Zaterdag 27 juli: Lands End

We wander for distraction, but we travel for fulfillment.

–Hillaire Belloc

 

Vandaag hebben we de laatste bladzijde van het boekje en bereiken we eindelijk het eindpunt; Lands End. Het is prachtig mooi weer als we opstaan. Wat we van deze uithoek van Engeland gezien hebben, schept hoge verwachtingen en ze worden allemaal waar gemaakt vandaag. Het is absoluut de mooiste fietsdag van de reis en vandaag fietsen we samen met Loes.

Het is raar fietsen zonder tassen. Vooral voor voelt het erg wiebelig. Maar het is ook erg licht fietsen zonder de 25 kilo extra. Hellingen worden met stukken minder moeite genomen, ook omdat we nu flink getraind zijn. Het draagt allemaal bij aan deze mooie dag.

Vanaf Penzance volgen we eerst een stukje de kust naar het zuiden. In de verte zien we steeds St. Michaels Mount liggen. We zijn vrij snel in Mousehole (spreek uit ‘mole’). Bekend van het mooie haventje en het toiletten debacle. Er is tijden gestreden om de openbare toiletten daar open te houden, maar het is niet gelukt. Wij hoeven op dit moment niet, dus we worden er niet echt opgewonden van.

Na Mousehole gaan we meer het binnenland in. Dat betekent klimmen en het is de laatste drie-streper van de reis. Zonder bagage een peulenschil.

Lamorna heeft een prachtige kleine cove (baai of inham). De route loopt er niet langs maar we fietsen er speciaal even voor om. Het is zeker de moeite waard en in de zon maken we een koffie en eten we de, bij de bakker gehaalde, ‘bun’. 

Langzaam wordt het hier wat drukker want de rest van Cornwall begint ook wakker te worden. Leuk om te zien is dat hier heel veel micro-klimaten zijn. Door de soms extreme beschutte ligging groeit er een weelde aan planten en bloemen. En soms ligt het zo in de schaduw, dat er een heel andere begroeiing ontstaat. Prachtig.

Als we verder gaan komen we onverwacht langs de ‘Merry maidens’ en de ‘Tregiffian burial chamber’. 

De laatste is gewoon een soort hunebed, maar de ‘maidens’ is een stenen cirkel van 19 stenen die er compleet intact  bij ligt. En midden in de cirkel staat een heks. Geen echte, want iedereen weet dat echte heksen altijd naakt en dansend in zo’n cirkel staan. En deze heeft gewoon kleren aan en staat stil. Het enige wat voor haar pleit is dat het een mooie blauwe jurk is.

Over de maidens zijn verschillende theorieën. Een zegt dat de meisjes veranderd zijn in steen omdat ze op zondag aan het dansen waren. Verderop zijn nog twee grote stenen en dat zouden de muzikanten zijn. De reden dat die verderop staan is dat zij aan de kerkklok hoorden dat de zondag begonnen was en naar huis snelden. De andere theorie is de standaard uitleg dat het een ceremoniële functie had. Bijzonder is wel dat de stenen om de kardinale punten van het kompas staan, dus het kan ook een astronomische of kalender functie hebben gehad. Wat het ook is geweest, het levert prachtige plaatjes op.

Via het binnenland komen we bij Sennen Cove. Weer zo’n prachtige inham met een wit zandstrand. Het is hier alweer erg druk met zonnebaders en surfers. We zien het in de diepte liggen en slaan een tochtje naar beneden over.

Via het fietspad naderen we Lands End. Dat is veel leuker dan via de hoofdweg omdat je dan het ‘circus’ vermijdt. Ze hebben het voor de toeristen helemaal opgetuigd met een (hele dure) parkeerplaats en een soort toeristen-val. Dat missen we gelukkig. 

We zoeken de wegwijzer op. Die staat achter een hekje en je mag er voor 15 pond onder staan en dan maken ze een foto. Daar zijn wij natuurlijk veel te zuinig voor en poseren gewoon voor het hekje. Officieel is nu de tocht volbracht. Dat vieren we met een koffie en een boterham.

Nu kun je via de A30 of via dezelfde fietsroute terug, maar de schrijver van ons boekje heeft er nog een mooi alternatief bij gemaakt. Ik moet de schrijver overigens alle hulde geven. Hij heeft van de hele tocht, van oost naar west, een bijzonder fraaie route gemaakt. Mooie rustige wegen, veel te zien onderweg en in het algemeen goed te fietsen.

Ons alternatief loopt via Cape Cornwall. Lange tijd is gedacht dat dit eigenlijk Lands End was, maar het blijkt net wat minder westelijk te liggen. Wij gaan dit even checken. Er zijn hier veel doodlopende wegen. Om van het ene dode punt naar het andere te komen kun je ver omrijden. Te voet of met een fiets kun je ook doorsteken als je voor lief neemt dat je dan soms moet lopen via smalle paadjes. En ook dit is genieten.

Voor we bij Cape Cornwall komen passeren we nog een ‘burial chamber’ uit het bronzen tijdperk. Deze was eerder geheel onder het puin uit de mijnen (ook hier was veel mijnbouw) verdwenen, maar Mr. Borlase spoorde hem op en ruimde alle rommel weer op. Zoek de verschillen!

Dan komt Cape Cornwall in zicht. De toren is een oude luchtschacht van de mijnen. Die bleek veel te sterk te zijn. Kinderen werden door de sterke luchtstroom haast uit de mijn gezogen, dus ze hebben een nieuwe verderop gebouwd. En dan kon deze mooi als markering voor Cape Cornwall blijven staan.

Het is een van de twee capes die Engeland rijk is. Op een kaap komen twee oceanen of kanalen samen. We klimmen even naar boven. Deze is veel rustiger en vinden we veel mooier dan Lands End, die we overigens  in de verte zien liggen. 

De uitzichten zijn fantastisch hier waardoor we een tijdje blijven kijken. 

Nagenietend hiervan fietsen we de laatste kilometers terug naar Penzance. Een prachtig einde van een mooie fietstocht.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 59 (totaal 1103)

Afstand tot Baflo op verste punt: 920 km

Weer: Zonnig

Verste positie


Naschrift:

Dit is het laatste reisverslag van onze zomer fietstocht. Terwijl we op Lands End zaten kreeg ik bericht dat mijn moeder (toch wel vrij) plotseling overleden is. We hebben de reis afgebroken en zijn nu, per trein en boot, onderweg naar Nederland. Geesje van der Veeke-Savenije is 77 jaar geworden.

