De best verborgen schatten van Nederland (6)

(Nummer 5 volgt nog)

Vrijdag 24 april: Rondje Groninger kerken. (87 km)
(oftewel overdosis religie)

Vandaag bezoeken we in een marathon bedevaart tien (!) kerken in Noord-Groningen. Dat zijn er meer dan een gemiddelde gelovige in een jaar ziet. De meeste zien we niet alleen aan de buitenkant, maar ook nog eens de binnenkant. Na zo’n dag komen we haast met van die glimmende frisbees boven onze hoofden thuis. En dat terwijl ik een overtuigd atheïst ben (en dat is wat anders dan een niet gelovige).

En waarom doen wij dit? Dit doen wij vanwege de beschrijving van Rik Zaal over de Groninger kerken: ‘Nergens in Europa zijn op een zo klein oppervlak zoveel middeleeuwse, vooral Romaanse kerken te vinden als in de provincie Groningen. Het merkwaardige is dat heel weinig mensen dat lijken te weten.’ schrijft hij in zijn boekje. Reden voor ons om de fiets te pakken. Er wordt nog één dag mooi weer voorspeld voordat een druilerig weekend begint. Met een route van een kleine 90 kilometer gaan we daar optimaal van genieten.

kaartje

De dag begint wat mistig en met zulke lage temperaturen dat we de handschoenen erbij aan doen. Zo’n mistig landschap heeft altijd wat geheimzinnigs. Door de afwezigheid van kleuren wordt je tot de essentie van het beeld gebracht. Het mooiste vind ik als de mist niet zo dicht is dat de contouren van het landschap verdwijnen. Hierdoor blijft er wat te zien maar wel met het idee dat de wereld kleiner is geworden.

image002

Naast de geplande kerken op de route komen we ook verrassingen tegen. De eerste is Menkeweer, vlak voor Onderdendam. Een wierde van rond de jaartelling. In de middeleeuwen werd er een kerkje gebouwd, maar het bleef een gehucht met maar een paar huisjes. Op dit moment resteert alleen de heuvel en een paar graven. De laatste begrafenis was in 1903 en nu is het een archeologisch rijksmonument.

image003

Direct daarna komen we in Onderdendam. Het blijft een plaatje. De mist is ondertussen opgetrokken en de zon begint door te breken.

image004

Kerk nummer een is de Mariakerk van Westerwijtwerd. Een dorp dat vreemd genoeg naast de wierde gebouwd was. De wierde is afgegraven en niet meer te zien. Veel van deze vruchtbare grond is afgevoerd naar Drenthe om daar de onvruchtbare veengronden vruchtbaar te maken. Het is een romanogotische zaalkerk uit de dertiende eeuw. De toren was eerst niet veel hoger dan de kerk zoals je nog kunt zien.

image005

De sleutel kunnen we aan het begin van de straat halen. Een oud vrouwtje doet open. Ze ziet eruit alsof ze nog aan de oorspronkelijke bouw van de kerk heeft meegewerkt. Het is geen sleutel die je aan een bosje in de zak doet en met moeite krijgen we de deur open.

image006

Binnen is het Spartaans ingericht zoals in veel van dit soort kerken. Geen pracht en praal. Weinig kleuren en al helemaal geen beelden.

image007

Het meest in het oog springend is de schildering van de twee kampvechters. Ergens in de dertiende of veertiende eeuw gemaakt. Mogelijk symbool voor de strijd tussen goed en kwaad. Bij ons roept het alleen maar vraagtekens op. Hadden die mensen geen helm op? En het lijkt wel of ze op bloten voeten staan. En dan willen we het niet eens hebben over de vreemd gevormde lijven. Genoeg stof tot discussie voor de komende kilometers. Het past wel mooi in de Game of Thrones serie die we nu aan het kijken zijn.

image008

De Bartholomeuskerk in Stedum is een gigantisch gevaarte. Ook dit is een romanogotische kerk uit de dertiende eeuw met een zadeldak. Waarom die, toch relatief, kleine dorpjes dit soort gigantische bouwwerken moesten hebben is me altijd een raadsel gebleven. Wat kost dit wel niet? Veel van de kosten werden betaald door de lokale rijken. Namen als van Ewsum, Starkenborgh en Ripperda komen dan vaak voor.

image009

We hoeven de sleutel niet op te halen want er scharrelen al wat dames rond. Binnen is het wat rijker versierd dan bij de kerk van Westerwijtwerd.

image011

In het koor staat een groot wit marmeren praalgraf van van Adriaan Clant van Stedum, borgheer van de borg Nittersum en medeondertekenaar van het vredesverdrag van Münster in 1648. Hij ligt er comfortabel bij, zo op één oor.

image010

Het is daarna maar een klein stukje naar Loppersum. Een dorp voornamelijk bekend van de aardbevingsschade vanwege de gaswinningen. We zien diverse huizen in de stutten. Maar de Petrus en Pauluskerk (ze konden niet kiezen) laat geen scheurtje zien.

image012

Ook hier weer een enorm gevaarte. Maar Loppersum is wat groter, dus dat kan ik me dan wel weer voorstellen. De kerk is uit 1217 en tussendoor is er flink aan bij- en verbouwd. We maken eerst een kopje koffie op het bankje tegenover de kerk. Er is markt, dus genoeg te zien. Voor € 1,= kunnen we sleutel ophalen bij de aanpalende drogist. Dat doen we want we willen de hoogtepunten in de kerk niet missen.

image016

De noordkapel laat een aantal schilderingen van het leven van Maria zien. Waarom moet dat  altijd op het plafond? Met zo lang omhoog kijken krijg ik kramp in mijn nek. Terwijl het wel de moeite waard is.

image014

Een andere bezienswaardigheid is de Lopster haarvlecht. Wat? De Lopster haarvlecht. Er zijn verschillende verhalen van maar waarschijnlijk is het van de heilige Catherina. Dat lijkt me sterk want ze kwam uit Alexandrië en leefde in de derde eeuw. Dat maakt het een verrekt oude vlecht. Ze hebben het maar in een kastje omhoog gehangen omdat er steeds mensen aan zitten en zelfs stukjes afknipten om thuis te bewaren. Zo blijft er natuurlijk niets over.

