Coast2Coast2Coast: zaterdag 3 mei

Washington – Newcastle(37 km totaal 547 km)

Like all great travelers, I have seen more than I remember, and remember more than I have seen.

– Benjamin Disraeli

We slapen voor de verandering een keer uit en liggen wel tot acht uur in bed. Daarna een fruit ontbijt in het hotel en op pad. Een uur later dan normaal, maar vandaag hebben en nemen we ook de tijd.  De lucht is strak blauw maar het voelt nog wel erg koud aan. Volgens het weerbericht vriest het ’s nachts nog wat. Daarom  fiets ik nog steeds met handschoenen aan.

Het fietspad leidt ons helemaal tot het eindpunt in Sunderland. Het gaat door lommerrijke laantjes, groene plekjes en buitenwijken van de steden hier. 

Het laatste stuk volgen we de rivier ‘the Wear’. 

Bij een bankje in de zon en uit de wind nemen we een lange pauze. Gedurende twee keer koffie, lezen we en kijken we wat naar het langskomend volk.

We hebben voor de laatste (maar zeker niet de eerste) keer last van de Engelse fietshekjes. Men probeert op alle manieren te voorkomen dat voertuigen, anders dan fiets, van de routes gebruik maken. Hiervoor worden allerlei vreemde hekjes gecontrueerd. Een ervan is een driehoek waar je alleen met een smal stuur doorheen komt. Voor ons is het vaak ook even wringen.

Dan naar het eindpunt van de C2C. Het voelt toch een beetje spannend. We maken iets af en dat is een goed gevoel. Het laatste stukje gaat langs het strand. 

In de verte zien we Roker Pier Lighthouse al liggen. We weten dat daar het eindpunt is.

Daar staat een kunstwerk van Andrew Small, dat het einde van de C2C markeert. Er wordt natuurlijk een foto van ons gemaakt op deze plek. Het kunstwerk is een grote letter ‘O’ en heet ‘C’. Geen idee waarom, zelfs niet met deze uitleg  maar je kunt een mooie foto maken met een doorkijkje naar de vuurtoren.

Sunderland is een van de mooiere badplaatsen die we tegen zijn gekomen. Waar andere plaatsen vaak vervallen zijn, hebben ze hier alles mooi opgeknapt. Een groot strand en Victoriaanse huizen die er op uitkijken. 

Het is ook erg druk. Waarschijnlijk vanwege de zaterdag en het mooie weer.

Bij een Italiaan langs het strand eten we de laatste maaltijd zodat we klaar zijn voor de bootreis. Het is een bijzonder mannetje. Alles moet precies op zijn manier maar de pasta is voortreffelijk.

Voor het laatste stukje volgen we fietsroute 1. Bij de Tyne moeten we het pontje nog naar de overkant hebben. Deze gaat twee keer per uur. 

En dan is het nog een klein stukje naar de boot. We staan weer op hetzelfde punt als vorige week. De cirkel is hiermee rond. Misschien dat het kunstwerk daarom een ‘O’ is?

Het was een mooie week. Zwaar, maar (weer) ontzettend genoten van Engeland. Voor herhaling vatbaar.

Nawoord

Ik wil graag een idee hebben hoeveel mensen dit nu eigenlijk lezen. Zijn het er vijf of vijfentwintig? Van een paar mensen weet ik het wel. Als je een berichtje wilt posten met leuk of niet leuk. En of je het via FB leest of via de mail (je kunt je abonneren, dan krijg je een mail als er een nieuw bericht is ).

Dan weet ik of het de moeite waard is om elke dag twee uur aan te besteden. 

Bedankt en tot de volgende reis.

Coast2Coast2Coast: Vrijdag 2 mei

Alston-Washington(82 km totaal 510,4 km)

The traveler sees what he sees, the tourist sees what he has come to see.

– Gilbert K. Chesterton

We hebben de slaap der vermoeiden geslapen en als ik wakker word, voel ik me geradbraakt. Deels komt dat door de inspanning van gisteren, maar ook het bed heeft eraan meegeholpen. Het matras is ‘lumpy’ en de veren lijken er doorheen te komen als je je omdraait.

