30 april 2016: Van Castleton naar Ovington

L

 

De feeën hebben de postbus geleegd. We worden wakker met een stralende zon. En zo zal het de hele dag blijven. Af en toe wel wat druppels en in de verte donkere wolken, maar wij fietsen bijna de hele dag in de zon. En zo komt het landschap er net even mooier uit te zien.

We beginnen met een stuk off-road. 

Het enige off-road deel van de dag, maar met de hellingen hier is het wel ploeteren. Over de eerste zeven kilometer doen we bijna een uur. En voor vandaag staan meer dan tachtig kilometers op het programma! Dat wordt nachtwerk.

Gelukkig vergis ik me. Bij Great Ayton komen we het Yorkshire  Moors National Park uit en worden dit soort klimmetjes ons bespaard.

Great Ayton is trouwens waar Captain Cook, de beroemde Engelse ontdekkingsreiziger, opgroeide en in het dorp staat een standbeeld van hem op 16 jarige leeftijd waarbij hij verlangend in de verte kijkt.

Wij kijken ook verlangend in de verte en gaan door een glooiend landschap westwaarts. Van de ene kant fietst dit wel gemakkelijk, maar van de andere kant is het minder spectaculair. We zijn er wel blij mee want het is de derde dag en de vermoeidheid begint te tellen.


De route leidt ons veel buiten de dorpen om over kleine landweggetjes. Er is nauwelijks verkeer maar omdat het zaterdag is, én mooi weer, heeft iedereen de racefiets of ATB gepakt en is op pad gegaan. Misschien ook vanwege de Tour de Yorkshire.

Deze tocht wordt gisteren, vandaag en morgen gereden. En dan zijn het flinke afstanden want morgen staat er bijna 200 kilometer op het programma. Onze route loopt deels samen met deze route. Overal hangen vlaggen, banners en  staan fietsen. Het is echt een gekte hier. In Hutton Rudby gaan we even de kerk in en wat staat er in de kerk? Een paar versierde fietsen, alsof de deelnemers hier even af gaan stappen om te bidden.

Wij laten ons niet van de wijs brengen en peddelen gewoon verder westwaarts. Het gaat niet hard door de vermoeidheid en de wind tegen. We maken dankbaar gebruik van de stops die we kunnen hebben.

In Appleton Wiske (zonder Suske) houden we pauze bij de kerk. Deze is uit de 12e eeuw en staat er dus al een tijdje. We zitten heerlijk in het zonnetje bij te komen. Haast jammer om weer weg te gaan.

In Hurworth-on-Tees heeft in 1665 de pest goed huis gehouden. 90% van de bevolking overleefde het niet. In de ‘village green’ zijn drie ‘dips’ ter nagedachtenis aan de 1500 mensen die overleden. Geen idee wat ‘dips’ zijn maar we zien alleen een groot groen grasveld.

In het aanpalende dorp Croft-on-Tees is een spa. Lijkt me heerlijk om het vermoeide lichaam daarin te laven. Maar dat zit er helaas niet in. Gisteren al een elektrische deken gehad en het moet niet gekker worden. In dit dorp heeft Lewis Caroll gewoond en de foto van het nichtje dat model stond voor Alice in Wonderland is hier gemaakt. In de kerk is de inspiratie voor de Cheshire kat te vinden

`Well! I’ve often seen a cat without a grin,’ thought Alice; `but a grin without a cat! It’s the most curious thing I ever saw in all my life!’ 

Helaas is deze kerk dicht, dus de kat gaat aan onze neus voorbij.

Daarna door naar Ovington, een typisch Engels dorpje. Er is hier niet heel veel accommodatie, daarom ben ik bij ‘The Four Alls’ uitgekomen om de afstand nog een beetje binnen de perken te houden. Het is een ‘family-run’ business. Man doet de pub, vrouw doet de keuken en oma de bediening. De fietsen mogen bij de biljarttafel staan en wij krijgen een prachtige kamer die luxe aan doet. Bijna net zo goed als in de spa. En met een lokaal brouwsel kunnen we helemaal weer bij komen. 

L

kaart-3

profiel3

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 84,1 (totaal 245)
Aantal hoogtemeters: 850

 

29 april 2016: Van Scarborough naar Castleton

 

 

We worden wakker met zon. Tijdens het ontbijt sneeuwt het licht en als we vertrekken regent het. We missen alleen nog de hagel, maar die krijgen we later vandaag nog. En met een straffe wind tegen erbij hebben we ‘four seasons in one day’. Daarvoor gaan we naar Engeland.

