Dinsdag 29 juli : Heringen – Eschwege

A rainy day is the perfect time for a walk in the woods. 

– Rachel Carson

Afgelopen nacht heeft het een aantal keren geregend. Ik werd er wakker van. Geen onweer regen, maar buiige regen. Als we opstaan is het bijna droog. Dat ’bijna’ slaat op dat het nog wel af en toe druppelt. Wat dat betreft ben ik blij dat we nu niet onder de bomen staan. Want dan blijft het druppelen. We hebben gisteren de plaats zo gekozen dat we ’s ochtends in de zon staan. En die is er nu even niet. Ik droog toch maar de tent af, wetende dat het mogelijk zinloos is. Maar ja, de zon gaat ook elke dag zinloos ten onder, want de volgende dag moet zij toch weer op. We ontbijten onder een licht grijze lucht, pakken in en zijn weer op weg.

De planning is om er vandaag een rustige dag van te maken. Op ongeveer 70 kilometer is een camping waar we goede berichten van horen. Het is ook wel lekker een keertje op tijd op de camping te zijn. Helaas gaat dit allemaal niet lukken, zoals je verderop kunt lezen.

We hadden hem gisteren al de hele tijd in het zicht en nu fietsen we er langs; Monte Kali. 135 miljoen ton (dat zijn negen nullen als je het in kilo’s rekent) zoutafval. Ik vraag me af waarom het zo goed blijft liggen. Ik zou verwachten dat het weer naar beneden zou spoelen, maar blijkbaar kleeft het of zo. Wel leuk in de winter. Zet er een ski lift op en je kunt skiën.

De route loopt een stukje door een moeras. En hoe leg je daar een fietspad aan? Nou dat is eigenlijk vrij simpel. Die bouw je op palen. Volgens mij hebben we die in Nederland ook wel. In Drenthe, meen ik. Het blijft een mooi gezicht.

We fietsen veel langs de voormalige grens tussen oost- en west-Duitsland. Regelmatig komen we borden tegen en gedenktekens. Zo ook hier. De opening van de grens was op op 18-11-1989 om 5:45. Het was toen een groot volksfeest. En alhoewel er nu geen grenzen meer zijn, zie je het toch als je in het oostelijk deel of in het westelijk deel fietst. 

Onderweg doen we nog steeds caches. Het leukst zijn de schatten waar een verhaal bij zit. Hier hebben we een over twee rivaliserende vrouwen. Ze wilden dezelfde man. Terwijl ze met sikkels aan het oogsten waren kwam het tot een handgemeen. Ze overleefden het beide niet en als waarschuwing voor alle (dames let op!) vrouwen werd hier de ‘Sichelstein’ geplaatst. En nu de steen er toch staat, is er meteen maar een rastplatz voor fietsers van gemaakt.

Eigenlijk hebben we inmiddels wel weer genoeg kerken gezien. Maar in Untersuhl maken we toch even een uitzondering voor de ronde kerk. Het is inderdaad een rond gebouw en rond van binnen. Eigenlijk een hele brede toren die van boven smaller wordt. We kunnen er ook in en van binnen is hij mooi versierd met fresco’s. 

In Gerstungen gaan we even naar het marktplein. Het symbool van de stad is een ooievaar. Deze komt terug in de fontein. Er is ook de legende van Limpertstein.

Ondertussen zijn we compleet vakwerkhuis moe geworden. Ik voel me een beetje voor de gek gehouden want het zijn hier eigenlijk allemaal vakwerkhuizen. Net als bij ons bakstenen huizen. Ik kan me voorstellen dat in een Duitse reisgids staat: ’let op de karakteristieke bakstenen huizen in Baflo’. En dat mensen bij ons door de straat rijden en foto’s maken. Ik probeer het te vermijden vanaf nu maar helemaal lukt het niet.

Vandaag hebben we ook weer meerdere stukken onverhard. Dat  is toch wel het leuke van de Werra route. Die afwisseling. Een nadeel is wel dat je vaak -langs- dorpjes en bezienswaardigheden gaat. Voor de mooiste ruïne van Thüringen rijden we ook even om. Dat is de Brandenburg. We zien hem alleen in de verte.

Ook Creuzburg en zijn kasteel zien we alleen in de verte. We gaan ook hier niet naartoe.

Volgens het boekje komen we nu in het mooiste deel van de Werra route. We hebben de Werra inmiddels van een kabbelend beekje in een echte rivier zien veranderen. Hier loopt hij door een dal. Het lijkt wel een gorge, maar ik kan me niet voorstellen dat de Werra dit uitgesleten heeft. Ik moet wel het boekje gelijk geven; het is een mooi stuk.

Het plaatsje Mihla fietsen we even in. Het is duidelijk een voormalige oost-Duitse stad. Kazerne achtige flats, staatsbedrijven en oost-Duitse keitjes op de wegen waar Saskia graag even over wil stuiteren. 

Voor de rest slingeren we, net als de Werra, verder van dal naar dal. De hele dag is het prima weer. Soms zien we zelfs zon. In de middag dreigt er weer onweer. Helaas waait het niet over. We schuilen even onder de bomen maar het lijkt er toch op dat dit even gaat duren. In het Duits heet het daarom ook ’Dauer-regen’. Er zit niets anders op dan het regenpak aan te trekken en door te gaan.

Ook in regen is het hier mooi. De regen verandert het landschap. De bossen worden groener. Alles lijkt net even een tikkeltje scherper. Het ruikt anders. En de wolken hangen als flarden tussen de bergen. Het is een mooi gezicht. Dus ondanks de nattigheid genieten we toch weer. 

Het ene dorpje dat we tegenkomen is nog mooier dan het andere. Vooral Treffurt, Heldra (waar nog een wachthuisje uit de tijd van de gescheiden Duitslanden staat )en Altenburschla springen eruit. Bij dit laatste plaatsje hadden we die mooie camping gepland. Maar als het plenst gaan we geen tent opzetten. We fietsen nog maar even door. Als het droog wordt, gaan we kamperen in Eschwege. En anders proberen we daar de jeugdherberg.