De Chinese dame heeft ons gisteren al gevraagd wat we als ontbijt willen en dat is ze bij de winkel gaan halen. Helemaal op maat dus. Ze zorgt goed voor ons. Alleen nog een nieuw matras en het zou helemaal perfect zijn.

Volgens het boekje is het een dag van superlatieven. We komen om het hoogste punt van de C2C, we krijgen de steilste klim en we hebben de meeste kilometers vandaag. Zelf voegen we hier nog het mooiste weer en de mooiste uitzichten aan toe.

We komen eerst in Nenthead. Volgens de papier het hoogste dorp in Engeland. En ook niet geheel onbelangrijk, 300 miljoen jaar geleden lag het op de evenaar.

Nenthead is, net als de dorpjes die we gehad hebben en nog gaan krijgen, een voormalig mijnwerkersdorp. Dat was de voornaamste bron van inkomsten voor dit gebied en bood werk aan honderden mensen. Het was vies en ongezond werk. In Rookhope hadden ze bijvoorbeeld een leiding waar de gesmolten lava doorheen liep. Als die afkoelde werden er kinderen ingestuurd die het lood van de wanden moesten schrapen. Ze werden niet oud. Onder Thatcher zijn veel mijnen gesloten. Voor de mensen was er geen werk meer. Dorpen liepen leeg en vervielen. Nu proberen ze met wat toerisme er weer bovenop te komen. Nenthead is een mooi voorbeeld waar de mensen gezamenlijk weer wat voorzieningen hebben gemaakt. Het winkeltje wordt door vrijwilligers gerund. We kopen er wat lekkers om ze te steunen.

Om uit Nenthead te komen hebben we de eerste forse klim. Deze leidt naar de ‘Black Hill’. Met 609 meter de hoogste van de route. Precies 26 meter hoger dan de Hartside Pass, waar we gisteren stonden. Je voelt het verschil. Duidelijk. Maar het is een roemloze top. Geen bordje en geen indicatie van zijn status.

We hebben vandaag mooie uitzichten. Het landschap is anders dan het Lake District. Daar waren meer scherpe pieken, de fells, met veelal puinhellingen. Ertussen de meren. Hier in de Pennines is het veel glooiender en groener. Vandaar dat hier op de toppen wél dorpjes kunnen liggen. Voor de technici onder onders; het Lake District is een zaagtand. De Pennines een sinus.

De voorrem van Saskia klinkt wat raar als ik haar passeer. Toch maar even stoppen en kijken. Er blijkt een steentje in het remblokje gevreten te zijn. Gelukkig heb ik nieuwe bij me. Ik moet er niet aan denken dat ze bij een afdaling over de kop zou slaan of door zou schieten.

Hierna klimmen we weer omhoog naar Allenheads. Ook een voormalig mijndorp. Toen was het grijs door het mijnafval en overal vies. Nu hebben ze het weer aardig opgeknapt. Het heeft zelfs een klein ski gebiedje met drie sleepliften. We drinken een cappuccino in het plaatselijk informatiecentrum.

Hierna hebben we een lange afdaling voordat we weer naar Rookhope klimmen. De restanten van het mijnverleden zijn hier nog duidelijk te zien.

Volgens het boekje is dit de laatste klim. Het lijkt wel een muur in de verte. 

En zo voelt hij ook als je erop zit. Laagste versnelling en malen maar. Moe maar voldaan komen we boven. Blij dat het gedaan is met het klimmen. Ondanks dat het wel mooie uitzichten geeft.

We dalen af naar Stanhope. Daar schijnt een ‘fossil tree’ te zien te zijn bij de kerk van St. Thomas. Ik had er een hele andere voorstelling van maar het blijkt een boomstomp van steen te zijn die in een lokale mijn is gevonden. 

Op het kerkhof staat een mooi bankje. Daar maken we lunch terwijl de konijnen om ons heen dartelen.