image015

Omdat we helemaal alleen in de kerk zijn, kun je lekker rondstruinen en overal in kijken. Als we een deur opendoen blijkt er een wenteltrap naar boven te zijn. Een briefje waarschuwt ons voor allerlei gevaar, hel en verdoemenis. Dat nodigt alleen nog maar meer uit. Boven blijkt een ‘schatkamer’ te zijn van oude rommel die tijdens de verbouwingen overbleef. Dat heb ik ook wel eens als ik wat uit elkaar haal en weer in elkaar zet. De schroeven die ik dan overhoud gooi ik meestal weg. Hier stellen ze het ten toon.

image017

Door naar de Mariakerk van Oosterwijtwerd. Op het hoogste punt van de wierde is voor 1200 al een kerkje gebouwd. Het is een van de oudste bakstenen kerken in de provincie Groningen. Net als vele andere kerken is deze ook eigendom van de stichting Groninger kerken. We kunnen er niet in want ze zijn de zaak aan de binnenkant aan het restaureren. En dat is erg jammer want het interieur is goed geconserveerd en heeft een preekstoel uit 1666, een avondmaalstafel (dus geen lopend buffet) en een herenbank-Ripperda uit de 17e eeuw. Wij doen het met alleen de buitenkant. Vaak wandel ik dan even over het kerkhof waar altijd verborgen drama’s te vinden zijn. Ook hier weer een jongetje dat op zijn negende sterft. Waaraan is niet duidelijk maar het moet een familiedrama geweest zijn.

image018

Aan deze kerk is een Maria-cultus verbonden. Er gebeurden wonderen bij haar beeld en ze is zelfs een keer verschenen hier. Waarschijnlijk om even polshoogte te nemen. Het werd daardoor  een bedevaartsoord. In de 16e eeuw werd dit soort dingen verboden en is het beeld vernietigd. Pas in 1848 mocht dit weer mits niet zichtbaar vanaf de weg (!).

Als bonus genieten we ook van het Groninger landschap en zijn dorpjes. Het is hier heel anders dan in de Achterhoek waar we een paar weken geleden waren. Daar was het landschap lieflijk, de dorpjes vriendelijk en de huizen kleurig. Er is ook veel bebossing en meer welvaart. In het Groninger land kun je zien dat de mensen het zwaarder hebben gehad. Het land was kaal. Er was een voortdurende strijd met de zee. En het is meestal guur en winderig. Dit zie je terug in het landschap, de huizen en de mensen. Er is weinig versiering aan de huizen en ook weinig kleur. Het motte ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ is hier duidelijk van toepassing. Toch wil ik niet zeggen dat het een beter of mooier is dan het andere. Beide heeft zijn charme.

image019 Alhoewel ze niet op ons lijstje staan, kijken we toch ook even bij de kerk van Krewerd  (foto boven) en Holwierde (foto onder). De kerk van Krewerd (Mariakerk?) is helaas gesloten en omdat we er nog genoeg op het programma staan, gaan we door. Het uiterlijk past goed in het door bezochte rijtje kerken. Bij de Stefanuskerk in  Holwierde stappen we niet eens af. Een monsterachtig gebouw uit de 15e eeuw wat het dorp domineert.

image020

Na Holwierde komen we opeens heel wat anders dan kerken tegen. Het zijn een paar bunkers. Eigenlijk een soort van kerken in oorlogstijd want ook hier kun je schuilen in het geval van gevaar. Een van de geocaches die we onderweg doen ligt hier.

image021

Het leuke is dat die dan meteen de achtergrond informatie geeft. De zeven bunkers zijn na de tweede wereldoorlog gebouwd om ons te beschermen tijdens de koude oorlog. Maar net als veel andere relikwieën uit die periode, zoals de IJssellinie, zijn deze ook nooit gebruikt.

image024

Als je tijd hebt voor één kerkje in Groningen, kies dan de Martinuskerk van Marsum. Hij ligt prachtig op een wierde. En omdat er weinig bebouwing omheen is staat hij als een baken in het landschap. Ergens tussen de 12e en 14e eeuw gebouwd en/of verbouwd en het enige restant van het dorpje Marsum (dat ‘woonplaats op het lage land’ betekent) dat bij het beleg van Delfzijl (ja, dat leer je niet bij de geschiedenislessen op de lagere school) volledig verwoest is. Leuk detail is dat het dak van de apsis (ronde achterkant) nog de originele nonnen (hol) en monniken (bol) dakpannen dragen.

image022

Voor het interieur kan ik geen ander woord dan sober bedenken. Er staat een replica van een middeleeuws Theophilisorgel als enige opsmuk. Marsum is onder meer bekend van de Noordbroekster boer Uko Walles. Een echte fundamentalist. Hij maakte de principes uiterst streng: zoals elke vorm van uiterlijke weelde vermijden, voetwassing bij het laatste avondmaal, geen wapens dragen, geen eed afleggen of overheidsdienst vervullen en geen baard afscheren.
Uit zijn woonplaats verbannen begon hij hier een afgescheiden groep onder de naam ‘Groninger oud Vlamingen’ (WTF). Maar zoals in het geloof vaak gebeurt, kwam er hier ook weer ruzie van en een harde kern Ukowallisten scheidde zich af. ‘Verschrikkelijke ketters’ werden ze genoemd en dat kon ook niet goed gaan. Hij werd opgepakt, later weer vrijgekocht en verdween uiteindelijk naar West-Friesland.

image023

Inmiddels beginnen we wat kerk-moe te worden. Maar er staan er nog vier op het programma. Wat ook meespeelt is dat we vanaf nu tegen de wind in moeten fietsen. Het waait niet hard, kracht vier of vijf, maar het kost wel extra inspanning.

image025

De Donatuskerk in Leermens is een van de oudste in het rijtje. In 1050 is al met de bouw begonnen. Zo oud is Leermens dus. Zoals veel van de kerken in deze omgeving is deze ook van tufsteen en baksteen. In de kerk zijn schilderingen en onder de preekstoel is een kelder waar in de oorlog onderduikers hebben gezeten.