Het regent nog steeds als we bij de jeugdherberg komen. Ze hebben nog een plekje voor ons op een gedeelde kamer. Bij even doorvragen kunnen we voor een paar euro meer een eigen kamer met wastafel en een douche op de gang krijgen. En plots is daar ook een eigen kamer met eigen douche. En dat voor €55, inclusief ontbijt. Voor €5 euro per persoon kunnen we aanschuiven voor het eten. Terwijl ik daar druipend voor de balie sta, vind ik het allemaal prima.

De kamer is gigantisch. Het is een familiekamer met een vide en wel 6 bedden. We kunnen mooi de tent drogen en de andere spulletjes wassen. Er er zijn voldoende stopcontacten om alles op te laden.

Als eten krijgen we schnitzels met ham en kaas. De aardappelkroketten zijn op, maar de kokin maakt voor ons nog even aardappelpuree. En er zijn verschillende salades. 

Terwijl het buiten nog steeds regent kunnen wij lekker ruim zitten. Wat lezen en aan de verslagen werken. Dat laatste kost aardig wat tijd. En daarna voor de verandering weer in een gewoon bed. Het beddengoed is van degelijke kwaliteit. Niet gewassen met wasverzachter maar met stijfsel. We zullen er niet minder om slapen.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 85,1 (totaal 1204)

Afstand tot Baflo: 342 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 297

Hier zijn we 

Maandag 28 juli : Henfstädt – Heringen

People travel to faraway places to watch, in fascination, the kind of people they ignore at home.

– Dagobert D. Runes

Via een hoop kunst- en vliegwerk weten we de tent een beetje te drogen voor we op pad gaan. We beginnen vandaag aan de Werra, we eindigen aan de Werra en tussendoor zitten we ook aan de Werra. Vandaar dat dit waarschijnlijk de Werra route heet.

Iedereen die graag eens in Duitsland wil gaan fietsen, kan ik de Werra route aanbevelen. Hij is erg mooi. Goed bewegwijzerd en overal prachtige picknickplaatsen. Landschappelijk is hier heel veel te zien en de dorpjes zijn plaatjes. Stuk voor stuk.

Bij Meiningen gaan we even van de route af om zo’n plaatje te bekijken. Het is mooi daar. Een leuk marktplein met natuurlijk een bijbehorende toren.

Af en toe zijn er wat afsluitingen in de route. Meestal fietsen we dan gewoon door. Je kunt er meestal, lopend, wel via de berm langs. Maar soms maken ze zelfs speciale bruggetjes voor fietsers. En daar zijn we heel blij mee. Want ik heb een hekel aan terugfietsen.

Als we op een van de mooie picknick plaatsen, voor Wernshausen, wat zitten te eten komen er een paar mannen langs met jerrycans. Iets verderop zit een hele goede bron. Hij komt speciaal hier het water halen omdat het zo gezond is. Het zou een gemiste kans zijn om onze bidons niet te vullen. Naast de twee H’s en de O zit bijna het hele verdere periodieke systeem erin. Ik ga even kijken, maar gooi mijn bidons nog niet leeg. Ik drink eerst een handvol van het water. En het is werkelijk niet te zuipen. Nog erger dan een slok zeewater. Het is daarna een tijdje spoelen met gewoon water, maar pas later in de middag raak ik de smaak wat kwijt. Eigenlijk had je het al kunnen zien aan de bron en de afvoer.

Bij Breitungen is er een Herren-Breitungen en een Frauen-Breitungen. Even zijn we bang dat we moeten opsplitsen zodat ieder door zijn eigen deel gaat. Maar gelukkig leidt de route ons middendoor en kunnen we bij elkaar blijven.

De wegen waar we over gaan zijn veelal vlak tot licht aflopend. We fietsen gemakkelijk 23 km/uur en zo maken we vandaag heel wat kilometers. De temperatuur is weer hoog en het is drukkend warm. Daarom is soms een beetje afwisseling wel leuk. Dat komt bij Tiefenort. Daar gaan we een stuk off-road langs de Werra. Het is wel stuiteren maar ook mooi en wat koeler tussen de bomen. Op een veldje langs het water doen we even een dutje op de tarp.

Bij Philippstal doemen in de verte hoge witte bergen op. Dit is een vreemd gezicht hier. Het is een kaliberg en er zijn er meer van. Ze zijn opgebouwd gedurende 100 jaar en bevatten het (kali)zoutafval dat niet economisch gebruikt kan worden. Morgen komen we langs Monte Kali die meer dan 500 meter hoog is. En dan te bedenken dat de mijnen tot 700 meter diep gaan. Erg indrukwekkend.

In Heringen doen we eerst nog even boodschappen voor we naar de camping gaan. Die zit bij het ‘Freibad’. Daar zitten ze wel vaker. We worden opgevangen door Jo, een Nederlander. We betalen dan ook meteen Nederlandse prijzen (€17) voor de camping. Jo is een slimme man. Hij plaatst de fietsers op de grasveldjes bij de caravans die niet bezet zijn. Soms meerdere fietsers voor één caravan. Zo vangt hij dus vaker voor hetzelfde plekje. De camping is overigens weer het verbazen waard. Er zitten veel Nederlanders die samen met wat Duitsers de hele dag bier drinken op het terras. Onderwijl onzin uitkramend in een koeterwaals Duits. Ik heb er een tijdje gezeten en ik geloofde mijn oren niet. Op de camping staan caravans te vervallen en er staan prachtige campers. Ik heb het idee dat hier veel mensen zitten die in de buurt werken want de volgende ochtend vertrekken er een hoop tussen half zes en acht.

Wij worden voor een stacaravan gezet die in vergevorderde staat van ontbinding is. Jo zegt dat het zijn caravan is, maar hij gebruikt hem niet meer. Alles aan de hut is groen, mossig en schimmelig. We hebben er geen last van want we staan een stukje verderop. Terwijl we de tent opzetten vallen er dikke druppen. Ook vandaag dreigt het onweer weer. Maar het zet niet echt door. Het is een temperatuur uit Zuid-Frankrijk en bij de tent koken we een heerlijk maaltje van gerookte zalm, ravioli gevuld met spinazie en een salade. We hebben meloen toe.

Na de afwas heb ik het wel gehad. Het was een lange dag en vermoeiend, dus we kruipen er op tijd in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 96,4 (totaal 1119)

Afstand tot Baflo: 365 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 356

Hier zijn we 

Zondag 27 juli : Lichtenfels – Henfstädt

All roads are flat … it’s just that some are on an incline.

