Vrijdag 31 juli: Esquelbecq

We worden moe wakker. Het lichaam eist een rustdag en we geven er aan toe. Het kan ook prima hier. Het is een mooi plekje op een prima camping. De faciliteiten zijn goed en het wordt mooi weer vandaag. Er was maar een nadeel: de haan die vanaf een uur of vijf wil laten weten dat hij er is. Maar daar trekken we ons niets van aan en blijven gewoon een keertje lekker liggen tot negen uur. Daarna is het een beetje lezen, koffie drinken, onderhoud doen aan de fietsen en een wasje doen. Het lichaam is hier blij mee.

In de middag gaan we even kijken in Esquelbecq. Onderweg komen we weer een opgesloten Maria tegen. Ze praten hier allemaal Frans, maar je ziet duidelijk dat het Vlaams hier ooit de voertaal geweest is. Sommige teksten lijken gewoon Nederlands. Het Vlaams zelf is een bijzonder taaltje. Het leest als Nederlands maar met bijzonder woorden. Net als het Afrikaans. Maar we hebben niemand het hier horen spreken.

Het dorp heeft een kasteel en een mooie kerk. Het kasteel blijkt privé bezit en we kunnen alleen vanachter een hek kijken. Het is behoorlijk vervallen maar ze zijn druk bezig met het herstel. De kerk valt wat tegen. Minder mooi dan de eerdere kerken die we zien.

Op de markt wordt ik gestrikt door een dame die worst verkoopt. Elke keer trap ik er weer in. Ze bieden een stukje aan om te proeven en dan kun je haast niet weglopen zonder iets te kopen. Verder kopen we yoghurt en fruit voor het ontbijt morgen.

Op de camping schuiven we aan bij de kroeg. Ze tappen een prima Leffe. We kunnen er ook eten. Ik vraag of ze verse kip hebben. Het liefst die haan die ’s ochtends zo loopt te kraaien. Dat kan niet. Dus ik ga voor wat anders. Potje Vlees behoort hier zelfs tot de mogelijkheden, ondanks dat we in Frankrijk zijn.

Morgen weer op de fiets. Kijken of het lichaam zich hierin kan vinden. Voor de duidelijkheid heb ik hieronder een kaartje toegevoegd wat we nu aan het fietsen zijn.

Donderdag 30 juli: Van Guînes naar Esquelbecq

De voorspelling was regen vanochtend. In eerste instantie leken ze het fout te hebben want het ziet er prima uit. Maar tijdens het opbreken van de tent blijk ik het fout te hebben en regent het even. Dat is even kleine paniek als alles open en bloot ligt. Dit is ook de enige regen gebleven vandaag, dus we mogen niet mopperen.

We hebben nog een kilometer of twintig te gaan voor we op de LF1 zitten. Deze kilometers gaan voornamelijk door de bossen heen. Er mogen geen auto’s komen maar er zitten wel snelheidsdrempels in de weg. Bij elke afdaling moeten we dus flink in de remmen. We zien ook dat ze hier nog bosbouw doen met een paard. Wel kettingzagen maar om de bomen te verslepen wordt een één-pk’er gebruikt.

Bij Alembon komen we op de LF1. Maria staat ons op te wachten op de hoek. Voor de kerk. Eigenlijk hebben we hiermee het gros van de bezienswaardigheden in deze streek gehad. Kerken en kapelletjes. Tijdens de Franse revolutie zijn veel kerken en kloosters beschadigd. Sommigen zijn ingestort en vervallen. Anderen zijn, zo goed en zo kwaad als het kan (oftewel met de Franse slag) gerepareerd. Ik ben zelf niet religieus (meer), maar ik vind het altijd mooi om in de kerkjes te kijken. Vooral de Rooms-Katholieke kerken hebben veel pracht en praal.

Een andere bijzonderheid, voor ons, is de broodautomaat. De Fransman kan niet zonder zijn pain, dus in bakkerloze dorpen staat zo’n automaat. Helaas voor ons zijn de croissantjes op en wittebrood houden we niet zo van.

De kerk van Clerques staat bekend om zijn oude romaanse toren van wit zandsteen. En om de houten en marmeren beelden in de kerk. Wij kunnen er nog een derde eigenschap aan toevoegen; je kunt er ook uitstekend koffie maken in de zon en uit de wind. De kerk staat open, dus we kijken ook even binnen. Relatief sober maar wel met mooie beelden.

In Tournehem-sur-la-Hem fietsen we onder de toegangspoort van het kasteel door. Veel meer is er niet over van dit kasteel, dat in de 12e eeuw gebouwd werd en in de 15e eeuw verwoest. De voornaamste  bewoners hadden klinkende namen: Philips de Stoute, Philips de Goede en Antoinne de grote Bastaard. Met zulke namen heb je reputaties op te houden.

Verderop komen we in een kapel een vergadering van Maria’s tegen. Één beeld was niet genoeg. Wel zo gezellig voor haar, want meestal zit ze én alleen én opgesloten achter tralies.

Dit deel van de route bevat nog de laatste klimmetjes van de vakantie. We fietsen door een golvend terrein met veel landbouw. Graan, koolzaad en iets wat ik niet thuis kan brengen. Het is onder aan de steel afgesneden en ligt in lange rijen plat op het veld. Een boer is bezig het te keren. De knop is een bolletje van ongeveer een halve centimeter doorsnee en dat bevat een paar zaadjes, iets groter dan sesamzaad. Geen idee wat het is. (@Willem: als je dit leest, weet jij wat het is?)

