Thuis

Zaterdag 4 mei: Emden – Baflo (48 km)

Vanuit Emden gaat er op woensdag, vrijdag en zaterdag twee keer per dag een voetveer naar Delfzijl. Die nemen we vandaag. En we willen hem niet missen, dus we vertrekken op tijd uit het hotel. Via de GPS is de weg goed te vinden, zij het dat ik bij de boot naar Borkum uitkom. Die moeten we niet hebben. De boot naar Delfzijl ligt aan de overkant, maar we zijn ruim op tijd.
Gisteren in het restaurant hoorden we vier Duitse fietsers luidruchtig informeren naar deze pont. Om de een of andere reden bestellen ze een taxi om naar de pont te komen. Als wij erop zitten, kijken we naar hun uit. De tijd kruipt voort, maar geen taxi. Uiteindelijk worden de trossen los gegooid en de boot vertekt. Zonder de vier Duitse fietsers. We zullen nooit weten wat hun overkomen is.

Op de pont.

Op de pont.

De overtocht duurt een uur. Best lang voor zo’n klein stukje. Maar er is genoeg te zien onderweg. Ook hier weer veel windmolens.

Windmolens.

Windmolens.

In het centrum van Delzijl stappen we uit. We zijn weer op Nederlandse bodem.

Ontschepen.

Ontschepen.

Er staat een harde westenwind. We fietsen eerst een stukje naar het noorden. Dat gaat nog wel. Bij Vierhuizen doen we even een koffie uit de wind.

Even uit de wind.

Even uit de wind.

Daarna moeten we naar het westen. Het is weer ploeteren als vanouds. Daarom besluiten we de geplande route wat in te korten en nemen de kortste weg naar huis. Die nog steeds pal tegen de wind in is. Via Roodeschool, Uithuizermeeden, Usquert en Warffum fietsen we naar huis. Met soms wat beschutting door de bomen en de huizen. Het zijn lange zware kilometers. Ook omdat we niet pauzeren ‘omdat we bijna thuis zijn’. Dat is een verkeerde beslissing. Ook dan moet je gewoon even rust nemen.
Totaal kapot maar voldaan komen we thuis, Het was weer een mooi tochtje.

 

Greetsiel

Vrijdag 3 mei : Norddeich – Emden (59 km)

Het is vandaag uitbundig mooi weer als we opstaan. De hemel is strak blauw en de lucht is zwanger van een mooie warme dag. Omdat we gisteren een stukje extra hebben gedaan, hebben we vandaag een makkie om in Emden te komen. We ontbijten in de zon, pakken in en vertrekken.

We starten aan de verkeerde kant van de dijk. De binnenkant is lang zo interessant niet als de buitenkant. Er is geen echte oversteek maar over het gras komen we er ook.

De dijk op...

De dijk op…

De wad kant is veel mooier. Het is net als wadlopen maar dan op de fiets. De blauwe lucht, de geur van de zee, het gakken van de ganzen maken er een unieke ervaring van. Aan deze kant van de dijk raak je niet uitgekeken. Aan de overkant zien we de Eemshaven liggen. Het lijkt vlakbij maar op de GPS kan ik zien dat het net iets meer dan 10 kilometer is.

... en de dijk weer af.

… en de dijk weer af.

Daarna komen we in Greetsiel. Hier hadden we al meer van gehoord en terecht. Het is een plaatje. We worden verwelkomd door twee molens.

Greetsiel.

Greetsiel.

Niet alleen is het een plaatje, het is ook erg toeristisch. Zelf op dit vroege tijdstip lopen er al veel mensen rond. Als je dit vergelijkt met de Groninger waddenkust, dan hebben de Duitsers het iets beter aangepakt met het toerisme. Veel visserplaatsjes, wat strand en een hoop te zien. En wat hebben wij? Lenie met haar zeehonden.

Greetsiel is een plaatje.

Greetsiel is een plaatje.

In het haventje van Greetsiel zitten we uit de wind, in de zon en met uitzicht. Ik verwissel eerst de lange broek voor een driekwart. Er zal niet vaak een man in onderbroek in de haven van Greetsiel staan, maar ik trek maar weinig bekijks. Kun je nagaan wat hier allemaal te zien is! Daarna maken we tot twee keer toe koffie. Saskia heeft er natuurlijk wat lekkers bij gehaald. Hier hebben we wel af en toe bekijks. Ik denk dat de Duitsers meer van de terrassen zijn en zelf koffie maken vinden ze vreemd.