– unknown

Op zondag zijn de winkels dicht in Duitsland. Ontbijt hebben we gisteren al gehaald, maar de broodjes voor vandaag nog niet. Gelukkig komt er een bakker op de camping. En dat weten de andere gasten ook. Dus na 20 minuten heeft Saskia wat broodjes en koeken weten te bemachtigen. Hiermee kunnen we op weg. Op de bagagedrager zit de tent in twee zakjes. Gisterenavond heeft het geregend. De buitentent gaat nat in het ene zakje. De binnentent, die relatief droog is, gaat in het andere zakje.

Je kunt je het haast niet voorstellen, maar Lichtenfels is nog rustiger dan gisteren als we er doorheen komen. Na Lichtenfels moeten we een heuvel op. Je kunt er ook omheen, dus we kiezen daarvoor. 

Het is hierna maar een klein stukje naar Coburg. Vanaf deze kant komend, zien we helaas het kasteel op de heuvel niet. Dat zien we pas later, als we Coburg uitrijden en achterom kijken.

Coburg zelf is op zondagochtend erg rustig. Bij binnenkomst worden we al verrast door de mooie gebouwen en de fonteinen. Saskia maakt gebruik van de gelegenheid om haar fiets even af te spoelen.

Op de Matktplatz zijn de gebouwen nog mooier. Ik houd wel van die kleurtjes. In Groningen zijn de gebouwen veel saaier op de grote Markt. En het is daar ook een ratjetoe van oude en nieuwe gebouwen. Hier is alles in stijl. Zet er een standbeeld bij en een fontein en je bent helemaal het mannetje.

Om alles goed in ons op te kunnen nemen, gaan we op een terras een koffie doen. Een beetje tegen onze principes, maar hier zit een lepeltje bij en een mooi uitzicht. Er zijn hier wederom weinig mensen op straat. Er is wel een groep die een rondleiding krijgt door de stad. Maar de mannen vinden onze fietsen, en dan met name de Rohloff, veel interessanter.

Op het terras zit een handjevol mensen. Het leeft hier blijkbaar niet om met mooi weer in een stadje wat te nuttigen op een terras. Misschien dat mensen in de middag wel komen?

Hierna volgen we een tijdje de Main-Coburg route. Deze gaat veel door de velden en af en toe door mooie dorpjes. We zitten hier op de grens van wat vroeger oost- en west-Duitsland was. Het is lekker rustig op de weg. Iedereen is op familiebezoek en wij hebben de uitzichten voor onszelf.

We zouden de rustdag uitsmeren over twee dagen. En dan zou Bad Rodach het eindpunt zijn. Daar staan we om half een en we voelen ons fit genoeg om verder te gaan. De volgende camping is 40 kilometer verderop, een simpele kano camping. Zonder voorzieningen en de winkels zijn dicht, dus we besluiten in Bad Rodach te eten. Volgens het boekje zijn hier wel véél voorzieningen. Dat klopt. Er zijn wel drie ijssalons en een koffietent. De Duitse eetgelegenheden zijn gesloten, alleen een Italiaans restaurant is open. Daar hebben we geen pech mee. Ze serveren een uitstekende maaltijd. Vooral Saskia is in haar nopjes met de tagliatelle met cantharellen. Precies zoals haar moeder die maakte. Ik heb spaghetti met zeevruchten. Kan ik goed op fietsen. En salade erbij maakt het af.

We volgen nu de ‘Werra ober Main’ route. Net als de De andere dagen hebben de wolken om ons heen vergadering. Er worden pittige argumenten ter tafel gebracht. De sfeer wordt steeds grimmiger. We fietsen een tijdje met flinke druppels maar zonder overtuigende argumenten. Het lijkt weer goed te gaan maar vlak voor Hildburghausen moeten we er toch aan geloven. Ik hield de schuilmogelijkheden al in de gaten. We fietsen in een stukje bos. Voor we erin gingen zie ik een picknick bank met dak. Ik gok erop dat die ook bij de uitgang van het bos staat. Ik heb goed gegokt. En daar schuilen we een uur. Het regent zo hard dat het water in de rij moet staan voor de grond. 

Door de windvlagen zitten we niet helemaal droog. Midden op tafel is het het droogst. Dus ik heb de tarp als cape over ons heen. En omdat we niets te doen hebben en mijn buik vol zit met eten val ik in slaap. Op de tafel. Een heerlijk dutje gedaan. 

Na een tijdje breekt het weer open. Het regent nog wel dus we gaan met regenpak aan verder. Met name mijn schoenen wil ik graag droog houden. Het is het enige paar wat ik mee heb.

Van Hilburghausen zien we niet veel. Wel veel verregende fietsers. Ook overvallen door het onweer, net als wij.

Hier gaan we over op de Werra route. Dit is een prachtig stuk. Mooie uitzichten over de landschappen. Af en toe klimmen, en dan weer dalen. Vlak voor de dorpjes hebben ze drempels en goten in de weg gemaakt om de fietsers af te remmen. Levensgevaarlijk. Dit zou verboden moeten worden.

Kloster Vessra is een openlucht museum met een mooi klooster, de Henneberger grafkamer en mooie fresco’s. We hadden het graag gezien maar het is dicht. Misschien omdat het al na vijven is? Dan Themar. Hier zien we weer mooie vakwerkhuizen. En de stadsmuur. Gelukkig kunnen ze die niet afsluiten.

Henfstädt is een model dorpje. Het ligt tussen de velden en aan de Werra. Het is erg klein en de vakwerkhuizen staan er mooi bij. Evenals het kerkje.

Volgens het boekje is er hier een kano camping. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik me daarbij voor moet stellen. En ondanks dat het een mini dorpje is kan ik de kano camping niet meteen vinden. Hij schijnt iets verderop aan de route te liggen, als ik iemand vraag.

Als je geen verwachtingen hebt, is alles een verrassing. Zo ook hier. Het eerste wat we zien is een bar.

Daar had ik dus echt niet op gerekend. Ze hebben een heerlijk koude Radler. Voor de rest ziet het er wat anarchistisch uit. 

