom je met wind mee niet thuis, het fietst wel ontzettend lekker.

Scheef

Zaterdag 22 april 2017 : Burdaard – Franeker ( 53 km)

There is no spoon.


Ondanks dat het Mevr. de J. de eerste keer is dat ze gasten heeft, weet ze een uitstekend ontbijt te serveren. Met de buik vol stappen we om negen uur op de fiets. Het heeft vannacht wat geregend en het waait nog steeds flink. Dit geeft een ontzettend helder zicht en je kunt heel ver kijken. Iets wat later nog van pas komt. En het zijn mooie Hollandse luchten met een bijzonder licht. Prachtig om in te fietsen.

Omdat we eerst een stuk naar het zuiden gaan, hebben we wind mee. Wel heb ik de handschoenen aan want met krap zes graden is het niet echt warm. Met het fietspad langs de Dokkumer Ee komen we eerst in Bartlehiem. Bekend van de Elfstedentocht. Wij gaan niet onder de bekende brug door, maar er overheen.

Toren Miedum

Onze eerste stop is de scheve toren van Miedum. Officieel is dit de scheefste van Nederland maar omdat hij niet zo hoog is, valt het niet zo op. Hij staat bijna vijf graden uit het lood. Dit betekent dus met zijn veertien meter hoogte, helt hij meer dan een meter over.

Helaas krijgen we dit niet van dichtbij te zien want…

We moeten hiervoor de Ee oversteken met een pontje maar ik heb geen rekening gehouden met de tijden. De pont vaart pas om half elf en dan moeten we een uur wachten. De volgende mogelijkheid om naar de overkant te komen is pas in Leeuwarden. Daar gaan we dus niet op wachten en ook niet voor omfietsen. We blijven de LF3 aan deze kant van het water volgen.

Gelukkig is het helder en zien we hem in de verte in een bosje. Bovendien is het hartstikke gevaarlijk om er te dicht bij te komen. Stel je voor dat hij omvalt. Om jullie toch niet teveel teleur te stellen, hier kun je wat plaatjes vinden op internet.


Leeuwarden

Ik vind het elke keer weer verrassend hoe je op de fiets een stad binnen komt. Geen drukke wegen met stoplichten, maar vaak een mooi fietspad. En met graffiti om over na te denken (de kenners weten wat dit betekent).

Zo staan we ineens in het centrum van Leeuwarden waar het best gezellig is, ondanks dat de broden uit de marktkramen waaien.

We gaan eerst op zoek naar de Blokhuispoort. Sinds 1580 werden hier mensen opgesloten. Vaak onder slechte omstandigheden waardoor er veel sterfte was. In de 18e eeuw zaten de gevaarlijkste criminelen hier. Ze moesten zo in isolement leven dat ze zelfs bij het luchten een kap op kregen.

Maar er zijn ook veel ontsnappingen geweest. De bekendste is de bevrijding van 51 verzetsstrijders in 1944. Hier is zelfs een film van gemaakt (De overval). 

In 1974 wist de Haagse meester-kraker, het genie van de thermische lans, Aage Meinesz ook te ontsnappen uit De Blokhuispoort. Door hulp van buitenaf was hij in het bezit gekomen van een snijbrander waarmee hij de tralies van zijn cel doorbrandde. Daar heeft iemand niet op zitten letten, anders snap ik niet hoe je zoiets naar binnen krijgt. Zo’n ding verstop je niet in je anus of zo.

Het was te duur om de gevangenis aan de huidige veiligheidsvoorschriften te laten voldoen, dus nu komen er allerlei kekke tentjes in. Als wij er zijn zitten ze nog volop in de verbouwing, maar het wordt vast mooi.


Op de markt doen we luxe met een koffie en een taartje. Daarna gaan we naar de Oldehove. Scheve torens lijken hier een eis van de welstandscommissie. Deze begon al tijdens de bouw in 1553 te verzakken. Ze probeerden dit bij het metselen op te lossen maar dat leverde niets op. Toen zijn ze maar gestopt en daarom ziet hij er nog steeds half af uit. En zo is hij honderden jaren blijven staan. Leuk detail is dat in 2006 hij vier millimeter de goede kant op is gezakt door de bouw van een parkeergarage.

