Donderdag 6 augustus: Van Oostvoorne naar Baflo

We worden in blijde verwachting wakker. Een beetje zoals met Sinterklaas of met je verjaardag. Het is heerlijk om onderweg te zijn, maar het is ook heel fijn om weer naar huis te gaan. Vandaag fietsen we naar station Den Haag Centraal. Daar nemen we de trein naar Groningen. En van Groningen naar Baflo fietsen we weer. We willen toch graag op de fiets thuis komen.

We hebben eerst nog een stukje door de Voornse Duinen. Ik kan het alleen maar beamen, het is best wel mooi hier.

Daarna komen we in een schemerzone. We hebben afgelopen weken allerlei landschappen gehad. Duin, zee, boulevard, ‘berg’-achtig, moeras, heidevelden en de kale toppen van Engeland. Maar nog geen industrie landschap. Dat gemis gaan we nu inhalen. Twee werelden staat op de bordjes. Je zit nog in een natuurgebied, maar je hebt zicht op de industrie van de Maasvlakte. Een beetje dubbel om in een vogel-spot-hutje te kijken naar een plas met op de achtergrond rokende pijpen, hijskranen en industrie.

De Maasvlakte ligt er al een jaar of vijftig (!) en is gemaakt door een ondiep stukje Noordzee te omdijken en vol te spuiten met zand. Het hoort bij de haven van Rotterdam en, omdat het eigenlijk in zee ligt, goed te bereiken voor grote schepen. Er wordt overigens gewerkt aan een tweede Maasvlakte, nog verder in zee. Wij nemen hier de snelboot naar Hoek van Holland. We hebben geluk. Hij vaart maar een keer per uur (xx:28) en we hoeven niet lang te wachten.

Om ons heen is het een en al industrie. Ik wordt zelf weer even met mijn werk geconfronteerd. We varen langs de LNG opslag waar ik, voor Gasunie, een stuk software voor ontworpen heb dat de administratieve afhandeling van het gas aan het netwerk afhandelt. Grote tankers met LNG uit het midden-oosten komen hier aan. Het vloeibare gas wordt in de tanks opgeslagen en verdampt als het nodig is. Door de natuurlijke verdamping en het feit dat het van verschillende eigenaren is, is het een administratieve uitdaging dit allemaal bij te houden. Leuk om het eens in het echt te zien.

Van Hoek van Holland langs de kust omhoog hebben we vaker gefietst. Het is een mooi stuk door een duinlandschap. Fijn om het zo af te kunnen sluiten. We hebben tenslotte bijna vier weken langs zee gefietst.

Bij Den Haag nemen we voorlopig afscheid van de zee en van de LF1. De LF4a brengt ons tot voor het centraal station in Den Haag. We nemen de rechtstreekse trein naar Groningen. De vertraging is slechts een half uur en om kwart voor vier komen we in Groningen aan.

We kiezen voor de bekende route over Oostum en Garnwerd. En precies vier weken nadat we vertrokken zijn komen we weer thuis. Het is mooi geweest zo.

Dit was voorlopig de laatste blog. Iedereen bedankt voor het lezen en de reacties. Met name Willem. Leuk dat je altijd een (korte) reactie stuurt. En tot een volgende reis.

Met vriendelijke groet,

Meneer en mevrouw van der Veeke.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,9 (totaal 1674)
Afstand tot Baflo: 0 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 133