We hoeven de sleutel niet op te halen want er zijn twee dames bezig met het klaarzetten van spullen voor het concert van morgen. Zo kunnen we wel even rondkijken, maar we kunnen niet stiekem in alle kastjes kijken.

image026

De Jacobuskerk in Zeerijp valt weer in de categorie groot. Hier zien we voor het eerst een toren die niet aan de kerk vastzit. We kennen dit ook van de kerk in Baflo. Vroeger was dit normaal. Een toren was als hoogste punt aantrekkelijk voor de bliksem wat vaak resulteerde in brand. En als de toren los staat, dan brandt alleen die af en niet ook de kerk erbij. Later zijn veel torens aan de kerk vastgemaakt. Dit kon omdat veel torens in het verlengde van de kerk lagen.

image027

Bijzonder aan de kerk is dat het de laatste Groninger kerk was die (hetzij deels) in de stijl van de romanogotiek is gebouwd en het feit dat er sinds de bouw slechts weinig aan de kerk is gewijzigd. De kerk is uit de 16e eeuw, maar onderzoek geeft aan dat er voorgangers zijn geweest.

image028

De kerk is open en het is deze keer een mooie ingang.

image029Binnen lijkt het wel een kathedraal door de hoge plafonds. Er hangen rouwborden van verschillende adellijke families uit de buurt.

Westeremden is vooral bekend van de schilder Henk Helmantel. Die weet met verf de werkelijkheid zo goed af te beelden dat het wel foto’s lijken. Helmantel woont naast de Andreaskerk die wij gaan bekijken.

image030

De bekende Emo van Bloemhof was de eerste abt. Het gebouw, is zoals zoveel kerken, geteisterd door brand en een groot aantal verbouwingen die soms delen toevoegden en soms weghaalden. Verder valt er niet heel veel meer over te vertellen. Het kan ook zijn dat ik inmiddels zo afgestompt ben door kerkinformatie dat ik het niet meer in me opneem.

image031 Als compensatie doen we een kopje thee in de tuin voor we naar de laatste kerk vertrekken.

image001

De Janskerk in Huizinge is –godzijdank- de laatste in het rijtje. In 1250 gebouwd en in de 14e eeuw wordt de toren toegevoegd. In de informatie zie ik dat ‘de rondgesloten apsis, in smalle vlakken verdeeld door lisenen, met rondboogfries en ronde nissen aan de bovenzijde en licht spitsbogige vensters met kraalprofiel daaronder, maken de kerk tot een van de fraaiste voorbeelden van de romanogotiek in de Nederlandse provincie Groningen’. Je moet het maar zien.

image032 De kerk is op slot en we hebben geen zin meer om de sleutel te halen. Bij de thee was al het eten op maar bij het uitrijden van Westeremden was er nog een dorpswinkeltje. De daar gekochte mineola’s en koekjes maken we soldaat op een bankje voor de kerk. Zo komen we een beetje op krachten voor het laatste rukje naar huis. Met een straffe wind tegen zal dat bikkelen worden.

In Middelstum kijken we nog even bij de restanten van de borg Ewsum. Alleen de de geschutskoepel staat er nog. En er ligt nog een geocache, die we natuurlijk even meepikken.

image033

Toornwerd heeft een grote toren. Je denkt dan meteen dat dit de naam wel zal verklaren, maar dat is niet zo. Oorspronkelijk was het een met doornen begroeide wierde wat resulteerde in de naam Doornweerd. Later is dit verbasterd tot Toornwerd en omdat Toor’n het Gronings is voor toren is iedereen in verwarring gebracht. Behalve wij dus.

image034

Via Stitswerd naderen we Warffum. Daar zien we een grote wierde in het landschap oprijzen. Het is de vuilstort van Usquert. Eigenlijk is dit niet anders dan dat het vroeger ging. Ook toen werd allerhande materiaal, waaronder vuilnis, gebruikt om de wierde op te hogen. Een mooie symbolische afsluiting van onze tocht langs Groninger kerken op wierden. Het waren er veel. En ze waren allemaal de moeite waard. Maar ik weet niet waar ik nu vermoeider van ben. De afgelegde afstand met tegenwind. Of de overdosis religie en kerkgebouwen. Hoe het ook zij, we kunnen daar nu weer van bijkomen.

Noot:
Als je geïnteresseerd ben in Groninger kerken, dan moet je zeker hier een kijkje gaan nemen.

De best verborgen schatten van Nederland (4)

Maandag 6 april : Van Apeldoorn naar Wageningen (61 km).

Als ik wakker wordt, staren vele gezichten mij aan. De kunstenares waar we bij overnachten is gespecialiseerd in portretten. De muren hangen er vol mee. Ze hebben goed over ons gewaakt en ons in een droomloze slaap ondergedompeld .

Het is erg fris in de kamer. Portretten hebben geen warmte nodig. Wij wel, dus we warmen maar even op onder de douche. Het ontbijt is weer ontstekend. Voldaan treden we de volgende fietsdag tegemoet. Een dag die grijs begint. Minder koud dan gisteren, maar wel met een lichte motregen. Licht genoeg zodat we het regenpak niet aan hoeven doen.

Vandaag staat eerst radio Kootwijk op het programma. Het gebouw wordt ook wel de Kathedraal genoemd door zijn specifieke art-deco betonnen uitvoering. Gebouwd in de jaren twintig van de vorige eeuw in the-middle-of-nowhere op de Veluwe. Bedoeld om een radioverbinding te kunnen opbouwen tussen Nederland en de toenmalige koloniën. Een afstand van ongeveer 12.000 kilometer. Daarom moest hij hoog staan en ver weg van de bewoonde wereld. Voor ons betekent het dat we wat moeten klimmen. Als hij in beeld komt, dan is het een imposant gebouw. Grijs beton op een grijze lucht.

IMG_3161

De antenne bestond uit een koperen kabel, verbonden door zes masten van 212 meter hoog. Dat zijn flinke jongens, als je je realiseert dat de Martinitoren bijvoorbeeld maar 97 meter hoog is.  Hiermee werd een extreem lange golf gemaakt (17,85 kilometer). Het plezier hiervan was maar van korte duur. Na twee jaar was de korte(re) golf beter, kleiner en goedkoper te realiseren. En het had het voordeel dat er niet alleen telegrafie (morse) mogelijk was, maar ook telefonie. De korte golf bleef tot ongeveer 1970 bestaan. Daarna werd het nog gebruik voor communicatie met schepen over de hele wereld. De satellieten maakten de zender overbodig en in 1998 is de boel gesloten.