We mogen nog een klein stukje naar het zuiden fietsen met de wind pal in de rug. Heerlijk vliegen we dan met 25+ km/uur over de weg. Toch stoppen we even als we wat moois zien. Onder andere deze ‘spin’ molentjes die water pompen. Het is open dag maar we zien geen mogelijkheid om aan de overkant te komen.

Iets verderop komen we een bemalingswindmolen tegen. Of eigenlijk een type windmotor. Naar Amerikaans model, in Duitsland gebouwd. Het is een stukje industrieel erfgoed en heeft in 2002 zelfs een eigen postzegel gehad. Vijf van deze vervingen halverwege de vorige eeuw zo’n vijftig (!) gewone molens. Nu is alles elektrisch en zijn ze niet meer nodig.

Luchtspiegeling

Voor we doorgaan naar Franeker, gaan we eerst nog naar het dorpje Beers. Ooit stond hier de state van de familie Unia. In de zeventiende eeuw afgebroken op de poort na. Jaren heeft het land braak gelegen maar in 1990 wilde men er toch weer wat mee. De kunstenares Bep Mulder maakte een silhouet op ware grootte van de voormalige state. Een Luchtspiegeling zogezegd.

Daarna is het alleen maar bikkelen tegen de wind in naar Franeker. Gelukkig is het nog steeds mooi weer. Afgezien van een buitje bij Leeuwarden hebben we het droog gehouden. En als je dat negeert, bestaat het niet.

In het dorpje Welsrijp zien we opeens een andere route naar Franeker. Veel leuker dan ik heb uitgestippeld maar er zit één nadeel aan. Je moet via een pont het Harinxmakanaal over. Nu heb ik een haat-liefde verhouding met pontjes. Als ze varen vind ik ze pittoresk. Als ze niet varen dan ben ik minder blij. Gelukkig is een van mijn motto’s ‘Google is your friend’ en met even zoeken kom ik erachter dat hij vanaf vandaag in de vaart is. Dat is even mazzel hebben.

Via een mooi pad door het veld komen we bij de oversteekplaats. Met een belletje roepen we de pont en komen zo naar de overkant. In mijn hoofd zingt Drs. P. dan altijd even zijn bekende nummer.

Om half drie komen we Frjentsjer binnen. De vrienden op de fiets hadden geen ruimte voor ons, dus ik heb een hotel in het centrum geboekt. En warempel is het hier ook uitermate gezellig. Daar hebben we nu even geen tijd voor want we hebben nog een laatste missie vandaag.

Planetarium

In Franeker woonde in de zeventiende eeuw een slim mannetje. Eise Eisinga schreef op zijn 15e al een wiskunde boek en met 16 jaar een astronomieboek. Toen een dominee verkondigde dat de aarde zou vergaan omdat de planeten aan het snookeren gaan en de Aarde in de zon zou potten, besloot hij te bewijzen dat dit niet zo was door een planetarium te bouwen. En waar doe je zoiets? In de woonkamer natuurlijk! Hij is er zeven jaar meer bezig geweest maar dan heb je ook wat. Op schaal en in real-time zie je de planeten en allerlei andere astronomie-shizzle aan zijn plafond bewegen. Tenminste als je geduld hebt. Allemaal met de hand gemaakt en werkend op een uurwerk. En dat allemaal in de avonduren want overdag deed hij wat met schapenwol.


Maar zonder gekheid, het is een van de mooiere museums die ik bezocht heb. Zoveel informatie en zoveel interactief, is de moeite waard om een keer apart voor heen te gaan.

Daarnaast lijkt Franeker heel gezellig, maar we lopen stad en land af naar een andere kroeg dan ons hotel (De Doelen) dat ook een Grand café is. Het is er gewoon niet te vinden. En ook ’s avonds is er geen Fries op straat te vinden. Vanuit onze hotelkamer zien we een leeg centrum.

Dan toch maar naar de Doelen waar ze een aantal lekkere biertjes op de tap hebben en een uitstekende maaltijd serveren. Het was weer een verrassende dag.