Als we Stanhope uitrijden verwacht ik te dalen. In plaats daarvan gaan we weer omhoog. Het blijkt dat ik niet goed opgelet heb. Stanhope ligt op een ‘detour’ en volgens het boekje krijgen we nu een ‘swine of a climb’. Nog één keer van 200 naar 600 meter. Na een kilometer heb ik het even helemaal gehad. Ik wil de fiets in de berm smijten en een taxi bellen om me naar huis te brengen. Gelukkig relativeert Saskia het een beetje. Met een glimlach wijst ze me op het feit dat de weg ‘crawly side’ heet. We gaan dus maar weer kruipend omhoog.

Boven gekomen is het leed nu echt geleden. Vanaf hier is het alleen nog maar naar beneden. Tot aan de kust. En dat mag ook wel, want het is inmiddels al drie uur terwijl we pas 40 van de 80 kilometer van vandaag hebben gedaan. Naar Consett rijdend, kijken we vaak met spijt om, voor de laatste prachtige uitzichten.

Vanaf nu begint het stedelijk gebied. Meer verkeer en overal mensen en bebouwing. Bij de viaducten waar we doorheen gaan ligt altijd kapot gegooid glas. En geen automobilist die je even over laat steken bij een rotonde. Ze zijn duidelijk niet aan fietsers gewend. Ze presteren het zelfs om, als ze moeten stoppen voor ze op de rotonde kunnen rijden, je weg te blokkeren.

Na Consett komen we op een fietspad dat is aangelegd over een voormalige spoorlijn. Het ideale fietspad. Strak asfalt en licht dalend. Zo rollen we door tot Washington. Onderweg word je vermaakt met kunstwerken die met materialen uit het industriële tijdperk zijn gemaakt. Er is ook een doolhof voor fietsers.

In Washington heb ik een hotel geboekt. Het is alleen even zoeken hoe je er van de spoorlijn af komt. We staan eerst bij het verkeerde hotel. Hooghartig worden we naar het naastgelegen Campanilla hotel verwezen. We zien er waarschijnlijk ook niet uit. Een kamer in het Holiday Inn begint bij £ 180. En daarom zitten we daar ook niet. Wij betalen £ 45 voor de onze. Een prima kamer met wifi en een heerlijke douche. En de fietsen mogen in de vergaderzaal staan. Het zit buiten de stad op een industrieel terrein, dus we eten ook hier. De kok is blij met ons. Heeft hij ook wat te doen. 

Na het eten is het douchen en een rustige avond. Ik heb de krant van zaterdag nog op de iPad. Later schiet de kramp in mijn been (hamstring). Het lichaam vindt het wel even welletjes. Het was weer een zware dag. Morgen hebben we het rustiger. Nog maar 30, vlakke, kilometers tot de boot. We gaan er een vakantiedag van maken.

Coast2Coast2Coast: donderdag 1 mei

Keswick-Alston (77 km totaal 428,2 km)

Wind is something special. Wind is invisible. You can hear it. You can feel it. It whispers in your ears. It sands the pores. But you can never see wind. You can only experience the result of the wind. 

– Stephan Vanfleteren

Prima geslapen in de hostel in Keswick. Alleen het watertje wat onder ons raam langs loopt haalde me af en toe uit mijn slaap. Ik moet zo plassen van stromend water… We ontbijten op de kamer met yoghurt, muesli en fruit. En dan op pad. Vandaag is de zwaarste dag op papier. Veel klimmen, vooral aan het einde, en veel kilometers. We beginnen met de Castlerigg stone circle. Hiervoor moeten we wel meteen op de pedalen want deze historische kunstwerken liggen meestal op een heuvel. Zo heb ik in het eerste half uur het zweet al door de bilnaad lopen.

Castlerigg stone circle ligt er prachtig bij. Het is een van de meest bezochte cirkels van Engeland. De ligging is zo mooi omdat hij omgeven wordt door een groot aantal pieken uit het Lake District. De reden van zo’n cirkel is nog steeds niet duidelijk. De meest logische verklaring is dat het een plek was om samen te komen. Ook zonder verklaring genieten wij ervan. En het levert mooie plaatjes op. 

