De best verborgen schatten van Nederland (5)

Deze was nog achterstallig. Eerder niet aan toegekomen en toen in de vergetelheid geraakt. Maar omdat ik ook een boek maak van deze verslagen vond ik hem toch nog ergens in een hoekje van mijn geheugen liggen. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen…

Uitleg over de titel en het thema van deze tocht kun je hier vinden.

18 april 2015 : Rijksmuseum Twenthe

Musea zijn niet zo handig om met de fiets te bezoeken. Je moet dan je hele hebben en houden voor het museum parkeren en bij terugkomst maar hopen dat alles er nog is. Daarom bezoeken we het Rijksmuseum in Enschede met de auto en we combineren het met een afspraak met vrienden.

image007

Het museum lag in de wijk waar de vuurwerkramp was en wonder boven wonder is het ongeschonden gebleven . En dat is mooi want volgens Rik Zaal ‘is de verzameling niet mis’. Begonnen met de verzameling van de textielbaron van Heek (ook de stichter van het museum) en later aangevuld met schenkingen van andere fabrikanten en verzamelaars. Volgens Zaal ‘…prachtige beelden uit de Middeleeuwen…aangevuld met allerlei spulletjes…schilderijen uit de Gouden eeuw…negentiende-eeuwse schilders’. Kortom, een allegaartje.

image006

Het begint al met een museum wat in onderhoud is. De ingang is afgesloten door hekken en we moeten via de zij-ingang naar binnen. We kunnen er met onze museumjaarkaart gratis in (Lees: we hebben er al op een andere manier voor betaald). Binnen zijn een aantal zalen waar de schilderijen hangen en de andere ‘spulletjes’.

image002

Het is stemmig ingericht met een mooie uitlichting.

image001

Maar er hangt van alles door elkaar heen. Oude en nieuwe meesters hangen broederlijk naast elkaar.

image003

En inderdaad: de verzameling is niet mis. Leuk is ook de tentoonstelling met moderne kunst gebaseerd op het werk ‘Metamorphosen’ van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso.

image004

Daarna gaan we nog even door naar de Twentse Welle. Dit museum laat meer de historie van Twente zien. Van de prehistorie tot de huidige tijd, met een grote nadruk of de textiel industrie die Twente groot heeft gemaakt. Het leukst zit hem niet in wat we zien, maar  in wat we horen. We hebben als virtuele gids Herman Finkers meegekregen. En die weet het op zijn eigen droge manier leuk te vertellen. Alsof je naar een conference van hem luistert.

image008

Samengevat: Het is leuk om een dagje Enschede te doen. En als je tijd hebt voor maar een museum dan zou ik kiezen voor de Twentse Welle, samen met Herman. Je komt er gegarandeerd met een glimlach uit!

De best verborgen schatten van Nederland (11)

Donderdag 8 mei: Breukelen – Muiderberg

Uitleg over de titel en het thema van deze tocht kun je hier vinden

Vandaag is op papier de langste dag. We willen een paar forten, een paar molens en een tableau bekijken. Omdat het nogal uit elkaar ligt meanderen we wat heen en weer door Utrecht en Zuid-Holland. Daardoor hebben we ook weer een deel van de dag wind tegen. Het waait gelukkig wat minder en het laatste deel van de dag hebben we hem weer mee. Het kon minder.

kaart-5

Als eerste hebben we een molen, maar voor we daar zijn hebben we nog een bonusfort. We komen zomaar langs fort bij Tienhoven. Hij is redelijk vervallen en ook deze ligt op een eilandje. Maar van een afstandje krijg je toch een indruk.

IMG_3590

De trouwe wachter zien we al van verre staan. Het is een wipmolen. Dit type maalde al in de 15e eeuw de polders droog. Om de wieken op de wind te zetten kan het hele bovenhuis draaien. In de oorlog zaten veel onderduikers in dit gebied. Door de stand van de wieken gaf de molenaar aan als er gevaar dreigde. Vandaar de naam. Hij heeft gedraaid tot 1950. Toen is het binnenwerk eruit gehaald en de onderkant omgebouwd naar huis. Natuurmonumenten heeft het tien jaar later gekocht en weer ‘draaivaardig’ gemaakt.

IMG_3597

Door het natuurgebied Hoorneboegsche heide fietsen we langs het Tienhovensch kanaal  naar Hilversum. Voor de verandering kijken we daar eens naar een tegeltableau. Rick Zaal schrijft ‘Hilversum bezit een van de laatste kunstwerken van Bart van der Leck‘. Deze meneer maakte veel Mondriaanse kunst en gaf kleuradviezen voor binnenhuis architectuur. En die laatste is helaas weinig te bezichtigen. Maar dit tableau dus wel. Links en rechts een omroeper. Onderin een viool en een trompet. En aan het dier in het midden kun je wel raden voor welke omroep het gemaakt is. Het hangt alleen een beetje knullig tussen allerlei gebouwen in. Daar komt het niet tot zijn volle recht. Maar wij vinden het wel bijzonder om te zien.

IMG_3605 Vanaf hier gaat het tegen de wind in. Maar met erg mooie uitzichten. We fietsen eerst een stuk langs de Kortenhoefse plassen. Daarna is het langs de Wijde Blik. Je zou zeggen dat er met deze wind zeilbootjes op het water zijn, maar blijkbaar is iedereen aan het werk. Jammer, want het zonnetje schijnt en het is vandaag best mooi weer.