Bedevaren in Friesland


Vrijdag 21 april 2017

Baflo – Burdaard (71 km)

God waakt over alles maar zet voor de zekerheid toch maar je fiets op slot

We hadden zo’n mooi plan. Van een collega hoorde ik dat ze met twee personen voor €200 een retour hadden naar Mallorca. Daar fietsen gehuurd en het eiland rond gefietst. Overdag lekker toeren en ’s avond in een hotel aan het strand. Dat lijkt ons ook wel wat en ik check de temperaturen aldaar.

Dat ziet er niet verkeerd uit. In tegenstelling tot Nederland waar het weer nog niet door heeft dat het geen winter meer is. Alleen nog even boeken en we hebben een mooie meivakantie. Wat kan er mis gaan?


Nou dat is best wel veel. Een ticket in de meivakantie (vanaf Eelde) is iets duurder. Voor ons zou dit op €1200 komen. Daarnaast blijkt dat iedereen die kan fietsen een tochtje heeft geboekt op Mallorca. We kunnen alleen komen als we zelf fietsen meenemen. Al met al komt een weekje fietsen dan boven de €2500, los van het feit dat vliegen met de fiets een van mijn nachtmerries is. Dat gaan we dus niet doen. 

Ik heb een alternatief dat bijna vergelijkbaar is; Rondje door Friesland. Het weerbericht is even uitdagend. Als je de windkracht bij de temperaturen optelt, is het bijna hetzelfde. We zijn geen mietjes, dus we gaan gewoon. En wel meteen op vrijdag dan zijn we op woensdag weer thuis zodat we dan kunnen beginnen met de bouw van de ark. En voor het geld dat we uitsparen, kunnen we gouden regenpakken kopen. Een oude droom gaat in vervulling…


Alleen fietsen is wat saai. We willen onderweg graag wat zien. In een paar gidsen (Rik Zaal, Natuurmonumenten en een boekje met verrassende plekken in Nederland) heb ik wat interessante gelegenheden uitgezocht en daar een route langs gepland.

De eerste dag staat in het teken van een bedevaart. Veel kerken, heilige bronnen en zelfs een boeddhistische tempel. Rond half tien fietsen we onder een bewolkte hemel weg. Maar het is droog en de wind valt nog mee. Dat is al een bonus.


Eerst gaan we naar Warfhuizen. Daar staat nog een van de drie luchtwachttorens in Nederland. Tijdens de koude oorlog was men bang dat er stiekem een invasie met vliegtuigen plaats zou vinden. Daarom werden in heel Nederland torens neergezet waar vrijwilligers keken of luisterden naar naderende vliegtuigen. Als ze hem konden zien, dan werd er snel in een boekje met vliegtuig silhouetten opgezocht of het een vriend of een vijand was. 

In 1968 werd deze dienst opgedoekt. Enerzijds omdat de dreiging niet meer zo groot was. Maar de mannen hadden ook moeite om de overvliegende straaljagers te identificeren. Ze waren al voorbij voordat ze de map open hadden. De torens verdwenen langzaam uit Nederland. Een toren was vaak opgebouwd uit prefab betonnen elementen die volgens een soort raatbouw opgetrokken werden. Betonrot en vandalisme zorgen ervoor dat de toren bij Warfhuizen aan het vervallen was. Er kon geen koper gevonden worden die hem wilde onderhouden. Uiteindelijk is in 2016, via crowdfunding, genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om hem te herstellen. En tegen dat herstel zitten wij nu aan te kijken.

Gelukkig komen we later deze tocht nog een van de twee andere torens tegen. Misschien dat die er beter bij staat.


Op de terugweg gaan we weer door Warfhuizen. In het kerkje aldaar woont een kluizenaar. We zijn er al eerder geweest en toen hoorde we hem rommelen achter het altaar. Nu we er toch langs komen, kijken we nog een keertje binnen. En vallen met de neus in de boter want hij is een mis aan het opdienen. In een jurk. De mis bestaat uit een hoop gebaren, kussen en knielen. En alles wordt gefluisterd want hij mag niet praten. Wel zingt hij Latijnse teksten die prachtig klinken in het kerkje. Het is sowieso een pracht en praal binnen. Als je in de buurt bent zou ik zeker even kijken.


