7 mei 2016: Van York naar Kingston upon Hull

 

Vandaag gaan we naar huis. Of de vakantie nu kort of lang duurt, ik word er altijd een beetje blij van. Wel moet ik er voor waken dat ik deze dag nog wel als vakantiedag besteed wordt en niet als een dag om alleen maar aan huis te denken.

Het is zaterdagochtend in York en gelukkig niet zo druk. En ze zijn hier aan fietsers gewend en dat scheelt ook. We moeten van west naar oost door de stad heen en zien nog even alle high-lights.

Daarna gaat het door het vlakke land verder oostwaarts. Rustige wegen, soms wat off-road en hier en daar moeten we een hekje openen en sluiten. In Murton laten we het museum van het boerenleven links liggen. En in Dunnigton geloven we wel dat ze de Britain in Bloom van 2014 gewonnen hebben. 


Stanford Bridge is een andere categorie. Hier vond in september 1066 the Battle of Stanford Bridge plaats die het einde van de Vikingentijd markeerde. Wel even iets om bij stil te staan.

In Pocklington is het feest. Een kermis zoals we die in Baflo kennen. Alleen hebben ze hier niet één maar twee springkussens. Pocklington is een heel oud dorp. Het staat zelfs op de oudste kaart van Engeland uit de 14e eeuw en er zijn ook overblijfselen uit het bronzen tijdperk gevonden.

Voor ons is Pocklington het einde van the Way of the Roses. Die route loopt meer horizontaal naar het oosten en eindigt in Bridlington waar we vorige week vlak langs zijn gekomen. Wij gaan meer naar het zuidoosten om in Hull uit te komen.

We hebben de Yorkshire Moors gehad, de Yorkshire Dales en nu krijgen we de Rolling Hills of the Yorkshire Wolds.  Ik dacht dat we tot nu vlak zouden fietsen, niets is minder waar. We moeten hier toch nog weer flink terugschakelen maar de Wolds zijn toch weer iets lager, minder steil en lieflijker dan de Dales. En we krijgen er mooie uitzichten voor terug.

Zo komen we in Market Weighton, de geboorteplaats van de reus van Yorkshire. Op zijn 20e was hij al 2,40 meter groot. Ook woonde hier de heks Peg Fyfe. Een beetje een vreemd verhaal, maar het schijnt dat ze een lokale jongen levend gevild heeft. Daar was men niet blij mee en wilde haar ophangen. Volgens de legende redde ze zichzelf door een lepel (!) in te slikken. Gelukkig kwamen er twee ridders langs, die zich hier niets van aantrokken en haar onthoofden.

Wij gaan verder via the Hudson Trail, een off-road pad dat over de oude spoorlijn van Market Weighton naar Beverly loopt. Het verhaal van meneer Hudson is ook weer bijzonder. Hij werd ook wel the Railway King genoemd omdat hij spoorlijnen door het hele land had. Maar hij had op school niet goed opgelet want van rekenen bakte hij niets. Daarnaast verkocht hij land dat niet van hem was dus toen de financiële crash kwam bleek dat hij blut was en moest hij naar het buitenland vluchten. Later kwam hij terug en dat hadden ze toch door dus hij wordt prompt in de gevangenis gegooid. Wij zijn blij met zijn nalatenschap dat ons langs de bron van St. Helena brengt.

Het is een natuurlijke bron waarvan vroeger werd gezegd dat het helende krachten heeft. Kan nooit kwaad om hier even de handen en het gezicht te wassen. De heuvel is van klei, dus het water kan niet naar beneden en alleen via de zijkant uit. Het gaat wel eerst door een aantal lagen kalk en dat maakt het water bijzonder. In de meiboom hebben mensen lintjes gehangen en gebedsverzoeken aan St. Helen Flavia Luila Helena. Ze leefde ruim voor Christus en was de moeder van Constantijn de Grote. Die heeft over York geregeerd en was de eerste die zich tot het Christendom bekeerde nadat hij een visioen heeft gehad. Ik denk dat hij gewoon te diep in het glaasje gekeken heeft.

In Etton komen we langs een pub. We willen niet aan boord eten vanavond, dus dit is een uitstekende gelegenheid om vast een maaltijd te nemen. Om het op  zijn Gronings te zeggen ‘Het kon minder’. Een goede maaltijdsalade en een halve pint erbij. Alhoewel ik moet zeggen dat ik die laatste nog wel gevoeld heb op de eerstvolgende heuvels.

