Coast2Coast2Coast: Maandag 28 april

Newcastleton-Carlisle (62 km totaal 206,5 km)

Nor were these hills high and formidable only, but they had a kind of an unhospitable terror in them. Here were no rich pleasant valleys between them, as among the Alps; no lead mines and veins of rich oar, as in the Peak; no coal pits, as in the hills about Hallifax, much less gold, as in the Andes, but all barren and wild, of no use or advantage either to man or beast.

Daniel Defoe A Tour Thro’ the Whole Island of Great Britain (1724-27), Letter 10.

We hebben gisterenavond een prima tijd gehad in onze eigen lounge. Het vuurtje was flink opgestookt en de banken zitten lekker. Ook het ontbijt vanochtend is buitengewoon goed. We doen ons tegoed aan vers fruit en ik neem nog een bescheiden Engels ontbijt. Wat ons betreft staat deze B&B op nummer een.

Als compensatie voor gisteren hebben we vandaag alleen maar heerlijk glad asfalt. Het kenmerk van de ochtend is klimmen en dalen. En dat begint al meteen in de eerste kilometers. Daar krijgen we als een soort van tweede ontbijt gelijk 15% voor de kiezen.

We zitten nog steeds in het Northumberland Park en het landschap is nog steeds leeg. Op de onuitputtelijke voorraad schapen na dan. 

En zo komen we na een kilometer of vijftien bij Bewcastle. En het is niet wat we verwachten.

Bewcastle is bekend van het kasteel en het kruis. We verwachten een bruisend dorp met pubs, winkels en rondleidingen. Wat we zien als we aankomen is één boerderij, een hoop stenen en daarachter de contouren van een kerkje. Even de perceptie bijstellen.

Bewcastle Castle (ja, het hoort zo dubbel achter elkaar, het is tenslotte een kasteel met een naam in een dorp met een naam) is er al heel lang. Het blijkt dat er voor Christus al een nederzetting was en tijdens de Romeinse tijd is er een fort geweest wat een onderdeel uitmaakt van de verdedigingswerken van keizer Hadrianus. In de veertiende eeuw is hier een kasteel op de restanten van dit fort gebouwd. Daarna is het vele malen veroverd en heroverd. Uiteindelijk eindigen deze kastelen altijd in een puinhoop tenzij er een geldschieter gevonden wordt voor de restauratie. Dat is hier duidelijk niet gelukt en het is nu eigendom van de naastliggende Desmesne Farm. We lopen even tussen de ruïnes waarbij we de schapen, eenden en kippen verjagen. Lastig voor te stellen dat dit ooit een magnifiek bolwerk was.

Dan door naar Bewcastle cross. Volgens de opruiende poster is het een van de twaalf belangrijkste historische monumenten van Engeland. Bij dit soort zinnen wordt ik altijd een beetje cynisch. Ze zullen dan wel op nummer twaalf staan want als ze nummer vijf zijn dan had er wel gestaan ‘een van de vijf belangrijkste’. Maar goed, dat doet er niet toe. Het Bewcastle cross is de onderkant van een metershoog kruis van zandsteen dat vol met historische graffiti staat. Een beetje als Ruthwell cross wat we een paar jaar geleden hebben bezocht.  

Je zou verwachten dat het hier vol staat met toeristen om deze attractie te bekijken, maar we zijn de enigen. Het geeft ons alle tijd en ruimte om rond te kijken bij de exhibition die in de ruimte ernaast is. Daar leren we dat het kruis waarschijnlijk een christelijke oorsprong heeft vanwege de religieuze figuren erop. Er zijn ook runen die vertaald worden met ‘This slender pillar of Hwaetred, Whaetgar and Alwfwold, set up in memory of Alefrid, son of Oswy, pray for them, their sins and their souls’. En dat doen we dan ook met een kop koffie op het bankje ernaast.

Geheel lichamelijk en geestelijk verfrist gaan we verder. Eerst nog in de leegte van het park, maar al snel komen we meer in gecultiveerd gebied. Het fijne is dat de weg langzaam daalt en we steeds minder steile klimmetjes hebben. 

Zo rollen we langzaam Heathersgill binnen. Volgens de beschrijving een dorp ‘waar de tijd stil lijkt te staan’. En inderdaad, als ik in de huizen naar binnen kijk, dan is er geen klok of hij staat stil. Ook hier bezoeken we de kerk even maar God is er niet want de deur is op slot. Voor ons aanleiding om een tweede koffie te maken op het bankje voor de deur. Ondertussen komt de zon door en dat zet het landschap in een wat vriendelijker licht.