Vrijdag 26 juli: Relaxen

Als je alles in je hebt, kun je zelfs gelukkig zijn als de hemel het dak van je huis is. 

–Etty Hillesum

Het was een van de stilste campings ooit. En ook een van de vochtigste. De tent is van binnen en buiten nat. Die krijgen we niet droog voor vertrek, ook omdat het zwaar bewolkt is. Even lijkt het erop dat het gaat regenen, maar gelukkig zet het niet door.

Als we na een paar kilometer flapjacks kopen voor bij de koffie verbaas ik me over de plaatsnamen hier.

Even later komt Loes voorbij. Ze haakt even aan tot Hayle en daar gaat ze voor haar tweede ontbijt.

Wij gaan door en binnen no-time zitten we in Marazion aan de koffie met uitzicht op St. Michael’s Mount. Het is vloed en de weg erheen staat onder water. Mensen worden met bootjes erheen gebracht. Ondertussen is het nog best wel koud, dus de jas gaat aan.

De route naar Penzance loopt langs de kust. Het is een mooi stukje waarbij je het stadje steeds dichterbij ziet komen.

Helaas wel een verschrikkelijk slecht wegdek. In Penzance is het erg druk met auto’s en toeristen. Er zijn hier ook veel fietsers. Meestal zijn het racefietsers maar nu zien we ook veel mensen met bagage. Dat komt omdat de mensen die Lejog (Lands End-John O’Groats)of Jogle (John O’Groats-Lands End) fietsen hier langs moeten komen. Ook hier moeten we weer flink klimmen om bij de camping in Madron te komen. We zijn er om 11 uur al en het is een juweeltje.

De camping is klein en wordt gerund door twee oudere Engelse dames. Het geeft me weer een associatie met Coronation Street. Ik denk dat er maximaal 20 plekken zijn. Voor de fietsers (met een klein tentje) hebben ze een mini-veldje waar je alleen, met de fiets of lopend, via een paadje kunt komen. We staan voor £ 13,50 per nacht hier. Douchen is 50 pence en ze hebben ook was en kook faciliteiten. En een lounge. Niet verkeerd want ondanks dat het nu wel zonnig is, vanavond zal het wel weer fris zijn. We zijn helemaal blij hier.

Na het drogen en opzetten van de tent doen we het bed even in de was. Daarna gaan we naar Penzance. Het is een druk toeristisch stadje met veel winkels. Saskia is als een vis in het water. Ik ben er wat minder gelukkig en kies voor een terrasje terwijl zij de winkels afstruint.

Heerlijk zo’n semi-rustdag om lekker te relaxen. Vlak voor me staat een biertje. Als ik eroverheen kijk zie ik St. Micheals Mount. Ze serveren hier ook ‘fish and chips’. Die gaan we later proberen. Het begint even verdacht veel op een vakantie te lijken…

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 26 (totaal 1044)

Afstand tot Baflo: 907 km

Weer: eerst bewolkt en fris, later zon en wolken.

Huidige positie

Woensdag 25 juli: rib uit mijn lijf en pak van mijn hart.

Tourists don’t know where they’ve been, travelers don’t know where they’re going.

–Paul Theroux

Toen we gisteren om acht uur van het strandwandelingetje terugkwamen begon het te regenen. Eerst wat druppen en daarna steeds harder. We zijn lekker in het tentje gaan zitten. En toen even liggen. Vervolgens werden we om elf uur wakker. Het was al donker en we hadden de kleren nog aan en de lenzen nog in. Blijkbaar had het lichaam het nodig want na het tandenpoetsen waren we zo weer vertrokken. Het doet ons in elk geval wel goed en we zijn weer helemaal fit.

Als we opstaan is het nog flink bewolkt. De wind is gedraaid en alles is nog nat van de regen. We fietsen eerst door Newquay heen. Het heeft verschillende baaitjes waar je heerlijk beschut kunt zitten. 

Daar hebben ze allemaal kleine houten strandhuisje gebouwd. Maar ik verwacht dat je voor zo’n hutje in de ‘Lusty glaze Bay’ hetzelfde betaalt als een huis in Baflo. Je kunt  aan het stadje zien dat er veel toeristen komen. Veel rijke toeristen, maar ook veel surf-dudes. Het is surf-school of -shop voor en na. De grootste blits maak je daar als je met je cabriolet door de stad rijdt met op de passagiersstoel een surfboard en achterin de chicks. Is even een tip voor collega Berend als hij naar Newquay gaat met de Mazda ; Alie thuislaten en surfboard mee. Net als elk ander dorp hier, moet er altijd flink geklommen worden om er weer weg te komen. Waarschijnlijk een reden dat zoveel mensen hier blijven hangen.

In St. Newlyn East maken we koffie bij een perkje. En dan komt er een bekende langsfietsen. Loes heeft ons weer ingehaald. Tijd om bij te kletsen is er niet want ze willen het perkje maaien.

In Nederland zouden ze zo beginnen met maaien of je wegsturen. De Engelsen zijn erg ‘polite’. Met allerlei verontschuldigingen en met een oprecht gevoel van spijt vraagt de man of hij zijn werk mag doen. Als het tenminste niet te ‘inconvenient’ voor ons is. En zo gedragen ze zich ook meestal in het verkeer. Ze rijden rustig honderden meters achter je aan totdat het echt 200% veilig is om in te halen.

De fietsroute 32 tussen Zela en Truro is het mooiste paadje ooit dat ik gefietst heb. Prachtig slingerend. Omgeven door bomen. Licht op en neer gaand. En schitterende doorkijkjes. Een nieuwsgierige eekhoorn (je ziet ze veel hier) springt een tijdje mee van tak tot tak.

Truro is eigenlijk de enige officiële stad van Cornwall. Rijk geworden van met name de mijnindustrie kreeg het een bisschop en een kathedraal eind 19e eeuw. 

In het centrum moeten we een stukje lopen door de winkelstraten. Dat vindt Saskia helemaal niet erg. Bij de kathedraal is maar een klein pleintje. Wel met bankjes en daar doen we de lunch. 