We kijken even bij Blockhaus d’Eperleques. Tijdens de tweede wereldoorlog hebben de Duitsers hier een bunker neergezet om V2 raketten te bouwen én de brandstof te produceren. De geallieerden wisten dit en bombardeerden de zaak plat. Toen werd er een kleinere bunker neergezet, maar met een dikker (5 meter!) plafond. Die staat er nog steeds, maar door al dat gedoe is er nooit één raket geproduceerd.

Bij Watten is met name het interieur van de kerk bijzonder. Prachtige beelden en zelfs een Mariagrot. Vaak zit hierin iets uit Lourdes verwerkt in de hoop dat dit nog wat extra kracht geeft. Mooi om hier even binnen te kijken en te genieten van de drie-D schilderijen van de kruisiging.

Bij de Wattenberg gaan we nog één keer omhoog naar 71 meter. Bovenop staat een houten molen uit de 17e eeuw en de toren van een voormalige abdij. Wij genieten nog eenmaal van het uitzicht over het gebied waar we vandaan komen. In de verte zien we de kerncentrale en haven van Duinkerken liggen.

In Esquelbecq vinden we het genoeg voor vandaag. Camping Les Rosés heeft een mooi beschut plekje, in de zon voor ons. Bij de Aldi (die er exact zo uitziet als de Aldi in Winsum, alleen wat producten verschillen) hebben we een maaltijd van gebakken aardappeltjes en vlees gekocht. En een fles Normandische cider. Daarmee krijgen we de buik vol. De camping heeft ook een auberge met een terras. Daar drinken we later nog een biertje. Het lijkt weer een koude nacht te worden, dus morgen hopelijk mooi weer.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 67 (totaal 1324)
Afstand tot Baflo: 392kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 655

kaart-21

profiel-21

Woensdag 29 juli: Van Newchurch naar Guînes (Fr)

Vandaag zijn we extra vroeg op. Op papier is het maar 35 kilometers, maar in de praktijk weet ik dat dit kan variëren van anderhalf uur tot 5 uur. En we willen niet te laat voor de boot komen, dus we zitten om acht uur al op de fiets.

We komen eerst bij het Royal Militairy Canal. Dit is begin 18e eeuw uitgegraven als derde verdedigingslinie tegen een inval van Napoleon. Nu loopt er een beschut fietspad langs het kanaal. We zien de restanten van Stutford Castle  uit de tweede eeuw. Door verzakkingen zijn de stenen her en der verspreid. Erboven zien we Lympne Castle uit de 13 eeuw. Het heeft altijd een defensieve rol gehad. Leuk detail is de Sound Mirror op de heuvel. Tussen de laatste twee wereldoorlogen zat iemand met een koptelefoon te luisteren of er vijandige schepen of vliegtuigen aan kwamen.

We komen daarna bij Folkestone. Dit is een van die steden waar je langs raast als je van of naar Engeland gaat. Leuk om er nu ook een keertje doorheen te fietsen. Het stadje is niet bijzonder maar in de vissershaven is het er prachtig. Folkestone heeft ooit een veerdienst gehad. Maar sinds de Kanaaltunnel er is, valt er weinig meer over te zetten. Het is er een stuk rustiger van geworden. Hier komen we ook weer een van de Martello torens tegen.

Om het af te leren hebben we nog één laatste steile klim om Folkestone uit te komen. Het is er een van twee pijltjes op de kaart en dat merken we duidelijk. Hijgend komen we boven en worden weer beloond met een uitzicht over Folkestone. Het is helder en we kunnen mooi traceren waar we vandaan komen.

Op weg naar Dover komen we langs het War Memorial. Het ligt boven op de kliffen en is een gedenkplaats voor allen die gevochten hebben voor onze vrijheid. We denken ruim de tijd te hebben, dus we kijken even rond. Het meest opvallend is het beeld van de vliegenier die over zee uitkijkt. Er staan ook twee vliegtuigen die gebruikt zijn tijdens de tweede wereldoorlog. Een indrukwekkende plaats.

Daarna denken we dat het nog maar acht kilometer naar Dover is en fantaseren we wat we met de overgebleven tijd gaan doen. Maar die is er helemaal niet. De eerste vijf kilometer zijn zo slecht dat we er haast een uur over doen. Zelf als we dalen moet het met geknepen remmen, laverend tussen de gaten door. Een voordeel is wel dat we niet over de drukke weg hoeven. Dit is het einde (of het begin, het is maar hoe je het bekijkt) van fietsroute 2 die naar Cornwall moet gaan leiden. Nu is hij nog niet compleet, maar gedurende onze tocht hebben we er vaak gebruik van gemaakt.

Dover ligt op slechts 34 kilometer van Frankrijk. Heel vroeger zat dit aan elkaar. In de loop van de tijd zijn de zachte kalkrotsen weggesleten en is het Kanaal ontstaan, aan beide kanten hoge krijtrotsen achterlatend. Deze kliffen zijn altijd een uitstekende verdediging geweest. Dover Castle is daar een restant van. We zien het bovenop liggen. Het is helder weer, dus we kunnen ook Frankrijk zien liggen. Hiermee komt ook een einde aan de route van Kees. We zullen zijn spitsvondige teksten en mooie routes gaan missen.

Om op de boot te komen valt nog niet mee. Het is een van de drukste havens van de wereld en we worden omgeven door files van vrachtwagens en gewoon verkeer. Daarnaast ligt het hele haventerrein op de schop. Bij een poort krijgen we een briefje van iemand. Daarmee moeten we naar een kantoortje gaan, waar we onze tickets krijgen en in lane 180 (!) moeten gaan staan. Als ze beginnen met inschepen hebben we geluk. We kunnen als eerste aan boord. Het vreemde is dat niemand ons ticket en/of paspoort controleert. We hadden ook zo op een willekeurig schip kunnen gaan.

kaart-20-1profiel-20-1

De overtocht gaat vlekkeloos. Bij aankomst dringen we weer wat naar voren. Dat kan nu eenmaal met de fiets en zo zijn we snel van boord. Geen paspoortcontrole en vijf minuten later fietsen we in Calais. We merken weinig van de vluchtelingenproblematiek hier. Er is wel veel politie op straat. En wat opvalt is de kerktoren van Calais. Wat een vrolijk ding!