Daarna zit er een vreemde punt in de route. We moeten een flink eind omfietsen om een stuk over de A66 te vermijden. In de regen maken en drinken we een koffie.

Er zijn van die dagen dat je misschien beter in bed had kunnen blijven liggen. Vandaag zou een mooie kandidaat zijn. De lucht is grijs, we hebben het regenpak alweer aan, het is koud (8 graden) en we hebben een fikse wind tegen. Daarnaast loopt het eerste deel van de route dicht langs de A66. En laten we wel wezen, na vijf dagen fietsen is het lichaam moe. Dit alles maakt ons wat mopperig. We zijn als twee voetzoekers op nieuwjaarsochtend. Een kort lontje en als je het afsteekt, dan weet je zeker dat er ongelukken komen. 

Wat we nodig hebben is iets om het lontje te doven. Die vinden we in ‘the Sportsman Inn’ in Troutbeck. 

Welcome cyclists! Voor mij hebben ze Free WiFi. Voor Saskia hebben ze een warme ruimte en voor ons samen hebben ze een heerlijke cappuccino. Daarnaast zijn we niet voor niets al meer dan 25 jaar getrouwd. Een begripvolle blik, een aai over de rug en zo komen we ook deze dag weer prima samen door.

En als we weer buiten komen zijn we weer helemaal opgeladen en is het droog. En het blijft droog voor de rest van de dag. En voor de verandering dalen we weer een keer in plaats steeds klimmen. Helemaal goed.

Greystoke is een typisch Engels dorpje. Village green, pub en een shop annex postkantoor. Het kan zijn dat de naam Greystoke je bekend voor komt. Misschien in relatie met apen en junglekreten? Lord Greystoke stond model voor Tarzan. En hij woonde hier. We kijken nog even maar hij zit ook aan de koffie in plaats van tussen de bomen te slingeren.

Een ander mooi dorpje is Blencow. Daar staat het huis van mijn dromen. Mooi gerestaureerd en een fantastisch uitzicht.

Maar ook het dorpje zelf is een plaatje. Als er ergens een ansichtkaart gemaakt kan worden, dan is het hier.

We wijken even van de route af om een kijkje in Penrith te nemen. Ooit de hoofdstad van het koninkrijk Cumbria. Nu een marktstadje dat het Lake District scheidt van ‘the Pennines’. En het zou een heel mooi stadje kunnen zijn, als de grote doorgangswegen voor het autoverkeer er niet doorheen zouden lopen. Wij kopen er wat voor de lunch en dan gauw weer eruit via Beacon Hill. Weer klimmen dus.

In het binnenland vinden we weer de rust die we zoeken en langzaam naderen we ‘the Pennines‘, ook wel de ruggengraat van Engeland genoemd. En omdat we van west naar oost gaan moeten we er overheen. Vanuit de verte zien we dat het weer daar niet helemaal top is. Er hangen duidelijk wat wolken die ook graag over deze ruggengraat komen.

Bij Little Salkeld krijgen we ineens een cadeau’tje. We zien een bordje naar ‘Long Meg and her daughters’, de tweede stenen cirkel van vandaag. 

Long Meg is een grote staande steen. Je kunt duidelijk het profiel van de heks, Meg of Meldon, zien. Haar dochters zijn de stenen er omheen. Ook heksen, door een tovenaar in steen veranderd. Er zijn een aantal legendes van. Onder andere dat de stenen steeds een ander aantal geven als je ze telt. Ik heb het niet geprobeerd. In de cirkel staan een drietal bomen waar mensen lintjes aan gebonden hebben. 

Meer informatie over dit prehistorisch kunstwerkje kun je hier vinden.

Ondertussen dalen en klimmen wij gestaag door. Het gaat niet hard door de tegenwind. In Renwick komen we op 200 meter. Lijkt niet zo hoog, maar kost moeite genoeg. Daarna de Hartside Pass op. Volgens een bord is dit niet een ongevaarlijke missie.