Bij Fort Kijkuit (een prachtige naam die van toepassing is voor de vriend en voor de vijand). staat het hek open en er zijn wat mannen aan het werk. Dat is mooi, want dan kunnen wij ook even binnen kijken. Het fort is omgebouwd en er zitten wat kantoren in van natuurbeheer. We lopen wat rond en klimmen op het dak. Van het originele fort is weinig te zien, maar ze hebben er wel een mooi kantoor van gemaakt met prachtige uitzichten. Het is het enige fort met een 20 cm dikke pantserplaat van metaal. Dit kwam, heel toepasselijk, van een gesloopt oorlogsschip schip. Gelukkig hebben ze het nooit nodig gehad. Het was een compact fort, met maar plek voor 50 mannen.

Processed with Moldiv

Daarna is het best nog wel een eind naar het volgende fort. Maar in deze buurt is altijd wat te zien. We komen per ongeluk langs Kasteel Loenersloot. Een mooi plaatje waar we even stil staan.

IMG_3613

Onze route loopt via de Vinkeveense Plassen. Hier dwars overheen gaat een weg met daaraan luxe huizen. Erg luxe huizen. Ik ben al onder de indruk van de huizen in Haren, maar dat zijn hierbij vergeleken pauperhuizen. Er zijn er bij die zo groot zijn als Viskenij (bejaardentehuis in Baflo). Wat een werk moet dat zijn om schoon te maken!

Na al dit visueel geweld hebben we gelukkig weer door een landelijke route. Eigenlijk veel mooier. Geef mij maar een hutje in deze omgeving in plaats van het een paleis in de stad.

IMG_3615

We zijn blij dat we bij Fort Waver-Amstel zijn. Want vanaf hier hebben we weer wind mee. Het open landschap vereist toch wat meer inspanning en langzamerhand beginnen we best wel moe te worden. Zoveel dat we ons afvragen of het wel al deze inspanning waard is om alweer een fort te gaan bekijken. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen en plichtsgetrouw fietsen we door.

Het fort ligt op de plek waar de rivieren de Oude Waver en de Amstel bij elkaar komen. Vandaar de naam. Het staat ook bekend als ‘Fort de Nes’ of ‘Fort Nessersluis’ en is de enige verhoging in het open en vlakke polderlandschap

Ook hier staat de deur open. Er zit een wijnhandelaar in, maar er is niemand te zien. We durven er niet heel ver in te lopen, maar we krijgen toch even een indruk van hoe het erbinnen uitzag. Er is veel van het oorspronkelijke interieur bewaarde gebleven maar wij zien alleen maar wijnbenodigheden.

Processed with Moldiv

Hierna moeten we weer een langs stuk overbruggen voor het volgende en laatste fort. Maar deze keer gaat het vanzelf met de wind in de rug. Op deze manier kan ik moeiteloos naar Groningen terugfietsen. Dat doen we maar niet. Het landschap is onveranderlijk mooi. Groene weiden, knotwilgen en water. We raken er niet op uitgekeken. Met meer geluk dan wijsheid zie ik dat we nog over het water moeten. Hiervoor is weer een voetveer aanwezig. Het kost niets, maar dan moet je wel zelf de inspanning plegen. Iets voorbij Abcoude maken we een kopje thee. Mevrouw van der Veeke doet hierbij even de ogen dicht op een bank in het zonnetje. Verdiende rust.

Processed with Moldiv

Fort Nigtevecht is het laatste fort. Gelukkig wel. Waren we vorige week kerken-moe, nu is het een overdosis forten geworden. Als we naar de ingang van het fort fietsen staat het hek open. Er is niemand dus we kunnen binnen gewoon rondstruinen. Veel lege kamers en het ziet eruit als bomkelders uit de film. In een paar ruimten worden workshops gegeven of zitten hobbyclubs in. Het is een rustige plek met veel natuurschoon. Ik zou er wel kunnen wonen, maar dan moeten er wel wat meer ramen in gemaakt worden. Bijzonder bij dit fort is dat de hefkoepelgebouwen heel zijn gebleven. Het ijzer is wel afgevoerd door de Duitsers.

Processed with Moldiv

Via Weesp gaan we naar ons overnachtings adres. Daar komen we nog Vesting Weesp tegen, ook een onderdeel van de stelling van Amsterdam. Het ziet er mooi uit, maar toch fietsen we door. Er staat nog één attractie op het programma.

Molen de Onrust  is een grote. Hij reageert nogal snel op wisselende winden. Vandaar de naam. Het is een achtkantige grondzeiler. De acht kanten slaan op de vorm van de molen en de molenaar kon vanaf de grond de zeilen erop zetten. De molen regelt in zijn eentje het waterpeil van een enorm gebied. Hij is gebouwd om voor de tweede keer het Naardermeer droog te leggen. Was de eerste keer niet gelukt dan? Jawel, maar toen die droog was, stonden de Spanjaarden voor de deur en hebben ze hem maar weer onder laten lopen. Leuk detail is dat ook hier met de stand van de wieken boodschappen doorgegeven worden. De plus-stand betekent rust en een kruis betekent vreugde.

IMG_3648

Onze overnachting is in Muiderberg. Een mooi dorp met een lommerrijke brink en een strand. We slapen bij een kunstenares maar ze is blijkbaar nog druk aan het schilderen, want er wordt niet open gedaan. En dat is helemaal niet erg want bij de strandtent pakken we een verdiend biertje. En daarna is er wel iemand thuis.

We eten bij  de Echo, een nieuwe eetgelegenheid in Muiderberg. Daar weten ze een prima maaltijd te serveren. Dat is het mooie van een fietsvakantie. Omdat je je overdag zo inspant, kun je ’s avonds gerust uit de band springen.