We zijn verrast door Beverley als we door de 15e eeuwse North Bar binnen rijden. Wat een gezellige stad. Met maar liefst twee enorme kerken die wel net zo groot als de kathedraal van York lijken. Sterker nog, de Minster van Beverley is de grootste kerk die geen kathedraal is, in Engeland. De andere kerk, St. Mary’s is maar een fractie kleiner. We lopen door het centrum waar de markt is. Onderweg doen we de laatste boodschappen. Ontbijt voor morgen en een paar ‘pies’ voor het avondeten. Beverly is zeker een plek om opnieuw te bezoeken.

Daarna zitten we al snel weer in de buitenwijken van Kingston upon Hull. Veel industrie en veel achterstandswijken. Een beetje een deprimerend gezicht. En veel snelwegen, maar wel met fietspaden ernaast. 

Ik denk dat het pas twee uur is en we kunnen vanaf vijf uur op de boot terecht. Tijd dus om nog even in het oude centrum van Hull te kijken toch? Op het klokje van Mevr. van der Veeke is het echter al kwart over vier. Het blijkt dat mijn horloge stil staat. Zo duren de dagen wel erg lang.

Klokslag vijf uur rijden we de boot op met precies 666 km op de teller. Vele waren zwaar, sommigen waren makkelijk, maar allemaal waren ze mooi. Engeland blijft toch ons favoriete fietsland.


kaart-10

profiel10

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 89,4 (totaal 670)
Aantal hoogtemeters: 414

 

6 mei 2016: York

 

Vandaag een rustdag in York. We kunnen lopend naar het centrum, ongeveer 2,5 kilometer. Er zijn een aantal dingen die we graag willen zien. Hieronder, in willekeurige volgorde, een opsomming.

 

De Minster (of kathedraal)is een van de dingen die je moet zien in York. Nu hebben we de pech dat hij in de steigers staat, van binnen en van buiten. En binnen zijn ze ook nog flink aan het verbouwen. Helemaal geen plek van serene rust en hiervoor hebben we geen £20 over ondanks dat de gebrandschilderde ramen een lust voor het oog zijn. Deze moeten we maar tot een volgende keer bewaren.

Clifford’s Tower is eigenlijk het enige wat over is van het kasteel van York. Het ligt bovenop een heuvel en geeft je een mooi uitzicht over de stad. We tellen £10 neer en mogen onbeperkt binnen en boven kijken.

De oude binnenstad heeft een keur aan winkeltjes en oude gebouwen. Je kijkt je ogen uit hier en dat doen we dan ook. En het kost ook nog eens niets.

Een special straatje in de oude binnenstad is The Shambles. Een beklinkerd straatje met 15e eeuwse overhangende pandjes. Shambles is afgeleid van shamel, wat slachthuis betekent. Vroeger waren hier 26 slagers (hoezo concurrentie?) in dit straatje. Door de overhangende gevels lagen de etalages in de schaduw en bleef het vlees beter. Het is nu het meest bezochte straatje in York en is tegenwoordige dus gevuld met toeristenvlees.

Tenslotte de stadsmuren. Over grote delen, van de ongeveer 7 kilometer muur, kun je lopen en die brengen je naar een van 4 stadspoorten die nog in bijzonder goede staat zijn. Wij doen het stukje van Monk Bar (=poort) naar Bootham Bar voor de mooie uitzichten op de Minster.

Voor de rest veel koffie gedronken, naar mensen gekeken, uitgerust, bier gedronken en gegeten. We zijn helemaal weer bij en klaar voor het laatste ritje naar Hull terug morgen. 

Getallen van de dag
Aantal kilometers gelopen: 15

5 mei 2016: Van Ripon naar York

 

Het is een hotel zonder ontbijt, dat wil zeggen, het ontbijt zit niet bij de prijs in. Voor ons wel prima, ik heb inmiddels genoeg eieren en spek gehad. Bij de Sainsbury’s haal ik wat yoghurt en fruit en daarmee ontbijten we op de kamer. Daarna verlaten we het hotel via de achteruitgang. Daar staan namelijk onze fietsen. Hierbij komen we meteen de kathedraal van Ripon tegen. Je kunt zien dat hier geld zit, want hij is in perfecte staat, van binnen en buiten.