Het eerste deel zitten we nog op kleine B-wegen. Dat we daar omhoog kruipen is niet erg. Maar later komen we op de (enige) grote weg naar Alston. Veel auto’s dus. De harde tegenwind en het stijgingspercentage maken dat we niet sneller gaan dan 6 km/uur. Het wordt ook steeds mistiger. Lichtjes van de auto’s komen en gaan. Het is eigenlijk een risico want mensen zien ons nauwelijks. Ondanks dat we de achterlichten aan hebben. De wind laat de kleding flapperen, huilt om ons heen en duwt ons terug. Maar goed, uiteindelijk komen we boven (1900 feet, ongeveer 600 meter). 

Het is bitter koud, op de thermometer zie ik 3 graden staan. En het is hier ook niet gezellig, dus we gaan snel door. Volgens het boekje is het nu ‘one of the best sections downhill’. We dalen 1000 feet. Ik merkt er weinig van want door de kou en de snelheid verkleum ik totaal. Mijn handen voel ik niet meer en de rijp staat op mijn blote benen. Voordeel is wel dat we snel in Alston komen.

Ik heb een kamer geboekt in ‘the Victoria Inn’ pub. Het blijkt ook een Indian take-away te zijn. En het wordt gerund door een Chinese dame. Ze zorgt goed voor ons. De kachel op de kamer is al opgestookt. Haar Chinese spraakgebrek in een Engels accent maakt het een feest om naar haar te luisteren. We nemen eerst een pint in de pub en bestellen meteen maar een curry. Langzaam ontdooien we een beetje.

Na het douchen kijk ik nog even in Alston rond. Het heeft straatjes met kasseien en er worden regelmatig filmopnames gemaakt als er een historisch stadje nodig is. Ook hier veel blik op straat die de boel ontsiert. Het kan mooier.

De rest van de avond brengen we door op de kamer. Hij is groot maar ook wat gedateerd. We zitten ook boven de kroeg maar van lawaai hebben we weinig last want zodra we in bed kruipen komen we in coma. Het was weer een mooie dag.

Coast2Coast2Coast: woensdag 30 april

Workington-Keswick (68 km totaal 351,3 km)

Right before me is a great camp of single mountains – each in shape resembles a Giant’s Tent; and to the left, but closer to it far than the Bassenthwaite Water to my right, is the lake of Keswick, with its islands and white sails, and glossy lights of evening – crowned with green meadows. But the three remaining sides are encircled by the most fantastic mountains, that ever earthquakes made in sport; as fantastic, as if Nature had laughed herself into the convulsion, in which they were made.

Samuel Taylor Coleridge, letter to Samuel Purkis, July 29, 1800; 

Norman is niet langs geweest, maar ik heb de hele nacht het gevoel gehad dat ik in een grafkist lag. Dat kwam omdat de dekens zo zwaar waren. En je moest er wel goed onder liggen want het is koud hier. Het ontbijt is verder prima en om half negen zitten we weer in het zadel.

Achter de B&B ligt het fietspad, dus kunnen via een fijne weg naar de route terug. Die voert ons dwars door de stad heen en op een fietsvriendelijke manier. Dat hebben we bij meer Engelse steden gezien. Vaak heeft er vroeger een spoorlijn gelegen en daar is nu een fietspad van gemaakt. Van Workington zelf zien we niet veel. Eigenlijk alleen de buitenwijken. Die zijn van grijs beton. Het lijkt me dat je depressief wordt als je hier moet wonen. Vroeger was hier veel industrie en daar zullen de huizen wel van overgebleven zijn.

Via een kustroute worden we naar Whitehaven geleid. 

Gisteren zagen we de Ierse zee al in de verte, nu fietsen we er langs. Ik word altijd een beetje blij van de zee. De zilte geur en het ruisen van de golven voelen als een thuiskomst. Zonder incidenten (alleen moest het regenpak weer aan)komen we bij het startpunt van de C2C wat het einde van de Reivers route betekent. 