kaart-28-1

kaart-28-2

Woensdag 5 juli: Van Vrouwenpolder naar Oostvoorne

Vanuit Walcheren tikken we even Noord-Beveland aan voordat we over de Oosterschelde gaan. We zijn er nu al een paar keer geweest maar de Oosterscheldekering blijft een imposant bouwwerk en een staaltje menselijk vernuft. ‘Hier gaan over het tij, de wind, de maan en wij’, staat er op het plakkaat en in wezen is het zo. Het is een van de maatregelen die de Deltacommissie bedacht na de watersnoodramp van 1953. De totale stormvloedkering heeft 2,5 miljard euro gekost maar heeft de kans dat er een overstroming plaats vindt, teruggebracht naar eens in de 4000 jaar. Hij is drie kilometer lang en bij storm en/of springtij worden de stalen deuren gesloten. Hetzij door mensen, hetzij automatisch. Dat is in totaal nu 23 keer gebeurd. De deuren worden met hydraulische cilinders geopend en gesloten. Aan de hoogte van de cilinder op de schuif kun je zien hoe diep het is. En door gebruik te maken van schuiven in plaats van een dam blijft de getijdenwerking aanwezig. Prachtig om overheen te fietsen.

We laten Neeltje-Jans links liggen en gaan door naar Schouwen-Duiveland. De route gaat door het natuurgebied de Kop van Schouwen met het grootste bos van Zeeland. Het doet ons denken aan Schiermonnikoog waar je ook met slingerende fietspaden door de duinen gaat. Omdat het nog vroeg is, hebben we de wegen nog voor ons alleen. Een mooi landschap en zó anders dan de rest van Nederland.

Zo slingeren we ons over dit deel van Zeeland. Ik had het niet voor mogelijk gehouden, maar ook in Nederland zijn hellingen van 25%. Gelukkig gaan wij dit keer naar beneden. Toch heeft de route zo zijn uitdagingen. Door acties van paarden zijn wegen volledig geblokkeerd. Ze eisen een betere CAO en betere prijzen voor hun vlees. We geven ze groot gelijk en mogen door. Met koffie, Zeeuwse appeltaart en uitzicht op zee vieren we dit.

Bij Renesse is de goegemeente ook wakker geworden en gaat in drommen naar het strand. Allen voorzien van de verplichte artikelen. Schep, koelbox, body-board en zonnebrand. Man, man, wat een volk.

Wij steken de Brouwersdam over om op Goeree-Overflakkee te komen. Dit was het zevende bouwwerk van de Deltawerken. Halverwege ligt Porte Zélande, een vakantiepark waar we ooit met de kinderen hebben gezeten. Tussen de Brouwersdam en de, oostelijker gelegen, Grevlingendam ligt het Grevelingenmeer, een mekka voor watersporters. Het ziet dan ook wit van de zeiltjes.

Ook op Goeree-Overflakkee blijven we de kustlijn volgen. Zo komen we mooi langs de vuurtoren van Ouddorp en langs de schurvelingen. Dit zijn met gras begroeide zandwallen van een meter of twee hoog die de weilanden afbakenen. In de middeleeuwen werden de weilanden afgegraven om bij de vruchtbare klei te komen. Wat er af kwam werd op hopen gegooid en dat werden schurvelingen.

Goedereede zien we al vanuit de verte door zijn massieve toren. De route gaat door dit gezellig dorpje heen met monumentale pandjes.

Als laatste steken we het Haringvliet over met de dam. Dat brengt ons eigenlijk in Zuid-Holland en daarmee verlaten we het vakantiepark dat Zeeland is geworden. Ze zeggen dat de Voornse Duinen de mooiste zijn van Nederland vanwege hun variatie. We zien inderdaad duinen, bos, moeras en duinmeertjes. Via Rockanje komen we in Oostvoorne. De camping is eigenlijk vol, maar we kunnen een niet gebruikte vaste plaats delen met een paar andere fietsers.

Omdat het de laatste avond is, gaan we uit eten. Een paar honderd meter terug staat de Meidoorn Op het terras zitten we in de avondzon. Ze hebben een lekker biertje en wijntje en de kok weet het eten lekker op te warmen. Een mooie afsluiting van een prachtige dag.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 79,2 (totaal 1601)
Afstand tot Baflo: 231 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 255

kaart-27

Dinsdag 4 augustus: Van Brugge naar Vrouwenpolder

Dat mooie weer kon natuurlijk niet blijven. Vannacht werden we afgestraft met een verschrikkelijk onweer. We lagen te schudden in bed van de donderslagen en door de opspattende modder ziet de tent er niet uit. Lichtpuntje is dat het ’s ochtends wel droog is en in de loop van de dag klaart het weer op.