Voor vandaag staat er maar 50 kilometer op het programma en het is weer, min of meer, vlak. Dat fietst dus wel gemakkelijk, maar is ook een stuk saaier dan de afgelopen dagen. Geen fraaie uitzichten meer maar gewone landweggetjes. Een groot voordeel is wel dat het lichaam wat kan bijkomen. Met de rug gaat het gelukkig ook al beter. De zon maakt veel goed en er gaat steeds meer kleding uit.

In Roecliffe zoeken we een koffie plekje bij de kerk. Het ligt mooi in de luwte en de zon. En een van de graven heeft een prachtig Keltisch kruis. Het moet een replica zijn, zo mooi ziet het eruit.

In Boroughbridge gaan we even kijken bij the Devils Arrows. Dit zijn drie ‘Standing Stones’ van een meter of zeven hoog. Er schijnen er meer geweest te zijn, we lezen vier, vijf maar ook zeven. Zeker is wel dat de missende stenen verwerkt zijn in bruggen, huizen en andere zaken. Een van de stenen staat naast de weg, de andere twee in een veld. Er is geen toeristische trekpleister van gemaakt want elke indicatie ontbreekt. De legende wil dat als je twaalf keer tegen de klok in om de stenen loopt, je dan de duivel op kan roepen. We proberen het maar niet.

Zo kabbelt de route voort. Koffie hier, lunch daar. Bocht naar links en een bocht naar rechts. Daarom zijn we allang blij dat er wat gebeurt bij Aldwark Bridge, wat een tolbrug is (de tolwachter is overigens ook blij met een praatje). We beseffen het niet meer maar vroeger moest bij de meeste bruggen tol betaald worden, net als bij de pontjes in Nederland. Dit is een van de weinige bruggen waar het daadwerkelijk nog gedaan wordt. Zeven dagen per week en 24 uur per dag. Je vraagt je af of het uit kan. Het geld wordt in elk geval niet in het onderhoud van de brug gestopt want het rammelt flink als we erover heen gaan. Saillant detail is dat de brug een paar keer kapot gegaan is, waarvan één keer door een ijsberg…

Bij Benninbrough Hall komt het fototoestel nog even uit de tas.

En dan is het laatste stukje naar York langs de rivier de Ouse. Een mooie manier om via rustige fietspaden een grote stad binnen te komen. In een van de buitenwijken heb ik een Airbnb geboekt. Daar hebben we een hele zolderverdieping voor onszelf bij Carol. Morgen gaan we ons op het professionele toerisme storten en wordt York van onder tot boven bekeken.

kaart-8

profiel8

81Getallen van de dag
Aantal kilometers: 52,0 (totaal 577)
Aantal hoogtemeters: 242

 

3 mei 2016: Van Settle naar Ripon

 

Ondanks dat het een prima bed was en ik als in coma heb gelegen geeft de rug er vanochtend toch de brui aan. ‘Doe jij het maar lekker zelf’ lijkt hij te melden, ‘met die slechte bedden en belachelijke inspanningen’. De enige manier om vandaag te overleven is met spierverslapper en pijnstiller. Wat voor effect die eerste op de rest van de spieren heeft is even afwachten. Op papier is het weer een zware dag met drie fikse klimmen erin.

Het goede nieuws is dat het prachtig weer is. Eindelijk gelegenheid om met blote kuiten te gaan fietsen. We werken wederom een Engels ontbijt weg en vertrekken.

Binnen een kilometer lopen we al naast de fiets. Nee, hij is niet stuk, maar het is gewoon veel te steil om uit Settle weg te komen. Dit is de eerste van de drie grote (er zijn tientallen kleinere) klimmen vandaag. 1:5 stond er aan de weg. Zo mix ik meestal mijn baco’s, maar hier zal het wel wat anders betekenen. Fijn is wel dat we mooie uitzichten op Settle ervoor terug krijgen.

Iets verderop wordt het wat minder steil en kunnen we toch weer op de fiets. Van alle delen die ik van Engeland gezien heb, moet ik toch concluderen dat de Yorkshire Dales het mooiste zijn. Zeker met mooi weer is, waar je ook heen kijkt, het landschap een plaatje met zijn groene weiden, de muurtjes en overal de schapen.


Wij zijn zelfvoorzienend wat koffie, thee en soep betreft. En zeker als het goed weer is, zoeken we een mooi plekje uit om zelf koffie te maken. In dit geval is dat, in de zon, tegen een muurtje aan. Koffie met uitzicht noemen we dat.