Kofiie!?

Kofiie!?

Iets buiten Greetsiel komen we de vuurtoren van Pilsum tegen (what is in a name?). Die schijn je te kunnen huren voor een (huwelijks)nacht. Er is toevallig net een pas getrouwd stel aan het foto’s maken. Symbolisch kun je hier een ook slot ophangen en de sleutel wegggooien. Dit staat voor je relatie. Voor altijd en eeuwig (ops slot?). De toren is ook gebruikt in de film van Otto – Der Außerfriesische die in de toren woont.

De vuurtoren van Pilsum.

De vuurtoren van Pilsum.

Relatie op slot zetten.

Relatie op slot zetten.

Daarna hebben we het laatste stukje langs het Duitse wad.

Laatste stukje wad.

Laatste stukje wad.

Bij Loquard gaan we het binnenland weer in en zo fietsen we naar Emden. Onderweg zien we in elk dorpje een variatie op de meiboom.

Meiboom.

Meiboom.

We hebben een mooie route die je ongemerkt naar het centrum leidt, zonder dat je door de industriegebieden en woonwijken gaat.
In Emden kon ik geen camping vinden. Daarom heb ik een hotel geboekt. We hebben een kamer die niet veel groter is dan de tent. Gelukkig maar want van teveel veranderingen wordt je ongelukkig. Wel hebben we een eigen douche en toilet en dat is wel een luxe.

Het hotel.

Het hotel.

In het centrum kijken we even rond. De Kunsthalle heeft op het moment geen tentoonstelling die ons trekt, dus Saski ahaalt haar winkels-kijken-achterstand van de afgelopen dagen in. Op een terras genieten we van de zon, het bier en de wijn. Een Flammküchen maakt het trio compleet.
Het hotel schijnt ook een uitstekend visreaturant te zijn, lezen we in een folder. We lopen terug om te kijken of dit klopt. Het is helemaal waar moeten we constateren.

 

Schnitzelavond

Donderdag 2 mei : Schortens – Norddeich (98 km)

De verwachte kou blijft gelukkig uit. Het is minder erg dan de andere nachten maar nog steeds reden genoeg om diep in de slaapzak te kruipen. De tent kan weer droog ingepakt worden en we ontbijten in de zon. Ik heb dan wel zo’n beetje alles aan wat ik mee heb, maar het is te doen.
De route leidt ons eerst naar Jever. Daar worden de boodschappen voor de dag gedaan. Jever heeft een leuk, oud, toeristisch centrum. Alleen jammer dat het geheel wat gedomineerd wordt door de bierfabriek. Want Jever is een van de grotere brouwerijen in het noorden van Duitsland.
We zoeken eerst weer een weg terug naar de kust. Dit betekent in ons geval een straffe wind tegen. Saskia komt even de man met de hamer tegen en voor mij is het ook bikkelen omdat de griep toch ook wat roet in het eten gooit. Het landschap is Gronings. En zo ploeteren we voort tot Hooksiel.

1 mei wordt op veel plaatsen gevierd met een mei-boom.

1 mei wordt op veel plaatsen gevierd met een mei-boom.

De plaatsnamen doen als thuis aan. Veel ‘siel’ hier tegen het Groninger ‘zijl’. Als je hier plat Gronings praat, dan verstaat iedereen je. De mensen zijn overigens erg vriendelijk. Er kan altijd wel een ‘moin’ af. Ook de auto’s houden goed rekening met je. Ze remmen af en geven je de ruimte. Een enkeling daargelaten dan.
Vanaf het noord-oostelijke puntje van Ost-Friesland weten we dat we de wind mee hebben. Maar daarvoor komen we eerst in het havenplaatsje Hooksiel. Het is een plaats zoals we er vandaag meerdere tegen gaan komen. Allemaal een soort van Noordpolderzijl-en maar dan met uitgebaggerde haven, wat meer dorp erbij en een stuk of wat meer toeristen. Na Hooksiel is het nog een stuk noordwaarts, met tegenwind, tot Horumersiel. Vanaf daar begint het grote genieten. Eindelijk wind mee. En niet zo’n beetje ook. We lachen om al die sukkels die nu wind tegen hebben. In Horumersiel doen we nog een koffie.

Koffie zwervers.

Koffie zwervers.