Hierna gaan wij verder westwaarts. Bij de kerk in Zuurdijk zoeken we nog een cache. Beetje vervallen dorp trouwens, dat Zuurdijk. In Zoutkamp maken we nog een koffie met uitzicht op de haven.

En dan gaan we via Nationaal Park Lauwersmeer de grens met Friesland over. Inmiddels is de wind wakker geworden en is het bikkelen.


Bij Dokkumer Niewezijlen komen we langs een toeristisch fietspad dat ons in Dokkum brengt.

In Dokkum gaan we op zoek naar de Bonifatiusbron. We kennen deze man allemaal van de geschiedenislessen. Hij kwam het evangelie brengen bij de Friezen maar daar waren ze niet zo blij mee. Een kopje kleiner maken lost het probleem acuut op. Maar ondertussen had hij nog wel tijd om voor een bron te zorgen. Er gaan meerdere verhalen hierover de ronde, maar het mooist vind ik de versie waar zijn paard wegzakt in de grond en toen die eruit getrokken werd, was er ineens een bron met helder water.

Nou, dat heldere water is er niet echt meer. Het is nu een vieze algenpoel geworden. Het water schijnt geneeskrachtige wonderen te verrichten dus ik smeer wat op mijn rug onder het motto ‘baat het niet dan schaadt het ook niet’. En inderdaad. Het baat niet.

In de tuin hebben ze nog een kruisweg aangelegd. Via tableaus wordt de kruisgang van Christus weergegeven die de pelgrims zien als ze een rondje door de tuin maken.

Toch is het een mooi plekje als ze de bron een beetje schoon maken en het water laten stromen. In de kerk ligt overigens nog een deel van zijn schedel.


Wij vinden het tijd voor eens een ander geloof. Via het vlakke en open Friese landschap fietsen we naar Hantum.

Daar is in 1988 de eerste Boeddhistische tempel neergezet. Vanuit de verte niet te zien want de bomen eromheen onttrekken het geheel aan het gezicht. Maar binnen de bomen staat de stoepa ‘Tashi Gomang’ die met zijn 13 meter hoogte voor de wereldvrede is. Maar goed, dat zijn we tenslotte allemaal. Het in stand houden van de Stoepa moet door een echt Lama gebeuren. Hij is ooit gebouwd door een lama, maar die is een jaar of wat geleden overleden. Vandaar dat er nu een paar keer per jaar een opvolger uit Tibet komt om deze taak te vervullen.

Het is een mooi kleurig plekje. We draaien even aan alle mantra rollen om onze karma  op te laden. En maken een praatje met de beheerder, die ons overigens thee aanbiedt. Goed voor zijn karma. Volgens de Boeddhistische leer zou je alles voor anderen moeten doen om je karma te verhogen. Een hoog karma betekent dat je in een volgend leven beter terugkomt. Kan ik me wel in vinden.


Als laatste vandaag hebben we het kerkje in Janum op de lijst staan. Het is eigenlijk een kerkmuseum maar dit is alleen op zaterdag open. 

Voor ons is het kerkje op de terp al mooi genoeg. De oudste delen komen uit de elfde eeuw maar de kerk zelf is uit de dertiende eeuw. Er is geen toren dus de klok hangt gewoon buiten onder een afdakje. We drinken een kopje thee en laten het allemaal eens op ons inwerken.


Inmiddels geloven we het allemaal wel met al dat geloof. Het is nog een klein stukje naar Burdaard. De wind is alleen maar harder gaan waaien dus het is het laatste stukje best ploeteren.

We slapen bij een Vriend op de Fiets waar we na een dikke 70 kilometer aankomen. 

Voor Mevr. de J. zijn we de eerste gasten en ze is wat zenuwachtig. De kamer is erg klein maar de douche is prima. In het enige restaurant van Burdaard vullen we het vocht bij en eten we een voedzame maaltijd. Ondanks de weersvoorspelling hebben we een mooie dag gehad. Veel gezien en het is weer heerlijk om te fietsen.