De torens zijn opgeblazen en we hielden een prachtig gebouw over. De architect werd geïnspireerd door de sfinx. Boven de ingang zijn twee dames te zien. De ene is een Zeeuwse en de andere een Indonesische. Als je goed kijkt, is het duidelijk te zien. En je kunt wel raden waarom.

IMG_3164

Bellen naar Nederlands-Indië was toen nog een gebeurtenis. Niet voor te stellen in deze tijd van mobieltjes. Je moest naar een van de vier grote steden. Daar tikte je per minuut bellen ongeveer 11 gulden (voor de jongere lezers, dit is ongeveer 5 euro) af, met een minimum van drie minuten. In die tijd ongeveer een weeksalaris.

IMG_3167

Het begint iets harder te regenen en de koffietent in de garage van de zender is open. Tegen onze principes in kopen we een koffie. En om het dan maar meteen helemaal fout te doen, bestellen we er ook een appeltaart bij. Het blijkt een goede stop. Als we weer buiten komen is het droog. Via lege paden fietsen we over de Veluwe naar onze tweede bezienswaardigheid van de dag.

IMG_3173

Dat is het Jachthuis Hubertus. Via de kaart heb ik er een rechtstreekse route naartoe uitgestippeld. Maar wat ik me niet gerealiseerd heb is dat dit gebouw in het Nationaal Park de Hoge Veluwe staat. En om dit park staan hekken. De ingang is via Schaarsbergen, Hoenderloo of Otterlo. En laten die allemaal een stuk verderop zijn, terwijl aan de andere kant van het hek Hubertus ligt. We proberen het nog even via de portier, maar die wil ons ook niet binnen laten. Enige tijd later en met wat moeite staan we toch bij het jachthuis. We hebben er geen spijt van.

IMG_3182

Het toeval wil dat er net een rondleiding begint. We hebben geen kaartjes, die moet je bij de ingang kopen. Tsja, dat is weer zoveel kilometer verderop. Saskia smoest wat met de dame en na het overhandigen van wat euro’s mogen we toch mee met de rondleiding en kunnen we een aantal kamers in het gebouw ook bekijken.

Vele jachtgebouwen zijn vernoemd naar Hubertus. Het was iemand die wel van een beetje vlees schieten hield. Totdat hij het verkeerde hert uitzocht. Deze had een lichtend kruis tussen het gewei en Hubertus werd St. Hubertus, de patroonheilige van de jacht. Grappig is dat het huis ook weer in de vorm van een gewei gebouwd is.

IMG_3188

Het huis is ontworpen door Berlage voor de Kröller-Müllers en gebaseerd op een Engels country house. Het is een zogenaamd ‘Gesamtkunstwerk’. Dit betekent dat Berlage bijna alles ontwierp aan de binnen- en buitenkant. Het mozaïek op de vloer (door Berlage ontworpen)  sluit bijvoorbeeld aan op de grootte van de kasten (door Berlage ontworpen) en de plek van de pootjes. Zo konden ze de kasten ook niet verschuiven. Hij bemoeide zich overal mee. Zelf het bestek is door Berlage ontworpen. Hij hield echter geen rekening met mevrouw Kröller-Müller die haar eigen plan trok. Uiteindelijk escaleerde dit bij een serre die zij erbij wilde hebben. Die haalde de symmetrie uit het gebouw en dat was reden voor Berlage om te vertrekken. Dat kon ook, want hij had alweer een andere opdracht.

temp

Ook de omgeving van het huis was door Berlage ontworpen waaronder de vijver en de brug. Persoonlijk vind ik dat hij er wat moois van gemaakt heeft. Alleen het nut van de toren heb ik mijn twijfels bij. Volgens sommigen is dit omdat mannen nu eenmaal altijd een fallus symbool erbij willen hebben om aan te geven wie de grootste heeft.

IMG_3198

Over de rest valt weinig meer te vertellen. Via bospaadjes gaan we naar Wageningen terug. Het weer begint langzaam bij te trekken. Hierdoor hebben we af en toe nog wat zon. Maar ook de dreiging van een bui, die gelukkig niet doorzet. De tocht voert door het gebied met de naam Planken Wambuis. Hier zijn we vaker geweest. Geen caches meer onderweg, maar we komen wel de buitenaardse eieren tegen. En dat komt mooi uit want het is tenslotte nog steeds Pasen.

IMG_3200

Zo sluiten we de eerste etappe van de beste geheimen van Nederland af. We kunnen de conclusie trekken dat Nederland veel moois te bieden heeft. En dat is prima, want we hebben nog een hoop vlaggetjes over die we gaan bezoeken.

kaart-4

De best verborgen schatten van Nederland (3)

Zondag 5 april: Van Laren naar Apeldoorn (73 km).

Als we opstaan, staat het ijs op de ramen. Het moet vannacht toch zeker een paar graden gevroren hebben. Maar de blauwe lucht voorspelt een mooie dag. Een belofte die stand houdt. We krijgen een waardig paasontbijt voorgezet. Alles erop en eraan. Beter dan we thuis zouden maken. Met de buik vol kunnen we op pad.

Ik trek daarbij bijna alles aan wat ik mee heb. Zweethemd, T-shirt, trui, fietsjas, donsjas en regenjas. Zo trotseer ik de kou van de eerste uren. Het landschap maakt veel goed. Mooie heldere vergezichten. Kwetterende vogels. En snavelende ooievaars. De route voert door lange lanen met hoge bomen. Zo heb je ze in Groningen niet. En als ze straks allemaal in het blad staan, dan is het hier nog mooier.


Voor vandaag hebben we officieel maar één bezichtiging op het programma staan. En hier rijden we zeker 50 kilometer voor om. Is dat het waard? Ja, het gaat ons immers om de reis, niet om het doel. Zelfs als het zo iets banaals is als het ‘Willy Dobbe plantsoen’, beleven we veel plezier aan het fietsen. Maar ook zonder een uitgebreid programma komen we voldoende interessante dingen tegen. Door de caches leren we telkens weer wat nieuws.

Nu leidt een schat ons naar een locatie van een geheime lanceerinstallatie. Op deze plek werden aan het einde van de tweede wereldoorlog ongeveer 400 V1’s afgeschoten. Via een startbaan van 46 meter werden ze onder een hoek van zes graden versneld tot 250 km per uur. Alles werd in het geheim gedaan. De mensen die hier woonden moesten binnen acht uur hun boeltje pakken en opzouten. Toen de Duitse nederlaag in zicht kwam is de installatie opgeblazen en kwam men er eindelijk pas achter wat hier gebeurd was.