En ik koop een souvenir. Daarna laten we ons naar het westen waaien.
Er is niets veranderd. Rechts van ons de begroeide dijk. Soms mét schapen soms zonder. En links van ons weilanden met veel, heel veel windmolen. En als je daarvan houdt wordt het nooit saai.

Als je hiervan houdt is het nooit saai.

Als je hiervan houdt is het nooit saai.

Wij hebben dit landschap wel gezien en zijn blij met de onderbrekingen van de verschillende vissersplaatsjes annex kuuroorden.

De Duitse variant van Noordpolderzijl.

De Duitse variant van Noordpolderzijl.

Aan de overkant zien we de Duitse waddeneilanden liggen. Om de Nederlandse waddeneilanden te onthouden heb ik het ezelsbruggetje TVTAS geleerd. Voor de Duitse eilanden bestaat er ook een:  Welcher Seemann liegt bei Nanni im Bett? Dit geeft de eilanden van oost naar west weer: Wangerooge, Spie- keroog, Langeoog, Baltrum, Norderney, Juist en Borkum.

Aan de waddenkant is het leuker kijken.

Aan de waddenkant is het leuker kijken.

Een stuk voor Harlesiel staan er dreigende borden op de dijk. Ze waarschuwen voor werkzaamheden en er is een omleidingsroute ingesteld. Wij houden niet van nutteloos omfietsen en zo lang de weg niet geheel geblokkeerd is, dan gaan wij gewoon door. En kilometerslange zien we geen werkzaamheden. Pas vlak voor Harlesiel is een graafmachine bezig. We fietsen er zo langs. Saskia zwaait even en de man toetert terug. Duitse vriendelijkheid. Bij Harlesiel staat er ineens een hek over de weg. Het gehele stuk, van links naar rechts. Er is niet langs te gaan. Er zijn twee opties; terugfietsen of alles van de fiets en over het hek tillen. En de fietsen natuurlijk ook. We kiezen voor de laatste en het is uiteindelijk zo klaar.

Blokkades houden ons niet tegen.

Blokkades houden ons niet tegen.

Het plan was om in Bensersiel te stoppen. Dit is ongeveer 60 kilometer. Daar het tentje opzetten en de boot te nemen naar Langeoog. Maar dat plan blijkt niet praktisch. Ten eerste zouden we dan pas de boot van 16.00 hebben wat ons erg weinig tijd geeft op het eiland. En het kost ook nog eens een kleine 70 euro. Dat hebben we er niet voor over.
In plaats daarvan besluiten we ons nog een beetje verder te laten waaien. Morgen zijn er veel kilometers tot Emden, dus alles wat we nu afleggen hoeft morgen niet meer. De

Veel ganzen die opvliegen als we langskomen.

Veel ganzen die opvliegen als we langskomen.

Volgende camping is in Dornummersiel, ongeveer zes kilometer verder. Die slaan we ook over en gaan door naar Norddeich, dat iets van  25 kilometer verderop ligt. Door de harde wind trappen we gemakkelijk meer dan 25 km/uur. De kilometers vliegen voorbij evenals de saaie dijk.

Zelfs het inforbord heeft niets te melden.

Zelfs het inforbord heeft niets te melden.

 

In Norddeich doen we  eerst nog wat boodschappen. De camping ligt iets verderop. Na 98 kilometer zijn we daar tegen 6 uur. De camping is erg groot maar ze hebben een apart tentenveldje. Er staat één ander tentje.

Eindelijk een tentenveldje.

Eindelijk een tentenveldje.

Uit de wind en in de zon proosten we. Een prachtige dag. En die sluiten we af met de schnitzelavond. Onbeperkt eten voor € 13,50 in het naastliggende restaurant. Maar even zo belangrijk is dat we lekker én binnen kunnen zitten gedurende de avond.
Het schnitzelbuffet valt tegen. Het is eigenlijk een gewoon buffet en ze hebben onder andere een schnitzel. Daarnaast zijn we vrij laat en de Duitsers hebben het meeste al weggegeten. We scheppen wat op en het smaakt op zich prima. Maar als we aan het toetje willen dan is alles al opgeruimd. In plaats daarvan krijgen we een koffie en thee. Hiermee rekken we het tot kwart voor tien. En omdat de tent op tien uur sluiten taaien wij ook maar af naar de warme slaapzak.