We vinden het een fijne camping bij Brugge. Moderne faciliteiten waaronder internet en opladen. En op loopafstand van de stad (maar wij gingen wel op de fiets). Het enige nadeel is het kleine plekje en het feit dat je zo dicht op elkaar zit. Dat gebrek aan privacy doet wat met de omgang. Die wordt volgens mij wat afstandelijker. Toch zou ik hier zo weer heen gaan als ik naar Brugge wil.

Onder grijze luchten verlaten we de stad en volgen de Damse vaart. Napoleon is ooit begonnen met deze uit te graven. Niet zelf natuurlijk, hij gaf de opdracht. Met weinig wind en de hoge bomen langs het kanaal geeft het een mooi uitzicht.

Na Damme en Hoeke komen we bij Sluis weer ongemerkt Nederland in. Worden de grenzen niet meer aangegeven? Worden de borden gestolen of zo? Nu moet ik aan mijn telefoon zien dat we weer in Nederland zijn. Maar los daarvan voelt het goed om weer ‘thuis’ te zijn.  In Sluis gaan we op zoek naar een bakker en verbazen ons over de hoeveelheid winkels die dit dorp heeft. En maar één bakker.

In Retranchement wanen we ons nog even in Frankrijk. Wat wil je anders met zo’n naam? Het is een vestingdorp. Ooit waren hier twee forten. Nu allemaal weg. Wat er nog wel staat is de Retranchementse molen van het type standaard. En de standaard slaat dan op de voet waarop hij kan draaien.

Nu fietsen we al dagen de Noordzee route, maar de zee hebben we nog nauwelijks gezien. Bij Cadzand gebeurt dat eindelijk en we kunnen zelfs stukken langs het strand fietsen. Vuurtorens zijn altijd plus één voor mij en het strand, de vuurtoren van Nieuwsluis en Mevr. vd Veeke in één foto maakt het plaatje compleet.

Bij Breskens verlaten we Zeeuws-Vlaanderen om over te steken naar Walcheren. Het is het enige dagelijks varende veer over de Westerschelde. Toen de tunnel klaar was, zijn de anderen opgedoekt. Onder andere Kruiningen-Perkpolder. Dat was voor mij een bekende kreet van de radio omdat ze altijd omriepen wanneer hij niet voer.

Het veer is anders dan ik verwacht. Ik had gedacht met een soort pont over te steken, maar het lijkt meer op de veerboot naar een van de Waddeneilanden. Je moet eerst binnen een kaartje kopen (€4 enkele reis met fiets) tussen gestreste mensen en voordringende bejaarden. Het veer vaart twee keer per uur en er is voldoende ruimte voor de fietsen. Binnen zijn comfortabele stoelen en in 20 minuten ben je over.

In Vlissingen is het gezellig. Er is kermis en volgens oude traditie wordt er ringsteken gedaan. Volgens mij zijn het profi’s want er wordt geen ring gemist. Toch leuk om te zien. We brengen nog even een groet aan het beeld van Michiel de Ruyter die hier geboren is.

Walcheren ronden we aan de westkant. De wind is inmiddels behoorlijk opgestoken en de eerste helft hebben we hem flink tegen. We beginnen vlak langs de kust en met zo’n harde woei is het best bikkelen. Gelukkig lopen delen van de route door het bos. Dat fietst iets gemakkelijker.

Was het vanmorgen nog hartstikke rustig aan de kust, nu lijkt het of iedereen uitgelopen is. En wat ze in 40-45 niet lukte, lukt nu wel. Je waant je haast in Duitsland, zoveel Duitsers zijn er in Zeeland. Het is het enige wat je om je heen hoort. Vooral Zoutelande is in trek. Het heeft stranden die op het zuiden zijn georiënteerd. Het wordt wel de Zeeuwse Rivièra genoemd en daarom wil iedereen hier heen.