We komen door het dorpje Cracoe. Dit klinkt alsof we in het Oostblok fietsen, maar het is gewoon in Engeland. Dit is waar de eerste ‘calender girls’ wonen, een stel huisvrouwen die naakt op een kalender gaan om geld op te halen voor een goed doel. Ik zie niemand lopen die kalenderwaardig is, dus geen reden om te stoppen.

Dat doen we wel in Burnsall. De kerk is bijzonder omdat hij alleen maar rechte hoeken aan de buitenkant heeft, een doopvont uit de 11e eeuw en als ingang een ‘lychgate’. Ik weet nu wat dat is (en jij ook als je de foto ziet).

Daarna hebben we de tweede grote klim op het programma staan. Die gaat wat geleidelijker en kunnen we helemaal op de pedalen voltooien. Hij brengt ons ook naar het hoogste punt van the Way of the Roses. Volgens het boekje is dat 404 meter, maar de GPS registreert toch echt tien meter hoger. Onderweg hebben we natuurlijk weer fantastische uitzichten.

De afdaling naar Paterly Bridge is steil. Met stukken van 14% en 18% dreigen de remmen warm te lopen en piepen ze op het einde verschrikkelijk. Zo horen ze ons tenminste aankomen.

Paterly Bridge is een prachtig dorpje. In het park maken we een boterham en een soepje. Voor ons wordt Bowls gespeeld, een Engelse variant van jeu de boules. Het wordt voornamelijk door bejaarden gespeeld.

In Paterly Bridge is de oudste snoepwinkel van Engeland. Het zit sinds 1827 in een pandje uit 1660. Als we even binnenkijken zien we dat de winkeljuffrouw ook ergens uit die eeuw moet komen. Je kijkt overigens je ogen uit in die winkel en alles ruikt heerlijk. Wij schaffen er een zakje fudge aan.

Hierna hebben we de laatste echte klim van de dag en deze vakantie. Als we boven zijn kijken we uit over het gebied waar we morgen doorheen fietsen. Het is vlak en daar zijn we heel blij mee.

Maar eerst gaan we nog naar beneden. Daarbij komen we langs Brimham Rocks. Hier staan allerlei rotsen in vreemde formaties opgestapeld. Het weer en het water hebben het zachtere gesteente ertussen uit geslepen waardoor er vreemde stapels ontstaan. Prachtig om te zien en het zijn er werkelijk honderden.

We dalen verder af naar Ripon, ons einddoel van de dag. Daarbij komen we langs Fountains Abby, de grootste en best bewaarde Cisteriaanse abdijen van Engeland. Gelukkig naderen we het van boven zodat we van het huis en de restanten van de abdij nog een foto kunnen maken. Want als we bij de ingang komen is het kwart voor vijf. En hij sluit om vijf uur. Dat wordt hem dus niet meer.

Het verhaal van de abdij is weer een bijzondere wat zich binnen een tijdsspanne van ruim tien jaar afspeelt. Er waren in 1132 een stel Benedictijnse monniken in York. Die kregen ruzie, bij het biljarten of zo en er werden er dertien uitgegooid. Ze mochten niet terugkomen. Dat vond de bisschop van York zielig en hij gaf ze dus hier een stukje land. Er was alles om een nieuw klooster te beginnen. Hout voor de bouw, water en land voor de verbouw van eten. En om dwars te zijn werd het een Cisteriaans klooster. Vanuit het hoofdkantoor in Bourgondië werd een monnik gestuurd, die hun de zeven Canonische Uren leerde en hoe je een degelijke houten kerk bouwt.

Het gaat goed met het klooster, Henry Murdac is abt en tussen 1143 en 1146 wordt een compleet stenen klooster uit de grond gestampt inclusief kerk. Maar Henry maakt één fout. Hij is tegen de verkiezing van de nieuwe bisschop van York. Daar is men niet blij mee en tijdens een volksopstootje wordt het complete klooster gesloopt. Alleen de kerk blijft staan. En de restanten hiervan zitten wij tegenaan te kijken.

We maken hier nog een kopje thee. Er zit ook een groep Chinezen op de bus te wachten en als ze mijn efficiënte Jetboil zien, zijn ze meteen geïnteresseerd. Hij wordt uitvoerig op de foto gezet. De Chinese vrouwen vinden het bijzonder dat ik, als man, een kopje thee maak voor Mevr. van der Veeke.

Het laatste deel van de afdaling gaat door Studley Park en brengt ons in Ripon. We hebben een hotelkamer midden in het centrum. Het leuke is dat we na het eten de hoornblazer van Ripon tegenkomen. Al eeuwenlang is dit iemand die ’s avonds om negen uur op alle hoeken van de markt op zijn hoorn blaast om aan te geven dat de avondklok begonnen is. 