Een volgende cache brengt ons bij het zwarte hekke. Vroeger werd die gebruikt om een privé weg af te sluiten. Toen het van zandweg naar klinkerweg ging, was het zomaar opeens een openbare weg. Het hek verdween fysiek, maar niet in de geheugens van mensen. De naburige bewoners worden nog steeds de familie van ‘de zwarte hekke’ genoemd. Daarom is hij nu weer teruggebracht in het landschap. Niet als afsluiting van een weg, maar wel als monument.


Hierna krijgen we een aantal caches die IJssellinie als thema hebben. We dachten dat dit ook met de tweede wereldoorlog te maken had maar dat hebben we helemaal mis. Tijdens de koude oorlog (1948-1989) was men bang voor een Russische invasie. Er werd toen een plan ontwikkeld om een vijf tot tien kilometer brede strook onder water (inundatie) te kunnen zetten. Over een lengte van 126 kilometer (!). Dat hiervoor dan 400.000 mensen moesten evacueren was bijzaak. Men is jaren bezig geweest dit aan te leggen. Bunkers werden ingegraven en ook tanks werden in beton gestort als verdedigingswerken. Dit alles kreeg de naam de IJssellinie en is grotendeels weer afgebroken omdat de kou uit de lucht ging en het niet meer nodig was. Dit alles lezen we tijdens het schatzoeken. Mooie hobby!

Uiteindelijk komen we bij het Willy Dobbe plantsoen in Olst. Deze heeft meerdere dubbele bodems:

Willy Dobbe was een presentatrice uit de jaren ’70. Begonnen als omroepster en later presenteerde ze het spelprogramma ‘Zevensprong’ en het Eurovisie songfestival dat in Nederland werd gehouden in 1970.

Zij was inspiratie voor de buitenscènes uit het VPRO programma ‘de lachende scheerkwast’. Deze speelde zich af in een plantsoentje met haar naam. Dit alles bedacht door Wim T. Schippers. Ook bekend van de serie Waldolala (met Sjef van Oekel) en als presentator van de wetenschapskwis.

Toen er in Olst ruzie ontstond over de naamgeving van straten werd het plantsoentje door de lokale herensociëteit (v/h de nuts neut) aangeboden. In 1997 is het officieel geopend door Wim T. Schippers én Willy Dobbe. Het ligt aan de rand van een nieuwbouwwijkje. Twee witte bankjes, wat perkjes, een fiets en wat braaksel (ode aan Sjef). Je moet er eens in je leven geweest zijn!

Bij Olst nemen we de pont over de IJssel. Er zijn prachtige surrealistische wolkenluchten vandaag.

Met een grote boog gaan we naar Apeldoorn. De fietsrouteplanner brengt ons op mooie plekjes. Met een spectaculair uitzicht eten we onze bammetjes.

Daarna gaan we het Gortelse Bosch (oude spelling) in. Omdat ik hier voor een natuurroute gekozen heb, gaan we dwars door de bossen. Dus veel zandpaden. Ondanks dat het eerste Paasdag is én mooi weer, zijn er toch maar weinig mensen op pad. We ploeteren dus voornamelijk alleen door de modder.

Apeldoorn zien we helemaal. We komen in het noorden binnen. Omdat we veel te vroeg zijn, brengen we nog wat tijd door in het Verzetstrijderspark met een kopje thee in de zon. Daarna naar het zuiden van de stad.

Ons overnachtingsadres is weer een verrassing. Sliepen we eerder deze week in een tweede-hands winkel. Nu slapen we in het atelier van een kunstenares. Omringd door schilderijen ligt er een heerlijk bed op ons te wachten. We zullen er vast weer heerlijk slapen. Morgen de laatste etappe.

kaart-3

De best verborgen schatten van Nederland (2)

Zaterdag 4 april: Doesburg – Laren (75 km).

Om kwart voor zes worden we wakker van het geklepper van de brievenbus. Om onze nachtrust niet te verstoren heeft de gastheer de brievenbus gefixeerd. De krantenjongen weet dit niet en probeert met man en macht toch de krant er doorheen te krijgen. Wat hem uiteindelijk ook lukt en niet eens vel voor vel. Goedemorgen Doesburg!

Als het wat lichter is geworden buiten zie ik dat het niet droog is. De neerslag zit in een identiteitscrisis. Ze weet niet of ze in vloeibare- (regen) of semi-vaste vorm (sneeuw) moet neerdalen. We laten haar nog even worstelen want een uitgebreid ontbijt staat op ons te wachten.

Vertrekken is lastig. Het is kiezen tussen een heerlijk warme kamer en de kou van buiten. De neerslag heeft het overigens helemaal opgegeven en zoekt haar heil elders. We hoeven niet in regenpak de weg op. Van uitstel komt afstel, dus we gaan gewoon. De eerste kilometers wel met kippenvel.

Een groot deel van de ochtend fietsen we langs de IJssel. Die overigens flink hoog staat.

Behalve een paar Paashazen in het veld is niemand op pad. Snap ik ook wel met deze kou en de grijze luchten. Ons maakt het niet uit. De kou is inmiddels gewend en her en der doen we nog een cache. Ongemerkt komen we bij het kunstgemaal. Helaas (nog) niet open dus we maken zelf maar een bakje koffie. Bij het ontbijt hebben we de Paasstolle bewaard en die gaat er nu wel in. Lang zitten we niet want stilzitten betekent kou lijden. Ondanks dat de zon wel haar best doet om door te breken.


Uit het boekje van Rik Zaal heb ik de acht kastelen route overgenomen. Voordat we daar zijn komen we ook al een andere fraaie plek tegen. Het is gewoon een kerk met een groot huis, maar door al die torentjes heeft het toch een hoog ooh-aah gehalte voor ons.

Iets voor Vorden stuiten we op het eerste kasteel. In de 14e eeuw was kasteel Hackfort nog gewoon een versterkt woonhuis. In de jaren daarna wordt het verbouwd tot burcht. De Spanjaarden plunderen en vernielen het in de 80-jarige oorlog. Maar niet getreurd. Daarna wordt het nog mooier weer opgebouwd. Nu is het van natuurmonumenten en die hebben het mooi gerestaureerd. Helaas kunnen we dat niet zien want het is gesloten.