Bij Westkapelle komt ons keerpunt met de wind. Vanaf hier fietsen we naar het noord-oosten en hebben we hem fors in de rug. Door mooi asfalt halen we, voor ons, onrealistische snelheden van boven de 35 km/uur. De vuurtoren van Westkapelle is bijzonder. In de 19e eeuw is hij op de kerktoren geplaatst en daarna is de kerk afgebrand. Nu is het dus een kerktoren met een lamp erop. Iets verderop staat nog een prachtige rood-witte vuurtoren. Het is een feest voor de ogen hier.

In Domburg is het helemaal een gekkenhuis. We zijn het niet meer gewend om zoveel volk op de been te zien. We slalommen om de mensen heen naar de super. Voor het avondeten halen we ingrediënten voor een chili. Daarna gaan we door naar Vrouwenpolder. Het stikt hier van de grote campings, dus ik heb de voorkeur voor een mini-camping. Bij de Schorre lijkt het eerst vol, want er worden mensen weggestuurd. Maar voor twee fietsers is er nog plaats op het tentenveldje. De campingbazin vertelt dat dit met de vergunning te maken heeft. Ze heeft vergunning voor 25 maar plaats voor meer. Daarom stuurt ze soms mensen weg terwijl er plekken leeg staan. Maar voor het tentenveldje én het feit dat we maar een nacht blijven kan ze uitzonderingen maken. We zijn er blij mee. Het is heerlijk om weer op een Nederlandse camping te staan, waar je de haringen gewoon in de grond drukt.

In de avondzon koken we ons potje. We hoeven niet meer te wassen. Overmorgen hopen we thuis te komen en dan mag alles vies zijn. De wind schudt aan de tent maar wij liggen weer lekker warm en rustig vannacht.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 77,6 (totaal 1522)
Afstand tot Baflo: 279 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 228

kaart-26a

 

Maandag 3 augustus: Brugge

Onze vakantie viel vandaag. Rustig opstaan, ontbijten, kopje koffie en naar Brugge. Weinig tekst, veel plaatjes. Het is een prachtige stad, meer hoef ik er niet over kwijt. Oordeel zelf.

We beginnen bij de VVV, waar ze je als een vorst(in) behandelen.

Uitzicht vanaf de Rozenhoedkade, de meest gefotografeerde plek in Brugge.

Als je iets wilt kopen in Brugge, dan is dat chocolade, kant of Belgisch bier.

In de Onze-lieve-vrouwen kerk.

Begijnhof, waar de weduwen in boomhutten wonen.

We konden de spiegel niet overslaan.

Burg.

De karakteristieke huisjes van Brugge.

Basiliek van het heilige bloed.

Het heilige bloed was vandaag ten toon gesteld. We hebben het gezien. Je mocht geen foto maken, maar het ziet eruit als op de onderste foto; een tampon met bloed (dat van Jezus zou moeten zijn, zie deze link).

Zondag 2 augustus: Van Nieuwpoort naar Brugge

Het is een frisse, heldere nacht. Dat betekent meestal dat het ’s ochtends regent aan de binnenkant van de buitentent. Maar we staan in de zon en het lukt om alles niet al te nat mee te krijgen. We hebben vandaag een korte dag. Het is maar een kilometer of veertig naar Brugge en daar blijven we een extra dag.

We fietsen een eindje van de kust af. Aan de kust is het een eindeloze rij van flats. Vanuit de verte is dit goed te zien. Iedereen wil blijkbaar aan de kust wonen. En iedereen die een racefiets heeft in België is op pad vanochtend. Er zwermen hele kuddes, voornamelijk, mannen in gelijke kledij over de fietspaden en wegen. Tegen de middag houdt dit pas een beetje op.