Voordat we vertrekken doen we ons tegoed aan een Engels ontbijt. Mevr. van der Veeke gaat volledig los en bestelt alles wat je kunt krijgen. En ze eet ook alles op. Ik doe het met wat minder maar beide hebben we tot een uur geen trek meer.


Via een parkje en een begraafplaats komen we op de route terug. Ook vandaag hebben we weer een fietspad over een oude spoorlijn. En ook vandaag is het weer een grote modderbende en steenslag met dat verschil dat we af en toe ook door de koeienvlaaien moeten rijden. Dat geeft een leuk effect in de afdaling als het eraf centrifugeert. Daarnaast komen we weer de Milleniumpalen tegen. Daar wordt ik altijd een beetje blij van.


Het spoorlijntje dat we vandaag volgen heet de ‘cindertrack‘ en die liep van Scarborough naar Whitby via Ravenscar en Robin Hood’s Bay. Het is een mooie route met allerlei verrassingen. Naast de modder, kuilen, steenslag en plassen hebben we ook uitzichten over de Noordzee en zowaar een echt ’Fairy house’. De elfjes hebben een bijzondere smaak, kan ik wel zeggen. En een hele grote brievenbus. Volgens mij veel te groot voor elfjes, maar je mag er een wens in doen en dan zorgen zij ervoor dat hij uitkomt. Ik twijfel behoorlijk tussen de wereldvrede en goed weer voor ons, maar wereldvrede lijkt me wat te hoog gegrepen voor hun. En na vandaag kan ik zeggen dat ze de brievenbus nog niet geleegd hebben.

Tot Ravenscar klimmen we geleidelijk omhoog naar 200 meter. Ravenscar zelf is een gat met een paar huizen boven op de klif. Het wordt ook wel ’The town that never was’ genoemd. In 1890 was er een investeringsmaatschappij die hier een luxe Victoriaans resort van wilde maken. De aangelegde spoorlijn moest hierbij gaan helpen. Er werd alvast een stratenplan aangelegd en zelfs een baksteenfabriek gebouwd. Maar het plan kwam nooit van de grond. De trein vanaf Robin Hood’s Bay had moeite met de steilheid. Vaak moesten er meerdere aanlopen genomen worden voor de trein omhoog kwam. Om het uitzicht te houden voor een gepland hotel werd er een tunnel gebouwd voor de lijn vanuit Scarborough. In de tunnel lekte het en daardoor werd de rails nat. Hierdoor slipte de trein ook vanuit deze kant bij het naar boven gaan. Wat ook niet meehielp was dat niemand wilde investeren in dit plan en in 1911 ging de Ravenscar Estate Company failliet.

Voor ons breekt de zon even door en met een mooi uitzicht op de Noordzee en Robin Hood’s Bay maken we een koffie. 

Dat was een goede keuze want het afdalen gaat tijdens hagel- en regenbuien. Het afdalen valt trouwens niet mee want door de slechte staat van de track moet je steeds in de remmen knijpen.

Hoe Robin Hood’s Bay aan zijn naam komt is onduidelijk. Zelf is de beste man hier nooit geweest. Het oude stadje ligt beneden aan zee, alleen via een steile helling te bereiken. In de stromende regen hebben wij hier geen zin in en laten het ‘maze of tiny streets’ even voor wat het is en gaan door naar Whitby.

Uiteindelijk doen we bijna 4 uur over de 35 kilometer naar Whitby. Het is het Volendam van Yorkshire. Nu met het slechte weer valt het wel mee, maar zomers kun je hier over de koppen lopen.

Wat veel mensen niet weten is dat Bram Stoker hier het verhaal van Dracula bedacht en geschreven heeft. Dus helemaal geen Transylvaanse landschappen, maar Yorkshire Dales stonden model voor het verhaal.

Wij hebben wel trek in nog een bakje koffie en in de haven vinden we een café die aan onze behoefte kan voldoen. Ze hebben ook prima fish and chips en als je in Engeland bent én aan de kust, dan ontkom je hier niet aan. Het bakje met groen is snert. Een bijzondere combinatie…

Hierna gaan we over op de Whitby to Walney route die, over de Yorkshire Moors, van de Noordzee naar de Ierse zee loopt. Volgens de beschrijving grotendeels asfalt en aan het hoogteprofiel te zien een fluitje van een cent. Kijk maar naar de profielen. De bovenste is toch veel steiler dan de onderste? 