Na de eten komen we terug bij de kunstenares H. en haar partner C. Daar raken we aan de praat en het blijkt dat we veel overeenkomsten hebben. In de fietsreizen, de manier van documenteren en de wijze van uitvoering. We hebben zelfs veel van dezelfde boeken in de kast staan. Zo wordt het een gezellige laatste avond. E. schildert trouwens prachtige portretten en landschappen. En tussen die beelden leggen we ons te ruste. Morgen nog een klein stukje naar het beginpunt.

Vrijdag 8 mei: Muiderberg – Broek in Waterland

Vandaag hebben we maar een kort stukje en geen bezienswaardigheden op het programma. Dat betekent niet dat er niets te zien is onderweg. Het is hier mooi met uitzicht op de voormalige Zuiderzee, nu Markermeer.

kaart-6

We komen eerst bij Muiden waar ze op onze komst gerekend hebben. Er staat een mooi bord zodat we met het slot op de foto kunnen gaan.

IMG_3656

In Muiden zoeken we eerst de bakker op. Een van de hoogtepunten van de dag is dat we wat lekkers bij de koffie hebben. In dit geval wordt het een worteltaartje en een brownie. In Muiden zelf zijn er ook nog genoeg restanten van de Amsterdamse Stelling te vinden.

collage-5

Maar vandaag hebben we even vakantie en besteden er niet teveel tijd aan. Het weer is prachtig, het warmt lekker op en eindelijk kunnen we in T-shirt fietsen. Ook is er nauwelijks wind wat mooie spiegelingen geeft op het water. Langs het fietspad, onder Amsterdam, vinden we een plekje voor de koffie en de taart.

IMG_3665

Ik verbaas mij elke keer weer hoe je door Amsterdam kan gaan zonder veel bebouwing te zien. Het is een mooie route. Boven Amsterdam volgen we een tijdje de kustlijn van het Markermeer.  Dat brengt ons in Durgerdam. Ook een plaatje van een dorp.

IMG_3667

Helaas hebben de muggen en vliegen ook door dat het mooi weer is. Als we over de dijk fietsen, kom je soms in wolken van deze insecten. Het is dan zaak om je mond goed dicht te houden, anders heb je gegeten en gedronken.

IMG_3670

Via het Waterland komen we terug in Broek. Hier worden we weer gastvrij ontvangen door de (schoon)zus die een feest-lunch voor ons klaar heeft staan. Hiermee zit het er voorlopig weer even op. Maar niet getreurd, we hebben weer veel moois gezien.

De best verborgen schatten van Nederland (10)

Woensdag 6 mei : Dordrecht – Breukelen

Uitleg over de titel en het thema van deze tocht kun je hier vinden

Alweer een onstuimige dag, maar vandaag hebben we al die onstuimigheid mee. We laten ons met de wind in de rug voortblazen. Ik kan zeggen dat dit een lekker gevoel is. Minder lekker is dat ik op de buienradar gedurende de dag toch nog een paar dieprode plekken zie.  We beginnen met de waterbus naar Papendrecht. Mooi openbaar vervoer hier. Dat had je in mijn tijd niet. Daarmee zitten we in de Alblasserwaard. 


Op aanraden van Rik Zaal volgen we het riviertje de Alblas van Oud-Alblas (wat helemaal niet oud is, het staat vol met recente bouw), via Bleskensgraaf naar Molenaarsgraaf. Hij schrijft ‘…vrijwel voortdurende bebouwing waardoor de dorpen in elkaar over lijken te gaan…geregeld mooie uitzichten over het platte, groene, weidse Hollandse polderlandschap.‘ Onze blikken wordt dan ook gevuld door knotwilgen, weiden en water. In Bleskensgraaf is het markt. Daar maken we een kopje koffie terwijl we het dorpsleven langs ons heen laten glijden. Alles staat nog vol van het bezoek van onze koning en koningin, en wildbreien is hier de laatste trend.


We sluiten de Alblasserwaard af via ‘… de Ammerse kade, een dijkweg langs een water waaraan op zeer pittoreske wijze een rijtje van vier molens ligt’. Voor ons is dit een weg met obstakels. Er staat een hek over de weg. We horen dat dit vanwege een scheur in de dijkweg is. Maar de postbode kon er langs, dus wij ook. We hebben er geen spijt van.

Daarna is het gewoon veel fietsen door het Zuid-Hollandse landschap. Bij Schoonhoven is nog even de onderbreking van een pontje. We moeten er deze keer voor betalen (€0,70 p.p.). Schoonhoven is trouwens een mooi stadje.


Ook een mini ophaalbrug die open staat zorgt voor wat onderbreking. Door op een knop te drukken, net als bij een voetgangersoversteekplaats, gaat de brug naar beneden en hoeven we gelukkig niet om te fietsen.

En verder de regenbuien die ons scherp houden. Af en toe moet de regenbroek aan, maar even zo vaak kan hij ook weer uit.

Doordat we wind mee hebben, gaat het redelijk vlot. En omdat we worden ingehaald door de rode vlekken op de buienradar, besluiten we een pauze te nemen. We hebben al een tijdje moeten schuilen onder een viaduct (waar Saskia gewoon gaat staan te wordfeuden), nu willen we ook wel binnen zitten. Met koffie en thee. In Woerden vinden we hiervoor een geschikte plaats. Daar zitten we lekker een uurtje binnen te lezen en te schrijven.