Voor ons is dit een mooie afsluiting van de dag.  Het was niet alleen in theorie een zware dag maar ook in de praktijk. Net iets minder hoogtemeters dan de dag dat we naar Tan Hill gingen. De rug heeft het gelukkig vol gehouden. En ik kan concluderen dat de spierverslapper weinig invloed op benen heeft gehad. Of die zijn inmiddels zo sterk dat het niets meer uitmaakt. Vanaf nu wordt het vlakker. Morgen een korte dag naar York en dan een rustdag. Misschien dat de rug dan wat kan herstellen.

kaart-7

profiel7

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,3 (totaal 529)
Aantal hoogtemeters: 1480

 

3 mei 2016: Van Morecambe naar Settle

 

De meeste B&B’s, die we hebben, zijn prima. Hier in Morecambe heb ik gekozen voor een goedkope overnachting en dat hebben we geweten. Door het harde bed heb ik slecht geslapen en wordt ik met rugpijn wakker. Het hotel is wat verveloos en vervallen. Eigenlijk net als Morecambe zelf. Tot de tweede wereldoorlog kon het nog redelijk meekomen als badplaats aan de westkust. Maar daarna verloor het toch van Blackpool. Veel panden aan de boulevard kwamen in verval. Nu proberen ze het weer wat op te knappen, maar het blijft een zielige toestand.


Vandaag starten we met the Way of the Roses. De route is vernoemd naar de Wars of the Roses, een uit de hand gelopen ruzie tussen the House of Lancaster (rode roos) en the House of York (witte roos) over wie er over Engeland mocht heersen. Let je even op? Dan geef ik wat geschiedenisles.

Het begon met Henry VI (rode roos) die wel voor culturele verbeteringen zorgde, maar een slechte hand van regeren had. Ook niet onbelangrijk, bij vlagen was hij compleet gek. Gedurende deze perioden viel Richard, Duke of York (witte roos), in. Maar zo gek als Henry was, zo ambitieus was Margeret van Anjou (rode roos), zijn vrouw. Zij maakt korte metten met de politieke ambities van Richard en doodde hem bij de slag van Wakefield. 1-0 voor de rode rozen.

Richard had een zoon, Edward, die wraak nam en Henry en Margeret versloeg. Hij riep zichzelf meteen maar uit tot koning Edward IV en brengt de stand op 1-1.

Edward werd echter in de strijd geholpen door Richard Neville, niet voor niets the Kingmaker genoemd. Toen Eddie eenmaal op de troon zat, vergat hij dit allemaal en daarom liep Richard Neville over naar de rode rozen. Edward werd het land uitgegooid en het is 2-1 voor de rode rozen. Volg je het nog?

Edward maakt een comeback en wat voor een. Hij verslaat Henry en Margeret bij Tewkesbury. Henry wordt onthoofd in Londen en Margeret vlucht naar Frankrijk waar ze in armoede sterft. Dat brengt de stand op 2-2. Eddie is een goede koning maar hij wordt vroeg oud door zijn seksuele uitspattingen (bedenk hier zelf maar wat bij) en overlijdt. Zijn broer Richard (er waren toen nog niet zoveel namen) neemt het over tot, de wijlen, Edwards zoon oud genoeg is. Maar gek genoeg verdwijnt die zoon ineens en Richard maakt zichzelf koning. Dat kan natuurlijk nooit goed gaan en Henry Tudor (rode roos) verslaat hem bij de slag bij Bosworth. Hier ontstaat ook de uitdrukking ‘mijn koninkrijk voor een paard’ want dat is precies wat Richard krijgt voor zijn koninkrijk. 3-2 voor de rode rozen.

De oplossing is uiteindelijk om de zoon van Henry (rode roos)te laten trouwen met de dochter van Edward (witte roos). De strijd lijkt te zijn gestreden op het slagveld maar gaat tegenwoordig nog door in het voetbal als Manchester United (rode shirts uit Lancaster) speelt tegen Leeds United (witte shirts uit York).

Vind je het erg klinken als The Game of Thrones, dan kan dat kloppen. Het schijnt de inspiratie te zijn geweest voor deze serie.