Nog even over de mijlpalen van de Engelse fietsroutes. De eerder plaatjes stonden niet goed in de blog. We zijn inmiddels weer 3 van de 4 tegengekomen ( de vierde heb ik nog nooit gezien, zelfs niet in een plaatje). Ze staan hieronder.

De Coast to Coast wacht uitnodigend met een mooi sculptuur, dus we gaan naadloos over met een mooie startfoto. 

Het is ook gebruikelijk om je wiel in de Ierse zee te dippen, maar de helling is zo steil en glad dat ik mezelf al met fiets en tassen de Ierse zee in zie schuiven. Dat slaan we dus maar even over. Whitehaven ziet er leuker uit dan Workington. Een boulevard en een typisch Engels centrum. Om uit de regen te zijn, nemen we er even een koffie in een café.

Het eerste deel van de C2C loopt over een oude spoorlijn. Het voordeel is dat je niet veel hoeft te klimmen en geen last hebt van de auto’s. Een nadeel is dat je in een groene tunnel rijdt en niets van de omgeving ziet. We komen een schoolklasje met kleuters tegen. De juf zet ze allemaal in de rij en laat ze applaudisseren als we langs fietsen. Even voelen we ons helden.

Langs de route staan bijzonder mijlpalen. Anders dan die van Sustrans, maar ook mooi.

Cleator Moore fietsen we even in. Het is ook een stad met een industrieel verleden. Symbool van de stad is de feniks. Ze hopen weer uit de as te verrijzen maar we zien er nog weinig resultaat van.

Langs de route hebben ze leuke bankjes gemaakt. Sommige met een steen en een stuk tekst erop.  Anderen met de materialen die uit de spoorlijn kwamen. We gebruiken er een met een mooi uitzicht om een koffie te maken. En we eten er een stukje pizza bij die gisteren over was. Wel allemaal in de regen en dat zijn we inmiddels wel gewoon.

De regen maakt plaats voor de mist. Zullen wel laaghangende wolken zijn, maar het voordeel is wel dat het stopt met regenen. Dus het pak kan weer uit. 

We missen hierdoor de uitzichten, en die zijn er wel. Want langzaam komen we in het Lake District.

We hebben goede herinneringen aan dit gebied. Een van onze eerste vakanties was hier. Net verliefd kampeerden we hier een week in de Paasvakantie. Prachtige wandelingen gemaakt toen. Ook onze huwelijksreis ging naar het Lake District. Twee weken in ons tentje in de regen gezeten (of eigenlijk meer gelegen). Met een doos McIntosh chocolade voor Saskia en een fles Drambuie voor mij. Ach, wat heb je meer nodig als je net getrouwd bent? Ook onze eerste fietsvakantie (met Lisa in de buik)was in het Lake district. Twee weken zon als compensatie voor de huwelijksreis. En nu, 25 jaar later, hier weer op de fiets.

We hadden gehoopt op zonovergoten meren met prachtige fells eromheen. Maar door de mist gaat dat niet door. Toch geeft dit ook onverwacht prachtige beelden. 

Omdat het buiten het seizoen én door de week én slecht weer is, zijn er nauwelijks mensen onderweg. Voor ons is dat een voordeel want het kan hier best druk zijn. 

Via kleine weggetjes kronkelen we richting Keswick (spreek uit: Kes-sik) waarbij het ene uitzicht nog fantastischer is dan het andere.

Het laatste deel gaat over de Whinlatter Pass. We kiezen voor de off-road route omdat de andere route over de grote weg gaat. Het is wel lekker rustig maar laat de koppakking flink lekken. We klimmen tot 350 meter voordat we weer mogen dalen.

De weg naar Keswick is druk, dus we nemen de rustige route via Braithwaite village. Ondanks dat het buiten het seizoen is, lopen er al flink wat toeristen.