Aan het einde van de tocht zitten de bezienswaardigheden van de dag. We beginnen met Kasteel de Haar, het grootste van Nederland. Voordat we naar binnen kunnen, zitten we eerst nog even de laatste heftige bui van de dag uit onder de toegangspoort.


De naam komt van het Oergermaans, ‘Haru’, wat zanderige heuvel betekent. In 1391 heeft hier al een versterkte woontoren gestaan. Daarna volgende vele ver- en aanbouwingen. Maar evenzoveel verwoestingen. Eind 19e eeuw wist Etienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar (dit is één persoon hoor!) een rijke bankiersdochter (Helene van Rothschild, die overigens lesbisch bleek te zijn) te schaken en hiermee het geld om het vervallen kasteel te verbouwen. Dat duurde 20 jaar. Het interieur werd gedecoreerd met ‘eclectische stijl‘ (WTF?!) en was voorzien van elektrisch licht en centrale verwarming.


Het park is een verhaal apart en laat zien dat geld veel mogelijk maakt. De Baron wilde niet wachten op een bos en daarom werden een paar duizend volgroeide bomen verhuisd naar het landgoed op mallejannen. Een huis wat het vervoer in de weg stond werd simpelweg afgebroken. Net als een heel dorp waar hij zijn Romaanse tuin wilde hebben. We kunnen helaas niet (meer) in het kasteel maar ook van buiten is het imposant genoeg.

Op het terrein zit ook een ‘cementrustieke brug’. Deze is gebouwd omdat de baron geen openbare weg wilde oversteken. Cementrustiek is de techniek waarbij cementmortel wordt aangebracht op een wapening van ijzer of kippengaas en het oppervlak wordt op kunstige wijze bewerkt tot natuurgetrouwe takken of stammen, compleet met schors, nerven en knoesten.

Hij ziet er voor ons mooi uit, maar volgens een verhaal op internet is de restauratie op zeer slechte wijze gedaan omdat de cementrustieke stijl onbekend was.

Als laatste hebben we de arbeiderswoningen van Haarzuilens op de planning staan. Dit was het dorpje dat moest wijken voor de Romeinse tuin en volledig nieuw werd opgebouwd. Het blok arbeiderswoningen bevat 2×2 woningen volgens het rug aan rug principe. Ze zijn opgetrokken in baksteen en geschilderd in de wapenkleuren van de familie van Zuylen. Het hele dorp ziet er zo uit waardoor je je haast in Plopsaland waant.

Moe gekeken spoeden we ons naar Breukelen. De overnachting is weer een verrassing. Mevrouw W. woont in een klein huisje maar ze heeft een mooi en schoon kamertje voor ons. Inclusief een zitbank om de avond door te brengen. Ook schenkt ze een kopje thee voor ons. Daar zijn we wel aan toe. In Breukelen stikt het van de eetgelegenheden. Zoveel, dat ik me afvraag hoe ze allemaal kunnen overleven. Wij kiezen voor ‘de Danne’ waar twee rijpere dames een goede maaltijd serveren. Ook de Texelse bok valt goed. Het is goed vertoeven in Nederland.

kaart-8

De best verborgen schatten van Nederland (9)

Dinsdag 5 mei : Leiden – Dordrecht (81 km)

Volgens de weerberichten ligt er een ‘onstuimige dag’ voor ons. Nu ben ik zelf meer van de onstuimige nachten, maar je hebt het niet altijd voor het kiezen.

We slapen in een soort van kas en de regen heeft afgelopen nacht veel op het dak getrommeld. Doet een beetje aan kamperen denken en hierdoor hebben we uitstekend geslapen. Ondanks de ADHD haan die naast ons hutje huist. Daar moeten ze een ‘uit-knop’ op maken. Voorlopig schijnt nu de zon en gaan we zelfs buiten ontbijten. 

Mevrouw L. wil ons duidelijk maken hoe het hier tijdens het Leidens ontzet was. Toen hadden ze alleen brood en haring. Ons ontbijt bestaat uit alleen brood en kaas. En wat jam. Een beetje karig. We hebben haar overigens sinds de aankomst gisteren niet meer gezien.

Voorlopig bestaat de onstuimigheid uit een harde wind tegen. Zeker windkracht zes. Vandaag gaan we naar het zuidelijkste punt in de route. Vanaf morgen hebben we wind mee. Als hij tenminste niet draait. Er is veel bebouwing hier en er is altijd wel een stad, dorp, weg of spoorlijn in het zicht. Dat geeft soms een beetje luwte. En er zijn ook veel mooie fietspaden langs het water. Eigenlijk ligt alles hier langs het water. Met de zon op het fluitenkruid en koolzaad is het prachtig fietsen. Zo rijden we Delft binnen.


Volgens Rik Zaal is het stratenplan van Delft overzichtelijk: ‘Een stratenplan gebaseerd op de Oude Delft en de Nieuwe Delft, twee grachten die parallel aan elkaar van noord naar zuid lopen.’ Ook zegt hij ‘…onontkoombaar prachtige stad…mooie straten, grachten en pleinen…niet één lelijk huis‘. En het is allemaal waar. Wij vergapen ons met name aan de gebouwen en kerken op de Markt. De nieuwe kerk is bekend van de grafkelder van de Oranjes. Veel toeristen komen hier naar kijken en het is dan ook vergeven van de buitenlanders. Saskia kijkt liever naar de winkeltjes met Delfts blauw. Ik zoek voor de verandering eens een terras op want ik lust onderhand wel een keertje appeltaart met slagroom. Begeleid door het Carillon (dat niet van ophouden weet, ik verdenk de toeristen ervan dat ze er steeds geld in gooien) werken we dat naar binnen in een aangenaam zonnetje.