Zelden heb ik me meer vergist dan nu. Het venijn zit hem in de schaal. Al na een paar kilometer komen we erachter dat we tot nu toe een makkie hebben gehad. Op asfalt komen we in de laagste versnelling ternauwernood boven en als we weer op een modderpad komen is het helemaal dramatisch. Het achterwiel slipt hier gewoon door en als je wat te ver naar achteren gaat zitten begint de fiets door de steilheid te steigeren. Er zit niets anders op dan te gaan lopen. Gelukkig is het maar een klein stukje off-road.

Het is maar 30 kilometer naar Castleton maar door het vele steile klimmen doen we hier toch nog 3 uur over. Op regelmatige tijden trekt er een hagelbui over maar de uitzichten maken werkelijk alles goed. Wat is het hier ontzettend mooi. Zelfs met slecht weer. Een desolaat landschap met heide en groen. Overal zie je steile hellingen en de zon maakt van de wegen zilveren linten in het landschap.

In Egton willen we graag iemand aanspreken. Omdat het zo afgelegen lag heeft het een heel bijzonder dialect ontwikkeld. Helaas is het ook weer een gat en niemand op straat. We zullen het nooit weten.

Wij bikkelen en klimmen door naar Danby. Naast het kasteel is het ook bekend vanwege zijn rij van bakens die aangestoken zou worden als de Franse invasie begon. We hebben het dan over het jaar 1600. De Fransen zijn nooit gekomen maar de bakens zijn een kenmerk waar, met name, wandelaars zich op richten. In 2008 waren ze zo vervallen dat er een nieuwe is gekomen.

Wij hebben het inmiddels al aardig gehad ondanks de korte afstand van 67 kilometer. Het voelt veel zwaarder aan dan de 94 van gisteren. In Castleton heb ik, via Airbnb, een huisje geregeld. Het moet het kleinste huisje zijn van Castleton. De woonkamer is net iets groter dan onze tent. In de slaapkamer past het bed nog maar net. En de badkamer heeft geen douche omdat het plafond daar te laag voor was. Maar we zijn koud en nat en met alles tevreden. En als dan blijkt dat het bed een elektrische deken heeft, kan het voor ons niet meer stuk.

kaart-2

profiel2

61Getallen van de dag
Aantal kilometers: 66,8 (totaal 159)
Aantal hoogtemeters: 990

 

28 april 2016: Van Hull naar Scarborough

 

 

De thermometer zakt langzaam naar beneden. Bij 1graad blijft hij steken. We blazen niet voor niets wolkjes met onze adem. We zijn als eerste van boord en wachten tot we door de douane mogen. Nadat geconstateerd is dat we geen vluchtelingen in de fietstas hebben, mogen we door. Welkom in Engeland.

Het eerste stukje is even worstelen door de ochtendspits van Hull, maar al vrij snel komen we op een vrijliggend fietspad. Het blijkt de Trans Pennine Trail te zijn. Deze is aangelegd over het voormalige spoorlijntje dat tussen Hull en Hornsea liep. Een groot voordeel is dat het autovrij is. Een klein nadeel is wel dat het, door de overvloedige regenval van gisteren, een modderig ATB pad is geworden. Op dit moment schijnt de zon en het begint wat op te warmen. Niets te klagen dus.


Of het moeten de hekjes op de fietspaden zijn. Ze zijn panisch dat er niet-fietsers of -wandelaars op komen, dus er is een samenscholing van hekjes. Wij moeten eigenlijk door het middelste poortje, maar daar past echt geen stuur tussendoor. We nemen daarom de poortjes van de wandelaars aan de linkerkant. Als we geluk hebben is de paal links weg en kunnen we er gemakkelijker langs. De Britten hebben af en toe vreemde trekjes.


Langs de route liggen tientallen caches. Die doen we niet allemaal. We pikken er af en toe een tussenuit en soms zijn dat wel erg mooi gemaakte. Bij deze bleek de log ‘op zolder’ te liggen.