Ook gaan we even naar het station om de treinreis van Penzance naar Brighton voor zondag te regelen. Een uiterst competente dame met mooie ogen helpt ons. Ze zoekt de alternatieven, bekijkt de prijzen en komt met een voorstel. Twee keer overstappen, met voldoende tijd, een reistijd van 8,15 uur en een bedrag van £163. Een rib uit mijn lijf en een pak van mijn hart.

Daarna komen we op de ‘mining-trail’. Het is maar een stuk van een paar kilometer en meer een mtb-pad dan een (vlak) fietspad maar het laat goed zien wat de mijnbouw in dit gebied gedaan heeft.

De eerste tinwinning dateert van 4000 jaar terug maar pas in de 16e eeuw kwam de industrie goed op gang. Er werd in dit gebied koper, tin, oker en arsenicum gedolven. Met name de laatste was een tricky business. Het was sowieso niet erg bevorderlijk voor de gezondheid om (vaak mee dan 200 meter) ondergronds te gaan. Sommige stukken waren zo giftig ‘that it would rot a pair of boots off a man’s feet in a day’. Jongens werden vanaf acht jaar oud de mijn ingestuurd. Maar uiteindelijk is hier wel meer dan een miljoen ton koper uit de grond gehaald wat een bedrag van £ 550 miljoen heeft opgeleverd. De goedkopere buitenlandse ertsen zijn de reden van de ondergang geweest.

Wij zien het als we door het mijnlandschap, of kan ik beter zeggen ‘maanlandschap’ fietsen. Een uiteengereten aarde en hier en daar nog de restanten van het huis van een stoommachine (waarmee het grondwater weggepompt werd) en een luchtschacht. Vergane glorie van een industrieel verleden, wat ook uitgestraald wordt door de stadjes Ruthwell en Camborne waar we later doorheen fietsen.

Aan de mining-trail zit natuurlijk weer een fietsenverhuur, met een tea-room. Saskia heeft nog tea met scones tegoed en voor mij hebben ze wifi. Het weer is in de loop van de ochtend steeds beter geworden. Door de regen wel iets koeler, maar veel zon. We kunnen lekker buiten zitten.

Een paar kilometer verder slaat Loes af naar de camping. Wij nemen eentje verder. Daarvoor klimmen we eerst weer naar 200 meter. Het landschap is hier weer fantastisch maar het zware fietsen brengt vandaag bij mij de man met de hamer. Volkomen gesloopt na 50 kilometer. Normaal plan ik dagetappes van 80 km, maar dat is in Cornwall te ambitieus. Maximaal 50 kilometer is hier voldoende. Van alle gebieden waar ik geweest ben is het hier het zwaarste fietsen.

Op de ‘Lavender Fields’ camping betalen we £ 12,50. Er is geen lavendel te ontdekken, laat staan een veld. Wel hebben we weer een prachtig uitzicht. Met in de verte nog een restant van het mijnverleden. De camping ziet eruit alsof hij in opbouw is. Maar dat is hij waarschijnlijk de laatste 20 jaar geweest. Het toiletgebouw hangt aan elkaar van tape en kit. We zijn de enige tentkampeerder. De rest is een allegaartje van caravans. De meeste leeg.

Op mijn eenpits gasstel wordt weer een uitstekende maaltijd bereid. Tortellini van scharreleieren. Gevuld met ricotta, spinazie en cheddar. En een saus van tomaten, ham en mascarpone. Hoezo kamperen is primitief?

Om een uur of negen wordt het te koud om buiten te blijven zitten. Het is ook alweer aardig vochtig aan het worden. de was hangen we in het keukentje. Maar weer vroeg in de zak. Morgen hebben we nog een klein stukje naar Penzance. Eigenlijk weer een semi-rustdag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 58 (totaal 1018)

Afstand tot Baflo: 889

Weer: eerst bewolkt, later zon

Huidige positie

Woensdag 24 juli: moe

A journey is like marriage. The certain way to be wrong is to think you control it. 

— John Steinbeck

Voor alles is een eerste keer. Vannacht heeft het voor het eerst geregend. Het trommelde als een josti-band op de tent. Het slapen ging toch al slecht want de vermoeidheid begint wat chronische eigenschappen te vertonen. Ondanks de regen staan we toch met zon op. Loes blijft hier nog een dag, maar we ontbijten wel samen. We vertrekken laat vandaag. Pas om negen uur zitten we op de fiets.

We gaan eerst naar het strand van Constantine Bay. Een hippe surfleraar hijst wat tieners in een wetsuit, schuift ze een board onder de arm en gaat richting branding. Wij gaan richting heuvels.

Het is hier erg druk met auto’s. Veel drukker als in de eerdere gebieden. En het fietsen gaat niet vandaag. Saskia is oververmoeid en elke stijging voelt als een kwelling. Ze probeert het wel, maar na vier een-streepjes en twee twee-streepjes komt ze tot de conclusie dat de kilometers laag blijven vandaag. In St. Columb Major (ja, er is ook een minor, daar komen we later doorheen) doen we maar vast boodschappen. 

Daarna weet ze nog drie twee-strepers eruit te persen en zo rollen we Newquay binnen. Daar is een camping aan het strand. Voordat we naar de camping gaan, eten we eerst nog een pasty. Deze hebben we in Padstow gehaald bij een bekroonde pasty-bakker. Het is een maaltijd van groente, aardappel en vlees in deeg. Hij smaakt voortreffelijk.

Het Porth Beach Tourist Park bereiken we na 36 kilometers. Er is nog voldoende ruimte. We betalen £ 20,50, best veel vind ik. Het park kent afgemeten plekken. En er zijn regels over hoe je de tent op die plek neer moet zetten. Met ons kleine tentje is best wel een beetje te smokkelen. 

Sowieso houden Engelsen van regeltjes. Op de meeste opritten staat bijvoorbeeld een bordje dat je daar niet mag keren. Hoe vaak zou dat nou voorkomen en wat maakt het dan uit?

We zetten het tentje op een gaan luieren. Het is een echte surf camping. Als je niet met een plank loopt, dan hoor je er niet bij. Hij kon bij mij net niet meer in de fietstas. Er wordt in het beste geval meewarig gekeken naar onze fietsen. meestal worden we gewoon openlijk uitgelachen. Vandaag een laagterecord qua kilometers maar ook qua foto’s. De enige die de moeite waard zijn, zijn de karakteristieke witte huisjes van Cornwall en een oud kerkje.