Nu hoeven we alleen nog naar huis terug te fietsen. We gebruiken daarvoor de LF1 oftewel de Noordzee route. Maar die begint niet in Calais. We moeten hiervoor nog een stuk van 35 kilometer overbruggen, voor we  daar op zitten. Daar doen we er vandaag ongeveer 15 van. Met de overstap naar het vasteland ging de klok een uur vooruit, dus het is inmiddels al half vijf. In Guînes (gisteren dronk ik het nog) vinden we een mooie camping voor 14 euro. Bij de Aldi hebben we boodschappen gedaan, dus vanavond staat er paella op het menu. We tikken zo samen een kilozak weg. Dat mag ook wel, want ik moet de riem steeds strakker doen. Morgen maar eens kijken of de LF1 net zo mooi is als de route van Kees.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 61 (totaal 1277)
Afstand tot Baflo: 423 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 350

kaart-20-2

profiel-20-2

Dinsdag 28 juli: Van Pevensey Bay naar Newchurch

Deze camping wil ik graag snel vergeten. Het grootste pluspunt is dat we zonovergoten wakker worden, maar dat kan ik nauwelijks rekenen tot een verdienste ervan. We zijn wat vroeger wakker dan anders. Er staat nog steeds een flinke wind, maar hij komt nu iets meer uit het noordwesten. Voor ons helemaal goed.

We waren al vlakbij en de camping claimde dat je hem kon zien, maar we moeten er toch langs om Pevensey Castle echt te zien. De eerste opbouw was in de Romeinse tijd (rond 290) en het lijkt toen een basis voor een Romeinse vloot te zijn geweest en om de bewoners te beschermen tegen de Saksische piraten. Later, in 1066, gebruikt en uitgebouwd door Willem de Veroveraar. In de middeleeuwen was het een van de belangrijkste verdedigingswerken en wel vier keer belegerd. De muren zien er ook uit alsof ze wat meegemaakt hebben. Wij kunnen er gewoon doorheen fietsen. Het kasteel dan, niet de muren.

Bexhill heeft een moderne boulevard. En hier mag je er wel overheen fietsen. Gezien het weer en het tijdstip zijn er nog niet zoveel mensen op de been. Wel zie je vaak zwerver-achtige types in de bushokjes op de boulevard. Soms zijn ze zelfs uitermate modieus gekleed en drinken ze gewoon zelf gemaakte koffie.

In Bexhill zijn ze niet zo netjes. Zo is hier een spinnenweb van 140 miljoen jaar oud gevonden. Dat moet op onze camping geweest zijn. Dit was natuurlijk een fossiel. Ook hebben ze één bot gevonden waaruit ze konden deduceren dat het de kleinste dinosaurus was ooit.

De volgende badplaats is Hastings. Voor velen bekend van de slag bij … in 1066. Toen Willem de Veroveraar uit Normadie kwam varen om de laatste Saksische koning te verslaan. Detail is dat deze strijd niet bij Hastings plaats vond, maar bij het plaatsje -met de voorzienige naam- Battle, iets ten noorden van Hastings.

Maar Hastings heeft ook een mooie boulevard (waar ze je graag op de fiets zien), met een kleine kermis en vele prachtige panden uit de Victoriaanse tijd. En die proberen ze ook mooi te houden want er staan er nogal wat in de steigers. Net als de pier. Deze is een tijdje geleden afgebrand, maar ze zijn hard aan het werk om er weer wat moois van te maken. Wij zullen Hastings vooral herinneren vanwege de ontzettend mooie  pandjes in het oude gedeelte van de stad.

Soms kun je blij worden van kleine dingen. Zo is mijn kaarthouder al een tijdje stuk. Hij sluit niet meer en daardoor waait hij steeds open en soms zelfs het boekje eruit. Wat ik nodig had zijn een paar van die papierklemmetjes en laat ze die nu net in het winkeltje hebben waar ik wat drinken haal. Ik moet er wel paperclips en punaises bij nemen, maar dat zij zo.

De tweede gebeurtenis vandaag is dat we blij verrast worden door een milleniumpaal die we nog niet kennen. The Royal Bank of Scotland heeft aan fietsorganisatie Sustrans voor het tweede Millenium 1000 fietswijzers geschonken in vier typen. In eerder verslagen heb ik er al drie laten zien. We wisten dat er een vierde was, maar we hadden hem nog niet eerder gezien. Nu dus eindelijk wel. Er staat ook een prachtig gedicht op dat ik in een van de volgende reisverslagen zal gebruiken.

Naar Fairlight moeten we klimmen. Boven gekomen geeft het ons een prachtig uitzicht over de omgeving. Ook is hier iets wat eruit ziet als een ouderwetse vuurtoren. Die hebben we vaker gezien. We vermoeden dat ze de mand op de paal vol stapelden met hout en aanstaken. Dat functioneerde als een baken voor de schepen. Het verklaart ook waarom vuurtorens vuurtorens heten.

Na de afdaling hebben we een lang stuk langs de kust. Je mag hier maar 20 mph, maar met de harde wind komen we daar regelmatig boven. De kilometers tikken haast vanzelf weg. Dat is heerlijk, het mag ook wel een keer gemakkelijk gaan. Het strand bestaat uit kiezelstenen die hier door de zee opgestuwd worden. Bij Rye Harbour bereiken we het huisje wat voor ons symbool staat voor de tocht. Het figureert op een van de foto’s in het gidsje. Leuk dat we er nu zelf langs fietsen.