De man vertelt dat het eigenlijk geen camping is. Hij runt er een kano verhuur bedrijf. Je kunt hier instappen en dan de Werra stroomafwaarts doen. Verderop haalt hij jou en de kano dan weer op. Hoe verder je gaat, des te meer je betaalt. Het loopt goed. In het weekend is alles verhuurd.

Op een veldje staan wat trucks. Zelf ‘woont’ hij in twee VW bussen die op elkaar gestapeld zijn. Wij mogen onze tent op het veldje opzetten. 

We mogen ook gebruik maken van zijn douche. Dat is een buiten douche. De planten groeien uit de vloer maar hij is heerlijk warm. De prijs voor het kamperen is variabel. Je mag hem geven wat je het waard vindt.

Het is best gezellig in zijn kroeg. Voor het avondeten bestellen we warme worsten en bier. Samen met de broodjes die we nog hebben wordt dit het avondmaal. Er vallen even nog een paar druppels, maar de rest van de avond blijft het droog. We rekenen af. Ik betaal voor de camping hetzelfde als wat ik gisteren in Lichtenfels betaalde. Moe maar voldaan kruipen we erin. Hadden we gisterenavond nog een rock concert iets verderop, nu hebben we de Werra naast de deur. En omdat hier een verval zit, maakt het meer kabaal dan gisteren. Toch kost het ons weinig moeite om in slaap te vallen. De vermoeidheid doet gewoon zijn werk. Want het waren vandaag nog best wat hoogtemeters.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 84,1 (totaal 1023)

Afstand tot Baflo: 422 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 733

Hier zijn we 

Zaterdag 26 juli : Wirsberg – Lichtenfels

To travel is to discover that everyone is wrong about other countries. 

– Aldous Huxley

We zijn erg vroeg wakker. Voor zevenen staan we al naast de tent, die overigens lekker droog is gebleven vannacht. Dit geeft ons extra tijd voor het ontbijt en inpakken.

We hebben vandaag een etappe van 85 kilometer gepland en morgen een rustdag. Maar we doen het anders. Want het voelt raar om niet te fietsen, dus we verdelen de rustdag over deze etappe. Zo krijgen we twee kortere etappes en géén dag zonder fietsen.

Het eerste stukje is langs de snelweg. Wel op een fietspad maar het is niet prettig rijden. Gelukkig gaan we gauw weer de velden in. In de verte zien we langzaam de Plassenburgt in zicht komen. Een enorm kasteel uit 1135, boven op een heuvel bij Kulmbach.

In Kulmbach vallen we met de neus in de boter. We komen voor het rococo dorpshuis…

…maar er is een dorpsfeest en iedereen is in lokale klederdracht gehuld. De heren allen in lederhosen en de dames in deerndeljurkjes. Zelfs een bus Japenners heeft zich verkleed.

Mijn ogen maken overuren en we lopen een tijdje rond in het dorp. Het kost wat moeite maar toch fietsen we uiteindelijk verder. De route gaat afwisselend door weilanden en dorpjes. 

En soms een houten brug. Waarom die overdekt zijn is me niet duidelijk. Misschien voor de sneeuw ’s winters?

Een aantal dingen vallen me op. 

Net als in Nederland is er hier in elk dorp wel een kapper. Als het dorp uit één huis zou bestaan, dan zou er een kapper in zitten. Kappers, meestal kapsters, zijn overal. Als de wereld ooit door één organisatie overgenomen wordt, dan zijn het de kappers en kapsters.

Veel dorpjes hebben een kerk. En soms heeft die kerk een spitse toren en soms een ui-vormige toren. Waarom dit verschil er is en wat dit verschil aanduidt, ben ik nog niet achter. Ik hoop dat een van de lezers van dit verslag dit me kan vertellen.

In Tsjechië was er in elk dorp wel een winkeltje. Het was niet veel, maar het was er wel. Hier is dit niet zo. De kleine dorpswinkeltjes zijn verdwenen en bij de grotere plaatsen staat een grote supermarkt. Hierdoor moeten we vaak even zoeken naar wat drinken. We vinden het bij tankstations, een ‘snackbar’ (zien we heel soms) of bij de plaatselijke bakker, die ook langzaam aan het verdwijnen is.

Het fietsen gaat erg gemakkelijk. Het is vlak of dalend. Weinig hoogtemeters vandaag en dat zal de rest van de route wel zo blijven. We hebben er flink de vaart in en tegen één uur zitten we al boven de 40 kilometer. Bij een meertje vlak voor Lichtenfels houden we een uurtje pauze en doen nog een dutje.  We verwijderen ook twee teken bij mij. Gisteren ook al een bij Saskia. Het is oppassen hier en de tekentang gaat in de stuurtas.

Daarna door naar de camping. Die is groot en staat aardig vol met caravans en campers. Langs de waterkant is nog voldoende ruimte voor tentjes en voor €10 kunnen we hier een nachtje staan. Ook vandaag worden we weer achtervolgd door onweer. We zetten dus snel het spul op maar de regen blijft uit tot de avond.

Aan het einde van de middag fietsen we nog even Lichtenfels in. Ik was nog nooit in Lichtenfels geweest en toen we er tien minuten waren wist ik zeker dat het de eerste en de laatste keer zou zijn. Wat een dooie boel daar. Het is zaterdag, einde van de dag. Mooi weer een een prachtig marktplein. En wat doen ze dan in Lichtenfels? Ze ruimen de terrassen op. We kunnen ook niets meer te eten krijgen. Na vijf uur zijn we de enigen nog op straat. Het is de stad van de rietvlechters en dat zijn duidelijk geen feestneuzen. Er zijn nog wel wat mooie gebouwen en een stadspoort te zien.

Op de terugweg doen we boodschappen bij de Edeka. Vanavond eten we paella, salade en een toetje. De regenwolken draaien wat om ons heen. Tot een uur of acht. Dan hebben ze er genoeg van en storten hun lading uit. De rest van de avond brengen we in het tentje door. Bij de receptie wordt het weekend gevierd. Knödel, varkensknieen en zuurkool. En een man met een gitaar. Aan de andere kant, een paar weilanden verderop, is een hard-rock concert. Er wonen hier zeker niet alleen mandenvlechters.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 58 (totaal 939)

Afstand tot Baflo: 476 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 231

Hier zijn we 

Vrijdag 25 juli : Brand – Wirsberg

There are no hard climbs; just weak legs!’ 