Weer een stukje verder is Kirklington. Alweer een kruispunt met een kerk en één huis. Volgens de beschrijving een van de meest fotogenieke plekjes. Reden voor ons om meerdere foto’s te maken. Oordeel zelf maar of de tekst waar is of niet. 

Hier is wel de deur van de kerk open, dus we kijken even binnen. In vergelijking met de rooms katholieke kerken zijn deze maar karig versierd. Het valt me inmiddels wel op dat al de kerken hier van St. Cuthbert zijn. Alsof hier nooit andere heiligen geweest zijn. Alleen Maria weet er ook een handjevol te claimen maar verder blijft het een monopolie van de Sint.

We zijn nu weer in ‘normaal’ gebied. Overal is er wel bebouwing in het zicht, akkers zijn geploegd en, naast de schapen, staan er ook koeien in de wei. Nu pas merken we hoe fijn en bijzonder het in het ‘lege’ park was. Leegte om je heen, geeft ook leegte en rust in het hoofd. Hier is het ook mooi, maar anders mooi. Dit lijkt meer op onze normale manier van fietsreizen terwijl we ons gisteren echt alleen op de wereld waanden.

Voordat we bij Carlisle, ons einddoel van vandaag, zijn komen we nog door Rockcliffe. Dit is niet een klif van rots, maar van rode steen. Want dat is de steensoort die hier in de buurt gewonnen wordt. In tegenstelling tot de gele zandsteen die we tot nu toe tegenkwamen. De kerk van Rockcliffe laten we even links liggen. Voor vandaag heb ik genoeg huizen van de heer gezien. We gaan door naar Carlisle en daarbij komen we de eerste Millenium paal tegen. Dit is een van het tweede type. Eerder hebben we de andere typen al gezien. Het maakt me altijd een beetje opgewonden als we er een tegenkomen.

Intermezzo milleniumpalen

Langs de Reivers en andere routes van het National Cycle Network vind je allerlei verschillende vreemde gietijzeren mijlpalen. Palen die in verschillende ontwerpen en uitvoeringen zijn gemaakt. De mijlpalen of mileposts vertellen wat Sustrans verstaat met het ‘Tijdspad’ (Time Trail). Deze mijlpalen worden steeds gebruikt bij de opening van een nieuw stuk van de tot 2005 geplande route en gebruikt als markeringspunt.

Vanaf het begin in het voorjaar van 2001 zijn er nu ongeveer 1000 geplaatst. Bijna alle ontwerpen van de mijlpalen lijken qua uitstraling nog het meest op middeleeuwse stenen kruisen.

                

Er zijn vier verschillende ontwerpen van de mijlpalen. Elke paal beeld een verschillend thema uit het verleden uit.

De eerste mijlpaal werd ontworpen door John Mills en wordt: “The Fossil Tree” genoemd. Deze paal heeft de vorm van een abstracte boom en is versierd met in reliëf uitgebeelde fossielen die de passage in tijd van vroege primitieve schepselen weergeeft naar de uiteindelijke ontwikkeling van de op fossiele brandstoffen aangedreven technologie.

 De Schotse beeldhouwer Iain McColl ontwierp de tweede mijlpaal getiteld de Cockerill. Dit ontwerp is beïnvloed door Miro’s ‘vork’ en Branusci’s ‘haan’.

 De derde mijlpaal is gemaakt door Andrew Rowe, een kunstenaar uit Wales. Zijn ontwerp is gebaseerd op de zeevaart en de industriële erfenis uit het inheemse Swansea en heeft vier richtingflenzen.

 De laatste mijlpaal is getiteld “tracks” (sporen) en is gemaakt door de kunstenaar David Dudgeon uit Belfast. Het hoofdontwerp toont sporen in een verlaten landschap, die zijn achtergelaten door fietsers en wordt gecomplementeerd door een stuk tekst die verteld over de sensationele ontdekkingen en observaties tijdens het reizen door de diverse milieus.

Ondanks dat elke mijlpaal door een kunstenaar uit een van de vier landen is ontworpen, zijn alle mijlpalen verdeeld over het gehele Verenigde Koninkrijk. Op alle mijlpalen zijn gegraveerde metalen schijven te vinden met een beeltenis of brief; Die stuk voor stuk betrekking hebben op een thema in de tijd. 