We komen eerst in Leffinge. Heel vroeger werd hier zout gewonnen. Tegenwoordig is het bekend van de kathedraal van het Noorden. Een enorme kerk met dertien torentjes. Waarom dertien? Omdat de toenmalige bisschop in 1813 in dit dorp was geboren. Wij zijn op zoek naar een winkel voor wat lekkers. We zien een traiteur-slager. Volgens de dame in de winkel is er geen bakker in het dorp. We kopen dus maar een broodje krabsalade bij haar. Als we het dorp uit fietsen komen we langs de bakker. Hij is open.

In Oudenburg gaan we op zoek naar de abdij die gesticht was door Arnoldus. Hij is de beschermheilige van de bierbrouwers en hij kon water in bier veranderen. Een handige eigenschap lijkt me. Er is nu geen abdij meer maar wel een abdijhoeve. En die is natuurlijk dicht op zondag.

Vandaag is het kanaaldag. We fietsen vrijwel de hele dag langs het kanaal. Eerst het kanaal Nieuwpoort-Plassendale. Bij Zandvoorde gaan we over op het kanaal Gent-Brugge. Dit is lekker vlak en met mooi asfalt. We halen hier een dubbele snelheid ten opzichte van Bretagne en Engeland. Maar het is ook een beetje saai op den duur. Gelukkig zijn er soms wegafzettingen om ons af te leiden.

We komen bij de blinde ezelspoort Brugge binnen. De naam refereert aan een dubieus biermerk. Waarschijnlijk zat er verkeerde alcohol in (waar je blind van wordt) dus je bent een ezel als je drinkt. Een stelletje vraagt of we een foto van hun kunnen nemen en doen ons de wederdienst.

We rijden door het centrum van Brugge. Op de markt hebben ze een spiegelhuisje neergezet waarin je mooie selfies kan maken met de gebouwen van Brugge erbij. Omdat we selfies-stick-loos zijn, doen we dat natuurlijk.

Brugge heeft één camping. Of eigenlijk campinkje. Op het tentenveldje krijgen we een mini plaatsje (het zijn allemaal miniplaatsjes). We hebben geen grote tent, maar hij past er net op. Gedurende de middag en avond vult het veldje zich tot de nok. Best gezellig met fietsers, wandelaars en andere toeristen. Wij gaan nog even in de stad eten want de winkels zijn dicht en we hebben geen boodschappen kunnen doen. Morgen gaan we Brugge wat beter bekijken.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 48,6 (totaal 1444)
Afstand tot Baflo: 327 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 32

kaart-24

Zaterdag 1 augustus: Van Esquelbecq naar Nieuwpoort

Met wat weemoed verlaten we de camping. Het is wel een erg mooi plekje hier, waar we ons erg thuis voelden. Maar goed, er is geen ontkomen aan. We moeten verder.

Vandaag fietsen we grotendeels langs de IJzer. In Esquelbecq is het nog een stroompje waar je zo naar de overkant kunt springen. Maar gedurende de dag zal het groeien tot een behoorlijke rivier.

Wormhout is het eerste dorp dat we tegenkomen. Bekend van de oudste windmolen van Vlaanderen én van de wenende Maria. Dat dit in 1406 gebeurde en dat ze daar nu nog steeds roem van willen trekken, is een beetje sneu. We gaan toch even kijken bij de St. Maartens kerk. Het is wederom een optocht van Maria’s in de kerk. We zien nergens tranen meer, maar een staat meer in de schijnwerpers dan de anderen. Dat zal de huilebalk dan wel zijn en in 600 jaar zijn de tranen wel weg.

Wat ik veel merkwaardiger vind is dat er ook een engel met een nijptang staat. Wat!? Ja, een nijptang. Nu weet ik dat Jezus met spijkers aan het kruis hing, maar dat ze toen ook al nijptangen hadden is toch wat schokkend. Was dit een timmer-engel? Of een tandarts-engel en trok hij er tanden mee? Een raadsel wat me de rest van de dag bezig houdt.