In Keswick hebben we een kamer in de hostel geboekt. Deze ligt mooi in het centrum aan een park

Het verblijf in een hostel is altijd gezellig. We hebben een prima kamer en de douche is goddelijk. 

Uit de Lonely Planet kiezen we een restaurant, maar eerst kijken we nog even in Keswick rond. Ik ben er eerder geweest, maar kan me er niets meer van herinneren. En da’s mooi want zo zie ik toch weer wat nieuws.

Coast2Coast2Coast : dinsdag 29 April

Carlisle-Workington (74 km totaal 283,3 km)

Our battered panniers were piled on the sidewalk again; we had longer ways to go. But no matter, the road is life.

– Jack Kerouac

De Britten zijn klein. Dat merken we aan het bed. Dat is eigenlijk wat te kort en de lakens zijn ook niet lang genoeg. Dit betekent dat de hele nacht een worsteling met het beddengoed is. Ik ben blij als het weer ochtend is. Voor het ontbijt hebben we fruit en yoghurt gehaald. Samen 

met een kopje thee werken we dat op de kamer naar binnen. En dan kunnen we weer op weg.

Helaas zit het meisje van gisteren niet meer bij de receptie. Nu zit haar vriend er en die is zo gesportschoold dat ik hem echt niet naar die tatoeage ga vragen.

Zo lang als we er over deden om in het noorden Carlisle in te komen, zo snel zijn we er in het zuiden weer uit. Binnen no-time fietsen we tussen de velden langs het riviertje ‘Caldew’. Het is nog wat heiig en het belooft een mooie dag te worden. Dit maakt het landschap ook wat lieflijker. Groene heuvels, zon, weiden en her en der wat vee. Heel anders dan het Northumberland park. 

We missen de afslag voor een stukje off-road maar deze route over rustige wegen is ook prima.

Vandaag staan er maar weinig bezienswaardigheden op het programma. We hebben St. Michael’s kerk in Dalston gemist. Na de overdosis van gisteren kan dat wel. Verderop is de ‘Lime house school’. Het schijnt een mooi gebouw te zijn, maar van afstand zien we er weinig van door de bomen die er omheen staan. 

Dan hebben we nog ‘Rose Castle’. Een kasteel annex landhuis wat diverse terrassen met rozen heeft. We rijden even naar de achterdeur, maar daar is niets te zien. Dan maar weer op route en verderop kunnen we hem even op afstand bewonderen.

De zon komt steeds meer omhoog, net als wij. Want het eerste deel van de route gaat voornamelijk naar boven. Samen met de zon betekent dit, dat er steeds meer kleren uit moeten. Zo mooi hebben we het nog niet gehad. Zo klimmen we langzaam naar Hesket Newmarket. 

Volgens het boekje moet het een mooi dorpje zijn, maar we zien het niet echt. Het is bekend van de ‘Ash tree’. Geen idee wat dit is, dus we zoeken het maar even op (link). Na Hesket Newmarket beginnen de steilere klims, maar we rijden eerst nog even om voor Caldbeck.

Een dorp zoals op een ansichtkaart staat er in onze beschrijving. Het is inderdaad een mooi dorp, maar of ik er een ansichtkaart van zou kopen? Het heeft in elk geval een mooi plekje om een koffie te maken. Tijdens deze stop trekt de lucht weer dicht en zijn de wolken zwanger van de regen. We vrezen het ergste als we de eerste steile klimmen doen, maar we blijven gespaard. Hier worden in elk geval geen buien geboren.  

Iets voor Longlands zie ik een mooi off-road alternatief op de kaart. Het betekent wel een paar kilometer minder fietsplezier vandaag, maar het ziet er mooi en uitdagend uit. Eigenlijk hebben we het wel even weer gehad met het asfalt en zonder blikken of blozen slaan we het steenslagpad in.

Het is een goede keus. Inmiddels zitten we ook in het Lake District. De rust en de uitzichten hier zijn magnifiek. 

De zon komt er weer bij. En ondanks dat we over de stenen stuiteren en door een ‘ford’ moeten waden genieten we er intens van. Wie weet? Mogelijk staan er straks ook wel een paar geveerde MTB’s in de schuur voor de volgende reis.