– unknown

Het was de goedkoopste camping ooit. Maar het was ook de natste camping ooit. De tent is aan de binnen- en aan de buitenkant even nat. Het kost een uur langer om hem een beetje te drogen, want hoe minder water ik mee omhoog moet nemen, des te beter. Voordeel is wel dat hij ook weer lekker schoon is.

Het eerste deel van de route is verder de Fichtelberg omhoog naar de Fichtelsee. Hiervoor volgen we eerst nog de Wallenstein route en later de Fichternaab route. Het gaat het grootste deel geleidelijk omhoog en we komen redelijk comfortabel boven. 

Onderweg komen we nog een kerkje tegen en zowaar… Hier ben je wel altijd welkom in Gods huis. Het is erbinnen weer een mooi schouwspel.

Bij de Fichtelsee maken we even een koffie. Vanwege de natte nacht, moet de was er ook even uit. Er zijn veel bezoekers bij de Fichtelsee, maar de meeste hebben meer belangstelling voor de was van Saskia dan voor het meer.

Na het meer moeten we nog een klein stukje klimmen. Het is het hoogste punt van de route. Volgens het boekje 870 meter, maar mijn gps komen we maar net boven de 800 meter. Misschien toch een afslag gemist?

Daarna gaat het voorlopig naar beneden. Eerst nog over een steenslag pad. Dat betekent veel remmen, maar het is gelukkig niet te steil. We passeren wat skiliften en kunnen op tijd stilstaan bij een natuurlijke bron. Ze hebben een bad voor de voeten gemaakt, waar je doorheen moet lopen, en een voor de armen. Die laatste doen we even. En ik moet toegeven, dat voelt heerlijk koel.

Vanaf Bischofsgrun komen we op een mooi fietspad. De afdaling die we nu hebben staat hoog in mijn top drie. Het is glad asfalt, er zijn geen auto’s, het is niet te steil en hij duurt lang. We rollen met 30 km per uur zeker 10 kilometer naar beneden. Een waar genot, zeker als je bedenkt dat we de energie hiervoor zelf omhoog hebben gefietst.

Inmiddels zitten we op de Main route. We passeren rustige dorpjes als Bad Berneck, Hinmelkron en Neuenmarkt. We hadden vandaag de alternatieve route uit het boekje gepland en kamperen in Stad Steinach. Maar dan moeten we zeker vier kilometer uit de route. En morgen hetzelfde stuk weer terug. We gooien het plan om en volgen de originele route. Deze brengt ons in Wirsberg. Hier hebben we geen spijt van. Er is een jeugdherberg waar je ook mag kamperen (kosten €12). Omdat we vandaag weinig kilometers hebben komen we om vier uur al aan. Tijd om wat te relaxen en ze verkopen hier koele Radlers. Helemaal goed.

We hebben een prachtig plekje, de mooiste tot nu toe. Met een eigen tafel en banken, mooi grasveldje en een schitterend uitzicht.

Voor 5 euro kunnen we een wasje draaien. Het begon na twee weken toch wel wat te ruiken en omdat het zo’n mooi weer is krijgen we ook nog alles droog.

Aan onze tafel kunnen we een prima maaltijd maken. We hebben bij de supermarkt een halve gebraden kip gekocht. Een blikje bonen, een zak salade en een yoghurt. Het smaakt ons prima. 

En bij de koffie worden we nog getrakteerd op een fijne zonsondergang. Een mooie afsluiting van de dag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 49,9 (totaal 881)

Afstand tot Baflo: 505 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 511

Hier zijn we 

Donderdag 24 juli : Marianske Lazke – Brand

Darovanému koni na zuby nehleď.
(Don’t look at a gift horse’s teeth.)

Vandaag is de laatste dag in Tsjechië. Via rustige wegen gaan we eerst naar Cheb. En hierbij moet weer flink geklommen worden. In Dolno Zandov vallen de gevels van de boerderijen op. Het is een bepaalde ‘Frankisches’ stijl die hier ooit door een rijke boer geïntroduceerd werd. Het bestaat al een aantal eeuwen in deze vorm.

Cheb is een oude vestingstad met veel Duitse kolonisten. In de tweede Wereldoorlog wilden ze graag bij het derde rijk horen. Na het verliezen van deze oorlog hebben de Tsjechen deze Duitsers verjaagd maar de stad bleef daarna ‘fout’. Slowaken en zigeuners vestigden zich hier. Samen met oost-Europese prostituees en Vietnamese straathandelaren. Wij worden verrast door deze stad want het ziet er gewoon allemaal (weer) mooi uit. Het kan zich zeker meten met Plzen qua schoonheid en gebouwen. We lopen door een gezellige winkelstraat en het wemelt van de terrasjes. Leuke stad om te bezoeken.

We hebben hierna een heel stuk autoweg naar de grens toe. Er is gelukkig een goede vluchtstrook en het loopt af, dus we kunnen wel vaart maken. Vlak voor de grens komen we op de Wallenstein route en via een naamloze grensovergang verlaten we het land. Het is dat ik op de GPS zie dat er op de grens een kunstwerk paal staat anders hadden we het niet geweten.

Nog even een paar indrukken van Tsjechië. Het is een mooi land. Met veel natuurschoon, goede fiets (infra)voorzieningen. Én het is ontzettend goedkoop. Wat me ook opviel was de zichtbare armoede, zeker in het oosten. Het drankgebruik (het is volkomen normaal om al om 10 uur aan de pils te zitten) en het xenofobe gedrag van de Tsjechen. Vooral dat laatste heeft me erg gestoord. Als ik hier een volgende keer heen zou gaan, dan zou ik me iets meer in de gebruiken van de Tsjechen verdiepen en wat meer van de taal leren. Misschien dat je met simpele zinnetjes wel contact krijgt, want het is mij niet gelukt. Toch valt de balans positief uit. Ik ga hier zeker nog een keer heen want het is én genieten in de grote steden én genieten in de nationale parken.

Ondanks dat het vlakbij is, voelt het toch anders in Duitsland. De routes zijn ‘speelser’. Ze variëren wat meer in op en neer, er zitten wat meer bochten in en er is door de dorpjes veel meer te zien. Ook is het hier een stuk verzorgder en welvarender.