Volgens planning komen we in Carlisle (vandaag heb ik ook een korte route gepland)tegen half vier aan. Het is wel weer even zoeken in zo’n grote stad met veel verkeer maar we komen toch langzaam in de buurt van het centrum. Ik heb hier voor £40 een hotel geboekt. Wat mag je voor dat bedrag verwachten? Hierin wordt ik niet teleurgesteld als ik het hotel zie. Laten we het zo stellen; als ik op Google streetview dit beeld had gezien, dan had ik nooit geboekt. Maar schijn bedriegt. Het mag er dan van buiten wat minder uitzien, van binnen is het schoon en netjes. Wel wat vergane glorie, maar dat zie ik niet want ik wordt afgeleid door de tatoeage van het meisje bij de receptie. Boven haar borst staat een zin die begint met ‘The…’. Ik durf nog niet te vragen wat er verder staat. Misschien morgen. De fietsen mogen binnen staan en na het douchen gaan we de stad in. We zijn net name geïnteresseerd in ‘the cursing stone’ en daarvoor moeten we weer even terug naar ‘the Reivers’.

De hoofdoorzaak was eigenlijk dat als een clanhoofd overleed, de bezittingen tussen de, vaak vele, zonen verdeeld moesten worden. Je kunt je voorstellen dat je na een paar generaties een stuk land ter grootte van een postzegel overhoudt. Daar kun je niet van leven. Dan maar roven van de buurman of zelfs van je eigen familie. Op den duur werd dit een groot probleem. Zo groot dat de bisschop er op een gegeven moment een vloek over uitsprak. En daar maakte hij geen half werk van. Het werd een vloek van meer dan duizend woorden. Een kleine bloemlezing:

“I curse their head and all the hairs of their head; I curse their face, their brain (innermost thoughts), their mouth, their nose, their tongue, their teeth, their forehead, their shoulders, their breast, their heart, their stomach, their back, their womb, their arms, their leggs, their hands, their feet, and every part of their body, from the top of their head to the soles of their feet, before and behind, within and without.”

Op de steen staat de volledige tekst die je ook hier kunt terugvinden. Op de vloer staan de namen van de Reivers families.

Overigens hielp dit gevloek natuurlijk weinig. Beter waren de methoden van de Engelse koning die gewoon de grootste raddraaier en zijn elf zonen ophing. Leuk detail is dat een van de Reivers het uiteindelijk in de ruimte heeft gezocht. Neil Armstrongs was een afstammeling van de Armstrong familie die berucht en bekend was als Reiver. Meer informatie over de Reivers vind je hier

De rest van de tijd in Carlisle vullen we met een bezoekje aan het kasteel en de cathedraal. 

Leuk, maar niet bijzonder. Net als het centrum van deze stad. Het is eigenlijk meer een industriestad dan een toeristische trekpleister. We eten een heerlijke Indische maaltijd en eindigen in een luxe pub waar dit verslag gemaakt is. Morgen hopen we de Reivers route min of meer af te ronden. Dan arriveren we bij de Ierse zee. Eindelijk weer een dag met een normaal aantal kilometers.

Coast2Coast2Coast – Zondag 27 april

Bellingham-Newcastleton (58,9 totaal 142,5)

In Scotland, beautiful as it is, it was always raining. Even when it wasn’t raining, it was about to rain, or had just rained. It’s a very angry sky.

Colin Hay

Voordat je reageert met dat dit wel erg weinig kilometers zijn voor een dag fietsen, wil ik even aangeven dat we hier echt de hele dag voor nodig hebben gehad. En dat had met name te maken met het feit dat er soms nauwelijks te fietsen was. Maar daarover later mee. Eerst bij het begin beginnen.

En dat begon met een echt ‘Engels ontbijt’. De eerste dagen kan ik die niet weerstaan ondanks dat het haast een volledige maaltijd is. We eten ei, spek, worstjes, bonen, tomaat en een aardappelschijf. Daarna zit ik zo vol als een potje met peren en heb tot de lunch geen trek meer. 