Schnupfen

Het kan zijn dat je pas een mail van dit verslag krijgt terwij; we al een paar dagen onderweg zijn. Als ik vanaf de IPad post, dan stuur hij geen mail. We zijn inmiddels alweer thuis en ek werk nu de reisverslagen bij met foto’s en de laatste dagen waar ik geen internet had. Om bij het begin te beginnen moet je even terug naar ‘En ze zijn weg…

Woensdag 1 mei:  Burhave – Schortens (77 km)

Vannacht was de koudste tot nu toe. Het is amper één graad geweest. Op zich niet erg, zolang je alles maar in de slaapzak houdt. Als we opstaan is het alweer strak blauw, maar de wind is gedraaid. Hij komt nu uit het oosten. Jammer dat we vandaag grotendeels naar het zuiden en noorden fietsen. We ontbijten binnen en ruimen dan pas de tent op. Hij was nog nat van de dauw en de condens maar na het ontbijt kan hij redelijk droog in het zakje.
In het dorp gaan we eerst naar de apotheek. Ik heb al de hele week last van de griep en met name mijn loopneus is wat lastig. Ik fiets dan ook regelmatig met het snot voor de ogen. Een Duitse apotheker is net een snoepkraam. Ze hebben de wereld aan middelen tegen de griep. Ik kies er een die  de volgende zaken verhelpt: kopf- und gliederschmerzen (heb ik weinig last van), schnupfen (geen idee wat het is, maar het klinkt zo goed dat ik het wel wil hebben) reizhusten (ik hoest flink en ben op reis) en fieber. Als het daar niet beter van wordt…
We komen er ook achter dat het een feestdag is in Duitsland. De winkels zijn dicht. Behalve de super in Burhave en daar zijn we blij mee want we hebben beleg en ontbijt voor morgen nodig. En met deze soeveniers verlaten we Burhave.

Vandaag fietsen we meer door het binnenland van Ost-Friesland. Het begint al goed met een grasweg. Wel mooi, maar ook hobbelig.

Waar is de weg gebleven?

Waar is de weg gebleven?

Gelukkig een uitzondering want de rest van de wegen zijn prima. De landschappen zijn Hollands. Als ik geen Duitse nummerplaten zou zien, dan zou ik denken dat ik in Drente was. Als we langs de Jadebusen fietsen zijn er allerlei kunstwerken te zien. De eerste heb ik niets mee. Een steen met wat rommel erop.

Kunst? Geen kunst!

Kunst? Geen kunst!

En een nietszeggende tekst:
Door leegte in de ruimte te scheppen neemt de kunstenaar ons mee in de innerlijke reis van de beschaving tot nu toe en maakt ons deelgenoot van de holte die hiermee ontstaat.

Of iets dergelijks want bovenstaande zuig ik zo uit mijn duim. Een voordeel is wel dat er bij de kunstwerken picknickplaatsen zijn. Soms mooi, maar soms ook minder mooi. Het tweede kunstwerk staat op een gemeentewerkplaats waar iemand net zijn rommel staat te storten.

Kunstwerk op de gemeentewerkplaats.

Kunstwerk op de gemeentewerkplaats.

Op het derde kunstwerk zit een Duits echtpaar bier te drinken. Let wel, het is elf uur ’s ochtends! Het kunstwerk stelt Kaïn, Abel en de stem van God voor en ze zitten op Abel die inmiddels al vermoord is. Ze vertrekken (het echtpaar, niet Kaïn en Abel) en wij nemen hun plaats in (van het echtpaar, niet Kaïn en Abel) om een koffie te maken. Het is eindelijk warm weer geworden.

Kain en Abel (en de stem van God).

Kain en Abel (en de stem van God).

Het volgende kunstwerk laat de anus van het paradijs zien die Adam uitpoept nadat hij bewust is geworden van goed en kwaad en zijn eigen schaamte. Deze is nu wel weer mooi.

Adam verlaat het paradijs via de achterdeur.

Adam verlaat het paradijs via de achterdeur.

Als laatste zien we een stenen sneeuwpop. Wel aardig maar om dit nu kunst te noemen…

De temperatuur is er wel naar.

De temperatuur is er wel naar.

We verlaten de dijk, Die hebben we nu wel genoeg gezien, en trekken verder richting het binnenland. We passeren veel plaatsen en plaatsjes en er is genoeg te zien. Naar buiten gelokt door het mooie weer zijn er nu ook veel fietsende bejaarden. Alleen bejaarden? Ja, de meeste wel. Waar de jongere mensen zijn is me een raadsel. Maar waarschijnlijk zien ze ons inmiddels ook als bejaarden alhoewel onze volgepakte fietsen vaak opgewonden kreetjes losmaken met termen als ‘Grosse Reise’. Bij de brood-met-soep-pauze zitten we zo in de zon dat zelfs de lange broek ingeruild wordt door een drie-kwart. En niet alleen bij mij, ook Saskia raakt helemaal gek in de kop.