Bij Rye Harbour gaan we weer even het binnenland in. Er is geen brug over de monding van de Rother en om hem over te steken moeten we naar Rye. Bij een bijzonder kerkje doen we nog een cache. Kerken zijn hier anders dan in het westen, meer massief met een vierkante toren. Deze is hier een uitzondering op.

Rye is een toeristische trekpleister. Een beetje het Zoutkamp van Kent (want in dat graafschap zitten we inmiddels). Geteerde huizen, smalle straatjes en veel toeristen. We kijken even rond en ook hier vallen de eeuwenoude huisjes op.

We rijden een stuk door een moerasgebied. Eerst de Walland Marsh en daarna de Romney Marsh. Op de kaart is het één grote witte vlek, zonder wegen en dorpen. Behalve dan de weg waar wij op zitten. Daarom verbaas ik me in Camber. Het staat daar vol met auto’s en er blijkt een soort van pretpark te zijn. Nooit verwacht hier

Het landschap is hier vlak. Wat meertjes, veel moeras maar ook weer veel gewas. Grote velden met koolzaad en graan. Zo anders dan in het zuid-westen van Engeland.

Door dit vlakke land worden we met lichte dwang geduwd. We kiezen voor een boerencamping in Newchurch. Wat een verschil met gisteren. Hier is alles netjes en schoon. Er is niemand maar via een telefoon kunnen we bellen en krijgen we een plekje toegewezen (£13). Een mooi gemaaide plek mét gras. Keurige en schone douches. En alles netjes. Helemaal goed hier. We zijn vroeg, dus tijd om te loungen. Daarna zetten we het tentje op.

Ook moeten we nadenken over morgen. Dan zijn we aan het einde van de route en moeten we over naar Frankrijk. Wat te doen? Naar de haven rijden en kijken of er plek is? Ik kijk via de telefoon even op internet. Met kunst en vliegwerk én een creditcard lukt het me twee keer één overtocht voor één fietser te boeken, voor €24 per fietser. Fijn dat dit geregeld is, maar we moeten dan wel om 12 uur bij de boot zijn terwijl we nog iets van 35 kilometer moeten overbruggen.

We eten rijst met chicken-massala saus en een salade. Ons plekje staat precies in de ondergaande zon. Als die weg is wordt het al snel te koud. Morgen willen we op tijd vertrekken. Dat betekent dus ook op tijd gaan slapen.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 75,2 (totaal 1191)
Afstand tot Baflo: 462 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 387

kaart-19

profiel-19

Maandag 27 juli: Van Shoreham-by-Sea naar Pevensey Bay

We slapen heerlijk in het tentje, maar als ik dan weer in een echt bed wakker wordt, dan voelt dat als een ongekende luxe. De kamer is een puinhoop omdat we bijna alles uit de tassen hebben en veel te drogen hebben hangen. Met wat passen en meten krijgen we alles er weer in. We krijgen een prima Engels ontbijt geserveerd en dan kunnen we er weer tegenaan. Het eerste deel zitten we in het industriële gebied. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat we gisteren een B&B hebben gevonden. Volgens mij een van de weinigen hier.

Het weer is opgeklaard. Veel wolken maar droog. En er staat een straffe bries. Zo’n zes tot zeven Beaufort. Het geluk van vandaag is dat we hem mee hebben. Blijkbaar gaan we dus toch de goede kant op. De harde wind geeft spectaculaire beelden. Hoog opspattende golven en een woeste zee. De strandhuisjes blijven leeg vandaag.

Brighton is vooral bekend van zijn pier. Wij mogen er niet op met de fietsen, maar Mevr. vd Veeke gaat toch even een kijkje nemen. Je moet je eerst door de gokpaleizen worstelen. En aan het einde op de pier is een complete kermis gebouwd. Er is ook een reuzenrad, maar die staat gewoon op de kade. Ik heb nog het meeste plezier van de hoog opspattende golven die nietsvermoedende kermisgangers doorweekt achter laat.

Brighton was voor de 18e eeuw nog een gewoon vissersdorp. Dokter Richard Russel bombardeerde het tot kuuroord. Maar de echte groei kwam toen de Prince of Wales hier een oriëntaals Pavilion liet bouwen voor zijn maîtresse. Daarmee werd het de hedonistische hoofdstad van Engeland en is het dé plek voor een dirty weekend. Daar passen wij goed tussen want het wassen is er wat ingeschoten door het slechte weer en onze fietsen zijn ook behoorlijk dirty.

De route gaat vervolgens via de Undercliff Walk (er mag ook gefietst worden) met een mooi zicht op de witte krijtrotsen. Ze hebben nogal last van erosie en hier is het met een betonnen zeewering versterkt, zodat de bovenliggende stukken niet in zee storten. En op die betonnen weg kunnen wij mooi fietsen.

Het brengt ons in Peacehaven. Een nietszeggend kustplaatsje wat zich kan beroemen op twee dingen: er is een aflevering van Mr. Bean opgenomen en hier kruist de Greenwich meridiaan de Engelse kust. Voor dat laatste feit is een monument geplaatst dat zijn beste tijd gehad heeft. Wat vervallen en verveloos, gelegen aan een steenslagweg en geen bordjes erheen. We gaan toch even kijken, want dit soort geografisch significante plekken trekken me altijd aan.

In Seaford kijken we even bij de Martello toren nummer 74. De meest westelijke van een serie verdedigingstorens uit de 18e eeuw. Inspiratie was een Italiaans ontwerp dat zeer efficiënt bleek te zijn. Daarom hebben ze hier een hele serie aan de kust gebouwd. We gaan er nog veel meer zien. Sommige zijn omgebouwd tot woonhuis.