In Bambecque willen we ook even in de kerk kijken. Volgens de gids heeft het een mooi interieur. Maar de kerk zit op slot. Ik blijf dat gek vinden, een kerk die op slot zit. Stel dat je met hoge nood moet bidden? Ik dacht dat het huis van God altijd open stond. Maar niet in Noord-Frankrijk waar ook de Maria’s als criminelen achter tralies opgesloten worden.

Iets verderop vindt er een blijde gebeurtenis plaats. Het tellertje van Mevr. vd Veeke gaat voor de tweede keer door de 10.000 km grens. Dit vinden we een feit dat we feestelijk met gebak moeten vieren. En dat doen we samen met de Maria-smurf. Ze wil geen gebakje, maar gezellig dat ze erbij was.

Tijdens de feestelijkheden hebben we natuurlijk een prachtig uitzicht.

In Oost-Capel gaan we op zoek naar de grenspalen uit 1819. Deze zouden voor de kerk moeten staan maar we kunnen ze niet vinden. Het blijkt dat we bij het verkeerde dorp zijn. Een ontzettend aardige bejaarde mevrouw vertelt ons dat we in Roesbrugge zijn. We zijn dus ongemerkt (zelfs met de gps heb ik het niet doorgehad) in België gekomen. Vandaar dat we de mensen ineens kunnen verstaan en de borden weer leesbaar zijn. Het illustreert ook hoe slecht het routeboekje (Bas van der Post) is. De kaartjes zijn niet te volgen, de teksten noemen plaatsen die niet op de kaart staan en de foto’s zijn soms tenenkrommend. Zonder gps was ik allang de weg kwijt geweest en nu dus een hele grens.

Bij Fintele maken we koffie. Het is bekend van de overtoom. Hier werden schepen over land getrokken van de rivier de IJzer naar de Loovaart. Later is hier een sluis voor gebouwd. Dat ze van het echte handwerk hielden bewijst ook de hooipiete. Dit was een brug waarvan de planken afgebroken moesten worden als er een schip langs kwam. Hij ligt nu als een stapel hout langs de kant.

Bij de Knokkebrug gaan we weer over de IJzer. Hier stond vroeger fort Knokke die in de 16e eeuw moest voorkomen dat de Spanjaarden het land binnenvielen. Het heeft jaren geduurd voor Sinterklaas het land weer in kon.

Diksmuide zien we al van verre door zijn grote IJzertoren. Het is een monument tegen de oorlog. Op vier kanten staat in vier talen Nooit meer oorlog. Maar daarnaast is het ook een symbool van de verzelfstandiging van Vlaanderen. Op de toren staat in grote letters AVV/VVK wat staat voor Alles Voor Vlaanderen / Vlaanderen Voor Kristus. De toren is trouwens een nieuwe versie die na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd nadat de eerste opgeblazen was. De ruïne van de oude wordt als monument bewaard en in de restanten is een crypte waarin de stoffelijke resten van enkele bekende soldaten is opgeborgen. Naast al dit oorlogsgeweld is Diksmuide een stadje met een mooi herbouwde grote markt. Het heeft als bijnaam boterstad vanwege de boter en de kaas die er geproduceerd wordt.

We gaan niet snel een museum in maar bij de Dodengang kijken we toch even. De meneer van het museum spreekt ons streng toe als we een kaartje voor vier euro kopen. We moeten hier minstens een uur besteden. In de eerste wereldoorlog is hier een loopgravenoorlog geweest die volledig escaleerde. Achteraf vraag je je af waar men mee bezig was, maar toen was het net als de kikker in heet water. Als je maar langzaam opwarmt, komt het niet in de kikker op om eruit te springen.

Op slechts een paar vierkante kilometer werd een gruwelijke strijd onder erbarmelijk omstandigheden uitgevochten. De expositie laat het in verhalen, foto’s en films zien. Daarnaast zijn de werkelijke loopgraven hier nagebouwd. Wij zouden niet overleven hier. Door onze lengte steken we boven de loopgraven uit en zou binnen de kortste keren het hoofd eraf geschoten worden.