Het slot van Godens.

Het slot van Godens.

Bij Godens vergapen we ons nog even aan het slot en dan door naar Schortens en Heidmüle. Daar is onze camping. De meeste winkels zijn dicht maar de Lotto winkel verkoopt gelukkig ook drankjes. We slaan wat in en rijden naar de camping.
Bij de receptie zitten wat mensen bier te drinken. Ze kijken ons glazig aan en hebben blijkbaar geen idee wat we willen. Sterker nog, ze uiten het ook. We leggen uit dat we graag een nachtje willen blijven. Dat kan voor € 15. Ondanks dat driekwart van de camping leeg is, moeten we toch op het tentenveldje achterop want de rest is zogenaamd bezet. Dat vinden we niet erg want we hebben de ruimte, staan in de zon en er is ook nog een prachtige picknicktafel. Daar proosten we met wijn en bier op een mooie 76 kilometer. Wat nootjes erbij en het feest is compleet.

Helemaal alleen en verlaten.

Helemaal alleen en verlaten.

Na het douchen (€0,50 per muntje) moet er toch wat gegeten worden. Er is niets in de buurt maar we hebben wel een foldertje met meer keus aan eten dan nonnen in het Vaticaan. Telefonetisch bestellen we een schnitzel (als je in Duitsland bent moet je minimaal één keer een schnitzel eten) en een korma rijst. Een kwartier later komt er een autootje voorrijden. Ik ruil wat geld tegen eten en we zitten heerlijk te smikkelen.
Inmiddels koelt het flink af. Het zal wel weer gaan vriezen vannacht en buiten zitten is geen optie meer. We kruipen in de kookruimte. Daar is het lekker warm en er is licht. Met een koffie, thee en een restje prosecco komen we zo de avond door.

Zonder duinen

Dinsdag 30 april: Döse – Burhave (66 km)

Het was alweer een koude nacht. Maar deze keer ben ik beter voorbereid en slaap met de sokken aan. De wind rukt af en toe aan de tent en we horen elk nachtelijk toiletbezoek. Afgezien daarvan heb ik in coma gelegen.
Om 8.15 ontbijt op het terras voor de receptie. Ik moet nog betalen voor de overnachting. Met €19 is dit weer. niet een van de goedkopere campings.
Dose heeft een mooie boulevard. Daar hadden we gisteren ook al wat van gezien. Veel ‘ferienhauser’ en hotels met uitzicht. De naam ‘Düne’ komt vaak terug in de straatnamen en de hotelnamen. Daarmee lokken ze de toeristen waarschijnlijk maar het is één grote farce. Het strand bestaat uit een strook opgespoten zand. En deze strook staat vol met strandstoelen. Van die afsluitbare, want stel je voor dat er iemand anders in jouw stoel zit. Een fanatiekeling heeft er zelfs al een kuil bij gegraven. Na de strook zand begint de zee.En die ziet er net zo uit als bij ons in Noord-Groningen. Klei, slik en modder. De duinen die ze hebben zijn met gras begroeide dijken. Echte duinen zijn hier nooit geweest en komen er voorlopig ook niet.

Een Duits strand.

Een Duits strand.

Vandaag fietsen we het eerste deel zuidwaarts. Dit betekent dat we de wind van opzij hebben. Hij is ook wat zwakker dan gisteren en we zijn aan de goede kant van de dijk, dus het fietst wat aangenamer. Het is nog steeds handschoenenweer met een temperatuur onder de 10 graden. Het landschap bevat veel windmolens. In de route rijgen de dorpjes zich aaneen. Het is leuk fietsen want hiermee is er veel te zien. Ook zijn er vandaag weer een aantal caches die de tocht prettig onderbreken.

De Ochsenturm.

De Ochsenturm.