Helaas is dat van korte duur. Nog voor we Delft uit zijn, komt er een hoosbui van Bijbelse proporties die gelijk alle onstuimigheid van de dag voor zijn rekening neem. Op een industrie terrein schuilen we onder een inham van de deur omringd door donder en bliksem. Hier kunnen we niet de hele dag blijven staan, dus met regenpak aan gaan we door naar Rotterdam.  Onderweg gaat de harde regen over in nog hardere regen en we schieten even een open garage in. Het voordeel van de harde wind is, dat het ook zo weer over is.


In Rotterdam stappen we over op een cruise. En de fietsen mogen ook mee. En dat allemaal voor nog geen €2,50. Een deel van het openbaar vervoer wordt door waterbussen ingevuld waar we gewoon met de ov-kaart mee kunnen reizen. Deze brengt ons van de Erasmus brug, over de Nieuwe-Maas naar Kinderdijk. En best snel. Op de GPS zie ik dat hij snelheden van bijna 40 km/uur haalt.


Rik Zaal zegt over Kinderdijk het volgende: ‘het is een zo ongelofelijk gezicht, die 19 stevige, wat lompe Hollandse bovenkruiers daar aan weerskanten van het boezemkanaal, dat de molens van Kinderdijk tot de typisch Hollandse toeristische attracties behoren die iedere buitenlander gezien wil hebben. En ook voor niet snobistische Nederlanders…’. Wij zijn geen snobs, dus natuurlijk willen wij ze ook zien.


Het begint al goed met twee toerbussen die shock-en-klem zitten bij de ingang. Daarnaast staat er inmiddels zo’n harde wind dat het voor de zak-Japanners en Chinezen gevaarlijk is. Zij mogen alleen de dijk op, verzwaard met zandzakken zodat ze niet opstijgen.


De 18e eeuwse molens zijn een prachtig schouwspel. In basis gelijk aan elkaar maar omdat ze door verschillende aannemers gebouwd zijn, zijn er kleine verschillen. Op deze plek zijn alle technologieën van waterbeheer vanaf de middeleeuwen bij elkaar te zien. Leuk detail is overigens dat Kinderdijk de eerste Nederlandse plaats was met een elektriciteitsvoorziening (1886).

Over de herkomst van de naam Kinderdijk verschillen de meningen. Oorspronkelijk heette het Elshout. Je mag kiezen uit een van de volgende legendes:
– Vernoemd na het aanspoelen van een wiegje tijdens de St. Elisabeths vloed.
– de dijk is met kinderarbeid aangelegd.
– ene Jan met heel veel kinderen heeft er gewoond.
– de dijk was laag ten opzichte de andere dijken, een kinder-dijk dus.

Wij fietsen de hele dijk af, laverend tussen de toeristen door. Daarna via Alblasserdam en Hendrik-Ido-Ambacht (wie verzint dit soort namen?) en over de Brug-over-de-Noord  naar Dordrecht. Die brug was nog even een hindernis. De wind stond er vol op. Het voelde als een steile helling in Engeland.

In Dordrecht heb ik als kind een jaar of vijf gewoond. Het bijzondere is dat het voelde als thuiskomen. Ik heb er niet heel veel herinneringen meer aan en het is ontzettend veranderd maar het gevoel blijft. 


Rik Zaal noemt Dordrecht wat suf. Maar wel met de prachtige Wolvershaven met ‘…uitsluitend goedgelukte bouwkunst uit vele eeuwen‘. Als kind heb ik hier veel gespeeld zonder dat ik me hier van bewust was. Nu kan ik er wel van genieten. Ook de ijzeren Damiatebrug is een plaatje. Deze brengt ons naar het Groothoofd. Hier houdt de stad op en heb je uitzicht op de oude Maas, de beneden-Merwede en de Noord. Hier kun je eindeloos kijken naar alle schepen die langs komen.


Toch wint de dorst het van het kijkgenot. In de stad is het gezellig vanwege de Bevrijdingsdag festivals. Op een terrasje in de zon kunnen we ook hier eindeloos naar kijken. Maar meneer N. wacht op ons dus op een gegeven moment staan we toch weer op. Wel met lichte tegenzin.

Onze kamer is een voormalige kinderkamer van een man alleen waarvan de kinderen het huis uit zijn. Bedenk hier zelf maar wat bij. Dat is het leuke van Vrienden op de Fiets. We douchen en daarna eten we bij de lokale hipster tent ‘Khotinsky’. Ze serveren een heerlijke prak, die er wel ingaat na een uitputtende dag. Terug bij meneer N. maken we nog een praatje. Hij is ook fervent fietser dus we hebben genoeg stof voor discussie. Maar lang houden we dit niet vol. We liggen er vroeg in.

kaart-7

De best verborgen schatten van Nederland (8)

Maandag 4 mei : IJmuiden – Leiden (83 km)

Mevrouw van B. zorgt goed voor ons. Vers fruit, vers geperste sinaasappelsap en warme broodjes. Voor onderweg geeft ze ook nog wat mee. ‘Dat kunnen jullie wel gebruiken’ roept ze. Fijn adres hier in IJmuiden. Het weer ziet er ook een stuk beter uit dan gisteren. Aangename temperatuur en geen water van boven. Het belooft een mooie dag te worden.