Over het voormalige spoortraject Nieuwpoort-Diksmuide steken we een stukje af. We gaan niet naar Veurne maar rechtstreeks naar Nieuwpoort. Hiermee korten we de kilometers van vandaag in van over de 100 naar iets van zeventig. Lang genoeg vinden we.

Nieuwpoort is natuurlijk bekend van de slag bij Nieuwpoort. Grappig detail is dat Maurits in 1600 op weg was naar de piraten die de kust onveilig maakten en en-passant op het Spaanse leger stuitte. En toen die maar even versloeg. Een keerpunt in de geschiedenis. Er is veel gevochten om de plekken hier door Engelsen, Fransen, Duitsers, Nederlanders én Oostenrijkers. Het stadje zelf is niet groot, maar wel mooi. Op weg naar de camping gaan we even over de grote Markt met zijn prachtige gebouwen.

De camping ligt iets buiten de stad en is een bezienswaardigheid op zich. Niet eerder stonden we op zo’n reusachtige camping. Er zijn hier meer mensen dan in Baflo wonen. De dame bij de receptie kijkt wat twijfelend want de meer dan 1000 (!) plekken zitten eigenlijk vol. Ze heeft nog een plekje op een tentenveldje. We krijgen plek 1055A (dus B en C kunnen ook nog komen). Met €14 is hij niet duur en de faciliteiten zijn goed. Op het tentenveldje staan meer fietsers en het is er best knus. Je hebt niet het idee dat je op een grote camping staat.

We koken er een potje van tortellinie met pesto/kip saus en een selderijsalade. Ons plekje is in de onder- en opgaande zon, dus helemaal goed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 70,8 (totaal 1395)
Afstand tot Baflo: 356 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 107

kaart-23

Ik ga op fietsvakantie en neem mee…

We hebben een rustdag en aangezien ik niet stil kan zitten, heb ik maar eens gefotografeerd wat er allemaal in mijn tassen zit. Mensen vragen zich wel eens af wat je allemaal mee kunt nemen op de fiets. Nou dit dus. Overigens is dit mijn keuze. Er zijn mensen die met véél minder weg gaan. Maar er zijn ook mensen die twee keer zo veel mee hebben.

Om te beginnen met de stuurtas. De schouderriem, een notitieblokje voor de aantekeningen onderweg, twee pennen en een textmarker, reservebatterijen voor de gps (zit op mijn stuur, niet op de foto), portemonnee, paspoort, iPod en oortjes, telefoon, handenwasspul, spork voor noodgevallen, druivensuikers voor plotselinge flauwtes, de temperatuursensor van de gps en het fototoestel. Deze laatste staat er natuurlijk niet op want anders kan ik geen foto maken 🙂

De ene voortas bevat de keuken. Hierin zitten twee bordjes (die gebruiken we niet zo vaak maar voor een boterham soms wel handig).Twee vouwbakjes. Daar eten we bijna alles uit; salades en warm eten. Een opvouwbare wasteil omdat er op sommige campings geen afwasbakken zijn en om het bier koud te kunnen zetten. De keukentas (inhoud hierna), een windschermpje om ook te kunnen koken bij wind. Een aquaskin, dat is een opvouwbare ‘fles’. Deze leek heel handig voor als we een keer wijn of zo over hebben, maar we hebben hem nog nooit gebruikt. De dingen rechts vormen samen de jetboil. Dat is een gastank, een stabilisatiepootje voor de tank, de brander, een opzetstuk voor de pan en de beker. De beker gebruiken we alleen om water te koken en hiermee heb ik kokend water voor twee personen binnen twee minuten. Niet op de foto staat de halve theedoek die ik ook mee heb. Die hing net te drogen aan de waslijn.

De inhoud van de keukentas is: theezakjes, twee koffie/soep bekers (groen) en twee thee/wijn bekers (geel). Potje met boullion, flessenopener, theelepel, aansteker. Twee sporken, twee yoghurtlepels, blikopener. Potje oploskoffie, potje koffiemelk, pollepel, mes, peper-en-zout, Maggi en een kurkentrekker.