Een van de leukere is bij de ‘Ochsenturm’ van Imsum. Het verhaal gaat daar dat de inwoners van Dingen en Weddewarden het niet over de plek van de kerk eens konden worden. Ze binden twee ossen aan elkaar, een uit elk dorp, en waar die gaan liggen, komt de kerk. Maar de beesten schrikken zo van de juichende dorpelingen dat ze het op een lopen zetten. Pas toen ze niet meer konden gingen ze liggen. En daar kwam de kerk. Toch wat verder weg dan gepland. De kerk is inmiddels bij een stormvloed weggespoeld, maar de toren staat nog.
Omdat we iets anders op de wind komen te fietsen hebben we vanaf hier zelfs een stukje wind mee. Heerlijk om even 25 km/uur te kunnen fietsen met weinig inspanning.
In de verte komen de hijskranen van Bremerhaven in zicht. Er is hier veel industrie. Aan de overkant ligt een grote containerterminal waar veel wagentjes bezig zijn met het verplaatsen van de kolossen. Verderop worden grote staanders voor booreiland gemaakt. Het is hier niet saai om te fietsen. Er liggen allerhande spullen klaar om door te voeren. We zien, boten, tractoren, combiners en natuurlijk heel veel auto’s.

Bremerhaven.

Bremerhaven.

Langzaamaan komen we in het centrum. Dat ziet er erg futuristisch uit omdat de moderne gebouwen ronde vormen hebben. Het misstaat niet tussen de oudere bebouwing en de antieke schepen die in de haven liggen.

Bremerhaven centrum.

Bremerhaven centrum.

Op internet had ik al gezien dat de pont uit de vaart is. Nog tot het einde van de week. Ik hoop dat hij eerder klaar is maar ik heb niet hard genoeg gehoopt. Morgen vaart hij pas weer. Toch is het geen probleem. Er rijdt een bus als alternatief en de fietsen kunnen gewoon mee. Hetzelfde tarief als met de pont geldt. Voor € 6,80 laten we ons 45 minuten omrijden via de Weser tunnel.

Stukje bussen.

Stukje bussen.

Daarna hebben we weer een ploeterstuk langs de dijk. Ik heb die dijk onderhand al wel gezien. Veel schapen die weinig anders dan ‘Baaaaaa’ te melden hebben. De enige onderbreking is een groep bejaarde dames die aan het klootschieten is. Als je daardoor even geboeid bent, dan ben je ver gezonken.
In Burhave zoeken we een camping. Er is er een aan zee. Veel wind dus. Bij de receptie vraag ik een plekje zonder wind. Dat begrijp ze niet. Waar is mijn caravan dan? Ze heeft ons toch duidelijk op de fiets zien komen. Maar ze begrijpt wel meer niet want ze vraagt ook of we stroom willen en of we willen douchen. Dat is natuurlijk een ‘nee’ en een ‘ja’. Na wat uitleg mogen we een plekje in de luwte van een caravan uitzoeken. Veel mensen zijn er (nog) niet. Het valt me sowieso op dat er nauwelijks nog mensen kamperen met een tent. Vaak zijn we de enige op de camping. Voor de rest allemaal van die witte koelkasten.
Na ongeveer 20 minuten is de rekening klaar. Ik schrik van het bedrag. Nooit eerder hebben we zoveel moeten aftikken voor ons kleine tentje. Een kleine € 25 euro zijn we kwijt. Waarvan € 4,40 kürtax en € 1,70 reinigingsbijdrage. Burhave is zich aan het positioneren als badplaats maar op deze manier schalen ze zich wat te hoog in lijkt me. Voor dit astronomische bedrag hebben we wel een super douche.

Een plekje uit de wind.

Een plekje uit de wind.

In het dorp is al veel dicht maar de Italiaan is altijd open. In recordtijd weten ze onze bestelling op tafel te zetten. Saskia gaat voor een pizza en ik voor de pasta. Na het eten lopen we verder het dorp in. Er is blijkbaar feest geweest bij de meiboom want het is er gezellig druk. Voor ons iets te koud en we lopen terug naar de tent. Als we langs de Italiaan komen besluiten we nog een koffie en een thee te doen. Het is in het restaurant veel warmer dan bij de tent. De dames zijn verbaasd ons alweer terug te zien en moeten daarom wel lachen. Ik wil graag een ‘Irish coffee’ maar dat kennen ze niet. Het ligt aan mijn uitspraak want als ik vertel dat het koffie met whisky is, dan begrijpen ze het wel. Maar ze hebben het nog steeds niet. Ik ben niet voor één gat te vangen en vraag of ze koffie hebben. Dat hebben ze. Dan vraag ik of ze whisky hebben. Dat hebben ze ook. Ik bestel van beide een. Nu valt het kwartje en uiteindelijk krijg ik mijn Irish coffee wel. Hiermee maken we nog een uurtje vol.