Het weer houdt zich nog goed. Tegen het einde van de middag is dat helaas ook afgelopen. Het drupt vaak en meestal net teveel om buiten te kunnen blijven zitten. Ik heb ook voor net eerst een lange broek en een trui aan. Bij het eten houden we het gelukkig wel even droog. Alweer een salade voor de vitamientjes en rijst met kip als hoofdgerecht. Daarna nog even aan het strand en dan in de tent vanwege de regen. Morgen maar eens kijken hoever we komen. Penzeance is in zicht, maar nog niet haalbaar.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 36 (totaal 959)

Afstand tot Baflo: 859 km

Weer: zon en wolken, tegen de avond regenachtig

Huidige positie

Dinsdag 23 juli: De niet genomen weg

Learn to ride a bicycle. You will not regret it if you live. — Mark Twain

Ondanks slechte voorspellingen is het droog gebleven. Ze hadden storm, onweer en regen voorspeld, maar geen van drieën is langs geweest. Als we opstaan, is de lucht grijs. Meer donkergrijs dan lichtgrijs. Voor het eerst sinds Harwich vertrek ik met de jas aan.

Vanuit Bude hebben we eerst nog een stukje langs de kust. We zien spectaculaire kliffen en witte strandjes. De weg gaat op en neer en ik voel de zweetdruppels al in de bilnaad. 

In Widemouth Bay gaan we even naar het strand. Er is een behoorlijke branding en de eerste surfers zitten al in het water. Wij willen ook even met de voeten in de Atlantische oceaan staan, dus de schoenen gaan uit en even later spoelt de oceaan om ons heen. Been there, done that!

De route gaat verder langs de kust. We gaan eerst met 30% naar beneden. Dat betekent haast alleen maar in de remmen knijpen. Beneden aangekomen hebben we de eerste drie streepjes te pakken, in het boekje zeer steil en in de buitencategorie ingedeeld. 

Hij is ook 30% en als ik beneden er tegenaan kijk, zakt de moed me al in de schoenen. Ik snap niet hoe ze dit soort wegen asfalteren. Het asfalt moet er toch gewoon van af vallen? Ik probeer niet eens te fietsen en ga meteen maar lopen. Bijna een kilometer lang en daarbij de fiets en de 25 kilo bagage duwend. Boven gekomen lijkt het alsof ik een uur in de zomer hardgelopen heb. Compleet doorweekt. Saskia ziet er al niet beter uit.

Een paar kilometer verderop is het onderwerp van discussie van de laatste dagen; gaan we via de beschreven route langs de kust of via fietsroute 3?

Volgens het boekje is de kustroute ‘mooi’ maar heeft hij ook nog drie klimmen zoals we zojuist gehad hebben, Waarvan één wel 2200 meter lang is. De route 3 is minder mooi, hij noemt hem zelfs saai, maar ook minder zwaar. Ook klimmend, maar dan geleidelijk. Als de kustroute ook langs de kust had gelopen, dan was het een pré geweest, maar hij loopt grotendeels door het binnenland. Dat, en de helling die we net hebben mogen proeven geven de doorslag. Volgens Loes hebben we last van het syndroom van F. en hiermee bedoel ik niet het veel gebruikte Engelse woord van vier letters beginnend met een F. in dit geval is F. een friend die hier ook gefietst heeft en zo gallig werd van de nutteloze klimmen, dan hij weer naar huis is gegaan. afij , de kustroute wordt de niet genomen weg van deze vakantie.

De saaiheid valt mee. Het zijn weer single-track wegen met hoge heggen. Via route 3 klimmen we langzaam naar de 300 meter waarop de Bodmin Moor ligt. Het is het dak van Cornwall. Bekend van ‘The beast of Bodmin’ (soort Nessie maar dan in een kat-achtige variant) en de ‘Jamaica Inn’ (bekend van het gelijknamige boek van Daphe du Maurier). We zien beide niet, maar ervaren wel de leegte en de desolaatheid. We fietsen slechts over de randen van de moor langs een verlaten militaire basis en over een oud vliegveld. ‘Pas op voor vliegtuigen’ staat er nog. Nu loopt het vee hier los rond, binnen gehouden door ‘cattle grids’ en hekwerken. Als echte Groningers houden wij wel van dit open en weidse. 

Maar deze is in de ruige variant met veel stenen muurtjes. De grijsheid is uit de lucht verdwenen en we fietsen regelmatig in de zon. Af en toe valt er een drup, maar het mag geen naam hebben. Door het open landschap krijgen we weemoed naar een vlakke weg. Onze wensen worden verhoord want na een lange afdaling komen we bij de ‘Camel trail’.

Deze is niet vernoemd naar een experiment met kamelen als alternatief voor goederenvervoer via de trein en over het water. Maar hij loopt langs het riviertje de Camel. Ook hier weer een heerlijk vlakke spoorlijn omgebouwd tot fietspad dat mooi tussen de bossen en langs de rivier ligt. Zonder stijgingen trappen we makkelijk boven de 20 km/uur. Hij is erg populair voor een fietstochtje. Er zijn diverse fietsverhuur bedrijven en ze verhuren aan iedereen. Hierdoor krijg je een fietspad bevolkt met mensen die in 20 jaar niet op de fiets hebben gezeten, die slingerend van links naar rechts gaan en niet weten aan welke kant ze moeten gaan rijden als er gebeld wordt. Maar met souplesse navigeren we hier doorheen. Bodmin laten we links liggen. In Wadebridge doen we boodschappen en voor we het weten fietsen we via de riviermonding van de Camel Padstow binnen. We zoeken de camping op waar Loes al staat. Vandaag heeft ze ons ongemerkt weer ingehaald. We betalen £ 15 (en 0,40 per douche) voor de camping en daarvoor kunnen op een groot scheef veld staan. Het voordeel van een klein tentje is dat je altijd wel een vlak stukje vindt. Voor ons ligt die in de uiterste hoek zodat je brood mee moet nemen als je onderweg gaat naar de wc.

Het eten bestaat deze keer uit een salade en brood met knakworst. Tijdens het eten moeten we nog even binnen schuilen voor de regen. Daarna lopen we naar Padstow. Het heeft een mooi haventje maar is vooral bekend van de tv-kok Rick Stein. De man heeft hier monopolie gespeeld en bezit het halve dorp. Je kunt geen kant opkijken of de naam Stein staat op een winkelpui. Daarom noemen ze het dorp ook wel Padstein. Het is er druk met toeristen. 