De ander voortas bevat de spullen die ik vaak onderweg nodig heb. Dit is een veiligheidshesje, regenjas, regenbroek, regenschoenen. Verder een klein statief, zonnebril, Engelse stekker adapter, waslijn en handdoek in koker. Die gaat ’s ochtends vaak nat mee en dan kan ik hem onderweg nog te drogen hangen. Tenslotte nog de iPad en een (rode) etui:

Het etui bevat de iPad lader, snoertjes voor de telefoon en de iPod op te laden, een extra accu voor het fototoestel en een extra geheugenkaartje. Tenslotte nog een powerbank.

De ene achtertas bevat in een Apart aanhangtasje de ehbo set en de multitool. In de tas zit een reservebinnenband (plakken doe ik pas als we op de camping aangekomen zijn), de pannenset (inhoud volgt), speciaal plakband voor allerlei gekke reparaties en een easyset voor onze Rohloff versnellingsnaaf. Het routeboekje, de tarp (je ziet het zakje, de tarp zelf is steeds de ondergrond voor de foto’s). Deze gebruiken we zoveel; om de spullen droog op te zetten, als aanrechtblad, als ondergrond als we de luchtbedden opblazen, over de fietsen ’s nachts). Zakje met reserve onderbroek, handdoek en sokken. Donsjas. Zakje met reserve fietsshirt en fietsbroek. En tenslotte een extra driekwart fietsbroek (in de zomer eigenlijk niet nodig).

De pannenset bestaat uit een pasta/rijstpan, een anti-aanbak pan, een koekenpan, een (warm)houder en een handvat. In de pannen heb ik vier soorten kruiden (paprika, kerrie, chili, en provincaalse). Daarnaast een flesje olijfolie, afwasmiddel en een universele gootsteenstop (sommige campings hebben geen stoppen en dat is lastig (af)wassen.)

De andere achtertas bevat een etui met allerlei medicijnen (griep, rugpijn, allergie, zeeziekte, neusdruppels, reservelenzen, etc.), mijn zwembroek (zelden gebruikt, neem ik niet meer mee, ook al ziet hij er erg hip uit), toilettas, badslippers, stoeltje, reparatie-etui (teveel om op te noemen, maar ik kan hiermee bijna alles aan de fiets repareren, behalve lassen), etui met elektronica en rugzak met ‘avondkleding’. De rugzak gebruik ik ook als we bv de stad in gaan.

 

Het rode etui bevat de batterijenlader, met extra batterijen en de lader voor de accu van het fototoestel.

De toilettas bevat lenzendoosje, lenzenvloeistof(voor 15 keer), tandenborstel, tandpasta, zeep, spiegeltje, scheerolie en scheermes.

De rugzak bevat de kleding die ik ’s avond op de camping aan heb. Dit is een afritsbroek, een Merino (gaat niet stinken) T-shirt, een Merino trui, onderbroek en sokken (gewone en sealskins, dit zijn waterdichte sokken voor het geval mijn schoenen nog erg nat zijn en ik moet ze wel aan). Tenslotte nog mijn slaap T-shirt en een hoofdlampje.

Achterop de fiets ligt de tent en een zitlap.

En als laatste wat ik aan heb op de fiets. Een onderbroek, een korte broek, een zweethemd (alleen als het wat kouder is), een fiets shirt en een jasje. Ik zit blootsvoets in een paar Keen sandalen.

Dit is het dus. Geen geheimen en niets verzwegen. Nu zie ik je denken; En waar slaap je op/in dan? Mevr. vd Veeke heeft de slaapspullen (matjes, kussens, lakenzak en slaapzak). Daarnaast heeft zij ook het eten mee voor onderweg. De overige inhoud van haar tassen is staatsgeheim, maar ik verbaas me elke keer weer als er halverwege de reis een fleurig jurkje of een paar nette schoenen komen.