Aan zee waait het altijd

Maandag 29 april : Krautsand – Döse (89 km)

Het is de eerste nacht altijd even wennen in het tentje. Toen we gingen slapen was het warm genoeg om in T-shirt en onderbroek te gaan slapen. Maar als ik om vijf uur wakker wordt, dan is het best koud. Een blik op de thermometer vertelt me dat het 3.2 graden is. Tijd om een extra jasje aan te doen. En morgenavond houd ik mijn sokken ook aan.
Ik wordt trouwens wakker van het uitbundige vogelgefluit. Sjonge, wat gaan die tekeer zeg. Om zeven uur is de batterij leeg en dan wordt het weer rustiger. Tegen die tijd heb ik het ook wel gehad met liggen in het tentje. Als je samen in een slaapzak ligt, dan zijn er maar weinig posities die werken. Lepel, anti-lepel en op de rug. Op de buik draaien lukt dan niet.
Het is strak blauw en om op te warmen sta ik asociaal lang onder de douche. Daarna ruimen we het tentje op, die lekker droog is, en ontbijten we op het terras van het café waar toch nog niemand is.

Ontbijt in de zon.

Ontbijt in de zon.

 

Om kwart voor negen vertrekken we voor deze helse dag.We hebben de hele dag een forse wind tegen. Stom van mij om naar het westen te gaan fietsen. Ik had beter moeten weten, maar ik ben nu eenmaal op huis gericht. We fietsen tenslotte anders ook altijd naar huis want dan hoef je aan het einde van de rit tenminste niet ook nog eens terug te treinen. In dit geval is het een domme zet waaraan ik de hele dag herinnerd wordt door een wind met kracht vier à vijf.
Na een paar kilometer blijkt dat we weer om kunnen draaien. Verderop staat een brug open die ons over het water moet helpen. Hij is vanaf 1 mei wel begaanbaar maar dan ook alleen nog in het weekend. De bewoners zijn het er ook niet mee eens en roepen elke fietser op om een brief aan het gemeentebestuur te schrijven. Daar heb ik nu even geen tijd voor want niet alleen moet ik een paar kilometer terug fietsen, we moeten ook nog eens tien kilometer om. Au!
Je merkt dat de bevolking een band heeft met de zee. Eerder lag dit land in de zee en daarna is het meerdere malen overstroomd. Elke tuin bevat wel een anker, een mast of zelfs een vuurtoren. En de mannen lopen allemaal met zeemanspetjes. Onderweg halen we wat lekkers voor bij de koffie en bij de Pennymarkt kopen we beleg voor de boterham.
In een carport maken we koffie. En dus lekkere küchen erbij.

Drive-in koffie

Drive-in koffie

Ondertussen is alle blauwe lucht weg en begint het te regenen. Met regenbroek aan gaan we verder. Dat is geen straf want het is lekker warm met zo’n broek aan.
Daarna komen we in het ingepolderde land. Het is er zo vlak en je kunt zo ver kijken dat als je ’s ochtends uit het raam kijkt, dan zie je wie er ’s middags op bezoek komt. Voor ons helemaal dramatisch want er is geen enkele beschutting tegen de wind. Haalden we eerder nog 15 km per uur, met veel bikkelen zijn we blij als we nu elf halen. Hoezo geen bergverzet nodig! Dit stuk is zeker 25 kilometer lang en het is afzien. We nemen ons dan ook voor om in Cuxhaven een B&B te zoeken.

Bikkelen.

Bikkelen.

Gelukkig staat er halverwege een hokje speciaal voor fietsers. Hier kunnen we uit de wind even een broodje eten en een soepje drinken. Heerlijk om even de handen te warmen want met acht graden houdt het niet over. Zelfs niet met handschoenen.

Schuilhut voor vermoeide en koude fietsers.

Schuilhut voor vermoeide en koude fietsers.