Met uitzicht op de Skiddaw, een van de hoogste fells in het lakeland, maken we een broodje. 

Ondertussen komt Alison op haar quad voorbij. Achterop twee honden, maar ze is haar derde hondje kwijt. Of wij het gezien hebben? Helaas kunnen we haar niet helpen.

Als we later over het erf van haar boerderij fietsen, staat de hele familie, inclusief de verloren zoon, buiten. We maken een praatje met de boer, die een demonstratie geeft hoe goed de honden luisteren. ‘Get the bulls’ roept hij en de honden veren op alsof ze gestoken zijn, op zoek naar de stieren. Hij vertelt ook wat moppen, maar omdat hij zo plat praat, mis ik de clou steeds. Niet dat hij dat merkt, want ik lach gewoon mee.

We hebben een tijd lang mooi zicht op Over Water. 

Er ligt ook een geocache die we natuurlijk even doen. De beschrijving bevat een mooi verhaal over het hotel Overwater. Dat was vroeger een ‘Hall’ van ene Mr. Gillbanks. Deze meneer verdiende zijn geld met import van rum uit Jamaica. En niet alleen rum, hij haalde er ook een vrouw en een minnares. Deze laatste volgende hem ook naar Engeland en werd een beetje een stalker. Dat lost hij op door met haar in een bootje naar het midden van het meer te gaan en haar daar overboord te kieperen. Maar ze hield zich vast aan de boot en hij moest de armen afhakken. Ze pakte hem terug door als armloos spook terug te komen. Met name in kamer drie van het huidige hotel is ze regelmatig te zien. Ook zorgen haar armen ervoor dat het water in het meer nooit bevriest.

Mooi verhaal en dat geeft trek in een ijsje. Die nemen we in Cockermouth. De school is net uit en er is genoeg te zien met al die kindertjes in uniform die langskomen. Verder zien we niet veel van de stad want de hoofdstraat ligt opgebroken.

Hierna is het nog een klein stukje naar Workington. We hebben nog steeds zicht op Skiddaw en die is nu weer in donkere wolken gehuld. Het kan niet anders of het regent daar nu. 

De B&B ligt een beetje ten noorden van Workington. Op Google maps had ik al gezien dat hier alleen maar industrie en een groot winkelcentrum zit. Maar waar hij zou moeten zitten zijn alleen een aantal tokkie huizen. Op de wifi van het winkelcentrum zoek ik de informatie nog even op. 

‘Morven guesthouse’ blijkt een stuk verderop te zitten. Aan een drukke weg en van buiten ziet het er niet uit. Binnen lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Het interieur van 50 jaar geleden is nog aanwezig. Norman Bates doet open en hier leeft zijn moeder nog. Ze rommelt wat heen en weer als we vragen of we wat eten kunnen laten bezorgen. We zijn moe en hebben weinig trek om de vijf kilometer naar de stad heen en weer te fietsen. Met veel moeite weten we een pizza en cola te bestellen. Een maaltijd waar ik niet trots op ben.

Het hele huis is doortrokken van ouderdom. Saskia is nog het meest gechoqueerd door de lampen naast het bed. In welke periode was het chique om schaamhaar aan de lampenkappen te hebben? 

De douche is versleten en lauw. Zoals in veel Engelse huizen wordt het water hier, in de douche, elektrisch verwarmd. Maar deze heeft zijn beste tijd gehad.

In dit bejaardentehuis kunnen we niet de avond doorbrengen, dus we lopen maar naar het winkelcentrum. Daar blijkt ook een bioscoop te zitten en na wat wikken en wegen kiezen we voor de film ‘Noah’. We delen de zaal met maar 8 andere mensen. Toch is het een mooie film alhoewel er wel wat bijbelse feitjes door elkaar gehaald worden. Moe en voldaan lopen we terug en kruipen in bed. Hopend dat Norman vannacht niet langskomt.