De lucht heeft haar lichtgrijze tenue aan. Het kan nog alle kanten op en met tien graden is het niet echt warm. We zijn Bellingham nog niet uit of we bevinden ons al in het ‘Northumberland National Park’ en daar blijven we de rest van de dag ook. Het eerste deel van de route loopt langs de North-Tyne. De rivier waar we gisteren ook aankwamen in Newcastle. Het is een leeg, verlaten landschap. En daar helpt de zondagochtend ook aan mee. Heuvels, varens, wat bos, af en toe een boerderij en heel veel shoarma wat rondloopt. Veel lammetjes zijn hier net geboren (wie zien er eentje zelfs live uitkruipen)omdat het seizoen wat later begint dan in Nederland.

Tegen half tien begint het te regenen. Eerst sputters maar later harder. Zo hard dat we besluiten het hele regenpak maar aan te trekken. Ach, zo is het nu eenmaal hier en we genieten niet minder van het landschap. 

Bij Falstone is het tijd voor koffie. We willen niet buiten in de regen zitten, dus we gaan het oude schooltje in. Naast koffie kun je hier alles kopen wat iedereen in de buurt maakt. Wij houden het bij koffie die door een zwijgende deerne geserveerd wordt.

Falstone is eigenlijk een beetje zielig verhaal. Het heeft vroeger heel veel te lijden gehad van de plunderende Reivers. Maar goed, ze deden er zelf ook lekker aan mee, dus eigenlijk mogen ze niet klagen. Veel later, in de jaren zestig van de vorige eeuw, werd de Kielder Water aangelegd. Hiermee kwam ongeveer 80% van Falstone onder water te staan. Wat overbleef was de pub, een paar huizen en boerderijen en een schooltje. En daar zitten wij zwijgend koffie te drinken.

Kielder water is het grootste kunstmatig aangelegde meer in Groot-Brittanie. En eromheen ligt het grootste kunstmatig aanlegde bos van Europa, Kielder Forest. Het meer is aangelegd toen tijdens droogte bleek dat, met name de staal industrie, te weinig water had. Toen het eenmaal goed en wel aangelegd was, draaide Thatcher deze industrietak de nek om en was Falstone tevergeefs verdronken. Wat overblijft is een mountain-bike paradijs waar wij gebruik van maken.

Er lopen hier vele routes met het nummer 10. Op sommige kruisingen zie je de bordjes alle kanten op wijzen. Wij volgen de route die langs de noordkant van Kielder Water loopt. Het is een weg met steenslag waar we flink overheen stuiteren. Omlaag gaat in hetzelfde tempo als omhoog, zo’n 5-10 kilometer per uur. Door de regen ben ik wat mopperig. Toch leer ik al snel dat alles relatief is. We komen een aantal (hard) lopers tegen die meedoen met de Kielder ultra-run. Voor hun is het 100 (!) kilometer hardlopen en dan niet op een vlakke weg, ze worden ook nog steeds heuvels opgeleid. Ik heb groot respect voor mensen die zo diep gaan.

Ondertussen stuiteren wij lekker verder richting Kielder. De weg is soms slecht, soms slechter en soms wat beter. De uitzichten maken alles goed.

Vlak voor Kielder krijgen we ineens weer een stukje vlak asfalt. Net als we dalen. Het is een gevoel alsof je heel nodig moet plassen en er is eindelijk een wc. Heerlijk.

In Kielder bekijken we eerst het kasteel. We kunnen er gratis naar binnen en struinen even langs de exhibition. Het kan me niet echt boeien.

Daarna eten we warm in de pub. Vanavond hebben we een B&B die een paar kilometer van het stadje af ligt en we willen ons dan met een boterham redden. Als we de pub uitkomen is het gelukkig weer droog. Een meevaller gezien de voorspelling.

Daarna volgt de tweede helft van de rit van vandaag. Het eerste stuk delen we nog de weg met een paar auto’s, we bezoeken nog een kunstwerk aan het water…

… en we kijken nog een laatste keer uit over Kielder water.

Daarna slaan we af het binnenland in, de ‘Bloody Bush Road’. We worden meteen verrast door een mooie hangbrug.

De weg is net als hiervoor grove steenslag. Het is soms lastig fietsen maar wel te doen.

Verderop staat er een afschrikwekkend bordje. Om verder te gaan moet je een ‘proficient cyclist’ zijn met ‘higher levels of fitness, stamina and good off-road riding skills’. Daar voldoen wij natuurlijk aan. Ook de fiets moet van goede kwaliteit zijn. Check! Tenslotte wordt er voor gewaarschuwd dat er onderweg geen ‘mobile reception’ is. Who cares? 