Vlak voor Belum is er weer zo’n brug die beperkt open is. Gelukkig is deze vanaf april op alle dagen wel open. Alle dagen behalve maandag. Een keer raden wat voor dag het vandaag is…
Toch zie ik Duitse fietsers er vandaan komen. Volgens hun is de brug wel open. Dat is dan weer mooi. Maar na 15 minuten bikkelen tegen de wind in, zie ik in de verte het brugdek omhoog staan. En daar aangekomen blijkt dat we er niet over kunnen. Vertrouw nooit een Duitser.
We kijken even hoe een schip er doorheen vaart en net als we weer terug willen fietsen, gaat de brug dicht. Of eigenlijk open voor ons. Eindelijk een meevaller vandaag.
In Ottendorf staan een immense speeltuin aan het water. Er is ook een overdekte picknickbank bij. Maar die is geconfiskeerd door de moeders van Ottendorf. Blijkbaar een kinderpartijtje en wij zijn niet uitgenodigd. Heel erg is het niet want uit de wind zit het ook prima. En ondertussen begint de zon zowaar ook weer te schijnen.
Dan moeten we het laatste stuk nog langs de kust naar Cuxhaven.

Langs de waddenkant van de dijk.

Langs de waddenkant van de dijk.

Volkomen vlak landschap en een open zee. De wind buldert om ons heen. We komen niet boven de 10 km/uur. Halverwege is een hek op slot. We zeulen de fietsen de dijk op en aan de andere kant is er gelukkig wel een klein hekje open.

Dijk op en dijk af.

Dijk op en dijk af.

Zo kruipen we langzaam Cuxhaven binnen. Eerst door het industriële deel. En dan door de visafslag. Daar zitten de restaurantjes op een rij. En wij lusten wel wat. Het dagmenu van €11 euro is een uitstekende keus.
Cuxhaven is een stad met veel grote luxe nieuwe gebouwen langs de boulevard. Iedereen wil uitzicht op zee. En natuurlijk veel hotels. Gezien het weer hebben we besloten om toch maar te gaan kamperen. Voorbij Cuxhaven ligt het plaatsje Dose en daar zijn meerdere campings. Inmiddels is het al bijna zeven uur. Het enige windvrije plekje lijkt naast de toiletten te liggen.

Enige windvrije plekje wat helemaal niet windvrij blijkt te zijn.

Enige windvrije plekje wat helemaal niet windvrij blijkt te zijn.

De tent wordt opgezet en we douchen. Daarna willen we nog even naar de kroeg op de camping. Die blijkt al dicht te zijn. Duitsers drinken niet na acht uur. Dan maar een stukje langs het strand. Verderop is nog wel een kroeg open maar het wordt geen slemppartij meer. We zijn te moe. Voor tien uur liggen we erin en slapen de slaap van de vermoeiden.

En ze zijn weg…

Zondag 28 april : Butzfleth – Krautsand (19 km)

In de verte verdwijnt onze auto. De remlichten flitsen nog even aan voordat Steven de bocht om gaat. Dan zijn we alleen. In de verte draait een molen loom zijn rondjes. Er is niet veel wind. Een zonnetje piept tussen de wolken door. Vogels fluiten. Voor ons staan de fietsen en vier fietstassen per persoon. Daarmee moeten we het de komende week doen. We stappen op en fietsen Butzfleth uit.
Door een navigatiefoutje mijnerzijds is de route nog korter geworden dan de geplande 24 kilometer. Uiteindelijk worden het er maar 19. Maar we starten nu wel meteen bij de Elbe.
Nog geen kilometer verder is de eerste cache. En we hebben de drie kilometer nog niet vol gemaakt of we zitten aan de thee met uitzicht over de Elbe. Volgens Gert konden we het bergverzet thuis laten. Maar ik ben blij dat hij er nog wel op zit want dijk op en af gaat zo wel wat gemakkelijker.

Uitzicht over de Elbe

Uitzicht over de Elbe

Met af en aan uitzicht op de rivier komen we rond half vier in Krautsand. Hier hebben we de keus uit twee campings. Maar eerst nog een cache. ‘Balanceren’ heet deze en al snel wordt duidelijk waarom. Een smalle stalen balk loopt boven het water naar een paal toe. En daar bij de paal zien we de cache al liggen. Ik heb geen zin in nu al een nat pak, dus ik stuur Saskia de balk op. De heldin weet hem met weinig moeite te scoren.

De heldin zonder vrees

De heldin zonder vrees

Je zou verwachten dat camping ‘Am Leuchtturm’ bij een vuurtoren ligt. Dat doet hij ook, maar hij ligt ook aan een meertje. Voor € 17 mogen we ons tentje aan de rand opzetten.

Een prachtig plekje.

Een prachtig plekje.

Het is een mooi plekje. In de zon genieten we van de namiddag. Bij de camping is een restaurant. Dus vanavond eten we warm in twee opzichten. Er zijn slechtere manieren om een vakantie te starten.