De route leidt ons daarna weer wat van de kust af via bijzondere paden. Zo fietsen we zomaar in de wei tussen de schapen. En op een smal modderpaadje. Een groot stuk loopt ook door de bossen van het Seven Sisters natuurgebied. Een mooi steenslag pad waarmee we de drukke autoweg vermijden

Bij Birling Gap komen we weer bij de kust. Hier kun je de Seven Sisters mooi zien. Dit zijn zeven kalkrotsen  op een rij langs een ongecultiveerd stuk kust. De wind is hier stormachtig en de vullingen waaien uit je mond. Maar het uitzicht naar alle kanten is ongekend.

We klimmen weer een stukje verder. Bij Beachy Head kijken we terug. Hier eindigt de South Downs heuvelrug. In de verte zien we het vuurtorentje van Birling Gap nog liggen. Onderaan de kliffen staat nog een andere eenzame vuurtoren. Deze zal het met de stormen flink te verduren krijgen.

Als we de andere kant op kijken zien we Eastbourne liggen. Een van de grotere kustplaatsen hier. Op de promenade is het streng verboden voor fietsers, dus de route leidt ons wat meer door de stad heen. Toch kunnen we het niet laten om even naar de boulevard te gaan om te kijken naar de pier. Eastbourne zelf is pas laat als badplaats populair geworden. Het lag niet zo ver van Londen en was goed te bereiken. In de Victoriaanse tijd zijn er veel hotels gebouwd, die wij dus moeten missen.

In Pevensey Bay zoeken we een camping op. We kiezen voor de Castle View Campsite. Ze hebben een groot veld waar we een plekje in de luwte zoeken. De faciliteiten zijn ronduit slecht. Er is een oud en een nieuw gebouwtje. Schoonmaken is sinds de vorige eeuw niet meer gebeurd. Alles wat van de muren is gevallen ligt nog steeds in de douches. Her en der liggen gebruikte pleisters. Kranen missen en kozijnen vallen eruit. Ze leven hier met de filosofie, dat als je er maar voldoende witte verf op smeert, het er wel redelijk uitziet. Kortom, een camping met gebreken. En dan heb ik het nog over het nieuwe gebouwtje.

Op het veldje hebben we daar weinig last van. We eten een maaltijdsalade met een soepje en we gaan er vroeg in. Want het is best koud zo ’s avonds. En terwijl het tentje kreunt onder de windvlagen vallen we in slaap.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 72,5 (totaal 1116)
Afstand tot Baflo: 510 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 818

kaart-18

profiel-18

Zondag 26 juli: Van Graffham naar Shoreham-by-Sea

De weersvoorspelling voor vandaag is slecht. Weercijfer 1. Daarom zijn we blij verrast als we opstaan. Het is nog droog en het ziet er best redelijk uit. Helaas is dat van korte duur. Als ik de tent inpak begint het te druppen. Het startschot voor een waterige zondag. We trekken alle regenkleding aan en gaan.

In het algemeen regent het vandaag zo hard dat ik mijn fototoestel niet tevoorschijn durf te halen. Bij de Greatham bridge lukt het wel even. Een mooie gietijzeren brug over de Arun die hier al sinds 1838 ligt. Een vervanger van de brug uit de 14e eeuw die beschadigd werd met hoogwater. Gezien de hoeveelheid die nu uit de lucht valt, zou dat vandaag nog wel eens kunnen gebeuren.

Bij Parham Castle zijn het weer pipesteels. Van opzij kan ik een foto maken. Daarna schuilen we even onder eeuwenoude eiken. Het helpt niet veel. Van voren is het een mooi landhuis. Maar het fototoestel blijft in de tas. In Storington is een tea-room (met ook koffie) open. We willen even uit de regen zitten, dus we nemen daar een koffie met worteltjestaart. En nog een koffie want ze hebben ook wifi.

Als we na de koffie vertrekken regent het iets minder hard. En als we bij het verdwenen dorp Warminghurst komen is het zelfs even droog. Zo kunnen we rustig kijken bij the Church of the Holy Sepulchre. Dit laatste woord betekent graftombe, zoals we later op internet leren. Het is in de dertiende eeuw gebouwd en sindsdien is er weinig aan veranderd. Het interieur komt uit de 18e eeuw.

Het kerkje ligt op een heuvel. Je ziet van hieruit mooi de rug van kalkheuvels van het South Downs Park.

Hierna hebben we een missie van Kees Swart onder de codenaam ‘boze boer omleiding’. Een deel van de route loopt over het erf van een boer die daar niet blij mee is. Kees heeft gevraagd om een tweetal alternatieven te onderzoeken.

Eerst kijken we of we langs de rivier kunnen. Dat gaat vrij lang goed tot we bij een hek komen. Dat kan wel open, maar het stuk daarna, langs de rivier, is niet befietsbaar. Dit was mijn -korte- alternatief.

Daarna bekijken we de omleiding van Kees, die wat langer is. Het eerste deel gaat goed. Daarna loopt het pad door hoog gras waar we alleen kunnen lopen. Dat doen we dan ook. Dit brengt ons bij een bruggetje met een notice. Het bruggetje wordt niet veilig geacht en het wordt wandelaars afgeraden om erover te gaan. Maar goed, wij zijn fietsers en je kunt er langs, dus dat doen we dan ook.