We fietsen vrolijk verder. Wel met een mengeling van spanning en verwachting. Een gevoel alsof je in de rij staat voor een bungee jump. Des te verder we komen, des te slechter de weg wordt. Om ons heen zijn hele bospercelen gekapt en ziet het landschap er soms wat beschadigd uit. Veel tijd om hier naar te kijken hebben we niet want we moeten echt wel goed op de weg letten.

Opeens houdt zelfs deze slechte weg op. Er is alleen nog een smal paadje blubber met plassen waar we door verder moeten. Wij hebben 26″ fietsen wat betekent dat alles wat lager zit. Dit heeft tot gevolg dat als we door zo’n geul rijden, je eigenlijk steeds met je trapper aan de grond komt. Erg lastig, maar teruggaan is geen optie. En niet in de minste plaats omdat wij de bikkels waren die het waarschuwingsbord smalend passeerden.

Met  blik op oneindig en verstand in de survival mode ploeteren we hierin verder. Ik heb uitgerekend dat dit maximaal een kilometer of tien kan duren. Als het daarna ook nog steil naar beneden gaat, dan is er niets anders te doen dan afstappen.

Gelukkig is hierna het drama bijna voorbij. We komen aan de Schotse grens en hier zijn een paar picknick bankjes. Hoe krijgen we die hier? Met de auto. En waar rijdt die auto over? Niet over zo’n smal ATB paadje.

De rest van de route is een beter pad. Nog steeds stuiteren, maar wel te doen. En geheel in een afdalende wijze. Ik heb nog het meest te doen met de fietsen die deze martelingen allemaal moeten doorstaan.

Bij het ‘Sorbietrees’ bed and breakfast wacht ons een nieuwe verrassing. Het is een prachtig huis en de ontvangst, door Mrs. Sandy Reynolds, voelt als een thuiskomst. We zijn de enige gasten en krijgen de grootste kamer met een enorme badkamer. Terwijl zij de fietsen wegzet, liggen wij in het bad met gouden kranen cq staan onder de douche. Ze hebben een grote lounge waar we gebruik van kunnen maken. Deze komt meteen op nummer een van de lijst met B&B’s. Niet eerder hebben we zo mooi gezeten. Een aanrader als je in de buurt bent. Later op de avond weet ik er zelfs nog een bier en een wijn te bietsen. Een perfecte afsluiting van een fantastische dag.

Als laatste nog even de uitslag van het geneeskrachtige water van St. Cuthbert. Ik heb geen last meer van de brandnetels en het wondje van Saskia is ook over. Trek je eigen conclusie maar.

Coast2Coast2Coast – zaterdag 26 april

Newcastle – Bellingham (78,4 totaal 83,6)

After your first day of cycling, one dream is inevitable. A memory of motion lingers in the muscles of your legs, and round and round they seem to go. You ride through Dreamland on wonderful dream bicycles that change and grow. ~ H.G. Wells The Wheels of Chance 

We zijn weer in Engeland. Bijna Schotland, als we wat van de weg afwijken. Wat we morgen zeker gaan doen. Naar Schotland dan. Niet van de weg afwijken.

Gisterenmiddag zijn we in IJmuiden op de boot gestapt en na een nachtelijke overtocht zijn we vanochtend in Newcastle weer van boord gegaan. Het begon al goed. Bij aanmelden krijg je twee kaartjes. Een moet op de fiets. De ander is om de deur van je hut te openen. Je begrijpt natuurlijk wel welk kaartje ik op de fiets heb gedaan.

De hut ziet er net uit als vorig jaar. Toen heb ik met de motor een week in Schotland gereden. Het was tijdens die overtocht erg slecht weer. De wc-pot was mijn grootste vriend en heb ik vele malen omarmd. De koelte van het porcelein tegen mijn voorhoofd brengt nog steeds rustgevende gedachten. Nog nooit eerder was ik zo zeeziek. Ik houd van het leven maar toen wenste ik even dat ik dood was. 