 

Maar goed, wij houden er een mooie fietsroute aan over en daar gaat het om. Tot voorbij het, aanpalende, Lancaster zitten we op een mooi vlak fietspad langs de rivier de Lune. Gratis kilometers en mooi om even in te komen. Daarna gaan we weer de hoogte in. Tijd om even van het landschap te genieten met een koffie.

We zitten weer in de Yorkshire Dales, maar nu een stuk zuidelijker. Het landschap is hier lieflijker en minder woest. De heuvels zijn net even wat minder steil en hoog en de dorpjes wat vriendelijker. 

In Gressingham hebben ze in 1980 een lokale eend het laten doen met een Peking eend. Het resultaat heet de Gressingham Duck en ze hebben het alleenrecht erop verkregen. Ik had er nog nooit van gehoord en we zien ze ook niet. Ik wordt nu alleen nieuwsgierig hoe deze smaakt.

Hornby heeft een mooie achtkantige kerktoren en Castle Stede. Het kasteel is uit de 16e eeuw, maar tegenwoordig zitten er appartementen in. Van een afstandje ziet het er mooi uit.


Het dorpje Wray heeft in 1967 zijn eigen watersnoodramp gehad. Tijdens een plotselinge stijging van het riviertje werden huizen, bruggen en vee meegesleurd. Ze hebben een mosaic gemaakt om het te herdenken. Maar veel leuker is dat het dorp een jaarlijks vogelverschrikker festival heeft. We zijn net een dag te laat, anders hadden we mee kunnen doen. Nu zien we alleen nog de restanten van dit dorpsfeest.

Verder is het gewoon genieten van de uitzichten en het mooie weer. Heel fijn dat het gewoon de hele dag droog is. En we hebben nu de wind in de rug. Hieronder een paar indrukken van het landschap.

 

In Clapham doen we even boodschappen in een James Herriot winkeltje. We worden verleid door vanilla fudge, een fruitcake en de Kendal Mintcake. Allemaal lekkers en je gaat er nog goed op fietsen ook.

Uiteindelijk naderen we Settle. Met net 60 kilometer op de teller, ruim minder dan 900 hoogtemeters en een aankomst om vier uur lijkt het wel een vakantiedag.

Settle heeft heel lang erg afgelegen en alleen gelegen. Tegenwoordig is het een toeristische trekpleister voor wandelaars. Wij zitten vlak ernaast in het dorpje Giggleswick, met de meest dure overnachting van de reis, in een authentieke pub. Ik hoop dat dit garant staat voor een goed bed. Dat kunnen we vannacht wel gebruiken.

kaart-6

profiel6

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 61,9 (totaal 457)
Aantal hoogtemeters: 853

 

2 mei 2016: Van Tebay naar Morecambe

 

We hebben allemaal onze grenzen. Vandaag heb ik de mijne bepaald. Ze hebben niet met vermoeidheid te maken. Maar wel met het weer.

De wind huilt om The Old School heen als we wakker worden. En het is nat. Na een Engels ontbijt besluiten we toch te gaan. We moeten tenslotte vanavond in Morecambe zijn, 67 kilometer verderop. De regenkleding gaat aan en zelfs de regenschoenen. Als ik de fietsen uit de garage haal zie ik al dat het slecht is. En eenmaal onderweg blijkt dat een understatement. Tebay ligt in een windgat. En wij moeten er tegenin. Ik schat windkracht acht. Als de weg niet naar beneden zou lopen, dan zouden we achteruit gaan. De regen komt horizontaal aan en binnen 500 meter zijn we al compleet doorweekt. Het fototoestel kan niet uit de tas om dit vast te leggen. De telefoon heeft een groter waterafstotend vermogen. Daar maak ik een paar beelden mee. Na een kilometer komt het besef dat dit een slecht plan is. En na twee kilometer hebben we besloten verderop een taxi te nemen.

Alleen taxi’s zijn hier niet te krijgen. We fietsen weer door open land met hier en daar alleen een boerderij. Heuvel op en heuvel af. Terugfietsen staat niet in ons woordenboek. We kunnen alleen vooruit en besluiten tot Kendal door te bikkelen. Dat is nog een kilometer of 25. Alle decorum gaat overboord. We lopen zelfs, zonder schaamte, stukken helling op.