Zo komen we in Hornsea. Dit is het begin van de Trans Pennine Trail. Deze loopt van de Noordzee naar de Ierse zee. Wat wij eigenlijk ook doen, maar dan via een andere route. Het begin van deze trail wordt aangegeven door een prachtige markering. Met uitzicht hierop én op de Noordzee maken we een koffie.

In Hornsea gaan we op zoek naar ‘Bettisons Folly‘. Meneer Bettison was een krantenmagnaat die werkte in Hull en hier in de buurt zijn residentie had. Als hij thuis kwam moest het eten meteen op tafel staan. En warm. Daarom liet hij deze toren bouwen inclusief uitschuifbare vlaggenmast. Als hij eraan kwam werd de paal uitgeschoven, de vlag gehesen en de kok wist dan dat hij rap aan het werk moest. Het is de enige, nog werkende ‘retractable flagpole’ in heel Engeland.


Hierna zitten we meer op ‘gewone’ wegen. Meestal rustig maar als er auto’s zijn, dan gaan ze netjes om ons heen als er ruimte is. Fietsend tussen de koolzaadvelden komen we in Bewholme. Hier hebben ze twee toeristische trekpleisters. Een kerk uit 1900 en een voetbalveld. Beide komen we langs. En bij beide zien we geen reden om af te stappen.


Skipsea heeft wat meer te bieden. In 1066 kreeg Drogo de la Beauvriére van Willem de Veroveraar hier een gebied. Daar bouwde hij een kasteel op. Gedurende 130 jaar had hij (en zijn nazaten) een aardig inkomen door tolheffing en pacht. Dat duurde tot 1221. Toen werd het kasteel volledig gesloopt door count Willian de Forz. Dat deed hij goed want we zien er zelfs geen restanten meer van. Alleen de contouren zijn nog zichtbaar in het landschap.

De rout leidt ons nog even langs de kust. Ik zie wel dat er er een bordje van doodlopende weg staat, maar dat geldt natuurlijk niet voor ons fietsers. Desnoods gaan we er lopend langs. Maar hier moeten we toch onze meerdere erkennen in de Noordzee die min of meer de hele weg heeft weg geslagen. En als de weg weg is, dan kun je alleen maar terug.


Burton Agnes is voornamelijk bekend van het jaarlijkse vogelverschrikker festival. Wie kent het niet? Wij zien geen enkele vogelverschrikker en moeten het doen met een ‘Norman Manor House’. Het is een prachtig huis, maar we zien het alleen van afstand.

Het terrein begint wat meer geaccidenteerd te worden. Een enkele zweetdruppel begint zich te manifesteren. Het voordeel hier van is dat we er fraaie uitzichten voor terug krijgen.

Onze volgende stop is Rudston. Een oud plaatsje in ‘The Great Wold Valley’. Het was al bekend in het Doomsday boek van 1086 en de naam kan herleid worden tot een Noorse naam ‘steen in de wei’. Waarschijnlijk dat de Noormannen hier regelmatig op bezoek kwamen. 

Wij komen ook op bezoek. Niet om te plunderen en te verkrachten maar voor de Rudston Monolith. Een steen van 7,6 meter hoog, de grootste van Engeland. Hier gebracht door de ijstijd en lang geleden rechtop gezet. Eigenlijk een soort menhir, maar ik zo Obeliks hier nog niet mee lopen.

Het is hier sowieso een archeologisch brandpunt want Rudston ligt tussen vier Neolithische ‘cursus’. Dit zijn prehistorische kalk heuvels die ongeveer 3000 jaar voor Christus zijn aangelegd. Prachtig hier.

Humanby laten we links liggen ondanks dat het een telecommunicatie verbinding heeft met de Marne in Noord-Groningen. We zijn moe, het begint meer te regenen en we willen door naar ons adres in Scarborough. We naderen het langs de kust en dat geeft ons een mooi zicht op het plaatsje. Alhoewel, het is meer een stad nu. Ik ken de naam alleen uit het liedje van Simon en Garfunkel en stelde me een klein marktplaatsje voor waar ze allerhande kruiden verkopen. Niets is minder waar. Gewoon een grote stad. In een straat gedomineerd door B&B’s zoeken we the Almar op. Door omstandigheden hebben we helaas een grotere kamer gekregen. Zijn we niet rouwig om. Na een warme douche ziet alles er beter uit. Nu nog wat eten en we zijn weer helemaal bij.

kaart-1

profiel1

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 94 (totaal 94)
Aantal hoogtemeters: 585