Nu is de zee rustiger maar voor de echte rust moeten we ver zoeken. Op elke plek waar we gaan zitten, wordt de muziek harder gezet. Om ons weg te krijgen wordt zelfs een kwis en een zanger ingezet. Uiteindelijk vinden we een rustig plekje in de gang. Daar hebben we de avond doorgebracht met lezen. En chips. En cider. Veel te duur natuurlijk maar gezien het geld wat we uitsparen door een eigengemaakt boterhammetje te eten, kunnen we heel wat cider en chips kopen. Buiten wordt het langzaam donker. En dan niet het donker van de nacht, maar het donker van het weer. De zon waarin we bij vertrek in hebben zitten braden is allang weer weg. Donkere wolken, regen en af en toe een flits vergezellen ons naar Engeland. Ook begint de boot meer te schommelen. Maar morgen is een nieuwe dag en het weer kan nog alle kanten op. Met die gedachte zijn we in bed gekropen.

En we worden niet teleurgesteld. De lucht kan niet goed kiezen en is vele tinten grijs. Voorlopig is het nog droog als we wegrijden. Het is een graad of 10 en de wind staat gunstig vandaag. We hebben hem veel mee.

Op de fiets een grote stad verlaten is altijd verrassend. Ook hier hebben ze een mooie groene weg de stad uit. We horen de snelwegen om ons heen wel, maar we zien ze niet. We volgen ‘the old wagonway’. Vroeger liep hier een spoorlijn om steenkool naar de haven te vervoeren. Nu om fietsers van de haven weg te vervoeren. Het duurt zeker een kilometer of tien voor we de stad echt uit zijn maar dan zit je ook meteen in de natuur. 

We fietsen de eerste dagen de ‘Reivers route’, van oost naar west. Volgens het boekje door ‘Some of the wildest and most untouched countryside in the UK’. En dat moet ook wel want het woord ‘reiver’ betekent ‘plunderaar’. Vroeger woonden in dit gebied een aantal bandieten waar de maffia bij verbleekt. Vee stelen, kidnapping, afpersing en moord waren de orde van de dag in dit grensgebied tussen Engeland en Schotland. Een familie was zo erg dat hun naam (Graham)bij wet verboden werd. Vanaf toen heetten ze ‘Maharg’ (Graham achterstevoren) wat later McHarg werd. Maar nu zijn er geen bandieten meer. We snappen ook wel waarom want de wegen zijn soms zo abominabel slecht dat geen bandiet hier zijn brood kan verdienen. We hebben soms asfalt, maar meer steenslag, grind, gras of gewoon modder met plassen.

Het eerste deel is de weg nog redelijk goed. We komen eerst door het natuurgebied  ‘Wide open’. Het gerucht wil dat ze hier een obsceen bord bij hebben gemaakt. We kunnen deze niet vinden. Daarna komen we in het ‘big water nature reserve’. Tijd voor een kop koffie. Helaas begint het nu te sputteren. 

Daarom snel door naar Ponteland. Hier wonen veel nieuwe rijken. Voor ons een reden om de bank te beroven en de supermarkt leeg te kopen. Het is de laatste grote plaats waar we vandaag (en morgen) doorheen komen.

Daarna ploegen we kilometers door modderwegen. Off-road tracks noemen ze dat. Een voordeel is dat het wel lekker rustig is.

In stamfordham eten we een broodje in de regen. Het is de laatste regen van de dag. In de verte ziet het er vaak dramatisch uit, maar wij komen af en toe zelfs in de zon. 

Matfen heeft een mooi kerkje. We stoppen voor de foto. 

Daarna gaan we het ‘wilde en onberoerde’ binnenland in. De wegen worden zogenaamde ‘gated roads’. Dat wil eigenlijk zeggen dat je in een weiland rijdt, met soms een stukje asfalt. Die weilanden zijn afgesloten met hekken om te voorkomen dat de schapen weglopen.

We worden verrast in Thockrington. Het lijkt alleen te bestaan uit een boerderij. De weg loopt over het erf. Maar als we de bocht omgaan staat daar ineens, bovenop de heuvel, St. Aldan church.  Je kunt er alleen via het weiland komen en die moeite nemen we wel even. Een mooie plek voor een kopje thee.

Iets verderop wordt een kudde schapen over de weg naar de wei gestuurd. Ik maak een praatje met de boer. Hij vraagt waar we heen gaan. ‘Ongeveer 15 kilometer verderop naar Bellingham’ meld ik hem. Hij geeft aan geen idee te hebben hoe ver dat is. Zijn verdere topografische kennis en inschatten van afstanden is ook laag. Als ik hem vertel dat we uit Necastle komen, geeft hij aan dat we dus ongeveer halverwege zijn. Gelukkig is dit niet waar.