In Vorden doen we eerst boodschappen. Daarna gaan we door naar kasteel Vorden. Persoonlijk vind ik dit mooier en meer kasteel dan Hackfort. In 1315 stond het er al als militair bouwwerk. Ook hier hielden de Spanjaarden huis en dan bedoel ik niet als Sinterklaas. Eind vorige eeuw was het gemeentehuis, maar nu is het van een particulier. Je kunt er nog steeds trouwen.


Het derde kasteel op de route is kasteel de Kiefstkamp. Eigenlijk meer een landhuis dan een kasteel maar toch mooi. Ook particulier bezit maar we kunnen er toch nog dichtbij genoeg komen om een representatieve foto te maken.


Op weg naar het volgende kasteel komen we bij een bijzondere cache. Je hebt er drie batterijen voor nodig. Hij zit achter een molen in een kast. Als we die open hebben, zit er een miniatuur molen in die draait. Het geocachen weet me nog steeds te verrassen.


Kasteel Onstein wordt bewoond door iemand die niet van bezoek houdt. Meerdere borden waarschuwen je er vooral niet naartoe te gaan. ‘Ga terug’ staat er op onderstaande foto op het bord. De fazant links onder trekt zich hier niets van aan. Wij kunnen alleen vanuit de verte toekijken.


Maar het wordt nog erger. Voor kasteel ’t Meldler heb je een verrekijker nodig om wat te kunnen zien. Met het fototoestel kan ik nog wat inzoomen maar meer dan een groot huis aan het einde van een pad is niet te zien. In de 15e eeuw gebouwd en sinds eind 17e eeuw in bezit van de familie Medler. Ze houden niet van pottenkijkers.

Hetzelfde geldt voor het zesde kasteel op de route. Kasteel de Wiersse is alleen door een hek te fotograferen. Gebouwd in de 13e eeuw en sinds eind 17e eeuw in bezit van één familie.


Dan doen ze bij kasteel de Wildenborch wat minder moeilijk. Daar kun je gewoon de tuin in fietsen. Maar goed, dit is dan ook het kasteel van een voormalig roofridder. ‘Betreden op eigen risico’ staat er op het bordje. Zou de roofridder er nog steeds wonen? Voor de zekerheid blijf ik dicht bij de spullen.

Eind 14 eeuw woont roofridder Sweder Roodenbaert van Wisch hier. Daarna is het een komen en gaan van mensen. Interessant is dat ‘Bommen Berend’ hier ook nog een tijdje gewoond heeft. Later koopt de vader van de dichter Staring (komen we straks ook nog tegen) het, verliest het weer maar nu is het weer in handen van de nazaten van deze dichter.

Het achtste en laatste is kasteel het Enzerinck. Eigenlijk ook meer een buitenplaats dan een kasteel. Het ligt er mooi bij. Ik kan me voorstellen dat als de bomen wat meer uitgelopen zijn, het een prachtige omgeving is. Het wordt in 1378 al genoemd maar pas in 1836 wordt het gebouwd zoals het er nu uitziet.

Op het landgoed staat ook Grootvaders huisje. Hiervoor kom ik eigenlijk maar het is nergens te bekennen en het complex is ook gesloten voor het publiek. Ik begin al wat te mopperen dat ik mijn lidmaatschap van Natuurmonumenten ga opzeggen, maar het blijkt dat je om het landhuis heen kan fietsen. Dieper in het bos ligt het huisje wat we zoeken.

Het is gebouwd als speelhuisje voor de kinderen van Jonkheer Karel van Lennep maar in de tweede wereldoorlog hebben er onderduikers in gewoond. Terwijl het echt een mini-piep-huisje is. We zetten een kopje thee en laten het eens goed inwerken.

 Uit de gids van natuurmonumenten haal ik ook informatie over de karakteristieke hooibergen uit de Achterhoek. We fietsen er een stukje voor om en het is de moeite waard. Op landgoed Velhorst staan er meerdere. Het aantal palen (roeden)bepaalt de naam. Een een-roeder wordt ook wel een paraplubakken genoemd. Er zijn ook vier- en vijf-roeders. Het dak wordt met een katrol omhoog en omlaag gehesen.

Het hoogtepunt van de dag hebben we voor het laatst bewaard. De Staringkoepel is een theehuisje wat aan de Berkel staat en ooit gebouwd is door de jongste dochter van de bekende dichter Staring. In 1850 gebouwd maar later helemaal vervallen. In 2004 door Natuurmonumenten herbouwd.

We moeten ervoor een stuk langs de Berkel door de modder fietsen met het gevaar om te slippen en in het water terecht te komen. Daarna moeten we met een pontje over de Berkel om bij de theekoepel te komen.

Het is het allemaal waard. In het gebouwtje hangen wat spullen van de dichter Staring. De 50-tinten grijs schrijver van de 19e eeuw. Nu worden we er niet meer warm of koud van maar voor die tijd was het verkapte porno wat hij schreef:

Ik zag haar aan en diep bewogen,
Smolt ziel met ziel ineen.
O tooverblik dier minlijke oogen,
Wier flonkering op mij scheen.
O zoet gelispel van dien mond
Wiens adem de eerste kus verslond.

De geile rakker! De kus is mooi op het plafond weergegeven.

De theekoepel ligt er prachtig bij. Vanaf de eerste verdieping hadden Constantia en haar vriendinnen een mooi uitzicht op de Berkel. Overigens is zij zelf altijd een ‘spinster’ gebleven. Aan de foto van haar kan ik wel zien waarom.

Van al dat dichten wordt ik ook romantisch en voor het slepen van het pontje terug over de Berkel vraag ik als betaling een kus. En ik krijg hem ook.

Hierna is het nog een klein eindje naar Laren. Ook dit stuk hebben we de wind weer tegen. En ondanks dat het niet heel veel kilometers zijn, zijn we best wel moe. Laren is een dorp van 3000 inwoners en drie (grote) restaurants. We zijn de eerste gasten van Greet want ze is net begonnen met Vrienden op de fiets. Het is heerlijk om buiten te fietsen maar ook lekker om met een warme kop thee en eigen gebakken appel-cake te worden ontvangen.

De kamer is ruim en voelt goed. Na een warme douche zoeken we een van de drie restaurants op om deze mooie dag passend af te sluiten. En dat lukt prima.

kaart-2

De best verborgen schatten van Nederland (1)

vrijdag 3 april. Van Wageningen naar Doesburg (59 km).