En we kunnen weer een praatje maken. Ik had het niet bewust gemist, maar het voelt gewoon heel fijn om op straat aangesproken te worden met de vraag waar de reis heen gaat. Iets wat ons in Tsjechië nooit overkomen is.

Er is regen en onweer voorspeld. In de verte zien we ook dreigende wolken hangen. Het flitst en het dondert. Volgens de wind zouden we ingehaald moeten worden door het onweer en een tijdje lijkt dit ook het geval. Maar we ontspringen de dans en in de loop van de middag is het weer blauw en zonnig.

De route gaat vrij vlak door. We hopen in Marktredwitz een camping te vinden. Het blijkt alleen een camperplek te zijn. Gezien het goede weer willen we toch eigenlijk wel kamperen. Volgens het boekje is er een camping in Brand, een eindje verder op de route. (Het verwarrende is dat we een paar kilometer terug ook door een Brand zijn gekomen maar dat is een andere Brand.) Dat betekent dat we nog een kilometer of 20 verder moeten én dat we het eerste deel van de klim naar de Fichtelberg al moeten doen. En die wilden we eigenlijk voor morgen bewaren. Uiteindelijk kiezen we toch voor de camping in Brand, doen wat boodschappen en gaan op weg.

In tegenstelling tot gisteren gaat het klimmen aan het einde van de dag nu beter. Het gaat niet vanzelf maar redelijk goed komen we boven. De klims staan altijd met pijltjes in de route. Als het wat moeilijk gaat fantaseer ik dat de routemaker een pijltje verkeerd heeft gezet. En dat we in plaats van een klim een afdaling krijgen. Dat gebeurt nooit, dus soms help ik een beetje. De klims omcirkel ik altijd de dag ervoor. En soms omcirkel ik ook een afdaling. Zodat ik toch een gelukje lijk te hebben.

Eigenlijk willen we eerst nog eten voor we naar de camping gaan. In Ebnath is alles gesloten of opgedoekt. Bij de enige die open lijkt, informeer ik even. Maar de vrouw achter de tap eet, denk ik, zelf alles op gezien haar omvang en het feit dat ze ‘kein fressen’ voor ons heeft. Daarom maar door naar Brand, we hebben altijd onze noodmaaltijd nog. In Bernlohe Fuhrmannsreuth komen we langs een kroeg. Ze gaan net open en we worden hartelijk ontvangen. Ze serveren een uitstekende maaltijd. Een een Radler. Daar was ik wel aan toe.

Op de plek waar de GPS zegt dat de camping moet zijn, is alleen een huis. Er is niemand thuis. Even vragen (dat kan hier weer, heerlijk!) vertelt ons dat hij iets verderop zit.

Als we daar aankomen dan blijkt dat de camping betere tijden gekend heeft. Er staan wat caravans, in verschillende staten van ontbinding, en er zijn wat ongemaaide weitjes. Het lijkt wel een Roma kamp. Maar verder fietsen is geen optie. Ook hier blijkt het allemaal wel mee te vallen.

Een goed Engels sprekende Duitse vrouw geeft ons een sleutel. Daarmee kunnen we in de wc en douche. Vroeger was hier een ‘freibad’ (zwembad). Maar sinds de gemeente dit gesloten heeft en laat vervallen, gaat het hard achteruit. Vroeger stonden hier wel zestig tenten en caravans. Nu nog een handje vol dat stug volhoudt.

Saskia vindt een mooi plekje in een weide waar het gras enkelhoog staat. In de avondzon zetten we de tent op. Het is inmiddels al half acht. Daarna hebben we voor 50 cent een heerlijke douche. Voor de camping hoeven we niets te betalen. Volgens de vrouw van de sleutel is het ‘maar één nachtje’ en de camping ‘is niet zoveel meer’. Dat is mooi. We zitten nog een tijdje buiten maar als de mugjes aan tafel willen gaan, vinden wij het tijd voor bed.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 90 (totaal 831)

Afstand tot Baflo: 530 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 1101

Hier zijn we 

Woensdag 23 juli : Plzen – Marianske Lazne

Hlad je nejlepší kuchař. 

(Honger is de beste kok. )

Het was een dag met weinig spectaculaire gebeurtenissen. Maar niet zonder hoogtepunt want in de middag klimmen we bijna naar 800 meter hoogte.

Plzen uit fietsen was een fluitje van een cent. Al vrij snel komen we op binnenweggetjes en dat is het beeld van de dag geweest. De route gaat veel buiten de dorpjes om. Soms zien we een mooie in de verte liggen. Listany is een goed voorbeeld. Op een heuvel met het dorp gedomineerd door de kerk.

De dag begint makkelijk maar al snel moeten we klimmen. Het eerste stuk gaat dat prima. Later op de dag kost het toch wel wat moeite. In het bos maken we soms een koffie om even bij te komen.

Via een cache komen we bij een prachtig kapelletje in het bos. Er zijn meerdere bronnen en de verhalen gaan dat blinden hier ziende vertrekken en lammen hun krukken achter laten. Het water van de ene bron is drinkbaar maar we durven het toch niet aan.

Tegen 12 uur bereiken we Konstantiovy Lazne. Er zijn hier natuurlijk bronnen en het dorpje heeft veel kuur hotels. Het ziet er in elk geval sjiek uit. Een kleine kopie van Marianske Lazne, waar we vanmiddag eindigen.

Bij Klaster Tepla zijn ze met de brug bezig. Met Saskia’s glimlach en charme laten ze ons er wel langs want we hebben net een afdaling gehad. Omfietsen zou zeker een uur kosten.

Klaster Tepla is al heel oud. Zeker van de 12e eeuw en in de tussentijd is het twaalf keer geplunderd, zes keer afgebrand, overleefde twee pest epidemieën en dreigde zes keer gesloten te worden. Ze zijn er dus wel wat gewend. En het heeft een van de grootste en oudste bibliotheken van het land. Ze zijn druk bezig met de restauratie ervan. We eten er een ijsje en bekijken het eens goed. Let op de torens. De ene is al wel opgepoetst en de andere nog niet.

Daarna klimmen we bijna aan een stuk tot Marianske Lazne. Er staat een lekkere bries en de temperatuur is wat lager dan de afgelopen dagen. Dat maakt het iets gemakkelijker. Maar daar staat weer tegenover dat het wegdek soms heel slecht is.