Het stuk na de brug is een modderpad. Inmiddels spoelt het weer zodanig, dat het lijkt dat ik onder de douche sta. We kunnen de fiets alleen duwen door deze modder en dit heeft als gevolg dat alle modder aan de banden kleeft en de wielen volledig vastlopen tussen de band en het spatbord. Een stukje verder komen we op een erf. Met een stokje peuteren we de modder er tussenuit. Met mijn waterfles spoel ik de remmen schoon en we rijden door alle diepe plassen -dat zijn er nogal wat- die we tegenkomen. Zo krijgen we de fiets weer berijdbaar.

Even wordt het beter met een asfaltweg en een dorpje. Maar dan komen we op de Downs Link, een voormalig treintraject wat ze vol hebben gestort met puin. Had ik al verteld dat het regent? En dat we windkracht zes tegen hebben? Van dat laatste hebben we slechts sporadisch last. Door de regen is er ook geen gelegenheid voor de lunch. Bussen rijden hier niet, dus we kunnen nergens droog zitten. Uiteindelijk eten we, staande in de regen, een broodje.

Zo bikkelen we naar Shoreham-by-Sea, een plaatsje dat ons weer aan de kust brengt. Ondanks dat het nog steeds hard regent, merken we het nauwelijks meer op, zo nat zijn we. Bij de eerste de beste pub –The Crabtree Inn-, die B&B doet informeren we.

Ze hebben ruimte en wij hebben het wel gehad voor vandaag, ondanks de magere 54 km.

Voor £85 kopen we droge ruimte, warmte, wifi en een warme douche. Voor het eerst heb ik dat mijn tassen niet alles droog hebben kunnen houden. We hangen dan ook alles uit te drogen. Van alle fietsdagen die we ooit gedaan hebben is dit de ergste geweest. Een verdiend weercijfer één dus.

In de pub kunnen we eten. Zo aan de kust kiezen we natuurlijk voor seafood en we brengen de avond comfortabel door.  We hopen dat het morgen iets beter is. Van de andere kant, veel slechter kan het ook niet worden.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 54,5(totaal 1043)
Afstand tot Baflo: 543 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 501

kaart-17

profiel-17

Zaterdag 25 juli: Van Ryde naar Graffham

Slapen boven een pub betekent eigenlijk altijd lawaai. Bij het boeken hebben ze me gewaarschuwd. Bij het inchecken hebben ze gewaarschuwd. En het klopte helemaal. Er lagen zelfs oordopjes klaar. Maar die heb ik niet nodig gehad. We waren moe genoeg dat we door het lawaai heen sliepen. Om twee uur ging de kroeg dicht en werd het echt rustig. ’s Ochtends krijgen we een goed Engels ontbijt geserveerd. Inmiddels weten we dat dit brandstof geeft tot ver in de middag. En gelukkig gaat dit allemaal lekker vlot zodat we op tijd bij de boot zijn. We hebben zelfs een boot eerder dan gepland.

We gaan met de ferry weer terug naar het Engelse vasteland. Gisteren hebben we al kaartjes gekocht. Net als de heenreis naar Wight is het nu ook £ 22,40. Deze keer is het een catamaran die alleen passagiers en fietsen meeneemt. In een kwartiertje zijn we over. We hebben mooi zicht op Portsmouth.

Portsmouth is een marinehaven met veerdiensten naar een aantal landen. Het heeft ook een roerige geschiedenis gehad met zeeslagen en plunderingen. Ook in de oorlog is het veel gebombardeerd. Toch speelde het een belangrijke rol bij de invasie van Normandië. Na de oorlog is er veel nieuwbouw gedaan, waaronder de Spinnaker Tower die nu de skyline bepaald. Wij hebben het niet op de grote steden en proberen er meestal weer snel uit te komen. Nu helemaal, want er is iets gaande met World series, dus het is extra druk.

Normaal gesproken zouden we langs de zuidkant gaan en dan het pontje bij Hayling nemen. Maar dit generatielange familiebedrijf is failliet en het pontje vaart niet meer. We volgen daarom fietsroute 22 die ons comfortabel, maar wel veel langs snelwegen, de stad uit loodst. In de buitenwijken zoeken we een speelplaats op. Om koffie te maken en om de tent te drogen. Want die zit nog steeds nat in zijn zakje.

We zijn inmiddels in West-Sussex. Het is hier anders dan het westen van Engeland. De huizen zijn hoekiger en van bakstenen gebouwd. Het is wat glooiender en gecultiveerder. Ik heb het idee dat het ook wat rijker is. We komen een typische pub tegen en er wordt ook cricket gespeeld (het is zaterdag).

Over deze etappe is niet veel informatie in het boekje. Ik heb zelf wat bij elkaar gegoogeld en via de caches krijgen we informatie. Het eerste is een kerkje bij Idsworth, gewijd aan St. Hubert (van de jacht) dat we al van verre zien liggen op een heuvel. Het staat er al zo’n kleine 1000 (!) jaar. Eerst als klein kerkje, later uitgebouwd met extra stukken. In de 14e eeuw zijn er muurschilderingen aangebracht die we nu nog kunnen bewonderen .

Het weer is gelukkig opgeklaard. We hebben veel zon en de landschappen zijn mooi. We tikken even de grens aan met het graafschap Hampshire, dat net boven Sussex ligt. Het gebied waar we zijn heet South Downs National Park. De kern van dit park is een 100 kilometer lange rug van kalkheuvels. We zien het duidelijk liggen in de verte. Gelukkig fietsen we parallel, dus we hoeven vandaag weinig te klimmen. En met een windje in de rug gaan de kilometers een stuk gemakkelijker dan een paar dagen geleden. We meanderen door dorpjes met popperige namen als Elsted, Didling en Bepton. Er wordt hier veel met paarden gedaan. We zien de ene polo club na de andere. En graslanden als biljartlakens waar dit spel gespeeld wordt.