Kun je natter dan nat worden? Ja, dat kan. Ondanks alle regenkleding zijn we nat en koud tot op het bot. Heuvel op fietsen helpt. Daar wordt je weer een beetje warm van. De omgeving is prachtig, maar hebben we nauwelijks oog voor. Als ik mijn hoofd opricht, snijdt de wind mijn adem af en slaat de regen in het gezicht. Niet te doen dus. Dit is mijn grens. Hier houdt het op voor mij. Het bewustzijn beperkt zich tot mijn lichaam, de komende meters en mijn eigen gedachten. Meer in het ‘nu’ dan dit kan ik niet zijn. Er is maar één toekomst. Kendal. Koffie. Taxi.

De minuten worden kwartieren. En de kwartieren uren. Kilometers komen en gaan. Tegen twaalven kijken we neer op Kendal. Het is inmiddels droog. Het leed lijkt geleden.

In Kendal willen we eerst koffie hebben. Bij de Brew Brothers is het vol, maar er is nog een bankje vrij voor ons. Met een ‘echte’ koffie en een toffee-fudge-taartje worden weer mens. En we krijgen bij de koffie een ‘mint-cake’. De lokale lekkernij. Een soort borstplaat met munt smaak. Erg lekker. Het staat bij bergbeklimmers bekend om de energie die je ervan krijgt. Het lijkt te helpen.

Buiten dreigt het zonnig te worden. Zorgen verdampen. De taxi die eerst nog zo reëel leek, lijkt nu een surrealistisch idee. We zijn toch bikkels? Plannen worden bijgesteld. We stappen gewoon weer op de fiets naar Morecambe. En in de zon ziet het er weer prachtig uit. Dit is het landschap dat we kennen van James Herriot. Daar is trouwens een moderne versie van. James Rebanks heeft hier recentelijk een prachtig boek over geschreven. Het heet The Shepherd’s Life. Speelt in dit gebied en is prachtig om te lezen.

De kleding begint langzaam op te drogen. We krijgen weer oog voor de omgeving. Natland heeft een mooi kerkje en schijnt een ondergronds grottenstelsel te hebben. We geloven het wel. Nu willen we niet ondergronds. Bovengronds schijnt de zon.

Als we Milnthorpe naderen zien we St. Anthony’s tower boven op de heuvel. Voor de kerk maken we een broodje. Via het hertenpark en huize Dallam Tower (saai en zonder toren) verlaten we het dorp. We moeten daarbij door grote plassen.

Meer naar de kust toe wordt het landschap vlakker. Klimmetjes zijn goed te doen en we krijgen er lange afdalingen voor terug. In Slackhead komen we toevallig langs de crypte van Saint Lioba. Een plakker. Ze ligt hier al een kleine 1300 jaar.

Het laatste deel fietsen we langs het Lancaster kanaal. Lekker vlak en alleen wat last van de wind. Terugkijkend zien we waar we vandaag vandaan kwamen. Een prachtig gebied en elke kilometer waard. De komende dagen gaan we door de zuidelijke Yorkshire Dales terug. Zal ook wel weer genieten worden.

Vooruit kijkend, zien we de Ierse zee. Onze markering dat we halverwege zijn. Het was weer een dag om nooit te vergeten. Om op z’n Engels te zeggen; Every cloud has a silver lining.


kaart-5

profiel5

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 71,4 (totaal 395)
Aantal hoogtemeters: 1095

 

1 mei 2016: Van Ovington naar Tebay

 

 

Man, man, man… Wat een dag! Kijk maar eens naar die hoogtemeters. Laten we eerst even vaststellen dat Mevr. van der Veeke groots respect verdient. Vandaag gingen we diep. En dat doet ze toch maar even. Ik ken niet veel vrouwen die dit kunnen en willen. En zij doet het met een glimlach en zonder mopperen. Ik ben blij met haar.

Op zich begon de dag goed. Het sputtert als we vertrekken. Ik had die feeën en elven ook wat beter moeten instrueren. Niet één dag mooi weer, maar gewoon een hele week. Of een maand. Dan hadden we nu niet in de drizzel gefietst. Vandaag staat in het teken van Tan Hill. Daar moeten we overheen. Met zijn 528 meter niet een van de hoogste bergen, maar respectabel genoeg voor ons.

We komen eerst langs een mooie ’suspension bridge’. Als we erop staan en er rijdt een auto overheen dan golven we op en neer. In 1829 is de bouw gestart, maar tijdens deze  bouw al weggeslagen door een woeste stroom in de rivier. Uiteindelijk in 1931 geopend en lange tijd moest hier tol betaald worden. Zelfs het vee werd per eenheid belast. 