En soms is het wegdek helemaal weg.

Marianske Lasne is een luxe kuuroord. Er staan alleen maar paleizen. Het lijkt wel een sprookjesplaats want de ene is nog mooier en nog groter dan de andere.

Zelfs na 26 jaar weet ze me nog te verbazen. Het lijkt wel of iemand anders bezit heeft genomen van haar lichaam en geest. Niet eerder heb ik haar naar een hot-dag horen talen. Ze heeft een hongerklop en spied in een zijstraatje een wok restaurant. Daar eten we noedels met kip en groenten. Alles samen voor nog geen €8. Daar kun je nauwelijks zelf voor gaan koken. 

Daarna is het voornamelijk afdalen naar de camping Luxor. Onze laatste in Tsjechië. Het is weer een koopje voor 180 kr.

Het is eindelijk ook een ‘echte’ camping zoals we die gewend zijn. Met de buik al vol hebben we een rustige avond. We merken dat we wat hoger zitten (600 M) want later op de avond heb ik voor het eerst de lange broek en de trui aan. Morgen verlaten we Tsjechië en kijken we wat Duitsland ons te bieden heeft. In het routeboekje zie ik dat het in elk geval weer klimmen wordt, want we gaan het Fichtelgebergte in.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 78,8 (totaal 741)

Afstand tot Baflo: 570 kilometer (hemelsbreed)

Aantal hoogtemeters: 972

Hier zijn we 

Dinsdag 22 juli : Komarov – Plzen

Malé ryby taky ryby. 

(Small fish is also fish.)

Het heeft de hele nacht door geregend. In bijbelse proporties. We zijn blij dat we droog liggen. Nu had dit in het tentje ook goed gegaan, maar dit is toch wel iets comfortabeler.

Als we vertrekken is het nog steeds grijs. Op de hellingen hangen tussen de bomen flarden mist. Ik begin met een jasje aan, maar dat kan na een paar kilometer al uit. Het is eindelijk lekker fris. Dit komt ook door het briesje dat er staat.

We maken er vandaag een korte dag van. We lopen voor op het schema… Huh, wacht… We liepen toch achter? Ja, die verleden tijd is goed. Liepen. In Praag had ik tweeënhalve dag gepland en daar zijn we maar één dag geweest. En de etappe gisteren had ik korter gepland omdat de camping al na 45 kilometer was. Die hebben we overgeslagen en daardoor lopen we nu ineens weer een halve dag voor.

Afijn, op de route ligt Plzen. Dit is de vierde stad van Tsjechië. En het is de laatste grote stad die we in Tsjechië tegenkomen. Daarom besluiten we hier vroeg aan te komen en nog even af te kicken van de pracht en praal.

De drukke wegen waar we gisteren op zaten zijn gelukkig niet kenmerkend voor de route. Vandaag hebben we rustige wegen, off-road tracks door de velden en bospaadjes. Prachtige routes. En mooie koffieplekjes.

Vlak voor Strasice rijden we even om vanwege een oude boerderij.

Daarna komen we bij Rokycany. Ook een grotere stad. Groot geworden door het ijzerwerk. We gaan even door het centrum maar het is niet echt bijzonder.

Door de overvloedige regenval zijn de kabbelende beekjes veranderd in woeste waterstromen. We kruisen ze een paar maal en soms blijven ze ternauwernood boven water. Ook op de weg staat vaak veel water. De fietsen zien er aan het einde van de dag niet uit. 

Het eerste deel van de dag dalen we veel. Dat fietst wel lekker zo zonder inspanning. Maar in de loop van de middag wordt dit ruimschoots ingehaald. Daardoor naderen we Plzen vanaf een heuvel en zien we het in de verte liggen. De naburige voorsteden steken mooi af met hun moderne architectuur. 

De campings zijn ver buiten de stad, dus we zoeken weer een pension. We komen weer eens in een stad die volkomen opengebroken ligt. Dat maakt het zoeken niet gemakkelijker. We ploegen veel door het zand en de stenen. Het eerste pension zit al vol ondanks het vroege tijdstip. Bij de tweede, Pivnice U Salzmannů, is nog wel een kamer voor ons.  Het zit in een van de meest historische pubs van Plzen en daar zijn het iets andere prijzen dan gisteren. Hier betalen we 1450 kr. Maar daar krijgen we dan ook een mooie ruime kamer voor, op de hoek van de markt en midden in het centrum. De fietsen mogen in de kelder. We douchen, wassen en gaan de stad even in.

Plzen is een studentenstad en de Skoda komt er vandaan. Toch is de stad voornamelijk bekend van het bier (Pilsner Urquell). Dat maken ze hier al vanaf de 14e eeuw. Eerst met heel veel losse brouwerijtjes, maar vanaf 1842 als één bedrijf. En sinds die tijd gaat het goed met ze. In Tsjechië wordt, per hoofd van de bevolking, het meeste bier ter wereld gedronken. We kunnen dat beamen want we zien veel mensen om 11 uur ’s ochtends al met zo’n goud-gele rakker zitten.

We hadden een tour door de brouwerij willen maken maar daarvoor is de tijd te krap. Wat we wel doen is de gebouwen van het centrale marktplein bekijken. 

We zien de kathedraal (met de Pilzen Madonna, verzin zelf maar wat dit kan zijn) en we beklimmen de toren (301 treden, 100 extra hoogtemeters vandaag). Het is de hoogste van het land.

Daarna kijken we in de synagoge. Hier is ook een mooie foto tentoonstelling over het leven in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Het weer is helemaal opgeklaard en we hebben weer blauwe luchten en hete straten. Daar wordt ik dorstig van en we gaan dan ook wat drinken. Één keer raden wat…

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 60 (totaal 662)

Afstand tot Baflo:  623 km

Aantal hoogtemeters: 528

Hier zijn we 

Maandag 21 juli : Praag – Komarov

Chudobná to myš, co jen jednu díru má.
(It is a poor mouse that has only one hole.)

Na dagen van hitte is er nu minder goed weer voorspeld. Vannacht vielen er een paar druppels op de tent. En er was een harde donderslag, maar daar bleef het dan ook bij. We rijden met tropische temperaturen Praag ook weer uit.