In de dorpjes kun je zien dat ze er al een tijdje zijn. Overal staan oude huisjes. In Midhurst doen we boodschappen. Ook hier staat een mooi vakwerkhuis. Het dorp is trouwens bekend vanwege de schrijver H.G. Wells. Het meest bekend van het boek, het hoorspel en de film War of the Worlds.

Selhem is een gat van niets maar heeft een aantal topattracties. Een kerkje uit de 11e eeuw dat nagenoeg ongewijzigd is gebleven. We kijken er even binnen. Ook is er een van de kleinste pubs van Sussex, The Three Moles. Daar kijken we maar niet binnen, want dan komen we niet meer weg. Aan het einde van de dag is de lust naar bier en cider altijd te hoog. Én ze hebben een monopoly kerkje. In de vorm van een monopoly stuk en zo groot als een monopoly stuk. En blijkbaar is dat zo klein, dat we het niet kunnen vinden.

Bij Graffham zoeken we de camping op. Het is een CCC camping, het equivalent van onze NTKC campings. Dus gericht op de natuur en deze ligt erg mooi in de bossen. Voor £17 kunnen we hier een nachtje staan. Voor het eerst op zandgrond in plaats van gras. Dat geeft wel wat meer rommel. De weersvoorspelling voor morgen is niet zo gunstig. Ik hoop dat we het spul in kunnen pakken voor het een modderbende wordt.

Op de camping verkopen ze geen alcohol. Voor de bier en cider fiets ik nog even naar het dorp, een paar kilometer verderop. Daarna is het uitrusten. We eten een salade en een rijstmaaltijd. Tegen de avond wordt het hier fris. Ik heb bijna alles aan wat ik mee heb. Daarom maar op tijd erin. Daar helpen de muggen ook goed aan mee.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 77,0 (inclusief 9 van de boot) (totaal 988)
Afstand tot Baflo: 559 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 653

kaart-16

profiel-16

Vrijdag 24 juli: Van Freshwater naar Ryde

De weermannen hebben helemaal gelijk gehad met hun weercijfer 2. We eindigden gisteren met zon. Vannacht begon het al op de tent te tikken. En vanochtend regenende het pipesteels (zoals Lisa dat zou uitdrukken). En dat heeft de toon gezet voor de hele dag. Het varieerde tussen harde regen en nog hardere regen.

Toch willen we graag weer op pad. We hebben hier gisteren al op geanticipeerd en de juiste spullen klaargelegd. We ontbijten in de tent en met een beetje rommelen lukt het me om de binnentent af te breken en (droog) in te pakken voor we de buitentent opbreken.

We komen eerst langs St. Agnes church, een kerk met een rieten dak, zoals veel gebouwen die hier hebben. Ik heb er gisteren, met mooi weer, nog een foto van kunnen maken. De route leidt ons daarna langs de kust. De weg hier heeft behoorlijk last van erosie. De vraag is hoe lang hij hier nog kan blijven liggen soms zit er maar een paar meter tussen ons en de afgrond. Ook hier zijn de groene tunnels aanwezig. Vandaag lekken ze wat. In Mottistone drinken we koffie. Vanwege de regen en de kou maar een keertje binnen. Van de uitbater hoor ik dat er voor vanmiddag een weeralarm is afgegeven. Harde windstoten en torrential rains. Volgens hem kunnen we beter binnen blijven. Dat doen we niet, maar ik boek ter plekke wel een overnachting in Ryde.

We spoelen richting Godshill. Origineel een idyllisch dorpje maar sinds het Wight festival van 1968 veranderd in een conglomeratie van eethuisjes en souvenirwinkels. Ze hebben ook een schaalmodel van zichzelf. En in het schaalmodel staat natuurlijk ook een schaalmodel. We hadden graag even gekeken bij deze Engelse Madurodam, maar met de storm in de lucht gunnen we ons daar geen tijd voor.

Bij Shanklin komen we weer aan zee waar in inmiddels een stormachtig bries staat. Er zijn maar weinig mensen op de been en alle strandhuisjes staan er verlaten bij. Wij kunnen zo gemakkelijk over de strandpromenade fietsen naar Sandown. Met mooi weer zal het hier prachtig zijn. Op zee is nog een enkele kitesurfer bezig. Je kunt zien dat hij er plezier in heeft.

In Ryde zoeken we the Kasba House op. Het blijkt een pub te zijn met B&B faciliteiten. De fietsen kunnen afdruipen in het stookhok. We krijgen een comfortabele kamer met een werkende verwarming., stroom, wifi en een warme douche. Alles wordt uitgehangen en de kamer verandert in een sauna. Zo krijgen we alles wel droog.

Het plenst nog steeds verschrikkelijk, maar ook de regen heeft af en toe pauze nodig. In die tijd lopen we even naar de pier. Daar steken we morgen over naar Portsmouth.

De pier is een mooi relikwie uit het verleden. Gietijzeren railings en houten planken. Het is de vierde langste pier en de oudste van Engeland. Voor één pond kun je met de auto naar het uiteinde rijden. Iets wat veel mensen doen. Wij kopen vast kaartjes voor de overtocht van morgen.

Op de kamer loungen we tot etenstijd. Eten doen we bij de Thai tegenover onze pub. Ik verbaas me nog steeds over de aanspreekvormen hier. In Nederland zouden we het toch raar vinden als de serveerster ons aanspreekt met ‘Hallo schatjes, wat zouden jullie willen eten?’  of ‘Hier lieverd, eet smakelijk’, maar in Engeland is dit blijkbaar normaal. Thais eten is altijd plus één. Zo ook hier.