Winteravonden lang zit ik allerlei tochtjes voor te bereiden of gereden tochten na te bereiden. Maar uiteindelijk moeten ze ook gefietst worden. Dit weekend is het gelukkig weer zover.

We starten in Wageningen. By (schoon)zus Sylvia kunnen we de auto kwijt en worden we ook nog getrakteerd op koffie. Wat wil je nog meer?

Binnen 10 minuten hebben we de eerste cache al te pakken. We moeten even wachten op het Lexkesveer en in die tijd weet ik een kokertje uit een buis te vissen, zet mijn naam erop en stop hem weer terug.

Voor 80 cent per persoon worden we over de Nederrijn gevaren. Naast ons zijn er ook een stelletje schoolkinderen die naar de overkant moeten. Dat doen ze dus elke dag want ze vissen allemaal een knipkaart uit de tas. Het pontje vaart niet recht over. Door de sterke stroming verlijeren we flink maar het lukt toch weer om bij de landingsplaats uit te komen.

Over de dijk fietsen we naar de eerste bezienswaardigheid van de dag; het stuwcomplex bij Driel. Deze maakt onderdeel uit van een drieling in de Neder-Rijn en de Lek. Bij Amerongen en  Hagestein liggen de andere twee. Driel was de laatste in de rij en is in 1970 geopend. Rik Zaal heeft het over ‘prachtig witte vizierbogen’ maar dan moet echt de winterschilder even langs komen want grijs is de nieuwe kleur van het complex.

De stuw is een waterstaatkundig kunstwerkje. Via een soort vizier kunnen ze de waterwegen afsluiten zodat ze het waterpeil kunnen reguleren. Hiermee houden we voldoende zoet water voor de boeren en voldoende water om de schepen te laten varen. Als de stuw dicht is, gaan de schepen via een sluis. Ook aan de vissen is gedacht want voor hun is een speciale trap gemaakt met treden van 16 centimeter. Ik verbaas me over al die waterwegen hier. Je hebt de IJssel en de Rijn die via het Pannerdensch kanaal verbonden worden. En dan loopt hier ook nog de Waal, de Nederrijn en de Lek. Ik ben blij dat ik niet op een bootje de waterweg hoef te vinden.

Iets verderop gaan we weer over de Nederrijn. Het voetveer aan de overkant ziet ons en is blij met de klandizie. Ze komen ons meteen halen en we zijn de enige gasten. Iets duurder dan het Lexkesveer want we betalen hier wel een hele euro per persoon!

Arnhem mijden we met een grote boog. Eigenlijk had ik gedacht dat Nederland vrij vlak is, maar bordjes met 8% stijging staan hier ook gewoon langs de weg

Routes maak ik met de fietsrouteplanner van de Fietsersbond. Het leuke is dat je daar uit verschillende routes kunt kiezen. Een van mijn favorieten is de ‘natuurroute‘, maar die heeft als eigenschap dat hij veel off-road probeert te selecteren. Daarom zitten we al snel weer op zandpaden. Dat is soms ploeteren, maar heeft het voordeel dat we alleen op de wereld zijn. De naweeën van de storm Zijn duidelijk zichtbaar. We moeten veel slalommen om de takken die op de wegen liggen.

Bij Oosterbeek kijken we even bij de oorlogsbegraafplaats. Eindeloze rijen met witte kruizen. Indrukwekkend om te zien en blij dat deze mensen voor ons gevochten hebben. Anders zouden we nu allemaal een klein smal snorretje hebben en elke dag Sauerkraut eten.

Snelwegen waar we normaal overheen gaan, daar kruipen we nu onderdoor. Zo komen we bij het Veluwepark. Daar hebben een mooi stuk van de route.

In het buitenland gaan we vaak bij stenen cirkels kijken. We wisten niet dat deze ook in Nederland waren. Bij toeval zien we er ineens een liggen. Het blijkt een internationaal monument te zijn van het onbekende kind. Herman van Veen heeft dit monument hier opgericht met stenen uit allerlei landen. In de cirkel staan twee huilende mannen elkaar te omhelzen. Waarom? Geen idee. Ze lijken me te jong om zelf kinderen te hebben. Misschien een familielid? Of ze lijden gewoon mee? We zullen het nooit weten.

Daarna fietsen we lange tijd over de Veluwe. Het is hier heerlijk rustig. Af en toe een wandelaar, meer niet. De zon schijnt volop en er is veel te zien. We komen een gigantische brandtoren tegen.

Helaas kun je alleen tot de eerste verdieping komen en niet op 138 meter hoog. Daar moet het uitzicht nog mooier zijn. Wel vinden we hier nog een cache.

De wildobservatiepost zien we in de verte liggen. Een paddenstoel met een dak. In de herfst wordt hij gebruikt om naar geile herten te kijken. We kunnen er met de fiets niet komen dus we laten hem maar voor wat het is.

Het torentje van Jut is een ander geval. Volgens Zaal ‘een bakstenen punt op een witgepleisterd gebouwtje met vier nissen die merkwaardige scheuren bevatten’. Beter had hij het niet kunnen beschrijven behalve dat er nu wat hekken van een aannemer omheen staan. Blijkbaar hebben ze hier ook last van aardgas aardbevingen.

Het torentje is opgericht door Jut van Breukelerwaard. In een Duits kuuroord werd hij genezen van zijn reuma door koud water baden. Dat inspireerde hem om in Nederland ook een kuuroord op te zetten. Hij haalde daarvoor vier van zijn geneesheren naar Nederland. De namen ervan staan boven de vier nissen. Priessnitz (dit is de officiële naam van het monument), Oertel, Flusse en Rause. We hebben het over 1850. Het kuuroord maakt gebruik van de zuivere water van de streek (Vroeger stonden hier ook veel papiermolens) en is tot de tweede wereldoorlog in gebruik geweest. De Duitsers maakte er korte metten mee en daarna is het vervallen en afgebroken. Dat is erg jammer. Gezien de staat van mijn rug, had ik ook wel even willen kuren.  Nu staat alleen het monument er nog. Met hekken en een bankje waarop wij een kopje thee maken.