We gaan eerst naar begraafplaats Westerveld bij Driehuis. Dit ligt tegen IJmuiden aan. Volgens Rik Zaal ‘een prachtig kerkhof, door tuinarchitect L. Zocher in 1888 in de duinen aangelegd‘. Bijzonder voor die tijd was dat het een begraafplaats voor alle gezindten was. Iets wat nu normaal is. 

Blonken de graven in Marken uit in soberheid, hier kan het niet  gek genoeg. Omdat het op een heuvel ligt, konden er complete portalen uitgegraven worden. Alleen het huisnummer en de bel ontbreken. Ook op andere manieren werd aangegeven dat je geld hebt en dat je dat graag wilt laten zien.


Ook is hier in 1913 het eerste crematorium van Nederland gebouwd. Toen was cremeren nog verboden, het werd gedoogd. Eigenlijk kon je pas legaal verbrand worden in Nederland in 1955. En als het dan toch niet mag laten we er dan ook maar een mooi gebouw voor neerzetten. Het is een soort van raket geworden zodat de zielen zo gelanceerd konden worden.

Om al die as te kunnen stallen werd een columbarium aangelegd door Bouwmeester Dudok. Als we binnenkomen rijden we daar meteen in. Mooi vind ik dat er voor uniforme urnen is gekozen. Het lijkt daardoor wel een veld met kabouters.

Hierna maken we een uitstapje naar Zaandam. Er staat een harde wind die we nu nog deels mee en van opzij hebben. Met de pont steken we het Noordzeekanaal over. Een tochtje dat goed bevalt. Die zou ik nog wel een keer willen doen.

Soeters in Zaandam is een verhaal apart. Het centrum daar leek nog het meest op Grozny tijdens het hoogtepunt van de oorlog. ‘Je wilt er nog niet dood gevonden worden’ volgens wethouder Luiten. Toen ook nog de voedselindustrie als grootste werkverschaffer verdween leek de stad gedoemd. Totdat Soeters kwam, zag en overwon. Met Zaanse huisjes. Sommigen vinden het wat over-the-top met al die Zaanse identiteit. Maar hoe je het ook wendt of keert, het is een blikvanger worden. Daarnaast is de winkelstraat ‘inverdan’ (verspringende rooilijn) aangelegd. Voeg wat loopbruggen en watertjes toe en je hebt een neo-traditioneel geheel. Wij vinden het in elk geval prachtig.

We fietsen daarna eerst hetzelfde stuk terug en nemen voor de tweede keer de pont over het Noordzee kanaal. Dit is overigens niet zonder gevaar. In de instructies lees ik wat ik moet doen bij brand, ontploffing, lek raken, man/vrouw overboord en aanvaring.

Daarna gaan we zuidwaarts. Nu pal tegen de wind in. We laten daarbij Haarlem grotendeels links liggen. Het is wel fijn om lekker door de velden te fietsen in plaats van de stad. De extra wind nemen we op de koop toe. Het valt ons op dat hier overal drukte en lawaai is. Er is altijd wel een snelweg of spoorlijn in het zicht. En als je die niet hoort, dan zijn het wel de vliegtuigen die over vliegen. Overal zijn mensen en overal zijn huizen. Wat hebben we het in Groningen dan lekker rustig.

Het fort bij de Liebrug is er ook een van de Amsterdams stelling. Er zitten nu allerlei bedrijfjes in en een wijnhandelaar.

Iets verderop belanden we midden in een vergadering van reigers. Hierbij is het belangrijkste punt op de agenda; ‘hoe krijgen we meer vis’. Er wordt heftig over gediscussieerd maar een echt plan van aanpak komt er niet. Ik heb niet het idee dat ik kan bijdragen, dus we gaan door.


Het gemaal de Cruquius is de verrassing van de dag. Het ligt in het gelijknamige dorp, waarbij het dorp vernoemd is naar het gemaal. Hoe komt het aan zo’n naam? Het is vernoemd naar zijn schepper Nicolaus Samuelis Cruquius (die overigens gewoon geboren is als Nikolaas Kruik, maar dat klinkt nergens naar). Rik Zaal noemt het ‘…neogotisch fabrieksachtig gebouw met kantelen…’ En een ‘…bouwwerk dat rond is als een middeleeuwse donjon’. Voor ons ziet het eruit als een kasteel met reusachtige draaimolen aan de buitenkant.

Binnenin huist een stoommachine met de grootste cilinder van de wereld. Het is nog een tijdje spannend geweest of hij er wel zou komen. Want de voorstanders van de windmolens hadden niets met dit nieuwerwetse gedoe. Uiteindelijk heeft onze toenmalige koning Willem I de strijd beslecht door voor de vooruitgang te kiezen.

We kunnen met onze museum jaarkaart erin en worden opgevangen door een kleefbejaarde. We hebben het eerst niet door maar hij blijkt onze persoonlijke gids te zijn. Hij is wat teleurgesteld dat we de film niet willen zien omdat we niet heel veel tijd hebben. Maar hij pareert deze aanval goed door ons een demonstratie van het apparaat aan te bieden. Dat willen we wel. Als hij eenmaal opgewarmd is, valt hij niet meer te stuiten. Een bevlogen mens die ons gepassioneerd vertelt over zijn hobby. We leren dat het gemaal een van drie was die het Haarlemmermeer heeft leeggepompt. Het is een Engelse machine die met vijf slagen per minuut bij elke slag 64.000 liter water oppompte. Van 1849 tot 1933 in bedrijf geweest. Daarna vervallen en gered van de sloop door ingenieurs die het historisch belang van de machine inzagen. De restauratie duurt twintig jaar, maar dan heb je ook wat. Onze prins Pils heeft hem weer geopend in 2002. En nu zien wij hem ook in werking. Indrukwekkend is het juiste woord hiervoor. Je voelt je klein als de machtige zuiger op en neer gaat en je ziet buiten de enorme hoeveelheid water die opgepompt wordt. Prachtig om te zien en echt een aanrader. Neem dan wel wat meer tijd. Het is het waard.