Ze staan in de rij voor de fish and chips van Stein. Bij een ijs-salon (waarom heet dit eigenlijk salon? Net als een kapsalon?) waar ze koffie en wifi hebben gaan we even zitten. Tijdens de koffie kunnen de reisverslagen even geplaatst worden. Daarna nemen we nog een ijsco en bekijken het dorp. Het is wel mooi geweest zo. We lopen terug en kruipen in de slaapzak.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 74 (totaal 923)

Afstand tot Baflo: 847 km

Weer: zwaar bewolkt, zon en wolken, regen, bewolkt.

Huidige positie

Maandag 22 juli : Pushbike

Gravity hurts

— Katy Perry – Wide awake

We worden vroeg wakker met nog steeds behoorlijk vermoeide benen. Dat brengt ons gelijk op de discussie van de dag; Hoe, maar vooral hoever, gaan we verder vandaag? Want de laatste twee dagen waren behoorlijk slopend. Saskia wil minder kilometers maken. Ik wil een logische indeling zodat de klims wat verdeeld zijn. We komen er niet goed uit en zitten met warse koppen aan het ontbijt. Uiteindelijk zien we meerdere opties:

1. We vervolgen de route uit het boekje die via Tintagel loopt met de drie mega-klims en doen er dan maar een paar dagen langer over.

2. We nemen na Bude fietsroute 3 die over de Bodmin moor loopt. Deze is lichter maar minder mooi.

3. We gaan niet door naar Lands End en steken zuidelijk door naar Plymouth.

Optie drie valt eigenlijk meteen af. De keuze voor optie een of twee stellen we uit tot we op de splitsing zijn. Eerst maar eens naar Bude. De receptie is nog steeds dicht, dus we kunnen niet betalen. Ik stop een briefje in de bus en we gaan.

Het eerste deel tot Sheepwash zitten we nog grotendeels op de Tarka trail. Maar zodra we van de trail af gaan begint het grote klimmen weer. Bij Sheepwash is de situatie onduidelijk. De GPS en de routebordjes zeggen wat anders dan het kaartje. We kiezen voor de route via Black Torrington. Als we het weggetje inslaan, zitten er een paar oude mannetjes op een bankje. Een van hen hoor ik mompelen ‘you are going to enjoy this one’. En hij krijgt gelijk.

Meerdere keren storten we met 20% of meer 100 meter naar beneden. Dit kan niet zo hard want de weg is smal, onoverzichtelijk en ligt vol met grit. Daarna moeten we meteen dezelfde afstand en steilheid omhoog klimmen. Dit is niet te doen en ik moet van de fiets af. Als ik boven ben, loop ik naar beneden om Saskia te helpen met duwen. Nu is me duidelijk waarom ze in Engeland een fiets ook wel een ‘pushbike’ noemen. We gaan compleet kapot op dit stukje. Ik had een fietsvakantie gepland, geen wandel- en fietsvakantie… 

Zo klimmen en dalen we verder tot Holsworthy (waar Loes vanavond overnacht, ze heeft ons nog niet weer ingehaald). Terwijl ik op een bankje bijkom, neemt Saskia de epo voor vrouwen; even shoppen in het dorp. Daarna gaan we door naar Bude. 

Langzaam zakt de temperatuur. De oorzaak zien we in de verte; er hangt zeemist . Bij de kust is het helemaal betrokken maar dat is niet te merken aan de drukte. Ontzettend veel toeristen hier en ook aan de winkeltjes te zien is het hier het Zandvoort van Engeland. We doen boodschappen en zoeken de camping in Bude op ondanks dat we maar 56 kilometer hebben gedaan. We willen ook wel een keer voor zes uur op de camping zijn. Het zijn ook meteen toeristische prijzen want we betalen £ 20,50. En daarvoor krijgen we een mooi plekje met uitzicht over Bude en heerlijke douches. 

Omdat we lekker op tijd zijn kunnen we even langer zitten. Er is zelfs tijd om een wasje te doen. Voor £3 laten we een machine draaien en voor £2,50 drogen we het spul. Even de zweetlucht eruit.

Daarna maken we een maaltje van noedels, roergebakken groentes en garnalen. Van meerdere mensen hebben we al een slechte weersvoorspelling gehoord. Storm, onweer en regen. Ook het weerbericht op de telefoon bevestigt dit. We ruimen dus snel op zodat we zo naar binnen kunnen als het begint. Gelukkig is het niet nodig. Het blijft zwaar bewolkt, maar wel droog. Van de buurman horen we dat je zo door het veld naar de kust met kliffen kunt lopen. Dat doen we dan ook nog even. Het zijn inderdaad mooie uitzichten. En met dat op het netvlies kruipen we erin.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 56 (totaal 848)

Afstand tot Baflo: 808 km

Weer: eerst zonnig, later in de middag bewolkt

Huidige positie

Zondag 21 juli : Hoogtepunten

Op de fiets denk je dat de tijd stilstaat, of op zijn minst dat hij geen enkele bedreiging vormt. De fiets beschermt je tegen wanhoop.

— Wagendorp, Bert : ‘Ventoux.’ 

Het is een dag van hoogtepunten. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. De Tarr Steps zijn een hoogtepunt, we bereiken het hoogste punt in de route en de vermoeidheid bereikt ook een hoogtepunt. Maar het begon anders dan andere dagen.

Als we opstaan is het namelijk bewolkt. Dat is voor het eerst. Het voelt zelfs een beetje fris aan, maar dat komt ook omdat mijn T-shirt nog klam is. Ik spoel deze elke avond uit en of ’s avonds of ’s ochtends is hij wel droog. Vandaag niet dus. De tent is wel min of meer droog. We ruimen op, ontbijten en vertrekken om kwart over acht.

Het is maar een klein stukje fietsen naar de Tarr Steps. 

Dit is een prehistorische brug over het riviertje de Barle. Ongeveer drieduizend jaar geleden hier geplaatst. Zoals wij hunebedden maakten, zo bouwden ze hier toen een 55 meter lange brug van enorme stenen. Het verbaast me dat hij zo lang is blijven staan, want vorig jaar is hij flink beschadigd door het water. Nu is het een kabbelend beekje maar het kan een woeste stroom worden. Omdat het zondagochtend vroeg is, zijn we hier helemaal alleen. De zon komt net door en we kunnen prachtig foto’s maken. Een hoogtepunt.