We zijn nu van de Greenway af en zitten op de route van de Europafietsers. Hiermee volgen we eerst de rivier de Moldau een tijdje. Een mooi fietspad wat kwistig gebruikt wordt door skaters, fietsers en hardlopers.

Het boekje bevat minder informatie dan het Greenway boekje terwijl er genoeg te zien is. Bijvoorbeeld het klooster bij Lety. En al die leegstaande fabrieken hier. Wat produceerden die? En waarom doen ze dat nu niet meer?

Na Revnice wordt het een aaneenschakeling van dorpjes. Of eigenlijk een groepje huizen. We zien geen scholen. En weinig dorpsplein. En geen grote kerken meer. Hing er ten oosten van Praag nog op elke straathoek een Jezus of Maria, hier moet je ze met een vergrootglas zoeken.

Het landschap is ook anders. Was het in het oosten nog bezaaid met korenvelden, hier zie je wat meer veeteelt. En ook grote stukken braakliggende grond. Wat meer beboste hellingen en daar tegenaan een dorpje dat een Oostenrijkse uitstraling heeft.

Een enkel dorpje heeft een winkel. Daar kijken we naar uit. Als de oranje-witte kleuren van de Coop in zicht komen, zijn we helemaal blij. Door de warmte blijf je drinken en water smaakt op den duur niet meer. We mixen het dus met wat anders. Soms cola, soms sinas en soms ijsthee.

Een van de dorpjes die eruit springt is Neumetely. Een langgerekt geheel dat goed onderhouden huizen, tuintjes en een straatbeeld heeft. En een Coop.

Iets verderop zien we een paar Nederlandse fietsers staan. We stoppen om even een praatje te maken en het blijkt een collega te zijn van mij. Harm-Jan Fonk is samen met zijn kinderen en zijn zus de route aan het fietsen. Bijzonder om hem hier tegen te komen. We wisselen wat informatie uit en gaan weer elk onze kant op.

De weg daarna valt een beetje tegen. Een drukke autoweg, die doorloopt tot het eindpunt van de dag. De landschappen zijn nog steeds aardig. Maar de weg gewoon minder leuk.

Horrovice is een grotere stad. We kijken even bij het klooster en het kasteel.

Daarna door naar ons eindpunt van de dag. Dat is Kamarov. Hier is geen camping dus we moeten op zoek naar een pension. In het boekje staan wel adressen, maar niet op mijn GPS. Iemand aanspreken in het dorp geeft eerst weinig response. Soms rennen ze gewoon weg. Niemand spreekt wat anders dan Tsjechisch. Ook de jongeren niet. Ze ratelen wat in het Tsjechisch. Als ik dan in het Nederlands terug praat, krijgen ze door dat dit niet werkt. En ondanks dat het een gat van niets is, herkennen ze de adressen ook niet.

Uiteindelijk weet een dame ons naar het hostel te leiden. Een oudere dame, die toch al niet moeders mooiste is, zonder voortanden doet de deur open. Het is geen hostel meer, maar een pension.

Het is een oude school waar wat slaapkamertjes in gemaakt zijn. Daar krijgen wij er een van en het lijkt niet veel soeps. Toch zijn we er blij mee want de lucht was eerst dreigend, maar nu gaan alle sluizen open. De fietsen kunnen in de hal staan en we douchen weer samen in de kleedkamer van de gymzaal. Een fijne douche. We betalen hier 200 kr. (8 euro) voor en eenmaal geïnstalleerd voelt het best goed.

Ondertussen gaat buiten de Zondvloed door. Toch moeten we ook nog eten. In de regen lopen we het dorp in. We kopen ontbijt voor morgen en informeren bij de winkelier. Daar komt geen woord uit. We spreken wat rondhangende jeugd aan. ‘Restaurant’ is kilometers verderop. We lopen nog maar even door en daar is de reddende pizzeria. Ze serveren uitstekende salades en omdat ze wifi hebben rekken we het eten nog wat op met extra kopjes koffie. Zo kan ik de reisverslagen van de afgelopen dagen posten.

Het blijft maar regenen, dus we komen nat weer thuis. In de kamer is het nog lekker warm, dus dat droogt zo. Voor het eerst, sinds een week, weer in een normaal bed. Ik kijk er naar uit.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 67,8 (totaal 602)

Afstand tot Baflo: 644

Aantal hoogtemeters: 516

Hier zijn we

Zondag 20 juli : Praag

Co můžeš udělat dnes, neodkládej na zítřek. 

(Wat je vandaag kunt doen, daar moet je niet tot morgen mee wachten. )

Het was fantastisch in Praag. Het is zondermeer de mooiste stad die ik ooit heb mogen bezoeken. Wat een prachtige gebouwen. Wat een mooie straatjes. Wat een gezelligheid. Maar ook, wat een hitte. En wat een drukte.

We hebben geen musea bezocht maar ons meer laten (ver)leiden tot de geest van de stad zelf. Hieronder een kleine foto impressie. En een paar details.

– Er was een Hara Krishna bijeenkomst. Niet dat ik erbij wil, maar die lui weten wel van feestvieren zeg.

– het was zo heet dat er continu tankauto’s rondreden die water spoten. En iedereen ging daaronder.

– Mooi vond ik de oude markt met de astronomische klok.

– Mooi vond ik een aantal gebouwen.

– we hebben ons twee keer laten verwennen door een Thaise massage. Een keer het onderstel en een keer de rug en schouders.

– alleen al op een terrasje gaan zitten kost geld. En de fooi die tellen ze vast bij de rekening op. Het waren opeens weer west-Europese prijzen.

– bij het pinnen werd ik op het verkeerde been gezet. Normaal staat er 1000 (€40), 2000 (€80). Hier staat er een nul meer waardoor ik ineens met €800 aan kronen sta.

Maar voor de rest een geweldige dag gehad. 

Leuke straatmuzikanten

Beeld op de Charles bridge.

Een nog mooier beeld op de Charles Bridge

De avond valt.

Zonsondergang over het paleis.

Bijna donker

Wencelas plein.

Graffiti.

Feest vierders.

De astronomische klok

Even achter de water auto staan.

Huizen aan de oude markt.

Synagoge in de Joodse wijk.

Uitzicht over de stad.

Charles bridge.