Daarna komen we in Barnard Castle. Het heeft zijn naam van het, nu vervallen, kasteel dat boven de rivier de Tee stond. Maar wij zijn eerst onder de indruk van huize Bowes. Een gigantische ‘hall’ wat bij de ingang van het dorp staat. Barnard Castle was overigens populair bij schrijvers. Walter Scott en Charles Dickens kwamen hier graag. De laatste deed hier inspiratie op voor Nicholas Nickelby.


Wij blijven hier niet te lang hangen en gaan de Yorkshire Dales in. Het begint gelijk met klimmen en dat houdt eigenlijk de hele dag niet op. Het vervelende is dat het allemaal nutteloze hoogtemeters zijn want je gaat steil omhoog en daarna weer steil naar beneden. Uiteindelijk win je steeds maar 10 meter. Inmiddels begint het steeds harder te regenen en ook meer te waaien. Omdat het geleidelijk harder regent heb ik geen regenbroek aangedaan. En op een gegeven moment ben je zo nat dat een regenbroek aan doen geen zin meer heeft.

Zo arriveren we in Bowes. Ook hier staan de restanten van een kasteel. We stoppen even voor de foto en gaan dan door naar de enige pub van het dorp, the Ancient Unicornn. We lusten wel wat koffie. Nu is het wel zo dat deze pub de thuisbasis is van een aantal geesten. Daarom is hij een tijdje dicht geweest. En nu weer open. We krijgen een plekje bij het vuur om even op te drogen en op te warmen. Heerlijk hier, met en zonder geesten.

Maar daarna moet het toch echt gebeuren. We moeten naar Tan Hill. Het landschap wordt leger en desolater. ‘Bleak and dreary’ zouden de Engelsen zeggen. Het is prachtig hier maar een deel van de route is weer off-road. Daarnaast hebben we een harde wind deels van opzij en deels tegen. Tot overmaat van ramp begint het ook steeds harder te regenen. Alsof er mensen langs de weg staan en emmers water tegen je aangooien. 


We tellen de kilometers af tot Tan Hill. Wat ons op de been houdt is de pub die bovenop staat. Elke kilometer mogen we even stoppen. Later wordt dit elke 500 meter. Dat lijkt niets maar over een kilometer doen we zomaar 6-10 minuten. En Tan Hill pub is voor ons het einde van de klim, het begin van de afdaling, een warme plek om op te drogen voor het vuur dat nooit uitgaat en we kijken uit naar een lekkere maaltijd.

Helaas is de werkelijkheid anders. Het is zondag en de pub zit bomvol. We kunnen nog net twee barkrukken bemachtigen. De koffie is niet te drinken en ze serveren alleen de ‘Sunday roast’. Niet helemaal onze smaak. Van ellende eten we maar een brownie. Je moet toch wat?

Vanaf nu is het afdalen. Denken we. Maar het klimmen gaat gewoon door. 50 meter dalen en 25 meter klimmen. Met een wind die gegroeid is tot stormkracht blijven we ternauwernood op de weg.

Maar goed, what goes up, must come down en zo komen we uiteindelijk in Winton. Het is inmiddels weer even droog en in de speeltuin maken we een boterham om de gemiste maaltijd te compenseren.

Kirkby Stephen is de volgende plaats die we aandoen. Het is vooral bekend van Faraday road. Iedereen denkt dat dit vernoemd is naar de wetenschapper, die ons een temperatuur schaal gaf, maar dat klopt niet. Het is zijn oom, een lokale middenstander, die voor de naam zorgde.

Op het kaartje zien we dat we een stukje kunnen afsnijden van de route waardoor het nog maar 15 kilometer is. Dit lijkt een uurtje fietsen maar wij doen daar bijna drie uur over. Het gaat gewoon weer omhoog en met windkracht 7-8 tegen en striemende regen ploeteren we voort over een Moor.


Nat, koud en moe komen we aan in Tebay. We slapen in B&B ‘the old school’. Ik had weer wat luxe verwacht maar het is meer een soort hostel. Met een gastheer zonder manieren. 

Na een warme douche lijkt alles anders. De pub in het dorp tapt een prima lokaal bier en ze serveren lekker eten. Terug in het hostel blijkt de gemeenschappelijke ruimte bezet door zes Belgische meiden. Best gezellig. En zo sluiten we de dag af die een grote uitdaging was maar uiteindelijk een prachtig ervaring oplevert.

kaart-4

profiel4

3Getallen van de dag
Aantal kilometers: 78,5 (totaal 322)
Aantal hoogtemeters: 1557