We moeten lopend over de brug heen en qua hoogte gezien zitten we op een dieptepunt. Dat betekent weer een klim van drie streepjes. Naast de weg staat een bordje van 20%. 

Ook ik red het deze keer niet fietsend en moet een stukje lopen. Hijgend en compleet verzuurd komen we boven. Dit is een van de vele klimmen die we vandaag voor de kiezen krijgen. De streepjes lijken soms volkomen willekeurig geplaatst. Ook in het aantal streepjes kan ik geen logica vinden. Soms is een twee streepjes loeizwaar en soms is het een eitje. 

We zitten inmiddels in Exmoor National Park. Het is er leeg, veel natuur en je zit hoog. Helaas kunnen we niet zo ver kijken want het is wat heiig vandaag. We genieten erg van het park en het is lastig in woorden uit te drukken. Je moet er geweest zijn om de uitzichten en de stilte te kunnen begrijpen. Hieronder wel een plaatje maar dat is slechts een schaduw van de werkelijkheid. We ervaren het nog intenser omdat we steeds weer elke meter omhoog moeten klimmen. Een ervaring gevat in zweet beklijft beter. 

Tijdens een van de klimmetjes komen we op het hoogste punt van de route. Die is op 480 meter. Dat lijkt niet zo hoog, maar hier geeft het een prachtig uitzicht. Alweer een hoogtepunt.

Na Barnstaple hebben we een lange afdaling. Dat voelt heerlijk voor de verzuurde benen. In Barnstaple doet Saskia boodschappen bij de Tesco. Terwijl ik sta te wachten wordt ik aangesproken door een Engelse dame. Ze vraagt of ik de ‘hart van Engeland’ route doe. Dat beaam ik en dan stelt ze zich voor. Het blijkt de vrouw te zijn van de schrijver van het boekje. Wat een toeval nou weer! We wisselen wat informatie uit voordat ze verder gaat.

Na Barnstaple komen we gelukkig weer op een vlak traject. Het is de Tarka trail. Deze is vernoemd naar een otter uit het boek van Henri Williamson. Tarka’s leven speelde zich af in de rivieren Taw en Torridge. En daar fietsen we nu langs. De plaatselijke toeristische maffia heeft dit aangegrepen om bijna alles hier in verband te brengen met Tarka. Voor ons maakt het niet uit. De weg is vlak, de zon schijnt, het is zomers druk in de plaatsjes en, omdat het weer een voormalige spoorlijn is, zijn onderweg de stationnetjes verbouwd tot catering. Bij een van de stationnetjes staan nog wat oude wagons, bemand door twee vrouwtjes die zo uit Coronation Street zouden kunnen zijn weggelopen. Het is ‘love’ voor en ‘love’ na. We kopen drinken en een ijsje want het is boven de 31 graden.

Dat we zoveel over oude spoorlijnen kunnen fietsen hebben we te danken aan ene meneer Beeching. Niet iedereen was blij met hem want in de jaren zestig schreef hij een rapport over de toekomst van de spoorwegen. Die was er niet volgens hem en tussen 1950 en 1975 werd er bijna 15.000 km rails ontmanteld en 3000 stations opgedoekt. Pas later zijn deze trajecten weer hergebruikt als fiets- en wandelpaden.

Wij vinden het in elk geval weer een mooi traject. Veel door bossen, soms een tunnel en vaak over water. Maar we kunnen er niet meer helemaal van genieten vanwege de vermoeidheid. 

We besluiten naar de eerste camping sinds vanochtend te gaan. Dat is Smytham Manor, een voormalig landhuis met een beschutte tuin. Daar vinden we een prachtig plekje, met picknick tafel. De receptie is dicht dus we kunnen niet inchecken. Maar de naastliggende campingpub gaat even later wel open en daar halen  we een koel biertje en een cider voor bij het eten. Dat bestaat deze keer uit een bonensalade, pasta met kip en een cheesecake na.

Na het eten moet er wat onderhoud gedaan worden. Saskia is een schroefje verloren van de bevestiging van haar achtertas. Gelukkig heb ik de juiste mee. Dit is een ook een mooi moment om de ketting eens te ontdoen van alle stof en een drupje olie te geven. Een mooi klusje om de dag mee af te sluiten. Het was trouwens ook de eerste Loes-loze dag. Ze zit iets achter ons en we hebben haar gezellige gebabbel gemist.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 83 (totaal 792)

Afstand tot Baflo: 778

Weer: eerst bewolkt, later weer zonnig en heet.

Huidige positie

Zaterdag 20 juli : Verloren onschuld

The world is a book and those who do not travel read only one page.

— St. Augustine

Simpele zaken kunnen me zo gelukkig maken. Vanochtend had ik er drie vrij vlot achter elkaar. Ten eerste kon ik de tent kurkdroog inpakken. Heerlijk! Daarna waren de eerste kilometer lekker koel. Heerlijk! En we hebben vandaag een lekker windje in de rug. Prachtig!

We zwaaien Loes nog net even uit als we om zeven uur opstaan. Zelf zitten we om acht uur op de fiets. Het vroege vertrekken is niet zo goed bevallen gisteren. Het hele dagritme raakt ervan in de war. We hebben eerst een stukje over de drukke A44. Niet leuk. Daarna komen we weer op kleine weggetjes waar nauwelijks een auto langs komt. Wel leuk. Vrij snel zitten we weer langs een kanaal. We moeten naar de overkant en daarvoor moeten we helemaal naar (de naam zegt het al) Bridgwater. Pas in het stadje kunnen we naar de overkant. Het geeft ons wel de gelegenheid wat lekkers voor bij de koffie te halen. Het wordt worteltjestaart deze keer.

Het kanaal blijven we volgen tot aan Taunton. Er zijn weinig bootjes hier. Alleen mensen die geen kaart kunnen lezen varen hier. Het 23 kilometer lange kanaal heeft namelijk geen verbindingen met ander water. Je kunt naar Bridgwater of naar Taunton. Daarna houdt het op. Het is in 1827 gegraven om kolen, hout en leisteen te vervoeren. In 1907 hield het gebruik op en tussen 1980 en 1995 is het gerestaureerd voor het tom-tom-loze bootjesvolk.