Hierna is het lijden om in Leiden te komen. (Eigenlijk niet echt, maar het was zo mooi om het op te kunnen schrijven.) een lang stuk tegen de wind in en tussen de bebouwing door. We hebben gelukkig wat luwte van de nieuwe aanplant maar de directe nabijheid van snelwegen maakt het geen memorabele tocht. De zon maakt veel goed en al ploeterend bereiken we uiteindelijk Leiden. 

We zijn hier niet eerder geweest en concluderen dat het een mooie stad is met dezelfde gezelligheid als Groningen. Rik Zaal noemt specifiek de Leidse Burcht die we dan ook even opzoeken. Als je naar boven klimt, heb je een mooi uitzicht over de stad. Als we naar beneden gaan struikelen we opeens over een terras en vallen pardoes op een lounge bank. Voordat we op kunnen staan is er al een ober en de bestelling is onvermijdelijk. Dat de bank in de zon staat maakt het dragelijk. 

Daarna kijken we nog wat verder rond en specifiek bij de Hooglandse kerkgracht, die Rik Zaal ook noemt. Ze hebben de gracht gedempt en er een soort van Ramblas van gemaakt. Ik denk dat niemand dit weet want er is niets te doen.


Snel doen we boodschappen want we worden rond zes uur bij onze vriend op de fiets verwacht. mevrouw T. Is een zakelijk tiep. Ze heeft een mooi huisje voor ons maar verder zit er weinig kraak en smaak aan. Gelukkig hebben we die zelf meegenomen. We borrelen eerst buiten en zelfs de maaltijd kunnen we nog in de buitenlucht nuttigen. Een waardige afsluiting voor een zonnige en interessante dag.


kaart-6

De best verborgen schatten van Nederland (7)

Zondag 3 mei : Broek in Waterland – IJmuiden.(86 km)

Ondanks dat de weersvoorspelling niet helemaal jofel is, besluiten we toch te gaan fietsen in de meivakantie. We kiezen ervoor om niet te gaan kamperen, maar voor de luxe van Vrienden op de fiets te gaan. Uit mijn ‘best verborgen schatten van Nederland’ plan ik een rondje in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht.

We starten weer bij een (schoon)zus. Deze keer bij Liedeke in Broek in Waterland. Een dorpje dat ook opgevallen is bij Rik Zaal. ‘Een schoonheid van een dorp…alles is mooi…de ligging, het meertje, de huizen en de meanderende straatjes‘. Ik kan alleen maar beamen dat hij gelijk heeft. Het is een prachtig dorpje en niet zo massaal door toeristen bezocht als Marken en Volendam. Maar dit wist ik ook al voordat ik Rik Zaal las.


We fietsen eerst naar Marken. Het weer is nog redelijk en we hebben gelukkig wind tegen. Gelukkig?! Na Marken fietsen we naar het westen en dat betekent dat we het grootse deel van de dag wind mee hebben. Eigenlijk doen we vandaag een soort van Coast-to-Coast. Van het Markermeer naar de Noordzee. De bermen zijn gevuld met bloeiend koolzaad en het landschap is mooi. Een goed begin van de vakantie.


Volgens Rik Zaal is de begraafplaats van Marken een van de merkwaardigste van Nederland. Terwijl we op andere begraafplaatsen steeds meer praalgraven zien, met allerlei foto’s en prullaria, is op de Protestantse begraafplaats van Marken soberheid troef. Op dit calvinistische eiland vond men dat iedereen gelijk is voor God en grafbezoek werd sowieso als onwenselijk beschouwd. De gemeente bepaalde dat de doden anoniem moesten verdwijnen onder zwarte gietijzeren paaltjes, met slechts een nummer erop voor de administratie. Dus geen grafstenen, geen data en geen namen. Eventuele rituelen worden vóór de begrafenis gedaan. De kist, in het algemeen gedragen door 6 buren, wordt daarna alleen in een gat in de grond gestopt en bedekt met een laag schelpen. Geen toespraken en geen bloemen. Misschien zelfs wel geen tranen, maar dat heb ik niet kunnen constateren. Op de site lees ik dat de gietijzeren paaltjes tegenwoordig wel onderhouden worden: geschuurd en voorzien van een nieuwe verflaag (Hammerite). Pas anno 2012 is dit beleid gewijzigd en mogen nabestaanden een gedenkteken met de naam en de data plaatsen.

Je zou kunnen zeggen dat crematie dan een beter alternatief is, als je toch niet naar het graf terug gaat. Het schijnt dat dit bij de behoudende tak in strijd is met het idee dat de overledenen op de jongste dag opstaan uit de dood. Als dat gebeurt, dan kan ik me voorstellen dat, na al die tijd onder de grond, je naam even ontschoten is.  Gelukkig kunnen ze dan nog wel met hun nummer opzoeken wat hun naam is in het register. We kunnen toch geen naamloze zombies hebben rondlopen


Vanuit Marken gaan we met de boot (je kunt het geen pont noemen, de tocht duurt 20 minuten) over naar Volendam. Samen met de fiets betalen we daar €9 euro voor per persoon. We hebben nog tijd, dus we kijken nog even in Marken rond. Samen met drommen andere toeristen, struikelend over de selfie-sticks. Marken is in de 13e eeuw al bevolkt door monniken. Tot 1957 was het een eiland. Nu is het verbonden door een weg, dus technisch gezien een schiereiland. Het dorp ligt er mooi bij. Maar lang zo mooi niet als Broek. 