Morgen kunnen we uitslapen want het ontbijt kan niet eerder dat 9 uur. Hopelijk is het dan weer droog.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 53,4 (totaal 911)
Afstand tot Baflo: 602 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 747

kaart-15

profiel-15

Donderdag 23 juli: Freshwater

We worden erg moe wakker. Het was natuurlijk ook wel veel, de afgelopen dagen. Eigenlijk elke dag op de fiets. Veel klimmen. Lange dagen. Het lichaam kan dat niet (meer) aan. Het eist rust. Vandaar dat we een dag op de camping blijven. Gelukkig met mooi weer.

Morgen maar eens kijken hoe het gaat. Zeker is wel dat we een tandje terugschakelen. Dan maar niet helemaal naar huis fietsen. We zien morgen wel.

Mevr. vd Veeke neemt een totale ruhetag. Ik ben vandaag nog een klein rondje door Freshwater en Totland gaan maken. Een gevoel als op een Waddeneiland. Maar ook een beetje verlopen en vergane glorie. Onderstaand een collage.

Als compensatie hebben we in de pub tegenover de camping gegeten. Een heerlijke vismaaltijd. Daar gelijk nog even wat achterstallig werk kunnen posten. Morgen wordt spannend. Weercijfer van een twee. Kan een uitdaging zijn. Maar ook een voordeel. Want bij regen zoeken we een B&B. We laten ons verrassen.

Woensdag 22 juli: Van Clapgate naar Freshwater

Alles is heerlijk droog als we het inpakken. Een genot. Iets verderop schijnt een moderne stenen cirkel te zijn. Hij is zó modern dat hij gestolen is. Gelukkig was het niet te ver om.

Al vrij snel komen we op de Castleman Trailway, een grindpad dat voor een groot deel over de oude spoorlijn van Brockenhurst naar Poole loopt. Het is nogal een ruig pad, dat wat onderhoud nodig heeft. Soms moeten we flink bukken om onder de begroeiingen door te komen. Groot voordeel is dat hij autovrij is en mooi door de bossen loopt.

In West Moors doen we even boodschappen. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Vandaag zit het mee. Terwijl we binnen zijn is er een enorme stortbui. Daar merken we weinig van omdat we in de winkel staan. We blijven nog even wachten tot hij over is. Het blijkt voorlopig de enige bui van de dag te zijn.

Burley is bekend uit de Engelse folklore. Op Burley Beacon zou het nest van een draak geweest zijn. Volgens mij is hij niet thuis want we zien er niets van. Burley is voor ons ook het begin van het National Park New Forest, het jachtgebied van Willem de Veroveraar. Van oudsher mocht hier het wild niet verstoord worden. Wel mogen de bewoners er vrij hun vee laten grazen. Dat heeft geresulteerd in het feit dat er nog steeds veel scharrelvee rond loopt. Je moet hier niet raar staan te kijken als er ineens een kudde paarden op de weg staat.

In het laatste stukje van het park lunchen we nog even. De ferry naar The Isle of Wight gaat maar een keer in het uur dus daar is nog tijd voor. We vinden een prachtig plekje.

Al met al lukt het nog maar net om de boot te halen. We zijn nog niet aan boord of hij vaart weg. Aan boord is voornamelijk vrachtverkeer.

Engelsen zijn goed in het plaatsen van verbodsbordjes. Bij elke inrit staat wel dat je er niet mag draaien. Alsof iedereen op die oprit gaat zitten draaien? Maar hier aan boord maken ze het nog gekker. Je mag niet op de stoelen staan en om duidelijk te maken dat dit voor elke stoel geldt, zit overal een sticker op. Na een winderige 40 minuten komen we op Wight aan.

We komen aan in Yarmouth, bekend van het kasteel en de pier. Deze laatste is in 1876 gebouwd. Pieren vergen veel onderhoud en meestal zijn ze vervallen. Via crowdfunding (je kunt een plank kopen) is hij hier in stand gehouden. Met zijn 186 meter is het de langste, voor het publiek toegankelijke, pier in Engeland. Wij kunnen het dan ook niet weerstaan er even overheen te strollen.


Een van de bezienswaardigheden aan de westkant van Het eiland zijn The Needles. Deze heeft zijn naam gekregen van naaldvormige krijtpilaar, die helaas in de 17e eeuw tijdens een storm in zee is gestort. Maar nog steeds is het een mooi plekje. Enige nadeel is dat het een paar kilometer uit de route ligt en je er flink voor moet klimmen. Daarom zetten we eerst het tentje op de camping. Deze is vrij basaal, maar kost nog steeds £15.

En fietsen daarna zonder bagage verder. Als hinden spoeden we ons naar boven, zo licht fietst het zonder tassen.

Onderaan woont een gek die van alles verzamelt. Van zijn vrouw moest hij kiezen; of hij eruit of de spullen eruit. Nu zet hij alles in de tuin zodat de toeristen er ook nog van kunnen genieten. Gelukkig zijn er op weg naar boven ook nog fantastische uitzichten op de krijtrotsen.

The Needles is tijdens de koude oorlog gebruikt als testbasis voor raketten die wel afgeschoten werden, maar niet gelanceerd (even nadenken wat dit betekent). Het is een mooie plaats zo aan het einde van het eiland. Je kijkt prachtig uit over zee en de rotsen die nog uit het water steken maken het plaatje compleet. Omdat we zo laat zijn, zijn we praktisch alleen.

Terug op de camping moet er gedouched en gekookt worden. Het is ook tijd voor de tweede regenbui van de dag. In het tentje wachten we die af. Daarna wordt het weer mooi weer en maken we een maaltijd van salade en tortellini ham/kaas. Met de buik vol rollen we in bed.

Getallen van de dag
Aantal kilometers: 68,8 (totaal 866)
Afstand tot Baflo: 628 kilometer (hemelsbreed)
Aantal hoogtemeters: 612

kaart-13

profiel-13