Een ander leuk gebruik is dat ze in het midden van het traject de zon hebben geplaatst. En dan steeds op relatieve afstand de planeten in ons zonnestelsel. Het duurde even voor we dat door hadden, maar een cache gaf ons de informatie.

Taunton is een grote stad met een mooie toren bij de St. Mary Magdala kerk. We staan er even stil bij. Het centrum is druk en daar blijven we niet te lang. Er is ook een grote Tesco. Hierna zijn weinig mogelijkheden om boodschappen te doen dus we kiezen ervoor de komende 50 kilometer met zwaardere tassen te fietsen. Terwijl Saskia de boodschappen doet, pas ik altijd op de fietsen. Ik kom erachter dat er wifi is, dus ik kan het verslag van gisteren even uploaden.

Als we even verderop een boterhammetje eten, komt er een andere fietser bij ons zitten. Hij blijkt een Engelsman te zijn maar woont nu in Schouwerzijl. Dat is vlak bij Baflo! Hij doet LeJog via een eigen route. En hij doet het ten dienste van het kankerfonds. Ik heb het daar niet zo mee. Ze worden gesponsord met spulletjes maar ondertussen is het gewoon een fietsvakantie net als de onze. Ik zie de meerwaarde er niet zo van in, maar veel LeJog reizigers doen het voor een of ander goed doel.

Het is een gebied waar veel gebeurd is en waar nog steeds veel gebeurt. Zoveel dat ze zelfs melden als er een keertje niets gebeurd. Kun je nagaan hoe opwindend het is om hier te fietsen.

Volgens het boekje verliest de route nu haar onschuld. We komen in Exmoor en hier begint het serieuze klimwerk. Eerst valt het nog wel mee. Veel single-track wegen die zo smal zijn dat als een auto ons wil passeren, we even in een passing-place moeten gaan staan. Het is veel klimmen en dalen maar goed te doen. En je krijgt er gratis mooie uitzichten en prachtige doorsteekjes bij. Het zijn veel ‘holle’ wegen, uitgesneden door de erosie met hoge heggen er langs. We leren het landschap ook aardig lezen. Als de huisjes namen krijgen als ‘Hill View Cottage’ of ‘To the Top’, dan weet je dat er een klim aan komt. 

De route begint nu ook streepjes te krijgen. Volgens mij doen ze dat om het spannend te maken en de fietsers schrik aan te jagen. Één streepje is zweet op het voorhoofd, twee streepjes is een natte rug en bij drie streepjes voel je het zweet door de bilnaad lopen. We beginnen met meerdere één en twee streepjes tot aan Dulverton. Hier rusten we nog even uit want na Dulverton krijgen we drie streepjes. Maar als we er zijn voelt het als vier. In de gids staat ‘1,6 km zeer steil (15-30%), daarna 0,7 km geleidelijk’. Het ziet eruit als een muur. 

Mentaal moet je stevig in de schoenen staan. Twee psychologen hebben een model ontwikkeld hoe je omgaat met rouw. Normaal gesproken is het van toepassing op mensen met een ongeneselijke ziekte, mensen die een familielid of baan verliezen, etc. Maar het Kubler-Ross model met zijn vijf stappen is heel goed op een klimmende fietser toe te passen. Het begint met ontkenning (wegen van 30% bestaan niet, het zal wel een fout zijn van de routemaker). In stap twee komt boosheid (WTF, ik zie daar toch echt een auto omhoog gaan). Daarna ga je min of meer onderhandelen met jezelf (Misschien kunnen we beter wachten tot morgen. Of is er ook een andere weg?). In stap vier kom je in een depressie (Wat is er eigenlijk zo leuk aan fietsvakanties? Waarom doe ik dit eigenlijk?). In stap vijf, tenslotte, komt de berusting (kom op, dit is de route en vroeger of later moeten we toch naar boven. Laat we maar beginnen.) 

Dit alles gaat door je heen terwijl je omhoog zwoegt. In het begin pak ik nog stukken van 200 meter voor ik even stil moet staan door de verzuring. Daarna wordt het honderd meter en dan vijftig. Op papier lijkt 2,5 km niet ver, maar als je met maximaal 4 km/uur omhoog gaat dan duurt zelfs deze korte afstand lang. Maar goed uiteindelijk kom ik boven. Saskia heeft de moed al opgegeven en is gaan lopen. Dat gaat ongeveer net zo snel, maar is tegen mijn principe.

Boven gekomen zien we weer een raar fenomeen. Een jongen in een korte broek, stropdas en colbert loopt met een fiets. Hij heeft een lege band en wil de pomp lenen. Dat kan natuurlijk, maar bij het losmaken van de pomp snij ik me lelijk. voor de derde keer deze week moet de ehbo tevoorschijn komen. Eerder heb ik al twee teken verwijderd. maar goed, de jongen heeft een stag-party en is erg blij met onze pomp. hij hoeft alleen maar naar beneden. 

Daarna  moeten we nog een paar kilometer naar de camping. En weer met klimmetjes natuurlijk. Maar het is de moeite waard. Voor £15 krijgen we een prachtig uitzicht, perfecte douches en gratis wifi. Daar proosten we met een bier en een cider. Zelf omhoog gefietst. We zijn deze keer zonder Loes. Zij heeft halverwege de route al een camping gezocht. Ze heeft wat last van de warmte. 

Als eten hebben we een feestmaal van vier gangen. Eerst een groene salade. Daarna noedels met zalm. Dan tosti’s want het oude brood moet op. En tenslotte nog een toetje. Met de bereiding hiervan zijn we tot half negen onder en met de pannen. Daarna is de zon weg en wordt het frisser. Voor het eerst deze vakantie heb ik de donsjas aan. Maar de voorspelling voor morgen is weer goed en we beginnen met de Tar Steps in het Exmoor National Park. 

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 95 (totaal 708)

Afstand tot Baflo: 733 km

Weer: zon, af en toe wolken, iets koeler

Huidige positie

Vrijdag 19 juli : bruggen en aardbeien

Op de fiets kwam langzaam maar zeker het besef dat je naar rechts kunt sturen, maar ook naar links.

— Wagendorp, Bert. ‘Ventoux.’ 