Daarna is het nog maar een klein eindje naar Doesburg. Onderweg komen langs een van de weinige wijnboerderijen die Nederland rijk is. Er is een cache maar ik kan het niet vinden. De wijnboer ziet me zoeken en helpt me een beetje. Ik moet eerlijk toegeven dat ik zonder zijn hulp hem niet gevonden zou hebben. Je moet een paal uit de grond trekken en dan komt hij tevoorschijn.

Normaal ga ik niet zo destructief te werk. Aan de schade te zien in de omgeving doen andere cachers dat wel. Dat is ook een van de klachten van de wijnboer. Ik beloof hem om even contact op te nemen met de cache legger om dit te verbeteren.

Doesburg is een oude stad. In 1237 kreeg het al stadsrechten. Volgens Zaal zijn er ‘opvallend veel oude gebouwen’. En dat kunnen we beamen. Het is hier best mooi.

We hebben hier ook onze overnachting. Bij Vrienden op de Fiets is het altijd weer een verrassing waar je terug komt. Vandaag slapen we in een tweede hands winkel. Het echtpaar heeft het huis volgestouwd met allerlei verzamelingen. Blikjes, speldjes, dinky-toys, boekjes, emaillen schildjes, noem maar op. En dan kijk ik nog niet eens in de kasten. Maar er is een bed. En een douche. Dus we redden ons wel.

We eten in ‘de oude waag‘. De oudste kroeg van Nederland als we de informatie mogen geloven. In 1478 werd hier al bier verkocht. Ze serveren nog steeds een voortreffelijke maaltijd en zo vol als een potje met peren rollen we naar huis. Morgen op zoek naar meer verborgen schatten.

kaart-1

De beste verborgen schatten van Nederland (Intro)

Eindeloze velden met zonnebloemen. Eeuwigdurende klims met aan het einde een fantastisch uitzicht. Ruige natuurgebieden. Voor deze indrukken gaan we altijd naar het buitenland. Nederland is daarvoor te vlak, te veel bebouwd en te gecultiveerd.

Toch kun je prachtig fietsen in Nederland. Dat hebben we ook al veel gedaan. En Nederland heeft het voordeel dat je niet eerst ver moet reizen voordat je in het zadel kunt.

Het onderweg zijn op de fiets is al een doel. Maar we willen vaak meer. Niet alleen natuur zien, maar ook cultuur. Deels vullen we dat al in door onderweg te gaan geocachen. Dat heeft ons al op bijzondere plaatsen gebracht. Maar er is vast nog veel meer te zien in Nederland.

zaal

In de krant kwam ik een recensie tegen van het boekje ‘Het beste van Nederland’, geschreven door Rik Zaal. Het is een samenvatting van de grote broer dat 1300 pagina’s telt. Zaal heeft 17 lijstjes gemaakt. Dan moet je denken aan onderwerpen als landschappen, gebouwen, musea en stadjes. Maar ook fietsen, wandelen, de zee en begraafplaatsen. Uiteindelijk een  totaal van 130 onderwerpen. Volgens hem de mooiste plekken van Nederland.

Natuurlijk weet ik het veel beter. Die 130 zijn er veel te veel. Ik maak daarom weer een eigen selectie van bijzonder plaatsen die ik graag wil zien. En deze zet ik uit op de kaart van Nederland.

nat-mon

Natuur is iets waar we zuinig op moeten zijn. Het wordt ook steeds schaarser binnen ons kleine landje. Het is goed dat er organisaties zijn die hier voor waken. Van een aantal van deze organisaties zijn we lid. En als lid bent krijg je jaarlijks ook wat terug. Van Natuurmonumenten krijgen een boekje met ‘verborgen schatten’. Wat hebben we veel te zien in Nederland!

In de winter blader ik het door. Kastelen, molens, bijzondere huizen, natuurgebieden en nog veel meer. Ook hierin maak ik een selectie en zet dit ook uit op dezelfde kaart.

Uiteindelijk kom ik op 78 onderwerpen en dit levert het volgende plaatje op.

overzicht

Misschien denk je; ‘Is er maar zo weinig in Brabant, Zeeland en Limburg te zien?’. Nou, die heb ik even overgeslagen. Laten we eerst deze 78 maar eens doen.

Dat kan heel mooi op de fiets. Afhankelijk van de tijd die we hebben kan een kortere of langere ronde gemaakt worden langs deze schatten. Komend weekend is het Pasen. Dat is een mooie eerste gelegenheid om dit in de praktijk te brengen.

Met wat puzzelen en de fietsrouteplanner van de Fietsersbond heb ik een rondje gemaakt. Eerst natuurlijk veel te lang omdat ik vergeet dat we ook tijd nodig hebben om de plaatsen, die we bezoeken, te bekijken. Maar met een beetje tweaken lukt het me om een mooi rondje in de omgeving van Arnhem, Deventer en Apeldoorn te maken.

paasrondje

We beginnen op vrijdag in Wageningen en eindigen die dag in Doesburg. Volgens Zaal heeft die een wonderschone binnenstad. Op zaterdag doen we, onder andere, een groot stuk van de Acht-kastelen route.  We eindigen in Laren. Op zondag staat er niet veel meer op het programma dan fietsen door prachtige natuurgebieden. Alleen het Willy Dobbe plantsoen tikken we af. Ingericht naar voorbeeld van het VPRO programma de lachende scheerkwast. We eindigen daarna in Apeldoorn. Op maandag weer terug naar Wageningen maar wel even langs Radio Kootwijk en het St. Hubertus jachthuis. Natuurlijk ligt de hele route ook weer bezaaid met geocaches.

Gezien de weersvoorspelling (op dit moment slaat de hagel tegen de ruiten) en ons, steeds lager wordende, bikkelgehalte gaan we nog niet in de tent. Via vrienden-op-de-fiets heb ik wat logeeradresjes kunnen regelen. Dit viel voor de eerste Paasdag nog niet mee. Niemand zit erop te wachten zijn eieren te delen met een vreemde. Gelukkig zijn we gered door Gerda uit Apeldoorn. Ze was wel haar stem kwijt maar niet haar gastvrijheid.

Als alles goed gaat kunnen jullie de komende dagen meegenieten van de verborgen schatten van Nederland. Ik ga proberen onderweg weer wat te bloggen. En misschien geeft het wel inspiratie om ook op pad te gaan. Ik hoor graag welke schatten jij bezocht hebt.