 

We hebben een rustige overtocht. Dat is fijn, want ik wordt nogal snel zeeziek en dat is meestal geen feest. Samen met een buslading Spanjaarden ontschepen we in de drukte van Volendam. Hier zijn nog veel meer toeristen. Ze laten zich ook niet afschrikken door het slechte weer. Nu denk ik dat ze weinig keus hebben, want als je vanuit Japan bent gekomen om op de foto te gaan in traditionele Volendammer kleding, dan laat je je echt niet tegenhouden door een paar druppels.


Wij ontvluchten de drukte en gaan naar het westen. Via Edam gaan we in een ruime boog om Purmerend heen. Daarna zitten we in de Beemster. Ook een van de favorieten van Rik Zaal. Het was een voormalig veengebied dat steeds meer aan het afkalven was. In de 17e eeuw bedacht Leeghwater (what’s in a name…) dat het wel drooggemalen kon worden. Hij gebruikte daarvoor 43 molens. De vrijgekomen grond was vruchtbaar en werd in symmetrische plots verdeeld. Nog altijd zie je de kaarsrechte wegen en sloten in het landschap. Wij snappen wel dat het hier Waterland heet. Overal zijn kanaaltjes en bijna continu fietsen we langs water. Weer heel anders dan het Groninger land waar we vorige week in fietsten.

De volgende attractie is het fort bij Spijkerboor. Deze maakt onderdeel uit van de stelling van Amsterdam, een verdedigslinie van 42 forten om Amsterdam. Dit fort is vóór de eerste wereldoorlog gebouwd en een van de grootste. Bijzonder is dat het nog een geschutskoepel heeft met twee enorme kanonnen. Kogels van een meter lang en 10,5 cm in doorsnee. Die dingen konden ze tien kilometer ver schieten. Door inundatie toe te passen konden ze het gebied binnen de stelling onder water zetten en dan verdedigen via deze forten. Na de oorlog heeft het nog dienst gedaan als gevangenis. Gewone gevangenen, dienstweigeraars, krijgsgevangenen en NSB-ers hebben er gezeten. Nu is het een erkend cultuurmonument (Unesco werelderfgoed).

Wij kunnen het helaas alleen van buiten zien. Het is maar beperkt geopend en niet vandaag. Wij hebben er honger van gekregen en eten wat op de bankjes voor de ingang. Als het op is, begint het serieus te regenen. We trekken regenkleding aan en gaan verder westwaarts.

Het aardige van waterland is dat je om de haverklap pontjes tegenkomt. Soms bediend. Zo gauw je in het zicht komt scheurt er iemand vanaf de overkant naar je toe. Voor een euro wordt je overgezet. Meestal klagen de schippers over het weer. Maar er zijn ook zelfbediende pontjes. Door aan een wiel te draaien trek je jezelf met een ketting naar de overkant. 

Zo komen we varend en fietsend bij de duinen aan de Noordzee kant. Daar moet je tegenwoordig een kaartje kopen als je er doorheen wilt. De automaat slikt geen briefjes en we hebben geen muntgeld. Dan maar illegaal.

Wijk aan Zee is onze volgende stop. Rik Zaal heeft een aantal zee en strand plaatsen uitgezocht. Allemaal waddeneilanden behalve Wijk aan Zee. Hier is het breedste strand van de Noordzeekust. Ik vind het wat tegenvallen. Maar dat kan ook met het weer te maken hebben. Ik loop inmiddels te soppen in mijn schoenen. Ook Wijk aan Zee vind ik niet bijzonder. Onder de rook van de IJmuidense industrie zou ik het niet meteen als ideale badplaats bestempelen. Als je er één keer in je leven geweest bent, dan is het genoeg.

We ploeteren nog een kilometer of vijf tegen de wind in. Langs de Hoogovens van IJmuiden. Ze hebben het wat opgeleukt met kunst van staal. De regen komt inmiddels met bakken uit de hemel. Ik moet denken aan de uitspraak ‘ Some people feel the rain. Others just get wet’. Inmiddels behoor ik tot de eerste categorie. Nat ben ik al, dus er is alle gelegenheid om de regen te voelen. We nemen de waterbus over het van Velsen Noord naar IJmuiden en dan is het nog een klein stukje naar de vriend op de fiets. In het ideale geval. Wat het nu niet is…

De waterbus vaart niet. We moeten terug naar Wijk aan Zee. Zo kom ik er toch weer een tweede keer. Met wind mee deze keer.

 Via de knooppunten vinden we een alternatieve route naar IJmuiden. Wel weer met pont. Hierdoor maken we tien procent meer kilometers dan gepland en komen we op 80. Onze vriendin op de fiets heeft het druk. Ze heeft een babyshower, maar het kind moet nog geboren worden. Ze snapt het niet, maar wij ook niet helemaal. 

Voor ons heeft ze een compleet mini appartement met keuken, zitkamer en douche. We zijn er blij mee. Ook met de brede kachel waar alles een beetje op kan drogen. De schoenen heb ik leeg gegooid en gevuld met kranten. Hopelijk zijn ze morgen weer droog. 

kaart-5