Ik had nooit gedacht dat ik zoiets in Engeland zou doen, maar vanwege de warmte vertrekken we extra vroeg. Dit betekent om zes uur eruit en ruim vóór zeven uur zitten we al op de fiets. Het ging nog bijna mis want de fietsen staan in de kelder en daar hangt een briefje dat de lift het niet doet. Gelukkig doet de lift het wel, anders had ik ze naar boven moeten tillen.

In elk geval is het nog lekker koel. Al snel zitten we op een mountainbike-achting pad langs de Avon. Het is de monding van deze rivier en door het trechtervormige kanaal van Bristol heb je hier verschillen van 15 meter tussen eb en vloed. Het is nu eb en een grote modderbende. 

We zien er maar weinig van, want onze mond valt open van de ‘Clifton suspension bridge’. Deze is ontworpen door Isambard Kingdom Brunel (1806). Niet alleen een bijzondere naam, hij was ook een ‘remarkable’ mannetje. Op zijn twintigste was hij al de chief-engineer voor de aanleg van een tunnel onder de Theems in Londen. Daar ging wat mis en daardoor kwam hij in het ziekenhuis. En omdat hij toch niets te doen had, deed hij maar mee met dit ontwerp voor de brug. Hij won. Daarna heeft hij nog meer ‘remarkable’ dingen gedaan maar het meest remarkable vind ik nog dat hij dit allemaal deed op een dieet van vier uur slaap en 40 sigaren per dag. De brug was trouwens gebouwd tussen 1836 en 1864. Bedoeld voor paard en wagen en voetverkeer. Nu gaan er per dag 12.000 auto’s overheen. We kunnen wel stellen dat hij gebouwd was voor de toekomst.

Bij Pill stoppen we even voor het ontbijt. Daarna gaat het weer over rustige wegen met hoge heggen verder. Bij Clevedon komen we bij de Atlantische oceaan. Formeel hebben we nu Engeland van oost naar west overgestoken. Maar daar zijn we nog niet tevreden mee. We willen nog naar Lands End. Dat betekent nog een stuk verder zuidwaarts. Clevedon heeft trouwens een prachtige pier. Zo mooi dat hij in 2012 pier van het jaar was. Van een afstand lijkt het alsof hij van meccano gebouwd is.

Vanaf Yatton zitten we weer een tijd op een voormalig spoorwegtraject. De ‘Strawberry Line’. Tot 1963 werd hier veel fruit, voornamelijk aardbeien, vervoerd tussen Yatton en Cheddar. Vandaag de dag vervoeren wij voornamelijk stof op deze lijn. Er is vandaag ook voor het eerst wat meer wind. Dit komt waarschijnlijk omdat we dichter bij de kust zitten. Niet alleen geeft dit wat extra verkoeling, we hebben hem ook nog ‘ongeveer’ mee. Ik hoop dat dit zo blijft.

Cheddar is natuurlijk bekend van de kaas. En mocht je dat niet weten, dan wordt je er hier ongeveer honderd duizend keer aan herinnerd. Maar Cheddar is ook een toeristen trekpleister vanwege de grotten en de gorge. De laatste fietsen we een paar kilometer in en op, maar we hebben niet de lust om hem helemaal te doen. De route gaat de andere kant op. 

Het laatste stuk doet een beetje Nederlands aan. Er staan zwart-witte koeien in de wei en het is behoorlijk vlak. Maar de weiden zijn nogal moerasachtig en in de verte zien we de Mendip Hills, dus er is geen vergissen mogelijk. Zo langzamerhand begint de hitte te vermoeien. We zijn blij dat we vandaag rond vier uur op de camping zijn. Eerst vergisten we ons en reden we een woonwagenkamp op. Dit komt omdat de camping een stuk verder ligt, dan waar ik dacht dat hij zou liggen. Voor £9 kunnen we er een nachtje staan. Dit is ook de eerste camping die met douche muntjes werkt. Voor de 50 pence krijg je wel een lange, hete douche.

We wassen het stof van de tassen en de fietsen. Mijn rem loopt wat aan en die repareer ik. Daarna warmen we de chili op en dan is het einde dag. Morgen begint het zware klimmen volgens de gids. We moeten dan lange stukken overbruggen omdat er niets is onderweg. Geen campings en geen winkels. 

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 92 (totaal 614)

Afstand tot Baflo: 689 km

Weer: heet, 30 graden-plus

Huidige positie

Donderdag 18 juli : Rustdag

Cycle travelers are rich beyond measure. Because we have all the time in the world. (Mirella)

Vandaag maar eens een dagje rustig aan doen. Dat hebben we wel verdiend en het is ook nog eens een feestdag voor ons.

We beginnen met uitslapen. Het is hiervoor eigenlijk veel te warm in de kamer, maar het ligt wel lekker, dus we blijven wel tot half negen in bed. Daarna een ontbijten met vers fruit en yoghurt langs de kade. Wel in de schaduw want het is alweer en nog steeds erg heet.

De koffie lonkt en we zitten lekker lang in een café waar ze niet alleen lekkere koffie maken, maar ook nog eens vrije wifi hebben. Zo lukt het me om een beetje bij te komen met de reisverslagen.

Het is een drukke dag want we moeten hierna alweer lunchen in het park. Bij de super halen we een salade, melk en een sandwich. En dan Bristol maar eens bekijken.

De stad is in de Tweede Wereldoorlog behoorlijk plat gebombardeerd dus er staan veel nieuwe gebouwen. Ze hebben niet zo’n goede historie want er was hier een drukke slavenhandel. Daarna zijn ze overgestapt op handel en dat is ze goed voor de wind gegaan.

We bekijken wat oude gebouwen, nieuwe gebouwen, de kathedraal en het hondje van Wallice en Grommit wat hier overal lijkt te staan. Het hoogtepunt is wel ‘The harrowing of Hell’ in de kathedraal. Een zeer oud stuk dat bewaard is gebleven. 

Aan het einde van de dag vullen we het vocht aan op een terras. Loes is inmiddels ook weer gearriveerd. De enige gast die ingegaan is op onze uitnodiging van ons 25 jarig huwelijk. We trakteren haar op een maaltijd. Zij trakteert ons op het voorgerecht. Op het centrale plein is op een groot scherm een opera en muziek te zien. Daar laat ik de dames even achter terwijl ik dit verslagje tik. Hieronder een impressie van deze rustdag.

Getallen van de dag

Aantal kilometers: 0 (totaal 522)

Afstand tot Baflo: 655 km

Weer: 30+ graden en zeer heet

Huidige positie