Om in Bellingham (spreek uit ‘Bellin-jum’)te komen moet er nog veel geklommen en gedaald worden. Zo zitten we boven de 250 meter en zo weer op 100 meter. Maar het landschap is prachtig. Hier komen we voor. Zo anders dan Nederland. En zo rustig. Ik voel me helemaal zen worden.

Wat minder zen maar wel bezweet bellen we aan bij ‘Linden Cottage’. Ondanks alle viezigheid die aan ons en de fietsen kleeft, worden we hartelijk ontvangen. Een warme douche is heerlijk en we eten goed bij ‘the Cheviot hotel’. Daarna gaan we nog even op zoek naar ‘Cuddy’s Well’. Volgens de overlevering een bron die geneeskrachtig werd toen St. Cuthbert dood in de kerk lag. Je kunt je afvragen wat hij daar deed, en dood nog wel, maar dat doen we niet. We willen alleen de bron zien. Saskia heeft een wondje aan haar hand en ik wil van de brandnetelplekken af die ik vandaag heb opgelopen tijdens het zoeken van de geocaches. Het duurt even, maar we vinden hem. Of het geholpen heeft hoor je later.

Binnenkort in dit theater

Nu de temperaturen langzaam weer richting de twee cijfers (boven nul) gaan, wordt het tijd de ski’s op te ruimen en de fietsen uit het vet te halen. Gedurende de winter heb ik genoeg tijd gehad om het een en ander voor te bereiden en dat heb ik dan ook gedaan.

Komend weekend hebben we eerst de paastocht van ‘de Wereldfietser’. Hij is lekker dichtbij deze keer en belooft vier mooie dagen van fietsen en kamperen in Drenthe. Zal ’s nacht nog wel fris zijn, maar daar wordt je hard van, zal ik maar zeggen.

In de zomervakantie gaan we deze keer richting het oosten. We nemen de trein naar Wenen en daar stappen we uit. We zijn hier nog niet eerder geweest, dus we nemen er even de tijd voor. Daarna fietsen we via de ‘Greenways’ naar Praag. Ook daar willen we even rondkijken. Als we uitgekeken zijn fietsen we naar huis. Hierover later meer.

In de meivakantie gaan we weer naar eens van onze favoriete landen. We gaan in Engeland van coast naar coast naar coast. Sorry?

c2c

In noord-Engeland, net onder de grens met Schotland lopen een drietal fietsroutes. Hadrian’s cycleway hebben we eerder gedaan toen we uit Ierland terugkwamen.

Deze keer gaan we westwaarts naaar de Ierse zee via de Reivers route. Deze loopt langs de Schotse grens en soms erover heen. De route is genoemd naar de plunderende bandieten die hier (vroeger) woonden. We hopen ze niet tegen te komen want het is een desolaat stukje landschap waar toch nog heel veel te zien is.

Terug gaan we via de klassiek C2C (Coast-to-Coast) route. Een tocht die menig Engelsman/vrouw gedaan heeft na een te grote mond bij een avondje doorzakken. Het leuke van deze tocht is dat hij een stuk door een van de mooiste delen van Engeland loopt; ‘The Lake District’. Dat kan niet anders dan ook weer genieten worden alhoewel het terrein redelijk geaccidenteerd is. Ik vermoed dat de stijgingspercentages ook hier weer ruim in de twee cijfers gaan lopen. Het totaal rondje is zo’n 550 kilometer. We nemen hier acht dagen voor.

engeland

Bij de voorbereiding en het indelen in etappes kwam ik erachter dat er bij drie van de zeven overnachtingen geen camping is. Daar heb ik een B&B geboekt. Toen ook nog bleek dat bij een van de overige etappes alleen een caravanpark was en ik een vierde B&B moest boeken, hebben we maar besloten om geheel zonder kampeerspullen te gaan. Het voelt een beetje als vals spelen want de ‘echte’ fietsreiziger die kampeert. Maar goed, op deze manier scheelt het ons wel in totaal een kilo of vijftien want we hoeven geen tent, geen slaapspullen en geen keuken mee te nemen. Dat maakt voor mij de hellingen wat aangenamer en Saskia vindt het wel lekker om binnen te kunnen slapen gezien de kou.

Alles staat klaar. De routes, de caches, de spullen en  de tickets . Wat mij betreft kunnen we gaan. Het volgende bericht zal waarschijnlijk uit Engeland komen. Tenminste als de bandieten ook wifi hebben.